For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
07-04-2011
Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)
De Priester veroordeelt de Boodschappen.
**********************************
Ik was regelmatig naar het seminarie gegaan om de priester te bezoeken. Op een dag vroeg hij mij of hij aanwezig mocht zijn tijdens het verschijnsel wanneer ik met de hemel in gesprek was, en toen het gesprek begon kwam hij naar mij toe en raakte mijn hand aan om te zien of hij mij kon tegenhouden. Hij voelde onmiddellijk een soort tintelende stroom door zijn arm gaan. Hij zei niets tegen mij, maar later, daar dat elektrische gevoel de hele middag bij hem bleef, ging hij naar een andere priester in het seminarie om te vertellen wat hij had beleefd. De andere priester wist van mij. Toen hij hem over het incident vertelde, beoordeelde die het eerder als afkomstig van de duivel dan van God en vroeg hem mij naar hem toe te brengen. Hij besprenkelde zijn kamer met wijwater, de stoel waarop ik moest gaan zitten, de werktafel, en het potlood dat hij mij wilde laten gebruiken. Ik ging erheen en hij vroeg mij "wat dan ook" op te roepen waarmee ik contact had en "het" te vragen te schrijven: "Ere zij de Vader, de Zoon en de Heilige Geest." k bad en vroeg God dit voor mij te schrijven. En Hij deed het, maar met zoveel kracht dat het potlood brak en ik het moest afmaken met een pen. De priester was woedend en tevens erg geschrokken. Hij begon mij alles te vertellen over Satanisme, het kwaad, de magie en stomme geesten, en dat de geest waarmee ik contact had niet Goddelijk was maar een stomme geest. Hij vervulde mij met schrik. Toen ik opstond om weg te gaan, zei hij tegen mij dat ik niet meer naar het seminarie moest komen en naar de kerk tenzij ik stopte met schrijven, tenminste gedurende enige tijd en dat ik ook de andere priester met rust moest laten. Hij gaf mij drie gebeden om dagelijks te bidden ( het gebed tot Sint Michael ) het Memorare van Sint Bernardus en de noveen tot het Heilig Hart van Jezus ). Hij gaf mij ook een rozenkrans in de hand. Geschokt, ging ik terug naar de eerste priester die tenminste vriendelijker was en ik vertelde hem wat er was gebeurd. ik zei hem, dat de andere priester iet wilde dat ik hem bleef bezoeken en dat ik moest ophouden met deze bezoeken. Hij sloeg zijn blik neer, boog het hoofd naar een kant en antwoordde niet. Daardoor besefte ik dat hij ermee instemde. Ik zag duidelijk en begreep dat ik, door hem niet meer te bezoeken, hem onmiddellijk bevrijdde van een enorm kruis. Ik wist nu dat ik een persona non grata was, dus stond ik op en riep hard: "U zult mij nooit meer zien in uw huis, niet voordat ik welkom ben!" En zo vertrok ik, in de veronderstelling dat ik de katholieke huizen voorgoed verlaten had. Ik ging terug naar huis en huilde mij de ogen uit. Mijn engel kwam om mij te troosten door mijn voorhoofd te strelen. Ik klaagde tot God, "Ik ben verward en mijn ziel is treuriger dan iemand zich kan voorstellen. Ik weet het niet meer. U zegt dat U het bent, en mijn hart voelt en weet dat U het bent, maar hij zegt dat het de duivel is. Als U het bent, dan wil ik dat deze priester eens zal toegeven dat mijn contacten Goddelijk zijn, en dan zal ik geloven!" God zei eenvoudig, "Ik zal hem buigen..." De engel was erg teder voor mij. Hij verbond mijn geestelijke wonden zeer voorzichtig. Ik bad elke dag de gebeden die de priester mij had gegeven en deed precies wat hij mij gevraagd had te doen. Ik hield op het charisma dat God mij gegeven had te gebruiken en vermeed het te schrijven. daar ik in een Moslim - land leefde, kocht ik een Koran om te bestuderen en met onze Bijbel te vergelijken. Op een dag, toen ik aantekeningen maakte, verscheen tot mijn verbazing de Hemelse Vader aan mij. Alleen aan Zijn aanwezigheid vervulde mij met een onbegrijpelijke vreugde en Hij zei tegen mij: "Ik God, bemin je, dochter, onthoud dit altijd. Jahweh is Mijn Naam;" En terwijl ik het potlood vasthield, gebruikte Hij mijn hand om op mijn notitiepapier te schrijven. Even later daalde Hij naast mij neer en weer kwam Hij zeggen, terwijl Hij mijn hand gebruikte: "Ik, God, bemin je; Vasulla, onthoud dit altijd; Ik ben Degene die je leidt; Jahweh is Mijn Naam." Dit was zo ontroerend dat ik in tranen uitbrak. Ik was als een gevangene, verboden om tot mijn Vader te spreken, verboden enigerlei contact met de hemel te hebben, verboden het charisma te gebruiken dat God Zelf mij had gegeven, en verboden om deze manier te gebruiken om de Vader in de hemel te naderen. Bij al deze verboden, wie komt er om mij in de "gevangenis" te bezoeken? Degene die mij het meest bemint! De Tederste Vader, Degene die het hele universum in de palm van Zijn Hand houdt, om mij Zijn genegenheid en liefde te tonen.
Wordt vervolgd.
Hierbij zenden we u het derde en laatste deel van de Vastenbezinningen van Abbé Max Huot de Longchamp.
Dierbare vrienden,
Hierbij zenden we u het derde en laatste deel van de Vastenbezinningen van Abbé Max Huot de Longchamp.
We hopen de vorige delen u reeds mogen inspireren hebben bij deze voorbereiding op Pasen.
Aan het eind van dit boekje is er ook een kruisweg , geïnspireerd door geschriften van heiligen en mystici.
Ze zullen u aan de hand van zeer mooie teksten kunnen helpen in de Goede week.
Met onze hartelijke groeten,
G.C. ((CLAES Guy))
Vasten 2010 Deel 3
Gebedsgroep
"HET CENAKEL"
Waregem
VEERTIGDAGENTIJD voor KRASSELAARS 2010*
In de Leer bij de Heiligen
Eén tekst per dag om op te gaan naar Pasen
Auteur : Abbé Max Huot de Longchamp, Centre St. Jean de la Croix, F-36230 Mers-sur-Indre
Oorspronkelijke Titel : Carême pour les Cancres, 2010. A lécole des Saints.
Vertaling : Hilaire Mestdag, Waregem
Hoe gebruiken ?
We zullen elke dag tien minuten besteden aan het lezen en het overwegen van "Vasten voor krasselaars in de school van de heiligen". De rubriek "Overwegen" zal ons helpen goed door te dringen in de tekst van de dag, die steeds genomen is uit de grote traditie van heiligheid van de Kerk.
De rubriek "Beslissen" zal een concrete verbintenis voorstellen om deze tekst werkelijk toe te passen.
Vasten voor krasselaars heeft elk jaar een welbepaald thema. Deze Vasten 2011 heeft de bedoeling om de fundamenten van een christelijk leven terug te vinden door zes punten onder de aandacht te brengen, die steeds van maandag tot zaterdag van elke week zullen terugkeren.
Op maandag : Tot de Vader bidden met Jezus.
Op dinsdag : Zich bekeren tot Jezus.
Op woensdag : Onze broeders dienen met Jezus.
Op donderdag : Jezus ontvangen in de sacramenten.
Op vrijdag : Met Jezus sterven om met Hem te leven.
Op zaterdag : Jezus volgen met Maria.
Van Aswoensdag tot de eerste zondag van de Vasten, zullen specifieke teksten ons helpen om op weg te gaan, onder het thema :
Binnen treden in de Vasten.
Tijdens de Goede Week zal het thema zijn :
Jezus in zijn passie.
Tenslotte zullen we elke zondag het thema volgen van het Evangelie van de dag.
MAANDAG, 11 april 2011. H. Stanislas.
Alles zeggen aan de goede God.
Zeg aan God wat ge weet over uzelf en over uw familie en wat ge niet zoudt nalaten te zeggen aan een andere vriend, die bij u zou zijn. Hoezeer Hij ook Godis, toch is het voor Hem belangrijk het te weten, omdat Hij u liefheeft en dat er bij de zaken, die u aanbelangen, niets is, dat niet het voorwerp is van zijn liefde. Neem Hem niet voor een koning, die enkel opvattingen van een koning zou hebben en zich alleen maar zou bezig houden met belangrijke dingen of die zou vrezen om zich te verlagen door zijn geest open te stellen om te luisteren naar wat er in een klein gezin gebeurd of wat er gebeurt in het bewustzijn van een klein schepsel
Vrees ook niet om Hem uw misnoegen tegenover Hem toe te vertrouwen en als het idee bij u soms opkomt te mopperen en u te beklagen over zijn gedrag, mopper dan, en doe zoals tegenover andere vrienden en zoals de heiligen bij bepaalde gelegenheden ook gedaan hebben. Beklaag u bij zijn liefde dat Hij u lijkt aan uw lot over te laten en uw roepen en tranen lijkt te misprijzen : "Wat betekent dit, mijn God, Ge miskent uzelf als ik ween en Ge U van mij verwijdert, als ik uw troost het meest nodig heb en uw hand om me te ondersteunen ?" Heb, als uw inspiratie u daartoe aanzet, wat ook diezelfde heiligen gehad hebben, neigingen tot verontwaardiging en een heilige kwaadheid tegenover Hem : Beschuldig Hem door verwijten, die voor zijn goedheid aangenamer zijn dan de aanbiddingen en de onderwerpingen van schuchtere zielen : "Waar zijt Ge, Goddelijke Redder, waar is uw barmhartigheid en uw liefde ?"
Michel Boutault. Methode om met God te praten.
OVERWEGEN.
Men moet zich met de goede God nooit generen. In elk geval, Hij weet alles, Hij ziet alles, Hij hoort alles. Waarom de indruk geven zich te verbergen ?
Kan met het met God niet eens zijn ? Jezus zal er ons zelf een voorbeeld van geven volgende week : "Vader, laat die kelk aan mij voorbij gaan", maar "als Ge wilt". Niet uit schrik, maar uit liefde. Beminnen betekent niet dat men akkoord is, maar dat men de wil van Hem, die men bemint, verkiest boven zijn eigen wil.
Mag men zich tegenover God verontwaardigen ? Er bestaan heilige verontwaardigingen. Bij voorbeeld, deze van Martha en Maria bij het graf van hun gestorven broer : "verontwaardigingen, die voor zijn goedheid aangenamer zijn dan de aanbiddingen en de onderwerpingen van schuchtere zielen".
De enige regel voor het gebed : Zeg alles wat ge wilt aan de goede God, maar zeg Hem iets !"
BESLISSEN.
Ik onderzoek mijn gebed. Is het vreesachtig ? Respectvol ? Verliefd ? Veeleisend ? Vertrouwend ? Afstandelijk ?
DINSDAG, 12 april 2011. Van de feria.
God volledig willen.
Ik heb steeds gezien en van langsom zie ik beter zie ik dat alle goeds zich op één plaats bevindt, te weten in God. En al het andere goede, dat onder hem staat is gedeeld goed. De zuivere en heldere liefde kan van God niets anders verlangen, hoe goed het ook mag zijn, dat gedeeld is. Het is omdat ze deze God volledig wil, gans zuiver, zonder vermenging, immens, zoals Hij is. Moest er aan Hem ook maar het kleinste deeltje ontbreken, dan zou deze liefde daar niet tevreden mee kunnen zijn, maar zou zich in de hel wanen. Ziedaar waarom ik zeg dat ik geen geschapen liefde wil, te weten, een liefde, die langs de weg komt van het verstand, van het bewustzijn of van de wil. De zuivere liefde verheft zich inderdaad boven dit alles. Ze overstijgt alles en roept : ik, ik zal geen rust kennen tot ik zal omarmd en opgesloten zijn in die goddelijke borst waarin zich alle geschapen dingen verliezen en door zichzelf te verliezen, goddelijk worden .
Mijn ik is in God, ik ken er geen ander, buiten mijn God zelf. Elk ding dat het bestaan kent, kent dit door gemeenschap met de soevereine natuur van God. De zuivere en heldere liefde kan zich niet beperken met deze gemeenschap te zien op dezelfde manier als de andere schepselen, die min of meer aan God deelnemen. De echte liefde kan niet verdragen zo op de andere schepselen te gelijken maar in een grote opwelling van liefde zegt ze : mijn wezen is in God, niet door een eenvoudige deelname, maar door een echte omvorming en vernietiging van het eigen wezen.
Katharina van Genua. Wonderbaar leven en doctrine Vertaling Debongnie. Pp. 48-49.
OVERWEGEN.
De echte liefde is totaal : "de zuivere en heldere liefde wil God volledig". De heiligen hebben deze keuze gemaakt, wij hebben ze op de dag van ons doopsel gemaakt en worden uitgenodigd om dit elke dag opnieuw te doen.
Omdat Hij ons liefheeft heeft God de middelen aangewend om tot ons te komen en deze oproep tot heiligheid vindt in ons hart een echo van zijn grote liefdesverklaringen, de echo van zijn genade, zonder dewelke we geen christen zouden geworden zijn.
Aan het einde van deze vasten voelen we misschien het verlangen naar "God volledig", misschien hebben we een geestelijk enthousiasme ontdekt, waar we ons niet hadden aan verwacht, misschien is het moment gekomen om "over te schakelen naar een hogere snelheid" in ons christelijk leven.
BESLISSEN.
Bij het naderen van Pasen en de vernieuwing van mijn doopbeloften, stel ik me voor God de vraag over een "overschakeling naar een hogere snelheid" in mijn christelijk leven.
WOENSDAG, 13 april 2011. Van de feria of de H. Martinus.
Dit alles valt terug op Jezus
Er zijn geesten die er steeds op uit zijn om grappen te maken en verhaaltjes te vertellen van de een en de andere. Ze houden van de deugd en praten er steeds over, het is waar, maar desondanks kunnen ze het niet laten hun woordje te zeggen over sommige gebreken, waar ze over gehoord hebben of die ze gemerkt hebben. Ze doen dit dan op een manier die tot lachen aanzet en die bevalt. En vermits ze zien dat deze manier van doen erg welkom is, schijnen ze niet te geloven dat er daar enig kwaad in zit. Maar kunt ge geloven dat men het gezelschap vrij kan vermaken zonder iemand belachelijk te maken ? Alsof de zachte en aangename manier waarmee men dat doet, zou kunnen beletten dat er vergift in verborgen zit ?
Is de naaste niet dat zeer dierbaar deel van Jezus ? Is hij er niet het oog van ? Is hij er niet het hart van ? Is hij niet iemand waarvoor Hij de liefde beveelt in zijn Evangelie, zoals voor de naaste ? Hij verklaart alles wat men hem aandoet als aan hemzelf gedaan. Welnu, het is hier niet enkel het gevoel, want als men soms met deze delicate verhalen de gevoeligheid van zijn reputatie kwetst of zijn fouten, die vergeten waren, terug bekend maakt, of de kleine fouten vergroot of zich vermaakt met zijn natuurlijke niet te verbeteren gebreken, dan valt dat alles terug op Jezus. De losheid van hun tong toont bovendien goed dat hun harten niets begrijpen van wat het betekent te beminnen.
François Guilloré. Geestelijke conferenties. I, VII, 3.
OVERWEGEN.
Laten we erkennen dat het heel aangenaam is te doen lachen met een naaste. Is het daarom onschuldig ? Is het noodzakelijk de gebreken van iedereen bekend te maken ? Waarderen we zelf grappen als ze ons belachelijk maken ?
Ironie onthult een diep onbehagen met onszelf, een nood om ons te verbergen achter het scherm van de anderen, een vrees, die we zien geboren worden met de erfzonde en die ons belet onszelf recht in de ogen te kijken.
Een gelovige blik op onze broeders verdraagt niet dat men "dat zeer dierbaar deel van Jezus" kwetst : "Ge zult uw naaste beminnen als uzelf". De zorg, die we besteden om het tweede deel van dit gebod te beleven, toont steeds waar we staan in het beleven van het eerste.
BESLISSEN.
Vandaag verbied ik mezelf gelijk welk nutteloos woord te spreken over mijn naaste.
DONDERDAG, 14 april 2011. Van de feria.
Voedsel voor het eeuwig leven.
Als we dus in onze lichamelijke mond het vlees van Christus ontvangen, moeten we dit op geen enkele manier zien volgens de wetten van het gewone voedsel. Dit voedsel is er niet voor ons lichaam, maar voor onze ziel. Dit is helemaal verschillend met het voedsel, waarvan gezegd is : "Alles wat de mond ingaat, in de buik komt en op een zekere plaats wordt verwijderd" (Mt. 15,17). Dit is een voedsel dat in het lichaam niet opgenomen wordt, vermits, in tegenstelling met ander voedsel, dat veranderd wordt in de natuur van ons lichaam, het ons lichaam is, dat veranderd wordt in zijn natuur. En terwijl het ons voorbereidt en klaar maakt voor de toekomstige verrijzenis en de eeuwige onvergankelijkheid, is het én in ons én daar, waar het was, te weten, aan de rechterhand van de Vader. Zo wordt, door het sacrament, een natuurlijke eigenschap het sacrament van de volmaakte eenheid, wanneer wat we eten en drinken, bewerkt dat we in Christus zijn en dat Christus in ons is. Hij is dus zelf in ons door zijn vlees en wij zijn in Hem in de mate dat wat we zijn, in God is. Dat is dus de reden van ons leven : wij bezitten Christus, die in ons vlees verblijft door zijn vlees terwijl we voorbestemd zijn om de toestand te beleven, waarin Hij leeft door de Vader.
Willem van St. Thierry. Over het sacrament des altaars. Hfdst. VI en IX
OVERWEGEN.
"Ik ben het brood, dat uit de Hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid". De Vader geeft ons Jezus als voedsel en dat is de "geestelijke communie".
"En het brood, dat Ik zal geven, dat is mijn vlees voor het leven van de wereld". Jezus geeft ons zijn vlees in de Eucharistie en dat is de "lichamelijke communie" of nog de "sacramentele communie". Communiceren, dat is de persoon van Jezus ontvangen door zijn lichaam te ontvangen. Het is iemand onzichtbaar ontmoeten langs het zichtbaar teken van een lichamelijke uitwisseling.
Christus in de Eucharistie ontvangen is delen in zijn goddelijke staat op het moment dat Hij onze menselijke staat komt delen. Het is de voltooiing van zijn menswording te gelijkertijd met onze vergoddelijking.
BESLISSEN.
In de Catechismus van de Katholieke Kerk lees ik de inleiding op het hoofdstuk over de sacramenten.
VRIJDAG, 15 april 2011. Van de feria Vleesderven.
Echte en valse versterving.
Als men verstervingen doet door inspanning of door redeneren, zullen ze enkel kwaad voortbrengen. Ik noem ze door inspanning als men ze, zonder een inwendige drang te voelen of een geestelijke smaak, enkel doet omdat men ze vroeger ook deed en dat men niet in vurigheid wil verminderen. Als me ze doet ten gevolge een vreesachtige schrik om niet te voldoen aan de wil van God. Als het verlangen, als de wil die ons bezielt stroef is, hard, moeizaam, verwarring verwekt, onrust, in de ziel een zeker onbehagen veroorzaakt, dan hebben we te doen met een inspanning. Deze verstervingen brengen geen enkele verdienste mee en kunnen enkel schade berokkenen aan de ziel. Opdat ze goed zouden zijn en voordeel zouden brengen voor onze heiliging, moeten ze zoet zijn, moeten ze zachtheid en moed brengen in de ziel en ons met meer beslistheid optillen naar God en ons aan Hem hechten.
Heb dus een vrije geest in dit alles. Wees ruimdenkend, geef uw ziel aan God en leef helemaal voor Hem. Denk er aan dat er een groot verschil is in de heiligheid van Onze Heer en deze van Johannes de Doper. Deze grote heilige heeft nochtans een veel meer verstorven leven geleid dan zijn Meester. Dat was zijn roeping, de genade vroeg dat van hem en hij heeft gehoorzaamd, dat bepaalt echter de heiligheid niet, dat is duidelijk. Dat is zeer goed en zeer nuttig voor de heiligheid, maar enkel als God u daartoe roept en het u influistert.
François Libermann. Brief van 13 februari 1846 aan Abbé Dat.
OVERWEGEN.
Houdt God van iets waar wij niet van houden ? Is de heiligheid noodzakelijk onaangenaam ? Als men de vraag zo stelt is ze niet op te lossen. Adam en Eva waren volmaakt heilig in het paradijs en dat was zeer aangenaam. De hel is het tegenovergestelde van de heiligheid en ze is zeer onaangenaam !
Men begrijpt niets van het christelijk leven als men er over spreekt in termen van moeilijkheid en van verdienste : "Als we God zouden kunnen dienen zonder verdienste, dan zouden moeten verlangen het te doen" zegt de H. Franciscus van Sales. De enige maatstaf van een echt christelijke praktijk is de groei in eenheid met God. De goede verstervingen zijn deze, "die ons met meer beslistheid optillen naar God en ons aan Hem hechten".
Welke verstervingen moeten we doen ? God zelf zal het ons zeggen als we daar buiten er naar streven Hem te beminnen met gans ons hart, gans onze ziel en al onze krachten.
BESLISSEN.
Boete doen maakt deel uit van het Christelijk leven en de versterving maakt deel uit van de boete (zie vrijdag, 1 april). De Kerk vraagt me om elke vrijdag een boetedaad te stellen. Ik maak gebruik van deze vasten om deze gewoonte aan te nemen.
ZATERDAG, 16 april 2011. Van de feria.
Maria verenigt ons met Jezus.
Ik zeg dat, om de genade van God te vinden, men Maria moet vinden. Omdat 1) alléén Maria genade gevonden heeft voor God, én voor zichzelf, én voor ieder mens in het bijzonder ; 2) Het is zij die het bestaan en het leven gegeven heeft aan de Maker van alle genade en, om deze reden, wordt ze de Moeder van de genade genoemd ; 3) God de Vader, van wie alle volmaakte gave en alle genade voortkomt, als uit haar noodzakelijke bron, heeft haar, door haar zijn Zoon te geven, ook al zijn genaden gegeven, zodat, zoals de H. Bernardus zegt, haar de wil van God gegeven is in Hem en met Hem ; 4) God heeft haar verkozen als schatbewaarster, beheerster en verdeelster van al zijn genaden, zodat al zijn genaden en al zijn gaven door haar handen passeren.
Men mag zich bijgevolg niet voorstellen zoals sommige valse verlichte geesten doen, dat Maria, omdat ze een schepsel is, een belemmering zou zijn voor de vereniging met de Schepper. Het is niet meer Maria, die leeft, het is enkel Jezus-Christus, het is God alléén, die leeft in haar. Haar omvorming in God gaat meer boven deze van de Heilige Paulus en de andere heiligen, dan de hemel boven de aarde verheven is. Maria is enkel gemaakt voor God en zo houdt ze nooit een ziel voor zichzelf, integendeel, ze werpt ze in God en verenigt ze des te meer volmaaktheid met God, naargelang deze ziel zich met haar verenigt. Maria is de wonderbare echo van God, die enkel "God" antwoordt als men "Maria" roept, die alleen maar God verheerlijkt als men, met de heilige Elisabeth, haar gelukzalig noemt.
H. Louis-Marie Grignon de Montfort. Het geheim van Maria, 6s.
OVERWEGEN.
Maria en Jezus zijn één. Er is geen enkel gevaar voor concurrentie tussen hen ! Maria zal ons altijd naar Jezus leiden, ze zal zelfs de meest rechtstreekse weg naar Hem zijn. Ze is immers maar Maria als ze in eenheid is met Jezus.
Waarom zijn Christenen zo gehecht aan Maria ? Zonder twijfel omdat ze, door aan God zijn mensheid te geven ("het is zij die het bestaan en het leven gegeven heeft aan de Maker van alle genade") ons het volmaakte voorbeeld gegeven heeft van het Christelijk leven en de volmaakte toegang tot het goddelijk leven.
"Alléén God leeft in Maria". In haar is onze God "moederlijk vader" zou de heilige Franciscus van Sales zeggen. Door haar komt de almachtige God ons tegemoet met de eenvoud en de tederheid van een moeder.
BESLISSEN.
Morgen begint de "Goede Week". Ik organiseer deze week en voorzie daarbij mijn deelname aan de liturgie van deze dagen.
ZONDAG, 17 april 2011. PALMZONDAG EN PASSIEZONDAG.
Jezus, die "gehoorzaam is tot in de dood".
Jezus heeft de mens met God verbonden en verenigd. Als het immers niet een mens geweest was, die de vijand van de mensen overwonnen had, dan zou de vijand niet terecht overwonnen geweest zijn. En als het niet God geweest was, die ons het heil had gebracht, dan zouden we het niet stevig hebben. En als de mens niet met God verenigd was, dan zou hij geen deel gehad hebben aan de onvergankelijkheid. Het was immers nodig dat de bemiddelaar tussen God en de mensen, door te behoren tot de ene en de andere, ze met mekaar verenigt in vriendschap en eensgezindheid. Hij maakt dat God de mens aanvaardt en de mens zich aan God geeft. Hoe zouden we kunnen deelnemen aan de aanvaarding als kinderen, zonder van God door de Zoon de gemeenschap met God te verkrijgen, zonder dat zijn Woord zich aan ons meedeelt door vlees te worden ? En het is daarom dat hij ook in alle tijdperken van het leven is binnengetreden en zo aan alle mensen de gemeenschap met God geeft.
Het was dus nodig dat Diegene, die de zonde moest doden en de mens, die de dood verdiende, moest vrijkopen, zich tot deze mens maakte, deze mens, die tot slavernij gebracht was door de zonde en onder de macht van de dood weerhouden was, opdat de zonde zou gedood worden door de mens en de mens bevrijd werd van de dood. Want, zoals door de ongehoorzaamheid van één enkele mens, die de eerste was om gevormd te worden uit de maagdelijke aarde, allen zondaars geworden zijn en het leven verloren hebben, zo was het nodig dat door de gehoorzaamheid van één mens, die de eerste is, geboren uit de Maagd, dat allen gerechtvaardigd zouden worden (1 Rom. 5,19) en het heil zouden ontvangen.
Heilige Ireneus. Tegen de ketterijen, III, 1.
OVERWEGEN.
De Goede Week laat ons toe stap voor stap het mysterie van ons heil te volgen, of nog : het mysterie van onze verlossing, het mysterie van de verzoening van God met de mens door het verzaken aan de zonde. Volmaakt God en volmaakt mens in zijn persoon, is Jezus deze verzoening en Hem deze week stap voor stap volgen betekent met Hem de overgang beleven van onze dood naar Zijn leven.
Jezus volgen ? Meer nog : zich in Hem laten omvormen. "Gij zijt het lichaam van Christus", zegt Paulus aan de Christenen. Meer dan het navolgen van Christus, is het Christelijk leven, deze lichamelijke vereniging met Christus, ten titel van zijn absolute liefde voor ieder van ons "opdat ge in Mij zoudt zijn, en Ik in u, zoals Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is", zegt Hij ons.
Laten we ten volle bewust worden van de kracht van deze vereniging, die Christus gewild heeft tussen Hem en ons, om, in de loop van deze week, te begrijpen hoe zijn Passie de sleutel is van onze verrijzenis.
BESLISSEN.
Ik geef de palmtak, die vandaag voor de processie gewijd werd, een ereplaats in mijn huis en ik overweeg de passage van de brief aan de Christenen van Fillippi, die in de loop van de H. Mis van vandaag gelezen wordt.
MAANDAG, 18 april 2011. Maandag in de Goede Week.
Met de goede moordenaar aan het kruis.
Let op het korte zinnetje van de goede moordenaar : "Denk aan mij !", alsof hij wilde zeggen : "Jezus, neem me aan als deelgenoot van uw lijden, dat ik samen met u onderga. Zonder U zou dit harde kruis voor mij een marteling zijn, maar met U, zal het voor mij bron en voorwerp zijn van zaligheid".
Het kruis heeft op ons nooit zijn harde uitwerking, tenzij we het alléén willen dragen, zonder Jezus. Laten we dus dikwijls aan Jezus zeggen : "Denk aan mij ! Dat ik altijd bij u zou mogen zijn en dat ik alles wat er me zou kunnen overkomen, zou krijgen vanuit uw liefhebbend Hart als een dikke koord om me naar U toe te trekken en me met U te verenigen, zelfs als moest het mij mijn leven kosten".
Wat is het een groot ongeluk om zo weinig bereid te zijn voor het lijden, dat we niet kunnen vermijden en dat voor ons zulk een geluk zou verdienen om Jezus te horen spreken in ons hart ! Helaas ! Hoeveel kwaad begaan we niet elke dag door niet te weten hoe voordeel te halen uit onze pijnen ! En hoeveel genaden en verdiensten verliezen we niet door niet te weten hoe onze tegenslagen te gebruiken, die ons met Jezus-Christus laten regeren in het Koninkrijk van de Hemel, zoals Hij het belooft aan de goede moordenaar en aan allen die bereidwillig lijden, die niet vragen af te komen van het kruis, maar die wensen in alles en overal eenvormig te zijn met Jezus, in het besef dat men niet met Jezus-Christus kan verenigd zijn zonder het kruis.
Daarom moeten we verlangen naar het kruis en sterven aan het kruis, omdat het lijden van Jezus voor ons de glorie verdiend heeft. Ons lijden, verenigd met het zijne zal ons op aarde de kronen van het leven in eenheid doen dragen en in de Hemel, deze van de glorie.
Martial dEtampes. De drie nagels, IV,2.
OVERWEGEN.
We zullen deze Goede Week beleven met de goede moordenaar. Gans zijn verdienste, van hem, die enkel een misdadiger was, was zich volledig aan Jezus toe te vertrouwen. En ogenblikkelijk werd hij een grote heilige, de eerste om het verloren paradijs terug te vinden !
Jezus vraagt ons niets moeilijks, enkel dat we Hem vertrouwen schenken. Al onze beproevingen zouden momenten van geluk kunnen worden als, in plaats van alles te doen om ze te vermijden, we zouden beginnen om ze met Jezus te beleven.
Alles wat kruis is in ons leven, vraagt om een kapitaal te worden van liefde en geluk : "Het kruis heeft op ons nooit zijn harde uitwerking, tenzij we het alléén willen dragen, zonder Jezus".
BESLISSEN.
Vandaag zal ik me over niets beklagen.
DINSDAG, 19 april 2011. Dinsdag in de Goede Week.
Van het kruis naar de vreugde.
In het begin zijn kruisen hard en pijnlijk, ze snijden diep in het vlees en leiden tot de verdeeldheid van de ziel. Later, als de natuur wat onderworpen is en de ziel de gewoonte heeft aangenomen om gehecht te zijn en volledig onderworpen aan Gods willekeur, worden de zorgen niet zo moeilijk meer om te dragen, omdat de zinnen onderworpen zijn. De ziel gaat meer rechtstreeks en onafhankelijker naar God.
Het vlees blijft daarom niet minder ellendig. Wij blijven verder alle soorten slechte genegenheden hebben, die in ons de kop opsteken. Ze komen echter nooit tot aan de ziel of beproeven ze veel zeldzamer dan gewoonlijk. We ondervinden zelfs nog slechte bekoringen, de ziel kent echter een zekere gerustheid in zich die haar in vrede houdt te midden dat alles.
Wat er daarin het beste is, is, dat de zorgen, de vernederingen en alle andere geestelijke kwalen, die voorheen met gans hun gewicht de neiging hadden om van God te verwijderen, van zich op zichzelf terug te plooien en het onmogelijk maakten zich toe te leggen op God en op de zaken van God, nu het tegenovergestelde effect hebben. Hoe heviger deze smarten en beproevingen zijn, des te meer is de ziel met God verenigd en des te meer legt ze zich vurig toe op de Goddelijke werken, die ze in handen krijgt. Zo dat het rechtstreeks gevolg van deze smarten is, dat de ziel nog meer met God verbonden wordt. En ook, eens we het geluk hebben zo ver te zijn, vinden we ons genot in de kruisen.
François Libermann. Brief van 1839.
OVERWEGEN.
Het kruis is verscheurdheid, anders zou het geen kruis zijn. Jezus heeft het kruis niet overwonnen, Hij heeft het aanvaard. Hij vraagt niet dat we sterker zouden zijn, dan we zijn, maar dat we vertrouwen zouden hebben in Hem, die dit kruis toelaat. Dit kruis, dat, inderdaad, onbegrijpelijk geworden is sinds de erfzonde.
Het kruis is geen vervloeking. Aanvaard als komend uit de hand van de Vader, wordt het opnieuw wat het zonder de zonde altijd zou geweest zijn, de pijn van een baring, de overwinning van het leven over de dood, het "kreunen en het lijden in barensweeën van de ganse schepping, die verlangt naar de openbaring van Gods kinderen" (Rom.8,22)
Deze bekering komt niet in één dag. We moeten niet verwonderd zijn over onze opstandigheid, onze traagheid, ons verlangen om ons van het kruis te ontdoen. Dat ook maakt deel uit van het kruis, maar, aan Jezus toevertrouwd, wordt het kruis opnieuw een bron van leven.
BESLISSEN.
Ik zal me vandaag niet enkel niet beklagen maar ik zal God reeds op voorhand vragen me de kruisen geven, die Hij wil, en hoe sterk mijn tegenzin ook moge zijn, zeg ik Hem dat ik ze aanvaard in geloof.
WOENSDAG, 20 april 2011. Woensdag in de Goede Week.
Een werkelijke liefde.
Onze Heer heeft de dood aan het Kruis gekozen om ons zijn liefde te tonen, temeer omdat de liefde, die Hij voor ons koesterde zich niet kon tevreden stellen met de keuze van een zachtere dood. Hoe meer men bemint, hoe meer men wil lijden voor hetgeen men bemint. Gods Zoon is aan een kruis klein gemaakt en wie heeft Hem aan het kruis gebracht ? Zeker, het was de liefde. Wel, vermits het zeker is dat Hij gestorven is uit liefde voor ons, is het minste, dat wij voor Hem kunnen doen, te leven van liefde.
Wat kan ik daar meer aan toevoegen, tenzij u uit te nodigen om te luisteren naar wat Paulus ons vandaag aanraadt : dat we zouden trachten in onszelf te voelen wat onze Meester die dag voor ons gevoeld heeft ? Wat wil die grote Heilige ons zeggen ? Wil hij dat we een zuivere gevoelsliefde zouden hebben voor Onze Heer aan het Kruis ? Wil hij dat we zouden tranen storten uit medelijden ? O, nee, de Redder vraagt van ons niet een gevoelsliefde, die ons tranen doet storten of bij ons zoveel nutteloze verlangens veroorzaakt, de hel is vol van dergelijke verlangens ! Hol zijn deze gevoeligheden, die we nochtans nastreven alsof ons heil er van zou afhangen. Men moet ze noch verlangen noch nastreven. Het behoort de zwakke geesten af te hangen van deze gevoeligheden, die gewoonlijk enkel dienen voor het vermaak. Het is de werkelijke liefde, die de Heer verlangt en het is die liefde, samen men de gevoelsliefde, die Hij ons getoond heeft aan het Kruis terwijl Hij ze beiden heel goed met mekaar verbonden heeft.
H. Franciscus van Sales. Sermoen van 28 maart 1614.
OVERWEGEN.
Het Kruis van Jezus was geen noodlot maar een keuze, de keuze om tot het einde toe aan ons trouw te blijven, zonder vals te spelen met de logica van de leugen en de zelfzucht, die sinds de erfzonde in de wereld heerst. Jezus bemint. Daar, waar wij niet beminnen : dat is de beweegreden van zijn passie.
We kunnen Jezus beklagen of hem bewonderen, eventueel enkele vrome gevoelens opwekken over de hardheid van de mensen en de goddeloosheid van onze tijd, kortom, ons tevreden stellen met enkele "gevoeligheden" zoals bij het lezen van een spijtig "fait divers".
De Goede Week beleven, dat is "werkelijke liefde" toevoegen aan deze "gevoelsliefde". Dat is, bewust kiezen wat Jezus gekozen heeft : de waarheid, de liefde, de vergeving en dat in een wereld, die dat niet meer wilde dan de onze.
BESLISSEN.
Ik zal een werkelijke liefde van de gekruisigde Jezus beleven door een gekruisigde broeder te gaan helpen : een zieke, een sukkelaar, een ontmoedigde, en onbekende
DONDERDAG, 21 april 2011. WITTE DONDERDAG.
Waarom verbergt Jezus zich in de Eucharistie ?
Waarom verbergt Onze Heer zich in het Allerheiligste Sacrament onder de heilige gedaanten ? Wel, onze verborgen Heer is beminnelijker dan wanneer Hij zich zou tonen, stilzwijgend. Hij is welsprekender dan wanneer Hij zou spreken, en wat wij denken een straf te zijn, is een gevolg van zijn liefde en zijn goedheid. Ja, moest Hij zich tonen zouden we ongelukkig zijn : het contrast van zijn deugden, zijn glorie zou ons vernederen. Wat ! Zouden we zeggen, een zo goede Vader en zulke miserabele kinderen ! We zouden niet durven naderen, ons niet durven tonen. Nu, nu we enkel zijn goedheid kennen, nu komen we zonder vrees.
Maar moest ik tenminste het hart van Onze Heer kunnen voelen, enkele van zijn vurige vlammen, dan zou ik meer beminnen, het zou mijn hart veranderen en het doen ontvlammen van liefde ! Wij verwarren liefde en het gevoel en als we aan Onze Heer vragen om Hem te beminnen, dan willen we dat Hij ons zou laten voelen dat we Hem beminnen. Het zou wel heel ongelukkig zijn moest dit zo zijn, nee, liefde dat is offer, de gave van onze wil, onze onderwerping aan deze van God. Welnu, wat te voorschijn komt uit de beschouwing van de Eucharistie en van de communie, die de volmaakte vereniging is met Jezus, dat is de kracht. De zachtheid is enkel voorbijgaand, alleen de kracht blijft en wat hebben we anders nodig, tenzij kracht, tegen onszelf of tegen de wereld ?
De kracht, dat is de vrede, welnu, voelt ge u niet in vrede voor Onze Heer ? Dat is het bewijs dat ge Hem bemint. Wat wilt ge meer ?
H. Pierre-Julien Eymard. De Goddelijke Eucharistie, I.
OVERWEGEN.
Wij denken gemakkelijk dat het voor de tijdgenoten van Jezus gemakkelijker was om zich te bekeren dan voor ons omdat ze Hem konden zien. Maar nee ! Ze zagen enkel wat ook wij zien : een arme ("Telkens ge iets voor een van deze kleinen hebt gedaan, hebt ge het voor Mij gedaan !"), een kind ("Wie zulk een kind opneemt in mijn Naam, neemt Mij op !"), een beetje brood ("Dit is mijn Lichaam !").
Jezus is onvoelbaar omdat het gevoel enkel voorbij gaat, terwijl de liefde eeuwig is : "Ik ben met u alle dagen tot aan het einde van de wereld".
In het Heilig Sacrament is Jezus evenzeer aanwezig als 2000 jaar geleden in Jeruzalem. En op deze Witte Donderdag zou het voor ons onvergeeflijk zijn daar niet van te profiteren !
BESLISSEN.
Deze avond neem ik de tijd voor een echte eucharistische aanbidding, zo mogelijk in een kerk waar er een rustaltaar van Witte Donderdag ingericht is. Als ik verre van een kerk ben of thuis opgehouden ben, dan keer ik me naar de kerk en aanbid Jezus in stilte in het Heilig Sacrament, vermits afstand niet telt als Hij werkelijk aanwezig komt.
VRIJDAG, 22 april 2011. GOEDE VRIJDAG. Vasten en vleesderven.
Een door liefde doorboord Hart.
O Jezus, als uw zijde doorboord werd, dan is het opdat wij er zouden kunnen binnen gaan. Als uw hart werd gekwetst, dan is het opdat wij er in en in U zouden kunnen verblijven, bevrijd van uitwendige onrust. Het werd ook gewond opdat wij door deze zichtbare wonde de onzichtbare wonde van de liefde zouden kunnen zien. Hoe zou de vurigheid van deze liefde zich beter kunnen tonen hebben dan door toe te laten dat niet enkel dit lichaam maar ook dit Hart door de lans werd doorboord ? De lichamelijke wonde heeft de geestelijke wonde getoond.
Wie zou er dit gekwetste Hart niet liefhebben ? Wie zou de liefde van zulk een liefhebbend Hart niet vergelden met liefde ? Wie zou zulk een zuiver Hart niet omhelzen ? Ja, zij bemint haar gekwetste vriend, zij, die gekwetst door haar te grote liefde, uitroept : "De liefde heeft me gekwetst !" Beantwoordt ze niet de liefde van haar beminde, als ze zegt : "Zeg aan mijn Lief dat ik ziek ben van liefde ?" (Hoogl. 5,8)
Wij, die nog hier beneden zijn in dit lichaam, laten we met al onze krachten beminnen, laten we liefde vergelden met liefde, omhelzen we onze dierbare gekwetste, van wie de beulen de handen hebben doorboord, de voeten, de zijde en het Hart. Laten we Hem vagen dat zijn liefde ons hart, dat nog hard is en verstokt, zou binden met zijn band en zou doorboren met zijn lans.
H. Bernardus. Traktaat over de Passie van de Heer, III.
OVERWEGEN.
Het doorboorde Hart van Jezus openbaart me de grenzenloze liefde van God voor mij. Moest ik alléén op de wereld zijn, zou Hij het niet anders gedaan hebben. Neen, geen druppel van zijn bloed voor mij, maar God helemaal, enkel voor mij en voor de anderen, omwille van mij.
Een liefde, beleefd in de volledige diepte van mijn mens-zijn, zijn kruisweg, die nauwkeurig alle etappen van mijn weg van de dood doorloopt om er een weg van leven van te maken : "Onze God is de God van het menselijk hart". (H. Franciscus van Sales).
Deze "Goede Vrijdag", draagt in het geheim gans de vreugde en al het geluk, dat ik voor altijd zal kennen.
BESLISSEN.
Vandaag zal ik een bezoek brengen aan een broeder in nood, een zieke, een wanhopige en in hem zal ik de Gekruisigde Jezus eren.
ZATERDAG, 23 april 2011. STILLE ZATERDAG.
Met Christus begraven.
Om volmaakt te zijn is het nog niet genoeg om dood te zijn, men moet bovendien begraven zijn, en om zo te zeggen, tot as herleid, verteerd en vernietigd. Een dood lichaam ziet men immers nog, men brengt het nog eer men draagt het ter aarde met luister en ceremonie. Als hij begraven is, denkt men niet meer aan een dode, men brengt hem geen eer meer, het is alsof hij niet meer bestaat. Zo moet de volmaakte Christen met Onze Heer begraven zijn, in andere woorden, hij moet onbekend zijn voor de wereld, misprezen, vergeten en verlaten. Hij moet nog verteerd zijn en vernietigd, te weten, zonder eer, zonder goederen, zonder vreugde, zonder leven, zonder natuurlijk noch moreel bestaan, iemand, die zich voor God en de mensen neemt voor zuiver niets, tot God hem doet verrijzen.
O, heilig niets, waarin de ziel, zijn eigen wezen verliest en om zo te zeggen overgaat in het wezen van God en terugkeert naar zijn eerste oorsprong ! O levend graf, waarin de wijzen van de aarde zich eenzaamheid bouwen ! O, evangelische akker, waarin de schat van de genade verborgen is, waar de graankorrel sterft en vergaat om honderdvoudig vruchten te dragen ! O, mijn God, moge ik behoren tot die levende doden, die gekwetst zijn door liefde en die slapen in de graven ! O, moge ik sterven opdat Gij in mij zoudt leven ! O, moge ik niets meer zijn, opdat Gij alles zoudt zijn in mij, helemaal van mij en, als ik zeggen mag, helemaal mezelf.
Jean Crasset. De Christen in de eenzaamheid, 9e dag.
OVERWEGEN.
Het mysterie van Stille Zaterdag is dat van Jezus, die de laatste gevolgen van de zonde op zich genomen heeft : niet enkel de dood, maar ook het graf. Adam was voorbestemd om zonder breuk van deze geschapen wereld over te gaan naar de glorie van het hiernamaals. Door hem af te sluiten van het goddelijk leven, heeft zijn val hem onderworpen aan de wet van elk schepsel, aan de wet van het bederf.
Van deze wet van de dood maakt Jezus een wet van het leven. Sinds ons doopsel zijn wij bezig met te verrijzen, tot ons vlees zelf zal verrijzen, zoals dat van Jezus op Paasmorgen verrezen is.
De handelingen van de doopliturgie, die deze avond tijdens de Paaswake hernomen worden, zijn deze van dit met Christus begraven worden, omdat gans deze Vasten, deze was van ons afsterven aan alles , dat niet van Hem is : "O Jezus, moge ik sterven opdat Gij in mij zoudt leven ! O, moge ik niets meer zijn, opdat Gij alles in mij zoudt zijn, helemaal van mij en, als ik zeggen mag, helemaal mezelf".
BESLISSEN.
Deze Stille Zaterdag is voorbehouden aan de stilte. Normaal zijn de kerken leeg, men viert er niets. Nemen we de tijd om goed de liturgie van de Paaswake voor te bereiden.
ZONDAG, 24 april 2011. PASEN.
Sta op uit de doden !
God is voor een tijdje ingeslapen en heeft hen, die in de hel waren, uit de slaap gaan wekken. Hij gaat Adam halen, onze eerste vader, het verloren schaap. Hij wil allen gaan bezoeken, die gezeten zijn in de duisternis en de schaduw van de dood. Daar is Abel, de eerste dode en eerste rechtvaardige herder, beeld van de onrechtvaardige moord op Christus, de herder. Daar is Noah, beeld van Christus, de bouwer van de grote ark van God, de Kerk. Daar zijn Abraham, Mozes, Daniël, Jeremia, Jonas
Adam, als eerste vader en als eerst geschapene van alle mensen en zo ook de eerste sterveling, hij, die dieper en met meer zorg gevangen gehouden werd dan alle anderen, hoorde als eerste te stappen van de Heer, die de gevangenen kwam bezoeken. En hij herkende de stem van Hem, die in de gevangenis rondliep en zich richtte naar hen, die met hem geketend waren sinds het begin van de wereld en hij sprak zo : "Ik hoor de stappen van iemand, die naar ons toekomt". En terwijl hij nog sprak, kwam de Heer binnen met in zijn armen de zegevierend wapen van het Kruis. En, terwijl Hij de hand van Adam vast nam, zei hij : "Ontwaak, o gij die slaapt, sta op van tussen de doden en Christus zal u verlichten. Ik ben uw God en wegens u ben Ik uw Zoon geworden. Sta op, gij die sliept, Ik heb u immers niet geschapen om hier geketend in de hel te verblijven. Wegens u ben Ik, uw God, uw Zoon geworden, wegens u heb Ik, uw Heer, de vorm van een slaaf aangenomen, wegens u ben Ik, die in de hoogste der hemelen verblijf, op aarde en onder de aarde neergedaald. Zie op mijn rug de sporen van de geselslagen, die Ik gekregen heb om u te bevrijden van de last van uw zonden, die op uw rug gelegd was. Sta op en laten we hier weg gaan, van de dood naar het leven, van het bederf naar de onsterfelijkheid, van de duisternis naar het eeuwige licht. Sta op en laten we hier weg gaan, van de pijn naar de vreugde, van de gevangenis naar het hemelse Jeruzalem, van de boeien naar de vrijheid, van de gevangenschap naar de vreugden van het paradijs"
Preek, toegeschreven aan Epiphanes van Salamis.
Wie zijn zij ?
BERNARDUS (H.) (1090-1153) Van nobele Bourgondische afkomst. Treedt in te Cîteaux in 1112. Wordt abt in Clervaux en ligt aan de oorsprong van de wonderbare kloosterhervorming in het Westen (van de Cisterciënzers), die gekenmerkt wordt door gehechtheid aan de primitieve soberheid van de regel van de H. Benedictus. Bemiddelaar in de politieke, intellectuele en godsdienstige conflicten van zijn tijd, was de H. Bernardus vooral een immens mystieker, waarvan de invloed, samen met deze van Augustinus, voortaan de christelijke litteratuur zal beheersen.
BOUTAULT (Michel) (1604-1689) Geboren in Parijs en overleden in Pontoise. Het weinige dat men van Boutault weet is dat hij Jezuïet was, professor en predikant. Zijn Methode om met God te spreken vat in enkele zeer boeiende bladzijden de houding samen van vertrouwen en eenvoud tegenover God, die de Franse spiritualiteit domineert sinds de Heilige Franciscus van Sales.
CATHARINA VAN GENUA (Heilige, 1447-1510), Uit de adellijke familie van de Fieschi, krijgt Catharina een zeer goede intellectuele opvoeding. Na een gedwongen huwelijk en een losbandig leven, kent ze aan 26 jaar een bliksembekering en wijdt zich aan de zorg voor de zieken. Haar geestelijke leider en haar leerlingen noteren haar onderricht, dat getuigt van de vurigheid en het geweld van haar gehechtheid aan Christus.
CRASSET (Jean) (1618 1692) Geboren in Normandië, wordt Jean Jezuïet op 20 jaar in Parijs, waar het belangrijkste deel van zijn apostolaat zich zal ontplooien, vooral bij de zieken en in de devote kringen van de hoofdstad. Predikant, geestelijk leider en opvoeder, aangevallen door het Jansenisme, dat volop in ontwikkeling was. Was zeer intiem met Madame Helyot (1645 1682) van wie hij de biografie schreef. Onrustig van natuur, zal zijn diep inwendig leven hem uiteindelijk kalmeren en de overgave vol vertrouwen aan de Goddelijke Wil zal het overheersend kenmerk zijn van zijn onderricht.
17
EPIPHANIUS van SALAMIS (Rond 315-403). Geboren rond 315, waarschijnlijk in een Joodse familie uit Palestina. Werd monnik in Egypte, later in zijn geboorteland. Bisschop van Salamis op het eiland Cyprus in 365, spande hij zich in om het geloof van het Concilie van Nicea te verdedigen tegen de ketters. Hij stierf in een schipbreuk in 403. Ondanks zijn zeer moeilijk karakter wordt hij zowel in de Oosterse, als in de Westerse Kerk, als een heilige vereerd.
EYMARD (H. Pierre-Julien) (1811 1868) Geboren te La Mure dIsère uit een eenvoudige, zeer godsdienstige werkmansfamilie. Kan eerst na de dood van zijn vader en na gezorgd te hebben voor zijn ziekelijke moeder intreden in het groot seminarie van Grenoble op de leeftijd van 20 jaar. Priester gewijd op 20 juli 1834, wordt Eymard Marist op 18 augustus 1839, assistent van de generale overste en later algemeen visitator van de orde. In 1857 stichtte hij in Parijs de Gemeenschap van het Heilig Sacrament, met als doel de aanbidding van het Heilig Sacrament in volkse milieus. De congregatie staat ook bekend als de Sacramentijnen. In 1858 stichtte Eymard ook de vrouwelijke congregatie van de Dienaressen van het Heilig Sacrament. Eymard werd zalig verklaard in 1908 en heilig in 1962. Zijn feestdag is 2 augustus.
FRANCISCUS v. SALES. (H.) (1567-1622). Van adellijke afkomst uit de Savoye. Na een opleiding als edelman en jurist in Parijs en Padua treedt hij in en brengt het noorden van Savoye terug tot het Katholicisme. Bisschop van Geneve in 1602, verblijft hij in feite in Annecy en hervormt zijn bisdom naar de geest van het Concilie van Trente. In 1610 sticht hij een nieuwe vorm van gewijd leven door de Visitatie te stichten samen met Jeanne de Chantal. De uitputtende pastorale activiteit van Franciscus van Sales was gebaseerd op een zeer rijk innerlijk leven. Getuigen hiervan
zijn zowel zijn onderrichtingen voor het grote publiek (Introduction à la Vie dévote, en correspon¬den¬tie) als in zijn Traktaat over de Liefde Gods, een meester¬lijke analyse van het geheel van het innerlijk leven. Geestelijk leider, predikant, diplomaat, schrijver , een van de absolute meesters van de Katholieke contra-reformatie.
GUILLOR
Ė (François) (1615-1684) Geboren in de omgeving van Nantes uit een onbekende familie. Studeert aan het befaamde Jezuïetencollege van La Flèche en treedt in bij de orde aan de leeftijd van 20 jaar. Zijn ministerie als collegeprofessor en parochiaal missionaris zal zich afspelen in het Westen en hij eindigt in Parijs als een zeer gewaardeerd geestelijk leider. Als succesauteur laat hij een tiental werken na, die de weerspiegeling zijn van dit geestelijk leiderschap. Naast Lallemant, Surin of Rigoleux, maakt hij deel uit van de beste school van Jezuïeten in Frankrijk. Hij is echter duidelijk minder aangenaam om lezen, omwille van zijn moeizame en ongemakkelijke stijl.
GRIGNON DE MONTFORT (Louis) (H.) (1673-1716) Bretoen, gevormd door de Jezuïeten van Rennes, later in Parijs. Priester in 1700, was Pater de Montfort de man van de missiepreken in het westen van Frankrijk. Stichter van meerdere congregaties. Twee van zijn werken onthullen ons een groot origineel mysticus : "De liefde van de eeuwige Wijsheid" en "De ware devotie tot de H. Maagd".
IRENEUS (H.) (rond 130-202). Geboren in Klein-Azië rond 130, leerling van de H. Polycarpus, die zelf een leerling was van de Apostel Johannes. Komt aan in Lyon rond 157. Twintig jaar later volgt hij de bisschop-martelaar, de H. Pothin, op en sterft, waarschijnlijk ook als martelaar, in 202. Zijn traktaat Tegen de Ketterijen is een van de eerste belangrijke werken van het Christelijk denken op het moment dat het Evangelie zich verspreid in het Romeinse Rijk. Zeer bedreven Theoloog was Ireneus tevens een man van vrede, zoals zijn Griekse naam betekent en hij spande zich in voor de eenheid tussen Oosterse en de Westerse Kerken.
LIBERMAN (François -) (1802-1852) Zoon van een Rabijn uit de Elzas, gedoopt aan 25 jaar na een bliksembekering, richt hij zich naar het priesterschap, dat hij, wegens zijn zwakke gezondheid, eerst zal ontvangen op de leeftijd van 40 jaar. Merkwaardig geestelijk leider, is hij bovendien een van de grote actoren in de evangelisatie van Afrika langs de Congregatie van de H. Geest, die hij in 1848 terug tot leven brengt.
MARTIAL DETAMPES (1575-1635). Geboren te Etampes, tussen parijs en Orleans, treedt Jean Raclardy in bij de Kapucijnen in 1597, onder de leiding van de ontzaglijke Benedictus van Canfield, meester van het mystieke Parijs van de XVIe eeuw. Gans zijn leven vormer van kloosterlingen, in Parijs en Amiens, maakt hij del uit van deze onbekende Kapucijnen (omdat ze weinig bestudeerd zijn) die zo diep bijgedragen hebben aan de Franse mystieke vitaliteit in de XVIIe eeuw.
WILLEM VAN ST. THIERRY (1085-1148) Geboren in Luik. Was Benedictijner-abt voor hij als gewoon monnik over ging naar de hervorming van de Cisterciënzers. Hij was de vriend en de biograaf van de H. Bernardus, onder wiens naam het belangrijkste van zijn werk tot ons gekomen is. De invloed van dit werk op de spiritualiteit van de monniken was ontzaglijk tot aan de Renaissance.
DE KRUISWEG*
In de leer bij de Heiligen
* Oorspronkelijke uitgave : Chemin de Croix à lécole des Saints
Centre St. Jean de la Croix
F-36230 Mers-sur-Indre (Frankrijk)
Auteur : Abbé Max Huot de Longchamp
Vertaald door Hilaire Mestdag, Waregem
Hoe kan men de praktijk van de Kruisweg in de parochies ver¬nieuwen ? In iedere parochie komt die vraag elk jaar terug. Wij stellen voor om langs dit godvruchtig gebruik de beste chris¬telijke traditie te leren kennen.
In de geest van "de Vasten in de leer bij de Heiligen" stelt deze kruisweg korte teksten voor, die bij de diepe betekenis van elke statie aansluiten, en zo opgezet dat zij een korte stille meditatie toelaten, zowel privé als publiek, thuis of in kerk of kapel. Elke tekst voorziet zowat 3 minuten per statie.
EERSTE STATIE : JEZUS WORDT TER DOOD VEROORDEELD.
O Liefde ! Deze heel schuldeloze, teerbeminde Jezus, ver¬oor¬deeld omwille van de liefde tot mij van mijn Geliefde, voor mij ten dode overgeleverd. Dat ik uw liefde moge ontvangen als borg voor mijn oordeel, o Gij, mijn zo geliefde Liefste.
Allerzoetste Jezus, beminnelijke borg voor mijn verlossing, kom met mij mee naar mijn oordeel. Wij zullen ons samen voor¬stellen. Wees Gij mijn rechter èn mijn voorspreker. Vertel wat Gij voor mij geworden zijt, al het goede dat Gij voor mij hebt gewild, de prijs waarvoor Gij mij hebt gekocht, opdat ik zo door U zou gerechtvaardigd worden.
Gijzelf, Gij hebt voor mij geleefd, opdat ik niet ten onder zou gaan, niet voor eeuwig zou sterven. Gij hebt mijn zonden gedragen, Gij zijt voor mij gestorven, opdat ik niet voor eeuwig zou sterven. Gij, ja Gijzelf hebt mij alles gebracht wat het uwe was, opdat ik rijk zou zijn aan verdiensten.
Oordeel mij dan, in het uur van de dood, naar die onschuld en die zuiverheid die Gij mij met Uzelf hebt gebracht, toen Gij heel mijn schuld hebt betaald, terwijl Gij toch om mij¬nentwil werd berecht en veroordeeld, zodat, waar ik arm en miserabel ben uit mijzelf, ik dank zij U rijk ben aan alles.
H. Gertudis van Helfta (1256-1302), Oefening VII
TWEEDE STATIE : JEZUS WORDT MET HET KRUIS BELADEN.
Er zijn er, die om kruisen vragen, en het schijnt hun nooit toe dat Jezus er hun genoeg zal geven voor hun vurig¬heid. Ik voor mij, vraag er geen, ik verlang alleen om mij klaar te houden om die te dragen die zijn goedheid mij wil geven, zo geduldig en zo nederig mogelijk.
... Wel, ik zou liever een klein strooien kruis dragen dat men mij oplegde zonder mijn keuze, dan dat ikzelf er met veel arbeid in een bos een groot zou gaan uitkappen, en dat daarna met veel moeite zou dragen. En ik zou geloven, zoals het in waarheid zou zijn, dat ik God veel aangenamer zou zijn met het strooien kruis, dan met dat welk ik mijzelf zou hebben ge¬maakt met meer moeite en zweet, omdat ik dat zware met meer voldoe¬ning zou dragen uit eigenliefde, die graag zulke dingen uit¬vindt, maar zich weinig laat leiden en besturen, in alle eenvoud, wat ik u het meeste toewens.
H. Franciscus. v. Sales (1567-1622), Waarachtig geestelijk Onder¬houd
DERDE STATIE : JEZUS VALT VOOR DE EERSTE MAAL.
Wij moeten in deze wereld alle lijden en verdriet met evenveel devotie onthalen als wij zouden doen voor een stuk van het echte Kruis, dat ons zou toegezonden zijn uit Rome door onze heilige Vader de Paus. Daardoor kunnen wij zien hoe alle lijden, hoe klein ook, een deelname is aan het kruis van Jezus Christus. En als zodanig moeten wij ernaar verlangen om ons met God te verenigen, meer dan alle vertroostingen, die ons dikwijls van Hem scheiden.
Daarom moeten wij het kleine leed niet schuwen noch laten vallen, want het zijn kruimels van het brood, door het lijden gewijd, en die ons komen van die tafel van Jezus Christus, zijn kruis, tot voedsel voor de armen, uitgehongerd door hun Godsver¬lan¬gen, het zijn druppels bloed van het gastmaal van het Lam, vergoten om de verliefde, kwijnende vurigheid van de serafijn¬se zielen te laven, die tot devies hebben "Of lijden, of sterven." Zij zullen ze als kostbare stenen ontvan¬gen, die hen zullen dienen om kronen te maken, die God aange¬namer zijn dan ieder andere godvruchtige oefening.
Martial d'Etampes (1575-1635), Oefening der 3 Nagels, IV,5
VIERDE STATIE : JEZUS ONTMOET ZIJN MOEDER.
"Ik ben niet gekomen om de vrede te brengen, maar het zwaard", zegt de Verlosser. De liefde van Christus is een uitgelezen pijl, die zich niet alleen in de ziel van Maria heeft geplant, maar die het heeft doorboord, opdat geen deel¬tje van haar maagdelijk hart zou ledig blijven van liefde, maar opdat zij zou beminnen met heel haar hart, met heel haar ziel, en met al haar krachten, en zij vol van genade zij. Ja, haar hart werd doorboord, opdat die liefde ons zou toekomen, en wij allen zouden delen in haar volheid.
Maria heeft in heel haar wezen een diepe en zoete wonde van liefde gekregen, en wat zou ik mij gelukkig achten indien ik slechts van tijd tot tijd een prikje van de punt van dit zwaard zou voelen, en indien mijn ziel, al was het maar enigs¬zins, door die wonde van liefde geraakt was, dan ook kon roepen: "Gekwetst ben ik door de pijlen van de liefde." Dat zal mij verlenen, dat ik niet enkel alzo gekwetst ben, maar getroffen te zijn tot de vernietiging toe van de kleur en de warmte van de vijand die mijn ziel bevecht.
St. Bernardus (1090-1153), Sermoen 29 o.h. Hooglied, 8
VIJFDE STATIE :
SIMON VAN CYRENE HELPT JEZUS HET KRUIS TE DRAGEN.
Jezus vindt veel liefhebbers van zijn hemels rijk, maar weinig dragers voor zijn kruis.
Hij vindt veel genoten voor zijn tafel, maar weinig voor zijn vasten.
Allen willen de vreugde met Christus, maar weinigen willen voor Hem iets lijden.
Velen volgen Christus tot aan het breken van het brood, maar weinigen tot aan het ledigen van de kelk van het Lijden.
Velen vereren zijn mirakelen, maar weinigen volgen Hem tot in de schande van het kruis.
Velen beminnen Jezus, zolang hen geen moeilijkheid overkomt.
Velen loven en zegenen Hem, zolang zij van Hem enige ver¬troosting ontvangen, maar van zodra Hij zich verbergt en ze een weinig aan hen zelf overlaat, daar vervallen zij in eisen en overdreven neerslachtigheid.
Maar zij, die Jezus om Hemzelf beminnen, en niet om enige persoonlijke vertroosting, loven en zegenen Hem in de verwarring en de angst van hun ziel, evengoed als in de grootste vertroosting.
Thomas à Kempis (1379-1471), Navolging van Christus, II,11
ZESDE STATIE : VERONICA DROOGT HET GELAAT VAN JEZUS AF.
Ik zoek uw aanschijn, uw aanschijn zoek ik Heer. En nu, Heer mijn God, leer mijn hart waar en hoe U te zoeken, waar en hoe U te vinden.
Ik ben geschapen om U te zien, en ik heb nog niet gedaan waartoe ik geschapen ben, Heer, en nooit heb ik U gezien. Tot wanneer, Heer, zult Gij ons vergeten, hoe lang nog uw gelaat afwenden ? Wanneer zult Gij ons aanzien en verhoren ? Wanneer zult Gij onze ogen verlichten en ons uw gelaat tonen ?
Leer mij U te zoeken, toon U aan mij, die U zoekt, want ik kan U niet zoeken tenzij Gij het mij leert, noch U vinden indien Gij U niet vertoont. Moge ik u zoeken in verlangen, moge ik naar U verlangen in mijn zoeken, moge ik U in liefde vinden en U vindend, beminnen !
H. Anselm v. Canterbury (1033-1109), Proslogion I
ZEVENDE STATIE : JEZUS VALT VOOR DE TWEEDE MAAL.
In onze geestelijke geboorte waakt Jezus over ons met oneindige tederheid. Als wij vallen, richt Hij ons terstond weer op, Hij roept ons zachtjes en raakt ons sierlijk aan. Gesterkt door zijn zachte werkwijze kiezen wij dan vrij¬willig voor Hem, door zijn tedere genade, om voor altijd zijn die¬naars en zijn minnaars te zijn.
Daarna laat Hij soms toe dat wij harder vallen en erger dan voorheen, zo lijkt het ons. Dan verbeeldt men zich, zeer ten onrechte, dat alles verloren is van wat wij begonnen zijn. Helemaal niet ! Het is dat wij moèten vallen en het zien, anders wisten wij niet hoe zwak wij zijn en ellendig uit onszelf, en wij zouden ook niet ten volle de wonderbare liefde kennen van Hem die ons geschapen heeft.
H. Julienne van Norwich (rond 1343-1413), Openbaring van de goddelijke Liefde, 61
ACHTSTE STATIE :
JEZUS ONTMOET DE WENENDE VROUWEN VAN JERUZALEM.
Dat zij die ver van U zijn zich toch omkeren en U zoeken ! Want als zij hun Schepper hebben verlaten, Gij hebt uw schepsel niet in de steek gelaten ! Moge zijn schepsel zich omkeren, want zie, Hij is in zijn hart, in het hart van wie U belijden en zich in uw armen werpen, en die wenen aan uw borst, wanneer zij weerkeren van hun pijnlijke dwaalwegen. En zonder te redetwisten droogt Gij hun tranen, en zij wenen des te meer, en vinden hun vreugde in die tranen; want het is geen mens van vlees en bloed, maar Gijzelf, Heer, die ze troost, Gij die ze
hebt geschapen, en opnieuw herschept.
En waar was ik dan, toen ik U zocht ? Terwijl Gij vòòr mij stond, was ik ver van mijzelf, en ik vond mijzelf niet... en U nog minder!
St. Augustinus (354-430), Belijdenissen, V,2
NEGENDE STATIE : JEZUS VALT VOOR DE DERDE MAAL.
Het is zeker, gij moet u totaal aan God overgeven, zonder weerhouden, zonder einde, zonder grenzen. Maar wat gedaan, zult gij zeggen, wanneer gij zelfs de daad van overgave niet kunt stellen ? Die overgave zelf opgeven, door het eenvoudige fiat. Dat wordt dan volmaakste overgave ... God laat bijna altijd toe dat dit soort pijn aan de ziel de indruk geven nooit te zullen eindigen. Waarom ? Om de ziel daardoor de kans te geven om zich vollediger, zonder einde, zonder grenzen, zonder maat over te geven. Want dààrin bestaat de zuivere liefde.
Jean-Pierre de Caussade (1675-1751), brief 56
TIENDE STATIE : JEZUS WORDT VAN ZIJN KLEDEREN BEROOFD.
Wat was de eerste mens in zijn eerste leven ? Hij was naakt, ontbeerde elk kledingstuk uit dode vellen, hij bezag met vrije vrankheid het aangezicht van God, en hij oordeelde nog niet over het goede naar de smaak en het uitzicht, maar hij vond zijn enige genoegen in de Heer.
H. Gregorius van Nazianze (rond 330-394), Over de Maagdelijk¬heid, 12,4
Vandaar,
Dat uw inspanningen, uw gebeden, uw verlangens geen ander voorwerp hebben dan ontkleed te zijn van elk eigenbelang, Christus naakt te volgen, aan uzelf te sterven, om voor Mij alleen te leven.
Thomas à Kempis (1379-1471), Navolging van Christus, III,37
Daartoe :
Onze ziel moet geheel ontdaan zijn en heel naakt staan voor God, niets meer hebbend, niets meer verlangend, niets zoekend dan alleen Hem, die heel ons leven moet zijn, en de beweegre¬den van al de bewogenheden van onze ziel.
Hoe meer uw ziel zal ontdaan zijn van genietingen, zo natuurlijke als bovennatuurlijke, hoe beter zij zal bekwaam zijn tot een volmaakte vereniging met God. Zolang zij nog verlangens en wil heeft, zal uw vereniging met God niet waar¬achtig en volmaakt kunnen zijn.
Frans Libermann (1802-1852), Brieven 11.09. en 23¬.09.1834
ELFDE STATIE : JEZUS WORDT AAN HET KRUIS GENAGELD.
De bewogenheid en de neiging van het hart moeten ons altijd leiden naar de kant van het Kruis. Indien gij dan met uzelf inzit, indien gij uzelf wilt sterken, de echte vertroosting verkrijgen en vooruitgaan, waak er dan
over af te dalen, dat is te gaan naar wat bij het kruis behoort.
Zoeken wij eerst de kracht van de gekruisigde Christus, en daarna die van de zegevierende Christus, en niet omgekeerd. Die kracht bestond erin dat Hij zich uit eigen beweging aan het kruis en het lijden overgaf, naar de wil van zijn vijan¬den. Door die kracht vernietigt Hij de dood die zich in ons vestigde en nog vestigt, dank zij de vrees voor het lijden en de dood.
Wanneer gij zult gestorven zijn door de dood op het kruis, en in het openbaar, wanneer gij ook zult begraven zijn, uit het geheugen, uit het zicht, uit de bewondering, de vermoedens, het misprijzen of de verwachtingen van alle mensen, dan zal het u gegeven zijn om tenminste het verlangen te hebben naar, en de funderingen te leggen voor een nieuwe vorm van vertroosting voor uw geest, en zo zult gij de ondervinding opdoen van een ander leven, door de verrijzenis van het lichaam, de ziel en de geest.
Zal. P. Favre (1506-1546), Memoriaal 2-3.1 en 26.03.1¬543
TWAALFDE STATIE : JEZUS STERFT AAN HET KRUIS.
Men zoekt tevergeefs rust buiten God. De rust kan alleen te vinden zijn, en is enkel in God, in God alleen te vinden... Zolang de ziel denkt te weten waar zij staat, verliest zij zichzelf niet; Heeft zij steunpunten. Wanneer begint zij zich in God te verlie¬zen ? Dat is wanneer zij niets tastbaars meer heeft, wanneer zij in haar binnenste niets meer ziet, zich niet meer veroor¬looft ernaar om te zien, en zij geen enkele bedenking meer maakt over zichzelf, en overgegeven blijft aan Gods leiding.
God geleidt haar bij trappen op die weg van verlies, en voert haar door dit gevoelloze inwendig gebed tot zij geen enkele hulpbron meer heeft, noch in zichzelf noch in iemand anders, en haar vertrouwen alleen in God stelt, en zegt zoals Jezus Christus aan het kruis, verlaten door de mensen, en schijnbaar door zijn Vader : "Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. Ik leg die er voor al wat het U gehaagt met Mij te doen, in tijd en eeuwigheid".
J.-Niklaas Grou (1731-1803), Handboek der Ingekeerde Zielen
DERTIENDE STATIE : JEZUS WORDT VAN HET KRUIS AFGEHAALD.
O Liefde, die alles doet smelten, in welke staat hebt gij onze Vriend, tot ons losgeld, gelaten ? Opdat de zondvloed van liefde alles zou onderzetten, hebben de grote afgronden hun dijken doorbroken, ik wil zeggen de afgronden van Jezus' hart; De wrede lans is dwarsdoor doorgedrongen, zonder iets te sparen. De zijwonde laat ons de liefde kennen van Jezus' hart tot aan zijn dood toe, en nodigt ons uit om op te gaan naar die onuitsprekelijke liefde die Hem naar ons heeft gevoerd.
Laten wij dan tot zijn Hart gaan, dit diepe Hart, dit geheimvolle Hart, dit Hart dat overal aan denkt, dit Hart dat alles weet, dit Hart dat bemint, of beter dat brandt van liefde. De deur staat open. Laten wij van daar uit de hevigheid van zijn liefde begrijpen. En laten we, met een hart, gelijkvormig aan het zijne, dan binnen gaan in dit geheim, tot dan toe verbor¬gen, maar om zo te zeggen bij zijn dood ontsluierd, door de opening van zijn zijde.
H. Bernard van Siena (1380-1444), Sermoen 51
VEERTIENDE STATIE : JEZUS WORDT IN HET GRAF GELEGD.
Daar Jezus door alle staten van het menselij¬ke, sterfelijke leven heeft willen gaan, om er zijn eeuwige Vader in te eren, en ze te zegenen en voor ons te heiligen, is het nu passend dat wij Hem aanbidden in de staat van dood, waarin Hij drie dagen is geweest, en Hem de staat toewijden waarin wij moeten zijn vanaf het laatste ogenblik van ons leven tot aan de dag der verrijzenis...
Ter ere van, en in eenheid met dezelfde liefde, waardoor Gij, o goede Jezus, hebt gewild dat uw allerheiligste lichaam in de aarde heeft gelegen, geef ik zeer graag mijn lichaam aan de aarde en de aardwormen, en stem ermee in dat het tot stof en as wordt herleid. Maar onder voorwaarde, als het U belieft, o mijn Redder, dat alle stofdeeltjes waartoe mijn vlees en mijn beenderen zullen vergaan, zijn zoals zovele tongen en talen die voortdurend het aanbiddelijk mysterie van uw graf¬legging loven en verheerlijken, en ik zo mag zingen: "Al mijn beenderen zullen zeggen : Heer, wie is aan U gelijk?"
H. Jan Eudes (1601-1680), Jezus' Leven en Rijk, VII,28
GEBRUIKSAANWIJZING.
"Wie Mij wil volgen, verloochene zichzelf, hij neme zijn kruis op en volge Mij", zegt Jezus ons. De kruisweg is er om ons te helpen om die uitnodiging te verinnerlijken en te beantwoorden, met name op de Vrijdagen en tijdens de vas¬ten.
De praktijk van de kruisweg vindt zijn oorsprong in de bedevaarten van het einde der Middeleeuwen naar Jeruzalem. De gelovige zette zijn stappen in die van Jezus, en overdeed traag het traject van de Passie, terwijl hij de stappen - de "Stati¬es" - één voor één overwoog. Onder meer onder invloed van de franciscaner familie werd de Kruisweg ingevoerd in het Westen als een soort gereduceerde bedevaart. De gelovigen stelden binnen de kerk de processie van Jeruzalem voor, met haar zangen, historische herinneringen en momenten van overweging.
Door de eeuwen en de landen heen heeft de kruisweg velerlei varianten gekend, maar de meest gewone vorm is sedert eeuwen die van de veertien staties, voorgesteld aan de wanden van onze kerken.
De gelovigen hebben de ruimste vrijheid om hun eigen kruisweg te organiseren, in de kerk, thuis of eender waar. "In de Leer bij de Heiligen" biedt ons per statie één tekst, ontleend aan de grote auteurs van de geestelijke christelijke traditie. Voor een openbare praktijk van deze kruisweg, raden wij aan de voordracht van deze teksten bijzonder te verzorgen, en die te laten volgen door twee minuten stille overweging.
Centre St-Jean-de-la-Croix, Courtioux, Mers-sur-Indre, FR.
Zalig Paasfeest !
"Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)
De eerste vrijdag van juni 1974.
Jezus is niet verschenen.
ACHTTIENDE VERSCHIJNING.
Vrijdag, 5 juli 1974.
Jezus verschijnt, maar blijft zwijgen.
Vrijdag, 19 juli 1974.
Er wordt water ontdekt in het bekken, veel meer dan 50 dagen na de aanleg op Goede Vrijdag, 12 april.
De heilige Eucharistie.
Ondervraging over de oefening
voor de Communie.
De gelovige: Als ik uw waardigheid en mijn onbeduidendheid overdenk, Heer, ben ik zeer ontdaan en over mijzelf diep beschaamd.
Als ik immers niet nader, ontvlucht ik het leven en als ik mij onwaardig opdring, doe ik U een belediging aan. Wat moet ik dan doen, mijn God, mijn helper en mijn raadgever in moeilijkheden?
Leer Gij mij de juiste weg, wijs mij een goede oefening aan die passend is voor de heilige communie. Het is immers nuttig te weten hoe ik godvruchtig en eerbiedig mijn hart moet voorbereiden om uw Sacrament tot mijn heil te ontvangen of ook om een zo waardig en goddelijk offer te vieren.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
Christus sprak tot Zijn bruid en zeide : "Wat hebt gij vandaag in uw boek gelezen?" Zij antwoordde : "Ik las en verbaasde er mij over, waarom de muren van Jericho zo jammerlijk ineen vielen door het trompetgeschal en de ark volgens uw bevel ronddreef." De Geest antwoordde : "In die stad en door die stad is veel kwaad gedaan en er bevond zich niemand, die mij behaagde." Daarom verdiende zij geen genade en was niet waardig om mijn volk te huisvesten. Maar vóór mijn volk, afgemat en vermoeid in de woestijn, het beloofde land bezitten zou, moest het eerst kennis verkrijgen door woorden, voorbeelden en wonderen. Het volk dat op wonderbaarlijke wijze door het water heengeleid was, moest ook wonderbare dingen op aarde zien. Door dergelijke wonderen zou hun hart zich sterker aan God hechten ; zij moesten leren hopen op dingen, die groter waren en er naar verlangen.
In deze stad, waar mijn vrienden nu geplaagd worden, had eens de duivel zijn zetel. Maar mijn moeder heeft die verkregen met drievoudig recht : door liefde, door gebeden en door de plaats in de toekomst te maken tot een oord van vrede en rust." Zij antwoordde : "O, Heer, wees niet boos omdat ik spreek. Gij hebt gezegd dat ootmoed wonen zal in Uw huis, hoe kan het gebouw dan op deze plaats staan?" De Geest antwoordde : "Er waren enkele dingen in de slechte stad Jericho die voor mijn volk geschikt waren, maar die moesten eerst door het vuur gezuiverd worden, voor zij in bezit genomen konden worden.
En mijn volk moest het werk der heidenen doen. Daar dit huis gebouwd is met het zweet van arme mensen ter wille van den hoogmoed van rijke lieden, zullen mijn arme mensen er in wonen en al de dingen door overvloed en hoogmoed verzameld, slechts gebruikt worden tot ootmoed en nut. Maar men moet acht geven, dat, wat Gods macht toestond voor een zeker doel, geen slecht voorbeeld worden voor hoovaardige mensen."
06-04-2011
AAN ALLEN EEN GEZEGENDE WOENSDAG TOEGEWENST.
N. ( M ).
Liefde geneest oude wonden.
Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)
De Woestijn en dan de Volledige Overgave.
**********************************************
Zie, daarom zal Ik haar lokken, haar naar de woestijn brengen en tot haar hart spreken. (Hosea 2:16 ). Nu wilde God dat ik mij volledig aan Hem zou overgeven. Hij wilde Zich met mij verenigen en mij tot de Zijne maken. Hij wilde mij vormen en omvormen. Ik gaf mij niet over volgens Zijn verlangen en dus moest ik nog een zuivering ondergaan voor mijn totale overgave aan God, zodat ik vrede met Hem kan sluiten. Dit is wat er gebeurde: ik riep tot God en tot mijn verbazing antwoordde Hij niet. Ik raakte in paniek en zocht mijn engel, maar die was er ook niet. In plaats daarvan voelde ik enkele zielen om mij heen, ze kwamen als bedelaars naar mij toe. Ze smeekten mij om gebeden, zegeningen en om wijwater. Ik ging onmiddellijk naar de kerk en bracht wijwater voor hen mee. Ze vroegen mij het over hen heen te sprenkelen en dat deed ik. Dit gebaar trok nog meer zielen aan, en binnen de kortste tijd had ik een hele menigte om mij heen. Tot mijn verbazing leek het hun pijnen te verlichten en hun vreugde was groot. Een van hen vroeg mij dadelijk voor hem te bidden en hem slechts één keer te zegenen. Ik wist niet hoe, dus hij vertelde mij slechts één eenvoudig gebed te bidden en hem te zegenen. Ik bad zoals hij dat vroeg en zegende hem. Hij dankte mij met blijdschap en hij zegende mij ook. Dit alles was nieuw voor mij, maar ik voelde dat zij verlicht en verheugd waren. Ik nam de kans waar hun te vragen of zij wisten waar mijn engel was, de engel die mijn hart al was begonnen te beminnen. Maar ik kreeg geen antwoord. Elke dag die voorbijging in deze eenzaamheid leek een jaar; ik was op zoek naar vrede en kon die niet vinden. Ik was omgeven door veel vrienden en mensen, maar ik heb mij nooit zo eenzaam en verlaten gevoeld als toen. Ik had het gevoel door de hel te gaan. Dikwijls schreeuwde ik het uit naar mijn engel om terug te komen, maar nee, hij was verdwenen! Mijn ziel bezweek door zijn vlucht. Ik zocht hem maar ik vond hem niet; ik riep om hem, maar hij antwoordde niet. Ik doolde drie volle weken in de woestijn, meer dood dan levend, totdat ik het niet langer uithield en in die verschrikkelijke nacht die mijn ziel doormaakte schreeuwde ik met heel mijn hart en als nooit tevoren tot Jahweh: "VADER!!" waar bent U, Vader?...Waarom hebt U mij verlaten? O God, neem mij! Neem mij en gebruik mij zoals U wenst!...Zuiver mij zodat U mij kunt gebruiken!" door deze doordringende kreet, die uit het diepst van mijn hart kwam, opende zich plotseling de hemel, en als een donder, de stem van de Vader, vol emotie, die tot mij riep: "IK GOD BEMIN JE!" Deze woorden waren als een balsem uitgestort over deze indrukwekkende wonden die mijn ziel ontvangen had, en ze genazen mij onmiddellijk. Ik voelde Zijn Oneindige Liefde in deze door God gesproken woorden. Direct na al deze woorden van liefde, leek het mij alsof ik vanuit een tornado in een mooie vredige tuin viel. Mijn engel verscheen weer en met grote tederheid begon hij mijn wonden te verbinden, die wonden die ik had opgelopen terwijl ik bij nacht deze eindeloze woestijn doorkruiste. Toen vroeg Jahweh mij de Bijbel te openen en te lezen. De eerste passage die ik las bracht mij in tranen en bekeerde mij, want ze openbaarde mij op een verbazingwekkende manier het Hart van God. Ik las in Exodus 22:25-26 de woorden: "Zo je de mantel van een ander in pand hebt genomen, moet je hem die voor zonsondergang teruggeven. Het is de enige bedekking die hij heeft; het is de mantel waarin hij zijn lichaam hult; waarin moet hij anders slapen? Als hij tot Mij roept, zal Ik luisteren, want Ik ben vol barmhartigheid." God verkoos mij niet direct te zeggen wat Zijn redenen waren voor wat er gebeurde tijdens deze drie weken maar veel later, op 22 december 1990, gaf Hij mij deze verklaring, dit zijn Zijn eigen woorden: " Mijn Hart, een Afgrond van Liefde, schreeuwde naar jou. Jij had in Mijn Hart smart op smart gestapeld, verraad op verraad; je was met Mij aan het worstelen, nietig klein schepsel maar Ik wist dat je hart geen verdeeld hart is en dat, als Ik eenmaal je hart zou hebben veroverd, het helemaal van Mij zou worden; als een voorwerp van je tijd, was je met Mij aan het worstelen, maar Ik heb je in de strijd geworpen, je in het stof getrokken en in de woestijn waar Ik je helemaal alleen liet; Ik had je van een engelbewaarder voorzien, vanaf het begin van je bestaan, om over je te waken, je te troosten en je te leiden; maar Mijn Wijsheid beval je engelbewaarder je te verlaten en je de woestijn alleen onder ogen te laten zien; Ik zei: Je zult ondanks je naaktheid moeten leven! want niemand is in staat alleen te overleven; Satan zou volledig het heft in handen hebben genomen en je hebben gedood; Mijn bevel was ook aan hem gegeven. Ik verbood hem je aan te raken; toen heb je in schrik aan Mij teruggedacht en keek je op naar de hemel wanhopig naar Mij zoekend; je weeklagen en je smeekbeden doorbraken plotseling de dodelijke stilte die je omgaf en je verschrikte kreten doorboorden de hemelen en bereikten de Oren van de Heilige Drie-eenheid "Mijn kind! de stem van de Vader weerklonk vol vreugde door de hele hemel; "ach Ik zal haar nu Mijn Wonden laten binnendringen en haar Mijn Lichaam laten eten en Mijn Bloed laten drinken; ik zal haar tot Mijn bruid maken en ze zal de Mijne zijn voor eeuwig; Ik zal haar de Liefde tonen die Ik voor haar koester en vanaf dat moment zullen haar lippen dorsten naar Mij en haar hart zal Mijn rustplaats zijn; ze zal zich dagelijks vurig overgeven aan Mijn Gerechtigheid, en Ik zal van haar een altaar van Mijn Liefde en van Mijn Passie maken; Ik, en Ik alleen, zal haar enige liefde en passie zijn, en Ik zal haar met Mijn Boodschap naar de uiteinden van de wereld zenden om een ongodsdienstig volk te veroveren, en naar een volk dat niet eens het hare is; en ze zal vrijwillig Mijn Kruis van Vrede en Liefde dragen en de weg naar Calvarië nemen; "en Ik, de Heilige Geest, zal op haar neerdalen om aan haar de Waarheid en de diepten van Ons te onthullen: Ik zal door haar de wereld eraan herinneren dat de grootste van alle gaven is; LIEFDE; laat Ons dan feestvieren! Laat de hemel feestvieren!...God gaf mij een visioen om de situatie beter te begrijpen. Hij deed mij begrijpen waarom Satan zo agressief was tegen mij. Zolang ik niet volledig bekeerd was, stoorde de duivel mij niet en voelde hij zich tevreden. Hij toonde geen enkele agressie. Maar op het moment dat hij voelde fat ik mij tot God keerde en hij mij zou kunnen verliezen, viel hij mijn ziel aan. Dit was het visioen; Ik zag mijzelf in een kamer staan en daar zag ik een kruipende slang ( Satan ). Die slang was schijnbaar mijn huisdier. Maar omdat ik mijn belangstelling voor hem had verloren, hield ik op hem te voeden. Hongerig en verbaasd kwam hij uit zijn hol op zoek naar voedsel. Ik sloeg hem gade terwijl hij naar zijn eetbak ging en daar een tros druiven vond. De slang verzwolg ze maar leek niet verzadigd. Dus kroop hij naar de keuken op zoek naar voedsel. Intussen begon hij te begrijpen dat mijn gevoelens ten opzichte van hem waren veranderd en dat ik nu zijn vijand was geworden in plaats van zijn vriend. Daarom wist ik dat hij zou proberen mij te doden. Ik was bang, maar juist toen verscheen mijn engelbewaarder en vroeg mij of ik problemen had. Ik vertelde hem over de slang. Hij zei mij dat hij ervoor zou zorgen. Ik aarzelde of ik zou meedoen met het gevecht of niet, en ik besloot dat ik met mijn engel zou meewerken om het werk samen te doen. Mijn engel nam een bezem en opende een deur die naar buiten leidde en ging toen naar de slang en joeg hem weg. Daarna sloeg hij de deur dicht en wij keken door het raam naar de reactie van de slang. Die was in paniek. We zagen hem teruggaan naar de deur. Maar de deur zat veilig op slot. Hij gleed snel de trap af en de straat op. Op het moment dat hij de straat op gleed veranderde hij in een reusachtige lelijke pad en weer in een boze geest. Er werd alarm geslagen en de mensen buiten grepen hem en bonden hem vast.
Wordt vervolgd.
Bezinning van 26 maart 2011 te Hasselt. ( E.H. P. van de Kerckhove.)
Bezinning van 26 maart 2011 te Hasselt.
E.H. P. van de Kerckhove.
Ik wil u uitnodigen om, samen met mij, enige ogenblikken te bezinnen over de man met de verdorde hand (Marc. 3) of de waterzuchtige (Luc. 14). De Farizeeën waren verblind door hooghoed. Hoogmoed is de ziekte die het hart verblindt. Omdat ze verblind waren door hoogmoed, konden ze ook niets antwoorden op de vraag van de Heer Jezus: "Mag men genezen op sabbat?" In onze tijd zou Jezus iets vragen zoals: "Mag je met de ambulance uitrijden op zondag om iemand naar het hospitaal te brengen?" Iedereen die nog een greintje medeleven in zich heeft zou daarop antwoorden: "Natuurlijk moogt ge dat!" Maar het Evangelie zegt dat ze niet wisten wat antwoorden en daarop genas Jezus de man.
Dan volgt in het Evangelie van Lucas een parabel die een les leert over de nederigheid (Luc. 14): "Als je ergens als gast bent uitgenodigd, zoek dan niet de beste plaats etc. " Velen zijn er die ook zon ambitie hebben die voorkomt uit egoïsme en waardoor men zich hoger acht dan anderen en anderen gaat misprijzen.
a) Zoek dus nooit de eerste of de beste plaats: d.w.z. wil niet verheven of ge prezen worden boven uw medemensen. Acht u niet verheven boven de anderen omdat ge meer geld hebt dan een ander of omdat ge meer diplomas hebt of een hogere functie bekleedt dan een handwerker. Die handwerker is evenveel waard voor God! God kijkt niet naar het "aanzien" van de mensen, het prestige, de macht, het geld, de diplomas. Zich verheffen boven anderen is een belediging tegenover God en een onrechtvaardigheid! God verheft de nederigen, maar hij slaat de hoogmoedigen, zegt de Bijbel. Kijk naar Lucifer, hoe die gestraft werd omdat hij zich verheven achtte boven alle engelen en weigerde de Zoon van God in Zijn mensheid te aanbidden.
b) Wil ook niet geprezen worden door de anderen. Iemand vertelde me eens: "Over u zegt nooit iemand iets goeds." Ik antwoordde dat ik dan in de ogen van veel mensen misschien ook niets bijzonders doe. Wat ik doe is misschien het bespreken niet waard. En dezelfde persoon voegde eraan toe: "Goede wijn behoeft geen krans." Goede wijn hoeft niet geprezen te worden, die is van goede kwaliteit en dat bewijst men gewoon door ervan te drinken.
Trouwens, wie geprezen wil worden door anderen, trekt ook niet echt de hoogachting aan van anderen. Achter uw rug lachen de mensen u toch uit en achter uw rug vertellen ze allerlei slechts, zoals bijv.: "Kijk eens wat een blaaskaak, die rijdt in een dure BMW om op te vallen." Denk niet dat de mens u in hun hart zullen dragen omdat ge in een BMW rijdt.
Ge moet het dus niet willen, geprezen te worden door de mensen in deze wereld. Als je maar door God wordt geprezen in het hiernamaals. God zal uw goede werken vergelden, niet de mensen. De Heer zegt toch: "Als ge goede werken doet, bazuin het dan niet uit zoals de Farizeeën, (Dat deden ze dus ook letterlijk, als ze een aalmoes gaven, dan lieten ze iemand met een bazuin vooruitgaan om de aandacht te trekken.) maar geef uw aalmoes in het verborgene. Uw Vader in de hemel ziet u in het verborgene en Hij zal het u vergelden."
Dus de Heer leert ons de nederigheid van hart (d.i. de armoede van de geest) als voorwaarde om het Rijk der Hemelen binnen te gaan. De hoogmoedigen zullen er dus niet binnengaan. Men komt erin door de smalle weg, die moeilijk is, men komt er door de smalle poort.
Wat kan het mij schelen of de wereld mij prijst of misprijst, als ik maar door God geprezen wordt in het hiernamaals. Voor de persoonlijke glorie van de mensen doet men alles, of voor de voldoening van de eigen egoïstische verlangens doet de mens alles. Er worden zelfs moorden voor begaan. Lees maar de kranten, elke dag staan de kranten er vol van.
Zoek dus de laagste plaats, zegt de Heer Jezus in Zijn parabel. Daarvoor moet ge eerst u zelf gering schatten, wat minder een hoge dunk hebben over u zelf en dat bekomt ge als ge denkt aan wat voor foute dingen ge allemaal gedaan hebt in uw leven. Zo was ook de Apostel Paulus. Hij noemde "de laatste van alle apostelen". Zo leeft ge ook meer in vrede met God, uzelf en met uw medemensen.
Wil niet geëerd worden door anderen. Blijf nederig ook al heb ge succes. Er is niets zo vergankelijk als de lof van de mensen. Op Palmzondag waren de inwoners van Jeruzalem wild enthousiast en stonden ze te wuiven en te roepen: "Hosanna!" Een paar dagen later stond een menigte voor Pilatus Jezus te beledigen en, opgejut door enkele hooggeplaatste leden van het Sanhedrin (de manipulatie speelde een grote rol), stonden ze te roepen: "Kruisig Hem!" Daaruit blijkt toch dat ge u nooit iets gelegen moet laten aan de publieke opinie die verandert gelijk de wind. Dat zien we o.a. in de Kerk. Al de vleiers van kardinaal, kijk nu eens, na al die schandalen in de Kerk, ze vleien hem niet meer, ze bekritiseren hem en vallen hem openlijk aan in de pers.
Er zijn pausen die, nadat ze tot paus gekozen werden, zich achteraf hierover beklaagden: "Oh! Was ik maar simpele portier gebleven in mijn klooster." Wat telt is dat we in de hemel de glorie van God aanschouwen en niet dat we hier op aarde werken voor een aardse glorie. Jezus heeft ons voorgeleefd wat Hij ons aanbeveelt. Hij is in Zijn leven nooit tot een hoge functie benoemd. Hij is gestorven, verlaten door bijna iedereen, maar op de 3de dag is Hij verrezen. Hij heeft Zich vernederd en daarom heeft God Hem verheven tot aan de rechterhand van God; d.w.z. de hoogste plaats in de hemel en Hij werd aangesteld als Heer over hemel en aarde. Laten we Maria, de Moeder van de Heer, bidden en vooral het Magnificat waarin Zij zegt: "Hij heeft de hoogmoedigen van de troon gestoten, maar de nederigen heeft Hij verheven." Laten we steeds nederige dienstknechten van de Heer zijn en met Hem lijden om met Hem verheerlijkt te worden in de eeuwige zaligheid.
DE 1STE EN DE 2DE BRIEF VAN PETRUS.
E.H. P. van de Kerckhove.
De 1ste Brief van Petrus werd geschreven te Rome, waarschijnlijk in de tijd van keizer Nero, nog voor de brand van Rome en de grote christenvervolging die daarop volgde. [De afwezigheid van technische termen zoals "vervolging", "tribunaal" is opvallend. Petrus gebruikt eerder zachte termen zoals "beproeving", "lijden voor de gerechtigheid". De brief ademt eerder een rustige familiesfeer uit]. Er is een grote conformiteit qua doctrine en uitdrukking met de redevoeringen van Petrus in de Handelingen. Volgens pater Spicq o.p. is dit argument beslissend voor de authenticiteit van de 1ste Petrusbrief (Les Epitres de Saint Pierre) 1966, pag. 18-19), o.m. zijn gebruik van profetische getuigenissen 1, 10-12 "Naar de redding is al intensief gezocht door de profeten toen zij profeteerden over de genade die voor u is bestemd. Zij vroegen zich af op welk tijdstip en welke omstandigheden de Geest van Christus doelde die in hen werkzaam was en die het lijden en de daarop volgende voorspelde. Maar hun werd geopenbaard dat deze boodschap niet voor henzelf diende, maar voor u." Vergelijk Hand. 2, 25-31, de profetie van David 3, 18-25, etc.
Onder meer, de titel "de lijdende Dienaar van Jahweh". Petrus ziet het lijden van de Messias in functie van Jesaja 53. Dit is niet typisch christelijk, want de rabbijnen in de Talmoed (BT Sanhedrin 98b, een van de Namen van de Messias is Metzorah met verwijzing naar Jesaja 53,4) spreken van het lijden van de Messias in individuele zin. Dit is reeds een prechristelijke interpretatie. De collectieve interpretatie, die de Messias ziet als heel Israël, is een latere interpretatie.
Onder meer is Petrus getuige van de verrijzenis van Christus en deze is de bron van de doeltreffendheid van het doopsel en onze aanneming als kind van God (1, 3; 3, 21) De sequentie Verrijzenis, Hemelvaart en de hemelse heerlijkheid in 1 Petrus en de Handelingen.
Naast de oude Traditie van de Kerk is ook de moderne exegese voorstander van de authenticiteit van de 1ste Petrusbrief, zowel protestanten (Moffatt, van Unnik, Michaelis, Gutherie, Beasly-Murray, ) als katholieken (Charue, Schelke, Spicq, )
Het eerste grote theologische thema van de 1ste Petrusbrief is samengevat: "Wij zijn pelgrims op weg naar de hemel. Op die weg zijn er beproevingen, maar het is de hemel die ons wacht. Dit geloof vervult ons met vreugde ondanks de beproevingen."
1, 1-16: Breng in vrees de tijd van uw ballingschap door. Wij zijn maar pelgrims en vreemdelingen in deze wereld. Onze hoop is gericht op de hemelse zaligheid, onze erfenis is onvergankelijk, onaantastbaar en onbederfelijk. Niet zoals de aardse erfenissen (1,3-4). Het geloof wordt beproefd. Verheugt u dus omdat ge het doel van uw geloof zult bereiken. Diezelfde hoop geeft ons vreugde in het lijden. Dus, houdt stand en blijft standvastig in het geloof. Die oproep zit er ook in. De profeten hebben over die genade van de zaligheid gesproken en dat Christus zou lijden en zo Zijn Heerlijkheid zou binnengaan. De christengelovige is toch niet meer dan de Heer Jezus zelf! Wij moeten wat kunnen lijden om zo deel te hebben aan de eeuwige zaligheid. De profeten vroeger en de apostelen nu hebben alles al verkondigd. Zij zijn getuigen geweest van het Leven en de Leer van Jezus Christus. Dat konden ze vanaf Pinksteren door de Heilige Geest die hun verstand verlichtte en die hen zonder vrees deed optreden. "Weest heilig zoals Christus heilig is. Weest dus navolgers van Hem." (1,16).
Weest pelgrims tijdens uw leven op aarde die in geloof en hoop op weg zijn naar de eeuwige, hemelse zaligheid. Gij zijt nog ballingen (1,17) maar gij zijt verlost, bevrijd door het Bloed van Christus en door Zijn Offer, dat een Offer was ter vergeving van de zonden (1,18). Christus is het Lam (Gr. amnos) zonder vlek (1,19). Johannes de Doper noemt Jezus "Lam Gods" (1,29 amnos tou theou). Christus was voorbestemd voor het verlossingswerk en wij zijn voorbestemd en geroepen tot het heil. Hij is nu pas verschenen ter wille van u en van alle uitverkorenen die Hij Zich nog zal verzamelen tot het einde van de wereld. God heeft Hem uit de doden doen verrijzen (1,21). Dus is uw geloof in de verrijzenis ook hoop op God, de hoop om door Jezus Christus en door Zijn verdiensten een eeuwige, hemelse erfenis te verkrijgen en op het einde van de wereld de lichamelijke verrijzenis tot de eeuwige heerlijkheid.
Bemint dus uw naaste, uw broeder die ook Christus is. Gij moet elkaar beminnen zoals Christus allen heeft bemind. Gij zijt wedergeboren uit onvergankelijk zaad door de Heilige Geest (1,23), door het Woord van God dat blijft in eeuwigheid. Het Woord van wordt hier als voortbrengende kracht van de gedoopte christen beschouwd. Dat woord van God heeft als sluitstuk het Evangelie. Het woord van God brengt in de ziel van de gedoopte vruchten voort. Het bezit het Leven en deelt het mee en is ook vruchtbaar. Die doeltreffendheid is eeuwig. Petrus citeert hier Jesaja 40, 6-8: "Alle stervelingen zijn als gras dat verdort, maar het Woord van de Heer blijft in eeuwigheid." Hiermee wordt de kaduukheid van alle dingen aangeduid.
Hoofdstuk 2. Als ge in zon hoop leeft, wil dat zeggen dat ge in zo een geloof ook anders gaat leven dan die mensen die geen geloof of hoop op de eeuwige zaligheid hebben.
2,2: "Weest als pasgeboren kinderen, begerig naar de zuivere, geestelijke melk waardoor u zult groeien of gered worden." Pas gedoopten leiden al een nieuw leven en zo beginnen ze met melk te drinken zoals zuigelingen. Pas later krijgen ze vast voedsel. Een gelijkaardige idee vinden wij bij Paulus. Pas gedoopten zijn als pasgeborenen door hun kinderlijke onschuld. Een ander beeld van Paulus is: "Leg af de oude mens" en "Bekleed u met de Christus" en wordt een nieuwe mens.
Van wie krijgt de zuigeling de melk? Toch van de moeder!
De Moeder van de pas gedoopten is de Kerk.
De Kerk is onze Moeder. Dit beeld van de Kerk als Moeder zit impliciet in 1 Petrus en dit is op Vaticanum II expliciet geworden. Waarom is de Kerk onze Moeder?
1. De Kerk brengt ons voort tot een nieuw leven, een bovennatuurlijk leven, nl. dat van de gedoopten. Wij worden herboren door het doopsel van water en Heilige Geest tot kinderen van God maar ook tot kinderen van de Kerk.
2. De Kerk voedt het geloof van haar kinderen te beginnen met melk (dit zijn de basispunten van het geloof) en het gaat om de christelijke Leer die als melk uit de borst van de Kerk vloeit door het onderricht van de priesters en de bisschoppen. Ge moet bij nieuw gedoopten niet beginnen met een scholastieke uitleg over de Transsubstantiatie. Dan kunnen ze niet meer mee.
2,4-8: "Hij is de levende steen, door mensen verworpen, maar uitverkoren door God."
De Messias en God zelf worden in de Bijbel "rots" genoemd (2 Sam. 23,3; Ps. 18,3; ). Maar Christus is het leven en maakt ook ziel en lichaam levend (levend water, brood des levens, ). Hij geeft het leven en onderhoudt het in heel de Kerk waarvan Hij de hoeksteen is. De Kerk bestaat uit levende bouwstenen, gelovigen dus van de basis tot het dak. Voor hen die niet willen geloven, is de hoeksteen een obstakel geworden, o.m. voor de Farizeeën in Jezus tijd, een steen waarover ze struikelen (de fundamentsteen) of een steen die op hun hoofd valt (de sluitsteen van een gewelf). Het Griekse of Aramese woord kan wel degelijk beide betekenissen hebben (fundament- of sluitsteen).
2,8: "Zij die niet geloven en zich stoten aan die steen, zijn ook voorbestemd."
Dit lijkt vreemd wat Petrus hier schrijft. Zou er dan toch een voorbestemming zijn tot de verdoemenis? (cfr. Calvijn). Christus was voorbestemd om onze Verlosser te zijn door Zijn Offer. Hij was uitverkoren (1,20 voorbestemd; uitverkiezen, voorbestemmen; 1,2 de voorkennis van God) van voor de grondvesting der wereld. Zo is de christen voorbestemd voor de eeuwige zaligheid. Maar de vraag is of de ongelovigen ook voorbestemd zijn om niet gered te worden (Gr. Ze waren daartoe ook bestemd 2,8 van het werkwoord voorbereiden, voorbestemmen. Joh. 15,16; 1 Tim. 1,12; Hand. 13,47). De predestinatie is tot het heil. Wij zijn geroepen tot geloof voor onze redding. Maar er is ook een predestinatie tot verdoemenis. Men moet dit echter juist uitleggen. Voorbeelden van predestinatie tot verdoemenis zijn Judas en de Joden in het algemeen door hun verwerping van Jezus (zie o.a. Rom. 9-11). Dit is een groot mysterie, nl. dat er een predestinatie is, vooral bij de Joden omwille van het niet geloven in Jezus Messias. Maar dat moest juist als doel hebben de bekering van de massas van de heidenen (cfr. Rom.). Volgens 1 Petrus 2,8 zijn dus niet gelovigen ook voorbestemd in hun ongeloof. (plaatsen, zetten, fixeren; passief: geplaatst worden, gefixeerd worden, voorbestemd zijn (tot ongeloof in dit geval).
Deze passage doet de vraag rijzen: "Wat is predestinatie?"
Kan het zijn dat God iemand voorbestemd om niet te geloven, dus om niet gered te zijn? Zijn diegenen die niet gered zijn daartoe ook voorbestemd? (1 Petrus 2,8 zegt en ook Apoc. 21,27 waar het Boek des Levens een metafoor is voor de predestinatie). De predestinatie wordt vooral gebruikt voor de voorbestemming tot het heil. Hand. 13 en Rom. 8 vatten het samen: "Zij die Hij vooraf heeft gekend, heeft Hij ook voorbestemd." Toch wordt het heil verbonden met de goede werken van eenieder. De mens is dus zelf verantwoordelijk voor zijn eigen heil of verdoemenis. (Mat. 20,10; 22,12; 25,3-12: de parabel van de bruidsmeisjes). 2 Petrus 1,10 zegt ook dat goede morele handelingen noodzakelijk zijn om vast te staan in roeping en uitverkiezing.
Gods eeuwig raadsbesluit is ook afhankelijk van de vrije medewerking van de mens. De predestinatie "ante merita" (voor de verdiensten van de werken) wil de universele Verlossing van alle mensen, maar de predestinatie "post merita" (previsa na de verdiensten die God heeft voorzien) is de predestinatie waarin aan de enen heil wordt toegekend en aan de anderen verdoemenis. Met dit theologische onderscheid tussen predestinatie "ante merita" en predestinatie "post merita previsa" is de passage van 1 Petrus 2,8 duidelijk en in overeenstemming met de katholieke predestinatieleer.
2,11-18: " Leidt onder de heidenen een voorbeeldig leven. Weest onderdanig aan elk menselijk gezag. Doe dat vrijwillig, niet onder dwang, als dienstknechten van God. Slaven, (het gaat hier om christelijk huispersoneel) schik u naar uw meesters. De autoriteiten zijn plaatsvervangers van God."
2,19: "Onverdiend leed verdragen is een gunst." Petrus spreekt hier over het lijden van de onschuldigen. We moeten ook wat lijden, zelfs als we niets misdaan hebben, zelfs als we goeds gedaan hebben. Zo zijn we meer Christus gelijken Die ook geleden heeft, ofschoon Hij niets misdaan had. Christus heeft op het kruis onze zonden gedragen (2,24) en toch was Hij onschuldig. Door Zijn striemen zijn wij genezen (d.w.z. gered; cfr. Jesaja 53,5). Als schapen dwaalden we rond, maar we zijn teruggekeerd naar de Heer, tot Hem die onze zielen behoedt.
Het tweede grote theologische thema van de 1ste Petrusbrief.
1) Jezus heeft geleden.
2) Het was een uitboeting voor ons en voor onze zonden.
3) Daardoor zijn wij genezen en leiden wij een ander leven als gedoopte christenen in dienst van God.
4) De schapen zijn teruggekeerd tot de Heer, de goede Herder, de behoeder van de zielen.
5) Mat. 26 schrijft dat de verrezen Heer de kudde zal verzamelen: "Na Mijn opwekking zal Ik u voorgaan naar Galilea."
Theologische uitleg.
1) Jezus heeft geleden in Lichaam en Ziel: Hij heeft een vreselijk lijden geleden in de Hof van Olijven, door Zijn arrestatie, het verraad van Judas en de vlucht van alle apostelen, door de mishandelingen, de geseling, de doornenkroon, de ter dood veroordeling, de kruisiging en tenslotte de vreselijke dood aan het kruis. Dit alles was in Jesaja 53 voorspeld i.v.m. de lijdende Dienaar van Jahweh. Dit is de Messias in individuele zin en niet heel het volk Israël. (Deze laatste interpretatie, de collectieve interpretatie, is later gegeven door de rabbijnen.) De individuele interpretatie is de oorspronkelijke en zelfs in de Talmoed zijn er nog sporen van terug te vinden (BT Talmoed) waar over de Messias in individuele zin wordt gesproken met vier titels.
2) Zijn Lijden was niet voor Hemzelf. Hij was zonder zonden, maar het was wel voor de zondaars. Wij waren de echte zondaars, de mensheid van voor Christus. Voor ons dus was Zijn Lijden een uitboeting, een expiatio. In het Oude Testament brachten de priesters van de Joden een offer op het altaar in de tempel (Lev. 14,20) voor de zonden van het volk. Welnu, Jezus Christus zelf is Hogepriester van het Nieuwe Verbond en Hij heeft Zijn eigen Lichaam geofferd als een offer op het altaar van het kruis (Rom. 7,4). Het is een uniek offer voor de gehele zondige mensheid, een universeel offer voor alle mensen van alle tijden (2 Kor. (5,21).
3) Zijn offer heeft ons leven veranderd. We zijn bevrijd, gered, genezen door Zijn striemen. Zijn striemen zijn een deel van Zijn lijden en wij kunnen een ander leve"n gaan leiden. Dat andere leven wordt ons gegeven in het doopsel. Dat andere leven wordt uitgedrukt in 2,1 (leg af alle boosheid). De christen heeft een geestelijk leven, een leven van de Heilige Geest die in onze ziel werd gestort met het doopsel. 2,11: "Leid een voorbeeldig leven, houd u ver van alle lusten die strijd voeren tegen de ziel. "
4) Vroeger waren we ronddolende schapen, maar nu zijn we teruggekeerd naar de Heer onze Herder. De mensheid in zonde was als een kudde zonder herder. Door de zonde verkeerde de mensheid in dwaling. (De Targoem van Jes. 53,6) Allen waren we als verdwaalde schapen. Sinds ons doopsel zijn we teruggekeerd. Dit impliceert de bekering tot God, tot onze goed Herder. Joh. 10 handelt daarover. In de Bijbel wordt God ook "een goede Herder" genoemd voor Zijn volk, wat het idee van beschermen en behoeden inhoudt, maar ook het brengen naar het weiland (Gr; episkopos, opzichter, behoeder). De goede Herder is een waakzame Herder en zorgt voor alles en voorziet ook in alles met Zijn voorzienigheid.
5) De verrezen Christus zal de kudde verzamelen en haar voorgaan om de kudde tot bij God de Vader te brengen in de eeuwige zaligheid van de hemel (3,18).
Hoofdstuk 3: De morele plichten en vermaningen die voortvloeien uit het doctrinaire gedeelte en het zwaartepunt van het Epistel (2,21-25).
3,1-7 Plichten van man en vrouw. De vrouwen moeten rein en ingetogen zijn: "Tooi u niet met vergankelijke sieraden, maar met de onvergankelijke tooi van een zachtmoedige geest. Wees onderdanig aan uw mannen (cfr. Paulus). De mannen moeten redelijk zijn met hun vrouwen en hen in ere houden als mede-erfgenamen van de genade." Man en vrouw zijn gelijk voor de genade van het doopsel en voor de hoop op de eeuwige zaligheid.
3,8-12 Vermaningen voor allen. "Weest eensgezind. Vergeldt geen kwaad met kwaad. Bewaart uw tongen voor het kwaad en uw lippen voor de leugen. De ogen van de Heer zijn op de vrome gericht en Zijn oren naar hun smeken."
3,13-18. Lijden in navolging van Christus. "Al zoudt ge ook lijden omwille van de gerechtigheid (d.w.z. ook zijt ge onschuldig en doet ge het goede ) dan zijt ge gelukkig (zalig; Gr. makarios)! Cfr. De Zaligsprekingen: "Verantwoordt u aan iedereen die u rekenschap vraagt over de hoop die in u leeft! Ook Christus heeft geleden voor de zonden, de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen "
3,18-22 Recapitulatie van het doctrinaire gedeelte (Hst. 2) met nieuwe elementen. "Christus is gestorven voor onze zonden, de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen. Zijn dood was een offer (cfr. 2,24) voor de uitboeting van de zonden. Zijn offer is uniek en volmaakt en kan niet herhaald worden (Hebr. 7,27).
3,19 "Hij ging heen en predikte voor de geesten in de kerker.", (Het gaat om de doden; cfr. Spicq p. 136) zowel rechtvaardigen als zondaars, in de "inferi" of de "sheôl".Dit is niet de hel van de eeuwige verdoemenis (cfr. Ps. 16,10, het dodenrijk = sheôl; Ps. 139,8-10; Jes. 24,22, kuil, kerker) 2 Petrus 2,4 noemt het de Tartarus. Dit is het voorgeborchte van de rechtvaardigen van het Oude Testament (Osee 13,14; Ps. 49,16) waar Jezus Christus de Blijde Boodschap is gaan prediken aan de zielen. Hij is dus afgedaald in de Hades cfr. Hand. 2,27: "U zult mijn leven niet overlaten aan het dodenrijk."). Het artikel van het Credo "Hij is neergedaald ter helle = het voorgeborchte" heeft dus wel een stevige basis in de Schrift.
3,20-22 Een van die rechtvaardigen is Noach geweest. Acht personen werden gered in zijn ark. De ark is hier een profetische voorafbeelding van de Kerk. Door het doopsel wordt de neofiet opgenomen in de Kerk en legt hij zijn doopgeloften af. Daarop wordt gezinspeeld in 3,21 (verzoek, engagement van de neofieten om te leven volgens Gods geboden en het Evangelie). Men legde van bij het begin een doopbelofte af om te verzaken aan Satan en al zijn listen. Zoals Christus verrezen is, zo is ook de gedoopte verrezen met Christus tot een nieuw leven.
Hoofdstuk 4. Nog morele vermaningen.
4,1-4 Christus heeft geleden voor de zonden. Wij zijn bevrijd van de zonden. Leeft dus niet meer volgens de lusten van de mensen, maar volgens de Wil van God. "Vroeger leefde ge een leven van losbandigheid, wellust, dronkenschap, feestjes en de verwerpelijke dienst aan de afgoden."
4,5-6 "Christus zal oordelen levenden en doden." Zijn oordeelsmacht is universeel bij het Laatste Oordeel."Daarom is ook aan de gestorvenen het Evangelie gepredikt."
4,7-19 "Houdt voor alles vast aan de liefde voor elkaar, want de liefde bedekt tal van zonden. Weest gastvrij." "Weest verheugd naarmate ge meer deel hebt aan het lijden van Christus. Prijst u gelukkig als men u hoont om de Naam van Christus. Het is een teken dat de Geest van God op u rust. Wie als Christus lijdt, eert God." Het lijden van de rechtvaardigen is voor de glorie van God. Als ge gestraft wordt omdat ge een moordenaar zijt, dan hebt ge uw verdiende straf. Maar als ge lijdt omwille van het goede dat ge doet, dan verheerlijkt ge God.
Hoofdstuk 5. "De oudsten onder u vermaan ik, oudste evenals zij." (Petrus was ook hun medepriester. Petrus noemt zich presbyter zoals ook Johannes in 2 Johannes 1; 3 Johannes 1). De "oudsten was een raad, een bestuurscollege. De instelling komt uit het Oude Testament (cfr. Pater J. van der Ploeg o.p. "Les Anciens dans lAncien Testament" Festschrift für H. Junker, Trier 1961 pp. 175 e.v.).
"Weidt Gods kudde die u is toevertrouwd, niet uit dwang, niet uit winzucht voor het materiële gemak. Speel niet de baas, maar weest een voorbeeld voor de kudde." Petrus somt hier de kwaliteiten op van de goede herder. De taak van de priester is pastoraal. De kwaliteiten van de goede herder zijn:
Medelijden hebben (Mat. 9,36; Luc. 15,3-7).
Toezicht houden.
De goede doctrine prediken.
De kudde leiden in de goede richting. (Ps. 80,2).
De kudde bijeen houden en verdwaalde schapen terugbrengen.
De kudde verdedigen tegen vijanden en dieven.
Er is veel zorg en onthechting voor nodig om een goede herder te zijn, belangloze inzet, zonder te denken aan eigen profijt. Het zijn allemaal dingen die de goede herder doet, en ook Petrus zelf en zijn opvolgers die door de Heer zijn aangesteld als Opperherders! De kudde is van de Heer en ze is niet onze eigendom (Ezech. 34,31; Ps. 100,3; Joh. 21,15-17)!
5,6-14 Slotvermaningen. "Weest nuchter, waakzaam. De duivel, uw vijand, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek om die te verslinden. Weerstaat hem, sterk door uw geloof." Geen onbezonnenheid, maar wel waakzaamheid is geboden voor de christen die leeft als pelgrim in deze wereld. De vijand ligt op de loer. Die slaapt niet. Hij waakt om een heel andere reden om ons te verslinden van zodra hij ons te pakken krijgt. Hij brengt de gelovigen in verleiding tot geloofsafval en tot dwaling en zedenbederf. Soms verbergt hij zich en doet zich voor als een wolf in schaapskleren. Soms gaat hij agressief te keer, soms met grote geraffineerdheid.
De duivel is een moordenaar en een leugenaar. Hij tracht binnen te dringen in de kudde op allerlei manieren. Door ze van buitenaf te bestrijden door vervolging of door ze van binnen corrupt te maken door allerlei valse leraars die hun dwaalleer verspreiden. De gelovigen moeten weerstaan aan de duivel. Dat is de belofte die ze doen in de doopbeloften. Het geloof is een persoonlijke overtuiging en tezelfdertijd een objectieve, geopenbaarde Waarheid die ons vervult met kracht om te weerstaan aan Satan in de verleidingen.
De overwinning staat vast! God zal u na een kortstondig lijden oprichten en bevestigen. Als uw huis is gebouwd op de rots van het geloof, zal het standhouden als de storm komt, zegt de Heer Jezus. Als Satan komt, zelfs met het gebries van een leeuw of onder dreiging van u dood te schieten, dan zult ge standhouden en standhouden in het geloof. Het geloof dat we hebben overgeleverd gekregen van onze voorvaderen die ons zijn voorgegaan in de dood en die gestorven zijn in de hoop op het eeuwige leven en op de eindverrijzenis waaraan ook wij deel hebben in de glorie van God in de hemel.
"De zustergemeente in Babylon groet u, evenals mijn zoon Markus. Groet elkaar met een vredeskus. Vrede voor allen." Babylon is een metafoor voor Rome (cfr. Eusebius). Zo werd Rome genoemd in de 1ste eeuw in Joodse milieus (cfr. Sybill. Orakels 5,143; Syr. Apoc. van Baruch 11).
2DE BRIEF VAN PETRUS.
De auteur van de 2de Petrusbrief noemt zich Simon Petrus. De authenticiteit van deze Brief vindt nog steeds aanhangers (cfr. Guthrie New Testament Introduction, p. 151 e.v.).
- De auteur noemt zich Simeon Petrus, knecht en apostel van Jezus Christus. De naam Simeon is een primitieve vorm. Handelingen 14 zegt dat Simeon had uiteengezet op de apostelenvergadering in Jeruzalem hoe God de heidenen had geroepen tot het heil!
- De auteur zegt dat hij getuige was van de Transfiguratie.
- De auteur spreekt over "onze geliefde broeder Paulus" (3,15) wat een familiare uitdrukking is die niet past bij een pseudepigraaf.
- 2 Petrus 3,1: "Dit is de tweedebrief die ik u schrijf." Dit is een verwijzing naar 1 Petrus of naar een verloren gegane brief. Indien de pseudepigraaf zijn 2de Brief meer autoriteit wilde geven, zou hij meer de inhoud en de vorm van de 1ste Brief hebben nagebootst! Dat doet hij juist niet. De terminologie verschilt te veel en de stijl ook! Dat kan wijzen op verscheidenheid in dezelfde auteur. De taalargumenten tegen de authenticiteit houden geen steek! Soms gebruikt hij het woord "openbaring" (1 Petrus), soms "parousie" (2 Petrus). De themata van beide Brieven verschillen ook, maar er zijn gelijkenissen qua inhoud.
De 2de Petrusbrief was niet bekend in de 1ste eeuw. Ireneüs kende wel de 1ste Petrusbrief. De 2de Petrusbrief verschijnt in Egypte ca. 120 na Christus in de Apocalyps van Petrus (in het Grieks bewaard in de papyrus Bodmer 3de eeuw) die geen expliciete referenties bevat maar wel impliciete aanwijzingen van de 2de Petrusbrief.
Origenes kende allebei de Petrusbrieven en citeert ze ook, maar hij geeft toe dat de authenticiteit van 2 Petrus betwist wordt (Eusebius H.E. 3,3,1). Eusebius schrijft dat de 2de Petrusbrief niet authentiek is, maar wel nuttig voor het heil van velen. Ook Hiëronymus (De Vir. 1) schrijft dat de meerderheid van de geleerden de authenticiteit van de 2de Petrusbrief niet erkent door de grote verschillen in stijl met 1 Petrus.
1,1-9 "Aan hen die door de Gerechtigheid van Jezus Christus het geloof hebben ontvangen." Dat geloof moet ook gevoed worden met deugdzaamheid (christelijke moed), kennis (van het Woord van God), zelfbeheersing (volharding), standvastigheid, vroomheid, broederliefde (liefde voor christenen en niet-christenen).
1,10-11 "Doe uw best om steeds meer aan Gods roeping en uitverkiezing te beantwoorden. Als u zo handelt, zult u de hemel binnengaan." (Het doel van ons leven is bovennatuurlijk. Vergeet dat niet!). In 1 Petrus 1,9 zegt Petrus hetzelfde.
1,14 Petrus voorspelt zijn dood. "Ik weet dat deze tent weldra zal wordt neergehaald."
1,15 "Ik zal ervoor zorgen dat u zich dit alles na mijn heengaan telkens opnieuw voor de geest kunt halen." Heengaan, exodus, heeft hier de betekenis van de dood.
1,16 Petrus en twee andere apostelen zijn ooggetuigen geweest van de Transfiguratie op de heilige berg. "Geen enkel profetie van de Schrift laat een eigenmachtige uitleg toe." Profetieën zijn geïnspireerd door de Heilige Geest. Ze moeten geïnterpreteerd worden in het licht van hun vervulling in Jezus Christus.
2,1-4 Opgelet! Er zijn valse profeten die ketterijen invoeren en zelfs Jezus Christus loochenen. Velen zullen losbandig leven en hebzuchtig zijn. Zij zullen hun eigen verhalen uitvinden.
Hier volgen enkele voorbeelden van hoe God de zonde straft:
De gevallen engelen heeft God gestraft en opgesloten in de hel.
De zondige mensheid ten tijde van Noach.
De steden Sodoma en Gomorra heeft Hij verwoest ten tijde van Lot.
God straft de zonde, maar Hij redt de vromen: Noach werd gered met zijn gezin.
Lot werd gered uit Sodoma.
Het is ook een thema van 1 Petrus hoe God de vromen uit de beproeving redt.
2,10-16 "Hij zal hen straffen die zich door schandelijk begeerte laten drijven en zich overgeven aan wellust en de heerschappij der verachten." Boosdoeners lasteren de hemelse machten (o.a. atheïsten, vrijmetselaars). Zij lasteren wat ze niet eens kennen. "Hun ogen zijn vol overspel, zij hebben de rechte weg verlaten en zijn het pad van Bileam opgegaan."
2,17 Het morele leven is als een weg: de weg naar de hemel is smal, de weg naar de verdoemenis is breed. Een rechte weg die naar God leidt 2,15 "Ze hebben de rechte weg verlaten en zijn het pad van Bileam opgegaan." Het gaat hier om afvallige, ontrouwe christenen (cfr. Num. 22; Deut. 23; Balaam vervloekte Israël en verleidde Israël tot afgoderij. Balaam is in de geschiedenis het prototype van de perverte profeet (cfr. Targum Num. 22).
2,17-22 Dwaalleraars verleiden de jonge christenheid. Ze waren eerst gelovige christenen, maar ze laten zich nu opnieuw gaan naar de wereldse wellust. Hun toestand is erger dan voorheen, want het zijn apostaten (2,20). Het ware beter dat ze de weg van de gerechtigheid nooit gekend hadden, dan dat ze het heilige gebod (- de geopenbaarde waarheid = de geloofsbelijdenis en de morele regels Rom. 7,12) de rug hadden toegekeerd. Afvalligen zijn als honden en als zwijnen. Het spreekwoord zegt: "Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel, en een schoongewassen zeug naar de modderpoel." (2,22).
3,1 "Dit is reeds de tweede Brief die ik u schrijf." Deze referentie naar een eerdere Brief is verdacht (cfr. Spicq p. 244). De profeten en de Openbaring van Jezus Christus, door de apostelen overgeleverd. De Traditie is een bron van ons geloof. Geloofs- en moraalregel is de Leer van Jezus Christus, overgeleverd door de Kerk. Ook de Evangeliën zijn daarvan de neerslag. De inhoud is conform aan de historische waarheid. De Evangeliën moeten historisch zijn want anders is ons geloof een fabeltje, een schim, een menselijke constructie. Onze hoop op eeuwig leven is juist gebaseerd op deze reële basis, nl. Leven en Leer van Jezus Christus Die verrezen is en Die Zijn wederkomst in glorie voorspeld heeft. Over die wederkomst gaat het in hoofdstuk 3.
3,4 "Waar blijft nu de komst die Hij heeft toegezegd?" "Hemel en aarde zijn door God geschapen. De wereld is één keer door de zondvloed vergaan. De wereld zal een tweede keer vergaan door vuur op de dag van het Laatste Oordeel." 2 Petrus 3,7 is hier conform met Apoc. 20.
3,8 "Voor de Heer is één dag als duizend jaar." Hier is het millennium van de Apocalyps van toepassing. Hij komt terug op het einde van de wereld. Het millennium van de Kerk op aarde. Christus komt terug. Het millennium van de Kerk op aarde zal een einde kennen. Reeds 2000 wacht Hij omdat Hij wil dat vele mensen zich bekeren en redding vinden. Dat millennium van de Kerk op aarde duurt al 2000 jaar. Maar de oordeelsdag van de Heer komt onverwacht.
3,12-13 "Hemelse sferen zullen vergaan en de elementen zullen wegsmelten in de vuurgloed. Maar we verwachten een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar zuivere gerechtigheid zal heersen, (cfr. Jesaja) en waar de Kerk zuiver zal zijn in eeuwigheid, een nieuw Jeruzalem (cfr. Apoc.).
3,15 Verwijzing naar Paulus die ook in zijn brieven spreekt over de Parousie (o.a. I en II Thess.). "Laat u niet meeslepen op de dwaalwegen der goddelozen."
+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
"Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)
Spreekt de Jesus van Nazareth met de Volkeren.
**********************************************
ZEVENTIENDE VERSCHIJNING.
Vrijdag, 31 mei 1974 van 9.45 tot 10.05 uur.
Madeleine verwachtte geen bezoek van Jezus want het was niet de eerste vrijdag van de maand. Wel gaat zij iedere morgen, nadat zij de kinderen naar school heeft gebracht, naar de kapel om Jezus daar te bezoeken.
Net voor de communie uitreiking, komt zuster B. de priester halen voor een zieke. Hij denkt niet lang weg te zijn.
Plotseling verschijnt de stralenkrans op de plaats van het tabernakel. Het was breder en gaf de indruk minder hoog te zijn dan de vorige keren, het leek op iemand te wachten.
Madeleine zegt tegen zuster B., die zij inmiddels gehaald had :
"Er is iemand maar het is Jezus niet", en nadat zij iemand zag verschijnen, "Het is iemand die ik niet ken !"
Madeleine voegt toe :
"Ik was mij duidelijk bewust dat ik mij in de kapel bevond, terwijl ik de vorige keren volledig in beslag werd genomen door het visioen van Jezus, ontoegankelijk voor alles wat mij omringde...
Deze onbekende figuur hield een soort vaandel vast met bovenop een kruisje wat evenals de vlaggenstok van dezelfde kleur was, en die schitterden als goud. Onder het kruis hing een banier dat wel van stof leek, waarop drie woorden waarvan ik meende de eerste en de laatste te onderscheiden : "QUIS DEUS*". De stok eindigde naar beneden toe in een kleine punt van lans of piek. De persoon had kort ietwat kroezelig haar, geknipt als bij een soldaat. Zijn tuniek was kort en zijn rechterhand hield het midden van de stok vast, een soort kap beschermde zijn kuiten."
* "QUIS ES DEUS" : Wie is als God ? Dit betekent ook het hebreeuwse woord Michaël.
Ik vroeg hem :
"Wie bent u ?"
"Weest gegroet." En hij knikte mij toe.
"Ik ben de aartsengel Michaël, door God gezonden.
U zult de Geheimenissen van de Verlosser zien, en iedere zin zult u één voor één herhalen al naar gelang ik ze voorzeg."
Madeleine antwoordde hem :
"Indien God u stuurt, zal ik gehoorzamen."
De aartsengel was daar nog steeds toen hij haar zei :
"Per Mysterium Sanctæ Incarnationis Tuæ."
(Door het geheim van uw Heilige Menswording.)
En hij verdwijnt.
Madeleine geeft als commentaar :
"Ik heb iemand gezien, die geheel in het wit was gekleed en knielde. Ik dacht dat het een engel was. Hij keek naar een jong mooi meisje met een hoofddoek om. Bij het zien van de engel, groette zij en bleef met gebogen hoofd zitten. Zij plaatste haar handen na elkaar op de borst, precies zoals de Heer het mij geleerd heeft. Ditzelfde gebaar maakte indruk op mij en trok dus extra mijn aandacht. Een paar seconden later was alles verdwenen."
Vervolgens zag ik de aartsengel weer, die mij zei :
"Per Nativitatem Tuam."
"Door uw Geboorte."
De aartsengel verdwijnt.
Dan ziet Madeleine een baby in een tenen wieg of op stro liggen gevormd als een wieg; er staan veel mensen omheen in lange kledij; zij geven de indruk Hem te bekijken en bewonderen... daarna verdwijnt alles.
Zij ziet de aartsengel weer op dezelfde plaats, maar meent overigens dat hij daar steeds aanwezig is, echter uit het zicht verdwijnt vanwege de belangrijkheid van het tableau vivant dat haar wordt aangeboden.
Hij zegt haar alvorens te verdwijnen :
"Per Baptismum et Sanctum Jejunium Tuum."
"Door uw Doopsel en uw Heilig Vasten."
Jezus wordt vergezeld door een grote man, hoewel kleiner dan Hemzelf, die een soort cape of schoudermantel draagt van kortharige vacht. Ik zie water stromen zoals een rivier. Deze man houdt een bakje vast aan een steel, waarmee hij water uit de rivier schept en over het hoofd van Jezus giet; enkele seconden later bestijgt Jezus een klimmend pad en bovengekomen zet Hij zich neer. Hij kruist zijn handen, richt zijn ogen ten hemel alsof Hij bidt, en daarna verdwijnt alles.
Zij ziet de aartsengel weer, die zegt :
"Per Crucem et Passionem Tuam."
"Door uw Kruis en uw Lijden."
Waarop de aartsengel verdwijnt.
Met veel moeite draagt Jezus op zijn rechterschouder een zeer zwaar Kruis, lopend in het midden van een pad met aan weerskanten een menigte die lijkt te lachen. Sommigen heffen hun hand omhoog alsof zij iets naar Hem toe willen gooien.
Jezus viel niet ondanks het gewicht van zijn Kruis, dat verbaasde mij en meermaals dacht ik.. "Nu begeeft Hij het onderweg", och, arme Jezus. Daarop verdwijnt het beeld.
De aartsengel toont zich opnieuw en zegt :
"Per Mortem et Sepulturam Tuam."
"Door uw Dood en uw Graflegging."
alvorens te verdwijnen :
Nu ziet Madeleine Jezus op het Kruis. Hij schijnt reeds gestorven, het hoofd voorover gebogen, het bovenlichaam ontbloot, een grote wond ter rechterzijde en ik geloof daaronder een stroompje gestold bloed. Drie personen bevinden zich bij de voet van het Kruis; twee staan rechtop, elk aan een kant, en kijken met treurige blik naar het gelaat van Jezus.
De middelste, vooraan, is geknield en omklemt met beide handen de voet van het Kruis en wil blijkbaar Jezus voeten kussen, die op een houten steun rusten.
Madeleine huilt dikke tranen.
Madeleine ziet de aartsengel weer, die zegt :
"Per Sanctam Resurrectionem Tuam."
"Door uw Heilige Verrijzenis."
Terstond ziet Madeleine Jezus weer in leven, een Vreugde overweldigt haar. Hij verschijnt zoals bij de allereerste keer, op die avond van de 27e december 1972, glimlachend, zijn handen in begroeting naar haar uitgestrekt en zegt haar :
"Ik ben Jezus van Nazareth, de verrezen Mensenzoon, en voegt toe : vanuit de doden opgestaan."
"Beziet mijn Wonden."
Met zijn rechterhand ontsluit Hij de rechterkant van zijn lange kleed hoewel deze zonder opening is. Madeleine zag toen een grote onbloedige wond. Op de rug van zijn rechterhand zag zij een klein gat. In de palm van zijn linkerhand, die naar haar was uitgestrekt, was eveneens een gat en op iedere voet gold hetzelfde.
Vervolgens zei Hij tegen haar :
"Komt naderbij en betast mijn Zijde."
Madeleine stond op, stak haar rechterhand uit en raakte met haar wijs en middelvinger de rand aan van zijn Wonde, die diep bleek te zijn.
Zij was uiterst ontroerd en zei :
"Heer, U heeft zoveel voor ons geleden !"
Zij werd verdrietig bij de gedachte dat Jezus zoveel had geleden voor de wereld, de zonden van de wereld, voor de ondankbaarheid van de mensen, voor ons allen, arme zondaars.
Zij ging weer knielen en Jezus hernam zijn gewone houding (met de handen naar haar uitgestrekt). Zijn kleed hing ook weer normaal.
Hij zei haar :
"Zegt dit hardop :
Jezus zei iedere zin langzaam voor
"Jezus vraagt om het gebed, dat Hij u geleerd heeft, aan de gehele wereld bekend te maken. Hij vraagt dat het Glorierijke Kruis en het Heiligdom in het einde van het Heilig Jaar* worden opgericht.
* Zoals elke 25 jaar, was 1975 een Heilig Jaar.
Want dat zal het laatste Heilig Jaar zijn. Dat hier ieder jaar een plechtig feest wordt gevierd - op de dag dat Madeleine het Kruis voor de eerste keer zag. Al degenen die in groot vertrouwen en vol berouw komen, zullen in dit leven en voor de eeuwigheid gered worden. Satan zal geen macht meer over hen hebben.
Even later en op zeer ernstige toon :
Voorwaar, Ik zeg u, mijn Vader heeft Mij gezonden om u te redden en u de Vrede en Vreugde te schenken. Weet dat Ik Liefde ben en Ontferming.
Hierna voegt Hij toe :
Dit is het einde van mijn Boodschap."
Jezus was nog altijd daar toen de aartsengel, zonder zich te tonen, aan Madeleine de volgende woorden zei, die zij herhaalde :
"Per Admirabilem Ascensionem Tuam."
"Door uw bewonderenswaardige Hemelvaart."
Op dat moment hield Jezus zijn rechterhand boven Madeleine en zei haar :
"De Vrede zij met u en met allen die tot u komen."
Jezus liet zijn hand zakken.
Madeleine zag Hem geleidelijk enigszins omhoog komen en toen verdwijnen.
Madeleine ziet de aartsengel weer opnieuw die haar zegt :
"Per Adventum Spiritus Sancti Paraciiti."
"Door de komst van de Trooster, de Heilige Geest."
Hij blijft zichtbaar en zegt :
"Jezus heeft u zojuist verlaten. Zijn Boodschap is beëindigd maar u zult Hem terugzien."
Hij vervolgt, (hetgeen Madeleine hardop nazegt) :
"Per cujus imperti Nomen est in æternum, ab omni malo libera nos Domine."
De aartsengel zegt zonder instructie om het na te zeggen :
"Dat wil zeggen : "Door Hem wiens Naam een eeuwig Rijk heeft, verlos ons Heer van alle kwaad."
De aartsengel zegt :
"Zegt dit hardop :
"God verwijt de priesters traagheid in de uitvoering van hun taak, en ongelovigheid. God heeft ze gevraagd om aan de wereld de heerlijkheden te verkondigen van Hem die Madeleine geroepen heeft vanuit de duisternis tot zijn wonderbaar Licht*, want het Glorierijke Kruis zal de stad Dozulé tooien. Zij hebben niets gedaan. Dit is de oorzaak van het ontbreken van water in dit bekken. Een rampzalige droogte zal geheel de wereld teisteren. Dat de priesters de Boodschap aandacht lezen en nauwgezet opvolgen wat hun gevraagd is."
Vraagt de aanwezige persoon (zuster B.) dat zij u een kaars geeft."
Toen Madeleine de kaars vasthield, zei de aartsengel :
"Zet hem brandend neer op de plek waar Christus u zojuist verlaten heeft. Dat allen die in deze kapei komen, uw voorbeeld navolgen."
Even later :
"U hebt de gehele dag om het de priester te zeggen en aan hen die bereid zijn naar u te luisteren. U zult het zich herinneren en zij zullen versteld staan van uw geheugen. Dat de priester iemand zoekt aan wie hij de Boodschap drie keer voorleest die het daarna tracht te herhalen : het zal hem niet lukken."
De aartsengel keek naar Madeleine en gaat verder :
"Schrijft als u thuiskomt op, wat ik u zeggen ga. Dit schrijven zult u aan de priester overhandigen wanneer hij tegen u zegt :
Ik heb in de week van het Heilig Hart, een afspraak op het bisdom :
"Houdt een noveen die begint op de dag van het Heilig Hart." Deze noveen bestaat uit één geheim per dag volgens de geheimen die u onderwezen zijn. En ga daarna de bisschop bezoeken. U moet hem zeggen dat het God is die u zendt. Overhandigt hem de volledige Boodschap, opdat hij er kennis van neme. Alle deuren zullen opengaan en het hart van de bisschop zal smelten."
Na deze woorden verdwijnt de aartsengel.
Thuisgekomen schrijft Madeleine alles op, wat zorgvuldig wordt bewaard terwijl zij afwacht...
Woensdag 12 juni (dus bijna twee weken later) kwam de priester haar zeggen :
"Ik heb komende week een afspraak op het bisdom."
Zij antwoordde :
"Dat is de week van het Heilig Hart."
Hij weer :
"Daar weet ik niets van."
Madeleine :
"Ik weet het zéker.
" En op dat moment overhandigt zij hem de schriftelijke boodschap, dat bestemde "woord" dat de aartsengel Michaël haar gezegd had om op te schrijven.
Zij voelde zich gedreven om naar de bisschop te gaan, en wat die ene week betreft was het inderdaad die van het Heilige Hart. Vanaf de dag van het Heilig Hart baden zij allen samen een noveen.
Madeleine wilde daarna de bisschop bezoeken.
"Maar je kan niet zomaar de bisschop zien, ik moet een afspraak maken", zei de priester. "Je moet gehoorzaam zijn."
Madeleine schrijft :
"Men dient altijd te gehoorzamen. Toch had ik zin om ongehoorzaam te zijn, want ik weet dat God mij die geestdrift gegeven had. Een onverklaarbare geestdrift gaf mij de kracht om te gaan. Mijn teleurstelling was zo groot !"
Madeleine moest huilen van spijt, want zij was zeker dat de bisschop haar zou hebben ontvangen. Om genoegen te doen aan een mens was zij God ongehoorzaam.
"Ik geloof dat God het mij kwalijk neemt", zegt Madeleine.
Zij had geen voertuig behalve een bromfiets en het bisdom was tamelijk ver weg.
Drie maanden later, in september, gaat zij er heen. "Het vuur was eruit, de genade was voorbij", zal zij later zeggen.
De heilige Eucharistie.
De waardigheid van het Sacrament
en de priesterlijke staat
De Heer: Al had gij een engelachtige zuiverheid en de heiligheid van Sint Jan de Doper, dan waart gij nog niet waardig dit Sacrament te ontvangen en daarmee om te gaan. Want het is geen vrucht van menselijke verdiensten dat een mens consacreert en Christus Sacrament in handen neemt en het brood der engelen nuttigt als zijn spijs. Ontzagwekkend is de bediening en groot de waardigheid van de priesters aan wie gegeven is wat engelen niet is toegestaan.
Want alleen de priesters die op de juiste wijze in de kerk zijn gewijd, hebben de macht om het offer op te dragen en het Lichaam van Christus te consacreren. De priester is immers de dienaar van God, die Gods woord gebruikt op bevel en volgens de instelling van God. God is daar de voornaamste bewerker en de onzichtbare uitvoerder: alles is aan Hem volgens zijn wil onderworpen en hij doet en hij doet alles wat Hij beveelt.
Daarom moet gij meer de almachtige God geloven in dit hoogheilig Sacrament dan uw eigen gevoelens volgen of een of ander zichtbaar bewijs.
Daarom behoort men met ontzag en eerbied tot dit Sacrament te naderen. Neem uzelf in acht en bedenk wat het is waarvan gij deelgenoot mag worden.
Met de heilige gewaden bekleed is de priester plaatsvervanger van Christus om God voor zichzelf en voor heel het volk eerbiedig en nederig te smeken. Vóór en achter zich draagt hij het teken van het kruis des Heren om altijd het lijden van Christus te gedenken. Van voren draagt hij het kruis op het kazuifel om Christus voetsporen nauwkeurig na te gaan en zich ijverig op navolging toe te leggen. Aan de achterzijde is hij met een kruis getekend om welke lasten ook, hem door anderen opgelegd, met mildheid voor God te dragen. Voor zich uit draagt hij het kruis om eigen zonden te betreuren, achter zich aan om ook wat anderen misdeden uit medelijden te bewenen en om goed te weten dat hij tussen God en de zondaar is gesteld.
Hij mag niet verflauwen in het gebed of het heilig offer, totdat hij verdient genade en barmhartigheid te verkrijgen. Als de priester de heilige Eucharistie viert, eert hij God, verblijdt hij de engelen, geeft hij stichting aan de Kerk; hij helpt de levenden, verkrijgt rust voor de overledenen en heeft zelf aan alle geestelijke goederen deel.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
Gods bruid meende in een groot vertrek te zijn, waar vele mensen verzameld waren. En de Maagd Maria zeide tot den Koning van het hemelrijk : "Mijn Zoon, geef mij deze plaats, Vadstena." Toen kwam de duivel er dadelijk bij en zeide : Die plaats is van mij en ik heb er drievoudig recht op. Ik bezielde den stichter er van met den wil om die te bebouwen, en de hoofdmannen van dit gebouw waren mijn dienaars en vrienden. Ten tweede is dit de plaats van woede en straf, omdat mijn vrienden, die volgens mijn wensch kwaadaardig waren, hier hun onderdanen straften zonder eenige barmhartigheid, daarom is de heer van de straf en de hoofdman der woede hier meester; en de plaats is aan mij.
Ten derde heeft deze stad mij nu gedurende vele jaren toebehoord, en waar mijn wil regeert, daar heb ik mijn zetel." Toen zeide de Maagd tegen den rechter : "Mijn Zoon, ik vraag u, wat rechtvaardig is. Indien iemand een ander van zijn goederen en geld beroofd had en bovendien den ander dwong tot zijn nadeel een huis voor het geld te bouwen, dat hem ontnomen werd, aan wien behoorde dan het huis?"
Onze Heer antwoordde : "Mijn lieve moeder, volgens het recht, behoort het huis aan hem van wien het geld was en die er aan werkte." Toen zeide Onze Vrouwe tot den duivel : "Gij hebt dus geen recht op dit huis." En de Maagd Maria vroeg den rechter verder : "Indien iemands hart vervuld was van boosheid en woede en de barmhartigheid en genade er toegang vond, wat moest dan wijken?"
De rechter antwoordde : "De boosheid en woede moesten wijken en vluchten voor de barmhartigheid !" Toen zeide de Maagd Maria tot den duivel : "Daarom is het aan u te vluchten, want gij zijt de heer der straf en de hoofdman der woede. Maar ik, de Koningin van het hemelrijk, ben de moeder der genade, want ik erbarm mij over allen, die mij aanroepen." En de Maagd Maria vroeg voort : "Mijn Zoon, indien de beul in een huis vertoefde en zijn meester kwam om op zijn zetel plaats te nemen, wat moet de beul dan doen?" De rechter antwoordde : "Het recht verlangt dat de beul opstaat en de meester plaats neemt waar het hem behaagt." Toen zeide de Maagd tot den duivel : "Daar gij mijn Zoons beul zijt en ik uw heerseres ben, is het rechtvaardig dat gij verdwijnt en ik mij zet waar ik wil."
Daarop zeide de rechter tot de Maagd : "Mijn lieve moeder, gij hebt deze stad rechtvaardig verkregen, daarom zal zij de uwe zijn, en ik ken haar u toe. En evenals het geween en gesteun van ongelukkigen in deze stad geklonken heeft, die in hun ellende hier op aarde mij aanriepen en hun geroep tot mij doordrong, zoo zal nu de stem van hen die mij in deze stad loven, tot mij opstijgen. En zoals vroeger deze stad het toneel geweest is van woede en straf, zullen nu in deze stad verzameld worden degenen die zullen bidden om genade en erbarming en vergiffenis der zonden zowel voor de levenden als de doden en mij tot zachtheid stemmen voor het welzijn van dit rijk." Daarna sprak de rechter tot de Maagd : "Geruimen tijd is uw vijand meester over deze stad geweest, maar in het vervolg zult gij hier heerseres en Koningin zijn."
De duivel wist wat een schrik ik heb voor kakkerlakken. Ik haat het dit te schrijven, maar ik voel dat ik het moet doen om te laten zien hoe de duivel tegen mij vocht. Op een dag liep ik een kamer uit en sloot de deur. Plotseling voelde ik op mijn gezicht een natte vloeistof sprenkelen. Ik kon niet begrijpen waar het vandaan kwam. Plotseling hoorde ik Satan lachen en spottend zei hij tegen mij; "Dit is de manier waarop ik doop. Dit is het soort heilig water dat jij verdient!" Toen zag ik wat er was gebeurd. Ik had op de deurpost een dikke kakkerlak verpletterd. Ik zou dadelijk hebben kunnen sterven en dan van afschuw! Ik houd er niet van zoveel te schrijven over de aanvallen van Satan, maar ik zou willen laten zien hoe hevig hij tegen mij vocht om te verhinderen dat deze boodschap uitkomt en mij te beletten deze zending te vervullen die de Heer voor mij aan het voorbereiden was. Op een dag besloot hij weer van tactiek te veranderen. Om mij te misleiden nam hij het precieze uiterlijk aan van mijn overleden vader. Zelfs de manier waarop hij tegen mij sprak was dezelfde. Een volmaakte imitatie. Hij sprak tegen mij in het Frans zoals mijn vader nu en dan deed en ze; "Mijn lieve kind, kijk .God zendt mij uit medelijden naar je toe om tegen je te zeggen dat je dwaalt. Hoe kun je geloven dat Hij op deze manier met jou contact onderhoudt? Deze dingen zijn, zoals je weet, onmogelijk, en je beledigt God alleen maar en maakt Hem boos. Denk toch eens na God spreekt tot jou? Waar heb je ooit eerder van zoiets gehoord? Alleen krankzinnigheid kan je ertoe brengen zoiets te geloven!" Ik vroeg, "Wel, en wat betreft mijn engel, is het met engelen mogelijk?" Toen hij zei, "O die " was zijn stem vervuld van haat en ik herkende Satan weer eens.
Wordt vervolgd.
Medjugorje gebedsdag Banneux integraal te (her-)beluisteren.
Beste Medjugorjevrienden,
De Gebedsdag van zaterdag 2 april in Banneux was prachtig! Een verslag vind je op een nieuwe pagina op Gebedsdag 2011.
Voor het eerst kan je de gebedsdag ook volledig herbeluisteren. Je vindt alle (opgedeelde) audiofragmenten op diezelfde pagina. Men zegge het voort
Verenigd in gebed, Gert.
TOEWIJDING VAN ZICHZELF AAN JEZUS CHRISTUS DOOR MARIA.
TOEWIJDING VAN ZICHZELF AAN JEZUS CHRISTUS DOOR MARIA.
Maria, ik hernieuw en bekrachtig heden in uw handen de beloften van mijn Doopsel. Voor altijd verzaak ik aan satan, aan zijn ijdelheden en aan zijn werken. Ik geef mij geheel aan Jezus Christus, de mens geworden Wijsheid om achter Hem mijn kruis te dragen, alle dagen van mijn leven. Om Hem voortaan trouwer te dienen dan tot nu toe kies ik U heden, in tegenwoordigheid van alle engelen en heiligen, tot mijn Moeder en Koningin
Ik lever mij aan U over en ik wijd U toe, in volledige en liefdevolle onderwerping, mijn lichaam en mijn ziel, mijn inwendige en uitwendige goederen, zelfs de waarden van mijn goede werken in verleden, heden en toekomst.
Daarbij laat ik U het volstrekte en volledige recht over mij en al het mijne te beschikken, zonder enige uitzondering, zoals het U behaagt in tijd en eeuwigheid, tot grotere Heerlijkheid van God! Amen. (Heilige Montfort)
"Jezus, Maria, Jozef red de zielen, red vooral de priesterzielen."
NOVEEN TOT DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID.
NOVEEN TOT DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID.
Goede Vrijdag tot Beloken Pasen.
"De Heer zei me ook het Kroontje te bidden op de negen dagen voor het Feest van Zijn barmhartigheid, te beginnen op Goede Vrijdag. Hij beloofde mij: "Tijdens deze Noveen zal Ik aan de zielen vele genaden geven."
((Hoe wordt de Rozenkrans of het Kroontje van de Goddelijke Barmhartigheid gebeden?))
Onze Vader, Wees gegroet... de Twaalf Artikelen van het Geloof.
Op de kralen van het Onze Vader bidt men het volgend gebed:
"Eeuwige Vader, ik offer U op het Lichaam en Bloed, de Ziel en de Godheid van uw Welbeminde Zoon, Onze Heer Jezus Christus, tot vergeving van onze zonden en die van de hele wereld".
Op de kralen van het Wees Gegroet bidt men:
"Omwille van Zijn smartelijk Lijden, wees barmhartig voor ons en voor de hele wereld".
ofwel
"Door het smartelijk lijden van uw Zoon, heb medelijden met ons en met heel de wereld".
Op het einde bidt men driemaal het volgende:
"Heilige God, Heilige Almachtige God, Heilige Eeuwige God, ontferm U over ons en over de hele wereld".
ofwel
"Heilige God, Almachtige God, Eeuwige God, door het smartelijk lijden van uw Zoon, heb medelijden met ons en met heel de wereld".
LITANIE TER ERE VAN DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID.
LITANIE TER ERE VAN DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID.
Heer, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons, Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelse Vader, wij vertrouwen op U.
God, Zoon Verlosser van de wereld, wij vertrouwen op U.
God Heilige Geest, wij vertrouwen op U.
Allerheiligste Drieënige God, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, hoogste volmaaktheid van de Schepper, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, grootste volmaaktheid van de verlosser, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, oneindige liefde van de Geest, die ons heiligt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, onbegrijpelijk geheim van de heilige Drieëenheid, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, bewijs van de grootste goddelijke Macht, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die geheel de wereld omvat, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons het eeuwig leven schenkt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons behoedt voor de straffen die wij verdienen, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons bevrijdt van de ellenden van de zonde, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons door het Vleesgeworden Woord, de verlossing schenkt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die voor ons ontspringt aan Christus Wonden, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons toevloeit uit het H. Hart van Jezus, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons de allerheiligste Maagd schonk, de Moeder van Barmhartigheid, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die zich openbaart door de goddelijke geheimen, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, zichtbaar geworden in de stichting van de Heilige Kerk, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons in de sacramenten, stromen van genade opent, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, bijzonder werkzaam in de Sacramenten van Doopsel en Boetvaardigheid, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid tegenwoordig in de H. Eucharistie en het Priesterschap, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons roept tot het heilig Geloof, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die de zondaars bekeert, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die de rechtvaardigen heiligt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die de heiligen tot volmaaktheid voert, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, verfrissende bron voor zieken en bedroefden, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, troost en rust voor ons hart, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, hoop van de hopelozen, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons bestendig begeleidt, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, die ons overlaadt met genaden, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, vrede voor de stervenden, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, hemelse vreugde van de uitverkorenen, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, verkwikking en licht van de zielen en het vagevuur, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, kroon van alle heiligen, wij vertrouwen op U.
Goddelijke Barmhartigheid, onuitputtelijke bron van wonderen, wij vertrouwen op U.
Lam Gods, wiens oneindige Barmhartigheid de wereld redde op het kruis, vergeef ons. wij vertrouwen op U.
Lam Gods, dat zich voor ons opoffert in elk sacrament, verhoor ons. wij vertrouwen op U.
Lam Gods, dat in Uw onuitputtelijke Barmhartigheid, de zonden van de wereld wegneemt, heb medelijden met ons.
De Barmhartigheid van God gaat al Zijn werken te boven. Daarom willen wij eeuwig Gods barmhartigheid bezingen.
Laat ons Bidden.
God, U Barmhartigheid heeft geen grenzen en Uw medelijden is onuitputtelijk: zie goedgunstig op ons neer en vermeerder in ons de werken van Uw Barmhartigheid opdat wij niet tot wanhoop vervallen, zelfs niet te midden van de grootste beproevingen en de ergste wisselvalligheden, maar dat wij ons altijd en in volle vertrouwen onderwerpen aan Uw Heilige Wil, die de Barmhartigheid zelf is.
Door onze Heer Jezus Christus, de Koning van de Barmhartigheid die met U en de Heilige Geest Zijn Barmhartigheid toont in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
"Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)
Goede Vrijdag, 12 april 1974.
s Middags, nadat zuster B. met de eigenaar van het grasland overeenstemming had bereikt, graven drie mannen het waterbekken uit. Het was koud en zuster B. houdt voor de vrijwilligers de koffie warm op een spiritusbrander onder in de kuil van het waterbekken, dat geleidelijk aan vorm neemt.
*****************************************
ZESTIENDE VERSCHIJNING.
Vrijdag, 3 mei 1974 van 17.10 tot 17.25 uur
Jezus vertoont zich met de handen naar Madeleine uitgestrekt. Hij lacht haar toe, zij is zeer gelukkig en zou voor altijd in zijn tegenwoordigheid willen blijven.
Hij zegt :
"Zegt dit hardop :
"De priester heeft het niet verkeerd. Die schuine boom is het symbool van Zonde. Rukt hem uit, nog voordat hij vruchten draagt en haast u om in zijn plaats het Glorierijke Kruis te doen oprichten, want het Glorierijke Kruis zal vrijspreken van alle zonde."
Madeleine zegt :
"Direkt daarna legde Jezus zijn handen gevouwen op de borst. Hij keek mij bedroefd aan en ik zag twee tranen vanuit zijn ogen glijden. Ik heb toen gehuild, Jezus was zo bedroefd."
Vervolgens zei Hij :
"Wee de gehele mensheid, indien zich binnen vijftig dagen na aanleg geen water in dat bekken bevindt, want Satan verhindert de reiniging van zoveel mogelijk. Weest mijn Woord indachtig, Ik zal laten begaan wegens het gebrek aan geloof".
Even later :
Zegt aan de Kerk dat zij boodschappen over de gehele wereld rondstuurt en dat zij zich moet haasten om op de aangeduidde plaats het Glorierijke Kruis te doen oprichten, en aan de voet ervan een Heiligdom. Vol berouw zullen allen daar komen en er de Vrede en Vreugde vinden. Het Glorierijke Kruis, of het Teken van de Mensenzoon, is de aankondiging van de nabije wederkomst in Heerlijkheid van de verrezen Jezus. Wanneer dit Kruis van de aarde verhoogd wordt, zal Ik alles tot mij trekken.
Daarop zegt Jezus :
Vindt elf personen in deze gezegende en geheiligde stad. Zij zullen mijn discipelen zijn. In mijn Naam zullen zij van deur tot deur collecteren voor de oprichting van het Glorierijke Kruis. En dit zijn de geboden waaraan iedere discipel zich houden moet :
- Werkt tot aan de oprichting van het Glorierijke Kruis;
- zijt nederig, geduldig en liefdevol, opdat men in u mijn discipelen herkent;
- zoekt geen persoonlijk voordeel, maar zet u volledig in ten dienste van de oprichting van het Glorierijke Kruis, want een ieder die hier vol berouw gekomen is, zal worden gered.
Daarna zegt Jezus tot haar, zonder opdracht om het na te zeggen :
Zegt de priester dat Ik u voor de zeventiende keer bezoek, want het Glorierijke Kruis is ook de verrezen Jezus."
Daarna verdwijnt Jezus.
Opmerking :
Tevergeefs hadden de priester en Madeleine de Haute Butte bestegen en geprobeerd de plaats te bepalen van het Kruis. Na die poging maakten zij in het schemerdonker gebruik van elektrische lampen omhoog wijzend naar de hemel.
Terwijl Madeleine bij het venster bleef staan vanwaar ze zes keer het Kruis had gezien. Daar vandaan gaf zij aanwijzingen aan de priester die de Haute Butte op ging. Tenslotte kwam hij uit bij een ronde verhoging door een greppel omgeven, wat zich juist op de grens van het gebied van Dozulé bleek te bevinden. Het juiste punt om het Kruis in vast te zetten, hoefde nu alleen nog maar overeenkomstig de wens van de Heer, te worden gevonden op die verhoging zelf. De priester dacht dat het heel goed op de plaats van die scheve appelboom zou kunnen zijn die zich op die verhoging bevond, maar hij voelde zich niet zeker zodat hij er 's nachts niet van slapen kon. Het is Jezus die hier de juistheid van zijn oordeel bevestigt.
Opmerking :
Het waterbekken was bepaald door vanaf de stam van de scheve appelboom met een lang touw de 223 meter af te passen. Reeds 3 weken geleden was dat bekken gegraven, volgens de bevestiging van Jezus dus op de juiste plaats. Vanaf nu wordt de komst van water daarin hun voornaamste zorg, zelfs zo dat men vergeet om zich naar de plek van het Kruis te begeven. Na Pinksteren wordt er een noveen gehouden voor het water dat maar niet komen wil. Op een nacht dromen Madeleine en zuster M. dat water in het bekken verschenen is en vertellen dit 's ochtends aan de priester, die antwoordt :
"Beste zuster, wat droomt u toch fraaie dromen !"
Hij had namelijk de vorige avond geconstateerd dat er geen water was in het bekken.
Desondanks beklimt Madeleine de Haute Butte en stelt vast dat het water wel degelijk gekomen is en niet zon klein beetje : 30 cm hoog. Het was toen 19 juli, 98 dagen nadat het waterbekken gegraven was. Op navraag deelt het weerstation mee dat het de vorige nacht niet geregend heeft en dat een dergelijke hoeveelheid niet veroorzaakt kon zijn door een regenbui.