Negentien&een liefde als water. Schrijven is ook foto's maken.En hoe minder je zoekt, hoe meer je vindt.
"Het gaat immers om de intensie, niet om de perfectie. Toch?"
Sprookjes vertellen keer op keer over een prins en die éne die het muiltje past. Maar net zoals mijn moeder altijd zweeg over treurige prinsen die zwierven op de vlakten van huid zonder taal noch teken,zwijgen sprookjes over verdriet. En hoe ik ,toen ik je scherven zag, vragend tussen de lijnen las en ook de (prinsessen-)woorden radeloos naar de hemel opkeken. En hoe ik dacht het verdriet uit je ogen te kunnen wissen...
"Ik bewaar van dag tot dag je tongen in mijn vuur."
Ik zeg het je zo graag, dat je onzacht al mijn zinnen op je schrijft. Maar hoe woorden ook niet kunnen schrijven wat je bedoeld, en ik weer verloren loop tussen kast en muur. Altijd wanneer je bang je lippen sluit en ik onmondig gemorste woordvlekken tracht op te likken, krast de onmacht ergens wel weer verf van de muren.
"En ook dan slaan de seizoenen ons met handenvol weemoed in het gezicht. Kruipt het vuil en dieper nog en bijtender."
Soms vind ik het zelfs oké dat ik triest ben. Dat jij soms triest bent. Een buik vol tristesse. Niet alleen de zwaarte, maar ook de moeheid van puzzelstukken die in de trage uren op hun plaats vallen. Maar ik weet ook dat er dagen zijn waarop je de dag plukt op het zwevende moment van het mogelijke, op het broze ogenblik dat twee ogen elkaar aanzien als werkelijk. Ik vergeet ze niet, omdat het net die dagen zijn die mij vrolijk maken, omdat het uren zijn die ik met jou kan delen, en waarin ik vleugels heb. Ze leren me ook me neer te leggen bij het feit dat ik zonder jou op wankele woordenkrukken strompel, juist omdat ze me de mogelijkheid geven om te geloven in een eeuwigheid met jou.
"Ik: Wat was dat? Jij: Het was gewoon de liefde Ik: Zo, dus jij bedondert me ook."
En hoe het soms lijkt dat liefde een paranoia is, de grote illusie der vervulling. Maar hoe een kus voor jou het leven kan betekenen..
"Waarom luisteren wij tot onze oren bloeden naar een liefde die ons het masker ontneemt zonder welk we niet durven leven? En hoe edel wij ook zijn met onze geverfde ogen, tegelijk kunnen we ook mét ons ambermasker niet leven. Liefde opent onze ware 'zelf' in maanlijnen en appelpaden."
En hoe. Ik leg mijn oor te horen op de zachtheid van je buik, alsof de lucht erin mij de woorden zal toefluisteren. Ik trek je tegen me aan en rits je rug ,wervel voor wervel, dicht.
Your love has made me drunk, my hands are trembling. I am intoxicated. I don't know what I am doing."
"I think you're a genius," I said across the digital miles, "And you have nice hands." (I meant it, too...)
you push me to dream the DREAMS too big for me to WISH for myself
i sent my heart along the wires
bravery and desire and faith and love like a box containing treasures
I love to make love to you baby,
and the lights go out and I can't be saved tides that I tried to swim against have brought me down upon my knees. maar het is goed, oké zoals het is, ik voel me goed, maybe complete. hier met jou naast mij, gewoon hand in hand terwijl kilometers als gras en wegen aan de ruiten voorbij glijden, and baby they say the best is yet to come ;) wat zal het dan worden? ;) i wanna be your girl tonight, voor altijd wij samen. wij zullen gelukkig zijn, gelukkig blijven. and if I hurted you then I'm sorry, please don't think that this was easy. but i'm naked before you baby, naked in my thoughts. cause we both know what it's like to be alone weten we dat het goed is zo samen te zijn. i know happiness fades away, but when i'm with you i'm oké, ik kan vergeten al wat ik ooit verkeerd gedacht heb, al de monstergedachten in mijn hoofd. jij bent mijn monsteropvretertje, je red me van mezelf. do you know how much i love you? en dit is niet overdreven maar de waarheid in mijn hoofd. and maybe love is just the thoughts in your head and the way we act so foolishly? ;) Confusion never stops maar misschien kan ik je gelukkig proberen te maken? je bent oké zoals je bent, you don't have to change, you even make me wanna be myself, the one you love :$ en zo kan ik nog veel domme dingen schrijven, maar zul je geloven wat ik zeg? ze opnemen in je hersenen of ze afdoen als "overdreven"? in mijn liefde voor jou overdrijf ik misschien, but i'm a part of the disease. and you are a part of the cure.
You are, you are, you are You are, you are, you are
And nothing else compares And nothing else compares And nothing else compares
You are You are
Home, home where I wanted to go Home, home where I wanted to go
You are my home, my home You are my home, my home
you and me, forever and ever
tot liefs liefste, yours forever...
ik was aan het denken hoe je zonder woorden toch kunt zeggen wat je wilt... "en dat ik geen woorden meer had om te zeggen wat ik bedoel" wanneer ben je het meest gelukkig "het wordt stil erg stil, niemand heeft woorden nog" nodig, neemt mijn hoofd in zijn handen "lig bij me aan, ik zwijg, ik heb je nodig" misschien kunnen we de sterren tellen "en zo de maan vinden in elkaars ogen" kom, we kunnen nu nog weg "laten we verdwijnen"
we redden het wel. Jij en ik (oh!) en ik ben vierentwintig. bijna vijfentwintig. (zoveel tijd en zo veel te doen maar eigenlijk zo weinig. ik vind je dapper.)
"lief" kom, laten we rennen nu in het gras het hol van het Witte Konijn wacht
"ik wil je nog zeggen wat ik voel" *stilte
ik schrijf een gedicht, nu vannacht, onder het licht van een kaars, en later zul jij bij mij zijn, je ogen zullen stralen, in het donker enkel wij zullen zijn, ik lees je voor bij kamerlicht, het wordt zacht tussen ons in, en niemand kan het begrijpen...
ik kan met al mijn zintuigen praten nu.
alsof jij me aanraakt, me voelt, me kust en ik je handen kan voelen reiken in mijn binnenste binnen, je kan voelen bewegen in het bloed van mijn aderen
het danst, het gloeit in mijn aderen alsof ieder stukje en beetje van jou mij levensadem geeft om door te gaan, niet op te geven
te weten dat jij hier bij me staat, en ik enkel mijn hand hoef uit te steken...
Het lijkt alsof de lucht mijn deken is, en ik mijn hoofd het liefst te rusten leg op het kussen van je longen, de plek waar jouw hart en het mijne tikt,
Het lijkt alsof de zon mijn adem kust, en jij je lippen op de mijne legt, als in het woord rust, de letter waarin ik je voel bewegen.
Het lijkt alsof de wind het zingt, ons zingt en in de armen sluit, "genoeg gedicht over de liefde vandaag", laat ons nu maar beleven, geven, ons overgeven aan elkaar...
It's a silly time to learn to swim when you start to drown..
mijn ogen vliegen over de huizen heen en weer bollen mijn oogleden op ik bekijk, betast mensen met mijn kijken mijn kijken dat geen zuiver kijken is geen enkel kan mij nog bekoren
wie ben jij die ik ontmoette in het hoge gras van dromen wie ben jij die ik knuffelend kus jij bent diegene die mij dit schouwspel brengt huizen wiegend heen en weer
de mens is slechts een mens in al zijn tastend handelen "het is tijd, het is tijd" kom hier dat je bij me ligt, vergeet de seconde die voortvloeit ik raak je aan.
jij raakt me aan wij strelen, likken, kussen, bijten mijn blik wordt groots voor jouw ogen jij bent de landkaart voor het lichaam dat ik ben
One word, that's all you said something in your voice caused me to turn my head.
your smile just captured me and you were in my future as far as I could see and I don't know how it happened, but it happened still you asked me if I love you, if I always will
well you had me from "Hello" I felt love start to grow the moment that I looked into your eyes, you won me it was over from the start you completely stole my heart and now i can't let go I never even had a chance you know you had me from Hello .
Ik wou dat ik je nog nooit ontmoet had, ik wou dat ik je nog moest ontmoeten, met in mijn achterhoofd het vage idee van een man die ik kon liefhebben. Ik wou dat ik jou kon tegenkomen op de hoek van de straat en jij simpelweg hallo zou zeggen en ik zou weten wat te doen, jou vasthouden tot het einde der dagen
Zijn ogen vielen dicht alsof hij in een bodemloze put vol slaap viel. En niet het landen was het doel maar het vallen, het vallen op zich. Alsof het vallen alles inhield wat hij in zijn leven niet kon, waar hij grenzeloos voor vocht. En ik keek naar hem, hoe hij zijn dromen schikte rond zich heen en zichzelf in de dwangbuis van de slaap dwong. In zijn hals bonkte zijn hart, alsof het hard en rood naar buiten wou maar niet verder kon dat dit tere witte vlees dat aan de oppervlakte blonk. Hoe gemakkelijk zou het zijn hem nu te vermoorden Maar ik deed het niet, hij leek zo kwetsbaar, zo lieflijk en vredig terwijl het leek alsof hij achter zijn oogleden een gevecht op leven en dood uitvocht. Zijn eigen innerlijke oorlog. Ik voelde zijn onderhuidse tranen krabben aan zijn vel om hem open te snijden. Ik hield mijn handen op zijn zachte huid en ik voelde hem kalmeren. Stilletjes zwom hij verder door zijn dromen, af en toe vechtend met de slangen van zijn eigen angst waardoor
ook ik in de klappen deelde. Nog mooier dan in werkelijkheid was zijn droomgestalte. Hij werd een Viking, een krijger in het diepst van zijn gedachten. Enkel nog gericht op de jacht, met als enig doel het vallen, het vallen op zich om de jacht op de angst te voltooien. Het vallen in mijn armen waarin ik hem in slaap zou wiegen, die zachte rode aardbeienlippen zou leeglikken en die oogkassen die zouden opbollen als het zeil waarin ik onze liefde wou vangen. Alles wat ik hem nog wou zeggen, lag als een sprookje in mijn handen: ik hou van jou en ik ben niet bang. Ik ben niet meer bang van de val want jij zult mij vangen. Ik ben niet bang meer van de liefde want jij zult van mij houden. Ik ben niet bang meer van mijn dromen want jij zult ze weer in slaap wiegen. En in dat zachte moment dat tijd opslokte als een zwart gat werden wij één. Voor één keer werd ik een jager, en hij voelde zich even de prooi. Toen vloeiden we over in elkaar en werden we jager, prooi in één. We werden wij en ik voelde me goed in dat grote vel dat ons omspande als de sterrenhemel in een donkere nacht. Ik voelde me goed in de huid die ik bewoonde als een zwerver in een kraakpand: altijd klaar om desnoods weer op de vlucht te slaan, met alle gevolgen en littekens vandien. Toen ik deze gedachten in mijn vingers las, opende jij je diepe ogen en ik voelde je tevredenheid. Je krulde je op in mijn gedachten en met open armen gaf ik je mijn liefde, opnieuw en opnieuw. We waren elkaars jager, we waren elkaars prooi. We vonden elkaar in dit bed vol liefde, vol strijdtoneel. Mijn Viking, mijn krijger, mijn Ierse koning, hier lig ik dan. Met mijn hart in mijn handen. Neem me, neem mijn hart, neem me mee naar het diepst van je gedachten, naar het kasteel dat je bewoont met al je dromen. Ik zal er altijd voor je zijn en ooit zal ik je misschien kunnen tonen dat jij de nachthemel bent die mij koestert in het donkerste van mijn gedachten, met jouw ogen als de sterren die mij zullen leiden naar het hemelrijk in jouw armen
Ik bleef naar je kijken tot je aan de horizon verbleekte. Je keek niet om. (Toch niet fysiek.) Maar ik wist ook dat indien je voeten ook maar één seconde zouden aarzelen en je hoofd ook maar één millimeter zou draaien, ik naar je toe zou lopen en je nooit meer zou laten gaan...
Want tijdens de uren die we doorbrachten, besefte ik maar al te goed wat ik dacht dat ik voor je voelde. Maar ik zei het je niet, omdat ik bang was dat ik je anders nooit meer zou zien. Want voor jezelf en van jezelf zou je het waarschijnlijk nooit zien, alsof je steeds door troebel glas naar de wereld staarde...
De lucht tussen hen leek te knetteren van elektriciteit. Hij aarzelde, onzeker van zichzelf en van haar reactie. Toen raakten zijn lippen de hare en sloeg zij haar armen om zijn nek en trok hem tegen zich aan. Al het andere was vergeten.
The greatest thing a man/woman will learn, is to love and be loved in return...
En als de dagen voorbij zijn, voorbij de kalender geteld zijn, glijden de uren tussen onze vingers door als de pasgewassen lakens op onze lichamen. Het licht trekt weg in de muren en we zuchten synochroon als jouw hand de mijne grijpt. Zacht kus ik één na één je vingers. Het is laat, te laat, om nu nog weg te gaan. Maar je gaat, je gaat weg, en kijkt niet om. Het zou zo gemakkelijk zijn geweest om naar jou toe te lopen, jouw handen te pakken, jouw vingers te kussen, mij tegen jou aan te vlijen in je vertrouwde geur van zweet en douchegel en mij te laten troosten, alsof het de laatste keer was dat ik jou zou zien. Het was echter het enige dat ik nog wou wensen- het gevoel in je armen te liggen en te zien hoe jij naar mij keek, ondanks alles.
Verdoofd lig ik na te staren als je weg bent, ik voel de tintelingen van je strelingen nog, je zachte kussen die mij de mond snoerden. En ik wacht, ik tel de dagen af. Van vooraf aan opnieuw, blind, verblind, door de maan in je ogen...
En niet het snijden doet zo'n pijn, maar het afgesneden zijn...
Toevallige ontmoetingen tussen toevallige mensen, die later niet zo toevallig blijken te zijn. Geplant, verplant de hoop. Ik tel de dagen, maar je laat me de tel kwijt raken. Een volmaakte cirkel. M'n hart verdwaalt. M'n hoofd is gevuld met alle benamingen die bestaan, figuren en hun betekenissen, jouw vuur in mij. Een sprookje om aan generaties te vertellen. De dochter van de zon, die op aarde kwam om het geluk te vinden. De dochter van de zon, en de zoon van de maan.
Zo fluister jij me in de oren, en ik zucht tevreden omdat ik vond wat ik zocht bij jou. Blind verblind door het sterke zonlicht staar ik in je oeverloze gedachten, en wacht, verwacht bericht. Ik krijg je woorden in mijn mond, ik proef ze op mijn tong, laat ze draaien voor de smaak en slikt ze dan zachtjes door alsof het om de duurste wijnsoort gaat. Ik wacht, ik verwacht jouw zijn bij mij. Dochter van de zon, zoon van de maan. Blind, verblind, door de zon, door de maan, en de regenwolken die hen verbinden tellen wij de dagen af...
er is een manier om op jou te wachten. ik zit en huil mijn tranen leeg. het is een nacht om te schrijven 'de maan is eeen kopje
chinees porselein aan scherven gevallen' of, zoals je me ooit voordeed, 'ver weg huivert de nacht geel' en ik drink nu enkel nog
kleine slokjes, bij beetjes uit piepschuim. er is een manier om te wachten - te zitten en denken aan de
tijd toen het water boven onze hoofden sloot - en er is een tijd om te wachten. met jouw hand in mijn haar en je knie die in de mijne ligt te verdwalen.
er is een hoop om te wachten. als ik denk aan hoe ik jou verloren heb - en hoe je steeds terugkomt, zweeft tussen
jou en mij- zo zou ik vannacht trieste verzen kunnen schrijven. maar dat is alles het wachten niet waard. kom, kom
Ik had die dag met hem afgesproken. Het was een mooie dag, blauw en rustig. Ik stond te wachten aan de parking op het plein en ik zag hem afkomen op zijn brommer, zoals zovele keren ervoor. Maar deze keer sloeg ik het beeld in al zijn details op, omdat ik wist dat het misschien de laatste keer was dat ik hem zo ongedwongen zag. Het zou zo gemakkelijk zijn geweest om naar hem toe te lopen, zijn handen te pakken, zijn vingers te kussen, zich tegen hem aan te vlijen in zijn vertrouwde geur van zweet en douchegel en zich te laten troosten. Maar er was geen troosten meer aan dit verdriet, het was al te ver gevorderd, als een kanker was het plots uitgewoekerd in de fundering van onze relatie. Het was echter het enige dat ik nog wou wensen- het gevoel in zijn armen te liggen en te zien hoe hij naar mij keek, ondanks alles.
Hij keek naar mij alsof hij door mij heen keek, niet naar mij keek maar naar iets anders, een kale muur of zo. Hij keek niet meer naar de persoon die enkel hij kon zien, de persoon die niemand ooit had gezien of nog zou zien. Ik had het akelige gevoel dat hij mij nog enkel zag zoals iedereen mij zag, met de berusting dat ik toch ook maar een mens was. En als hij nu maar zijn armen om mij heen had geslagen, of als hij zich had laten gaan en een beroep had gedaan op mij... Maar nee, dat deed hij niet. Hij wachtte slechts met hard toegeknepen lippen en keek mij aan met die mooie ogen, die mij plotseling op een afschuwelijke manier koude rillingen gaven, alsof er diep in mij een mes gestoken was waarbij mijn vlees werd samengetrokken en mijn neus verging van de schroeiende geur van verbrand vlees, pijnlijke herinneringen.
De tijd terugdraaien naar de eerste keer, de aarzelende drie kussen op de wang en daarna een op zijn zachte lippen, de verwondering in zijn ogen,de aarzelende hand in de hare, ze zou het niet licht vergeten. Want 's nachts als ze sliep dan droomde ze, onrustige dromen,waarin zijn gezicht haar achtervolgde, hoe ze rolden door het gras, dolgelukkig met elkaar. En hoe langzamerhand breuken waren ontstaan, kloven tussen hen in die ze negeerden maar uiteindelijk zo groot groeiden dat ook hun vingertoppen elkaar niet meer konden raken.
(...)
Ze draaide zich om en liep de deur in, terug naar binnen. Op de hoek bleef ze even staan. Als hij nu nog haar stond te kijken, zou ze teruggaan, want ze had pijn in haar borst en branderige ogen en ze hield het niet meer. Ze haalde diep adem en keek om, maar hij draalde slechts even en stapte toen resoluut weg. Weg van haar, weg van een verleden vol pijn, maar ook vol vreugde.
(...)
En in tranen vroeg ze af hoe het kwam dat zijn optelsom negatief uitkwam. Wat was er dat ze verkeerd gedaan had? Ze begreep dat hij dit nodig had, deze vrijheid, dat zij hem verstikte, dat ze moest veranderen. Ze begreep zoveel maar toch verstond ze er zich niet aan dat hij het ene moment zei dat hij niet meer wist of hij haar nog graag zag en het andere moment schreef "ik hou van jou, maar ik heb dit nodig...". Het warrelde zo in haar hoofd dat alles duizelde, wat was er echt gebeurd, wat was er later aan toegevoegd? Misschien moest ze het daarom maar opschrijven, om haar gemis uit te vlakken, aan te tonen dat het toch maar "een liefde" was. Maar wat als ze dan tot de conclusie kwam dat het "dé liefde" was? Maar vanuit haar eigen gevoelens en gedachten kwam er geen antwoord meer want langzaam gleed ze weer met open ogen in de bodemloze zwarte put van de slaap.
Ze ligt in bed als water op een spiegel: bleek en zonder woorden, hard opeengeknepen lippen. Ze droomt, zweeft verder, het lijkt alsof ze woorden op de muren schrijft met het bloed dat in al haar verdriet uit haar ogen stroomt. "Ik wou dat ik je kon zeggen wat je wilt horen maar ook ik heb geen woorden meer voor de wonde die mijn hart bedekt.."vloekt ze, en krast ze in haar armen.
(...)
"Hoe weet je na een paar minuten dat je iemand mag? Waarom was ik tot hem aangetrokken en niet pakweg op de jongen een meter links van hem? Want het was niet alleen zijn gezicht, of de prachtige vorm van zijn lichaam of zelfs niet de manier waarop hij zich voorbewoog dat hem aantrekkelijk maakte. Het was iets waarop je geen vat had, waarop je geen vinger kunt leggen zoals op een stofje. Je weet alleen dat het toen gebeurde, op dat moment, ergens in mei op een mooie dag. Hoe je voelt dat zijn ogen je taxeren, zich in hem opnemen. Hoe je schuchter lacht en dichterbij tracht te komen. Hoe je dicht tegen hem aanleunt en hij met één vinger je arm streelt."
Ze ligt in bed als water op een spiegel: bleek en zonder woorden, hard opeengeknepen lippen. Ze droomt, zweeft verder, het lijkt alsof ze woorden op de muren schrijft met het bloed dat in al haar verdriet uit haar ogen stroomt. "Ik wou dat ik je kon zeggen wat je wilt horen maar ook ik heb geen woorden meer voor de wonde die mijn hart bedekt.."vloekt ze, en krast ze in haar armen.
(...)
"Hoe weet je na een paar minuten dat je iemand mag? Waarom was ik tot hem aangetrokken en niet pakweg op de jongen een meter links van hem? Want het was niet alleen zijn gezicht, of de prachtige vorm van zijn lichaam of zelfs niet de manier waarop hij zich voorbewoog dat hem aantrekkelijk maakte. Het was iets waarop je geen vat had, waarop je geen vinger kunt leggen zoals op een stofje. Je weet alleen dat het toen gebeurde, op dat moment, ergens in mei op een mooie dag. Hoe je voelt dat zijn ogen je taxeren, zich in hem opnemen. Hoe je schuchter lacht en dichterbij tracht te komen. Hoe je dicht tegen hem aanleunt en hij met één vinger je arm streelt."
Op de avond dat ik weer voor het eerst wolken uitademde, zocht ik je. Je was er niet, maar hoe hard m'n hart ook klopte, het had geen haast, zoals dit nooit haast zal hebben. De kleuren aan de horizon zingen een slaapliedje, zonsondergangen als geduldige woorden, langgerekte zinnen, oneindige verhalen. Cirkels in geruststellende pasteltinten, de warmte in de nacht en de volgende dag. Wanneer de sneeuw valt zal ik alles op het grasveld schrijven, en wanneer de zomerzon de woorden weg smelt zullen onze woorden misschien meesmelten.