|

De
P E S T V O G E L
Bombycilla garrulus - Onze Europese Pestvogel Tekst: WEV
In Europa verblijft onze Pestvogel in het Noorden van Zweden en Finland en in het uitgestrekte woudgebied van Siberië ten Noorden van Rusland, boven de Poolcircel. De Bombycilla garrulus leeft in kolonies. Niet tegenstaande hij een solitair broeder is staan de nesten kort op mekaar, hij verdedigt geen territorium, enkel zijn eigen nest. Tijdens het broedseizoen bestaat zijn voedsel uit muggen en in mindere mate uit kevers, wormen e.a. De rest van het jaar eet hij vrijwel uitsluitend bessen; de geneverbes, taxus, lijsterbes en de vlier. Af en toe ook wel bramen,hulst en vogelkers.
De Pestvogel op hongertocht:
Bij uitermate zachte winters die toevallig op een bijzonder vruchtbaar lijsterbessenjaar wordt de pestvogelpopulatie omzeggens niet uitgedund. Het daaropvolgende broedseizoen zal zorgen voor een pestvogel explosie. Lijsterbessen bomen kunnen nooit twee jaar na mekaar overvloedige vruchten dragen met als gevolg dat het ongewoon groot pestvogelvolkje in het najaar, in hun winterkwartieren, voor een dreigende hongersnood komen te staan. Dit is dan de rede waarom ze om de twee jaar, massaal naar onze streken afzakken. De verhouding van het aantal pestvogels t.o.s. van het voedselaanbod bepaalt de grootte van de trek en zorgt al dan niet voor een invasie.
Herkennen van de GESLACHTEN:
De Pestvogel is een prachtige vogel ter grootte van een spreeuw. Het lijkt wel een exotische verschijning met zijn grote kuif en relatief lange vleugels. Deze kuif is bij het mannetje groter dan bij de wijfjes. De overheersende tint van zijn verenkleed is beige, overgoten met een warme rood-bruine waas. De dekveren van de staart zijn aan de bovenzijde asgrijs en aan de onderkant kastanjebruin. Hij heeft een zwartbruine bef die doet denken aan ebbenhout. Die van de mannelijke exemplaren is mooi afgelijnd. Bij de poppen daarentegen loopt zij wat uit in het beige van de borstbevedering. Boven de snavel loopt een zwarte streep tot achter het oog en eindigend in een punt. Tussen dit zwart van de keel en de oogvlek krijgen we een smallere witte stree, juist tegen de ondersnavel. Tevens wordt het oog nog geaccentueerd door een wit boogje onder het onderste ooglid. De start eindigt op eengele zoom, breder bij het mannetje dan bij het vrouwtje. Bij de jonge nestverlaters is dit duidelijk te merken. naargelang de vogels ouder worden is dit minder opvallend. De vleugels zijn donker, zwart-bruin van kleur met 2 witte strepen. De grote pennen hebben een witte rand met gele streep. In rusthouding geeft dit aan de gesloten vleugels een gele zoom. Aan het uiteinde van de kleine slagpennen hebben de witte veren wasachtige vermiljoenkleurige lakplaatjes. Deze zijn bij de mannetjes iets groter dan bij de vrouwelijke vogels. Deze wasplaatjeszorgden er voor dat de Engelsen hem "waxwing"zijn gaan noemen.De zachte, zijdeachtige veerstructuur inspireerde de Duitsers dan weer om hem "Seidenschwanz" te gaan noemen.
Algemene KENMERKEN:
Onze Pestvogel is zowat 18 cm groot. - We onthouden dat zijn vorm een volle borst laat zien, vrij plomp en korte staart, hij heeft een zijdeachtige bevedering met een kuif. het is een kalme, rustige vogel van nature uit. Hij heeft donker bruine ogen en bezit zwarte poten en nagels. De Pestvogel is een graag geziene volièrevogel bij onze liefhebbers. Tijdens tentoonstellingen is hij echter wel minder in trek.
|