Foto
TOESPRAAK VAN PATER PETAR
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7
  • Deel 8
  • Deel 9
  • Foto
    Foto
    Het  logo  van  het  Bisdom  Gent  van  MG.  Van  Looy
     
    Origen
    Quantcast
    Met hulp en medewerking van John Pont is dit blog gemaakt
    HOUD UW LAMPEN BRANDEND.
         Image and video hosting by TinyPic
    For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
     2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt
    Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois
    Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Wonder

    29-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onderrichting van de Allerheiligste Maagd Maria .

    HET VUUR DES HEMELS

    De Tien Geboden van de Ware Liefde

     Onderrichting van de Allerheiligste Maagd Maria

    over de Bestanddelen van de Ware Liefde

     Het begin van al het geschapene is God. De ware scheppende kracht is de Liefde. Het is door de Liefde dat God alles schept, en waardoor Hij het meest bevoorrechte van Zijn Werken, de mensenziel, verlost en heiligt. De Liefde is het Vuur uit Gods Hart, het Vuur dat Licht en warmte verspreidt en de hele schepping loutert. De Liefde is de essentie, de grondstof en brandstof van het Leven. Hoe groter en sterker de Liefde, des te meer bloeit het ware Leven, en benadert het de volmaaktheid van het Goddelijk Leven, dat uit niets anders is opgebouwd dan uit Liefde. Wanneer de Liefde wordt verzwakt, begint het levende het Leven te verliezen, stroomt alle Licht, warmte en zuiverheid eruit weg, en vervalt het in duisternis, kilte en onreinheid.

    Dit proces kan het beste worden geobserveerd in het meest bevoorrechte Werk van God, de mensenziel. De ziel waarin de ware Liefde bloeit, verspreidt Licht, warmte en reinheid om zich heen. Naarmate de ziel de ware Liefde verliest, vervalt zij steeds dieper in duisternis, kilte, onreinheid en onvruchtbaarheid: de zieleakker wordt winters, hij verliest de bloeikracht van de eeuwige lente.

    Elke toegeving aan een bekoring komt erop neer, dat de ziel niet kiest voor de ware Liefde, want het toegeven aan een bekoring is het bewandelen van een brug die de ziel naar het land van de zonde leidt. Een handeling, woord, gedachte, gevoel of verlangen zijn zondig wanneer zij de ziel afscheiden van Gods Hart, met andere woorden: wanneer de ziel daardoor een werk doet dat niet past binnen de Werken die God via de zielen wil volbrengen. In de zonde vaart de ziel een koers die niet door God is gepland. Aangezien alle Werken van God door niets anders gedreven worden dan door de ware, volmaakte Liefde, is elke zonde dus een overtreding tegen de Liefde. Precies zo moeten wij het begrijpen dat de ziel door elke zonde een deeltje van het ware Leven verliest, en dat de ziel door regelmatig zondigen geleidelijk sterft. De dood van de ziel is de toestand waarin de ziel zo ver van God gescheiden raakt dat zij niet meer in staat is om haar wil en haar werken in dienst van Gods Werken en Plannen te stellen, doordat zij de ware Liefde, de drijvende kracht van het Goddelijk Leven, uit zich heeft laten wegvloeien. Wij moeten het ons zo voorstellen, dat elke overtreding tegen Gods Wet, elke ondeugd en elke zonde, een lek slaat in de ziel. Hoe meer de ziel zondigt, des te sneller lopen in haar de voorraden der genade leeg en des te minder is zij nog in staat om nieuwe genaden vast te houden. De ziel houdt aldus het voedsel dat God haar aanreikt om te leven en te functioneren, niet meer vast, en kwijnt weg. Zij wordt hierdoor volledig onwerkzaam binnen Gods Plannen en Werken.

    De ziel waarin de ware Liefde sterft, verandert inwendig stap voor stap in het aanvoelen van zichzelf en haar omgeving, in haar benadering van het leven en in haar relatie tot God en tot de schepselen. Doordat deze ziel van God wegdrijft, wordt zij steeds minder gevoed door de gesteldheden die eigen zijn aan Gods Tegenwoordigheid: Liefde, hoop, geloof, moed, vertrouwen, geborgenheid, blijheid, zuiverheid, verdraagzaamheid... Integendeel zal zij geleidelijk aan ten prooi vallen aan angst, onzekerheid, onverdraagzaamheid, twijfel en andere gesteldheden die door de duisternis worden geïnspireerd als bronnen van gif voor het vermogen om God nabij te weten.

    Doordat de ware Liefde de kracht van God Zelf is, en al Zijn Werken kenmerkt, kunnen wij de volgende stelling voor ogen houden: “Breng de schepselen de ware Liefde, en je zult hen bevrijden; beroof hen van het vermogen om waarlijk lief te hebben, en je levert hen over aan innerlijke duisternis die stap voor stap het ware Leven uit hen laat wegvloeien”. Elke ziel is geroepen om Gods Werken op aarde te doen. Ware verlossing en heiliging zijn het deel van de ziel die aan deze roeping beantwoordt. Op elke mensenziel rust de verplichting, Gods Tegenwoordigheid en Zijn Werken te vertegenwoordigen naar al haar medeschepselen toe (mens en dier, en zelfs de plantenwereld). De ziel kan dit slechts op één wijze: door de verspreiding van de ware Liefde.

    Wat is de ware Liefde? De Koningin van Hemel en aarde en Meesteres van alle zielen toont ons de ware Liefde als een vuur dat wordt gevormd uit een aantal vlammen. Zij roept de zielen er nu toe op, deze vlammen in zichzelf tot volle ontwikkeling te brengen, opdat de zielen worden tot draagsters van Hemels vuur dat de schepping het ware Leven, Licht, warmte en loutering moet brengen. Deze oproep is dringend, omdat de hele schepping op nooit eerder geziene schaal ten prooi is aan werken van duisternis. De ware Liefde stroomt uit Gods Hart in de eerste plaats naar de mensenzielen toe, en deze laatsten dragen de verantwoordelijkheid om deze Liefde in te bouwen in hun werken, woorden, gedachten, gevoelens en verlangens. In steeds meer zielen gaat de stroming van de ware Liefde verloren, zodat deze over steeds minder zielen en dieren wordt verspreid. Het gevolg is, dat Gods Tegenwoordigheid in de schepping steeds minder duidelijk merkbaar wordt. Ontelbare mensenzielen en dieren zijn slachtoffers van de talloze onderbrekingen in de stroming van de ware Liefde doordat zovele mensenzielen niet meer in staat zijn om deze door te geven, of hun vrije wil niet in dienst van Gods Wil stellen en hun leven daardoor niet meer in dienst van het grote Heilsplan staat. De schepping kan slechts hersteld worden, en alle ellende kan slechts van de aardbodem verdwijnen, naarmate méér mensenzielen het vuur van de ware Liefde naar méér medeschepselen – mens en dier – brengen.

    Hoe vervult de mensenziel haar roeping als draagster van Gods Liefde? De ziel draagt in zich een aantal vermogens, die ieder op zich kunnen oplaaien als vlammen. In de mate waarin deze vlammen oplaaien en in de vrije wil van de ziel met elkaar versmelten, ontwikkelt zich een vuur dat de ziel in staat stelt, een afstraling van God te worden. Inderdaad, in de vrije wil, want of de ziel de ware Liefde om zich heen verspreidt of niet, wordt bepaald door de mate waarin zij haar vrije wil opoffert aan de Werken die God door haar heen wil volbrengen. In de ziel die haar vrije wil in de vuuroven van Gods Wil werpt om uitsluitend Zijn Werken te doen, volgens de Wil van God, kan God Zijn genaden volledig en onbeperkt ontplooien. Deze ziel kan zelf worden tot een vuuroven van Goddelijke Liefde. Ziehier de vlammen die elke ziel in zichzelf moet aanwakkeren:

    De bestanddelen van de ware Liefde: Alle componenten van de Liefde vormen samen de ware bouwstenen van de ziel. Om deze reden verwondt elke afwijking van de Liefde in de eerste plaats onze eigen ziel. Wanneer de ziel het vuur van de ware Liefde in zich laat kwijnen, lijdt zij zelf als eerste onder de koude en duisternis. De ware Liefde is de kracht die het ware Leven doorgeeft en in stand houdt. Door een medemens of een dier ware Liefde te schenken, kunt U in dit medeschepsel de levenskracht verhogen. Dat komt doordat U door ware Liefde in Uw medeschepsel het contact met God Zelf versterkt. U vertegenwoordigt dan de kracht van God Zelf naar dit schepsel. Ziehier de leidraad die de Meesteres van alle zielen de kinderen Gods geeft voor een heropleving van hun eigen levenskracht en deze in elk medeschepsel, mens en dier. Zij nodigt de zielen ertoe uit, onder Haar begeleiding de volgende tien bestanddelen van de ware Liefde in zich tot bloei te brengen. Maria noemt de desbetreffende regels de Tien Geboden van de Ware Liefde:

    1. Vergevingsgezindheid. Het vergt een oprechte liefde, alles te vergeven wat een medeschepsel ons heeft aangedaan. Het vermogen om te vergeven kan slechts waarlijk bloeien in een nederig hart, dat eigen leed minder belangrijk acht dan dat een medeschepsel bezwaard zou blijven onder de schuld van een begane fout. Vergeving werkt buitengewoon louterend in de eigen ziel, doordat zij in Gods Hart genaden vrijmaakt voor de ziel die vergeeft. Door onze medemens te vergeven voor zijn fouten jegens ons, sporen wij God ertoe aan, ons te vergeven voor fouten die wijzelf hebben begaan. Door deze zuivering verhoogt de levenskracht van de ziel, en wordt zij beter in staat om Gods Liefde in zich op te nemen.

         Naarmate de ziel meer vervuld wordt van de ware Liefde, kan zij deze ook beter op andere schepselen overdragen. De ziel die weet te vergeven aan een ziel die jegens haar een schuld draagt, wordt in bepaalde gevallen tot een levensredder, want een ziel die niet vergeven wordt, kan soms jarenlang in al haar werken verlamd of geremd worden, en kan het moeilijk krijgen om nog “aansluiting te vinden” met Gods Hart. Indien elke ziel van harte zou vergeven aan ieder die ooit jegens haar heeft misdaan, zou de wereld van een onvoorstelbare last aan schulden bevrijd en de duisternis van een buitengewoon machtig wapen beroofd worden: door zielen ertoe aan te sporen, wrok te blijven koesteren, houdt de satan zowel de schuldige als het slachtoffer vaak jarenlang in zijn greep. Niets snijdt de harten zo snel en zo grondig af van God, als een gebrek aan vergeving onder zielen.

         Maria roept elke ziel ertoe op, vandaag een begin te maken met oprechte en totale vergeving aan elk medeschepsel dat een schuld heeft jegens haar. Indien dit door omstandigheden moeilijk of niet mogelijk is in een open gesprek, geldt ook de vergeving in het hart. Vergeving schenken, heeft ook waarde over de grenzen van de dood heen: vergeef nu nog van harte aan overledenen die eventueel gestorven zijn in staat van onmin met U. Deze vergeving wordt nu nog ingepast in het tijdeloze Heilsplan van God.

    2. Hulpvaardigheid. Elk wezen – mens of dier – heeft zijn eigen onvermogens en zwakke punten. Al het geschapene leeft in een stoffelijk lichaam dat behoeften heeft, dat begrensd is qua krachten, en dat gevoelig is voor ziekte, ongemak, pijn, vermoeidheid en moreel leed. Het behoort tot de voornaamste levenstaken voor elke ziel, haar medeschepsel (mens en dier) te hulp te komen in deze noden. Hoe groot is het in Gods ogen wanneer een ziel een andere ziel behulpzaam is, zelfs in kleine dingen.

         Door behulpzaamheid stelt U een medeschepsel in staat, zijn eigen taken binnen Gods Heilsplan beter of vlotter te volbrengen. De verplichting tot behulpzaamheid strekt zich ook uit tot hulp en zorg jegens dieren. Elk dier vervult een eigen opdracht binnen het grote Plan van God. Door een dier te verzorgen, het met liefde te omringen, het voedsel of een onderkomen te verschaffen, draagt U bij tot het scheppen van een nieuw evenwicht binnen de zwaar verstoorde schepping, door de ware Liefde vlotter te laten doorstromen. Maria wijst er met klem op, dat elke mensenziel de verplichting draagt, Gods Liefde te vertegenwoordigen, niet slechts naar haar medemensen, doch ook naar de dieren toe.

         Zij roept elke ziel ertoe op, vanaf vandaag de hulpvaardigheid jegens elke medemens en jegens elk dier dat op haar levenspad komt, een vaste plaats te geven in de werkzaamheden van elke dag. Een aanvullende stap is deze: dat men belangstelling koestert voor de behoeften van elk medeschepsel. Wanneer U Uw medeschepsel – mens of dier – op een gezonde wijze observeert (dit wil zeggen: vrij van ziekelijke nieuwsgierigheid voor wereldse dingen) kunt U leren zien hoe zijn gedrag op bepaalde noden wijst, waaraan U dan kunt trachten tegemoet te komen. Belangstelling hebben voor de behoeften van een medeschepsel, betekent eveneens: vooruitlopen op een behoefte. Bijvoorbeeld: er rekening mee houden dan een gehandicapt mens misschien niet zelf een deur kan openmaken; er rekening mee houden dat een zieke niet zelf boodschappen kan doen; in de winter buiten voedsel voorzien voor dieren...

    3. Begrip. Elk schepsel heeft er nood aan, begrepen te worden. Door begrip te tonen voor de gesteldheden en handelingen van een medemens, toont U aan God dat U de werkingen van Zijn Voorzienigheid aanvaardt, die Uw medemens zo heeft gemaakt, met al zijn eigenheden. Begrip hebben voor Uw medemens, betekent niet dat U ook zondige handelingen moet goedkeuren. In het negende gebod van de ware Liefde zien wij dat het deel uitmaakt van onze levenstaak tot verspreiding van de ware Liefde, dat wij onze medemens onderrichten in de echte Waarheid.

        Begrip hebben voor de medemens, betekent echter dat men de medemens niet oordeelt, niet veroordeelt, en zich niet laat verleiden tot onenigheid over de waarde (of waardeloosheid) van de standpunten en levenswijze van de ander. Op deze wijze stelt U Uw medemens in staat om de rol te spelen die God voor hem heeft voorzien, binnen de tijd die Gods Voorzienigheid daartoe beschikt. Dit betekent, dat U hem met liefde mag wijzen op vergissingen, fouten of verkeerde voorstellingen, hem daarbij mag onderrichten in de echte Waarheid, doch verder geen inbreuk mag plegen op zijn vrije wil. Wij moeten er steeds rekening mee houden dat een ziel haar redenen heeft om op een welbepaalde manier te leven en te handelen. Het is de taak van elke ziel, dit te respecteren, en elke eventueel gewenste verandering hierin in gebed aan Gods Voorzienigheid toe te vertrouwen.

         Elk gebrek aan begrip voor de medemens – en voor de eigenheid van een dier – blokkeert de stroming van de Liefde tussen schepselen, en geeft uitdrukking aan een vorm van protest tegen Gods Wijsheid die toestaat dat dit medeschepsel – permanent of tijdelijk – zo is. Gebed of offers om iets te veranderen indien dit binnen Gods Plannen en Werken past, is het enige gezonde alternatief, omdat men hierdoor een akte van vereniging met Gods Wil stelt en via deze weg nieuwe uitstortingen van Liefde over de betreffende medemens mogelijk maakt.

        Onze medeschepselen begrijpen, kunnen wij slechts in de mate waarin ons inlevingsvermogen zich ontwikkelt. De ziel die zich in een medemens of dier kan inleven, leert als het ware doorheen de ogen van dit medeschepsel naar de leefwereld te kijken, en begrijpt zo veel beter waarom dit schepsel zich op een bepaalde manier gedraagt. Inleving wordt mogelijk gemaakt door een hoge mate aan bezieling door Gods Geest. Dit vermogen zou men kunnen beschouwen als de drie benen van een driehoek: de drie punten zijn God, Uzelf en het medeschepsel; de drie benen van de driehoek worden gevormd door het inlevingsvermogen, dat God, Uzelf en het andere schepsel in de drie richtingen met elkaar verbindt. Inleving schept dus een grote mate van eenheid met het medeschepsel terwijl men het hart op dit medeschepsel richt, en deze eenheid wordt rechtsreeks vanuit Gods Hart gevoed.

    4. Zelfverloochening. Geen groter Liefde kan iemand hebben, dan dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. zo sprak reeds Jezus. “Zijn leven geven” is een begrip dat veel verder reikt dan het gewone taalgebruik laat vermoeden. U kunt Uw leven geven door letterlijk te sterven, maar U kunt het ook geven door aan Uzelf te sterven. Dit kan door offers te brengen of door boete te doen, en de vruchten van deze offers en boete aan Maria af te staan ten behoeve van zielen of, in het algemeen, van medeschepselen (ook voor dieren kan men offers brengen, die in Gods ogen heel verdienstelijk zijn).

         Zelfverloochening is het terzijde schuiven van eigen noden, behoeften en verlangens met de bedoeling dat onze medeschepselen het daardoor beter krijgen. Dat kan op rechtstreekse wijze, door in eenzelfde situatie ons medeschepsel op onszelf voor te trekken. Het kan echter ook op onrechtstreekse wijze, door in het verborgene offers te brengen waarbij wij van God/Maria afsmeken dat Uw medeschepsel het op grond daarvan beter moge hebben.

         De grootste en breedste vorm van zelfverloochening is de totale toewijding aan Maria: echte toewijding is een beleving van alle situaties van Uw leven in dienst van Maria opdat Zij alles wat in U omgaat, bij elkaar zou brengen in een groot verzamelbekken waaruit God Zijn genaden schept. In dit bekken zitten de onmetelijke vruchten van Jezus’ Lijden en Kruisdood, de oneindige vruchten van de Smarten en van het vlekkeloos heilige leven van Maria, de vruchten van alle Heilige Misoffers, de vruchten van alle toegewijd lijden van alle zielen van alle tijden, en ook de vruchten van elk leven dat volledig aan Maria of Jezus is toegewijd. Door de totale toewijding geeft de ziel in feite haar leven voor haar medeschepselen, want zij offert haar vrije wil op aan Gods Heilsplan, zodat zij niet meer zelf over de invulling van haar leven beschikt. Maria wordt tot Heerseres over elk detail van het leven en het hele wezen van Haar toegewijden.

         Door de ware zelfverloochening is het alsof de ziel tot God zegt: “Verdeelt U Uw genaden alsof ikzelf er niet meer was, zodat anderen mijn deel krijgen”. In werkelijkheid slaat God U dan niet over, doch bereidt Hij anderen en Uzelf een extra portie genaden, doordat U hem door de vrijwillige verloochening van Uw eigen behoeften en verlangens zoveel Liefde ter beschikking hebt gesteld dat Hijzelf de voorziene portie aan genaden vermenigvuldigt. De onschatbare macht van de zelfverloochening ligt hierin, dat de ziel hierdoor boven haar menselijke zwakheden uitstijgt en “op een veel hoger niveau begint te leven”: zelfverloochening is slechts mogelijk wanneer de ziel zichzelf niet meer meetelt, haar medeschepselen veel belangrijker vindt dan zichzelf, en bovendien een buitengewoon vertrouwen op God kan opbrengen, want de ziel die in haar menselijkheid blijft vastzitten, is niet in staat om afstand te doen van de zekerheid dat God haar blijft dragen. Inderdaad: wat zou zij doen indien God haar offer letterlijk zou nemen, en werkelijk zou doen alsof zij niet meer bestond? Slechts de ziel die echt gelooft in de onmetelijke, onvoorwaardelijke Liefde van God en in de oneindige waarde van elk vrijwillig gebracht offer, kan zichzelf voor Gods ogen tot niets maken en intussen weten dat dit voor haarzelf niet de dood of het “niets” brengt, doch het ware Goddelijk Leven en de voleinding van haar bestaan als ziel.

    5. Verdediging van de waardigheid van elk medeschepsel. Het is een grote uiting van ware Liefde tot God en tot Uw medeschepselen, U steeds voor ogen te houden dat elk medeschepsel – mens of dier – de handtekening van God in zich draagt. Alles is van God uitgegaan. Elk schepsel is een wonderwerk van Zijn Liefde. Geen enkel schepsel kan als levend wezen op aarde komen zonder eerst door de brandstof van het Leven (de Liefde van God) te zijn bevrucht. Het behoort tot de bevoorrechte strategieën van de duisternis, de zielen minachting, gebrek aan respect, liefdeloosheid of onverschilligheid jegens hun medeschepselen in te fluisteren. Dat is wat op grote schaal gebeurt in oorlogen en onder godvijandige politieke regimes. Wij moeten er ons steeds van bewust blijven dat een dergelijke benadering van een medeschepsel neerkomt op minachting, gebrek aan respect, liefdeloosheid of onverschilligheid voor een werk van Gods Liefde, dus op een verwonding die men toebrengt aan Gods Hart. Dit betekent dat miskenning van de waardigheid van een medeschepsel – mens of dier – de Bron van de Liefde en het Leven zelf minacht en verwondt.

        Bedenk ook steeds dat elk schepsel in wezen Gods eigendom blijft. Onze kinderen behoren God toe, wijzelf zijn slechts hun hoeders. Onze huisdieren behoren God toe, wijzelf zijn slechts hun hoeders. Precies daarom is de zorg voor een medeschepsel – mens of dier – in werkelijkheid een dienst aan God. Omdat elk schepsel Gods eigendom is, is een behandeling met respect en liefde in wezen een groot eerbetoon aan God. De waardigheid van een medeschepsel erkennen, betekent erkennen dat dit schepsel een bouwwerk van God is. De waardigheid van een medeschepsel verdedigen, betekent Gods Liefde verdedigen tegen alle oneerbiedigheid. De ware Liefde is de pure essentie uit Gods Hart. Zij moet daarom als heilig worden beschouwd.

         Volgens deze zelfde beschouwing bevat derhalve elk bouwwerk van God een element van heiligheid, dat geëerbiedigd moet worden. Elke handeling, elk woord, en zelfs elke gedachte, elk gevoel en elk verlangen waardoor afbreuk wordt gedaan aan de waardigheid van een medeschepsel, onderbreekt de stroming van de ware Liefde en bevordert de werken der duisternis: vergeten wij nooit dat alle werken van de satan er precies op gericht zijn, Gods Werken van hun waardigheid te beroven, met andere woorden: deze zodanig te misvormen dat zij hun Goddelijke handtekening lijken te verliezen.

         Het is de opgave van elke ziel, zich bewust te worden en te blijven van de Goddelijke oorsprong van alle leven, en elk schepsel – mens en dier – te behandelen als wat het in werkelijkheid is: Gods werk en eigendom. Door de waardigheid van een schepsel te verdedigen, verheerlijkt men zijn Schepper, van wie het zijn eigenheid heeft ontvangen. Het opzet van de duisternis, Gods Werken te ondermijnen en de schepselen in de meest uiteenlopende ellende onder te dompelen, zou op grote schaal ontkracht worden indien elke ziel al haar medeschepselen – dieren zowel als medemensen – zou behandelen met respect, en geen van hen ooit nog zou vernederen, noch in persoonlijk contact noch in het publiek. Het erkennen en verdedigen van de waardigheid van een medeschepsel, betekent: zo handelen, dat voor alle schepselen, en voor God Zelf, zichtbaar is dat men dit medeschepsel beschouwt als iets waardevols, en dat men de tegenwoordigheid ervan op de eigen levensweg (hetzij kortstondig hetzij langdurig, al naargelang de beschikkingen der Voorzienigheid) waardeert.

        Deze opgave behelst eveneens de verplichting, af te stappen van elke vooringenomenheid en vooroordeel. Alle racisme, alle discriminatie en elke opvatting over “onwaardigheid” van schepselen, berust op een gebrek aan liefde voor Gods Voorzienigheid die elk schepsel op een welbepaalde wijze en met welbepaalde eigenschappen en kenmerken maakt, omdat dit schepsel precies met die kenmerken en eigenschappen zijn specifieke taak binnen het grote Heilsplan moet vervullen.

         Een heel grote bron van ontwaardiging van de medemens vormen achterklap en laster. Elke ziel behoort als gulden regel toe te passen: “indien ik over een medemens niets positiefs te zeggen heb, zwijg ik liever”. Dit is navolging van Maria, zoals Zij dit ook leert in Wedergeboorte van het Aards Paradijs: Zij zocht in elke ziel naar goede eigenschappen, en trachtte deze te bevorderen. In verband met negatieve kenmerken van een ziel, is het goed, ons er steeds van bewust te zijn dat deze ziel zelf reeds het eerste slachtoffer van die kenmerken is, en dat wij haar ontwikkeling dus beter niet nog méér bemoeilijken door haar in de ogen van anderen op een negatieve wijze voor te stellen.

         De waardigheid van een medeschepsel – mens of dier – kan eveneens worden geschonden door dit medeschepsel het gevoel te geven dat het nauwelijks iets goeds kan doen. Door veelvuldig kritiek op een medeschepsel te uiten, of het voortdurend in alles te willen verbeteren, kan men dit medeschepsel met gevoelens van minderwaarde beladen, waardoor het in zijn spontaan gedrag geremd kan worden en op lange termijn een volledige ontwrichting van zijn persoonlijke eigenheid kan ondergaan. Hierdoor kan men dit medeschepsel wegduwen van de weg die Gods Voorzienigheid voor hem had voorzien.

    6. Zachtheid. De zachtheid is het vermogen om Uw medeschepselen in woorden en handelingen zodanig te benaderen dat deze zich hierdoor in het hart gezalfd voelen. Maria noemde ooit de zachtheid en de blijheid de beide grote uitingen van Gods zon in een ziel: de blijheid is het Licht, de zachtheid de warmte. Een schepsel – mens of dier – dat met zachtheid wordt omringd, opent zich voor de ware Liefde omdat het in deze atmosfeer (meestal onbewust) Gods nabijheid merkt. U zou het zo kunnen zien, dat U door de zachtheid behoedzaam en teder omgaat met de Goddelijke Tegenwoordigheid in Uw medeschepsel, terwijl U door gebrek aan zachtheid dit Goddelijk element schade toebrengt. Het Goddelijke Zelf kan niet beschadigd worden, doch wanneer het niet met zachtheid wordt behandeld, kan het hart van het wezen dat dit Goddelijk element draagt, wel verwond worden. Dit komt doordat het Goddelijke zich aan het geschapene hecht via de Liefde.

         De ware Liefde draagt de effecten van de almacht van God: zij kan een schepsel “herscheppen”, het steeds ontvankelijker maken voor de werkingen van Gods Tegenwoordigheid, maar zij kan, indien zij wordt gewond, het schepsel ook diepe wonden toebrengen omdat elk schepsel (in het bijzonder de mens en de hogere diersoorten) een ingebouwd systeem bezit dat de Aanwezigheid en werkingen van de Godheid onbewust kan opmerken en daarom ook kan vaststellen wanneer deze niet op een passende wijze worden benaderd. De wonde bestaat namelijk uit de pijn om de misbruikte Liefdestroom: de Liefde (levenskracht) in het schepsel kreunt onder de ervaring van de brutaal opgeworpen muur tegen de Bron van de Liefde (Gods Hart). Wie zijn medeschepsel – mens of dier – behandelt met zachtheid en tederheid, kleedt dit schepsel in wol. Wie zijn medeschepsel behandelt met gevoelloosheid en ruwheid, drijft een spijker in het hart van dit medeschepsel, een andere in het Hart van God, en een derde in zijn eigen hart, want wat men een medeschepsel aandoet (goed zowel als slecht), doet men God aan, en (doordat de Schepper en alle schepselen onderling met elkaar verbonden zijn), uiteindelijk ook zichzelf. Maak het daarom tot een levenstaak, elk medeschepsel – mens of dier – te behandelen als een tere bloem, niet als een dikke boom die zelfs een slag met een bijl zonder hinder overleeft.

    7. Tact. Alles wat leeft, is gevoelig voor de ontwikkelingen in zijn omgeving en de wijze waarop de omgeving op het eigen wezen en het eigen gedrag reageert. Vooral de mensenziel en de hogere diersoorten beschikken over een gevoelssysteem dat kan functioneren zoals een deur naar de diepe kern van het wezen: indrukken die als positief worden ervaren, openen de deur; indrukken die als negatief worden ervaren, sluiten haar. Wanneer het schepsel veelvuldig bloot staat aan negatieve indrukken, kan deze deur zelfs langdurig vergrendeld worden. In dit laatste geval ontstaat het risico dat het wezen zich uit angst voor verwondingen steeds dieper in zichzelf terugtrekt, en zich zelfs ook voor de ware Liefde begint af te sluiten, en hierdoor het ware Leven uit zich laat wegvloeien. Het is dan niet meer in staat om datgene te doen waartoe God het heeft bestemd. Voor de mensenziel komt dit neer op een niet-navolging van de roeping. Voor het dier komt dit neer op een ontwrichte rol binnen het grote Heilsplan.

        Wanneer wij rekening houden met de emoties en de innerlijke beleving van een medeschepsel, is er sprake van tact. Tact is een uiting van ware Liefde omdat de beoefening van de tact neerkomt op een bekommernis om het innerlijk evenwicht van het medeschepsel, en dus diens vermogen om voluit te functioneren zoals God van hem verwacht. Gebrek aan tact kan een medeschepsel ontwrichten doordat hierdoor het gevoelsleven van het medeschepsel gebruuskeerd wordt: handelingen of woorden die negatieve of pijnlijke emoties kunnen opwekken, worden ongeremd over het medeschepsel uitgestort, zodat dit zich plots van de Liefde afgesneden voelt. Het is heel belangrijk, elk medeschepsel op elk ogenblik te benaderen met voorzichtigheid, en jegens hem te handelen en te spreken terwijl wij ons in zijn innerlijke gesteldheden trachten in te leven teneinde op geen enkele wijze kwetsend of gevoelloos over te komen. Onze opgave bestaat hierin, ons steeds bewust te zijn van het feit dat elke ziel en elk dier van een hogere soort op elk ogenblik in een bepaalde fase van haar of zijn ontwikkeling verkeert (die in vele golfbewegingen verloopt en dus zeer complex is), en emotioneel heel fijngevoelig kan zijn. Laten wij erover waken dat wij de emotionele ontwikkeling van elk medeschepsel steeds met ware Liefde voeden, opdat het in staat moge worden gesteld om te evolueren volgens de verwachtingen en Plannen van God.

    8. Bekommernis dat elk medeschepsel zich goed zou voelen. De kunst van een leven naar Gods Hart bestaat hierin, dat men steeds een zon is voor zijn medeschepselen – mensenzielen en dieren. Elke ziel wordt in de wereld gezonden als een schakel in een zeer lange ketting. Zij heeft specifieke opdrachten die allemaal samen door Gods Wijsheid afgestemd zijn op de verwezenlijking van het Goddelijk Heilsplan. Elke ziel die niet ten volle datgene doet wat God van haar vraagt, is een zwakke schakel in de ketting en zorgt voor haperingen in het hele systeem van de schepping. Deze ziel laat haar kapitaal aan ware Liefde, aan ware levenskracht, niet volkomen renderen. God verlangt van ieder van ons dat wij onze medeschepselen zo behandelen dat deze zich in alle omstandigheden goed kunnen voelen. Zo draagt elke ziel de dubbele taak, tegelijkertijd haar eigen spirituele ontwikkeling (haar tocht naar God) te bevorderen, en alle medeschepselen te helpen opdat ook zij op hun beurt hun tocht naar God vruchtbaar kunnen maken.

        Een basisvereiste om onze medeschepselen ononderbroken tot steun te zijn bij de voltooiïng van hun levensopdrachten, is de blijmoedigheid. Een ziel die blijheid uitstraalt, is een zon voor haar medeschepselen en laat de liefdevolle Tegenwoordigheid en ononderbroken werking van God in hun leven voor hun ogen stralen.

        Wij kunnen de levensweg van onze medeschepselen op een bijzondere wijze begaanbaar helpen maken door hen in alle omstandigheden hoop en moed te geven. Talloze kruisen worden afgeworpen omdat de ziel oververmoeid of ontmoedigd raakt door een snelle opeenvolging van negatieve ervaringen. Doordat de ziel gewoonlijk niet ziet welke genaden tegenover de beproevingen staan, kan zij er gemakkelijk toe neigen om op te geven en haar roeping dus geen verdere invulling te geven, en wel des te méér naarmate zij minder wordt gevoed door ware Liefde vanuit haar omgeving. Hoop en moed geven, zou men een “Goddelijke” handeling kunnen noemen, omdat hij die hoop en moed geeft, heel vaak de schijn der ontwikkelingen tegen heeft, en daarom eerst zelf vast moet geloven dat uiteindelijk het goede altijd overwint. De ziel kan pas op overtuigende wijze hoop en moed geven in de mate waarin zij zelf in staat is om Gods Licht onbelemmerd door te geven.

        Elke handeling, elke nalatigheid of elk woord waardoor een medeschepsel de innerlijke vrede of rust verliest, maakt dit medeschepsel tijdelijk (soms blijvend) onwerkzaam voor Gods Plannen. Het is heel belangrijk, in elk contact met een medemens of dier in alle omstandigheden een atmosfeer van rust, vrede en oprechtheid uit te stralen. Vrede en rust liggen steeds ingebed in Licht en Liefde. Dit betekent dat een ziel die een medeschepsel met oprechte Liefde en zonder enige negatieve bedoeling benadert, in dit medeschepsel een gesteldheid van rust, vrede en geborgenheid zal wekken, terwijl een toenadering in een gesteldheid van onvrede, onrust, onoprechtheid of negatieve bedoelingen, door het medeschepsel onrust, angst of onzekerheid kan verwekken. Men voelt zich “niet goed” of “niet op zijn gemak” bij een ziel wier bedoelingen niet helemaal duidelijk zijn of die onvrede of onrust met zich meedraagt.

         Alles wat van het Licht uitgaat, is open, niet versluierd, omdat het Gods Liefde doorgeeft. Alles wat in een sfeer van geheimzinnigheid wordt gedaan en gezegd, maakt onzeker omdat het elementen van geslotenheid, duisternis, in zich draagt. De ware Liefde kan slechts door U heen naar Uw medeschepselen stromen in de mate waarin de ware Liefde in U een onbelemmerde doorgang vindt. Slechts dan zullen Uw medeschepselen zich bij U goed voelen.

    9. Onderrichting in de Waarheid. Een heel belangrijk element in de ware Liefde is de zorg dat onze medemens kennis verwerft over zijn eigen ziel, over de wetten van het spirituele leven, over de weg naar God, over zonde en verdienste, over Gods Plannen en Werken, en over de wijze waarop de ziel deze Plannen kan helpen uitvoeren en deze Werken kan helpen voltooien. Dit alles ligt besloten in de Leer van Christus, die nader wordt toegelicht en ontvouwd in de Wetenschap van het Goddelijk Leven zoals de Meesteres van alle zielen deze in deze Laatste Tijden onderricht. Onze medemens voeden met kennis over het Goddelijk Licht, alles wat daaruit voortvloeit en alles wat er naartoe leidt, betekent: hem bevrijden uit de duisternis, die hem uitlevert aan de talloze valstrikken van het werelds denken en voelen, die uiteindelijk de ziel beroven van het ware Leven.

        Een medemens onderrichten in Gods Waarheid en Zijn Mysteries, is een akte van Liefde die de medemens helpt bevrijden in zijn gevoelens ten aanzien van een wereld die niets anders dan vragen opwerpt en verwarring zaait, en daardoor de ziel onrustig maakt. Het is echter eveneens een akte van Liefde doordat het de medemens de weg naar het Eeuwig Licht en de Eeuwige Liefde wijst. Ware Liefde voor de medemens gaat immers verder dan de bekommernis om diens welzijn op aarde: zij wil ook het welzijn van de zielen in het Eeuwig Leven verzekeren. Opdat een ziel het ware geluk zou vinden, moet zij de wegen van het Licht en naar het Licht kennen. Wie haar deze wegen leert kennen, toont haar meteen de door God verlangde wijze om haar deuren te openen: deze ziel kan dan tot ware ontplooiïng komen, zich als een roos voor God en het Goddelijk Leven ontvouwen. Dit in een medemens mogelijk te maken, is een groot geschenk van Liefde.

         Wij hebben de opdracht, onze medemens volop te laten delen in de kennis van de Waarheid, zoals wij deze leren in de traditionele (niet door modernisme aangetaste) Christelijke Leer en in de uitdiepingen zoals de Meesteres van alle zielen deze zonder ophouden in ons ontvouwt.

    10. Vertrouwen inboezemen. Dit element ligt heel dicht bij het achtste gebod van de ware Liefde. Een medeschepsel vertrouwen inboezemen, betekent: een medemens of dier op een zodanige wijze benaderen dat hij/het zich bij ons geborgen en veilig voelt, en weet dat hij/het van ons niets te vrezen heeft, met andere woorden: dat wij op dit medeschepsel overkomen als een vriend of toeverlaat, niet als een vijand die het schade zou kunnen toebrengen. Een medeschepsel vertrouwen inboezemen, is als het ware in de diepe wezenskern ervan een beeld oproepen dat dit schepsel aan God herinnert: een bron van welzijn, een kracht die slechts met dit schepsel meewerkt om het tot ontwikkeling te helpen komen en het te dragen telkens het in een moeilijke of bedreigende situatie komt.

         Elk wezen, mens of dier, bevindt zich soms in een situatie die als beklemmend wordt ervaren. Wanneer het wezen deze situatie zo inschat, dat deze zijn krachten te boven kan gaan en het hem dus moeilijk kan maken om zijn levensweg met vrucht verder te zetten, kan het bevrijdend werken wanneer plots een ander wezen deze geestelijke of emotionele onzekerheid komt verlichten door een ondersteunende tegenwoordigheid. Dit is wat men noemt: vertrouwen inboezemen. Een onzekerheid, vrees of angst wordt verlicht of weggenomen. Het lijdende wezen weet dat het van dit medeschepsel niets te vrezen heeft of dat dit hem zelfs kan ondersteunen. Angst kan niet bestaan waar ware Liefde heerst.

         Een medeschepsel gerust stellen, betekent uiteindelijk, dit schepsel (opnieuw) openen voor de ware Liefde. Een schepsel dat zich onveilig, ongerust of angstig voelt, sluit zijn wezenskern af bij wijze van zelfbescherming. Dit slot kan slechts worden geopend door de kracht van oprechte Liefde. Heel vatbaar voor onrust zijn de zwakkere schepselen, zoals de dieren. Om hun vertrouwen te winnen, moet van ons oprechte Liefde uitgaan. De mens kan onrust of angst in bepaalde gevallen onder woorden brengen. Wanneer hij zijn zorgen of kwellingen aan een medemens toevertrouwt, doet hij dit omdat hij diep van binnen nog steeds hoopt op bevrijding. Indien een dergelijke noodkreet niet wordt beantwoord, kan deze ziel in een crisis terecht komen die in feite een geloofscrisis is: de ziel gelooft plots niet meer dat er een God van Liefde is, die via Zijn Voorzienigheid doorheen zielen werkt.

         Soms komt het voor, dat zielen, die voldoende moreel besef bezitten, van oordeel zijn dat zij nooit de Hemel zullen zien. Zij baseren deze vrees op het feit dat zij geen duidelijke kijk meer hebben op hun gecompliceerde leven en hun eigen zondige aandeel in al hun moeilijkheden. Een dergelijke innerlijke verwarring kan een ziel totaal onwerkzaam maken. God verwacht van elke ziel dat zij een medemens uit dergelijke gesteldheden zou helpen bevrijden door in hem het vooruitzicht op de eeuwige gelukzaligheid opnieuw tot leven te wekken. Hier is voor elke ziel de taak van boodschapster van de hoop weggelegd. In een ziel waarin het vertrouwen wordt hersteld, bloeien alle levensfuncties opnieuw op.

    Slotbeschouwing

    Met deze onderrichting wil Maria, de Meesteres van alle zielen, de zielen de Tien Geboden van de Ware Liefde openbaren. Deze onderrichting is bedoeld als een uiterst belangrijke oproep aan alle zielen om zich te vervolmaken in de beleving van de ware Liefde. Hoe groter een ziel wordt in de ware Liefde, des te heiliger wordt zij, want de heiligheid wordt in de eerste plaats bepaald door de graad van ontwikkeling in de Liefde in al haar elementen. Hoe meer zielen groeien in de heiligheid, des te groter kan de staat van genade van de hele mensheid worden, en des te sneller kunnen de werken der duisternis op deze wereld ontkracht worden. De Meesteres van de zielen beklemtoont, dat de ware Liefde niet alleen jegens onze medemens beoefent moet worden, doch eveneens jegens de dieren.

    Elke handeling, woord, gedachte of gevoel van oprechte Liefde jegens een medeschepsel – mens of dier – versterkt de stroming van Gods Liefde doorheen de schepping, en verzwakt de duisternis. Houden wij steeds voor ogen dat elke dag vele miljarden contacten plaats vinden tussen mensen onderling, en tussen mensen en dieren. Bedenken wij dan welk verschil het voor de hele schepping kan geven wanneer al deze contacten in een sfeer van oprechte Liefde verlopen, in plaats van dat miljarden ervan doordrongen zijn van zelfzucht, egoïsme, haat, onvrede, mishandeling, minachting, vernedering, ontwaardiging, ruwheid, gevoelloosheid, onverschilligheid, achterklap en andere, en dit dag na dag...

    Ziehier daarom de opdracht voor elke ziel in het volgende schema:

     

    de Tien Geboden van de Ware Liefde

    1. Vergevingsgezindheid

    2. Hulpvaardigheid

    3. Begrip

    4. Zelfverloochening

    5. Verdediging van de waardigheid van elk medeschepsel

    6. Zachtheid

    7. Tact

    8. Bekommernis dat elk medeschepsel zich goed zou voelen

    9. Onderrichting in de Waarheid

    10. Vertrouwen inboezemen

     

    Moge het Pinkstervuur van de Heilige Geest deze tien vlammen doen oplaaien in elke ziel, opdat in haar het Liefdevuur van de ware heiligheid moge branden.

    In diepe Liefde tot God, tot Maria en tot alle schepselen,

     Juni 2009


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AKTE VAN VERLANGEN NAAR GODS RIJK OP AARDE.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Beminde Eeuwige Vader,

    Op voorspraak van Maria, Moeder van Uw Zoon en Middelares van alle Genaden, smeek ik U om de verhoring van de verlangens die ik nu neerleg in Uw Goddelijke handen die mij hebben gemaakt, tot bespoediging van de vestiging van Uw Rijk op aarde.

    Ik smeek U om de uitstorting van alle Gaven van de Heilige Geest in mijn ziel, opdat ik geheiligd moge worden.

    Ik smeek U om mijn volkomen eenwording met Maria in doen en laten, in gedachten, in woorden en in gevoelens, opdat ik moge leven in de heiligheid van Haar Liefde, Haar zuiverheid, Haar wijsheid en al Haar deugden.

    Ik smeek U om mijn totale navolging van Jezus in het dragen van mijn dagelijkse kruisen, opdat mijn lijden vrucht moge dragen voor de zielen.

    Ik smeek U om vrijwaring van alle zonden en een grote weerstand tegen alle bekoring, opdat het Licht van Jezus Christus uit mij moge stralen.

    Ik smeek U om de bekering van al mijn vijanden en de zaligmaking van al mijn dierbaren, opdat de duivel zijn greep op de zielen moge verliezen.

    Ik smeek U om de uitroeiïng van alle kwaad in de wereld, opdat het Licht waarlijk in de duisternis moge schijnen.

    Ik smeek U om de spoedige Wederkomst van Jezus op aarde, opdat Uw Rijk van Liefde onder ons gevestigd moge worden.
    AMEN.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.S. Messa in rito tridentino celebrata nell'800° anniversario .
      
    S. Messa in rito tridentino celebrata nell'800° anniversario dell'approvazione della Protoregola Francescana (1209), presso l'Arcibasilica Papale di S. Giovanni in Laterano - Roma, il 16 aprile 2009. Celebrante: P. Stefano M. Manelli, Ministro Generale dei Frati Francescani dell'Immacolata.

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.JEZUS, NAAM BOVEN ALLE NAAM - U KOMT TOE.
     

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
     
    Wat  bijdroeg  aan  de  verwarring  was  het  zeer  complexe  politieke  stelsel  van  het  Byzantijnse  Rijk,  gebaseerd  op  een  ingewikkelde  hofhouding  en  ambtenarij ;  wij  gebruiken  het  woord 'byzantijns'  nog  steeds  voor  een  ondoordringbaar  politiek  of  justitieel  systeem.  Dit  was  vooral  later  het  geval  en  keizer  Constantijn  VII  Porphyrogenetus,  die  regeerde  in  de  tiende  eeuw,  schreef  een  opmerkelijk  boek  waarin  hij  zeer  gedetailleerd  de  overdadige  rituelen  beschrijft  die  het  hof  gedurende  een  jaar  moest  verrichten.  Patriarchen  bewogen  zich  in  deze  wereld  net  zo  gemakkelijk  als  in  de  kerkelijke  wereld.  De  keizer  koos  soms  verschillende  hoffunctionarissen  als  persoonlijk  adviseur,  of  eigenlijk  premiers,  vooral  als  ze  zelf  op  manoeuvre  waren.  Soms  werd  een  oecummenisch  patriarch  in  die  functie  benoemd.  Constantijn  werd  beschouwd  als  de  grondlegger  en  stichter  van  het  christelijke  Romeinse  Rijk,  maar  de  grootste  keizer  na  de  val  van  Rome  en  het  voorbeeld  voor  alle  latere  keizers  was  Justinianus  de  Grote,  die  we  al  eerder  zagen.  Hij  werd  in  482  geboren  in  Thracië  en  sprak  altijd  Grieks  met  een  buitenlands  accent.  Zijn  oom  Justinus  was  een  generaal  die  in  518  keizer  was  geworden.  Hij  benoemde  al  gauw  zijn  neef  tot  een  van  zijn  persoonlijk  adviseurs  en  Justinnianus  werd  de  ware  macht  achter  de  troon.  Dat  bleef  hij  tot  527,  toen  Justinus  stierf  en  Justinianus  hem  opvolgde.  Hij  deelde  de  troon  met  zijn  vrouw,  Theodora,  een  vrouw  die  minstens  zo  opmerkelijk  was  als  haar  man.  Aangezien  zij  een  voormalig  actrice  en  theaterartieste  was  ( en  wellicht  prostituee  )  moest  Justinus  de  wet  veranderen  zodat  zijn  neef  met  haar  kon  trouwen.  Met  haar  wilskracht  en  charisma  wist  zij  haar  machtige  man  in  te  palmen.  Justinianus  was  vooral  dapper.  Hij  was  niet  tevreden  over  de  gebruikelijke  manier  van  oorlogvoeren  tegen  de  Perzen  en  liet  zijn  uitstekende  generaal  Belisarius  grote  delen  van  de  westelijke  helft  van  het  oude  Romeinse  Rijk  heroveren.  Met  succes  kreeg  hij  Noord - Afrika  en  Italië  in  handen,  hoewel  grote  gebieden  in  de  strijd  waren  verwoest.  Ondanks  de  grote  rol  van  het  christendom  in  Byzantium,  lijkt  het  rijk  altijd  iets  wreeds  te  hebben  gehad.  Het  geloof  van  de  vroege  kerk,  dat  christendom  en  doodslag  fundamenteel  overenigbaar  waren,  was  allang  losgelaten  in  Byzantium,  net  als  in  westelijk  Europa.  Na  de  bekering  van  Rome  tot  het  christendom  in  de  vierde  eeuw  werd  oorlogsvoering  al  snel  geherinterpreteerd  als  mogelijke  actie  in  de  dienst  van  God ;  de  christelijke  soldaat  kon  gerust  vechten  voor  zijn  keizer  in  de  veronderstelling  dat  het motief  van  de  keizer  ook  dat  van  God  was.  De  Perzische  veldslagen  van  Heraclius  rond  620  waren  slechts  één  dramatisch  gevolg  van  deze  pragmatische  ommezwaai  van  de  kerk.  De  doodstraf  vond  men  ook  niet  langer  onchristelijk.  Wel  bleef  het  priesters  verboden  om  executies  op te  dragen  of  uit  te  voeren,  ook  in  West - Europa.  Naast  'rechtmatig'  geweld   zoals  dit,  had  Byzantium  te  maken  met  onwettige  wreedheden.  In  zijn  geschiedenis  werden  keizers  vaak  vermoord  door  mensen  die  ze  vertrouwden  en  die  moordenaars  werden  zelf  keizer,  ondanks  dat  ze  vaak  geen  dynastieke  aanspraak  op  de  troon  maakten.

    WORDT  VERVOLGD.

     



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GODS WOORD VOOR VANDAAG. ( LOURDES ).
    Heilige Petrus en Paulus, apostelen (hoogfeest)

    Lezing uit de Handelingen der apostelen 12,1-11.
    Psalmen 34(33),2-3.4-5.6-7.8-9.
    Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Timoteüs 4,6-8.17-18.
    Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 16,13-19.


    Lezing uit de Handelingen der apostelen 12,1-11.

    Omstreeks die tijd legde koning Herodes de hand op enige leden der Kerk, om hen te mishandelen.
    Jakobus den broer van Johannes, doodde hij met het zwaard.
    Toen hij zag, d t dit aan de Joden aangenaam was, liet hij ook Petrus gevangen nemen. Het was in de dagen der ongedesemde broden
    Zodra hij hem in handen had, sloot hij hem in de gevangenis op, en liet hem door vier afdelingen elk van vier soldaten, bewaken. Het was zijn bedoeling, na het paasfeest hem voor het volk te brengen.
    Maar terwijl Petrus in de gevangenis bleef opgesloten, werden er zonder ophouden door de Kerk voor hem gebeden opgedragen aan God.
    Toen nu Herodes hem vóór zou laten komen, sliep Petrus die nacht tussen twee soldaten; hij was met twee kettingen geboeid, en wachters voor de deur bewaakten de kerker.
    En zie, daar stond een engel des Heren, en een licht schitterde in de cel. Hij stiet Petrus in de zij, wekte hem, en sprak: Sta haastig op. En de kettingen vielen van zijn handen af.
    De engel zei hem: Doe uw gordel om, en bind uw sandalen aan. Hij deed het. Hij vervolgde: Sla uw mantel om, en kom achter mij aan.
    Hij ging naar buiten en volgde hem, zonder te weten, dat het werkelijkheid was, wat de engel gedaan had; hij meende een visioen te aanschouwen.
    Ze gingen nu de eerste en de tweede wachtpost voorbij, en kwamen aan de ijzeren poort, die naar de stad leidt; deze ging vanzelf voor hen open. Ze traden naar buiten, sloegen een straat in: —en plotseling was de engel verdwenen.
    Nu kwam Petrus tot bezinning, en sprak: Thans weet ik zeker, dat de Heer zijn engel heeft gezonden, en mij heeft gered uit de hand van Herodes, en van al wat het volk der Joden verwachtte.


    Psalmen 34(33),2-3.4-5.6-7.8-9.

    Altijd wil ik Jahweh prijzen, Steeds trilt zijn lofzang in mijn mond.
    Mijn ziel zal roemen in Jahweh; Bedrukten zullen het horen, en juichen.
    Verheerlijkt Jahweh met mij, Laat ons te zamen zijn Naam verheffen:
    Ik heb Jahweh gesmeekt; Hij heeft mij verhoord, En mij van al mijn angsten bevrijd.
    Ziet naar Hem op, dan straalt gij van vreugde, En uw gelaat zal niet blozen van schaamte.
    Hier is een rampzalige, die om hulp heeft geroepen: Jahweh heeft hem gehoord, en van al zijn ellende verlost.
    De engel van Jahweh slaat zijn legerplaats op Rond die Hem vrezen, om ze te redden!
    Smaakt en beseft dan de goedheid van Jahweh; Gelukkig de man, die zijn hoop op Hem stelt.


    Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Timoteüs 4,6-8.17-18.

    Zie, ikzelf word reeds als drankoffer geplengd, en de tijd van mijn verscheiden is nabij.
    De goede strijd heb ik gestreden, de wedloop volbracht, het geloof bewaard.
    Van nu af ligt voor mij de kroon der gerechtigheid gereed, die de Heer, de rechtvaardige Rechter, mij schenken zal op die Dag. —En niet alleen aan mij, maar ook aan allen, die zijn verschijnen hebben liefgehad.
    Maar de Heer heeft mij ter zijde gestaan en mij kracht verleend, opdat door mij de prediking haar volle maat zou krijgen, en al de heidenen ze zouden horen; zo werd ik verlost uit de muil van den leeuw.
    De Heer zal mij verlossen van alle boze aanslagen, en mij behouden voor zijn hemels Rijk: Hem zij de eer in de eeuwen der eeuwen. Amen!


    Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 16,13-19.

    Toen Jesus in de streek van Cesarea Filippi was gekomen, ondervroeg Hij zijn leerlingen: Wie zeggen de mensen, dat de Mensenzoon is?
    Ze zeiden: Sommigen zeggen: Johannes de Doper; anderen: Elias; weer anderen: Jeremias of een van de profeten.
    Hij zeide hun: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?
    Simon Petrus antwoordde: Gij zijt de Christus, de Zoon van den levenden God!
    Jesus antwoordde: Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona; want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemel is.
    En Ik, Ik zeg u: gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
    En u zal Ik de sleutels geven van het rijk der hemelen. En al wat ge op aarde zult binden, zal ook in de hemel gebonden zijn; en al wat ge op aarde zult ontbinden, zal ook in de hemel ontbonden zijn.

    Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEBED TOT JEZUS OM BEVRIJDING VAN ANGST.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

    O mijn Jezus, in doodsangst in de Hof van Gethsemani,

    voel toch het lijden van mijn hart en mijn geest.

    Reik mij Uw weldoende hand, o mijn Verlosser, want de beklemming wurgt mij en bedreigt in mij het Licht van de hoop en het geloof.

    Neem mij toch in Uw armen en druk mij aan Uw Hart, dat elke dag weer uit liefde voor mij doorstoken wordt.

    Zegen de kelk die ik te drinken krijg, want als ik dit kruis op mijn schouder neem, zal de Vader mij in Zijn Rijk met U verheerlijken.

    O Jezus, mijn ziel is bedroefd tot de dood toe, want het leven is mij vijandig geworden. Uw eenzaamheid is de mijne geworden. Hoezeer bedrukt mij de duisternis van de nacht in de tuin van mijn hart.

    In de naam van Maria, Uw en mijn Moeder van Smarten, smeek ik U om het Licht van Uw Aanwezigheid in mijn Gethsemani, opdat de boze macht die mij omknelt met de vrees voor de dag van morgen, verblind moge worden in het vuur van mijn overgave, en ik samen met U mijn kelk moge drinken met deze heilige woorden uit Uw mond :

    “Onze Vader die in de Hemelen zijt, geheiligd zij Uw naam. Uw Rijk kome. Uw Wil geschiede op aarde als in de Hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood, en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren. En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwaad. Amen”.


    Er wordt gezegd dat het tegendeel van liefde niet alleen haat is, doch ook angst. Angst is een gesteldheid van het gemoed die niet verenigbaar is met Gods Aanwezigheid. God is Liefde, ook Maria is Liefde. Waar volmaakte Liefde is, kan geen angst zijn, en wanneer in een relatie angst bestaat, kan geen ongeremde liefde heersen. Angst staat de innerlijke vrede in de weg. Daarom is het van belang dat U in ogenblikken van angst om Gods tussenkomst vraagt. Het is God heel welgevallig wanneer U de doodsangst van Jezus in de Hof van Gethsemani gedenkt. Jezus werd zwaar terneer gedrukt onder de angst, niet zozeer omdat Hij bang was om te sterven (want daartoe alleen was Hij in de wereld gekomen), doch omdat Hij de onbeschrijflijke last van de zonden der mensheid op zich voelde drukken. Het was de zonde die Zijn Hart wurgde.


    “O Moeder, leid mij altijd en overal. Leef voelbaar en zichtbaar in en door mij. Verleen mijn gedrag de waardigheid om U nooit te schande te maken”


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEBED TOT JEZUS CHRISTUS, HET LICHT IN DE DUISTERNIS.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    O Jezus Christus, Goddelijke Verlosser, Licht van de hele schepping, maak Uw stralen zichtbaar, want de duisternis is tussen U en de zielen gevallen als een doek dat alle Leven verstikt.

    Laat nu de zielen herbloeien in het volle Licht van het Kruis van Verlossing, waarmee U op Golgotha het grote Verbond van Liefde hebt gesloten.

    Licht dat schijnt in de duisternis, maak de enige ware Weg zichtbaar voor de zwakste ogen.

    Licht dat schijnt in de duisternis, verlicht alle struikelstenen waarover zielen vallen.

    Licht dat schijnt in de duisternis, verjaag alle duisternis uit de wereld en uit elke ziel.

    Licht dat schijnt in de duisternis, verberg U niet langer achter de wolken der wereld.

    Licht dat schijnt in de duisternis, wees de Ster die de nacht tot eeuwige dag maakt.

    Licht dat schijnt in de duisternis, verdrijf de nevel die geesten onzeker maakt.

    Licht dat schijnt in de duisternis, bevrijd alle zielen van de schaduwen van de zonde.

    Licht dat schijnt in de duisternis, wees steeds zichtbaar doorheen het Onbevlekt Hart van Maria, de Maan in onze donkerste uren.

    O sta toch op, Licht der zielen, en schitter nu in de Glorie van Uw Verrijzenis, tot eeuwige verheerlijking van de Liefde die op het Kruis is ontbrand als de Zon van Eeuwig Leven.
    AMEN.



     

    “O Moeder van Smarten, zie mijn brandend hart, een dorstige bloem die zich opent om het grootste Goddelijke Mysterie te drinken, van de hosanna’s van Jeruzalem tot de hamerslagen van Golgotha. Laaf ze met Uw tranen en met het Bloed van Jezus, opdat zij moge bloeien in de stralen van de Zon der Verrijzenis”


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEBED TOT MARIA, REGENBOOG NA DE STORM.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

    Lieve Moeder Maria,

    Geschenk van Belofte, ons gegeven als Moeder van het Licht der wereld, sedert Uw Onbevlekte Ontvangenis overspant Uw pracht het aardse tranendal.

    O vertroost mij met de aanblik van Uw Hemelse Mantel wanneer rond en in mij de storm raast.

    O wonderbare verschijning, geen hart kan Gods Liefde negeren nadat de ogen van de ziel U hebben aanschouwd. Heeft niet het Licht van het Kruis op Kalvarie Uw tranen omhelsd om een regenboog voor de wereld te baren als Teken van Verlossing uit de grauwheid van de zondeslavernij ?

    U bent het Hemelse Teken van Hoop en Vreugde in elk hart dat het Licht toelaat nadat de regen van smart over de ziel is neergekomen.

    Kom, o Hemelse Lust, breng verrukking in mijn ziel die reeds zo lang wordt geteisterd door alle ontij der wereld.

    Verruk mij met de rode pracht van Uw vurige Liefde en het Bloed der Verlossing, dat Uw Hart tot Zijn Bron had uitverkoren.

    Verruk mij met de oranje-gouden pracht van Uw heiligheid en Uw onvergelijkbare kroon van verdiensten, o verheven Hemelkoningin.

    Verruk mij met de gele pracht van het Eeuwig Licht, de stralen van de Zon die uit Uw schoot ter wereld is gekomen, en van de verlichting en wijsheid van de Heilige Geest die U tot Zijn Bruid heeft uitverkoren.

    Verruk mij met de groene pracht van de hoop en alle nieuw Leven, die Uw Zoon Jezus na Uw jawoord in de zielen heeft gezaaid.

    Verruk mij met de blauwe pracht van Uw onverwoestbaar geloof, dat de volheid der hemelse krachten over U heeft afgeroepen, want de Vader heeft U boven alle zielen uitverkoren en verheven.

    Verruk mij met de paarse pracht van de opperste heiligmakende smart, waarvan U de Koningin bent geworden tot heiliging van mijn ziel, want aan Uw voeten worden ook mijn lasten tot Hemels Licht van genade.

    O Hemelse Regenboog, in U hebben het vuur van de Liefde en de tranen der smart een heilig en onverbrekelijk Verbond gesloten. Op Uw woord zullen in U mijn tranen verheven worden tot parels van Liefde onder de kus van het Eeuwig Licht.
    AMEN.



    De regenboog is een opmerkelijk natuurverschijnsel. Hij wordt gevormd wanneer het zonlicht doorheen regendruppels straalt en in bepaalde golflengten gebroken wordt. Een mystieke betekenis is deze van de versmelting van het Licht van de Liefde en de druppels van smartelijke tranen.


    28-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.IK GELOOF IN GOD DE VADER.
     

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MARCELINO. ( ZEKER NAAR KIJKEN ).
     

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.IK WIL ZINGEN VAN MIJN HEILAND.
     

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LITANIE VAN ALLE HEILIGEN BIJ WIJDINGEN
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    Heer, ontferm U. Heer, ontferm U.
    Christus, ontferm U. Christus ontferm U.
    Heer ontferm U. Heer ontferm U.

    Heilige Maria, moeder van God, wees onze voorspraak.
    Heilige Michaël,
    Alle heilige engelen van God,
    Heilige H. Johannes de Doper,
    Heilige Jozef,
    Heilige Petrus en Paulus,
    Heilige Andreas,
    Heilige H. Johannes,
    Heilige Maria Magdalena,
    Heilige Stefanus,
    Heilige Laurentius,
    Heilige Ignatius van Antiochië,
    (Heilige Bonifatius),
    Heilige Agnes,
    Heilige Perpetua en Felicitas,
    (Heilige martelaren van Gorkum),
    Heilige Gregorius,
    Heilige Augustinus,
    Heilige Athanasius,
    Heilige Basilius,
    Heilige Martinus,
    (Heilige Willibrordus,)
    Heilige Benedictus,
    Heilige Franciscus en Dominicus,
    Heilige Franciscus Xaverius,
    (Heilige Petrus Canisius,)
    Heilige H. Johannes Maria Vianney (Pastoor van Ars),
    Heilige Theresia,
    Heilige Catharina van Siëna,
    (Heilige Ludwina),
    Alle heiligen van God,

    Wees genadig, verlos ons Heer.
    Van alle kwaad,
    Van alle zonde,
    Van de eeuwige dood,
    Door uw menswording,
    Door uw dood en verrijzenis,
    Door de komst van de Heilige Geest,

    Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.
    Dat Gij uw heilige kerk wilt besturen en bewaren,
    Dat Gij de paus en alle bedienaren van de kerk in hun heilig ambt wilt bewaren,
    Dat Gij alle volkeren vrede en ware eendracht wilt verlenen,
    Dat Gij onszelf in uw heilige dienst wilt sterken bewaren,
    Dat Gij deze wijdelingen wilt zegenen,
    Dat Gij deze wijdelingen wilt zegenen en heiligen,
    Dat Gij deze wijdelingen wilt zegenen en heiligen en wijden,
    Jezus, Zoon van de levende God,

    Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SMEEKGEBED TOT JEZUS OM HET EEUWIG LEVEN.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

    O Jezus Christus, gezegende Messias, Zoon van de Eeuwige Liefde,

    In tegenwoordigheid van Maria, mijn Moeder, Medeverlosseres, Voorspreekster en Middelares van alle Genaden, smeek ik U om de vruchten van Uw Verlossingswerk voor mijzelf, mijn geliefden en mijn vijanden.

    Jezus, aan het Kruis gestorven, wil totale vergiffenis schenken voor alle zonden van mijn leven en alle zonden van mijn geliefden, maar ook voor alle zonden van hen die tegen mij hebben misdaan en nog zullen misdoen.

    Jezus, uit de dood verrezen, wil mij en al mijn geliefden, maar ook hen die mij niet liefhebben, de genade schenken om niet meer te zondigen, opdat wij de dreigende dood van onze ziel mogen overwinnen.

    Jezus, ten Hemel opgestegen, wil een plaats in de Hemel bereiden voor mij en al mijn geliefden, maar ook voor hen die mij niet liefhebben.

    In dit verlangen geef ik U mijn ziel, de zielen van mijn geliefden en de zielen van mijn vijanden, door Maria die met U geleden heeft, door U verheerlijkt ten Hemel opgenomen en gekroond is.
    AMEN.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GODS WOORD VOOR VANDAAG. ( LOURDES ).
    H. Marcella van Alexandrie (gedachtenis) ,   Heilige Ireneüs van Lyon, bisschop en martelaar (gedachtenis) ,   H. Plutarchus van Alexandrie (gedachtenis)

    Lezing uit het boek der Wijsheid 1,13-15.2,23-24.
    Psalmen 30,2.4.5-6.11.12.13.
    Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 8,7.9.13-15.
    Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 5,21-43.


    Lezing uit het boek der Wijsheid 1,13-15.2,23-24.

    Want God heeft de dood niet gemaakt, en heeft geen vermaak aan het verderf der levenden.
    Want hij heeft alle dingen geschapen om te zijn, en de beginselen der wereld zijn heilzaam, en in deze is geen venijn des verderfs, en het rijk der hel is niet op aarde.
    Gerechtigheid is onsterfelijk.
    Want God heeft de mens geschapen tot onverderfelijkheid, en heeft hem gemaakt een beeld van zijn eigen natuur.
    Maar door des duivels nijdigheid is de dood in de wereld gekomen, en die van zijn deel zijn, die proeven deze.


    Psalmen 30,2.4.5-6.11.12.13.

    Ik wil U prijzen, o Jahweh; want Gij trokt mij omhoog, Opdat mijn vijanden niet over mij juichen.
    Gij trokt mij uit het dodenrijk op, Ten leven uit het midden van die in het graf zijn gezonken.
    Jahweh’s vromen, zingt Hem een lied, En verheerlijkt zijn heilige Naam:
    Want zijn toorn duurt maar een ogenblik, Zijn goedheid levenslang; ‘s Avonds komt er geween, Maar ‘s morgens is er weer vreugd.
    En Jahweh heeft het gehoord, en Zich mijner ontfermd; Jahweh heeft mij geholpen.
    Gij hebt mijn gejammer in een reidans veranderd, Mijn rouwkleed verscheurd, met vreugd mij omgord:
    Opdat mijn geest U zou prijzen, en nooit meer zou zwijgen, U eeuwig zou loven, o Jahweh, mijn God!


    Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 8,7.9.13-15.

    maar ú, om ook in dit liefdewerk uit te munten, zoals gij uitmunt in alles: in geloof, spreken, kennis, in ijver op allerlei gebied, in uw liefde tot ons.
    Gij kent toch de liefdedaad van onzen Heer Jesus Christus:hoe Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede.
    Want gij behoeft uzelf niet in verlegenheid te brengen, om anderen te verlichten, maar het geschiede volgens een zeker evenwicht.
    Uw overvloed moet thans hun gebrek ten goede komen, opdat eens ook hun overvloed uw gebrek mag verhelpen. Zó blijft er evenwicht bestaan,
    gelijk geschreven staat: "Hij die veel had, had niet te veel; en hij die weinig had, kwam niet te kort."


    Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 5,21-43.

    Toen Jesus in de boot weer de overkant had bereikt, verzamelde zich een grote menigte om Hem heen. En terwijl Hij Zich aan de oever van het meer bevond.
    kwam daar een van de oversten der synagoge, Jaïrus genaamd. Toen hij Hem zag, viel hij aan zijn voeten neer,
    en bad Hem met aandrang: Mijn dochtertje ligt te sterven. Kom, en leg haar de handen op: dan zal ze worden gered, en blijven leven.
    Hij ging met hem mee. Een grote menigte volgde Hem, en drong tegen Hem op.
    Nu was daar een vrouw, die twaalf jaren lang aan bloedvloeiing leed.
    Veel had ze van verschillende geneesheren moeten verduren; al wat ze bezat, had ze ten koste gelegd, maar heel geen baat gevonden; ze was eer nog erger geworden.
    Daar ze van Jesus had gehoord, trad ze onder de menigte achter Hem aan, en raakte zijn kleed aan.
    Want ze dacht: Als ik alleen maar zijn kleren aanraak, zal ik genezen.
    En terstond droogde haar bloedvloeiing op, en gevoelde ze aan haar lichaam, dat ze van haar kwaal was genezen.
    Jesus was Zich bewust van de kracht, die er van Hem was uitgegaan; aanstonds keerde Hij Zich onder de menigte om, en sprak: Wie heeft mijn kleren aangeraakt?
    Zijn leerlingen zeiden tot Hem: Gij ziet, dat de menigte op U aandringt, en Gij vraagt: Wie heeft Mij aangeraakt?
    Maar Hij keek rond, om te zien, wie het gedaan had.
    Angstig en bevend kwam de vrouw naderbij, daar ze wist, wat er met haar was gebeurd; ze viel voor Hem neer, en zeide Hem de volle waarheid.
    Maar Hij sprak tot haar: Dochter, uw geloof heeft u gered; ga in vrede, en wees genezen van uw kwaal.
    Terwijl Hij nog sprak. kwamen er lieden van den overste der synagoge, en zeiden: Uw dochter is gestorven; waarom den Meester nog lastig gevallen?
    Jesus hoorde wat er gezegd werd, en sprak tot den overste: Vrees niet, maar geloof!
    Hij liet niemand met Zich meegaan dan Petrus, Jakobus en Johannes, den broer van Jakobus.
    Toen zij bij het huis van den overste waren gekomen, zag Hij daar het rouwmisbaar en de wenende en luid jammerende mensen.
    Hij ging binnen, en zeide tot hen: Wat tiert gij, en weent gij? Het kind is niet dood, maar het slaapt.
    Ze lachten Hem uit. Nadat Hij ze allen had buiten gezet, nam Hij den vader en de moeder van het kind en zijn metgezellen met Zich mee, en ging het vertrek binnen, waar het kind lag.
    Hij vatte het kind bij de hand, en sprak tot haar: Talita koemi: wat betekent: Meisje, Ik zeg u, sta op!
    Onmiddellijk stond het meisje op, en liep heen en weer: want het was twaalf jaar oud. En ze stonden verstomd van verbazing.
    Maar Hij gebood hun ten strengste, het niemand te laten weten. Ook zeide Hij nog, dat men haar te eten zou geven.

    Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Testament van de Apostelen van het Nieuw Verbond.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Lieve Moeder Maria,

    De Vader heeft mij het Leven gegeven.

    De Heilige Geest heeft de ogen van mijn ziel geopend voor het Licht der Waarheid.

    Jezus heeft mij de Weg getekend en mij het Kruis tot wegwijzer nagelaten.

    O Moeder van het Lam Gods, U hebt Uw naam met Hemels vuur in mijn hart geschreven. Zonder enig voorbehoud heb ik U mijn hart gegeven, opdat mijn oude ik in het vuur van Uw tedere Moederliefde zou kunnen sterven, en ik moge herleven op de echo van de Eeuwige Liefde die weerklinkt uit het Hart van Smarten dat op Kalvarie de hele mensheid heeft geërfd.

    Zoals Jezus' Lichaam van Gods Liefde kwam getuigen op het Kruis, zo kust mijn hart het Verbond tussen Hemel en aarde, dat op het Kruis met Zijn Bloed werd ondertekend.

    Smartvolle Moeder, nu roept Uw Hart mij tot de getuigenis voor de Liefde van het Nieuw Verbond.

    In Uw handen, die mij Jezus hebben gegeven, leg ik mijn testament van liefde en totale overgave.

    Door U geef ik Jezus mijn geest. Moge Hij hem vervullen met het volle Licht der Waarheid, opdat ik het Kruis van het Heil moge huwen in de altijddurende omhelzing van de ziel die aan de wereld heeft verzaakt.

    Door U geef ik Jezus mijn hart. Moge Hij het doorsteken met de lans van Gods Barmhartigheid tot wassing van zielen waarin de onzuiverheid het Licht begint te doven.

    Door U geef ik Jezus mijn lichaam. Moge Hij de tekens van het Verlossingsmysterie eraan voltrekken, want de God van het Nieuw Verbond vertrouwt Zijn Liefde niet toe aan stenen tafelen.

    Door U geef ik Jezus mijn geloof in de verlossende kracht van Zijn Kruis en in het heil van mijn lijden.

    Door U geef ik Jezus mijn hoop op de verrijzenis der godvrezenden en op de komst van Zijn Rijk op aarde.

    Door U geef ik Jezus mijn liefde, want in de liefde straalt het Eeuwig Licht, in de liefde wordt ieder kruis tot zegen, met het Bloed der Liefde is het Nieuw Verbond geschreven en schrijf ik mijn testament voor Hem die Liefde is.
    AMEN.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TOEWIJDING AAN DE VLAM VAN LIEFDE UIT HET ONBEVLEKT HART VAN MARIA.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Lieve Moeder Maria,

    Gods geschenk aan lijdende mensenharten, aan U lever ik mijzelf en al Uw kinderen uit. Zij zijn zo hulpeloos, want hun liefde is onvolmaakt.

    Hoe duister is de wereld geworden, want de God van Licht is uit Zijn eigen schepping verstoten.

    Hoe arm heeft de erfzonde de zielen achtergelaten, want de rijkdom van de heilige deugden wordt niet meer begrepen.

    Schitter in Uw schoonheid, o Koningin van de Liefde, roep het Hemelse Vuur opnieuw over de harten af, opdat zij het Gelaat van hun reddende God herkennen.

    Hoe zou de kilte van het leven in een hart regeren wanneer U het beheerst, o draagster van de Zon en het Vuur van de Heilige Geest.

    Indien ik in Uw moederlijke Tegenwoordigheid de wereld uit mij wil bannen, vleit Uw zachtheid zich om mijn hart als een hemelse mantel.

    Kom, Troon van oneindige tederheid die de Messias in de wereld droeg, laat Uw kinderen voelen hoe heiligheid de ziel ontvlamt.

    Ik geef mij aan U, o Onbevlekt Hart van Maria, Toorts van Hemels Vuur.

    Laat niet toe dat de gloed wordt uitgewist, waarmee de Vader bij mijn schepping mijn hele wezen heeft bezield.

    Laat niet toe dat het vuur wordt geblust dat Christus, het Slachtoffer der Liefde, met Zijn Bloed op het Kruis in mijn ziel heeft gezaaid.

    Laat niet toe dat de lont wordt gedoofd, die de Geest Gods bij mijn doopsel in mij heeft ontstoken.

    Ontsteek mij voorgoed aan de Vlam van Liefde uit Uw Onbevlekt Hart, opdat ik moge begrijpen dat ik gemaakt ben om te beminnen, en Uw liefdevuur door mijn hart getuigenis moge afleggen tegen alle haat en onverschilligheid die het geluk der mensenzielen verdoemt.
    AMEN.


    De liefde zoals wij die als mens kennen, is onvolmaakt. Zij is noodgedwongen bezoedeld door wereldse invloeden, verontreinigd door gedachten, gevoelens en verlangens die soms niet volkomen overeenstemmen met wat God van ons verwacht, en zij is tevens in vele gevallen meer op onze eigen noden gericht dan op deze van onze medemens. Maria’s Liefde is vrij van elke onzuiverheid. Aangezien de liefde de grootste onder de deugden is, is het daarom verstandig, Haar te vragen om de genade dat Uw liefde vuriger moge worden.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEBED TOT MARIA, KONINGIN VAN DE ROZENKRANS.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Lieve Moeder Maria,

    Vanaf Uw Onbevlekte Ontvangenis tot op deze dag hebt U de wereld met de rozen van Uw Liefde bezaaid.

    Te Bethlehem baarde U voor de mens de Bloem der Verlossing, doch op Kalvarie gaf de mens er U doornen voor in de plaats.

    Elke dag doorboren ook de doornen van mijn onverschilligheid, fouten en nalatigheden Uw liefhebbend Hart.

    Daarom kom ik nu tot U in liefde en deemoed, om mijn gebed als rozen aan Uw voeten neer te leggen.

    Mogen mijn rozen het Hemels Parfum van Uw ziel over onze wereld verspreiden, om hem te bevrijden van de stank van de zonden.

    Moge de schoonheid van mijn rozen Uw Hart in verrukking brengen, opdat de straling van Uw Liefde onze wereld zou zuiveren van alles wat lelijk is.

    Mogen mijn rozen U tooien met de kroon van de eeuwige overwinning op de doornen van mijn ondeugden, die Uw Smartvol Hart doorboren.

    Mogen mijn rozen de pracht herstellen van Gods Schepping, die steeds meer in de kleurloze duisternis van het kwaad wordt gehuld.

    Mogen mijn rozen het levenbrengend geneesmiddel zijn voor zwaar zieke zielen in staat van ongenade, waarin geen bloemen van eeuwig Leven meer bloeien.

    O Allerheiligste Moeder van Liefde, wil mijn gebedsrozen tot een kroon van bloemen rond onze wereld vlechten.

    Mogen zij U kronen met de liefde die Uzelf elke dag in het bloembed van mijn hart zaait, en mogen zij mijn antwoord zijn op de ketting van zonden waarmee het kwaad Uw kinderen wil binden.

    O Koningin van de Rozenkrans, U vertrouw ik al mijn rozen van liefde toe, want ik weet dat U ze zult bestemmen als bouwstenen voor de huisjes van vele zielen in de Hemel.
    AMEN.


    De roos wordt wel eens de koningin van de bloemen genoemd. De roos is een symbool voor liefde. Zo is Maria ook de Hemelse Roos, de belichaming van Gods oneindige, volmaakte, vurige Liefde. Het is Uw roeping als christen om voor Uw medemens een roos te zijn : lichamelijke schoonheid is een gave waar U al dan niet mee geboren bent, doch de schoonheid van Uw hart en ziel is de eigenschap die bepaalt of U in de ogen van Uw medemens en in deze van God zelf waarlijk mooi bent. Elke avond waarop U kunt zeggen dat U die dag hebt geleefd als een roos van echte liefde voor God en Uw naaste, kunt U Uzelf aan Maria geven als offerande van een bloem. Hoe vaker U Uzelf aan Haar kunt geven als een bloem, des te dichter zal Uw ziel naderen tot de heiligheid die God voor U heeft bestemd.


    27-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.KOM LAAT ONS ZINGEN.
     

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Benedictus XVI: brief voor het Jaar van de Priester.

    Benedictus XVI: brief voor het Jaar van de Priester

    ter gelegenheid van de 150e verjaardag van de

    “Dies natalis” van de heilige pastoor van Ars 

    Rome, 16 juni 2009 (ZENIT.org) 
     

    Geliefde broeders in het priesterschap, 

    Op het komende hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus, vrijdag 19 juni 2009 – dag die traditioneel toegewijd is aan het gebed voor de heiliging van de priesters -, dacht ik officieel een “Jaar van de priester” te openen ter gelegenheid van de 150e verjaardag van de “dies natalis” van Jean-Marie Vianney, de heilige patroon van alle pastoors ter wereld1. Zo een jaar dat wil bijdragen tot de innerlijke vernieuwing van al de priesters opdat hun getuigenis in de wereld van vandaag indringender en krachtiger zou zijn, zal op hetzelfde hoogfeest in het jaar 2010 afgesloten worden. De heilige pastoor van Ars had de gewoonte te zeggen: “Het priesterschap is de liefde van Jezus’ Hart” 2. Deze treffende uitspraak laat ons voor alles toe genegen en dankbaar te denken aan de immense gave die priesters zijn, niet alleen voor de Kerk maar ook voor de mensheid. Ik denk aan al die priesters die de christengelovigen en de hele wereld het nederige en dagelijkse offer bieden van Christus’ woorden en daden door zich bij Hem aan te sluiten met hun gedachten, wil, gevoelens en heel hun levensstijl. Hoe zouden we kunnen nalaten hun apostolisch labeur, hun onvermoeibare en verborgen dienstbaarheid, hun alomvattende naastenliefde niet in het licht te stellen? En wat te zeggen van de moedige trouw van zoveel priesters die ondanks de moeilijkheden en het onbegrip waarmee ze geconfronteerd worden, aan hun roeping trouw blijven: de trouw van “Christus’ vrienden” die door Hem bijzonder geroepen werden, uitgekozen en uitgezonden? 

    Ik draag in mij nog altijd de levende herinnering aan de eerste pastoor bij wie ik als jonge priester mijn ambt uitgeoefend heb: hij heeft mij het voorbeeld nagelaten van rimpelloze toewijding aan zijn pastorale dienst; hij stierf terwijl hij de ziekencommunie bracht naar een zwaar zieke. Ik denk ook aan de vele confraters die ik ontmoet heb en blijf ontmoeten, zelfs tijdens mijn pastorale reizen in verschillende landen; allen zijn zij edelmoedig geëngageerd in de dagelijkse uitoefening van hun priesterambt. Doch deze uitspraak van de Heilige Pastoor doet ook denken aan Christus’ doorboorde Hart en aan de doornenkroon er omheen. En onze gedachte gaat dan uit naar de talloze situaties van leed waarin vele priesters ondergedompeld zijn omdat zij delen in de menselijke ervaring van talloze vormen van verdriet of niet begrepen worden door hen die van hun ambt genieten: hoe zouden we de vele priesters kunnen vergeten wiens waardigheid bespot wordt, die verhinderd worden hun zending uit te oefenen, of vervolgd worden zelfs tot het hoogste getuigenis – dat van het bloed? 

    Er bestaan spijtig genoeg situaties, die men nooit genoeg kan betreuren, waarin de Kerk zelf lijdt onder de ontrouw van sommigen van haar bedienaars. En het is voor de wereld een reden tot ergernis en afwijzing. Wat in dergelijke gevallen voor de Kerk vooral nuttig is, is niet zozeer de kleinzielige bekendmaking van de zwakheden van haar bedienaars, dan wel een nieuw en blij besef van de grootheid van Gods gave, die belichaamd wordt in de stralende figuur van edelmoedige herders, religieuzen die branden van liefde voor God en de zielen, verlichte en geduldige spirituele leiders. Op dit punt kunnen de leer en het voorbeeld van de heilige Jean-Marie Vianney voor iedereen een veelbetekenend referentiepunt zijn: de pastoor van Ars was zeer nederig maar hij was er zich van bewust als priester een immense gave voor Zijn volk te zijn: “Een goede herder, een herder naar Gods hart, dat is de grote schat die de goede God aan een parochie kan geven en één van de kostbaarste gaven van Gods barmhartigheid”3. Hij sprak over het priesterschap alsof hij zichzelf niet kon overtuigen van de grootte van de gave en de taak die aan een menselijk schepsel toevertrouwd worden: “Oh! hoe groot is de priester! moest hij het begrijpen, hij zou het besterven .. God gehoorzaamt hem: hij zegt twee woorden en bij het horen van zijn stem daalt Onze Heer uit de hemel neer en sluit Hij zich in een kleine hostie op ...”4. En om de gelovigen het belang uit te leggen van de sacramenten, zei hij: “Indien wij het sacrament van de priesterwijding niet hadden, zouden wij Onze Heer niet hebben. Wie heeft Hem daar in het tabernakel geplaatst? De priester. Wie heeft onze ziel ontvangen toen ons leven begon? De priester. Wie voedt ze om haar te sterken voor haar bedevaart? De priester. Wie zal de ziel voorbereiden om voor God te verschijnen door ze voor een laatste keer in Jezus’ bloed te wassen? De priester, altijd de priester. En indien deze ziel komt te sterven (door de zonde), wie zal ze opwekken, wie zal ze rust en vrede schenken? Nog eens, de priester ... Na God, is de priester alles ... De priester zal zichzelf pas goed begrijpen in de hemel”5. Deze uitspraken die opwellen uit het priesterhart van de Heilige Pastoor, kunnen ons overdreven lijken. Zij tonen echter zijn hoogachting voor het sacrament van het priesterschap. Hij leek ondergedompeld in een gevoel van grenzeloze verantwoordelijkheid: “Indien men goed zou begrijpen wat een priester op aarde is, zou men het besterven, niet van angst, maar van liefde  ... Waartoe dient een huis vol goud als er niemand is om de deur te openen? De priester heeft de sleutel voor de hemelse schatten: hij is degene die de deur opent, hij is de econoom van de goede God, de beheerder van Zijn bezittingen ... Laat een parochie twintig jaar zonder priester: men zal er de beesten aanbidden ... De priester is niet priester voor zichzelf ... hij is er voor u”6. 

    Hij kwam aan in Ars, een klein dorp van 230 inwoners, nadat de bisschop hem verwittigd had dat hij er een hachelijke godsdienstige situatie zou aantreffen: “Er is niet veel liefde voor God in die parochie, u zult ze er brengen”. Hij besefte dus ten volle dat hij erheen moest om Christus’ aanwezigheid te belichamen, door te getuigen van Zijn reddende genegenheid: “(Mijn God), verleen mij de bekering van mijn parochie; ik stem erin toe te lijden wat Gij wilt, heel mijn leven!”; met dit gebed begon zijn zending7. De Heilige Pastoor wijdde zich met al zijn krachten aan de bekering van zijn parochie, door voorrang te geven aan de christelijke vorming van het volk dat hem toevertrouwd was. Geliefde broeders in het priesterschap, vragen wij de Heer Jezus de genade dat ook wij de pastorale methode van de heilige Jean-Marie Vianney kunnen leren! Wat wij allereerst moeten leren is zijn totale identificatie met zijn ambt. In Jezus, vallen Persoon en Zending samen: heel Zijn heilswerk was en is de uitdrukking van Zijn “kinderlijk Ik” dat van in de eeuwigheid voor de Vader staat in een houding van liefdevolle onderwerping aan Zijn wil. In een nederige maar werkelijke analogie, moet ook de priester naar deze identificatie streven. Men moet natuurlijk niet vergeten dat de substantiële doeltreffendheid van het ambt onafhankelijk blijft van de heiligheid van de bedienaar; maar men mag ook niet de buitengewone vruchtbaarheid ontkennen de objectieve heiligheid van het ambt en de subjectieve heiligheid van de ambtsdrager elkaar ontmoeten. De Heilige Pastoor van Ars gaf zich onmiddellijk over aan dit nederige en geduldige werk van harmonisatie tussen zijn leven van ambtsdrager en de heiligheid van het ambt dat hem toevertrouwd was, wat hem uiteindelijk deed beslissen materieel in zijn parochiekerk te gaan “wonen”: “Pas aangekomen, koos hij de kerk als woonst ... Hij ging vóór het ochtendgloren de kerk binnen en kwam er pas buiten na het Angelus van de avond. Daar moest men hem gaan zoeken als men hem nodig had”, kan men in zijn eerste biografie lezen 8.  

    De vrome overdrijving van de toegewijde hagiograaf mag er bij ons niet toe leiden het feit te negeren dat de Heilige Pastoor ook actief wist te “wonen” op heel het terrein van zijn parochie: hij bezocht systematisch alle zieken en gezinnen; organiseerde volksmissies en patroonsfeesten; verzamelde en beheerde financiële giften voor zijn liefdadigheidswerken en missiewerken; hij verfraaide zijn kerk met sacrale voorwerpen; bekommerde zich om de wezen van de “Providence” (een instituut door hem gesticht) en hun opvoedsters; hij had belangstelling voor de opvoeding van de kinderen; stichtte broederschappen en vroeg de leken met hem samen te werken. 

    Zijn voorbeeld stimuleert me te spreken over de samenwerking met lekengelovigen die steeds ruimer moet worden en met wie de priesters het ene priesterlijke volk uitmaken9 en in wiens midden zij staan door hun priesterlijk ambt “om allen tot de eenheid van de liefde te brengen, door elkander hartelijk te beminnen met broederlijke genegenheid en anderen hoger te achten dan zichzelf (cfr. Rom. 12,10)”10. In deze context is het passend te herinneren aan het Tweede Vaticaans Concilie dat de priester warm aanbeveelt “de waardigheid van de leken en het deel dat hun eigen is in de zending van de Kerk oprecht te erkennen en te bevorderen ... Zij moet welwillend naar de leken luisteren door broederlijk rekening te houden met hun verlangens en  hun ervaring en bekwaamheid op de verschillende domeinen van de menselijke activiteit te erkennen, ten einde de tekenen van de tijd met hen te onderscheiden”11. 

    De Heilige Pastoor onderrichtte zijn parochianen vooral door het getuigenis van zijn leven. Door zijn voorbeeld leerden de gelovigen bidden, bleven ze gemakkelijk staan voor het tabernakel om Jezus Eucharistie een bezoek te brengen12. “Het is niet nodig veel te spreken om goed te bidden – legde de Pastoor hen uit – men weet dat de goede God daar is, in het heilig Tabernakel; men opent zijn hart voor Hem; men geniet van Zijn aanwezigheid. Dat is het beste gebed”13. En hij riep hen op: “Kom te communie, kom naar Jezus, kom van Hem leven, zodat ge voor Hem gaat leven”14. “Het is waar, u bent het niet waardig, maar u hebt het nodig!”15. Deze opvoeding van de gelovigen in de Eucharistische aanwezigheid en de communie was bijzonder doeltreffend wanneer de gelovigen hem het heilig Misoffer zagen opdragen. Degenen die erbij waren, zeiden “dat het onmogelijk was een gezicht te zien dat zozeer aanbidding uitdrukt ... Hij keek naar de Hostie met zoveel liefde”16. “Alle goede werken samen – zei hij – wegen niet op tegen het Misoffer, want dat is mensenwerk en de heilige Mis is Gods werk”17. Hij was ervan overtuigd dat al de vurigheid van een priester leven afhankelijk is van de Mis: “Dat een priester verflauwt, komt doordat hij geen zorg draagt voor de Mis! Helaas! Mijn God! Hoe beklagenswaardig is een priester die doet alsof het iets gewoon is!”18. Hij had de gewoonte aangenomen in elke Mis zijn leven te offeren: “Oh! wat doet een priester er goed aan zich elke morgen aan God te offeren”19.  

    Deze persoonlijke identificatie met het Kruisoffer bracht hem – als was het één innerlijke beweging – van het altaar naar de biechtstoel. Priesters zouden zich nooit mogen neerleggen bij het feit dat de biechtstoelen leeg zijn en dat de gelovigen van dit sacrament vervreemden. Ten tijde van de Heilige Pastoor was de biecht in Frankrijk niet vlotter noch frequenter dan op onze dagen, rekening houdend met het feit dat de omwenteling van de Revolutie de godsdienstpraktijk lang verstikt had. Maar hij heeft er zich op alle manieren voor ingezet: door prediking, door zijn parochianen proberen te overtuigen met raadgevingen, door hun opnieuw de zin en de schoonheid te laten ontdekken van de sacramentele boete, door hun te tonen hoezeer zij een vereiste is die innig verbonden is met de Eucharistische aanwezigheid. Zo wist hij leven te geven aan een kring van deugdzame mensen. Door zijn lange aanwezigheden voor het tabernakel in de kerk, begonnen de gelovigen hem na te doen; zij gingen naar de kerk om Jezus een bezoek te brengen en waren tegelijk zeker er hun pastoor te vinden die beschikbaar was voor een luisterend oor en vergeving. Later hield de aangroeiende menigte biechtelingen die uit heel Frankrijk kwam, hem tot 16 uur per dag in de biechtstoel. Men zei toen dat Ars “het grote ziekenhuis van de zielen geworden was”20. “De genade die hij bekwam (voor de bekering van de zondaars) was zo sterk dat zij naar hen op zoek ging zonder hen een ogenblik respijt te gunnen”, zei de eerste biograaf21. Zo dacht de Heilige Pastoor er ook over: “Niet de zondaar keert naar God terug om Hem vergiffenis te vragen; maar God loopt zelf de zondaar achterna en doet hem naar zich terugkeren”22. “Die goede Verlosser is zo vol liefde voor ons dat Hij ons overal zoekt!”23. 

    Wij allen, priesters, zouden moeten zien dat de woorden die hij in de mond van Christus legt, ons persoonlijk aangaan: “Ik zal Mijn bedienaars opdragen hun te verkondigen dat Ik altijd bereid ben hen te ontvangen, dat Mijn barmhartigheid oneindig is”24. Van de Heilige Pastoor van Ars kunnen wij, priesters, niet alleen een onuitputtelijk vertrouwen in het Boetesacrament leren zodat wij het opnieuw in het midden van onze pastorale zorg plaatsen, maar ook een methode van “heilsdialoog” die daarin moet gevoerd worden. Naargelang de boeteling, had de Pastoor van Ars had een andere manier van omgaan. Wie naar zijn biechtstoel kwam vanuit de innerlijke en nederige nood aan Gods vergeving, vond in hem de bemoediging zich onder te dompelen in de “stroom van Goddelijke barmhartigheid” die alles in zijn loop meesleurt. En wanneer iemand zich pijnigde door zijn zwakheid en onstandvastigheid en vreesde te hervallen, openbaarde de Pastoor hem Gods geheim met een treffende schoonheid: “De goede God weet alles. Hij weet vooraf reeds dat u na uw biecht opnieuw zal zondigen en toch vergeeft Hij u. Wat een liefde heeft onze God die zelfs vrijwillig de toekomst wil vergeten om u te vergeven!”25. Omgekeerd, wie zich lauw en bijna onverschillig beschuldigde, gaf hij met zijn tranen het bewijs van het leed en de ernst die deze “vreselijke” houding veroorzaakte: “Ik ween omdat u niet weent”26, zei hij. “Goed, indien de goede God niet goed was, maar Hij is zo goed. Moet de mens dan wreed zijn voor een zo goede Vader”27. Hij wekte berouw in het hart van de lauwen door hun, met eigen ogen en op zijn gezicht “belichaamd”, Gods leed te laten zien over hun zonde. Indien iemand daarentegen kwam met een reeds levendig verlangen naar een dieper geestelijk leven en indien hij ertoe in staat was, maakte hij hem vertrouwd met de diepte van de liefde door de onuitsprekelijke schoonheid te tonen van in vereniging met God en in Zijn aanwezigheid te kunnen leven: “Alles onder de ogen van God, alles met God, alles om God te behagen ... oh! wat is dat mooi!”28. Hun leerde hij bidden: “Mijn God, geef me de genade U zoveel te beminnen als voor mij mogelijk is”29. 

    De Pastoor van Ars heeft in zijn tijd het hart en leven van zoveel mensen weten om te vormen, omdat hij erin slaagde hun de barmhartige liefde van de Heer te tonen. Ook onze tijd heeft grote nood aan zo een verkondiging en getuigenis van de waarheid van de Liefde: Deus caritas est (1 Joh. 4,8). Door Jezus’ woord en sacramenten wist Jean-Marie Vianney het volk op te bouwen, zelfs indien hij dikwijls beefde ten overstaan van zijn persoonlijke onbekwaamheid, zodat hij meer dan eens verlangde bevrijd te worden van de verantwoordelijkheden van het werk in de parochie waartoe hij zich onwaardig voelde. Doch met voorbeeldige gehoorzaamheid bleef hij altijd op zijn post, verteerd door apostolische ijver voor het heil van de zielen. Hij spande zich in zijn roeping en zending totaal te beleven en beoefende daarbij een strenge ascese: “Het is voor ons pastoors een groot ongeluk– betreurde de heilige – dat de ziel gevoelloos wordt”30; en hij maakte hiermee allusie op het gevaar dat de herder loopt wanneer hij gewoon raakt aan de zonde of onverschilligheid van zovele schapen. Hij beheerste zijn lichaam met waken en vasten om te vermijden dat het weerstand zou bieden aan zijn priesterlijke ziel. En hij aarzelde niet zich verstervingen op te leggen voor het welzijn van de zielen die hem toevertrouwd waren en om bij te dragen tot de uitboeting van zoveel zonden die hij in de biecht gehoord had. Aan een confrater priester verklaarde hij: “Ik zal u mijn recept geven. Ik geef hun een kleine penitentie en de rest doe ik in hun plaats”31. Naast deze concrete boetedoeningen die de Pastoor van Ars zich oplegde, blijft de kern van zijn onderricht altijd geldig: Jezus vergiet Zijn bloed voor de zielen en de priester kan zich niet aan hun heil wijden als hij weigert persoonlijk deel te nemen aan die “hoge prijs” van de verlossing. In de wereld van vandaag, evenals in de moeilijke tijd van de Pastoor van Ars, dienen priesters zich in hun leven en werk te onderscheiden door de kracht van hun evangelisch getuigenis. Paulus VI bemerkte juist: “De hedendaagse mens luistert liever naar getuigen dan naar meesters en wanneer hij naar meesters luistert, is het omdat zij getuigen zijn”32. Om een existentiële leegte in ons te vermijden en de doeltreffendheid van ons ambt in gevaar te brengen, dienen wij ons steeds opnieuw af te vragen: “Zijn wij werkelijk van Gods woord doordrongen? Is dat werkelijk het voedsel dat ons in leven houdt, meer nog dan het brood en de dingen van deze wereld? Kennen wij het werkelijk? Beminnen wij het? Houden wij ons er innerlijk zo mee bezig dat dit woord werkelijk ons leven vorm geeft en onze gedachte inspireert?”33. Zoals Jezus de Twaalf riep om bij Hem te blijven (cfr. Mc. 3,14) en Hij hen pas nadien uitzond om te prediken, zo zijn ook vandaag de priesters geroepen zich af te stemmen op deze “nieuwe levensstijl” die de Heer Jezus ingevoerd heeft en die precies die van de apostelen geworden is34.

          Diezelfde voorbehoudloze aanhankelijkheid aan die “nieuwe levensstijl” kenmerkte het engagement van de Pastoor van Ars in heel zijn ambt. Paus Johannes XXIII presenteerde in de encycliek Sacerdotii nostri primordia, gepubliceerd in 1959 ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de dood van de heilige Jean-Marie Vianney, diens ascetische fysionomie onder het teken van de “drie evangelische raden”, die hij voor priesters ook noodzakelijk achtte: “Indien voor deze heiligheid van leven, de beoefening van de evangelische raden niet opgelegd wordt aan de priester omwille van zijn klerikale staat, zijn zij voor hem en alle volgelingen van de Heer, niettemin de koninklijke weg van christelijke heiliging”35. De Pastoor van Ars wist de evangelische raden te beleven op een manier die aangepast is aan zijn situatie van priester. Zijn armoede was inderdaad niet die van een religieus of monnik, maar degene die van een priester gevraagd wordt: terwijl hij grote sommen geld beheerde (aangezien de rijkste bedevaarders zich niet onthielden van liefdadigheidswerken), wist hij dat alles gegeven werd voor zijn kerk, de armen, zijn wezen en de kinderen van zijn “Providence”36 en voor de meest behoeftige gezinnen. Dus, hij “was rijk om aan anderen te geven en zeer arm voor zichzelf”37. Hij gaf als uitleg: “Mijn geheim is heel simpel, alles geven en niets houden”38. Als het gebeurde dat hij met lege handen stond, zei hij tevreden tegen de armen die zich tot hem richtten: “Ik ben zo arm als gij; ik ben vandaag één van de uwen”39. Zo kon hij op het einde van zijn leven in volledige sereniteit zeggen: “Ik heb niets meer, de goede God kan mij roepen wanneer Hij wil”40. Zijn kuisheid was ook die van een priester gevraagd wordt omwille van zijn ambt. Men kan zeggen dat het om de kuisheid gaat die noodzakelijk is voor wie de Eucharistie moet aanraken en die ze aankijkt met heel de vurigheid van zijn hart en met dezelfde vurigheid aan de gelovigen geeft. Men zei van hem dat “de kuisheid in zijn blik schitterde” en de gelovigen gaven er zich rekenschap van als hij naar het tabernakel keek met de blik van een verliefde41. Ook de gehoorzaamheid van de heilige Jean-Marie Vianney werd helemaal belichaamd door zijn instemming met al het lijden dat verbonden was aan de eisen die het ambt dagelijks stelt. Men weet hoezeer hij gekweld werd door de gedachte aan zijn onbekwaamheid voor het parochiaal werk en door zijn verlangen te vluchten “om zijn armzalig leven in de eenzaamheid te bewenen”42. Alleen de gehoorzaamheid en zijn bezieling voor de zielen konden hem ervan overtuigen op zijn post te blijven. Hij toonde zijn gelovigen en ook zichzelf, dat “er geen twee goede manieren zijn om Onze Heer te dienen, er is slechts één, namelijk Hem te dienen zoals Hij gediend wil worden”43. De gouden regel voor een leven in gehoorzaamheid leek hem deze: “Alleen doen wat men de goede God kan aanbieden”44.

          In deze context van een spiritualiteit die gevoed wordt door de beoefening van de evangelische raden, richt ik een hartelijk verzoek tot de priesters in dit Jaar dat aan hen gewijd is, om de nieuwe lente te verwelkomen die de Geest deze dagen in de Kerk opwekt, vooral dank zij de kerkelijke Bewegingen en nieuwe Gemeenschappen. “De Geest neemt in Zijn gaven vele vormen aan ... Hij waait waar Hij wil. Hij doet het op een onverwachte manier, op onverwachte plaatsen en onder vormen die men op voorhand niet kan bedenken ... Hij toont ons ook dat Hij aan het werk is met het oog op het ene lichaam en in de eenheid van het ene lichaam”45.Wat het Decreet Presbyterorum ordinis hierover zegt is actueel: “Door de geesten te onderzoeken om te weten of ze van God komen, zullen zij (de priesters) met geloofszin de vele charisma’s van de leken proberen te ontdekken, zowel eenvoudige als opmerkelijke charisma’s, ze met vreugde herkennen en met geestdriftig ontplooien”46. Diezelfde gaven, die voor heel wat mensen de aanzet zijn tot een hoger geestelijk leven, zijn niet alleen van nut voor lekengelovigen maar ook voor de bedienaars zelf. Uit de gemeenschap tussen gewijde bendienaars en charisma’s kan “een waardevolle bezieling” ontstaan “voor een nieuw engagement van de Kerk in dienst van de verkondiging en van het getuigenis van het Evangelie van hoop en liefde, overal ter wereld”47. Ik zou er nog willen aan toevoegen, in de lijn van de Apostolische Exhortatie Pastores dabo vobis van paus Johannes Paulus II, dat de gewijde bedienaar een radicale “gemeenschapsvorm” heeft en dat die alleen in de gemeenschap van de priesters met hun Bisschop kan gerealiseerd worden 48. Deze gemeenschap van de priesters onderling en met hun Bisschop, geworteld in het sacrament van de priesterwijding en tot uiting gebracht in de Eucharistische concelebratie, vertaalt zich in de verschillende concrete vormen van een effectieve en affectieve broederlijkheid49. Alleen zo zullen de priesters de gave van het celibaat ten volle kunnen beleven en in staat zijn de christengemeenschappen te laten bloeien waarin de wonderen van de eerste Evangelieverkondiging zich hernieuwen.

          Het Paulusjaar dat ten einde loopt nodigt ons uit de persoon van de Apostel der heidenen nogmaals onder ogen te nemen; daarin schittert een stralend voorbeeld van de priester die helemaal aan zijn bediening“gegeven” is. “De liefde van Christus laat ons geen rust – schrijft hij – sinds wij hebben ingezien, dat Een is gestorven voor allen. Maar dan zijn allen gestorven” (2 Kor. 5,14) en hij gaat verder: “En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die ter wille van hen is gestorven en verrezen” (2 Kor. 5,15). Kan een beter programma voorgehouden worden aan een priester die zich inspant om vooruitgang te maken op de weg van de christelijke volmaaktheid?

          Geliefde priesters, de viering van de 150e verjaardag van de dood van de heilige Jean-Marie Vianney (1859) volgt onmiddellijk op de vieringen van de 150e verjaardag van de verschijningen in Lourdes (1858) die onlangs beëindigd werden. Reeds in 1959 had de zalige paus Johannes XXIII de bemerking gemaakt: “Kort voordat de Pastoor van Ars zijn lange verdienstelijke loopbaan beëindigd had, was (de Onbevlekte Maagd) verschenen in een andere streek in Frankrijk aan een nederig en zuiver kind om het een boodschap van gebed en boete te geven, waarvan men de immense spirituele weerklank reeds een eeuw lang kent.Waarlijk, het leven van de heilige priester wiens gedachtenis wij vieren, was op voorhand een levende illustratie van de grote bovennatuurlijke waarheden waarin de zieneres van Massabielle onderricht werd! Hij zelf had een zeer grote devotie voor de Onbevlekte Ontvangenis van de Allerheiligste Maagd, hij die in 1836 zijn parochie had toegewijd aan Maria, zonder zonde ontvangen, en die met veel geloof en vreugde het dogma van 1854 zou vernemen”50. De Heilige Pastoor bracht zijn gelovigen steeds in herinnering dat “Jezus Christus, nadat Hij ons gegeven had al wat Hij ons kon geven, ons nog wou erfgenaam maken van wat Hem het dierbaarst is, namelijk Zijn Heilige Moeder”51.

          Ik vertrouw dit Jaar van de Priester toe aan de Heilige Maagd, en vraag Haar in de ziel van iedere priester een edelmoedige vernieuwing op te wekken van deze idealen van totale gave aan Christus en de Kerk die de gedachte en het werk van de Heilige Pastoor van Ars hebben geïnspireerd. Het vurige leven van gebed en bezielde liefde van de gekruisigde Jezus hebben de dagelijkse en voorbehoudloze gave van Jean-Marie Vianney aan God en de Kerk gevoed. Moge zijn voorbeeld onder de priesters dit getuigenis opwekken van eenheid met de Bisschop, met elkaar en met de leken, dat vandaag, zoals in alle tijden, zo noodzakelijk is. Ondanks het kwaad in de wereld weerklinkt het woord van Christus tot Zijn apostelen in het cenakel nog steeds met dezelfde kracht der actualiteit: “Weliswaar leeft gij in de wereld in verdrukking, maar hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnen” (Joh. 16,33). Het geloof in de Goddelijke Meester geeft de kracht de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. Geliefde priesters, Christus rekent op u. Naar het voorbeeld van de Heilige Pastoor van Ars, laat u door Hem veroveren en ook u zult in de wereld van vandaag boodschappers zijn van hoop, verzoening en vrede! 

    Met mijn zegen.

    Vaticaan, 16 juni 2009

    Benedictus PP. XVI




    Foto

    Getuigenissen van de jongeren van Cenacolo
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7

  • Foto

    Foto

    Foto

    Godelieve heeft voor mij
    deze prachtige pps gemaakt
    waarvoor mijn dank





    Foto

    Schrijft u wat in mijn gastenboek
    klik dan op het boek boven




    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Klik op het plaatje en krijg een prachtige rondleiding door het Vaticaan
    Ieder nummertje is weer iets moois
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Foto

    Een interessant adres?


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Meer blogs