For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
13-10-2010
Here God.
Here God, wij stellen ons aan het eind van deze dag voor Uw aangezicht. De wijze
waarop wij U vandaag dienden en eerden. Onze traagheid, onze fouten en onze
tekortkomingen. Geef ons de kracht om die beslissingen te nemen die U van ons
vraagt. Wij danken U voor de ontvangen weldaden. Wij breng de dag van morgen
voor U. En wij bidden voor hen, die ons lief zijn, en voor allen die ons zijn
toevertrouwd. Wij stellen hen in Uw licht en brengen hen bij U. Opdat wij hen zien,
zoals U hen ziet en liefhebben zoals U hen liefheeft.
Psalm 4.
Antwoord mij als ik roep, God die mij recht doet. Geef mij ruimte als ik belaagd
word, wees genadig, hoor mijn gebed. Machtigen, hoe lang nog maakt u mij te
schande, is de schijn u lief, de leugen uw leidraad? De HEER schenkt zijn gunst aan
wie hem trouw is, de HEER luistert als ik tot hem roep. Beef voor hem en zondig
niet, bezin u in de nacht en zwijg. Breng de juiste offers, heb vertrouwen in de
HEER. Velen zeggen: Wie maakt ons gelukkig? HEER, laat het licht van uw gelaat
over ons schijnen. In u vindt mijn hart meer vreugde dan zij in hun koren en wijn. In
vrede leg ik mij neer en meteen slaap ik in, want u, HEER, laat mij wonen in een
vertrouwd en veilig huis.
Bezinning .
Laten wij ons bewust worden van het leven in Christus, waartoe wij geroepen zijn. *****************************************************************
Heer Jezus Christus, U hebt in de werkplaats van Nazaret de heerlijkheid van de
eeuwige God geopenbaard. Schenk ons Uw Geest.
Heer Jezus Christus, U die alle mensen liefhebt. Schenk ons Uw Geest.
Heer Jezus Christus, U die de hongerige mensen gevoed hebt. Schenk ons Uw Geest.
Heer Jezus Christus, U die zich verblijde met de blijden en treurde met de
treurenden. Schenk ons Uw Geest.
Heer Jezus Christus, voor wie het zien van bloemen en vogels en het gezelschap van
mensen een bron van vreugde was. Schenk ons Uw Geest.
Heer Jezus Christus het was uw verlangen de wil van Uw Vader te doen. Schenk ons
Uw Geest.
Heer Jezus Christus, U bent gekruisigd voor mensen die het niet waard zijn. Schenk
ons Uw liefde.
Heer Jezus Christus, U hebt de doodstrijd doorstaan voor verloren mensen. Schenk
ons Uw liefde.
Heer Jezus Christus, U die de discipelen opriep om alles op te geven, zodat zij alles in
U zouden bezitten. Woon in ons.
Heer Jezus Christus, U die uw volgelingen een vrede en een vreugde belooft, die
niemand hen kan ontnemen. Woon in ons.
Heer Jezus Christus, U bent de wijnstok en wij zijn de ranken, zonder U kunnen wij
niets doen.
Voor de vrede van de hele wereld.
Voor de vrede van de hele wereld, en het behoud van alle mensen bidden wij U,
Heer. Heer, ontferm U.
Voor de eendracht en vrede tussen de sociale klassen en de politieke partijen, voor
de rechtvaardigheid en de redelijkheid in de verhouding tussen rijken en armen ,
tussen machtigen en zwakken; voor wederzijds vertrouwen onder alle mensen,
bidden wij U, Heer. Heer, ontferm U.
Voor de komst van een rechtvaardige maatschappij, voor hen die verstoken zijn van
werk en inkomsten, voor allen die zwoegen voor hun dagelijks brood, voor hen die
geen familie en geen thuis hebben, bidden wij U, Heer. Heer, ontferm U.
Voor hen die ziek en gebrekkig zijn, voor hen die onderdrukt of belasterd worden,
wanhopig of opstandig zijn, voor hen die het licht van het evangelie niet kennen of
de hulp der hemelse genade verachten, bidden wij U, Heer. Heer, ontferm U.
O, God, U hebt ons met elkaar verbonden in dit gecompliceerde leven; geef ons de
genade om ons rekenschap te geven, hoezeer wij afhankelijk zijn van de moed, de
arbeid, de eerlijkheid en de betrouwbaarheid van onze naasten; zodat wij ons
bewust zijn van hun behoeften, dankbaar voor hun trouw, en getrouw in onze eigen
verantwoordelijkheid jegens hen. Door Jezus Christus, onze Verlosser. Amen.
Psalm 121.
Ik sla mijn ogen op naar de bergen, van waar komt mijn hulp? Mijn hulp komt van
de HEER die hemel en aarde gemaakt heeft. Hij zal je voet niet laten wankelen, hij
zal niet sluimeren, je wachter. Nee, hij sluimert niet, hij slaapt niet, de wachter van
Israël. De HEER is je wachter, de HEER is de schaduw aan je rechterhand: overdag
kan de zon je niet steken, bij nacht de maan je niet schaden. De HEER behoedt je
voor alle kwaad, hij waakt over je leven, de HEER houdt de wacht over je gaan en je
komen van nu tot in eeuwigheid.
Psalm 138.
Ik wil u loven met heel mijn hart, voor u zingen onder het oog van de goden, mij
buigen naar uw heilige tempel, uw naam loven om uw liefde en trouw: grote dingen
hebt u beloofd, tot eer van uw naam. Toen ik u aanriep, hebt u geantwoord, mij
bemoedigd en gesterkt. Laten alle koningen op aarde u loven, HEER, zij hebben de
beloften uit uw mond gehoord. Laten zij de wegen van de HEER bezingen: Groot is
de majesteit van de HEER. De HEER is hoogverheven! Naar de nederige ziet hij om,
de hoogmoedige doorziet hij van verre. Al is mijn weg vol gevaren, u houdt mij in
leven, u verdedigt mij tegen de woede van mijn vijanden, uw rechterhand brengt mij
redding. De HEER zal mij altijd beschermen. HEER, uw trouw duurt eeuwig, laat het
werk van uw handen niet los.
Psalm 1: 1-3.
Laten wij stil zijn voor God. Alles zwijgt en alles komt tot rust. Laten wij aanbidden. *****************************************************************
Gelukkig de mens die niet meegaat met wie kwaad doen, die de weg van zondaars
niet betreedt, bij spotters niet aan tafel zit, maar vreugde vindt in de wet van de
HEER en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht. Hij zal zijn als een boom, geplant
aan stromend water. Op tijd draagt hij vrucht, zijn bladeren verdorren niet. Alles wat
hij doet komt tot bloei.
Psalm 37: 3-7.
Vertrouw op de HEER en doe het goede, bewoon het land en leef er veilig. Zoek je
geluk bij de HEER, hij zal geven wat je hart verlangt. Leg je leven in de handen van
de HEER, vertrouw op hem, hij zal dit voor je doen: het recht zal dagen als het
morgenlicht, de gerechtigheid stralen als de middagzon. Blijf kalm en wacht op de
HEER, erger je niet aan wie slaagt in het leven, aan wie met listen te werk gaat.
Bezinning .
Laten wij ons opnieuw bewust worden van zijn tegenwoordigheid in ons om die de
hele dag te bewaren.
Heer Jezus Christus, U bent de weg, de waarheid en het leven.
Heer Jezus Christus, U bent in ons en wij in U en in de Vader.
Heer Jezus Christus, U bent de bron van levend water, U bent de wijnstok, U bent
het brood des levens.
Heer Jezus Christus, U bent in ons en wij in U en in de Vader.
Heer Jezus Christus, U bent de Zoon van God, U bent de Zoon des Mensen, U bent
onze broeder.
Heer Jezus Christus, U bent in ons en wij in U en in de Vader.
Heer Jezus Christus, U hebt de kinderen gezegend, U hebt de armen gevoed, U hebt
de zieken genezen.
Heer Jezus Christus, U bent in ons en wij in U en in de Vader.
Heer Jezus Christus, U bent de man van smarten, U bent de miskende, U bent de
gekruisigde.
Heer Jezus Christus, U bent ons en wij in U en in de Vader.
Heer Jezus Christus, U bent de opgestane, U bent de verheerlijkte, U bent de
overwinnaar.
Heer Jezus Christus, U bent in ons en wij in U en in de Vader.
Heer Jezus Christus, U bent de verlosser, U bent mijn verlosser, U bent de verlosser
van de wereld.
Geloofd zij God!
Psalm 119: 73-80.
Uw handen hebben mij gemaakt en gevormd, schenk mij inzicht, dan leer ik uw
geboden. Moge uw liefde mij vertroosten, zoals u aan uw dienaar hebt beloofd. Heb
mededogen met mij, en ik zal leven, uw wet verheugt mij. Laat mij volmaakt naar
uw wetten leven, dan zal ik niet beschaamd staan.
Psalm 145.
U, mijn God en koning, wil ik roemen, uw naam prijzen tot in eeuwigheid. Elke dag
opnieuw wil ik u prijzen, uw naam loven tot in eeuwigheid: Groot is de HEER, hem
komt alle lof toe, zijn grootheid is niet te doorgronden. Laat geslacht na geslacht van
uw schepping verhalen, uw machtige daden verkondigen. Laten zij spreken over de
glorie van uw majesteit, ook ik wil uw wonderen bekendmaken. Laten zij getuigen
van uw geduchte daden, ook ik wil van uw grootheid vertellen. Laten zij de roem van
uw goedheid verbreiden, uw gerechtigheid luid bezingen: Genadig en liefdevol is de
HEER, hij blijft geduldig en groot is zijn trouw. Goed is de HEER voor alles en allen,
hij ontfermt zich over heel zijn schepping. Laten al uw schepselen u loven, HEER, en
uw getrouwen u prijzen. Laten zij getuigen van de luister van uw koningschap,
Spreken over uw machtige werken, aan de stervelingen uw machtige daden
verkondigen, de glorie en de glans van uw koningschap: Uw koningschap omspant
de eeuwen, uw heerschappij omvat alle geslachten. Een steun is de HEER voor wie
is gevallen, wie gebukt gaat richt hij op. Allen zien hoopvol naar u uit, u geeft brood,
op de juiste tijd. Gul is uw hand geopend, u vervult het verlangen van alles wat leeft.
Rechtvaardig is de HEER in alles wat hij doet, zijn schepselen blijft hij trouw. Allen
die hem aanroepen is de HEER nabij, die hem roepen in vast vertrouwen. Hij vervult
het verlangen van wie hem eren, De HEER waakt over wie hem liefhebben, maar wie
hem afwijzen, vaagt hij weg. Laat zó mijn mond de lof spreken van de HEER, en
alles wat leeft zijn heilige naam prijzen, tot in eeuwigheid.
Psalm 95: 1-7
Kom, laten wij jubelen voor de HEER, juichen voor onze rots, onze redding. Laten wij
hem naderen met een loflied, hem toejuichen met gezang. De HEER is een machtige
God, een machtige koning, boven alle goden verheven. Hij houdt in zijn hand de
diepten der aarde, de toppen van de bergen behoren hem toe, van hem is de zee,
door hem gemaakt, en ook het droge, door zijn handen gevormd. Ga binnen, laten
wij buigen in aanbidding, knielen voor de HEER, onze maker. Ja, hij is onze God en
wij zijn het volk dat hij hoedt, de kudde door zijn hand geleid.
12-10-2010
AAN ALLEN EEN GEZEGENDE DINSDAG TOEGEWENST.
N ( M )
The Miracle of Damascus: Part 3.
The Miracle of Damascus: Part 3.
GEBED VAN EEN HERDER.
GEBED VAN EEN HERDER.
Heer Jezus , ik zit hier in mijn werkkamer. Heel mijn tuin baadt in de zon. Door het open raam zie ik een weelde van bloemen. Ontelbare vogels hoor ik tjilpen en fluiten. En toch ben ik met mijn gedachten elders. Ik denk aan de vele mensen die moeten leven onder grauwe en loodzware wolken ; mensen die gebukt gaan onder lichamelijk lijden of gekweld worden door angst en verdriet. Ik denk aan de mensen met honger en pijn. Gevangenen en verdrukten. Mensen ook met sombere vooruitzichten. Verlies ik mijn baan ? Vind ik nog werk ? Gaat mijn zaak ten onder ? Wordt het zwarte armoede ? Velen voelen zich alleen met hun kwellingen. Oudere mensen en ook jonge mensen ; onbegrepen door hun ouders. Teleurgesteld door hun partner. Verlaten door eigen kinderen. Onschuldig en toch ellendig. Eenzame mensen , ontroostbaar om het verlies van een beminde. Zieke mensen , krachteloos , misschien bedreigd door een ongeneeslijke kwaal. Of geestelijk ondermijnd. Ze kijken naar de toekomst met angst in de ogen. Heeft het leven nog betekenis ? Ben ik de speelbal van het noodlot ? De pechvogel ? Die mensen met tegenspoed zijn mijn medemensen. De meesten onder hen zijn mijn broeders en zusters in het christelijk geloof. Vooral in mijn gebed. Gij weet het Heer , maar ik zou vandaag heel lang met U over hen willen spreken. Heel persoonlijk over die mensen die het kruis zwaar op hun schouders voelen wegen. Over die mensen met kommer en verdriet. Goede Meester , ik ben voor hen geen vreemde. Ze hebben een grote plaats in mijn hart. Gij hebt mij naar hen gezonden want ik ben een van de herders in uw Kerk. Ik mag bij U komen uit naam van hen aan wie Gij beloofd hebt dat Gij verkwikking zult brengen als ze belast en overladen zijn. Velen onder hen zijn doorgaans zeer moedig. Als je hun medevoelen betuigt , krijg je vaak als spontane reactie ; zo beladen en belast ben ik toch ook wel niet. Gij hoort graag dat antwoord. Heel wat bedroefde mensen hebben van U geleerd met hun lijden te leven. Ze hebben hun moeilijke uren , maar ze komen die weer te boven. Ze trachten hun lijden 'voorlopig' te dragen. Ze kennen uren van tegenslag en teleurstelling maar ze leren leven met wat onvolkomen is. Ze wachten niet tot alle zwarte wolken weg zijn. Nu reeds doen ze wat ze kunnen ; ze werken wat , ze rusten wat , ze bidden wat. Ze scheppen een zekere orde in hun dag. Dat geeft hun genezende kracht. Geordende bezigheid voert hen naar gezond levensritme. Velen weten dat hun pijn een diepere ondergrond heeft. Ze voelen angst , een dof geknaag , een soort zelfverwijt ; had ik dit maar niet gedaan , had ik daar maar gezwegen , had ik dat maar aangepakt. Die mensen fluistert Gij in het oor ; 'Til niet te zwaar aan dat onrustig gevoel. Je moet niet steeds aan jezelf de schuld geven van wat in je leven mislukt. Soms ligt de schuld bij anderen. Vaak is het een samenloop van omstandigheden. Je kunt niet alles. Je krachten zijn beperkt. Iedereen kan zich vergissen. Bij iedereen loopt de toestand al eens uit de hand , zonder dat je daarvoor verantwoordelijk bent'. Sommigen slaan zich weliswaar niet zonder reden op de borst ; 'Door mijn schuld , door mijn grote schuld' , maar Gij zegt hun ; 'Je hoeft daarom niet te wanhopen. Dank zij mijn kruisdood is vergeving altijd mogelijk. God vraagt u aan anderen vergiffenis te geven , maar Hij doet dat ook zelf. Op jouw berouw volgt steeds zijn helend woord ; 'Je zonden zijn je vergeven'. En de barmhartige God is daarbij oprecht. Met goddelijke kracht heeft Hij je dan werkelijk gereinigd. Je bent opnieuw bij Hem aanvaard. Zoals voordien. Meer dan voordien want de ervaring van mijn barmhartigheid geeft Je een stut in de rug ! Gij hebt gezegd ; 'Ik ben de verrijzenis en het leven'. Dank zij U heeft een christen nooit een geldige reden om in de grond van zijn hart angstig te blijven of wanhopig te worden. Uw Vader , onze Vader zorgt immers voor zijn mensen. Meer dan voor zijn bloemen in de velden en zijn vogels in de lucht. Zelfs als de orkaan raast , horen ze nog uw stem ; 'Waarom zijn jullie bang , kleingelovigen ? ( Mt. 8 , 26 ). Gij schenkt de mensen moed. Uw Geest wil ze vindingrijkheid geven om een uitkomst te ontdekken. Hij biedt kracht om te volharden. Gij zijt altijd van goede wil , overvloeiend van goedwillendheid. Daarom kan een christen met vertrouwen bidden ; 'Uw wil geschiede op aarde als in de hemel ! Goede Meester , vele mensen zeggen met beklemd gemoed ; 'Bidden ? Ik bid zo weinig. Ik ben zo ver van God en van de godsdienst gaan leven. Soms ben ik kwaad op God. Help ze om hierdoor niet ontmoedigd te worden. Leer ze geloven dat de Vader iedere dag op de uitkijk staat. Steeds gereed om te vergeven en alles weer goed te maken. Zoals ouders dat zouden doen voor hun eigen kind. Voor iedereen is er redding. Toon hun de wonden in uw handen en uw voeten. Voor hen zijt Gij gestorven en verrezen. Zeg ook vandaag aan uw ontstelde leerlingen ; Je Vader kan begrijpen dat je inzinkingen hebt , dat je soms schreeuwt ; 'Laat die bittere kelk aan mij voorbijgaan'. Ze mogen gerust huilen ; 'Mijn God , mijn God , waarom hebt Gij mij verlaten' ? Deze woorden zijn geen vloekwoorden. Het zijn Uw eigen woorden als Zoon van God. Gij hebt het uitgeschreeuwd van menselijke ellende. Maar uw liefde en uw vertrouwen haalden de bovenhand ; 'Maar niet mijn wil , maar uw wil geschiede. 'En in volle overgave hebt Gij op het kruis gezegd ; 'Vader , in uw handen beveel ik mijn Geest'. Lijdende mensen vergeten soms dat zij niet alleen staan met het lijden en dat anderen nog meer lijden dan zijzelf. Ze denken er niet aan dat ze voor anderen een troost kunnen zijn. Leer hun een opbeurend woord tot hen te spreken en hun lijden te offeren voor de redding van anderen , zoals Gij gedaan hebt. Gij zult hun medewerking niet onbeloond laten. De vrouwen aan het graf legden hun eigen smart het zwijgen op om eerst uw dode lichaam te balsemen. Aan hen verschijnt Gij als Verrezene het eerst. Wat gij ontvangt aan zorgen voor uw ledematen , geeft Gij terug als troost voor de harten. Wie voor de anderen lijdt , ervaart een mysterieuze vreugde. Paulus die wist wat lijden was , schreef ; 'Op dit ogenblik verheug ik mij dat ik voor U lijden mag'. Ik mag aanvullen wat aan kwellingen van de Christus in mijn vlees ontbreekt , ten bate van zijn lichaam dat de Kerk is' ( Kolos. 1 , 24 ). Geen mens begrijpt het lijden ten volle. Waarom ? Waarom ik ? Waarom opnieuw ? Waarom zo dikwijls ? Waarom nu ? Het lijden is en blijft een afgrond in het menselijk bestaan. Een duistere mysterie. Licht en verlichting vindt hij slechts in een ander mysterie ; het mysterie van Uw kruis en verrijzenis. Leer deze mens zijn lot toevertrouwen aan U , zijn gekruisigde Meester. Laat hem niet eenzaam worstelen met zijn vragen en problemen. Laat hun geloven dat Gij bereid zijt met hen door het mysterie te stappen en hun hart brandend te maken. Grijp hen bij de hand en zeg hun ; 'Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in mij gelooft , zal leven , ook al is hij gestorven. En iedereen die leeft in geloof aan Mij , zal in eeuwigheid niet sterven' ( Joh. 11 , 25 - 26 ). Na lijden komt verblijden. Eeuwig verblijden in Gods onuitsprekelijke vreugde voor hen die in U hun vertrouwen hebben gesteld. Jezus Christus , Zoon van God , en mijn gekruisigde Medemens , ontferm U over alle lijdende en angstige mensen. Ik bid U om hen op te beuren en hen te troosten. Zorg voor hen vanuit de hemel. Geef hun vertrouwen en moed. En komt er soms een dag dat ze aan de hemel nergens meer een licht kunnen ontwaren , leer hun dan met gesloten ogen voor de Vader staan en bidden ; Mijn God , ik ben zo bang. Ik vrees voor deze avond en voor morgen. Wat zal het weer worden ? Ik voel me hulpeloos en klein , onzeker en onveilig. Mijn God , ik heb veel verdriet. Uit de diepte roep ik , Heer , luister naar mijn stem. Laat uw kind niet eenzaam achter. Leg uw handen zacht op mijn hoofd en zeg het nogmaals ; 'Ik ben toch Uw Vader waarom ben je dan zo bang' ?
Gods Zegen.
Maria, teken van de Apocalyps (2)
Tranen over Jerusalem
Zo is Maria werkelijk de grote profetes van het Nieuwe Verbond, die op de beslissende keerpunten van de geschiedenis zelf tot ons komt om ons te waarschuwen en te vermanen zoals de eerbiedwaardige profetengestalten dat in het Oude Verbond hebben gedaan. Het lijkt echter wel of Maria ook hun tragisch lot moet delen. Geldt Gods aanklacht in het Oude Verbond niet evenzeer nu: «Van de dag af, dat hun vaders uit het land van Egypte zijn getrokken, tot heden toe, heb Ik hun al de profeten, mijn dienaars, gezonden, iedere dag opnieuw, s morgens vroeg en s avonds laat. Maar ze hebben niet naar Mij willen horen, niet willen luisteren. Ze bleven hardnekkig, erger nog dan hun vaders» (Jer. 7, 25-26). En zoals Jeremias tranen stortte over de ondergang van de heilige stad Jerusalem en haar tempel (Jer. 9, 1), zo weende Maria ook te La Salette en Syracuse over het gebrek aan boetvaardigheid en de verstoktheid van het Avondland.
Het Rijk Gods ontnomen?
Het Rijk Gods werd aan het oude Israël ontnomen en aan het Avondland gegeven, opdat het vrucht zou voortbrengen. Thans staat het Avondland zelf voor de beslissing of het Rijk Gods zal worden weggenomen en aan andere volkeren zal worden gegeven, die beter vrucht voort zullen brengen. Dit Woord van de Heer is het slot van de gelijkenis van de slechte wijngaardeniers (Matt. 21, 39-46). Ook deze gelijkenis geeft de mogelijkheid voor een mariale verwijding.
In de gelijkenis heeft een huisvader een wijngaard aangeplant. Op de tijd van de oogst stuurde hij zijn knechten uit om de opbrengst in ontvangst te nemen. Maar de wijngaardeniers mishandelden zijn afgezanten: « de een sloegen zij, de ander doodden, een derde stenigden ze». Een tweede maal gebeurde hetzelfde. Uiteindelijk zond hij zijn zoon tot hen en zei: «Voor mijn zoon zullen ze wel respect hebben». Het slot is bekend: de wijngaardeniers brachten ook de zoon om het leven. In korte trekken heeft Christus hier de hele heilsgeschiedenis van het Oude Testament getekend: de Vader had de ene profeet na de andere gestuurd. Zij werden vervolgd en gedood en toen Hij tenslotte zijn eigen Zoon zond, overkwam Hem hetzelfde: Hij werd aan het kruis geslagen.
Nu zendt Hij echter zijn Moeder tot ons en zegt: Voor mijn Moeder zullen ze toch wel ontzag hebben?! Maar wat gebeurt er? De wereld gaat onverschillig aan de tranen van de Moeder voorbij, de Moeder in wie het Avondland ook nu nog zijn vernieuwing en wedergeboorte zou kunnen vinden. Want het woord dat de Kerk de Moeder Gods in de mond legt: «Wie mij vindt heeft het leven gevonden en welbehagen verkregen van Jahweh» (Spr. 8, 35), is niet alleen van kracht voor de afzonderlijke mens, maar ook voor volkeren en culturen.
De waarschuwing in de boodschap van Fatima
In het 33ste hoofdstuk van het boek Ezechiël zegt God: «Gesteld, Ik laat het zwaard los op een land, en de burgers kiezen iemand uit hun midden en stellen hem aan als wachter. Wanneer deze nu het zwaard op het land ziet af komen, alarm blaast en de bevolking waarschuwt, maar hij die het hoorngeschal verneemt, zich niet laat waarschuwen, zodat het zwaard komt en hem treft: dan komt zijn bloed op zijn eigen hoofd neer. Hoewel hij het hoorngeschal vernam heeft hij zich niet laten waarschuwen; zijn bloed komt dus neer op hemzelf. Maar de ander heeft gewaarschuwd, en daardoor zijn leven gered. Maar gesteld de wachter ziet het zwaard aankomen en hij blaast geen alarm, zodat het volk niet wordt gewaarschuwd: komt het zwaard en treft het iemand van hen, dan wordt die wel getroffen om zijn eigen schuld, maar van zijn bloed zal Ik de wachter rekenschap vragen».
U hebt zeker wel begrepen waarom wij deze diepzinnige tekst van de profeet citeren. De door God aangestelde wachters zien het zwaard op het land af komen, zij hebben de bazuin gestoken.
De eerste bazuin
Het eerste hoorngeschal kwam uit Portugal. De bisschop van Fatima heeft op 17 mei 1960 een brief tot alle bisschoppen van de wereld gericht om hen uit te nodigen zich op 12 en 13 oktober met hem en de pelgrims te Fatima te verenigen. Hiervoor bestonden twee redenen: eerstens te bidden voor de bekering van Rusland, en tweeden te bidden voor de vrede in de wereld, die zo ernstig gevaar loopt.
De bisschop van Fatima heeft nog meer gedaan. Hij is naar Amerika gegaan en in Europa op de eerste plaats naar Duitsland, in het hart van Europa, dat het meeste gevaar loopt. Hij heeft bisschoppen en gelovigen gesmeekt de Rozenkrans te bidden en boete te doen. Hij heeft mij persoonlijk gezegd, dat deze wereldgebeds- en boetedag «maxime necessarium», uiterst noodzakelijk, is. Hij heeft zijn taak als wachter ernstig genomen. Geloof u dat hij voor zijn plezier van Freiburg via Dillingen naar ons is gekomen en van hier naar Klingenbrunn en Schardenberg bij het IJzeren Gordijn is gegaan, om vandaar weer naar het Saargebied, het Rijnland en het Roergebied te reizen om overal de boodschap van Onze Lieve Vrouw te verkondigen, als hij er niet van overtuigd was: ik moet de bazuin laten schallen opdat, wanneer het zwaard komt, zijn bloed niet op mijn hoofd komt?
De tweede bazuin
De tweede bazuinstoot kwam uit Rome, van de bisschop der bisschoppen zelf. Op 28 september 1960 schreef paus Johannes XXIII een brief aan de kardinaal-vicaris van Rome; de opperste wachter van de Kerk sprak hierin over de vele berichten van rampen en catastrofen die in deze jaren niet aflaten en ging dan verder: «Wat echter de gehele mensheid de adem beneemt is het droevige voortduren van de onzekerheid van de toekomst, dat veelal onrustig maakt en verwarring sticht». Hij schreef voorts dat «het uur dat de wereld moet doormaken zeer ernstig is, ernstig en vol gevaren». Hij zegt zelfs: «De historische roeping van de volkeren, de eeuwige bestemming van ieder naar Gods beeld geschapen mens staat op het spel». Vervolgens roept de paus ook op de Rozenkrans te bidden. Paus Johannes XXIII vervulde zijn taak als wachter; hij heeft Gods volk gewaarschuwd. Wanneer het zwaard werkelijk zou komen, zal het bloed niet over zijn hoofd komen.
Profiteurs reageren niet
De profeet spreekt ook over hen die zich niet laten waarschuwen, die het dus aan zichzelf te wijten hebben als het bloed op hun eigen hoofd neerkomt. Christus heeft al een eerste groep gekenschetst: «Zoals het was in de dagen van Noë, zo zal ook de komst van de Mensenzoon zijn. Zoals men toch in de dagen vòòr de zondvloed at en dronk, huwde en uithuwde, tot op de dag waarop Noë de ark binnen ging: en zoals men er geen acht op sloeg, totdat de zondvloed kwam en allen verzwolg, zo zal ook de komst van de Mensenzoon zijn» (Matt. 24, 37-39). Dat zijn de mensen met een hoge levensstandaard, de profiteurs van de economische welvaart. Hun oren blijven gesloten voor het bazuingeschal van de profeten; zij reageren uitsluitend op het lawaai van machines en motoren. Deze mensen lachen om Fatima. Maar wanneer het zwaard komt en hen wegmaait, komt het bloed over hun eigen hoofd. Zij dragen zelf de schuld.
Maar zijn we niet allen een beetje besmet met de bedwelming van het aardse? Steeds meer verdienen, steeds hogere salarissen, steeds meer vrije tijd, steeds meer comfort. Moet het zwaard ook ons treffen wegens ons materialisme, zoals de zondvloed de tijdgenoten van Noë liet verdrinken en zoals het vuur van de jongste dag de in het aardse verzonken mensen zal verbranden?
Een tweede groep doven
Er is nog een groep die zich niet laat waarschuwen. Deze mensen hebben een theologisch toverwoord ter beschikking, dat zij op alle Mariaverschijningen plaatsen om ze oninteressant te maken. Dit toverwoord luidt: particuliere openbaring. Nu heeft men het gevonden! Een privé openbaring verplicht tot niets: ik houd me aan de grote openbaring van God, die met Christus en de apostelen is afgesloten. Waarom al dat lawaai over Fatima? Inderdaad, zij hebben gelijk: de algemeen verplichtende openbaring is met Christus en de apostelen afgesloten. Maar dat wil nog niet zeggen dat God daarna niet meer tot ons zou kunnen spreken, of zelfs niet zou mògen spreken. Ieder spreken van God is iets groots en iets heiligs, of het nu gericht is tot Isaïas of tot een analfabetisch boerenmeisje. Wat zouden we allen overgelukkig zijn als wij, al was het maar één keer in ons leven in een toestand van vertwijfeling, wanneer we geen uitweg meer weten, de stem van God zouden mogen horen! Op Pinksteren werd de H. Geest uitgestort over alle vlees, «Zonen en dochters zullen profeteren en grijsaards zullen dromen ontvangen, zelfs over slaven en slavinnen wordt de Geest uitgestort», zo spreekt Petrus met Joël. Jeremias zegt: «Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten: dat Ik nooit zal ophouden hun goed te doen» (Jer. 32, 40). Wie zich niet laat waarschuwen heeft het aan zichzelf te wijten als het zwaard komt en hem wegmaait. Het bloed komt over zijn eigen hoofd.
Fatimas boodschap tot de wereld: totale ommekeer door boete en gebed
Hoe luidt de boodschap van God te Fatima tot de wereld? De mens is behept met de neiging het meest belangrijke en beslissende links te laten liggen en zich vol overgave op het sensationele te werpen. Bij Fatima ligt deze sensatie in het derde geheim. U weet waar het over gaat.
Op 13 juli 1917 heeft de Moeder Gods gezegd: «Wanneer men aan mijn verlangen voldoet zal Rusland zich bekeren en zal er vrede heersen; doet men het echter niet, dan zal het zijn dwaalleer over de gehele wereld verbreiden en oorlogen ontketenen; vele goeden zullen gemarteld worden; de H. Vader zal veel te lijden hebben en vele naties zullen vernietigd worden » Dan volgt een uitlating waarachter velen het derde geheim vermoeden. De slotzin echter luidt: «Tenslotte zal mijn Onbevlekt Hart zegevieren». Op deze uitlating nu concentreert zich de hele belangstelling: Zal het geheim geopenbaard worden? Wanneer? Waarom gebeurt het niet? Woedende brieven fladderen rond: Het zwijgen van de bisschop van Fatima is tegen de beginselen van de verdraagzaamheid, vrijheid en democratie. Erger kan het al niet! En daarbij kan ieder die maar een klein beetje begrip heeft, nagaan wat dit zogenaamde geheim behelst. Vooral waar gezegd wordt, dat verscheidene naties vernietigd zullen worden, gelooft u dan dat er iets in staat over een loonsverhoging van 10%? Wanneer de bescheiden bisschop van Fatima zich tot alle bisschoppen van de wereld wendt en ze uitnodigt voor een wereldgebeds- en boetedag en wanneer de paus tot een storm van gebed oproept, dan kan alleen maar een idioot geloven dat in die uitlating sprake is van gouden appelen en een heerlijke toekomst. Is het voor ons niet voldoende: verscheidene naties zullen van het aangezicht van de aarde verdwijnen! Waar wachten we dan nog op? Voelen we hier niet duidelijk de list van de hel, hoe deze ons met zachte drang tracht af te keren van wat wezenlijk en alleen beslissend is, en de sensatie als lokmiddel gebruikt om de nieuwsgierigheid te prikkelen?
Het belangrijkste van de boodschap, dat waarom het gaat, is de gedachte van boete en verzoening. Al bij de eerste verschijning vroeg Maria aan de kinderen: «Willen jullie God offers brengen en alle lijden aannemen dat Hij jullie zal opleggen tot uitboeting van de talloze zonden die zijn Goddelijke Majesteit beledigen?» En bij de laatste verschijning zei de Moeder Gods: «De mensen moeten zich beteren, zij moeten smeken om vergeving voor hun zonden!» Dìt is het beslissende punt en niet de speculatie op de toekomst. Meer nog, deze beangstigende toekomst vol gevaren kan juist worden afgewend door de verlangens van Maria na te komen: bidden en boete doen voor onze zonden en voor die van de wereld.
Met deze boodschap van een totale ommekeer van de mensen staat Fatima eigenlijk geheel in het teken van de grote heilsopenbaring van God. Boven het begin van het Nieuwe Verbond en daarmee tot de voltooiing van de openbaring staan de woorden van Jezus, waarmee Hij zijn openbare prediking begint: «Doe boete, want het Rijk Gods is nabij!»
Het credo van de moderne wereld
Met dezelfde woorden begint het leven van het Mystieke Lichaam van Christus, wanneer Petrus op Pinksteren zegt: «Bekeer u!» Met de boete staat en valt het christendom. De moderne technische, materialistische wereld heeft in plaats van dit categorische bevel een ander omhelsd: verdien geld, stapel zo veel mogelijk bezit op ten koste van alles en iedereen, produceer steeds meer, consumeer steeds meer, tijd is geld enz.! Daarom legt de Moeder Gods sinds 1830, sedert haar verschijning in de Parijse Rue du Bac, steeds weer de nadruk op dit woord: «Doe boete, verander uw leven, bekeer u!» De wereld heeft niet naar haar geluisterd en luistert ook vandaag niet. Twee wereldoorlogen, een aantal minder omvangrijke oorlogen en een hele reeks bloedige revoluties zijn hiervan het gevolg. De wereld heeft de waarschuwing van Maria in de wind geslagen.
Op het ogenblik krijgen wij misschien wel de allerlaatste vermaning. Ik ben bang dat ook hierop geen acht wordt geslagen. In plaats van tot aanbidding en boete roepen de media op tot dansen en vermaak, en opnieuw klaagt de Heer als in de nacht voor het begin van zijn lijden op de Olijfberg: «Kunt ge dan niet één uur met Mij waken?» (Matt. 26, 40)
De wapens van Maria
Fatima ligt met zijn oproep tot boete en bekering diep verankerd in de heilsgeschiedenis, maar is tegelijk geworteld in de tijdelijke geschiedenis. Precies in de maanden tussen april en november, waarin de bolsjewisten in Rusland hun bloedige revolutie voorbereidden, greep de hemel in. Zesmaal verscheen de Moeder Gods in het uiterste westen van Europa, in Portugal, om de strijd op te nemen tegen de vijand in het oosten. Twee wapens geeft Maria ons in de hand: gebed en boete. Waar men nu in het Oosten, in China op de eerste plaats, maar ook in Korea, de arme mens geheel in beslag neemt en hem onbarmhartig met zijn hele lichaam en ziel tot dienstbaarheid dwingt, antwoordt Maria daarop met de toewijding aan haar Onbevlekt Hart.
Toewijding is vrijwillige en totale overgave aan God door de handen van Maria en biedt verzoening voor de totale slavernij van de mens in het Oosten. Het is een bewijs van onbegrip voor de betekenis van deze tijd, wanneer men spreekt over een primitieve vroomheid die zich optrekt aan een kitscherig Mariabeeld. Het gaat ons als de mensen op het Pinksterfeest, die Pe- trus vroegen: Wat zullen we doen? We kennen inmiddels de verlangens van Maria: op de eerste plaats bidden. We hebben de pausen en de bisschoppen horen oproepen tot het bidden van de Rozenkrans.
Al eerder in de geschiedenis heeft het Rozenkransgebed een vijand uit het Oosten teruggeslagen. Dat was toen de Turken voor de poorten van Wenen stonden en denk eens aan de zeeslag bij Lepanto. Maar bidden we nog wel? Bidden we nog gemeenschappelijk in het gezin?
Op de tweede plaats is het boete doen. Het is niet nodig daarbij aan grote dingen te denken, maar moeten we nu echt iedere film hebben gezien? Moeten we iedere paar maanden met vakantie? Moeten wij zo dikwijls in dure restaurants gaan eten? Is het noodzakelijk alle genoegens mee te maken? Brengt iedere dag niet genoeg onaangenaams, dat we als offer kunnen aanvaarden? Waarom ons opwinden, waarom dwaas en liefdeloos zijn waar we de mooiste gelegenheid hebben naar het voorbeeld van de twee overleden kinderen van Fatima, deze onaangename dingen als verzoening en boete voor de zonden van de wereld te dragen?
Op de derde plaats is het de toewijding aan het Onbevlekt Hart van Maria: de totale toewijding aan God door Maria, niet alleen met de lippen, maar van de gehele mens, die ook in het dagelijks leven tot uitdrukking komt. Dus in feite alleen maar datgene doen wat wij eigenlijk al lang bij het doopsel hebben beloofd, maar nooit ernstig hebben genomen: de duivel verzaken en al zijn werken en ijdelheden. Dàt is de redding van deze tijd.
Wat zal men later van ons zeggen? Hetzelfde als de vluchteling die bij Ezechiël kwam? Ezechiël zegt in hoofdstuk 33, 21: «In het twaalfde jaar van onze verbanning, op de vijfde van de tiende maand, kwam de vluchteling uit Jerusalem naar mij toe met de tijding: de stad is gevallen!»
Trouw en ijverig de Rozenkrans bidden
Wij hebben als maar weinig geslachten gevaren doorstaan, maar niemand kan ons zeggen dat de verschrikkingen alleen maar een voorspel waren. De mogelijkheid staat wijd open voor alle gevaren van vernietiging, dood en verschrikkingen die ons voorstellingsvermogen geheel te boven gaan. In deze tijd heeft de wereld het alles omvattende gebed nodig, uit welks kracht het ik overgaat in de gehele smekende mensheid. Als wij er over spreken dat de Rozenkrans moet worden teruggevonden, denken wij allereerst aan hen die hem in hun eenzaamheid die tegelijk een genadenrijke verbondenheid was reeds hebben teruggevonden. Zij kunnen ons zeggen wat de Rozenkrans eigenlijk is. Echt gebed kan men niet uitleggen en heeft ook geen uitleg nodig.
Wij moeten inzien dat alle bezwaren tegen de Rozenkrans voortkomen uit het feit, dat hij niet gebeden wordt. Zij komen van hen die hem niet bidden. Een gebed wordt alleen maar in het bidden onthuld, zoals de waarheid zich onthult aan hem die haar nakomt, zoals het sacrament hem verandert en verlicht die het waardig ontvangt, zoals het Mystieke Lichaam van Christus alleen door de levende lidmaten van dit lichaam wordt ervaren.
Fatima grijpt terug op het geweldige woord van Mozes in zijn afscheidsrede: «Zie, ik heb u heden leven en geluk, dood en ongeluk voorgehouden Ik roep heden plechtig hemel en aarde tegen u tot getuigen, dat ik u leven en dood, zegen en vloek heb voorgehouden! Kies dus het leven, opdat gij en uw kroost het leven moogt hebben Want daarvan hangt uw leven af en de duur van uw verblijf in het land » (Deut. 30, 15; 19, 20). Dàt is Fatima!
Naast de ernstige vermaning tot boete en bekering en de aansporing tot verering van het Onbevlekt Hart van Maria is Fatima een ernstige vermaning tot het ijverig en trouw bidden van de Rozenkrans. Maria zegt in twee verschijningen tot de kinderen: «Bid dagelijks de Rozenkrans en vergeet het niet» (13 juni) en zij herhaalt het een maand later nog eens: «Bid dagelijks de Rozenkrans en vergeet het niet!» (13 juli).
Bij haar laatste verschijning in oktober 1917 stelde de Moeder Gods zich aan de kinderen voor met de woorden: «Ik ben Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans».
Maria, ook Koningin van de vrede
In 1917 heeft er zich nog een mariale gebeurtenis voorgedaan. Op 5 mei 1917 heeft paus Benedictus XV in een brief aan kardinaalstaatssecretaris Pietro Gasparri bepaald, dat in het vervolg in de litanie van de H. Maagd de aanroeping Koningin van de vrede, bid voor ons moest worden ingevoegd. Vele jaren zijn er sindsdien verlopen en nog steeds vrezen wij mensen de vrede te verliezen. Daarom is het goed dat wij ons ernstig op deze historische datum bezinnen.
Als we de kalender van Mariafeesten in de wereld doorbladeren vinden we vele feestdagen ter ere van Maria van de vrede en ook de titel Koningin van de vrede is al van zeer oude datum. Pater Franziskus Maria Stratmann O.P. vermeldt in zijn boek Regina Pacis (Berlijn, 1927) dat in een oeroude, Oud-Ierse litanie Maria als Voorbode van de vrede wordt gehuldigd en hij haalt ook een gebed aan uit de 30-jarige oorlog waarin Maria wordt begroet als «doorluchtige Koningin van de Vrede». Verder spreekt hij over een feest Regina Pacis, dat op vele plaatsen wordt of werd gevierd op 9 juli. Dit feest bestond werkelijk en werd op 7 september 1658 toegestaan voor de door de H. Eudes gestichte Congregatie van de HH. Harten van Jezus en Maria. Het door F. G. Holweck uitgegeven Calendarium liturgicum festorum Dei et Dei Matris Mariae (Philadelphia, 1925) noemt nog andere feest ter ere van de Koningin van de Vrede.
Belangrijker echter dan deze historische aantekeningen is voor ons het feit dat kort na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog een aantal bisschoppen de H. Stoel toestemming verzocht na de aanroeping Koningin van de allerheiligste Rozenkrans in de litanie van de H. Maagd Koningin van de Vrede in te lassen. Paus Benedictuis XV gaf op 16 november 1915 de bisschoppen zijn toestemming, echter alleen voor de duur van de oorlog. Anderhalf jaar later stelde hij deze aanroeping voor altijd verplicht.
De Moeder Gods en de pausen roepen op tot boete
De openbaringen van de Moeder Gods van de laatste tijd en de woorden van de pausen grijpen duidelijk in elkaar. Wat de Kerk verkondigt, bevestigt Maria en wat Maria mededeelt aanvaardt de Kerk. Er bestaat een innerlijke samenhang tussen de openbaringen van de Moeder Gods te Parijs in 1830 (wonderdadige medaille), La Salette in 1846, Lourdes in 1858, Fatima in 1917 en Syracuse in 1953, om alleen de voornaamsten te noemen. Wat in het begin nog niet duidelijk was, komt steeds meer in het volle licht te staan. Het duidelijkst heeft Maria te Fatima gesproken. Al haar mededelingen worden beheerst door drie grondgedachten:
Om Gods strafgericht af te wenden roept Maria op tot boete; het door een zwaard doorboorde Hart van Maria op de wonderdadige medaille en ten derde de randtekst op de keerzijde: O Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons, die onze toevlucht tot u nemen.
De wenende Moeder Gods zegt te La Salette: «De arm van mijn Zoon is zo zwaar en drukt zozeer, dat ik hem niet langer tegen kan houden». De dringende woorden van Maria tot Bernadette Soubirous te Lourdes: boete, boete, boete! De hartroerende aansporing van de Moeder Gods op 18 augustus 1917 te Fatima: «Bid, bid en breng veel offers voor de zondaars, want er komen er velen in de hel omdat niemand voor hen offert en voor hen bidt». Tenslotte zijn er de tranen van de beeltenis van het Heilig Hart van Maria te Syracuse.
Hetzelfde zeggen de pausen
Paus Leo XIII, die niet minder dan 12 mariale encyclieken tot de wereld heeft gericht, schreef met profetische blik in zijn Adjutricem populi van 1895: «Laten we dus met het grootste vertrouwen tot Maria gaan! Met haar gehele kracht zal zij zich er voor inzetten, dat ons heilig geloof in nieuwe glans zal stralen; zij zal het vervullen van deze wens bespoedigen, zodat de volkeren zich eensgezind aaneen zullen sluiten in het belijden van het ene geloof en een band van volmaakte liefde ook de harten zal verbinden »
In zijn Ad diem illum laetissimum van 1904, verklaart paus Pius X: «Hebben wij niet met recht kunnen zeggen dat Maria, nadat zij Jezus zo trouw ter zijde heeft gestaan vanaf het huis te Nazareth tot op de berg van Calvarië, en als niemand anders vertrouwd is met de geheimen van zijn Hart, nu ook de schat van zijn verdiensten rechtens beheert, zoals het een moeder toekomt?»
Paus Pius XI in Over gebeden en werken van boete tot hulp aan de mensheid op 3 mei 1932: «De volkeren worden zelf voor de beslissende keuze gesteld: ofwel zij vertrouwen zich toe aan de welwillende en weldoende machten (gebed en boete, R.G.) en richten zich in nederigheid en berouw tot hun Heer en Vader vol barmhartigheid, ofwel zij geven zichzelf en de laatste rest van hun aardse geluk prijs aan de vijand van God, de geest van wraak en vernietiging».
Paus Pius XII schreef in zijn encycliek over het Mystieke Lichaam van Christus op 29 juni 1943: «Een werkelijk huiveringwekkend mysterie dat men niet genoeg kan overwegen: dat namelijk het heil van velen afhankelijk is van de gebeden en vrijwillige boetedoening die ledematen van het Mystieke Lichaam van Jezus Christus hiertoe op zich nemen».
Paus Johannes XXIII zei in zijn radiotoespraak van 27 april 1959: «De Moeder Gods maakt in deze tijd op heel bijzondere manier haar behulpzame tegenwoordigheid kenbaar. Hoe meer de liefde verkilt, des te meer spoort zij haar kinderen aan tot vroomheid, tot deugd en tot boete voor de zonden. Terwijl aan alle kanten het dreigende onheil voortdurend toeneemt, ervaren wij haar als onze goede voorspreekster die de goddelijke barmhartigheid over ons afsmeekt Wij hebben een Moeder die met tedere liefde alle lijden van haar kinderen meevoelt. Daarom brengt eenieder die, in de stormen van deze tijd heen en weer geslingerd, weigert haar helpende hand te grijpen, zijn eigen heil in gevaar».
Paus Paulus VI op 2 februari 1966: «De verering van Maria is zowel een karakteristiek kenmerk van de katholieke religiositeit als een kern- en hoogtepunt van de geestelijke opvoeding, waarop alle herderlijke zorg van de bisschop van Rome en de apostolische zorg van de stadhouder van Christus in de wereldkerk met altijd durende waakzaamheid en vermanende oplettendheid gericht moet zijn».
Er is derhalve geen betere en veiliger weg naar de kennis en de liefde van Christus dan Maria. Zijn niet jammer genoeg zij, die verleid zijn door de listen van de boze, of zij die, misleid door verkeerde vooroordelen, menen te kunnen afraden de hulp van de H. Maagd te zoeken, het beste bewijs van deze waarheid?! Deze armen en ongelukkigen verbeelden zich Maria te moeten passeren om zogenaamd Christus de eer te geven, maar zij zien niet in dat het dat het Kind nergens anders te vinden is dan bij zijn Moeder, Maria.
Aansporing tot de verering van het Onbevlekt Hart van Maria
Al op de wonderdadige medaille komt het doorboorde Hart van Maria voor; te La Salette wijzen de tranen van Maria op de bedroefdheid van het Hart van Maria; te Lourdes wordt de nadruk gelegd op de onbevlektheid van dit Hart: «Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis»; te Syracuse is het een beeltenis van het Hart van Maria dat weent. Maar verreweg het duidelijkst spoort Fatima aan tot de verering van het Onbevlekt Hart.
Maria zei tegen de kinderen van Fatima: «Jullie hebben de hel gezien waarheen de arme zondaars op weg zijn. Om hen te redden wil de Heer de verering van mijn Onbevlekt Hart ingang doen vinden in de wereld. Wanneer men dit doet, zeg ik jullie, zullen vele zielen gered worden en zal er vrede komen» En bij dezelfde verschijning op 13 juli 1917: «Offer je op voor de zondaars en zeg dikwijls, in het bijzonder wanneer je een offer brengt: O Jezus, uit liefde voor U en voor de bekering van de zondaars, als genoegdoening voor de beledigingen die het Onbevlekt Hart van Maria worden aangedaan».
De pausen aarzelden niet gevolg te geven aan deze uitnodiging, want 25 jaar na de verschijningen van Fatima, in 1942, wijdde paus Pius XII de Kerk en de gehele mensheid toe aan het Onbevlekt Hart van Maria. Het deed het wegens de plaats die Maria inneemt in het verlossingswerk en met het oog op de nood van de tijd; hij verwachtte van de verering van dit Hart de vrede onder de volkeren, de vrijheid van de Kerk, de bekering van de zondaars en het opnieuw opbloeien van de christelijke deugden. (Decreet over het Feest van het Hart van Maria, 4 mei 1944).
We moeten hier nog vermelden, dat paus Pius IX op 8 december 1854 plechtig het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria heeft afgekondigd, zoals Maria dit bij de wonderdadige medaille heeft verlangd en in de verschijningen te Lourdes heeft bevestigd.
Paus Pius XII, de grote Maria-paus, begint zijn brief Ingruentium malorum van 1951 met de woorden: «Bij het zien van het dóórbreken van het kwaad hebben Wij, sedert Wij door het raadsbesluit van de Goddelijke Voorzienigheid tot de hoogte van de Stoel van Petrus zijn geroepen, nooit nagelaten het lot van de mensenfamilie aan de machtige bescherming van de Moeder Gods toe te vertrouwen».
De Rozenkrans
De aansporing tot het ijverig bidden van de Rozenkrans begint niet in Fatima, maar wordt al in Lourdes ingeleid, weliswaar niet met zoveel woorden, maar wel zeer nadrukkelijk met gebaren. Maria verschijnt met de Rozenkrans aan de arm, maakt zelf bij het begin het kruisteken, laat de kralen door de vingers glijden en verdwijnt wanneer Bernadette de Rozenkrans heeft gebeden.
Te Fatima is het de kern van de boodschap van Maria: «Bid dagelijks de Rozenkrans en vergeet het niet!» (13 juli). Al bij de eerste verschijning op 13 mei belooft zij bij de laatste, in oktober, haar naam te zullen noemen: «Ik ben Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans!». De gedachte van de Rozenkrans loopt als een gouden draad door alle openbaringen van de Moeder Gods te Fatima. Maria laat er ook geen twijfel aan bestaan dat de Rozenkrans de beste manier is om haar Onbevlekt Hart te vereren, voor zich te winnen en te verzoenen.
Voor paus Leo XIII is «de Rozenkrans hèt gebed van de Kerk in kritieke tijden (Octobri mense, 1891); onder vele gebedsoefeningen van de katholieke Kerk heel bijzonder aan te bevelen (Salutaris ille, 1883); als gemaakt voor het juiste bidden (Jucunda semper, 1894); in ieder opzicht uitstekend en als gemaakt om het eeuwig heil te verkrijgen (Fidentem piumque, 1896); een gebed dat voor onze voorouders het beste kenmerk voor hun vrome christelijke gezindheid betekende (Supremi apostolatus, 1883) ons door Maria zelf geleerd (Laetitiae sanctae, 1893) en door haar zo geliefd (Adjutricem populi, 1895)». «De eretitel van Koningin van de Allerheiligste Rozenkrans is», volgens Leo XIII, «voor het katholieke volk gelijk aan het kenmerk van het geloof en de samenvatting van de verering die Maria toekomt» (Octobri mense, 1891).
Behalve door zijn brieven heeft Leo XIII nog meer gedaan voor het bevorderen van het bidden van de Rozenkrans:«Wat Ons betreft hebben Wij voor het voortdurende gebed bevolen, dat dit feest (nl. dat van de Rozenkrans) met zijn officie in de gehele Kerk als feest tweede klasse zal worden gevierd. Wij hebben bepaald dat de gehele maand oktober aan deze heilige oefening gewijd zal zijn en tenslotte hebben Wij vastgesteld dat in de litanie van de H. Maagd de aanroeping Koningin van de Allerheiligste Rozenkrans wordt ingevoegd. Deze aanroeping moet tevens een lichtend voorteken zijn van de overwinning, die Wij na alle strijd in deze tijd verwachten» (Diuturni temporis, 1898).
Dat de Moeder Gods en de Kerk in de hemel en op aarde in elkaar grijpen wordt bij de Onbevlekte Ontvangenis evenals bij de Rozenkrans zichtbaar. Leo XIII kan niet genoeg doen om dit gebed aan te bevelen; Maria verschijnt te Fatima als Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans.
Wanneer wij het geheel overzien moeten we zeggen: de les van de verschijningen van de Moeder Gods en de leer van de Kerk zijn hetzelfde, zodat de Kerk niet aarzelt om ze als bovennatuurlijk te erkennen. Ook laat zij zich klaarblijkelijk door deze les in haar houding beïnvloeden en bevruchten; zij heeft immers zelf het meisje van Lourdes heiligverklaard. Zo straalt het licht van de Kerk terug op de boodschappen van de Moeder Gods, die door haar zijn onderzocht en worden erkend, zodat zij een heel andere betekenis krijgen en wij doen goed met eerbied naar deze boodschappen te luisteren. De persoonlijke aanwezigheid van onze Heilige Vader, Paulus VI, bij de jubileumplechtigheden te Fatima ter gelegenheid van de viering van de 50ste verjaardag van de eerste verschijning op 13 mei 1917 is wel het bewijs hiervoor.
Maria, Koningin van de hemel en van de aarde, bid voor ons!
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
Over hoe de bruid de liefdevolle Maagd Maria bekleed zag met een kroon en de versieringen van kostbare schoonheid, en hoe de heilige Johannes de Doper de bruid de betekenis van de kroon en andere dingen uitlegde.
BOEK 1 HOOFDSTUK 31
Gods bruid zag de Konigin van de Hemel, de Moeder van God, met een kostbare kroon op het hoofd en het haar loshangend over de schouders, schitterend van wonderbare en onbegrijpelijke schoonheid. Gehuld in een gouden kleed, glinsterend van onuitsprekelijke glans, in een hemelblauwe mantel, even helder van kleur als de hemel zelf.
Toen Gods bruid zich zeer verbaasde over zon schoon gezicht en verrukt stond van bewondering, verscheen plotseling de Heilige Johannes de Doper tot haar en zei: Luister nauwkeurig naar wat dit allemaal betekent: De Kroon betekent, dat zij Koningin en Heerseres is, en Moeder van de Koning der engelen. Haar loshangend haar betekent, dat zij onbevlekt is en een reine maagd. De mantel, die blauw schijnt als de hemel, betekent, dat alle wereldse dingen als dood voor haar waren (in haar hart en wil.) Het gouden kleed betekent dat zij inwendig en uitwendig gloeide van goddelijke liefde.
En Jezus Christus, haar Zoon, plaatste in haar kroon zeven lelies, en tussen de lelies zette Hij zeven kostbare stenen. De eerste lelie is haar ootmoed, de tweede is haar vreeze Gods, de derde is haar gehoorzaamheid, de vierde haar geduld, de vijfde haar standvastigheid, de zeste haar mildheid, want zij geeft mild aan allen die haar erom vragen. De zevende is haar barmhartigheid in nood, want in welke nood de mens ook is, indien hij haar met geheel zijn hart aanroept, zal hij barmhartigheid door haar verkrijgen en gered worden. Tussen deze schitterende lelies heeft haar Zoon zeven kostbare stenen gezet. De eerste steen is haar onovertreffelijke deugd, want er is geen deugd in enig geestelijk of lichamelijk wezen, die zij niet in hogere mate bezit. De tweede steen is de volmaaktste reinheid, want de Koningin van de Hemel was zo rein, dat geen enkele vlek of zonde bij haar te vinden was, van af haar eerste intrede in de wereld tot aan haar laatste dag. En al de geesten uit de afgrond konden bij haar geen smet vinden zo groot als de punt van een naald. Zij was waarlijk de allerreinste en het betaamde de Koning van de engelen tegenover alle engelen en mensen in niets anders te vertoeven dan in het reinste en heerlijkste lichaam. De derde steen was haar schoonheid, want God wordt voortdurend door Zijn engelen voor de schoonheid van Zijn moeder geëerd, en de vreugde van alle heilige engelen en heilige zielen wordt door haar schoonheid verhoogd.
De vierde kostbare steen van de kroon is de wijsheid van de Maagd Maria, want zij is vervuld van alle wijsheid Gods en alle wijsheid wordt door haar volmaakt. De vijfde steen is haar kracht en macht, want zij is zo sterk en machtig door God, dat zij al wat geschapen is omver kan werpen. De zesde steen is haar helderheid, want zij schijnt zo helder, dat de engelen, wier ogen helderder zijn dan het licht, door haar bestraald worden en de duivels het niet wagen naar haar glans op te zien. De zevende steen is de volkomenheid van alle lieflijke vreugde en alle geestelijke zoetheid, die in haar zo volmaakt zijn, dat er geen vreugde is, die door haar niet vergroot wordt, en geen genot, dat door haar niet inniger wordt en volmaakter door haar heilig aangezicht. Want zij is vervuld van genade en barmhartigheid boven alle heiligen. Zij is het vat der reinheid, waarin het Brood der engelen lag en waarin alle lieflijkheid en alle schoonheid zijn.
Haar Zoon zette deze zeven stenen tussen de zeven lelies die in haar kroon waren. Daarom zul je, haar Zoons bruid, haar eren en loven met geheel je hart, want voorwaar, zij is alle lof en eer waardig.
Wordt vervolgd.
HERINNERINGEN VAN ZUSTER LUCIA.
BIJVOEGSEL II
INLEIDING
De tekst van dit bijvoegsel is geen eigenhandig geschreven
document van zuster Lucia, maar bezit alle waarborgen voor de echtheid
ervan, gezien het feit dat haar eigen geestelijk leidsman, toentertijd de
eerw. pater José Bernardo Gonçalves s.j. hem letterlijk heeft overgeschreven
van de aantekeningen van de zieneres.
De verschijning waar de tekst over spreekt, had zuster Lucia op
13 juni 1929 in de kapel in Tuy, Spanje.
Zij begint met te spreken over het visioen van de Allerheiligste
Drieëenheid, die de verschijning van de Maagd Maria begeleidt, waarin
deze haar Hart toont zoals bij de verschijningen van juni en juli 1917. De
belofte die zij bij die gelegenheid deed, wordt nu werkelijkheid. En zuster
Lucia hoort de Maagd Maria vragen om de toewijding van Rusland aan
het Onbevlekt Hart, in duidelijk omschreven omstandig-heden.
TEKST VAN HET VERZOEK
OM DE TOEWIJDING VAN RUSLAND
Pater Gonçalves kwam een paar keer biechthoren in onze
kapel. Ik biechtte ook bij de eerwaarde en omdat we elkaar goed
begrepen ging hij daarmee door gedurende de drie jaar dat hij
daar assistent was.
Het was in die periode dat Onze Lieve Vrouw mij meedeelde
dat de tijd gekomen was waarop ze wilde dat ik aan de Kerk
kenbaar maakte dat zij wenste dat Rusland aan haar werd toegewijd
evenals haar belofte het te zullen bekeren De mededeling ging
als volgt:
13 juni 1929. Ik had aan mijn superieuren en biechtvader
toestemming gevraagd en gekregen om mijn heilig uur te houden
van elf tot twaalf uur s avonds, van donderdag op vrijdag. Toen ik
op zekere avond rond middernacht alleen was, knielde ik in het
midden van de kapel tussen de communiebanken om er voorovergebogen
de gebeden van de engel te bidden. Toen mij dat te
vermoeiend werd, ging ik staan en vervolgde ik mijn gebed met
uitgestrekte armen. Het enige licht dat er was kwam van de
godslamp. Opeens was de hele kapel verlicht met een bovennatuurlijk
licht en op het altaar verscheen een lichtend kruis dat
reikte tot aan het plafond. In het helderste licht, aan het boveneind
van het kruis, zag ik het gelaat van een man met zijn lichaam tot
aan het middel en een duif op de borst, eveneens van licht; en
aan het kruis genageld, het lichaam van een andere man. Een
stukje onder de taille zag ik, in de lucht zwevend, een kelk en een
grote hostie waar enkele druppels bloed op vielen, die dropen van
het gelaat van de gekruisigde en uit een wond in de borst. Die
druppels gleden over de hostie heen en vielen in de kelk. Onder
de rechterarm van het kruis stond Onze Lieve Vrouw (het was
Onze Lieve Vrouw van Fatima met haar Onbevlekt Hart in haar
linkerhand, zonder zwaard of rozen, maar met een doornenkroon
en vlammen ) met haar Onbevlekt Hart in haar hand Onder de
linkerarm vormden grote letters, als van kristalhelder water dat op
het altaar stroomde, deze woorden: Genade en Barmhartigheid.
Ik begreep dat mij het geheim van de Allerheiligste
Drieëenheid was getoond en over dit mysterie ontving ik licht dat
ik niet bekend mag maken.
Daarna zei Onze Lieve Vrouw tegen mij:
Het uur is aangebroken waarop God aan de H.Vader vraagt
om, in vereniging met alle bisschoppen van de wereld, de
toewijding van Rusland aan mijn Onbevlekt Hart te doen en ik
beloof het door dit middel te redden. De zielen die door de
goddelijke Gerechtigheid worden veroordeeld wegens zonden die
zij tegen mij hebben bedreven zijn zo talrijk, dat ik eerherstel kom
vragen: offer je op voor deze intentie en bid.
Ik deed hierover verslag aan mijn biechtvader, die mij vroeg
op te schrijven wat Onze Lieve Vrouw wilde dat er gedaan werd.
Later zei Onze Lieve Vrouw tegen me, als klacht in een
persoonlijke mededeling:
Er is niet aan mijn verzoek voldaan!...
Zoals de koning van Frankrijk
1, zullen ze er later spijt van
krijgen en het alsnog doen, maar dan is het te laat. Rusland zal
zijn dwalingen al over de wereld hebben verspreid, wat oorlogen
en vervolgingen voor de Kerk tot gevolg heeft. De H.Vader zal
veel te lijden hebben.
1
In 1689, een jaar voor haar dood, probeerde de heilige Margaretha Maria op
diverse manieren en langs verschillende wegen de Zonnekoning, Lodewijk XIV
van Frankrijk, een bericht te doen toekomen met een boodschap van het H.Hart
van Jezus waarin vier verzoeken gedaan worden: Het Heilig Hart van Jezus op
de koninklijke vlaggen afdrukken; een tempel bouwen te zijner ere, waar hij het
eerbetoon van het hof zou ontvangen; de koning moest hem aan zijn Heilig Hart
toewijden; en de koning moest zijn autoriteit inzetten bij de H.Stoel om een H.Mis
te laten opdragen ter ere van het Heilig Hart van Jezus.
Maar er werd niets bereikt. Het schijnt zelfs dat de boodschap nooit bij de koning
is aangekomen.
Pas een eeuw later zou de koninklijke familie die boodschap beantwoorden,
voor zover dat mogelijk was. In 1792 kwam Lodewijk XVI op het idee van zijn
eed aan het Hart van Jezus, maar dat kon hij pas doen in de gevangenis van de
tempel, waarbij hij beloofde dat hij, wanneer hij vrij zou zijn, alle verzoeken van
de H.Margaretha Maria zou inwilligen.
Voor de Goddelijke Voorzienigheid was dat echter te laat: op 21 januari 1793
werd Lodewijk XVI onder de guillotine gedood.
Wordt vervolgd.
ALLE EER EN GLORIE.
Alle eer en alle glorie geldt de luisterrijke Naam! Viert de vrede die Hij heden uitroept over ons bestaan. Aangezicht vol van licht, zie ons met ontferming aan!
Alle eer en alle glorie geldt de Zoon, de erfgenaam! Als de genade die ons toekomt is Hij onze nieuwe naam. Licht uit licht, vergezicht, steek ons met uw stralen aan!
Alle eer en alle glorie geldt de Geest, die leven doet, die de eenheid in ons ademt, vlam die ons vertrouwen voedt! Levens zon, liefdesbron, maak de tongen los voorgoed!
VERGEVING.
Niet Gods arm is te kort om ons te redden, niet zijn oor is te doof om ons te horen. Maar onze misdaden verduisteren het licht. Wij plegen geweld, wij zaaien verwoesting, de weg van de vrede kennen wij niet. Wij wachten op licht, maar het blijft donker, op het licht van de zon, maar wij dolen in duisternis. Als blinden tasten wij langs de wand, als mensen die geen ogen hebben. Wij struikelen op klaarlichte dag, in de bloei van ons leven zijn wij als doden. Scheur dan de wolken uiteen en kom, zoals de morgenlicht het duister verdrijft. Maak ons open voor U, de komende en wees ons genadig. Amen.