|
DISTELVINK...of PUTTER...
 
In het jaar 1758 is de Distelvink voor het eerst omschreven door Linnaenus. Deze wetenschapper bracht deze vogel onder in de volgende identiteit: Latijnse benaming: Carduelis carduelis - Hij behoort thuis in de klasse van de vogels en in de orde van de zangvogels. Zijn familie zijn de vinkachtigen van het geslacht Carduelis. De bewering dat de Distelvink een louter Europese vogel zou zijn strookt helemaal niet met de realiteit. Ppk in Noord Afrika en Zuid West Azië is hij wel te vinden. De Distelvink is in hoofdzaak wel een Europese standvogel.Enkel de populatie uit het hoge noorden zoekt in de winterperiode de meer zuidelijke oorden op om te overwinteren. In de jaren '70 was onze putter in aantal sterk aan 't afnemen. Gelukkig is de verstrengde vogelvangstwet tijdig in werking getreden en is er voorkomen dat ook ons putterke op de "Rode lijst" is terecht gekomen.
Momenteel stijgt het aantal broedparen jaarlijks in Belgi*e waar ze meestal actief zijn in het oostelijk gedeelte van het land. Het biothoop waar de Istelvink zich het best thuis voelt is een half open cultuurgebied en bossige gedeeltes in en om de steden en dorpen. De Distelvink kan men als zijnde een kieskeurige vogel situeren. Zo kan hij tot broeden overgaan in bomen, maar meestal maakt hij zijn nest in heggen en dicht struikgewas. Vanaf half april tot eind mei is hun broedperiode. Het legsel bestaat uit 5 à 6 witachtig, bruin gevlekte eitjes dewelke enkel door het vrouwtje worden bebroed. Deze kleurrijke zanger voedt zich met bessen en zaden. Vaak vinden we ze terug in berken- en/of elzenbosjes, waar ze zich, samen met de sijsjes en andere vinkachtigen, tegoed doen aan de zaadjes.
De Distelvink heeft een nogal lange en scherpe snavel, hetgeen dienst bewijst bij het lospeuteren van de zaadplantjes. 's Winterskomen ze zelfs eten zoeken in de dichte omgeving van de woningen en zelfs tot in de volle stadskernen, hij is dan ook niet erg schuw van aard. De kleurrijke Distelvink is tevens een geliefkoosde TT-vogel. Liefhebbers, dewelke zich specialiseren op het kweken van kruisingen vinden in de Distelvink dan ook de geschikte vogel terug. Dit omwille van zijn kleurrijke uiterlijke en zijn sociaal gedrag tegenover andere vogels. Op onze tentoonstellingen vinden we zelfs heel wat verschillende kleurmutaties en ondersoorten. Zo zagen we reeds de bruine, de agaat, de isabel de opaal, de pastel de satinet, de albino, de eumo, de witkeel, de witte en de gele mutaties. Het prijskaartje voor dergelijke kleurafwijkingen is echter wel geen spek voor de bek van de kleine liefhebbers. Dat de Distelvink niet zo maar de eerste de beste vogel is bewijst de belangstelling van de grote kunstschilders in het verleden. De in Delft geboren, veelzijdige kunstenaar Carel Fabricius, de rechterhand en topleerling van de grote Rembrand, heeft verschillende schilderijen van de Distelvink samen geborsteld. Deze kostbare schilderijen dateren uit de periode tussen 1640 en 1658. Aan de hand van goed bewaarde geschriften heeft men kunnen achterhalen dat Meester Rembrand zijn leerling Fabricius feliciteerde met dezes werk van "Het Puttertje" en voegde er aan toe "Ik zou het zeker niet beter gekund hebben".
Merkwaardig aan dit kunstenaarsverhaal is wel dat het schilderij van Fabricius dateerd uit het jaar 1645. De eerste omschrijving door ornithologen van de Distelvink is terug te vinden in het jaar 1758, dus ruim 100 jaar nadat de Distelvink op doek is gesteld door Carel Fabricius. Toch eigenaardig, maar er zal wel ergens een rede voor te vinden zijn zeker.
|