For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
22-11-2010
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
DE WIJNGAARDENIER EN ZIJN WIJN.
TWEEDE BOEK, KAP. 8.
Velen verwonderen er zich over, waarom ik spreek met u en niet met anderen wier leven beter is en die mij langer dienden. Ik antwoord u met voorbeelden en gelijkenissen. Er is een heer, die vele wijngaarden heeft in verschillende landen, en de wijn van iederen wijngaard smaakt naar het land, waarin hij geplant is. En als de wijn den heer wordt voorgezet, drinkt hij af en toe van den middelmatigen wijn, die lichter is, en niet altjid van den beteren en zwaarderen. Indien iemand, die er bij staat en het ziet, on kundig tegen den heer zegt: Waarom doet gij dit? Antwoordt de heer, dat deze wijn hem beter smaakt en voor die gelegenheid geschikter was. De heer giet daarom den beteren wijn niet uit en versmaadt de betere soorten niet, maar hij bewaart ze tot zijn voldoening en nut.
Zoo deed ik met u. Ik heb veel vrienden, en hun leven is mij zoeter dan honig en aangenamer dan eenige wijn en lichter voor mijn aanschijn dan de zon. Toch heeft mijn geest en mijn genade u uitverkoren, want zoo beliefde het mij, niet omdat gij beter zijt dan zij, of gelijk aan hen, of omdat gij grooter verdiensten hebt, maar omdat ik het wil en omdat ik dwazen tot wijzen maak en zondaars tot rechtvaardigen. En ik veracht hen niet, hoewel ik u zoo genadig behandelde, maar ik zal hen bewaren voor een andere gelegenheid en eer, al naar het recht dan eischt. Daarom, wees ootmoedig in alles en bedroef u over niets anders dan over uwe zonden. Heb allen lief, ook hen, die mij schijnen te haten en mij belasteren, want zij geven u meer gelegenheid tot kroon en loon. Drie dingen gelast ik u te doen, drie dingen gelast ik u na te laten. Drie dingen laat ik u toe te doen. Drie dingen raad ik u te doen.
Eerst gelast ik u drie dingen te doen; namelijk niets te verlangen buiten uw God, ten tweede allen hoogmoed af te leggen en ten derde eeuwig de ontucht des vleesches te haten.
Drie dingen gelast ik u na te laten: Ten eerste ijdelheid en lichtzinnig gepraat; ten tweede overvloed in eten en drinken en in andere dingen; ten derde de vreugde en lichtvaardigheid der wereld (haar onstandvastigheid en wellust) te beminnen.
Drie dingen gun ik u en sta ik u toe: Ten eerste matigen slaap, opdat gij u wel zult gevoelen; ten tweede matig waken voor de ontwikkeling van het lichaam; ten derde matigen kost voor het onderhoud van het lichaam. Drie dingen raad ik u: Ten eerste u toe te leggen op goede werken, waarvoor het hemelrijk beloofd wordt; ten tweede tot Gods eer te gebruiken de middelen die u ten dienste staan; ten derde raad ik u in uw hart steeds twee dingen wel te overwegen en steeds voor oogen te houden: ten eerste wat ik voor u deed, toen ik pijn en dood voor u verdroeg. Deze gedachte wekt liefde op voor God. Ten tweede mijn rechtvaardigheid en het komend oordeel. Daardoor ontstaat vrees in het gemoed.
Het vierde is dat, wat ik tweemaal beveel en wat ik raad en toelaat. Dat gij gehoorzaamt zooals het u betaamt, - en dat gij niets anders doet, dat beveel ik u, want ik ben uw heer, dat laat ik u toe te doen, want ik ben uw bruidegom, dat raad ik u, want ik ben uw vriend.
Wordt vervolgd.
HEILIG HART VAN JEZUS , ZOON VAN GOD , ZOON VAN DE MAAGD MARIA.
"Hart van Jezus, heilige tempel van God woontent van de Allerhoogste".
Samen met Maria - en door haar Onbevlekt Hart - richten wij ons tot het goddelijk Hart van haar Zoon: Hart van Jezus - heilige tempel van God. Hart van Jezus - woontent van de Allerhoogste. Het menselijk Hart dat zozeer gelijkt op andere mensenharten en tegelijk toch: Hart van Gods Zoon. Indien het waar is, dat in zekere zin iedere mens in zijn Hart "woont", dan woont ook God in het Hart van de Man van Nazareth, van Jezus Christus. Het Hart van deze Mens is "tempel van God".
God de Zoon is één met de Vader, Hij is het Eeuwige Woord, "God uit God, Licht uit Licht.... geboren, niet geschapen". De Zoon is één met de Vader in de H. Geest, die de "geest" is van de Vader en de Zoon en, in de Goddelijke Drie-eenheid, de Zelfstandige Liefde. Het Hart van de Mens Jezus Christus is dus, in trinitaire betekenis, "tempel van God": Het is de inwendige tempel van de Zoon, die één is met de Vader in de Geest, door de eenheid van de Godheid. Welk een ondoorgrondelijk verblijf is het mysterie van dat Hart, dat "tempel van God" is en "woontent van de Allerhoogste"! Het is tegelijkertijd het waarachtige "verblijf van God te midden van de mensen", want het Hart van Jezus omvat alle mensen in zijn inwendige tempel. Allen verblijven er, omhelsd door de eeuwige Liefde. In het Hart van Jezus kunnen op allen de woorden van de Profeet worden toegepast: "Mijn liefde voor u duurt eeuwig, Ik blijf u altijd trouw".
Moge de kracht van die eeuwige Liefde, die woont in het goddelijk Hart van Jezus, heel speciaal worden meegedeeld aan de jongeren. In hen moet de H. Geest op een bijzondere wijze zijn verblijf nemen. Dat hun hart dus - naar het voorbeeld van Christus - een "heilige tempel van God" worde en "woontent van de Allerhoogste". Ik heb de jongeren reeds zo dikwijls horen zingen: "Weet gij dat gij een tempel zijt?". Ja. Wij zijn tempels van God en de Geest van God woont in ons, zoals St. Paulus schrijft.
Door het Onbevlekt Hart van Maria blijven wij verbonden met het Hart van Jezus, die de "tempel van God" is, de heiligste en meest volmaakte "woontent van de Allerhoogste".
HEILIG HART VAN JEZUS , ZOON VAN GOD , ZOON VAN DE MAAGD MARIA.
"Hart van Jezus, oneindige majesteit, huis van God en poort van de hemel".
Door het onbevlekte hart van Maria willen wij gaan naar het goddelijk Hart van haar Zoon, naar het Hart van Jezus, oneindige Majesteit! De oneindige Majesteit van God is verborgen in het menselijk Hart van de Zoon van Maria. Dat is het Hart van het Verbond. Dat Hart betekent de grootste nabijheid van God voor de harten van de mensen en voor de menselijke geschiedenis. Dat Hart is de wonderbare "Welwillendheid" van God: het menselijk Hart dat brandt van goddelijk leven: het goddelijk leven dat ontvlamt in het hart van de mens.
In de Allerheiligste Eucharistie ontdekken wij, "door het geloof", hetzelfde Hart: het Hart van de oneindige Majesteit, dat door de menselijke liefde van Christus, de Godmens, blijft kloppen. Hoe diep heeft de heilige Paus Pius X, eertijds patriarch van Venetië, deze liefde ervaren: hoe heeft hij ernaar verlangd, dat alle christenen reeds van de kinderjaren af tot de Eucharistie zouden naderen in de heilige Communie: opdat zij zich zouden verenigen met dit Hart, dat er is voor de mensen en dat tegelijk "huis van God en poort van de hemel" is. "Huis": door de eucharistische Communie wordt het Hart van Jezus het verblijf van ieder menselijk hart. "Poort": in ieder van die menselijke harten opent Hij het vooruitzicht van de eeuwige vereniging met de heilige Drie-eenheid.
Moeder van God! Breng ons dichter bij dat goddelijk Hart, - het Hart van oneindige Majesteit, - Huis van God en Poort van de hemel. Dat Hart, dat vanaf het ogenblik van de Boodschap van de Engel is beginnen kloppen bij uw maagdelijk en moederlijk Hart.
HEILIG HART VAN JEZUS , ZOON VAN GOD , ZOON VAN DE MAAGD MARIA.
"Hart van Jezus, wezenlijk verenigd met het woord van God".
De uitdrukking, "Hart van Jezus", doet ons onmiddellijk denken aan de mensheid van Christus en ze legt ook de nadruk op de rijkdom aan gevoelens en medelijden met de zwakken, de voorkeur voor de armen, de barmhartigheid jegens de zondaars, de tederheid voor de kinderen; ze doet ons denken aan de kracht waarmee de hypocrisie, de hoogmoed en het geweld aan de kaak wordt gesteld; de uitdrukking onderstreept de zachtmoedigheid jegens tegenstanders, de ijver voor de glorie van de Vader en de vreugde voor zijn mysterieuze en voorzienige tekenen van genade. De uitdrukking, "Hart van Jezus", is voor ons een verwijzing naar de feiten van zijn lijden, naar de droefheid bij het verraad van Judas, naar zijn ontreddering in de eenzaamheid, zijn angst voor de dood, zijn kinderlijke en gehoorzame overgave in de handen van zijn Vader. Die uitdrukking omvat vooral de liefde die onophoudelijk opwelt uit dit Hart: de oneindige liefde jegens de Vader en de grenzeloze liefde jegens de mens.
Dat menselijk zo rijke Hart nu "is verbonden met de Persoon van het Woord van God". Jezus is het mens geworden woord van God: in Hem is er slechts één Persoon - de eeuwige Persoon van het Woord - maar hij heeft twee naturen, de goddelijke en de menselijke natuur. Jezus is één in de ondeelbare realiteit van zijn wezen en Hij is tezelfdertijd volmaakt in zijn godheid en volmaakt in onze mensheid; wat zijn goddelijke natuur betreft, is Hij gelijk aan de Vader; in zijn menselijke natuur is Hij gelijk aan ons. Hij is de waarachtige Zoon van God en tevens waarachtig Mensenzoon. Vanaf de menswording is het Hart van Jezus verenigd geweest met de Persoon van het Woord van God, en zo zal het altijd blijven. In verband met de vereniging van het Hart van Jezus met de Persoon van het Woord van God kunnen we zeggen: in Jezus bemint God op een menselijke wijze, lijdt Hij menselijk, verheugt Hij zich menselijk. En andersom: in Jezus verwerft de menselijke liefde, het menselijk lijden en de menselijke glorie haar goddelijke intensiteit en kracht.
Maria heeft dag na dag in geloof geleefd aan de zijde van haar Zoon Jezus: zij wist dat het vlees van haar Zoon geboren werd uit haar maagdelijk vlees; maar zij wist ook dat Hij - als "Zoon van de Allerhoogste" - oneindig ver boven haar stond: het Hart van haar Zoon was immers "wezenlijk verenigd met het Woord". Daarom hield zij van Hem als haar Zoon en tegelijk aanbad zij Hem als haar Heer en God. Moge zij voor ons verkrijgen dat ook wij Christus, God en Mens, boven alles liefhebben en aanbidden, "uit geheel ons hart, geheel onze ziel en geheel ons verstand". Door hierin haar voorbeeld te volgen, zullen wij het voorwerp zijn van de goddelijke en menselijke voorliefde van het Hart van Jezus.
HEILIG HART VAN JEZUS , ZOON VAN GOD , ZOON VAN DE MAAGD MARIA.
"Hart van Jezus, door de H. Geest in de schoot van de Moedermaagd gevormd".
Wij horen hier de echo van een fundamenteel artikel van het Credo, namelijk waar wij ons geloof belijden in "Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God", die "uit de hemel is neergedaald en het vlees heeft aangenomen door de H. Geest uit de maagd Maria, en is mens geworden". De heilige mensheid van Christus is dus het werk van de goddelijke Geest en van de Maagd van Nazareth.
Het is het werk van de Geest. De evangelist Mattheus bevestigt dat zeer duidelijk, als hij de woorden aanhaalt van de engel aan Jozef: "Het kind in haar schoot is van de H. Geest"; ook de evangelist Lucas bevestigt dat met de woorden van de engel Gabriël tot Maria: "De H. Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen". De Geest heeft de heilige mensheid van Christus gevormd: zijn lichaam en ziel met heel zijn verstand, wil en vermogen om te beminnen. In één woord: Hij heeft zijn Hart gevormd. Het leven van Christus staat volledig onder het teken van de Geest. Alles komt van de Geest: zijn wijsheid die de Wetgeleerden en zijn medeburgers verstomd doet staan, de liefde die de zondaars tot Hem laat komen en hun vergeving schenkt, de barmhartigheid die zich neerbuigt over de ellende van de mens, de tederheid die de kinderen zegent en omarmt, het medeleven dat de smart van de bedroefden lenigt. De H.. Geest richt Jezus's stappen en leidt Hem op weg naar Jeruzalem, waar Hij het offer van het Nieuwe Verbond zal opdragen, waardoor het vuur zal oplaaien dat Hij op aarde is komen brengen.
Anderzijds is de mensheid van Christus ook het werk van de Maagd. De Geest heeft het Hart van Jezus gevormd in de schoot van Maria, die als moeder en als opvoedster op een actieve wijze met Hem heeft meegewerkt. Als moeder heeft zij bewust en vrij ingestemd met het verlossingsplan van God de Vader, door in stilte het mysterie van het Leven te aanbidden, dat in haar ontkiemd was en er zich ontwikkelde. Als opvoedster heeft zij het Hart van haar Zoon gevormd door, samen met de H. Jozef, Hem in te wijden in de tradities van het uitverkoren volk, Hem op te voeden in de liefde voor Gods Wet en Hem in te leiden in de spiritualiteit van de "arme van Jahwe". Zij heeft zijn verstand helpen ontwikkelen en een onfeilbare invloed uitgeoefend op zijn karakter. Hoewel zij wist dat haar Kind haar ver oversteeg - want Hij was "de Zoon van de Allerhoogste" - heeft zij toch niet minder aandacht besteed aan zijn menselijke opvoeding. Daarom kunnen wij voor waar aannemen dat het Hart van Jezus een afstraling is van het wonderbare werk van de H. Geest, terwijl zijn Hart ook een afspiegeling is van zijn Moeder. Moge het hart van elke mens en zeer zeker van elke christen zijn als het Hart van Christus: volgzaam in het werk van de Geest en volgzaam voor de stem van zijn Moeder.
HEILIG HART VAN JEZUS , ZOON VAN GOD , ZOON VAN DE MAAGD MARIA.
"Hart van Jezus, Zoon van de Eeuwige Vader".
De Kerk vindt in het Hart van Christus de toegang tot God, die de H. Drie-eenheid is: tot de Vader, tot de Zoon en tot de H. Geest. Deze ene God - tegelijk Één en Drievoudig - is een onuitsprekelijk mysterie van ons geloof. Want Hij "woont in ongenaakbaar licht. Maar tezelfdertijd heeft de oneindige God de mogelijkheid geschapen om door het Hart van deze Mens te worden omhelsd; zijn naam is Jezus van Nazareth: Jezus Christus. Door het Hart van de Zoon nadert God de Vader ook tot onze harten en komt Hij tot ons. Ieder van ons is gedoopt "in de naam van de Vader, van de Zoon en de H. Geest". Ieder van ons is na zijn geboorte ondergedompeld in de Drieëne God: in de levende God, in de Ene, leven schenkende God. Die God belijden wij als de Heilige Geest die, uitgaande van de Vader en de Zoon, "het leven geeft".
Het Hart van Jezus is "door de H. Geest in de schoot van de Moedermaagd gevormd". God die "het leven geeft", die "zich meedeelt aan de mensen", begon het werk van zijn heilseconomie door mens te worden. Juist door zijn maagdelijke ontvangenis en zijn geboorte uit Maria is zijn menselijk hart ontstaan en "door de H. Geest in de schoot van de Moedermaagd gevormd". Aan dat Hart willen wij onze arme menselijke harten geheel en al toevertrouwen, onze harten die op zo vele wijzen worden beproefd, die op zo vele manieren worden verdrukt. Maar ook: de harten die vertrouwen op de almacht van God! en op de verlossende almacht van de H. Drie-eenheid!
GEEF VREDE, HEER, GEEF VREDE.
Geef vrede, Heer, geef vrede, de aarde wacht zolang, er word zoveel geleden, de mensen zijn zo bang, de toekomst is zo duister en ons geloof zo klein, O Jezus Christus, luister en laat ons niet alleen!
Geef vrede, Heer geef vrede, Gij die de vrede zijt, die voor ons hebt geleden, gestreden onze strijd, opdat wij zouden leven bevrijd van angst en pijn, en laat de mensen blijdschap geven en gebedsstichters zijn.
Geef vrede, Heer, geef vrede, bekeer ons felle hart. deel ons Uw liefde mede, die onze boosheid tart, die onze ,mond leert spreken en onze handen leidt. Uw vrede wint de strijd.
WIE IN SCHADUW GODS.
Wie in schaduw Gods mag wonen, hij zal niet sterven in de dood. Wie bij Hem zoekt naar onderkomen, vindt eenmaal vrede als zijn brood. God legt zijn vleugels van genade beschermend om hem heen als vriend en Hij verlost hem van het kwade, opdat hij eens geluk zal zien.
Engelen zendt Hij alle dagen Zij zullen hem op handen dragen door een woestijn van hoop en pijn. Geen vrees of onheil doet hem beven, geen ziekte waar een mens van breekt. Lengte van dagen zal God geven rust aan een koele waterbeek
Hem zal de nacht niet overvallen; zijn dagen houden eeuwig stand. Duizenden doden kunnen vallen; hij blijft geschreven in Gods hand. God legt een schild op zijn getrouwen, die leven van geloof alleen. Hij zal een nieuwe hemel bouwen van liefde om zijn tranen heen.
DICHTBIJ IS GOD.
Waarachtig en waar is al wat Hij zegt, God is vol iefde in al wat Hij doet. God is dichtbij voor wie dreigen te vallen, die in verdrukking zijn, richt Hij weer op.
De ogen van allen zien uit naar U, en Gij geeft ieder zijn eten op tijd. Gij opent met liefde uw hart en hand, de wensen van ieder die leeft, vervult Gij.
Dichtbij is God voor wie Hem roepen, voor hen die van harte bidden tot Hem. Wensen vervult Gij van die Hem vrezen, Hij hoort hen roepen en verlost hen.
DE GEEST DES HEREN HEEFT EEN NIEUW BEGIN GEMAAKT.
De Geest des Heren heeft een nieuw begin gemaakt, in al wat groeit en leeft zijn adem uitgezaaid. De Geest van God bezielt die koud zijn en versteend, herbouwt wat is vernield, maak een wat is verdeeld.
Wij zijn in Hem gedoopt, Hij zalft ons met zijn vuur. Hij is de bron van hoop in alle dort en duur.? Wie weet vanwaar Hij komt, wie wordt zijn licht gewaar? Hij opent ons de mond en schenkt ons aan elkaar.
De Geest die in ons bewoont, verzucht en smeekt naar God dat Hij ons in de Zoon doet opstaan uit de dood. Opdat ons leven nooit in weer en wind bezwijkt, kom Schepper Geest, voltooi wat Gij begonnen zijt.
VERGEVING.
Niet Gods arm is te kort om ons te redden, niet zijn oor is te doof om ons te horen. Maar onze misdaden verduisteren het licht. Wij plegen geweld, wij zaaien verwoesting, de weg van de vrede kennen wij niet. Wij wachten op licht, maar het blijft donker, op het licht van de zon, maar wij dolen in duisternis. Als blinden tasten wij langs de wand, als mensen die geen ogen hebben. Wij struikelen op klaarlichte dag, in de bloei van ons leven zijn wij als doden. Scheur dan de wolken uiteen en kom, zoals de morgenlicht het duister verdrijft. Maak ons open voor U, de komende en wees ons genadig. Amen.
LUISTER.
Luister, Heer, want mijn zaak is rechtvaardig, let op mijn geroep. Wil mijn gebed aanhoren; mijn lippen bedriegen U niet. Standvastig volg ik het pad van de wet, mijn voet struikelt niet op uw wegen. Nu roep ik U aan, want Gij zult mij verhoren, wend dus uw oor naar mij, hoor naar mijn stem. Spaar mij, zoals men zijn ogen spaart, verberg mij onder de schuts van uw vleugels. Maar ik ben rechtschapen en mag U aanschouwen, uw aanblik verzadigt mij als ik ontwaak. Amen.
GIJ HERDER.
Gij, Herder van mensen, schenk ons nieuwe kracht, nu wij het brood des levens delen. Bewaar ons in de eenheid van het geloof, vervul ons met de hoop op een leefbare wereld en houd ons bijeen in onderlinge liefde.
Gij doet ons op aarde samen leven, een teken van uw liefde voor ons. Voor alle mensen die ons hebben gevormd en van wie wij zoveel ontvangen, voor de gemeenschap die er onder ons is, de onderlinge verbondheid, de verzoening en de liefde, danken wij U:
Gij hebt ons een geest gegeven en handen, verstand en een hart, zo kunnen wij zorgen voor elkaar en voor een bewoonbare aarde. Daarvoor danken wij U:
Gij laat ons in leven in gemeenschap, in een land, een gemeente, een stad/dorp. Voor al het zwoegen van mensen dat gewijd is aan de verbondenheid en recht doen aan elkaar.
Gij hebt ons in uw kerk samengeroepen in verantwoordlijkheid voor elkaar om aan allen het geheim van uw liefde te openbaren en te kunnen werken aan de nieuwe schepping die Gij tot stand brengt in het rijk van de Messias, uw Zoon, die met U samen is met de Geest vandaag en alle dagen tot in eeuwigheid. Amen.
God heeft alles geschapen, Zijn wil geschied.
Gij enige, Dat de begeestering van enkelen Als een vonk overslaat op velen, Zodat de massa weer een hart krijgt, Onze wereld een ziel: Wilt Gij ons bestaan dat nog aanschouwen?
Dat onze steden en dorpen plekken zullen worden Waar men elkaar het licht gunt, Haarden van rust en vrede, Waar wij in vriendschap uw volk zijn en Gij God-met-ons: Zal ooit nog komen die dag?
Dat 'heb elkaar lief' weer de gulden regel wezen zal Het hart van de wet, De kern van ons geloof, de lamp van onze voet, Het ware licht op onze levensweg: Wilt Gij ons helpen dat waar te maken in deze dagen nog?
ALS GOD ONS THUIS BRENGT.
Als God ons thuis brengt uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn.
Wij zullen zingen, lachen, gelukkig zijn. Dan zegt de wereld: 'Hun God doet wonderen' Ja, Hij doet wonderen, God in ons midden, Gij onze vreugde.
Breng ons dan thuis, keer tot ons leven, zoals rivieren in de woestijn die, als de regen valt, opnieuw gaan stromen.
Wie zaait in droefheid, zal oogsten in vreugde. Een mens gaat zijn weg en zaait onder tranen. Zingende keert hij terug met zijn schoven.
Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn.
19-11-2010
AAN ALLEN EEN GEZEGENDE VRIJDAG TOEGEWENST.
N. ( M ).
The Miracle of Damascus Part 19
The Miracle of Damascus Part 19
Voor de hiernavolgende martelaren die op de meest wreedaardige wijze vermoord werden in de (Syrisch) Katholieke kathedraal in Bagdad, gedurende een Eucharistieviering.
Voor de hiernavolgende martelaren die op de meest wreedaardige wijze vermoord werden in de (Syrisch) Katholieke kathedraal in Bagdad, gedurende een Eucharistieviering.
De namen van de martelaren werden vrijgegeven door de Vertegenwoordiger aan de Heilige Stoel, gedurende de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.
Eerwaarde Vader Thaer Abdal Eerwaarde Vader Wassim Al-Qas Boutrus
George Ayoub Toubaias Nabil Elias Sahem Adnana
Thaer Kamel en zijn echtenote Nada en zoon Omar Nada Hamis Stefan Omar Ousi
Aziz Almyzi Younan Georgis Alsaour met zijn zoon, kleinzoon en schoondochter
John Younan Rita Matti Georgis Zora Sandro John Younan
Maha Naseef Bino met haar twee zonen Wisam en Salam Salam Adeeb Wisam Adeeb
Fayez Waedallah Qzazi Audai Zhair Marzeina Arab Adam Audai Zhair Arab
Behnam Mansour Paulus Mamika Ayoub Adnan Ayoub Berjo Sabah Matti Hamai
Saed Edward Alsaati Fares Najeeb Philip Anawi Vivine Naser Maro
Nazir Abdulahad Anai Fadi Behouda Mazen Fadil Salim Elias Mahrouk
Athil Nageeb Aboudi Nizar Hazem Al Sayegh Souheila Johnny
LITANIE VOOR DE OVERLEDEN GELOVIGEN.
LITANIE VOOR DE OVERLEDEN GELOVIGEN.
Heer, ontferm U over ons. Jezus-Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons. Jezus-Christus, hoor ons. Jezus-Christus, verhoor ons. Hemelse Vader, die God zijt, ontferm U over de overleden gelovigen. Zoon, Verlosser der wereld, die God zijt, ontferm U over de overleden gelovigen. Heilige Geest, die God zijt, ontferm U over de overleden gelovigen. Heilige Drieëenheid, èèn God, ontferm U over de overleden gelovigen. Heilige M aria, Moeder van God, bid voor de overleden gelovigen. Heilige Aartsengel Michaël, bid voor hen. Mijn heilige engel bewaarder en heilige engel bewaarder van de overleden gelovigen, bid voor hen. Koren van de gelukzaligen, bid voor hen. Heilige Jozef, bid voor hen. Heilige Johannes de Doper, bid voor hen. Gij allen, HH. Patriarchen en Profeten, bid voor hen. Heilige Petrus en Paulus, bid voor hen. Gij allen, HH. Apostelen en Evangelisten, bid voor hen. Heilige Stefanus, bid voor hen. Gij allen, heilige martelaren, bid voor hen. Heilige Gregorius, bid voor hen. Heilige Augustinus, bid voor hen. Gij allen, HH. Kerkvaders, Pauzen en Belijders, bid voor hen. Heilige Anna, bid voor hen. Heilige Maria-Magdalena, bid voor hen. Heilige Catharina, bid voor hen. Heilige Ursua en Gezellinnen, bid voor hen. Gij allen, HH. Maagden en HH. Weduwen, bid voor hen. Gij allen, heiligen van God, bid voor hen. Wees hen genadig, schenk hun vergeving, Heer. Wees hen genadig, verhoor ons Heer. Omwille van Uw zoete Naam Jezus, ontferm U over de overleden gelovigen. Omwille van Uw grote Barmhartigheid, ontferm U over de overleden gelovigen. Omwille van Uw bitter lijden, ontferm U over de overleden gelovigen. Omwille van Uw Heilige Wonden, ontferm U over de overleden gelovigen. Omwille van Uw Kostbaar Bloed, ontferm U over de overleden gelovigen. Omwille van Uw smakelijke Dood, ontferm U over de overleden gelovigen. Arme zondaars die wij zijn, verhoor ons Heer. Gewaardig U, barmhartigheid te schenken aan alle overleden gelovigen, verhoor ons Heer. Gewaardig U, de straf te vergeven door hun zonden verdiend, verhoor ons Heer. Gewaardig U, voor de strengheid van Uw Rechtvaardigheid te verzachten, verhoor ons Heer. Gewaardig U, hen te brengen naar de plaats van vrede en eeuwige rust, verhoor ons Heer. Gewaardig U, hen in het bezit te stellen van het Vaderlijk erfdeel, verhoor ons Heer. Gewaardig U, hen te laten Uw Goddelijke Pracht aanschouwen, verhoor ons Heer. Gewaardig U, hen te verzadigen met de oneindige volheid van Uw Goedheid, verhoor ons Heer. Gewaardig U, hun verlangen naar het heil ten volle te vervullen, verhoor ons Heer. Dat de HH. Misoffers en Communies, voor hen opgedragen, hun ten goede komen, verhoor ons Heer. Gewaardig U, de eeuwige rust te verlenen in het bijzonder aan de zielen van onze naastbestaanden, vrienden en weldoeners, verhoor ons Heer. Gewaardig U, de zielen van de gelovige soldaten, gestorven in een rechtvaardige oorlog, in UW Barmhartigheid te ontvangen, verhoor ons Heer. Gewaardig U, de zielen voor wie iemand bid, te verlossen, verhoor ons Heer. Gewaardig U, hen aan de vlammen te onttrekken en hen weldra door de engelen te laten begeleiden naar het eeuwig Vaderland, verhoor ons Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, schenk hun vergeving, o goede Jezus. Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor hen, o goede Jezus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, schenk deze arme overledenen de eeuwige rust. Heer, verhoor mijn gebed. En dat mijn smeken U bereike.
LAAT ONS BIDDEN. O God, Schepper en Verlosser van alle gelovigen, verleen de zielen van Uw overleden dienaars en dienaressen de vergeving van al hun zonden, opdat door onze ootmoedige gebeden, zij de barmhartigheid mogen ervaren waarop zij altijd gehoopt hebben. Gij die leeft en heerst met Uw Zoon en de H. Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
BIJZONDER GEBED. Heer Jezus, Uw barmhartigheid is zonder grenzen. Wij bidden U nederig, medelijden te hebben met de ziel van Uw dienaar ( dienares ) N..., die zijn ( haar ) sterfelijk lichaam heeft verlaten en aan Uw almacht is overgeleverd en die door ons gebed de oneindige goedertierenheid van Uw H. Hart afsmeekt, om, samen met de kwijtschelding van de straffen voor alle zonden, de rust van de eeuwige gelukzaligheid te bekomen. Gij die leeft en heerst met de Vader en de H. Geest, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
JEZUS BAANT EEN WEG IN DE WOESTIJN DER WERELD.
TWEEDE BOEK, KAP. 7.
Gij verwondert u, waarom ik met u spreek en waarom ik u zulke groote dingen toon. Zuo het voor u allein zijn) Voorzeker niet. Ook tot kennis en redding van anderen. De wereld was als een woestijn, waarin slechts éen weg was, die naar den diepsten afgrond leidde. In de diepte waren twee ruimten, waarin allen, die beneden kwamen, opgenomen werden. De eene ruimte was zoo diept, dat er geen bodem onder was, en die daarin neerdaalden, kwamen nooit meer boven. De andere was niet zoo diep als de eerste en minder verschrikkelijk, maar die er in nederdaalden hoopten op hulp, en allen hadden denzelfden wensch en hetzelfde verlangen, en voelden zich niet ongelukkig; zij werden het duister gewaar, maar leden geen pijn.
Zij die in de tweede ruimte verbleven, riepen steeds naar een heerlijke plaats, die daar vlak bij was en gevuld met alles wat goed was en zoet. Zij riepen luid, want zij kenden den weg die hen naar de plaats leiden moest, maar het bosch in de woestijn was zoo dich en dik, dat zij niet voort konden en zij misten de kracht om een weg te banen. En wat riepen zij? Zij riepen: O Heere God, kom en geef hulp, wijs den weg en verhoor ons, die U wachten. Wij hebben geen andere redding dan U.
Dit roepen kwam mij ter oore in het hemelrijk en ontroerde mij en bewoog mij tot barmhartigheid; ik werd verzacht door dat dringend roepen en verscheen als een pelgrim in de woestijn. Maar voor ik naderde en begon te werken, hoorde ik een stem, die zeide: Nu is de bijl aan den boom gelegd. Van wien was die stem anders dan van Johannes den Dooper, die voor mij gezonden werd en in de woestijn riep, zeggende: Reeds ligt de bijl aan den wortel der boomen, alsof hij zeggen wilde: Wees nu gereed, mensch, want nu is de bijl gereed. Hij is gekomen die den weg naar de stad zal banen en alles uitrukken, wat tegenstand biedt. En ik kwam en werkte, van het oogenblick dat de zon opging totdat zij onderging; dat is: van het oogenblick af dat ik het menschelijk bestaan aannam, tot aan den kruisdood, werkte ik voor de zaligheid der menschen, vluchtend aan het begin van mijn intreden in de wereld voor mijn vijanden en voor Herodes, die mij haatte.
Ik werd door de duivels in bekoring gebracht, ik werd door de menschen gehaat, ik doorstond menigvuldigen arbeid, ik at en ik dronk en ik voldeed alle andere nooddruft des lichaams zonder zonde, ter versterking van het geloof, en om mijn ware natuur te toonen en mijn menschelijkheid. Daarna, als ik den weg naar het hemelrijk bereidde en de hinderlijke struiken uitrukte, staken de scherpste dorens en stekels mij in de zijden, en scherpe ijzeren spijkers verscheurden mijne handen en voeten, en mijn tanden en wangen werden deerlijk geslangen. Maar ik verdroeg het geduldig en week niet terug, maar ging des te ijveriger voorwaarts.
Op dezelfde wijze als een dier, dat door honger gedreven wordt en een man ziet, die een scherpe spies gereed houdt, toch naar de spies toespringt omdat het honger heeft en den man verslinden wil en hoe diep de man het dier de spies ook in de ingewanden duwt, het dier zich toch tegen de spies blijft aandrukken, totdat de ingewanden en heel het lichaam doorstoken zijn, zoo gloei ook ik van zoo groote liefde voor de ziel, dat toen ik de allerbitterste pijn zag, en ondervond, hoe gewillig de mensch was om mij te dooden, ik des te vuriger wenschte de pijnen te lijden tot redding der zielen.
Zoo ging ik voort in de woestijn dezer wereld onder ellende en arbeid, en bereidde den weg met mijn bloed en mijn zweet. En wel mag deze wereld een woestijn genoemd worden, want alle deugd werd in haar verdorven, en de woestijn der ondeugden bleef over, waarin alleen éen weg was, die allen naar de hel voerde, de vervloekten naar de vervloeking, en de goeden naar verlaten duisternissen. Daarom, toen ik in mijn barmhartigheid hun verlangen hoorde, om gered te worden, verscheen ik en toog als pelgrim aan het werk. En onbekend wat mijn goddelijke macht betreft, bereidde ik den weg, die naar het hemelrijk leidt. En toen mijn vrienden dien weg zagen, en de groote inspanning die het moeilijk werk mij kostte en de vreugde van mijn gemoed, volgden velen mij gedurende langen tijd.
Maar nu is de stem veranderd, die riep: Weest gereed! En nu is mijn weg veranderd; weer zijn struiken en dorens opgegroeid en de meesten zijn in gebreke gebleven mijn weg te gaan. Maar de weg naar de hel is gemakkelijk te vinden en breed, en de meesten begaan dien. Toch is mijn weg niet geheel vergeten; enkele mijner vrienden betreden dien, uit verlangen naar het vaderland des hemels, als vogels vliegend van den eenen struik naar den andere en blijkbaar in het geheim mij dienden, uit vrees. Want allen vinden nu geluk en vreugde in het begaan van den weg der wereld. En omdat mijn weg smal geworden is en die van de wereld uitgestrekt en breed, daarom roep ik nu in de woestijn, dat is in de wereld, tot mijn vrienden, dat zij de dorens en distels uitrukken, en mijn weg begaanbaar maken voor hen, welke dien betreden willen.
Want evenals er geschreven staat: Zalig zij die niet gezien en toch geloofd hebben, evenzoo zijn zij zalig, die nu mijne woorden gelooven en die bekrachtigen door hunne werken. Voorwaar, ik ben als een moeder, die naar haar op den weg verdwaalden zoon ijlt en hem een licht geeft, opdat hij den weg zien zal, en in haar liefde hem op den weg tegemoet komt en dien verkort en hem vol vreugde omhelst.
Zoo zal ik met liefde naar mijne vrienden ijlen en naar allen, die bij mij terug willen komen, en ik zal hun hart en hun ziel verlichten met goddelijke wijsheid, en met glorie zal ik hen omhelzen en met alle hierscharen des hemelrijks, waar geen hemel boven is en geen aarde onder, maar waar Gods aanschijn is, waar geen eten of drinken is, maar Gods gelukzaligheid. Maar voor de boozen wordt de weg naar de hel geopend, de hel waarin zij zullen nederdalen, maar waaruit zij nooit wederkeeren. Zij zullen eer en vreugde verliezen, en vervuld worden van ellende en eeuwige schande. Ik spreek mijn woorden en ik toon mijn liefde, opdat zij die zich afgekeerd hebben, naar mij terug keeren en in mij den Schepper erkennen, dien zij vergeten hebben.