For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
07-07-2009
Mijn Jezus, Ik hou van u.
DE GESHIEDENIS VAN HET CHRISTENOM.
Sergius stierf enkele maanden daarna. Het monotheletisme was vanaf het begin omstreden. Sergius had met de doctrine bedoeld dat het menselijke en het goddelijke in Christus volmaakt samenwerkten, en wel zodanig dat het geen samenwerking meer was, maar de handelingen van één persoon. Veel Bazatijnse theologen waren het met hem eens, maar vele anderen interpreteerden het als dat Christus een goddelijke wil had die zijn menselijkheid overstemde. Met andere woorden ; dat Christus een als mens vermomde goddelijke persoon was en niet echt menselijk was. Zo interpreteerden de meeste mensen in het Westen de doctrine. Zij beschouwden deze nieuwe doctrine als verhuld monofysitisme en hadden totaal geen sympathie voor die stroming. Paus Johannes IV veroordeelde het in 641 Dit was de genadeklap voor Heraclius, die al een zware inzinking had door de islamitische aanvallen. Hij stierf kort daarna en werd opgevolgd door Constans II, die het decreet Tupos uitvaardigde, dat alle discussie over de wil van Christus verbood, maar compleet werd genegeerd. Bisschoppen en monniken bleven hierover met elkaar twisten en in 649 hield paus Martinus I een concillie in het Lateranenpaleis, waarbij het monotheletisme wederom werd veroordeeld, maar ook de Tupos. De verhoudingen tussen het Oosten en het Westen bekoelden behoorlijk. De paus nam een aantal theologen tegen Byzantium in bescherming, die tegen het monotheletisme waren en naar het westen waren gevlucht. Hun leider was Maximus, een monnik die persoonlijk secretaris van Heraclius was geweest. Maximus was ervan overtuigd dat het monotheletisme niets anders was dan een ontkenning van de werkelijkheid van de incarnatie, dé centrale doctrine van het orthodoxe geloof. Hij was namelijk van mening dat het hebben van een wil onderdeel is van de menselijke natuur ; een schepsel zonder menselijke wil is geen echt mens. Daarom moet Christus een menselijke en een goddelijke wil hebben gehad, die duidelijk van elkaar verschillenden, maar in perfecte harmonie samenwerkten. Constans II was het zat dat het keizerlijke theologische beleid werd bespot door deze omhooggevallen monnik en de paus en liet hem in 653 arresteren. Ze werden in Constantinopel gevangengehouden en gemarteld. Martinius werd naar Cherson verbannen, waar hij ziek en verzwakt door voedseltekort kort daarna overleed. Maximus werd verbannen naar Bizya, maar hij overleefde dit en bleef zich uitspreken tegen het monotheletisme. Dus werd hij in 662 teruggehaald naar Constantinopel en moest hij weer terechtstaan. Dit keer was de straf wreder ; zijn tong werd uitgerukt en zijn rechterhand werd afgehakt, zodat hij zijn mening niet meer mondeling of schriftelijk kon verspreiden. Hij werd door de stad geleid, zodat iedereen kon zien wat hem was aangedaan, en vervolgens verbannen naar Lazica, waar hij kort daarna overleed.
Lezing uit het boek Genesis 32,23-33. Psalmen 17,1.2-3.6-7.8.15. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 9,32-38.
Lezing uit het boek Genesis 32,23-33.
Maar nog in diezelfde nacht stond hij op, nam zijn twee vrouwen, zijn beide slavinnen en zijn elf zonen, en stak het wed van de Jabbok over. Hij nam ze mee, en zette ze over de stroom; ook heel zijn bezit bracht hij naar de overkant. Jakob zelf bleef alleen achter, en een man worstelde met hem tot het morgenrood rees. Toen deze zag, dat hij hem niet kon overwinnen, stiet hij hem tegen de bovenheup, zodat de heup van Jakob bij de worsteling werd ontwricht. Nu sprak de man: Laat mij gaan, want het morgenrood rijst. Maar hij antwoordde: Ik laat u niet gaan, tenzij ge mij zegent. Hij sprak tot hem: Hoe is uw naam? Hij antwoordde: Jakob. Hij zeide toen: Voortaan zult ge geen Jakob meer heten, maar Israël; want ge hebt met God en met mensen gestreden, en de overwinning behaald. Nu vroeg Jakob: Zeg mij uw naam! Hij sprak: Hoe vraagt ge nog naar mijn naam. Toen gaf hij hem daar zijn zegen. Jakob noemde die plaats Penoeël; want ik heb God gezien van aanschijn tot aanschijn, en ben toch in leven gebleven! De zon ging juist op, toen hij Penoeël voorbij was. Hij bleef echter mank aan zijn heup. Daarom eten tot heden toe de zonen Israëls de heupspier niet, die aan de bovenheup ligt; want hij had Jakob tegen de bovenheup gestoten, tegen de spier van het heupgewricht.
Psalmen 17,1.2-3.6-7.8.15.
Gebed van David. Jahweh, hoor naar de stem van het recht, Luister naar mijn smeken; Verhoor mijn gebed, Van eerlijke lippen gevloeid. Van uw aanschijn gaat mijn oordeel uit, Uw ogen zien scherp; Gij peilt mijn hart, doorzoekt het des nachts, Beproeft mij: maar iets verkeerds vindt Gij niet. Nu roep ik tot U; want Gij zult mij verhoren, o God; Luister naar mij, en hoor naar mijn smeken! Doe wonderen van goedheid, o Redder van die op U hopen, En die op uw rechterhand steunen. Behoed mij als de appel van uw oog, Verberg mij in de schaduw uwer vleugelen: Maar laat mij door mijn gerechtigheid uw aanschijn aanschouwen, Mij aan uw glorie verzadigen na het ontwaken!
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 9,32-38.
Terwijl ze weggingen, zie, daar bracht men Hem een stomme, die bezeten was. En toen de duivel was uitgedreven, begon de stomme te spreken. De menigte stond verbaasd, en zeide: Zo iets is nog nooit in Israël gezien. Maar de farizeën zeiden: Door den vorst der duivels drijft Hij de duivels uit. Nu trok Jesus alle steden en dorpen rond, leerde in hun synagogen, preekte het Evangelie van het rijk, en genas alle ziekten en kwalen. Bij het zien van de scharen had Hij medelijden met hen; want ze waren uitgeput, en lagen daar als schapen zonder herder. Toen zei Hij tot zijn leerlingen: De oogst is groot, maar werklieden zijn er weinig. Vraagt dus den Heer van de oogst, dat Hij werklieden zendt in zijn oogst.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
UITNODIGING AAN JEZUS IN MIJN ZIEL .(door âMyriam van Nazarethâ)
Onderstaand gebed is ingegeven om te worden verricht in aanloop naar elke Heilige Eucharistie toe, teneinde Jezus waarlijk in zich te kunnen opnemen.
O Jezus Christus, Messias van God, Rabbi van Nazareth,
Ik stel U het nederige huis van mijn ziel ter beschikking, en smeek U, wil vandaag bij mij te gast zijn om U te verzadigen aan de tafel van mijn hart, die door Uw allerheiligste Moeder is bekleed.
Zie, ik geef U alles wat ik heb, want ik heb het van Uw Vader gekregen.
Ik geef U de vruchten uit de boomgaard van mijn ziel, en de wijn van mijn liefde.
Wil Uzelf totaal in mij uitstorten, opdat mijn armoede verzadigd moge worden en ik het voedsel moge eten dat Goddelijk Leven brengt.
Verlangend open ik voor U de deur van mijn hart, opdat U mijn armzalig huis zou verrijken met Uw Tegenwoordigheid, en U in de bodem van mijn ziel het zaad zou uitstrooien van de boom die in mij de vruchten der Verlossing zal voortbrengen.
SMEEKGEBED TOT MARIA OM VOLKOMEN LIEFDE.(door âMyriam van Nazarethâ)
Lieve Moeder Maria, Koningin van de Liefde,
God heeft Uw allerheiligste ziel gevormd uit het vuur van Zijn Hart.
In U is de Goddelijke Liefde gerijpt tot de meest volmaakte vrucht van het Eeuwig Licht.
De zuivere Liefde is de volmaakte bescherming van mijn ziel tegen alle zonde en bekoring.
De zuivere Liefde is het Goddelijk vuur dat alle sporen der wereld uit mijn ziel kan wegbranden.
De zuivere Liefde is de Gods kracht die mijn hart voor eeuwig samensmelt met U.
Niets anders dan de Liefde kan mij vormen naar Uw beeld en gelijkenis.
O Moeder, hoezeer verlang ik naar U.
Hoezeer verzucht mijn hart naar de eeuwigdurende eenheid met U.
Mij is dag noch uur bekend waarop God mij zal roepen tot het oordeel over mijn leven.
Daarom smeek ik U nu om de genade van een volkomen vermogen tot liefhebben. Wil mij beademen met het vuur van Uw Hart, o eeuwig levende Vlam der Hemelen, want voor U wil ik zijn als een engel, aan Uw voeten ontbrand.
Voor U wil ik zijn als een levend kruis, ontstoken door het vuur van het Allerheiligste Bloed van het Nieuw Verbond.
Voor U wil ik zijn als de eeuwig brandende vlam die U de kilte der wereld laat vergeten.
AANROEPING TOT MARIA, MOEDER VAN TRANEN. (door âMyriam van Nazarethâ)
Lieve Moeder Maria, Moeder van Tranen,
Kom toch in mijn hart wonen, en maak mijn hele wezen vruchtbaar door de parels van smart uit Uw ogen.
Laat mij Uw bedroefde ogen zien, opdat mijn ziel geheiligd wordt door de blik waarin het beeld van het Kruis van Verlossing gebrand werd voor eeuwig.
Laat mij Uw zachte snikken horen, opdat mijn geest geheiligd wordt door de klanken die reeds de lucht boven Golgotha vervulden.
Laat mij Uw verdriet voelen, opdat mijn hart geheiligd wordt door de smart die in Uw Tempel woont.
Laat mij Uw tranen proeven, opdat zij alle woorden heiligen die mijn mond verlaten.
O bedroefde Moeder, wil mijn tranen in Uw Hart sluiten, opdat ook zij geheiligd worden en door Uw handen als een dauw van hoop over de verwonde zielen uitgespreid mogen worden.
06-07-2009
Wist u dat?
Wist u dat?
Dat het gebed Heer Jezus Christus en het Onze Vader in het Latijn, allebei uit precies 49 woorden bestaan:
Heer Jezus Christus, Zoon van de Vader, zend nu uw Geest over de aarde. laat de Heilige Geest wonen in de harten van alle volkeren, opdat zij bewaard mogen blijven voor verwording, rampen en oorlog. moge de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was, onze Voorspreekster zijn. Amen.
Pater noster, qui es in caelis, sanctificetur nomen tuum. Adveniat regnum tuum. Fiat voluntas tua, sicut in caelo et in terra. Panem nostrum quotidianum da nobis hodie, et dimitte nobis debita nostra, sicut et nos dimittimus debitoribus nostris. Et ne nos inducas in tentationem: sed libera nos a malo.
DOOR ZIJN GENADE..........
Door Zijn genade bent u gered; doordat u in Hem ging geloven. Dat is niet uw eigen verdienste, maar een geschenk van God. Niemand zal zich erop kunnen beroemen het zelf gepresteerd te hebben.
Efeziërs 2:8-9
Want als u zegt dat Jezus Christus uw Heer is en als u met uw hele hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft opgewekt, zult u gered worden.
Romeinen 10:9
Maar God heeft ons Zijn grote liefde getoond door Christus te sturen en Hem voor ons te laten sterven toen wij nog schuldige zondaars waren.
Romeinen 5:8
LITANIE VAN HET ALLERHEILIGSTE HOOFD VAN JEZUS.
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons. God, hemelse Vader, ontferm U over ons, God, H.Geest, ontferm U over ons, God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over ons, H.Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Allerheiligste Hoofd van Jezus, gevormd door de H.Geest in de schoot van de allerheiligste Maagd Maria, ontferm U over ons, Allerheiligste Hoofd van Jezus, wezenlijk verenigd met het woord van God, Allerheiligste Hoofd van Jezus, tempel van de goddelijke wijsheid, Allerheiligste Hoofd van Jezus, haard van de eeuwige klaarten, Allerheiligste Hoofd van Jezus, heiligdom van het oneindig verstand, Allerheiligste Hoofd van Jezus, voorzienigheid tegen de dwaling, Allerheiligste Hoofd van Jezus, zon van hemel en aarde, Allerheiligste Hoofd van Jezus, schat van wetenschappen en pand van geloof, Allerheiligste Hoofd van Jezus, stralend van schoonheid, rechtvaardigheid en liefde, Allerheiligste Hoofd van Jezus, vol van genade en waarheid, Allerheiligste Hoofd van Jezus, levende les van nederigheid, Allerheiligste Hoofd van Jezus, weerglans van Gods oneindige Majesteit, Allerheiligste Hoofd van Jezus, centrum van het universum, Allerheiligste Hoofd van Jezus, voorwerp van het welbehagen van de hemelse Vader, Allerheiligste Hoofd van Jezus, die de liefkozingen hebt ontvangen van de Allerheiligste Maagd Maria, Allerheiligste Hoofd van Jezus, waarop de H.Geest heeft gerust, Allerheiligste Hoofd van Jezus, die een glans van uw glorie hebt doen uitschijnen op de Tabor, Allerheiligste Hoofd van Jezus, die op aarde niets had om op te rusten, Allerheiligste Hoofd van Jezus, die de welriekende zalving van Maria-Magdalena hebt aanvaard, Allerheiligste Hoofd van Jezus, die U gewaardigd hebt aan Simon te zeggen dat hij uw hoofd niet had gezalfd bij het binnenkomen, Allerheiligste Hoofd van Jezus, badend in een zweet van bloed in Gethsemani, Allerheiligste Hoofd van Jezus, die over onze zonden hebt geweend, Allerheiligste Hoofd van Jezus, gekroond met doornen, Allerheiligste Hoofd van Jezus, onwaardig beledigd gedurende het bitter lijden, Allerheiligste Hoofd van Jezus, vertroost door het minnend gebaar van Veronica, Allerheiligste Hoofd van Jezus, die U naar de aarde hebt gebogen op het ogenblik dat Gij haar redde door de scheiding van uw ziel van uw lichaam op het kruis, Allerheiligste Hoofd van Jezus, licht van elke mens die in de wereld komt, Allerheiligste Hoofd van Jezus, onze leidsman en onze hoop, Allerheiligste Hoofd van Jezus, die al onze noden kent, Allerheiligste Hoofd van Jezus, die alle genaden uitdeelt, Allerheiligste Hoofd van Jezus, die de bewegingen van het goddelijk hart leidt, Allerheiligste Hoofd van Jezus, die de wereld bestuurt, Allerheiligste Hoofd van Jezus, die al onze handelingen zal oordelen, Allerheiligste Hoofd van Jezus, die de geheimen van onze harten kent, Allerheiligste Hoofd van Jezus, die wij willen doen kennen en aanbidden door iedereen, Allerheiligste Hoofd van Jezus, die de engelen en de heiligen verrukt, Allerheiligste Hoofd van Jezus, die wij hopen eens zonder sluier te aanschouwen,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons.
Jezus, wij aanbidden uw Allerheiligste Hoofd en wij onderwerpen ons aan al de besluiten van zijn oneindige wijsheid.
Laat ons bidden, O, Jezus, die U gewaardigd hebt aan uw dienares Teresa Higginson, in Uw onmetelijk verlangen te openbaren om uw Allerheiligste Hoofd te zien aanbidden, geef ons de vreugde het te doen kennen en vereren. Laat op onze zielen een straal vallen van Uw licht, opdat wij van klaarheid naar klaarheid zouden voortschrijden, geleid door Uw aanbiddelijke wijsheid tot aan de beloofde beloning van Uw uitverkorenen. Amen.
U Heer, bent Wonderschoon.
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
Ze gebruikten ademtechnieken en eentonige gebeden om zichzelf te hypnotiseren en de geest volledig vrij te maken van gedachten om zo God te kunnen zien. Men gebruikte het zogenaamde 'Jezusgebed' ( voor het eerst beschreven door Johannes Climacus ) , waarvan de basis eenvoudig was ; 'Jezus, zoon van God, ontferm u over mij ; een zondaar.' de woorden varieerden en soms was het niet meer dan een naam 'Jezus' die almaar werd herhaald. Gezongen op het ritme van de adem van de monnik verloor het gebed bijna alle betekenis. Maar dat was precies de bedoeling, want men probeerde een gemoedstoestand te bereiken die vrij was van gedachten, met ruimte voor God. Hoewel het veel ouder was, werd het hesychasme vooral populair en bekend in de dertiende en veertiende eeuw. In bepaalde gebieden was het omstreden. Gregorius Palamas, een vooraanstaand theoloog van de latere Byzantijnse periode, werd de grote voorvechter. Later zou het een rol spelen in de Russische spiritualiteit.
CHRISTUS OP AARDE EN CHRISTUS IN DE SCHILDERKUNST ; ONENIGHEID.
De rol van de kloosters, en zelfs de aard van het Byzantijnse geloof, werd op de proef gesteld in het ogenschijnlijk eindeloze dispuut dat de Byzantijnse Kerk eeuwenlang achtervolgde. Dit betrof de langdurige ruzie over de natuur van Christus en met name de relatie tussen het goddelijke en het menselijke in hem. We zagen in hoofdstuk 3 hoe deze kwestie voor het eerst werd bediscussieerd door Cyrillus en Nestorius, en in het vorige hoofdstuk zagen we de uitkomst vanuit het oogpunt van de monofysieten en nestorianen die niet meer communiceerden met Constantinopel. De Byzantijnen waren voor het overgrote deel trouwe aanhangers van Chalcedon, maar de Byzantijnse Kerk bleef lijden onder deze disputen en hun nasleep.
DE DRIE KAPITTELS.
In de jaren veertig van de zesde eeuw probeerde keizer Justinianus I de monofysieten terug te halen naar de kerk van Chalcedon, door hen te bewijzen dat de aanhangers van Chalcedon niet echt vermomde nestorianen waren. Hiertoe wilde hij de werken van drie beroemde theologen veroordelen die werden aanbeden door de nestorianen ; Theodorus van Mopsuestia, Theodoretus van Cyrus en Ibas van Edessa. Dit veroorzaakte veel onrust, want tot nu toe waren concilies alleen bijeengeroepen om levenden aan te pakken en zij waren al een eeuw dood. Toch kreeg Justinianus zijn zin en in 553 veroordeelde het Tweede Concilie van Constantinopel 'de drie kapittels' , passages uit de boeken van de drie theologen. Natuurlijk tuinden de monofysieten hier niet in en bleven ze Chalcedon net zo zeer haten. Het enige wat werd bereikt was een groeiende vijanschap die de nestorianen - zoals we in het vorige hoofdstuk zagen, woonden zij vooral in Perzië - voelden tegenover de Byzantijnse Kerk. Alsof het nog niet genoeg was om de ongevaarlijke Nestorius een eeuw eerder af te zetten, hadden de onrechtvaardige Byzantijnen nu de gerespecteerde Theodorus van Mopsueestia veroordeeld ! Vanuit de Byzantijnse orthodoxie was de 'driekapittelstrijd' een mislukking, want het had niet geleid tot de verzoening met de monofysieten. Echt schadelijk was het ook niet ; de woedende nestorianen waren toch allemaal ketters en buitenlanders. Het Tweede Concilie van Constantinopel werd zelfs geaccepteerd als het vijfde oecumenische concilie. Veel erger was de volgende poging om de monofysieten te verleiden, acht jaar later, die de monotheletische strijd veroorzaakte.
MONOTHELETISME.
Het monotheletisme was een betreurenswaardig geestesproduct van Sergius, patriarch van Constantinopel in de vroege zevende eeuw. Als goede vriend van keizer Heraclius en zoon van Syrische Jakobieten wilde Sergius de aanhangers van Chalcedon en de monofysieten graag verzoenen. Hij geloofde dat het voor de monofysieten het belangrijkste was dat Christus maar één natuur had. Maar waarom, beredeneerde Sergius, moet elke natuur een 'wil' hebben ? Daarom suggereerde hij dat Christus twee naturen had ( net als Chalcedon deed ) maar slechts één 'wil' , die zich in zijn lichaam bevond ( iedereen was het erover eens wat dat hij er daar maar één van had ). Keizer Heracluis bleek ontvankelijk voor dit idee en in 638 vaardigde hij zijn beroemde decreet uit getiteld Ekthesis, waarin hij de kerk de doctrine voorschreef van het monotheletisme ; 'één wil'.
Lezing uit het boek Genesis 28,10-22. Psalmen 91(90),1-2.3-4.14-15. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 9,18-26.
Lezing uit het boek Genesis 28,10-22.
Toen Jakob van Beër-Sjéba was afgereisd en naar Charan trok, kwam hij op een plaats, waar hij wilde overnachten, omdat de zon reeds was ondergegaan. Hij legde dus een van de stenen, die daar lagen, bij wijze van kussen onder zijn hoofd, en begaf zich op die plaats ter ruste. Daar had hij een droom: zie, op de aarde stond een ladder, waarvan de top tot de hemel reikte; en de engelen Gods klommen erop en daalden eraf. En zie, Jahweh stond naast hem, en sprak: Ik ben Jahweh, de God van uw vader Abraham En de God van Isaäk! Het land, waarop ge ligt, Zal Ik u en uw nageslacht geven. Uw geslacht zal wezen Als het stof van de aarde: Gij zult u uitbreiden naar het westen en het oosten, Naar het noorden en het zuiden; In u en uw zaad Zullen alle geslachten der aarde worden gezegend! Ik ben met u; Ik zal u behoeden, waar gij ook gaat, En u terugvoeren naar dit land. Neen, Ik zal u niet verlaten, Totdat Ik heb volbracht, wat Ik u heb beloofd! Jakob ontwaakte uit zijn slaap, en sprak: Waarachtig; Jahweh is hier, en ik wist het niet. Hij werd met ontzetting vervuld, en sprak: Hoe ontzagwekkend is deze plaats; dit is het huis van God en de poort van de hemel. De volgende morgen nam Jakob de steen, waarop zijn hoofd had gerust, richtte die tot een gedenksteen op, en goot er olie over uit. Hij noemde die plaats Betel, terwijl de stad vroeger Loez had geheten. Daarna deed Jakob de volgende gelofte: Als God met mij is, mij behoedt op de reis, die ik onderneem, mij voedsel geeft om te eten, een kleed om mij te kleden, en mij in vrede terugbrengt naar mijn vaderlijk huis: dan zal Jahweh mij tot God zijn, de steen, die ik als gedenkteken heb opgericht, een Godshuis worden, en zal ik U het tiende schenken van alles, wat Gij mij geeft!
Psalmen 91(90),1-2.3-4.14-15.
Wie onder de hoede van den Allerhoogste verblijft, En in de schaduw van den Almachtige woont, Mag zeggen tot Jahweh: "Mijn toevlucht en sterkte, Mijn God, op wien ik vertrouw!" Want Hij behoedt u voor de strik van den jager, En voor de verraderlijke kuil; Hij zal met zijn vleugelen u dekken, En onder zijn wieken vindt gij een schuilplaats. "Omdat hij Mij liefheeft, zal Ik hem redden, En omdat hij mijn Naam kent, hem beschermen; Roept hij Mij aan, Dan antwoord Ik hem." Ik zelf sta hem bij in de nood; Ik red hem en herstel hem in ere:
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 9,18-26.
Terwijl Hij zo tot hen sprak, zie, daar kwam een overste naar Hem toe, wierp zich voor Hem neer, en zeide: Heer, zo juist is mijn dochter gestorven; maar kom, leg haar de hand op, en ze zal leven. Jesus stond op, en volgde hem met zijn leerlingen. En zie, een vrouw, die twaalf jaar lang aan een bloedvloeiing leed, trad achter Hem aan, en raakte de zoom van zijn kleed aan. Want ze zei bij zichzelf: Als ik alleen maar zijn kleed aanraak, ben ik genezen. Jesus keerde Zich om, zag haar, en sprak: Wees welgemoed, mijn dochter; uw geloof heeft u gered. Van dat ogenblik af was de vrouw genezen. En toen Jesus in het huis van den overste kwam, en de fluitspelers zag en het luidruchtige volk, zeide Hij: Gaat heen; want het meisje is niet dood, maar het slaapt. Men lachte Hem uit. Nadat de menigte verwijderd was. trad Hij binnen, en vatte haar bij de hand. En het meisje stond op. De roep hierover verspreidde zich door heel die streek.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
Liefdesgroet aan Maria.
Lieve Moeder Maria, mijn beminnelijke Moeder, van liefde ontvlamd vlucht ik in Uw armen om U de roos van mijn hart te geven.
Ik bemin U, o Maria, omdat U Jezus hebt gebaard tot redding van mijn ziel.
Ik bemin U, o Maria, omdat Uw engelachtige zuiverheid de vloek van de erfzonde voor de mensheid heeft opgeheven.
Ik bemin U, o Maria, omdat U al mijn schulden verdrinkt in de tranen die U sedert Kalvarie hebt gestort.
Ik bemin U, o Maria, omdat U mijn ziel voedt met het sap der Hemelse Genaden.
Ik bemin U, o Maria, omdat U al mijn zonden omhult met de heilige adem van Uw Voorspraak.
Ik bemin U, o Maria, omdat U mijn Moeder wil zijn, die voor mij schatten bereidt in het Rijk der Hemelen.
Ik bemin U, o Maria, omdat mijn zondigheid U niet weerhoudt om al mijn wonden en pijnen in Uw Hart te sluiten.
Ik bemin U, o Maria, omdat U de kop van de satan zult verpletteren tot bevrijding van de wereld uit de ketenen van het kwaad.
Ik bemin U, o Maria, omdat Uw brandende Liefde mij zal redden op de dag van het Oordeel.
Ik bemin U, o Maria, omdat U in mijn stervensuur op mij zult wachten om mij naar de eeuwige Gelukzaligheid van de Hemel te leiden.
O Hemelse Moeder, aanvaard elke klop van mijn hart als een bloem van dankbaarheid en vreugde, want ik heb U toch zo lief. AMEN.
Mijn Jezus, U hebt Uw leven gegeven als losprijs voor velen. In vergelijking met U ben ik slechts wat schamele pasmunt, doch moge God mijn zelfgave beschouwen als de penning van de arme weduwe.
Spreek zo vaak mogelijk de namen Jezus of Jezus Christus en Maria uit. God zelf heeft deze namen gekozen en ze een enorme kracht gegeven. De krachten van het kwaad sidderen voor deze namen. Deze namen een aantal malen met liefde en vuur uitspreken, vormt op zichzelf reeds een machtig gebed.
Liefdesgroet aan Jezus.
O Jezus, levend Teken van Gods Liefde voor mij, aangestoken door het vuur van het Kruis kust mijn ziel Uw Hart dat voor het Heil van de hele mensheid is doorstoken.
Ik bemin U, o Jezus, omdat U de zelfvernedering van Uw Menswording hebt aanvaard om alle verloren zielen tot erfgenamen van God te maken.
Ik bemin U, o Jezus, omdat U in Maria's Moederschoot de heiligheid van het menselijk wezen hebt hersteld.
Ik bemin U, o Jezus, omdat de woorden uit Uw mond de mensheid van haar dwalingen willen bevrijden.
Ik bemin U, o Jezus, omdat U Uw Lichaam totaal hebt laten vernietigen opdat mijn ziel voor eeuwig zou leven.
Ik bemin U, o Jezus, omdat Uw vrijwillige overgave aan het smartelijkste Lijden de verwoestende gevolgen van de zonde in al haar vormen heeft uitgeboet.
Ik bemin U, o Jezus, omdat U al Uw Bloed hebt vergoten om mijn ziel een Goddelijk Bad van heiliging te bereiden.
Ik bemin U, o Jezus, omdat U het beeld van Uw Kruis in mijn hart hebt gedrukt als wegwijzer naar het eeuwig Geluk.
Ik bemin U, o Jezus, omdat Uw pijnlijke dood een nooit opdrogende Bron van Genaden voor alle zielen heeft ontsloten.
Ik bemin U, o Jezus, omdat U Uw reddende Tegenwoordigheid in stand blijft houden in elke Eucharistie op de altaren van Uw Kerk.
Ik bemin U, o Jezus, omdat Uw Barhartige Liefde de hoop laat bloeien in mijn bevlekte ziel.
O Gekruisigde Broeder, ik vertrouw mijn ziel toe aan de voet van het Kruis, opdat zij U als een bloem zou toelachen tijdens Uw eeuwigdurend Kruisoffer voor alle zielen, want ik heb U toch zo lief. AMEN.
Mensen kunnen door het leven flink teleurgesteld worden. Zij raken daardoor soms zo verbitterd dat zij het niet langer kunnen opbrengen om God te beminnen. Een God die de mens liefheeft, kan niet toelaten dat diezelfde mens lijdt, zo luidt dan de redenering. Dat is een dwaling. In het lijden schuilt een onmetelijk verborgen geschenk, want in het lijden groeien voor de ziel de bloemen die zij na dit aardse leven in de Tuin des Hemels zal vinden, op de plaats die God voor haar heeft bereid. Doordat de wereldse realiteit de enige is die de mens dagelijks aan den lijve ervaart, heeft hij in zijn beproevingen en lasten meestal geen boodschap aan een vertroosting voor het eeuwig Leven, dat hij nu nog niet kan zien en dat daarom voor hem onzeker lijkt. Daarom is alle lijden een geloofstest.
TOEWIJDING VAN DE LEVENSAVOND AAN MARIA.
Lieve Moeder Maria,
De weg die God in mijn ziel had geschreven, heb ik bijna voltooid.
Vreugde en smart heb ik gekend, net zoals U.
God heeft mij oneindig méér bemind dan ik ooit heb vermoed. De dag nadert waarop Zijn Liefde in volle glorie over mijn ziel zal stralen voor de eeuwigheid.
Aan Uw hand, o Moeder van iedere mens, wil ik het Land van Belofte tegemoetgaan, dat mij door God is bereid, waar geen wolken zijn en waar bloemen niet verwelken. Slechts aan Uw hand geleid, kan ik mij veilig weten in de gevaren, want mijn aardse reis heeft mij zo verzwakt. Daarom wijd ik mij aan U toe in dit avonduur, opdat mijn vermoeide hart de vrede moge vinden en ik bij God genade moge vinden wanneer de sterren mij begroeten.
O Maria, U hebt mij gevolgd vanaf mijn eerste kreetjes. Een leven lang hebt U gewacht tot ik U "Moeder" zou noemen. Nu geef ik U alles wat ik U nooit heb gegeven.
Elke lach, elk moment van stil geluk leg ik in Uw Moederhart dat de kleine Jezus in de kribbe heeft aanschouwd.
Alle zorgen om mijn dierbaren leg ik in Uw zorgend Hart dat de vermiste twaalfjarige Jezus zocht in de diepste pijn.
Elk verdriet, elke kwelling van mijn hart leg ik in Uw verscheurd en Smartvol Hart aan de voet van het Kruis van Jezus.
Elk moment van twijfel aan God en mijn eeuwig geluk leg ik in Uw Hart van Stille Zaterdag, dat wist dat Jezus zou verrijzen en dat de dood geen einde is, doch het begin van iets oneindig moois voor wie gelooft.
Elke pijn, elke ziekte leg ik in Uw allerzuiverste handen. O bind ze toch vast aan het Verlossende Kruis van Uw Zoon, opdat zij mogen dienen tot uitboeting van alles wat ik over mijn leven betreur.
Ik geef U de blijheid en zorgeloosheid van mijn jonge dagen, toen het nog leek of de zon nooit zou ondergaan.
Ik geef U al mijn dagen waarop wolken mijn gemoed overschaduwden en regen slechts een weerspiegeling was van de tranen in mijn hart.
Nu geef ik U de avond die mijn levensweg kust. O Moeder, wat is de zon mooi wanneer U mijn hart begroet vóór de schemering valt.
Ik geef U mijn spijt over alles wat ik in mijn zwakheid heb verzuimd, en mijn berouw over alle zonden die mijn ziel hebben bevlekt. Was mij, o tedere Moeder, in Uw tranen van Liefde en Verzoening, en ik zal eeuwig leven.
Meer dan ooit in mijn zo bewogen dagen op Gods wegen wil ik U nu toebehoren, o Koningin van de Hemel, Moeder van Jezus en mijn Moeder, want U hebt de macht om mij voor Gods Aanschijn van mijn schulden te bevrijden, en de Liefde om mij toe te dekken in het bed van de Hemelse rust, waarin alle pijnen der wereld worden gezalfd door de rozen der Verlossing die Jezus en Uzelf op Kalvarie voor mij hebben geplant. AMEN.
Opmerking :
U kunt deze toewijding ook bidden in naam van Uw dierbaren. Zeg in dat geval tot Maria : "Liefhebbende Moeder Maria, ik bied U dit gebed aan tot toewijding van ..... (zijn/haar naam). Wil het aanvaarden alsof het door hem/haar zelf tot U werd gericht".
04-07-2009
Prophets, Visionaries and Seers.
PREPARE, PREPARE! FINAL MESSAGE FROM JESUS TO THE LITTLEST OF SERVANTS FOR THE WORLD
The Lord's Prayer.
SMEEKGEBED TOT JEZUS, GODDELIJKE BRON DER WONDEREN.
Lieve Jezus, Messias van God, heb medelijden met mijn zwakke ziel.
U die noch de woestijn noch de vallei der doden hebt geschuwd, wil mij toch bezoeken in de duistere grot van mijn armzaligheid.
Bestrijk toch mijn blinde ogen, opdat ik alle wonderen van Gods Licht moge zien.
Open toch mijn dove oren, opdat ik het bezielende gefluister van de Heilige Geest moge horen.
Wil toch al mijn zonden en fouten vergeven, opdat ik moge genezen van de verlamming die mij verhindert om Gods wegen te gaan.
Wil toch uit mij elke onreine geest verdrijven, opdat ik niet langer werken van duisternis zou betrachten.
Wil mij toch genezen van mijn stomheid, opdat ik Gods Liefde moge verkondigen.
Spreek toch in mij Uw bevrijdende woord Ik wil, word rein, opdat mijn ziel moge genezen van haar melaatsheid.
O spreek toch in mij Uw woord Mijn vrede zij met u, opdat ik moge genezen van de koorts en de onrust van de ziel die U door haar overtredingen heeft gekruisigd.
O Jezus, wil mij nu opwekken uit de dreigende dood van mijn ziel, opdat ik in andere stervenden het zaad van de Liefde moge uitstrooien als getuige van Gods Wonderwerken. AMEN.
Lezing uit het boek Genesis 27,1-5.15-29. Psalmen 135(134),1-2.3-4.5-6. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 9,14-17.
Lezing uit het boek Genesis 27,1-5.15-29.
Intussen was Isaäk oud geworden en werden zijn ogen zo zwak, dat hij niet meer kon zien. Daarom riep hij zijn oudsten zoon Esau, en zei hem: Mijn zoon! Deze antwoordde: Hier ben ik! Hij sprak: Zie, ik ben oud geworden, en weet niet, wanneer ik zal sterven. Neem daarom uw jachttuig, pijlkoker en boog, ga het veld in, en schiet voor mij een stuk wild; maak het smakelijk voor me klaar, zoals ik het graag heb, en breng het me hier, om op te eten. Dan zal ik u zegenen, vóór ik sterf. Maar Rebekka had afgeluisterd, wat Isaäk tot zijn zoon Esau had gezegd. En toen Esau het veld was ingegaan, om een stuk wild voor zijn vader te schieten, Daarna nam Rebekka de beste kleren van haar oudsten zoon Esau, die ze bij zich thuis had, en trok die haar jongsten zoon Jakob aan; de vellen van de geitebokjes trok ze over zijn handen en over het onbehaarde deel van zijn hals. Vervolgens reikte zij haar zoon Jakob de smakelijke schotel met het brood, dat zij gebakken had. Nu ging hij naar zijn vader en sprak: Vader! Deze antwoordde: Ja, mijn jongen, wie zijt ge? En Jakob zei tot zijn vader: Ik ben Esau, uw eerstgeborene; ik heb gedaan, wat ge mij gezegd hebt. Ga dus overeind zitten, en eet van het wild; dan kunt ge me zegenen. Maar Isaäk vroeg zijn zoon: Hoe hebt ge dat zo gauw kunnen vinden, mijn jongen? Deze antwoordde: Jahweh, uw God, heeft het mij tegemoet gestuurd. Maar nu beval Isaäk aan Jakob: Kom dichter bij, mijn jongen; dan kan ik u eens betasten, of ge werkelijk mijn zoon Esau zijt of niet. Jakob trad dus op zijn vader Isaäk toe. Deze betastte hem en sprak: De stem is de stem van Jakob, maar de handen zijn de handen van Esau. Hij herkende hem niet, omdat zijn handen behaard waren als de handen van Esau, zijn broer. En toen hij hem wilde zegenen, sprak hij nog: Ge zijt toch wezenlijk mijn zoon Esau? Hij antwoordde: Ja, dat ben ik. Toen zei hij: Dien het mij op, en laat mij eten van het wild van mijn zoon; dan zal ik u zegenen. Hij zette het hem voor, en hij at; daarna bracht hij hem wijn, die hij dronk. Nu sprak zijn vader Isaäk tot hem: Kom hier, mijn zoon, en kus mij. Hij trad nader, en kuste hem. En toen hij de geur van zijn kleren rook, zegende hij hem, en sprak: Zie, de geur van mijn zoon Is als de geur van een akker, Door Jahweh gezegend. God schenke u dauw van de hemel, En het vette der aarde, Met overvloed van koren en most. Volken zullen u dienen, En naties zich voor u buigen. Wees een vorst over uw broeders, De zonen uwer moeder werpen zich voor u neer. Vervloekt, die u vloekt, Maar gezegend, die u zegent!
Psalmen 135(134),1-2.3-4.5-6.
Halleluja! Looft Jahwehs Naam, Looft Hem, dienaars van Jahweh: Gij, die in het huis van Jahweh staat, In de voorhoven van het huis van onzen God! Looft Jahweh: want Jahweh is goed, Verheerlijkt zijn Naam: want die is zo lieflijk; Want Jahweh heeft Zich Jakob verkoren, En Israël tot zijn bezit! Ja, ik weet het: Jahweh is groot, Onze Heer boven alle goden verheven; Jahweh doet wat Hij wil In hemel en aarde, in zeeën en diepten.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 9,14-17.
Nu kwamen de leerlingen van Johannes naar Hem toe, en zeiden: Waarom vasten wij en de farizeën, en vasten uw leerlingen niet? Jesus sprak tot hen: Kunnen de bruiloftsgasten treuren, zolang de bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen, dat de bruidegom van hen wordt weggenomen; dan zullen ze vasten. Niemand zet een lap nieuw laken op een oud kleed; want de opgezette lap trekt het kleed uiteen, en er ontstaat nog groter scheur. Ook doet men geen nieuwe wijn in oude zakken; anders bersten de zakken, de wijn loopt weg, en de zakken gaan verloren. Maar nieuwe wijn doet men in nieuwe zakken; dan blijven beide behouden.