Gelezen inHET LAATSTE NIEUWSvan donderdag 19 november 2009
Zeeuws Vlaanderen
Nederlandse grensstreek is verkeersproblemen beu
Vlaamse wielertoeristen negeren alle regels
Ze ergeren de lokale bevolking. Daar komen steeds meer scheldpartijen en agressie van.
Ze lappen het verkeersreglement aan hun laars.
Beveren 29 november 2009
Ik heb het hier in België niet anders geweten dan dat de wielertoeristen het verkeersreglement aan hun laars lappen. Niet tegenstaande dat zij hier vanaf vijftien fietsers twee aan twee, dus reglementair, de baan op mogen.
We hebben hier in België drie soorten fietsers:
De recreant-fietser die trapt om recht te blijven en te genieten. Regelmatig stoppen. Snelheid: 15 km/u
De wielertoerist die alleen of in groep er een sappig tempoke op nahoudt en toch nog geniet. Een à twee keer stoppen naargelang de afstand. Snelheid: 25 à 30 km/u
De koersbeesten in groep waar iedereen uit de weg voor moet. Briesen en vloeken want ze moeten snel terug in hun clublokaal zijn, om rijkelijk vocht tot zich te kunnen nemen om terug op hun positieven te komen. Lukt niet altijd. Snelheid: 35 km/u en meer
Ik ben geboren in 1945. Rij met de fiets al van jongsaf aan en met de auto vanaf mijn 18 jaar. Sinds mijn 36 jaar ben ik een wielertoerist in hart en nieren. In het begin reed ik alleen en dit vanaf 1981 tot en met 1987. Vanaf 1988 ben ik in clubverband beginnen rijden en dit tot en met 2004 om daarna vanaf 2005 terug alleen te rijden onder de hoede van de Vlaamse Wielrijdersbond. Niet tegenstaande rij ik af en toe nog eens met mijn vrienden. In al die jaren reden weregelmatig in groep of ik alleen over de grens bij onze Noorderburen. Wij wisten dat we daar verplicht waren op de fietspaden te rijden. Het is er aangenaam rijden op goed onderhouden fietspaden die breed genoeg zijn. t Is wat anders dan hier in België. Als ge hier op een fietspad of weg moet rijden... Ik schaam me als Belg. Putten, bulten en slecht zichtbare fietsborden. Ge moet hier nogal wat acrobatentoeren uithalen om op een smal fietspad op en af te geraken en dan moet ge er nog rechtop kunnen blijven. Voorbij steken is gevaarlijk want dan moet ge de baan op en dan terug op het fietspad met die hoge randen. Dan spreek ik nog niet over de vele slecht onderhouden fietspaden en ook nieuwe fietspaden met hindernissen zoals in Bornem (De Weert). Toch ben ik ook positief, want er zijn hier en daar toch nog goede fietspaden, aangenaam om op te rijden. Maar voor hoelang...
Met automobilisten heb ik een goede ervaring. Ze geven gemakkelijk voorrang bij oversteekplaatsen of zetten zich aan de kant. Ze rijden traag op smalle wegen en laten je passeren. Dan steek ik mijn handje omhoog als teken van dank. Bij oversteken: houd wel oogcontact, want tenslotte, ge hebt niet altijd voorrang. Natuurlijk is er altijd ene tussen die niet op fietsers gesteld is en begint te toeteren achter je als hij niet gemakkelijk kan voorbijsteken. Daar moet ge voor oppassen en zeker geen vingerke opsteken want dat is zo goed als een rode lap voor die automobilist. Vele fietsers lokken wel eens agressie uit met op de baan de pipo uit te hangen. Op het fietspad, het fietspad verlaten, de rijbaan op en weer op het fietspad. Een gevaar voor zichzelf en andere weggebruikers. Als automobilist is dat geen aangename ervaring als ge zo een bende wielerzotten voor je ziet rijden. Veilig voorbijsteken is onmogelijk. Het is soms moeilijk om elkaar toegevingen te doen om alles vlot te laten verlopen. Daarom probeer ik zoveel mogelijk landelijke en stille wegen te berijden om de drukke en gevaarlijke plaatsen te mijden. Toch altijd opletten want ge zijt nooit alleen op de baan. Opgepast, ook ik maak weleens overtredingen door omstandigheden zoals fietspaden en wegen in zeer slechte staat, glas en hindernissen.Dat komt ge allemaal tegen als ge veel toertochten maakt hier in Belgie. Dat zijn ook dingen waar wij ons als wielertoerist kunnen in ergeren.
Dagboek van een wielertoerist 1 - Wielerseizoen 2009
Januari-Februari 2009
Zijn normmaal de voorbereidingsmaanden, om fietsprogramma en fiets in orde te brengen voor het wielerseizoen 2009. Maar wegens mijn verkoudheid dat mij, al van verleden jaar parten speelde, is er nog niets in orde gekomen. Ondertussen zijn we 17 februari, verkoudheid is aan de beterhand, na wat consultaties bij de dokter. Mijn fietsprogramma is in orde, maar de fiets nog niet. Deze week zullen we er eens aan beginnen. Normaal was ik de baan al op, nu zal dat pas voor volgende week zijn. Nu nog hopen op droge dagen. Om dan in maart aan mijn 29 ste wielerseizoen te beginnen. 21 Februari, fiets is in orde maar met de gezondheid nog niet. Weer op consultatie geweest bij dokter. Maandag een bloedafname, en donderdag de uitslag. Nu maar afwachten hoe het verder verloopt. Zaterdag 28 februari 2009 gestart met fietsen, kilometerstand 0. Mijn eerste 52 kilometers zitten erop, aan een gemiddelde van 21 km/uur, en dit na 6 maanden niet gefietst te hebben. Heeft mij deugd gedaan.
Start wielerseizoen maart 2009 Maart Hoopvol begonnen aan het wielerseizoen. Zaterdag 7 maart- Branst 60 km Zaterdag 21 maart-Moerzeke 82 km April Zaterdag 4 april-Hagelandrit-Turnhout 129 km Zaterdag 11 april-Scheldeprijs-Schoten 193 km Zaterdag 18 april-Saeftinghe Classic-Bazel 159 km Zaterdag 28 april-Duffel fiets-Duffel 145 km Mei Zondag 17 mei-Schelderoute Temse-61 km Zaterdag 23 mei-Knooppuntenroute Waasland 121 km Zondag 24 mei-Knokke-Heist-Riante polderlandroute 52 km Juni Zaterdag 13 juni-Rit W.T.C De Reisduif-Temse 110 km Dit was mijn laatste rit gereden in het wielerseizoen 2009. Was regelmatig aan het sukkelen met de gezondheid (verkoudheid en andere kwaaltjes) waardoor mijn prestaties ondermaats waren. Ik hoop voor volgend jaar beterschap.
Dit is mijn eerste persoonlijke blog. Ik heet u als bezoeker hartelijk Welkom!
Ik ga me eens voorstellen. Mijn naam is John De Belder. Geboren op 20 november 1945 te Merksem. Woonachtig te Beveren. Mijn hobby, fietsen, wielertoerist in hart en nieren. Hoe ik er aan begonnen ben? Van jongsaf was ik gepassioneerd voor het wielrennen, vooral de Ronde van Frankrijk. Met zijn wielergoden Anquetil, Poulidor, Simpson, Van Steenbergen, Van Looy, Merckx en nog zo veel meer. Merckx heb ik persoonlijk niet gekent maar toch hebben we eind november 1964 samen onze opleiding in het leger gedaan te Gent in de Leopoldkazerne. Patrick Sercu heeft er ook zijn legerdienst volbracht. Merckx lag aan de Waalse kant ik aan de Vlaamse kant. Hij ging regelmatig met de fiets trainen, ik moest legeroefeningen doen, putten graven om ze daarna terug te vullen. Voor Merckx ben ik beginnen te supporteren vanaf het jaar 1965. In mijne jonge tijd gebruikte ik wel de fiets om naar school te rijden en boodschappen te doen, maar van toertochten was er nog geen spraken . Dat is pas later begonnen in het jaar 1981 op 36 jarige leeftijd. Door toedoen van men collega's op het werk, Stafke Druyts en William De Couwer, die wielertoeristen waren, overhaalde me om het ook eens te proberen. Een racefiets had ik toen niet, Wel ene gewone fiets die piepte en kraakte langs alle kanten en de ketting zag bruin van de roest. Deze deed dienst om boodschappen te toen in het dorp. Ge hoorde me al van ver dat ik in aantocht was. Na wat gesleutel, olie en vet, nieuwe ketting, kreeg ik dat gepiep en gekraak eruit. Maart 1981, fiets was in orde, klaar voor de eerste tocht. Afgesproken met schoonbroers en vrienden om op zaterdag namiddag een toertje te doen van om en bij de 40 kilometer, Beveren-Doel-Beveren. Prachtige zonnige dag, mooi fietsweer. Vertrokken richting Doel, toen nog polder, over viaduct Expressweg, we hielde er een strak tempo op na. Wat tamelijk ging, zo naar onze bestemming, keerpunt Doel. Aan de Molen op de dijk hebben we halt gehouden, pintje gedronken, om daarna onze terugtocht aan te vatten naar Beveren. Met het achterwerk dat al wat pijn deed en stijve beentjes in de maak moesten we terug over de viaduct Expressweg. t' Jonge wat heb ik afgezien, t'was percies of ik reed de muur van Geraardsbergen op. Natuurlijk zondag zo stijf als een hark. Vanaf toen ben ik regelmatig wat gaan fietsen, en ik voelde dat het beter ging. Einde maand mei 1981 heb ik dan een tweedehandsracefiets gekocht. Op zondag 7 juni 1981, na een tochtje van 25 kilometer, ben ik officieel wielertoerist geworden. Vanaf toen heb ik mijn kilometers bij gehouden. Regelmatig ging ik op zaterdagnamiddag en zondagvoormiddag tochtjes doen die opliepen rond de 50 kilometers. Lange afstanden en kuitenbijters liet ik nog wat achterwegen. Dat zou maar pas voor het jaar daarop zijn. Zo heb ik dan toch dat jaar een slordige 1342 kilometers bijeen gereden.