For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
08-07-2009
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG
VELEN ZULLEN AL VERANDERINGEN VAN NAMEN BIJ DE GEBEDEN GEZIEN HEBBEN ; DIT KOMT OMDAT MARIA EN GOD HET ZO WILLEN. BINNENKORT TWEE ADEMBENEMDE VERHALEN VAN TWEE MENSEN DIE DOOR VERHOORDE GEBEDEN ZIJN BETER GEWORDEN, DANKZIJ HUN GELOOF IN GOD EN MARIA.
ANONIEM.
IK ZAL MIJN KINDEREN REDDEN.
Dat gaf God aan in de boodschappen van de zieners. Dat al Mijn kinderen de grote en ook, zeker aan de tieners. Zal vragen dat ze voor Mij willen bidden, omdat men nu voor een vruchteloze toekomst staat. Velen leven bedorven, door seks, porno, drugs, door veel ellende waar men er dan onder door gaat.
Kinderen leer te bidden, om verbinding te krijgen met Mij. Want zodadelijk, als het gaat stormen, ga je beven, je bent angstig, je bent echt niet blij. Ik heb al lang geleden aangegeven, wie Mij nu zal aanroepen zal ik in die tijden van straffen beschermen. Zo ook Mijn Moeder, dat ze in die zware tijd van ontberingen over je zal ontfermen.
Elk van Mijn kinderen krijgt nog de kans om zich te bekeren en voor Mij neer te knielen. Want heus die voor Mij niet neer wil knielen, dat zijn voor Mij verbannen zielen. Deze kinderen van het kwaad zullen lang, zeer lang in de duisternis gaan dolen. Ze zullen zich daar door angst in het begin zich houden verscholen.
Daarom kinderen van deze aard. Bid en vertrouw Mij dan, dan is uw leven toch zoveel waard.
LIEFDE HEEFT EEN KIND NODIG .
Zonder liefde wordt het in meerdere gevallen een probleemkind. Want het kind zoekt liefde, want het wil worden bemind. Het wil worden geknuffeld, en gestreeld worden door zijn haar. Want liefde heb je nodig, dat hij het later zelf door kan geven aan zijn eigen kinderschaar.
Zonder liefde ben je dan wel gelukkig? Je leeft wel, maar toch vind je zelf een beetje ongelukkig. Want liefde heb je nodig om een eenheid te vormen met elkaar. Zonder liefde wordt het leven veel te zwaar.
Je voelt je nergens echt thuis. Je leven voelt aan als een puinhoop, vol met gruis. En daar kan het zover gaan leiden dat het bij hem geestelijk een puinhoop kan zijn. Nee de eerste liefde heeft men nodig, geef het je kind anders doe je hem zo'n pijn.
Heb je deze niet gekregen ga je kracht en de liefde dan zoeken bij God, of bij Maria. Want geloof, hoop en liefde, dat is wat je daar altijd vinden mag. Ook in voorspoed of in tegenspoed of in je heel grote geluk. Blijf Ze allen trouw, dan kan het leven ook niet meer stuk.
JEZUS.
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
Toch verminderde de steun voor het monotheletisme. De aanhoudende oppositie van Rome tegen de doctrine was één reden. Een andere reden was dat de meeste monofosysieten de laatste jaren onder islamitisch bestuur waren gekomen en er dus minder reden was om ze terug te winnen. Het beleid was erin geslaagd enkele monofysieten terug te halen, maar de meeste haatten Chalcedon zo erg, dat ze dit nooit zouden steunen. In 668 werd Constans II in zijn bad vermoord, waarmee het laatste obstakel voor een ommezwaai van het beleid was weggenomen. In 680 riep keizer Constantijn IV Pogonatus het Derde Concillie van Constantinopel bijeen, dat het monotheletisme veroordeelde en de opinie van Maximus onderschreef ; Christus had twee willen gehad, een menselijke en een goddelijke, die in volmaakte harmonie handelden. Dit concilie zou worden erkend als het zesde oecumenisch concilie en Maximus zelf werd 'Confessor' ( Belijder ) , een treetje lager dan martelaar. De strijd om het monotheletisme zaaide veel tweedracht en had tragische gevolgen, maar bleek slechts het voorspel te zijn voor de grootste religieuze opschudding van het Byzantijnse Rijk ; de iconoclatische discussie. Op het eerste gezicht heel anders, maar eigenlijk draaide het grotendeels om dezelfde onderliggende kwesties.
VAN MONOTHELETISME TOT ICONOCLASME.
De discussie begon met keizer Leo III. Toen hij in 717 keizer werd, was er sinds de tijd van Justinianus veel veranderd. Het grondgebied dat die grote keizer in het Westen had heroverd, was bijna weer helemaal verloren ; Italië was geruïneerd door oorlogen en het Byzantijnse bewind was, met hoge belastingen en religieuze intolerantie, veel minder populair dan het voorgaande bewind van de Ostrogoten. Na Justinianus hielden de Byzantijnen niet lang stand in Italië, aangezien de Longobarden, een barbarenvolk dat zich daar mocht vestigen, hier snel een eigen koninkrijk stichtten. In het vorige hoofdstuk zagen we hoe de Byzantijnen in de vroege zevende eeuw hun macht in het Midden - Oosten steeds meer verloren aan de islamitische Arabieren. Antiochië, Jeruzalem en Alexandrië, de grote steden van het oostelijk rijk, stonden allemaal onder buitenlands bestuur.
DE ISAURIËRS.
Toen was daar Leo III 'de Isauriër' , die was opgegroeid in Thracië en de Isaurische bergen nog nooit had gezien. Een kerkrlijke fout zorgde voor zijn bijnaam, die ook werd verbonden aan de dynastie die hij stichtte. Als vooraanstaand generaal greep hij in 717 de macht tijdens een periode van politieke verwarring. Leo was een buitengewoon militair genie, hoewel zijn triomfen minder spectaculair waren dan die van Justinianus I of Heracluis. Toen hij keizer werd, begon een enorm islamitisch leger van 80. 000 man en 1800 oorlogsschepen Constantinopel te belegeren. De stad werd bevrijd door een horde barbaren uit Bulgarije en Leo buitte de nederlaag van de moslims uit door heel Anatolië in te nemen. Hij trok niet verder op, zoals Heracluis had gedaan, maar stabiliseerde zijn leger en beschermde wat hij had veroverd. Slechts enkele eeuwen later zouden de moslims weer een bedreiging vormen voor het rijk. Verder hield Leo zich vooral bezig met iconen. Er was al een grote aanval geweest op het gebruik van iconen in kerken ; niet in Byzantium maar in Perzië, door kalief Jazid II, die regeerde van 720 - 724. Hij beval de vernietiging van alle christelijke afbeeldingen in zijn domein. Niet omdat ze christelijk waren, maar omdat ze het verbod van de Koran op alle representatieve kunst overtraden. Toch onstond er rond 724 verzet tegen het gebruik van iconen binnen het rijk. Twee bisschoppen uit Klein - Azië maakten bij patriarch Germanus I bezwaar tegen iconen door te beweren dat ze idolaat waren. Germanus berispte hen en zei dat de eer die werd bewezen aan de afbeeldingen anders was dan de eer die aan God werd bewezen. Toch groeide het gevoel van onrust over iconen. Dit gevoel bereikte ook de keizer. Niemand weet precies waarom Leo in 725 besloot dat iconen slecht waren. Of hij ook daadwerkelijk een edict uitvaardigde waarin het gebruik ervan werd verboden, is onbekend. In de jaren daarna werd echter steeds meer directe actie ondernomen tegen de afbeeldingen, blijkbaar deels als gevolg van vulkanische uitbarstingen in de Egeïsche Zee, die Leo interpreteerde als goddelijk ongeduld. In 726 beval hij de verwijdering van een prominent beeld van Christus boven de Bronzen Poort in Constantinopel.
Lezing uit het boek Genesis 41,55-57.42,5-7.17-24. Psalmen 33(32),2-3.10-11.18-19. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 10,1-7.
Lezing uit het boek Genesis 41,55-57.42,5-7.17-24.
En toen ook heel Egypte honger begon te krijgen, en het volk tot Farao om brood riep, zeide Farao tot alle Egyptenaren: Gaat tot Josef, en doet wat hij u zegt. En toen er hongersnood heerste over het hele land, opende Josef de graanschuren, en verkocht het koren aan de Egyptenaren. En ofschoon er ook in Egypte hongersnood woedde, kwamen alle landen naar Egypte, om van Josef koren te kopen; want de hongersnood teisterde ook de hele wereld. Zo kwamen de zonen van Israël, tegelijk met vele anderen, daar aan, om koren te kopen; want er was hongersnood in het land Kanaän. Josef, die toen het land bestuurde, verkocht persoonlijk aan al de volken der aarde. Ook de broers van Josef gingen dus naar hem toe, en bogen zich voor hem ter aarde neer. Zodra Josef zijn broers zag, herkende hij hen, maar hij maakte zich zelf aan hen niet bekend. Bars sprak hij hen toe: Waar komt ge vandaan? Zij antwoordden: Uit het land Kanaän, om koren te kopen. Nu liet hij hen drie dagen lang te zamen in de gevangenis opsluiten. Op de derde dag sprak Josef tot hen: Ge kunt uw leven redden, zo ge doet wat ik zeg; ook ik ben een godvrezend man. Wanneer gij betrouwbare mannen zijt, laat dan een van uw broers als gevangene in uw kerker achter; de anderen van u kunnen vertrekken, en koren meenemen, om de honger van uw gezinnen te stillen. Maar ge brengt uw jongsten broeder naar mij toe, om de waarheid van uw woorden te bewijzen; dan zult ge niet sterven. Daar gingen ze op in. Maar ze zeiden toch onder elkander: Waarachtig, we hebben het aan onzen broer verdiend. Wij hebben zijn doodsangst gezien, maar niet naar hem willen luisteren, toen hij ons om genade smeekte. Daarom komt deze ramp over ons. Ruben voegde er nog aan toe: Heb ik u niet gezegd, u niet aan den knaap te bezondigen? Maar gij hebt niet willen luisteren. Zie, nu wordt zijn bloed teruggeëist. Ze wisten niet, dat Josef hen verstond; want ze hadden zich van een tolk bediend. Josef weende met de rug naar hen toe. Daarna keerde hij zich om, en onderhield zich met hen. Hij liet Simeon uit hun midden weghalen, en hem voor hun ogen in boeien slaan.
Psalmen 33(32),2-3.10-11.18-19.
Looft Jahweh met citers, Bespeelt voor Hem de tiensnarige harp; Stemt een nieuw lied voor Hem aan, Tokkelt de lieren, lustig en luid! De raadslagen der volken gooit Jahweh omver, Hij verijdelt de plannen der naties; Maar Jahwehs raadsbesluit staat in eeuwigheid vast: Wat zijn hart heeft bedacht, van geslacht tot geslacht. Maar het oog van Jahweh rust op hen, die Hem vrezen, En die op zijn goedheid vertrouwen: Om ze te redden van de dood, Ze in het leven te houden bij hongersnood.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 10,1-7.
En toen Hij zijn twaalf leerlingen bijeen had geroepen, gaf Hij hun de macht, om de onreine geesten uit te drijven, en alle ziekten en kwalen te genezen. De namen der twaalf apostelen zijn: De eerste, Simon, die Petrus wordt genoemd, en Andreas zijn broer; Jakobus, zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes; Filippus en Bartolomeüs; Tomas en Matteüs de tollenaar; Jakobus, zoon van Alfeüs, en Taddeüs; Simon de ijveraar en Judas Iskáriot, die Hem verraden heeft. Deze twaalf zond Jesus uit, en Hij gebood hun: Slaat niet de weg naar de heidenen in, en treedt de steden van de Samaritanen niet binnen; maar gaat liever tot de verdwaalde schapen uit het huis van Israël. Gaat, preekt hun, en zegt: Het rijk der hemelen is nabij!
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
TOEWIJDING VAN EEN PRIESTER AAN MARIA. Myriam van Nazareth
Lieve Moeder Maria, Koningin van de apostelen,
Uw Goddelijke Zoon Jezus Christus heeft het Goddelijk Licht voor alle zielen zichtbaar gemaakt in al Zijn Werken, Zijn Evangelie, de Sacramenten en de ene ware Kerk van God.
Opdat Zijn Werken van Licht voor alle tijden levend en werkzaam zouden blijven, heeft Hij apostelen gewijd tot priesters om zielen te openen voor de stromen der verlossende genade.
Als een eeuwigdurend antwoord op de duisternis heeft Jezus met Zijn priesters de bruiloft der eenwording met Hem gesloten, opdat zij Zijn wonderen in de zielen zouden verder zetten.
O Koningin der apostelen, Tabernakel van de Allerheiligste Drievuldigheid, Ark van het Nieuw Verbond, ik wijd U priester : xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx toe. Wil hem opnemen in Uw allerzuiverste Moederschoot, waar Jezus Zelf volgens Gods Wil Zijn reis als de God-Mens voorbereidde, opdat daar zijn roeping tot de bruiloft met Jezus Christus verzegeld moge worden met de kus van de Heilige Geest en gevoed moge worden met het Bloed van Christus, dat één is met U voor alle eeuwen der eeuwen.
Wil deze priester van Uw Zoon bekleden met Uw mantel van vlekkeloze heiligheid en zuiverheid, opdat hij in staat moge zijn, de Verlosser te baren in alle zielen die Gods Voorzienigheid aan hem heeft toevertrouwd en nog zal toevertrouwen.
Bekom hem een vlekkeloos rein hart en een uitstraling van Liefde die zielen wint voor Christus en voor U.
Maak hem tot een levend beeld van Uw volmaakte deugdzaamheid. Maak hem sterk in de strijd voor de nalatenschap van Jezus Christus. Wees in hem werkzaam in alle werken die hij voor Uw Zoon en in Zijn naam volbrengt.
Wees voor altijd zijn kleed van hemels liefdevuur, opdat hij beschermd moge zijn tegen alle aanvallen der duisternis, hij heil en zegen moge brengen in alles wat hij doet en zegt, en hij een levend Teken moge zijn voor de macht en de Liefde van God. Wil hem volkomen rein bewaren, opdat hij voor velen een waardige gids naar de heiligheid moge zijn.
Wees zijn beschermende Moeder en de Meesteres van zijn hele wezen, opdat hij een onwankelbare steen moge zijn in de fundering van de ene ware Kerk van God.
Toewijding gebeden door xxxxxxxxxxxxxxxx, op de Eerste Zaterdag van de maand, gedurende het gezegend jaar van de priester.
AANROEPING TOT HET LICHT VAN GOD(door âMyriam van Nazarethâ)
Licht van God, Bron van Eeuwig Leven en oneindige gelukzaligheid, omhul onze ellende. Doordring onze duisternis, opdat onze ogen het enige Heil aanschouwen.
Wek in de diepten van onze ziel het zaad van de heiligheid, opdat de bloemen de lente van Uw eeuwigdurend Rijk mogen aankondigen.
Nooit meer valt de nacht waar Uw stralen de bodem der harten raken.
Nooit meer wordt het winter waar de vlammen van Uw Liefde de bloesems van de hoop tot vruchten maken.
Straal dan, o Licht van schepping, verlossing en heiliging, en wek tot leven wat in de zielen dood is, opdat de zon moge opgaan achter de horizonten van de akkers waarin Gods genade voor altijd begraven leek.
AKTE VAN VERTROUWEN IN MARIA, MIJN HEMELSE GIDS (door âMyriam van Nazarethâ)
O Maria, hoogverheven Hemelkoningin, gezegende Moeder van Jezus,
In U stelde de Vader Zijn vertrouwen, en Hij maakte U tot Moeder van de Verlosser.
In U stelde de Heilige Geest Zijn vertrouwen, en Hij nam U tot Zijn eeuwige Bruid.
In U stelde de Zoon Zijn vertrouwen, en Hij werd U onderdanig.
Moge op Uw Voorspraak de Geest van God op mij rusten, o allerzuiverste der zielen.
Ik vertrouw op U, Maria, maak mijn liefde volkomen zoals de Uwe.
Ik vertrouw op U, Maria, wil mij vrijspraak bekomen van al mijn schulden jegens God.
Ik vertrouw op U, Maria, wees mijn machtige Beschermster, elk uur van de dag en de nacht.
Ik vertrouw op U, Maria, wees mijn Hemelse Wegwijzer op al mijn wegen.
Ik vertrouw op U, Maria, poets mijn ziel tot de schoonheid der engelen.
Ik vertrouw op U, Maria, neem mij bij de hand in alle bekoring.
Ik vertrouw op U, Maria, laat mij zien doorheen de sluier van de schijn.
Ik vertrouw op U, Maria, kus al mijn kruisen vóór ik ze opneem.
Ik vertrouw op U, Maria, maak Uw handelingen, woorden, gedachten en gevoelens tot de mijne.
Ik vertrouw op U, Maria, maak mij tot instrument van heil en verlossing van velen.
Ik vertrouw op U, Maria, wil mij omhelzen in mijn laatste levensuur.
Ik vertrouw op U, Maria, bekom mij toch de heiligheid waartoe U mij hebt geroepen.
Het is hoogst bedroevend dat zeer vele mensen niet weten of niet geloven dat zij Maria hard nodig hebben om de ware vrede en de heiliging van hun ziel te bereiken. Onbekend maakt onbemind. Wie Maria werkelijk begint te kennen, weet dat behalve God alles aan Haar onderworpen is, en dat Haar macht over ieder mens grenzeloos is. Ik nodig U uit om Maria nog beter te leren kennen door het bestuderen van Haar wezen en Haar eigenschappen in mijn boek De Hemelse Bruiloft. Een Leven met en in de Heilige Maagd Maria. Mariamystiek als Roeping. Maria werkelijk leren kennen, gebeurt niet in de eerste plaats met de geest, doch met het hart. U zult Haar wezen nooit beginnen te doorgronden indien U geen echte inspanning levert om vertrouwd te worden met de taal van de Liefde.
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG.
TOTUS TUUS, MARIA !
Lieve zielen in Jezus en Maria,
Onze Hemelse Moeder onderwerpt mij aan een strenge gehoorhaamheidsdiscipline en een aantal strikte leefregels. Eén daarvan is deze, dat over de identiteit van Myriam van Nazareth niets bekend mag worden gemaakt. Ik heb deze naam van Maria Zelf ontvangen omdat Zij hiermee getuigenis wil afleggen van de mystieke eenheid tussen Haar Hart en dat van Haar dienares.
Mijn wereldse identiteit is definitief in Haar Hart begraven. Slechts mijn spirituele identiteit leeft nog. Van belang is dus louter mijn leven in totale toewijding en overgave aan de dienst van Maria, Meesteres van alle zielen. In de Hemel leeft de ziel niet met een aardse identiteit, zodat haar werken op aarde niet aan plaats of tijd gebonden zijn.
In principe is het mij overigens niet toegestaan, mails te beantwoorden die niet betrekking hebben op spirituele thema's.
Ik wens Uw zielen de volle bloei in de Eeuwitge Lente van het Paradijs van Maria's Onbevlekt Hart.
Gij enige, dat de begeestering van enkelen als een vonk overslaat op velen, zodat de massa weer een hart krijgt, onze wereld een ziel: wilt Gij ons bestaan dat nog aanschouwen?
Dat onze steden en dorpen plekken zullen worden waar men elkaar het licht gunt, haarden van rust en vrede, waar wij in vriendschap uw volk zijn en Gij God-met-ons: zal ooit die dag nog komen ?
Dat 'heb elkaar lief' weer de gulden regel wezen zal het hart van de wet, de kern van ons geloof, de lamp van onze voet, het ware licht op onze levensweg: wilt Gij ons helpen dat waar te maken in deze dagen nog?
HEER JEZUS CHRISTUS.
Heer Jezus Christus, ons hele menselijk bestaan hebt Gij doorleeft. Geboorte en dood, Vreugde en lijden, Vriendschap en eenzaamheid, En niets menselijk is U vreemd gebleven. Wij hebben ook de belofte van Uw aanwezigheid altijd en overal als wij in Uw naam verenigd zijn. Daarom Heer, bidden wij U: Blijf in ons leven aanwezig; Help ons onze weg te gaan, De gewone weg van ons aards bestaan, Van dag tot dag; Laat ons niet twijfelen maar voortgaan in geloof en vertrouwen. Laat zo Uw rijk komen in ons persoonlijk leven, in onze gezinnen, En overal waar mensen wonen en werken. Dit alles vragen wij U door de voorspraak van Uw Moeder Maria, die eenmaal zalig geprezen werd om Haar geloof En die nu deelt in Uw leven bij de Vader in alle eeuwigheid. Amen.
GEBED TOT DE H. MAAGD.
Gedenk H. Maagd dat men nog nooit heeft zeggen dat een mens aan zijn lot werd overgelaten als hij tot U zijn toevlucht nam.
Wij stellen ons vertrouwen in U daarom zijn wij tot U gekomen en knielen voor u neer:
Onbevlekte Moeder wij vragen U ons te helpen onze roeping tot Katholiek thuis op het werk of waar ook goed te beleven.
Wij zijn bewust van onze tekortkomingen.
Luister toch naar ons gebed en wees zo goed ons te verhoren.
Amen.
MOEDER MARIA.
Maria, red ons land dat met tranen en bloed, met offers, bereidheid de liefde getooid is. Maria, maak in onze borst de geest der helden wakker, behoud de zuivere ziel van ons volk, die onze Vaderen door de eeuwen heen bewaard. Maria, verlicht de dwalende, help de dode strijders, laat ons heilig Litauen weer verrijzen, opdat het als een heldere ster onder de andere volken glanst en licht verspreid, opdat het de grenzeloze barmhartigheid en liefde van U en Uw Zoon verheerlijkt. Amen.
LITANIE OM HEILIGE PRIESTERS(2de versie)
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons. Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons. God, hemelse Vader, ontferm U over ons. God, heilige Geest, ontferm U over ons. God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons. Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Jezus, eeuwige Hogepriester, geef ons heilige priesters. Jezus, die uw apostelen met de heilige Geest hebt geheiligd, Jezus, die hen en alle priesters met Goddelijke macht hebt omkleedt, Jezus, die aan uw priesters macht hebt gegeven het Offer der Heilige Mis op te dragen, Jezus, die in de H. Mis de priesters met U en door U offeraar laat zijn, Jezus, die U door priesterhanden laat uitdelen aan de zielen, Jezus, die aan uw priesters de verkondiging van het woord Gods hebt opgedragen en toevertrouwd, Jezus, die aan uw priesters de macht hebt gegeven om de zonden te vergeven, Jezus, die hun macht gegeven hebt om te zegenen, Jezus, die uw priesters hebt aangesteld tot uitdelers van uw genademiddelen,
Jezus, Goddelijke Middelaar, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij aan de wereld vele en heilige priesters wilt schenken, Dat de priesterroeping in vele edelmoedige jongenszielen moge ontluiken, Dat zij die heilige roeping ongeschonden mogen bewaren, Dat uw gelovigen de roeping tot het priesterschap mogen eerbiedigen en bevorderen, Dat onze priesters waarlijk het zout der aarde mogen zijn, Dat zij door hun heilig leven het licht der wereld mogen zijn, Dat zij vurige zielenherders mogen zijn, Dat zij gaarne om U en de zielen arm, miskend en lijdend willen zijn, Dat al onze priesters vurige vereerders en apostelen van het H. Hart van Jezus mogen zijn, Dat zij een grote liefde mogen hebben tot de Allerheiligste Maagd Maria, Dat zij de sterkte der martelaars, het licht der belijders en de zuiverheid der maagden mogen bezitten, Dat zij het volk dat aan hen is toevertrouwd, op de weg van het eeuwig heil mogen voeren,
Lam Gods, dat de zonden van deze wereld wegneemt, spaar ons Heer. Lam Gods, dat de zonden van deze wereld wegneemt, verhoor ons Heer. Lam Gods, dat de zonden van deze wereld wegneemt, ontferm U over ons.
De zonde betaalt een ...............
De zonde betaalt een hard loon: de Dood! Maar de genade van God geeft wat niemand verdient: Eeuwig leven met Christus Jezus, onze Here.
Romeinen 6:23
Die zo onvoorstelbaar goed voor ons is. Hij heeft nieuwe mensen van ons gemaakt door Jezus Christus uit de dood terug te brengen tot het leven.
1 Petrus 1:3
Want God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven, zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Johannes 3:16
Mijn Jezus, Ik hou van u.
DE GESHIEDENIS VAN HET CHRISTENOM.
Sergius stierf enkele maanden daarna. Het monotheletisme was vanaf het begin omstreden. Sergius had met de doctrine bedoeld dat het menselijke en het goddelijke in Christus volmaakt samenwerkten, en wel zodanig dat het geen samenwerking meer was, maar de handelingen van één persoon. Veel Bazatijnse theologen waren het met hem eens, maar vele anderen interpreteerden het als dat Christus een goddelijke wil had die zijn menselijkheid overstemde. Met andere woorden ; dat Christus een als mens vermomde goddelijke persoon was en niet echt menselijk was. Zo interpreteerden de meeste mensen in het Westen de doctrine. Zij beschouwden deze nieuwe doctrine als verhuld monofysitisme en hadden totaal geen sympathie voor die stroming. Paus Johannes IV veroordeelde het in 641 Dit was de genadeklap voor Heraclius, die al een zware inzinking had door de islamitische aanvallen. Hij stierf kort daarna en werd opgevolgd door Constans II, die het decreet Tupos uitvaardigde, dat alle discussie over de wil van Christus verbood, maar compleet werd genegeerd. Bisschoppen en monniken bleven hierover met elkaar twisten en in 649 hield paus Martinus I een concillie in het Lateranenpaleis, waarbij het monotheletisme wederom werd veroordeeld, maar ook de Tupos. De verhoudingen tussen het Oosten en het Westen bekoelden behoorlijk. De paus nam een aantal theologen tegen Byzantium in bescherming, die tegen het monotheletisme waren en naar het westen waren gevlucht. Hun leider was Maximus, een monnik die persoonlijk secretaris van Heraclius was geweest. Maximus was ervan overtuigd dat het monotheletisme niets anders was dan een ontkenning van de werkelijkheid van de incarnatie, dé centrale doctrine van het orthodoxe geloof. Hij was namelijk van mening dat het hebben van een wil onderdeel is van de menselijke natuur ; een schepsel zonder menselijke wil is geen echt mens. Daarom moet Christus een menselijke en een goddelijke wil hebben gehad, die duidelijk van elkaar verschillenden, maar in perfecte harmonie samenwerkten. Constans II was het zat dat het keizerlijke theologische beleid werd bespot door deze omhooggevallen monnik en de paus en liet hem in 653 arresteren. Ze werden in Constantinopel gevangengehouden en gemarteld. Martinius werd naar Cherson verbannen, waar hij ziek en verzwakt door voedseltekort kort daarna overleed. Maximus werd verbannen naar Bizya, maar hij overleefde dit en bleef zich uitspreken tegen het monotheletisme. Dus werd hij in 662 teruggehaald naar Constantinopel en moest hij weer terechtstaan. Dit keer was de straf wreder ; zijn tong werd uitgerukt en zijn rechterhand werd afgehakt, zodat hij zijn mening niet meer mondeling of schriftelijk kon verspreiden. Hij werd door de stad geleid, zodat iedereen kon zien wat hem was aangedaan, en vervolgens verbannen naar Lazica, waar hij kort daarna overleed.
Lezing uit het boek Genesis 32,23-33. Psalmen 17,1.2-3.6-7.8.15. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 9,32-38.
Lezing uit het boek Genesis 32,23-33.
Maar nog in diezelfde nacht stond hij op, nam zijn twee vrouwen, zijn beide slavinnen en zijn elf zonen, en stak het wed van de Jabbok over. Hij nam ze mee, en zette ze over de stroom; ook heel zijn bezit bracht hij naar de overkant. Jakob zelf bleef alleen achter, en een man worstelde met hem tot het morgenrood rees. Toen deze zag, dat hij hem niet kon overwinnen, stiet hij hem tegen de bovenheup, zodat de heup van Jakob bij de worsteling werd ontwricht. Nu sprak de man: Laat mij gaan, want het morgenrood rijst. Maar hij antwoordde: Ik laat u niet gaan, tenzij ge mij zegent. Hij sprak tot hem: Hoe is uw naam? Hij antwoordde: Jakob. Hij zeide toen: Voortaan zult ge geen Jakob meer heten, maar Israël; want ge hebt met God en met mensen gestreden, en de overwinning behaald. Nu vroeg Jakob: Zeg mij uw naam! Hij sprak: Hoe vraagt ge nog naar mijn naam. Toen gaf hij hem daar zijn zegen. Jakob noemde die plaats Penoeël; want ik heb God gezien van aanschijn tot aanschijn, en ben toch in leven gebleven! De zon ging juist op, toen hij Penoeël voorbij was. Hij bleef echter mank aan zijn heup. Daarom eten tot heden toe de zonen Israëls de heupspier niet, die aan de bovenheup ligt; want hij had Jakob tegen de bovenheup gestoten, tegen de spier van het heupgewricht.
Psalmen 17,1.2-3.6-7.8.15.
Gebed van David. Jahweh, hoor naar de stem van het recht, Luister naar mijn smeken; Verhoor mijn gebed, Van eerlijke lippen gevloeid. Van uw aanschijn gaat mijn oordeel uit, Uw ogen zien scherp; Gij peilt mijn hart, doorzoekt het des nachts, Beproeft mij: maar iets verkeerds vindt Gij niet. Nu roep ik tot U; want Gij zult mij verhoren, o God; Luister naar mij, en hoor naar mijn smeken! Doe wonderen van goedheid, o Redder van die op U hopen, En die op uw rechterhand steunen. Behoed mij als de appel van uw oog, Verberg mij in de schaduw uwer vleugelen: Maar laat mij door mijn gerechtigheid uw aanschijn aanschouwen, Mij aan uw glorie verzadigen na het ontwaken!
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 9,32-38.
Terwijl ze weggingen, zie, daar bracht men Hem een stomme, die bezeten was. En toen de duivel was uitgedreven, begon de stomme te spreken. De menigte stond verbaasd, en zeide: Zo iets is nog nooit in Israël gezien. Maar de farizeën zeiden: Door den vorst der duivels drijft Hij de duivels uit. Nu trok Jesus alle steden en dorpen rond, leerde in hun synagogen, preekte het Evangelie van het rijk, en genas alle ziekten en kwalen. Bij het zien van de scharen had Hij medelijden met hen; want ze waren uitgeput, en lagen daar als schapen zonder herder. Toen zei Hij tot zijn leerlingen: De oogst is groot, maar werklieden zijn er weinig. Vraagt dus den Heer van de oogst, dat Hij werklieden zendt in zijn oogst.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
UITNODIGING AAN JEZUS IN MIJN ZIEL .(door âMyriam van Nazarethâ)
Onderstaand gebed is ingegeven om te worden verricht in aanloop naar elke Heilige Eucharistie toe, teneinde Jezus waarlijk in zich te kunnen opnemen.
O Jezus Christus, Messias van God, Rabbi van Nazareth,
Ik stel U het nederige huis van mijn ziel ter beschikking, en smeek U, wil vandaag bij mij te gast zijn om U te verzadigen aan de tafel van mijn hart, die door Uw allerheiligste Moeder is bekleed.
Zie, ik geef U alles wat ik heb, want ik heb het van Uw Vader gekregen.
Ik geef U de vruchten uit de boomgaard van mijn ziel, en de wijn van mijn liefde.
Wil Uzelf totaal in mij uitstorten, opdat mijn armoede verzadigd moge worden en ik het voedsel moge eten dat Goddelijk Leven brengt.
Verlangend open ik voor U de deur van mijn hart, opdat U mijn armzalig huis zou verrijken met Uw Tegenwoordigheid, en U in de bodem van mijn ziel het zaad zou uitstrooien van de boom die in mij de vruchten der Verlossing zal voortbrengen.