For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
17-11-2011
Brief van 9 november 2011, feest van de Wijding van de Basiliek van Lateranen.
AVE MARIA
Abbaye Saint-Joseph de Clairval 21150 Flavigny sur Ozerain France
Brief van 9 november 2011, feest van de Wijding van de Basiliek van Lateranen
Dierbare Vrienden,
«Men kan een zeer volledige «intellectuele» kennis bezitten van het christendom en er toch niet van «leven» . Wat men moet proberen te bereiken is de volheid van het innerlijk leven, het innerlijk geloof dat de ziel omvormt en juist die gave moet men voortdurend aan God vragen Die de enige is die ons deze kan verlenen». Deze diepzinnige woorden van Elisabeth Leseur, gericht aan een vriendin, geven ons een kijkje in haar ziel; zij verklaren en verduidelijken haar eigen geestelijke levensweg. Elisabeth is op 16 oktober 1866 als eerste kind van Antoine en Marie-Laure Arrighi in Parijs geboren. Drie jongens en een meisje zullen na haar geboren worden. Haar vader, van oorsprong Corsicaan, is doctor in de Rechten; dankzij zijn degelijke instelling, bekleedt hij in het Paleis van Justitie een benijdenswaardige positie. Haar moeder leert haar kinderen bidden en maakt dat ze zich openstellen voor de liefde van God. Elisabeth schrijft een eerste dagboek waarin zij op 14 november 1877 noteert: «Gisteren ben ik voor de derde keer op catechismusles geweest! Oh! Daar heb ik grote belangstelling voor!... Ik ben heel blij, want deze week ga ik te biecht; daar heb ik grote behoefte aan.» Ze stelt een levensregel voor zichzelf op en doet haar best om iedere dag te mediteren voor zover haar leeftijd dat toelaat. Ze put er het verlangen uit haar tekortkomingen te verbeteren, maar dat is niet gemakkelijk. «Eigenlijk niet dus! Ik ben niet braver, integendeel, zo schrijft ze... Wanneer men iets tegen mij zegt, doe ik juist het tegenovergestelde, vooral met Pierre (haar broer)... Ik wil nooit toegeven dat ik ongelijk heb.» In mei 1879 doet zij haar eerste communie en ontvangt het sacrament van het Vormsel. Haar uitgesproken voorkeur voor alles wat intellectueel en artistiek is belet haar niet de ernst van het leven uit het oog te verliezen: «De predikpater heeft het gehad over de opdracht van christelijke meisjes en jonge vrouwen, zo schrijft ze tijdens een retraite. Hij zei ons dat deze opdracht goddelijk was. Wij konden tijdens ons verblijf op aarde veel goed of veel kwaad doen... Hij zei ons ook dat we uit moesten kijken voor zelfzucht, het alleen aan zichzelf denken.» Elisabeth is ongeveer twintig wanneer ze Félix Leseur leert kennen. Félix is op 22 maart 1861 als derde kind in een welgesteld gezin in Reims geboren. Zijn vader, een briljant advocaat is lid van verscheidene katholieke groeperingen. Zijn moeder, vrouw van grote vroomheid, heeft een huisgezin weten te stichten waarin men van elkaar houdt en men ook aan een ander weet te denken. Félix brengt zijn schooljaren door in katholieke instellingen. Als verwoed lezer verslindt hij in het geheim de libertijnse schrijvers van de XVIIIe eeuw en de grote romanschrijvers van de XIXe eeuw. Hij houdt hartstochtelijk van aardrijkskunde en richt zich op een loopbaan in dienst van de Franse koloniën. Hij studeert echter eerst geneeskunde in Reims, in een milieu van overtuigde materialisten, hij doet dat in het belang van de verre streken waarheen hij hoopt te worden gestuurd. Hijzelf komt zo ver dat hij ieder dogma verloochent en iedere godsdienstige overtuiging laat varen. Zolang hij echter nog deel uitmaakt van de familie, breekt hij niet openlijk met de Kerk, uit angst zijn ouders verdriet te doen. Hij maakt zijn opleiding aan de Faculteit Geneeskunde van Parijs af. De sfeer van koortsachtige activiteit van de hoofdstad vindt hij meteen prettig; overal valt iets te leren en te genieten voor hem: schouwburgen, concerten, kunstkringen... Hij schrijft artikelen voor de krant over de koloniën waarin te zien is hoe groot zijn kennis van zaken en hoe trefzeker zijn oordeel zijn. In een paar overtuigende en goed gedocumenteerde regels plaatst hij de feiten in een perspectief dat het publiek zou kunnen interesseren.
Dezelfde voorkeuren
V
ia vrienden leert hij Elisabeth Arrighi kennen die hij waardeert om haar blijmoedigheid, scherpzinnigheid, gedistingeerde manieren, zeer verfijnde gevoeligheid en zeer breed georiënteerde algemene ontwikkeling. Ondanks een verschil van zienswijze op godsdienstig gebied, delen beide jonge mensen dezelfde voorkeuren, dezelfde reacties op wat in de wereld gebeurt, dezelfde intellectuele nieuwsgierigheid. Ze verloven zich op 23 mei 1889. Enige tijd daarna geven de ouders van Elisabeth Félix te verstaan dat zij nooit zouden accepteren dat hun dochter met hem naar de overzeese gebiedsdelen zou gaan. Hij ziet dan af van een loopbaan in de koloniën om met Elisabeth te kunnen trouwen. Deze blijk van ware, diepgaande liefde evenals de belofte van Félix haar volkomen vrij te laten in de uitoefening van haar godsdienst geven Elisabeth de hoop dat zij hem zal kunnen helpen naar het geloof van zijn kinderjaren terug te keren. Het huwelijk vindt plaats op 31 juli 1889. Tegen het einde van de zomer krijgt Elisabeth last van een abces aan het darmkanaal. Ze zal er pas na maanden geheel van herstellen en de kwaal zal heel haar verder leven sporen nalaten. In maart 1892 treedt Félix in dienst bij een dagblad, «La République Française», dat uitgesproken antiklerikaal is. Daarin publiceert hij artikelen over de buitenlandse politiek en de koloniën. In oktober 1894 wordt hij redacteur bij de «Siècle», eveneens een zeer antiklerikale Parijse krant. Korte tijd daarna wordt hij benoemd tot lid van de Hoge Raad voor de Koloniën, met een verblijfsadres in Afrika. Maar Félix weigert deze baan en treedt toe tot de raad van beheer van een grote verzekeringsmaatschappij waarvan de broer van mevrouw Arrighi de directeur is. Weldra neemt hij de plaats van deze oom in.
Proberen niet te geloven
D
e echtelieden Leseur leiden een zeer werelds bestaan. Elisabeth begint genoegen te scheppen in laat thuiskomen, diners in de nieuwste populaire restaurants en schouwburgbezoek. Bedwelmd door deze materialistische sfeer zoekt Félix «naarstig naar redenen om niet te geloven, zoals een echte christen op zoek is naar zijn redenen om wel te geloven.» Hij heeft een verzameling boeken aangelegd waarin alle grote meesters van de vrijdenkerij, het modernisme en het protestantisme zijn vertegenwoordigd. Langzaam maar zeker wordt hij onverdraagzaam en zelfs agressief jegens de overtuigingen van zijn vrouw. De liefde die de echtelieden voor elkaar koesteren en de gemoedelijkheid binnen het huisgezin worden door deze vergaande onenigheid evenwel niet aangetast. Elisabeth van haar kant breidt haar algemene ontwikkeling verder uit, met name door haar studie Latijn, Russisch en Italiaans. Maar ze leest ook schrijvers wier gedachtegoed een vernietigende invloed hebben op haar geloof en het komt zover dat zij de gewoonte verliest zich regelmatig in stil gebed terug te trekken. Van 1893 tot 1897 maken Félix en zijn echtgenote lange reizen naar het buitenland: Rome, Algerije, Tunesië, Duitsland en Oost-Europa. Na terugkeer van de laatste reis geeft Elisabeth ieder relatie met God op. Op een dag in 1898 zegt ze tegen haar man: «Ik heb niets meer te lezen. Geef jij me iets.» In de hoop haar geloof volledig teniet te doen stelt Félix haar de werken voor van Renan, een briljant, maar rationalistische schrijver. Elisabeth begint met «Het leven van Jezus». Weldra begrijpt ze dankzij haar bijzondere intelligentie en haar gedegen algemene ontwikkeling dat achter de aantrekkelijke stijl een gebrek aan oprechtheid en zwakke hypotheses schuil gaan. Ze neemt de Evangeliën weer ter hand: door het contact met de persoon en het woord van Jezus wordt het intense religieuze leven van haar jeugdjaren weer opgewekt. Geërgerd door de onvoorziene verandering van zijn vrouw wordt Felix dubbel kritisch jegens het christendom en steekt hardnekkig de draak met wat Elisabeth het dierbaarst is. Maar zij verdraagt zachtmoedig alle tegenwerking en doet haar best een toegewijde, liefderijke, zorgzame echtgenote te blijven. Op 11 september 1899 begint Elisabeth aan een nieuw Dagboek. «Ik ben begonnen met de studie Wijsbegeerte, zo schrijft ze, en dat interesseert me zeer. Deze studie verheldert vele dingen en schept orde in mijn gedachten. Ik begrijp niet dat de opvoeding van alle vrouwen er niet mee wordt bekroond.» Ze overpeinst met regelmaat het Evangelie en leest de geschriften van de Kerkvaders en de heiligen. Door haar kennis van zaken is ze in staat strakke discussies met haar atheïstische echtgenoot of vrienden te voeren; hun argumenten worden even zachtmoedig als oordeelkundig weerlegd.
Hernieuwd door Hem
V
an 1899 tot 1901 maken de echtelieden Leseur nieu- we reizen: ze bezoeken Rusland, Klein Azië, Griekenland, Italië, Spanje, Marokko, België en Nederland. Na afloop van de laatste reis gaan ze linea recta naar Parijs, want Elisabeth heeft last van haar lever. In 1902 vestigen ze zich voor de zomer in het huis dat ze in Jougne, in de Jura, hebben laten bouwen. De vredige tijd die ze hier doorbrengen heeft een weldadige invloed op Elisabeths gezondheid. Het jaar daarop gaan ze samen met een bevriend echtpaar naar Rome. De woensdag van de Goede Week ontvangt Elisabeth in de Sint-Pietersbasiliek een tamelijk bijzondere genade na de Communie: «Ik voelde, zo zal ze schrijven, hoe de geprezen Christus in mij leefde, aanwezig was en mij onnoemelijk lief had« Ik voelde me door en door vernieuwd door Hem.» Ze zegt er niets over tegen haar man, in afwachting van het moment dat de genade ook hem deelachtig zal zijn. Om aan Félix van haar genegenheid blijk te geven schrijft Elisabeth hem in 1904: «Dank voor alles en vooral dat je jezelf bent . En vergeef dat ik mezelf ben, dat wil zeggen iemand die van zichzelf niet veel waard is en alleen een beetje beter is geworden onder de invloed van lijden dat werd aanvaard, en aanvaard dankzij een steun en een kracht die groter is dan de mijne. Om die reden moet je begrip opbrengen voor overtuigingen die door de tijd en door God verdiept zijn, en dankzij welke ik geen verzuurd en zelfzuchtig mens ben geworden.» Maar haar grote gehechtheid aan Félix belet haar niet van tijd tot tijd standpunten in te nemen die haar met hem in conflict brengen. Ze weigert met name het huwelijk van een vriend van hem met een gescheiden vrouw goed te keuren. Félix ontsteekt in hevige woede, maar Elisabeth bewaart haar kalmte en wacht tot ze zich nader kan verklaren. Dit geschil was reden voor de enige ernstige woordenwisseling tussen de echtelieden Leseur in de vijfentwintig jaar van hun huwelijk. Elisabeth houdt veel van haar echtgenoot en verlangt voor alles naar de dag dat hij naar God terugkeert. Ze biedt God alle verdriet aan, alle tegenslagen, alle vernederingen «waar onze dagen zo rijk aan zijn», evenals de pijnlijkste beproevingen van ziekte en moreel leed. In de lente van 1905 sterft Juliette, de zus van Elisabeth, aan tuberculose. Deze is er diep door aangedaan en in haar ziel voltrekt zich een verandering: ze aanvaardt het lijden met grotere berusting. De geestelijke banden die met Juliette na haar dood blijven bestaan maken dat ze opeens het dogma van de gemeenschap der heiligen begrijpt: «Dankzij dit onvolprezen dogma, zo schrijft ze, kan de meest geïsoleerde, de armste mens, hij die aan een smartelijk ziekbed is gekluisterd of wiens leven bestaat uit nederige zelfverloochening en dagelijks te brengen offers, op anderen een invloed uitoefenen en door de goddelijke genade diegenen bereiken die hij wellicht al handelend niet had geraakt... Geen traan, geen gebed van ons gaat verloren en zij bezitten een kracht waar te veel mensen geen idee van hebben.» Verder zal ze nog schrijven: «Iedere ziel die zich verheft, verheft de wereld.»
Oog krijgen voor verborgen leed
G
od heeft Elisabeth de vreugde van het moederschap niet vergund, maar heeft haar een bijzondere vaardigheid geschonken om met kinderen om te gaan. Ze kan ze uitstekend bezighouden, vermaken en aan het werk krijgen. Ze is medewerkster bij de Gezinsunie, een geheel van instellingendie zijn opgericht om arbeidersgezinnen te hulp te komen. Enige tijd later biedt ze haar diensten aan bij de katholieke Volksunie, een werk dat berust op twee beginselen: naastenliefde beoefenen zonder zichzelf daarbij te ontzien; voortdurend de verheffing van de zielen en hun eeuwig heil nastreven, ongeacht de gekozen vorm van naastenliefde. Dankzij deze werken leert Elisabeth het menselijk lijden meer van binnenuit kennen. «Hoe vaak leggen een woord, een gebaar dat niemand opmerkt, een onbekend leed bloot, schrijft ze, en als men daar oog voor zou krijgen zoals men oog heeft voor zoveel dingen die er niet toe doen, zou men heel wat ontdekkingen doen en zich veel gestuntel besparen.» Wat haar zelf betreft, ontvangt ze de mensen die naar haar komen met een glimlach, zelfs wanneer hun bezoek niet gelegen komt. In juli 1910 gaan de echtelieden Leseur op bezoek in Hôtel-Dieu, het beroemde hospice van Beaune dat wordt beheerd door religieuzes. Er ontstaat een innige band tussen Elisabeth en zuster Marie Goby: de vriendschap van deze zuster, zo schrijft ze aan haar moeder, «geeft mijn leven iets heel lieflijks, en daarbij vergeet ik echt niet een paar ziektes en operaties!» In die jaren lijdt Elisabeth inderdaad aan een chronische leverkwaal die meerdere malen vereist dat ze volledige rust houdt. Wanneer ze begin maart 1911 aan borstkanker wordt geopereerd, biedt ze God haar leven aan. Soms wordt ze zo door het lijden overweldigd dat ze onmogelijk nog iets doen kan: «U weet dat ik onlangs een grote beproeving heb doorstaan, schrijft ze aan zuster Goby. Het was een ware uitputtingsslag met pijn die het onmogelijk maakte nog na te denken of te bidden, ik moest alles loslaten... Zo ontving ik de communie; toen kwam alles inderdaad van Hem, het enige wat ik aan te bieden had was mijn lijden.» Haar eigen lijden maakt haar begripvol voor andermans leed. Aan een vriend die zich bij haar over iets beklaagde schreef ze: «Laat hem die in woorden of in zichzelf zich nog nooit heeft beklaagd u de eerste steen toewerpen; ik zal het niet zijn... Er zijn momenten waarin onze menselijke natuur zo gebukt gaat onder het leven dat zij de kreet uitstoot die de Calvarieberg zelf heeft gehoord en wij ons verlaten wanen... Ik denk dat het lijden zo op u heeft ingewerkt dat het u een vermogen tot medelijden en menselijke sympathie heeft geschonken die u door geluk nooit in die mate zouden zijn gegeven». In 1912 gaat het echtpaar Leseur naar Lourdes. De aanblik van de zieken maakt indruk op Félix : «Ik zat naast een jonge Spaanse priester, liggend in een wagen omdat hij door verlamming niet meer kon lopen, zo vertelt hij... Bij mezelf zei ik: «Het is misdadig een dergelijke zieke hier naartoe te brengen... Dit is een man die overduidelijk niet zal worden genezen, hij zal diep teleurgesteld naar huis keren...» De zieke werd weliswaar niet genezen maar tot mijn grote verrassing lag er op zijn gezicht een uitdrukking van diepe vreugde en vrede. Toen zei ik bij mezelf: zou er toch iets zijn? Dit is werkelijk vreemd! Als het mij was overkomen, zou ik in opstand zijn gekomen!» Even later merkt Félix zijn echtgenote op die voor de grot zit te bidden: «Onder mijn ogen speelde zich een schouwspel af van iets dat mij ontging, dat ik niet begreep, maar dat ik duidelijk voor ogen had, «iets bovennatuurlijks»... Danig in de war keerde ik terug naar Parijs... Maar in mijn geest werd het allemaal snel uitgewist, ogenschijnlijk tenminste...» Op hetzelfde moment vroeg Elisabeth aan Maria inderdaad om de bekering van haar man. Kort tevoren had ze aan zuster Goby geschreven: «Ik volg met eerbied en ontroering het werk dat God verricht in de ziel van mijn geliefde echtgenoot; het lijkt erop dat Hij bezig is iemand gelovig te maken. Maar om dit laatste te verkrijgen moeten we meer dan ooit onze gebeden en opofferingen met elkaar verenigen.» De daarop volgende zomer voorspelt Elisabeth tijdens een wandeling met zuster Goby haar voortijdige dood, de bekering van Félix en zijn intreden in een klooster.
Bad van vredige rust
I
n 1913 zaait de kanker zich overal uit. Een novene tot zuster Theresia van het Kindje Jezus biedt enig respijt. Elisabeth heeft voor de heilige karmelietes een grote devotie waar haar man mee spot: «Wat een kinderachtig gedoe, je zusje, het stelt allemaal niets voor. Het is integendeel heel groots, antwoordt zij, maar dat kan jij niet begrijpen.» Het respijt is echter van korte duur en het kwaad gaat door met het aanrichten van zijn verwoestingen. Félix verbaast zich over de uitstraling van zijn echtgenote: «Wanneer ik weer thuis was, zo zal hij schrijven, en ik weer bij haar was... werd ik terstond rustig en kreeg opnieuw een soort vertrouwen dat ik niet kon verklaren... Het kwam ongetwijfeld door de uitstraling van die innerlijke vrede, van die rust die God verleent aan zielen die geheel van Hem zijn geworden.» Andere mensen die bij Elisabeth in de buurt komen ervaren tot hun verbazing een zelfde gevoel. Een vriend van het echtpaar geeft zijn echtgenote wanneer zij angstig is de raad: «Ga maar naar Elisabeth, ga je bad van vredige rust nemen.» Op 24 april 1914 begint Elisabeth te hallucineren. Wanneer ze even volledig bij kennis is steekt ze in een gebaar van onmetelijke liefde de armen naar haar echtgenoot uit. Even later raakt ze in coma. Félix laat haar het Heilig Oliesel toedienen. Zondag 3 mei blaast ze in de armen van Félix de laatste adem uit. Wanneer hij naar het ontspannen gezicht van Elisabeth kijkt voelt hij dat alle schoonheid van dit leven niet kan worden vernietigd. Wanneer hij het testament dat voor hem is opgesteld opent, voelt hij haar aanwezigheid dichtbij hem : «Heb de zielen lief, heeft ze geschreven, bid, lijd en werk voor hen. Zij verdienen al onze pijnen, al onze inspanningen, al onze opofferingen.» Hij ontdekt dan het Dagboek van Elisabeth en wordt zich bewust van het leed dat hij haar ongewild heeft aangedaan, en de offers die zij zich heeft getroost om zijn terugkeer naar God te verkrijgen. Elisabeth had die vredige rust, die verheven denkwijze alleen bereikt door haar innige vroomheid. Hij is er diep door gegrepen...
«Daar, dichtbij mij...»
I
n juni 1914 gaat Félix met een vriend op reis. In de auto bemerkt hij plotseling Elisabeths aanwezigheid: «Ik voelde heel duidelijk, zo zal hij later schrijven, dat zij daar, dichtbij mij was; ik zei onmiddellijk tot mezelf: «Ze leeft dus, haar ziel is aan mijn zijde, ik heb zo-even welhaast fysiek haar aanwezigheid ervaren.» De emotie was zo intens dat ik die onmogelijk kon beheersen... Maar, zo herhaalde ik voor mezelf, als Elisabeth leeft zoals ik zojuist onweerstaanbaar intuïtief heb gevoeld, dan betekent het dat de ziel onsterfelijk is; dus bestaat God en is de bovennatuurlijke wereld waar.» Een paar dagen daarna dringen er in de basiliek van Paray-le-Monial opnieuw dingen tot hem door: «Ik voelde nog duidelijker de dierbare aanwezigheid; ik viel zo maar op een bidstoel op de knieën... Ik richtte me tot Onze-Lieve-Heer... Ik had echt het gevoel dat Hij daar was, in het tabernakel en dat zijn oneindige goedheid zich naar mij voorover boog.» Wanneer hij echter weer in Parijs terug is, overtuigt hij zichzelf ervan dat hij de speelbal van een illusie is geweest, te wijten aan de gevoelsmatige schok die het overlijden van Elisabeth had veroorzaakt. De eerste wereldoorlog breekt uit en Félix vertrekt naar Bordeaux. Onderweg fluistert Elisabeth hem in naar Lourdes te gaan. Daar gaat hij naar de grot en vraagt de Heilige Maagd vergeving van zijn zonden voor hem te verkrijgen. God ontfermt zich dan over zijn ziel, wikkelt hem in zijn Goedheid en schenkt hem een rust en een vrede die hij nog nooit had gevoeld. Er voltrekt zich in hem een volledige omwenteling, zonder enige bijzondere inspanning van zijn kant: «Ik was gewonnen! Het licht had geschenen.» Terug in Parijs, bestudeert hij het katholiek geloof en put daarbij volop uit de boeken die Elisabeth had nagelaten en waaronder zich allerlei werken bevinden met aantekeningen van haar hand. Weldra komt hij in contact met pater Janvier, gerenommeerde Dominicaan, die langdurig naar hem luistert en vervolgens hem de sacramentele biecht afneemt. De volgende dag gaat hij in de mis ter communie met het idee dat hij een genade zal ontvangen zoals die in Lourdes. Maar dat is allesbehalve het geval: ontnuchterd en teleurgesteld keert hij weer naar huis. Dan hoort hij in zijn binnenste de stem van Elisabeth: «Dat zou ook al te gemakkelijk zijn! Als jij, na een heel leven God en Jezus Christus te hebben ontkend en bestreden en nu omdat je gebiecht en de communie hebt ontvangen, jij op slag alle begrip zou verwerven, alle mogelijke troost zou ontvangen, dat zou bijna immoreel zijn. Het komt nu niet meer aan op jouw gevoel, maar op je wil die jij voortaan in dienst moet stellen van Christus.» Verbijsterd besluit Félix de volgende dag weer ter communie te gaan. In de lente van 1917 laat hij op aandringen van talloze vrienden het Dagboek van Elisabeth publiceren. Op een moment waarop Frankrijk een tragische periode van haar geschiedenis doormaakt is hij van mening dat de zielen behoefte hebben aan innerlijk leven en vooral aan begrip van de oneindige waarde dat lijden kan hebben. Deze publicatie wordt met groot succes bekroond. Maar weldra voelt Félix zich geroepen om zich volledig aan God te wijden in het religieuze leven. In 1919 gaat hij naar het noviciaat van de Dominicanen in Parijs; op 8 juli 1923 wordt hij tot priester gewijd. Het apostolaat dat hem wordt toevertrouwd bestaat voornamelijk uit het bekend maken van het leven en de werken van Elisabeth. Nadat hij zich met groot succes tot aan zijn ouderdom van deze taak heeft gekweten, geeft hij eind februari 1950 de geest. Dankzij zijn werken wordt het proces van zaligverklaring van Elisabeth in oktober 1955 geopend. Tijdens zijn algemene audiëntie op 18 augustus 2010 verklaarde Paus Benedictus XVI: «De basis van ons apostolisch handelen, op de verschillende gebieden waarop wij werkzaam zijn, moet altijd zijn gelegen in een persoonlijke intieme band met Christus die van dag tot dag moet worden onderhouden en verdiept... Alleen als wij de Heer liefhebben zullen we in staat zijn de mensen naar God te voeren en te maken dat zij zich openstellen voor zijn barmhartige liefde en op die manier de wereld voor Gods barmhartigheid open te maken.» Moge het voorbeeld van Elisabeth Leseur ons bemoedigen in ons leven in vereniging met de Heer.Dom Antoine Marie osb.
Gegevens Medjugorje officieel vrij gegeven.
- Gemiddeld één miljoen heilige communies werden per jaar ( in de eerste 30 jaar ) in Medjugorje uitgedeeld.
- Meer dan 500 mensen denken dat ze in Medjugorje werden genezen van zelfs terminale of dikwijls ongeneeslijke ziektes
- Ongeveer evenveel priesters schrijven hun roeping toe aan een bezoek aan Medjugorje
- De statistieken, van de 30 laatste jaren, van de parochie van Medjugorje, met ongeveer 4.000 parochianen, zijn niet te vergelijken met onze huidige parochies.
- 27 miljoen heilige communies werden verspreid.
- 540.000 bezoeken van kardinalen, de bisschoppen, priesters en zusters werden geregistreerd.
- 532 genezingen werden medisch bevestigd.
- 520 mannen werden priesters als gevolg van een bezoek.
- 123 vrouwen werden kloosterling als gevolg van een bezoek.
Eerst werden deze gegevens vrij gegevens door een priester-Franciscaan tijdens de Conferentie van Medjugorje in Irvine, Californië van 21-23 oktober ll.
Deze cijfers werden verder vorige week gepubliceerd op websites en blogs, en zijn inderdaad als juist bevestigd in Medjugorje Today naar aanleiding van de dertigste verjaardag door Marija Dugandzic, parochie archivaris van Medjugorje.
Het aantal klerikale bezoeken en uitgedeelde heilige communies zijn de meest exacte. Daarnaast zijn er een onbekend aantal genezingen en roepingen niet gemeld gebleven zodat dus het reële getal in beide categorieën nog groter is.
Met dank aan Huguette.
Namens P. Guy.
Zr Lucienne.
( Luc. 21:28 ).
Kijk om je heen en zie hoe economieen en regeringen beginnen af te brokkelen en vallen. Juist, je ziet reeds de tekenen van de eindtijd rondom je. Maar wees niet bevreesd, want ook de dag van verlossing nadert. Dit is een tijd om je hoop en vertrouwen nog meer op Mij te vestigen, zegt de Heer, en niet op de wereldse systemen. Uw geloof is te kostbaar om te verspillen op door mensen veroorzaakte problemen. Stel je hart en geloof op die dingen, die eeuwig zijn en niet tijdelijk.
Geboren in de Eeuwigheid, waarin we bidden met en voor iedereen die een kindje verloren heeft tijdens de zwangerschap.
GEBOREN IN DE EEUWIGHEID.
Levensadem vzw nodigt al wie een kindje verloor tijdens de zwangerschap uit op een Eucharistieviering :
Maandag 12 december 2011 om 19.30u
in de Kerk Maria Assumpta, Kon. Elisabethsquare, 8310 ASSEBROEK
Mgr. De Kesel gaat voor.
Word je van dichtbij of verderaf geconfronteerd met het verlies van een kindje vóór de geboorte, of wil je aansluiten bij ons gebed: je bent welkom.
Je aanwezigheid is een teken van geloof dat geen enkel leven verloren gaat en dat mensen steeds nieuwe kansen krijgen. Een teken van solidariteit met al wie een kindje verloor nog vóór het kon geboren worden.
Geboren in de Eeuwigheid, waarin we bidden met en voor iedereen die een kindje verloren heeft tijdens de zwangerschap.
GEBOREN IN DE EEUWIGHEID.
Levensadem vzw nodigt al wie een kindje verloor tijdens de zwangerschap uit op een Eucharistieviering :
Woensdag 7 december 2011 om 20 u
in de Kerk Onbevlekt Hart van Maria, BERLAAR-STATION
Misstraat 68, 2590 Berlaar
Mgr. Bonny gaat voor.
Word je van dichtbij of verderaf geconfronteerd met het verlies van een kindje vóór de geboorte, of wil je aansluiten bij ons gebed: je bent welkom.
Je aanwezigheid is een teken van geloof dat geen enkel leven verloren gaat en dat mensen steeds nieuwe kansen krijgen. Een teken van solidariteit met al wie een kindje verloor nog vóór het kon geboren worden.
Maandag 8 november 2010 15.30u thuis na de rozenkrans.
Mijn kind, je hebt een verantwoordelijke taak te volbrengen en je mag je door niemand laten tegenhouden. De waarheid moet uitgebracht worden. Jij bent gekozen om dit werk te uit te voeren. Mijn kind, blijf sterk ! Vertrouw op God hierboven voor begeleiding om Mijn werk te doen.
Je hebt al de heiligen die met jou meewerken. De gestaltes* (zie einde boodschap) die je zag, zijn daar allen om jou te helpen Mijn grenzeloze boodschappen te verspreiden opdat de hele wereld ze te horen krijgt. Je wordt geleid. Je zult het niet gemakkelijk vinden maar je houdt ervan om door te bijten. Wat er gebeurt, is allemaal aangekondigd. Jij bent een instrument om het woord van God mee te delen aan al Zijn kinderen.
Vergeet het nooit, God houdt van al Zijn kinderen met inbegrip van de zondaars die Hem beledigd hebben. Smeek om barmhartigheid voor iedereen van jullie. De Heilige Familie zal herenigd worden.
(Pauze Op dat moment was ik verrast dus ik vroeg O.L.Vrouw : Heb ik dit deel juist ? Ze glimlachte zachtjes en vervolgde )
Neem je pen. Dat klopt en verspreidt de waarheid voor het te laat is.
Deze boodschappen zijn van Goddelijke oorsprong en moeten gerespecteerd worden. Ik vertrouw op jou om ervoor te zorgen dat deze op doeltreffende wijze uitgebracht worden aan een ongelovige wereld. Het is van het uiterste belang dat je sterk blijft voor Mijn geliefde Zoon. Ik weet dat je lijdt voor Hem, met Hem en door Hem. Verheug je want dit is goed. Jij bent gezegend, Mijn kind, om gekozen te zijn voor dit werk. Blijf sterk !
Bid elke dag voor begeleiding ! Je zult sterker worden als de tijd vordert. Vrees niet, Ik ben met jou en je familie elke dag. Je wordt vervuld met de Heilige Geest zodat je de waarheid over Mijn Vaders plan op aarde kan ontsluieren.
Mijn kind, schuif je twijfels terzijde ! Je beeldt je deze boodschappen niet in. De voorzeggingen uit de Bijbel staan op het punt zich te ontvouwen.
Bid voor alle kinderen van God. Mijn zeer geliefde Zoon wordt elke dag zoveel pijn gedaan. Hij wordt gekweld door de zonden van de mensen. Zijn lijden heeft ongekende hoogten bereikt die Hij niet ervaren heeft sinds Zijn dood op het kruis.
Jij hebt de nodige energie en geestdrift, met de zegen van God, om je missie uit te voeren. Jouw zuivering is compleet. Je bent klaar voor de strijd die je wacht.
Ga nu, Mijn kind. Trek je pantser aan ! Sta op met opgeheven hoofd en help om te vechten tegen het kwade. Wanhoop niet van tijd tot tijd als je je eenzaam voelt. Je hebt al de Engelen en Heiligen inclusief H. Johannes Paulus II, H. Faustina, en H. Jozef die je begeleiden bij elke stap van de weg.
Dank je, Mijn kind, voor het geloof dat je getoond hebt. Je bent een vechter en zeer bemind door God de Vader en Mijn zeer geliefde Zoon. Je bent één met Jezus en je hand wordt geleid door de Heilige Geest.
Ga nu, Mijn kind, om het werk uit te voeren gebruik makend van alle beschikbare middelen in deze belangrijkste tijd in de geschiedenis van de mensheid.
God zegent jou, Mijn kind.
Je liefhebbende Moeder in Christus, Maria Koningin van de Aarde.
* De gestaltes waarnaar verwezen wordt, zijn de beelden van verschillende Heiligen die verschenen aan de zienster gedurende de privéverschijning maar zij had geen idee wie Zij waren tot een later tijdstip. Anderen dan degenen die hierboven genoemd zijn bv. H. Johannes Paulus II, Zr. Faustina en
H. Jozef en 2 andere gestaltes die niet genoemd zijn.
5772.
Sedert vorige maaand oktober 2011 is de mens 5772 jaar op aarde. God heeft de mens autoriteit gegeven en de kracht van gebed in zijn handen gelegd. De gebeden van mensen hebben steden en koninkrijken van de ondergang gered. Gebed heeft doden tot leven geroepen. Het heeft de vernietigende werking van vuur gestopt en muilen van wilde dieren gesloten. Het heeft de gewone gang van zaken veranderd; het bracht regen op aarde en droogte in de zee. Gebed heerst over alle afgoden. Het laat de zon in haar baan stilstaan en houdt de wagenwielen van de maan tegen. Het verandert ons lijden met het geweld van marteling en verdrukking. Gebed behaagt God en het voorziet in al onze noden.
( 1 Cor. 6:20 ).
Geliefde, het is Mijn verlangen dat je vrij bent van alle gebondenheid. De prijs voor je vrijheid is volledig betaald door Jezus aan het kruis, en alles wat je moet doen is het aanvaarden in geloof. Je bent vrij van alle schuld en veroordeling, laat niets tussen ons in komen, zegt de Heer. Je bent van Mij; je behoort Mij toe. Je bent zeer kostbaar voor Mij. Strek je uit naar die waarheid, zegt de Heer.
( Marc. 11:23 ).
Er zijn gebieden in je leven die genezing nodig hebben. Tot nu toe heb je maar een zekere mate van herstel ontvangen, maar Ik geef je de volle maat als je van harte gelooft zonder angst of twijfel. Je bent klaar om alles te ontvangen wat je nodig hebt, zegt de Heer. Geloof alleen en je zult ontvangen.
AFLATEN.
AFLATEN.
Korte samenvatting van de regeling over de aflaten.
1. Vereiste voorwaarden
a) Om aflaten te kunnen verdienen moet men in staat van genade zijn en
b) de intentie hebben om de aflaat te verdienen.
c) Algemeen beginsel is: men kan slechts eenmaal per dag een volle aflaat ver¬dienen, met uitzondering alleen van stervensgevaar (zie §2, nr.6).
Het is vereist dat alle gehechtheid aan zonde, zelfs kleine dagelijkse zonde, afwezig is. Indien aan de laatste voorwaarde minder perfect wordt voldaan of wanneer de drie voorgeschreven voorwaarden (d) niet vervuld zijn, zal de aflaat slechts een gedeeltelijke zijn
d) De drie gewone voorwaarden om een volle aflaat te verdienen zijn: biecht, communie en gebed tot intentie van de Paus.
Eén biecht is voldoende voor meerdere volle aflaten; maar met één communie en één gebed tot intentie van de Paus kan men maar één volle aflaat verdienen.
Voor het gebed tot intentie van de Paus volstaat men met een Onze Vader en een Weesgegroet, of een gebed van gelijke duur.
Is voor het verdienen van een aflaat bovendien het bezoek van een kerk of kapel voorgeschreven, dan moet men bij dat bezoek bidden een Onze Vader en de Geloofsbelijdenis. Hierdoor vervalt echter niet het gebed tot intentie van de Paus.
De drie gewone voorwaarden (biecht, communie en gebed tot intentie van de Paus) kunnen meerdere dagen vóór of na het voorgeschreven werk voldaan worden; maar het is passend, dat de communie en het gebed tot intentie van de Paus op dezelfde dag geschieden als het voorgeschreven werk. Voor de biecht is tot acht dagen voor of na een gebruikelijke termijn. Het kerk¬bezoek met de vereiste gebeden kan vanaf 's middags 12 uur daags vóór de aflaatdag plaats hebben. Eén enkele sacramentele biecht volstaat om verschillende volle aflaten te verdienen; maar de communie moet ontvangen worden en het gebed voor de intentie van de Paus moet herhaald worden telkens men een volle aflaat wil bekomen.
Gedeeltelijke en volle aflaten kunnen altijd worden toegepast op de overledenen door een smeekgebed.
Om een aflaat verbonden aan een gebed te verdienen, volstaat het dat gebed op te zeggen al of niet afwisselend met een andere persoon, of het mentaal te volgen terwijl het door een ander wordt opgezegd. (nvdr : het gebed moet dus door iemand opgezegd worden, uitsluitend stil mentaal bidden volstaat dus niet, tenzij het tegendeel uitdrukkelijk is vermeld).
Een aflaat gehecht aan het gebruik van een godsvruchtig voorwerp verdwijnt enkel, wanneer dat sacramentalie volledig vernield of verkocht is.
2. Lijst van de voornaamste volle aflaten
Een volle aflaat is te verdienen voor de volgende gebeden of oefeningen:
1) Rozenhoedje: gebeden in een Kerk, kapel of in familieverband, een religieuze gemeenschap of godsvruchtige vereniging. Het opzeggen van een derde van de Rozenkrans volstaat; maar de vijf tientjes moeten na elkaar ononderbroken worden gebeden. Het hardop bidden moet vergezeld gaan met het godsvruchtig mediteren van de mysteriën. In het publiek moeten de mysteriën worden aangekondigd volgens de manier gebruikelijk aan de plaats; voor private opzegging van de Rozenkrans volstaat het als het luidop bidden vergezeld wordt van de overweging van de mysteriën.
2) Bezoek en aanbidding van het Heilig Sacrament gedurende een half uur.
3) Kruiswegoefening. De vrome oefening moet gedaan worden voor de staties van de Kruisweg, die wettelijk opgericht is. Voor de oprichting van de Kruisweg zijn veertien kruisen vereist, waarbij het gebruikelijk is om veertien tekeningen of figuren aan te brengen, die elk de staties voorstellen van Jeruzalem. Volgens de meer gebruikelijke gewoonten, bestaat de godvruchtige oefening uit veertien vrome lezingen, waaraan enkele mondgebeden zijn toegevoegd. Maar strikt is er niets meer vereist dan een vrome overweging over de Passie en de Dood van de Heer, waarbij niet vereist is een speciale overweging te doen van de individuele mysteriën van de staties. Het zich verplaatsen van de ene statie naar de andere is vereist. Maar indien de vrome oefening publiek gedaan wordt en indien het onmogelijk is dat iedereen die eraan deelneemt van de ene statie naar de andere gaat, volstaat het dat ten minste diegene die de oefening leidt van de ene statie naar de andere gaat, terwijl de anderen op hun plaats blijven. Voor wie echter de oefeningen niet kunnen verrich¬ten volstaat een lezing of meditatie over het lijden van Christus gedu¬rende een half uur. (Kan de Kruisweg niet in een kerk gebeden worden, kan de biechtvader een kruisje zegenen voor thuis de kruisweg te bidden of commuteren zie nr. 3 hieronder. Dit geldt ook mutatis mutandis voor andere oefeningen)
4) Lezing van de H.Schrift gedurende een half uur.
5) De pauselijke zegen in het stervensuur. Bij afwezigheid van een priester verleent de Kerk deze volle aflaat aan de stervenden die waarlijk bereid zijn voor en de gewoonte hebben gehad om tijdens hun leven enige gebeden te bidden. De volle aflaat op het moment van de dood kan verkregen worden door de gelovigen, zelfs indien zij op diezelfde dag al een volle aflaat hebben ontvangen.
6) Het publiek bidden van het Te Deum op de laatste dag van het jaar.
7) Veni Creator op l januari en op Pinksteren, mits publiek gebeden.
8) Elke vrijdag van de Vasten en Passietijd, verleend aan de gelovigen die godsvruchtig na de Communie het gebed Psalm. 21:17-18 opzeggen voor de gekruisigde Christus; op andere dagen van het jaar is de aflaat gedeeltelijk
9) Gebedje "En ego" (in het populaire "Hosannah-boekje" blz 61 : gebed tot de gekruiste Jezus) na de communie, maar alleen op de vrijdagen van vasten- en passietijd.
10) De strofen van het "tantum ergo" op de Witte Donderdag en op het feest van Sacramentsdag, als zij godvruchtig en op een plechtige manier worden opgezegd of gezongen.
11) Godvruchtige deelname bij de plechtige liturgische actie op Goede Vrijdag aan de aanbidding van het Kruis met het kussen ervan.
12) Hernieuwing van de doopbeloften op de vigilie van Pasen en op de ver¬jaardag van het doopsel.
13) Oefening van eerherstel op het feest van het Heilig Hart, publiek ge¬beden.
14) Het gebruik van een godvruchtig voorwerp (kruisje, kroontje, medaille e.a.) door Paus of bisschop gewijd, maar alleen op het feest van St. Petrus en Paulus, als men de geloofsbelijdenis bidt.
15) Godsvruchtig de parochiekerk bezoeken: op een patroonsfeest en op de 2de augustus (de aflaten van de Portiuncula). Beide aflaten kunnen verkregen worden op een andere dag aangeduid door de Ordinarius. Ook toepasselijk op de Kathedraal en de Co-kathedrale kerk, zelfs als zij geen parochiekerken zijn; zij zijn ook toepasselijk op quasi-parochiekerken. Bij het bezoeken van de kerk is het vereist één Onze Vader en de Geloofsbelijdenis.
16) Bezoek van het kerkhof met gebed voor de overleden, zelfs mentaal, elke dag van het octaaf van Allerheiligen (1 tot 8 november).
17) Bezoek van kerk of kapel op Allerzielen en daar één Onze Vader en de Geloofsbelijdenis opzeggen.
18) Gebed van toewijding op het feest van Christus Koning, publiek ge¬beden.
19) Een geestelijke oefening van ten minste drie dagen.
20) Gedurende de tijd van een "Volksmissie" enkele van de preken aanhoren en aanwezig zijn voor de plechtige afsluiting van de "Missie".
21) Bij eerste mis (van nieuwgewijde priester), eerste communie: de betreffende persoon en alle aanwezi¬ge gelovigen.
22) Aan een priester, die op de 25ste, 50ste en 60ste verjaardag van zijn Wijding voor God zijn besluit vernieuwt om getrouw de taken van zijn roeping te volbrengen. Wanneer de priester een jubileummis opdraagt op plechtige wijze, kunnen de gelovigen die de Mis bijwonen, ook een volle aflaat verdienen.
23) Een kerk of een altaar bezoeken op dezelfde dag van de inwijding en daar één Onze Vader en de Geloofsbelijdenis opzeggen.
24) Godsvruchtig een kerk of een kloosterkapel op het Feest van de gecanoniseerde Stichter bezoeken, en daar één Onze Vader en de Geloofsbelijdenis opzeggen.
25) Godvruchtig een kerk of een publiek of semi-publiek oratorium betreden gedurende een Pastoraal Bezoek (Canoniek Bezoek vanwege de Bisschop), en gedurende de tijd van het bezoek een eredienst bijwonen waarbij de Pastoraal Bezoeker hoofdcelebrant is.
26) Gedurende de tijd van de diocesane Synode vroom de kerk bezoeken, waarin de Synode wordt gehouden, en daar één Onze Vader en de Geloofsbelijdenis bidden.
27) Godsvruchtige deelname aan de gebruikelijke plechtige Misritus op het einde van een Eucharistisch Congres.
28) Het godvruchtig bezoek van één van de vier Patriarchale Basilieken te Rome met gebed van één Onze Vader en de Geloofsbelijdenis: op een Patroonsfeest, op gelijk welke verplichte feestdag, eens per jaar op de dag naar keuze.
29) Op de dag in het Romeins Missaal aangeduid, godsvruchtig de Statiekerk van Rome, genoemd voor die dag, bezoeken en tevens deelnemen aan de heilige erediensten gecelebreerd in de ochtend of 's avonds.
30) Vroom en godsvruchtig verkrijgen, zelfs via de radio, van de Zegen van de Paus wanneer medegedeeld "Urbi et Orbi" (aan Rome en de wereld).
3. Commutatie en dispensatie
De biechtvaders zijn bevoegd voor hen die ze niet kunnen vervullen, zowel het voorgeschreven werk als de vereiste voorwaarden in andere om te zetten (commuteren).
De plaatselijke Ordinarissen kunnen bovendien hun eigen gelovigen op plaatsen, waar dit heel moeilijk voor hen is, dispenseren van de biecht en het ontvangen van de communie. Zij moeten echter berouw hebben over hun zonden en voornemens zijn, zodra mogelijk aan die verplichting te voldoen.
4. Over de Gedeeltelijke Aflaten
Bij gedeeltelijke aflaten wordt niet meer gesproken over jaren en dagen. Als maatstaf geldt, dat de Kerk zoveel kwijtschelding van kerkelijke straffen toe¬voegt als de gelovige reeds verkrijgt overeenkomstig de voortreffelijkheid van het werk en de liefde, waarmede het verricht wordt. Gedeeltelijke aflaten zijn aan veel gebedsoefeningen en schietgebeden verbonden, te veel om te vermel¬den. Maar iets nieuws in de nieuwe aflatencodex is, dat daar vier algemene concessies van gedeeltelijke aflaten worden gedaan voor verschillende soorten van godvruchtige werken, zonder verdere voorwaarden. De vier concessies zijn de volgende:
l) Een gedeeltelijke aflaat wordt verleend aan elke gelovige, die in het ver¬vullen van zijn plichten en in het dragen van de lasten van het leven met nederig vertrouwen zijn geest tot God verheft met toevoeging, al is het ook alleen inwendig, van een of andere godvruchtige aanroeping ("schietgebed").
2) Een gedeeltelijke aflaat wordt verleend aan alle gelovigen, die door de geest van geloof geleid, zichzelf of zijn goederen prijsgeeft ten dienste van zijn medemensen die in nood verkeren.
3) Een gedeeltelijke aflaat wordt verleend aan elke gelovige, die zich in de geest van boetvaardigheid uit vrije wil onthoudt van iets, dat geoorloofd en aangenaam is.
4) Een gedeeltelijke aflaat wordt toegekend aan de gelovige die voor anderen op spontane wijze openlijk getuigenis aflegt van zijn geloof in de concrete omstandigheden van zijn dagelijks leven (Deze vierde concessie kwam erbij sinds 1999).
Verder kan elke gelovige, die een godvruchtig voorwerp (kruisje, rozenkrans, scapulier, medaille), dat door een of andere priester gewijd is, in vrome gezind¬heid gebruikt, een gedeeltelijke aflaat verdienen.
Bovenstaande gegevens zijn alle genomen uit het Enchiridion Indulgentiarum van de Apostolische Penitentiarie te Rome van 29 juni 1968. Zie verder de Apostolische Constitutie Indulgentiarum doctrina van l januari 1967, vertaling in Archief der Kerken, 1967, kolom 210. Er zijn tevens enige toevoegingen vanuit het Decreet van 1999, dat niet veel veranderd heeft maar het Enchiridion van 1968 werd bevestigd.
Voor de volledige lijst van de gedeeltelijke aflaten zie ons tweede aflatendokument.
Opmerking : deze privévertaling is nagekeken door een RK-priester met goedkeuring van de Ordinarius van de FSSPX in de Beneluxlanden, 9 november 2007.
***
Door een volle aflaat toegepast op uzelf, vindt u de onschuld terug van uw doopsel
Door een volle aflaat toegepast op een ziel in het vagevuur brengt u deze in de hemel en u hebt een heilige bij in de hemel die u eeuwig dankbaar zal zijn en voor u machtig zal bidden bij God.
"Zonder af te laten, aflaten verdienen!"
***
08-11-2011
Akt der ewig dauernden Weihe an die allerheiligste Jungfrau Maria.
Akt der ewig dauernden Weihe an die allerheiligste Jungfrau Maria.
BOODSCHAP, Terechtstelling, Euthanasie, Abortus en Zelfmoord.Vrijdag 15 juli 2011 om 17.30 u.
Terechtstelling, Euthanasie, Abortus en Zelfmoord.
Vrijdag 15 juli 2011 om 17.30 u.
Mijn dochter, wanneer Mijn kinderen liefde in hun hart voelen, kunnen zijn er zeker van zijn dat Ik tegenwoordig ben in hun zielen. Mijn liefde zal Mijn kinderen sterk houden wanneer zij dat het minst verwachten. Dat geldt ook voor de verharde zondaars wier uitwendige bast zeer dikwijls een gevoelig hart verbergt.
Elke persoon op aarde is een kind door God de Vader geschapen. Daarom is het licht in elke mens aanwezig al is het soms zeer zwak wanneer zielen naar de duisternis getrokken worden. Desalniettemin is Mijn licht nog altijd aanwezig. Want zonder dat zou er complete duisternis zijn waarin zij niet zouden kunnen functioneren. Wanneer zielen een vreselijke toestand van duisternis bereiken nemen zij zeer dikwijls hun toevlucht tot zelfmoord. Dat gebeurt wanneer Satan, als gevolg van de zwakheid van ziel en geest, hun zielen rooft door hen ervan te overtuigen een einde te maken aan hun leven. Vele van mijn volgelingen begrijpen de gemoedstoestand niet die zon duisternis kan hebben op een ziel, daarom moeten zij veel bidden voor deze kinderen die in dergelijke staat van wanhoop verkeren.
God, Mijn Eeuwige Vader is steeds barmhartig en zal altijd deze zielen helpen van wie velen in zulke mate lijden dat hun geest niet meer kan functioneren met hun volle verstand. Een doodzonde kan enkel begaan worden wanneer een persoon, met volle tegenwoordigheid van geest, heldere intenties heeft om datgene te doen waarvan hij of zij weet dat het verkeerd is. Dus alstublieft, ga er niet vanuit dat zulke zielen helemaal verloren zijn want velen weten niet wat zij doen.
DE WAARSCHUWING.
DE VERLICHTING VAN HET GEWETEN door Onze Lieve Vrouw aangekondigd te Garabandal in 1961 zal spoedig plaatsvinden om de wereld te redden.
DE WAARSCHUWING.
Nieuwe profetieën ontvangen door een Europese zienster onthullen wereldwijde gebeurtenissen in de aanloop naar de Tweede Komst.
WAAROM VINDT DE WAARSCHUWING PLAATS?
Om aan iedereen te bewijzen dat God bestaat.
Om iedereen terug te brengen naar Jezus en de weg van de waarheid.
Om de impact van de zonde en het kwaad in de wereld te verzwakken door bekering.
Als hulp om ons te redden vóór de Dag van het Laatste Oordeel door ons de kans te bieden om vergiffenis te vragen voor de zonden die we gepleegd hebben.
Om de niet-gelovigen te bekeren die geen kans op verlossing zouden hebben zonder deze grootse daad van barmhartigheid.
Om het geloof van de gelovigen te versterken
WAT ZAL ER GEBEUREN TIJDENS DE WAARSCHUWING?
Iedereen, ouder dan 7, zal een persoonlijke mystieke ontmoeting met Jezus ervaren welke ongeveer 15 minuten zal duren.
Het is een geschenk van God de Vader om de mensen terug tot de waarheid te brengen. Het zal zijn zoals op de Dag van het Laatste Oordeel maar deze keer zullen jullie niet veroordeeld worden. In plaats daarvan zullen jullie de kans krijgen om vergiffenis te vragen.
Aan de hemel zullen twee kometen botsen.
De mensen zullen denken dat dit catastrofaal is, erger dan een aardbeving, maar dat is niet zo het is een teken dat Jezus gekomen is.
De lucht zal rood worden. Het zal eruit zien alsof deze in brand staat en dan zullen jullie een groot kruis in de lucht zien om jullie eerst voor te bereiden.
Atheïsten zullen zeggen dat het een wereldwijde illusie was. Wetenschappers zullen naar een logische verklaring zoeken maar die zal er niet zijn.
Het zal spectaculair zijn en zal ons niet schaden want het is afkomstig van Jezus als een daad uit Liefde en Barmhartigheid.
Onze zonden zullen ons getoond worden en we zullen ons enorm verdrietig en beschaamd voelen als deze aan ons geopenbaard worden. Anderen zullen zo misselijk en geschokt zijn door de manier waarop hun zonden geopenbaard worden dat zij dood zullen neervallen voordat zij de kans hebben om vergiffenis te vragen.
Iedereen zal in het bijzijn van God de toestand van hun ziel zien het goede dat zij in hun leven gedaan hebben, het verdriet dat zij anderen hebben aangedaan en alles wat zij nagelaten hebben om te doen.
Veel mensen zullen neervallen en tranen van opluchting wenen. Tranen van vreugde en geluk. Tranen van verwondering en liefde.
Want het zal daarna, eindelijk, mogelijk zijn om een nieuw leven te leiden aangezien we de volledige waarheid kennen.
Jezus verzoekt nu iedereen om te bidden voor de zielen die van de schok zullen sterven en die mogelijk in doodzonde verkeren. Iedereen moet zich nu voorbereiden. Jezus verlangt dat allen om vergiffenis vragen voor hun zonden voorafgaand aan de Waarschuwing.
Vergadering S.G.A.G.
Vergadering S.G.A.G.
Zaterdag 26 november 2011.
Cultureel Centrum Hasselt
Detmoldzaal gelijkvloers.
Programma:
- 14.00 u rozenhoedje
- 14.30 u conferentie door de heer Lionel Nagels.
"De Bruiloft te Kana."
- 16.00 u koffiepauze
- 16.30 u mogelijkheid tot vragen stellen
- 16.45 u slotgebed
AANDACHT
De vergadering van volgende maand is op
17 december 2011.
Verantwoordelijke uitgever: A. Spaas
Luikersteenweg 281, 3500 HASSELT (011/271445)
Penningmeester: L. Vos S.G.A.G.
Visésteenweg 159, 3770 RIEMST (012/453764)
Rekening: 103-2243867-34
(Voor wie ons wil steunen).
Afgiftekantoor
3770 RIEMST
P2A8750
S.G.A.G.
Studiegroep Actueel Geloofsleven
Schaapsdries 28 B 3600 GENK
Afdeling Thomas Moregenootschap Limburg
Maandblad: Verschijnt niet in JULI en AUGUSTUS.
Nummer 268 november 2011.
"Ik ben geheel de Uwe."
Het Jaargetijde van Eerwaarde Heer Armand Ory zal doorgaan op dinsdag 15 NOVEMBER in de kerk van Hendrieken Voort (Borgloon) te 18 uur.
Het Jaargetijde van Eerwaarde Heer Armand Ory zal doorgaan op dinsdag 15 NOVEMBER in de kerk van Hendrieken Voort (Borgloon) te 18 uur.
Bezinning rond Jeremias.
E.H. P. van de Kerckhove.
A. "Wee de herders die vernielen en verstrooien", zegt Jeremias in hoofdstuk 23. Dit zou een waarschuwing kunnen zijn voor de slechte priesters, want ze doen het werk van de duivel. Tweedracht zaaien, mensen tegen elkaar opzetten, is het werk van de duivel. Oorlog, twist, ruzie zijn niet van God of volgens Gods Geest. Eenheid, eendracht, vrede, verzoening, dat is in tegendeel Gods Werk, en dat is het werk van de kinderen van God. Daarom zegt Jezus: "Zalig zij die vrede brengen, zij zullen kinderen van God genoemd worden." Leugen en bedrog zijn het werk van de duivel en zijn trawanten, kinderen van Satan genoemd. "Gij hebt de duivel als vader.",zei Jezus tegen de farizeeërs. De goede herder brengt de kudde bijeen of hij houdt ze bijeen. Hij slaat niet op de vlucht als er gevaar dreigt. Dat gevaar kan velerlei zijn, van buitenaf of van binnenuit. Tegen het gevaar van binnenuit waarschuwde Jezus: "Hoedt u voor de valse profeten, zij zijn wolven in schaapskleren. Ze mengen zich onder de kudde, maar ze zijn van binnen roofzuchtige wolven en ze verscheuren als ze kunnen." In deze crisistijd die wij beleven, begrijpen wij allemaal waarover het gaat. Het gaat om twijfelzaaiers van theologen en exegeten die met hun geleerde constructies allerlei waarheden die vroeger vanzelfsprekend waren, aanvallen. De waarheid wordt aangevallen en ons geloof wordt bedreigd en ook het eeuwig leven, want het geloof is noodzakelijk ter zaligheid. Wat gebeurt er dan met mensen wiens geloof nog niet vast is geworteld? Het wordt ontwricht, het heeft geen goede grond en verdort. Het wordt steriel en er is een grote genade nodig, berouw of inkeer om dat geloof terug te planten en vruchten te doen dragen.
B. Ik bedoel dit: Zoveel mensen, de dag van vandaag, zijn slachtoffer van de maatschappij en de media die het geloof aan het wankelen brengen. Ze horen en zien alles wat het geloof van de Kerk afbreekt, en dan zijn er nog de schandalen die ergernis geven aan de zwakken en de onschuldige zielen. "Wee hen die ergernis geven", zegt de Heer Jezus, "ze zullen hun straf niet ontlopen". "Wee hen die ergernis geven aan deze kleinen " Welnu, enkele jaren geleden is er een schandaal geweest in Oostenrijk: priesters en seminaristen en de bisschop incluis, die moesten ze ontzetten uit hun ambt voor minsten twee jaar en die moesten ze vuil werk laten doen in een of ander hospitaal. Plus daarbij elk jaar 10 dagen geïsoleerde retraite laten doen. De situatie is zo verrot in de Kerk dat ik mij afvraag of de bisschoppen zelf niet medeplichtig zijn! "Wee al diegenen die ergernis geven aan het geloof van deze kleinen.",zegt Jezus. Dat zijn de kleinen die in Hem geloven. De kleinen, de zwakken, de zieken, d.i. alles wat klein is in geestelijke zin.
Jeremias 23 heeft het over de slechte herders die het geloof vernielen, de kudde van de weide jagen; de schapen dolen en de herders verzamelen hen niet meer. "Ik zal Zelf Mijn schapen verzamelen uit alle landen.", zegt God door de profeet Jeremias. "Ik breng hen terug naar de weide." Ik stel herders aan die hen weiden zodat zij niet meer in vrees of twijfel verkeren omtrent hemel of hel of vagevuur zodat ze de sacramenten ontvangen, groene weide waar ze voedsel vinden. Zo moet de Kerk van Christus zijn, of zo moet ze terug worden, geen dorre, schrale woestijn zonder levend water van de genade, maar wel een groene weide met goede herders die hun leven geven en die leiding geven, en die de goede Leer verkondigen, het echte Woord van Waarheid en die de kudde bewaken en ze leiden naar de goede plekken, d.w.z. hun het goede voorbeeld geven van echte christelijke deugdzaamheid, van gebed, van vroomheid, van ijver voor de Kerk en de schoonheid van de Liturgie, van devotie tot de heiligen, in het bijzonder tot O.L. Vrouw, die de Heilige Vader de paus verdedigen tegen de kritiek van schismatieke sekten die de kudde willen verdelen. Priesters die rechtvaardig zijn in hun oordeel. Helaas, achter de schermen, en door allerlei combines, sticht men veel kwaad.
De Goede Herder bij uitmuntendheid is Davids spruit, de Koning Messias. Hij is de Rechtvaardige bij uitmuntendheid en Zijn Naam is door de profeet Jeremias vermeld: Jahweh, onze Gerechtigheid! Dit betekent zoveel als "God met ons" van de Emmanuelprofeet Jesaja. De Messias is de zichtbare manifestatie van Gods Gerechtigheid. Hij is Gods Gerechtigheid op aarde, Hij is Gods Gerechtigheid voor onze Verlossing en om de kinderen van God uit de verstrooiing bijeen te brengen en ze terug naar hun eigen grond te brengen. Dat is een messiaanse profetie die vervuld is in Jezus Christus, Die de kinderen van God terugbrengt naar het hemelse land waarvan het land van Israël een voorafbeelding was. Maar dat aardse, materiële land is verdeeld, verscheurd. Daar is geen vrede, daar zijn de christenen een kleine minderheid.
Maar het land dat ons beloofd werd is veel schoner en rijker, zonder lawaai van kanonnen en machines, zonder godslastering allerhande, zonder lijden, pijn of dood. Zo een messiaans land van Belofte kan alleen maar het eeuwige land van het hiernamaals zijn waar we hopen in te gaan door de verdiensten van onze Lieve Heer en in eenheid met Hem en alle heiligen en engelen.
Jeremias waarschuwt tegen de valse profeten en hun verzinsels. Wie Mijn Woord heeft ontvangen, moet het naar waarheid verkondigen, zegt God. Dit is een verwijt dat zich richt tegen alle vervalsers van het Evangelie, die de Blijde Boodschap verdraaien en uitleggen in hun eigen voordeel en die de mensen voorhouden dat ze overspel en ontucht en dronkenschap en immoraliteit allerhande niet meer gaan zien als als een groot kwaad. Ze leggen de woorden van de Heer zo uit dat ze de weg openen naar allerhande verkeerde interpretaties en ze effenen het pad naar de ondergang van de zielen. Er zijn ook valse zieners en ziensters die allerlei verzinsels de wereld insturen alsof het echte boodschappen uit de hemel zijn, maar die de mensen van de echte waarheid van het Evangelie wegtrekken en hen de echte woorden van Jezus doen vergeten. Ze verdraaien de woorden van de Levende God en ze leggen allerlei lasten op de schouders van de mensen. Welnu, God zal die leugenprofeten, die een spelletje opvoeren, gewoon oppakken (in de geestelijke zin dan!) en weggooien.
Jeremias 26,33-38 is een waarschuwing aan de herders, de 1ste verantwoordelijken die de kudde van de Heer moeten weiden en bijeenhouden en voorzien van het nodige om hun ziel te redden en de hoop te doen toenemen maar: O wee!
De herders die met de vijand heulen en die de kudde overleveren aan de wolf (dat zijn de antichristelijke ideeën die in de Kerk en de maatschappij verspreid worden en die het geloof uithollen, d.i. de mensen wegtrekken van hun plicht als vader en moeder die het kruisteken niet meer leren aan hun kinderen en hen niet meer christelijk opvoeden in de vreze des Heren). De 1ste herders van de kudde zijn de opvoeders van de kinderen: het christelijke huisgezin en de christelijke school, en de herders zijn de leiders van de Kerk. "Eert uw vader en uw moeder.", zegt het 4de gebod. Wij hebben altijd geleerd dat ons vader en moeder alle autoriteiten zijn die God boven ons gesteld heeft om ons te leiden, ons te besturen voor het algemeen welzijn.
Dat algemeen welzijn van een maatschappij die God en Zijn gebod overboord gooit, is niet het algemeen welzijn dat wij voor ogen hebben staan, d.i. het algemeen welzijn van de christelijke maatschappij en van de Kerk van Christus. Dit is het doel te bereiken waarvoor wij leven en de middelen om dat doel te bereiken. In de maatschappij is ons doel sociale rechtvaardigheid en het respect voor Gods geboden. Elke maatschappij is een schepsel van God en ze is dus verplicht Gods geboden te respecteren. In elke grondwet zouden de 10 geboden moeten worden opgenomen als 10 grondartikels. Het doel van de Kerk is bovennatuurlijk: nl. de hemel bereiken en de middelen die daartoe nodig zijn, o.a. de sacramenten, vooral het doopsel. Alle genade vloeit voort uit het Kruisoffer van Jezus Christus. De herkerstening van Europa zal pas slagen als men het echte Kruisoffer van Christus opnieuw begint te celebreren en men gelooft wat Het werkelijk voorstelt, nl. de onbloedige offerande van het Kruisoffer van Lichaam en Bloed van onze Heer voor de vergeving van de zonden, voor levenden en doden, en waardoor op ons de verdiensten van het Kruisoffer worden toegepast! Een heilig offer dat ons heiligt en ons helpt, en door de communie ons helpt heilig te leven en te sterven. "O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand, help ons."
+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
"De essentie van het authentieke, christelijke gebed."
E.H. P. van de Kerckhove.
Het gebed van de tollenaar, in de parabel van de farizeeër en de tollenaar, leert ons wat een authentiek, christelijk gebed is. U weet ongetwijfeld dat het CHRISTELIJK GEBED gebaseerd is op het geloof als op een vaste rots, zoals ook alle vroomheid het geloof als vaste basis moet hebben en niet het louter sentiment.
U weet ook dat het gebed zijn doeltreffendheid heeft door Jezus Christus en door Zijn verdiensten waardoor wij de eeuwige zaligheid hopen te bekomen die Hij ons heeft verdiend. Zodoende is het gebed ook een werk van HOOP. U weet tenslotte dat het authentieke, christelijke gebed bewogen wordt door de LIEFDE. Ons gebed is doeltreffend naar mate van de LIEFDE die wij hebben tot God en de naaste.
1) De eerste vrucht van de BOVENNATUURLIJKE LIEFDE is juist de naastenliefde. Dat is het 1ste kenmerk van een authentiek, christelijk gebed. Hoe kunt ge God liefhebben, Die ge niet ziet, als ge uw medemens, die ge wel ziet, blijft haten, zeker als de medemens een gedoopte christen is. Het christelijke gebed zet aan tot naastenliefde en ik denk dat het een van de eerste kenmerken moet zijn van het echt christelijk gebed. Een christen zal nooit bidden opdat er een ongeluk zou gebeuren aan die of die persoon, want de Heer Jezus zegt in de Bergrede, die toch het centrale gedeelte is van het Evangelie "Doet wel aan die u haten", ook al is dat een broeder of zuster uit uw eigen Kerk, en dat zegt Paulus erbij; Paulus schreef over de "valse broeders". "Bid voor wie u vervolgen.", zegt de Heer Jezus. Als dat geen naastenliefde is. Het christelijke gebed, is een gebed waarin wij vragen dat God barmhartig zou zijn voor wie ons kwaad willen doen. Zover ging ook de Heilige Stefanus. Naar het voorbeeld van Jezus Christus Die zo op het kruis bad, bad ook Stefanus voor diegenen die hem stenigden: "Vergeef het hun, ze weten niet wat zij doen." Als ik zo nadenk over de kenmerken van het christelijke gebed, dan is dit wel het eerste en het voornaamste kenmerk ervan. Ons gebed moet uitdrukking geven aan onze liefde voor de naaste, wie hij of zij ook is, van welke huidskleur ook, vriend of vijand .
2) Een tweede kenmerk is dat het christelijke gebed vraagt om Gods Wil te mogen doen en te zien geschieden in ons leven. Het gebed dus als bron van trouw aan onze christelijke plicht als trouwe dienaren en dienaressen van Jezus Christus. En ook dat doen we omdat Jezus Christus Zelf het ons heeft voorgedaan en de Heer heeft in de Hof van Olijven gebeden: "Niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede." Dus maak ik mijn wil conform aan Jezus wil om Gods wil te doen. Die kracht krijgen wij, maar wij vragen ze ook in het authentieke, christelijke gebed. Ik denk dat dit het kenmerk is van authentiek, christelijk gebed.
3) Een derde kenmerk van het christelijke gebed is de christelijke vreugde, dat is ook de vrucht van de liefde. Het christelijke gebed doet in ons hart de vreugde ontstaan, of het wekt ze op. Die vreugde komt voort uit ons verrijzenisgeloof. Dat zien we vooral in het Eucharistisch gebed in de Paasliturgie die overloopt van vreugde en van Allelujas Geen enkel christelijk gebed leidt tot droefheid. Een gebed kan wel opwekken berouw, droefheid over de zonden, maar zeker niet tot geestelijke droefheid of angst; hopeloosheid, droefheid die een soort wanhoop is, bestaat nooit in een authentiek, christelijk gebed. Sinds Pasen is onze droefheid in vreugde veranderd en een christen is altijd vol goede moed wat er ook gebeure in zijn leven. Ik denk dus dat het 3de kenmerk van een authentiek, christelijk gebed is, dat het een bron van vreugde is in ons.
Natuurlijk zijn wij bedroefd, bijv. bij een overlijden of zo, maar u begrijpt de droefheid die ik bedoel. Het gaat om de wanhoop en die kent een christen niet. De christelijke hoop is een deugd waarover niet genoeg gepredikt wordt in de Kerk, vind ik. Vele christenen, ook priesters, zijn gedeprimeerd. Maar hoe komt dat toch? Omdat ze de vreugde van het verrijzenisgeloof missen.
4) Een vierde kenmerk is zachtheid en nederigheid. Het zijn twee deugden die de priester moet hebben, maar ook iedere christen en Jezus Christus heeft ons deze deugden voorgeleefd. Een agressief gebed, een gebed waarin men zichzelf ophemelt (zoals die farizeeër in de parabel), kan geen echt, christelijk gebed zijn. De parabel leert ons twee manieren van bidden. De ene begint te bidden als volgt: "Ik ben blij dat ik veel beter ben dan de anderen. Heer, kijk eens naar mij!" Maar de tollenaar zei: "Wees mij zondaar genadig." Die wist dat hij zondaar was en dat hij Gods ontferming nodig had om in het reine te komen. Daar dacht de farizeeër niet eens aan. Als we egoïstisch zijn en jaloers op de medemens, dan kan ons gebed niet echt christelijk zijn. Het echte, christelijke gebed gaat juist gepaard met de erkenning van onze geringheid en dat we zonder God niet kunnen. Het echte, christelijke gebed is een bron van nederigheid. "Zonder Mijn genade kunt ge niets.", zegt de Heer in het Evangelie. Typisch zon gebed is het Magnificat waarin Maria zegt: "God heeft op de geringheid van Zijn dienstmaagd willen neerkijken."
5) Een ander fundamenteel kenmerk is dat het authentieke, christelijke gebed eenvoudig is. "Als ge bidt, bidt dan niet met veel omhaal van woorden, want dat doen de heidenen. Maar bidt met eenvoudige woorden.", en in dat verband leerde de Heer Jezus het Onze Vader aan Zijn apostelen. Het is niet omdat ge geleerde gebeden en ingewikkelde formules gebruikt, dat God u meer zal verhoren. "Wordt als kinderen.", zegt de Heer Jezus. Ik zou eraan toevoegen: "Bidt ook als kinderen.", in alle eenvoud en voor wie is als een kind, aan hem behoort het Rijk der Hemelen; dus voor de armen van geest, want dat zijn de nederigen. Er is niets van wat we hebben, en van al ons verstand dat we hebben, dat we niet hebben ontvangen, eerst en vooral van God. Er is geen enkele reden om onszelf te overschatten. Integendeel
6) Het authentieke, christelijke gebed stelt niet het vertrouwen alleen op zichzelf, maar alle vertrouwen wordt in God gesteld en dat bewijst dat men met Zijn hulp juist alles kan. Dat weerspiegelt zich in het christelijke gebed, zoals het gebed van de tien melaatsen: "Jezus, Meester, heb medelijden met ons." En Jezus stuurde hen naar de priesters, en onderweg werden ze gereinigd van hun melaatsheid. Maar het mirakel had slechts bij één van hen geleid tot een echt geloof in Jezus Christus Godheid, en die kwam terug om Hem te bedanken. "Uw geloof heeft u gered." Hij was gered van zonde, want dat is een soort lepra van de ziel.
7) Het christelijke gebed is een smeken tot God omdat we weten dat we "arm" zijn als we alleen aan onszelf overgelaten worden en dat we alles van God verwachten. Ook dat is een kenmerk van het authentieke, christelijke gebed. De christelijke mens is zich in zijn gebed ook bewust dat hij stof en as is, we zeggen het ook in de Vastenliturgie.
8) Het laatste kenmerk van een authentiek, christelijk gebed is dat het een gebed is van mensen die weten dat ze arme zondaars zijn, die weten dat ze Christus bemiddeling nodig hebben, en dus is het christelijke gebed doordrongen van het besef dat we de genade nodig hebben, de noodzaak aan Verlossing. Dat besef had de farizeeër niet, maar wel de tollenaar. Het echte, christelijke gebed is dat van de tollenaar. Het "Kyrie Eleison" is de Griekse vertaling van "Heb erbarmen, Heer.", d.i. "Wees mij genadig." Het "Kyrie Eleison" komt voor in de Litaniegebeden en ook in de gezongen Heilige Mis op zondag. U weet nu dat dit dus een echt christelijke gebed is als we het ook bidden en zingen met het diepe besef dat we Gods erbarmen nodig hebben. Het "Kyrie Eleison" kwam voor in de oudste Liturgieën, al vanaf de 6de eeuw.
Het gebed kan verschillende vormen aannemen. Het kan een aanbidding zijn, zoals de aanbidding van de H. Hostie in het Lof. Maar we aanbidden alleen God, d.i. met een cultus van Latria! Een mens aanbidden we niet. Heiligen vereren we, en we bidden tot hen, maar we aanbidden ze niet. Dat is een belangrijk verschil! Het gebed kan ook een lofprijzing zijn. "Ere zij God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest" is een typische formule. We noemen dat een doxologie. Het Gloria in de H. Mis is een typisch voorbeeld van een lofprijzing. De Bijbel zit er vol van (o.a. de Psalmen). Het gebed kan ook dankgebed zijn. In de Liturgie vinden we dergelijke dankgebeden. Jezus, Die het brood zegende en het brak en een dankgebed sprak bij de broodvermenigvuldiging en op het Laatste Avondmaal. Ons gebed kan een akte van berouw zijn; (er is onvolmaakt en volmaakt berouw), en het kan tenslotte een vraaggebed zijn, volgens de aanbevelingen van Paulus: "Geef uw verlangen te kennen aan God.", (Fil. 4,6).
En Jezus aanbevelingen: "Vraag en u zal worden gegeven." "Wie zoekt, die vindt;" "Uw hemelse Vader zal u niets weigeren als ge vraagt in Mijn Naam.", maar ik voeg eraan toe dat wat ge vraagt wel nuttig moet zijn voor uw zielenheil (d.i. in Mijn Naam!). Het vraaggebed wordt gebeden om geestelijke dingen te vragen (zielenheil!), maar ook materiële dingen kan men vragen in de mate waarin die voor ons zielenheil nuttig zijn! Er was eens een student aan de universiteit die ging bidden aan de grot van O.L. Vrouw van Lourdes wanneer het examens waren om een goed examen te mogen afleggen. Maar wanneer hij geslaagd was, ging hij toch niet naar de H. Mis en hij ging gewoonlijk nooit naar de H. Mis. Maar toch, telkens als de examens er waren, ging hij even bidden Er zijn ook christenen die bidden om materiële gunsten, bijv.: "Als ik win met de Lotto, zal ik de helft van de winst geven aan goede werken voor de Kerk. Zoiets mag wel! Maar ge moogt geen pure materiële dingen vragen zonder dat er nut is voor het geestelijk welzijn of voor de zielezaligheid. "Zoek eerst het Rijk Gods.", zegt de Heer. Vraag dus in uw gebed opdat het Rijk Gods zou komen en al de rest zal u erbij gegeven worden. Eerst bidden we "Uw Rijk kome" en pas daarna "Geef ons heden ons dagelijks brood" (d.w.z. al wat we nodig hebben voor ons leven van elke dag). Er is dus een hiërarchie van onze verlangens, dat is duidelijk als ge het "Onze Vader" bidt, toch het centrale gebed van alle gebeden.
"Men moet voortdurend bidden.", zegt de Heer (Luc. 18,1) en Paulus zegt hetzelfde (1 Tim. 5,17). Maar hoe kan men voortdurend in gebed zijn? Door s morgens uw offerande te bidden en al uw daden en gedachten op te dragen. Zo zal ook uw werken veranderen in een voortdurend gebed. De priester bidt ook iets dergelijks in de Primen (die sinds Vaticanum II werden afgeschaft). Er zijn verschillende manieren om persoonlijk te bidden. Er zijn schietgebedjes en er is de meditatie en de contemplatie! Neem een boek om je te helpen.
Er is ook het gebed in familieverband. De 1ste kern van de Kerk is toch het gezin. De huwelijksband tussen man en vrouw is naar het voorbeeld van Christus en de Kerk. Het christelijke gezin speelt een fundamentele rol in het leven van de Kerk.
Er is ook het zgn. officiële gebed van de Kerk dat zijn uitdrukking vindt in de Liturgie! Dit gebed komt van de Kerk zelf. Gebeden, rituelen, gezangen en gebaren zijn vastgelegd door de kerkelijke autoriteiten. De Liturgie is de uitdrukking van het officiële gebed van de Kerk als Kerk en niet het gebed van enkele privépersonen. Zo is bijv. het Eucharistisch gebed, het gebed van geheel de Kerk; zo ook het breviergebed. Als ik s morgens mijn brevier bid, dan bid ik als minister van de Kerk, niet als privépersoon! De Liturgische Tradities kunnen variëren naargelang de tijd en de plaats, maar ze worden gefixeerd door de paus en de bisschoppen, dus door het kerkelijke gezag. De bisschop is het gezag over de Liturgie en niet de pastoor van de parochie, noch de gelovigen. ALLEEN de paus heeft gezag over geheel de Kerk. De Liturgie is dus een werk van de Kerk en van Christus door de Kerk!
Een bijzonder element is de Liturgie van de Heilige Mis, het geheel van rituelen en gebeden waarmee het Kruisoffer sacramenteel herhaald wordt op het altaar. De H. Mis is het essentiële element van het openbare gebed van de Kerk. De H. Mis is een gebed en een daad waarmee Jezus Christus Zich offert aan God de Vader door de priester en met Hem offert zich ook heel de Kerk door dezelfde priester. Door dit offer nemen wij deel aan ons verlossingsmysterie. Het Kruisoffer is de enige bron van alle genade in de Kerk. De H. Mis is daarom het hoogtepunt van het gebed van de Kerk. We onderscheiden offerande, consecratie en communie als de drie essentiële elementen van elke Misviering. De Liturgie kan veranderen naar gelang de plaats en de tijd. Er bestaan boeken die de geschiedenis van de Liturgie vertellen en die bestaan ook over de Oosterse Liturgieën. Het Latijn in de Liturgie werd algemeen ingevoerd in de 4de eeuw. Voordien was het Grieks de Liturgietaal. Nu is dat de volkstaal, maar de vertalingen moeten wel worden goedgekeurd door de kerkelijke autoriteiten. De elementen van de Liturgie zijn: de H. Mis, de sacramenten en het Brevier.
Zo ge de H. Mis bijwoont, moet ge wel de moeite doen om na te gaan welk feest men die dag viert. Er is dus een hele jaarcyclus van feesten (vanaf de 1ste zondag van de Advent; de cyclus van de Kerst- en Paaskring en de cyclus van Pinksteren). Om woorden en riten van de H. Mis beter te begrijpen, heb ik een reeks van zeven magistrale conferenties gemaakt, die ik zal bundelen:
1. Inleidende beschouwingen over Kruis en Kruisoffer. 2. De werkelijke Tegenwoordigheid. 3. De communie. 4. De oriëntatie van het gebed. 5. Vaticanum II. 6. De postconciliaire Liturgiehervorming. 7. De hervorming van de hervorming onder paus Benedictus XVI.