Vrijdagochtend vertrok ik al vroeg richting Queenstown, de stad die in NZ bekend staat om de vele avontuurlijke dingen die er te beleven vallen zoals bungeejumpen, raften, jetboaten,...
Voor ik in Queenstown arriveerde bezocht ik eerst een oude goudmijn. De streek was vroeger druk bewoond door goudzoekers, vooral chinezen. Dit is te zien aan de vele kleine huisjes die er nog overblijven. Op het einde van de tocht door de goudmijn heb ik ook geprobeerd goud te zoeken (goldpanning), maar jammer genoeg niks gevonden!
Daarna zette ik mijn tocht verder richting Queenstown. Vlak voor je Queenstown binnenrijdt is er een groot Bungeejump centrum. Dit is ook de plaats waar er voor het eerst gebunjeejumpt is in NZ. Even een korte stop gemaakt, en toegekeken hoe anderen de sprong wagen, maar zelf veilig op de grond gebleven!
Daarna zette ik mijn tocht verder richting het hotel. Daar werd ik overweldigd door het enorme aanbod aan activiteiten. Uiteindelijk besloot ik om op zaterdag te gaan jetboaten en kayakken en op zondag met de Earnslaw, een groot stoomschip te gaan varen. Nadat alles geboekt was trok ik richting het centrum om Queenstown te gaan verkennen. En daarna kroop ik op tijd mijn bed in want de zaterdagochtend kwamen ze me al rond 7.15 ophalen.
Zaterdag trokken we met een bus richting de Dart River in Glenochy, 45 min rijden van Queenstown. Daar aangekomen bleek dat ik als enig mee moest met een groep van 14. Gelukkig waren het echte kiwis en waren ze super vriendelijk, ik werd direct in de groep opgenomen! We kregen allemaal een wetsuite en een Lifejacket en een warme fleece, want het weer was niet optimaal. Gelukkig klaarde het uit in de voormiddag en was het aangenaam weer om een hele dag op het water door te brengen!
De tocht startte met de jetboat voor ongeveer 1.5u. Een jetboat kan varen op water van 10 cm, gaat enorm snel en scheert langs de rotsen, maakt een spin van 360°. Het is echt iets super leuk om te doen en helemaal niet gevaarlijk! Na 1.5u op de jetboat werden we langs de rivier gedropt met onze kayaks. Het waren speciale kayaks, we moesten ze eerst nog oppompen voor we konden vertrekken. Iedereen ging per 2 in een boot, ik zat veilig, bij een van de gidsen! De rivier stond hoger dan gewoonlijk en er was iets meer stroming, af en toe was er dus een kayak die omkantelde! Rond de middag stopten we langs de rivier en er stond een hele lunchtafel voor ons klaar! Daarna gingen we met zijn allen in kleine kanyon en hierna zetten we onze tocht verder. Het uitzicht en de omgeving waren adembenemend!
Toen we onze kayaktocht beëindigden hadden we nog een een bustrip van een half uur voor de boeg door 1 van de 15 nationale parken in NZ. We passeerden enkele locaties waar er scenes uit Lord of the Rings, Narnia en Wolverine waren opgenomen. Maar meer dan bos en open vlakten valt er niet echt te zien. Je moet dus niet speciaal voor de Lord of the Rings naar NZ komen!
s Avonds bracht ik mijn avond door in het hotel met de andere gasten en keken we met zijn allen een film.
Zondag trok ik tegen kwart voor 10 richting Queenstown Centrum, naar de aanlegplaats van de Earnslaw, een oud stoomschip dat al vele jaren op Lake Wakatipu vaart. Vandaag de dag vaart deze boot 3 keer per dag richting de Walter Peak Farm, een boerderij aan de andere kant van het meer, 11 km van Queenstown, een half uurtje varen. Met de auto vanuit Queenstown is het 3.5u rijden. Op de boerderij kregen we een demonstratie van hoe schapen worden bijeengehaald door de Border Collie, hoe een schaap wordt geschoren, kregen we de Alpacas, Schotse Highland koeien en hertjes te zien. Niet veel speciaals, maar het is dan ook puur op toeristen gericht die nog nooit een schaap van dichtbij gezien hebben. Niet echt de moeite waard, maar de Earnslaw maakte veel goed!
In de namiddag bracht ik mijn namiddag door in het Kiwi en Birdlife park. Hier zitten een aantal typische Nieuw Zeelandse vogels en natuurlijk de Kiwi. De kiwi is een ongelooflijk leuke vogel, maar moeilijk te zien! Het is een nachtvogel, in het kiwiverblijf is dag en nacht dan ook omgedraaid. Bij het binnengaan moet je ongelooflijk stil zijn(de kiwi hoort en ziet alles en is een bange en gevoelige vogel)en is het wel even wennen aan het donker. Maar ze zijn echt ongelooflijk leuk om te zien!
Er was ook een show met een aantal vogels, een possum(buidelrat, een echte plaag in NZ) en een Tuatara. De Tuatara lijkt een beetje op een Leguaan, maar het is de enige Dinosaurus die vandaag de dag nog leeft. Hij leeft al sinds de tijd van de dinosaurussen en is sindsdien nog niet veel veranderd. Het park is niet echt groot, maar wel 1 van de beste plaatsen om kiwis te zien!
Hierna ging ik met de Gondola (soort skilift) helemaal naar boven, voor een fantastisch uitzicht over Queenstown en het meer. s Avonds was het filmavond in het hotel, dus heb ik mijn avond daar doorgebracht.
Op maandag trok ik richting Arrowtown, een klein stadje op 20 min van Queenstown. Het was vroeger een stadje dat druk bewoond was door goudzoekers die hoopten hun rijkdom te vinden in de Arrow River. Een gezellig stadje met veel oude mijnwerkershuisjes in een prachtige omgeving!
Na lunchtijd vertrok ik richting Springbank Farm, ik had nog een 4u durende autorit voor de boeg.