Klingenaars maken een alternatieve tocht door Oost-Afrika
Vijf Klingenaars, Antoon Verelst, Marleen Van Dommele, Marc Nuytten, Gerti en Erik Maes, beleefden in oktober een beklijvende reis naar Tanzania. Voor deze laatste twee was het al voor de derde keer dat ze een niet-toeristische tocht door dit arm land maakten. Dit jaar begon hun reis al in Nairobi (hoofdstad van Kenia). Het relaas van een reeks ontmoetingen.
De sloppenwijken in Nairobi: met 300 000 op één vierkante kilometer
We ontmoeten Justine, ze is aidspatiënt en moeder van tien kinderen. De vaders van haar kinderen kent ze niet. In gezelschap van de Vlaming broeder Lukas Martens, lid van het genootschap Charles de Foucauld worden we in haar sloppenwoning binnengeleid. Onder de indruk van de armoedige toestand waarin deze vrouw leeft, trachten we onze cameras, symbolen van onze Westerse welstand wat onhandig te verbergen. Omdat we overmand zijn door emoties hebben we het moeilijk om een gesprek op gang te brengen. We kunnen niet geloven dat hier een gezin kan overleven. Bovendien begint het te regenen en sijpelt op verschillende plaatsen het water door de versleten golfplaten. Dit is het klein regenseizoen, verklaart Lukas die reeds 10 jaar in deze sloppenwijk werkzaam is. We vragen ons af wat er nog van de schamele inboedel zal droog blijven als de regen volledig zijn duivels zal ontbinden. Justine betaalt voor dit krot 800 Keniaanse shilling (= 8 ) per maand aan de eigenaars. De beheerders van de 12 sloppenwijken in Nairobi behoren bijna allemaal tot de Kikuyus. Deze levert al jaren de president en een deel van hen heeft dus de macht en het geld. De meeste bewoners van de slums daarentegen zijn Luos. Odinga, de voornaamste belager van de president Kibaki tijdens de laatste verkiezing, is ook een Luo. Om het een beetje gechargeerd te zeggen: het lompenproletariaat in de sloppenwijken was de aanleiding dat er ook in Nairobis armste wijken begin dit jaar zware rellen tussen Luos en Kikuyus uitbraken. Om het geld bij elkaar te krijgen, tracht Justine langs de straat houtskool te verkopen. Ondertussen heeft Francis, een van haar zonen zijn studies moeten stoppen. Hij volgde het 3de middelbaar, maar er is geen geld meer en dus worden zijn kansen om ooit uit deze sloppenwijk te geraken fel gehypothekeerd. Zijn moeder heeft volledig haar hoop gesteld op broeder Lukas. Hij heeft haar trouwens geholpen met de nieuwste aidsgeneesmiddelen. Ik ben aan de dood ontsnapt, verklaart ze en vraagt Lukas om de goddelijke zegen over haar en haar gezin uit te spreken. Ingetogen volgt ze het gebed van de priester en dankt hem ontroerd. Lukas troont ons mee naar een ander krotje in de buurt. Hij stelt ons voor aan Mabel, een jonge vrouw met aids die tevens ook een depressie doormaakt. Doordat ze niet meer voor haar kind kan zorgen, is het onder de hoede van haar vader gesteld die ongeveer 500 km van haar vandaan woont. Met behulp van Lukas wil ze toch wel pogingen doen om uit deze situatie te geraken. Terwijl ze een aantal praktische afspraken met hem maakt, lezen we een tekst op een beduimeld papier aan de muur: Terwijl we leren uit het verleden, leven we voor de dag van vandaag en hopen op een betere toekomst. Terwijl we afscheid nemen, prevelt Mabel in het Engels: Wil je voor me bidden?. Sterk onder de indruk verlaten we haar woning en wandelen we verder in deze verpauperde omgeving met optrekjes van moddermuren en roestige golfplaten te midden van hopen afval waardoor open riolen met allerlei soorten uitwerpselen kronkelen. Vrouwen staan aan te schuiven voor de schaarse waterbronnen. Ondertussen heeft Justine haar plaats aan haar verkoopsstandje terug ingenomen en zij groet ons vriendelijk en opgewekt Volgens Lukas zijn de bewoners van de slums in Nairobi met meer dan 2 miljoen. Ongeveer gemiddeld zes personen per krotje. Nairobi bezit de benijdenswaardige eer de grootste sloppenwijk van Afrika te bezitten: in Kibera alleen wonen ongeveer 800 000 mensen. Van de VN- plannen om hen een betere huisvesting te bezorgen, is er nog steeds niets te merken. Ondertussen zijn de levensomstandigheden zo erg dat ratten en muizen er geen onderkomen zoeken omdat er geen voedselrestanten te vinden zijn Toch blijft bij deze mensen de wil bestaan om te vechten voor betere levensomstandigheden, maar ze moeten daarvoor enorme inspanningen leveren. Zo hebben bijvoorbeeld de bewoners van de slums geen geld om de bus te betalen en daarom dienen ze, als ze willen gaan werken, soms vier uur per dag te stappen We hebben vandaag de armsten der armen ontmoet Als overgang vanuit onze beschermde Westerse maatschappij kan dit tellen.