Participatie speelt op verschillende vlakken een grote
rol in onze samenleving. Het meest voorkomende probleem bij participatie is
sociale ongelijkheid. Het zijn de hoger opgeleiden en de mensen van de
middenklasse die participeren in de samenleving. De laaggeschoolden vallen uit
de boot.
We zien drie systemen van reproductie van sociale
ongelijkheid:
1) In
de politiek: laaggeschoolden worden niet betrokken bij de politieke vormgeving.
2) In
de economie: het kapitalisme veroorzaakt wereldwijd meer en meer sociale
ongelijkheid, een alternatieve maatschappelijke ordening wordt niet besproken.
3) Op
cultureel niveau: kansengroepen en laaggeschoolden hebben geen toegang tot de
culturele wereld, het aanbod spreekt hen niet aan omdat hun leefwereld niet aan
bod komt.
Om deze ongelijkheid in de samenleving weg te werken,
kunnen we gebruik maken van participatiestrategieën. Dit zijn een aantal
condities waaraan een goede participatiestrategie moet voldoen:
1) Participatie
moet gericht zijn op de mogelijkheden en talenten van de mens, niet op hun
tekorten.
2) We
moeten steeds in vraag stellen welk mensbeeld en wereldbeeld we willen
uitdragen.
3) Participeren
vind altijd plaats binnen een context die we moeten begrijpen en respecteren.
4) Er
moet geïnvesteerd worden in de culturele ontwikkeling tijdens de kinder- en
jeugdjaren.
5) We
moeten rekening houden met de bestaande hiërarchieën in een cultuur.
Dit zijn enkele participatiestrategieën die de emancipatie
van kansengroepen benadrukken:
1) Kunstinteractie
als methode
Kansengroepen worden benaderd
vanuit hun competenties en talenten. Ze kunnen actief participeren aan het
creëren van artistieke symbolen.
2) Lokale
trajecten als afstemming
Men installeert lokale
trajecten waarbij de verschillende betrokken lokale actoren samenwerken aan een
gedeeld beleid.
3) Traversaal
handelen als vernieuwing
Een grensoverschrijdende
aanpak die de verschillende levensdomeinen met elkaar verbindt. Om de
participatie van de meest kwetsbare groepen te bevorderen is het belangrijk dat
problemen niet meer worden bekeken vanuit één bepaalde sector.
4) Naar
vitale coalities:
Men moet werken over de
verschillende beleidsniveaus en beleidssectoren heen. De wederzijdse dialoog
tussen praktijk en beleid moet in leven worden gehouden.
|