For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
29-06-2009
JEZUS, NAAM BOVEN ALLE NAAM - U KOMT TOE.
DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.
Wat bijdroeg aan de verwarring was het zeer complexe politieke stelsel van het Byzantijnse Rijk, gebaseerd op een ingewikkelde hofhouding en ambtenarij ; wij gebruiken het woord 'byzantijns' nog steeds voor een ondoordringbaar politiek of justitieel systeem. Dit was vooral later het geval en keizer Constantijn VII Porphyrogenetus, die regeerde in de tiende eeuw, schreef een opmerkelijk boek waarin hij zeer gedetailleerd de overdadige rituelen beschrijft die het hof gedurende een jaar moest verrichten. Patriarchen bewogen zich in deze wereld net zo gemakkelijk als in de kerkelijke wereld. De keizer koos soms verschillende hoffunctionarissen als persoonlijk adviseur, of eigenlijk premiers, vooral als ze zelf op manoeuvre waren. Soms werd een oecummenisch patriarch in die functie benoemd. Constantijn werd beschouwd als de grondlegger en stichter van het christelijke Romeinse Rijk, maar de grootste keizer na de val van Rome en het voorbeeld voor alle latere keizers was Justinianus de Grote, die we al eerder zagen. Hij werd in 482 geboren in Thracië en sprak altijd Grieks met een buitenlands accent. Zijn oom Justinus was een generaal die in 518 keizer was geworden. Hij benoemde al gauw zijn neef tot een van zijn persoonlijk adviseurs en Justinnianus werd de ware macht achter de troon. Dat bleef hij tot 527, toen Justinus stierf en Justinianus hem opvolgde. Hij deelde de troon met zijn vrouw, Theodora, een vrouw die minstens zo opmerkelijk was als haar man. Aangezien zij een voormalig actrice en theaterartieste was ( en wellicht prostituee ) moest Justinus de wet veranderen zodat zijn neef met haar kon trouwen. Met haar wilskracht en charisma wist zij haar machtige man in te palmen. Justinianus was vooral dapper. Hij was niet tevreden over de gebruikelijke manier van oorlogvoeren tegen de Perzen en liet zijn uitstekende generaal Belisarius grote delen van de westelijke helft van het oude Romeinse Rijk heroveren. Met succes kreeg hij Noord - Afrika en Italië in handen, hoewel grote gebieden in de strijd waren verwoest. Ondanks de grote rol van het christendom in Byzantium, lijkt het rijk altijd iets wreeds te hebben gehad. Het geloof van de vroege kerk, dat christendom en doodslag fundamenteel overenigbaar waren, was allang losgelaten in Byzantium, net als in westelijk Europa. Na de bekering van Rome tot het christendom in de vierde eeuw werd oorlogsvoering al snel geherinterpreteerd als mogelijke actie in de dienst van God ; de christelijke soldaat kon gerust vechten voor zijn keizer in de veronderstelling dat het motief van de keizer ook dat van God was. De Perzische veldslagen van Heraclius rond 620 waren slechts één dramatisch gevolg van deze pragmatische ommezwaai van de kerk. De doodstraf vond men ook niet langer onchristelijk. Wel bleef het priesters verboden om executies op te dragen of uit te voeren, ook in West - Europa. Naast 'rechtmatig' geweld zoals dit, had Byzantium te maken met onwettige wreedheden. In zijn geschiedenis werden keizers vaak vermoord door mensen die ze vertrouwden en die moordenaars werden zelf keizer, ondanks dat ze vaak geen dynastieke aanspraak op de troon maakten.
Lezing uit de Handelingen der apostelen 12,1-11. Psalmen 34(33),2-3.4-5.6-7.8-9. Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Timoteüs 4,6-8.17-18. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 16,13-19.
Lezing uit de Handelingen der apostelen 12,1-11.
Omstreeks die tijd legde koning Herodes de hand op enige leden der Kerk, om hen te mishandelen. Jakobus den broer van Johannes, doodde hij met het zwaard. Toen hij zag, d t dit aan de Joden aangenaam was, liet hij ook Petrus gevangen nemen. Het was in de dagen der ongedesemde broden Zodra hij hem in handen had, sloot hij hem in de gevangenis op, en liet hem door vier afdelingen elk van vier soldaten, bewaken. Het was zijn bedoeling, na het paasfeest hem voor het volk te brengen. Maar terwijl Petrus in de gevangenis bleef opgesloten, werden er zonder ophouden door de Kerk voor hem gebeden opgedragen aan God. Toen nu Herodes hem vóór zou laten komen, sliep Petrus die nacht tussen twee soldaten; hij was met twee kettingen geboeid, en wachters voor de deur bewaakten de kerker. En zie, daar stond een engel des Heren, en een licht schitterde in de cel. Hij stiet Petrus in de zij, wekte hem, en sprak: Sta haastig op. En de kettingen vielen van zijn handen af. De engel zei hem: Doe uw gordel om, en bind uw sandalen aan. Hij deed het. Hij vervolgde: Sla uw mantel om, en kom achter mij aan. Hij ging naar buiten en volgde hem, zonder te weten, dat het werkelijkheid was, wat de engel gedaan had; hij meende een visioen te aanschouwen. Ze gingen nu de eerste en de tweede wachtpost voorbij, en kwamen aan de ijzeren poort, die naar de stad leidt; deze ging vanzelf voor hen open. Ze traden naar buiten, sloegen een straat in: en plotseling was de engel verdwenen. Nu kwam Petrus tot bezinning, en sprak: Thans weet ik zeker, dat de Heer zijn engel heeft gezonden, en mij heeft gered uit de hand van Herodes, en van al wat het volk der Joden verwachtte.
Psalmen 34(33),2-3.4-5.6-7.8-9.
Altijd wil ik Jahweh prijzen, Steeds trilt zijn lofzang in mijn mond. Mijn ziel zal roemen in Jahweh; Bedrukten zullen het horen, en juichen. Verheerlijkt Jahweh met mij, Laat ons te zamen zijn Naam verheffen: Ik heb Jahweh gesmeekt; Hij heeft mij verhoord, En mij van al mijn angsten bevrijd. Ziet naar Hem op, dan straalt gij van vreugde, En uw gelaat zal niet blozen van schaamte. Hier is een rampzalige, die om hulp heeft geroepen: Jahweh heeft hem gehoord, en van al zijn ellende verlost. De engel van Jahweh slaat zijn legerplaats op Rond die Hem vrezen, om ze te redden! Smaakt en beseft dan de goedheid van Jahweh; Gelukkig de man, die zijn hoop op Hem stelt.
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Timoteüs 4,6-8.17-18.
Zie, ikzelf word reeds als drankoffer geplengd, en de tijd van mijn verscheiden is nabij. De goede strijd heb ik gestreden, de wedloop volbracht, het geloof bewaard. Van nu af ligt voor mij de kroon der gerechtigheid gereed, die de Heer, de rechtvaardige Rechter, mij schenken zal op die Dag. En niet alleen aan mij, maar ook aan allen, die zijn verschijnen hebben liefgehad. Maar de Heer heeft mij ter zijde gestaan en mij kracht verleend, opdat door mij de prediking haar volle maat zou krijgen, en al de heidenen ze zouden horen; zo werd ik verlost uit de muil van den leeuw. De Heer zal mij verlossen van alle boze aanslagen, en mij behouden voor zijn hemels Rijk: Hem zij de eer in de eeuwen der eeuwen. Amen!
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 16,13-19.
Toen Jesus in de streek van Cesarea Filippi was gekomen, ondervroeg Hij zijn leerlingen: Wie zeggen de mensen, dat de Mensenzoon is? Ze zeiden: Sommigen zeggen: Johannes de Doper; anderen: Elias; weer anderen: Jeremias of een van de profeten. Hij zeide hun: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Simon Petrus antwoordde: Gij zijt de Christus, de Zoon van den levenden God! Jesus antwoordde: Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona; want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemel is. En Ik, Ik zeg u: gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. En u zal Ik de sleutels geven van het rijk der hemelen. En al wat ge op aarde zult binden, zal ook in de hemel gebonden zijn; en al wat ge op aarde zult ontbinden, zal ook in de hemel ontbonden zijn.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
GEBED TOT JEZUS OM BEVRIJDING VAN ANGST.
O mijn Jezus, in doodsangst in de Hof van Gethsemani,
voel toch het lijden van mijn hart en mijn geest.
Reik mij Uw weldoende hand, o mijn Verlosser, want de beklemming wurgt mij en bedreigt in mij het Licht van de hoop en het geloof.
Neem mij toch in Uw armen en druk mij aan Uw Hart, dat elke dag weer uit liefde voor mij doorstoken wordt.
Zegen de kelk die ik te drinken krijg, want als ik dit kruis op mijn schouder neem, zal de Vader mij in Zijn Rijk met U verheerlijken.
O Jezus, mijn ziel is bedroefd tot de dood toe, want het leven is mij vijandig geworden. Uw eenzaamheid is de mijne geworden. Hoezeer bedrukt mij de duisternis van de nacht in de tuin van mijn hart.
In de naam van Maria, Uw en mijn Moeder van Smarten, smeek ik U om het Licht van Uw Aanwezigheid in mijn Gethsemani, opdat de boze macht die mij omknelt met de vrees voor de dag van morgen, verblind moge worden in het vuur van mijn overgave, en ik samen met U mijn kelk moge drinken met deze heilige woorden uit Uw mond :
Onze Vader die in de Hemelen zijt, geheiligd zij Uw naam. Uw Rijk kome. Uw Wil geschiede op aarde als in de Hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood, en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren. En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwaad. Amen.
Er wordt gezegd dat het tegendeel van liefde niet alleen haat is, doch ook angst. Angst is een gesteldheid van het gemoed die niet verenigbaar is met Gods Aanwezigheid. God is Liefde, ook Maria is Liefde. Waar volmaakte Liefde is, kan geen angst zijn, en wanneer in een relatie angst bestaat, kan geen ongeremde liefde heersen. Angst staat de innerlijke vrede in de weg. Daarom is het van belang dat U in ogenblikken van angst om Gods tussenkomst vraagt. Het is God heel welgevallig wanneer U de doodsangst van Jezus in de Hof van Gethsemani gedenkt. Jezus werd zwaar terneer gedrukt onder de angst, niet zozeer omdat Hij bang was om te sterven (want daartoe alleen was Hij in de wereld gekomen), doch omdat Hij de onbeschrijflijke last van de zonden der mensheid op zich voelde drukken. Het was de zonde die Zijn Hart wurgde.
O Moeder, leid mij altijd en overal. Leef voelbaar en zichtbaar in en door mij. Verleen mijn gedrag de waardigheid om U nooit te schande te maken
GEBED TOT JEZUS CHRISTUS, HET LICHT IN DE DUISTERNIS.
O Jezus Christus, Goddelijke Verlosser, Licht van de hele schepping, maak Uw stralen zichtbaar, want de duisternis is tussen U en de zielen gevallen als een doek dat alle Leven verstikt.
Laat nu de zielen herbloeien in het volle Licht van het Kruis van Verlossing, waarmee U op Golgotha het grote Verbond van Liefde hebt gesloten.
Licht dat schijnt in de duisternis, maak de enige ware Weg zichtbaar voor de zwakste ogen.
Licht dat schijnt in de duisternis, verlicht alle struikelstenen waarover zielen vallen.
Licht dat schijnt in de duisternis, verjaag alle duisternis uit de wereld en uit elke ziel.
Licht dat schijnt in de duisternis, verberg U niet langer achter de wolken der wereld.
Licht dat schijnt in de duisternis, wees de Ster die de nacht tot eeuwige dag maakt.
Licht dat schijnt in de duisternis, verdrijf de nevel die geesten onzeker maakt.
Licht dat schijnt in de duisternis, bevrijd alle zielen van de schaduwen van de zonde.
Licht dat schijnt in de duisternis, wees steeds zichtbaar doorheen het Onbevlekt Hart van Maria, de Maan in onze donkerste uren.
O sta toch op, Licht der zielen, en schitter nu in de Glorie van Uw Verrijzenis, tot eeuwige verheerlijking van de Liefde die op het Kruis is ontbrand als de Zon van Eeuwig Leven. AMEN.
O Moeder van Smarten, zie mijn brandend hart, een dorstige bloem die zich opent om het grootste Goddelijke Mysterie te drinken, van de hosannas van Jeruzalem tot de hamerslagen van Golgotha. Laaf ze met Uw tranen en met het Bloed van Jezus, opdat zij moge bloeien in de stralen van de Zon der Verrijzenis
GEBED TOT MARIA, REGENBOOG NA DE STORM.
Lieve Moeder Maria,
Geschenk van Belofte, ons gegeven als Moeder van het Licht der wereld, sedert Uw Onbevlekte Ontvangenis overspant Uw pracht het aardse tranendal.
O vertroost mij met de aanblik van Uw Hemelse Mantel wanneer rond en in mij de storm raast.
O wonderbare verschijning, geen hart kan Gods Liefde negeren nadat de ogen van de ziel U hebben aanschouwd. Heeft niet het Licht van het Kruis op Kalvarie Uw tranen omhelsd om een regenboog voor de wereld te baren als Teken van Verlossing uit de grauwheid van de zondeslavernij ?
U bent het Hemelse Teken van Hoop en Vreugde in elk hart dat het Licht toelaat nadat de regen van smart over de ziel is neergekomen.
Kom, o Hemelse Lust, breng verrukking in mijn ziel die reeds zo lang wordt geteisterd door alle ontij der wereld.
Verruk mij met de rode pracht van Uw vurige Liefde en het Bloed der Verlossing, dat Uw Hart tot Zijn Bron had uitverkoren.
Verruk mij met de oranje-gouden pracht van Uw heiligheid en Uw onvergelijkbare kroon van verdiensten, o verheven Hemelkoningin.
Verruk mij met de gele pracht van het Eeuwig Licht, de stralen van de Zon die uit Uw schoot ter wereld is gekomen, en van de verlichting en wijsheid van de Heilige Geest die U tot Zijn Bruid heeft uitverkoren.
Verruk mij met de groene pracht van de hoop en alle nieuw Leven, die Uw Zoon Jezus na Uw jawoord in de zielen heeft gezaaid.
Verruk mij met de blauwe pracht van Uw onverwoestbaar geloof, dat de volheid der hemelse krachten over U heeft afgeroepen, want de Vader heeft U boven alle zielen uitverkoren en verheven.
Verruk mij met de paarse pracht van de opperste heiligmakende smart, waarvan U de Koningin bent geworden tot heiliging van mijn ziel, want aan Uw voeten worden ook mijn lasten tot Hemels Licht van genade.
O Hemelse Regenboog, in U hebben het vuur van de Liefde en de tranen der smart een heilig en onverbrekelijk Verbond gesloten. Op Uw woord zullen in U mijn tranen verheven worden tot parels van Liefde onder de kus van het Eeuwig Licht. AMEN. De regenboog is een opmerkelijk natuurverschijnsel. Hij wordt gevormd wanneer het zonlicht doorheen regendruppels straalt en in bepaalde golflengten gebroken wordt. Een mystieke betekenis is deze van de versmelting van het Licht van de Liefde en de druppels van smartelijke tranen.
28-06-2009
IK GELOOF IN GOD DE VADER.
MARCELINO. ( ZEKER NAAR KIJKEN ).
IK WIL ZINGEN VAN MIJN HEILAND.
LITANIE VAN ALLE HEILIGEN BIJ WIJDINGEN
Heer, ontferm U. Heer, ontferm U. Christus, ontferm U. Christus ontferm U. Heer ontferm U. Heer ontferm U.
Heilige Maria, moeder van God, wees onze voorspraak. Heilige Michaël, Alle heilige engelen van God, Heilige H. Johannes de Doper, Heilige Jozef, Heilige Petrus en Paulus, Heilige Andreas, Heilige H. Johannes, Heilige Maria Magdalena, Heilige Stefanus, Heilige Laurentius, Heilige Ignatius van Antiochië, (Heilige Bonifatius), Heilige Agnes, Heilige Perpetua en Felicitas, (Heilige martelaren van Gorkum), Heilige Gregorius, Heilige Augustinus, Heilige Athanasius, Heilige Basilius, Heilige Martinus, (Heilige Willibrordus,) Heilige Benedictus, Heilige Franciscus en Dominicus, Heilige Franciscus Xaverius, (Heilige Petrus Canisius,) Heilige H. Johannes Maria Vianney (Pastoor van Ars), Heilige Theresia, Heilige Catharina van Siëna, (Heilige Ludwina), Alle heiligen van God,
Wees genadig, verlos ons Heer. Van alle kwaad, Van alle zonde, Van de eeuwige dood, Door uw menswording, Door uw dood en verrijzenis, Door de komst van de Heilige Geest,
Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij uw heilige kerk wilt besturen en bewaren, Dat Gij de paus en alle bedienaren van de kerk in hun heilig ambt wilt bewaren, Dat Gij alle volkeren vrede en ware eendracht wilt verlenen, Dat Gij onszelf in uw heilige dienst wilt sterken bewaren, Dat Gij deze wijdelingen wilt zegenen, Dat Gij deze wijdelingen wilt zegenen en heiligen, Dat Gij deze wijdelingen wilt zegenen en heiligen en wijden, Jezus, Zoon van de levende God,
Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons.
SMEEKGEBED TOT JEZUS OM HET EEUWIG LEVEN.
O Jezus Christus, gezegende Messias, Zoon van de Eeuwige Liefde,
In tegenwoordigheid van Maria, mijn Moeder, Medeverlosseres, Voorspreekster en Middelares van alle Genaden, smeek ik U om de vruchten van Uw Verlossingswerk voor mijzelf, mijn geliefden en mijn vijanden.
Jezus, aan het Kruis gestorven, wil totale vergiffenis schenken voor alle zonden van mijn leven en alle zonden van mijn geliefden, maar ook voor alle zonden van hen die tegen mij hebben misdaan en nog zullen misdoen.
Jezus, uit de dood verrezen, wil mij en al mijn geliefden, maar ook hen die mij niet liefhebben, de genade schenken om niet meer te zondigen, opdat wij de dreigende dood van onze ziel mogen overwinnen.
Jezus, ten Hemel opgestegen, wil een plaats in de Hemel bereiden voor mij en al mijn geliefden, maar ook voor hen die mij niet liefhebben.
In dit verlangen geef ik U mijn ziel, de zielen van mijn geliefden en de zielen van mijn vijanden, door Maria die met U geleden heeft, door U verheerlijkt ten Hemel opgenomen en gekroond is. AMEN.
Lezing uit het boek der Wijsheid 1,13-15.2,23-24. Psalmen 30,2.4.5-6.11.12.13. Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 8,7.9.13-15. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 5,21-43.
Lezing uit het boek der Wijsheid 1,13-15.2,23-24.
Want God heeft de dood niet gemaakt, en heeft geen vermaak aan het verderf der levenden. Want hij heeft alle dingen geschapen om te zijn, en de beginselen der wereld zijn heilzaam, en in deze is geen venijn des verderfs, en het rijk der hel is niet op aarde. Gerechtigheid is onsterfelijk. Want God heeft de mens geschapen tot onverderfelijkheid, en heeft hem gemaakt een beeld van zijn eigen natuur. Maar door des duivels nijdigheid is de dood in de wereld gekomen, en die van zijn deel zijn, die proeven deze.
Psalmen 30,2.4.5-6.11.12.13.
Ik wil U prijzen, o Jahweh; want Gij trokt mij omhoog, Opdat mijn vijanden niet over mij juichen. Gij trokt mij uit het dodenrijk op, Ten leven uit het midden van die in het graf zijn gezonken. Jahwehs vromen, zingt Hem een lied, En verheerlijkt zijn heilige Naam: Want zijn toorn duurt maar een ogenblik, Zijn goedheid levenslang; s Avonds komt er geween, Maar s morgens is er weer vreugd. En Jahweh heeft het gehoord, en Zich mijner ontfermd; Jahweh heeft mij geholpen. Gij hebt mijn gejammer in een reidans veranderd, Mijn rouwkleed verscheurd, met vreugd mij omgord: Opdat mijn geest U zou prijzen, en nooit meer zou zwijgen, U eeuwig zou loven, o Jahweh, mijn God!
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 8,7.9.13-15.
maar ú, om ook in dit liefdewerk uit te munten, zoals gij uitmunt in alles: in geloof, spreken, kennis, in ijver op allerlei gebied, in uw liefde tot ons. Gij kent toch de liefdedaad van onzen Heer Jesus Christus:hoe Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede. Want gij behoeft uzelf niet in verlegenheid te brengen, om anderen te verlichten, maar het geschiede volgens een zeker evenwicht. Uw overvloed moet thans hun gebrek ten goede komen, opdat eens ook hun overvloed uw gebrek mag verhelpen. Zó blijft er evenwicht bestaan, gelijk geschreven staat: "Hij die veel had, had niet te veel; en hij die weinig had, kwam niet te kort."
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 5,21-43.
Toen Jesus in de boot weer de overkant had bereikt, verzamelde zich een grote menigte om Hem heen. En terwijl Hij Zich aan de oever van het meer bevond. kwam daar een van de oversten der synagoge, Jaïrus genaamd. Toen hij Hem zag, viel hij aan zijn voeten neer, en bad Hem met aandrang: Mijn dochtertje ligt te sterven. Kom, en leg haar de handen op: dan zal ze worden gered, en blijven leven. Hij ging met hem mee. Een grote menigte volgde Hem, en drong tegen Hem op. Nu was daar een vrouw, die twaalf jaren lang aan bloedvloeiing leed. Veel had ze van verschillende geneesheren moeten verduren; al wat ze bezat, had ze ten koste gelegd, maar heel geen baat gevonden; ze was eer nog erger geworden. Daar ze van Jesus had gehoord, trad ze onder de menigte achter Hem aan, en raakte zijn kleed aan. Want ze dacht: Als ik alleen maar zijn kleren aanraak, zal ik genezen. En terstond droogde haar bloedvloeiing op, en gevoelde ze aan haar lichaam, dat ze van haar kwaal was genezen. Jesus was Zich bewust van de kracht, die er van Hem was uitgegaan; aanstonds keerde Hij Zich onder de menigte om, en sprak: Wie heeft mijn kleren aangeraakt? Zijn leerlingen zeiden tot Hem: Gij ziet, dat de menigte op U aandringt, en Gij vraagt: Wie heeft Mij aangeraakt? Maar Hij keek rond, om te zien, wie het gedaan had. Angstig en bevend kwam de vrouw naderbij, daar ze wist, wat er met haar was gebeurd; ze viel voor Hem neer, en zeide Hem de volle waarheid. Maar Hij sprak tot haar: Dochter, uw geloof heeft u gered; ga in vrede, en wees genezen van uw kwaal. Terwijl Hij nog sprak. kwamen er lieden van den overste der synagoge, en zeiden: Uw dochter is gestorven; waarom den Meester nog lastig gevallen? Jesus hoorde wat er gezegd werd, en sprak tot den overste: Vrees niet, maar geloof! Hij liet niemand met Zich meegaan dan Petrus, Jakobus en Johannes, den broer van Jakobus. Toen zij bij het huis van den overste waren gekomen, zag Hij daar het rouwmisbaar en de wenende en luid jammerende mensen. Hij ging binnen, en zeide tot hen: Wat tiert gij, en weent gij? Het kind is niet dood, maar het slaapt. Ze lachten Hem uit. Nadat Hij ze allen had buiten gezet, nam Hij den vader en de moeder van het kind en zijn metgezellen met Zich mee, en ging het vertrek binnen, waar het kind lag. Hij vatte het kind bij de hand, en sprak tot haar: Talita koemi: wat betekent: Meisje, Ik zeg u, sta op! Onmiddellijk stond het meisje op, en liep heen en weer: want het was twaalf jaar oud. En ze stonden verstomd van verbazing. Maar Hij gebood hun ten strengste, het niemand te laten weten. Ook zeide Hij nog, dat men haar te eten zou geven.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
Testament van de Apostelen van het Nieuw Verbond.
Lieve Moeder Maria,
De Vader heeft mij het Leven gegeven.
De Heilige Geest heeft de ogen van mijn ziel geopend voor het Licht der Waarheid.
Jezus heeft mij de Weg getekend en mij het Kruis tot wegwijzer nagelaten.
O Moeder van het Lam Gods, U hebt Uw naam met Hemels vuur in mijn hart geschreven. Zonder enig voorbehoud heb ik U mijn hart gegeven, opdat mijn oude ik in het vuur van Uw tedere Moederliefde zou kunnen sterven, en ik moge herleven op de echo van de Eeuwige Liefde die weerklinkt uit het Hart van Smarten dat op Kalvarie de hele mensheid heeft geërfd.
Zoals Jezus' Lichaam van Gods Liefde kwam getuigen op het Kruis, zo kust mijn hart het Verbond tussen Hemel en aarde, dat op het Kruis met Zijn Bloed werd ondertekend.
Smartvolle Moeder, nu roept Uw Hart mij tot de getuigenis voor de Liefde van het Nieuw Verbond.
In Uw handen, die mij Jezus hebben gegeven, leg ik mijn testament van liefde en totale overgave.
Door U geef ik Jezus mijn geest. Moge Hij hem vervullen met het volle Licht der Waarheid, opdat ik het Kruis van het Heil moge huwen in de altijddurende omhelzing van de ziel die aan de wereld heeft verzaakt.
Door U geef ik Jezus mijn hart. Moge Hij het doorsteken met de lans van Gods Barmhartigheid tot wassing van zielen waarin de onzuiverheid het Licht begint te doven.
Door U geef ik Jezus mijn lichaam. Moge Hij de tekens van het Verlossingsmysterie eraan voltrekken, want de God van het Nieuw Verbond vertrouwt Zijn Liefde niet toe aan stenen tafelen.
Door U geef ik Jezus mijn geloof in de verlossende kracht van Zijn Kruis en in het heil van mijn lijden.
Door U geef ik Jezus mijn hoop op de verrijzenis der godvrezenden en op de komst van Zijn Rijk op aarde.
Door U geef ik Jezus mijn liefde, want in de liefde straalt het Eeuwig Licht, in de liefde wordt ieder kruis tot zegen, met het Bloed der Liefde is het Nieuw Verbond geschreven en schrijf ik mijn testament voor Hem die Liefde is. AMEN.
TOEWIJDING AAN DE VLAM VAN LIEFDE UIT HET ONBEVLEKT HART VAN MARIA.
Lieve Moeder Maria,
Gods geschenk aan lijdende mensenharten, aan U lever ik mijzelf en al Uw kinderen uit. Zij zijn zo hulpeloos, want hun liefde is onvolmaakt.
Hoe duister is de wereld geworden, want de God van Licht is uit Zijn eigen schepping verstoten.
Hoe arm heeft de erfzonde de zielen achtergelaten, want de rijkdom van de heilige deugden wordt niet meer begrepen.
Schitter in Uw schoonheid, o Koningin van de Liefde, roep het Hemelse Vuur opnieuw over de harten af, opdat zij het Gelaat van hun reddende God herkennen.
Hoe zou de kilte van het leven in een hart regeren wanneer U het beheerst, o draagster van de Zon en het Vuur van de Heilige Geest.
Indien ik in Uw moederlijke Tegenwoordigheid de wereld uit mij wil bannen, vleit Uw zachtheid zich om mijn hart als een hemelse mantel.
Kom, Troon van oneindige tederheid die de Messias in de wereld droeg, laat Uw kinderen voelen hoe heiligheid de ziel ontvlamt.
Ik geef mij aan U, o Onbevlekt Hart van Maria, Toorts van Hemels Vuur.
Laat niet toe dat de gloed wordt uitgewist, waarmee de Vader bij mijn schepping mijn hele wezen heeft bezield.
Laat niet toe dat het vuur wordt geblust dat Christus, het Slachtoffer der Liefde, met Zijn Bloed op het Kruis in mijn ziel heeft gezaaid.
Laat niet toe dat de lont wordt gedoofd, die de Geest Gods bij mijn doopsel in mij heeft ontstoken.
Ontsteek mij voorgoed aan de Vlam van Liefde uit Uw Onbevlekt Hart, opdat ik moge begrijpen dat ik gemaakt ben om te beminnen, en Uw liefdevuur door mijn hart getuigenis moge afleggen tegen alle haat en onverschilligheid die het geluk der mensenzielen verdoemt. AMEN.
De liefde zoals wij die als mens kennen, is onvolmaakt. Zij is noodgedwongen bezoedeld door wereldse invloeden, verontreinigd door gedachten, gevoelens en verlangens die soms niet volkomen overeenstemmen met wat God van ons verwacht, en zij is tevens in vele gevallen meer op onze eigen noden gericht dan op deze van onze medemens. Marias Liefde is vrij van elke onzuiverheid. Aangezien de liefde de grootste onder de deugden is, is het daarom verstandig, Haar te vragen om de genade dat Uw liefde vuriger moge worden.
GEBED TOT MARIA, KONINGIN VAN DE ROZENKRANS.
Lieve Moeder Maria,
Vanaf Uw Onbevlekte Ontvangenis tot op deze dag hebt U de wereld met de rozen van Uw Liefde bezaaid.
Te Bethlehem baarde U voor de mens de Bloem der Verlossing, doch op Kalvarie gaf de mens er U doornen voor in de plaats.
Elke dag doorboren ook de doornen van mijn onverschilligheid, fouten en nalatigheden Uw liefhebbend Hart.
Daarom kom ik nu tot U in liefde en deemoed, om mijn gebed als rozen aan Uw voeten neer te leggen.
Mogen mijn rozen het Hemels Parfum van Uw ziel over onze wereld verspreiden, om hem te bevrijden van de stank van de zonden.
Moge de schoonheid van mijn rozen Uw Hart in verrukking brengen, opdat de straling van Uw Liefde onze wereld zou zuiveren van alles wat lelijk is.
Mogen mijn rozen U tooien met de kroon van de eeuwige overwinning op de doornen van mijn ondeugden, die Uw Smartvol Hart doorboren.
Mogen mijn rozen de pracht herstellen van Gods Schepping, die steeds meer in de kleurloze duisternis van het kwaad wordt gehuld.
Mogen mijn rozen het levenbrengend geneesmiddel zijn voor zwaar zieke zielen in staat van ongenade, waarin geen bloemen van eeuwig Leven meer bloeien.
O Allerheiligste Moeder van Liefde, wil mijn gebedsrozen tot een kroon van bloemen rond onze wereld vlechten.
Mogen zij U kronen met de liefde die Uzelf elke dag in het bloembed van mijn hart zaait, en mogen zij mijn antwoord zijn op de ketting van zonden waarmee het kwaad Uw kinderen wil binden.
O Koningin van de Rozenkrans, U vertrouw ik al mijn rozen van liefde toe, want ik weet dat U ze zult bestemmen als bouwstenen voor de huisjes van vele zielen in de Hemel. AMEN.
De roos wordt wel eens de koningin van de bloemen genoemd. De roos is een symbool voor liefde. Zo is Maria ook de Hemelse Roos, de belichaming van Gods oneindige, volmaakte, vurige Liefde. Het is Uw roeping als christen om voor Uw medemens een roos te zijn : lichamelijke schoonheid is een gave waar U al dan niet mee geboren bent, doch de schoonheid van Uw hart en ziel is de eigenschap die bepaalt of U in de ogen van Uw medemens en in deze van God zelf waarlijk mooi bent. Elke avond waarop U kunt zeggen dat U die dag hebt geleefd als een roos van echte liefde voor God en Uw naaste, kunt U Uzelf aan Maria geven als offerande van een bloem. Hoe vaker U Uzelf aan Haar kunt geven als een bloem, des te dichter zal Uw ziel naderen tot de heiligheid die God voor U heeft bestemd.
27-06-2009
KOM LAAT ONS ZINGEN.
Benedictus XVI: brief voor het Jaar van de Priester.
Benedictus XVI: brief voor het Jaar van de Priester
ter gelegenheid van de 150e verjaardag van de
Dies natalis van de heilige pastoor van Ars
Rome, 16 juni 2009 (ZENIT.org)
Geliefde broeders in het priesterschap,
Op het komende hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus, vrijdag 19 juni 2009 dag die traditioneel toegewijd is aan het gebed voor de heiliging van de priesters -, dacht ik officieel een Jaar van de priester te openen ter gelegenheid van de 150e verjaardag van de dies natalisvan Jean-Marie Vianney, de heilige patroon van alle pastoors ter wereld1. Zo een jaar dat wil bijdragen tot de innerlijke vernieuwing van al de priesters opdat hun getuigenis in de wereld van vandaag indringender en krachtiger zou zijn, zal op hetzelfde hoogfeest in het jaar 2010 afgesloten worden. De heilige pastoor van Ars had de gewoonte te zeggen: Het priesterschap is de liefde van Jezus Hart2. Deze treffende uitspraak laat ons voor alles toe genegen en dankbaar te denken aan de immense gave die priesters zijn, niet alleen voor de Kerk maar ook voor de mensheid. Ik denk aan al die priesters die de christengelovigen en de hele wereld het nederige en dagelijkse offer bieden van Christus woorden en daden door zich bij Hem aan te sluiten met hun gedachten, wil, gevoelens en heel hun levensstijl. Hoe zouden we kunnen nalaten hun apostolisch labeur, hun onvermoeibare en verborgen dienstbaarheid, hun alomvattende naastenliefde niet in het licht te stellen? En wat te zeggen van de moedige trouw van zoveel priesters die ondanks de moeilijkheden en het onbegrip waarmee ze geconfronteerd worden, aan hun roeping trouw blijven: de trouw van Christus vrienden die door Hem bijzonder geroepen werden, uitgekozen en uitgezonden?
Ik draag in mij nog altijd de levende herinnering aan de eerste pastoor bij wie ik als jonge priester mijn ambt uitgeoefend heb: hij heeft mij het voorbeeld nagelaten van rimpelloze toewijding aan zijn pastorale dienst; hij stierf terwijl hij de ziekencommunie bracht naar een zwaar zieke. Ik denk ook aan de vele confraters die ik ontmoet heb en blijf ontmoeten, zelfs tijdens mijn pastorale reizen in verschillende landen; allen zijn zij edelmoedig geëngageerd in de dagelijkse uitoefening van hun priesterambt. Doch deze uitspraak van de Heilige Pastoor doet ook denken aan Christus doorboorde Hart en aan de doornenkroon er omheen. En onze gedachte gaat dan uit naar de talloze situaties van leed waarin vele priesters ondergedompeld zijn omdat zij delen in de menselijke ervaring van talloze vormen van verdriet of niet begrepen worden door hen die van hun ambt genieten: hoe zouden we de vele priesters kunnen vergeten wiens waardigheid bespot wordt, die verhinderd worden hun zending uit te oefenen, of vervolgd worden zelfs tot het hoogste getuigenis dat van het bloed?
Er bestaan spijtig genoeg situaties, die men nooit genoeg kan betreuren, waarin de Kerk zelf lijdt onder de ontrouw van sommigen van haar bedienaars. En het is voor de wereld een reden tot ergernis en afwijzing. Wat in dergelijke gevallen voor de Kerk vooral nuttig is, is niet zozeer de kleinzielige bekendmaking van de zwakheden van haar bedienaars, dan wel een nieuw en blij besef van de grootheid van Gods gave, die belichaamd wordt in de stralende figuur van edelmoedige herders, religieuzen die branden van liefde voor God en de zielen, verlichte en geduldige spirituele leiders. Op dit punt kunnen de leer en het voorbeeld van de heilige Jean-Marie Vianney voor iedereen een veelbetekenend referentiepunt zijn: de pastoor van Ars was zeer nederig maar hij was er zich van bewust als priester een immense gave voor Zijn volk te zijn: Een goede herder, een herder naar Gods hart, dat is de grote schat die de goede God aan een parochie kan geven en één van de kostbaarste gaven van Gods barmhartigheid3. Hij sprak over het priesterschap alsof hij zichzelf niet kon overtuigen van de grootte van de gave en de taak die aan een menselijk schepsel toevertrouwd worden: Oh! hoe groot is de priester! moest hij het begrijpen, hij zou het besterven .. God gehoorzaamt hem: hij zegt twee woorden en bij het horen van zijn stem daalt Onze Heer uit de hemel neer en sluit Hij zich in een kleine hostie op ...4. En om de gelovigen het belang uit te leggen van de sacramenten, zei hij: Indien wij het sacrament van de priesterwijding niet hadden, zouden wij Onze Heer niet hebben. Wie heeft Hem daar in het tabernakel geplaatst? De priester. Wie heeft onze ziel ontvangen toen ons leven begon? De priester. Wie voedt ze om haar te sterken voor haar bedevaart? De priester. Wie zal de ziel voorbereiden om voor God te verschijnen door ze voor een laatste keer in Jezus bloed te wassen? De priester, altijd de priester. En indien deze ziel komt te sterven (door de zonde), wie zal ze opwekken, wie zal ze rust en vrede schenken? Nog eens, de priester ... Na God, is de priester alles ... De priester zal zichzelf pas goed begrijpen in de hemel5. Deze uitspraken die opwellen uit het priesterhart van de Heilige Pastoor, kunnen ons overdreven lijken. Zij tonen echter zijn hoogachting voor het sacrament van het priesterschap. Hij leek ondergedompeld in een gevoel van grenzeloze verantwoordelijkheid: Indien men goed zou begrijpen wat een priester op aarde is, zou men het besterven, niet van angst, maar van liefde ... Waartoe dient een huis vol goud als er niemand is om de deur te openen? De priester heeft de sleutel voor de hemelse schatten: hij is degene die de deur opent, hij is de econoom van de goede God, de beheerder van Zijn bezittingen ... Laat een parochie twintig jaar zonder priester: men zal er de beesten aanbidden ... De priester is niet priester voor zichzelf ... hij is er voor u6.
Hij kwam aan in Ars, een klein dorp van 230 inwoners, nadat de bisschop hem verwittigd had dat hij er een hachelijke godsdienstige situatie zou aantreffen: Er is niet veel liefde voor God in die parochie, u zult ze er brengen. Hij besefte dus ten volle dat hij erheen moest om Christus aanwezigheid te belichamen, door te getuigen van Zijn reddende genegenheid: (Mijn God), verleen mij de bekering van mijn parochie; ik stem erin toe te lijden wat Gij wilt, heel mijn leven!; met dit gebed begon zijn zending7. De Heilige Pastoor wijdde zich met al zijn krachten aan de bekering van zijn parochie, door voorrang te geven aan de christelijke vorming van het volk dat hem toevertrouwd was. Geliefde broeders in het priesterschap, vragen wij de Heer Jezus de genade dat ook wij de pastorale methode van de heilige Jean-Marie Vianney kunnen leren! Wat wij allereerst moeten leren is zijn totale identificatie met zijn ambt. In Jezus, vallen Persoon en Zending samen: heel Zijn heilswerk was en is de uitdrukking van Zijn kinderlijk Ik dat van in de eeuwigheid voor de Vader staat in een houding van liefdevolle onderwerping aan Zijn wil. In een nederige maar werkelijke analogie, moet ook de priester naar deze identificatie streven. Men moet natuurlijk niet vergeten dat de substantiële doeltreffendheid van het ambt onafhankelijk blijft van de heiligheid van de bedienaar; maar men mag ook niet de buitengewone vruchtbaarheid ontkennen de objectieve heiligheid van het ambt en de subjectieve heiligheid van de ambtsdrager elkaar ontmoeten. De Heilige Pastoor van Ars gaf zich onmiddellijk over aan dit nederige en geduldige werk van harmonisatie tussen zijn leven van ambtsdrager en de heiligheid van het ambt dat hem toevertrouwd was, wat hem uiteindelijk deed beslissen materieel in zijn parochiekerk te gaan wonen: Pas aangekomen, koos hij de kerk als woonst ... Hij ging vóór het ochtendgloren de kerk binnen en kwam er pas buiten na het Angelus van de avond. Daar moest men hem gaan zoeken als men hem nodig had, kan men in zijn eerste biografie lezen 8.
De vrome overdrijving van de toegewijde hagiograaf mag er bij ons niet toe leiden het feit te negeren dat de Heilige Pastoor ook actief wist te wonen op heel het terrein van zijn parochie: hij bezocht systematisch alle zieken en gezinnen; organiseerde volksmissies en patroonsfeesten; verzamelde en beheerde financiële giften voor zijn liefdadigheidswerken en missiewerken; hij verfraaide zijn kerk met sacrale voorwerpen; bekommerde zich om de wezen van de Providence (een instituut door hem gesticht) en hun opvoedsters; hij had belangstelling voor de opvoeding van de kinderen; stichtte broederschappen en vroeg de leken met hem samen te werken.
Zijn voorbeeld stimuleert me te spreken over de samenwerking met lekengelovigen die steeds ruimer moet worden en met wie de priesters het ene priesterlijke volk uitmaken9 en in wiens midden zij staan door hun priesterlijk ambt om allen tot de eenheid van de liefde te brengen, door elkander hartelijk te beminnen met broederlijke genegenheid en anderen hoger te achten dan zichzelf (cfr. Rom. 12,10)10. In deze context is het passend te herinneren aan het Tweede Vaticaans Concilie dat de priester warm aanbeveelt de waardigheid van de leken en het deel dat hun eigen is in de zending van de Kerk oprecht te erkennen en te bevorderen ... Zij moet welwillend naar de leken luisteren door broederlijk rekening te houden met hun verlangens en hun ervaring en bekwaamheid op de verschillende domeinen van de menselijke activiteit te erkennen, ten einde de tekenen van de tijd met hen te onderscheiden11.
De Heilige Pastoor onderrichtte zijn parochianen vooral door het getuigenis van zijn leven. Door zijn voorbeeld leerden de gelovigen bidden, bleven ze gemakkelijk staan voor het tabernakel om Jezus Eucharistie een bezoek te brengen12. Het is niet nodig veel te spreken om goed te bidden legde de Pastoor hen uit men weet dat de goede God daar is, in het heilig Tabernakel; men opent zijn hart voor Hem; men geniet van Zijn aanwezigheid. Dat is het beste gebed13. En hij riep hen op: Kom te communie, kom naar Jezus, kom van Hem leven, zodat ge voor Hem gaat leven14. Het is waar, u bent het niet waardig, maar u hebt het nodig!15. Deze opvoeding van de gelovigen in de Eucharistische aanwezigheid en de communie was bijzonder doeltreffend wanneer de gelovigen hem het heilig Misoffer zagen opdragen. Degenen die erbij waren, zeiden dat het onmogelijk was een gezicht te zien dat zozeer aanbidding uitdrukt ... Hij keek naar de Hostie met zoveel liefde16. Alle goede werken samen zei hij wegen niet op tegen het Misoffer, want dat is mensenwerk en de heilige Mis is Gods werk17. Hij was ervan overtuigd dat al de vurigheid van een priester leven afhankelijk is van de Mis: Dat een priester verflauwt, komt doordat hij geen zorg draagt voor de Mis! Helaas! Mijn God! Hoe beklagenswaardig is een priester die doet alsof het iets gewoon is!18. Hij had de gewoonte aangenomen in elke Mis zijn leven te offeren: Oh! wat doet een priester er goed aan zich elke morgen aan God te offeren19.
Deze persoonlijke identificatie met het Kruisoffer bracht hem als was het één innerlijke beweging van het altaar naar de biechtstoel. Priesters zouden zich nooit mogen neerleggen bij het feit dat de biechtstoelen leeg zijn en dat de gelovigen van dit sacrament vervreemden. Ten tijde van de Heilige Pastoor was de biecht in Frankrijk niet vlotter noch frequenter dan op onze dagen, rekening houdend met het feit dat de omwenteling van de Revolutie de godsdienstpraktijk lang verstikt had. Maar hij heeft er zich op alle manieren voor ingezet: door prediking, door zijn parochianen proberen te overtuigen met raadgevingen, door hun opnieuw de zin en de schoonheid te laten ontdekken van de sacramentele boete, door hun te tonen hoezeer zij een vereiste is die innig verbonden is met de Eucharistische aanwezigheid. Zo wist hij leven te geven aan een kring van deugdzame mensen. Door zijn lange aanwezigheden voor het tabernakel in de kerk, begonnen de gelovigen hem na te doen; zij gingen naar de kerk om Jezus een bezoek te brengen en waren tegelijk zeker er hun pastoor te vinden die beschikbaar was voor een luisterend oor en vergeving. Later hield de aangroeiende menigte biechtelingen die uit heel Frankrijk kwam, hem tot 16 uur per dag in de biechtstoel. Men zei toen dat Ars het grote ziekenhuis van de zielen geworden was20. De genade die hij bekwam (voor de bekering van de zondaars) was zo sterk dat zij naar hen op zoek ging zonder hen een ogenblik respijt te gunnen, zei de eerste biograaf21. Zo dacht de Heilige Pastoor er ook over: Niet de zondaar keert naar God terug om Hem vergiffenis te vragen; maar God loopt zelf de zondaar achterna en doet hem naar zich terugkeren22. Die goede Verlosser is zo vol liefde voor ons dat Hij ons overal zoekt!23.
Wij allen, priesters, zouden moeten zien dat de woorden die hij in de mond van Christus legt, ons persoonlijk aangaan: Ik zal Mijn bedienaars opdragen hun te verkondigen dat Ik altijd bereid ben hen te ontvangen, dat Mijn barmhartigheid oneindig is24. Van de Heilige Pastoor van Ars kunnen wij, priesters, niet alleen een onuitputtelijk vertrouwen in het Boetesacrament leren zodat wij het opnieuw in het midden van onze pastorale zorg plaatsen, maar ook een methode van heilsdialoog die daarin moet gevoerd worden. Naargelang de boeteling, had de Pastoor van Ars had een andere manier van omgaan. Wie naar zijn biechtstoel kwam vanuit de innerlijke en nederige nood aan Gods vergeving, vond in hem de bemoediging zich onder te dompelen in de stroom van Goddelijke barmhartigheid die alles in zijn loop meesleurt. En wanneer iemand zich pijnigde door zijn zwakheid en onstandvastigheid en vreesde te hervallen, openbaarde de Pastoor hem Gods geheim met een treffende schoonheid: De goede God weet alles. Hij weet vooraf reeds dat u na uw biecht opnieuw zal zondigen en toch vergeeft Hij u. Wat een liefde heeft onze God die zelfs vrijwillig de toekomst wil vergeten om u te vergeven!25. Omgekeerd, wie zich lauw en bijna onverschillig beschuldigde, gaf hij met zijn tranen het bewijs van het leed en de ernst die deze vreselijke houding veroorzaakte: Ik ween omdat u niet weent26, zei hij. Goed, indien de goede God niet goed was, maar Hij is zo goed. Moet de mens dan wreed zijn voor een zo goede Vader27. Hij wekte berouw in het hart van de lauwen door hun, met eigen ogen en op zijn gezicht belichaamd, Gods leed te laten zien over hun zonde. Indien iemand daarentegen kwam met een reeds levendig verlangen naar een dieper geestelijk leven en indien hij ertoe in staat was, maakte hij hem vertrouwd met de diepte van de liefde door de onuitsprekelijke schoonheid te tonen van in vereniging met God en in Zijn aanwezigheid te kunnen leven: Alles onder de ogen van God, alles met God, alles om God te behagen ... oh! wat is dat mooi!28. Hun leerde hij bidden: Mijn God, geef me de genade U zoveel te beminnen als voor mij mogelijk is29.
De Pastoor van Ars heeft in zijn tijd het hart en leven van zoveel mensen weten om te vormen, omdat hij erin slaagde hun de barmhartige liefde van de Heer te tonen. Ook onze tijd heeft grote nood aan zo een verkondiging en getuigenis van de waarheid van de Liefde: Deus caritas est (1 Joh. 4,8). Door Jezus woord en sacramenten wist Jean-Marie Vianney het volk op te bouwen, zelfs indien hij dikwijls beefde ten overstaan van zijn persoonlijke onbekwaamheid, zodat hij meer dan eens verlangde bevrijd te worden van de verantwoordelijkheden van het werk in de parochie waartoe hij zich onwaardig voelde. Doch met voorbeeldige gehoorzaamheid bleef hij altijd op zijn post, verteerd door apostolische ijver voor het heil van de zielen. Hij spande zich in zijn roeping en zending totaal te beleven en beoefende daarbij een strenge ascese: Het is voor ons pastoors een groot ongeluk betreurde de heilige dat de ziel gevoelloos wordt30; en hij maakte hiermee allusie op het gevaar dat de herder loopt wanneer hij gewoon raakt aan de zonde of onverschilligheid van zovele schapen. Hij beheerste zijn lichaam met waken en vasten om te vermijden dat het weerstand zou bieden aan zijn priesterlijke ziel. En hij aarzelde niet zich verstervingen op te leggen voor het welzijn van de zielen die hem toevertrouwd waren en om bij te dragen tot de uitboeting van zoveel zonden die hij in de biecht gehoord had. Aan een confrater priester verklaarde hij: Ik zal u mijn recept geven. Ik geef hun een kleine penitentie en de rest doe ik in hun plaats31. Naast deze concrete boetedoeningen die de Pastoor van Ars zich oplegde, blijft de kern van zijn onderricht altijd geldig: Jezus vergiet Zijn bloed voor de zielen en de priester kan zich niet aan hun heil wijden als hij weigert persoonlijk deel te nemen aan die hoge prijs van de verlossing. In de wereld van vandaag, evenals in de moeilijke tijd van de Pastoor van Ars, dienen priesters zich in hun leven en werk te onderscheiden door de kracht van hun evangelisch getuigenis. Paulus VI bemerkte juist: De hedendaagse mens luistert liever naar getuigen dan naar meesters en wanneer hij naar meesters luistert, is het omdat zij getuigen zijn32. Om een existentiële leegte in ons te vermijden en de doeltreffendheid van ons ambt in gevaar te brengen, dienen wij ons steeds opnieuw af te vragen: Zijn wij werkelijk van Gods woord doordrongen? Is dat werkelijk het voedsel dat ons in leven houdt, meer nog dan het brood en de dingen van deze wereld? Kennen wij het werkelijk? Beminnen wij het? Houden wij ons er innerlijk zo mee bezig dat dit woord werkelijk ons leven vorm geeft en onze gedachte inspireert?33. Zoals Jezus de Twaalf riep om bij Hem te blijven (cfr. Mc. 3,14) en Hij hen pas nadien uitzond om te prediken, zo zijn ook vandaag de priesters geroepen zich af te stemmen op deze nieuwe levensstijl die de Heer Jezus ingevoerd heeft en die precies die van de apostelen geworden is34.
Diezelfde voorbehoudloze aanhankelijkheid aan die nieuwe levensstijl kenmerkte het engagement van de Pastoor van Ars in heel zijn ambt. Paus Johannes XXIII presenteerde in de encycliek Sacerdotii nostri primordia, gepubliceerd in 1959 ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de dood van de heilige Jean-Marie Vianney, diens ascetische fysionomie onder het teken van de drie evangelische raden, die hij voor priesters ook noodzakelijk achtte: Indien voor deze heiligheid van leven, de beoefening van de evangelische raden niet opgelegd wordt aan de priester omwille van zijn klerikale staat, zijn zij voor hem en alle volgelingen van de Heer, niettemin de koninklijke weg van christelijke heiliging35. De Pastoor van Ars wist de evangelische raden te beleven op een manier die aangepast is aan zijn situatie van priester. Zijn armoede was inderdaad niet die van een religieus of monnik, maar degene die van een priester gevraagd wordt: terwijl hij grote sommen geld beheerde (aangezien de rijkste bedevaarders zich niet onthielden van liefdadigheidswerken), wist hij dat alles gegeven werd voor zijn kerk, de armen, zijn wezen en de kinderen van zijn Providence36 en voor de meest behoeftige gezinnen. Dus, hij was rijk om aan anderen te geven en zeer arm voor zichzelf37. Hij gaf als uitleg: Mijn geheim is heel simpel, alles geven en niets houden38. Als het gebeurde dat hij met lege handen stond, zei hij tevreden tegen de armen die zich tot hem richtten: Ik ben zo arm als gij; ik ben vandaag één van de uwen39. Zo kon hij op het einde van zijn leven in volledige sereniteit zeggen: Ik heb niets meer, de goede God kan mij roepen wanneer Hij wil40. Zijn kuisheid was ook die van een priester gevraagd wordt omwille van zijn ambt. Men kan zeggen dat het om de kuisheid gaat die noodzakelijk is voor wie de Eucharistie moet aanraken en die ze aankijkt met heel de vurigheid van zijn hart en met dezelfde vurigheid aan de gelovigen geeft. Men zei van hem dat de kuisheid in zijn blik schitterde en de gelovigen gaven er zich rekenschap van als hij naar het tabernakel keek met de blik van een verliefde41. Ook de gehoorzaamheid van de heilige Jean-Marie Vianney werd helemaal belichaamd door zijn instemming met al het lijden dat verbonden was aan de eisen die het ambt dagelijks stelt. Men weet hoezeer hij gekweld werd door de gedachte aan zijn onbekwaamheid voor het parochiaal werk en door zijn verlangen te vluchten om zijn armzalig leven in de eenzaamheid te bewenen42. Alleen de gehoorzaamheid en zijn bezieling voor de zielen konden hem ervan overtuigen op zijn post te blijven. Hij toonde zijn gelovigen en ook zichzelf, dat er geen twee goede manieren zijn om Onze Heer te dienen, er is slechts één, namelijk Hem te dienen zoals Hij gediend wil worden43. De gouden regel voor een leven in gehoorzaamheid leek hem deze: Alleen doen wat men de goede God kan aanbieden44.
In deze context van een spiritualiteit die gevoed wordt door de beoefening van de evangelische raden, richt ik een hartelijk verzoek tot de priesters in dit Jaar dat aan hen gewijd is, om de nieuwe lente te verwelkomen die de Geest deze dagen in de Kerk opwekt, vooral dank zij de kerkelijke Bewegingen en nieuwe Gemeenschappen. De Geest neemt in Zijn gaven vele vormen aan ... Hij waait waar Hij wil. Hij doet het op een onverwachte manier, op onverwachte plaatsen en onder vormen die men op voorhand niet kan bedenken ... Hij toont ons ook dat Hij aan het werk is met het oog op het ene lichaam en in de eenheid van het ene lichaam45.Wat het Decreet Presbyterorum ordinis hierover zegt is actueel: Door de geesten te onderzoeken om te weten of ze van God komen, zullen zij (de priesters) met geloofszin de vele charismas van de leken proberen te ontdekken, zowel eenvoudige als opmerkelijke charismas, ze met vreugde herkennen en met geestdriftig ontplooien46. Diezelfde gaven, die voor heel wat mensen de aanzet zijn tot een hoger geestelijk leven, zijn niet alleen van nut voor lekengelovigen maar ook voor de bedienaars zelf. Uit de gemeenschap tussen gewijde bendienaars en charismas kan een waardevolle bezieling ontstaan voor een nieuw engagement van de Kerk in dienst van de verkondiging en van het getuigenis van het Evangelie van hoop en liefde, overal ter wereld47. Ik zou er nog willen aan toevoegen, in de lijn van de Apostolische Exhortatie Pastores dabo vobis van paus Johannes Paulus II, dat de gewijde bedienaar een radicale gemeenschapsvorm heeft en dat die alleen in de gemeenschap van de priesters met hun Bisschop kan gerealiseerd worden 48. Deze gemeenschap van de priesters onderling en met hun Bisschop, geworteld in het sacrament van de priesterwijding en tot uiting gebracht in de Eucharistische concelebratie, vertaalt zich in de verschillende concrete vormen van een effectieve en affectieve broederlijkheid49. Alleen zo zullen de priesters de gave van het celibaat ten volle kunnen beleven en in staat zijn de christengemeenschappen te laten bloeien waarin de wonderen van de eerste Evangelieverkondiging zich hernieuwen.
Het Paulusjaar dat ten einde loopt nodigt ons uit de persoon van de Apostel der heidenen nogmaals onder ogen te nemen; daarin schittert een stralend voorbeeld van de priester die helemaal aan zijn bedieninggegeven is. De liefde van Christus laat ons geen rust schrijft hij sinds wij hebben ingezien, dat Een is gestorven voor allen. Maar dan zijn allen gestorven (2 Kor. 5,14) en hij gaat verder: En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die ter wille van hen is gestorven en verrezen (2 Kor. 5,15). Kan een beter programma voorgehouden worden aan een priester die zich inspant om vooruitgang te maken op de weg van de christelijke volmaaktheid?
Geliefde priesters, de viering van de 150e verjaardag van de dood van de heilige Jean-Marie Vianney (1859) volgt onmiddellijk op de vieringen van de 150e verjaardag van de verschijningen in Lourdes (1858) die onlangs beëindigd werden. Reeds in 1959 had de zalige paus Johannes XXIII de bemerking gemaakt: Kort voordat de Pastoor van Ars zijn lange verdienstelijke loopbaan beëindigd had, was (de Onbevlekte Maagd) verschenen in een andere streek in Frankrijk aan een nederig en zuiver kind om het een boodschap van gebed en boete te geven, waarvan men de immense spirituele weerklank reeds een eeuw lang kent.Waarlijk, het leven van de heilige priester wiens gedachtenis wij vieren, was op voorhand een levende illustratie van de grote bovennatuurlijke waarheden waarin de zieneres van Massabielle onderricht werd! Hij zelf had een zeer grote devotie voor de Onbevlekte Ontvangenis van de Allerheiligste Maagd, hij die in 1836 zijn parochie had toegewijd aan Maria, zonder zonde ontvangen, en die met veel geloof en vreugde het dogma van 1854 zou vernemen50. De Heilige Pastoor bracht zijn gelovigen steeds in herinnering dat Jezus Christus, nadat Hij ons gegeven had al wat Hij ons kon geven, ons nog wou erfgenaam maken van wat Hem het dierbaarst is, namelijk Zijn Heilige Moeder51.
Ik vertrouw dit Jaar van de Priester toe aan de Heilige Maagd, en vraag Haar in de ziel van iedere priester een edelmoedige vernieuwing op te wekken van deze idealen van totale gave aan Christus en de Kerk die de gedachte en het werk van de Heilige Pastoor van Ars hebben geïnspireerd. Het vurige leven van gebed en bezielde liefde van de gekruisigde Jezus hebben de dagelijkse en voorbehoudloze gave van Jean-Marie Vianney aan God en de Kerk gevoed. Moge zijn voorbeeld onder de priesters dit getuigenis opwekken van eenheid met de Bisschop, met elkaar en met de leken, dat vandaag, zoals in alle tijden, zo noodzakelijk is. Ondanks het kwaad in de wereld weerklinkt het woord van Christus tot Zijn apostelen in het cenakel nog steeds met dezelfde kracht der actualiteit: Weliswaar leeft gij in de wereld in verdrukking, maar hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnen (Joh. 16,33). Het geloof in de Goddelijke Meester geeft de kracht de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. Geliefde priesters, Christus rekent op u. Naar het voorbeeld van de Heilige Pastoor van Ars, laat u door Hem veroveren en ook u zult in de wereld van vandaag boodschappers zijn van hoop, verzoening en vrede!
Met mijn zegen.
Vaticaan, 16 juni 2009
Benedictus PP. XVI
AANROEPING TOT MARIA VOOR DE VASTENTIJD.
Smartvolle Moeder Maria,
Met de roep van het Kruis in mijn hart zoek ik U in de woestijn van de loutering, waar Jezus Zijn leven van weldaden heeft voorbereid.
In het spoor van Uw tranen wil ik de wereld en zijn invloeden uit mijn leven laten wegbranden onder de stralen van de Zon van Gods Geest.
Ontledig mij, o allerheiligste Moeder, want ik wil met U verschijnen aan de voet van het Kruis van Kalvarie in het kleed van de heiligheid dat U voor mij zult weven uit de stof van mijn beproevingen.
Moeder van het Kruis, genees mij van de koorts van alle bekoringen.
Moeder van het Kruis, zuiver mij van alle wereldse gedachten, gevoelens en verlangens.
Moeder van het Kruis, genees mijn geest van alle verwarring.
Moeder van het Kruis, ontledig mijn hart van alles wat ik nooit heb verteerd.
Moeder van het Kruis, schenk mij het vuur van Uw heiligende boetvaardigheid.
3 x Maria, Moeder van Smarten, zuiver de ogen van mijn hart voor de aanblik van het Kruis.
AANROEPING TOT MARIA, GEHEIME TUIN.
Lieve Moeder Maria, Geheime Tuin der Hemelen, Dageraad van hoop voor de mens onder de ochtendzon, Glorie van de Heilige Drieëenheid onder de middagzon, Verrukking der engelen onder de avondzon, bloei toch open in mij.
O Hemelse Roos, vervul mijn hart met Uw Liefde.
O Hemelse Lelie, vervul mijn geest met Uw zuiverheid.
O Hemelse Jasmijn, vervul mijn ziel met Uw heiligheid.
O eeuwig bloeiende Tuin der Hemelen, vervul mijn lichaam met Uw kracht. AMEN.
BEVRIJDINGSGEBED VOOR EEN MEDEMENS.
Het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis vermag niets tegen het Licht.
Alle kwaad dat deze ziel is toegewenst, wordt opgenomen in het Licht van Jezus Christus, en keert naar haar bron terug om er tot getuigenis van bekering te worden, want wanneer de duisternis gaat naar het Licht, keert zij als Licht naar haar bron terug.
Zo beschikt het de Eeuwige Vader, zo bekrachtigt het de Verlosser Jezus Christus, zo voltrekt het de Heilige Geest, en bezield met Gods Wil lever ik u, duistere kracht, over aan de Allerheiligste Maagd Maria, de Onbevlekte Ontvangenis en Medeverlosseres, onder wier voeten gij nu tot stof vernietigd zult worden.
Heilig, heilig, heilig, de Heer, de God der Hemelse machten. Vol zijn Hemel en aarde van Uw heerlijkheid. Hosanna in den hoge. Gezegend Hij die komt in de naam des Heren. Hosanna in den hoge.
Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, geef (naam) de Vrede van Christus. AMEN.