Op de avond dat ik weer voor het eerst wolken uitademde, zocht ik je. Je was er niet, maar hoe hard m'n hart ook klopte, het had geen haast, zoals dit nooit haast zal hebben. De kleuren aan de horizon zingen een slaapliedje, zonsondergangen als geduldige woorden, langgerekte zinnen, oneindige verhalen. Cirkels in geruststellende pasteltinten, de warmte in de nacht en de volgende dag. Wanneer de sneeuw valt zal ik alles op het grasveld schrijven, en wanneer de zomerzon de woorden weg smelt zullen onze woorden misschien meesmelten.