Vannacht logeerde ik in mijn
ouderlijke woonst te DMD. Ik bracht de nacht door in de voormalige kamer van
mijn broer F., die uitgeeft op de straatkant in een rustige woonwijkstraat, het
summum van suburbia. Alles was peis en vree, vrede op aarde en al wat je wilt.
Bij het krieken van het ochtendgloren werd de rust echter verstoord. Beneden
hoorde ik een bonk, gestommel en verdacht gefezel. Dagelijkse kost in de
Bloemekenswijk, maar niet daar. Niet in de Beekwei.
Met mijn slaapkop opende ik
het raam, en tuurde ik naar beneden, heldhaftig als ik ben. Wat ik daar
ontwaarde was onthutsend. Er hing nevel boven de tuinen, maar dat was het
niet. Er stond een achttal minderjarige jongeren, een bende, zeg maar, tussen
14 en 17. En die waren niet gezellig een sigaretje aan het roken of aan het
rondhangen zoals hangjongeren dat doen, neen, ze waren, konkelfoezend, ontucht
aan het plegen.
Ze stonden daar zowaar schaamteloos de fiets van mijn moeder te
stelen. Een paarse. Verbouwereerd, en slaapkopperig als ik was, kon ik enkel
een halfslachtige Eéééé-là ten derde brengen. Een oerkreet die niet veel
indruk leek te maken, allicht ook omdat mijn stem enigszins oversloeg als bij
een beginnende puber. Een van de jongeren herkende ik vaag, daarom lanceerde ik
nog eens ela, gevolgd door een bluffende ik weet u wonen hè gast, wijzend
met mijn vingertje.
Dit zorgde voor een kortstondige tweespalt in de groep, wat
resulteerde in onrust en mekkerende stemmetjes die prevelden laat hem staan,
maar de fietsbende koos toch het hazenpad. Met de fiets weliswaar. Een
14-jarige jongen met goudblonde krulletjes, laat ons hem Tuur dopen, mocht
na kort intern overleg - het stalen ros van mijn moeder beklimmen en ermee
vandoor. Ik trok mijn stoute schoenen aan, figuurlijk, en mijn onderbroek,
letterlijk, begaf mij in een vliegend tempo naar beneden en zette de
achtervolging in. De jongen fietste dat het een lieve lust was, ikzelf liep
zoals nooit tevoren in een Run, Forest, Run!-modus. Dwars doorheen de
woonwijk, blootvoets doorheen velden en semi-begaanbare paadjes om vervolgens
het spoor bijster te raken in een nabijgelegen verkavelingsstraat.
Ik besloot
alsnog mijn intuïtie te volgen, en de straatkeuzes van Tuur in te schatten om
uiteindelijk een Aha-Erlebnis/Halleluja-ervaring te morgen ervaren op de oprit
van een doodlopende straat. Deze keer was het dus AHA, en geen ELA, mijn
andere epische kreet van de dag. Het is eens iets anders. Ik belde aan, mamma
Tuur opende de deur, en ik stommelde naar binnen als een woeste en ziedend zei
ik waar is m, waar is m?, gevolgd door een onzen Tuur? daar had ik
alvast gelijk in en kalm, kalm en meer van dat dramaremmend gezwets.
De
jongen werd opgetrommeld, en ik legde de situatie uit. Ik dreigde de jongen
zelfs een corrigerende tik te geven. Maar toen steeg de spanning, althans bij
mij, toen de ouders van Tuureluur de daden van hun zoon volstrekt
bagatelliseerden, als kwajongensstreken van de hand deden en mij als boeman
terechtwezen. Breekt nou mijn klomp, dacht ik bij mezelf, en ik ging door het
lint. Kwijt u van uw opvoedkundige taken, commandeerde ik de ouders, wat
voor signalen geeft gij uw zoon door te insinueren dat stelen ok is?, brieste
ik. Intussen besloot de man, duidelijk ongeïnteresseerd, zijn gras te beginnen
afrijden. Olie op het vuur. Of nee, ineens heel Koeweit wat mij betreft.
Stelen is niet ok, madam, behalve misschien muziek, film en series op het
internet, dat deden wij ook in onze jongen tijd, maar van een ander zijn gerief
moeten ze afblijven. De moeder bleef de heisa relativeren, en ik dreigde Tuur
aan te klagen voor diefstal, inbraak (de bonk van de garagepoort) en
bendevorming. Een van de jongens reed zelfs duidelijk te jong en zonder helm
of pak - met een motorfiets, maar dat zijn dan weer kwajongensstreken waar ik
mij wel kan achter scharen. Maar een fiets stelen uit een woning? Hoe durven
ze. Hoe durven ze.
Teleurgesteld in de opvoedkundige waarden die de ouders
wilden meegeven, keerde ik huiswaarts met de fiets. In mijn onderbroek.
Onderweg mijmerend en linken leggend. Over hoe het nu verder moet met de jeugd.
Gaan zij moeten zorgen voor mijn pensioen? Zijn zij de politiekers van morgen? Ik
was ook de leerkrachten onder ons indachtig: wat moeten zij niet doorstaan op
oudercontacten? Wordt hun gezag ook zo ondermijnd? Worden de goedbedoelde waarden
die zij willen meegeven ook zo tegengewerkt? De wereld is om zeep. Zeg dat ik
het gezegd heb. En alles begint met het ongestraft stelen van een fiets. In
groep, met braak, in suburbia.
FYI: deze verzuurde nonsens is
gebaseerd op waargebeurde feiten in mijn dromen de voorbije nacht. Ik ben een
gezonde, volwassen en mobiele man. Ik slaap niet meer bij mijn ouders, tenzij
ik teveel heb gedronken op Kerst. En misschien ooit als ze hulpbehoevend zouden
zijn. Ik hol doorgaans niet in mijn onderbroek door de straat en ben m.i.
minder verzuurd dan ik laat uitschijnen in bovenstaande schrijfsels. Bedankt
voor uw waandacht.
Event of
the day...ik zat (as in: ovt van zitten, nvdr) met halve slaapkop mijn gps in
te stellen vanmorgen, toen er plots op mijn ruit werd gebonkt. Ik schrok mij
een hoedje! Althans, had ik er een op, ik had het ergens zonder weerga tegen de
achterruit aan gekatapulteerd. Anywayz, het bleek een... Ouderling te zijn, die
me met verstarde/verwarde blik dwingend verzocht mijn ruit omlaag te laten zakken.
Zo geschiedde. De man zei -nou ja, "schreeuwde" eerder- : "mijn
naam, mijn naam?!". Nog steeds onder de indruk zijnde en afgeleid door
zijn halve liter goedkoop bier -nee, geen CARA deze keer - besefte ik pas na
twee, ietwat luidere en nog meer van mijn melk brengende herhalingen, dat de
man met zijn verweerde handen naar een enveloppe wees, en klaarblijkelijk niet
kon lezen. Ik las de man zijn naam voor met een gegeneerde edoch
dienstverlenende glimlach, de man bedankte me, gaf een liefdevolle tik op mijn
koetswerk en ging verder op zijn zigzaggend pad. Analfabetisme en alcoholisme
in Vlaanderen. Ik was er niet op voorzien zo vroeg in de ochtend.