For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
11-04-2009
NOVEEN TOT DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID. ( DAG TWEE ).
TWEEDE DAG
Woorden van Onze Lieve Heer.
"Breng vandaagde zielen van de priesters en kloosterlingen bij Mij, dompel hen in Mijn ondoorgrondelijke Barmhartigheid. Zij schonken Mij de kracht om Mijn smartelijk lijden te dragen. Zij zijn de kanalen waardoor Mijn Barmhartigheid over het mensdom wordt uitstort."
Laten wij bidden voor de priesters en de kloosterlingen.
Zeer Barmhartige Jezus, bron van alle goed, schenk de priesters en kloosterlingen steeds talrijker genaden, opdat zij waardig en met vuur uw Barmhartigheid zouden uitdragen naar de mensen en opdat zij hen door - woord en voorbeeld - er zouden toe brengen aan de Barmhartige Vader in de Hemel, de eer te bewijzen, welke zij Hem verschuldigd zijn.
Onze Vader Wees Gegroet Glorie zij
De fontein van Gods liefde
woont in zuivere harten,
die gereinigd zijn in de zee van barmhartigheid
stralend als sterren, helder als de dageraad.
Eeuwige Vader, zie met erbarmen neder op de uitverkorenen in Uw wijngaard: de priesters en de kloosterlingenen schenk hen de volheid van uw zegen. Laat U leiden door de gevoelens die het Hart van Uw Zoon bezielen: geef hen licht en sterkte opdat zij hun broeders over de weg van de waarheid zouden leiden en samen met hen onophoudelijk uw grenzeloze Barmhartigheid zouden verheerlijken. Amen.
Lezing uit het boek Exodus 14,15-31.15,1. Exodus 15,1-6.17-18. Lezing uit de brief van de apostel Paulus aan de Romeinen 6,3-11. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 16,1-8.
Lezing uit het boek Exodus 14,15-31.15,1.
Nu sprak Jahweh tot Moses: Wat roept ge tot Mij? Beveel de Israëlieten, op te breken! Steek uw staf in de hoogte, strek uw hand uit over de zee en splijt haar in tweeën, zodat de kinderen Israëls droogvoets door de zee kunnen gaan. Zie, Ik zal het hart der Egyptenaren verharden, zodat ze achter hen aan zullen trekken; dan zal Ik mijn heerlijkheid tonen aan Farao en zijn legermacht, aan zijn wagens en ruiters. En wanneer Ik mijn heerlijkheid aan Farao, zijn wagens en ruiters getoond heb, zullen de Egyptenaren weten, dat Ik Jahweh ben! Toen veranderde de engel Gods, die het leger van Israël vooruitging, van plaats, en stelde zich achter hen; de wolkkolom verliet de plaats aan hun spits en ging achter hen staan. Zo stond de wolk tussen het leger der Egyptenaren en dat van Israël in: aan de ene kant was zij donker, aan de andere kant verlichtte zij de nacht, zodat gedurende de hele nacht de een den ander niet kon naderen. Nu strekte Moses zijn hand uit over de zee. En Jahweh wierp de zee terug door een sterke oostenwind, die de hele nacht bleef waaien. Hij maakte de zee droog land; want de wateren waren in tweeën gespleten. En de kinderen Israëls trokken droogvoets midden door de zee, daar de wateren aan hun rechter(-) en hun linkerzij als een muur bleven staan. De Egyptenaren joegen hen na, en alle paarden van Farao met zijn wagens en ruiters trokken achter hen aan naar het midden der zee. Maar in de morgenstond wierp Jahweh in de vuur(-) en wolkkolom een blik op het leger der Egyptenaren: Hij bracht het leger der Egyptenaren in verwarring, liet de raderen van hun wagens aflopen, en vertraagde hun mars. En de Egyptenaren riepen: Laat ons vluchten voor Israël; want Jahweh strijdt voor hen tegen Egypte! Nu sprak Jahweh tot Moses: Strek uw hand uit over de zee; dan golven de wateren terug over de Egyptenaren met hun wagens en ruiters. Moses strekte zijn hand uit over het water, en tegen de morgen golfde de zee naar haar oude plaats terug. En toen de Egyptenaren naar de andere kant wilden vluchten, dreef Jahweh ze terug naar het midden der zee; de wateren stroomden terug en overstelpten al de wagens en ruiters van het leger van Farao, die hen in de zee achtervolgden; geen een bleef er over. Maar Israëls kinderen waren droogvoets midden door de zee getrokken, daar de wateren aan hun rechter(-) en linkerzij als een muur bleven staan. Zo redde Jahweh Israël op die dag uit de greep van Egypte, en zag Israël de lijken der Egyptenaren op het strand der zee. En toen het volk van Israël het machtige wonder aanschouwde, dat Jahweh aan de Egyptenaren had gewrocht, kreeg het ontzag voor Jahweh, en vertrouwde het op Jahweh en op zijn dienaar Moses. Toen zongen Moses en Israëls kinderen dit lied ter ere van Jahweh: Laat ons zingen voor Jahweh, Want hoog is Hij verheven; Paard en ruiter wierp Hij in zee!
Exodus 15,1-6.17-18.
Toen zongen Moses en Israëls kinderen dit lied ter ere van Jahweh: Laat ons zingen voor Jahweh, Want hoog is Hij verheven; Paard en ruiter wierp Hij in zee! Mijn kracht is Jahweh en mijn roem, Want Hij heeft mij gered. Hij is mijn God, dien ik wil prijzen, De God van mijn vaderen, dien ik verheerlijk. Een krijgsheld is Jahweh, Jahweh is zijn Naam! Faraos wagens en zijn leger wierp Hij in zee, In de Rode Zee ligt de bloem zijner helden verdronken. De golven bedekten hen, Zij zakten als een steen in de diepte. Uw rechterhand, Jahweh, is heerlijk door kracht, Uw rechterhand, Jahweh, verplettert den vijand! Nu brengt en plant Gij hen Op de berg van uw erfdeel; Op de plaats van uw woning, o Jahweh, die Gij U hebt bereid: Heer, in het heilige oord, Dat uw handen hebben gegrond! Jahweh zal heersen Voor eeuwig en immer!
Lezing uit de brief van de apostel Paulus aan de Romeinen 6,3-11.
Of weet gij niet, dat wij allen, die gedoopt zijn tot de gemeenschap met Christus Jesus, dat we gedoopt zijn tot de gemeenschap met zijn Dood? In die gemeenschap met zijn Dood zijn we dus begraven met Hem door het Doopsel, opdat ook wij een nieuw leven zouden leiden, zoals Christus door de glorie van den Vader uit de doden is opgewekt. Want wanneer wij met Hem zijn saamgegroeid door het beeld van zijn Dood, dan zullen we het ook wezen door dat van zijn Verrijzenis. Dit weten we: onze oude mens is gekruisigd met Hem, opdat het zondige lichaam ten onder zou worden gebracht, en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn; want wie dood is, is vrij gemaakt van de zonde. Welnu, zijn we met Christus gestorven, dan geloven we ook, dat we met Hem zullen leven. We weten, dat Christus, opgewekt uit de doden, niet meer sterft, en dat de dood geen macht meer over Hem heeft; want zijn sterven was een sterven voor de zonde ééns en voor al, maar zijn leven is een leven voor God. Zo ook moet gij u beschouwen als dood voor de zonde, maar als levend voor God in Christus Jesus.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 16,1-8.
Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria Magdalena, Maria van Jakobus, en Salome specerijen, om Jesus te gaan balsemen. Zeer vroeg op de eerste dag der week, bij het opgaan der zon, kwamen ze bij het graf. En ze zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen wegrollen voor de ingang van het graf? Maar toen ze gingen zien, merkten ze, dat de steen al op zij was gerold; want hij was zeer groot. Ze gingen het graf in, en zagen aan de rechterkant een jongeling zitten, in een wit gewaad gekleed. Ze werden hevig ontsteld. Maar hij sprak tot haar: Weest maar niet bang! Gij zoekt Jesus van Názaret, die gekruisigd is? Hij is verrezen; hier is Hij niet. Ziet hier de plaats, waar men Hem heeft neergelegd. Gaat nu heen, en zegt aan zijn leerlingen en aan Petrus: Hij gaat u vóór naar Galilea; daar zult gij Hem zien, zoals Hij het u heeft gezegd. Ze gingen naar buiten, en vluchtten weg van het graf; want schrik en ontzetting had haar bevangen. En ze zeiden er niemand iets van; zo bang waren ze.
OPENBARING VAN MARIA, GOEDE VRIJDAG 10 APRIL 2009.
Goede Vrijdag Bruiloft tussen God en de zielen
Vandaag viert de Hemel het feest van de Goddelijke Liefde. De absolute bekroning van de Liefde is de bruiloft. De bekroning van de bruiloft is de voltrekking ervan in de vereniging van de gehuwden. Zie, in de uitwerking van het Verlossingsmysterie heeft God Zijn absolute Liefde voor de mensenziel bewezen.
In de Menswording van Jezus sloot God de bruiloft met de mensenziel. Deze bruiloft werd voltrokken op het bed van het Kruis van Golgotha. Bij de Menswording van Jezus werd Mijn jawoord verenigd met het jawoord van God om de menselijke natuur te heiligen. In de uren van de Passie trok de Goddelijke Bruidegom alle aspecten van de menselijke natuur in Zich samen, om in de Kruisdood de Bruiloft met de zielen te voltrekken.
Zielen, een bruiloft wordt pas tot bron van vruchten wanneer de beide partijen zich totaal en onverdeeld aan elkaar geven. Anders is er nooit sprake van een totale vereniging van alle aspecten van het wezen van de beide partijen.
Voor de bruiloft tussen God en de zielen ben Ik gekozen tot Vertegenwoordigster van de menselijke natuur. God koos Mij uit alle mensenzielen. Mijn Onbevlekte Ontvangenis was als het ware de gouden bekleding van het Bruidsbed. De Menswording van Jezus in Mijn schoot was de voltrekking van de Bruiloft. Op het Kruis voltrok Jezus, Gods Zoon en Mijn Zoon, de bruiloft bij uitbreiding aan alle zielen. Om deze reden gaf Hij weinige minuten vóór Zijn Dood de mensenzielen aan Mij, en Mij aan de mensenzielen.
Maria, de eerste der mensenzielen aan wie God de bruiloft had voltrokken, werd hier bevestigd als Meesteres van alle zielen, en de effecten van de Menswording werden nu uitgebreid over alle zielen. Ik, de eerstgekozen Bruid van God, zou het Teken zijn van de Goddelijke vruchtbaarheid. Ik zou voortaan de ware kinderen van God voortbrengen in een wedergeboorte naar de geest: de ziel die zich totaal aan Mij zou toewijden, zou in Mij worden gedragen, door Mij worden gevoed met het Goddelijk Leven, door Mij volkomen worden omgevormd naar het beeld van Christus, en bevrucht worden met Mijn erffactoren, die reeds bij Mijn Onbevlekte Ontvangenis door God waren voorzien met de volmaakte heiligheid.
Bruidegom en bruid delen alles. Omdat Mijn Bruiloft met God volkomen was, werd Ik volkomen deelachtig gemaakt aan al het Zijne, met inbegrip van Zijn verlossend Lijden. Door een Goddelijk Mysterie bestond een volmaakte overvloeiïng tussen het Hart van Jezus en Mijn eigen Hart, leed Ik alle smarten van Jezus in Mijn eigen Hart mee, en deelde Ik ook in Zijn lichamelijke kwellingen, voor zover God dit toestond. Als symbool voor de volmaaktheid van Mijn Bruiloft met de Verlosser ben Ik op Golgotha gedurende drie seconden lichamelijk dood geweest: toen de soldaat zijn lans doorheen het Hart van Jezus stootte, werd Mijn eigen Hart met het zwaard der Smarten doorboord, en verliet het lichamelijk leven mijn Hart gedurende drie seconden. Mijn eigen lichaam was totaal gebroken. In deze hartstilstand gedurende drie seconden werd Mijn volmaakte eenheid met de Goddelijke Verlosser door God bezegeld. Zo heeft Hij het gewild. Mijn volmaakt reine lichaam was voorbestemd om, in de ware zin van het woord, nooit de dood te ervaren. Ik moest deze echter op symbolische wijze ondergaan, gedurende de door God beschikte duur van drie hartslagen, om aan te duiden dat de eenheid met de totale zelfofferande van Christus tot in de dood volmaakt was, en dat Mijn Bruiloft met de Allerheiligste Drievuldigheid volmaakt was. Zielen, daarom ben Ik in waarheid de Medeverlosseres met Christus, de Goddelijke Verlosser.
Opdat de bruiloft tussen God en de zielen vruchten zou voortbrengen, moet elke ziel afzonderlijk zich totaal aan God geven. Zie, in Jezus Christus is God de Bruidegom. De mensenziel is de bruid. Ik was de enige ziel die volmaakt op de Goddelijke Bruiloft was voorbereid, en wier bruidsbed volmaakt aan de vereiste voorwaarden voor de voltrekking van de Goddelijke Bruiloft voldeed. Nadat de Menswording van Christus de Bruiloft van God met Mij voltrokken was, liet God Zijn liefdesverklaringen aan alle zielen horen: in de verkondiging van de Blijde Boodschap, in de instelling van de Kerk en de Sacramenten, en in de wonderwerken van Jezus. In de uren van de Passie smeekte de Bruidegom vuriger dan ooit om de hand van Zijn bruid, de mensenziel, door de tekenen van Zijn totale overgave aan haar, want Zijn verlangen naar haar was onhoudbaar geworden.
Doorheen Maria, de Meesteres van het bruidsvertrek, werd de afzonderlijke mensenziel aangesproken. Jezus woord Ik heb dorst was de verzuchting van de Bruidegom, die in brandend verlangen naar Zijn bruid op het bruidsbed het Kruis smeekte om haar toestemming tot het voltrekken van de Bruiloft. In het Lijden en de Kruisdood ontledigde de Goddelijke Bruidegom Zich totaal voor Zijn bruid, de mensenziel.
In de bruid kan slechts een Hemelse vrucht worden verwekt zodra de bruid zich op haar beurt vrijwillig en vol verlangen aan de Bruidegom geeft. Zie, lammetjes van Christus, waarnaar God zo vurig verlangt: de totale overgave van al jullie lijden en beproevingen aan de Medeverlosseres en Meesteres van alle zielen, opdat Zij dit jawoord van de bruid met het jawoord van de Bruidegom zou verenigen. Begrijp dit wel: alle aan Mij toegewijde beproevingen en lijden zijn verzuchtingen van Liefde die het Hart van de Bruidegom sneller doen slaan en daardoor stromen van verlossende en heiligende genaden over de mensheid afroepen. Zo wordt de Bruiloft vruchtbaar, en bloeien de tuinen om het bruidsvertrek heen.
Krachtens het Nieuw Verbond, tussen God en de zielen gesloten, en op het Kruis door Jezus met Zijn Bloed ondertekend, ben Ik de Bruidskamer van Gods uitverkiezing. Daarin ligt de onovertroffen waarde van de totale toewijding van de ziel aan Mij, de Meesteres van alle zielen en Medeverlosseres: in geen andere bruidskamer wordt de Bruiloft tussen God en de ziel zo rijk gezegend als in deze van Mijn Hart. Ik ben het Tabernakel van de Allerheiligste Drievuldigheid, de Ark van het Nieuw Verbond, de Kelk van het Kostbaar Bloed, de Meesteres van het Goddelijk Bruidsvertrek, en de Meesteres van de bruid van God de mensenziel. Als eerstgekozen Bruid van God is Mij macht gegeven over de goederen van de Goddelijke Bruidegom. Het Zijne is ook het Mijne. Hij heeft de zielen Zijn Testament van Liefde nagelaten, en verlangt, ieder van hen tot Zijn bruid te nemen, opdat Zijn volmaakte Liefde verzadigd worde. Opdat de bruid de ziel de beschikking over de goederen van de Goddelijke Bruidegom waardig moge zijn, moet zij de Meesteres van het Bruidsvertrek erkennen. De liefde van de bruid kan niet volkomen worden zolang zij niet dienares wil zijn van de Eerstgekozene van de Bruidegom, en zij Haar aandeel in de voorbereiding van de voltrekking van de bruiloft niet erkent. Daarom verlangt God met recht, dat de zielen Mij erkennen als Meesteres van alle zielen, en als Medeverlosseres met de Goddelijke Verlosser.
Zielen, herhaal dagelijks jullie jawoord aan de smachtende Bruidegom, door jullie met alle beproevingen van het leven aan Mij weg te geven. Ik zal jullie klaar maken voor de grote dag van de voltrekking van de bruiloft met jullie God, de dag waarop jullie geluk volmaakt zal worden.
(omdat ik tijdens de passievisioenen nadrukkelijk word herinnerd aan de aanwezigheid van apostel Johannes, vraag ik Maria of Zij de rol van de apostel in het kader van deze openbaring wil toelichten. Zij antwoordt):
Apostel Johannes was op Golgotha vertegenwoordiger van alle zielen buiten Mij, en in Johannes duidde God aan hoe Hij Zijn bruid de mensenziel wil hebben: uiterst liefdevol, rein, trouwe volgelinge van Christus, verkondigster van de Waarheid, deelneemster aan de Passie tot en met absolute voltooiïng ervan, en overtuigde dienares van Maria.
GEBED OM DE GENADE BARMHARTIG TE ZIJN VOOR ANDEREN.
Gebed van de heilige zuster Faustina Kowalska
GEBED OM DE GENADE BARMHARTIG TE ZIJN
VOOR ANDEREN
O Allerheiligste Drie-eenheid, zo vaak ik ademhaal, zo dikwijls als mijn hart klopt, zo vaak als mijn bloed door mijn lichaam circuleert, zo veel duizend malen wens ik uw Barmhartigheid te verheerlijken.
Ik verlang volledig te worden omgevormd in uw Barmhartigheid en een levende weerspiegeling te zijn van U, O Heer. Laat de grootste van alle goddelijke eigenschappen, uw onmetelijke Barmhartigheid door mijn hart en ziel heen naar mijn naaste gaan.Help mij, O Heer, opdat mijn ogen vol zijn van Barmhartigheid, zodat ik nooit verdenking zou koesteren of een oordeel zou vellen naar uiterlijke schijn, maar zal kijken naar wat er mooi is in de ziel van mijn naaste en hem te hulp zal komen.
Help mij, opdat mijn oren vol barmhartigheid zouden zijn. opdat ik acht zal geven op de noden van mijn naaste en niet onverschillig zal staan tegenover zijn pijnen en klachten. Help mij, O Heer, opdat mijn tong vol barmhartigheid zal zijn, zodat ik nooit afkeurend zal spreken over mijn naaste, maar steeds een woord van troost en vooral van vergeving zal hebben. Help mij, O Heer, opdat mijn handen vol barmhartigheid zouden zijn en gevuld met goede werken, zodat ik niet alleen goed zal doen jegens mijn naaste, maar de moeilijkste en zware taken zelf op mij zal nemen. Help mij, opdat mijn voeten vol barmhartigheid zouden zijn, zodat ik mij zal haasten om mijn naaste te helpen met voorbijzien van mijn eigen moeheid en afmatting. Mijn ware rust bestaat in het dienen van mijn naaste. Help mij, O Heer, opdat mijn hart vol barmhartigheid zou zijn, opdat ik al het lijden van mijn naaste mee zal voelen. Ik wil mijn hart aan niemand weigeren. Ik wil vriendelijk zijn, zelfs tegenover hem van wie ik weet, dat hij van mijn vriendelijkheid misbruik zal maken. En ik wil mijzelf opsluiten in het Allerbarmhartigste Hart van Jezus. Ik zal mijn eigen leed in stilte dragen. Laat Uw barmhartigheid op mij rusten.
Layout herwerkt Vastentijd 2009
Jules en SUzy
NOVEEN VAN DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID.
NOVEEN
Uit het dagboek van de Heilige Faustina Kowalska S.M.D.M.
Gedrukt en verspreid door Suzy en Jules
Nieuwsbrief van 25 Maart 2006
HET ROZENHOEDJE VAN DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID
Op elk van de 5 grote kralen bid U:
"EEUWIGE VADER, IK OFFER U OP HET LICHAAM EN HET BLOED, DE ZIEL EN DE GODDELIJKHEID VAN UW WELBEMINDE ZOON, ONZE HEER JEZUS CHRISTUS TOT VERGEVING VAN ONZE ZONDEN EN DE ZONDEN VAN GEHEEL DE WERELD."
Op de 50 kleine kralen bidt U:
"DOOR HET SMARTELIJK LIJDEN VAN UW ZOON, HEB MEDELIJDEN MET ONS EN MET GEHEEL DE WERELD."
Om te eindigen bidt U drie maal:
HEILIGE GOD, ALMACHTIGE GOD, EEUWIGE GOD, HEB MEDELIJDEN MET ONS EN MET GEHEEL DE WERELD."
EERSTE DAG
Woorden van Onze Lieve Heer.
"Breng vandaag de ganse mensheid bij Mij, in het bijzonder de zondaars, en dompel hen in de oceaan van Mijn Barmhartigheid. Op deze wijze zult ge Mij troosten in het bitter verdriet dat veroorzaakt werd door het verlies van de zielen."
Laten wij bidden voor de zondaars.
Allerbarmhartigste Jezus, steeds geneigd tot erbarmen en vergiffenis, zie niet naar onze zonden, maar naar het vertrouwen dat wij stellen in Uw oneindige goedheid. Ontvang ons in de schuilplaats van Uw allerbarmhartigste hart en laat ons er nooit uit ontsnappen. Wij smeken dit van U door Uw liefde voor de Vader en de Heilige Geest.
Onze Vader Wees Gegroet Glorie zij
O, Almacht van de goddelijke Barmhartigheid
Zaligheid van zondige mensen
U bent een zee van barmhartigheid en medelijden
U staat hen bij, die nederig smeken.
Eeuwige Vader keer Uw medelijdende blik naar het ganse mensdom, en in het bijzonder naar de arme zondaars, die hun enige hoop stellen op het Allerbarmhartigste Hart van Uw Zoon, Jezus Christus. Toon ons omwille van Zijn bitter lijden Uw Barmhartigheid, opdat we allen Uw Almacht mogen prijzen, in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Lezing uit het boek Isaïas 52,13-15.53,1-12. Psalmen 31,2.6.12-13.15-16.17.25. Lezing uit de brief aan de Hebreën 4,14-16.5,7-9. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Johannes 18,1-40.19,1-42.
Lezing uit het boek Isaïas 52,13-15.53,1-12.
Zie, mijn Dienaar zal stijgen in aanzien, En worden verhoogd en verheven; Even hoog zal Hij stijgen, Als velen verslagen over Hem stonden. Nu is zijn gelaat wel onmenselijk verwrongen, En heeft zijn gestalte niets menselijks meer; Maar eens zullen vele volken bij zijn aanblik ontroeren, En koningen hun mond voor Hem sluiten. Want dan zullen ze zien wat hun nooit was verkondigd, Aanschouwen wat ze nimmer nog hadden gehoord; Wie toch zou geloven, wat òns is voorspeld, Wien is Jahwehs arm geopenbaard? Als een vormeloos rijsje schiet Hij omhoog, Als een wortel uit dorstige grond; Zonder gestalte of luister, waar we naar opzien, Zonder gratie, die ons behaagt. Veracht, en door de mensen verstoten, Man van smarten, met lijden bezocht: Voor wien wij ons het gelaat bedekken, Dien wij versmaden en verachten. En toch, Hij draagt ònze kwalen, En torst ònze smarten; Maar wij beschouwen Hem als een melaatse, Geslagen, vernederd door Gòd. Om ònze zonden wordt Hij doorboord, Om ònze misdaden wordt Hij gebroken; Op Hem rust de straf, ons ten heil, Door zijn striemen komt òns genezing. Als schapen doolden wij allen rond, En ieder van ons ging zijns weegs; Maar Jahweh laat Hem ontmoeten Ons aller schuld. Hij wordt mishandeld, maar verdraagt het geduldig, En opent zijn mond niet: Als een lam, naar de slachtbank geleid, Als een schaap, dat verstomt voor zijn scheerders. Men sleept Hem uit kerker en rechtzaal ter dood, Wie bekommert zich nog om zijn lot; Uit het land der levenden wordt Hij gestoten, Ter dood gebracht om de schuld van zijn volk. Bij de goddelozen plaatst men zijn graf, Bij de zondaars zijn tombe; Toch had Hij geen onrecht gepleegd, Nooit was er bedrog in zijn mond. Neen, maar het had Jahweh behaagd, Hem door lijden te breken, En als waarachtig zoenoffer Zijn leven te nemen. Nu zal Hij zijn kroost zien in lengte van dagen, Als Hij volbracht heeft wat Jahweh behaagt; Hij zal het leven aanschouwen, van smarten bevrijd, En verzadigd worden van kennis. Zelf rechtvaardig, zal mijn Dienaar velen tot gerechtigheid brengen, Wier ongerechtigheid Hij heeft gedragen; Zo zal Ik Hem velen tot erfdeel schenken, Zal Hij talrijke scharen ontvangen als deel van zijn buit. Daarom geeft Hij zijn leven prijs aan de dood, En laat zich onder de boosdoeners tellen; Draagt Hij de misdaad van velen, En bidt voor de zondaars!
Psalmen 31,2.6.12-13.15-16.17.25.
Laat mij nooit beschaamd komen staan. Geef mij uitkomst door uw genade, In úw handen beveel ik mijn geest. Gij verlost mij, Jahweh, trouwe God, Voor al mijn vijanden Ben ik een spot; Voor mijn buren een afschuw, Voor bekenden een schrik. Die mij op straat ziet, Vlucht voor mij weg; Als een dode ben ik uit de harten verbannen, Weggegooid als een pot. Maar ik blijf op U hopen, o Jahweh, En zeggen: Gij zijt mijn God! Mijn lot blijft in uw handen liggen; Verlos mij van mijn vijand en vervolgers. Laat uw aanschijn lichten over uw dienaar; Red mij door uw genade. Houdt moed, weest onverschrokken van hart, Gij allen, die op Jahweh hoopt!
Lezing uit de brief aan de Hebreën 4,14-16.5,7-9.
Daar we nu een groten Hogepriester hebben, die in de hemelen is doorgedrongen, Jesus, den zoon van God, zo laat ons vasthouden aan de belijdenis. Want we hebben geen Hogepriester, die onze zwakheden niet meevoelen kan, maar Eén, die bekoord werd geheel op dezelfde wijze als wij, behoudens de zonde. Laat ons dus met vertrouwen opgaan tot de troon der genade, om barmhartigheid te verkrijgen, en genade te vinden tot tijdige hulp. En ofschoon Hij in de dagen van zijn Vlees, onder luid geroep en tranen, gebeden en smekingen heeft opgestierd tot Hem, die Hem van de dood kon redden; ofschoon Hij verhoord werd terwille van zijn godvrezendheid; ofschoon Hij bovendien zelfs de Zoon was, heeft Hij toch door zijn lijden de gehoorzaamheid geleerd, en is Hij na zijn verheerlijking de oorzaak van eeuwige zaligheid geworden voor allen, die Hem gehoorzaam zijn;
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Johannes 18,1-40.19,1-42.
Na deze rede ging Jesus met zijn leerlingen naar buiten, de Kedronbeek over; daar was een hof, die Hij met zijn leerlingen binnenging. Ook Judas, zijn verrader, kende de plaats, omdat Jesus daar dikwijls met zijn leerlingen was samengekomen. Judas nam dus de krijgsbende en de trawanten der opperpriesters en farizeën met zich mee, en trok er heen met lantaarnen, fakkels en wapens. Jesus, bewust van al wat Hem overkomen zou, trad naar voren, en sprak tot hen: Wien zoekt gij? Men antwoordde Hem: Jesus van Názaret. Jesus zeide hun: Ik ben het. Ook Judas, die Hem verried, stond bij hen. Maar toen Hij hun zeide: "Ik ben het", deinsden ze terug, en vielen ter aarde. Hij vroeg hun opnieuw: Wien zoekt gij? Ze zeiden: Jesus van Názaret. Jesus antwoordde: Ik heb u gezegd, dat Ik het ben. Zo gij Mij zoekt, laat hèn dan gaan. Want het woord moest worden vervuld, dat Hij gesproken had: Van hen, die Gij Mij hebt gegeven, heb Ik niemand verloren doen gaan. Toen trok Simon Petrus het zwaard, dat hij droeg, trof den knecht van den hogepriester, en sloeg hem het rechteroor af. De knecht heette Malchus. Maar Jesus sprak tot Petrus: Steek het zwaard in de schede; of zou Ik de beker niet drinken, die de Vader Mij heeft gegeven? Nu namen de krijgsbenden met den hoofdman en de trawanten der Joden Jesus gevangen, en boeiden Hem. Het eerst voerden ze Hem naar Annas; want hij was de schoonvader van Káifas, die dat jaar hogepriester was. Het was die Káifas, die aan de Joden de raad had gegeven: Het is goed, dat één mens sterft voor het volk. Simon Petrus en een andere leerling waren Jesus gevolgd. Deze leerling nu was met den hogepriester bekend; hij ging met Jesus de voorhof van den hogepriester binnen, terwijl Petrus buiten aan de deur bleef staan. Nu kwam echter de andere leerling, die met den hogepriester bekend was, naar buiten, sprak met de deurwachteres, en bracht Petrus naar binnen. Maar het dienstmeisje, de deurwachteres, zei tot Petrus: Zijt gij ook niet een der leerlingen van dien man? Hij zei: Neen. Daar het koud was, hadden de knechten en trawanten een kolenvuur aangelegd, en stonden zich te warmen. Ook Petrus stond zich bij hen te warmen. De hogepriester ondervroeg Jesus nu over zijn leerlingen en over zijn leer. Jesus antwoordde hem: Ik heb openlijk tot de wereld gesproken; Ik heb altijd in de synagoge en in de tempel geleerd, waar alle Joden samenkomen, en nooit heb Ik iets in het geheim gezegd. Wat ondervraagt ge Mij? Ondervraag hen, die gehoord hebben, wat Ik tot hen heb gesproken. Zie, zij weten, wat Ik gezegd heb. Bij deze woorden gaf een der trawanten, die bij Jesus had post gevat, Hem een kaakslag, en zeide: Antwoordt Gij den hogepriester zó? Jesus antwoordde hem: Als Ik verkeerd heb gesproken, bewijs dan, dat het verkeerd was; maar heb Ik goed gesproken, waarom slaat ge Mij dan? Toen zond Annas Hem geboeid naar den hogepriester Káifas. Intussen stond Simon Petrus zich te warmen. En men zeide hem: Zijt ook gij niet een van zijn leerlingen? Hij ontkende het, en sprak: Neen. Een der knechten van den hogepriester, een bloedverwant van hem, dien Petrus het oor had afgeslagen, sprak tot hem: Heb ik u in de hof niet bij Hem gezien? Opnieuw ontkende Petrus, en aanstonds kraaide een haan. Nu leidden ze Jesus van Káifas naar het rechthuis; het was nog vroeg in de morgen. Maar zelf traden ze het rechthuis niet binnen, om zich niet te verontreinigen, en het Pascha te kunnen eten. Daarom kwam Pilatus naar buiten, en sprak tot hen: Welke aanklacht brengt gij in tegen dezen man? Ze antwoordden hem: Zo Hij geen boosdoener was, zouden we Hem niet aan u hebben overgeleverd. Pilatus sprak tot hen: Neemt gij Hem zelf, en vonnist Hem volgens uw Wet. De Joden zeiden hem: Wij hebben het recht niet, om iemand te doden. Zo zou het woord worden vervuld, dat Jesus gesproken had, toen Hij te kennen gaf, wat voor dood Hij zou sterven. Nu ging Pilatus weer het rechthuis binnen, riep Jesus, en sprak tot Hem: Zijt Gij de koning der Joden? Jesus antwoordde: Zegt ge dit uit uzelf, of hebben anderen u dit van Mij gezegd? Pilatus antwoordde: Ben ik soms een Jood? Uw volk en de opperpriesters hebben U aan mij overgeleverd. Wat hebt Gij gedaan? Jesus antwoordde: Mijn koninkrijk is niet van deze wereld. Indien mijn koninkrijk van deze wereld was, dan zouden mijn dienaars zich te weer hebben gesteld, opdat Ik niet aan de Joden werd overgeleverd; maar mijn koninkrijk is niet van hier. Pilatus zei Hem: Gij zijt dan toch koning? Jesus antwoordde: Gij zegt het; Ik ben koning. Ik ben geboren en in de wereld gekomen, juist om te getuigen voor de waarheid. Alwie uit de waarheid is, luistert naar mijn stem. Pilatus zei Hem: Wat is waarheid? Na deze woorden ging hij naar de Joden terug, en sprak tot hen: Ik vind volstrekt geen schuld in Hem. Maar gij hebt een gewoonterecht, dat ik u iemand vrijlaat bij gelegenheid van het paasfeest. Wilt gij dus, dat ik u den koning der Joden vrijlaat? Toen begonnen ze opnieuw te schreeuwen, en riepen: Niet Hem, maar Barabbas. Barabbas nu was een rover. Toen liet Pilatus Jesus geselen. En de soldaten vlochten een kroon van doornen, en zetten ze Hem op het hoofd; ze wierpen Hem een purperen mantel om, traden op Hem toe, en zeiden: Wees gegroet, koning der Joden. En ze sloegen Hem in het gelaat. Nu kwam Pilatus weer naar buiten, en sprak tot hen: Zie, ik breng Hem u naar buiten, om u te doen weten, dat ik volstrekt geen schuld in Hem vind. Jesus kwam dus naar buiten, met de doornenkroon en de purperen mantel. En hij sprak tot hen: Ziet den mens. Maar toen de opperpriesters en trawanten Hem zagen, schreeuwden ze het uit: Aan het kruis, aan het kruis met Hem! Pilatus zei hun: Neemt Hem zelf, en kruisigt Hem; want ik vind geen schuld in Hem. De Joden antwoordden hem: We hebben een Wet, en volgens de Wet moet Hij sterven; want Hij heeft Zich uitgegeven voor Zoon van God. Toen Pilatus dit hoorde, werd hij nog meer bevreesd. Hij ging opnieuw het rechthuis binnen, en sprak tot Jesus: Van waar zijt Gij? Maar Jesus gaf hem geen antwoord. Pilatus zeide Hem dus: Staat Gij mij niet te woord? Weet Gij niet, dat ik de macht heb, om U vrij te laten, en de macht, om U te kruisigen? Jesus antwoordde: Ge zoudt niet de minste macht over Mij hebben, zo ze u niet van hogerhand was gegeven; die Mij aan u heeft overgeleverd, draagt daarom groter schuld. Om die reden trachtte Pilatus Hem in vrijheid te stellen. Maar de Joden schreeuwden het uit: Als ge Hem vrijlaat, zijt ge niet keizersgezind. Wie zich voor koning uitgeeft, staat tegen den keizer op. Toen Pilatus dit hoorde, leidde hij Jesus naar buiten, en zette zich op de rechterstoel neer, op de plaats die Litostrótos heet, Gábbata in het hebreeuws. Het was nu daags voor het paasfeest, ongeveer het zesde uur. En hij sprak tot de Joden: Ziet uw koning. Maar ze schreeuwden: Weg, weg met Hem! Kruisig Hem! Pilatus zei hun: Zal ik uw Koning kruisigen? De opperpriesters antwoordden: We hebben geen koning dan Caesar. Toen gaf hij Hem aan hen over, om gekruisigd te worden. Men voerde Jesus dus weg; Zelf droeg Hij het kruis. Zo trok Hij naar buiten naar de zogenaamde Schedelplaats, die in het hebreeuws Gólgota wordt genoemd. Daar kruisigde men Hem; en met Hem nog twee anderen, aan elke zijde één, en Jesus in het midden. Pilatus had ook een opschrift doen schrijven, en het aan het kruis laten hechten. Er stond op geschreven: Jesus van Názaret, de Koning der Joden. Vele Joden lazen dit opschrift; want de plaats waar Jesus gekruisigd werd, lag dicht bij de stad, en het was geschreven in het hebreeuws, grieks en latijn. De opperpriesters der Joden zeiden dus tot Pilatus: Schrijf niet: De koning der Joden; maar: Hij heeft gezegd: Ik ben de koning der Joden. Pilatus antwoordde: Wat ik geschreven heb, blijft geschreven. Toen de soldaten Jesus dus hadden gekruisigd, namen ze zijn klederen in bezit, en verdeelden ze in vieren; één deel voor elken soldaat, behalve nog het onderkleed. Dat onderkleed was zonder naad, uit één stuk geweven van boven tot onder. Ze zeiden dus tot elkander: Laten we het niet in stukken scheuren, maar er om loten, wie het krijgt. Zo zou de Schrift worden vervuld: "Ze hebben mijn klederen onder elkander verdeeld, En over mijn gewaad het lot geworpen." En zo deden het dus de soldaten. Bij het kruis van Jesus stonden zijn moeder, de zuster zijner moeder, Maria van Klopas en Maria Magdalena. Jesus zag zijn moeder staan, en naast haar den leerling, dien Hij beminde. En Hij sprak tot zijn moeder: Vrouw, ziedaar uw zoon. Daarna sprak Hij tot den leerling: Ziedaar uw moeder. En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich op. Toen wist Jesus, dat thans alles was volbracht; Hij sprak, opdat de Schrift zou worden vervuld: Ik heb dorst. Er stond daar een kruik met azijn; men stak dan een spons vol azijn op een hysopstengel, en bracht ze Hem aan de mond. Toen Jesus de azijn had genuttigd, zeide Hij: Het is volbracht. Hij boog het hoofd, en gaf de geest. Daar het daags voor het paasfeest was, en er op de sabbat geen lijken aan het kruis mochten blijven, (het was nog wel een grote sabbat,) verzochten de Joden aan Pilatus, dat men hun de benen zou breken, en hen afnemen. Daarom kwamen de soldaten en braken de benen van den eerste, die met Hem was gekruisigd, daarna die van den tweede. Toen ze bij Jesus waren gekomen en zagen, dat Hij reeds was gestorven, braken ze Hem de benen niet. Maar een der soldaten doorboorde met een lans zijn zijde; en aanstonds vloeide er bloed uit en water. En hij, die het gezien heeft, legt er getuigenis van af, opdat ook gij geloven moogt. Zijn getuigenis is waarachtig; ook Hij weet, dat hij de waarheid zegt. Want dit is geschied, opdat de Schrift zou worden vervuld: "Geen been zal Hem verbrijzeld worden". En weer een ander Schriftwoord zegt: "Ze zullen opzien tot Hem, dien ze hebben doorboord". Josef van Arimatea, die een leerling van Jesus was, maar alleen in het geheim uit vrees voor de Joden, vroeg daarna verlof aan Pilatus, om Jesus lichaam te mogen afnemen; en Pilatus stond het hem toe. Hij kwam dan, en nam zijn lichaam af. Nikodemus, die vroeger Hem s nachts had bezocht, kwam eveneens, en bracht een mengsel mee van mirre-hars en aloë-bladeren, ongeveer honderd pond. Ze namen het lichaam van Jesus, en wikkelden het in lijnwaad, te zamen met de geurige kruiden, zoals het onder de Joden bij begrafenis de gewoonte is. Nu lag er op de plaats, waar Hij was gekruisigd, een hof, en in de hof een nieuw graf, waarin nog niemand was bijgezet. Daar het de vooravond van het paasfeest der Joden was, en het graf dichtbij, legden ze Jesus daarin neer.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
GEBED TOT MARIA TOT AANVULLING VAN DE PASSIE.
Onderstaand gebed is gebaseerd op een verlangen waaraan Maria uiting geeft in Haar Passieboodschap van 29 maart 2009. Het gebed is buitengewoon krachtig omdat elk element van toegewijd lijden de ziel één maakt met de lijdende Jezus. Neem U voor, dit gebed concreet toe te passen in alle situaties van beproeving, tegenslag of lijden van welke aard dan ook. Verbind elke lichamelijke pijn onmiddellijk met de gegeselde Jezus, elke kwelling in Uw hart met de Moeder van Smarten, enzovoort. U zult spoedig in Uw dagelijks leven ervaren dat ALLES in Uw leven zin heeft.
Lieve Moeder Maria, Moeder van Smarten en Medeverlosseres.
De eeuwigdurende verdiensten van het Lijden van Jezus en van Uw eigen Smarten zijn als een gesloten schat in mijn ziel gelegd.
Ik smeek U, wil in mijn hart de gezindheid wekken die mij de sleutel zal bereiden tot opening van deze schat, opdat mijn verlossing voltooid moge worden en alle duisternis uit de wereld verdreven moge worden.
Ik geef U elke hartepijn als een kus aan Jezus in de Hof van Gethsemani.
Ik geef U elke onrechtvaardigheid in mijn leven als een kus aan Jezus vóór de hogepriesters.
Ik geef U elk oordeel en elke veroordeling die ik vanwege een medemens onderga, als een kus aan Jezus bij Pilatus.
Ik geef U elke lichamelijke pijn, ziekte of ongemak als een kus aan Jezus tijdens de geseling.
Ik geef U elke vernedering als een kus aan Jezus tijdens de doornenkroning.
Ik geef U elk moment van vermoeidheid, uitputting, uiterste zielenood, elke val op de weg van de deugd, en al mijn lijden om alle onvrede om mij heen, als een kus aan Jezus op Zijn kruisweg.
Ik geef U mijn wil om alle ellende en alle zonde in de wereld te kruisigen, als een kus aan de gekruisigde Jezus.
Ik geef U elke donkere wolk boven mijn levensweg als een kus aan U op Kalvarie en tot de ochtend van de Verrijzenis.
O Medeverlosseres naast Christus, bekom mij de genade van totale overgave aan het kruis en aan de beschikkingen van Gods Voorzienigheid, opdat ik de erfenis van Jezus in mijn ziel te gelde kan maken, want ook ik ben geroepen om aan te vullen wat nog ontbreekt in het Offer van de Messias.
Wil mij daartoe de kracht en de vrede van hart bekomen, want U bent de maan in de nacht der beproeving, en de dageraad van de lentedag na de winter van mijn onvruchtbare ziel.
Moge elk moment van beproeving dat ik aan U opdraag, mij maken tot een Simon van Cyrene tot steun aan mijn Verlosser, die voor mij en alle zielen heeft willen lijden tot het einde der tijden. AMEN.
TOEWIJDING VAN VROEGER LIJDEN AAN MARIA.
Onderstaande toewijding wordt onder meer aanbevolen om te verrichten na een periode van zware beproevingen. Elk lijden dat aan Maria wordt toegewijd, zelfs achteraf, wordt vruchtbaar voor de ziel, en wordt toegevoegd aan de verlossende kracht van het verenigde Lijden van Jezus Christus en van de Moeder van Smarten. Veel te veel lijden op deze wereld gaat verloren en blijft vruchteloos, omdat het nooit wordt toegewijd. Alle beproevingen zijn kansen om Uw ziel te louteren. God veroorzaakt de beproevingen niet, doch laat deze toe omdat zij verlossende waarde kunnen krijgen, die de ziel van veel wereldse ballast bevrijdt en haar kan helpen reinigen van de sporen van vele onvolkomen daden en woorden die zij in de loop van haar leven kan hebben gesteld of gesproken. Indien U op zekere dag tot het bewustzijn komt dat U bepaalde beproevingen of zware periodes in Uw leven niet aan Maria hebt toegewijd, kunt U dit nu nog doen. Het zal ertoe bijdragen, Uw hart van de wrange nasmaak van deze ervaring te genezen.
Lieve Moeder Maria, eeuwige Moeder van Smarten,
Mag ik mijn gekwelde hart aan Uw voeten neerleggen, om door U genezen te worden van de wonden die mijn lot in mij heeft geslagen.
Ik smeek U:
Wek in mij de warmte van de ervaring van Uw Hemelse Tegenwoordigheid.
Wek in mij het Licht van het besef dat het voorbije leed niet vergeefs is geweest zodra ik het onder Uw heerschappij heb gesteld, zodat U het op het verlossende Kruis van Jezus kunt leggen.
Wil God in mijn plaats danken door mijn totale offerande van mijzelf en mijn hele leven aan U, want dit leed kan heil brengen over velen wanneer ik het nu in totale aanvaarding begraaf in de heilige grond van Uw Hart, waarin alle mensentranen worden tot bloemen van eeuwige gelukzaligheid.
Kus toch nu mijn hart, o Geliefde van de Heilige Geest, opdat ik moge kunnen vergeven, want veel leed is mij aangedaan door de handelingen, woorden en liefdeloosheid van mensen.
Elk ogenblik van leed, hartepijn of geestelijke kwelling, al mijn innerlijk verzet en elke neiging om kwaad met kwaad te vergelden, wijd ik toe aan de grenzeloze macht van Uw Liefde, opdat ik moge genezen van deze herinnering, en zowel ikzelf als mijn betrokken medemensen tot het ware Licht mogen komen.
Wil nu onder deze grauwe bladzijde in mijn levensboek de handtekening van Uw vergoedende voorspraak plaatsen, opdat zij voor mijzelf en mijn medemensen moge bijdragen tot het eeuwig heil, en moge bijdragen tot de verwezenlijking van mijn levenstaak.
Wil met Uw volmaakt heilige voeten de weg gaan die ik ben gegaan, opdat hij gereinigd moge worden van alles wat duisternis in mijn hart en geest heeft achtergelaten, en ik waarlijk bevrijd moge worden voor een nieuw leven. AMEN.
PASSIEMEDITATIE MET TOEWIJDING AAN MARIA. ( WITTE DONDERDAG , 9 APRIL 2009 ).
MARIA : Apostel van de Meesteres van alle zielen, alle lijden der zielen is geheiligd door het Lijden van Christus. De vruchten van deze heiliging worden tot rijping gebracht in elke ziel die verlangt naar totale eenheid met, en navolging van, Jezus Christus. Mij is de macht gegeven om elk detail van het dagelijks leven van de ziel die zich totaal aan Mij heeft weggegeven, in het Kruis van Christus in te bouwen, tot bespoediging van het heil en de verlossing van velen, en van de grondvesting van Gods Rijk op aarde. Laat nu je hart sterven, opdat louter en alleen Mijn Hart in jou kan kloppen, kijk door Mijn ogen, en schrijf de volgende woorden, die een explosie van Licht over de zielen zullen brengen. Alle lijden van elke levensweg is tijdeloos: het moet een wederuitgave van het Lijden van Jezus kunnen zijn. Daarom nodig Ik er de zielen met klem toe uit, deze woorden intens te overwegen en daardoor hun hele levensweg totaal aan Mij toe te wijden, opdat ik de volkomen bruiloft kan bekomen tussen elk levensboek en de lijdende Christus. Schrijf nu wat Ik je zal tonen en inspireren. De zielen die deze beschouwing gebruiken als middel tot totale toewijding van zichzelf aan Mij, zullen hun leven hierdoor een nieuwe zin geven, want zij zullen aan het boek van hun leven een bladzijde toevoegen waarvan het papier zal zijn gemaakt uit het hout van het Kruis van Golgotha.
* * *
Ik zie Betanië, het landgoed van Lazarus, een vredig landschap in ontluikende lente. Na een innige omarming met Zijn Moeder, vrijwel zonder een woord te wisselen (slechts de harten spreken boekdelen in de taal van de volmaakte Liefde), verlaat Jezus met Zijn apostelen voor de laatste maal Betanië om naar Jeruzalem te vertrekken en nooit meer terug te keren.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, uit liefde tot Jezus en tot U, offer ik U elk ogenblik waarop ik van mijn innerlijke vrede ben beroofd door de drukte van het leven in de wereld. Wil mij bekleden met Uzelf, opdat ik in de moeilijkste uren van mijn leven Uw kracht in mij moge dragen.
Ik zie Jezus tijdens een laatste prediking in de tempel te Jeruzalem.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U elk ogenblik waarop ik de geest van de farizeeën heb toegelaten, mij van Gods Waarheid af te keren, ik mij beter heb geacht dan mijn medemens, en ik middelen heb gezocht om mijn eigen gedrag en denken te rechtvaardigen tegen Gods Wijsheid in.
Ik zie Jezus bij voorbereidingen op het Laatste Avondmaal.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U de honger van mijn ziel naar verzadiging met het Goddelijk Leven.
Ik zie Jezus tijdens het Laatste Avondmaal.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U elke heilige Communie van mijn hele leven. Wil mij nu nog de volheid van haar kracht in de ziel storten, want ik heb de waarde ervan zo vaak niet begrepen, en was met mijn hart zo vaak bij de dingen der wereld in plaats van bij God, die in mij binnentrad.
Ik zie Jezus bij de instelling van de Sacramenten.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U de Kerk van Christus, alle leden ervan, alle strijd tegen alle uitingen van modernisme, en alle heiligschennissen van alle tijden, opdat de geest van Christus de Kerk en alle christenen totaal moge beheersen.
Ik zie Jezus de voeten van Zijn apostelen wassen.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U elk ogenblik waarop mijn ziel in aanraking is gekomen, en nog zal komen, met het stof en slijk van alle wereldse invloeden, opdat mijn hele wezen gereinigd moge worden.
Ik zie Jezus de Hof van Gethsemani betreden, en voel de verplettering van Zijn Hart onder de aanblik van alle zonden van alle tijden.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U alle fouten, dwalingen en bekoringen van mijn hele leven, al mijn berouw en al mijn pijnen over de vele afdwalingen van de levensweg die God voor mij had voorzien. Wees de volle maan van de hoop boven mijn Gethsemani, opdat ik moge weten dat Gods Licht klaar is om al mijn wegen te verlichten opdat ik de poort van mijn verheerlijking moge vinden.
Ik zie hoe Jezus door Judas wordt verraden.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U alle akten van verraad aan Jezus, die doorheen de geschiedenis zijn gepleegd in de talloze vormen van ondeugd. Maak mijn liefde tot God zo oprecht, dat ik Hem elk ogenblik van mijn leven kan kussen met heilige daden, woorden, gedachten, gevoelens en verlangens.
Ik zie hoe Jezus gevangen wordt genomen.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U elk ogenblik van mijn leven, waarop ik God in boeien heb geslagen door het hem onmogelijk te maken, in mij Zijn Werken te verrichten.
Ik zie hoe Petrus Jezus verloochent.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U alle akten van verloochening aan Jezus, die doorheen de geschiedenis zijn gepleegd in alle geloofsafval onder de christenen en in elke afscheuring van de ene ware Kerk van Christus.
Ik zie hoe Jezus door de hogepriesters wordt veroordeeld.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U elk ogenblik van mijn leven, waarop ik mijn medemens heb geoordeeld of veroordeeld, en elk ogenblik waarop ikzelf ten onrechte ben beschuldigd, en ik dit heb beantwoord met woorden, daden, gevoelens of gedachten die de duisternis hebben gevoed.
Ik zie hoe Jezus gedurende de heilige nacht in de kerker wordt opgesloten.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U elk ogenblik van mijn leven, waarop ik zodanig opging in de dingen van de wereld, dat ik Jezus niet meer zag en God uit mijn leven heb verbannen.
Ik zie hoe Jezus bij Pilatus wordt berecht en gegeseld.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik wijd U elk ogenblik van mijn leven toe, waarop ik mijn ziel heb gegeseld door voorrang te geven aan de belangen van mijn lichaam.
Ik zie hoe Jezus met doornen wordt gekroond.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U elk ogenblik van mijn leven, waarop ik mijn ziel, het hoofd van mijn hele wezen, heb verwond door mijzelf tot koning van mijn leven te kronen, en hierdoor Gods waardigheid heb bespot, want ik heb niet begrepen dat mijn leven en mijn wezen niet mijzelf toebehoren, doch Gods eigendom zijn.
Ik hoor Pilatus over Jezus zeggen: ziedaar, de Mens.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik smeek U, wil in mijn ziel het beeld drukken van de verminkingen die elke zonde de mensenziel toebrengt, opdat ik mij van alle ondeugd moge afwenden, en God van mij moge zeggen: ziedaar, de in ere herstelde mens.
Ik zie Barrabas vrijgelaten, en Jezus tot de kruisdood veroordeeld worden.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U elk ogenblik van mijn leven, waarop ik heb geleefd alsof God voor mij dood was, en ik heb gepoogd om mijn eigen zondigheid vrij te spreken.
Ik zie hoe Jezus Zijn Kruis omhelst en het opneemt.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U de vele kruisen van mijn leven, en mijn onvermogen om de beproevingen lief te hebben als geschenken tot mijn verheerlijking en het heil van velen.
Ik zie Jezus meermaals vallen onder het Kruis.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U de vele malen dat ik mijn kruis heb afgeworpen, de vele malen dat ik onder mijn lasten ben bezweken en mij voor Gods doelstellingen met mijn leven heb laten ontmoedigen, elke val in de bekoring en de ondeugd, en mijn herhaalde terugkeer naar werelds denken, voelen en verlangen.
Ik zie hoe Jezus op Zijn Kruisweg Maria ontmoet.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U elk ogenblik van mijn leven, waarop ik niet heb gezien dat U aan de rand van mijn levensweg op mij wachtte om mij tot bron van bemoediging, hoop en kracht te zijn, en mijn levensweg met al zijn lasten in U op te nemen.
Ik zie hoe Jezus Simon van Cyrene ontmoet.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U de vele malen dat ik heb geweigerd om Jezus het Kruis van alle zonden der wereld te helpen dragen, en ik heb gezocht naar wegen van genot en gemakzucht.
Ik zie hoe Jezus Veronica ontmoet.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U de vele malen dat ik niet klaar stond om mijn lijdende medemens te reinigen van het slijk der wereld en het bloed van het onrecht dat hem was aangedaan. Help mij, het gelaat van Jezus in alle zielen te herstellen.
Ik zie hoe Jezus op Kalvarie van Zijn kleren wordt beroofd.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U alle keren waarop ik God in mijn medemens van Zijn waardigheid heb beroofd, en Hem in de kou heb gelaten door Hem geen plaats te geven in mijn hart. Wil mij ontdoen van het kleed van mijn oude ik, opdat ik al het wereldse kan afwerpen en klaar moge zijn voor een volkomen heiliging.
Ik zie hoe Jezus aan het Kruis wordt genageld.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U alle keren waarop ik mijzelf heb vastgemaakt aan mijn herinneringen en aan wereldse gewoonten en gehechtheden, en daardoor het Goddelijk Leven in mijn ziel heb gekruisigd.
Ik hoor Jezus Zijn beulen vergeven.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U mijn onvermogen om mijn medemens te vergeven, en de vele uren die ik heb verspild door wrok, wrevel, ontevredenheid en protest tegen mijn lot.
Ik hoor Jezus tot de goede moordenaar zeggen: Vandaag nog zult gij met Mij in het Paradijs zijn.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik smeek U om het besef van mijn eigen schulden, en offer U mijn hele leven op, opdat U mij de toegang tot het Paradijs zou bekomen.
Ik hoor hoe Jezus Maria aan Johannes, en Johannes aan Maria geeft.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U mijn verlangen om U volmaakt toe te behoren, en smeek U dat U de Meesteres van mijn hele wezen en van mijn hele levensweg wil zijn en blijven. Wil voor eeuwig wonen in de tempel van mijn ziel.
Ik hoor Jezus zeggen: Ik heb dorst.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik smeek U, in mij het verlangen te wekken naar een totale inzet van elk ogenblik van mijn leven voor Gods Plannen en Werken, opdat ik Zijn dorst naar de grondvesting van Zijn Rijk moge helpen stillen.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik smeek U, in mij het verlangen te wekken naar een rijk innerlijk leven, opdat God in mijn hart nooit meer eenzaam moge zijn.
Ik hoor Jezus zeggen: Het is volbracht. Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U mijn onophoudelijke strijd tegen alle invloeden die mij van het Eeuwig Paradijs willen verwijderen. Ik geef mijzelf totaal aan U, opdat U het boek van mijn leven in Gods handen zou leggen tot voltooiïng van mijn verlossing en heiliging.
Ik zie hoe het Hart van Jezus wordt doorboord met een lans.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik offer U mijn hart en mijn ziel, mijn lichaam en mijn geest, en mijn vrije wil. Wil mij doorboren met de stralen van de Goddelijk Liefde, opdat het onzichtbare bloed en de tranen van elke beproeving van mijn leven over de mensheid van alle tijden mogen stromen tot heil van velen.
Ik zie hoe Jezus in Marias schoot wordt gelegd, en daarna ten grave wordt gedragen.
*** Maria, Meesteres van mijn ziel, ik smeek U, wil mij opnemen in Uw allerzuiverste schoot, het Tabernakel van God, en mijn menselijk leven in Uw hoogheilig Hart begraven. Mag ik uit U opnieuw geboren worden voor een eeuwigdurende verrijzenis, opdat het Lijden en de Dood van Jezus voor mij niet zinloos mogen zijn geweest.
Lezing uit het boek Exodus 12,1-8.11-14. Psalmen 116(115),12-13.15-16.17-18. Lezing uit de 1e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 11,23-26. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Johannes 13,1-15.
Lezing uit het boek Exodus 12,1-8.11-14.
Toen sprak Jahweh tot Moses en Aäron in Egypte: Deze maand zal voor u de beginmaand zijn, de eerste der maanden van het jaar. Beveelt heel de gemeenschap van Israël: Op de tiende van deze maand moet ieder voor zijn familie een lam nemen, één voor elk gezin. Indien het gezin voor een lam niet talrijk genoeg is, moet hij er zijn naasten buurman bij uitnodigen; ge moet betreffende het lam het aantal personen berekenen naar wat ieder gewoon is te eten. Het lam moet zonder gebrek zijn, een mannelijk dier en één jaar oud; ge moogt het uit de schapen of geiten kiezen. Gij moet het bewaren tot de veertiende dag van deze maand, waarop heel de gemeenschap van Israël het in de avondschemering moet slachten. Vervolgens moeten zij het bloed ervan nemen, en er de beide deurposten en de bovendorpel mee bestrijken van de huizen, waar zij het zullen eten. In diezelfde nacht moeten zij het vlees eten, dat in het vuur gebraden moet zijn, met ongedesemde broden en bittere kruiden er bij. Zó moet ge het eten: uw lenden omgord, schoenen aan de voeten, uw stok in de hand; en gij moet het eten met grote haast, want het is het Pascha van Jahweh. Want in deze nacht zal Ik door Egypte trekken, in Egypte alle eerstgeborenen slaan van mensen en dieren, en aan alle goden van Egypte mijn straffen voltrekken: Ik Jahweh! Maar het bloed aan de huizen zal het teken zijn, dat gij daar woont; en wanneer Ik dat bloed zal zien, zal Ik genadig aan u voorbijgaan, zodat u geen dodelijke slag zal treffen, als Ik Egypte teister. Deze dag moet voor u een gedenkdag zijn, die ge als een feest ter ere van Jahweh moet vieren. Gij zult hem vieren van geslacht tot geslacht: een eeuwige wet.
Psalmen 116(115),12-13.15-16.17-18.
Hoe zal ik Jahweh kunnen vergelden Al het goede, dat Hij mij deed? De kelk der redding hef ik omhoog, En roep de Naam van Jahweh aan; Want te duur was in de ogen van Jahweh De dood zijner vromen. Ach Jahweh, ik ben maar uw knecht, de zoon van uw dienstmaagd, Toch hebt Gij mijn boeien verbroken: Ik breng U dan een offer van dank, En roep de Naam van Jahweh aan,
Lezing uit de 1e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 11,23-26.
Want ik zelf heb van den Heer ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd; dat de Heer Jesus in de nacht, dat Hij verraden werd, brood nam, een dankzegging sprak, het brak en zeide: "Dit is mijn Lichaam, dat voor u wordt overgeleverd. Doet dit tot mijn gedachtenis." Zo ook na de maaltijd de kelk, zeggende: "Deze kelk is het nieuwe Verbond in mijn Bloed. Doet dit, zo dikwijls gij drinkt, tot mijn gedachtenis." Welnu, zo dikwijls gij dit brood eet en de kelk drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Johannes 13,1-15.
Het was nu daags voor het paasfeest. Jesus wist, dat zijn uur was gekomen, om uit deze wereld naar den Vader te gaan. Had Hij de zijnen liefgehad, die in de wereld waren, thans had Hij hen lief ten einde toe. Het avondmaal was begonnen; en reeds had de duivel Judas, zoon van Simon Iskáriot, het plan ingeblazen, om Hem te verraden. Hoewel Jesus wist, dat de Vader Hem alles in handen gesteld had, en dat Hij van God was uitgegaan en tot God zou wederkeren, stond Hij toch van tafel op, legde zijn klederen af, nam een linnen doek, en omgordde Zich daarmee. Dan goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der leerlingen te wassen en af te drogen met de linnen doek, waarmee Hij omgord was. Zo kwam Hij ook bij Simon Petrus. Maar deze zeide tot Hem: Gij Heer; wast Gij mij de voeten? Jesus antwoordde hem: Wat Ik doe, begrijpt ge nu nog niet; maar later zult ge het inzien. Petrus zeide Hem: Nooit in der eeuwigheid zult Gij me de voeten wassen. Jesus antwoordde hem: Zo Ik u niet was, hebt ge geen gemeenschap met Mij. Simon Petrus zei Hem: Heer, dan niet mijn voeten alleen, maar ook mijn handen en mijn hoofd. Jesus sprak tot hem: Wie een bad heeft genomen, behoeft zich niet te wassen, maar hij is rein geheel en al. Ook gij zijt rein, maar niet allen. Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom sprak Hij: Niet allen zijt gij rein. Toen Hij dan hun voeten had gewassen, en zijn klederen had aangetrokken, nam Hij weer aan tafel plaats, en sprak tot hen: Begrijpt gij, wat Ik aan u heb verricht? Gij noemt Mij Meester en Heer, en gij zegt het terecht; want dat ben Ik. Wanneer dus Ik, de Heer en Meester, u de voeten was, dan moet ook gij elkander de voeten wassen. Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij zoudt doen, zoals Ik ú heb gedaan.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
OPENBARING VAN MARIA , DINSDAG 7 APRIL 2009.
Het onderbewustzijn en de gezondheid van de ziel
Erfgenamen van het Nieuw Verbond, Ik word naar jullie toe gezonden om in deze Laatste Tijden het verlossende Licht van Christus tot vrucht te brengen in elke ziel die zichzelf daartoe te Mijner beschikking stelt. Zie, jullie Schepper heeft in elke ziel de kiem der heiligheid gelegd. Deze kiem is drager van het Goddelijk Leven, doch haar rijping wordt gehinderd door alles wat niet in overeenstemming is met Gods Wil, met Zijn Wet van Liefde, met Zijn Werken en Plannen.
De grootste vijand van het Goddelijk Leven is de geest van de wereld. In de mate waarin de ziel gezond is, dit wil zeggen: in de mate waarin het ware Leven in haar gevoed wordt door de zuivere Liefde, wordt de kracht van het Goddelijk Leven vanuit de kiem der heiligheid doorheen alle kamers van de ziel verspreid in een nooit ophoudende stroming van Goddelijk Licht. Deze stroming onderhoudt het Leven in elk onderdeel van het menselijk wezen.
Eén van de onderdelen die in zeer vele zielen de levenskracht het meest opslorpen, zodat deze niet meer stroomt, is het onderbewustzijn. Het onderbewustzijn is in zeer vele zielen zoals een geheel van kamers die volgeladen zijn, en die de stroming van het Leven in de ziel grotendeels blokkeren. Deze toestand is vergelijkbaar met een plaats waar, in het fysieke lichaam, het bloed zich ophoopt, zodat het niet verder stroomt en dus alle afvalstoffen blijven liggen. Deze plaats zwelt, en is een haard van ontsteking en gisting. Zo is het in het onderbewustzijn van vele zielen.
Zeer velen van jullie lijden ongemerkt onder een onderbewustzijn dat tot barstens toe gevuld is met onverwerkte indrukken, die de ziel zwaar, ziek en lusteloos maken, en die bronnen zijn van gisting in het gemoed, wrok, bitterheid, onverzoenlijkheid, agressie en depressie.
Het onderbewustzijn kunnen jullie zich voorstellen als een geheel van donkere kamers, die volgestouwd zijn met ervaringen en indrukken uit jullie verleden. Jullie hele levensgeschiedenis wordt in deze kamers bewaard. Zolang de ervaringen en indrukken van het leven in verwerking zijn, en op de levensweg verder gebruikt worden omdat de ziel deze om één of andere reden belangrijk vindt, is deze informatie vrij toegankelijk. Zeer vele ervaringen en indrukken worden op een bepaald ogenblik weggeborgen in een kamer waarin dan het licht wordt gedoofd, en die vergrendeld wordt. Bij de meeste zielen is een gedeelte van die informatie slechts onvolkomen verwerkt. Men zou het zo kunnen beschouwen, dat om deze reden uit de kamers van het onderbewustzijn geregeld onfrisse geuren opstijgen: de ziel wordt gehinderd door invloeden waarvan zij noch de oorsprong noch de aard kent, doch die uit haar eigen diepere wezen stammen: oude wonden, onverwerkte pijnen, indrukken die de ziel om één of andere reden hebben geschokt, vaak omdat haar geweten deze indrukken heeft herkend als niet verenigbaar met Gods Wet.
Doordat de ziel de aard en oorsprong van deze ziekmakende invloeden niet herkent, worden deze daarenboven heel vaak door de Satan bespeeld. Mijn vijand poogt hierdoor de ziel in een ondoordringbare nevel te hullen, opdat zij onzeker en verontrust zou worden, en zich steeds onzuiverder zou voelen.
Dit hele proces is bij vele zielen oorzaak van vage, ondefinieerbare gevoelens van ontevredenheid, onvrede, angst, moedeloosheid, lusteloosheid, droefgeestigheid, norsheid. Zij hebben het gevoel alsof in hun leven de zon is ondergegaan. Hun gemoed is voortdurend verkild. Zij hebben geen echte hoop. Het komt hen voor alsof alle leven uit hen is weggetrokken.
Zielen, dit zijn de dagen van de Passie. Opdat jullie lijden vruchtbaar zou zijn, en het jullie daadwerkelijk de volheid van de verlossing zou brengen, is het noodzakelijk dat ook de haarden van verborgen, vergeten, ongemerkt of niet-herkend lijden dat jullie vanuit de nevelen van het verleden kan blijven beïnvloeden, onder Mijn heerschappij wordt gesteld. Geef Mij daarom vandaag nog jullie onderbewustzijn met een diep verlangen dat het niet langer jullie ongekende en daarom niet bestrijdbare vijand zou blijven. Zeg vooral in deze genadevolle tijd regelmatig tot Mij, met alle krachten van jullie hart en ziel: Maria, machtige Meesteres van de zielen en Medeverlosseres naast Christus, beheers mijn volledige levensweg en de hele tempel van mijn ziel, tot in zijn meest verborgen en donkerste kamers. Laat mijn weg en mijn tempel baden in het Licht van de Eeuwige Lente, opdat ik volkomen bevrijd worde.
Op grond van deze herhaalde smeking betuigt een ziel Mij haar verlangen om ook de meest verborgen elementen van haar wezen door Mij te laten zuiveren en werkzaam te laten maken. Ik zal de donkerste kamers van deze ziel betreden. In elke kamer waarin Mijn voet de bodem heeft aangeraakt, wordt Gods Licht aangestoken. Ik zal deze ziel zuiveren op grond van haar eigen verlangen om gezuiverd te worden, en Ik zal er de werken van de Satan aan Mijn macht onderwerpen. Alles wat Ik nodig heb, is dit verlangen, en een volkomen vergevingsgezindheid jegens andere zielen die haar in de loop van haar leven leed hebben berokkend. Ik zal in haar niet alleen het Licht aansteken, Ik zal haar ook helpen bij de verwerking van haar hele verleden. Ik zal dit doen door in haar het vuur van Mijn Liefde aan te wakkeren, zodat zij bereid zal zijn om de inhoud van haar meest verborgen kamers toe te vertrouwen aan dit vuur, dat haar de ware bevrijding zal bekomen. Hierdoor zal zich een frisse lentegeur doorheen haar hele wezen verspreiden.
Elke ziel die waarlijk gelooft in Mijn macht, zal ervaren dat God Mij daadwerkelijk heeft gezonden om in de ziel die zich restloos aan Mij overlevert, het Verlossingswerk van Jezus te voltooien. Ik ben de Meesteres van alle zielen, en in deze hoedanigheid wil Ik zoveel mogelijk zielen reeds op aarde een voorsmaak van de Hemel geven. Daarom breng Ik in hen het zaad van het Goddelijk Leven, dat God voor hen heeft voorzien en waarvoor Jezus aan het Kruis is gestorven, tot bloei.
Ik ben de Dageraad van Gods Rijk op aarde, de Dageraad van de Eeuwige Lente. Ik heb de macht om vandaag de kiemen der heiligheid te veranderen in de bloemen die morgen zullen getuigen van de overwinning van het Goddelijk Licht. Daarom moet Ik over elke haard van duisternis in de ziel kunnen heersen, want de ziel is slechts geschapen voor de ervaring van de volheid van het Licht, van de volkomen innerlijke vrede, en van het ware geluk.
TOEWIJDING VAN VROEGER LIJDEN AAN MARIA.
Onderstaande toewijding wordt onder meer aanbevolen om te verrichten na een periode van zware beproevingen. Elk lijden dat aan Maria wordt toegewijd, zelfs achteraf, wordt vruchtbaar voor de ziel, en wordt toegevoegd aan de verlossende kracht van het verenigde Lijden van Jezus Christus en van de Moeder van Smarten. Veel te veel lijden op deze wereld gaat verloren en blijft vruchteloos, omdat het nooit wordt toegewijd. Alle beproevingen zijn kansen om Uw ziel te louteren. God veroorzaakt de beproevingen niet, doch laat deze toe omdat zij verlossende waarde kunnen krijgen, die de ziel van veel wereldse ballast bevrijdt en haar kan helpen reinigen van de sporen van vele onvolkomen daden en woorden die zij in de loop van haar leven kan hebben gesteld of gesproken. Indien U op zekere dag tot het bewustzijn komt dat U bepaalde beproevingen of zware periodes in Uw leven niet aan Maria hebt toegewijd, kunt U dit nu nog doen. Het zal ertoe bijdragen, Uw hart van de wrange nasmaak van deze ervaring te genezen.
TOEWIJDING VAN VROEGER LIJDEN AAN MARIA.
Lieve Moeder Maria, eeuwige Moeder van Smarten,
Mag ik mijn gekwelde hart aan Uw voeten neerleggen, om door U genezen te worden van de wonden die mijn lot in mij heeft geslagen.
Ik smeek U:
Wek in mij de warmte van de ervaring van Uw Hemelse Tegenwoordigheid.
Wek in mij het Licht van het besef dat het voorbije leed niet vergeefs is geweest zodra ik het onder Uw heerschappij heb gesteld, zodat U het op het verlossende Kruis van Jezus kunt leggen.
Wil God in mijn plaats danken door mijn totale offerande van mijzelf en mijn hele leven aan U, want dit leed kan heil brengen over velen wanneer ik het nu in totale aanvaarding begraaf in de heilige grond van Uw Hart, waarin alle mensentranen worden tot bloemen van eeuwige gelukzaligheid.
Kus toch nu mijn hart, o Geliefde van de Heilige Geest, opdat ik moge kunnen vergeven, want veel leed is mij aangedaan door de handelingen, woorden en liefdeloosheid van mensen.
Elk ogenblik van leed, hartepijn of geestelijke kwelling, al mijn innerlijk verzet en elke neiging om kwaad met kwaad te vergelden, wijd ik toe aan de grenzeloze macht van Uw Liefde, opdat ik moge genezen van deze herinnering, en zowel ikzelf als mijn betrokken medemensen tot het ware Licht mogen komen.
Wil nu onder deze grauwe bladzijde in mijn levensboek de handtekening van Uw vergoedende voorspraak plaatsen, opdat zij voor mijzelf en mijn medemensen moge bijdragen tot het eeuwig heil, en moge bijdragen tot de verwezenlijking van mijn levenstaak.
Wil met Uw volmaakt heilige voeten de weg gaan die ik ben gegaan, opdat hij gereinigd moge worden van alles wat duisternis in mijn hart en geest heeft achtergelaten, en ik waarlijk bevrijd moge worden voor een nieuw leven. AMEN.
BOODSCHAP VAN JEZUS 23 JUNI 2001 OM 00. 30 UUR.
Mijn kinderen .
Hoe schoon de Wereld ook kan zijn ! De Duisternis.. zal hevig worden Zonder de Liefde.. in hun hart! Zonder eergevoel voor het leven!! Kan er geen Leven Aan anderen .. door worden gegeven! Zoveel leed.. zoveel zorgen! Zal er zijn voor velen.. Die de "Geboden" niet na willen leven! Hij de Heer .. de God van al het Leven!!! Zal Zijn straffen over de Aarde geven Niemand doet nog wat Ik vraag !! Allen doen ..alsof ze zelf-God- zijn geworden! En de verkeerde .. wegen gaan: Hulpeloos.. zullen allen zijn! Als God de Vader.. De Aarde.. niet zou helpen!!! Het te Redden.. van de ondergang..
Zoals.. in de Tijd.. Van ..Sodoma en Gomorra!! Wat vreselijk zal het zijn.. De Woorden van de Vader!!! Zijn nu..Vol van "Gerechtigheid" Bulderen zal de Aarde Die in beweging komt!!! Die ons bange.. uren zal bezorgen Door de Dwaasheid.. Van de mensen!! De verwoesting.. is zo zichtbaar!!! En toch .. ze luisteren niet!!! En zien.. het niet!! Wat er zo.. allemaal gebeurd! Pas toch op!! Luister toch.. naar de Vader.. Hij .. zal nog de Waarschuwing geven!! Uit barmhartigheid.. voor alle mensen. Wees Waakzaam Wees Waakzaam!! De Gerechtigheid.. zal streng zijn! Als ze zich.. niet willen bekeren.. En de goede wegen gaan beleven! In de 'Geboden" van de Heer! Ik de Vader.. Bemin allen Maar 'n Goede Vader! Zal zijn kinderen.. ook Straffen!!! Als ze niet willen luisteren.. Naar de liefdevolle... Woorden: Die Ik .. tot allen Zendt "Amen"
Paus moet standpunt over homoseksualiteit wijzigen
Geplaatst door onze redactie op woensdag 8 april 2009 om 10:00u
LONDEN (RKnieuws.net) De vroegere premier van Groot- Brittannië, Tony Blair, vindt dat de paus en het Vaticaan een te defensieve en te starre opvatting hebben over homoseksualiteit. Blair is van mening dat het tijd wordt dat zij hun opvattingen herzien. Dit zegt Blair vandaag in een interview met het grootste Britse homomagazine Attitude. De voormalige Britse premier bekeerde zich twee jaar geleden tot het rooms- katholicisme.
De katholieke kerk leert dat homoseksuelen niet mogen worden gediscrimineerd en met respect en begrip behandeld moeten worden. Maar homoseksuele handelingen worden veroordeeld als intrinsiek ongeordend, zijn een zonde en zijn in strijd met de natuurwetten. Vorig jaar nog zei paus Benedictus in een kersttoespraak tot de Curie dat het redden van de mensheid van homoseksueel gedrag net zo belangrijk is als het beschermen van de regenwouden. Als de mens de scheppingsorde negeert richt hij zichzelf en daarmee het werk van God te gronde, aldus de paus.
Enorme generatiekloof
Oud- premier Blair is het niet eens met het standpunt van de paus en het Vaticaan over homoseksualiteit en vindt dat de RK Kerk haar opvattingen moet herzien, net zoals hij dat deed in zijn Labourpartij.
Religieuze organisaties staan, net als politieke partijen, voor hetzelfde dilemma als ze worden geconfronteerd met veranderende omstandigheden. Er is sprake van een enorme generatiekloof als het over dit soort onderwerpen gaat. Religieuze leiders zijn bang om hun standpunten te herzien, want waar zal dit proces eindigen? Maar zij zullen hun opvattingen moeten herzien. Het overgrote deel van de gelovigen herkent zich niet meer in de starre opvattingen van hun religieuze leiders, aldus Blair.
10 jaar premier Groot- Brittannië
Tony Blair was van 1997 tot 2007 premier van Groot- Brittannië. Blair heeft zich in zijn regeerperiode altijd ingezet voor de gelijkberechtiging van homoseksuelen en erkenning van het homohuwelijk. Vlak voordat hij zich bekeerde tot het rooms- katholicisme werd hij door paus Benedictus XVI in privé- audiëntie ontvangen. Tony Blair laat zich niet vaak uit over religieuze aangelegenheden.
Joost Middelhoff
HET GENADEBEELD VAN DE BARMHARTIGE JEZUS. ( ZUSTER FAUSTINA ).
Zuster Faustina bericht: Het was Plock, op zondag 22 februari 1931, de eerste zondag van de vastentijd. Avonds, toen ik in mijn kloostercel was, zag ik Jezus, in 't wit gekleed. Een hand was omhoog geheven in een gezegend gebaar, de andere rustte op de borst. Ter hoogte van het hart was het kleed een beetje geopend en liet twee stralenbundels tevoorschijn komen; de ene was rood, de andere wit. Stil bekeek ik de Heer. Mijn ziel was vol ontzag vervuld, maar ook met grote vreugde. Kort daarna sprak Jezus tot mij:
Schilder een afbeelding van mij, zoals je me ziet en schrijf er onder: Jezus ik vertrouw op U! Ik verlang dat deze afbeelding vereerd wordt; eerst in jullie kapel, daarna over de hele wereld. Ik beloof dat allen, die deze afbeelding vereren, niet verloren zullen gaan. Ik beloof hun de overwinning op de vijand tijdens hun leven en speciaal in het uur van de dood. Ikzelf zal hen verdedigen als mijn eigen eer. De huizen, ja zelfs de steden, waar deze afbeelding vereerd wordt, zal ik sparen en beschermen.
Later in 1934, in Vilnius, vroeg zuster Faustina in opdracht van haar biechtvader naar de betekenis van de beide stralen. Toen hoorde ze in haar binnenste:
De twee stralen duiden bloed en water aan. De witte straal betekend het water, dat de ziel reinigt; de rode straal betekend het bloed, dat aan de ziel het leven geeft.... Deze twee stralen kwamen vanuit de diepte van mijn barmhartigheid naar boven, toen mijn hart met de lans geopend werd op het Kruis. Zij beschermen de zielen voor de toorn van mijn Vader. Gelukkig degene, die in hun schaduw leeft, want de hand van de goddelijke gerechtigheid zal hen niet treffen. De mensheid zal noch rust vinden, totdat zij zich vertrouwen tot mijn barmhartigheid wendt. Maak bekend, dat de barmhartigheid de voornaamste eigenschap van God is. Alle werken van mijn handen zijn gekroond door mijn barmhartigheid.
Ik geef de mensen een vat, waarmee ze naar de bron van de barmhartigheid moeten komen om genaden te putten. Het vat is deze beeltenis met het onderschrift: Jezus, ik vertrouw op U. Niet in de schoonheid van de kleuren ligt de grootheid van deze beeltenis, maar in mijn genade. Ik verlang dat deze beeltenis openlijk vereerd wordt.
Mijn blik op deze afbeelding is dezelfde als mijn blik op het kruis.
Door middel van dit beeld zal Ik genade geven aan de zielen. Men moet hen echter herinneren aan de vereiste voorwaarden van mijn barmhartigheid, want het geloof , al is het krachtig , zal niet baten zonder werken.
IK BEN KONING.
Mijn kind ik ben zeer bedroefd zei Moeder Gods. Omdat Ik alleen maar dreigende woorden kan geven, vertelde Moeder Maria in fatima. Mijn kind ik geef je vandaag een belangrijke boodschap voor de wereld. De tijd zonder genade is er als de mensheid niet wil veranderen.
Wanneer de mensen niet omkeren. Zal het lijden een dermate proportie aannemen. Ja, zoals de komende geseling op het aardse nog nooit gekend heeft. De straten van bloed, zoveel slachtoffers dat de mensheid nog nooit heeft beleefd.
Voor de Bisschoppen, priesters want die zeggen dat het alleen maar natuurlijke gebeurtenissen zijn. Ik zeg echter, dat wanneer de mensen niet omkeren dat er alleen maar verdriet en pijn overblijft. Bisschoppen, priesters, gaat het volk voor bereiden op dat gevaar. Er zal een catastrofe volgen op de andere, de aarde zal borrelen zoals een vulkaan.
Wee de bewoners van de aarde jullie Moeder kan het niet meer tegenhouden. Het onheil is komende, het doet mij al zo'n pijn, waarom willen ze niet zien hun fouten. Het is voor Mij een vreselijke smart te moeten zien hoe de aarde aan het wankelen wordt gebracht. Er komt een verschrikkelijke dag zo ook zullen miljoenen duivels rondzwermen in de nacht.
Vraag Mijn kind of ze dan nog altijd in natuurlijke gebeurtenissen geloven. Want de straten zullen rood door bloed gekleurd zijn als de duivelen onderbreken uw dromen.
GEBED TOT MARIA OM ONTSLUITING VAN MIJN TALENTEN.
Lieve Moeder Maria, Uitvoerster van Gods Werken,
God heeft mij op tocht gezonden met het zaad van Zijn gaven, waarmee ik mijn eigen ziel en de wegen van Zijn Rijk tot bloei moet brengen.
O kom mij toch te hulp, U die de Eeuwige Lente in U draagt, en roep de zon van Gods Geest over mij af, opdat ik mijzelf moge zien zoals God mij ziet, en de diepste kamers van mijn ziel voor mij ontsloten mogen worden.
Wil mij verlichten, want het stof der wereld en de nevelen van het leven hebben het Goddelijk zaad voor mij verborgen.
Laat mij zien wie ik werkelijk ben, en welke rijkdommen God in mij begraven heeft, want zonder Uw Licht in mijn ziel lopen al mijn wegen dood.
Schatten heeft mijn Schepper in mij begraven, doch zonder U in mijn hart kan ik hen niet vinden, en zonder de macht van Uw hand in mijn leven kan ik hen niet openen.
Wees toch de aanvulling in al mijn onvolkomenheid, opdat Uw Liefde, Uw macht en Uw wijsheid het zaad van mijn verborgen vermogens kunnen openbreken voor de ware bloei van mijn ziel.
Heers over mij, want ik kan slechts vruchtbaar worden wanneer mijn hele wezen en al mijn werken onder Uw voeten liggen.
Maak mij bewust van mijn ware roeping, en toon mij de wegen die naar haar voltooiïng leiden, opdat uit mijn zaad het graan moge opschieten tot voeding van Gods Werken.
Sta nu op in mij, o Meesteres van mijn ziel, en wek in mij de talenten die God mij voor mijn aardse reis heeft toevertrouwd, want op Uw woord zullen zij bloeien als bloemen van verheerlijking, die de dorheid en de winter uit vele zielen zullen verdrijven. AMEN.
Elke ziel heeft haar eigen, specifieke opdrachten binnen het grote Goddelijk Heilsplan. Het geheel van deze opdrachten heet roeping van de ziel. Opdat de ziel in de loop van haar leven op aarde dag na dag alles zou kunnen volbrengen wat God van haar verwacht, krijgt zij specifieke gaven, eigenschappen, gesteldheden en talenten. De ziel moet deze zo gebruiken, dat zij haar helpen, op optimale wijze aan de wenken van Gods Voorzienigheid te beantwoorden. God schept de zielen met een onfeilbare Intelligentie, die hen specifieke gaven enz. bereidt, die de zielen als geheel in staat zouden moeten stellen om de mensheid terug te voeren naar haar oorspronkelijke heiligheid. Dat dit niet gebeurt, is toe te schrijven aan het feit dat vele zielen Gods Wet niet volgen. Vaak herkent een ziel haar roeping en haar ware talenten voor het Goddelijk Leven niet. Maria is de zielen gegeven als Meesteres en Gids. Zij kan U Uw roeping en talenten helpen herkennen.