Gonzo Media
Recensies van films, zowel op het zilveren doek als schijfje, TV, muziek, games, etc.
17-06-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Game: The Elder Scrolls - Oblivion (PS3)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Racespellen en shooters met hopen op Sony's nieuwste console, maar aan een goede RPG ontbrak het bij de lancering. Er was "Enchanted Arms", maar dat was een quasi rechtsreekse overzetting van het XBOX 360 origineel en dat was al geen te beste game. Gelukkig is nu het fantastische "Oblivion" ook overgezet naar de PS 3, en met succes. 

De negatieve punten uit de PC- en XBOX 360-versies zijn zo goed als helemaal weggegwerkt, de framerate is stabieler, de laadtijden korter en de graphics zien er, zeker op een Full High Definition systeem, oogverblindend uit. Meer zelfs, dit spel toont voor het eerst de grafische pracht en praal waar de next gen consoles toe in staat zijn. Daarnaast is het spel nóg gigantischer dan de eerdere versies, door de toevoeging van de eerste uitbreidingsset "Knights Of The Nine". 

Voor de "Oblivion" leken: het spel is een first person action role playing game, wat zoveel betekent als dat je met een zelfgemaakt personage ten strijde trekt tegen de duistere machten van in dit geval Mehrunes Dagon, heerser van de onderwereld genaamd Oblivion. Maar dit is bijlange na niet het enige wat er te doen is in de enorme spelwereld van "Oblivion". Bijna elk van de ontelbare personages die je als speler tegen het lijf loopt in de vele dorpen, steden, grotten, weilanden, noem maar op van de fantasy-wereld Tamriel heeft zo zijn of haar eigen besonges en vraagt je steevast om een gunst. Het gevolg is dat het spel naast de hoofdverhaallijn een schier oneindig aantal sidequests bevat die volledig los staan van het verhaal, maar die het spel een diepgang verschaffen die nooit eerder gezien is in een videospel. De mogelijkheden tot zelfontplooiing zijn dan ook legio. Je kan met andere woorden zelf kiezen of je een ridder, een magiër, een dief, een moordenaar, een vampier of nog iets heel anders wordt waardoor geen enkel spel hetzelfde is.

"Oblivion" is meer dan een spel, het is een levende wereld met realistische personages waar je als speler deel van gaat uitmaken. Uitgestrekt, vol verrassingen en nevenopdrachten, en bovendien bloedmooi. De standaard voor RPG's op de Playstation 3 is gezet.

17-06-2007 om 16:13 geschreven door Michel  


15-06-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CD: The White Stripes - Icky Thump (2007)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Op de hoes van hun zesde album staan Meg en Jack White in de meest gaye cowboy-outfits sinds de hoogdagen van Liberace. Schijn bedriegt echter, want "Icky Thump" (de titel verwijst naar een Engelse slang term voor ongeloof of verrassing) is geen country-album. Hier zwaait vettige bluesrock de scepter, precies zoals we van The White Stripes gewend zijn. Vernieuwend is het dus allemaal geenszins, maar who cares, als de rood-wit gestreepten nog steeds rocken als de beesten?

De deur wordt meteen ingetrapt met de eerste single en tegelijk het titelnummer, en meteen valt het op dat de songs precies langer geworden zijn dan vroeger. Dat komt, zo zal blijken, doordat de songschrijverij van Jack White met rasse schreden vooruit gegaan is. Ketelherrie volgens de een, een geniale geluidenbrij mét boodschap ('Well, Americans: What, nothin' better to do?/Why don't you kick yourself out?/You're an immigrant too/Who's usin' who?/What should we do?/Well you can't be a pimp/And a prostitute too') volgens ons. In het daaropvolgende "You Don't Know What Love Is (You Just Do As You're Told)" neigt Jack's gitaarspel naar de glamrock van Slade, maar ook de invloed van Led Zeppelin is duidelijk hoorbaar, net als in "300 M. P. H. Torrential Outpour Blues". "Bone Broke" en "Conquest" lijken, met hun rammelende gitaren en dito drums nog het meest naar het vroegste werk van The White Stripes, terwijl "Prickly Thorn, But Sweetly Worn" met zijn banjoriedel nog het meeste neigt naar de country die de hoesfoto deed vermoeden. Tot het nummer wordt opengebroken met een doedelzaksolo en zo van de ene noot op de andere verandert in een bezwerend Iers folknummertje. 

"Icky Thump" klinkt op het eerste gehoor een stuk gepolijster dan de vorige White Stripes-albums, maar toch hebben Jack en Meg hun artistieke eigenheid weten te bewaren. Het album is dan ook verre van een knieval voor de commercie, daarvoor bevatten de songs nog veel te veel gemene weerhaken en voetangels. Maar dat ze steeds betere en dieper uitgewerkte songs op plaat zetten, daar kan geen twijfel over bestaan.

15-06-2007 om 00:00 geschreven door Michel  


14-06-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CD: Made Out Of Babies - Coward (2006)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Wow. WOW. Zelden is een plaat zo straf uit de startblokken geschoten als deze "Coward", het tweede album van het New Yorkse kwartet Made Out Of Babies. "Silverback" heet het nummer, en frontvrouw Julie Christmas krijst er zich de longen uit het lijf om op te boksen tegen de loeiharde muur van gitaargeweld. Met succes overigens, want dit is een zangeres van het kaliber PJ Harvey, die weet hoe ver ze met haar stem kan gaan. En dat is heel ver. 

"Silverback" zet ook meteen de toon voor de rest van het album, waar de rustpunten op de vingers van één hand te tellen zijn. En dan nog, zelfs in een 'traag' nummer als "Proud To Drown" kunnen de snerpende gitaren soms niet onder bedwang gehouden worden terwijl in "Fed" en "Mandatory Bedrest" de lome ritmiek in combinatie met Christmas' scheurende stem een erg beangstigend effect in de hand werkt. In het aflsuitende duo "Mr. Prison Shanks" en "Gunt" trekt Made Out Of Babies weer voluit de kaart van de gierende gitaren, dreunende drums, en de ondertussen witheet uitslaande stembanden van Christmas. Een paar kopstoten om af te sluiten, waarom ook niet, we waren ondertussen toch al even bont en blauw als het kereltje op de hoesfoto.     

Made Out Of Babies heeft een beetje een omgekeerd parcours doorlopen: waar het op hun debuut "Trophy" nog wat zoeken was naar een eigen sound hebben de vier deze op "Coward" duidelijk te pakken. Niks geen 'moeilijke tweede' dus voor deze band, wel een plaat die negen lappen oorverdovend luide, compromisloze punk voorschotelt. Met een gewéldige groepsnaam overigens.




14-06-2007 om 19:19 geschreven door Michel  


13-06-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Film: Paradise Now (2005)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Alsof het gisteren was herinneren wij ons de godsdienstlessen van meester Janssen. Als meneer weer eens te lui was om zijn les voor te bereiden kregen we steevast een of andere stichtende film voor geschoteld. Stuk voor stuk waren dat strontvervelende krengen, steevast uit naar ogende ex-Sovjetrepublieken waarbij Mordor plots wel Sunparks in Middle-Earth gaat lijken. Maar, en daar ging het meester Janssen tenslotte om, ze gingen wel over de Grote Waarheden.

Met deze herinneringen in het achterhoofd is het niet verwonderlijk dat er meer dan een alarmbel ging rinkelen toen we vernamen dat "Paradise Now" ook in zeker opzicht een stichtende film is. De film speelt zich af in Nabloes, waar de jonge Palestijnen Khaled (Ali Suliman) en Saïd (Kais Nashef) hun dagen vullen met auto’s repareren, thee slurpen en waterpijp roken. Althans, zo lijkt het. Buiten ieders weten om zijn de twee geselecteerd voor een zelfmoordactie tegen de Israëlische kolonisten in Tel Aviv. Wanneer de operatie in het honderd loopt worden de twee gescheiden en beginnen ze elk op hun manier na te denken over de situatie. Dit uiteraard tot grote ergernis van hun opdrachtgevers, die zo snel mogelijk tot actie willen overgaan.

Regisseur Hany Abu-Assad heeft dus niet meteen de meest luchtige materie uitgekozen om op gezellig een avondje cinema te verhapstukken. Gelukkig zorgt de manier waarop hij omgaat met de tragische lotgevallen van de mensen in het Palestijnse gebied ervoor dat de film al een pak beter te verteren valt. Vooral tijdens de eerste helft van "Paradise Now" mogen we zelfs al eens uitbundig lachen om de droogkomische conversaties tussen de twee hoofdpersonages. Langzaamaan en heerlijk subtiel begint dan toch de bittere ernst van de situatie door te sijpelen en na de laatste scène zaten wij zowaar aan onze stoel genageld naar het lege scherm te staren. Want zo sterk is "Paradise Now". Een film over de Grote Waarheden, maar wel eentje waarbij de regisseur in het midden laat welke visie op de waarheid de juiste is. De zelfmoordenaars worden afgeschilderd als volkshelden noch als demonen, maar als simpele mensen die door hun ellende en door listige manipulatie geen andere uitweg meer zien dan geweld. "Liever een paradijs in het hoofd dan de hel waarin we leven", antwoordt een van de twee verdoemden op de stelling dat het beloofde hiernamaals misschien niet bestaat. Een noodkreet die hopelijk zijn weg vindt naar de oren van bepaalde minder pacifistisch aangelegde wereldleiders.

"Paradise Now" is een van de weinige echt krachtige films met een Boodschap. Omdat er gefilmd werd op echte lokaties, tussen de mitrailleursalvo’s en raketinslagen door, is de film langs de ene kant een uiterst realistische ervaring. Daarnaast is het ook een knap gestileerde prent, met indrukwekkende panorama’s van het door oorlog verwoeste landschap en indringende acteerprestaties. Tenslotte is een beetje voorkennis over het conflict tussen Israël en de Palestijnen wel handig om de gebeurtenissen in de film te begrijpen, maar ook zonder achtergrondkennis zal niemand onberoerd blijven bij "Paradise Now". Wie weet wordt u er zelfs een beter mens van.

Hebt u dat genoteerd, meester Janssen?

DVD extras: de trailer, interviews en een korte making of.

13-06-2007 om 19:04 geschreven door Michel  


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CD: Youth Group - Casino Twilight Dogs (2007)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Onbekend is naar het schijnt nog steeds onbemind, en dus is het voor Youth Group te hopen dat ze met hun derde plaat eindelijk voet aan de grond krijgen in Europa. In Australië, de bakermat van het viertal, zijn ze alvast een gevestigde naam en speelden ze in het voorprogramma van Coldplay. In een eerlijkere wereld zou het omgekeerd geweest zijn, want Youth Group bewijst op "Casino Twilight Dogs" dat ze over meer talent en vooral over meer gevarieerde songs beschikken dan de Chris Martin van tegenwoordig.

Het op weemoedige tonen openende "On A String" en het daaropvolgende lichtjes rockende "Sorry" vatten de essentie van deze plaat perfect samen: de lichtjes melancholische teksten van frontman Toby Martin (nee, geen familie van) die zich vasthaken aan opgewekte gitaarakkoorden en een warme ritmesectie. De hartenpijn mag ook ongegeneerd hoogtij vieren in hét kippenvelmoment van de plaat, het epische grenzende prachtnummer "Daisychains". Een nummer dat openbloeit van een klein liedje over een verloren liefde tot een magistraal bombastische song. Het daaropvolgende nummer zal vooral fans van de televisiereeks "The O. C." bekend in de oren klinken, want speciaal voor die serie herwerkte Youth Group het bekende eighties-kitsch deuntje tot een pareltje dat eindelijk recht doet aan de boodschap van het nummer, namelijk dat het al bij al nog niet zo slecht is om jong te zijn.

Youth Group heeft met "Casino Twilight Dogs" dus alles in huis om ook op ons continent een grote naam te worden. Mooie fluisterrock die zich bij elke beluistering een beetje dieper onder je vel en in je geheugen nestelt. De ideale soundtrack bij een lange, warme zomeravond waarop de zon zo lang mogelijk haar best doet om niet onder te gaan.      

13-06-2007 om 00:00 geschreven door Michel  


12-06-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CD: Windmill - Puddle City Racing Lights (2007)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Het is vaak niet eerlijk verdeeld in de wereld. Non-talenten met een grote marketingmachine achter zich krijgen massale bijval, terwijl prachtgroepen hun albums haast geruisloos tot bij de platenboer laten brengen. "Puddle City Racing Lights" van Windmill behoort tot die laatste groep. Windmill is het geesteskind van de amper zesentwintigjarige Engelsman Matthew Thomas Dillon, maar klinkt hoegenaamd niet als de golf van Engelse bandjes die ons de laatste maanden overspoelt. Want hoewel het een eenmansband betreft klinkt deze plaat zodanig rijkelijk georkestreerd dat daar niets van te merken is. 

De stem van Dillon doet bij momenten denken aan Jonathan Donahue van Mercury Rev en Wayne Coyne van Flaming Lips, en qua muzikale stijl neigt de plaat eerder naar de neo-psychedelica van Talking Heads en recenter Arcade Fire. Maar toch is dit meer dan zomaar een doorslagje van. Dillon slaagt er in een mooie dynamiek in zijn plaat te stoppen, waar rustige pianoriedeltjes worden afgelost door bombastische refreinen met strijkers, koortjes en drums alom. Dat klinkt allemaal erg theatraal, en op papier ook nogal saai, maar het werkt wel. De songs van Windmill verschillen namelijk genoeg van elkaar om van meer dan louter een herhalingsoefening te spreken. Opener "Tokyo Moon" bijvoorbeeld, is een uiterst breekbaar deuntje dat is schril contrast staat met het bijna rockende "Fluorescent Lights" dat dan weer heel anders klinkt dan ronduit pakkende songs als "The Planning Stopped" of "Newsflash". En eigenlijk is elk nummer op "Puddle City Racing Lights" dankzij de geweldige productie van de plaat een klein pareltje op zichzelf.

Het is te hopen dat Windmill de aandacht krijgt die het verdient, want Matthew Thomas Dillon heeft een schitterend album afgeleverd dat een prachtige staalkaart is van zijn grote talent. De vergelijkingen met Amerikaanse bands overleeft hij makkelijk, en in vergelijking met zijn landgenoten laat hij een frisse doch melancholische wind waaien door het poplandschap, waarvoor niets dan lof en hulde.   

Ter informatie: Windmill speelt op 14 juli op Rock Herk, gratis en voor niks. Doe er uw voordeel mee.

12-06-2007 om 21:20 geschreven door Michel  


11-06-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TV: Battlestar Galactica (2004)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Dirk Benedict is vooral bekend als Face uit het heerlijk oubollige "The A-Team", maar daarnaast vertolkte hij vroeger ook de rol van Starbuck in de originele serie van "Battlestar Galactica". Die reeks nu terugzien is een tenenkrullend campy aangelegenheid. Blijkbaar droeg iedereen in de toekomst van dertig jaar geleden capes en vonden robots die eruitzagen als uit de kluiten gewassen broodroosters het handig om zich op blikken grasmaaiers voort te bewegen. Die Dirk Benedict liet zich over de remake van "Battlestar Galactica" ontvallen dat hij er niets aan vond. De serie zou te serieus, te donker en vooral te politiek geworden zijn. Dirk Benedict is een idioot.

Om te beginnen ziet de nieuwe "Battlestar Galactica" er adembenemend uit voor een televieserie. De maar liefst drie uur durende pilootaflevering steekt zelfs menig blockbuster uit de stallen van Hollywood naar de kroon. En naast de overweldigende production values valt ook meteen op dat dit meer is dan de zoveelste science-fiction reeks. Het verhaal is grotendeels hetzelfde gebleven als in het origineel: de mensheid heeft ergens in de toekomst robots uitgevonden (de zogenaamde Cylons) die op een dag besluiten van zich tegen hun makers te keren. Na een oorlog lijken de Cylons zich terug te trekken naar andere oorden, tot op zekere dag zonder waarschuwing de voltallige robotvloot opduikt boven de mensenplaneet Caprica en alles en iedereen met de grond gelijk maakt. Iedereen, behalve de dik 50000 inzittenden van de Galactica, zowat de Lada Niva onder de ruimteschepen. Met de laatste mensen in het heelal aan boord en met de Cylons op de hielen zet commandant Adama koers naar een planeet die enkel bekend is uit legendes, namelijk de Aarde.  

Maar hoewel de ruimtegevechten en speciale effecten talrijk aanwezig zijn, staan de personages centraal in dit epos. En net als in het hier en nu hebben de mensen van de toekomst en ver weg allemaal hun eigen beslommeringen en problemen. Minister Laura Goslin bijvoorbeeld, die door de dood van alle andere regeringsleden tot president wordt gebombardeerd en daarnaast ook nog eens met kanker worstelt. Of doctor Gaius Baltar, wiens leven gered werd door de zelfopoffering van een gevechtspiloot maar die tevens het geheim meedraagt dat hij wel eens verantwoordelijk zou kunnen zijn voor de invasie. En zo hebben alle personages in "Battlestar Galactica" naast een eigen agenda een uitgediepte persoonlijkheid die zelden gezien is voor dit genre. Daarenboven is de overlevingsstrijd van de mensen in het aanschijn van de moordmachines ook nog eens reuzespannende televisie die de metaforen over de (Amerikaanse) politieke situatie niet uit de weg gaat en die daarom ook de niet-liefhebbers van het genre zeker zal aanpreken.  

Conclusie: Dirk Benedict had gelijk, "Battlestar Galactica is donker, bloedserieus en barst van de verwijzingen naar het huidige politieke klimaat in de VSA. Maar net daarom is dit zo'n geweldige en intelligente reeks, en veel meer dan louter popcorntelevisie. Op de DVD's van de verschillende seizoenen zijn helaas geen extra's terug te vinden over de totstandkoming van de beste science-fiction reeks in jaren.   

11-06-2007 om 00:00 geschreven door Michel  


10-06-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CD: Queens Of The Stone Age - Era Vulgaris (2007)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Josh Homme heeft naast zijn Eagles Of Death Metal en Desert Sessions nog eens tijd gemaakt om de line-up van Queens Of The Stone Age te veranderen en er een nieuwe plaat mee te maken. Dat die plaat daarenboven ook nog eens uitstekend is bezorgt hem met recht en reden de titel van 'hardest working man in showbusiness'. 

'Vlaggen dienen om ladingen te dekken', moest Homme gedacht hebben toen de titel van de nieuwste plaat moest bedacht worden. Want de teksten van Homme en co. zijn weer als vanouds vulgair in elke zin van het woord, en ook de gitaarriffs en erg nadrukkelijk aanwezige drums zijn vuil en hoekig. Maar wat vooral opvalt is hoezeer er ook weer aan dit vijfde Queens-abum gesleuteld is. Want bovenal is Homme een vakman en een perfectionist, en dat laat zich horen op de plaat. Zo zijn er gastoptredens voor onder andere Julian Casablancas, Trent Reznor en oude gediende Mark Lanegan, maar geen enkele van die drie is merkbaar, want allen staan ze louter in dienst van Homme's masterplan.  

Openingsnummer "Turnin' On The Screw" geeft ondanks het dreunende ritme de plaat een beetje een lome start, die gelukkig helemaal in rauwe rock 'n roll wordt omgezet in de eerste single van de plaat, het door vervormd gitaargeweld gedreven "Sick, Sick, Sick". Ook tweede single "3's & 7's" rockt als de besten en zal menig gitarist zichzelf harenkrabbend doen afvragen waarom híj in godsnaam niet op die riff gekomen was. De prijs voor beste nummer van de plaat gaat echter naar het smerig in het rond stampende "Misfit Love", dat zonder schroom naast het meesterlijke "Someone's In The Wolf" kan staan. Maar wat vooral opvalt is de intrede van New Wave-achtige synthgeluiden in nummers als "Battery Acid" en "Suture Up Your Future". Het getuigt van Homme's talent dat hij ook die sound naadloos kan laten aansluiten bij loeiende gitaren en ziedende baslijnen.

De reacties op "Lullabies To Paralyse" waren verdeeld, en dat zullen die op "Era Vulgaris" ongetwijfeld ook zijn. Laat u echter niets wijsmaken, Queens Of The Stone Age hebben alweer een dijk van een album afgeleverd waar, op het spuuglelijke hoesje na, zo goed als niets op aan valt te merken.  

10-06-2007 om 00:00 geschreven door Michel  


09-06-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CD: Kings Of Leon - Because Of The Times (2007)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Ze flikken het weer, de mannen van Kings Of Leon. Lieten ze op "Aha Shake Heartbreak" een heel ander geluid horen dan op hun debuut "Youth & Young Manhood", dan slaan ze op hun derde weer een andere weg in. De vergelijkingen die nog het meest voor de hand liggen bij het beluisteren zijn (nog meer dan vroeger) hopeloos uncoole groepen als Lynyrd Skynyrd en CCR. Tot zanger Caleb Followill op een gegeven moment (in "Charmer" bijvoorbeeld) zijn keel opentrekt en er een geschreeuw à la Pixies' Frank Black uitkomt. Ook lijkt hij een voorliefde te hebben ontwikkeld voor dezwartgallige romantiek van pakweg Echo & The Bunnymen en consoorten. Jep, de tijd dat ze een soort van hillbilly-antwoord op The Strokes werden gezien is duidelijk voorbij.  
 
Opener "Knocked Up" doet al meteen vermoeden dat dit een bijzondere plaat gaat worden. Een nummer zonder refrein dat van hot naar haar ketst maar er bovenal in slaagt de luisteraar de volle zeven minuten te boeien met een verhaal over de gevolgen van een ongewenste zwangerschap, faut le faire. Een paar nummers later is het de beurt aan de geniale single "On Call", een beest van een song met een fantastische baslijn die zich onmiddellijk in het geheugen vastbijt. Huisfavoriet is echter "Black Thumbnail", dat opent als een gezapige bluessong, maar dan ontploft tot een monster van een rocksong. Het enige mindere nummer van de plaat is het reggae-probeerseltje "Ragoo", maar met twaalf andere songs van onberispelijke kwaliteit zien we dat ene missertje graag door de vingers. 

De band is geslaagd in het voorbijsteken van hun "voorbeeld". Waar The Strokes zich met hun derde plaat vastreden in herhaling bevestigen Kings Of Leon hun talent met een fris klinkende en vooral stevig rockende plaat. Klasse!   

09-06-2007 om 21:38 geschreven door Michel  


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CD: Rufus Wainwright - Release The Stars (2007)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Je zal het maar treffen, geboren worden in het gezin Wainwright. Vader Loudon is zowat een levende legende en moeder Kate McGarrigle heeft haar sporen verdiend als folkzangeres. Al toen ze dertien waren traden zoon Rufus en dochter Martha op als achtergrondkoortje van hun moeder en tante Anna. 'Voorbestemming' noemen ze dat, want beide kinderen Wainwright zijn net als hun ouders gezegend met een enorm talent als songwriter, al is de een al wat productiever dan de ander. Want terwijl het nog altijd wachten is op de opvolger van Martha's ijzersterke titelloze debuutplaat, laat Rufus Wainwright alweer zijn vijfde album los op de wereld.

Drie jaar na zijn heerlijk barokke "Want"-tweeluik is de zelfverklaarde Gay Messiah nog steeds even flamboyant. Dat getuigt al direct het cd-boekje waarin Rufus in diverse poses te bewonderen valt, gehuld in Lederhosen. Ook in songs als "Do I Disappoint You" en het titelnummer van de plaat duikt zijn voorliefde voor breed uitgesmeerde orkestraties de kop op. Een pompeuze, decadente sound die hij net zo goed kan inwisselen voor een rockgeluid (het zoals al zijn songs weer van de seksuele innuendo's bolstaande "Between My Legs") of rustige luisterliedjes (single "Going To A Town" bijvoorbeeld, of het ronduit schitterende "Rules And Regulations"). In "Slideshow" weet hij ze zelfs te combineren tot een machtige, zij het volledige over the top climax.

Rufus Wainwright is een groot artiest, iemand die door Elton John niet geheel onterecht de beste songschrijver aller tijden genoemd werd. En hoewel de bombast van "Want One" en "Want Two" grotendeels is moeten wijken voor een meer mainstream geluid (het werd tijd om ook eens echt wat geld te verdienen dacht hij naar verluidt) moeten de fans van het eerste uur niet wanhopen. Wainwright heeft geenszins zijn ziel verkocht en alweer een prachtige en eigenzinnig album afgeleverd, hopelijk zet het zijn zus aan om ook eens met nieuw materiaal op de proppen te komen. 

09-06-2007 om 00:00 geschreven door Michel  


08-06-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Film: The Taste Of Tea (2004)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Maak kennis met de Japanse familie Haruna: vader Naburo is een hypnosedokter met een klandizie die vooral bestaat uit gefrustreerde huisvrouwen. Moeder Yoshiko werkt als tekenaar aan een volstrekt onbegrijpelijk superheldenfilmpje. Hun kroost bestaat uit de hormonaal behoorlijk verwarde puber Hajime en zijn jongere zus, de zesjarige Sachiko die ervan overtuigd is dat ze constant in de gaten wordt gehouden door haar eigen reusachtige dubbelganger. Voorts stellen we u graag nog voor aan Akira de zingende kung-fu opa met het uitermate excentrieke kapsel, oom Ayano wiens kindertijd op zijn minst lichtjes verontrustend genoemd mag worden, en tenslotte oom Todoroki, slecht geklede manga-artiest en karaokewonder.

Uit deze al even sympathieke als bizarre personages puurt regisseur Katsuhito Ishii zijn thee, en het moet gezegd: dit smaakt uitstekend! Van een echt samenhangend verhaal of spanning is er niet echt sprake. De film meandert als het ware op zijn eigen trage tempo tussen de lotgevallen van de verschillende personages. De grote kracht van "The Taste Of Tea" ligt dan ook niet in de groots opgezette heroïek of bleke-kindjes-horror die de laatste tijd overvloedig uit Azië op ons af komt. Nee, de charme van film ligt ergens anders, meer bepaald in dat vage gebied waar je als kijker vergeet dat je in een cinemazaal zit. De regisseur neemt je van bij eerste seconde mee naar dat gebied, waar vertedering en schaterlach hand in hand gaan en waar de personages meer worden dan acteurs, het worden vrienden voor het leven.

Behalve van de avonturen van de Haruna’s valt er in "The Taste Of Tea" ook te genieten van de prachtige beelden. In het Japan van Katsuhito Ishii is er geen ruimte voor elektronische storten als Tokio, maar verplaatst iedereen zich op de (weliswaar vreemd ogende) fiets langs uitgestrekte rijstvelden en bomen vol felroze bloesems. Het is dan ook des te verrassender om te ontdekken dat de film opvallend veel speciale effecten bevat. Maar na een tijdje zijn deze eigenlijk nog nauwelijks merkbaar, omdat ze geruisloos aansluiten bij de wonderbaarlijke sfeer waarin de hele film baadt.

"The Taste Of Tea" is het soort film waar waarschijnlijk geen hond naar is gaan kijken. Volledig Japans gesproken, bij momenten wel heel traag, hoegenaamd geen actie en een speelduur van bijna twee en een half uur. Maar denk toch eens aan deze film als u twijfelend voor het DVD-rek staat, want het is een onvervalste parel.

DVD extras: geen enkele, en een magische film als deze verdient beter.

08-06-2007 om 21:02 geschreven door Michel  


07-06-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Film: Dear Wendy (2005)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Rare jongens, die Denen. Eerst schrijven ze een manifest waarmee ze de cinema back to basics willen krijgen maar na een paar mokerslagen van films werd de succesformule helaas gestandaardiseerd en uitgemolken. Vervolgens duiken ze onder andere andere de wereld van de homo-porno in en trekken ze naar Hollywood om er met de sterren te werken die ze in hun beginselverklaring nog zo verfoeiden. Nu, ondertussen tien jaar later, komen de founding fathers van Dogme ’95 Thomas Vinterberg en Lars Von Trier met "Dear Wendy" op de proppen. Alle dogma’s zijn blijkbaar finaal overboord gegooid en vervangen door The Zombies op de soundtrack, speciale effecten en –godbetert– product placement. Maar wat telt is natuurlijk het eindresultaat en dat is godzijdank nog steeds even fascinerend als verwacht mag worden van een samenwerking tussen de twee Scandinavische wonderkinderen.

Het scenario, geschreven door Von Trier, vertelt via een serie flash-backs het verhaal van de jonge Dick (Jamie Bell a.k.a. Billy Elliot). Dick woont in Estherslope, een achtergebleven Amerikaans mijnwerkersstadje waar je pas een echte vent bent als je in de mijn werkt. Dick is echter geen echte vent, tot hij een revolver op de kop tikt en samen met vier andere outcasts van het dorp een club van gewapende pacifisten opricht. De Dandies zoals ze zichzelf noemen stellen een strikte erecode op waarbij vuurwapens wel gedragen maar nooit gebruikt mogen worden. De komst van een zesde lid zorgt er echter voor dat de regels gebroken worden, met een even bizarre als noodlottige afloop.

Thomas Vinterberg bewijst met "Dear Wendy" dat hij het niet alleen van controverse moet hebben maar dat hij wel gelijk een meer dan getalenteerd regisseur is. Ook de jonge acteurs doen het stuk voor stuk prima, al moet gezegd dat Bill Pullman in de bijrol van sheriff Krugsby de show steelt. De onderhuidse dreiging waarmee hij zijn rol neerzet is constant voelbaar en is een perfecte tegenhanger voor de lichtere eerste helft van de film. De enige zwakkere schakel is helaas Lars Von Trier. Hoewel hij een uiterst origineel script neergepend heeft is het soms wel erg duidelijk dat coherentie en logica moeten wijken voor de politieke metaforen over de good ol’ US of A. Bij momenten is de symboliek dan ook net iets te doorzichtig om echt functioneel te zijn, maar gelukkig maken de prachtige beelden van Anthony Dod Mantle veel goed.

Met "Dear Wendy" hebben Vinterberg en Von Trier de cinema niet nog eens heruitgevonden zoals met "Festen" of "The Idiots". Wel hebben beide heren een ijzersterk drama afgeleverd ondanks de bij momenten vergezochte plotwendingen. Naar goede gewoonte is ook dit weer niet direct de meest toegankelijke cinema, maar wie verder kijkt dan het ogenschijnlijk absurde basisgegeven wacht een betoverende parabel die nog lang zal blijven nazinderen.

DVD extras: in het Deens evenveel als in het Nederlands, namelijk 'nul'.

07-06-2007 om 20:30 geschreven door Michel  


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CD: Krakow - As The Heart Is (2007)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

'This sounds as pure as the heart is' moet Lisa Germano, toch zeker niet de minste, gezegd hebben na het horen van een soundcheck van Krakow alvorens hen prompt in te lijven als haar voorprogramma. Het vijftal uit Herk-de-Stad voelde zich duidelijk gevleid door die uitspraak, en besloten hem dan maar tot titel van hun debuutalbum te bombarderen. 

De prachtige, sfeervolle slowcore van Krakow, finalisten van Humo's Rock Rally 2006 trouwens, doet nog het meest de vergelijking rijzen met de gelijkaardige sound van Low, temeer door de krachtige stem van zangeres Niné Cipoletti. Maar Krakow bewijst op hun eersteling dat ze een eigen gezicht hebben, en veel maar zijn dan zomaar een doorslagje van Low. 

De songs van op "As The Heart Is" zijn traag, heel traag, maar ook heel erg mooi en subtiel gelaagd. Bij het beluisteren van de plaat nemen de vijf hun publiek mee naar een plaats waar het altijd herfst is en de weemoed hoog tij viert. Stil en introvert geeft Krakow zijn diepste zieleroerselen met mondjesmaat prijs aan de luisteraar, als een donkere bloem die langzaamaan openbloeit en met elk blaadje mooier wordt. Al van bij de eerste songs wordt ook duidelijk dat Krakow er in slaagt variatie te brengen in een nochtans nogal beperkt genre. Opener "Too Far Away" drijft op sfeervolle echo's, maar de grote klasse van de band wordt pas echt tentoon gespreid in "Silence" waar Cipoletti ervoor zorgt dat het dromerige refrein zich dagenlang in je hoofd vastbijt. Nog zo'n hoogtepunt is het verslavende "Come On Home", dat nog het meest doet denken aan de Weltschmerz-meets-country van Sparklehorse.

Krakow levert na de EP "Home" met "As The Heart is" een pracht van een visitekaartje af en bewijst dat er ook in België meesterlijke albums kunnen gemaakt worden in niet zo voor de hand liggende genres. Meesterlijke plaat.

07-06-2007 om 10:59 geschreven door Michel  


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Game: Tomb Raider Anniversary (PS2)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Tien jaar is het alweer geleden dat een klein Brits softwarebedrijfje op de proppen kwam met de allereerste "Tomb Raider"-game. Wereldwijd vielen monden open bij het aanschouwen van de (voor die tijd) indrukwekkende 3D-wereld en miljoenen exemplaren van het spel vlogen over de toonbanken. Maar niet enkel het spel sprak tot de verbeelding, vooral de heldin in wiens huid men als speler kroop gooide overal hoge ogen. Lara Croft was de eerste virtuele babe, het eerste personage uit een populaire videogame dat meer was dan zomaar een verzameling polygonen, Lara werd een icoon van de populaire cultuur. De ganse wereld raakte in de ban van de rondborstige versie van Indiana Jones, en al gauw volgden allerlei merchandising, fansites, comics, big budget Hollywoodfilms en noem maar op. 

De sequels konden natuurlijk niet lang op zich laten wachten, en maar liefst vier opvolgers werden uitgebracht voor het baanbrekende origineel. De kwaliteit bleef redelijk gestaag, tot men voor het eerst besloot Lara naar de Playstation 2 te brengen. "Tomb Raider: The Angel Of Darkness" was een rommelig, haastig in elkaar geflanst spel dat door slechte kritieken en verkoopcijfers het einde van de franchise leek in te luiden. Tot na een grondige brainstorm "Tomb Raider: Legend" werd gereleased. De critici waren het eens dat dit een terugkeer was naar de oude gameplay en dat Lara's reputatie eindelijk weer recht werd aangedaan.

En nu, tien jaar na de komst van de originele "Tomb Raider", is er "Tomb Raider: Anniversary". Zoals de titel al doet vermoeden is het spel niet geheel nieuw, maar een soort van remake van het origineel, met uiteraard opgepoetste graphics en een nieuwe soundtrack. De grootste vernieuwing zijn echter de gameplay-elementen uit "Legend". Zo beschikt Lara in dit nieuwe deel ook over haar grijphaak en worden de cutscenes bij momenten onderbroken door active time events waarbij het kwestie is van tijdig op de juiste knop te drukken.

Het spel vertelt nog steeds hetzelfde verhaal van Lara die op zoek gaat naar de Scion, een artefact dat verband zou houden met de ondergang van het verdwenen continent Atlantis. Van bij het begin wordt duidelijk dat de makers er alles aan gedaan hebben om hetzelfde gevoel op te wekken als tien jaar geleden, en dat lukt ze ook grotendeels. De puzzels zijn heel wat moeilijker dan in het vaak al te simpele "Legend", en zijn zoals vanouds weer gebaseerd op sprongen maken op het juiste moment. Dat levert helaas af en toe een erg frustrerende trial and error-gameplay op, omdat de camera ook als vanouds wel eens de verkeerde hoek durft kiezen.

Maar al bij al is "Tomb Raider: Anniversary" een glorieuze terugkeer naar de roots van de franchise, een stukje nostalgie voor de kenners, en een fraaie introductie voor degenen die het origineel nooit hebben gespeeld.

Het spel is tevens in een collector's edition te koop. Op de tweede DVD staat de soundtrack, een boeiende documentaire over het fenomeen "Tomb Raider" en Lara Croft en trailers van de verschillende spellen.

07-06-2007 om 00:00 geschreven door Michel  


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CD: The Damned - Damned Damned Damned (1977 - heruitgave 2007)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Vergeet The Sex Pistols, The Damned waren met recht en reden de eerste en beste punkband van de wereld. Ze begonnen weliswaar in het voorprogramma van Johnny Rotten en de zijnen, en hun invloed en roem was misschien minder verstrekkend dan die van de Pistols, maar met deze reissue  hun debuutalbum wordt dat onrecht hopelijk een beetje rechtgezet.

Deze heruitgave van "Damned Damned Damned" bevat maar liefst drie schijfjes die, zoals het een echte punkplaat betaamt, voor de prijs van één worden aangeboden. De eerste CD bevat een digitaal opgepoetste en daarom misschien net iets te zuiver klinkende versie van het eigenlijke album, met uiteraard de legenadrische klepper "New Rose", en hitjes "Neat Neat Neat", "Stab Yor Back" en "I Fall". 

Op het tweede schijfje vinden we naast een bonte verzameling b-kantjes, demo-opnames, en ander obscuur materiaal ook twee Peel-sessies en een hoop live-tracks. 

Het is echter de derde disc die de aankoop van dit gerestaureerde album helemaal rechtvaardigt. Op die disc staat namelijk het integrale optreden dat The Damned gaf op 6 juli 1976 in de 100 Club in Londen, als voorprogramma van The Sex Pistols. Opgenomen met een verborgen cassetterecorder op het exacte tijdstip dat de punk geboren werd. Naast "New Rose" vallen ook de covers op: "Help" van The Beatles wordt van een loeiende gitaar voorzien, "Circles" van The Who wordt erdoor gejaagd en "1970" van The Stooges wordt omgedoopt tot "I Feel Alright".

"Damned Damned Damned" is, naast de enige goede plaat van The Damned (laat alsjeblieft niemand op het idee komen de vreselijke tweede "Music For Pleasure" te recycleren), een tijdsdocument. Een Belangrijke Plaat die een nieuwe muzikale stroming in het leven riep, maar die vooral dertig jaar na datum nog steeds fris klinkt.      

07-06-2007 om 00:00 geschreven door Michel  


06-06-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CD: Wilco - Sky Blue Sky (2007)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

De titel van Wilco's nieuwste doet vermoeden dat Jeff Tweedy tegenwoordig heel wat beter in zijn vel zit dan vroeger, een vermoeden dat alleen maar bevestigd wordt door de eerste regel van openingsnummer "Either Way". 'Maybe the sun will shine today' zingt Tweedy en na afloop valt plots ook op dat de experimentele ondertoon van "Yankee Hotel Foxtrot" en "A Ghost Is Born" baan heeft moeten ruimen voor een bijna conventioneel en zelfs poppy te noemen sound. Gelukkig betekent 'conventioneel' niet dat de band aan kwaliteit heeft ingeboet. Integendeel, "Sky Blue Sky" kan moeiteloos naast die twee platen op het hoogste schavotje staan.
 
Wilco klinkt tegenwoordig momenten ook als The Band (in "You Are My Face", dat bedrieglijk simpel begint, maar uiteindelijk tot een heuse rocker transformeert), Neil Young ("Hate It Here", waaruit blijkt dat Tweedy gelukkig voor ons toch nog niet al zijn demonen heeft weten te bedwingen) en zelfs The Beatles (de climax van "Side With The Seeds" doet namelijk sterk denken aan die van het onsterfelijke "A Day In The Life"). Geen slechte referenties, maar bovenal klinkt Wilco natuurlijk als de zesde reïncarnatie van zichzelf.   

Door de intrede van nieuwe bandleden Nels Cline en Pat Sansone die respectievelijk lap steel en Hammond bespelen treden Americana, bluesrock en alt.country als voornaamste stijlen naar voor op "Sky Blue Sky". Het geeft het album misschien een ietwat softe poprock klank bij een eerste luisterbeurt, maar wanneer de laatste song stilletjes uitsterft is de drang om op repeat te drukken zo goed als onweerstaanbaar. 'On and on and on/we'll be together yeah' zingt Tweedy in het uiterst meezingbare refrein van dat nummer. Wat ons betreft heeft hij alvast groot gelijk.   

06-06-2007 om 10:29 geschreven door Michel  


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Film: Death Proof (2007)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Een schande is het, een regelrechte schande dat "Grindhouse", de double feature van Quentin Tarantino en Robert Rodriguez hier niet in z'n geheel wordt uitgezonden. Zo loopt de bioscoopganger hier niet alleen een hoop hilarische nep-trailers mis, maar tegelijk zadelt de distributeur hem of haar op met een enorme drang naar meer. Want "Death Proof", Tarantino's deel van "Grindhouse", is een rollercoaster van formaat.
 
Ergens is "Death Proof" op zich al een beetje een double feature, want de film bestaat uit twee delen die niets met elkaar te maken hebben behalve Stuntman Mike. Kurt Russell vertolkt, samen met het lelijkste jasje in de filmgeschiedenis, deze rol van een psychotische stuntman die er een duivels genoegen in schept argeloze vrouwen door middel van spectaculaire crashes om het leven te brengen. In het eerste deel van de film lukt hem dat aardig, en de finale botsing wordt door Tarantino op schitterende wijze tot viermaal toe in beeld gebracht. Stuntman Mike versus wulpse vrouwen: 1-0. In het tweede deel komt de psychopaat weer enkele potentiële slachtoffers op het spoor, maar spijtig genoeg voor hem zijn dit geen katjes om zonder rijhandschoenen aan te pakken. Wanneer ze onderschept worden tijdens het joyriden besluiten ze namelijk om zélf het stuur in handen te nemen en Stuntman Mike een koekje van eigen deeg te geven. Met als resultaat de knapste autoachtervolging sinds "The Matrix Reloaded" en een coole hommage aan Russ Meyer's -ahum- 'klassieker' "Faster Pussycat, Kill Kill".

Zie daar, het flinterdunne verhaaltje van "Death Proof". En toch is het een briljante prent, met name door de opzettelijke B-look die Tarantino koos voor zijn zesde film. Alles klopt, van het korrelige beeld tot de opzettelijke montagefoutjes tot de pure exploitation-soundtrack. Tel daarbij de kwistig in het rondgestrooide verwijzingen naar echte B-films en vooral Tarantino's eigen oeuvre aan toe, en de ware filmfreak weet dat hij aan "Death Proof" een vette kluif zal hebben!

P.S. "Planet Terror", Rodriguez' luik van "Grindhouse", wordt pas in de zalen verwacht op 9 september.   

06-06-2007 om 00:00 geschreven door Michel  


05-06-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CD: Bright Eyes - Cassadaga (2007)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

'Cassa-wát?' moet ongetwijfeld de meest gestelde vraag zijn bij het vernemen van de titel van Conner Obert's nieuwste worp. Een beetje opzoekingswerk leert dat Cassadaga een stad in Florida is die blijkbaar bekend staat als een centrum voor mediums en andere spiritualisten. We kunnen niet zeggen dat we niet heel even schrik hadden voor een zweverig new age-vehikel, maar gelukkig bleek die vrees al direct ongegrond.

Dat wil echter niet zeggen dat "Cassadaga" vintage Bright Eyes is, daarvoor klinkt de plaat wel heel anders dan pakweg "Fevers And Mirrors". Om te beginnen klinkt dit album een pak meer als het werk van een echte band dan als dat van een getroubleerde singer-songwriter. En als Oberst op "I'm Wide Awake, It's Morning" al een beetje richting alt.country begon te neigen, dan kiest hij er hier zo goed als resoluut voor, met glansrollen voor de pedal steel en gastoptredens van onder andere M. Ward. 

De nummers zelf dan getuigen van het immer groeiende vakmanschap van Oberst als songsmid. In "Make A Plan To Love Me" wordt zijn breekbare stem prachtig aangevuld door een vrouwelijke tweede stem, net als in hoogtepunt "No One Would Riot For Less" dat in al z'n verstilde eenvoud openbloeit tot een wondermooi liefdeslied. Nog zo'n hoogtepunt is "Middleman", een door nijdige strijkers voortgestuwde brok melancholie.   

Bright Eyes bewijst zichzelf weer maar eens als leveranciers van grote kwaliteit, en bovendien als een band die geen schrik heeft om zichzelf plaat na plaat te vernieuwen en opnieuw uit te vinden. En zlefs al levert dat in de toekomst een new age-plaat op, dan nog zijn we zeker dat het een steengoede zal zijn.

05-06-2007 om 17:30 geschreven door Michel  


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CD: Nine Inch Nails - Year Zero (2007)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Amper twee jaar na "With Teeth" is er nu "Year Zero". Dat is opmerkelijk snel naar de normen Nine Inch Nails, die in het verleden toch gemiddeld zo'n vijf jaar nodig hadden om van het ene tot het volgende album te komen (remix-platen niet meegerekend). Het wordt al helemaal een ijltempo als je er rekening mee houdt dat "Year Zero" niet enkel een album is, maar past binnen een conceptueel project van frontman Trent Reznor waar naast een internetcampagne binnen afzienbare tijd ook een film en een videogame van dienen te verschijnen. De rode draad in dat geheel is de op zijn zachtst gezegd nogal donkere visie van Reznor over hoe de wereld er zou kunnen uitzien in het jaar 2022. Een soort van "1984", maar dan een paar decennia later gesitueerd in Amerika. Dat klinkt allemaal heel ambitieus, maar de vraag is natuurlijk of het ook een beetje een spannende plaat opleverde. Het antwoord is 'ja en nee'.

Ja, want "Year Zero" opent erg sterk, met de instrumentale stormram "HYPERPOWER!". Daarna valt vooral de ingetogen sfeer van de plaat op, met songs die -geheel in de sfeer van het achterliggende verhaal- eerder kil en claustrofobisch overkomen. Op "Year Zero" zijn chaotisch exploderende nummers als "Survivalism", "Meet Your Master" en "The Great Destroyer", die nog het dichtst aanleunen bij het vroegere werk van Nine Inch Nails, de uitzonderingen in plaats van de regel.        

Nee, want "Year Zero" is net iets te lang om die apocalyptische sfeer vast te kunnen houden. Zestien nummers van toch al gauw vier minuten elk lijkt misschien niet overdreven veel, maar met muziek die zo loodzwaar weegt als die van Reznor wordt het al gauw een opgave om de plaat in één luisterbeurt uit te zitten. Niet dat de kwaliteit van de nummers zou verzwakken naar het einde toe, maar het is gewoon letterlijk te veel van het goede. Maar daar dienen pauze-knoppen voor natuurlijk.  

05-06-2007 om 17:01 geschreven door Michel  


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Film: Bombón El Perro (2004)
Klik op de afbeelding om de link te volgen

Zuid-Amerika is ontegensprekelijk hot sinds "Amores Perros" en "Cidade de Deus" stormenderhand aantoonden dat niet enkel Tarantino een patent heeft op hippe gewelddadigheden en parallelle verhaallijnen. Met "Bombón El Perro" tapt regisseur Carlos Sorin ("Historias Minimas") echter uit een heel ander vaatje.

Het eerste, droefgeestige half uur van "Bombón El Perro" doet de vrees rijzen dat we de zaal met een serieuze zomerdepressie zullen verlaten. Zoveel ellende als Juan 'Coco' Villegas meemaakt in zo weinig tijd, we wensen het niemand toe. Juan is een vijftiger die zopas ontslagen is, zijn vrouw al 20 jaar niet meer gezien heeft en in financiële problemen zit. Hoewel alles hem dus lijkt tegen te zitten, slaagt hij er toch in steeds de positieve kanten van zijn tegenslagen zien. Wanneer Juan in het bezit komt van een Argentijnse dog slaat de magie van de cinema echter toe en ontpopt de film zich plots tot een heerlijk rustige roadmovie die zowel op de lachspieren als op het gemoed werkt. Tegen de achtergrond van de uitgestrekte Patagonische vlakten en op de melodie van melancholische gitaardeuntjes rolt Juan door toedoen van zijn nieuwe metgezel op toevallige wijze van de ene ontmoeting in de andere en begint Vrouwe Fortuna eindelijk in zijn richting te glimlachen.

Net als in zijn vorige werk vertelt Sorin in "Bombón El Perro" een eenvoudig verhaal over gewone mensen, vertolkt door volstrekt onervaren acteurs. De Argentijnse regisseur heeft een onmiskenbaar talent heeft voor het kiezen van de juiste persoon voor de juiste rol. We onthouden vooral Juan Villegas en de schitterende manier waarop hij met zijn door het leven gegroefde gelaat gestalte geeft aan het hoofdpersonage. Maar ook de rest van de cast zet een meer dan overtuigende prestatie neer. Dat dat niet erg verwonderlijk is komt volgens Sorin zelf omdat de personages en gebeurtenissen voor een keer eens niet geheel fictief zijn en enige gelijkenissen met echte personen en gebeurtenissen niet op toeval berusten.

"Bombón El Perro" is nu eens absurd grappig, dan weer intens droevig, maar steeds levert de film een overtuigend mooie slice of life op die geheel terecht voor acht zilveren Condors, de Argentijnse Oscars zeg maar, genomineerd werd. Bombón is een prijsbeest dat zelfs de meest cynische brompot met een goed gevoel zal opzadelen.

DVD extras: de trailer, enkele korte interviews en een al even korte making of.

05-06-2007 om 00:00 geschreven door Michel  




Zoeken in blog


Blog als favoriet !

Archief per maand
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007



    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!