Het (post)seculier perspectief van Jürgen Habermas
*gelegenheidsrede: Glauben und Wissen
=> over religie, secularisering en filosofie
=> maand na 11 september: °begrip postseculiere samenleving
=> belang van wederzijdse tolerantie tussen religieuze en seculiere levensbeschouwingen
=> feit dat seculiere samenlevingen moeten leren omgaan met blijvende aanwezigheid van religie
=> rede moet zich luisterend optellen tav religieuze discours
*Religion in der öffentlichkeit
=> plaats van religie in politieke besluitsvormingsproces
*vier onderdelen in deze tekst:
1) recent werk van Habermas over religie binnen bredere context van zijn werk over religie, moderniteit en filosofie
2) wat is de postseculiere benadering
3) gevolgen van religie in het politieke besluitsvormingsproces
4) opsomming kritische vragen
1. Habermas over religie en filosofie
* rol die religie speelt in zijn werk is geëvolueerd doorheen de tijd
=> vroegere werk eerder negatieve beschrijvende houding tav religie
=> hoofdwerk: Theorie des kommunikativen Handelns: religie vanuit sociologisch perspectief bekeken als premoderne en dus achterhaalde vorm van sociale integratie en bron van betekenis
=>in gesprek met werk van Herbert Mead, Durkheim en Weber, komt religie aan bod als een tijdelijke overgangsfase in lineaire proces van modernisering van ons wereldbeeld en cultuur, dat zich kenmerkt door rationalisering, differentiëring en onttovering
=> doorheen jaren 80 en 90: constructievere houding tav religie: in dialoog met theologen en godsdienstfilosofen, toch in werk Religion and Rationality eerder beperkte positiewijziging: religie heeft een rol dat de filosofie niet kan opnemen, maar deze rol beperkt zich tot het verstrekken van existentiële troost.
=> religie krijgt dus existentiële functie in private sfeer, maar nog steeds weinig aandacht voor publieke rol van religie
*als rode draad doorheen werk van Habermas: filosofische project moet worden opgevat als een conceptualiserings- en rationaliseringsproces van betekenissen die eerder via religie werden aangebracht.
=> filosofie is een vertaalprogramma die de profane betekenis wil redden van interpersoonlijke en existentiële ervaringen, om zo die betekenissen voor iedereen toegankelijk te maken.
=> filosofie moet betekenis op een redelijke en dus voor iedereen toegankelijke manier verwoorden en zo de religie overbodig maken.
*enerzijds heeft Habermas al lange tijd oog voor vorm van redenerende ononderbroken samenhang tussen het religieuze discours, en de seculiere filosofie.
anderzijds wijst hij op redicale verschil tss geloof en rede. Religie laat zich immers owv haar sacrale karakter niet zomaar rationaliseren.
En religie claimt ook omvattende waarheidsaanspraken, die zich moeilijk verhouden tav de onderscheiden geldigheidsclaims.
=> Habermas lijkt daar initieel de besluiten dat religie moet achterblijven als een premodern en betekenisloos restverschijnsel in het moderniseringsproces.
*later werk: religie vanuit een meer positieve bril
=> Webers onttovering zorgde idd voor teloorgang religie als sociaal bindmiddel
=> opkomst liberale rechtstaat zorgde voor secularisering van staatsmacht: macht niet langer door gratie god gelegitimeerd
=> secularisering moet niet betekenen dat moderniteit en religie niet kan samen gaan => religie moet zich gewoon transformeren
=> na 2001 nadruk op blijvende aanwezigheid van religie, heeft blijvend betekenispotentieel => vertalingstaak van filosofie is nog ni ten einde, pleit voor een postmetafysische filosofie : die moet rekening houden met religie, en moet het naast elkaar bestaan van moderniteit en religie aanvaarden.
=> postmetafysische filosofie: bewust van eigen genealogie (= afkomst/verwantschap) => wortels in het verhelleniseerde joods-christelijke gedachtegoed
=> moet zowel de metafysica, religie en voorgeschiedenis erkennen => gedeelde afkomst in wereldbeschouwelijke revolutie van de axiale periode
=> Habermas wijst op de complementariteit van geloof en rede in tijdperk tss axiale periode en verlichting
=> verwerpt daarom 2 zaken:
a) visie op verlichting die met oogkleppen op de religie elke vorm van betekenis ontzegt
b) Hegeliaanse opvatting: religie nog slechts waarde als vorstellendes denken, ondergeschikt aan de filosofie
=> secularisering is voor Habermas geen filter die de inhouden van de verschillende tradities van elkaar scheidt, maar een transformer die tradities herbestemt.
=> moderniteit is niet zomaar resultaat van secularisering, wel resultaat dat voor goed zelfbegrip zich bewust moet zijn van haar theologische wortels
=> postmetafysische denken: erft niet enkel van metafysica, ook van axiale religies => daarom bewust worden dat het erfgoed vol zeer complexe en verknoopte verhoudingen zit waar geloof en rede niet zomaar uit elkaar te halen is
=> Habermas verschilt ven mening met de paus : zie tekst + Habermes beoordelde Kant en ont-hellenisering positiever
*conclusie:
=> aandacht voor blijvende betekenispotentieel van religieuze discours = & van zijn drijfveren om religieuze standpunten en argumenten plats te geven in politieke besluitsvormingsproces
=> filosofie kan het eigene van religie niet uitputtend vatten => religie = meer dan verzameling vertaalbare betekenissen: opake kern die vreemd blijft voor filosofie
2. het postseculiere perspectief
*Habermas vaak misbegrepen (kijk tekst)
*inzicht dat ondanks geloofsterugval & secularisering, religie publieke en politieke betekenis kan blijven vervullen => functieverlies & individualisering v religie hoeven niet naar betekenisverlies te leiden
*postseculiere verwijst nr bewustzijnsverandering die erkent dat religie, ondacht versnelde modernisering, binnen afzienbare tijd niet helemaal zal verdwijnen. Stelt zich in op het voorbestaan van religieuze gemeenschappen in een voortdurende seculariserende omgeving.
*ook duidelijk over politiek, democratie en grondrechten:
=> verworvenheden liberale rechtsstaat mogen niet in vraag gesteld worden, ook niet door religies
=> staatsmacht = gerechtvaardigd op niet-religieuze gronden & God is ondergeschikt aan democratische besluitvorming inzake publieke aangelegenheden
=> waar geen seculiere democratische rechtsstaat is kan ook geen postseculiere samenleving bestaan.
* in lijn met Rawls' politiek liberalisme: overheid moet gelijke afstand houden van seculier naturalistische als religieuze denkbeelden
=> postsecularisme is contrast met secularistische overheid
=> neutraliteit overheid = niet verenigbaar met politieke veralgemening van seculiere wereldvisie, en is geen vrijgeleide om met politieke middelen de plaats van religie in de samenleving te miskennen of bestrijden
=> seculiere als religieuze tradities moeten elkaar wederzijds tolereren en ernstig nemen. Impliceert wederzijdse luisterbereidheid in een gezamenlijk en complementair leerproces => inspanning om tot dialogische co-existentie te komen.
*religieuze zijde heeft taak om reflexieve religie te ontwikkelen. 3 zaken:
a) religie moet godsdienstvrijheid erkennen en ruimte laten voor redelijke onenigheid over geloofswaarheden en levensbeschouwelijke kwesties
b)autonomie en het gezag van wetenschap erkennen als bron v kennis vd wereld => ervoor zorgen dat geloofsovertuigingen en wetenschappelijke kennis elkaar niet tegenspreken
c) erkennen dat politieke orde i een moderne pluralistische samenleving is gebaseerd op profane moraal, gestoeld op universele waarden van vrijheid en gelijkheid. Deze waarden moeten geïnternaliseerd worden: op reflexieve wijze gereconstrueerd uit overgeleverde geloofswaarden zelf.
=> alleen als religie hieraan voldoet kan deze ernstig genomen worden in post seculiere politieke debat
*seculiere zijde: naturalisme evolueren naar postmetafysische denken
=> filosofen moeten seculiere traditie op reflexieve wijze opnemen en politieke relativiteit van metafysische aanspraken erkennen
a) naturalisme afstapt van siëntistische reductie van werkelijkheid tot doodse reeks v causaal gedetermineerde interacties. naast empirisch instrumentele rationaliteit ook moreel praktische redelijkheid erkennen
b) naturalisten erkennen dat ze de irrationaliteit van religieuze denkbeelden niet kunnen aantonen. Religie is niet onredelijk & moet niet beschouwd worden als achterhaald fenomeen dat gedoemd is te verdwijnen. Religies moeten erkend worden als bewaarplaatsen voor betekenissen die nog niet uitputtend vertaald zijn.
=> Habermas overtuigd dat religieuze tradities ook vandaag nog zeggingskracht hebben als het gaat over morele intuities te maken met kwetsbaarheid vd mens en menselijk samenleving. Volstaat niet religie enkel op vrijblijvende manier te tolereren als restanten die enkel betekenis dragen vr gelovigen.
*conclusie:
=> tolerantie vereist actief engagement dat inhoudelijke en constitutieve betekenis van religie ernstig wil nemen
=> belang vh religieuze bewustzijn dat gerechtigheid nog niet gerealiseerd is
=> religies kunnen bijdragen ah besef dat we als mens steeds met tekorten moeten leven, maar dat het niettemin mogelijk en waardevol is om zich te engageren voor meer gerechtigheid.
3. Religie en de neutraliteit van de publieke rede
*plaats van religieuze redenen in publieke ruimte en politiek besluitvormingsproces
*legitimiteit publieke besluitvorming nauw verbonden met redelijkheid van publieke debat => discursieve redelijkheid verder uitgewerkt in ideale gesprekssituatie: gesprekspartners zien elkaar als gelijken, los van macht en vooroordelen. Machtsvrije communicatie uitgangspunt voor omvattende handelingstheorie dat menselijke handelingen gecoördineerd moeten w op basis van redelijke overeenstemming tss alle betrokkenen.
*deliberatieve model van democratie:
=> collectief beslissingssysteem, en behelst meer dan verkiezingen en representatie
=> participatie v burgers en middenveld is zeer belangrijk evenals publieke en redelijke deliberatie tss zoveel mogelijk betrokken burgers
=> analyse van publieke ruimte en publieke rede daarom centraal aandachtspunt
*legitiem politieke beslissingen omtrent fundamentele kwesties in pluralistische samenleving moet steeds gebaseerd zijn op vorm v redelijke overeenstemming. anders is politieke macht partijdig en zelfs een repressieve dwangmacht
=> om dat te vermijden: houden aan morele duty of civility door burgers en politici : posities inzake fundamentele politieke kwestiess moeten verantwoord worden in termen die ook voor andere mensen met andere overtuigingen toegankelijk zijn en door hen redelijkerwijs aanvaard kunnen worden => dit zijn seculiere redenen
= neutraliteit in liberale politieke filosofie
=> wetten/vonissen/... moeten uitsluitend neutraal geformuleerd en gerechtvaardigs worden, overheidsbeleid mag nooit als doel hebben om particuliere levensbeschouwing te bevoor of benadelen.
=> liberale uitgangspunt: overheid moet haar burgers al vrije en gelijke individuen behandelen.
*proviso van institutionele vertaalbaarheid:
onderscheid tussen informele publieke ruimte van middenveld die een belangrijke rol hebben in opinievorming en formeel georganieerde politieke ruimte die doet aan besluitvorming. Enkel op het eerste niveau mogen religieuze argumenten en redenen de kop opsteken, op het tweede niveau moeten deze al vertaald zijn naar seculiere, voor iedereen toegankelijke redenen.
=> de input vanuit religieuze tradities moeten noodzakelijk vertaalbaar zijn en dit moet gebeuren in informele publieke ruimte zelf.
*middenpositie tussen inclusionisten en exclusionisten : zie tekst (+3 redenen waarom religie wel degelijk een legitieme plaats heeft).
*conclusie:
postseculiere samenleving vraag voor complementair leerproces: lasten zowel bij gelovigen als bij seculiere burgers
4. Habermas als eye-opener
*pleit ervoor om religie ernstig te nemen.
=> religie moet zich laten uitdagen door de rede, ermee in gesprek gaan en op politiek vlak aanvaarden dat de liberale democratie voorlopig voor ons de beste staatsordening is.
=> rede moet zich niet afsluiten van betekenispotentieel van religie
=> dialogale co-existentie tussen religieuze en niet-religieuze tradities en invalshoeken: niet enkel nood aan genuanceerd debat over religie, maar ook met religie.
Proposal for questions on religious identity Jaak Billiet
9.1 Voorstel omtrent religieuze identiteit
9.1.1 De meting van religie
*twee debatten over meting van religie in onderzoek:
1. debat over de dimensies van het concept religie onder sociologen, gestart in de jaren 50 en doorgegaan tot jonge jaren 70.
2. debat over de veranderende vormen van religie, begonnen in de late jaren 60 tot nu
*de meeste nadruk ligt op het eerste debat.
De klassieke dimensies van religie
*zeer veel ideeën over hoeveel en welke dimensies religies moet tellen om alle expressies van religie te kunnen omvatten
* bv consequential dimensie, ideologische dimensie, subjectieve en emotionele ervaring als expressie van religie, participatie aan religieuze activiteiten, kennis van het geloofssyteem
*aanpak van Glock en Stark waren gebruikt door zeer veel sociologen, maar er was ook empirisch en theoretische kritiek op.
De reductie van dimensies
* men was niet helemaal zeker over de consequential dimensie
* Fitcher: creed, code, cult, communion
* sommige probeerde de dimensies te reduceren op basis van empirische en statistische gronden (bv intercolleratie ect. )
De zoektocht naar meer dimensies
* ook waren er andere dat de dimensies niet verminderen, maar uitbreidden
De religieuze betrokkenheid inventaris
* Hilty, Morgan en Burns: 7 factoren => kijk tekst
De dimensie van de zoektocht
* dimensie van King, men was er niet helemaal zeker over aangezien de correlatie tussen de items laag waren
* in de jaren 80: sociale psychologen: 6 items interactionistische schaal : Batson en Ventis
Nieuwe vormen van religie: onzichtbare religie: ultieme betekenis systemen
* Een andere aanpak van religie commitment is gebaseerd op de ultieme zorgen/belangen van mensen
* Deze aanpak loopt parallel met de verminderende trend van participatie aan traditionele geloofsvormen, voornamelijk in West Europa
* Deze aanpak zoekt naar verborgen vormen van religieuze expressie
*De klassieke manier van meting werd door sommige sociologen verworpen (bv gestandaardiseerde vragenlijsten werden verworpen)
*enkele studies toonden aan dat geprivatiseerde onzichtbare religies bestaan, maar dat het geen unitair geloofssysteem vormt. Het lijkt multidimensionaal, en gerelateerd tot de traditionele religies
*Er is ook een andere aanpak: ipv ultieme betekenis systemen, alternatieve betekenis systemen.
Wat met 'civiele religie'?
*idee van Rousseau
*voornamelijk gebruikt voor Amerika
*aantal waarden, symbolen en rituelen dat gemeenschappelijk zijn voor alle leden van die samenleving, over de grenzen van religie heen.
*macro niveau
*conclusie: in de pluralistische religieuze scene van de US bestaat er een civiele religieuze dimensie, gescheiden van de kerk-typische religieuze commitment
Impliciete religie
*equivalent van civiele religie, maar dan op micro niveau
*analogie tss de 2 begrippen ligt erin dat ze beide een aantal praktijken en symbolen, zonder religieuze betekenissen, plaatsen onder het label van religie.
* de gedragingen en praktijken die impliciete religie worden genoemd, worden gevonden in crisis situaties zoals ziekte, examens en huwelijk
*Het wordt gebruikt om de paradox uit te leggen dat geloof lijkt te blijven bestaan, terwijl het aantal kerkleden blijft dalen.
9.1.2 samenvatting en discussies uit het zichtpunt van comperatieve survey onderzoek
*De discussie over dimensies is geeindigd zonder definitieve oplossing
*reden voor inconsistenties= afwezigheid van theoretische overeenkomst over de conceptualisering van religie
* Thung zei dat onderzoekers niet moesten focussen op een aantal universele dimensies van het concept religie, maar op de verandering van de inhoud van de verschillende componenten en op de verandering in de graad dat componenten intergerellateerd zijn.
De ideologische dimensie (belief: geloof, creed: geloofsbelijdenis, faith: trouw)
*ideologische dimensie in bijna alle voorstellen aanwezig
*variaties hebben te maken met 4 zaken:
a. inhoud van de leer, die veranderd met de verschillende betrokken benamingen => veel problemen bij survey onderzoek ontstaan doordat mensen de leer niet aanvaarden, maar wel zichzelf bekijken als gelovigen. Dit valt op te lossen door nieuwe gestandaardiseerde manieren van meten te zoeken en deze in de ideologische dimensie te stoppen.
b. graad van acceptatie van de leer (is in de meeste onderzoeken aanwezig)
c. persoonlijke toewijding: gemeten door bidden en andere individuele rituele praktijken. Hierdoor wordt er ook gedrag bij betrokken ipv enkel het geloof.
d. hoe centraal staat het geloof in de individuen hun leven: gemeten door de impact van religie in het dagelijkse leven, of door hoevaak men spreekt en leest over religie.
De ritualistische dimensie
*hoevaak naar de kerk en betrokkenheid daar
*altijd aanwezig in surveys, onder verschillende vormen
De intellectuele dimensie
*kennis van de religieuze geschiedenis ect
*kennis van verschillende religieuze aspecten
*aanwezig in de meeste theoretische studies
Het gemeenschaps aspect
*minder vaak gebruikt in studies
*vereist zeer veel metingen, allemaal gerelateerd tot de participatie in het sociale netwerk.
9.1.3 de meting van de religieuze dimensies in Europese onderzoeken
*theoretische pogingen om een universeel systeem van dimensies van religie te bouwen is gefaald.
*geen overeenkomst over de indicatoren
*hoe moet je dan kiezen? : er is geen juiste en foute aanpak, de keuze van de dimensies en indicatoren hangt grotendeels af van wat voor soort vragen je gaat stellen over de relatie van geloof tot andere variabelen.
*De ESS is daar en boven geen survey over religie, en daarom kan daar enkel een klein aantal vragen over religie van gebruikt worden.
Metingen van religie in de European Value Study Group (EVS)
*De EVS is gekozen door zijn metingen op grote aantallen en owv het aantal religie sociologen die waren betrokken.
*De Religion and Moral Pluralism (RAMP) is ook gebaseerd op de EVS.
*één van de grootste problemen met de EVS is dat er weinig theoretische gronden zijn waarop de metingen zijn gebaseerd, de keuze van de vragen werd eerder gedreven door praktische overwegingen en door zeer brede en algemene ideeen over modernisatie en sociale verandering.
*er zijn drie onderliggende dimensies gevonden in een verkennende analyse: algemene religie, religieuze orthodoxie en vertrouwen in de kerken.
1. religieuze betrokkenheid en identificatie
*gemeten door een set van vragen over participatie in het heden en verleden aan geinstitutionaliseerde religieuze activiteiten en associaties.
*De typologie is een combinatie van aansluiten bij een religie in het verleden & heden en van de participatie aan religieuze diensten.
*enkele problemen met de vraag over aansluiting bij een religie:
a) verschil tussen one-step en two-step vragen=> verschil in bekomen antwoorden, meer niet religieuze in de two-step question, en minder niet religieuze in de one-way step question. Echter verminderd het verschil tussen deze twee overheen de jaren.
b)meting van de niet aangesloten was niet verder gespecifieerd dan vrijgelovigen en religieus.
Het wording effect vermeerder doorheen de tijd.
*uit ander onderzoek: verband tussen question wording en attitude sterkte: degene die zwakke gevoelens hebben tav religie zijn gevoeliger voor question wording effecten dan anderen.
*De vraag of je bij een bepaalde overtuiging hoort is geen ja dan nee vraag, deze moet bevraagd worden door verschillende vragen over formele criteria of aansluiting, subjectieve gevoelens van het horen tot een overtuiging en de graad van commitment voor een specifieke overtuiging.
*tweede element in de typologie van kerkelijke betrokkenheid is de participatie graad aan religieuze diensten en rituelen.
=> verschil tussen collectieve en individuele rituelen
=> verschil tussen verplichte en aanbevolen diensten
meest gebruikte vraag gaat over wekelijkse participatie aan religieuze diensten
Wanneer de vragen over aansluiting en participatie samen worden gebruikt is er kans op context effecten. Dat zijn antwoorden die worden beïnvloed door andere vragen/antwoorden.
=> voorgaande vragen/antwoorden kunnen de betekenis van daaropvolgende vragen wijzigen.
=> aansluitingsvraag is hiervoor gevoeliger dan participatie vraag, dus best om aansluitingsvraag eerst te plaatsen.
Manieren om dit probleem op te lossen:
a) verschil maken tussen niet-religieuze levensfilosofie en geen.
b) bijkomende vragen stellen over de intensiteit van aansluiting in levensbeschouwelijke groepen. Dit is wel een subjectieve vraag, dus gevoeliger voor vraag orde effect dan objectieve vragen over religieuze praktijk.
=> Religieuze bertrokkenheid: aanbevelingen
Wanneer vragen over aansluiting in het verleden & heden gebruikt worden in combinatie met de vragen over participatie in religieuze activiteiten, moet men nog steeds kiezen tussen one-step en two-step vragen.
In one-step vragen worden de niet-gelovige onderschat, maar het is mogelijk om deze categorie toch te vangen door deze te combineren met vragen over de aansluiting in het heden en verleden.
Wanneer je een two-step gebruikt worden een aantal zeer zwak gelovige mensen geclassificeerd in de non groep, maar deze kan je detecteren door te vragen naar hun verleden.
De aanbeveling is dan ook om two-step vragen te gebruiken, samen met een vraag naar de aansluiting in het verleden en een intensiteit en participatie vraag.
Tevens aanbevolen om te starten met de aansluitingsvraag, en daarin een onderscheid te maken tussen aangesloten bij een 'niet-religieuze levensbeschouwing' en 'geen enkele filosofie van het leven'.
2. Religieuze geloven (orthodoxie)
Gemeten door een aantal ja en nee items over de acceptatie van elementen in de christelijke doctrine.
=> aanbevelingen
problematisch in multiculturele en pluralistische samenlevingen aangezien ze bijna uitsluiten gebaseerd zijn op het christendom. Best om eerst andere religies te ontdekken om zo meer algemenere vragen te vinden over religieus geloven.
3.algemene religiositeit
*Items die religiositeit meten passen niet direct in de besproken dimensies, maar zijn gerelateerd tot toewijding en belang van God in het leven.
*representeren emotionele dimensie, gelinkt met intrinsieke religieuze orientatie
*houdt geen specifiek statement over inhoud van religie in, en geen enkel item refereert naar de intsitutionele zijde van religie. Daarom spreekt men hier over algemene religiositeit.
*vragen zijn sterk gerelateerd en algemener dan de vorige christelijke geloofs vragen.
*minder categorieën: vaak hogere percentages dan wanneer je meer categorieën hebt
*vaak zijn groepen van ander geloof (joods, islamiet) sterk ondervertegenwoordigd in dit soort bevragingen.
=> aanbeveling:
gebruiken van de RAMP vragen categorieën (5 ipv 4, met als nieuwe categorie 'ik geloof dat God iets is dat in elke persoon leeft, eerder dan dat het iets is dat daarbuiten leeft'.)
Wanneer je echter wilt vergelijken met ander onderzoek kan je het beste de EVS gebruiken, omdat deze het vaakst is gebruikt.
9.1.4 voorstel voor de ESS vragen over religieuze aansluiting en participatie
voorstel om vragen over religieuze aansluiting en participatie te gebruiken.
verplicht
*aansluitingsvraag: een one-and-an-half step vraag, en zeker geen two-step vraag.
*intensiteit: een meer subjectieve manier om te sterkte van het geloof te meten.
*aansluiting in het verleden: kijk tekst pag 366
*participatie aan religieuze diensten: cruciale objectieve vraag, op manier in tekst (pag 366) is het niet enkel te gebruiken voor christenen, maar ook voor Joden en Islamieten
*bidden: pg 367
optioneel
*algemeen geloof (beeld van God): aanbevolen omdat het een verschil kan aantonen in die groep die zeggen dat ze niet bij een religieuze overtuiging horen, en het kan ook differentiatie in de andere categorieën aantonen.
*participatie in het verleden: pg 368
9.2 evaluatie en verbetering van de voorstellen
*om een typologie op te stellen omtrent religie moet je een aantal vragen hebben:
a) vragen over horen bij een levensbeschouwing in het verleden en nu
b) religieuze praktijk in heden
c) vragen over lidmaatschap en vrijwilligerswerk
=> deze laatste (c) missen in het voorstel, maar langs de andere kant zijn veel andere vragen voorgesteld.
=> voorstellen voor een antwoordblad met gestandaardiseerde categorieën evenals bijkomende land specifieke categorieën.
=> vraag naar participatie (pg 378, QX6) is van groot belang omdat deze vraag ook bruikbaar is voor Joden en Islamieten, en niet enkel voor Christenen.
=> ook vraag van hoe vaak men bidt gebruiken, dit omdat deze universeler is dan de vraag naar participatie.
Gedoemd tot inter-en intralevensbeschouwelijk divers samenleven, Wim Vandewiele
inleiding:
* Jef Van Hoof:
*evolutie tweede helft 20ste eeuw: collectieve & normatieve beleving personalisme => geïndividualiseerde en principiële beleving
*onvermijdelijke band personalisme en godsbegrip
*band verwaterd in denken en handelen van politici, wetenschappers & sociale leiders
hoofdstuk 1: gedoemd tot inter- en intralevensbeschouwelijk divers samenleven
*centrale vraag: is band (personalisme en godsbegrip) voor iedereen vandaag even noodzakelijk als voorwaarde voor waarachtige beleving personalisme?
*mss niet negatief? gewoon een andere vertaalslag van denkrichting & hierdoor niet aan kracht inboet, maar net aan kracht wint
*herdefiniëren personalisme van individu uit en niet meer van bovenaf
*moeilijk om levensbeschouwelijk debat te voeren (zowel in publieke als private sfeer)
*dit is resultaat van eigensoortige en zeer snelle evolutie op levensbeschouwelijk vlak
*nu: 3tal te onderscheiden levensbeschouwelijke cohorten
Stroefheid in de Vlaamse levensbeschouwelijke dialoog
*Vlaanderen is in deze stroefheid vrij uniek
*oorzaak niet zoeken bij overheid=> Vlaanderen quasi ongelimiteerde vrijheid om levensbeschouwing te bekennen
*polarisatie: stemmen die dialoog aangaan in publieke ruimte over levensbechouwing/ethische en identiteitsgebonden thema's zijn beperkt en gepolariseerd => niet mis mee, maar verhindert wel dat betrokkenheid van zwijgende massa niet snel zal toenemen
*=> weinig ruimte genuanceerd en intellectueel eerlijk debat
Transitiebeweging in het levensbeschouwelijk denken en handelen
* oorzaak stroefheid te zoeken in zeer snelle maatschappelijke verandering die Vlaanderen heeft doorgemaakt in 2de helft 20ste eeuw
*alomvertegenwoordiging rooms-katholicisme => ookal scheiding kerk & staat, toch grote invloed op samenleving via rooms-katholieke zuil (hiernaast bestond ook liberale zuil => veel kleiner)
*verzuiling: homogeen en performant opgebouwde samenleving=> van geboorte tot dood in deze zuil
*leven was voorgeprogrammeerd
*net voor & na 2de WO : parochiale leven enorme bloei
*kerk: naast religieuze ook sociale functie
*massakerkcohorte: sterk normatief kader mbt rituelen, religieuze jaarkalender, symboliek en godsbegrip => werd zelden in vraag gesteld
*vrijheid eerder collectief dan individueel
Babyboomcohorte
*vanaf jaren 60
*ontvoogdingsstrijd en emancipatiebeweging zorgde voor omwenteling
*strikt normatieve karakter van kerk in vraag gesteld
*°nieuwe & alternatieve dynamieken, bewegingen en groeperingen die geen directe aansluiting zochten bij zuilen
*diepe breuklijn tss rooms-katholieken en georganiseerde vrijzinnigheid
*tweede vaticaanse concilie: nieuwe richtlijnen om geloof terug dichter bij mensen te krijgen
*herdefiniëren geloof aan individuele en collectieve verwachtingen => °alternatieve geloofsgemeenschappen
*vrijheid in voortdurende bevraging van spanningsveld tss individu en groep
Digital-nativescohorte
*ontstaan in marge van spanningsveld tussen vorige 2 cohorten
*deze cohorte=blauwdruk van geïndividualiseerde samenleving & opkomst digitale wereld
*individu=uitgangspunt
*stelt eigen winkelkar samen met wat hen betekenis heeft
*ook migratiestroom: nieuwe culturele en levensbeschouwelijke gewoonten meegebracht+ vergrijzing => aantal overtuigden slinkt
Postseculiere samenlevingscontext
*vlaamse samenleving samengesteld uit die 3 cohorten
*uitdaging om diversiteit te erkennen als uitgangspunt, handelen wordt beïnvloed door cohorte waar je in zit
*erkenning van diverse vertalingen binnen personalisme, die vaker onbewust dan bewust vertrekken vanuit eigen blauwdruk van cohorte waartoe iemand behoort.