Foto
TOESPRAAK VAN PATER PETAR
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7
  • Deel 8
  • Deel 9
  • Foto
    Foto
    Het  logo  van  het  Bisdom  Gent  van  MG.  Van  Looy
     
    Origen
    Quantcast
    Met hulp en medewerking van John Pont is dit blog gemaakt
    HOUD UW LAMPEN BRANDEND.
         Image and video hosting by TinyPic
    For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
     2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt
    Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois
    Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Wonder

    13-10-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Psalm 37: 3-7.

    Vertrouw op de HEER en doe het goede, bewoon het land en leef er veilig. Zoek je

    geluk bij de HEER, hij zal geven wat je hart verlangt. Leg je leven in de handen van

    de HEER, vertrouw op hem, hij zal dit voor je doen: het recht zal dagen als het

    morgenlicht, de gerechtigheid stralen als de middagzon. Blijf kalm en wacht op de

    HEER, erger je niet aan wie slaagt in het leven, aan wie met listen te werk gaat.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bezinning .

    Laten wij ons opnieuw bewust worden van zijn tegenwoordigheid in ons om die de

    hele dag te bewaren.

    Heer Jezus Christus, U bent de weg, de waarheid en het leven.

    Heer Jezus Christus, U bent in ons en wij in U en in de Vader.

    Heer Jezus Christus, U bent de bron van levend water, U bent de wijnstok, U bent

    het brood des levens.

    Heer Jezus Christus, U bent in ons en wij in U en in de Vader.

    Heer Jezus Christus, U bent de Zoon van God, U bent de Zoon des Mensen, U bent

    onze broeder.

    Heer Jezus Christus, U bent in ons en wij in U en in de Vader.

    Heer Jezus Christus, U hebt de kinderen gezegend, U hebt de armen gevoed, U hebt

    de zieken genezen.

    Heer Jezus Christus, U bent in ons en wij in U en in de Vader.

    Heer Jezus Christus, U bent de man van smarten, U bent de miskende, U bent de

    gekruisigde.

    Heer Jezus Christus, U bent ons en wij in U en in de Vader.

    Heer Jezus Christus, U bent de opgestane, U bent de verheerlijkte, U bent de

    overwinnaar.

    Heer Jezus Christus, U bent in ons en wij in U en in de Vader.

    Heer Jezus Christus, U bent de verlosser, U bent mijn verlosser, U bent de verlosser

    van de wereld. 

    Geloofd zij God!



     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Psalm 119: 73-80.

    Uw handen hebben mij gemaakt en gevormd, schenk mij inzicht, dan leer ik uw

    geboden. Moge uw liefde mij vertroosten, zoals u aan uw dienaar hebt beloofd. Heb

    mededogen met mij, en ik zal leven, uw wet verheugt mij. Laat mij volmaakt naar

    uw wetten leven, dan zal ik niet beschaamd staan.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Psalm 145.

    U, mijn God en koning, wil ik roemen, uw naam prijzen tot in eeuwigheid. Elke dag

    opnieuw wil ik u prijzen, uw naam loven tot in eeuwigheid: ‘Groot is de HEER, hem

    komt alle lof toe, zijn grootheid is niet te doorgronden.’ Laat geslacht na geslacht van

    uw schepping verhalen, uw machtige daden verkondigen. Laten zij spreken over de

    glorie van uw majesteit, ook ik wil uw wonderen bekendmaken. Laten zij getuigen

    van uw geduchte daden, ook ik wil van uw grootheid vertellen. Laten zij de roem van

    uw goedheid verbreiden, uw gerechtigheid luid bezingen: ‘Genadig en liefdevol is de

    HEER, hij blijft geduldig en groot is zijn trouw. Goed is de HEER voor alles en allen,

    hij ontfermt zich over heel zijn schepping.’ Laten al uw schepselen u loven, HEER, en

    uw getrouwen u prijzen. Laten zij getuigen van de luister van uw koningschap,

    Spreken over uw machtige werken, aan de stervelingen uw machtige daden

    verkondigen, de glorie en de glans van uw koningschap: ‘Uw koningschap omspant

    de eeuwen, uw heerschappij omvat alle geslachten.’ ‘Een steun is de HEER voor wie

    is gevallen, wie gebukt gaat richt hij op. Allen zien hoopvol naar u uit, u geeft brood,

    op de juiste tijd. Gul is uw hand geopend, u vervult het verlangen van alles wat leeft.

    Rechtvaardig is de HEER in alles wat hij doet, zijn schepselen blijft hij trouw. Allen

    die hem aanroepen is de HEER nabij, die hem roepen in vast vertrouwen. Hij vervult

    het verlangen van wie hem eren, De HEER waakt over wie hem liefhebben, maar wie

    hem afwijzen, vaagt hij weg.’ Laat zó mijn mond de lof spreken van de HEER, en

    alles wat leeft zijn heilige naam prijzen, tot in eeuwigheid.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Psalm 95: 1-7

    Kom, laten wij jubelen voor de HEER, juichen voor onze rots, onze redding. Laten wij

    hem naderen met een loflied, hem toejuichen met gezang. De HEER is een machtige

    God, een machtige koning, boven alle goden verheven. Hij houdt in zijn hand de

    diepten der aarde, de toppen van de bergen behoren hem toe, van hem is de zee,

    door hem gemaakt, en ook het droge, door zijn handen gevormd. Ga binnen, laten

    wij buigen in aanbidding, knielen voor de HEER, onze maker. Ja, hij is onze God en

    wij zijn het volk dat hij hoedt, de kudde door zijn hand geleid.


    12-10-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLEN EEN GEZEGENDE DINSDAG TOEGEWENST.

    N ( M )

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.The Miracle of Damascus: Part 3.
     

    The Miracle of Damascus: Part 3.

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEBED VAN EEN HERDER.

    GEBED  VAN  EEN  HERDER.

    Heer  Jezus ,  ik  zit  hier  in  mijn  werkkamer.  Heel  mijn  tuin  baadt  in  de  zon.  Door  het  open  raam  zie  ik  een  weelde  van  bloemen.  Ontelbare  vogels  hoor  ik  tjilpen  en  fluiten.  En  toch  ben  ik  met  mijn  gedachten  elders.  Ik  denk  aan  de  vele  mensen  die  moeten  leven  onder  grauwe  en  loodzware  wolken ;  mensen  die  gebukt  gaan  onder  lichamelijk  lijden  of  gekweld  worden  door  angst  en  verdriet.  Ik  denk  aan  de  mensen  met  honger  en  pijn.  Gevangenen  en  verdrukten.  Mensen  ook  met  sombere  vooruitzichten.  Verlies  ik  mijn  baan ?  Vind  ik  nog  werk ?  Gaat  mijn  zaak  ten  onder ?  Wordt  het  zwarte  armoede ?  Velen  voelen  zich  alleen  met  hun  kwellingen.  Oudere  mensen  en  ook  jonge  mensen ;  onbegrepen  door  hun  ouders.  Teleurgesteld  door  hun  partner.  Verlaten  door  eigen  kinderen.  Onschuldig  en  toch  ellendig.  Eenzame  mensen ,  ontroostbaar  om  het  verlies  van  een  beminde.  Zieke  mensen ,  krachteloos ,  misschien  bedreigd  door  een  ongeneeslijke  kwaal.  Of  geestelijk  ondermijnd.  Ze  kijken  naar  de  toekomst  met  angst  in  de  ogen.  Heeft  het  leven  nog  betekenis ?  Ben  ik  de  speelbal  van  het  noodlot ?  De  pechvogel ?  Die  mensen  met  tegenspoed  zijn  mijn  medemensen.  De  meesten  onder  hen  zijn  mijn  broeders  en  zusters  in  het  christelijk  geloof.  Vooral  in  mijn  gebed.  Gij  weet  het  Heer ,  maar  ik  zou  vandaag  heel  lang  met  U  over  hen  willen  spreken.  Heel  persoonlijk  over  die  mensen  die  het  kruis  zwaar  op  hun  schouders  voelen  wegen.  Over  die  mensen  met  kommer  en  verdriet.  Goede  Meester ,  ik  ben  voor  hen  geen  vreemde.  Ze  hebben  een  grote  plaats  in  mijn  hart.  Gij  hebt  mij  naar  hen  gezonden  want  ik  ben  een  van  de  herders  in  uw  Kerk.  Ik  mag  bij  U  komen  uit  naam  van  hen  aan  wie  Gij  beloofd  hebt  dat  Gij  verkwikking  zult  brengen  als  ze  belast  en  overladen  zijn.  Velen  onder  hen  zijn  doorgaans  zeer  moedig.  Als  je  hun  medevoelen  betuigt ,  krijg  je  vaak  als  spontane  reactie ;  zo  beladen  en  belast  ben  ik  toch  ook  wel  niet.  Gij  hoort  graag  dat  antwoord.  Heel  wat  bedroefde  mensen  hebben  van  U  geleerd  met  hun  lijden  te  leven.  Ze  hebben  hun  moeilijke  uren ,  maar  ze  komen  die  weer  te  boven.  Ze  trachten  hun  lijden  'voorlopig'  te  dragen.  Ze  kennen  uren  van  tegenslag  en  teleurstelling  maar  ze  leren  leven  met  wat  onvolkomen  is.  Ze  wachten  niet  tot  alle  zwarte  wolken  weg  zijn.  Nu  reeds  doen  ze  wat  ze  kunnen ;  ze  werken  wat ,  ze  rusten  wat ,  ze  bidden  wat.  Ze  scheppen  een  zekere  orde  in  hun  dag.  Dat  geeft  hun  genezende  kracht.  Geordende  bezigheid  voert  hen  naar  gezond  levensritme.  Velen  weten  dat  hun  pijn  een  diepere  ondergrond  heeft.  Ze  voelen  angst ,  een  dof  geknaag ,  een  soort  zelfverwijt ;  had  ik  dit  maar  niet  gedaan ,  had  ik  daar  maar  gezwegen ,  had  ik  dat  maar  aangepakt.  Die  mensen  fluistert  Gij  in  het  oor ; 'Til  niet  te  zwaar  aan  dat  onrustig  gevoel.  Je  moet  niet  steeds  aan  jezelf  de  schuld  geven  van  wat  in  je  leven  mislukt.  Soms  ligt  de  schuld  bij  anderen.  Vaak  is  het  een  samenloop  van  omstandigheden.  Je  kunt  niet  alles.  Je  krachten  zijn  beperkt.  Iedereen  kan  zich  vergissen.  Bij  iedereen  loopt  de  toestand  al  eens  uit  de  hand ,  zonder  dat  je  daarvoor  verantwoordelijk  bent'.  Sommigen  slaan  zich  weliswaar  niet  zonder  reden  op  de  borst ;  'Door  mijn  schuld ,  door  mijn  grote  schuld' ,  maar  Gij  zegt  hun ; 'Je  hoeft  daarom  niet  te  wanhopen.  Dank  zij  mijn  kruisdood  is  vergeving  altijd  mogelijk.  God  vraagt  u  aan  anderen  vergiffenis  te  geven ,  maar  Hij  doet  dat  ook  zelf.  Op  jouw  berouw  volgt  steeds  zijn  helend  woord ;  'Je  zonden  zijn  je  vergeven'.  En  de  barmhartige  God  is  daarbij  oprecht.  Met  goddelijke  kracht  heeft  Hij  je  dan  werkelijk  gereinigd.  Je  bent  opnieuw  bij  Hem  aanvaard.  Zoals  voordien.  Meer  dan  voordien  want  de  ervaring  van  mijn  barmhartigheid  geeft  Je  een  stut  in  de  rug !  Gij  hebt  gezegd ; 'Ik  ben  de  verrijzenis  en  het  leven'.  Dank  zij  U  heeft  een  christen  nooit  een  geldige  reden  om  in  de  grond  van  zijn  hart  angstig  te  blijven  of  wanhopig  te  worden.  Uw  Vader ,  onze  Vader  zorgt  immers  voor  zijn  mensen.  Meer  dan  voor  zijn  bloemen  in  de  velden  en  zijn  vogels  in  de  lucht.  Zelfs  als  de  orkaan  raast ,  horen  ze  nog  uw  stem ; 'Waarom  zijn  jullie  bang ,  kleingelovigen ? ( Mt.  8 , 26 ).  Gij  schenkt  de  mensen  moed.  Uw  Geest  wil  ze  vindingrijkheid  geven  om  een  uitkomst  te  ontdekken.  Hij  biedt  kracht  om  te  volharden.  Gij  zijt  altijd  van  goede  wil ,  overvloeiend  van  goedwillendheid.  Daarom  kan  een  christen  met  vertrouwen  bidden ; 'Uw  wil  geschiede  op  aarde  als  in  de  hemel !  Goede  Meester ,  vele  mensen  zeggen  met  beklemd  gemoed ; 'Bidden ?  Ik  bid  zo  weinig.  Ik  ben  zo  ver  van  God  en  van  de  godsdienst  gaan  leven.  Soms  ben  ik  kwaad  op  God.  Help  ze  om  hierdoor  niet  ontmoedigd  te  worden.  Leer  ze  geloven  dat  de  Vader  iedere  dag  op  de  uitkijk  staat.  Steeds  gereed  om  te  vergeven  en  alles  weer  goed  te  maken.  Zoals  ouders  dat  zouden  doen  voor  hun  eigen  kind.  Voor  iedereen  is  er  redding.  Toon  hun  de  wonden  in  uw  handen  en  uw  voeten.  Voor  hen  zijt  Gij  gestorven  en  verrezen.  Zeg  ook  vandaag  aan  uw  ontstelde  leerlingen ;  Je  Vader  kan  begrijpen  dat  je  inzinkingen  hebt ,  dat  je  soms  schreeuwt ;  'Laat  die  bittere  kelk  aan  mij  voorbijgaan'.  Ze  mogen  gerust  huilen ; 'Mijn  God ,  mijn  God ,  waarom  hebt  Gij  mij  verlaten'  ?  Deze  woorden  zijn  geen  vloekwoorden.  Het  zijn  Uw  eigen  woorden  als  Zoon  van  God.  Gij  hebt  het  uitgeschreeuwd  van  menselijke  ellende.  Maar  uw  liefde  en  uw  vertrouwen  haalden  de  bovenhand ;  'Maar  niet  mijn  wil ,  maar  uw  wil  geschiede.  'En  in  volle  overgave  hebt  Gij  op  het  kruis  gezegd ;  'Vader ,  in  uw  handen  beveel  ik  mijn  Geest'.  Lijdende  mensen  vergeten  soms  dat  zij  niet  alleen  staan  met  het  lijden  en  dat  anderen  nog  meer  lijden  dan  zijzelf.  Ze  denken  er  niet  aan  dat  ze  voor  anderen  een  troost  kunnen  zijn.  Leer  hun  een  opbeurend  woord  tot  hen  te  spreken  en  hun  lijden  te  offeren  voor  de  redding  van  anderen ,  zoals  Gij  gedaan  hebt.  Gij  zult  hun  medewerking  niet  onbeloond  laten.  De  vrouwen  aan  het  graf  legden  hun  eigen  smart  het  zwijgen  op  om  eerst  uw  dode  lichaam  te  balsemen.  Aan  hen  verschijnt  Gij  als  Verrezene  het  eerst.  Wat  gij  ontvangt  aan  zorgen  voor  uw  ledematen ,  geeft  Gij  terug  als  troost  voor  de  harten.  Wie  voor  de  anderen  lijdt ,  ervaart  een  mysterieuze  vreugde.  Paulus  die  wist  wat  lijden  was ,  schreef ; 'Op  dit  ogenblik  verheug  ik  mij  dat  ik  voor  U  lijden  mag'.  Ik  mag  aanvullen  wat  aan  kwellingen  van  de  Christus  in  mijn  vlees  ontbreekt ,  ten  bate  van  zijn  lichaam  dat  de  Kerk  is'  ( Kolos.  1 , 24 ).  Geen  mens  begrijpt  het  lijden  ten  volle.  Waarom ?  Waarom  ik ?  Waarom  opnieuw ?  Waarom  zo  dikwijls ?  Waarom  nu ?  Het  lijden  is  en  blijft  een  afgrond  in  het  menselijk  bestaan.  Een  duistere  mysterie.  Licht  en  verlichting  vindt  hij  slechts  in  een  ander  mysterie ;  het  mysterie  van  Uw  kruis  en  verrijzenis.  Leer  deze  mens  zijn  lot  toevertrouwen  aan  U ,  zijn  gekruisigde  Meester.  Laat  hem  niet  eenzaam  worstelen  met  zijn  vragen  en  problemen.  Laat  hun  geloven  dat  Gij  bereid  zijt  met  hen  door  het  mysterie  te  stappen  en  hun  hart  brandend  te  maken.  Grijp  hen  bij  de  hand  en  zeg  hun ;  'Ik  ben  de  verrijzenis  en  het  leven.  Wie  in  mij  gelooft ,  zal  leven ,  ook  al  is  hij  gestorven.  En  iedereen  die  leeft  in  geloof  aan  Mij ,  zal  in  eeuwigheid  niet  sterven'  ( Joh.  11 , 25 - 26 ).  Na  lijden  komt  verblijden.  Eeuwig  verblijden  in  Gods  onuitsprekelijke  vreugde  voor  hen  die  in  U  hun  vertrouwen  hebben  gesteld.  Jezus  Christus ,  Zoon  van  God ,  en  mijn  gekruisigde  Medemens ,  ontferm  U  over  alle  lijdende  en  angstige  mensen.  Ik  bid  U  om  hen  op  te  beuren  en  hen  te  troosten.  Zorg  voor  hen  vanuit  de  hemel.  Geef  hun  vertrouwen  en  moed.  En  komt  er  soms  een  dag  dat  ze  aan  de  hemel  nergens  meer  een  licht  kunnen  ontwaren ,  leer  hun  dan  met  gesloten  ogen  voor  de  Vader  staan  en  bidden ;  Mijn  God ,  ik  ben  zo  bang.  Ik  vrees  voor  deze  avond  en  voor  morgen.  Wat  zal  het  weer  worden ?  Ik  voel  me  hulpeloos  en  klein ,  onzeker  en  onveilig.  Mijn  God ,  ik  heb  veel  verdriet.  Uit  de  diepte  roep  ik ,  Heer ,  luister  naar  mijn  stem.  Laat  uw  kind  niet  eenzaam  achter.  Leg  uw  handen  zacht  op  mijn  hoofd  en  zeg  het  nogmaals ; 'Ik  ben  toch  Uw  Vader  waarom  ben  je  dan  zo  bang' ?

    Gods  Zegen.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Maria, teken van de Apocalyps (2)

    Tranen over Jerusalem

    Zo is Maria werkelijk de grote profetes van het Nieuwe Verbond, die op de beslissende keerpunten van de geschiedenis zelf tot ons komt om ons te waarschuwen en te vermanen zoals de eerbiedwaardige profetengestalten dat in het Oude Verbond hebben gedaan. Het lijkt echter wel of Maria ook hun tragisch lot moet delen. Geldt Gods aanklacht in het Oude Verbond niet evenzeer nu: «Van de dag af, dat hun vaders uit het land van Egypte zijn getrokken, tot heden toe, heb Ik hun al de profeten, mijn dienaars, gezonden, iedere dag opnieuw, ’s morgens vroeg en ’s avonds laat. Maar ze hebben niet naar Mij willen horen, niet willen luisteren. Ze bleven hardnekkig, erger nog dan hun vaders» (Jer. 7, 25-26). En zoals Jeremias tranen stortte over de ondergang van de heilige stad Jerusalem en haar tempel (Jer. 9, 1), zo weende Maria ook te La Salette en Syracuse over het gebrek aan boetvaardigheid en de verstoktheid van het Avondland.

    Het Rijk Gods ontnomen?

    Het Rijk Gods werd aan het oude Israël ontnomen en aan het Avondland gegeven, opdat het vrucht zou voortbrengen. Thans staat het Avondland zelf voor de beslissing of het Rijk Gods zal worden weggenomen en aan andere volkeren zal worden gegeven, die beter vrucht voort zullen brengen. Dit Woord van de Heer is het slot van de gelijkenis van de slechte wijngaardeniers (Matt. 21, 39-46). Ook deze gelijkenis geeft de mogelijkheid voor een mariale verwijding.

    In de gelijkenis heeft een huisvader een wijngaard aangeplant. Op de tijd van de oogst stuurde hij zijn knechten uit om de opbrengst in ontvangst te nemen. Maar de wijngaardeniers mishandelden zijn afgezanten: «…de een sloegen zij, de ander doodden, een derde stenigden ze». Een tweede maal gebeurde hetzelfde. Uiteindelijk zond hij zijn zoon tot hen en zei: «Voor mijn zoon zullen ze wel respect hebben». Het slot is bekend: de wijngaardeniers brachten ook de zoon om het leven. In korte trekken heeft Christus hier de hele heilsgeschiedenis van het Oude Testament getekend: de Vader had de ene profeet na de andere gestuurd. Zij werden vervolgd en gedood en toen Hij tenslotte zijn eigen Zoon zond, overkwam Hem hetzelfde: Hij werd aan het kruis geslagen.

    Nu zendt Hij echter zijn Moeder tot ons en zegt: ‘Voor mijn Moeder zullen ze toch wel ontzag hebben?!’ Maar wat gebeurt er? De wereld gaat onverschillig aan de tranen van de Moeder voorbij, de Moeder in wie het Avondland ook nu nog zijn vernieuwing en wedergeboorte zou kunnen vinden. Want het woord dat de Kerk de Moeder Gods in de mond legt: «Wie mij vindt heeft het leven gevonden en welbehagen verkregen van Jahweh» (Spr. 8, 35), is niet alleen van kracht voor de afzonderlijke mens, maar ook voor volkeren en culturen.

    De waarschuwing in de boodschap van Fatima

    In het 33ste hoofdstuk van het boek Ezechiël zegt God: «Gesteld, Ik laat het zwaard los op een land, en de burgers kiezen iemand uit hun midden en stellen hem aan als wachter. Wanneer deze nu het zwaard op het land ziet af komen, alarm blaast en de bevolking waarschuwt, maar hij die het hoorngeschal verneemt, zich niet laat waarschuwen, zodat het zwaard komt en hem treft: dan komt zijn bloed op zijn eigen hoofd neer. Hoewel hij het hoorngeschal vernam heeft hij zich niet laten waarschuwen; zijn bloed komt dus neer op hemzelf. Maar de ander heeft gewaarschuwd, en daardoor zijn leven gered. Maar gesteld de wachter ziet het zwaard aankomen en hij blaast geen alarm, zodat het volk niet wordt gewaarschuwd: komt het zwaard en treft het iemand van hen, dan wordt die wel getroffen om zijn eigen schuld, maar van zijn bloed zal Ik de wachter rekenschap vragen».

    U hebt zeker wel begrepen waarom wij deze diepzinnige tekst van de profeet citeren. De door God aangestelde wachters zien het zwaard op het land af komen, zij hebben de bazuin gestoken.

    De eerste bazuin

    Het eerste hoorngeschal kwam uit Portugal. De bisschop van Fatima heeft op 17 mei 1960 een brief tot alle bisschoppen van de wereld gericht om hen uit te nodigen zich op 12 en 13 oktober met hem en de pelgrims te Fatima te verenigen. Hiervoor bestonden twee redenen: eerstens te bidden voor de bekering van Rusland, en tweeden te bidden voor de vrede in de wereld, die zo ernstig gevaar loopt.

    De bisschop van Fatima heeft nog meer gedaan. Hij is naar Amerika gegaan en in Europa op de eerste plaats naar Duitsland, in het hart van Europa, dat het meeste gevaar loopt. Hij heeft bisschoppen en gelovigen gesmeekt de Rozenkrans te bidden en boete te doen. Hij heeft mij persoonlijk gezegd, dat deze wereldgebeds- en boetedag «maxime necessarium», uiterst noodzakelijk, is. Hij heeft zijn taak als wachter ernstig genomen. Geloof u dat hij voor zijn plezier van Freiburg via Dillingen naar ons is gekomen en van hier naar Klingenbrunn en Schardenberg bij het IJzeren Gordijn is gegaan, om vandaar weer naar het Saargebied, het Rijnland en het Roergebied te reizen om overal de boodschap van Onze Lieve Vrouw te verkondigen, als hij er niet van overtuigd was: ik moet de bazuin laten schallen opdat, wanneer het zwaard komt, zijn bloed niet op mijn hoofd komt?

    De tweede bazuin

    De tweede bazuinstoot kwam uit Rome, van de bisschop der bisschoppen zelf. Op 28 september 1960 schreef paus Johannes XXIII een brief aan de kardinaal-vicaris van Rome; de opperste wachter van de Kerk sprak hierin over de vele berichten van rampen en catastrofen die in deze jaren niet aflaten en ging dan verder: «Wat echter de gehele mensheid de adem beneemt is het droevige voortduren van de onzekerheid van de toekomst, dat veelal onrustig maakt en verwarring sticht». Hij schreef voorts dat «het uur dat de wereld moet doormaken zeer ernstig is, ernstig en vol gevaren». Hij zegt zelfs: «De historische roeping van de volkeren, de eeuwige bestemming van ieder naar Gods beeld geschapen mens staat op het spel». Vervolgens roept de paus ook op de Rozenkrans te bidden. Paus Johannes XXIII vervulde zijn taak als wachter; hij heeft Gods volk gewaarschuwd. Wanneer het zwaard werkelijk zou komen, zal het bloed niet over zijn hoofd komen.

    Profiteurs reageren niet

    De profeet spreekt ook over hen die zich niet laten waarschuwen, die het dus aan zichzelf te wijten hebben als het bloed op hun eigen hoofd neerkomt. Christus heeft al een eerste groep gekenschetst: «Zoals het was in de dagen van Noë, zo zal ook de komst van de Mensenzoon zijn. Zoals men toch in de dagen vòòr de zondvloed at en dronk, huwde en uithuwde, tot op de dag waarop Noë de ark binnen ging: en zoals men er geen acht op sloeg, totdat de zondvloed kwam en allen verzwolg, zo zal ook de komst van de Mensenzoon zijn» (Matt. 24, 37-39). Dat zijn de mensen met een hoge levensstandaard, de profiteurs van de economische welvaart. Hun oren blijven gesloten voor het bazuingeschal van de profeten; zij reageren uitsluitend op het lawaai van machines en motoren. Deze mensen lachen om Fatima. Maar wanneer het zwaard komt en hen wegmaait, komt het bloed over hun eigen hoofd. Zij dragen zelf de schuld.

    Maar zijn we niet allen een beetje besmet met de bedwelming van het aardse? Steeds meer verdienen, steeds hogere salarissen, steeds meer vrije tijd, steeds meer comfort. Moet het zwaard ook ons treffen wegens ons materialisme, zoals de zondvloed de tijdgenoten van Noë liet verdrinken en zoals het vuur van de jongste dag de in het aardse verzonken mensen zal verbranden?

    Een tweede groep doven

    Er is nog een groep die zich niet laat waarschuwen. Deze mensen hebben een theologisch toverwoord ter beschikking, dat zij op alle Mariaverschijningen plaatsen om ze oninteressant te maken. Dit toverwoord luidt: “particuliere openbaring”. Nu heeft men het gevonden! Een privé openbaring verplicht tot niets: ik houd me aan de grote openbaring van God, die met Christus en de apostelen is afgesloten. Waarom al dat lawaai over Fatima? Inderdaad, zij hebben gelijk: de algemeen verplichtende openbaring is met Christus en de apostelen afgesloten. Maar dat wil nog niet zeggen dat God daarna niet meer tot ons zou kunnen spreken, of zelfs niet zou mògen spreken. Ieder spreken van God is iets groots en iets heiligs, of het nu gericht is tot Isaïas of tot een analfabetisch boerenmeisje. Wat zouden we allen overgelukkig zijn als wij, al was het maar één keer in ons leven in een toestand van vertwijfeling, wanneer we geen uitweg meer weten, de stem van God zouden mogen horen! Op Pinksteren werd de H. Geest uitgestort over alle vlees, «Zonen en dochters zullen profeteren en grijsaards zullen dromen ontvangen, zelfs over slaven en slavinnen wordt de Geest uitgestort», zo spreekt Petrus met Joël. Jeremias zegt: «Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten: dat Ik nooit zal ophouden hun goed te doen» (Jer. 32, 40). Wie zich niet laat waarschuwen heeft het aan zichzelf te wijten als het zwaard komt en hem wegmaait. Het bloed komt over zijn eigen hoofd.

    Fatima’s boodschap tot de wereld: totale ommekeer door boete en gebed

    Hoe luidt de boodschap van God te Fatima tot de wereld? De mens is behept met de neiging het meest belangrijke en beslissende links te laten liggen en zich vol overgave op het sensationele te werpen. Bij Fatima ligt deze sensatie in het derde geheim. U weet waar het over gaat.

    Op 13 juli 1917 heeft de Moeder Gods gezegd: «Wanneer men aan mijn verlangen voldoet zal Rusland zich bekeren en zal er vrede heersen; doet men het echter niet, dan zal het zijn dwaalleer over de gehele wereld verbreiden en oorlogen ontketenen; vele goeden zullen gemarteld worden; de H. Vader zal veel te lijden hebben en vele naties zullen vernietigd worden…» Dan volgt een uitlating waarachter velen het derde geheim vermoeden. De slotzin echter luidt: «Tenslotte zal mijn Onbevlekt Hart zegevieren». Op deze uitlating nu concentreert zich de hele belangstelling: “Zal het geheim geopenbaard worden? Wanneer? Waarom gebeurt het niet?” Woedende brieven fladderen rond: “Het zwijgen van de bisschop van Fatima is tegen de beginselen van de verdraagzaamheid, vrijheid en democratie”. Erger kan het al niet! En daarbij kan ieder die maar een klein beetje begrip heeft, nagaan wat dit zogenaamde geheim behelst. Vooral waar gezegd wordt, dat verscheidene naties vernietigd zullen worden, gelooft u dan dat er iets in staat over een loonsverhoging van 10%? Wanneer de bescheiden bisschop van Fatima zich tot alle bisschoppen van de wereld wendt en ze uitnodigt voor een wereldgebeds- en boetedag en wanneer de paus tot een storm van gebed oproept, dan kan alleen maar een idioot geloven dat in die uitlating sprake is van gouden appelen en een heerlijke toekomst. Is het voor ons niet voldoende: verscheidene naties zullen van het aangezicht van de aarde verdwijnen! Waar wachten we dan nog op? Voelen we hier niet duidelijk de list van de hel, hoe deze ons met zachte drang tracht af te keren van wat wezenlijk en alleen beslissend is, en de sensatie als lokmiddel gebruikt om de nieuwsgierigheid te prikkelen?

    Het belangrijkste van de boodschap, dat waarom het gaat, is de gedachte van boete en verzoening. Al bij de eerste verschijning vroeg Maria aan de kinderen: «Willen jullie God offers brengen en alle lijden aannemen dat Hij jullie zal opleggen tot uitboeting van de talloze zonden die zijn Goddelijke Majesteit beledigen?» En bij de laatste verschijning zei de Moeder Gods: «De mensen moeten zich beteren, zij moeten smeken om vergeving voor hun zonden!» Dìt is het beslissende punt en niet de speculatie op de toekomst. Meer nog, deze beangstigende toekomst vol gevaren kan juist worden afgewend door de verlangens van Maria na te komen: bidden en boete doen voor onze zonden en voor die van de wereld.

    Met deze boodschap van een totale ommekeer van de mensen staat Fatima eigenlijk geheel in het teken van de grote heilsopenbaring van God. Boven het begin van het Nieuwe Verbond en daarmee tot de voltooiing van de openbaring staan de woorden van Jezus, waarmee Hij zijn openbare prediking begint: «Doe boete, want het Rijk Gods is nabij!»

    Het credo van de moderne wereld

    Met dezelfde woorden begint het leven van het Mystieke Lichaam van Christus, wanneer Petrus op Pinksteren zegt: «Bekeer u!» Met de boete staat en valt het christendom. De moderne technische, materialistische wereld heeft in plaats van dit categorische bevel een ander omhelsd: verdien geld, stapel zo veel mogelijk bezit op ten koste van alles en iedereen, produceer steeds meer, consumeer steeds meer, tijd is geld enz.! Daarom legt de Moeder Gods sinds 1830, sedert haar verschijning in de Parijse Rue du Bac, steeds weer de nadruk op dit woord: «Doe boete, verander uw leven, bekeer u!» De wereld heeft niet naar haar geluisterd en luistert ook vandaag niet. Twee wereldoorlogen, een aantal minder omvangrijke oorlogen en een hele reeks bloedige revoluties zijn hiervan het gevolg. De wereld heeft de waarschuwing van Maria in de wind geslagen.

    Op het ogenblik krijgen wij misschien wel de allerlaatste vermaning. Ik ben bang dat ook hierop geen acht wordt geslagen. In plaats van tot aanbidding en boete roepen de media op tot dansen en vermaak, en opnieuw klaagt de Heer als in de nacht voor het begin van zijn lijden op de Olijfberg: «Kunt ge dan niet één uur met Mij waken?» (Matt. 26, 40)

    De wapens van Maria

    Fatima ligt met zijn oproep tot boete en bekering diep verankerd in de heilsgeschiedenis, maar is tegelijk geworteld in de tijdelijke geschiedenis. Precies in de maanden tussen april en november, waarin de bolsjewisten in Rusland hun bloedige revolutie voorbereidden, greep de hemel in. Zesmaal verscheen de Moeder Gods in het uiterste westen van Europa, in Portugal, om de strijd op te nemen tegen de vijand in het oosten. Twee wapens geeft Maria ons in de hand: gebed en boete. Waar men nu in het Oosten, in China op de eerste plaats, maar ook in Korea, de arme mens geheel in beslag neemt en hem onbarmhartig met zijn hele lichaam en ziel tot dienstbaarheid dwingt, antwoordt Maria daarop met de toewijding aan haar Onbevlekt Hart.

    Toewijding is vrijwillige en totale overgave aan God door de handen van Maria en biedt verzoening voor de totale slavernij van de mens in het Oosten. Het is een bewijs van onbegrip voor de betekenis van deze tijd, wanneer men spreekt over een primitieve vroomheid die zich optrekt aan een kitscherig Mariabeeld. Het gaat ons als de mensen op het Pinksterfeest, die Pe- trus vroegen: Wat zullen we doen? We kennen inmiddels de verlangens van Maria: op de eerste plaats bidden. We hebben de pausen en de bisschoppen horen oproepen tot het bidden van de Rozenkrans.

    Al eerder in de geschiedenis heeft het Rozenkransgebed een vijand uit het Oosten teruggeslagen. Dat was toen de Turken voor de poorten van Wenen stonden en denk eens aan de zeeslag bij Lepanto. Maar bidden we nog wel? Bidden we nog gemeenschappelijk in het gezin?

    Op de tweede plaats is het boete doen. Het is niet nodig daarbij aan grote dingen te denken, maar moeten we nu echt iedere film hebben gezien? Moeten we iedere paar maanden met vakantie? Moeten wij zo dikwijls in dure restaurants gaan eten? Is het noodzakelijk alle genoegens mee te maken? Brengt iedere dag niet genoeg onaangenaams, dat we als offer kunnen aanvaarden? Waarom ons opwinden, waarom dwaas en liefdeloos zijn waar we de mooiste gelegenheid hebben naar het voorbeeld van de twee overleden kinderen van Fatima, deze onaangename dingen als verzoening en boete voor de zonden van de wereld te dragen?

    Op de derde plaats is het de toewijding aan het Onbevlekt Hart van Maria: de totale toewijding aan God door Maria, niet alleen met de lippen, maar van de gehele mens, die ook in het dagelijks leven tot uitdrukking komt. Dus in feite alleen maar datgene doen wat wij eigenlijk al lang bij het doopsel hebben beloofd, maar nooit ernstig hebben genomen: de duivel verzaken en al zijn werken en ijdelheden. Dàt is de redding van deze tijd.

    Wat zal men later van ons zeggen? Hetzelfde als de vluchteling die bij Ezechiël kwam? Ezechiël zegt in hoofdstuk 33, 21: «In het twaalfde jaar van onze verbanning, op de vijfde van de tiende maand, kwam de vluchteling uit Jerusalem naar mij toe met de tijding: de stad is gevallen!»

    Trouw en ijverig de Rozenkrans bidden

    Wij hebben als maar weinig geslachten gevaren doorstaan, maar niemand kan ons zeggen dat de verschrikkingen alleen maar een voorspel waren. De mogelijkheid staat wijd open voor alle gevaren van vernietiging, dood en verschrikkingen die ons voorstellingsvermogen geheel te boven gaan. In deze tijd heeft de wereld het alles omvattende gebed nodig, uit welks kracht het ‘ik’ overgaat in de gehele smekende mensheid. Als wij er over spreken dat de Rozenkrans moet worden teruggevonden, denken wij allereerst aan hen die hem in hun eenzaamheid – die tegelijk een genadenrijke verbondenheid was – reeds hebben teruggevonden. Zij kunnen ons zeggen wat de Rozenkrans eigenlijk is. Echt gebed kan men niet uitleggen en heeft ook geen uitleg nodig.

    Wij moeten inzien dat alle bezwaren tegen de Rozenkrans voortkomen uit het feit, dat hij niet gebeden wordt. Zij komen van hen die hem niet bidden. Een gebed wordt alleen maar in het bidden onthuld, zoals de waarheid zich onthult aan hem die haar nakomt, zoals het sacrament hem verandert en verlicht die het waardig ontvangt, zoals het Mystieke Lichaam van Christus alleen door de levende lidmaten van dit lichaam wordt ervaren.

    Fatima grijpt terug op het geweldige woord van Mozes in zijn afscheidsrede: «Zie, ik heb u heden leven en geluk, dood en ongeluk voorgehouden… Ik roep heden plechtig hemel en aarde tegen u tot getuigen, dat ik u leven en dood, zegen en vloek heb voorgehouden! Kies dus het leven, opdat gij en uw kroost het leven moogt hebben… Want daarvan hangt uw leven af en de duur van uw verblijf in het land…» (Deut. 30, 15; 19, 20). Dàt is Fatima!

    Naast de ernstige vermaning tot boete en bekering en de aansporing tot verering van het Onbevlekt Hart van Maria is Fatima een ernstige vermaning tot het ijverig en trouw bidden van de Rozenkrans. Maria zegt in twee verschijningen tot de kinderen: «Bid dagelijks de Rozenkrans en vergeet het niet» (13 juni) en zij herhaalt het een maand later nog eens: «Bid dagelijks de Rozenkrans en vergeet het niet!» (13 juli).

    Bij haar laatste verschijning in oktober 1917 stelde de Moeder Gods zich aan de kinderen voor met de woorden: «Ik ben Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans».

    Maria, ook Koningin van de vrede

    In 1917 heeft er zich nog een mariale gebeurtenis voorgedaan. Op 5 mei 1917 heeft paus Benedictus XV in een brief aan kardinaalstaatssecretaris Pietro Gasparri bepaald, dat in het vervolg in de litanie van de H. Maagd de aanroeping “Koningin van de vrede, bid voor ons” moest worden ingevoegd. Vele jaren zijn er sindsdien verlopen en nog steeds vrezen wij mensen de vrede te verliezen. Daarom is het goed dat wij ons ernstig op deze historische datum bezinnen.

    Als we de kalender van Mariafeesten in de wereld doorbladeren vinden we vele feestdagen ter ere van ‘Maria van de vrede’ en ook de titel ‘Koningin van de vrede’ is al van zeer oude datum. Pater Franziskus Maria Stratmann O.P. vermeldt in zijn boek Regina Pacis (Berlijn, 1927) dat in een oeroude, Oud-Ierse litanie Maria als “Voorbode van de vrede” wordt gehuldigd en hij haalt ook een gebed aan uit de 30-jarige oorlog waarin Maria wordt begroet als «doorluchtige Koningin van de Vrede». Verder spreekt hij over een feest “Regina Pacis”, dat op vele plaatsen wordt of werd gevierd op 9 juli. Dit feest bestond werkelijk en werd op 7 september 1658 toegestaan voor de door de H. Eudes gestichte Congregatie van de HH. Harten van Jezus en Maria. Het door F. G. Holweck uitgegeven Calendarium liturgicum festorum Dei et Dei Matris Mariae (Philadelphia, 1925) noemt nog andere feest ter ere van de Koningin van de Vrede.

    Belangrijker echter dan deze historische aantekeningen is voor ons het feit dat kort na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog een aantal bisschoppen de H. Stoel toestemming verzocht na de aanroeping “Koningin van de allerheiligste Rozenkrans” in de litanie van de H. Maagd “Koningin van de Vrede” in te lassen. Paus Benedictuis XV gaf op 16 november 1915 de bisschoppen zijn toestemming, echter alleen voor de duur van de oorlog. Anderhalf jaar later stelde hij deze aanroeping voor altijd verplicht.

    De Moeder Gods en de pausen roepen op tot boete

    De openbaringen van de Moeder Gods van de laatste tijd en de woorden van de pausen grijpen duidelijk in elkaar. Wat de Kerk verkondigt, bevestigt Maria en wat Maria mededeelt aanvaardt de Kerk. Er bestaat een innerlijke samenhang tussen de openbaringen van de Moeder Gods te Parijs in 1830 (wonderdadige medaille), La Salette in 1846, Lourdes in 1858, Fatima in 1917 en Syracuse in 1953, om alleen de voornaamsten te noemen. Wat in het begin nog niet duidelijk was, komt steeds meer in het volle licht te staan. Het duidelijkst heeft Maria te Fatima gesproken. Al haar mededelingen worden beheerst door drie grondgedachten:

    Om Gods strafgericht af te wenden roept Maria op tot boete; het door een zwaard doorboorde Hart van Maria op de wonderdadige medaille en ten derde de randtekst op de keerzijde: “O Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons, die onze toevlucht tot u nemen”.

    De wenende Moeder Gods zegt te La Salette: «De arm van mijn Zoon is zo zwaar en drukt zozeer, dat ik hem niet langer tegen kan houden». De dringende woorden van Maria tot Bernadette Soubirous te Lourdes: boete, boete, boete! De hartroerende aansporing van de Moeder Gods op 18 augustus 1917 te Fatima: «Bid, bid en breng veel offers voor de zondaars, want er komen er velen in de hel omdat niemand voor hen offert en voor hen bidt». Tenslotte zijn er de tranen van de beeltenis van het Heilig Hart van Maria te Syracuse.

    Hetzelfde zeggen de pausen

    Paus Leo XIII, die niet minder dan 12 mariale encyclieken tot de wereld heeft gericht, schreef met profetische blik in zijn Adjutricem populi van 1895: «Laten we dus met het grootste vertrouwen tot Maria gaan! Met haar gehele kracht zal zij zich er voor inzetten, dat ons heilig geloof in nieuwe glans zal stralen; zij zal het vervullen van deze wens bespoedigen, zodat de volkeren zich eensgezind aaneen zullen sluiten in het belijden van het ene geloof en een band van volmaakte liefde ook de harten zal verbinden…»

    In zijn Ad diem illum laetissimum van 1904, verklaart paus Pius X: «Hebben wij niet met recht kunnen zeggen dat Maria, nadat zij Jezus zo trouw ter zijde heeft gestaan vanaf het huis te Nazareth tot op de berg van Calvarië, en als niemand anders vertrouwd is met de geheimen van zijn Hart, nu ook de schat van zijn verdiensten rechtens beheert, zoals het een moeder toekomt?»

    Paus Pius XI in ‘Over gebeden en werken van boete tot hulp aan de mensheid’ op 3 mei 1932: «De volkeren worden zelf voor de beslissende keuze gesteld: ofwel zij vertrouwen zich toe aan de welwillende en weldoende machten (gebed en boete, R.G.) en richten zich in nederigheid en berouw tot hun Heer en Vader vol barmhartigheid, ofwel zij geven zichzelf en de laatste rest van hun aardse geluk prijs aan de vijand van God, de geest van wraak en vernietiging».

    Paus Pius XII schreef in zijn encycliek over het Mystieke Lichaam van Christus op 29 juni 1943: «Een werkelijk huiveringwekkend mysterie dat men niet genoeg kan overwegen: dat namelijk het heil van velen afhankelijk is van de gebeden en vrijwillige boetedoening die ledematen van het Mystieke Lichaam van Jezus Christus hiertoe op zich nemen».

    Paus Johannes XXIII zei in zijn radiotoespraak van 27 april 1959: «De Moeder Gods maakt in deze tijd op heel bijzondere manier haar behulpzame tegenwoordigheid kenbaar. Hoe meer de liefde verkilt, des te meer spoort zij haar kinderen aan tot vroomheid, tot deugd en tot boete voor de zonden. Terwijl aan alle kanten het dreigende onheil voortdurend toeneemt, ervaren wij haar als onze goede voorspreekster die de goddelijke barmhartigheid over ons afsmeekt… Wij hebben een Moeder die met tedere liefde alle lijden van haar kinderen meevoelt. Daarom brengt eenieder die, in de stormen van deze tijd heen en weer geslingerd, weigert haar helpende hand te grijpen, zijn eigen heil in gevaar».

    Paus Paulus VI op 2 februari 1966: «De verering van Maria is zowel een karakteristiek kenmerk van de katholieke religiositeit als een kern- en hoogtepunt van de geestelijke opvoeding, waarop alle herderlijke zorg van de bisschop van Rome en de apostolische zorg van de stadhouder van Christus in de wereldkerk met altijd durende waakzaamheid en vermanende oplettendheid gericht moet zijn».

    Er is derhalve geen betere en veiliger weg naar de kennis en de liefde van Christus dan Maria. Zijn niet jammer genoeg zij, die verleid zijn door de listen van de boze, of zij die, misleid door verkeerde vooroordelen, menen te kunnen afraden de hulp van de H. Maagd te zoeken, het beste bewijs van deze waarheid?! Deze armen en ongelukkigen verbeelden zich Maria te moeten passeren om zogenaamd Christus de eer te geven, maar zij zien niet in dat het dat het Kind nergens anders te vinden is dan bij zijn Moeder, Maria.

    Aansporing tot de verering van het Onbevlekt Hart van Maria

    Al op de wonderdadige medaille komt het doorboorde Hart van Maria voor; te La Salette wijzen de tranen van Maria op de bedroefdheid van het Hart van Maria; te Lourdes wordt de nadruk gelegd op de onbevlektheid van dit Hart: «Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis»; te Syracuse is het een beeltenis van het Hart van Maria dat weent. Maar verreweg het duidelijkst spoort Fatima aan tot de verering van het Onbevlekt Hart.

    Maria zei tegen de kinderen van Fatima: «Jullie hebben de hel gezien waarheen de arme zondaars op weg zijn. Om hen te redden wil de Heer de verering van mijn Onbevlekt Hart ingang doen vinden in de wereld. Wanneer men dit doet, zeg ik jullie, zullen vele zielen gered worden en zal er vrede komen» En bij dezelfde verschijning op 13 juli 1917: «Offer je op voor de zondaars en zeg dikwijls, in het bijzonder wanneer je een offer brengt: O Jezus, uit liefde voor U en voor de bekering van de zondaars, als genoegdoening voor de beledigingen die het Onbevlekt Hart van Maria worden aangedaan».

    De pausen aarzelden niet gevolg te geven aan deze uitnodiging, want 25 jaar na de verschijningen van Fatima, in 1942, wijdde paus Pius XII de Kerk en de gehele mensheid toe aan het Onbevlekt Hart van Maria. Het deed het wegens de plaats die Maria inneemt in het verlossingswerk en met het oog op de nood van de tijd; hij verwachtte van de verering van dit Hart de vrede onder de volkeren, de vrijheid van de Kerk, de bekering van de zondaars en het opnieuw opbloeien van de christelijke deugden. (Decreet over het Feest van het Hart van Maria, 4 mei 1944).

    We moeten hier nog vermelden, dat paus Pius IX op 8 december 1854 plechtig het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria heeft afgekondigd, zoals Maria dit bij de wonderdadige medaille heeft verlangd en in de verschijningen te Lourdes heeft bevestigd.

    Paus Pius XII, de grote Maria-paus, begint zijn brief Ingruentium malorum van 1951 met de woorden: «Bij het zien van het dóórbreken van het kwaad hebben Wij, sedert Wij door het raadsbesluit van de Goddelijke Voorzienigheid tot de hoogte van de Stoel van Petrus zijn geroepen, nooit nagelaten het lot van de mensenfamilie aan de machtige bescherming van de Moeder Gods toe te vertrouwen».

    De Rozenkrans

    De aansporing tot het ijverig bidden van de Rozenkrans begint niet in Fatima, maar wordt al in Lourdes ingeleid, weliswaar niet met zoveel woorden, maar wel zeer nadrukkelijk met gebaren. Maria verschijnt met de Rozenkrans aan de arm, maakt zelf bij het begin het kruisteken, laat de kralen door de vingers glijden en verdwijnt wanneer Bernadette de Rozenkrans heeft gebeden.

    Te Fatima is het de kern van de boodschap van Maria: «Bid dagelijks de Rozenkrans en vergeet het niet!» (13 juli). Al bij de eerste verschijning op 13 mei belooft zij bij de laatste, in oktober, haar naam te zullen noemen: «Ik ben Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans!». De gedachte van de Rozenkrans loopt als een gouden draad door alle openbaringen van de Moeder Gods te Fatima. Maria laat er ook geen twijfel aan bestaan dat de Rozenkrans de beste manier is om haar Onbevlekt Hart te vereren, voor zich te winnen en te verzoenen.

    Voor paus Leo XIII is «de Rozenkrans hèt gebed van de Kerk in kritieke tijden (Octobri mense, 1891); onder vele gebedsoefeningen van de katholieke Kerk heel bijzonder aan te bevelen (Salutaris ille, 1883); als gemaakt voor het juiste bidden (Jucunda semper, 1894); in ieder opzicht uitstekend en als gemaakt om het eeuwig heil te verkrijgen (Fidentem piumque, 1896); een gebed dat voor onze voorouders het beste kenmerk voor hun vrome christelijke gezindheid betekende (Supremi apostolatus, 1883) ons door Maria zelf geleerd (Laetitiae sanctae, 1893) en door haar zo geliefd (Adjutricem populi, 1895)». «De eretitel van Koningin van de Allerheiligste Rozenkrans is», volgens Leo XIII, «voor het katholieke volk gelijk aan het kenmerk van het geloof en de samenvatting van de verering die Maria toekomt» (Octobri mense, 1891).

    Behalve door zijn brieven heeft Leo XIII nog meer gedaan voor het bevorderen van het bidden van de Rozenkrans:«Wat Ons betreft hebben Wij voor het voortdurende gebed bevolen, dat dit feest (nl. dat van de Rozenkrans) met zijn officie in de gehele Kerk als feest tweede klasse zal worden gevierd. Wij hebben bepaald dat de gehele maand oktober aan deze heilige oefening gewijd zal zijn en tenslotte hebben Wij vastgesteld dat in de litanie van de H. Maagd de aanroeping “Koningin van de Allerheiligste Rozenkrans” wordt ingevoegd. Deze aanroeping moet tevens een lichtend voorteken zijn van de overwinning, die Wij na alle strijd in deze tijd verwachten» (Diuturni temporis, 1898).

    Dat de Moeder Gods en de Kerk in de hemel en op aarde in elkaar grijpen wordt bij de Onbevlekte Ontvangenis evenals bij de Rozenkrans zichtbaar. Leo XIII kan niet genoeg doen om dit gebed aan te bevelen; Maria verschijnt te Fatima als Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans.

    Wanneer wij het geheel overzien moeten we zeggen: de les van de verschijningen van de Moeder Gods en de leer van de Kerk zijn hetzelfde, zodat de Kerk niet aarzelt om ze als bovennatuurlijk te erkennen. Ook laat zij zich klaarblijkelijk door deze les in haar houding beïnvloeden en bevruchten; zij heeft immers zelf het meisje van Lourdes heiligverklaard. Zo straalt het licht van de Kerk terug op de boodschappen van de Moeder Gods, die door haar zijn onderzocht en worden erkend, zodat zij een heel andere betekenis krijgen en wij doen goed met eerbied naar deze boodschappen te luisteren. De persoonlijke aanwezigheid van onze Heilige Vader, Paulus VI, bij de jubileumplechtigheden te Fatima ter gelegenheid van de viering van de 50ste verjaardag van de eerste verschijning op 13 mei 1917 is wel het bewijs hiervoor.

    Maria, Koningin van de hemel en van de aarde, bid voor ons!

     











    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
    Over hoe de bruid de liefdevolle Maagd Maria bekleed zag met een kroon en de versieringen van kostbare schoonheid, en hoe de heilige Johannes de Doper de bruid de betekenis van de kroon en andere dingen uitlegde.
    BOEK 1 – HOOFDSTUK 31

    Gods bruid zag de Konigin van de Hemel, de Moeder van God, met een kostbare kroon op het hoofd en het haar loshangend over de schouders, schitterend van wonderbare en onbegrijpelijke schoonheid. Gehuld in een gouden kleed, glinsterend van onuitsprekelijke glans, in een hemelblauwe mantel, even helder van kleur als de hemel zelf.

    Toen Gods bruid zich zeer verbaasde over zo’n schoon gezicht en verrukt stond van bewondering, verscheen plotseling de Heilige Johannes de Doper tot haar en zei: “Luister nauwkeurig naar wat dit allemaal betekent: De Kroon betekent, dat zij Koningin en Heerseres is, en Moeder van de Koning der engelen. Haar loshangend haar betekent, dat zij onbevlekt is en een reine maagd. De mantel, die blauw schijnt als de hemel, betekent, dat alle wereldse dingen als dood voor haar waren (in haar hart en wil.) Het gouden kleed betekent dat zij inwendig en uitwendig gloeide van goddelijke liefde.

    En Jezus Christus, haar Zoon, plaatste in haar kroon zeven lelies, en tussen de lelies zette Hij zeven kostbare stenen. De eerste lelie is haar ootmoed, de tweede is haar vreeze Gods, de derde is haar gehoorzaamheid, de vierde haar geduld, de vijfde haar standvastigheid, de zeste haar mildheid, want zij geeft mild aan allen die haar erom vragen. De zevende is haar barmhartigheid in nood, want in welke nood de mens ook is, indien hij haar met geheel zijn hart aanroept, zal hij barmhartigheid door haar verkrijgen en gered worden.
    Tussen deze schitterende lelies heeft haar Zoon zeven kostbare stenen gezet. De eerste steen is haar onovertreffelijke deugd, want er is geen deugd in enig geestelijk of lichamelijk wezen, die zij niet in hogere mate bezit. De tweede steen is de volmaaktste reinheid, want de Koningin van de Hemel was zo rein, dat geen enkele vlek of zonde bij haar te vinden was, van af haar eerste intrede in de wereld tot aan haar laatste dag. En al de geesten uit de afgrond konden bij haar geen smet vinden zo groot als de punt van een naald. Zij was waarlijk de allerreinste en het betaamde de Koning van de engelen tegenover alle engelen en mensen in niets anders te vertoeven dan in het reinste en heerlijkste lichaam. De derde steen was haar schoonheid, want God wordt voortdurend door Zijn engelen voor de schoonheid van Zijn moeder geëerd, en de vreugde van alle heilige engelen en heilige zielen wordt door haar schoonheid verhoogd.

    De vierde kostbare steen van de kroon is de wijsheid van de Maagd Maria, want zij is vervuld van alle wijsheid Gods en alle wijsheid wordt door haar volmaakt. De vijfde steen is haar kracht en macht, want zij is zo sterk en machtig door God, dat zij al wat geschapen is omver kan werpen. De zesde steen is haar helderheid, want zij schijnt zo helder, dat de engelen, wier ogen helderder zijn dan het licht, door haar bestraald worden en de duivels het niet wagen naar haar glans op te zien. De zevende steen is de volkomenheid van alle lieflijke vreugde en alle geestelijke zoetheid, die in haar zo volmaakt zijn, dat er geen vreugde is, die door haar niet vergroot wordt, en geen genot, dat door haar niet inniger wordt en volmaakter door haar heilig aangezicht. Want zij is vervuld van genade en barmhartigheid boven alle heiligen. Zij is het vat der reinheid, waarin het Brood der engelen lag en waarin alle lieflijkheid en alle schoonheid zijn.

    Haar Zoon zette deze zeven stenen tussen de zeven lelies die in haar kroon waren. Daarom zul je, haar Zoon’s bruid, haar eren en loven met geheel je hart, want voorwaar, zij is alle lof en eer waardig.

    Wordt  vervolgd.

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HERINNERINGEN VAN ZUSTER LUCIA.

    BIJVOEGSEL II

    INLEIDING

    De tekst van dit bijvoegsel is geen eigenhandig geschreven

    document van zuster Lucia, maar bezit alle waarborgen voor de echtheid

    ervan, gezien het feit dat haar eigen geestelijk leidsman, toentertijd de

    eerw. pater José Bernardo Gonçalves s.j. hem letterlijk heeft overgeschreven

    van de aantekeningen van de zieneres.

    De verschijning waar de tekst over spreekt, had zuster Lucia op

    13 juni 1929 in de kapel in Tuy, Spanje.

    Zij begint met te spreken over het visioen van de Allerheiligste

    Drieëenheid, die de verschijning van de Maagd Maria begeleidt, waarin

    deze haar Hart toont zoals bij de verschijningen van juni en juli 1917. De

    belofte die zij bij die gelegenheid deed, wordt nu werkelijkheid. En zuster

    Lucia hoort de Maagd Maria vragen om de toewijding van Rusland aan

    het Onbevlekt Hart, in duidelijk omschreven omstandig-heden.

    TEKST VAN HET VERZOEK

    OM DE TOEWIJDING VAN RUSLAND

    Pater Gonçalves kwam een paar keer biechthoren in onze

    kapel. Ik biechtte ook bij de eerwaarde en omdat we elkaar goed

    begrepen ging hij daarmee door gedurende de drie jaar dat hij

    daar assistent was.

    Het was in die periode dat Onze Lieve Vrouw mij meedeelde

    dat de tijd gekomen was waarop ze wilde dat ik aan de Kerk

    kenbaar maakte dat zij wenste dat Rusland aan haar werd toegewijd

    evenals haar belofte het te zullen bekeren…De mededeling ging

    als volgt:

    13 juni 1929. Ik had aan mijn superieuren en biechtvader

    toestemming gevraagd en gekregen om mijn ‘heilig uur’ te houden

    van elf tot twaalf uur ’s avonds, van donderdag op vrijdag. Toen ik

    op zekere avond rond middernacht alleen was, knielde ik in het

    midden van de kapel tussen de communiebanken om er voorovergebogen

    de gebeden van de engel te bidden. Toen mij dat te

    vermoeiend werd, ging ik staan en vervolgde ik mijn gebed met

    uitgestrekte armen. Het enige licht dat er was kwam van de

    godslamp. Opeens was de hele kapel verlicht met een bovennatuurlijk

    licht en op het altaar verscheen een lichtend kruis dat

    reikte tot aan het plafond. In het helderste licht, aan het boveneind

    van het kruis, zag ik het gelaat van een man met zijn lichaam tot

    aan het middel en een duif op de borst, eveneens van licht; en

    aan het kruis genageld, het lichaam van een andere man. Een

    stukje onder de taille zag ik, in de lucht zwevend, een kelk en een

    grote hostie waar enkele druppels bloed op vielen, die dropen van

    het gelaat van de gekruisigde en uit een wond in de borst. Die

    druppels gleden over de hostie heen en vielen in de kelk. Onder

    de rechterarm van het kruis stond Onze Lieve Vrouw (het was

    Onze Lieve Vrouw van Fatima met haar Onbevlekt Hart… in haar

    linkerhand, … zonder zwaard of rozen, maar met een doornenkroon

    en vlammen…) met haar Onbevlekt Hart in haar hand… Onder de

    linkerarm vormden grote letters, als van kristalhelder water dat op

    het altaar stroomde, deze woorden: “Genade en Barmhartigheid”.

    Ik begreep dat mij het geheim van de Allerheiligste

    Drieëenheid was getoond en over dit mysterie ontving ik licht dat

    ik niet bekend mag maken.

    Daarna zei Onze Lieve Vrouw tegen mij:

    – Het uur is aangebroken waarop God aan de H.Vader vraagt

    om, in vereniging met alle bisschoppen van de wereld, de

    toewijding van Rusland aan mijn Onbevlekt Hart te doen en ik

    beloof het door dit middel te redden. De zielen die door de

    goddelijke Gerechtigheid worden veroordeeld wegens zonden die

    zij tegen mij hebben bedreven zijn zo talrijk, dat ik eerherstel kom

    vragen: offer je op voor deze intentie en bid.

    Ik deed hierover verslag aan mijn biechtvader, die mij vroeg

    op te schrijven wat Onze Lieve Vrouw wilde dat er gedaan werd.

    Later zei Onze Lieve Vrouw tegen me, als klacht in een

    persoonlijke mededeling:

    – Er is niet aan mijn verzoek voldaan!...

    Zoals de koning van Frankrijk 1, zullen ze er later spijt van

    krijgen en het alsnog doen, maar dan is het te laat. Rusland zal

    zijn dwalingen al over de wereld hebben verspreid, wat oorlogen

    en vervolgingen voor de Kerk tot gevolg heeft. De H.Vader zal

    veel te lijden hebben.

    1 In 1689, een jaar voor haar dood, probeerde de heilige Margaretha Maria op

    diverse manieren en langs verschillende wegen de ‘Zonnekoning”, Lodewijk XIV

    van Frankrijk, een bericht te doen toekomen met een boodschap van het H.Hart

    van Jezus waarin vier verzoeken gedaan worden: Het Heilig Hart van Jezus op

    de koninklijke vlaggen afdrukken; een tempel bouwen te zijner ere, waar hij het

    eerbetoon van het hof zou ontvangen; de koning moest hem aan zijn Heilig Hart

    toewijden; en de koning moest zijn autoriteit inzetten bij de H.Stoel om een H.Mis

    te laten opdragen ter ere van het Heilig Hart van Jezus.

    Maar er werd niets bereikt. Het schijnt zelfs dat de boodschap nooit bij de koning

    is aangekomen.

    Pas een eeuw later zou de koninklijke familie die boodschap beantwoorden,

    voor zover dat mogelijk was. In 1792 kwam Lodewijk XVI op het idee van zijn

    eed aan het Hart van Jezus, maar dat kon hij pas doen in de gevangenis van de

    tempel, waarbij hij beloofde dat hij, wanneer hij vrij zou zijn, alle verzoeken van

    de H.Margaretha Maria zou inwilligen.

    Voor de Goddelijke Voorzienigheid was dat echter te laat: op 21 januari 1793

    werd Lodewijk XVI onder de guillotine gedood.

    Wordt  vervolgd.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ALLE EER EN GLORIE.

    Alle eer en alle glorie
    geldt de luisterrijke Naam!
    Viert de vrede die Hij heden
    uitroept over ons bestaan.
    Aangezicht vol van licht,
    zie ons met ontferming aan!

    Alle eer en alle glorie
    geldt de Zoon, de erfgenaam!
    Als de genade die ons toekomt
    is Hij onze nieuwe naam.
    Licht uit licht, vergezicht,
    steek ons met uw stralen aan!

    Alle eer en alle glorie
    geldt de Geest, die leven doet,
    die de eenheid in ons ademt,
    vlam die ons vertrouwen voedt!
    Levens zon, liefdesbron,
    maak de tongen los voorgoed!


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERGEVING.

    Niet Gods arm is te kort om ons te redden,
    niet zijn oor is te doof om ons te horen.
    Maar onze misdaden verduisteren het licht.
    Wij plegen geweld, wij zaaien verwoesting,
    de weg van de vrede kennen wij niet.
    Wij wachten op licht, maar het blijft donker,
    op het licht van de zon,
    maar wij dolen in duisternis.
    Als blinden tasten wij langs de wand,
    als mensen die geen ogen hebben.
    Wij struikelen op klaarlichte dag,
    in de bloei van ons leven zijn wij als doden.
    Scheur dan de wolken uiteen en kom,
    zoals de morgenlicht het duister verdrijft.
    Maak ons open voor U, de komende
    en wees ons genadig.
    Amen.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GOD GROET U ZUIVERE BLOEME.

    God Groet U, zuivere bloeme, Maria maged fijn
    Gedoog dat ik U roeme, lof moet U altijd zijn !
    Als gij niet waart geboren, o reine maged vrij,
    Wij waren allen verloren, aan U beveel ik mij!

    O roosken zonder doren, o violette zoet.
    O bloemken blauw in't koren, weest mij, uw kinde goed!
    Vol liefde en gestadig, ootmoedig zo zijt Gij:
    Och, weest mij toch genadig; aan U beveel ik mij!

    Maria, lelie reine, Gij zijt mijn toeverlaat,
    zoals een klaar fonteiene, die nimmer stille staat,
    Zo geeft Gij ons genade en staat uw dienaars bij:
    Och, sta mij toch te stade; aan U beveel ik mij.



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DICHTBIJ IS GOD.

    Waarachtig en waar is al wat Hij zegt,
    God is vol iefde in al wat Hij doet.
    God is dichtbij voor wie dreigen te vallen,
    die in verdrukking zijn, richt Hij weer op.

    De ogen van allen zien uit naar U,
    en Gij geeft ieder zijn eten op tijd.
    Gij opent met liefde uw hart en hand,
    de wensen van ieder die leeft, vervult Gij.

    Dichtbij is God voor wie Hem roepen,
    voor hen die van harte bidden tot Hem.
    Wensen vervult Gij van die Hem vrezen,
    Hij hoort hen roepen en verlost hen.



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEBED VAN OVERGAVE AAN MARIA, MOEDER VAN ALLE MENSEN.

    H.Maagd, Maria, Onbevlekt Ontvangen
    wij stellen ons onder Uw bescherming.
    Door het dragen van Uw medaille willen wij U ons vertrouwen tonen.
    Help ons toch zien wat wij moeten doen om de wil van God te volbrengen, -
    en vraag voor ons de kracht daarnaar te handelen.
    Bewaar ons in de liefde van Uw Zoon.
    Houd ons dicht bij U, ieder ogenlik van ons leven.

    Machtige Maagd verkrijg voor allen die in Uw Zoon geloven,-
    dat zij met vertrouwen blijven streven naar een grotere eenheid onder elkaar.
    Moge de onderlinge liefde van alle christenen
    de wereld de weg wijzen naar het ware geluk,-
    dat alleen te vinden is in Uw Zoon, jezus christus, Onze Heer.

    Amen.





    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een berg de zee in bidden?

    "Des morgens vroeg, bij Zijn terugkeer naar de stad, werd Hij hongerig. En daar Hij een vijgenboom aan de weg zag staan, ging Hij erheen, doch Hij vond niets daaraan, dan alleen bladeren. En Hij zeide tot hem: Nooit groeie aan u enige vrucht meer, in eeuwigheid! En terstond verdorde de vijgenboom. En toen de discipelen dat zagen, verwonderden zij zich en zeiden: Hoe is de vijgenboom zo terstond verdord? Maar Jezus antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, indien gij geloof hebt en niet twijfelt, zult gij niet alleen doen wat met de vijgenboom is gebeurd, maar zelfs indien gij tot deze berg zegt: Hef u op en werp u in de zee, het zal geschieden. En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen." (Mattheüs 21:18-22)

    Wie leest wat de Here Jezus hier over het gebed zegt en kijkt, wat hij hier zelf vanaf brengt, loopt een groot risico gefrustreerd te raken bij deze woorden. Als je gelooft zonder te twijfelen, zo lijkt deze tekst te zeggen, kan iedereen niet alleen een vijgenboom laten verdorren, maar ook een berg in zee laten verdwijnen. Bedoelde de Here Jezus dit?

    De vijgenboom

    Twee bomen komen wij regelmatig tegen in de Bijbel: de vijgenboom en de wijnstok. Ze worden meerdere keren samen genoemd in de Bijbel. Er is zelfs een gelijkenis die vertelt van een vijgenboom, die in een wijngaard geplant was (Lucas 13:6). De vijgenboom heeft een zeer dik bladerdak, waardoor het heerlijk zitten is onder deze boom. Uit de zon, in de schaduw en als er dan een beetje wind is, is het er heerlijk toeven. Hier zat je beter dan onder een afdak aan je huis of onder een tent. Om die reden zaten rabbijnen vaak onder een vijgenboom de Bijbel te bestuderen en met elkaar te praten over God en Zijn Woord. Hier had je ook een prachtige plek om te bidden. Bidden en Bijbelstudie onder de vijgenboom.

    De vijgenboom spreekt van rust, vrede en zegen van God.
    "... zodat Juda en Israël gerust woonden, ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom, van Dan tot Berseba, gedurende het gehele leven van Salomo." (1 Koningen 4:25)
    "Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom, zonder dat iemand hen opschrikt; want de mond van de HERE der heerscharen heeft het gesproken." (Micha 4:4; zie ook Zacharia 3:10)
    De vijgenboom wordt hier gebruikt in verband met een tijd van vrede en rust in het verleden, maar ook als beeld van de vrede, die er zal zijn in het komende Messiaanse vrederijk.

    Als oordeel aangekondigd wordt, wordt vaak ook de vijgenboom genoemd.
    "Verslinden zal het uw oogst en uw brood, verslinden zal het uw zonen en uw dochters, verslinden zal het uw schapen en uw runderen, verslinden zal het uw wijnstok en uw vijgenboom; vergruizelen zal het uw versterkte steden, waarop gij uw vertrouwen stelt, door het zwaard." (Jeremia 5:17; zie ook 8:13 en Hosea 2:12)


    Jezus sprak tot Joden - niet tot de Kerk!

    Wat bedoelt de Bijbel met deze geschiedenis over de vervloeking van de vijgenboom? Om het antwoord op deze vraag te krijgen, moeten wij eerst bedenken, dat wij de boodschap van het evangelie van Mattheüs niet moeten zien als een boodschap aan de christenen. Er waren op het moment dat deze woorden gesproken werden nog geen christenen. Het was een boodschap aan het Joodse volk, zoals het hele evangelie van Mattheüs gericht is tot het volk Israël.

    De boodschap van de Here Jezus, zoals Hij Zelf die tijdens Zijn leven op aarde verkondigde, was steeds uitsluitend gericht op het Joodse volk. Natuurlijk mogen wij als christenen toepassen wat Hij zei, maar wij moeten bij de directe uitleg niet lezen, alsof Hij tot de Kerk sprak. Hij sprak tot Joden over een tijd, waarin Hij Zelf als Koning zou regeren over het Joodse volk. Hoewel Hij een enkele keer heel duidelijk over Zijn komend lijden en sterven sprak, stond Zijn leven hoofdzakelijk in het teken van het komende Messiaanse rijk. In gelijkenissen vertelde Hij van dit rijk en hield Hij de Joden voor, dat als zij zich niet bekeerden, zij dit rijk niet zouden binnengaan.

    Het is een grote fout van de Kerk geweest, dat zij zichzelf gezien heeft als de plaatsvervanger van Israël, waardoor de Kerk leerde, dat wat Jezus zei, in feite niet voor de Joden bedoeld was, maar voor de kerk bedoeld was. Daardoor kwamen er allerlei onjuiste leerstellingen in de Kerk en werd het Woord van God geweld aangedaan.

    Waarom zijn er vier verschillende evangeliën? Niet, omdat de ene evangelist vond dat de andere het niet goed gedaan had en hij het wilde verbeteren! Er zijn vier verschillende evangeliën, omdat de vier evangelisten allen een ander doel hadden. Mattheüs schreef speciaal voor de Joden om te laten zien, dat Jezus de Joodse Messias was, die voor het Joodse volk gekomen was. Zijn boodschap was speciaal voor de Joden. De wonderen waren op de Joden gericht om te bewijzen, dat Hij de Messias was. Johannes echter richtte zich tot heel andere mensen met een heel ander doel. Hij wilde juist laten zien, dat de Here Jezus ook voor niet-Joden gekomen was en dat Hij de Redder, de Heiland van de mensen uit de gehele wereld wilde zijn. Hij vertelt dan ook helemaal niet over bepaalde spectaculaire wonderen en zegt dus ook niet, dat wij ze ook moeten doen. Hij vertelt wel, hoe wij als niet-Joden, de Here Jezus kunnen leren kennen als onze Heiland en hoe ook wij kinderen van God kunnen worden.

    De geschiedenis van de vijgenboom en de berg die in zee geworpen mag worden, komt niet voor in het evangelie van Johannes, maar in dat van Mattheüs. Het is opgeschreven met een boodschap voor het Joodse volk. Joden moeten weten, dat het Messiaanse rijk voor de deur staat. De tekenen van dit rijk geschieden daarom in hun midden. Het is niet opgeschreven als een boodschap voor de Gemeente van Jezus Christus, die pas op de Pinksterdag van Handelingen 2 is ontstaan. Wie dat niet ziet, meent door gelijkenissen in het evangelie van Mattheüs, dat als je eenmaal in de hemel bent, je er weer uitgeworpen kunt worden. Of je denkt, dat je zelf moet zorgen voor je eigen behoudenis, omdat je het moet volhouden tot het eind om behouden te worden (Mattheüs 24:13¬). Terwijl dit een boodschap is voor het Joodse volk in verband met de komende tijd van de grote verdrukking, wordt het dan toegepast op de Gemeenteleden en hun eeuwige zaligheid.

    Vaak wordt vergeten, dat Jezus alleen tot de Joden gepredikt heeft en Zich nooit richtte tot de heidenen. Nooit ging Hij naar andere landen om er te prediken. Zelfs Zijn genezingen wilde Hij alleen voor de Joden doen. Het was de heidense Kananese vrouw die, hoewel door Hem afgewezen omdat ze geen Jodin was, toch zo wist vol te houden, dat de Heer voor haar een uitzondering maakte. Het was, zo vertelt het evangelie van Johannes, die ene vrouw uit Samaria die bij de put kennis maakte met de Heer, omdat Hij Zijn reis door Samaria moest maken. Dergelijke mensen waren de uitzondering, die de regel bevestigden.

    "En Hij riep Zijn twaalf discipelen tot Zich en gaf hun macht over onreine geesten om die uit te drijven en om alle ziekte en alle kwaal te genezen. En dit zijn de namen van de twaalf apostelen... Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden en Hij gebood hun, zeggende: Wijkt niet af op een weg naar heidenen, gaat geen stad van Samaritanen binnen; begeeft u liever tot de verloren schapen van het huis Israëls. Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet." (Mattheüs 10:1,2,5-8)

    Het woord "liever" in vers 6 wekt de indruk, dat de discipelen mogen kiezen of zij wel of niet naar de heidenen of naar de Joden mogen gaan. Dat is echter een onjuiste conclusie. Het Griekse woord mallon, betekent: meer, in hogere mate, meer en meer, liever, eerder, veeleer, met meer kracht, met groter spanning. Het heeft dus verschillende betekenissen. In deze tekst betekent het: "Begeeft u juist tot de verloren schapen van het huis Israëls."

    De wonderen die de discipelen moesten verrichten waren nadrukkelijk aan de twaalf Joodse discipelen opgedragen om in Israël voor het Joodse volk te verrichten. Zij waren niet bedoeld voor de Kerk. Het waren de tekenen, dat Jezus de Messias was. De Messiaanse tekenen vergezelden Hem! In hetzelfde vlak lagen de woorden over het bidden en de berg die in zee moest verdwijnen. Het was geen opdracht en teken voor de Kerk, maar een Messiaans teken voor de discipelen in verband met het Joodse volk!

    Zoals de Heer in woorden in gelijkenissen sprak, zo sprak Hij soms ook bij bepaalde gebeurtenissen met weinig woorden in gelijkenissen. Hier gaat het over een vijgenboom die geen vrucht draagt, die hiervoor gestraft wordt en nu een boodschap uitdraagt. Natuurlijk is de Heer niet iemand die iedere boom die geen vrucht draagt laat verdorren. Het ging erom, dat de Joden een les leerden.


    Een les voor Israël

    De vijgenboom is in deze beeldende gelijkenis een beeld van het volk Israël. Hiermee bedoelen wij niet, dat wat hier over de vijgenboom verteld wordt, niet echt gebeurd zou zijn. Natuurlijk is het echt gebeurd. Het was echter meer dan zo maar een gebeurtenis. Er zat een les, een boodschap in de gebeurtenissen. Zo ook lezen wij iets verder in Mattheüs 21 over een wijngaard, die ook het beeld is van het volk Israël. De les die de Here Jezus Zelf daarna uitsprak was deze: "Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt." (Mattheüs 21:43) Deze uitspraak geldt zowel de gelijkenis van de wijngaard als de gelijkenis van de vijgenboom.


    De berg in de zee laten verdwijnen

    Aan de gebeurtenissen van de vijgenboom is een conclusie verbonden: een berg in de zee laten verdwijnen. De logische gedachte is, dat hier gezegd wordt, dat als wij in geloof een gebed uitspreken, wij een berg in de zee kunnen laten verdwijnen. Is dat de bedoeling van deze woorden?

    De vraag kan gesteld worden: hoe zit het met gebed en geloof? De Here Jezus zei immers eens: "Voorwaar, Ik zeg u, indien gij geloof hebt en niet twijfelt, zult gij niet alleen doen wat met de vijgenboom is gebeurd, maar zelfs indien gij tot deze berg zegt: hef u op en werp u in de zee, het zal geschieden. En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen." (Mattheüs 21:20,21) De vraag is: "Heeft de Heer dit letterlijk bedoeld, of was dit beeldspraak?"

    a) Meestal wordt gedacht, dat het letterlijk bedoeld is voor de christenen. Men heeft geen idee, dat het voor Israël bedoeld zou kunnen zijn en te maken zou kunnen hebben met de komst van het aardse koninkrijk, waarin de Here Jezus als Koning over Israël zal regeren. Men denkt, dat dit tot de christenen gezegd is. Een probleem is dan echter, dat er tot op heden niemand onder de gelovigen geweest is, ook bijvoorbeeld Petrus en Paulus niet, die dit ooit hebben kunnen doen. Ja, zelfs de Heer zelf heeft nooit een berg in de zee geworpen. Als het echt de bedoeling geweest is, dat dit letterlijk uitgevoerd zou worden, waarom is het dan nooit gebeurd?

    Als dit letterlijk bedoeld zou zijn, hoe valt het dan te rijmen met de heilige ernst van de Here Jezus? Wat heeft het voor zin om een berg te verplaatsen of om hem in de zee te laten verdwijnen? Wat heeft het voor zin om een boom naar de zee te verplaatsen? Als dat echt zo belangrijk zou zijn, waarom hebben de apostelen dit dan niet gedaan? Als de Heer dit als voorbeeld bedoelde van andere belangrijke zaken, die als antwoord op ons gebed kunnen plaats vinden, waarom heeft hij die andere belangrijke zaken dan niet als voorbeeld genomen?

    b) Het kan ook beeldspraak geweest zijn. Het was namelijk de gewoonte onder de Joden in vroeger dagen om van grote leraren, die allerlei problemen oplosten, te zeggen, dat zij bergen verplaatsten. Trouwens wij spreken soms ook over het verzetten van "bergen" werk. Zo bezien ligt het voor de hand om hier te denken aan beeldspraak of een gelijkenis.

    De berg die hier bedoeld wordt, zo wordt algemeen aangenomen, is de Olijfberg en de zee is de Dode Zee. De Dode Zee is namelijk dichterbij Jeruzalem dan de Middellandse Zee. Gezien het feit, wat in de profetie over de Olijfberg gezegd wordt i.v.m. de periode van de grote verdrukking, namelijk dat hij middendoor zal splijten (Zacharia 14:4), lijkt het niet voor de hand te liggen, dat het de bedoeling van de Heer is, dat hij ook nog in de Dode Zee verplaatst moet worden. Wat de Heer hier zei over het verplaatsen van de berg is niet letterlijk bedoeld, maar is een beeld van wat er allemaal zou kunnen gebeuren, als je met zo’n groot geloof zou bidden.

    Wij hebben hier een uitdrukking, die later ook door de apostel Paulus gebruikt zal worden: "Al ware het, dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de liefde niet, ik ware niets." (1 Corinthe 13:2) Wat bedoelt Paulus, als hij het heeft over "bergen verzetten"? De rabbijnen spraken over "oker hariem", een berg van zijn plaats verzetten. Het was een spreekwoord, dat betekende, dat je het bijna onmogelijke deed of wilde doen. Zo ook spraken de rabbijnen over het verplaatsen van een boom, zoals Lucas 17:6 vertelt, dat de Here Jezus dit ook deed. "De Here zei: Indien gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot deze moerbeiboom zeggen: Word ontworteld en in de zee geplant, en hij zou u gehoorzamen.

    De boodschap van de Heer is, dat als je gelooft, je mag weten, dat voor God niets onmogelijk is en dat je zelf bergen kunt verzetten, omdat Hij je kracht geeft. Het is dezelfde uitdrukking als wat wij soms zeggen: "Ik kan bergen verzetten." In vertrouwen op God, kunnen wij het bijna onmogelijke aan. De apostel Paulus schrijft: "Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft." (Philippenzen 4:13) Dat heeft de Heer hier met andere woorden ons willen leren. Wij zijn geen arme onkundige gelovigen. Wij mogen leven met Christus’ kracht. In onze zwakheid wordt Zijn kracht openbaar.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.We moeten heilig zijn .

    "Leid een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals Hij die u geroepen heeft heilig is. Er staat immers geschreven: 'Wees heilig, want Ik ben heilig.'" (1 Petrus 1:15,16)

    Deze woorden betekenen dat God tegen ons zegt, dat wij moeten zijn zoals Hij is; wij moeten net zo heilig zijn als Hij is, wij moeten op dezelfde manier heilig zijn als Hij is. Wij mogen niet minder heilig zijn dan Hij is en wij moeten niet proberen op een andere manier heilig te zijn dan Hij is.
     

    Wat is heiligheid?
    De betekenis van het woord "heilig"

    Velen denken, dat met heilig bedoeld wordt dat je zonder zonden bent. Dat is ook een vorm van heilig zijn, maar dat wordt hier niet bedoeld. Natuurlijk is God zonder zonden. Er wordt hier echter niet gedacht aan het feit dat God zonder zonden is. Het gaat om iets geheel anders.
    Om te begrijpen wat met deze woorden bedoeld wordt, moeten wij weten, aan wie deze woorden in eerste instantie geschreven waren.
    In het eerste vers van dit hoofdstuk lezen wij, dat de brief geschreven is aan mensen die als vreemdelingen in Pontus, Galatië, Kappadocië, Asia en Bitynië verblijven. Dit zijn dezelfde landen als de landen die in Handelingen 2 genoemd worden. Hier woonden veel Joden als vreemdelingen. Het Griekse woord vertelt, dat ze in de diaspora verbleven. Tevens worden zij "uitverkorenen" genoemd, wat duidelijk maakt, dat de brief niet geschreven is aan christenen uit de heidenen, maar aan christenen uit de Joden. De brief is geschreven aan mensen die goed op de hoogte zijn van de Joodse leer. Zij kennen de opdracht om heilig te zijn vanuit het Oude Testament (o.a. Leviticus 19:2) en weten wat dit betekent.

    Het woord heilig is in het Hebreeuws kadosh. Het betekent heilig in de zin van apart gesteld, afgezonderd van het een en toegewijd aan het ander en daardoor op een bijzonder niveau: het niveau van heilig.

    Van oudsher hebben de rabbijnen nagedacht over de vraag hoe een mens heilig kan leven. Zij meenden, dat kadosh (heilig) te maken had met peroesjim (afzondering). Het Hebreeuwse woord voor afzondering betekent echter niet, dat je gescheiden van de wereld, van de andere mensen, moet gaan leven. Het gaat erom, dat je het verschil weet tussen dat wat van God is en aan God toegewijd is en dat wat bij het gewone menselijke leven behoort. De rabbijnen zagen dit al in de schepping.
     

    Alleen de mens kan heilig zijn

    De mens is iets bijzonders in de schepping. Hij heeft bij Zijn schepping iets heel bijzonders van God meegekregen. Bij de wedergeboorte heeft de mens dit opnieuw ontvangen, zoals 2 Petrus 1:4 ons laat weten: de Goddelijke natuur.

    Toen God de mens schiep, maakte Hij hem tot iets bijzonders. In vijf dagen schiep God allerlei wezens en zaken, die geen van alle Zijn beeld en gelijkenis waren en die geen van alle het niveau van de Goddelijke heiligheid konden bereiken. De aarde, de zon en de maan waren geroepen en bestemd om hun rondjes te draaien en zij konden daarvan niet afwijken. De bomen, de planten en de bloemen waren bestemd om op een vaste plaats te groeien en te bloeien en zij konden niet als aarde, zon en maan een rondje draaien. Het water kan stromen, tot ijs worden of verdampen, maar het kan zich niet vermenigvuldigen zoals de planten, de bloemen en de dieren. Vervolgens schiep God de dieren. Zij kunnen zich verplaatsen, zij kunnen zich vermenigvuldigen, maar ze kunnen zich niet ontwikkelen. Terwijl de mens steeds meer kennis kan vergaren, kan een dier dit niet. De vogel bouwt zijn nest op dezelfde manier zoals hij dit duizenden jaren geleden deed.

    Op de zesde dag schiep God de mens, een heel uniek wezen. Het meest wonderlijke is, dat hij geschapen is naar het beeld en de gelijkenis van God. Er is geen plant of dier opgeroepen om zichzelf te heiligen, want dat kan hij niet. Maar de mens kan zichzelf heiligen. Hij kan zijn eigen leven onder controle houden en over zichzelf heersen, net zoals God over de wereld heerst.

    Zo kan de mens met de andere mensen een koninkrijk van priesters vormen, priesters voor God. Deze opdracht kregen eerst de Israëlieten (Exodus 19:5,6) en later de volgelingen van de Here Jezus (1 Petrus 2:9).
     

    God is heilig

    God is almachtig en absoluut heilig. Toch houdt Hij contact met de wereld die in het boze ligt. God is niet vermengd met de wereld. Hij laat de wereld echter niet los. Zo dienen ook wij als heiligen te leven in de wereld, terwijl wij weten, dat wij niet van de wereld zijn. Het is nog opmerkelijker: God vult met Zijn heerlijkheid in zekere zin het ganse heelal, de wereld dus, terwijl Hij toch geen deel uit maakt van de wereld. Hij is heilig, Hij is afgezonderd. Zo moeten ook wij de wereld vullen met Gods heerlijkheid, terwijl wij tevens ons niet moeten vermengen met de wereld. Wij mogen ons niet los maken van de wereld, ons niet isoleren, ons niet verheffen boven de wereld. Wij mogen de wereld niet links laten liggen. Nee, wij krijgen juist opdracht om onze naaste lief te hebben als onszelf. Wij mogen niet als kluizenaars leven. Wij mogen ons niet in kloosters van de wereld afzonderen.
     

    Abraham leefde als een heilige

    Het grote voorbeeld van een heilig leven vinden wij bij Abraham. Hij leefde in een heidense wereld. Hij sprak met de mensen van de wereld. Hij had contact met hen en deed zaken met hen. En toch liet hij juist in zijn levenswandel zien, dat hij anders was, dat hij een andere God liefhad en diende dan zij deden. Hij zonderde zich echter niet af van de mensen om hem heen, maar had hen lief en zorgde voor hen. Zo sterk zelfs, dat hij voor hen oorlog voerde (Genesis 14).

    De volgende tekst laat zien, dat heiliging verkregen wordt door gehoorzaam te zijn aan Gods opdrachten. "Heiligt u dan, en weest heilig, want Ik ben de HERE, uw God. Zo zult gij mijn inzettingen nauwgezet in acht nemen; Ik ben de HERE, die u heilig." (Leviticus 20:7,8)
    "Zorg ervoor dat jullie heilig zijn, en blijf heilig, want ik ben de HEER, jullie God. Houd je aan mijn bepalingen en leef ze na; ik ben de HEER, ik heilig jullie." (NBV) Het gaat hierbij om het feit, dat wij God moeten liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf.
     

    God heiligen naar je naaste

    Wat betekent het dat je je naaste liefhebt? Het betekent dat je hem al zijn bezittingen gunt, dat je niet jaloers op hem bent en dat je probeert het leven fijn en aangenaam voor hem te maken. Een bijzonder voorbeeld zien wij bij Jonathan. Hij wist, dat David zijn plaats als koning over Israël zou innemen (zie 1 Samuel 23:17). Toch was hij niet jaloers op David en bleef hij zijn vriend! Ja, hij had hem lief als zijn eigen ziel, zoals het in het Hebreeuws staat in 1 Samuel 20:17).

    Het is droevig om te moeten constateren, dat de meeste Joden veel en veel meer ernst maken met de uitwerking van deze heiliging, dan de meeste christenen doen. De heiliging moet gebracht worden op het niveau van Gods heiligheid, want Hij zei: "Weest heilig, want Ik ben heilig."

    Hoe toonde God, dat Hij "de naaste onder de mensen" liefhad? De rabbijnen wijzen op enkele belangrijke zaken:
    Toen Adam en Eva in het paradijs geen kleding hadden, schonk God hun kleding. Hij zorgde voor de behoeftigen.
    Toen Abraham (na de besnijdenis) ziek was, zocht God hem op. God deed aan ziekenbezoek.
    Toen Izaak treurde vanwege de dood van zijn moeder, kwam God en troostte hem. God zorgde zelfs voor een vrouw voor Izaak.
    Toen Mozes dood was, werd hij door God begraven.
     

    Leef als een heilige!

    Dit zijn zaken, die wij ook moeten doen. Wilt u heilig zijn? Bezoek dan eens een zieke! Help mensen die hulp nodig hebben. Zorg dat u er bij bent als mensen blij of bedroefd zijn. Kom door uw aanwezigheid troost brengen als er gelegenheid is om te condoleren. Probeer aanwezig te zijn in de dienst die gehouden wordt voorafgaande aan de begrafenis. Probeer mee te gaan naar het graf. Kom in een huwelijksdienst als dit mogelijk is. Ga naar de receptie om het bruidspaar te feliciteren. Doe wat de Bijbel zegt: Heb je naaste lief als je zelf. Wees blij met hen die blij zijn en toon je verbondenheid met hen die bedroefd zijn. Vraag uzelf af hoe u het zou vinden, als u een geliefde moest begraven, en uw vrienden u niet kwamen troosten op het condoleancebezoek. Vraag uzelf af hoe u het zou vinden, als u een blij moment had en uw vrienden u niet kwamen feliciteren, terwijl u hen toch uitgenodigd had.

    Het is meer. Roddel niet over anderen. Roddelen is niet alleen praten over iets dat niet waar is, het is ook praten over iets dat wel waar is. Hoe zou u het vinden als er over u gepraat zou worden, zoals u misschien over anderen praat? Heb anderen lief, zoals u zo graag wilt, dat zij u liefhebben.

    Bekritiseer anderen niet. Het is zo makkelijk om van een ander te zeggen dat hij fout is en waarin hij fout is. Wij weten echter nooit alle achtergronden en redenen. Lever geen kritiek. Laat zien, dat de Here Jezus de Koning van uw hart is!
     

    Een bijzondere tekst en uitleg

    Psalm 121:5 zegt heel mooi: "De HERE is uw Bewaarder, de HERE is uw schaduw aan uw rechterhand." "De HEER is je wachter, de HEER is de schaduw aan je rechterhand." (NBV) Dit is een regel uit een Hebreeuws "gedicht". In een Hebreeuws gedicht heeft de tweede regel te maken met de eerste regel. Hij kan de eerste regel verduidelijken, aanvullen, het tegenovergestelde zeggen. Hier wil het zeggen, dat in de tweede regel duidelijk gemaakt wordt hoe de HEER ons bewaart. Hij doet dit door onze schaduw te zijn.

    Dit betekent het volgende. Het betekent, dat de Heer altijd met je meegaat, net zoals je schaduw altijd bij je is. De rabbijnen wijzen erop, dat zoals een schaduw precies hetzelfde doet als wat wij doen, zo God ook precies hetzelfde doet als wat wij doen. Zoals wij met anderen omgaan, zo gaat God met ons om. Zoals wij anderen behandelen, zo behandelt God ons. Als u liefde uitdeelt aan anderen, kan God u vullen met Zijn liefde. Als u op de een of andere manier liefdeloos bent tegen anderen, kan God u Zijn liefde niet schenken.
     

    Enkele teksten

    1. De heiliging heeft te maken met het feit, dat de geheiligden God toebehoren. "Weest Mij heilig, want heilig ben Ik, de HERE, en Ik heb u afgezonderd van de volken, opdat gij Mij zoudt toebehoren." (Leviticus 20:26) Dit geldt zowel Israël als de Gemeente. "U bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht." (1 Petrus 2:9)

    Juist in het gedeelte van 1 Petrus waar over de heiliging gesproken wordt, gaat het ook over onze redding. Wij moeten onze redding zichtbaar maken in een leven van heiliging. Zo begint in het Oude Testament ook het spreken over heiliging: "Want Ik ben de HERE, die u uit het land Egypte heb doen trekken, om u tot een God te zijn; weest heilig, want Ik ben heilig." (Leviticus 11:45) In het 44e vers wordt zelfs gezegd, dat je jezelf niet moet verontreinigen, dat is ontheiligen, door allerlei kleine zaken!

    2. De heiliging heeft te maken met het feit, dat God bij Zijn volk woont. In verband met de tempel in het komende Messiaanse rijk: "Ik zal met hen een verbond des vredes sluiten, een eeuwig verbond met hen zal het zijn; Ik zal hun een plaats geven, hen vermeerderen en mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen stellen. Mijn woning zal bij hen zijn; Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. En de volken zullen weten, dat Ik, de HERE, het ben die Israël heilig, doordat mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen staat." (Ezechiel 37:26-28)
    "Ik sluit met hen een vredesverbond, een verbond dat eeuwig zal duren. Ik zal hun een vaste woonplaats geven en hen talrijk maken; mijn heiligdom zal voor altijd in hun midden staan. Bij hen zal ik wonen; ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. En de volken zullen beseffen dat ik, de HEER, Israël heilig doordat mijn heiligdom voor altijd in hun midden is."’ (NBV)

    Zo woonde God eerst door middel van de tabernakel bij het volk Israël in de woestijn. Later door middel van de tempel. Nu woont Hij door middel van de Heilige Geest die ons als Zijn tempel verkozen heeft, ook in ons midden.

    3. De heiliging behoort bij het normale christenleven. "Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden, laten wij ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods." (2 Corinthe 7:1) "Omdat ons deze beloften zijn gegeven, geliefde broeders en zusters, moeten we onszelf reinigen van alle lichamelijke en geestelijke smetten en vol ontzag voor God ons hele leven heiligen." (NBV)

    4. Zonder heiliging zul je eens "schade lijden". "Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien." (Hebreeën 12:14) "Streef ernaar in vrede te leven met allen en leid een heilig leven; wie dat niet doet zal de Heer niet zien."

    Hier kan de vraag gesteld worden wanneer mensen die geen geheiligd leven hebben de Heer niet zullen zien. Wordt er bedoeld dat zij in het leven op aarde het zicht op de Heer kwijt zijn, of wordt bedoeld, dat zij straks in de hemel Hem niet zullen zien? Wordt bedoeld, dat zij wel behouden zullen zijn, maar Hem in de hemel niet zullen ontmoeten? Wordt hier verwezen naar het schade lijden in de hemel, terwijl men toch behouden is, zoals Paulus dit schrijft in 1 Corinthe 3:14,15?

    Het antwoord op deze vraag wordt niet gegeven. Dat kan ons een verkeerd gevoel van gerustheid geven. Het kan ons ook aansporen om met meer gerichtheid ons te werpen op een geheiligd leven. Moge dit laatste bij ons allen het geval zijn!


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ruth ontmoet Boaz op de dorsvloer.

    Wanneer?
    Aan het eind van de gerstenoogst. Drie maanden na het begin van het aren lezen en van het begin van hoofdstuk 2.

    Het werk op de dorsvloer
    Het werk op het land ging als volgt: Eerst ploegen, dan zaaien, vervolgens als de oogst rijp was: maaien. Dit werk werd door de knechten gedaan.

    Hierna: dorsen (slaan van de halmen) en wannen (in de wind omhoog werpen) werd door de eigenaar gedaan. Bij het wannen werd alles wat na het dorsen op de dorsvloer lag omhoog geworpen, waarbij het lichte kaf met de wind weggeblazen werd en de zwaardere korrels terugvielen op de dorsvloer en daar op een hoop bleven liggen. Dit werk werd aangevangen in de namiddag rond 4-5 uur, als de wind ging waaien. Hierna bleef de eigenaar op de dorsvloer liggen bij zijn opbrengst om die te bewaken tegen dieven. Ook in het heilige land leefden dieven!

    N.B. De dorsvloer lag natuurlijk niet in de stad, maar op het land waar gezaaid en gemaaid was. Terwijl de stad Bethlehem trapsgewijs op en tegen twee heuvels gebouwd was, lag het land in de laagte en moesten Boaz en Ruth dus “afdalen” om op het veld en bij de dorsvloer te komen.

    Boaz is “losser”
    Het Hebreeuwse woord voor “losser” is “goël”, afgeleid vn het werkwoord “gaäl”, dat “terugkopen”, “bevrijden” betekent. De taak van een losser was tweevoudig:

    1. De losser kon een stuk land van een familielid terugkopen, als dit familielid in tijden van armoede zijn land verkocht had. (Leviticus 25:23-28; :25)

    De gedachte achter deze regel was, dat het land in feite van God Zelf was (Leviticus 25:23) en dat Hij het aan bepaalde mensen in bruikleen had afgestaan. Het bleef van God en moest in handen blijven van hen die Hij uitgekozen had. Deze regel geldt in feite niet alleen een deel van het land dat in handen van een “eigenaar” is; het geldt ook voor het land in zijn geheel. Land mocht daarom niet aan niet-Joden verkocht worden. Dat zullen we ons ook in onze tijd moeten realiseren!

    2. De losser kon een familielid die zich uit armoede als slaaf verkocht had, terugkopen en dus “vrij” kopen. (Leviticus 25:47-49)

    3. De losser fungeerde als bloedwreker als iemand uit de familie vermoord was.

    In de taak van de losser zien wij later de betekenis van de Here Jezus terug.

    Verschil tussen losser en leviraatshuwelijk
    Er is verschil tussen een losser en de man die een leviraatshuwelijk (het zwagerhuwelijk) sluit.

    Een losser is een man die land dat uit de familie verkocht is, terugkoopt in de familie, of een familielid die zichzelf als slaaf verkocht heeft, vrijkoopt.

    Een man die een zwagerhuwelijk sluit, is de broer van de overledene, die als zijn schoonzus geen kinderen heeft, ook met zijn schoonzus trouwt, waarna het eerste kind op naam komt van de overleden eerste man van die vrouw. In onze geschiedenis zou het dus gekund hebben, dat bijvoorbeeld Machlon als eerste gestorven was, waarna Kiljon met Ruth getrouwd zou zijn. Of die twee ook echt met elkaar getrouwd geweest zijn, vertelt de Bijbel niet. Maar die situatie schetst het beeld van het verplichte zwagerhuwelijk. Zie hiervoor Deuteronomium 25:5-10.

    Boaz is echter geen broer van Machlon en Kiljon en hij komt dus niet in aanmerking voor het zwagerhuwelijk. Hij is wel een familielid en hij komt dus in aanmerking om het vroegere land van Elimelech te kopen en het aan Naomi terug te geven.

    Terwijl Boaz verplicht is het land terug te kopen, is hij niet verplicht Ruth te trouwen. Mogelijk was het in Israël in die tijd de gewoonte, dat als je het land lostte, je ook de weduwe-zonder-kinderen tot vrouw erbij nam. Mogelijk ook stuurden Naomi en Ruth er gewoon op aan dat Boaz dit zou doen. Het vreemde is, dat ze Boaz niet vragen om het land te lossen, maar dat ze het meteen op een huwelijk uit sturen.

    We zien: God is aan het werk en Hij bewandelt ongebruikelijke paden. Maar Naomi, Ruth en Boaz zien het klaarblijkelijk allemaal als de hand van de Heer en ze werken mee!

    Een probleem voor Naomi
    De drie maanden waarin Ruth niet met een Jood mocht trouwen waren voorbij en nu werd het tijd dat Boaz als familielid Ruth ten huwelijk zou vragen. Maar Boaz vroeg niets! Komt nu het einde van het contact met Boaz en moet Ruth nu ergens gaan bedelen en moet ze volgend jaar naar het veld van Boaz terugkeren?

    Naomi komt met een plan. Als Boaz geen aanstalten maakt, dan moeten zij en Ruth dit maar doen. Is het niet langs de ene weg, dan maar langs de andere, als Boaz en Ruth maar trouwen!

    Naomi wil een “thuis” zoeken voor Ruth. Het is de vertaling van het Hebreeuwse woord menoech, dat ook “rust” betekent. Het komt van manoach, dat rustplaats, tot rust komen, rust, zekerheid betekent. Rabbi Shmuel Yerushalmi wijst erop, dat het woord manoach hier ook wijst op de vrucht van dit huwelijk: Menachem, Trooster, één van de namen van de Messias. Het is ook één van de namen die de Here Jezus op Zichzelf toepaste, toen Hij zei, dat Hij een andere Trooster zou zenden. Hijzelf was de eerste Trooster, de Heilige Geest zou de andere Trooster zijn.

    Opdrachten voor Ruth (:2,3)
    1. Baad je
    Was het oude leven van je af. Breek nu voor het laatst en volkomen met het verleden.
    Er wordt niet een gewoon “bad” bedoeld, maar een ritueel bad; een onderdompeling in het mikwe, het reinigingswater.

    2. Zalf je
    Dat is: heilig je.

    3. Kleed je aan, d.w.z. Doe je overkleed aan
    Doe je weduwenkleed uit en doe je werkkleed uit, doe je gewone kleren uit en doe je feestkleding aan. Laat zien, dat je de bruid wilt zijn. Maak je gereed voor het feest.

    Rabbijnen wijzen erop, dat Ruth haar sabbatskleed moest aantrekken.

    N.B. Naomi zegt (:4) “Hij zal je vertellen wat je moet doen.” Wie is die “hij”? Het lijkt logisch, dat hiermee Boaz bedoeld wordt. Besuras Eliyahu meent echter, dat hiermee God Zelf bedoeld wordt. Als Ruth niet weet wat ze moet doen of moet zeggen, zo laat Naomi haar weten, dan zal God wel in haar nood voorzien en haar vertellen wat ze doen moet.

    Het feest gaat beginnen. Boaz weet nog van niets, maar voor Naomi en Ruth is het feest al begonnen. Dat is geloof! Dat is leven uit je geloof!

    Boaz schrok (:8)
    “Boaz at en dronk, voelde zich voldaan, en legde zich te slapen tegen een hoop gerst.” (:7) NBG: “Toen nu Boaz gegeten en gedronken had en zijn hart vrolijk was, kwam hij om zich neer te leggen aan het uiteinde van de korenhoop.” NB: “ Boaz eet en drinkt en doet zijn hart tegoed.” Letterlijk: “Zijn hart voelde goed.” Dat wil zeggen: “Hij was blij in zijn hart.” Dit verwijst naar de volgende woorden: “Wanneer u daar in overvloed leeft, dank de HEER, uw God, dan voor het goede land dat hij u gegeven heeft.” NBG: “Gij zult eten en verzadigd worden en de HERE, uw God, prijzen om het goede land dat Hij u gaf.” (Deuteronomium 8:10) Deze tekst zegt, dat als je gegeten en gedronken hebt, je na de maaltijd de Heer moet danken. Dat is precies wat Boaz hier op de dorsvloer deed.

    Midden in de nacht schrok hij wakker (:8). Drie keer in het OT lezen wij, dat er iets midden in de nacht, om middernacht, plaats vond.
    1. De Here doodde alle eerstgeborenen van Egypte (Exodus 12:29),

    2. Simsom stond op en nam de poortdeuren op zijn schouders (Richteren 16:3) en

    3. Boaz schrok wakker. Hij werd wakker en hij schrok. Het is niet wat wij in onze taal zeggen: “Wakker schrikken”, maar wakker worden en hevig schrikken. Luther vertaalt terecht, dat de man beefde. NB: “Het geschiedt halverwege de nacht dat de man begint te rillen en om zich heen grijpt.”

    Om de schrik van Boaz goed te kunnen begrijpen, moet u zich in gedachten even verplaatsen in het leven van de mensen in oude tijden. In de nacht is het er aardedonker. Je kunt geen hand voor ogen zien. Waarvoor waren zij bang? Voor boze geesten en nachtspoken. Dat ziet u ook in de geschiedenis als de Here Jezus over het water wandelt, dan denken de discipelen dat zij een spook zien. En na de opstanding van de Heer Jezus moest Hij nadrukkelijk zeggen, dat Hij geen geest was.

    Zeer waarschijnlijk heeft Boaz gedacht dat er een nachtspook bij zijn voeten zat. (Ibn Ezra)

    Ruth op de dorsvloer
    Aan het eind van de dag, als Boaz het werk gereed heeft, gegeten en gedronken heeft, als het dus donker is, komt Ruth op de dorsvloer. Omstreeks 18.00 uur wordt het in Israël nl. donker. De schemer duurt ongeveer een half uur, zodat het binnen een halfuur donker is.

    1. Onder de “deken” van Boaz.
    Dit heeft symbolische betekenis: ik wil je vrouw worden.

    2. Aan het voeteneind van Boaz.
    Ook dit heeft symbolische betekenis: al wil ik je vrouw zijn, ik ben het nog niet. Zo maakt zij Boaz duidelijk, dat hij handelend moet optreden. Er moet getrouwd worden.

    3. Ruth vraagt: ‘Wilt u mij bij u nemen’, letterlijk: “Spreid uw vleugel...” (:9) Dit is een beeld uit de wereld van de vogels.

    1. Zoals een vogel die uit het nest gevallen is, hulp nodig heeft, zo komt Ruth als een buiten het nest gevallen vogeltje bij Boaz om hulp.

    2. Zoals het kuiken onder de kip schuilt en de ene vogel bij het paren zijn vleugels uitspreidt over de andere vogel, zo vraagt Ruth hier of Boaz dit bij haar ook wil doen. Het is een symbool van het huwelijk (Malbim).

    3. Het kan ook betekenen, zoals anderen denken (o.a. Rashi), dat zij vraagt of Boaz de hoek van zijn kleed over haar wil spreiden, als teken van het huwelijk.

    Dat is: Maak mij tot uw vrouw, neem mij onder uw bescherming.
    N.B. Boaz ervaart wat Ruth doet niet als oneerbaar.

    Wat Boaz verder doet
    1. Boaz geeft Ruth een compliment. Ze is niet achter de jonge mannen aangegaan. Ze is niet gewoon uit op een huwelijk. Ze wil speciaal in de familie trouwen.

    2. “Pak je omslagdoek...” (:15) Door deze opmerking maakt hij duidelijk, dat hij ermee instemt Ruth te trouwen. Het is nog steeds bij Arabieren de gewoonte om de hoek van een kleed over een meisje te houden als teken van het huwelijk.

    Dat was geen huwelijk gebaseerd op liefde! Het was een huwelijk dat gearrangeerd was door Naomi. Boaz en Ruth beiden accepteren dit plan van Naomi.

    3. Er is een losser die dichter bij de familie staat. Er is nog een broer van Elimelech. Ik ben slechts een neef. Het kan zijn dat hij bereid is om te lossen en jou te trouwen, dan kan ik er verder niets aan doen.

    Ruth brengt verslag uit aan Naomi
    Naomi vraagt: “Wie ben je, mijn dochter?” (:16)

    Ze kan twee dingen bedoelen:
    1. Het is donker en ze kan echt niet zien wie er voor haar staat.

    2. Ze weet dat het Ruth is en bedoet: “Hoe staan de zaken ervoor? Ben je de bruid of is er niets veranderd? Hoe kom je terug? Wat heb je bereikt? Word je mevrouw Boaz?”

    Hierop vertelde de gelukkige bruid alles aan Naomi (:16).

    Geloof is vertrouwen hebben
    “Daarop zei Noömi: ‘Blijf hier dan maar rustig wachten tot je weet hoe het afloopt, mijn dochter, want ik weet zeker dat deze man niet zal rusten voordat hij de zaak geregeld heeft.’” (:18)

    S.V.: “Toen zeide zij: Zit! (stil), mijn dochter, totdat gij weet, hoe de zaak zal vallen; want die man zal niet rusten, tenzij dat hij heden deze zaak voleind hebbe.”

    Geloven is: zitten en wachten! Wie dat doet, toont vertrouwen.

    Profetische betekenis
    Naomi is beeld van Israël. Na de verstrooiing is Israël weer terug in het land.

    Ruth is de toekomstige bruid van Boaz. De zegen voor Ruth komt via Naomi. Ook wij moeten weten, dat het heil uit de Joden is en dat wij alleen echte zegen via Israël kunnen ontvangen.

    Spoedig zal de nacht van het wannen aanbreken. Zie: “Ik doop jullie met water ten teken van jullie nieuwe leven, maar na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om zijn sandalen voor hem te dragen. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur; hij houdt de wan in zijn hand, hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal hij verbranden in onblusbaar vuur.’” (Mattheus 3:11,12)

    Terwijl in het Grieks staat: Ik doop u in water.... en Hij zal het kaf verbranden in het vuur, hebben bijna alle vertalingen - om de doop als besprenkeling te kunnen bevestigen: ik doop u met water ... en Hij met vuur.”

    Ik vond slechts één eerlijke vertaling: “Ik doop u in water met het oog op bekering. Maar Hij die na mij komt, is krachtiger dan ik. Ik ben te min om Hem zijn sandalen te brengen. Hij zal u dopen in heilige Geest en vuur. De wan heeft Hij al in zijn hand, en Hij zal zijn dorsvloer opruimen; zijn graan zal Hij verzamelen in zijn schuur, maar het kaf verbranden in onblusbaar vuur.’” (Willibrord 95)

    Het Griekse voorzetsel “en” komt ook voor bij de wan die hij in zijn hand heeft. Dan vertaalt men toch ook niet, dat de wan “met” zijn hand is.

    Dan zullen de volken geoordeeld worden over hun houding die zij tegenover Israël aangenomen hebben. Kaf en koren zullen gescheiden worden. Denk hierbij ook aan Mattheus 25:31-34,41. 

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.(Uitspraak van Jezus - Joh 14:6)

    Ik ben de Weg,

    de Waarheid

    en het Leven.

    Niemand komt bij de Vader

    dan door Mij.

    (Uitspraak  van Jezus - Joh 14:6)




    Foto

    Getuigenissen van de jongeren van Cenacolo
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7

  • Foto

    Foto

    Foto

    Godelieve heeft voor mij
    deze prachtige pps gemaakt
    waarvoor mijn dank





    Foto

    Schrijft u wat in mijn gastenboek
    klik dan op het boek boven




    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Klik op het plaatje en krijg een prachtige rondleiding door het Vaticaan
    Ieder nummertje is weer iets moois
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Foto

    Een interessant adres?


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Meer blogs