Foto
TOESPRAAK VAN PATER PETAR
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7
  • Deel 8
  • Deel 9
  • Foto
    Foto
    Het  logo  van  het  Bisdom  Gent  van  MG.  Van  Looy
     
    Origen
    Quantcast
    Met hulp en medewerking van John Pont is dit blog gemaakt
    HOUD UW LAMPEN BRANDEND.
         Image and video hosting by TinyPic
    For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
     2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt
    Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois
    Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Wonder

    02-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BANNEUX.
    • Steek uw handen in het water. Deze bron is Mij voorbehouden. Goede avond, tot weerziens.
    • Ik ben de Maagd der Armen. Deze bron is voorbehouden voor alle volkeren ... voor de zieken. Ik zal voor je bidden, tot weerziens.
    • Ik zou een kleine kapel verlangen.
    • Ik kom het lijden verlichten, tot weerziens.
    • Geloof in mij, Ik zal in u geloven. Bid veel. Tot weerziens.
    • Mijn lief kind, bid veel. Tot weerziens.
    • Ik ben de Moeder van de Verlosser Moeder van God. Bid veel, vaarwel.

    H. Maria verscheen in Banneux onder de titel ‘Maagd der Armen’.
    Dit slaat in het bijzonder op onze geestelijke armoede. De vercommercialisering en toegenomen oppervlakkigheid van onze samenleving heeft ons geestelijk en emotioneel verarmd.
    Wij denken rijk te zijn met onze welvaart, vermaak en technische mogelijkheden. Geluk zit vaak in de kleine dingen en het zijn vaak die kleine dingen die ons leven verrijken. Geestelijk zijn wij eigenlijk heel arm en hebben weinig te geven.
    H.Maria komt altijd met een heel duidelijke boodschap en plan. Neem bijvoorbeeld Medjugorge in voormalig Joegoslavië. H.Maria verscheen daar onder de titel ‘Koningin van de Vrede’. Toen was het misschien een raadsel waarom op die plek. Na de burgeroorlog weten wij wel beter. Zij kwam met een waarschuwing en oproep. Helaas luisterde de mens weer eens onvoldoende.
    Ook in de tijd van de verschijningen gebeurde er politiek heel veel in Europa. Uiteindelijk zou dit tot de Tweede Wereldoorlog leiden. De grote wrede oorlog waarvoor in 1917 te Fatima reeds was gewaarschuwd.
    De geestelijkheid zelf is ook niet erg snel met het aannemen van de vermaningen van O.L.Vrouw en krijgt meestal veel kritiek van Haar, zoals te La Salette.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEBED TOT MARIA, REGENBOOG NA DE STORM.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

    Lieve Moeder Maria,

    Geschenk van Belofte, ons gegeven als Moeder van het Licht der wereld, sedert Uw Onbevlekte Ontvangenis overspant Uw pracht het aardse tranendal.

    O vertroost mij met de aanblik van Uw Hemelse Mantel wanneer rond en in mij de storm raast.

    O wonderbare verschijning, geen hart kan Gods Liefde negeren nadat de ogen van de ziel U hebben aanschouwd. Heeft niet het Licht van het Kruis op Kalvarie Uw tranen omhelsd om een regenboog voor de wereld te baren als Teken van Verlossing uit de grauwheid van de zondeslavernij ?

    U bent het Hemelse Teken van Hoop en Vreugde in elk hart dat het Licht toelaat nadat de regen van smart over de ziel is neergekomen.

    Kom, o Hemelse Lust, breng verrukking in mijn ziel die reeds zo lang wordt geteisterd door alle ontij der wereld.

    Verruk mij met de rode pracht van Uw vurige Liefde en het Bloed der Verlossing, dat Uw Hart tot Zijn Bron had uitverkoren.

    Verruk mij met de oranje-gouden pracht van Uw heiligheid en Uw onvergelijkbare kroon van verdiensten, o verheven Hemelkoningin.

    Verruk mij met de gele pracht van het Eeuwig Licht, de stralen van de Zon die uit Uw schoot ter wereld is gekomen, en van de verlichting en wijsheid van de Heilige Geest die U tot Zijn Bruid heeft uitverkoren.

    Verruk mij met de groene pracht van de hoop en alle nieuw Leven, die Uw Zoon Jezus na Uw jawoord in de zielen heeft gezaaid.

    Verruk mij met de blauwe pracht van Uw onverwoestbaar geloof, dat de volheid der hemelse krachten over U heeft afgeroepen, want de Vader heeft U boven alle zielen uitverkoren en verheven.

    Verruk mij met de paarse pracht van de opperste heiligmakende smart, waarvan U de Koningin bent geworden tot heiliging van mijn ziel, want aan Uw voeten worden ook mijn lasten tot Hemels Licht van genade.

    O Hemelse Regenboog, in U hebben het vuur van de Liefde en de tranen der smart een heilig en onverbrekelijk Verbond gesloten. Op Uw woord zullen in U mijn tranen verheven worden tot parels van Liefde onder de kus van het Eeuwig Licht.
    AMEN.

     


     

    De regenboog is een opmerkelijk natuurverschijnsel. Hij wordt gevormd wanneer het zonlicht doorheen regendruppels straalt en in bepaalde golflengten gebroken wordt. Een mystieke betekenis is deze van de versmelting van het Licht van de Liefde en de druppels van smartelijke tranen.


    01-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE BRIEF AAN DE HERBREEEN.

    De Brief aan de Hebreeën.

    E. H. P. Van de Kerckhove

    INLEIDING 

         De brief aan de Hebreeërs is eigenlijk een exegetisch commentaar met theologische implicaties. De Brief doet soms onpaulinisch aan en vele exegeten twijfelen dan ook aan de authenticiteit ervan. Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat de brief wel van Paulus is maar dat deze gericht is tot een bijzondere groep van geadresseerden, namelijk Joodse christenen die in Jeruzalem als priesters en/of levieten verbonden geweest waren aan de Tempeldienst maar die zich bekeerd hebben na Pinksteren en die gevlucht waren.

         De Hebreeërbrief is moeilijk te dateren, waarschijnlijk geschreven ergens tussen 60-64 na Chr., eerder naar het einde toe van Paulus' leven en vanuit Rome of ergens vanuit Italië. Daarvoor zijn aanwijzingen in de brief zelf! Qua datering moet m.i. de Hebreeënbrief voor 2 Tim. geplaatst worden want 2 Tim. is het geestelijk testament van Paulus, zijn laatste schrijven voor zijn marteldood. Hebreeën is geen gevangenschapsbrief. Er is in de brief geen enkele zinspeling op een gevangenschap. Het is een theologisch zwaar beladen traktaat over het priesterschap van Christus, waarschijnlijk geschreven vanuit Italië na de vrijlating uit de 1ste Romeinse gevangenschap maar zeker weten doen we dit niet.

         De brief bevat enkele vage allusies op Italië. 13,23: Timotheüs is vrijgelaten. Als hij komt zal hij mij vergezellen als ik u bezoek. De broeders uit Italië laten U groeten. Deze brief werd m.i. geschreven tussen 60-61 vanuit Rome. Paulus is nadien nog teruggekeerd naar het Oosten. Persoonlijk dateer ik de Hebreeërbrief rond 60 bij de vrijlating uit de 1ste Romeinse gevangenschap.

         De bedoeling van de brief is ongetwijfeld Joodse Christenen aanmoedigen en vermanen. Onder druk van Joodse vervolgingen begonnen bekeerde Joodse priesters hun moed te verliezen en ze verlangden terug naar de pracht en praal van de tempel (dit is mijn puur hypothetische reconstructie van mogelijke omstandigheden waarin deze brief tot stand gekomen is….) Paulus was hiervan op de hoogte en men vroeg hem om een woordje van vertroosting. De Brief aan de Hebreeën is m.i. een aaneenschakeling van homelies (commentaren op de H. Schrift, preken van een missionarispredikant) die Paulus gehouden heeft aan Joodse Christenen en die hij later heeft verwerkt in een Brief. Er is geen aanspreking aan het begin (maar dat is ook zo in 1ste brief van Joh. en in enkele brieven op papyri uit de 1ste-2de eeuw.). Er is een epistolaire conclusie aan de brief toegevoegd. Maar er is geen afzender vermeld. Bij de andere brieven van Paulus is er altijd een afzender vermeld (bijv. Van Paulus apostel aan…) Dat ontbreekt dus wel in de Hebreeën.

         Zoals gezegd, er ontbreekt een aanhef, en dat zou erop wijzen volgens sommige specialisten (o.a. A. van Hoye S.J.) dat het geen brief was maar eerder een homilie, een missiepreek (cfr. Spicq o.p) of een soort catechese over de Zoon van God. Waarom is er geen aanhef maar wel een epistolair slot?

    Het slot van de Brief is wel typisch epistolair. In de 1ste brief van Joh. is er evenmin een aanhef. Het doet misschien vreemd aan maar men vindt hetzelfde fenomeen op ostraka (brieven geschreven op  potscherven) van Lakis (Egypte) en in een aantal brieven op papyrus van 1ste-2de eeuw (bijv. P Oxy 525). Het apocriefe Epistel van Barnabas heeft evenmin een aanspreking. Persoonlijk ben ik eerder geneigd om te zeggen dat het hier wel om een brief gaat zonder aanhef, dus zonder aanspreking in het begin. Er zijn soms brieven die onmiddellijk met de deur in huis vallen… Hebreeën is een brief die met de deur in huis valt: God heeft gesproken in het O.T. door de profeten maar nu, op het einde van de dagen, door zijn Zoon. 

    Authenticiteit:

         Dat Paulus de auteur is van Hebreeën wordt tegenwoordig fel betwist. De oosterse kerken houden vast aan de paulinische authenticiteit maar in de moderne westerse exegese gelooft men er niet meer in. Ik persoonlijk houd wel vast aan de paulinische authenticiteit maar men moet rekening houden met de speciale doelgroep van vervolgde Joodse christenen die behoord hebben tot de priesterklasse van Jeruzalem en die bekeerd zijn maar wier geloof op de proef gesteld werd. Hebreeën en de andere paulinische epistels drukken hetzelfde geloof uit. Paulus is een getuige van de Traditie (Ik heb U overgeleverd wat ikzelf heb ontvangen schrijft hij in 1 Kor.). In Hebr. 2,3 Christus heeft de leer (de redding) verkondigd die getrouw aan ons is doorgegeven door hen die hem gehoord hebben. Voor zover we weten waren noch Lukas noch Paulus directe getuigen van de historische Jezus, maar Paulus was wel eerst Kerkvervolger. Hij wist dus reeds voor zijn bekering wat het Christendom inhield maar dat betekent niet dat hij de Heer Jezus ontmoet heeft voor zijn bekering. Zijn bekering begon met een visioen op weg naar Damascus.

         Dat Paulus de auteur is wordt bevestigd door de gehele manuscripttraditie die van de Hebreeërbrief de 14de brief van Paulus maakt. De Canon van Muratori (ontdekt in de 18de eeuw door Ludovico Muratori in een codex van de 7de eeuw) is een lijst van Bijbelboeken uit de 2de eeuw! De Canon vermeldt Hebreeën niet. De Hebreeënbrief werd in het Westen pas later (4de eeuw) toegevoegd aan de Canon. De Vetus Latina (oudste Latijnse Bijbelvertaling) kende het epistel aan de H. waarschijnlijk niet. Pater Spicq ontkent de paulinische authenticiteit van Hebreeën, helaas! Volgens hem was Apollos de auteur. Pater Spicq baseert zich o.m. op de gelijkenis qua religieus milieu tussen Filo van Alexandrië en de Hebreeënbrief. Ook Apollos was een Jood uit Alexandrië en erudiet genoeg om de auteur te zijn van de Hebreeënbrief, aldus Spicq o.p. 

         Er zijn wel thema's in deze brief die we niet terugvinden in andere brieven (bijv. Jezus Hogepriester, culturele categorieën…). Speciale argumentatie met Bijbelse commentaren (typisch voor het genre van Hebreeën!) is niet uniek voor het N.T. Reeds in de Galatenbrief vindt men een dergelijke argumentatie maar in een heel andere doctrinaire context en een heel andere apologetische bedoeling…Hebreeën is zeker doctrinair en apologetisch bedoeld maar de bijzonderheid zit hem vooral in de speciale doelgroep, een groep Joodse christenen die vervolgd werd in hun geloof. Men noemt ze "Hebreeën" (de titel komt pas vanaf de 2de eeuw voor in Alexandrië. Nadien komt de titel ook voor de in de manuscripttraditie). De Hebreeën werden zodanig beproefd dat ze wilden terugkeren naar de oude eredienst die in de tempel met pracht en praal werd gecelebreerd. Volgens anderen waren de geadresseerden van de brief, een groep heidense bekeerlingen die bedreigd werden door Judaïsanten die hun de schoonheid voorhielden van de tempelcultus en van het Oud Verbond. Dat zou uiteraard ook kunnen! Het geschrift is echter niet expliciet genoeg. We zullen er ons in de loop van deze lezing een beeld van trachten te vormen…

    --------------------------

    PLAN van het Epistel:

    1,1-4     vers 4 is een overgangsvers van Inl. naar 1ste grote doctrinair thema.

    1,5 - 10,18  doctrinair deel in twee delen

                       1,5 - 6,20   en  7,1 - 10,18

    10,19 - 13,21   Parenese!

    13,22 - 25    Slot of postscriptum! Het is een toevoegsel om een epistolair karakter aan de homilie te geven (althans in de hypothese die in H. een homilie ziet)

    -----------------------

    Pater A. van Hoye analyseert de bindwoorden tussen verschillende stukken en hij verdeelt het epistel als volgt volgens de aangekondigde thema's: 1,4; 2,17; 5,9-10; 10,36-39; 12,13. 

    INLEIDING   

         1,1 - 4 Nadat God vroeger vele malen tot de vaderen had gesproken door de profeten, heeft Hij nu op het einde der dagen (ep'eschaton tôn hèmerôn ep escaton twn hmerwn: d.i. de laatste periode in de heilsgeschiedenis, dus de messiaanse tijden), gesproken tot ons door Zijn Zoon die erfgenaam is van al wat bestaat (juridisch gezien is de Zoon erfgenaam door zijn filiatie (Gal. 4,7). Heel de aarde is zijn erfenis Dan. 7,14 Hem werd de heerschappij gegeven. Alleen de Zoon heeft zo een macht).

    … door wie alles geschapen is De Zoon is medeschepper met de Vader, conform de proloog van het 4de Evangelie: alles is door Hem ontstaan. Kol. 1,16a

    Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en evenbeeld van Zijn wezen:

    De consubstantialiteit van de Zoon met de Vader wordt uitgedrukt in de Kolossenzenbrief maar ze wordt hier anders geformuleerd. Gr. apaugasma apaugasma = passief woord op -ma, resultaat van een actie weerspiegeling (beeld in een spiegel) Spicq ; de meerderheid van exegeten geeft er echter een actieve betekenis aan van straling (de actie zelf). Apaugasma duidt op drie dingen: goddelijke oorsprong, gelijkenis met God, persoonlijke individualiteit. De tekst wordt geciteerd ten gunste van de consubstantialiteit. Hij is het zichtbare Beeld van de onzichtbare God zegt Paulus In de Kolossenzenbrief. Hier zegt hij precies hetzelfde op een andere manier. In het Credo belijden we dat Hij 'Licht van Licht' is (God is immers 'Licht' cfr. 1 Joh. 1,5; 1 Tim. 6,16). Dat is het Credo van het concilie van Nicea dat ook de Godheid van de Zoon heeft gedefinieerd. De notie 'glorie' (doxa) voor God  impliceert een notie van stralend licht (Apok. 21,23; 2 Kor. 4,6). Het is de uitdrukking van consubstantialiteit en de eeuwige generatie uit de Vader die het Concilie van Nicea als 'Licht van Licht' heeft geformuleerd.

    Hij houdt alles in stand (gr. ferô ferw besturen, dragen) door Zijn machtig Woord. Niet alleen heeft Hij alles geschapen maar Hij houdt nog alle leven in stand. Zijn Woord (= zijn Wet) is de uitdrukking van zijn Wil.

    Hij heeft ons gereinigd van zonden (er wordt niet gesproken over de Menswording maar deze wordt wel verondersteld!) (en is ten hemel opgestegen - wordt er onder verondersteld!) en zetelt aan de rechterhand van de Vader, hoogverheven boven de engelen en Zijn Naam die Zijn erfdeel geworden is, overtreft de hunne (Efez. 1,20 een Naam boven alle Namen…d.i.; de Naam van Heer/Kurios. Zijn Naam is 2ijn Macht die Hij heeft verworven en Zijn absolute soevereiniteit is superieur aan de engelen). Wat opvalt is dat Paulus in stilte passeert over de Menswording, Lijden en Dood en Verrijzenis en onmiddellijk overgaat naar het zetelen aan de rechterhand en het priesterschap van Christus (Psalm 110,4).

         1,5-2,18  voorbereiding op de kern van de homilie (volgens Van Hoye! Pater van Hoye S.J. is prof. aan het pauselijk Bijbelinstituut/Rome. Hij is gespecialiseerd in de Hebreeërbrief. Zijn zeer overzichtelijke commentaar gepubliceerd door de éd. Bayard in de reeks Commentaires, les dernières Epitres (1997) kan ik U zeer aanbevelen. Van Hoye onderscheidt 5 delen. Volgens hem is de brief eerder een homilie met als voorwerp het priesterschap van Christus. Het offer van Christus is een daad geweest van priesterlijke bemiddeling)

    1,5-14  is het 1ste aspect: de Zoon van God t.o.v. de engelen           

    Het is het 1ste thema: de Zoon is superieur aan de engelen.

    2, 5-18 is het 2de aspect: de Zoon van God t.o.v. ons

    Tussen die twee doctrinaire paragrafen ligt 2,1-4.

    -------------------

         1, 5-14   De superioriteit van Christus boven de engelen wordt nu aangetoond met een reeks Schriftbewijzen uit het O.T.

    1ste schriftbewijs is Psalm 2,7 : de Zoon is 'vandaag' verwekt door de Vader. Aan geen enkele engel heeft God ooit gezegd 'Gij zijt Mijn Zoon', althans niet in de eigenlijke zin. In o.a. Job worden engelen 'zonen van God' genoemd, maar dat is een afgeleide zin… 

    2de schriftbewijs is 2 Sam. 7,14: Ik zal voor Hem een Vader zijn en Hij voor mij een Zoon. Dit citaat wordt in typische zin toegepast op de Messias die van dezelfde natuur is als de Vader.

    3de schriftbewijs is Psalm 96,7; Deut. 32,43: alle engelen moeten zich voor Hem neerwerpen (om te aanbidden)

    4de schriftbewijs Psalm 104,4 en Psalm 45,7-8: De troon van de Zoon is eeuwig.

    En God heeft Hem gezalfd als geen van uw gelijken

    5de schriftbewijs Psalm 102,26-28: Hemel en aarde zijn door U gemaakt o Heer, (de engelen zijn schepsels, de Zoon is Schepper=Heer,God!) hemel en aarde zullen vergaan, maar de Zoon van God blijft, en U blijft dezelfde en U bent eeuwig. De Zoon is God, hij oefent macht uit als koning ook op aarde.

    6de schriftbewijs is Psalm 110,1: Hij zit aan de rechterhand van God totdat Zijn vijanden als een voetbank voor zijn voeten liggen. Christus zit in de hemel op een troon, aan de rechterhand van God. de engelen niet, zij zijn de afgezanten van God (1,14 dienende geesten uitgezonden ten behoeve van de gelovigen die redding - sôtèria swthria - zullen beërven…) maar Christus is Zoon, de Redder! De naam "engel" is ondergeschikt aan die van "Zoon" zoals ook de functie van "engel" ondergeschikt is aan die van "Zoon". dat wilde Paulus aantonen in h. 1 van deze brief.

    De devotie tot de engelen heeft zich ontwikkeld in 2de - 1ste eeuw v. Chr. uit een Joods apocalyptisch milieu, en ook in Qumran.

         2,1-4  De Redding (sôtèria swthria God, Christus als Redder is een typisch thema van de pastorale Brieven) is verkondigd door Christus en doorgegeven aan ons (de auteur moet een gewone Christen geweest zijn, en geen apostel…exegeten zien in dit vers ten onrechte een argument tegen de paulinische authenticiteit) door hen die Hem gehoord hebben,… die Redding mogen wij niet verwaarlozen. God heeft er wonderen en tekenen en machtige daden (sèmeia: tekenen = manifestaties van Gods Macht; terata= buitennatuurlijke ervaringen; dunameis = feiten van bovennatuurlijke oorsprong) aan toegevoegd en de prediking bekrachtigd met wonderdaden van de Heer en van de apostelen. Wonderen zijn een argument van geloofwaardigheid, reeds in het O.T. (Ex. 4) en zijn belangrijk in de Christelijke apologetica! En door de Heilige Geest (d.i. de gaven van de H. Geest: de charisma’s die in de beginperiode overvloedig aanwezig waren, bijv. spreken in talen/ Hand. 2) uit te delen aan wie Hij wil!

         2,5-18 2,5-9  God heeft niet de heerschappij over de toekomstige wereld (d.i. de heilsorde vanaf de Menswording, die zal voltooid worden in de hemel) gegeven aan engelen. Nu volgt een citaat uit Psalm 8,5-7: het argument van He. Is dat God juist aan een mens alles heeft onderworpen, nl. de Mensenzoon (gr. huios anthrôpos uios anqrwpos ) en niet aan de engelen. De term Mensenzoon komt hier voor het eerst voor. Jezus is als mens onder de engelen gesteld. Hij is gestorven en dit kwam allen (huper pantos uper pantos pro omnibus) ten goede. He. drukt de universaliteit van het heil uit.

    De 'multitude' (vers 2,10) verzwakt niet de totaliteit van de mensen maar de twee zijn synoniem (cfr. commentaar l'Epitre aux Hebreux Spicq o.p, p.72)

         2,10 - 13 Hij is leidsman van de redding van velen (vele kinderen: heeft de betekenis van velen uit alle volkeren, zoals bij Jesaja 8,18 Ik en de kinderen die de Heer mij heeft gegeven cfr. Jesaja 53 waar 'velen' de betekenis heeft van alle volkeren, niet alleen de Joden) en de mensen zijn Zijn broeders! Hier ben ik met de kinderen (d.i. de verloste gelovigen) die God mij heeft gegeven.

         2,14  Hij heeft ons menselijk leven willen delen om ons te bevrijden van de dood en van de slavernij van de zonde. Het zijn niet de engelen van wie Hij zich  het lot heeft aangetrokken maar wel de nakomelingen (het geslacht) van ABRAHAM (cfr. Galaten: in uw geslacht zullen alle volkeren gezegend worden).    

         2,17 -18 Hij moest in alles gelijk (gr. homoiôthènai omoiwqhnai reële en totale gelijkenis He 4,15) worden aan zijn broeders (behalve de zonde) om een getrouw en barmhartig (de twee kwaliteiten bij uitstek van de bemiddelaar - Hogepriester = medelijden met de miserie van de medemens) Hogepriester (gr. archiereus arciereus komt hier voor 1ste x voor in He.) te worden die bemiddelt bij God en de zonden van het volk  uitboette.

    Dit is de centrale inhoud van He. Deze zin drukt het best de centrale inhoud uit van heel het epistel. Hij is als mens Hogepriester voor de uitboeting van de zonden en de verzoening met God (h. 5).

         Omdat hij de proef van het lijden doorstaan heeft kan Hij allen helpen die beproefd worden. Dit is belangrijk voor het geestelijk leven van ieder van ons! Zijn menselijke ervaring stelt hem in staat anderen te helpen, zoals een dokter die een zieke helpt…(gr. boethéô boeqew helpen boetos=adjutor). 'Helpen' boèthèsai bohqhsai in de Aorist wijst op een punctuele hulp op het moment dat we het nodig hebben. Dit smeken om hulp is ook te vinden in Psalm 69 (Deus in adjutorium meum attende). De Aäronitische priesters waren hard en brutaal tegenover de kleine mensen. Zo bijv. mocht de Hogepriester niet wenen bij het overlijden van een familielied want dat was tegen zijn consecratie aan God! In het N.T. is Barmhartigheid het kenmerk van het priesterschap!

    ----------

    Deze inleidende hoofdstukken (1-2) brengen ons naar het 2de thema: 3,1-5,10 

    CHRISTUS ONZE HOGEPRIESTER het centrale thema van heel de Brief! 

         3,1-6   Richt uw ogen op de apostel en Hogepriester van het geloof dat we belijden, Jezus. Hij was trouw (pistis betekent hier 'trouw') aan God - nog meer dan Mozes - Hij heeft grotere eer verdiend dan Mozes. Mozes was dienaar in het huis van God, maar Christus was Zoon van God, aangesteld over het huis. Dat huis zijn wij (d.i. de gelovigen) die vasthouden aan wat we hopen. Wij hopen de eeuwige zaligheid binnen te gaan en daarvan is het Beloofde Land een voorafbeelding. Dus waarschuwt Paulus de Hebreeërs: doe niet zoals onze voorvaderen in de woestijn, ze werden afvallig van het geloof en God heeft hen gestraft "Nooit zullen ze mijn rust binnengaan."

         3,7-16 Dus waarschuwt Paulus de Hebreeën met de tekst van de Psalm 95: Vandaag (sèmeron shmeron betekent het steeds actuele heden) als U zijn stem hoort, maak van uw hart geen steen zoals de Joden in de woestijn. De Joden moesten veertig jaren lang blijven rondzwerven en geen van hen is binnengegaan in het Beloofde Land. Het ongeloof belette hen de 'rust' binnen te gaan.

         4,1-11  Het voornaamste woord in dat psalmcitaat is het 'vandaag'. Het is het steeds actuele heden. Het zijn al de momenten van ons leven dat we God horen roepen. Het ongeloof van de Joden die met Mozes meetrokken was er de oorzaak van dat hun de toegang tot het beloofde Land ontzegd werd. Wij die wel tot geloof gekomen zijn, wij gaan de rust wel binnen schrijft Paulus! Maar niet diegenen die afvallig geworden zijn: zij zullen nooit mijn rust binnengaan had God reeds voorspeld in het O.T. Zij die als eersten het goede nieuws hoorden, zijn er niet binnengegaan omdat ze weigerden te gehoorzamen. (4,7) Daarom stelt God een nieuw vandaag vast waarover hij zegt: 'vandaag als ge zijn stem hoort maak dan van uw hart geen steen. Het staat dus vast dat het volk van God nog een andere sabbatrust te wachten staat. Laten we ons best doen om die rust binnen te komen.

    De Parabel van de onwaardige genodigden leert hetzelfde: de 1ste genodigden  (de Joden) waren het niet waard maar de 2de groep genodigden (dat zijn wij!) zullen wel het bruiloftsmaal binnengaan. De rust of de eeuwige zaligheid wordt vergeleken met een bruiloftsmaal in de parabels.

    3,7 en 4,7 'vandaag' is een sleutelterm in de argumentatie van de Psalm 95.

    God heeft dus een 'nieuwe vandaag vastgesteld' (4,8). Gods Belofte werd eeuwen later hernieuwd aan koning David (Ps. 95). Het feit dat Josuë en sommige Joden toch zijn binnengegaan in het Beloofde Land wil niets zeggen. Het is niet de definitieve en volmaakte rust waaraan God dacht. God heeft eeuwen later de belofte van de 'Rust' hernieuwt aan koning David (Psalm 95): Vandaag als je zijn stem hoort maak van je hart geen steen. D.w.z. als je de stem van God hoort door Jezus die U roept tot geloof; het 'vandaag' slaat op de tijd van Jezus Christus. De messiaanse tijd die begon met Jezus' 1ste komst is de vervulling van het 'vandaag'. Indien Josuë en de Joden werkelijk de definitieve rust waren binnengegaan, dan zou God niet meer gesproken hebben door de profetische Psalm 95 in die zin, d.w.z. dat de 'rust' niet definitief was maar slechts een voorafbeelding van de bovennatuurlijke rust van de hemelse zaligheid. Dus laat ons ons best doen om die rust binnen te gaan en het slechte voorbeeld van de Joden niet navolgen door de ongehoorzaamheid.

         4,14-16  recapitulatie en slot. 4,14  zet het thema over de Hogepriester verder: onze Hogepriester is de hemelse sferen binnen gegaan Onze Hogepriester werd beproefd op allerlei manieren, zoals wij, afgezien van de zonde.

    We hebben een Hogepriester die de hemelse sfeer is doorgegaan, Jezus Zoon van God. Dus houd vast aan uw geloofsbelijdenis.

    We hebben een Hogepriester die in staat is mee te voelen met de zwakheid van de mens (Hij is beproefd geworden: in de woestijn, in de hof van olijven…)

         4,16  Laten we dus vrij naderen tot de troon van Gods (de troon stond in het heiligdom van de hemel volgens de rabbijnen) genade en laten we genade, barmhartigheid vinden en hulp krijgen op de juiste tijd (vooral op momenten van bekoring).

         Hoofdstuk 5:  is m.i. het centrale thema, het PRIESTERSCHAP van CHRISTUS en de constitutieve deelelementen van dit priesterschap. 

         5,1-4  Want elke Hogepriester wordt genomen uit de mensen (de priester is inderdaad een mens maar geen mens zoals alle anderen!) en aangesteld voor de mensen om hen te vertegenwoordigen bij God om offers op te dragen voor de zonden. De priester draagt (zoals ook de Hogepriester bij de Joden) voor zijn eigen zonden offers op. De priester is inderdaad ook soms zwak, hij kan zondigen: in de Canon van de Mis zeggen we dan ook 'nobis quoque peccatoribus' ook wij zondaars… Niemand kan zich die waardigheid toe-eigenen (men moet door God geroepen worden, in Bijbelse zin. Dit betekent dat met de roeping de genade gegeven wordt om die roeping te vervullen. Een ander vb. is de aankondiging aan Maria. Daar wordt gezegd "Ge zult Moeder worden", dit impliceert ook de genade om die roeping te vervullen. Zo is ook de genade van de roeping van het priesterschap juist de genade van de priesterwijding. Dat maakt dat het priesterschap 'sacrament' is. Joh. 17,16-19: de apostelen zijn 'toegewijd aan God' zoals Christus toegewijd is aan God. De goddelijke consecratie onderscheidt de priester van alle andere mensen)

         5,5-6 Ook Christus is door God uitgeroepen als Hogepriester. Twee Schriftcitaten bewijzen dat:

    Mijn Zoon ben jij, ik heb je vandaag verwekt. Ps. 2,7 De Zoon van God is pre-existent en is mens geworden. Zijn priesterlijke consecratie is juist zijn hypostatische vereniging. Zijn goddelijke en menselijke natuur zijn verenigd geworden in 1 Persoon bij zijn Menswording. Het is juist aan die hypostatische eenheid dat het gewijde priesterschap deelneemt. Jij bent priester voor eeuwig, op de wijze van Melchisedech. Ps. 110,4.

    Dat priesterschap van Melchisedech is een heel ander priesterschap dan dat van Aaron. Melchisedech was koning en priester. Cfr. 7, 13-15 komt er uitgebreid op terug. Psalm 110, 4 definieert de natuur van het nieuwe priesterschap.

         5,9  Toen Hij tot de voleinding was gekomen (door de beproeving wordt de mens vervolmaakt. Het gaat om zijn kwaliteit van priester - redder door zijn offerdaad) is Hij voor allen die hem gehoorzamen (zij die verenigd blijven met hem door de genade) oorzaak geworden van eeuwige redding (aitios sôtèrias aitios swthrias eeuwig heil, komt ook voor bij Filo!). 

    Samengevat: de 1ste kwaliteit van het priesterschap van Christus is de goddelijke roeping. De 2de kwaliteit is de capaciteit om medelijden te hebben met de mens. 

         5,11 -  6,20   is een hele sectie.  5,11- 6,12   i.v.m. de volwassenheid in het geloof.

               

         6,4-6  !!   Wanneer mensen eenmaal (gr. hapax) het licht (fôtismos fwtismos licht, verlichting; ww. fôtizô fwtizw schijnen, verlichten) (van het doopsel) hebben gezien en de hemelse gave van de genade hebben ontvangen (Spicq p. 105: "il ne s'agit pas tant de l'Eucharistie que du don de la grâce") en de krachten (de gaven van de H. Geest) van de toekomstige wereld hebben geproefd (voorproef van de hemelse zaligheid) en Gods Woord (het Evangelie) maar als ze afvallig zijn geworden (het geloof verwerpen gr. parapiptô afvallen, zich verwijderen van de waarheid. De apostaat sluit zich uit van de genade…) kunnen ze onmogelijk weer tot inkeer gebracht worden. Ze hebben de Zoon van God opnieuw gekruisigd en bespot. Christus kruisiging is niet alleen een historisch feit, het is ook een eigentijds drama. Het verwerpen van het geloof is een belediging van Christus en een reproductie van het drama van Calvarie.

         De onmogelijkheid van een 2de bekering heeft tot heel wat discussie geleid in de Kerk. De onmogelijkheid van een 2de bekering is verbonden aan de apostasie die Jezus opnieuw kruisigt (gr. ww. in T.T. anastauroô opnieuw kruisigen 6,6). Zolang de houding van geloofsafval duurt is bekering onmogelijk. Dat wil Paulus zeggen. Als die houding ophoudt is bekering wel mogelijk! Maar dat zegt Paulus niet omdat zijn argument anders aan kracht gaat verliezen! Volgens sommige exegeten moet het woord "onmogelijk" (6,4 adunatos adunatos) verstaan worden in de zin van "zeer moeilijk" maar dat is een verkeerde exegese volgens pater Spicq o.p. : het gaat om de zonde van apostasie ( Spicq p. 109). De onmogelijkheid van bekering is moreel of absoluut. "On a ici un cas de péché pour la mort ( 1 Joh. 5,16), péché contre la lumière ou le St. Esprit, qui n'est rémissible ni en ce monde ni en l'autre". Cette théologie des péchés non pardonnables est celle du judaïsme (Talmoed, Qumran)…". God is Barmhartig maar toch zegt Hij "als het zout zijn smaak verliest (Luk. 9,62) wordt het buiten geworpen".

         6,7-10  Paulus bedoelt het bovenstaande als een waarschuwing. Hij weet wel dat de Hebreeërs delen in de redding, zij zijn niet afvallig van het geloof. Wij zijn overtuigd van iets beters: U deelt in de redding (6,9). Het is toch een waarschuwing die we niet in de wind mogen slaan.

    De Hebreeën hebben solide doctrine nodig (5,14) en geen melk. Laten we de grondbeginselen niet meer herhalen  (zonde, bekering, doop, oordeel, verrijzenis zijn elementaire punten die tot de basisonderrichtingen behoren). We hebben wat meer hoogstaande theologische uitleg nodig, catechismus voor volwassenen en niet meer voor de kinderen (6,1-2).

         6,13-6,20   is het vervolg en slot van de parenese!

    6,13   Ge moogt niet lui worden maar ge moet een voorbeeld nemen aan hen die door geloof en geduld deel krijgen aan de beloften.

    6,13 begint met het voorbeeld van Abraham.

    5,11-6,20 is één lange oproep om aandacht te vragen voor wat volgt in 6,20. In 6,20 herhaalt Paulus de zin van 5,9-10: Jezus Christus is voor eeuwig Hogepriester geworden op de wijze van Melchisedech. Alles wat daartussen ligt tussen 5,11 en 6,19 is een lange parenese (een uitwijding met moraliserend karakter) Ik heb die techniek reeds vroeger uitgelegd, hoe Paulus een moraliserend gedeelte tussen haakjes plaatst. Maar in de Oudheid bestonden haakjes niet. Hij opent dus de haakjes in 5,9-10 en sluit ze in 6,20. God bedriegt niet. Bijv. Hij heeft een eed gezworen aan Abraham om zijn geslacht talrijk te maken en Abraham kreeg na lang wachten wat hem beloofd was! Hij heeft er wel geduldig moeten op wachten. 6,18  God heeft dus twee daden gesteld die het Hem onmogelijk maken om ons te bedriegen  die twee zijn de belofte en de eed…Ze zijn voor ons een reden om te hopen

    6,19  De hoop is het veilige en vaste anker voor de ziel en ze reikt tot achter het voorhangsel in het heiligdom (d.i. het heilige der heiligen, een beeld van de hemel), d.w.z. onze hoop reikt tot aan de hemel! De ankers worden in zee gegooid maar het Christelijk anker der hoop wordt in de hemel gegooid! Het anker wordt niet in het O.T. vermeld maar wel in de Griekse literatuur als symbool voor stabiliteit en veiligheid! "Het anker van het heil uitgooien" was een Grieks spreekwoord en betekent "zijn laatste kans wagen". Het anker was vanaf 2de eeuw ook symbool van de verrijzenis en toekomstig leven. In de catacomben van Priscilla vond men 70 afbeeldingen van het anker. (cfr. Kirsch, Ancre in: Dict d'Arch.Chrét. I, pp 1999)

    6,20  In het heilige der heiligen is Jezus ons voorgegaan als voorloper (gr. prodromos prodromos voorloper (ook als adj.). Hij is voor eeuwig Hogepriester geworden op de wijze van Melchisedech. Als priester is Christus ons voorgegaan in de hemel waar Hij de eredienst verder zet.  6,20 kondigt een hele exposé aan voor het priesterschap volgens de orde van Melchisedech vanaf 7,1-28…

    -----------------

         7 Hoofdstuk 7 is een hele paragraaf over Melchisedech waarin Paulus gaat aantonen dat het Nieuw Verbond en het Nieuw Priesterschap superieur zijn aan het Oude…

         7, 1  De paragraaf begint met een citaat uit Genesis 14, 18-20 en Psalm 110,4.

    i.v.m. Melchisedech. Koning van Salem, priester van de allerhoogste God. Hij kwam Abraham tegemoet, en Abraham gaf hem tienden van alles Hij heeft geen vader, geen moeder, geen stamboom (stambomen waren belangrijk voor priesters in Israël. Zij moesten kunnen bewijzen dat ze afstamden van de stam van Levi), zijn leven heeft geen begin noch einde (d.i. het is eeuwig) Hij lijkt op de Zoon van God, hij blijft voor altijd priester.

    Melchisedech ontving 1/10 van de buit van Abraham en hij was niet eens van zijn geslacht. Dus heeft eigenlijk Levi tienden betaald in de persoon van Abraham. Melchisedech was dus ver verheven boven Abraham. En Melchisedech heeft Abraham, drager van de beloften gezegend. De meerdere zegende de mindere (7,6).

    De figuur van Melchisedech is zeer bestudeerd geworden: hij wordt vermeld in Gen. 14 en Psalm 110.  Sommige Targoems identificeren Melchisedech met Shem of Cham of met een engel. Volgens het boek der geheimen van Henoch (begin 1ste eeuw, h. 23) is Melchisedech, priester, miraculeus geboren zonder tussenkomst van een man. Er bestond in de 4de eeuw in Palestina een Christelijke cultus tot Sint Melchisedech (cfr. reisverslag van Etherie).  De oudste christelijke papyrus (ca. 90 na Chr.) vermeldt hem. In Nag Hammadi vond men een koptisch traktaat over Melchisedech. In Qumran (11 Q Melch.) wordt hij vermeld (cfr. NTS XII,1966 pp. 301-326) en geïdentificeerd met de hemelse rechter of met de engel Michaël die de rechtvaardigen bevrijdt van Belial. Melchisedech in Hebr. staat dus niet alleen en er is een hele exegese te vinden in de Joodse literatuur reeds voor Christus en ook Filo en Flav. Jos. spreken erover (1ste eeuw na Chr.). Melchisedech wordt vergeleken met Jezus Christus zoals de figuur vergeleken wordt met de realiteit op het precieze punt van het priesterschap. Melchisedech is een figuur van de realiteit die Jezus is op het gebied van het priesterschap. Jezus Christus heeft wel een moeder gehad en een stamboom, maar qua priesterschap is hij Hogepriester zoals Melchisedech, d.w.z. zijn priesterschap is verhevener dan dat van het O.T. (1ste en 2de arg.) en het is eeuwig, niet tijdelijk zoals dat van het O.T., en uniek, d.i. het wordt niet overgeërfd zoals in het O.T. Het is een verhevener priesterschap want het is volmaakter dan dat van het O.T.: - de Heer Jezus is voortgekomen uit Juda die geen priesterlijke stam was. - Hij is hogepriester geworden uit kracht van het onvergankelijk, eeuwig leven, op de wijze van Melchisedech, d.w.z. niet overerfbaar. Het Christelijk priesterschap gaat niet over van vader op zoon… Dus Jezus is niet op basis van een wettelijk voorschrift priester geworden (de Wet met zijn bepalingen heeft Hij aan het kruis geslagen, d.w.z. afgeschaft schrijft Paulus in de Galatenbrief!).

         7,20 Dit ging gepaard met een eed van God (7,20-21: De Heer heeft het gezworen en zal het niet herroepen: Gij zijt priester voor eeuwig!) Dus God heeft een eed gezworen dat de Zoon van God priester zou zijn voor eeuwig. Voor het priesterschap van Aaron heeft hij nooit zoiets gezworen…(7,20).

         7,22 Hoeveel voortreffelijker moet dan het verbond zijn waar Jezus borg voor staat. Het Nieuw Verbond is ook verhevener zoals ook het priesterschap van het Nieuw Verbond verhevener is. Het nieuw Verbond is eeuwig, het blijft voor altijd. Cfr. de woorden van de consecratie (het nieuw en eeuwig verbond)! Ook zijn offer is uniek.

         7,26-28 is de slotconclusie van h. 7: zo een hogepriester hadden we ook nodig, die smetteloos (onbesmet: zuiver van hart: het priesterschap van Christus is geen louter rituele zuiverheid, het vereist een innerlijke zuiverheid) en heilig (gr. hosios osios: heilig, toegewijd aan God) is, afgescheiden van de zondaars en verheven boven de hemelen (niets zondigs kan Christus raken, de hemel is even ver verwijderd van het aardse als de zonde verwijderd is van de priester)… Zoals de persoonlijke heiligheid van Jezus Christus is, zo is ook de heiligheid van de priesters van het N.T.

         7,27  Zijn Offer is uniek en onherhaalbaar. De O.T. offers werden vaak herhaald (ter gelegenheid van bepaalde feesten, bij nieuwe maan, op sabbat ed., zelfs elke dag werden offers gebracht cfr. Talmoed spreekt erover!). Maar onze Hogepriester heeft zichzelf opgedragen als offer voor de zonden van het volk.

    De Zoon van God is volmaakt voor eeuwig. Zijn offer is uniek, slechts 1 enkele daad. De partic. aorist 7,27  anenegkas anenegkas verwijst naar het ene offer op Calvarie. Het werkwoord anaferô anaferw betekent plaatsen, offeren op het altaar. Christus dood op het kruis is dus een offer met het kruis als altaar (1 Petr. 2,5).

    -----------

    Dit is de overgang naar h. 8: over het thema van Verbond en Offer. Het 2de grote doctrinaire deel van het Epistel.

    H. 8-9  De Cultus van het Nieuw testament. 

         8,1-5  God had een eed gezworen i.v.m. zijn Zoon: "Gij zijt Hogepriester voor eeuwig". Dat was de aankondiging van een eeuwig priesterschap. Hij zit aan de rechterhand van God (8,1), in de hemel opgestegen.

    Hij draagt het offer op in de hemel, de waarachtige tabernakel (gr. skènè alèthinè skhnh alhqinh waarachtige,  authentieke tent. Tegenover het aardse tabernakel van Mozes in de woestijn of de tempel van Jeruzalem die aards en vergankelijk waren…)

         8,6  De bediening (gr. leitourgia leitourgia liturgische functie leitourgos werker, dienaar, bedienaar van de eredienst cfr. Rom. 15,16; Jes. 61,6; Jer. 33,21) van Jezus is veel verhevener zoals ook het Verbond waarvan Hij Bemiddelaar (gr. mesitès mesiths middelaar: Christus is Middelaar tussen God en de mensen cfr Test Dan 6,2) is beter is, omdat het op betere beloften berust (dit zijn beloften die vervuld werden door bemiddeling van de Messias).

    Het 1ste punt is dat van een nieuwe priesterlijke bediening.

         8,7-13 Het 2de punt is dat van een nieuwe Middelaar: de enige die spreekt van een nieuw Verbond  = berith hadasha (term die Jezus gebruikt). Cfr de profetie van Jeremias LXX 38,31-34 is de enige die de term 'nieuw verbond' gebruikt (het oude verbond was dat van de Sinaï), in het gr. diathèkè kainè diaqhkh kainh: het is een technische kwalificatie van de heilseconomie die Jezus Christus gebracht.

    Het oud Verbond was verouderd verklaard (8,8 & 8,13): Ik zal met Juda en Israël een nieuw verbond (diathèkè koinè) sluiten. Het zal anders zijn dan het verbond dat ik met hun vaderen sloot. Mijn wetten leg ik in hun geesten ik grif ze in hun hart. Dit is de besnijdenis naar het hart door het doopsel.

    8,11 Jer. LXX 38,34 Allen zullen ze mij kennen (gr. eidèsousin d.m.v. het bovennatuurlijke licht van de genade van het doopsel. 'God kennen' betekent ook zich  hechten aan God) van de kleinste (gr. Jer. apo mikrou autôn apo mikrou autwn van de kleinste, geringste onder hen…= pasgeboren baby Apok. 11,18) tot de grootste. Ik zal hun ongerechtigheden vergeven (dat gebeurt door het doopsel).

    De 'kleinste' is de pasgeboren baby die door het doopsel gerechtvaardigd wordt. Cfr. Petrus' rede op Pinksteren: laat U dopen want de belofte geldt ook voor U en uw kinderen (profetie van Joël 2,28-30) "Maria heeft het beste deel gekozen" zegt de Heer Jezus als Martha haar beklag komt doen…Het beste deel is ons priesterschap. Voor Maria is het zitten luisteren aan de voeten van Jezus. Het 'geestelijk deel' is altijd beter dan het materiële deel. Het leven als priester is beter dan het leven  als leek in de wereld.

    ------------------

    H.9, 1-14    herneemt meer in detail de ideeën van het priesterschap.

            15-28  gaat over Christus' priesterlijk ambt in de hemel.

                       en het Nieuwe Verbond. 

    Meer in contrast staan: hemels en aards heiligdom, de cultus van Oud en Nieuw Verbond (offercultus van oud verbond en van Christus)  tot 10,18.

    ----

         9,1-10  Het eerste verbond had een aards heiligdom : de tent van Mozes : er waren twee delen in dat heiligdom, men spreekt zelfs van twee tenten. In Heb. volgt een beschrijving die is overgenomen uit Exodus. In het Heilige der Heiligen stond de ark met de tafels van het Verbond. Dat Heilige der heiligen werd maar 1x per jaar betreden door de Hogepriester alleen, met het geofferd bloed van de offerdieren. Voor de rest mocht niemand het heilige der heiligen betreden. De H. Geest gaf hiermee te kennen dat het heilige der heiligen nog niet openstond zolang de eerste tent nog dienst deed, m.a.w. dat de poort naar het hemels heiligdom nog niet open was. Christus, in het O.T. symbolisch voorgesteld door de Hogepriester, zal ons de weg naar de hemel openbaren, en de weg openen voor alle mensen om naar de hemel te gaan. 9,10 De cultus en de offers en reinigingsvoorschriften van het O.T. bleven immers maar bestaan tot de tijd van het betere bestel (kairos diorthôseôs kairos diorqwsews tijd van herstel van de orde. Hapax in NT., met nuance van verbetering, correctie van de oude orde diorthôsis: verbetering, nieuwe orde) was gekomen.

         9,11-14  Maar nu is Christus gekomen, de hogepriester van de komende goede dingen. Hij is door een verhevener en volmaaktere tent  het heiligdom binnengegaan, die niet gemaakt is door mensenhand. Volgens Spicq o.p. gaat het om het verheerlijkt lichaam van de verrezen Christus, dat niet tot de geschapen orde behoort. Dia dia is instrumentalis. Cfr. A. van Hoye Biblica 1965, pp. 1-28. De vertaling 'la tente de son corps' is een vrije vertaling door pater van Hoye. Beter ware 'corps de gloire') (voor de literaire analyses van de brief verkies ik pater van Hoye, maar voor de wetenschappelijke exegese, nuances van woorden ed. verkies ik toch pater Spicq) De exegese van pater Van Hoye i.v.m. 9,11 is toch verhelderend: de tent is het middel dat de toegang verschaft tot het heiligdom. Die toegang is het Lijden van Christus waardoor Hij zijn glorie is binnengegaan. De mensheid van Christus is de weg naar de hemel, een weg die Christus ons is voorgegaan om zo de glorie van de Vader binnen te gaan. Deze Christologische interpretatie van pater van Hoye doet ons beter de uitdrukking begrijpen van 'de waarachtige tent' en het verband met het 'eigen bloed van Christus' (9,12) dat het geweten zuivert van dode werken (zonden worden dode werken genoemd) om de levende God te dienen (de vreugde om God te dienen door de Christelijke Liturgie, een 'dienstwerk'). Aldus is de actie van Christus' bloed tweevoudig en superieur aan het bloed van de offerdieren die alleen maar rituele reinheid bewerkten (9,14)

    9,12  en eens en voorgoed is hij het heiligdom binnengegaan, met zijn eigen bloed en Hij heeft eeuwige verlossing (gr. lutrôsis lutrwsis bevrijding, verlossing. De uitdrukking 'eeuwige verlossing' komt voor in Qumran 1 Q M en de Palestijnse Targoem Gen. 49,18) verworven. Hij is de hemel binnengegaan door het offer van zijn Lichaam en bloed (heel speciaal met zijn eigen bloed) om zo eeuwige verlossing te verwerven. 

    9,13-14 leveren het bewijs van de eeuwige verlossing. Vers 14 is zelfs een theologisch hoogtepunt van heel de Brief!!

    Door de eeuwige Geest heeft Hij zichzelf aan God geofferd als een smetteloos offer dat ons geweten zuivert van dode werken om de levende God te dienen.

    De eeuwige Geest = pneuma betekent de goddelijke natuur die niet onderhevig is aan de dood. Door de pneuma heeft Hij zich geofferd. Zijn offer blijft duren tot in de hemel.

         9,15-28 Daarom is Hij de Middelaar van een nieuw Verbond. Zijn sterven heeft bevrijding gebracht van de zonden bedreven in het O.T. en zo kunnen de rechtvaardigen van het O.T. het hemels erfdeel ontvangen. Dat konden ze voordien niet want de hemel was nog gesloten, tot aan Christus!

    9,16-23  Paulus onderstreept hier de rol van het geofferd bloed voor het verbond (21-22). Zonder vergoten bloed is er geen vergeving van de zonden (cfr. Lev. 17,11) Daarom werd in het Oud Verbond alles gereinigd met bloed, want bloed had een zuiverende werking. Als nu de voorafbeelding (Wet van Mozes, de tent in de woestijn, de oude rituelen) met bloed moest gezuiverd worden hoeveel te meer dan de realiteit (de waarlijke tent, de christelijke liturgie) zelf door een bloed van een hogere waarde. Thornton, Meaning of haimatekxusia, JTS 15 1964 pp 63-65. (aimatekcusia the shedding of blood)

    9,12-21 het argument van het bloed dat een zuiverende werking had. Alleen vergoten bloed kon zonden vergeven. Filo Spec. Leg. I,205; Talmoed Yoma 5a; Menahot 93b. Er werden offers gebracht voor de vergeving van de zonden, voor de kwijtschelding (gr. afesis act of freeing from captivity, guilt, debt, or sin Matth. 26,28; Mark. 3,29) van de schuld of zonde. Het aardse is een beeld van de hemelse realiteit, hetis een analogie: als de aardse dingen moesten gezuiverd worden met bloed van bokken en stieren, hoeveel te meer dan de hemelse realiteit met het bloed van Christus dat veel waardevoller is. Het is natuurlijk maar een analogie want in de hemel moet niets meer gezuiverd worden.

    9,28 Christus is eenmaal geofferd om de zonden van allen ( pollôn pollwn lat. multorum = 'allen' we moeten  polloi in Matth. ook verstaan in de zin van 'allen'. In dezelfde zin zegt de Heer Jezus in het Johannesevangelie 'ik zal allen tot mij trekken' de zonden van velen in 9,28 wordt geplaatst in de context van Jes. 53, 12 waar velen = allen, d.i. Joden en niet-Joden) op zich te nemen. Hij zal wederkomen in glorie zonder geofferd te worden, maar in triomf.  

    Hoofdstuk 10  recapitulatie: de doeltreffendheid van het offer van Christus. 

         10,1-10  De Wet is slechts een schaduw van de goede dingen die moesten komen. De offers van het O.T. waren onvolmaakt, ze reinigen niet van zonde, aldus Paulus! Daarom zegt de Schrift: Slachtoffers en gaven hebt U niet gewild maar U hebt voor mij een lichaam bereid. Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen. Hier ben ik. Ik ben gekomen om uw wil te doen. cfr Psalm 40 1,6

         9-10  Hij schaft het eerste af om het tweede te laten gelden. Door die wil zijn wij geheiligd, eens en voor altijd, door het offer van het lichaam van Jezus Christus. Resumé: Christus heeft de offers van het O.T. afgeschaft en ze vervangen door het ene offer van zijn lichaam! Het werkw 'afschaffen' staat in de tekst (He. 10,9 gr. anairéô wegnemen, vernietigen, abolish, abrogate…) Het gaat wel degelijk om 'afschaffen' aldus pater Spicq o.p. (op cit p 167).

    En en drukt de efficiënte oorzaak uit (door zijn wil), dia dia drukt de instrumentele oorzaak uit (door zijn offer)

         10,11-18  Iedere priester verricht staande de dienst en draagt offers op die toch geen zonden kunnen wegnemen. Hij daarentegen is gezeten aan de rechterhand van God na één enkel offer voor de zonde te hebben gebracht.

    10,16 Dit is het Verbond (Nieuw Verbond cfr. Jeremias LXX 38) dat ik met hen zal sluiten na die dagen. De Wet (Nieuwe Wet) grif ik in hun hart en in hun geest (de geest van de mens) En hun zonden zijn vergeven (niet langer gedenken = vergeven)

         10,19-25  Door het bloed van Jezus hebben wij vrije toegang gekregen tot het heiligdom. Hij heeft voor ons een nieuwe levende weg gebaand door het voorhangsel heen, dat is zijn aardse gestalte (door het voorhangsel van zijn menselijk lichaam heen).

    22-25 Laten we dus naderen met een vast geloof, met een hart dat vrij is van zondebesef (gr. apo suneidèseôs ponèras - door de H. Geest zijn we innerlijk zuiver, vrij van zonde) met een lichaam gewassen met zuiver water (door het doopsel = een bad met water). Laten we vasthouden aan de belijdenis van onze hoop omdat God getrouw is aan zijn beloften. Laten we elkaar aansporen tot liefde en goede werken. De liefde is onafscheidbaar van goede werken. Men vindt hier terug de drie theologale deugden die zo typisch zijn voor andere paulinische epistels.

         10,26-31 Na de aanmoediging komt de waarschuwing:

    Wie het Bloed van het Verbond profaneert (door doodzonde = d.i. vrijwillig en bewust in een zware materie en zonder berouw te hebben 10,26 'zondigen' hamartanontôn part. pres. drukt een obstinatie uit! Het gaat dus om een toestand van zonde, niet om één geïsoleerde zonde!; bv. apostasie of geloofsafval…d.i. doodzonde tegen de geloofsbelijdenis = kennis van de waarheid 10,26) moet zo iemand dan niet strenger gestraft worden dan wie zich bezondigt aan de Wet van Mozes? Het moet vreselijk zijn om in de handen van de levende God te vallen. Hij is rechter, Hij veroordeelt tot oordeel en vuur (10,27 het vuur is het instrument van de goddelijke wraak: Deut. 4,24)

         10,32-39 Denk terug aan de dagen van vroeger (toen U het doopsel hebt ontvangen. De geloofsbelijdenis, ge zijt er voor vervolgd geworden, gehoond en onderdrukt geworden (gr. thlipsis = onderdrukking, verdrukking; oneidismos = hoon, verwijt) en uw bezit werd geroofd (10,34).

    Dit is misschien een zinspeling op een grote vervolging in Jeruzalem na de marteldood van Stefanus ca. 37/38. De groep aan wie de Hebreeërbrief is gericht heeft zich toen bekeerd. Nog een korte tijd en hij die komen moet zal komen (bij zijn 2de komst). Mijn rechtvaardige zal door geloof leven (dit is een tekst die Paulus ook citeert in Rom. 1 en Gal. 3 en die ook in Qumran voorkomt en in de rabbijnse geschriften). Wij die geloven, we zullen het leven winnen (peripoièsis peripoihsis = technische term van Bijbelse theologie en betekent het heil 'sôtèria', met het accent van in bezit houden van heil!) We deinzen voor niets terug.             

    _______

    H. 11   Lofzang op het geloof! 

         God beloont allen die hem zoeken en wie bij hem wil komen moet geloven dat Hij bestaat! Zonder geloof is het onmogelijk God welgevallig te zijn!

    Het geloof is de vaste grond voor wat we hopen, het bewijs voor wat we niet zien!

    Nu volgt een hele reeks van voorbeelden van het geloof van O.T. patriarchen die Paulus geeft als voorbeeld aan de Hebreeërs: het geloof van Abel, van Henoch, van Noach, van Abraham, van Sara, Jakob…Ze zijn allemaal gestorven in geloof. Hun verlangen ging uit naar het hemels vaderland (11,16 gr. epouranios  epouranios hemels) maar ze hebben niet ontvangen wat hun beloofd was!

    Verder spreekt h. 11 over het geloof van Abraham, Isaak, Jakob, de ouders van Mozes, het geloof van de Israëlieten bij de uittocht uit Egypte, het geloof van de Joden voor de muren van Jericho en verder van alle profeten en rechters. Door het geloof werd hun zwakheid kracht, ze werden gestenigd, doormidden gezaagd en terecht gesteld. Ze waren te goed voor deze wereld. Ze werden bespot en gemarteld. Ook vrouwen werden vervolgd omwille van hun geloof.

    Heel deze reeks voorbeelden wil het geloof ophemelen…

         Het geloof is de basis voor wat we hopen schrijft Paulus (11,1). Het is niet de cultus van het O.T. die we moeten bewaren want die is juist geannuleerd maar we moeten volharden in het geloof!  Daarvan gaven de O.T. figuren en ook vrouwenfiguren ons het voorbeeld! Ze werden vervolgd omwille van hun geloof. Zo ook de Hebreeërs die omwille van hun geloof in Christus en het doopsel vervolgd en bespot werden door hun volksgenoten! Het is door hun geloof dat ze gered worden. In een andere brief schrijft Paulus dat Abraham gerechtvaardigd werd door zijn geloof, zijn geloof in de Belofte! Welnu, zo hebben alle oudtestamentische rechtvaardigen geloofd in de Belofte van God...

         Voor hen was het geloof ook de basis van hun hoop, hoop op de messiaanse verlossing. Bij Jesaja zeer duidelijk! Bij David wordt duidelijk de verhevenheid van het ene offer van Christus geleerd boven de vele offers van het Oud Verbond, wierookoffers, brandoffers etc. Al die offers hebben God niet behaagd. Wat God wel heeft behaagd is juist het geloof. 11,6 Zonder geloof is het onmogelijk aan God te behagen. Dit vers is hét klassieke vers over de noodzaak van het geloof. Het geloof heeft op zijn minst 2 objecten: - het bestaan van een persoonlijke God, onzichtbaar van nature! - het bestaan van zijn Voorzienigheid die beloont of straft. Dit impliceert het geloof in een Middelaar (Joh. 17,3). Prioriteit van het geloof. We moeten het geloof bewaren in de Belofte van Christus. De hemel is voor ons open gegaan en Jezus is ons voorgegaan om ons een plaats te bereiden en om bij God de Vader als Middelaar op te treden en voor ons te smeken om alle genaden van Verlossing te bekomen. We zien ook in het leven van de Heer dat het geloof steeds door Hem geprezen wordt. 

    Hoofdstuk 12

         De volharding in het geloof wordt verder aangeprezen in h. 12. Als er in het O.T. zoveel getuigen zijn van het geloof en volharding, dan moeten we ons aangemoedigd weten door Christus' Lijden en zijn volharding tot aan het kruis en ook standvastig blijven in ons geloof aan de Heer Jezus Christus.

         12,3-4    Denk aan Hem die zoveel tegenstand van zondaars te verduren heeft gehad en ge zult de moed nooit opgeven. Ge hebt uw bloed nog niet moeten vergieten voor de zonde…Dat hebben sommigen in het O.T. wel ondergaan en ook sommige Christenen in de vervolging na de steniging van Stefanus.

    Als ge beproefd wordt zie dat dan als een straf voor de zonde!

         12,5-8    Ieder kind wordt al wel eens bestraft door zijn vader, schrijft Paulus!

    Als ge geen straf krijgt dan zijt ge geen kinderen, maar wel bastaards! Onze vaders hebben ons hard opgevoed. Paulus is zelf als rabbijn opgevoed in de tradities van de voorvaderen.

         12,10 Maar God de Vader voedt ons op om ons te laten delen in zijn heiligheid.

    Tucht en discipline leveren op lange termijn vrede en gerechtigheid ook


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HOUD OP.
     

    U te kwellen en laat de tijd voor bij gaan.
    Deze wereld gaat eindigen.
    Maak u dan niet ongerust over dit dagelijks gebeuren.
    Weldra zal het uur slaan.

    Alles zal omgeworpen worden.
    Uw hedendaagse zorgen zijn onbeduidend.
    Vergeleken met die welke gaan ontstaan.
    De werken, de opsmuk, de plannen.

    Ge zult er niet meer aan denken.
    Andere zorgen die veel belangrijker zijn.
    Die zullen het ritme van uw dagen bepalen.
    Het zal de angst en de vrees zijn die zullen verlammen.

    Ge zult bij elkaar steun zoeken.
    Dat zal tenminste het voordeel hebben u te verzoenen.
    Want de tijd is nabij.
    Waarop het aangekondigde uur uw levens overhoop komt halen.

    Hecht daarom minder belang aan dingen van het dagelijkse leven.
    Leg u vurig en vol ijver toe op het gebed en de versterving.
    Doet boete, verzoen u met de geestelijke zaken.
    Want dat zal uw hulp zijn in korte tijd.

    Dat zij die bidden hun gebeden verdubbelen.
    Ja voor hen die niet bidden.
    Onthecht u van al dit materiële dat u slechts zorg en misgenoegen brengt.
    Kom drinken aan deze bron van levend water.

    Ge zult er uw krachten hervinden.
    Daar bevindt zich uw schat.
    Sla het op voor het eeuwige leven.
    Vergeet niet dat het ware leven dat van de Hemel is.

    Ge zijt slechts op doortocht op deze aarde.
    Stapel daarom niets op.
    Dat dient tot niets.
    Leef in Vrede en harmonie.

    In eensgezindheid en in vreugde.
    Weet te waarderen waarmee Ik u heb overladen.
    En vraag niet altijd meer.
    Weet te vrede zijn met weinig.

    Te Nazareth leefden we van weinig.
    Maar we leefde in vrede.
    In het respect van de liefde.
    Leer zo te leven en ge zult begrijpen.

    Dat het geluk zich in een niets bevindt.
    Ja in een klein beetje.
    Weet iedere kleinigheid te waarderen.
    Houd op grote dingen te eisen.

    Men kan zeer gelukkig zijn met bijna niets.
    Maar zeer ongelukkig met veel.
    De hoofdzaak is vrede in uw hart te hebben.
    Uit deze vrede vloeit de rust van de geest voort.

    Daar kan niets de vreugde bederven.
    Die ge ondervindt en de sereniteit die in u leeft.
    Daar is het geheim van een gelukkig leven.
    Alleen daar, leer het kennen.



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.

     

    Volgens  dit  idee  was  de  dood  van  Jezus  zowel  een  onaangename  als  noodzakelijke  inleiding  op  zijn  opstanding  en  was  deze  net  zo  belangrijk  als  de  opstanding  zelf,  met  directe  gevolgen  voor  alle  christenen.  Jezus  stierf  niet  alleen  als  een  veroordeelde  misdadiger,  maar  ook  om  zijn  volk  te  redden.  Volgens  Paulus  participeerden  de  christenen  op  een  mystieke  manier  in  de  dood  van  Jezus,  met  de  belofte  om  op  zekere  dag  in  zijn  opstanding  te  delen.  Het  leek  erop  of  de  christenen  van  Jezus  de  toezegging  hadden  gekregen  om  de  dood  te  kunnen  verslaan  zoals  ook  hij  had  gedaan.  Daarbij  komt  dat  Jezus  voor  de  christenen  een  reële  aanwezigheid  was.  Paulus  vertelt  de  Galaten ;  ‘Met  Christus  ben  ik  gekruisigd ;  ik  leef  niet  meer,  maar  Christus  leeft  in  mij’.  Deze  ideeén  werden  op  een  aantal  manieren  onder  woorden  gebracht.  Paulus  beschreef  de  dood  van  Jezus  als  een  offer  en  wees  daarbij  op  de  offers  in  het  jodendom ;  net  zoals  men  geloofde  dat  deze  de  zonden  van  de  mensen  afnamen  en  God  met  zijn  mensen  verzoenden,  bracht  de  dood  van  Jezus  hetzelfde  tot  stand.  De  schrijver  van  de  anonieme  brief  aan  de  Herbreeén  werkt  dit  thema  verder  uit.  Volgens  hem  is  Jezus  zowel  het  ideale  offer  als  de  ideale  hogepriester.  Zijn  opoffering  aan  het  kruis  was  eenmalig,  maar  hij  is  nog  steeds  de  bemiddelaar  tussen  zijn  volgelingen  en  God.  Het  evangelie  van  Johannes  betoogt  hetzelfde  idee.  Aan  het  begin  hiervan  beschrijft  Johannes  de  Doper  Jezus  als  ‘het  lam  van  God  dat  de  zonden  van  de  wereld  wegneemt’  en  aan  het  einde  ervan  sterft  Jezus  precies  op  het  moment  dat  de  lammeren  worden  geofferd  voor  Pesach.  Het  evangelie  van  Marcus  brengt  het  iets  anders.  Daar  zegt  Jezus  zelf ; ‘ (..)  de  Mensenzoon  is  niet  gekomen  om  gediend  te  worden,  maar  om  te  dienen  en  zijn  leven  te  geven  als  losgeld  voor  velen.  ‘De  vraag  hoe  dit  precies  in  zijn  werk  ging  en  aan  wie  Jezus  dit  losgeld  gaf,  zou  christelijke  denkers  nog  eeuwenlang  bezighouden.  Door  de  nadruk  op  de  rol  van  Jezus  als  verlosser,  door  zijn  dood  en  opstanding,  was  de  boodschap  van  zijn  naderende  terugkeer  niet  langer  de  belangrijkste  overtuiging  van  de  christenen.

     

    Wordt  vervolgd.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEBED TOT MARIA OM KRACHT IN BEPROEVINGEN.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

     

     

    Lieve Moeder Maria, Moeder van Smarten en Medeverlosseres van de mensheid,

    Door het Lijden van Jezus en Uw Smarten is alle pijn en leed van de mensheid geheiligd en is een onuitputtelijke bron van genaden ontsloten, die het aardse tranendal met Hemels Licht heeft vervuld.

    Op grond van die heilige verdiensten smeek ik U om de kracht om mijn eigen kruisen te dragen tot verheerlijking van de Heilige Drievuldigheid en van U, die de Koningin van de martelaren en de Moeder van alle mensen bent.

    Omwille van Uw vlucht met het Kindje Jezus naar Egypte, geef mij kracht wanneer ik vervolgd word.

    Omwille van de vasten van Jezus in de woestijn en Zijn dorst aan het Kruis, geef mij kracht wanneer ik gebrek lijd.

    Omwille van de bekoringen van Jezus in de woestijn, geef mij kracht wanneer ik onrustig ben of aangespoord word tot gedragingen of woorden buiten mijn wil.

    Omwille van Jezus’ strijd met de Farizeeën en schriftgeleerden, geef mij kracht wanneer ik het slachtoffer ben van haat, laster, roddel, leugens en onbegrip.

    Omwille van het vreselijk lijden van Jezus in de Hof van Gethsemani, geef mij kracht wanneer ik depressief ben of lijd onder de zondigheid, onoprechtheid of liefdeloosheid van mensen.

    Omwille van het bloedzweten van Jezus in Gethsemani, geef mij kracht wanneer ik angstig ben of opzie tegen wat komen gaat.

    Omwille van de smartvolle veroordeling van Jezus, geef mij kracht wanneer ik onterecht beschuldigd word.

    Omwille van de geseling van Jezus, geef mij kracht wanneer ik geslagen word.

    Omwille van de doornenkroning van Jezus, geef mij kracht wanneer ik het slachtoffer ben van bespotting.

    Omwille van de drievoudige val van Jezus onder het Kruis, geef mij kracht wanneer de zorgen en lasten van het leven mij dreigen te verpletteren.

    Omwille van het Lijden van Jezus aan het Kruis, geef mij kracht wanneer ik ziek ben of pijn lijd.

    Omwille van Uw Smarten aan de voet van het Kruis, geef mij kracht wanneer ik lijd om het leed van een dierbare.

    Omwille van de laatste levensmomenten van Jezus aan het Kruis, geef mij kracht wanneer ik oververmoeid of uitgeput ben.

    Omwille van Uw Smarten bij de graflegging van Jezus, geef mij kracht bij het overlijden van een dierbare.

    Omwille van Uw Smarten op Stille Zaterdag, geef mij kracht in mijn troosteloosheid wanneer ik gescheiden ben van een dierbare.

    AMEN.

     

     

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LUCAS 16 , 19 - 29 ).

     

      In de tijd van Jezus stelde men zich voor dat er na de dood twee werelden waren: een zaal, die men de schoot van Abraham noemde, waar de goede mensen leefden in geluk, en een zaal waarin de slechte mensen leefden in pijn en vuur omdat hun geweten knaagde. Hij waren ongelukkig. Nu klinkt zo'n verhaal voor ons als een sprookje. Luister goed want ook sprookjes die zijn zoals dit verhaal zijn soms heel leerzaam.

      Er was een rijk man, die gekleed ging in purper en het fijnste linnen, en elke dag uitbundig feestvierde. Aan zijn poort lag een zekere Lazarus; hij was arm en zat onder de zweren. Hij had graag zijn honger gestild met wat er van de tafel van de rijke op de grond viel, maar nee, de honden kwamen en likten aan zijn zweren. Toen kwam de arme te sterven; de engelen droegen hem in de schoot van Abraham. Ook de rijke stierf, en werd begraven. In het dodenrijk sloeg hij gekweld door pijn zijn ogen op en zag van verre Abraham met Lazarus in zijn schoot. “Vader Abraham,”' riep hij, “heb medelijden met me; stuur Lazarus om de toppen van zijn vingers nat te maken met water, en er mijn tong mee te verkoelen, want ik lijd hevig in dit vuur.” Maar Abraham zei: “Kind, vergeet niet dat jij het heel je leven goed hebt gehad en Lazarus altijd slecht; nu wordt hij hier getroost, en jij lijdt pijn. Bovendien, er gaapt tussen ons en jullie een diepe kloof; al zou iemand van hier naar jullie willen oversteken, hij zou het niet kunnen; evenmin kan iemand van daar naar ons komen.” Maar de rijke zei: “Dan, vader, vraag ik u hem naar mijn ouderlijk huis te sturen, want ik heb nog vijf broers. Laat hij hen gaan waarschuwen, zodat zij niet eveneens terechtkomen in dit oord van pijn. “Maar Abraham zei: “Ze hebben Mozes en de Profeten; daar moeten ze naar luisteren.”


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MATT. 11 , 28 - 30 ).

     

      In volgend stukje evangelie zegt Jezus dat wij zijn juk, dat is een draagbalk, op onze schouders moeten nemen. Het juk van Jezus betekent alles doen wat Hij ons leert:

      Zo sprak Jezus: Komt allen naar mij toe die afgemat en belast zijn, en Ik zal u rust geven. Neem mijn juk op uw schouders en kom bij Mij in de leer, omdat Ik zachtmoedig ben en eenvoudig van hart, en u zult rust vinden voor uw ziel. Want mijn juk is zacht en mijn last is licht.'

      Hiermee bedoelt Jezus dat wie doet zoals Hij uiteindelijk gelukkig zal zijn en elke last kan dragen zonder te onder te gaan, hoe zwaar die ook is, alleen maar door in Hem te geloven.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EVANGELIE ( Naar Matt. 23, 19 - 28 ).

     

      De volgende lezing uit het evangelie gaat over zien en niet willen zien. Jezus verwijt hier een aantal mensen dat zij niet willen zien wat echt belangrijk is, en enkel doen wat de wetten zeggen.
      Mensen toch, jullie zijn stekeblind: zeg mij, wat is groter en belangrijker, dat wat gij geeft of het altaar dat uw gift heilig maakt? Wie zegt het altaar, die houdt het daarbij en bij alles wat erop ligt. Wie zegt de tempel, die blijft daarbij en bij God die er woont. En wie zweert bij de hemel, zweert bij de troon van God en bij Hem die erop zetelt. Aan hoe gij u gedraagt kan men zien wat gij echt belangrijk vindt.
      Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, schijnheiligen; u draagt een tiende af van de opbrengst van munt, anijs en komijn, maar wat het belangrijkste is in de wet verwaarloost u: recht, barmhartigheid en trouw! Het ene moet u doen, uw belasting betalen, maar het andere niet laten. Jullie zijn blinde leiders, jullie blijven muggenziften om onbelangrijke dingen en een kameel van een fout slikt gij zomaar door!
      Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, schijnheiligen; u maakt uw bekers en schotels van buiten schoon, maar van binnen zitten ze nog vol roofzucht en gulzigheid. Blinde farizeeër, maak eerst de beker van binnen schoon, dan wordt ook de buitenkant schoon.
      Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, schijnheiligen; u lijkt op prachtige witgekalkte graven, die er van buiten wel mooi uitzien, maar van binnen vol liggen met doodsbeenderen en allerlei onreine dingen. Zo ziet ook u er van buiten oprecht uit voor de mensen, maar van binnen bent u vol schijnheiligheid en onrecht. Gebruik toch uw ogen opdat Gij zoude zien wat echt belangrijk is!


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LUCAS 11, 29 - 32 ).

      Er groeide een hele mensenmassa aan terwijl Jezus vertelde, en Hij zei hen: de mensen van deze tijd deugen niet. Ze willen een teken, een bewijs van God om hen te overtuigen beter te leven. Maar zij hebben genoeg tekens om te weten wat ze moeten doen.
      Weten jullie nog het teken dat Jona was in Nineve? (Hij streed in Nineve voor een betere stad, voor meer eerbied voor God en vertelde dat alle mensen recht hebben op eerlijkheid en respect.) Zoals Jona voor de inwoners van Nineve een teken is geweest, zo zal de Mensenzoon dat zijn voor de mensen van deze tijd. De koningin van het zuiden, (de koningin van Sjeba,) zij had in de tijd van Salomo geluisterd naar de wijze woorden van koning Salomo en kwam van ver om hem te bezoeken. Als zij zal opstaan uit de dood zal zij de mensen van deze tijd terechtwijzen en hen veroordelen. Maar let op: deze tijd heeft Iemand die groter is dan Salomo: dat ze dus maar luisteren naar de Mensenzoon!

     


    28-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GELOOF HOOP EN LIEFDE.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Geloof, hoop en liefde heeft elk mens in zich.
    En zal meer voelbaar worden, als men verder kijkt naar Godslicht.
    Men moet eerst zichzelf, dat leven dat je geschonken is te accepteren.
    Je zult van je zelf gaan houden, dat je door Godsliefde doet leren.

    Dit geluk dat ken je nog niet, maar dat zal voelbaar kunnen worden voor jou.
    Breng je gedachte, naar God, je moet weten dat hij van ieder mensenkind houd.
    Vraag hulp, door het gebed, zoals deze jongen het door het gebed het ook heeft gevraagd.
    Je word van binnen lichter, en dan voel je werkelijk dat God je door het leven draagt.

    Het verdriet en de geestelijke pijnen in je leven.
    Die worden dan minder, doordat je nu jou liefde aan God hebt gegeven.
    Werkelijk, dat gebeurt innerlijk met jou, zo is het ook met mij gegaan.
    Ja werkelijk God is liefde, God geeft je kracht, zo kom je echt stevig op je beide benen te staan.



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HET LAATSTE WOORD TOT DE GEMEENTE. ( OPENBARING XXII : 20 ).

     

     

    Het laatste woord van Jezus aan de zijnen, is niet het bevel om heen te gaan en aan alle schepselen het Evangelie te verkondigen. Dit was wel het laatste woord van den opgestanen Heiland tot Zijn discipelen. Zij moesten Zijn getuigen zijn tot aan de einden der aarde, terwijl Hij weg was. Maar dit woord is toch niet het laatste, dat Jezus tot de zijnen sprak. De verheerlijkte Heer, aan Gods rechterhand gezeten, heeft nog een later woord gesproken, niet zoozeer tot de zijnen als discipelen, die Hij uitzond, maar tot de zijnen als Gemeente, van wie Hij het heerlijk Hoofd is.

    We vinden het in Openb. XXII : 20.

        "Ja, Ik kom haastelijk."

    Hoe heerlijk is dat! "lk, Jezus," zegt Hij te voren, opdat er geen twijfel aan zijn zou, dat Hij het Zelf was, die spreekt, "Ik, Jezus, heb Mijnen engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de gemeenten: Ik ben de wortel en het geslacht Davids, de blinkende morgenster."

    Er wordt in onze dagen door de Christenen in het algemeen veel meer gelet op de laatste woorden van den opgestanen Jezus tot Zijn discipelen, dan op de laatste woorden van den verheerlijkten Jezus tot Zijn Gemeente.

    En toch, hoe gewichtig is het voor onzen wandel, voor ons getuigenis, tot onze vertroosting en tot eer des Heeren, als wij in levende gedachtenis houden dat kostbare woord van Hem, die aan Zijn geliefde Bruid de belofte gaf: "Ja, Ik kom haastelijk!"

    Zeker, het woord tot de discipelen over de evangelieprediking gesproken, is hoogst belangrijk. Wie zal er iets van durven of willen afdoen? Integendeel, wij zullen moeten erkennen, hoe véél wij er in te kort komen; hoe váák we vergeten hebben, dat ook aan de heidenen het Woord Gods moet gebracht worden.

    Maar in een tijd als de onze, een tijd van opwekking en werkzaamheid, is er toch gevaar, ons zóó met den arbeid voor den Heer in binnen- en buitenland bezig te houden, zóó op te gaan in 's Heeren bevel om aan alle schepselen het Evangelie te brengen, dat wij vergeten, dat de Heer nog iets anders van ons begeert, dat is: een antwoord op het laatste woord, dat Hij in den Bijbel tot Zijn Gemeente spreekt.

    "Ja, Ik kom haastelijk!" zegt de Heer.

    Is ons persoonlijk antwoord het antwoord der Gemeente: "Amen. Kom, Heer Jezus!"?

    We zijn weer nader gekomen tot de komst des Heeren. Elk jaar, dat heengaat, voert ons het heerlijk oogenblik van Jezus' verschijnen dichterbij. Zijn wij er nu misschien zeer dicht bij gekomen? Hij zegt: Ja, Ik kom haastelijk! En Hij houdt, wat Hij belooft. Plotseling zal Hij verschijnen - in een punt des tijds zal alles geschied zijn.

    Verlangt ons hart naar Zijne komst? Of is er geen Amen in ons hart? Zoo niet, dan zijn we òf wereldschgezind, òf onverschillig, òf we zoeken hier nog onze eer, ook in onzen dienst.

    Ons gansche leven moest één Amen, één antwoord wezen op dat laatste woord van Jezus aan Zijn Gemeente. Verlangt de Bruid niet naar den Bruidegom? Wil de Heilige Geest, die Zelf roept: "Kom!" niet in ons het geroep: "Kom, Heer Jezus!" werken?

    Wanneer de hoop op Jezus' wederkomst leeft in mijn ziel, dan heeft dit als vanzelf invloed op mijn wandel, want dan reinig ik mijzelf, gelijk Hij rein is. Dan heeft dit ook uitwerking op mijn getuigenis, want dan ben ik overvloedig in het werk des Heeren, wetende, dat ik misschien niet veel tijd meer heb, zoodat ik mijn familie, mijn vrienden, voor zooveel ik kan, of daartoe in de gelegenheid ben, moet inlichten aangaande den weg des behouds; dan ben ik ook rustig, wetende, dat mijn arbeid in Hem niet ijdel is, zoodat ik Hem alles overgeef, ook wat mijn geliefde, nog onbekeerde betrekkingen betreft, al zou Hij heden komen! Ja, mochten wij allen leven en wandelen met het oog op de spoedige wederkomst des Heeren! Hoeveel invloed zou dat hebben op hetgeen wij deden of lieten.

    Het doel van het laatste boek van Gods Woord is: ons met de toekomst bezig te houden. En het slot er van roept ons toe: "Spoedig komt Jezus!" De Heer Zelf treedt vóór ons en zegt: "Ja, Ik kom haastelijk." En in zielsverrukking wordt het antwoord - uw antwoord, mijn antwoord? - gegeven: "Amen! kom, Heer Jezus!"

    Amen, Heer! wil haastig komen!
    Zuchtend blikt Uw Bruid omhoog.
    Klief de wolken! alle vromen
    Zoeken U met smachtend oog.
    Kom, Heer Jezus! wil ons toonen
    Uwer liefde hoogste kracht!
    Amen! Amen! wil bekronen,
    Wat Uw zoenbloed heeft volbracht!

     

     

     

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HEER JEZUS CHRISTUS.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Heer Jezus Christus, ons hele menselijk bestaan
    hebt Gij door leeft.
    Geboorte en dood,
    Vreugde en lijden,
    Vriendschap en eenzaamheid,
    En niets menselijk is U vreemd gebleven.
    Wij hebben ook de belofte van Uw aanwezigheid
    altijd en overal als wij in Uw naam verenigd zijn.
    Daarom Heer, bidden wij U:
    Blijf in ons leven aanwezig;
    Help ons onze weg te gaan,
    De gewone weg van ons aards bestaan,
    Van dag tot dag;
    Laat ons niet tweifelen maar voortgaan in
    geloof en vertrouwen.
    Laat zo Uw rijk komen in ons persoonlijk leven,
    in onze gezinnen,
    En overal waar mensen wonen en werken.
    Dit alles vragen wij U
    door de voorspraak van Uw Moeder Maria,
    die enmaal zalig geprezen werd om Haar geloof
    En die nu deelt in Uw leven bij de Vader
    in alle eeuwigheid.
    Amen.



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM.

     

    Dit  duidt  op  wat  soms  een  ‘tweetraps’  christologie  wordt  genoemd ;  er  wordt  onderscheid  gemaakt  tussen  de  levende  Jezus  en  wie  hij  was  na  zijn  opstanding.  Paulus  beweert  dat  Jezus  na  zijn  opstanding  tot  Zoon  van  God  werd  ‘uitgeroepen’.  Hoewel  ‘Zoon  van  God’  een  gebruikelijke  titel  voor  Jezus  is  geworden,  was  het  in  het  joodse  context  een  vaag  begrip.  Het  betekende  alleen  dat  iemand  gezegend  of  begunstigd  was  door  God  en  niet  per  definitie  op  de  een  of  andere  manier  metafysisch  met  hem  in  verband  stond  of  letterlijk  zijn  zoon  was.  Andere  teksten  duiden  meer  op  de  verheffing  van  Jezus  in  de  hemel  na  de  opstanding.  Kijk  maar  naar  deze  passage  uit  de  brief  aan  de  Kolossenzen ;

    Beeld  van  God,  de  onzichtbare,  is  hij,  eerstgeborene  van  heel  de  schepping ;  in  hem  is  alles  geschapen,  alles  in  de  hemel  en  alles  op  aarde,  het  zichtbare  en  het  onzichtbare,  vorsten  en  heersers,  machten  en  krachten,  alles  is  door  hem  en  voor  hem  geschapen.  Hij  bestaat  voor  alles  en  alles  bestaat  in  hem.  Hij  is  het  hoofd  van  het  lichaam,  de  kerk.  Oorsprong  is  hij,  eerstgeborene  van  de  doden,  om  in  alles  de  eerste  te  zijn ;  in  hem  heeft  de  volheid  willen  wonen  en  door  hem  en  voor  hem  alles  met  zich  willen  verzoenen,  alles  op  aarde  en  alles  in  de  hemel,  door  vrede  te  brengen  met  zijn  bloed  aan  het  kruis.  ( Kol. 1, 15 – 20 ).

    Doordat  men  steeds  meer  inzicht  kreeg  in  het  wezen  van  Jezus  na  de  opstanding,  werd  het  leven  van  Jezus  in  sommige  kringen  relatief  afgezwakt.  Paulus  zegt  bijvoorbeeld  heel  veel  over  Christus,  opgevat  op  universele  wijze  zoals  in  de  passage  hiervoor  of  zelfs  als  een  reéle  aanwezigheid  voor  christenen,  maar  heeft  bijna  niets  te  zeggen  over  wat  Jezus  deed  of  zei  tijdens  zijn  leven.  Het  accent  kwam  hiermee  niet  alleen  op  de  opstanding  van  Jezus  te  liggen,  maar  ook  op  zijn  dood.  In  Romeinen  6  vertelt  Paulus  zijn  lezers ; 

    Weet  u  niet  dat  wij  die  gedoopt  zijn  in  Christus  Jezus,  zijn  gedoopt  tot  in  zijn  dood ?  We  zijn  door  de  doop  in  zijn  dood  met  hem  begraven  om,  zoals  Christus  door  de  macht  van  de  Vader  uit  de  dood  is  opgewekt,  een  nieuw  leven  te  leiden.  Als  wij  delen  in  zijn  dood,  zullen  wij  ook  delen  in  zijn  opstanding.  ( Rom.  6, 3 – 5 ).

     

    Wordt  vervolgd.

     

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEBED TOT MARIA OM HET LICHT VAN DE WARE VRIJHEID.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Lieve Moeder Maria, Dageraad van de eeuwige lentedag,

    Omdat de nacht van mijn ziel mij verdrukt, roept mijn hart tot U om het Licht van God, want mijn bloemen verlangen er zo naar, hun ware schoonheid aan de wereld te vertonen.

    O bekom toch mijn ziel het Zegel van God, opdat zij voor alle duisternis gesloten moge worden.

    Aanschouw toch mijn arme ziel. Als een abdij van lofprijzing en vrede werd zij gemaakt. In haar rust de kiem der heiligheid, doch de winden des levens hebben deze kiem bedolven onder het stof der wereld.

    In het vuur van Uw volmaakte Liefde, o Maria, verbrand toch alles wat mij belet om Gods Licht in mij tot vrucht te brengen.

    Bevrijd de kiem der heiligheid in het tabernakel van mijn ziel, opdat ik opnieuw kan ademen, en de bloemen der deugd in mij de eeuwige lente mogen aankondigen.

    Zie, zoals in elke ziel heeft God ook in mij iets van Zichzelf verborgen.

    Heers nu totaal in mijn hart en geest, opdat de adem van mijn Schepper in mij gewekt moge worden en het ware Leven mijn zieletuin moge betoveren, want in Hem is de overwinning op alles wat onvruchtbaar maakt.

    O Vertegenwoordigster van het Goddelijk Licht in alle zielen, bevrijd mij van alle gevoelens en herinneringen die verlammen, en van alle invloeden die mijn geloof in het Licht hebben gehuld in de nevelen der twijfel, want:

    In U is de lente vereeuwigd.

    In U is de vrede van de volmaakte eenheid met Christus.

    In U is de ware vrijheid van de voltooide heiligheid.

    Maak mij toch één met U, opdat ook mijn ziel zich uit de troosteloze duisternis van de wereld moge bevrijden.

    AMEN.
     

     Op zich is de ziel hulpeloos. Naarmate de ziel zich méér met Maria verenigt, vloeien de oneindige krachten van de Koningin van Hemel en aarde in haar over. Het is een gezonde houding, zich zwak en onvolkomen te weten. Dit neemt niet weg dat de ziel die zich totaal aan Maria heeft toegewijd, en deze toewijding in haar dagelijks leven werkelijk beleeft, mag – en zelfs moet – geloven in het feit dat zij daardoor op een kracht kan terugvallen, die haar eigen kracht oneindig overstijgt, zodat zij dan – mits behoud van alle oprechte bescheidenheid en nederigheid – mag geloven dat zij alles kan. De ziel die al haar inspanningen met een oprecht en liefdevol hart richt op de verwezenlijking van Gods Werken, en dit doet in eenheid met Maria’s Hart, kan inderdaad werken volbrengen en situaties het hoofd bieden, die zij anders niet zou aankunnen of die zij anders niet op de juiste wijze (namelijk veel te werelds) zou benaderen.


    27-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MARTIN LUTHER KING.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Martin Luther KING,

    Bemin uw vijanden
    Wanneer we vrede op aarde willen en goede wil onder de mensen, dan moet onze zorg gaan naar de bevestiging van het gewijde karakter van elk menselijk leven.
    Elke mens is belangrijk, want hij is kind van God.
    Zolang de mensen en de naties dat niet willen begrijpen, zullen oorlogen bestaan.
    Er zou iemand moeten zijn die er ons aan herinnert dat, wanneer politieke of ideologische verschillen ons scheiden, het nodig zal zijn om zich op een dag neer te zetten aan de tafel van de broederlijkheid.
    In Christus bestaat er geen Jood of heiden.
    In Christus gaat het niet om de man of de vrouw.
    In Christus is er geen communist of kapitalist.
    In Christus bestaat in feite geen slaaf of meester meer.
    En indien wij overtuigd zijn van de echte waarde van de mens, zullen wij geen volkeren meer uitbuiten, zullen wij hen niet langer verpletteren onder het gewicht van onze verdrukking en zullen wij niemand meer doden.
    In het Nieuwe Testament vindt men het Griekse woord Agapè om de liefde aan te duiden.
    Het is de overlopende liefde die niets in ruil vraagt.
    De theologen zouden zeggen dat het gaat om de liefde van God, die werkt in het hart van de mens.
    Wanneer men zich oefent om op die manier te beminnen, dan bemint men alle mensen, niet omdat wij voor hen sympathie voelen, niet omdat wij hun manier van leven waarderen, maar omdat God ze bemint.
    Dat is de betekenis van het woord van Jezus: "Bemin uw vijanden".


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEBED TOT DE MOEDER VAN GOD EN ONZE MOEDER.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

    Verheven Koningin der Hemelen,
    soevereine Meesteres van de Engelen,
    Gij die vanaf het begin van God hebt ontvangen
    de Macht en de zending om de kop van Satan te verpletteren,
    wij vragen U nederig,
    zend uw Heilige Legioenen opdat, onder Uw bevelen
    en door Uw Macht,
    zij de demonen vervolgen,
    hen overal bestrijden, hun driestheid beteugelen
    en hen terugdringen in de Afgrond.
    AMEN.


     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.





    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PRIESTER ZIJN.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

      Priester  zijn  in  deze  tijd,
      is proberen de droom te vervullen
      van de Man van Nazareth:
      weldoende rondgaan, houden van de mens,
      over zijn gebreken heen,
      brood zijn dat gebroken 'wordt,
      wijn, geperst uit duizend druiven
      van dagelijks leven
      tot vreugde en bevrijding van velen

      Priester zijn
      is revolutionair zijn
      om het Leven een kans te geven
      is telkens opnieuw kiezen, met een blij hart,
      wat God wil en met een klein hart volhouden de mens te dienen
      is gekruisigd worden op deze twee balken:
      op het geloof dat God gelijk heeft en op de ervaring van eigen onmacht.

      Priester zijn
      is mee de tocht maken dag na dag
      met mensen die zoeken
      is zinduiding zijn,
      houvast voor gelovigen,
      eerlijke gezel voor allen,
      een kleine profeet van Gods grote liefde
      en is ook gewoon maar mens zijn.

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN MOEILIJK "ONZE VADER". ( AAN ALLEN ).
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  
      (Bidder:) "In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.
      "Onze Vader, die in de hemelen zijt…"
      (God:) (Stem uit luidspreker bv.) Ja...!?
        Wie roept daar? Wie stoort me daar?
        Maar jij hebt Me toch geroepen?
      Ik U geroepen! Ach nee! Eigenlijk niet! Ik bid, gewoon!
      "Onze Vader die..."
        Zie, daar roep je Me weer!
        Je wilt Me spreken, wat is er dan toch?
      "Geheiligd zij uw Naam…"
        Meen je dat werkelijk?
      Wat? Wat moet ik werkelijk menen?
        Dat je mijn Naam wilt heiligen!
        Wat bedoel je daarmee?
      Och God, ja, het betekent ja...
      Och God...ik weet het niet!
      Waarom zou ik het moeten weten?
        Het betekent dat je mij wilt eren,
        dat ik alleen voor jou belangrijk ben!
      Ach ja, hm... Dat begrijp ik, ja.
      Uw Rijk kome, uw wil geschiede op aarde als in de hemel.
        En doe je dat werkelijk?
      Dat uw wil geschiede?
      Ja, natuurlijk! Ik ga naar de mis, ik geef aan Broeder­lijk Delen, en aan de missies.
      Ze hebben van mij niet te klagen!
        Maar ik wil méér van jou!
        Dat er wat orde komt in je leven,
        Dat je die onhebbelijkheden afleert waarmee je zo de anderen op de zenuwen werkt,
        Dat je durft uitkomen voor je geloof!
        Ik wil zieken genezen, hongerigen spijzen, bedroefden troosten, gevangenen bevrijden.
        En alles wat je een ander doet, dat doe je toch aan Mij!
      Maar, Heer, waarom hebt Ge het zo op mij gemunt?
      Weet Ge wel hoeveel rijke, schijnheilige totentrekkers er in de kerk zitten?
      Kijk zondag maar eens.
        Sorry! Ik dacht dat ik je hoorde bidden dat mijn rijk zou komen en mijn wil geschieden.
        Ik dacht dat je bedoelde: ik wil eraan beginnen.
        Je kan toch niet bidden om iets dat je zelf niet wilt!
      …..Ja… ja… Ik begrijp U, Heer…
      Mag ik verder bidden?
      "Geef ons heden ons dagelijks brood…"
        Ja, maar je mag dat zo maar niet alleen voor jezelf vragen.
        Zo bidden veronderstelt dat je echt iets doet voor de miljoenen hongerlijdenden in de wereld.
      "En vergeef ons onze schulden…
      zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren."
        Ja, en aan je collega op het werk !
      Och Heer, begin daar niet over!
      Ge weet toch wat voor een kerel dat is.
      Hoe hij me altijd publiek affronteert.
      Hoe brutaal hij me aanpakt.
      Ik word woedend zodra ik hem zie.
      Dat weet gij toch Heer!
      Hij neemt me niet ernstig.
      Hij speelt met mijn voeten!
        En toch heb ik je horen bidden dat je het hem vergeeft.
      Ja, ja… ja maar zo bedoel ik dat toch niet.
        Och, beken het maar man, je bent niet eerlijk.
        Wat je doet klopt niet met wat je bidt.
        Daar kan je toch niet gelukkig mee zijn.
        Komt van daar niet die verbittering waarmee je rondloopt?
      Och Heer, hij maakt me ziek !
        Ik wil je genezen.
        vergeef het hem en Ik vergeef het jou!
        Ik kan het je nu reeds vergeven
        dan zit hij nog alleen met zijn kwaad.
        Misschien ga je er wat voordeel bij inschieten.
        Een stukje aanzien misschien.
        Maar het zal je vrede geven!
      Ik weet niet of ik dàt kan opbrengen.
        Ik zal je helpen.
      En leid ons niet in bekoring
      maar verlos ons van het kwade.
        Oh, Ik doe niets liever.
        Wie of wat brengt je steeds in bekoring?
      Wat bedoelt ge Heer?
        Je kent toch wel je zwakke kanten:
        je opvliegendheid, je omgang met geld, je seksualiteit, je agressiviteit.
        Geef die dingen geen kans.
      … Ik denk dat ik nog nooit zo een moeilijke Onze Vader heb gebeden.
      Het had nu precies allemaal met mijn eigen leven te maken.
        Mooi zo! Je maakt vooruitgang.
        Bid maar rustig verder.
      "Want van U is het koninkrijk
      en de kracht en de heerlijkheid
      in eeuwigheid. Amen".
        Zie, dat vind ik nu eens heerlijk:
        mensen die me au sérieux nemen en écht bidden.
        Die navolgen en steeds bedacht zijn op mijn Wil…
        en dan ontdekken dat het komen van mijn rijk hen zo gelukkig maakt!






    Foto

    Getuigenissen van de jongeren van Cenacolo
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7

  • Foto

    Foto

    Foto

    Godelieve heeft voor mij
    deze prachtige pps gemaakt
    waarvoor mijn dank





    Foto

    Schrijft u wat in mijn gastenboek
    klik dan op het boek boven




    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Klik op het plaatje en krijg een prachtige rondleiding door het Vaticaan
    Ieder nummertje is weer iets moois
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Foto

    Een interessant adres?


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Meer blogs