For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
22-11-2010
HEILIG HART VAN JEZUS , ZOON VAN GOD , ZOON VAN DE MAAGD MARIA.
"Hart van Jezus, Zoon van de Eeuwige Vader".
De Kerk vindt in het Hart van Christus de toegang tot God, die de H. Drie-eenheid is: tot de Vader, tot de Zoon en tot de H. Geest. Deze ene God - tegelijk Één en Drievoudig - is een onuitsprekelijk mysterie van ons geloof. Want Hij "woont in ongenaakbaar licht. Maar tezelfdertijd heeft de oneindige God de mogelijkheid geschapen om door het Hart van deze Mens te worden omhelsd; zijn naam is Jezus van Nazareth: Jezus Christus. Door het Hart van de Zoon nadert God de Vader ook tot onze harten en komt Hij tot ons. Ieder van ons is gedoopt "in de naam van de Vader, van de Zoon en de H. Geest". Ieder van ons is na zijn geboorte ondergedompeld in de Drieëne God: in de levende God, in de Ene, leven schenkende God. Die God belijden wij als de Heilige Geest die, uitgaande van de Vader en de Zoon, "het leven geeft".
Het Hart van Jezus is "door de H. Geest in de schoot van de Moedermaagd gevormd". God die "het leven geeft", die "zich meedeelt aan de mensen", begon het werk van zijn heilseconomie door mens te worden. Juist door zijn maagdelijke ontvangenis en zijn geboorte uit Maria is zijn menselijk hart ontstaan en "door de H. Geest in de schoot van de Moedermaagd gevormd". Aan dat Hart willen wij onze arme menselijke harten geheel en al toevertrouwen, onze harten die op zo vele wijzen worden beproefd, die op zo vele manieren worden verdrukt. Maar ook: de harten die vertrouwen op de almacht van God! en op de verlossende almacht van de H. Drie-eenheid!
GEEF VREDE, HEER, GEEF VREDE.
Geef vrede, Heer, geef vrede, de aarde wacht zolang, er word zoveel geleden, de mensen zijn zo bang, de toekomst is zo duister en ons geloof zo klein, O Jezus Christus, luister en laat ons niet alleen!
Geef vrede, Heer geef vrede, Gij die de vrede zijt, die voor ons hebt geleden, gestreden onze strijd, opdat wij zouden leven bevrijd van angst en pijn, en laat de mensen blijdschap geven en gebedsstichters zijn.
Geef vrede, Heer, geef vrede, bekeer ons felle hart. deel ons Uw liefde mede, die onze boosheid tart, die onze ,mond leert spreken en onze handen leidt. Uw vrede wint de strijd.
WIE IN SCHADUW GODS.
Wie in schaduw Gods mag wonen, hij zal niet sterven in de dood. Wie bij Hem zoekt naar onderkomen, vindt eenmaal vrede als zijn brood. God legt zijn vleugels van genade beschermend om hem heen als vriend en Hij verlost hem van het kwade, opdat hij eens geluk zal zien.
Engelen zendt Hij alle dagen Zij zullen hem op handen dragen door een woestijn van hoop en pijn. Geen vrees of onheil doet hem beven, geen ziekte waar een mens van breekt. Lengte van dagen zal God geven rust aan een koele waterbeek
Hem zal de nacht niet overvallen; zijn dagen houden eeuwig stand. Duizenden doden kunnen vallen; hij blijft geschreven in Gods hand. God legt een schild op zijn getrouwen, die leven van geloof alleen. Hij zal een nieuwe hemel bouwen van liefde om zijn tranen heen.
DICHTBIJ IS GOD.
Waarachtig en waar is al wat Hij zegt, God is vol iefde in al wat Hij doet. God is dichtbij voor wie dreigen te vallen, die in verdrukking zijn, richt Hij weer op.
De ogen van allen zien uit naar U, en Gij geeft ieder zijn eten op tijd. Gij opent met liefde uw hart en hand, de wensen van ieder die leeft, vervult Gij.
Dichtbij is God voor wie Hem roepen, voor hen die van harte bidden tot Hem. Wensen vervult Gij van die Hem vrezen, Hij hoort hen roepen en verlost hen.
DE GEEST DES HEREN HEEFT EEN NIEUW BEGIN GEMAAKT.
De Geest des Heren heeft een nieuw begin gemaakt, in al wat groeit en leeft zijn adem uitgezaaid. De Geest van God bezielt die koud zijn en versteend, herbouwt wat is vernield, maak een wat is verdeeld.
Wij zijn in Hem gedoopt, Hij zalft ons met zijn vuur. Hij is de bron van hoop in alle dort en duur.? Wie weet vanwaar Hij komt, wie wordt zijn licht gewaar? Hij opent ons de mond en schenkt ons aan elkaar.
De Geest die in ons bewoont, verzucht en smeekt naar God dat Hij ons in de Zoon doet opstaan uit de dood. Opdat ons leven nooit in weer en wind bezwijkt, kom Schepper Geest, voltooi wat Gij begonnen zijt.
VERGEVING.
Niet Gods arm is te kort om ons te redden, niet zijn oor is te doof om ons te horen. Maar onze misdaden verduisteren het licht. Wij plegen geweld, wij zaaien verwoesting, de weg van de vrede kennen wij niet. Wij wachten op licht, maar het blijft donker, op het licht van de zon, maar wij dolen in duisternis. Als blinden tasten wij langs de wand, als mensen die geen ogen hebben. Wij struikelen op klaarlichte dag, in de bloei van ons leven zijn wij als doden. Scheur dan de wolken uiteen en kom, zoals de morgenlicht het duister verdrijft. Maak ons open voor U, de komende en wees ons genadig. Amen.
LUISTER.
Luister, Heer, want mijn zaak is rechtvaardig, let op mijn geroep. Wil mijn gebed aanhoren; mijn lippen bedriegen U niet. Standvastig volg ik het pad van de wet, mijn voet struikelt niet op uw wegen. Nu roep ik U aan, want Gij zult mij verhoren, wend dus uw oor naar mij, hoor naar mijn stem. Spaar mij, zoals men zijn ogen spaart, verberg mij onder de schuts van uw vleugels. Maar ik ben rechtschapen en mag U aanschouwen, uw aanblik verzadigt mij als ik ontwaak. Amen.
GIJ HERDER.
Gij, Herder van mensen, schenk ons nieuwe kracht, nu wij het brood des levens delen. Bewaar ons in de eenheid van het geloof, vervul ons met de hoop op een leefbare wereld en houd ons bijeen in onderlinge liefde.
Gij doet ons op aarde samen leven, een teken van uw liefde voor ons. Voor alle mensen die ons hebben gevormd en van wie wij zoveel ontvangen, voor de gemeenschap die er onder ons is, de onderlinge verbondheid, de verzoening en de liefde, danken wij U:
Gij hebt ons een geest gegeven en handen, verstand en een hart, zo kunnen wij zorgen voor elkaar en voor een bewoonbare aarde. Daarvoor danken wij U:
Gij laat ons in leven in gemeenschap, in een land, een gemeente, een stad/dorp. Voor al het zwoegen van mensen dat gewijd is aan de verbondenheid en recht doen aan elkaar.
Gij hebt ons in uw kerk samengeroepen in verantwoordlijkheid voor elkaar om aan allen het geheim van uw liefde te openbaren en te kunnen werken aan de nieuwe schepping die Gij tot stand brengt in het rijk van de Messias, uw Zoon, die met U samen is met de Geest vandaag en alle dagen tot in eeuwigheid. Amen.
God heeft alles geschapen, Zijn wil geschied.
Gij enige, Dat de begeestering van enkelen Als een vonk overslaat op velen, Zodat de massa weer een hart krijgt, Onze wereld een ziel: Wilt Gij ons bestaan dat nog aanschouwen?
Dat onze steden en dorpen plekken zullen worden Waar men elkaar het licht gunt, Haarden van rust en vrede, Waar wij in vriendschap uw volk zijn en Gij God-met-ons: Zal ooit nog komen die dag?
Dat 'heb elkaar lief' weer de gulden regel wezen zal Het hart van de wet, De kern van ons geloof, de lamp van onze voet, Het ware licht op onze levensweg: Wilt Gij ons helpen dat waar te maken in deze dagen nog?
ALS GOD ONS THUIS BRENGT.
Als God ons thuis brengt uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn.
Wij zullen zingen, lachen, gelukkig zijn. Dan zegt de wereld: 'Hun God doet wonderen' Ja, Hij doet wonderen, God in ons midden, Gij onze vreugde.
Breng ons dan thuis, keer tot ons leven, zoals rivieren in de woestijn die, als de regen valt, opnieuw gaan stromen.
Wie zaait in droefheid, zal oogsten in vreugde. Een mens gaat zijn weg en zaait onder tranen. Zingende keert hij terug met zijn schoven.
Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn.
19-11-2010
AAN ALLEN EEN GEZEGENDE VRIJDAG TOEGEWENST.
N. ( M ).
The Miracle of Damascus Part 19
The Miracle of Damascus Part 19
Voor de hiernavolgende martelaren die op de meest wreedaardige wijze vermoord werden in de (Syrisch) Katholieke kathedraal in Bagdad, gedurende een Eucharistieviering.
Voor de hiernavolgende martelaren die op de meest wreedaardige wijze vermoord werden in de (Syrisch) Katholieke kathedraal in Bagdad, gedurende een Eucharistieviering.
De namen van de martelaren werden vrijgegeven door de Vertegenwoordiger aan de Heilige Stoel, gedurende de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.
Eerwaarde Vader Thaer Abdal Eerwaarde Vader Wassim Al-Qas Boutrus
George Ayoub Toubaias Nabil Elias Sahem Adnana
Thaer Kamel en zijn echtenote Nada en zoon Omar Nada Hamis Stefan Omar Ousi
Aziz Almyzi Younan Georgis Alsaour met zijn zoon, kleinzoon en schoondochter
John Younan Rita Matti Georgis Zora Sandro John Younan
Maha Naseef Bino met haar twee zonen Wisam en Salam Salam Adeeb Wisam Adeeb
Fayez Waedallah Qzazi Audai Zhair Marzeina Arab Adam Audai Zhair Arab
Behnam Mansour Paulus Mamika Ayoub Adnan Ayoub Berjo Sabah Matti Hamai
Saed Edward Alsaati Fares Najeeb Philip Anawi Vivine Naser Maro
Nazir Abdulahad Anai Fadi Behouda Mazen Fadil Salim Elias Mahrouk
Athil Nageeb Aboudi Nizar Hazem Al Sayegh Souheila Johnny
LITANIE VOOR DE OVERLEDEN GELOVIGEN.
LITANIE VOOR DE OVERLEDEN GELOVIGEN.
Heer, ontferm U over ons. Jezus-Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons. Jezus-Christus, hoor ons. Jezus-Christus, verhoor ons. Hemelse Vader, die God zijt, ontferm U over de overleden gelovigen. Zoon, Verlosser der wereld, die God zijt, ontferm U over de overleden gelovigen. Heilige Geest, die God zijt, ontferm U over de overleden gelovigen. Heilige Drieëenheid, èèn God, ontferm U over de overleden gelovigen. Heilige M aria, Moeder van God, bid voor de overleden gelovigen. Heilige Aartsengel Michaël, bid voor hen. Mijn heilige engel bewaarder en heilige engel bewaarder van de overleden gelovigen, bid voor hen. Koren van de gelukzaligen, bid voor hen. Heilige Jozef, bid voor hen. Heilige Johannes de Doper, bid voor hen. Gij allen, HH. Patriarchen en Profeten, bid voor hen. Heilige Petrus en Paulus, bid voor hen. Gij allen, HH. Apostelen en Evangelisten, bid voor hen. Heilige Stefanus, bid voor hen. Gij allen, heilige martelaren, bid voor hen. Heilige Gregorius, bid voor hen. Heilige Augustinus, bid voor hen. Gij allen, HH. Kerkvaders, Pauzen en Belijders, bid voor hen. Heilige Anna, bid voor hen. Heilige Maria-Magdalena, bid voor hen. Heilige Catharina, bid voor hen. Heilige Ursua en Gezellinnen, bid voor hen. Gij allen, HH. Maagden en HH. Weduwen, bid voor hen. Gij allen, heiligen van God, bid voor hen. Wees hen genadig, schenk hun vergeving, Heer. Wees hen genadig, verhoor ons Heer. Omwille van Uw zoete Naam Jezus, ontferm U over de overleden gelovigen. Omwille van Uw grote Barmhartigheid, ontferm U over de overleden gelovigen. Omwille van Uw bitter lijden, ontferm U over de overleden gelovigen. Omwille van Uw Heilige Wonden, ontferm U over de overleden gelovigen. Omwille van Uw Kostbaar Bloed, ontferm U over de overleden gelovigen. Omwille van Uw smakelijke Dood, ontferm U over de overleden gelovigen. Arme zondaars die wij zijn, verhoor ons Heer. Gewaardig U, barmhartigheid te schenken aan alle overleden gelovigen, verhoor ons Heer. Gewaardig U, de straf te vergeven door hun zonden verdiend, verhoor ons Heer. Gewaardig U, voor de strengheid van Uw Rechtvaardigheid te verzachten, verhoor ons Heer. Gewaardig U, hen te brengen naar de plaats van vrede en eeuwige rust, verhoor ons Heer. Gewaardig U, hen in het bezit te stellen van het Vaderlijk erfdeel, verhoor ons Heer. Gewaardig U, hen te laten Uw Goddelijke Pracht aanschouwen, verhoor ons Heer. Gewaardig U, hen te verzadigen met de oneindige volheid van Uw Goedheid, verhoor ons Heer. Gewaardig U, hun verlangen naar het heil ten volle te vervullen, verhoor ons Heer. Dat de HH. Misoffers en Communies, voor hen opgedragen, hun ten goede komen, verhoor ons Heer. Gewaardig U, de eeuwige rust te verlenen in het bijzonder aan de zielen van onze naastbestaanden, vrienden en weldoeners, verhoor ons Heer. Gewaardig U, de zielen van de gelovige soldaten, gestorven in een rechtvaardige oorlog, in UW Barmhartigheid te ontvangen, verhoor ons Heer. Gewaardig U, de zielen voor wie iemand bid, te verlossen, verhoor ons Heer. Gewaardig U, hen aan de vlammen te onttrekken en hen weldra door de engelen te laten begeleiden naar het eeuwig Vaderland, verhoor ons Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, schenk hun vergeving, o goede Jezus. Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor hen, o goede Jezus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, schenk deze arme overledenen de eeuwige rust. Heer, verhoor mijn gebed. En dat mijn smeken U bereike.
LAAT ONS BIDDEN. O God, Schepper en Verlosser van alle gelovigen, verleen de zielen van Uw overleden dienaars en dienaressen de vergeving van al hun zonden, opdat door onze ootmoedige gebeden, zij de barmhartigheid mogen ervaren waarop zij altijd gehoopt hebben. Gij die leeft en heerst met Uw Zoon en de H. Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
BIJZONDER GEBED. Heer Jezus, Uw barmhartigheid is zonder grenzen. Wij bidden U nederig, medelijden te hebben met de ziel van Uw dienaar ( dienares ) N..., die zijn ( haar ) sterfelijk lichaam heeft verlaten en aan Uw almacht is overgeleverd en die door ons gebed de oneindige goedertierenheid van Uw H. Hart afsmeekt, om, samen met de kwijtschelding van de straffen voor alle zonden, de rust van de eeuwige gelukzaligheid te bekomen. Gij die leeft en heerst met de Vader en de H. Geest, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
JEZUS BAANT EEN WEG IN DE WOESTIJN DER WERELD.
TWEEDE BOEK, KAP. 7.
Gij verwondert u, waarom ik met u spreek en waarom ik u zulke groote dingen toon. Zuo het voor u allein zijn) Voorzeker niet. Ook tot kennis en redding van anderen. De wereld was als een woestijn, waarin slechts éen weg was, die naar den diepsten afgrond leidde. In de diepte waren twee ruimten, waarin allen, die beneden kwamen, opgenomen werden. De eene ruimte was zoo diept, dat er geen bodem onder was, en die daarin neerdaalden, kwamen nooit meer boven. De andere was niet zoo diep als de eerste en minder verschrikkelijk, maar die er in nederdaalden hoopten op hulp, en allen hadden denzelfden wensch en hetzelfde verlangen, en voelden zich niet ongelukkig; zij werden het duister gewaar, maar leden geen pijn.
Zij die in de tweede ruimte verbleven, riepen steeds naar een heerlijke plaats, die daar vlak bij was en gevuld met alles wat goed was en zoet. Zij riepen luid, want zij kenden den weg die hen naar de plaats leiden moest, maar het bosch in de woestijn was zoo dich en dik, dat zij niet voort konden en zij misten de kracht om een weg te banen. En wat riepen zij? Zij riepen: O Heere God, kom en geef hulp, wijs den weg en verhoor ons, die U wachten. Wij hebben geen andere redding dan U.
Dit roepen kwam mij ter oore in het hemelrijk en ontroerde mij en bewoog mij tot barmhartigheid; ik werd verzacht door dat dringend roepen en verscheen als een pelgrim in de woestijn. Maar voor ik naderde en begon te werken, hoorde ik een stem, die zeide: Nu is de bijl aan den boom gelegd. Van wien was die stem anders dan van Johannes den Dooper, die voor mij gezonden werd en in de woestijn riep, zeggende: Reeds ligt de bijl aan den wortel der boomen, alsof hij zeggen wilde: Wees nu gereed, mensch, want nu is de bijl gereed. Hij is gekomen die den weg naar de stad zal banen en alles uitrukken, wat tegenstand biedt. En ik kwam en werkte, van het oogenblick dat de zon opging totdat zij onderging; dat is: van het oogenblick af dat ik het menschelijk bestaan aannam, tot aan den kruisdood, werkte ik voor de zaligheid der menschen, vluchtend aan het begin van mijn intreden in de wereld voor mijn vijanden en voor Herodes, die mij haatte.
Ik werd door de duivels in bekoring gebracht, ik werd door de menschen gehaat, ik doorstond menigvuldigen arbeid, ik at en ik dronk en ik voldeed alle andere nooddruft des lichaams zonder zonde, ter versterking van het geloof, en om mijn ware natuur te toonen en mijn menschelijkheid. Daarna, als ik den weg naar het hemelrijk bereidde en de hinderlijke struiken uitrukte, staken de scherpste dorens en stekels mij in de zijden, en scherpe ijzeren spijkers verscheurden mijne handen en voeten, en mijn tanden en wangen werden deerlijk geslangen. Maar ik verdroeg het geduldig en week niet terug, maar ging des te ijveriger voorwaarts.
Op dezelfde wijze als een dier, dat door honger gedreven wordt en een man ziet, die een scherpe spies gereed houdt, toch naar de spies toespringt omdat het honger heeft en den man verslinden wil en hoe diep de man het dier de spies ook in de ingewanden duwt, het dier zich toch tegen de spies blijft aandrukken, totdat de ingewanden en heel het lichaam doorstoken zijn, zoo gloei ook ik van zoo groote liefde voor de ziel, dat toen ik de allerbitterste pijn zag, en ondervond, hoe gewillig de mensch was om mij te dooden, ik des te vuriger wenschte de pijnen te lijden tot redding der zielen.
Zoo ging ik voort in de woestijn dezer wereld onder ellende en arbeid, en bereidde den weg met mijn bloed en mijn zweet. En wel mag deze wereld een woestijn genoemd worden, want alle deugd werd in haar verdorven, en de woestijn der ondeugden bleef over, waarin alleen éen weg was, die allen naar de hel voerde, de vervloekten naar de vervloeking, en de goeden naar verlaten duisternissen. Daarom, toen ik in mijn barmhartigheid hun verlangen hoorde, om gered te worden, verscheen ik en toog als pelgrim aan het werk. En onbekend wat mijn goddelijke macht betreft, bereidde ik den weg, die naar het hemelrijk leidt. En toen mijn vrienden dien weg zagen, en de groote inspanning die het moeilijk werk mij kostte en de vreugde van mijn gemoed, volgden velen mij gedurende langen tijd.
Maar nu is de stem veranderd, die riep: Weest gereed! En nu is mijn weg veranderd; weer zijn struiken en dorens opgegroeid en de meesten zijn in gebreke gebleven mijn weg te gaan. Maar de weg naar de hel is gemakkelijk te vinden en breed, en de meesten begaan dien. Toch is mijn weg niet geheel vergeten; enkele mijner vrienden betreden dien, uit verlangen naar het vaderland des hemels, als vogels vliegend van den eenen struik naar den andere en blijkbaar in het geheim mij dienden, uit vrees. Want allen vinden nu geluk en vreugde in het begaan van den weg der wereld. En omdat mijn weg smal geworden is en die van de wereld uitgestrekt en breed, daarom roep ik nu in de woestijn, dat is in de wereld, tot mijn vrienden, dat zij de dorens en distels uitrukken, en mijn weg begaanbaar maken voor hen, welke dien betreden willen.
Want evenals er geschreven staat: Zalig zij die niet gezien en toch geloofd hebben, evenzoo zijn zij zalig, die nu mijne woorden gelooven en die bekrachtigen door hunne werken. Voorwaar, ik ben als een moeder, die naar haar op den weg verdwaalden zoon ijlt en hem een licht geeft, opdat hij den weg zien zal, en in haar liefde hem op den weg tegemoet komt en dien verkort en hem vol vreugde omhelst.
Zoo zal ik met liefde naar mijne vrienden ijlen en naar allen, die bij mij terug willen komen, en ik zal hun hart en hun ziel verlichten met goddelijke wijsheid, en met glorie zal ik hen omhelzen en met alle hierscharen des hemelrijks, waar geen hemel boven is en geen aarde onder, maar waar Gods aanschijn is, waar geen eten of drinken is, maar Gods gelukzaligheid. Maar voor de boozen wordt de weg naar de hel geopend, de hel waarin zij zullen nederdalen, maar waaruit zij nooit wederkeeren. Zij zullen eer en vreugde verliezen, en vervuld worden van ellende en eeuwige schande. Ik spreek mijn woorden en ik toon mijn liefde, opdat zij die zich afgekeerd hebben, naar mij terug keeren en in mij den Schepper erkennen, dien zij vergeten hebben.
Wordt vervolgd.
HERINNERINGEN VAN ZUSTER LUCIA.
De volgende zinnen van de tekst laten weer eens duidelijk
het symbolische karakter van het visioen zien: God blijft de
onmetelijke en is het licht dat zich buiten al onze visioenen bevindt.
De menselijke personen worden gezien als in een spiegel. Wij
moeten ons voortdurend bewust zijn van deze beperkingen van
het visioen, die hier visueel worden weergegeven. De toekomst
wordt alleen maar gezien als in een spiegel, zwak (vgl 1 Kor 13,
12). Laten wij nu de verschillende beelden die in de tekst van het
geheim voorkomen, beschouwen. De plaats van handeling wordt
beschreven in drie symbolen: een steile berg, een grote vervallen
stad en tenslotte een groot, ruw gekapt kruis. De berg en de stad
symboliseren het strijdperk van de menselijke geschiedenis;
geschiedenis als een zware beklimming naar de top; geschiedenis
238
als het strijdperk van menselijke creativiteit en sociale harmonie,
maar tegelijkertijd een plaats van vernietiging, waar men feitelijk
de vruchten van eigen werk verwoest. De stad kan zijn de plaats
van communicatie en vooruitgang, maar ook plaats van gevaar
en de vreselijkste ramp. Bovenop de berg stat het kruis: doel en
oriëntatiepunt van de geschiedenis. Het kruis verandert
verwoesting in redding; het verheft zich als teken van de ellende
van de geschiedenis en ook als belofte voor de geschiedenis.
Op dit punt verschijnen menselijke personen: de in het wit
geklede bisschop (Wij hadden de indruk dat het de H.Vader was),
andere bisschoppen, priesters, mannelijke en vrouwelijke
religieuzen, en mannen en vrouwen van verschillende rangen en
standen. De paus lijkt de anderen voor te gaan, huiverend en
lijdend om alle verschrikkingen om hem heen. Niet alleen liggen
de huizen van de stad half in puin, maar hij gaat zijn weg temidden
van dode lichamen. Het pad van de Kerk wordt omschreven als
een
Via Crucis , als een reis door een tijd van geweld, verwoesting
en vervolging. In dit beeld kan de geschiedenis van een hele eeuw
worden gezien. Evenals de plaatsen op aarde symbolisch worden
beschreven in de twee beelden van de berg en de stad en worden
gericht op het kruis, zo wordt ook de tijd beeldend samengevat: in
het visioen kunnen wij de laatste eeuw herkennen als een eeuw
van martelaren, een eeuw van lijden en vervolging in de Kerk,
een eeuw van wereldoorlogen en de vele plaatselijke oorlogen
van de laatste vijftig jaar die ongehoorde vormen van wreedheid
hebben toegebracht. In de spiegel van het visioen zien we
decennia na elkaar de getuigen van het geloof aan ons voorbij
gaan. Hier sluit goed bij aan een zin uit de brief die zuster Lucia
op 12 mei 1982 aan de paus schreef: Het derde deel van het
geheim heeft betrekking op de woorden van Onze Lieve Vrouw:
Zo niet, dan zal (Rusland) zijn dwalingen over de wereld
verspreiden en oorlogen en vervolgingen van de Kerk veroorzaken.
De goeden zullen gemarteld worden, de H.Vader zal veel te lijden
krijgen, verschillende staten zullen vernietigd worden.
In de
Via Crucis van deze eeuw heeft de figuur van de paus
een speciale rol. In zijn moeizame beklimming van de berg kunnen
wij zonder twijfel een samenkomen zien van verschillende pausen,
te beginnen bij paus Pius X tot de huidige paus (Johannes Paulus
II) deelden zij allen in het lijden van de eeuw en worstelden om
door alle smart heen voort te gaan over de weg die naar het Kruis
leidt. In het visioen wordt de paus ook gedood, op dezelfde weg
als de martelaren. Was het niet te verwachten dat de paus, toen
hij, na de moordaanslag van 13 mei 1981, de tekst van het derde
deel van het geheim bij zich liet brengen, hierin zijn eigen noodlot
zou herkennen? Hij was dicht bij de dood geweest en zijn
overleving verklaarde hij zelf met de woorden: Het was een
moederhand die het pad van de kogel leidde en de stervende
paus stopte op de drempel van de dood (13 mei 1994). Dat hier
een moederhand de noodlottige kogel liet afwijken van zijn weg
toont des te meer dat er niet zoiets als een onveranderlijke
bestemming is, dat geloof en gebed krachten zijn die de
geschiedenis kunnen beïnvloeden en dat het gebed tenslotte
sterker is dan kogels en het geloof krachtiger is dan legers.
In het slot van het geheim worden beelden gebruikt die
Lucia gezien kan hebben in devotieboeken, waarvan de inhoud
stamt van oude geloofsintuïties. Het is een troostend visioen, dat
tracht een geschiedenis van bloed en tranen te openen voor de
helende kracht van God. Onder de armen van het kruis verzamelen
engelen het bloed van de martelaren en geven hiermee leven
aan de zielen op de weg naar God. Hier wordt het Bloed van
Christus en het bloed van de martelaren als één beschouwd: het
bloed van de martelaren stroomt van de armen van het Kruis. De
martelaren sterven in gemeenschap met het lijden van Christus
en hun dood wordt één met zijn dood. Zij vullen aan wat voor het
lichaam van Christus nog aan zijn lijden ontbrak (vgl Kol 1, 24).
Hun leven zelf werd eucharistie, deel van het mysterie van de
graankorrel die sterft en overvloedig vrucht draagt. Het bloed van
de martelaren is het zaad van de christenen, zei Tertulianus. Zoals
de Kerk geboren werd uit de dood van Christus, uit zijn geopende
zijde, zo is ook de dood van de geloofsgetuigen vruchtbaar voor
het toekomstig leven van de Kerk. Het visioen van het derde deel
van het geheim, dat op het eerste gezicht zo benauwend is, eindigt
met een beeld van hoop: geen lijden is vergeefs en het is een
lijdende Kerk, een Kerk van martelaren, die een wegwijzer wordt
voor de mens in zijn zoektocht naar God. Gods liefdevolle armen
240
verwelkomen niet alleen hen die lijden als Lazarus, die daar grote
troost vond en op mysterieuze wijze Christus vertegenwoordigt,
die voor ons de arme Lazarus heeft willen worden. Maar er is
meer: van het lijden van de geloofsgetuigen gaat een zuiverende
en vernieuwende kracht uit omdat het de actualisatie van het lijden
van Christus is en haar verlossende werking naar onze tijd
overbrengt.
Zo zijn we bij de laatste vraag gekomen: wat betekent het
geheim van Fatima in zijn geheel (in de drie delen)? Wat zegt
het ons? In de eerste plaats moeten wij veronderstellen, zoals
kardinaal Sodano zegt, dat de gebeurtenissen waar het derde deel
van het geheim van Fatima over gaat, al tot het verleden lijken
te behoren. De specifieke verschillende gebeurtenissen die worden
voorgesteld, behoren inderdaad tot het verleden. Wie indrukwekkende
apocalyptische openbaringen over het einde van de
wereld verwachtte, of over het toekomstig verloop van de
geschiedenis, komt teleurgesteld uit. Fatima levert een dergelijke
bevrediging van onze nieuwsgierigheid niet, zoals trouwens het
christelijk geloof in het algemeen niet gereduceerd kan worden tot
object van onze nieuwsgierigheid. Wat blijft was al meteen duidelijk
toen wij begonnen met onze gedachten over de tekst van het
geheim: het is de aansporing tot gebed als de weg naar de redding
van de zielen en op dezelfde wijze de oproep tot boete en bekering.
Als laatste zou ik een andere sleuteluitdrukking van het
geheim willen noemen, wat even beroemd is geworden: Mijn
Onbevlekt Hart zal triomferen. Wat betekent dat? Het hart geopend
naar God, gelouterd door beschouwingen op God, is sterker dan
welke geweren en wapens dan ook. Het fiat van Maria, het woord
uit haar hart, heeft de geschiedenis van de wereld veranderd omdat
het de Verlosser in de wereld bracht; omdat God, dankzij haar ja
mens kon worden in onze wereld en voor altijd blijft. De duivel
heeft macht in deze wereld zoals wij voortdurend zien en
ondervinden. Hij heeft macht omdat onze vrijheid zich voortdurend
laat afleiden van God. Maar, sinds God zelf een menselijk hart
aannam en zo de menselijke vrijheid heeft geleid naar wat goed
is, heeft de vrijheid om het slechte te kiezen niet het laatste woord.
Vanaf die tijd is het woord dat zegeviert dit: In de wereld zal je
tegenspoed ondervinden, maar houd moed; Ik heb de wereld
overwonnen (Jo 16, 33). De Boodschap van Fatima nodigt ons
uit op deze belofte te vertrouwen.
Joseph Kard. Ratzinger
Prefect van de Congregatie
voor de Geloofsleer
EINDE.
"Hart van Jezus, koning en middelpunt van alle Harten".
"Hart van Jezus, koning en middelpunt van alle Harten".
Jezus Christus is koning van de harten. Wij weten dat het volk, dat de tekenen zag die Jezus verrichtte tijdens zijn Messiaanse zending in Palestina, Hem tot koning wilde uitroepen. Het zag in Christus de echte erfgenaam van David. Hij zou tijdens zijn regering Israël naar het hoogtepunt van zijn roem voeren.
Wij weten ook dat Jezus van Nazareth tijdens het verhoor op de vraag van Pilatus: "Zijt Gij de koning van de Joden?", antwoordde: "Mijn koninkrijk is niet van deze wereld..... Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, om getuigenis af te leggen van de waarheid. Al wie uit de waarheid is, luistert naar mijn stem".
Jezus is dus koning van de harten. Hij heeft nooit een wereldse koning willen zijn, zelfs niet op de troon van David. Hij verlangde alleen maar naar het koninkrijk dat niet van deze wereld is, maar dat toch in deze wereld door de waarheid ontkiemt in de harten van de mensen: in het innerlijk van de mens. Met het oog op dat koninkrijk verkondigde Hij het Evangelie en verrichtte Hij grote tekenen. Omwille van dat koninkrijk, het koninkrijk van de aangenomen dochters en zonen van God, heeft Hij zijn leven gegeven op het kruis. Dat koninkrijk heeft Hij gevestigd door zijn verrijzenis, door de H. Geest te geven aan de apostelen en aan allen in de kerk. Zo is Jezus Christus de koning en het middelpunt van alle harten. In Hem verenigd in de waarheid, gaan wij naar de eenwording van het koninkrijk, waar God "alle tranen zal afwissen", want Hij zal "alles in alles" zijn.
"Hart van Jezus, alle lofprijzingen overwaardig".
"Hart van Jezus, alle lofprijzingen overwaardig".
Men moet steeds dat unieke moment in de wereldgeschiedenis overwegen, waarop de Zoon van God mens is geworden onder het Hart van de Maagd van Nazareth. "Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, die gij de naam Jezus moet geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden". Toen zei Maria: "Mij geschiede naar uw woord". En vanaf dat ogenblik was haar Hart bereid de Godmens te ontvangen: "Hart van Jezus alle lofprijzingen overwaardig".
Wij verenigen ons met de Moeder van God om het Hart van deze Mens te aanbidden, dat door het mysterie van de vereniging van de naturen tegelijk het Hart van God is. Laten wij God de aanbidding brengen die verschuldigd is aan het Hart van Jezus Christus, vanaf het eerste ogenblik van zijn ontvangenis in de schoot van de Maagd. Aanbidden wij Hem ook, verenigd met Maria, op het ogenblik van zijn geboorte, toen Hij in de uiterste armoede te Bethlehem geboren werd. Brengen wij, verenigd met Maria, Hem dezelfde aanbidding voor al de dagen en jaren van zijn verborgen leven te Nazareth, voor al de dagen en jaren dat Hij zijn Messiaanse zending van Israël vervulde. En wanneer dan de tijd van het lijden komt, van die vernedering en schande van het kruis, laten wij ons dan nog vuriger verenigen met het Hart van de Moeder en zeggen: "Hart van Jezus, alle lofprijzingen overwaardig"! Ja, omwille van die schande en vernederingen, is Hij alle lofprijzingen overwaardig! Want uiteindelijk bereikt het Hart van de Verlosser het hoogtepunt van Gods liefde. En het is juist de Liefde die alle lof waardig is! Moge God er ons voor behoeden, op iets anders te roemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, zoals Paulus ons schrijft; en Johannes leert: "God is Liefde".
Jezus Christus is in de glorie van de Vader. Met die glorie omgeeft de Vader, in de H. Geest, het Hart van zijn verheerlijkte Zoon. Die glorie ook verkondigt de eeuwen door de opneming in de hemel van het Hart van zijn Moeder. En allen verenigen wij ons met haar en smeken: "Hart van Jezus, alle lofprijzingen overwaardig, ontferm U over ons".
"Hart van Jezus, peilloze diepte van alle deugden".
"Hart van Jezus, peilloze diepte van alle deugden".
De Mens werd ontvangen onder het Hart van Maria. De Zoon van God werd ontvangen als mens. Wij overwegen gans het leven van Jezus, geboren uit Maria, in het licht van de ontvangenis, in het licht van het mysterie van de Menswording. Door deze aanroepingen, via het Hart van Jezus, zoeken wij ons in zekere zin een idee te geven van dat innerlijk leven.
Dat Hart is beslissend voor de diepte van de mens. In ieder geval geeft dit Hart de maat aan van de diepte, hetzij in de innerlijke ervaring van ieder van ons, hetzij in de betrekkingen tussen de mensen onderling. De diepte van Jezus Christus, die wordt aangegeven door de maat van zijn Hart, is onvergelijkelijk. Ze gaat die van welke mens ook ver te boven, omdat ze niet alleen menselijk is maar tevens goddelijk.
Die god-menselijke diepte van het Hart van Jezus is de diepte van de deugd: van alle deugden. Als waarachtig mens uit Hij de innerlijke taal van zijn Hart in de deugden. In feite kunnen wij in het beschouwen van zijn manier van handelen al die deugden ontdekken en aanwijzen, zowel degene die historisch gebonden zijn aan de kennis van de menselijke moraal, als de kardinale deugden (voorzichtigheid, rechtvaardigheid, matigheid, sterkte) en alle anderen die daaruit voortkomen. (Deze deugden bereiken hun hoogste graad in de heiligen en - altijd met Gods genade - in de grote genieën van de menselijke ethiek).
De aanroeping spreekt op prachtige wijze van de "peilloze diepte" van de deugden van Jezus. Die afgrond, die diepte, onderstreept de bijzondere graad van volmaaktheid van elk van zijn deugden en van de specifieke kracht. Die diepte en kracht van elk van zijn deugden komen voort uit de liefde. Naargelang alle deugden dieper geworteld zijn in de liefde is hun diepte groter. Men moet hieraan toevoegen dat, behalve de liefde, de nederigheid beslissend is voor de diepte van de deugd. Jezus zei: "Leer van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart".
"Hart van Jezus, vol goedheid en liefde".
"Hart van Jezus, vol goedheid en liefde".
Tot het Hart van de Zoon spreken door het Hart van de Moeder. Wat is er mooier dan de dialoog tussen die twee Harten? Aan die samenspraak deelnemen? Het Hart van Jezus is "een gloeiende oven van liefde", omdat de liefde iets heeft van de natuur van het vuur, dat brandt en verteert om te verlichten en te verwarmen. Eertijds, op het ogenblik van het offer op Calvarië, werd het Hart van de Verlosser niet door het vuur van het lijden vernietigd. Ja, als mens is Hij gestorven, zoals de romeinse honderdman vaststelde, toen hij de zijde van Christus met een lans doorstak; in de goddelijke economie van het heil is dat Hart levend gebleven, zoals de Verrijzenis het openbaart.
En zie, juist het levende Hart van de opgestane en verheerlijkte Verlosser is "vol goedheid en liefde": oneindig en overvloedig overstromend. De overvloed van het menselijk Hart krijgt in Christus zijn goddelijke maat. Zo was zijn Hart reeds tijdens zijn aardse leven. Het Evangelie getuigt ervan. Die volheid van liefde openbaarde zich door de goedheid: door de uitstralende goedheid, bestemd voor allen - op de eerste plaats voor degenen die lijden en voor de armen. Voor allen naar hun behoefte en volgens hun meest concrete verwachtingen. Zo is het menselijk Hart van de Zoon van God ook na de gebeurtenissen aan het Kruis en het Offer. Ja, het is nog meer vervuld van liefde en goedheid.
De dialoog, tussen het Hart van de Moeder en het Hart van de Zoon, is begonnen op het ogenblik van de Boodschap. Laten wij ons met die dialoog verenigen.