Aalst boven
!
Velocipède of trapwiel.
Het Fondsenblad bespreekt het schrijven
in de Fransche bladen, volgens hetwelk de velocipède of het trapwiel, in
onvolmaakten vorm, in 1865, door de slotmaker Michaux van Parijs, zou uitgevonden
zijn.
Onze Gentsche confrater haalt een schrijven aan van den heer P. Van Mofaert,
medegedeeld door t Getrouwe Maldegem. bewijzende dat, reeds in 1843, iets
dergelijks te Maldegem bestond.
Er was hier echter geen spraak, schrijft Het Fondsenblad, van een trapwiel of wielpaard, maar wel van
eenen trapwagen, vervaardigd door Karel De Lille, eenen Maldegemschen timmerman
en meubelmaker van dien tijd.
Hetgeen deze trapwagen gemeen had met den tegenwoordigen velo was de wentelas.
De wagen had drie wielen en kon 5 of 6 man laden, waarvan er vier op de pedaal
stonden en trapten en een dissel bestuurden.
Een weinig later werd te
StJoristenDistel, door den timmerman Claeys een soortgelijken wagen gemaakt,
waarvan de voortstuwers tegenover elkander zaten en de as, bij middel van
rechtstaande handboomen, met de armen in beweging brachten.
Het bewegingstelsel, zoo wel van
dezen wagen als van dien van Maldegem, was hetzelfde dat den grondslag van den
velo of van het trapwiel uitmaakt : eene wentelas in beweging gebracht door hem
zelven die van het voertuig gebruikt maakten.
Zoolang er geen vroegere
vervaardiger van een soortgelijk voertuig wordt aangehaald mogen wij Karel De
Lille beschouwen als de eerste benuttiger van het denkbeeld dat aan de
vervaardiging van den velocipède of
trapwiel tot grondslag ligt.
Wij betwisten aan Karel De Lille
de eer die onze confrater hem wil toekennen.
Reeds voor 1820, werd hier te Aalst, een dergelijk voertuig verveerdigd
door zekeren Bruneau, eenen
wagenmaker wonende in de Nieuwstraat. Dit voertuig werd ook in beweging
gebracht bij middel van eene wentelas. Eene reis naar Brussel werd er mee
ondernomen, doch het ging te traag, want het tuig was te zwaar en lomp, en
Bruneau ontving als vergelding zijner poging de bitterste spotternijen zijner
medeburgers.
Een spotliedeken werd gedicht waarvan het refrein hier nog hedendaags
soms langs de straat wordt gezongen en luidende als volgt :
Bruneau heeft een koets gemaakt,
Zonder peerden, zonder peerden,
Bruneau heeft een koets gemaakt
Die alleen naar Brussel gaat!
In 't begin der jaren 1820, in 1823 of 1824, werd er door gebroeders, schrijnwerkers te Audegem, een
wagentje gemaakt, dat bij middel van eene wentelas door twee mannen bewogen
werd. Meer dan eens werd met dit voertuig eene reis naar Aalst en Dendermonde
gemaakt. Een ooggetuige verzekert ons dat het tamelijk gemakkelijk rolde. De
familienaam dezer schrijnwerkers van Audegem is ons onbekend; alleen weten wij dat eenen
anderen hunner broeders destijds koster was te Berlaere.
In de jaren 1838 tot 1842 bestond er hier te Aalst een voertuig t welk
met de voeten werd bewogen. dus eenen wezenlijken velocipède of trapwiel. Het
tuig was uit hout en ijzer verveerdigd, en
de eigenaar ervan was de heer Louis Meert, de weerd van de alomgekende
afspanning « Den Diepen Lochting » Gentschesteenweg, heden bewoond door M.
Edward Van Cauter. Wie dit zonderling voertuig had verveerdigd, is ons niet ter
wete gekomen.
Een onzer vrienden, een ouderling van 84 jaren, zegt ons dat het tuig
moeilijk te gebruiken viel. Een enkel zijner gezellen kon er mee rijden,
namelijk den heer Martinus Cosyns, welke er meer dan eens in de vastenavondstoeten
mee verscheen.
Wat wij hier neerschrijven kan door talrijke Aalstenaars bevestigd
worden. Wij zeggen dus op onze beurt : zoolang er geen vroegere vervaardiger
van een soortgelijk voertuig wordt aangehaald mogen wij Bruneau aanschouwen als
de eerste benuttiger van het denkbeeld dat aan de vervaardiging van den velocipède
of trapwiel tot grondslag dient.
(De denderbode van 6 oktober 1892, pagina 2)