Foto
TOESPRAAK VAN PATER PETAR
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7
  • Deel 8
  • Deel 9
  • Foto
    Foto
    Het  logo  van  het  Bisdom  Gent  van  MG.  Van  Looy
     
    Origen
    Quantcast
    Met hulp en medewerking van John Pont is dit blog gemaakt
    HOUD UW LAMPEN BRANDEND.
         Image and video hosting by TinyPic
    For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
     2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt
    Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois
    Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Wonder

    06-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLEN EEN GEZEGENDE WOENSDAG TOEGEWENST.

    N. ( M ).

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Liefde geneest oude wonden.
     
     Na jaren van misbruik als kind, Maria was in staat om vrede en genezing te vinden door middel van
    een relatie met Christus.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)

    De Woestijn en dan de Volledige Overgave.

    **********************************************

    Zie, daarom zal Ik haar lokken, haar naar de woestijn brengen en tot haar hart spreken. (Hosea 2:16 ). Nu wilde God dat ik mij volledig aan Hem zou overgeven. Hij wilde Zich met mij verenigen en mij tot de Zijne maken. Hij wilde mij vormen en omvormen. Ik gaf mij niet over volgens Zijn verlangen en dus moest ik nog een zuivering ondergaan voor mijn totale overgave aan God, zodat ik vrede met Hem kan sluiten. Dit is wat er gebeurde: ik riep tot God en tot mijn verbazing antwoordde Hij niet. Ik raakte in paniek en zocht mijn engel, maar die was er ook niet. In plaats daarvan voelde ik enkele zielen om mij heen, ze kwamen als bedelaars naar mij toe. Ze smeekten mij om gebeden, zegeningen en om wijwater. Ik ging onmiddellijk naar de kerk en bracht wijwater voor hen mee. Ze vroegen mij het over hen heen te sprenkelen en dat deed ik. Dit gebaar trok nog meer zielen aan, en binnen de kortste tijd had ik een hele menigte om mij heen. Tot mijn verbazing leek het hun pijnen te verlichten en hun vreugde was groot. Een van hen vroeg mij dadelijk voor hem te bidden en hem slechts één keer te zegenen. Ik wist niet hoe, dus hij vertelde mij slechts één eenvoudig gebed te bidden en hem te zegenen. Ik bad zoals hij dat vroeg en zegende hem. Hij dankte mij met blijdschap en hij zegende mij ook. Dit alles was nieuw voor mij, maar ik voelde dat zij verlicht en verheugd waren. Ik nam de kans waar hun te vragen of zij wisten waar mijn engel was, de engel die mijn hart al was begonnen te beminnen. Maar ik kreeg geen antwoord. Elke dag die voorbijging in deze eenzaamheid leek een jaar; ik was op zoek naar vrede en kon die niet vinden. Ik was omgeven door veel vrienden en mensen, maar ik heb mij nooit zo eenzaam en verlaten gevoeld als toen. Ik had het gevoel door de hel te gaan. Dikwijls schreeuwde ik het uit naar mijn engel om terug te komen, maar nee, hij was verdwenen! Mijn ziel bezweek door zijn vlucht. Ik zocht hem maar ik vond hem niet; ik riep om hem, maar hij antwoordde niet. Ik doolde drie volle weken in de woestijn, meer dood dan levend, totdat ik het niet langer uithield en in die verschrikkelijke nacht die mijn ziel doormaakte schreeuwde ik met heel mijn hart en als nooit tevoren tot Jahweh: "VADER!!"… waar bent U, …Vader?...Waarom hebt U mij verlaten? O God, neem mij! Neem mij en gebruik mij zoals U wenst!...Zuiver mij zodat U mij kunt gebruiken!" door deze doordringende kreet, die uit het diepst van mijn hart kwam, opende zich plotseling de hemel, en als een donder, de stem van de Vader, vol emotie, die tot mij riep: "IK GOD BEMIN JE!" Deze woorden waren als een balsem uitgestort over deze indrukwekkende wonden die mijn ziel ontvangen had, en ze genazen mij onmiddellijk. Ik voelde Zijn Oneindige Liefde in deze door God gesproken woorden. Direct na al deze woorden van liefde, leek het mij alsof ik vanuit een tornado in een mooie vredige tuin viel. Mijn engel verscheen weer en met grote tederheid begon hij mijn wonden te verbinden, die wonden die ik had opgelopen terwijl ik bij nacht deze eindeloze woestijn doorkruiste. Toen vroeg Jahweh mij de Bijbel te openen en te lezen. De eerste passage die ik las bracht mij in tranen en bekeerde mij, want ze openbaarde mij op een verbazingwekkende manier het Hart van God. Ik las in Exodus 22:25-26 de woorden: "Zo je de mantel van een ander in pand hebt genomen, moet je hem die voor zonsondergang teruggeven. Het is de enige bedekking die hij heeft; het is de mantel waarin hij zijn lichaam hult; waarin moet hij anders slapen? Als hij tot Mij roept, zal Ik luisteren, want Ik ben vol barmhartigheid." God verkoos mij niet direct te zeggen wat Zijn redenen waren voor wat er gebeurde tijdens deze drie weken maar veel later, op 22 december 1990, gaf Hij mij deze verklaring, dit zijn Zijn eigen woorden: "…Mijn Hart, een Afgrond van Liefde, schreeuwde naar jou. Jij had in Mijn Hart smart op smart gestapeld, verraad op verraad; je was met Mij aan het worstelen, nietig klein schepsel…maar Ik wist dat je hart geen verdeeld hart is en dat, als Ik eenmaal je hart zou hebben veroverd, het helemaal van Mij zou worden; als een voorwerp van je tijd, was je met Mij aan het worstelen, maar Ik heb je in de strijd geworpen, je in het stof getrokken en in de woestijn waar Ik je helemaal alleen liet; Ik had je van een engelbewaarder voorzien, vanaf het begin van je bestaan, om over je te waken, je te troosten en je te leiden; maar Mijn Wijsheid beval je engelbewaarder je te verlaten en je de woestijn alleen onder ogen te laten zien; Ik zei: ‘Je zult ondanks je naaktheid moeten leven’! want niemand is in staat alleen te overleven; Satan zou volledig het heft in handen hebben genomen en je hebben gedood; Mijn bevel was ook aan hem gegeven. Ik verbood hem je aan te raken; toen heb je in schrik aan Mij teruggedacht en keek je op naar de hemel wanhopig naar Mij zoekend; je weeklagen en je smeekbeden doorbraken plotseling de dodelijke stilte die je omgaf en je verschrikte kreten doorboorden de hemelen en bereikten de Oren van de Heilige Drie-eenheid… "Mijn kind! ‘de stem van de Vader weerklonk vol vreugde door de hele hemel; "ach…Ik zal haar nu Mijn Wonden laten binnendringen en haar Mijn Lichaam laten eten en Mijn Bloed laten drinken; ik zal haar tot Mijn bruid maken en ze zal de Mijne zijn voor eeuwig; Ik zal haar de Liefde tonen die Ik voor haar koester en vanaf dat moment zullen haar lippen dorsten naar Mij en haar hart zal Mijn rustplaats zijn; ze zal zich dagelijks vurig overgeven aan Mijn Gerechtigheid, en Ik zal van haar een altaar van Mijn Liefde en van Mijn Passie maken; Ik, en Ik alleen, zal haar enige liefde en passie zijn, en Ik zal haar met Mijn Boodschap naar de uiteinden van de wereld zenden om een ongodsdienstig volk te veroveren, en naar een volk dat niet eens het hare is; en ze zal vrijwillig Mijn Kruis van Vrede en Liefde dragen en de weg naar Calvarië nemen;’ "en Ik, de Heilige Geest, zal op haar neerdalen om aan haar de Waarheid en de diepten van Ons te onthullen: Ik zal door haar de wereld eraan herinneren dat de grootste van alle gaven is; LIEFDE;’…laat Ons dan feestvieren! Laat de hemel feestvieren!...God gaf mij een visioen om de situatie beter te begrijpen. Hij deed mij begrijpen waarom Satan zo agressief was tegen mij. Zolang ik niet volledig bekeerd was, stoorde de duivel mij niet en voelde hij zich tevreden. Hij toonde geen enkele agressie. Maar op het moment dat hij voelde fat ik mij tot God keerde en hij mij zou kunnen verliezen, viel hij mijn ziel aan. Dit was het visioen; Ik zag mijzelf in een kamer staan en daar zag ik een kruipende slang ( Satan ). Die slang was schijnbaar mijn huisdier. Maar omdat ik mijn belangstelling voor hem had verloren, hield ik op hem te voeden. Hongerig en verbaasd kwam hij uit zijn hol op zoek naar voedsel. Ik sloeg hem gade terwijl hij naar zijn eetbak ging en daar een tros druiven vond. De slang verzwolg ze maar leek niet verzadigd. Dus kroop hij naar de keuken op zoek naar voedsel. Intussen begon hij te begrijpen dat mijn gevoelens ten opzichte van hem waren veranderd en dat ik nu zijn vijand was geworden in plaats van zijn vriend. Daarom wist ik dat hij zou proberen mij te doden. Ik was bang, maar juist toen verscheen mijn engelbewaarder en vroeg mij of ik problemen had. Ik vertelde hem over de slang. Hij zei mij dat hij ervoor zou zorgen. Ik aarzelde of ik zou meedoen met het gevecht of niet, en ik besloot dat ik met mijn engel zou meewerken om het werk samen te doen. Mijn engel nam een bezem en opende een deur die naar buiten leidde en ging toen naar de slang en joeg hem weg. Daarna sloeg hij de deur dicht en wij keken door het raam naar de reactie van de slang. Die was in paniek. We zagen hem teruggaan naar de deur. Maar de deur zat veilig op slot. Hij gleed snel de trap af en de straat op. Op het moment dat hij de straat op gleed veranderde hij in een reusachtige lelijke pad en weer in een boze geest. Er werd alarm geslagen en de mensen buiten grepen hem en bonden hem vast.

    Wordt  vervolgd.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bezinning van 26 maart 2011 te Hasselt. ( E.H. P. van de Kerckhove.)

    Bezinning van 26 maart 2011 te Hasselt.

    E.H. P. van de Kerckhove.

    Ik wil u uitnodigen om, samen met mij, enige ogenblikken te bezinnen over de man met de verdorde hand (Marc. 3) of de waterzuchtige (Luc. 14). De Farizeeën waren verblind door hooghoed. Hoogmoed is de ziekte die het hart verblindt. Omdat ze verblind waren door hoogmoed, konden ze ook niets antwoorden op de vraag van de Heer Jezus: "Mag men genezen op sabbat?" In onze tijd zou Jezus iets vragen zoals: "Mag je met de ambulance uitrijden op zondag om iemand naar het hospitaal te brengen?" Iedereen die nog een greintje medeleven in zich heeft zou daarop antwoorden: "Natuurlijk moogt ge dat!" Maar het Evangelie zegt dat ze niet wisten wat antwoorden en daarop genas Jezus de man.

    Dan volgt in het Evangelie van Lucas een parabel die een les leert over de nederigheid (Luc. 14): "Als je ergens als gast bent uitgenodigd, zoek dan niet de beste plaats etc. …" Velen zijn er die ook zo’n ambitie hebben die voorkomt uit egoïsme en waardoor men zich hoger acht dan anderen en anderen gaat misprijzen.

    a) Zoek dus nooit de eerste of de beste plaats: d.w.z. wil niet verheven of ge prezen worden boven uw medemensen. Acht u niet verheven boven de anderen omdat ge meer geld hebt dan een ander of omdat ge meer diploma’s hebt of een hogere functie bekleedt dan een handwerker. Die handwerker is evenveel waard voor God! God kijkt niet naar het "aanzien" van de mensen, het prestige, de macht, het geld, de diploma’s. … Zich verheffen boven anderen is een belediging tegenover God en een onrechtvaardigheid! God verheft de nederigen, maar hij slaat de hoogmoedigen, zegt de Bijbel. Kijk naar Lucifer, hoe die gestraft werd omdat hij zich verheven achtte boven alle engelen en weigerde de Zoon van God in Zijn mensheid te aanbidden.

    b) Wil ook niet geprezen worden door de anderen. Iemand vertelde me eens: "Over u zegt nooit iemand iets goeds." Ik antwoordde dat ik dan in de ogen van veel mensen misschien ook niets bijzonders doe. Wat ik doe is misschien het bespreken niet waard. En dezelfde persoon voegde eraan toe: "Goede wijn behoeft geen krans." Goede wijn hoeft niet geprezen te worden, die is van goede kwaliteit en dat bewijst men gewoon door ervan te drinken.

    Trouwens, wie geprezen wil worden door anderen, trekt ook niet echt de hoogachting aan van anderen. Achter uw rug lachen de mensen u toch uit en achter uw rug vertellen ze allerlei slechts, zoals bijv.: "Kijk eens wat een blaaskaak, die rijdt in een dure BMW om op te vallen." Denk niet dat de mens u in hun hart zullen dragen omdat ge in een BMW rijdt.

    Ge moet het dus niet willen, geprezen te worden door de mensen in deze wereld. Als je maar door God wordt geprezen in het hiernamaals. God zal uw goede werken vergelden, niet de mensen. De Heer zegt toch: "Als ge goede werken doet, bazuin het dan niet uit zoals de Farizeeën, (Dat deden ze dus ook letterlijk, als ze een aalmoes gaven, dan lieten ze iemand met een bazuin vooruitgaan om de aandacht te trekken.) maar geef uw aalmoes in het verborgene. Uw Vader in de hemel ziet u in het verborgene en Hij zal het u vergelden."

    Dus de Heer leert ons de nederigheid van hart (d.i. de armoede van de geest) als voorwaarde om het Rijk der Hemelen binnen te gaan. De hoogmoedigen zullen er dus niet binnengaan. Men komt erin door de smalle weg, die moeilijk is, men komt er door de smalle poort.

    Wat kan het mij schelen of de wereld mij prijst of misprijst, als ik maar door God geprezen wordt in het hiernamaals. Voor de persoonlijke glorie van de mensen doet men alles, of voor de voldoening van de eigen egoïstische verlangens doet de mens alles. Er worden zelfs moorden voor begaan. Lees maar de kranten, elke dag staan de kranten er vol van.

    Zoek dus de laagste plaats, zegt de Heer Jezus in Zijn parabel. Daarvoor moet ge eerst u zelf gering schatten, wat minder een hoge dunk hebben over u zelf en dat bekomt ge als ge denkt aan wat voor foute dingen ge allemaal gedaan hebt in uw leven. Zo was ook de Apostel Paulus. Hij noemde "de laatste van alle apostelen". Zo leeft ge ook meer in vrede met God, uzelf en met uw medemensen.

    Wil niet geëerd worden door anderen. Blijf nederig ook al heb ge succes. Er is niets zo vergankelijk als de lof van de mensen. Op Palmzondag waren de inwoners van Jeruzalem wild enthousiast en stonden ze te wuiven en te roepen: "Hosanna!" Een paar dagen later stond een menigte voor Pilatus Jezus te beledigen en, opgejut door enkele hooggeplaatste leden van het Sanhedrin (de manipulatie speelde een grote rol), stonden ze te roepen: "Kruisig Hem!" Daaruit blijkt toch dat ge u nooit iets gelegen moet laten aan de publieke opinie die verandert gelijk de wind. Dat zien we o.a. in de Kerk. Al de vleiers van kardinaal, kijk nu eens, na al die schandalen in de Kerk, ze vleien hem niet meer, ze bekritiseren hem en vallen hem openlijk aan in de pers.

    Er zijn pausen die, nadat ze tot paus gekozen werden, zich achteraf hierover beklaagden: "Oh! Was ik maar simpele portier gebleven in mijn klooster." Wat telt is dat we in de hemel de glorie van God aanschouwen en niet dat we hier op aarde werken voor een aardse glorie. Jezus heeft ons voorgeleefd wat Hij ons aanbeveelt. Hij is in Zijn leven nooit tot een hoge functie benoemd. Hij is gestorven, verlaten door bijna iedereen, maar op de 3de dag is Hij verrezen. Hij heeft Zich vernederd en daarom heeft God Hem verheven tot aan de rechterhand van God; d.w.z. de hoogste plaats in de hemel en Hij werd aangesteld als Heer over hemel en aarde. Laten we Maria, de Moeder van de Heer, bidden en vooral het Magnificat waarin Zij zegt: "Hij heeft de hoogmoedigen van de troon gestoten, maar de nederigen heeft Hij verheven." Laten we steeds nederige dienstknechten van de Heer zijn en met Hem lijden om met Hem verheerlijkt te worden in de eeuwige zaligheid.

    DE 1STE EN DE 2DE BRIEF VAN PETRUS.

    E.H. P. van de Kerckhove.

    De 1ste Brief van Petrus werd geschreven te Rome, waarschijnlijk in de tijd van keizer Nero, nog voor de brand van Rome en de grote christenvervolging die daarop volgde. [De afwezigheid van technische termen zoals "vervolging", "tribunaal" is opvallend. Petrus gebruikt eerder zachte termen zoals "beproeving", "lijden voor de gerechtigheid". De brief ademt eerder een rustige familiesfeer uit]. Er is een grote conformiteit qua doctrine en uitdrukking met de redevoeringen van Petrus in de Handelingen. Volgens pater Spicq o.p. is dit argument beslissend voor de authenticiteit van de 1ste Petrusbrief (Les Epitres de Saint Pierre) 1966, pag. 18-19), o.m. zijn gebruik van profetische getuigenissen – 1, 10-12 – "Naar de redding is al intensief gezocht door de profeten toen zij profeteerden over de genade die voor u is bestemd. Zij vroegen zich af op welk tijdstip en welke omstandigheden de Geest van Christus doelde die in hen werkzaam was en die het lijden en de daarop volgende voorspelde. Maar hun werd geopenbaard dat deze boodschap niet voor henzelf diende, maar voor u." Vergelijk Hand. 2, 25-31, de profetie van David 3, 18-25, etc.

    Onder meer, de titel "de lijdende Dienaar van Jahweh". Petrus ziet het lijden van de Messias in functie van Jesaja 53. Dit is niet typisch christelijk, want de rabbijnen in de Talmoed (BT Sanhedrin 98b, een van de Namen van de Messias is Metzorah met verwijzing naar Jesaja 53,4) spreken van het lijden van de Messias in individuele zin. Dit is reeds een prechristelijke interpretatie. De collectieve interpretatie, die de Messias ziet als heel Israël, is een latere interpretatie.

    Onder meer is Petrus getuige van de verrijzenis van Christus en deze is de bron van de doeltreffendheid van het doopsel en onze aanneming als kind van God (1, 3; 3, 21) De sequentie Verrijzenis, Hemelvaart en de hemelse heerlijkheid in 1 Petrus en de Handelingen.

    Naast de oude Traditie van de Kerk is ook de moderne exegese voorstander van de authenticiteit van de 1ste Petrusbrief, zowel protestanten (Moffatt, van Unnik, Michaelis, Gutherie, Beasly-Murray, …) als katholieken (Charue, Schelke, Spicq, …)

    Het eerste grote theologische thema van de 1ste Petrusbrief is samengevat: "Wij zijn pelgrims op weg naar de hemel. Op die weg zijn er beproevingen, maar het is de hemel die ons wacht. Dit geloof vervult ons met vreugde ondanks de beproevingen."

    1, 1-16: Breng in vrees de tijd van uw ballingschap door. Wij zijn maar pelgrims en vreemdelingen in deze wereld. Onze hoop is gericht op de hemelse zaligheid, onze erfenis is onvergankelijk, onaantastbaar en onbederfelijk. Niet zoals de aardse erfenissen (1,3-4). Het geloof wordt beproefd. Verheugt u dus omdat ge het doel van uw geloof zult bereiken. Diezelfde hoop geeft ons vreugde in het lijden. Dus, houdt stand en blijft standvastig in het geloof. Die oproep zit er ook in. De profeten hebben over die genade van de zaligheid gesproken en dat Christus zou lijden en zo Zijn Heerlijkheid zou binnengaan. De christengelovige is toch niet meer dan de Heer Jezus zelf! Wij moeten wat kunnen lijden om zo deel te hebben aan de eeuwige zaligheid. De profeten vroeger en de apostelen nu hebben alles al verkondigd. Zij zijn getuigen geweest van het Leven en de Leer van Jezus Christus. Dat konden ze vanaf Pinksteren door de Heilige Geest die hun verstand verlichtte en die hen zonder vrees deed optreden. "Weest heilig zoals Christus heilig is. Weest dus navolgers van Hem." (1,16).

    Weest pelgrims tijdens uw leven op aarde die in geloof en hoop op weg zijn naar de eeuwige, hemelse zaligheid. Gij zijt nog ballingen (1,17) maar gij zijt verlost, bevrijd door het Bloed van Christus en door Zijn Offer, dat een Offer was ter vergeving van de zonden (1,18). Christus is het Lam (Gr. amnos) zonder vlek (1,19). Johannes de Doper noemt Jezus "Lam Gods" (1,29 amnos tou theou). Christus was voorbestemd voor het verlossingswerk en wij zijn voorbestemd en geroepen tot het heil. Hij is nu pas verschenen ter wille van u en van alle uitverkorenen die Hij Zich nog zal verzamelen tot het einde van de wereld. God heeft Hem uit de doden doen verrijzen (1,21). Dus is uw geloof in de verrijzenis ook hoop op God, de hoop om door Jezus Christus en door Zijn verdiensten een eeuwige, hemelse erfenis te verkrijgen en op het einde van de wereld de lichamelijke verrijzenis tot de eeuwige heerlijkheid.

    Bemint dus uw naaste, uw broeder die ook Christus is. Gij moet elkaar beminnen zoals Christus allen heeft bemind. Gij zijt wedergeboren uit onvergankelijk zaad door de Heilige Geest (1,23), door het Woord van God dat blijft in eeuwigheid. Het Woord van wordt hier als voortbrengende kracht van de gedoopte christen beschouwd. Dat woord van God heeft als sluitstuk het Evangelie. Het woord van God brengt in de ziel van de gedoopte vruchten voort. Het bezit het Leven en deelt het mee en is ook vruchtbaar. Die doeltreffendheid is eeuwig. Petrus citeert hier Jesaja 40, 6-8: "Alle stervelingen zijn als gras dat verdort, maar het Woord van de Heer blijft in eeuwigheid." Hiermee wordt de kaduukheid van alle dingen aangeduid.

    Hoofdstuk 2. Als ge in zo’n hoop leeft, wil dat zeggen dat ge in zo een geloof ook anders gaat leven dan die mensen die geen geloof of hoop op de eeuwige zaligheid hebben.

    2,2: "Weest als pasgeboren kinderen, begerig naar de zuivere, geestelijke melk waardoor u zult groeien of gered worden." Pas gedoopten leiden al een nieuw leven en zo beginnen ze met melk te drinken zoals zuigelingen. Pas later krijgen ze vast voedsel. Een gelijkaardige idee vinden wij bij Paulus. Pas gedoopten zijn als pasgeborenen door hun kinderlijke onschuld. Een ander beeld van Paulus is: "Leg af de oude mens" en "Bekleed u met de Christus" en wordt een nieuwe mens.

    Van wie krijgt de zuigeling de melk? Toch van de moeder!

    De Moeder van de pas gedoopten is de Kerk.

    De Kerk is onze Moeder. Dit beeld van de Kerk als Moeder zit impliciet in 1 Petrus en dit is op Vaticanum II expliciet geworden. Waarom is de Kerk onze Moeder?

    1. De Kerk brengt ons voort tot een nieuw leven, een bovennatuurlijk leven, nl. dat van de gedoopten. Wij worden herboren door het doopsel van water en Heilige Geest tot kinderen van God maar ook tot kinderen van de Kerk.

    2. De Kerk voedt het geloof van haar kinderen te beginnen met melk (dit zijn de basispunten van het geloof) en het gaat om de christelijke Leer die als melk uit de borst van de Kerk vloeit door het onderricht van de priesters en de bisschoppen. Ge moet bij nieuw gedoopten niet beginnen met een scholastieke uitleg over de Transsubstantiatie. Dan kunnen ze niet meer mee.

    2,4-8: "Hij is de levende steen, door mensen verworpen, maar uitverkoren door God."

    De Messias en God zelf worden in de Bijbel "rots" genoemd (2 Sam. 23,3; Ps. 18,3; …). Maar Christus is het leven en maakt ook ziel en lichaam levend (levend water, brood des levens, …). Hij geeft het leven en onderhoudt het in heel de Kerk waarvan Hij de hoeksteen is. De Kerk bestaat uit levende bouwstenen, gelovigen dus van de basis tot het dak. Voor hen die niet willen geloven, is de hoeksteen een obstakel geworden, o.m. voor de Farizeeën in Jezus’ tijd, een steen waarover ze struikelen (de fundamentsteen) of een steen die op hun hoofd valt (de sluitsteen van een gewelf). Het Griekse of Aramese woord kan wel degelijk beide betekenissen hebben (fundament- of sluitsteen).

    2,8: "Zij die niet geloven en zich stoten aan die steen, zijn ook voorbestemd."

    Dit lijkt vreemd wat Petrus hier schrijft. Zou er dan toch een voorbestemming zijn tot de verdoemenis? (cfr. Calvijn). Christus was voorbestemd om onze Verlosser te zijn door Zijn Offer. Hij was uitverkoren (1,20 voorbestemd; uitverkiezen, voorbestemmen; 1,2 de voorkennis van God) van voor de grondvesting der wereld. Zo is de christen voorbestemd voor de eeuwige zaligheid. Maar de vraag is of de ongelovigen ook voorbestemd zijn om niet gered te worden (Gr. Ze waren daartoe ook bestemd 2,8 van het werkwoord voorbereiden, voorbestemmen. Joh. 15,16; 1 Tim. 1,12; Hand. 13,47). De predestinatie is tot het heil. Wij zijn geroepen tot geloof voor onze redding. Maar er is ook een predestinatie tot verdoemenis. Men moet dit echter juist uitleggen. Voorbeelden van predestinatie tot verdoemenis zijn Judas en de Joden in het algemeen door hun verwerping van Jezus (zie o.a. Rom. 9-11). Dit is een groot mysterie, nl. dat er een predestinatie is, vooral bij de Joden omwille van het niet geloven in Jezus Messias. Maar dat moest juist als doel hebben de bekering van de massa’s van de heidenen (cfr. Rom.). Volgens 1 Petrus 2,8 zijn dus niet gelovigen ook voorbestemd in hun ongeloof. (plaatsen, zetten, fixeren; passief: geplaatst worden, gefixeerd worden, voorbestemd zijn (tot ongeloof in dit geval).

    Deze passage doet de vraag rijzen: "Wat is predestinatie?"

    Kan het zijn dat God iemand voorbestemd om niet te geloven, dus om niet gered te zijn? Zijn diegenen die niet gered zijn daartoe ook voorbestemd? (1 Petrus 2,8 zegt en ook Apoc. 21,27 waar het Boek des Levens een metafoor is voor de predestinatie). De predestinatie wordt vooral gebruikt voor de voorbestemming tot het heil. Hand. 13 en Rom. 8 vatten het samen: "Zij die Hij vooraf heeft gekend, heeft Hij ook voorbestemd." Toch wordt het heil verbonden met de goede werken van eenieder. De mens is dus zelf verantwoordelijk voor zijn eigen heil of verdoemenis. (Mat. 20,10; 22,12; 25,3-12: de parabel van de bruidsmeisjes). 2 Petrus 1,10 zegt ook dat goede morele handelingen noodzakelijk zijn om vast te staan in roeping en uitverkiezing.

    Gods eeuwig raadsbesluit is ook afhankelijk van de vrije medewerking van de mens. De predestinatie "ante merita" (voor de verdiensten van de werken) wil de universele Verlossing van alle mensen, maar de predestinatie "post merita" (previsa – na de verdiensten die God heeft voorzien) is de predestinatie waarin aan de enen heil wordt toegekend en aan de anderen verdoemenis. Met dit theologische onderscheid tussen predestinatie "ante merita" en predestinatie "post merita previsa" is de passage van 1 Petrus 2,8 duidelijk en in overeenstemming met de katholieke predestinatieleer.

    2,11-18: "… Leidt onder de heidenen een voorbeeldig leven. … Weest onderdanig aan elk menselijk gezag. Doe dat vrijwillig, niet onder dwang, als dienstknechten van God. Slaven, (het gaat hier om christelijk huispersoneel) schik u naar uw meesters. … De autoriteiten zijn plaatsvervangers van God."

    2,19: "Onverdiend leed verdragen is een gunst." Petrus spreekt hier over het lijden van de onschuldigen. We moeten ook wat lijden, zelfs als we niets misdaan hebben, zelfs als we goeds gedaan hebben. Zo zijn we meer Christus’ gelijken Die ook geleden heeft, ofschoon Hij niets misdaan had. Christus heeft op het kruis onze zonden gedragen (2,24) en toch was Hij onschuldig. Door Zijn striemen zijn wij genezen (d.w.z. gered; cfr. Jesaja 53,5). Als schapen dwaalden we rond, maar we zijn teruggekeerd naar de Heer, tot Hem die onze zielen behoedt.

    Het tweede grote theologische thema van de 1ste Petrusbrief.

    1) Jezus heeft geleden.

    2) Het was een uitboeting voor ons en voor onze zonden.

    3) Daardoor zijn wij genezen en leiden wij een ander leven als gedoopte christenen in dienst van God.

    4) De schapen zijn teruggekeerd tot de Heer, de goede Herder, de behoeder van de zielen.

    5) Mat. 26 schrijft dat de verrezen Heer de kudde zal verzamelen: "Na Mijn opwekking zal Ik u voorgaan naar Galilea."

    Theologische uitleg.

    1) Jezus heeft geleden in Lichaam en Ziel: Hij heeft een vreselijk lijden geleden in de Hof van Olijven, door Zijn arrestatie, het verraad van Judas en de vlucht van alle apostelen, door de mishandelingen, de geseling, de doornenkroon, de ter dood veroordeling, de kruisiging en tenslotte de vreselijke dood aan het kruis. Dit alles was in Jesaja 53 voorspeld i.v.m. de lijdende Dienaar van Jahweh. Dit is de Messias in individuele zin en niet heel het volk Israël. (Deze laatste interpretatie, de collectieve interpretatie, is later gegeven door de rabbijnen.) De individuele interpretatie is de oorspronkelijke en zelfs in de Talmoed zijn er nog sporen van terug te vinden (BT Talmoed) waar over de Messias in individuele zin wordt gesproken met vier titels.

    2) Zijn Lijden was niet voor Hemzelf. Hij was zonder zonden, maar het was wel voor de zondaars. Wij waren de echte zondaars, de mensheid van voor Christus. Voor ons dus was Zijn Lijden een uitboeting, een expiatio. In het Oude Testament brachten de priesters van de Joden een offer op het altaar in de tempel (Lev. 14,20) voor de zonden van het volk. Welnu, Jezus Christus zelf is Hogepriester van het Nieuwe Verbond en Hij heeft Zijn eigen Lichaam geofferd als een offer op het altaar van het kruis (Rom. 7,4). Het is een uniek offer voor de gehele zondige mensheid, een universeel offer voor alle mensen van alle tijden (2 Kor. (5,21).

    3) Zijn offer heeft ons leven veranderd. We zijn bevrijd, gered, genezen door Zijn striemen. Zijn striemen zijn een deel van Zijn lijden en wij kunnen een ander leve"n gaan leiden. Dat andere leven wordt ons gegeven in het doopsel. Dat andere leven wordt uitgedrukt in 2,1 (leg af alle boosheid). De christen heeft een geestelijk leven, een leven van de Heilige Geest die in onze ziel werd gestort met het doopsel. 2,11: "Leid een voorbeeldig leven, houd u ver van alle lusten die strijd voeren tegen de ziel. …"

    4) Vroeger waren we ronddolende schapen, maar nu zijn we teruggekeerd naar de Heer onze Herder. De mensheid in zonde was als een kudde zonder herder. Door de zonde verkeerde de mensheid in dwaling. (De Targoem van Jes. 53,6) Allen waren we als verdwaalde schapen. Sinds ons doopsel zijn we teruggekeerd. Dit impliceert de bekering tot God, tot onze goed Herder. Joh. 10 handelt daarover. In de Bijbel wordt God ook "een goede Herder" genoemd voor Zijn volk, wat het idee van beschermen en behoeden inhoudt, maar ook het brengen naar het weiland (Gr; episkopos, opzichter, behoeder). De goede Herder is een waakzame Herder en zorgt voor alles en voorziet ook in alles met Zijn voorzienigheid.

    5) De verrezen Christus zal de kudde verzamelen en haar voorgaan om de kudde tot bij God de Vader te brengen in de eeuwige zaligheid van de hemel (3,18).

    Hoofdstuk 3: De morele plichten en vermaningen die voortvloeien uit het doctrinaire gedeelte en het zwaartepunt van het Epistel (2,21-25).

    3,1-7 Plichten van man en vrouw. De vrouwen moeten rein en ingetogen zijn: "Tooi u niet met vergankelijke sieraden, maar met de onvergankelijke tooi van een zachtmoedige geest. Wees onderdanig aan uw mannen (cfr. Paulus). De mannen moeten redelijk zijn met hun vrouwen en hen in ere houden als mede-erfgenamen van de genade." Man en vrouw zijn gelijk voor de genade van het doopsel en voor de hoop op de eeuwige zaligheid.

    3,8-12 Vermaningen voor allen. "Weest eensgezind. Vergeldt geen kwaad met kwaad. Bewaart uw tongen voor het kwaad en uw lippen voor de leugen. De ogen van de Heer zijn op de vrome gericht en Zijn oren naar hun smeken."

    3,13-18. Lijden in navolging van Christus. "Al zoudt ge ook lijden omwille van de gerechtigheid (d.w.z. ook zijt ge onschuldig en doet ge het goede …) dan zijt ge gelukkig (zalig; Gr. makarios)! Cfr. De Zaligsprekingen: "Verantwoordt u aan iedereen die u rekenschap vraagt over de hoop die in u leeft! Ook Christus heeft geleden voor de zonden, de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen …"

    3,18-22 Recapitulatie van het doctrinaire gedeelte (Hst. 2) met nieuwe elementen. "Christus is gestorven voor onze zonden, de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen. Zijn dood was een offer (cfr. 2,24) voor de uitboeting van de zonden. Zijn offer is uniek en volmaakt en kan niet herhaald worden (Hebr. 7,27).

    3,19 "Hij ging heen en predikte voor de geesten in de kerker.", (Het gaat om de doden; cfr. Spicq p. 136) zowel rechtvaardigen als zondaars, in de "inferi" of de "sheôl".Dit is niet de hel van de eeuwige verdoemenis (cfr. Ps. 16,10, het dodenrijk = sheôl; Ps. 139,8-10; Jes. 24,22, kuil, kerker) 2 Petrus 2,4 noemt het de Tartarus. Dit is het voorgeborchte van de rechtvaardigen van het Oude Testament (Osee 13,14; Ps. 49,16) waar Jezus Christus de Blijde Boodschap is gaan prediken aan de zielen. Hij is dus afgedaald in de Hades cfr. Hand. 2,27: "U zult mijn leven niet overlaten aan het dodenrijk."). Het artikel van het Credo "Hij is neergedaald ter helle = het voorgeborchte" heeft dus wel een stevige basis in de Schrift.

    3,20-22 Een van die rechtvaardigen is Noach geweest. Acht personen werden gered in zijn ark. De ark is hier een profetische voorafbeelding van de Kerk. Door het doopsel wordt de neofiet opgenomen in de Kerk en legt hij zijn doopgeloften af. Daarop wordt gezinspeeld in 3,21 (verzoek, engagement van de neofieten om te leven volgens Gods geboden en het Evangelie). Men legde van bij het begin een doopbelofte af om te verzaken aan Satan en al zijn listen. Zoals Christus verrezen is, zo is ook de gedoopte verrezen met Christus tot een nieuw leven.

    Hoofdstuk 4. Nog morele vermaningen.

    4,1-4 Christus heeft geleden voor de zonden. Wij zijn bevrijd van de zonden. Leeft dus niet meer volgens de lusten van de mensen, maar volgens de Wil van God. "Vroeger leefde ge een leven van losbandigheid, wellust, dronkenschap, feestjes en de verwerpelijke dienst aan de afgoden."

    4,5-6 "Christus zal oordelen levenden en doden." Zijn oordeelsmacht is universeel bij het Laatste Oordeel."Daarom is ook aan de gestorvenen het Evangelie gepredikt."

    4,7-19 "Houdt voor alles vast aan de liefde voor elkaar, want de liefde bedekt tal van zonden. Weest gastvrij." "Weest verheugd naarmate ge meer deel hebt aan het lijden van Christus. Prijst u gelukkig als men u hoont om de Naam van Christus. Het is een teken dat de Geest van God op u rust. Wie als Christus lijdt, eert God." Het lijden van de rechtvaardigen is voor de glorie van God. Als ge gestraft wordt omdat ge een moordenaar zijt, dan hebt ge uw verdiende straf. Maar als ge lijdt omwille van het goede dat ge doet, dan verheerlijkt ge God.

    Hoofdstuk 5. "De oudsten onder u vermaan ik, oudste evenals zij." (Petrus was ook hun medepriester. Petrus noemt zich presbyter zoals ook Johannes in 2 Johannes 1; 3 Johannes 1). De "oudsten was een raad, een bestuurscollege. De instelling komt uit het Oude Testament (cfr. Pater J. van der Ploeg o.p. "Les Anciens dans l’Ancien Testament" Festschrift für H. Junker, Trier 1961 pp. 175 e.v.).

    "Weidt Gods kudde die u is toevertrouwd, niet uit dwang, niet uit winzucht voor het materiële gemak. Speel niet de baas, maar weest een voorbeeld voor de kudde." Petrus somt hier de kwaliteiten op van de goede herder. De taak van de priester is pastoraal. De kwaliteiten van de goede herder zijn:

    Medelijden hebben (Mat. 9,36; Luc. 15,3-7).

    Toezicht houden.

    De goede doctrine prediken.

    De kudde leiden in de goede richting. (Ps. 80,2).

    De kudde bijeen houden en verdwaalde schapen terugbrengen.

    De kudde verdedigen tegen vijanden en dieven.

    Er is veel zorg en onthechting voor nodig om een goede herder te zijn, belangloze inzet, zonder te denken aan eigen profijt. Het zijn allemaal dingen die de goede herder doet, en ook Petrus zelf en zijn opvolgers die door de Heer zijn aangesteld als Opperherders! De kudde is van de Heer en ze is niet onze eigendom (Ezech. 34,31; Ps. 100,3; Joh. 21,15-17)!

    5,6-14 Slotvermaningen. "Weest nuchter, waakzaam. De duivel, uw vijand, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek om die te verslinden. Weerstaat hem, sterk door uw geloof." Geen onbezonnenheid, maar wel waakzaamheid is geboden voor de christen die leeft als pelgrim in deze wereld. De vijand ligt op de loer. Die slaapt niet. Hij waakt om een heel andere reden … om ons te verslinden van zodra hij ons te pakken krijgt. Hij brengt de gelovigen in verleiding tot geloofsafval en tot dwaling en zedenbederf. Soms verbergt hij zich en doet zich voor als een wolf in schaapskleren. Soms gaat hij agressief te keer, soms met grote geraffineerdheid.

    De duivel is een moordenaar en een leugenaar. Hij tracht binnen te dringen in de kudde op allerlei manieren. Door ze van buitenaf te bestrijden door vervolging of door ze van binnen corrupt te maken door allerlei valse leraars die hun dwaalleer verspreiden. De gelovigen moeten weerstaan aan de duivel. Dat is de belofte die ze doen in de doopbeloften. Het geloof is een persoonlijke overtuiging en tezelfdertijd een objectieve, geopenbaarde Waarheid die ons vervult met kracht om te weerstaan aan Satan in de verleidingen.

    De overwinning staat vast! God zal u na een kortstondig lijden oprichten en bevestigen. Als uw huis is gebouwd op de rots van het geloof, zal het standhouden als de storm komt, zegt de Heer Jezus. Als Satan komt, zelfs met het gebries van een leeuw of onder dreiging van u dood te schieten, dan zult ge standhouden en standhouden in het geloof. Het geloof dat we hebben overgeleverd gekregen van onze voorvaderen die ons zijn voorgegaan in de dood en die gestorven zijn in de hoop op het eeuwige leven en op de eindverrijzenis waaraan ook wij deel hebben in de glorie van God in de hemel.

    "De zustergemeente in Babylon groet u, evenals mijn zoon Markus. Groet elkaar met een vredeskus. Vrede voor allen." Babylon is een metafoor voor Rome (cfr. Eusebius). Zo werd Rome genoemd in de 1ste eeuw in Joodse milieus (cfr. Sybill. Orakels 5,143; Syr. Apoc. van Baruch 11).

    2DE BRIEF VAN PETRUS.

    De auteur van de 2de Petrusbrief noemt zich Simon Petrus. De authenticiteit van deze Brief vindt nog steeds aanhangers (cfr. Guthrie New Testament Introduction, p. 151 e.v.).

    - De auteur noemt zich Simeon Petrus, knecht en apostel van Jezus Christus. De naam Simeon is een primitieve vorm. Handelingen 14 zegt dat Simeon had uiteengezet op de apostelenvergadering in Jeruzalem hoe God de heidenen had geroepen tot het heil!

    - De auteur zegt dat hij getuige was van de Transfiguratie.

    - De auteur spreekt over "onze geliefde broeder Paulus" (3,15) wat een familiare uitdrukking is die niet past bij een pseudepigraaf.

    - 2 Petrus 3,1: "Dit is de tweedebrief die ik u schrijf." Dit is een verwijzing naar 1 Petrus of naar een verloren gegane brief. Indien de pseudepigraaf zijn 2de Brief meer autoriteit wilde geven, zou hij meer de inhoud en de vorm van de 1ste Brief hebben nagebootst! Dat doet hij juist niet. De terminologie verschilt te veel en de stijl ook! Dat kan wijzen op verscheidenheid in dezelfde auteur. De taalargumenten tegen de authenticiteit houden geen steek! Soms gebruikt hij het woord "openbaring" (1 Petrus), soms "parousie" (2 Petrus). De themata van beide Brieven verschillen ook, maar er zijn gelijkenissen qua inhoud.

    De 2de Petrusbrief was niet bekend in de 1ste eeuw. Ireneüs kende wel de 1ste Petrusbrief. De 2de Petrusbrief verschijnt in Egypte ca. 120 na Christus in de Apocalyps van Petrus (in het Grieks bewaard in de papyrus Bodmer 3de eeuw) die geen expliciete referenties bevat maar wel impliciete aanwijzingen van de 2de Petrusbrief.

    Origenes kende allebei de Petrusbrieven en citeert ze ook, maar hij geeft toe dat de authenticiteit van 2 Petrus betwist wordt (Eusebius H.E. 3,3,1). Eusebius schrijft dat de 2de Petrusbrief niet authentiek is, maar wel nuttig voor het heil van velen. Ook Hiëronymus (De Vir. 1) schrijft dat de meerderheid van de geleerden de authenticiteit van de 2de Petrusbrief niet erkent door de grote verschillen in stijl met 1 Petrus.

    1,1-9 "Aan hen die door de Gerechtigheid van Jezus Christus het geloof hebben ontvangen." Dat geloof moet ook gevoed worden met deugdzaamheid (christelijke moed), kennis (van het Woord van God), zelfbeheersing (volharding), standvastigheid, vroomheid, broederliefde (liefde voor christenen en niet-christenen).

    1,10-11 "Doe uw best om steeds meer aan Gods roeping en uitverkiezing te beantwoorden. Als u zo handelt, zult u de hemel binnengaan." (Het doel van ons leven is bovennatuurlijk. Vergeet dat niet!). In 1 Petrus 1,9 zegt Petrus hetzelfde.

    1,14 Petrus voorspelt zijn dood. "Ik weet dat deze tent weldra zal wordt neergehaald."

    1,15 "Ik zal ervoor zorgen dat u zich dit alles na mijn heengaan telkens opnieuw voor de geest kunt halen." Heengaan, exodus, heeft hier de betekenis van de dood.

    1,16 Petrus en twee andere apostelen zijn ooggetuigen geweest van de Transfiguratie op de heilige berg. "Geen enkel profetie van de Schrift laat een eigenmachtige uitleg toe." Profetieën zijn geïnspireerd door de Heilige Geest. Ze moeten geïnterpreteerd worden in het licht van hun vervulling in Jezus Christus.

    2,1-4 Opgelet! Er zijn valse profeten die ketterijen invoeren en zelfs Jezus Christus loochenen. Velen zullen losbandig leven en hebzuchtig zijn. Zij zullen hun eigen verhalen uitvinden.

    Hier volgen enkele voorbeelden van hoe God de zonde straft:

    De gevallen engelen heeft God gestraft en opgesloten in de hel.

    De zondige mensheid ten tijde van Noach.

    De steden Sodoma en Gomorra heeft Hij verwoest ten tijde van Lot.

    God straft de zonde, maar Hij redt de vromen: Noach werd gered met zijn gezin.

    Lot werd gered uit Sodoma.

    Het is ook een thema van 1 Petrus hoe God de vromen uit de beproeving redt.

    2,10-16 "Hij zal hen straffen die zich door schandelijk begeerte laten drijven en zich overgeven aan wellust en de heerschappij der verachten." Boosdoeners lasteren de hemelse machten (o.a. atheïsten, vrijmetselaars). Zij lasteren wat ze niet eens kennen. "Hun ogen zijn vol overspel, zij hebben de rechte weg verlaten en zijn het pad van Bileam opgegaan."

    2,17 Het morele leven is als een weg: de weg naar de hemel is smal, de weg naar de verdoemenis is breed. Een rechte weg die naar God leidt 2,15 "Ze hebben de rechte weg verlaten en zijn het pad van Bileam opgegaan." Het gaat hier om afvallige, ontrouwe christenen (cfr. Num. 22; Deut. 23; Balaam vervloekte Israël en verleidde Israël tot afgoderij. Balaam is in de geschiedenis het prototype van de perverte profeet (cfr. Targum Num. 22).

    2,17-22 Dwaalleraars verleiden de jonge christenheid. Ze waren eerst gelovige christenen, maar ze laten zich nu opnieuw gaan naar de wereldse wellust. Hun toestand is erger dan voorheen, want het zijn apostaten (2,20). Het ware beter dat ze de weg van de gerechtigheid nooit gekend hadden, dan dat ze het heilige gebod (- de geopenbaarde waarheid = de geloofsbelijdenis en de morele regels Rom. 7,12) de rug hadden toegekeerd. Afvalligen zijn als honden en als zwijnen. Het spreekwoord zegt: "Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel, en een schoongewassen zeug naar de modderpoel." (2,22).

    3,1 "Dit is reeds de tweede Brief die ik u schrijf." Deze referentie naar een eerdere Brief is verdacht (cfr. Spicq p. 244). De profeten en de Openbaring van Jezus Christus, door de apostelen overgeleverd. De Traditie is een bron van ons geloof. Geloofs- en moraalregel is de Leer van Jezus Christus, overgeleverd door de Kerk. Ook de Evangeliën zijn daarvan de neerslag. De inhoud is conform aan de historische waarheid. De Evangeliën moeten historisch zijn want anders is ons geloof een fabeltje, een schim, een menselijke constructie. Onze hoop op eeuwig leven is juist gebaseerd op deze reële basis, nl. Leven en Leer van Jezus Christus Die verrezen is en Die Zijn wederkomst in glorie voorspeld heeft. Over die wederkomst gaat het in hoofdstuk 3.

    3,4 "Waar blijft nu de komst die Hij heeft toegezegd?" "Hemel en aarde zijn door God geschapen. De wereld is één keer door de zondvloed vergaan. De wereld zal een tweede keer vergaan door vuur op de dag van het Laatste Oordeel." 2 Petrus 3,7 is hier conform met Apoc. 20.

    3,8 "Voor de Heer is één dag als duizend jaar." Hier is het millennium van de Apocalyps van toepassing. Hij komt terug op het einde van de wereld. Het millennium van de Kerk op aarde. Christus komt terug. Het millennium van de Kerk op aarde zal een einde kennen. Reeds 2000 wacht Hij omdat Hij wil dat vele mensen zich bekeren en redding vinden. Dat millennium van de Kerk op aarde duurt al 2000 jaar. Maar de oordeelsdag van de Heer komt onverwacht.

    3,12-13 "Hemelse sferen zullen vergaan en de elementen zullen wegsmelten in de vuurgloed. Maar we verwachten een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar zuivere gerechtigheid zal heersen, (cfr. Jesaja) en waar de Kerk zuiver zal zijn in eeuwigheid, een nieuw Jeruzalem (cfr. Apoc.).

    3,15 Verwijzing naar Paulus die ook in zijn brieven spreekt over de Parousie (o.a. I en II Thess.). "Laat u niet meeslepen op de dwaalwegen der goddelozen."

    +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)

    Spreekt de Jesus van Nazareth met de Volkeren.

    **********************************************

    ZEVENTIENDE VERSCHIJNING.

    Vrijdag, 31 mei 1974 van 9.45 tot 10.05 uur.

    Madeleine verwachtte geen bezoek van Jezus want het was niet de eerste vrijdag van de maand. Wel gaat zij iedere morgen, nadat zij de kinderen naar school heeft gebracht, naar de kapel om Jezus daar te bezoeken.

    Net voor de communie uitreiking, komt zuster B. de priester halen voor een zieke. Hij denkt niet lang weg te zijn.

    Plotseling verschijnt de stralenkrans op de plaats van het tabernakel. Het was breder en gaf de indruk minder hoog te zijn dan de vorige keren, het leek op iemand te wachten.

    Madeleine zegt tegen zuster B., die zij inmiddels gehaald had :

    "Er is iemand maar het is Jezus niet", en nadat zij iemand zag verschijnen, "Het is iemand die ik niet ken !"

    Madeleine voegt toe :

    "Ik was mij duidelijk bewust dat ik mij in de kapel bevond, terwijl ik de vorige keren volledig in beslag werd genomen door het visioen van Jezus, ontoegankelijk voor alles wat mij omringde...

    Deze onbekende figuur hield een soort vaandel vast met bovenop een kruisje wat evenals de vlaggenstok van dezelfde kleur was, en die schitterden als goud. Onder het kruis hing een banier dat wel van stof leek, waarop drie woorden waarvan ik meende de eerste en de laatste te onderscheiden : "QUIS…DEUS*". De stok eindigde naar beneden toe in een kleine punt van lans of piek. De persoon had kort ietwat kroezelig haar, geknipt als bij een soldaat. Zijn tuniek was kort en zijn rechterhand hield het midden van de stok vast, een soort kap beschermde zijn kuiten."

    * "QUIS ES DEUS" : Wie is als God ? Dit betekent ook het hebreeuwse woord Michaël.

    Ik vroeg hem :

    "Wie bent u ?"

    "Weest gegroet." En hij knikte mij toe.

    "Ik ben de aartsengel Michaël, door God gezonden.

    U zult de Geheimenissen van de Verlosser zien, en iedere zin zult u één voor één herhalen al naar gelang ik ze voorzeg."

    Madeleine antwoordde hem :

    "Indien God u stuurt, zal ik gehoorzamen."

    De aartsengel was daar nog steeds toen hij haar zei :

    "Per Mysterium Sanctæ Incarnationis Tuæ."

    (Door het geheim van uw Heilige Menswording.)

    En hij verdwijnt.

    Madeleine geeft als commentaar :

    "Ik heb iemand gezien, die geheel in het wit was gekleed en knielde. Ik dacht dat het een engel was. Hij keek naar een jong mooi meisje met een hoofddoek om. Bij het zien van de engel, groette zij en bleef met gebogen hoofd zitten. Zij plaatste haar handen na elkaar op de borst, precies zoals de Heer het mij geleerd heeft. Ditzelfde gebaar maakte indruk op mij en trok dus extra mijn aandacht. Een paar seconden later was alles verdwenen."

    Vervolgens zag ik de aartsengel weer, die mij zei :

    "Per Nativitatem Tuam."

    "Door uw Geboorte."

    De aartsengel verdwijnt.

    Dan ziet Madeleine een baby in een tenen wieg of op stro liggen gevormd als een wieg; er staan veel mensen omheen in lange kledij; zij geven de indruk Hem te bekijken en bewonderen... daarna verdwijnt alles.

    Zij ziet de aartsengel weer op dezelfde plaats, maar meent overigens dat hij daar steeds aanwezig is, echter uit het zicht verdwijnt vanwege de belangrijkheid van het tableau vivant dat haar wordt aangeboden.

    Hij zegt haar alvorens te verdwijnen :

    "Per Baptismum et Sanctum Jejunium Tuum."

    "Door uw Doopsel en uw Heilig Vasten."

    Jezus wordt vergezeld door een grote man, hoewel kleiner dan Hemzelf, die een soort cape of schoudermantel draagt van kortharige vacht. Ik zie water stromen zoals een rivier. Deze man houdt een bakje vast aan een steel, waarmee hij water uit de rivier schept en over het hoofd van Jezus giet; enkele seconden later bestijgt Jezus een klimmend pad en bovengekomen zet Hij zich neer. Hij kruist zijn handen, richt zijn ogen ten hemel alsof Hij bidt, en daarna verdwijnt alles.

    Zij ziet de aartsengel weer, die zegt :

    "Per Crucem et Passionem Tuam."

    "Door uw Kruis en uw Lijden."

    Waarop de aartsengel verdwijnt.

    Met veel moeite draagt Jezus op zijn rechterschouder een zeer zwaar Kruis, lopend in het midden van een pad met aan weerskanten een menigte die lijkt te lachen. Sommigen heffen hun hand omhoog alsof zij iets naar Hem toe willen gooien.

    Jezus viel niet ondanks het gewicht van zijn Kruis, dat verbaasde mij en meermaals dacht ik.. "Nu begeeft Hij het onderweg", och, arme Jezus. Daarop verdwijnt het beeld.

    De aartsengel toont zich opnieuw en zegt :

    "Per Mortem et Sepulturam Tuam."

    "Door uw Dood en uw Graflegging."

    …alvorens te verdwijnen :

    Nu ziet Madeleine Jezus op het Kruis. Hij schijnt reeds gestorven, het hoofd voorover gebogen, het bovenlichaam ontbloot, een grote wond ter rechterzijde en ik geloof daaronder een stroompje gestold bloed. Drie personen bevinden zich bij de voet van het Kruis; twee staan rechtop, elk aan een kant, en kijken met treurige blik naar het gelaat van Jezus.

    De middelste, vooraan, is geknield en omklemt met beide handen de voet van het Kruis en wil blijkbaar Jezus’ voeten kussen, die op een houten steun rusten.

    Madeleine huilt dikke tranen.

    Madeleine ziet de aartsengel weer, die zegt :

    "Per Sanctam Resurrectionem Tuam."

    "Door uw Heilige Verrijzenis."

    Terstond ziet Madeleine Jezus weer in leven, een Vreugde overweldigt haar. Hij verschijnt zoals bij de allereerste keer, op die avond van de 27e december 1972, glimlachend, zijn handen in begroeting naar haar uitgestrekt en zegt haar :

    "Ik ben Jezus van Nazareth, de verrezen Mensenzoon, en voegt toe : vanuit de doden opgestaan."

    "Beziet mijn Wonden."

    Met zijn rechterhand ontsluit Hij de rechterkant van zijn lange kleed hoewel deze zonder opening is. Madeleine zag toen een grote onbloedige wond. Op de rug van zijn rechterhand zag zij een klein gat. In de palm van zijn linkerhand, die naar haar was uitgestrekt, was eveneens een gat en op iedere voet gold hetzelfde.

    Vervolgens zei Hij tegen haar :

    "Komt naderbij en betast mijn Zijde."

    Madeleine stond op, stak haar rechterhand uit en raakte met haar wijs en middelvinger de rand aan van zijn Wonde, die diep bleek te zijn.

    Zij was uiterst ontroerd en zei :

    "Heer, U heeft zoveel voor ons geleden !"

    Zij werd verdrietig bij de gedachte dat Jezus zoveel had geleden voor de wereld, de zonden van de wereld, voor de ondankbaarheid van de mensen, voor ons allen, arme zondaars.

    Zij ging weer knielen en Jezus hernam zijn gewone houding (met de handen naar haar uitgestrekt). Zijn kleed hing ook weer normaal.

    Hij zei haar :

    "Zegt dit hardop :

    Jezus zei iedere zin langzaam voor

    "Jezus vraagt om het gebed, dat Hij u geleerd heeft, aan de gehele wereld bekend te maken. Hij vraagt dat het Glorierijke Kruis en het Heiligdom in het einde van het Heilig Jaar* worden opgericht.

    * Zoals elke 25 jaar, was 1975 een Heilig Jaar.

    Want dat zal het laatste Heilig Jaar zijn. Dat hier ieder jaar een plechtig feest wordt gevierd - op de dag dat Madeleine het Kruis voor de eerste keer zag. Al degenen die in groot vertrouwen en vol berouw komen, zullen in dit leven en voor de eeuwigheid gered worden. Satan zal geen macht meer over hen hebben.

    Even later en op zeer ernstige toon :

    Voorwaar, Ik zeg u, mijn Vader heeft Mij gezonden om u te redden en u de Vrede en Vreugde te schenken. Weet dat Ik Liefde ben en Ontferming.

    Hierna voegt Hij toe :

    Dit is het einde van mijn Boodschap."

    Jezus was nog altijd daar toen de aartsengel, zonder zich te tonen, aan Madeleine de volgende woorden zei, die zij herhaalde :

    "Per Admirabilem Ascensionem Tuam."

    "Door uw bewonderenswaardige Hemelvaart."

    Op dat moment hield Jezus zijn rechterhand boven Madeleine en zei haar :

    "De Vrede zij met u en met allen die tot u komen."

    Jezus liet zijn hand zakken.

    Madeleine zag Hem geleidelijk enigszins omhoog komen en toen verdwijnen.

    Madeleine ziet de aartsengel weer opnieuw die haar zegt :

    "Per Adventum Spiritus Sancti Paraciiti."

    "Door de komst van de Trooster, de Heilige Geest."

    Hij blijft zichtbaar en zegt :

    "Jezus heeft u zojuist verlaten. Zijn Boodschap is beëindigd maar u zult Hem terugzien."

    Hij vervolgt, (hetgeen Madeleine hardop nazegt) :

    "Per cujus imperti Nomen est in æternum, ab omni malo libera nos Domine."

    De aartsengel zegt zonder instructie om het na te zeggen :

    "Dat wil zeggen : "Door Hem wiens Naam een eeuwig Rijk heeft, verlos ons Heer van alle kwaad."

    De aartsengel zegt :

    "Zegt dit hardop :

    "God verwijt de priesters traagheid in de uitvoering van hun taak, en ongelovigheid. God heeft ze gevraagd om aan de wereld de heerlijkheden te verkondigen van Hem die Madeleine geroepen heeft vanuit de duisternis tot zijn wonderbaar Licht*, want het Glorierijke Kruis zal de stad Dozulé tooien. Zij hebben niets gedaan. Dit is de oorzaak van het ontbreken van water in dit bekken. Een rampzalige droogte zal geheel de wereld teisteren. Dat de priesters de Boodschap aandacht lezen en nauwgezet opvolgen wat hun gevraagd is."

    Vraagt de aanwezige persoon (zuster B.) dat zij u een kaars geeft."

    Toen Madeleine de kaars vasthield, zei de aartsengel :

    "Zet hem brandend neer op de plek waar Christus u zojuist verlaten heeft. Dat allen die in deze kapei komen, uw voorbeeld navolgen."

    Even later :

    "U hebt de gehele dag om het de priester te zeggen en aan hen die bereid zijn naar u te luisteren. U zult het zich herinneren en zij zullen versteld staan van uw geheugen. Dat de priester iemand zoekt aan wie hij de Boodschap drie keer voorleest die het daarna tracht te herhalen : het zal hem niet lukken."

    De aartsengel keek naar Madeleine en gaat verder :

    "Schrijft als u thuiskomt op, wat ik u zeggen ga. Dit schrijven zult u aan de priester overhandigen wanneer hij tegen u zegt :

    Ik heb in de week van het Heilig Hart, een afspraak op het bisdom :

    "Houdt een noveen die begint op de dag van het Heilig Hart." Deze noveen bestaat uit één geheim per dag volgens de geheimen die u onderwezen zijn. En ga daarna de bisschop bezoeken. U moet hem zeggen dat het God is die u zendt. Overhandigt hem de volledige Boodschap, opdat hij er kennis van neme. Alle deuren zullen opengaan en het hart van de bisschop zal smelten."

    Na deze woorden verdwijnt de aartsengel.

    Thuisgekomen schrijft Madeleine alles op, wat zorgvuldig wordt bewaard terwijl zij afwacht...

    Woensdag 12 juni (dus bijna twee weken later) kwam de priester haar zeggen :

    "Ik heb komende week een afspraak op het bisdom."

    Zij antwoordde :

    "Dat is de week van het Heilig Hart."

    Hij weer :

    "Daar weet ik niets van."

    Madeleine :

    "Ik weet het zéker.

    " En op dat moment overhandigt zij hem de schriftelijke boodschap, dat bestemde "woord" dat de aartsengel Michaël haar gezegd had om op te schrijven.

    Zij voelde zich gedreven om naar de bisschop te gaan, en wat die ene week betreft was het inderdaad die van het Heilige Hart. Vanaf de dag van het Heilig Hart baden zij allen samen een noveen.

    Madeleine wilde daarna de bisschop bezoeken.

    "Maar je kan niet zomaar de bisschop zien, ik moet een afspraak maken", zei de priester. "Je moet gehoorzaam zijn."

    Madeleine schrijft :

    "Men dient altijd te gehoorzamen. Toch had ik zin om ongehoorzaam te zijn, want ik weet dat God mij die geestdrift gegeven had. Een onverklaarbare geestdrift gaf mij de kracht om te gaan. Mijn teleurstelling was zo groot !"

    Madeleine moest huilen van spijt, want zij was zeker dat de bisschop haar zou hebben ontvangen. Om genoegen te doen aan een mens was zij God ongehoorzaam.

    "Ik geloof dat God het mij kwalijk neemt", zegt Madeleine.

    Zij had geen voertuig behalve een bromfiets en het bisdom was tamelijk ver weg.

    Drie maanden later, in september, gaat zij er heen. "Het vuur was eruit, de genade was voorbij", zal zij later zeggen.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De heilige Eucharistie.

    De waardigheid van het Sacrament

    en de priesterlijke staat

    De Heer: Al had gij een engelachtige zuiverheid en de heiligheid van Sint Jan de Doper, dan waart gij nog niet waardig dit Sacrament te ontvangen en daarmee om te gaan. Want het is geen vrucht van menselijke verdiensten dat een mens consacreert en Christus’ Sacrament in handen neemt en het brood der engelen nuttigt als zijn spijs. Ontzagwekkend is de bediening en groot de waardigheid van de priesters aan wie gegeven is wat engelen niet is toegestaan.

    Want alleen de priesters die op de juiste wijze in de kerk zijn gewijd, hebben de macht om het offer op te dragen en het Lichaam van Christus te consacreren. De priester is immers de dienaar van God, die Gods woord gebruikt op bevel en volgens de instelling van God. God is daar de voornaamste bewerker en de onzichtbare uitvoerder: alles is aan Hem volgens zijn wil onderworpen en hij doet en hij doet alles wat Hij beveelt.

    Daarom moet gij meer de almachtige God geloven in dit hoogheilig Sacrament dan uw eigen gevoelens volgen of een of ander zichtbaar bewijs.

    Daarom behoort men met ontzag en eerbied tot dit Sacrament te naderen. Neem uzelf in acht en bedenk wat het is waarvan gij deelgenoot mag worden.

    Met de heilige gewaden bekleed is de priester plaatsvervanger van Christus om God voor zichzelf en voor heel het volk eerbiedig en nederig te smeken. Vóór en achter zich draagt hij het teken van het kruis des Heren om altijd het lijden van Christus te gedenken. Van voren draagt hij het kruis op het kazuifel om Christus’ voetsporen nauwkeurig na te gaan en zich ijverig op navolging toe te leggen. Aan de achterzijde is hij met een kruis getekend om welke lasten ook, hem door anderen opgelegd, met mildheid voor God te dragen. Voor zich uit draagt hij het kruis om eigen zonden te betreuren, achter zich aan om ook wat anderen misdeden uit medelijden te bewenen en om goed te weten dat hij tussen God en de zondaar is gesteld.

    Hij mag niet verflauwen in het gebed of het heilig offer, totdat hij verdient genade en barmhartigheid te verkrijgen. Als de priester de heilige Eucharistie viert, eert hij God, verblijdt hij de engelen, geeft hij stichting aan de Kerk; hij helpt de levenden, verkrijgt rust voor de overledenen en heeft zelf aan alle geestelijke goederen deel.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.

    VADSTENA.

    Boek 9 - KAP. 21 LATIJNSCHE TEKST, 19 ZWEEDSCHE TEKST.

    Gods bruid meende in een groot vertrek te zijn, waar vele mensen verzameld waren. En de Maagd Maria zeide tot den Koning van het hemelrijk : "Mijn Zoon, geef mij deze plaats, Vadstena." Toen kwam de duivel er dadelijk bij en zeide : Die plaats is van mij en ik heb er drievoudig recht op. Ik bezielde den stichter er van met den wil om die te bebouwen, en de hoofdmannen van dit gebouw waren mijn dienaars en vrienden. Ten tweede is dit de plaats van woede en straf, omdat mijn vrienden, die volgens mijn wensch kwaadaardig waren, hier hun onderdanen straften zonder eenige barmhartigheid, daarom is de heer van de straf en de hoofdman der woede hier meester; en de plaats is aan mij.

    Ten derde heeft deze stad mij nu gedurende vele jaren toebehoord, en waar mijn wil regeert, daar heb ik mijn zetel." Toen zeide de Maagd tegen den rechter : "Mijn Zoon, ik vraag u, wat rechtvaardig is. Indien iemand een ander van zijn goederen en geld beroofd had en bovendien den ander dwong tot zijn nadeel een huis voor het geld te bouwen, dat hem ontnomen werd, aan wien behoorde dan het huis?"

    Onze Heer antwoordde : "Mijn lieve moeder, volgens het recht, behoort het huis aan hem van wien het geld was en die er aan werkte." Toen zeide Onze Vrouwe tot den duivel : "Gij hebt dus geen recht op dit huis." En de Maagd Maria vroeg den rechter verder : "Indien iemands hart vervuld was van boosheid en woede en de barmhartigheid en genade er toegang vond, wat moest dan wijken?"

    De rechter antwoordde : "De boosheid en woede moesten wijken en vluchten voor de barmhartigheid !" Toen zeide de Maagd Maria tot den duivel : "Daarom is het aan u te vluchten, want gij zijt de heer der straf en de hoofdman der woede. Maar ik, de Koningin van het hemelrijk, ben de moeder der genade, want ik erbarm mij over allen, die mij aanroepen." En de Maagd Maria vroeg voort : "Mijn Zoon, indien de beul in een huis vertoefde en zijn meester kwam om op zijn zetel plaats te nemen, wat moet de beul dan doen?" De rechter antwoordde : "Het recht verlangt dat de beul opstaat en de meester plaats neemt waar het hem behaagt." Toen zeide de Maagd tot den duivel : "Daar gij mijn Zoons beul zijt en ik uw heerseres ben, is het rechtvaardig dat gij verdwijnt en ik mij zet waar ik wil."

    Daarop zeide de rechter tot de Maagd : "Mijn lieve moeder, gij hebt deze stad rechtvaardig verkregen, daarom zal zij de uwe zijn, en ik ken haar u toe. En evenals het geween en gesteun van ongelukkigen in deze stad geklonken heeft, die in hun ellende hier op aarde mij aanriepen en hun geroep tot mij doordrong, zoo zal nu de stem van hen die mij in deze stad loven, tot mij opstijgen. En zoals vroeger deze stad het toneel geweest is van woede en straf, zullen nu in deze stad verzameld worden degenen die zullen bidden om genade en erbarming en vergiffenis der zonden zowel voor de levenden als de doden en mij tot zachtheid stemmen voor het welzijn van dit rijk." Daarna sprak de rechter tot de Maagd : "Geruimen tijd is uw vijand meester over deze stad geweest, maar in het vervolg zult gij hier heerseres en Koningin zijn."


    05-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLEN EEN GEZEGENDE DINSDAG TOEGEWENST.

    N. ( M ).

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Video van 26 maart verschijning aan Marija.
     
    Video van 26 maart verschijning aan Marija.

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)

    Satan gaat door met Verschillende Aanvallen.

    ***************************************

    De duivel wist wat een schrik ik heb voor kakkerlakken. Ik haat het dit te schrijven, maar ik voel dat ik het moet doen om te laten zien hoe de duivel tegen mij vocht. Op een dag liep ik een kamer uit en sloot de deur. Plotseling voelde ik op mijn gezicht een natte vloeistof sprenkelen. Ik kon niet begrijpen waar het vandaan kwam. Plotseling hoorde ik Satan lachen en spottend zei hij tegen mij; "Dit is de manier waarop ik doop. Dit is het soort heilig water dat jij verdient!" Toen zag ik wat er was gebeurd. Ik had op de deurpost een dikke kakkerlak verpletterd. Ik zou dadelijk hebben kunnen sterven en dan van afschuw! Ik houd er niet van zoveel te schrijven over de aanvallen van Satan, maar ik zou willen laten zien hoe hevig hij tegen mij vocht om te verhinderen dat deze boodschap uitkomt en mij te beletten deze zending te vervullen die de Heer voor mij aan het voorbereiden was. Op een dag besloot hij weer van tactiek te veranderen. Om mij te misleiden nam hij het precieze uiterlijk aan van mijn overleden vader. Zelfs de manier waarop hij tegen mij sprak was dezelfde. Een volmaakte imitatie. Hij sprak tegen mij in het Frans zoals mijn vader nu en dan deed en ze; "Mijn lieve kind, kijk….God zendt mij uit medelijden naar je toe om tegen je te zeggen dat je dwaalt. Hoe kun je geloven dat Hij op deze manier met jou contact onderhoudt? Deze dingen zijn, zoals je weet, onmogelijk, en je beledigt God alleen maar en maakt Hem boos. Denk toch eens na…God spreekt tot jou? Waar heb je ooit eerder van zoiets gehoord? Alleen krankzinnigheid kan je ertoe brengen zoiets te geloven!" Ik vroeg, "Wel, en wat betreft mijn engel, is het met engelen mogelijk?" Toen hij zei, "O die…" was zijn stem vervuld van haat en ik herkende Satan weer eens.

    Wordt  vervolgd.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Medjugorje gebedsdag Banneux integraal te (her-)beluisteren.

    Beste Medjugorjevrienden,

    De Gebedsdag van zaterdag 2 april in Banneux was prachtig! Een verslag vind je op een nieuwe pagina op  Gebedsdag 2011. 

    Voor het eerst kan je de gebedsdag ook volledig herbeluisteren. Je vindt alle (opgedeelde) audiofragmenten op diezelfde pagina. Men zegge het voort…

    Verenigd in gebed,
    Gert.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TOEWIJDING VAN ZICHZELF AAN JEZUS CHRISTUS DOOR MARIA.

    TOEWIJDING VAN ZICHZELF AAN JEZUS CHRISTUS DOOR MARIA.

    Maria, ik hernieuw en bekrachtig heden in uw handen de beloften van mijn Doopsel. Voor altijd verzaak ik aan satan, aan zijn ijdelheden en aan zijn werken. Ik geef mij geheel aan Jezus Christus, de mens geworden Wijsheid om achter Hem mijn kruis te dragen, alle dagen van mijn leven. Om Hem voortaan trouwer te dienen dan tot nu toe kies ik U heden, in tegenwoordigheid van alle engelen en heiligen, tot mijn Moeder en Koningin

    Ik lever mij aan U over en ik wijd U toe, in volledige en liefdevolle onderwerping, mijn lichaam en mijn ziel, mijn inwendige en uitwendige goederen, zelfs de waarden van mijn goede werken in verleden, heden en toekomst.

    Daarbij laat ik U het volstrekte en volledige recht over mij en al het mijne te beschikken, zonder enige uitzondering, zoals het U behaagt in tijd en eeuwigheid, tot grotere Heerlijkheid van God! Amen. (Heilige Montfort)

    "Jezus, Maria, Jozef red de zielen, red vooral de priesterzielen."


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.NOVEEN TOT DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID.

    NOVEEN TOT DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID.

    Goede Vrijdag tot Beloken Pasen.

    "De Heer zei me ook het Kroontje te bidden op de negen dagen voor het Feest van Zijn barmhartigheid, te beginnen op Goede Vrijdag. Hij beloofde mij: "Tijdens deze Noveen zal Ik aan de zielen vele genaden geven."

    ((Hoe wordt de Rozenkrans of het Kroontje van de Goddelijke Barmhartigheid gebeden?))

    Onze Vader, Wees gegroet... de Twaalf Artikelen van het Geloof.

    Op de kralen van het Onze Vader bidt men het volgend gebed:

    "Eeuwige Vader, ik offer U op het Lichaam en Bloed, de Ziel en de Godheid van uw Welbeminde Zoon, Onze Heer Jezus Christus, tot vergeving van onze zonden en die van de hele wereld".

    Op de kralen van het Wees Gegroet bidt men:

    "Omwille van Zijn smartelijk Lijden, wees barmhartig voor ons en voor de hele wereld".

    ofwel

    "Door het smartelijk lijden van uw Zoon, heb medelijden met ons en met heel de wereld".

    Op het einde bidt men driemaal het volgende:

    "Heilige God, Heilige Almachtige God, Heilige Eeuwige God, ontferm U over ons en over de hele wereld".

    ofwel

    "Heilige God, Almachtige God, Eeuwige God, door het smartelijk lijden van uw Zoon, heb medelijden met ons en met heel de wereld".

     

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LITANIE TER ERE VAN DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID.

    LITANIE TER ERE VAN DE GODDELIJKE BARMHARTIGHEID.

    Heer, ontferm U over ons.

    Christus, ontferm U over ons.

    Heer, ontferm U over ons, Christus, hoor ons.

    Christus, verhoor ons.

    God, Hemelse Vader, wij vertrouwen op U.

    God, Zoon Verlosser van de wereld, wij vertrouwen op U.

    God Heilige Geest, wij vertrouwen op U.

    Allerheiligste Drieënige God, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, hoogste volmaaktheid van de Schepper, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, grootste volmaaktheid van de verlosser, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, oneindige liefde van de Geest, die ons heiligt, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, onbegrijpelijk geheim van de heilige Drieëenheid, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, bewijs van de grootste goddelijke Macht, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, die geheel de wereld omvat, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, die ons het eeuwig leven schenkt, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, die ons behoedt voor de straffen die wij verdienen, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, die ons bevrijdt van de ellenden van de zonde, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, die ons door het Vleesgeworden Woord, de verlossing schenkt, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, die voor ons ontspringt aan Christus Wonden, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, die ons toevloeit uit het H. Hart van Jezus, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, die ons de allerheiligste Maagd schonk, de Moeder van Barmhartigheid, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, die zich openbaart door de goddelijke geheimen, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, zichtbaar geworden in de stichting van de Heilige Kerk, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, die ons in de sacramenten, stromen van genade opent, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, bijzonder werkzaam in de Sacramenten van Doopsel en Boetvaardigheid, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid tegenwoordig in de H. Eucharistie en het Priesterschap, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, die ons roept tot het heilig Geloof, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, die de zondaars bekeert, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, die de rechtvaardigen heiligt, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, die de heiligen tot volmaaktheid voert, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, verfrissende bron voor zieken en bedroefden, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, troost en rust voor ons hart, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, hoop van de hopelozen, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, die ons bestendig begeleidt, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, die ons overlaadt met genaden, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, vrede voor de stervenden, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, hemelse vreugde van de uitverkorenen, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, verkwikking en licht van de zielen en het vagevuur, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, kroon van alle heiligen, wij vertrouwen op U.

    Goddelijke Barmhartigheid, onuitputtelijke bron van wonderen, wij vertrouwen op U.

    Lam Gods, wiens oneindige Barmhartigheid de wereld redde op het kruis, vergeef ons. wij vertrouwen op U.

    Lam Gods, dat zich voor ons opoffert in elk sacrament, verhoor ons. wij vertrouwen op U.

    Lam Gods, dat in Uw onuitputtelijke Barmhartigheid, de zonden van de wereld wegneemt, heb medelijden met ons.

    De Barmhartigheid van God gaat al Zijn werken te boven. Daarom willen wij eeuwig Gods barmhartigheid bezingen.

    Laat ons Bidden.

    God, U Barmhartigheid heeft geen grenzen en Uw medelijden is onuitputtelijk: zie goedgunstig op ons neer en vermeerder in ons de werken van Uw Barmhartigheid opdat wij niet tot wanhoop vervallen, zelfs niet te midden van de grootste beproevingen en de ergste wisselvalligheden, maar dat wij ons altijd en in volle vertrouwen onderwerpen aan Uw Heilige Wil, die de Barmhartigheid zelf is.

    Door onze Heer Jezus Christus, de Koning van de Barmhartigheid die met U en de Heilige Geest Zijn Barmhartigheid toont in de eeuwen der eeuwen.

    Amen.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)

    Goede Vrijdag, 12 april 1974.

    ‘s Middags, nadat zuster B. met de eigenaar van het grasland overeenstemming had bereikt, graven drie mannen het waterbekken uit. Het was koud en zuster B. houdt voor de vrijwilligers de koffie warm op een spiritusbrander onder in de kuil van het waterbekken, dat geleidelijk aan vorm neemt.

    *****************************************

    ZESTIENDE VERSCHIJNING.

    Vrijdag, 3 mei 1974 van 17.10 tot 17.25 uur

    Jezus vertoont zich met de handen naar Madeleine uitgestrekt. Hij lacht haar toe, zij is zeer gelukkig en zou voor altijd in zijn tegenwoordigheid willen blijven.

    Hij zegt :

    "Zegt dit hardop :

    "De priester heeft het niet verkeerd. Die schuine boom is het symbool van Zonde. Rukt hem uit, nog voordat hij vruchten draagt en haast u om in zijn plaats het Glorierijke Kruis te doen oprichten, want het Glorierijke Kruis zal vrijspreken van alle zonde."

    Madeleine zegt :

    "Direkt daarna legde Jezus zijn handen gevouwen op de borst. Hij keek mij bedroefd aan en ik zag twee tranen vanuit zijn ogen glijden. Ik heb toen gehuild, Jezus was zo bedroefd."

    Vervolgens zei Hij :

    "Wee de gehele mensheid, indien zich binnen vijftig dagen na aanleg geen water in dat bekken bevindt, want Satan verhindert de reiniging van zoveel mogelijk. Weest mijn Woord indachtig, Ik zal laten begaan wegens het gebrek aan geloof".

    Even later :

    Zegt aan de Kerk dat zij boodschappen over de gehele wereld rondstuurt en dat zij zich moet haasten om op de aangeduidde plaats het Glorierijke Kruis te doen oprichten, en aan de voet ervan een Heiligdom. Vol berouw zullen allen daar komen en er de Vrede en Vreugde vinden. Het Glorierijke Kruis, of het Teken van de Mensenzoon, is de aankondiging van de nabije wederkomst in Heerlijkheid van de verrezen Jezus. Wanneer dit Kruis van de aarde verhoogd wordt, zal Ik alles tot mij trekken.

    Daarop zegt Jezus :

    Vindt elf personen in deze gezegende en geheiligde stad. Zij zullen mijn discipelen zijn. In mijn Naam zullen zij van deur tot deur collecteren voor de oprichting van het Glorierijke Kruis. En dit zijn de geboden waaraan iedere discipel zich houden moet :

    - Werkt tot aan de oprichting van het Glorierijke Kruis;

    - zijt nederig, geduldig en liefdevol, opdat men in u mijn discipelen herkent;

    - zoekt geen persoonlijk voordeel, maar zet u volledig in ten dienste van de oprichting van het Glorierijke Kruis, want een ieder die hier vol berouw gekomen is, zal worden gered.

    Daarna zegt Jezus tot haar, zonder opdracht om het na te zeggen :

    Zegt de priester dat Ik u voor de zeventiende keer bezoek, want het Glorierijke Kruis is ook de verrezen Jezus."

    Daarna verdwijnt Jezus.

    Opmerking :

    Tevergeefs hadden de priester en Madeleine de Haute Butte bestegen en geprobeerd de plaats te bepalen van het Kruis. Na die poging maakten zij in het schemerdonker gebruik van elektrische lampen omhoog wijzend naar de hemel.

    Terwijl Madeleine bij het venster bleef staan vanwaar ze zes keer het Kruis had gezien. Daar vandaan gaf zij aanwijzingen aan de priester die de Haute Butte op ging. Tenslotte kwam hij uit bij een ronde verhoging door een greppel omgeven, wat zich juist op de grens van het gebied van Dozulé bleek te bevinden. Het juiste punt om het Kruis in vast te zetten, hoefde nu alleen nog maar overeenkomstig de wens van de Heer, te worden gevonden op die verhoging zelf. De priester dacht dat het heel goed op de plaats van die scheve appelboom zou kunnen zijn die zich op die verhoging bevond, maar hij voelde zich niet zeker zodat hij er 's nachts niet van slapen kon. Het is Jezus die hier de juistheid van zijn oordeel bevestigt.

    Opmerking :

    Het waterbekken was bepaald door vanaf de stam van de scheve appelboom met een lang touw de 223 meter af te passen. Reeds 3 weken geleden was dat bekken gegraven, volgens de bevestiging van Jezus dus op de juiste plaats. Vanaf nu wordt de komst van water daarin hun voornaamste zorg, zelfs zo dat men vergeet om zich naar de plek van het Kruis te begeven. Na Pinksteren wordt er een noveen gehouden voor het water dat maar niet komen wil. Op een nacht dromen Madeleine en zuster M. dat water in het bekken verschenen is en vertellen dit 's ochtends aan de priester, die antwoordt :

    "Beste zuster, wat droomt u toch fraaie dromen !"

    Hij had namelijk de vorige avond geconstateerd dat er geen water was in het bekken.

    Desondanks beklimt Madeleine de Haute Butte en stelt vast dat het water wel degelijk gekomen is en niet zo’n klein beetje : 30 cm hoog. Het was toen 19 juli, 98 dagen nadat het waterbekken gegraven was. Op navraag deelt het weerstation mee dat het de vorige nacht niet geregend heeft en dat een dergelijke hoeveelheid niet veroorzaakt kon zijn door een regenbui.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De heilige Eucharistie.

    Veel gaven worden gegeven,

    aan wie godvruchtig communiceren.

    De gelovige: Heer mijn God, voorkom uw dienaar met de zegeningen van uw mildheid, dat ik tot uw heilig Sacrament waardig en godvruchtig mag naderen.

    Wek mijn hart op tot U en ontdoe mij van mijn zware loomheid. ‘Bezoek mij met uw heil’ om in de geest uw goedheid te proeven die in dit Sacrament als in een bron overvloedig verborgen is.

    Verlicht ook mijn ogen om zulk een groot geheim te kunnen beschouwen en versterk mij om het met onwankelbaar geloof aan te nemen.

    Want dit is uw werking en geen menselijke kracht; het is uw heilige instelling en geen uitvinding van mensen. Niemand is uit zichzelf immers bekwaam om dit te vatten en datgene te verstaan wat zelfs het scherpe verstand van de engelen te boven gaat. Wat zou ik dan, onwaardig zondig mens, stof en as, over dit heilig geheim kunnen onderzoeken en achterhalen?

    Heer, in de eenvoud van mijn hart, in een waar en sterk geloof en op uw bevel nader ik tot U met vertrouwen en eerbied. In waarheid geloof ik dat Gij hier in het Sacrament aanwezig zijt, als God en mens.

    Gij wilt dus dat ik U ontvang en mij in liefde met U verenig. Daarom bid ik uw grote goedheid en smeek ik U mij met het oog hierop een bijzondere genade te geven: dat ik volkomen in U mag opgaan en uit liefde mij in U overstorten en mij verder met geen enkele andere vertroosting meer inlaat.

    Want dit hoogste en allerwaardigste Sacrament is een zegen voor ziel en lichaam, een medicijn voor allerlei geestelijke kwalen. Hier worden mijn gebreken verbeterd, mijn hartstochten beteugeld, mijn bekoringen overwonnen of verminderd; hier wordt overvloedige genade gegeven, wordt de begonnen deugd versterkt, wordt het geloof bevestigd en ontvangt de hoop nieuwe kracht, raakt de liefde in vlam en wordt zij verruimd.

    Want talrijke gaven hebt Gij verleend en geeft Gij nog dikwijls in dit Sacrament aan uw geliefden die godvruchtig communiceren, mijn God, Gij die mijn ziel hebt aangenomen, die de menselijke zwakheid hebt hersteld, die de Gever zijt van de innerlijke vertroosting.

    Want grote vertroosting geeft Gij hun tegen de veelvuldige kwelling, en uit de diepte van eigen neerslachtigheid richt Gij hen op tot hoop op uw bescherming, en door nieuwe genade herstelt Gij hen innerlijk en geeft Gij hun licht. Zodat zij die vóór de communie zich angstig en zonder liefde voelden, daarna door hemelse spijs en drank verkwikt, zich in een beter mens herschapen wisten.

    Gij weegt dit voor uw geliefden daarom af, opdat zij waarlijk erkennen en duidelijk ervaren hoe zwak zij uit zichzelf zijn en hoeveel goedheid en welwillendheid zij van uw kant mogen ondervinden. Want uit zichzelf koud, hard en ongodvruchtig, verkrijgen zij door U dat zij vurig, ijverig en vroom zijn.

    Want wie zou nederig tot de bron van de goedheid naderend, niet met iets van die beminnelijkheid daaruit verrijkt worden? Of wie zou naast een groot vuur staan en niet daardoor enige warmte opnemen?

    Gij zijt de voortdurend volle en overvloeiende bron, een altijd brandend vuur dat nooit verflauwt. Daarom, al is het mij niet geoorloofd uit de volheid van die bron te scheppen noch tot het laatst mijn dorst te lessen, toch zal ik mijn mond zetten aan de opening van dat hemelse toevoerkanaal, dat ik tenminste een enkele druppel opvang om mijn dorst te stillen en niet volkomen te verdorren.

    En al kan ik nog niet helemaal hemels en brandend zijn zoals de Cherubijnen en Serafijnen, toch zal ik proberen mij op godsvrucht toe te leggen en mijn hart voor te bereiden, opdat ik tenminste een vonk van die goddelijke brand uit het nederig nuttigen van dit levendmakend Sacrament mag verkrijgen.

    Wat mij ook ontbreekt, goede Jezus, allerheiligste Verlosser, wil Gij dat voor mij welwillend en liefdevol aanvullen, Gij die zo goed zijt geweest allen tot U te roepen met de woorden: ‘Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt gaat, en Ik zal u rust en verkwikking geven’.

    Ik zwoeg immers met bezweet gezicht, mijn hart doorstaat folterende kwelling, ik word beladen met zonden, veel slechte hartstochten verwarren mij en houden mij aan de grond. En er is niemand die mij kan helpen, niemand die mij kan bevrijden of zalig maken, tenzij Gij God, mijn Verlosser; aan U vertrouw ik toe mijzelf en al het mijne, dat Gij mij moogt bewaren en binnenleiden in het eeuwige leven.

    Ontvang mij tot lof en glorie van uw naam, Gij die mij uw Lichaam en Bloed tot spijs en drank hebt bereid.

    Geef, Heer, God van mijn heil, dat met de herhaling van uw geheim de gloed van mijn godsvrucht mag toenemen. Amen.

     

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.

    DE LOFZANG "AVE MARIS STELLA."

    Boek 9 - KAP. 8

    Christus sprak tot Zijn bruid, toen zij in het klooster te Alvastra was, en zeide : "Ga naar Rome en blijf daar, totdat gij den Paus en den Keizer ziet, en spreek tot hen uit mijn naam de woorden, die ik u zeggen zal." Aldus kwam de bruid van Christus naar Rome op haar twee-en-veertigste jaar en bleef daar op Gods bevel vijftien jaar, voordat Paus Urbanus V en Keizer Karel van Bohemen naar Rome kwamen, aan wie zij de Openbaringen over de verbetering en het herstel der Kerk en haar regel overbracht. En gedurende de vijftien jaar dat zij in Rome was, vóor de komst van den Paus en den Keizer, kreeg zij vele Openbaringen over den toestand van Rome, waarin Onze Heer Jezus Christus de inwoners van Rome berispte en hun hun overtredingen en zonden verweet en hen dreigde met strenge straffen.

    En toen deze Openbaringen aan de inwoners van Rome gegeven waren en voorgelezen werden, ontstond er een dodelijke vijandschap en haat jegens de H. Birgitta, ten gevolge waarvan sommigen dreigden haar levend te verbranden, anderen haar bespotten, haar krankzinnig noemden en uitscholden voor heks. En de H. Birgitta droeg en verdroeg geduldig hun haat en smaad, maar zij vreesde dat haar bedienden en haar andere vrienden en familieleden, die haar vergezelden, onder den invloed van dien spot zouden komen en afvallig zouden worden. Daarom dacht zij er over eenigen tijd weg te gaan om de boze woede te ontvluchten ; doch zij waagde het niet ergens heen te trekken zonder het uitdrukkelijk bevel van Christus, want gedurende de acht-en-twintig jaar dat zij haar vaderland verlaten had, trok zij nooit naar een stad, land, noch bedevaartsplaats zonder dat Christus het haar bevolen had.

    Toen de H. Birgitta bad om een goddelijk antwoord hierop, sprak Christus en zeide : "Gij wenst te weten of ik wil dat gij langer hier in Rome blijven zult, waar vele uwer vijanden het op uw leven gemunt hebben, of dat gij u enigen tijd aan hun boosheid onttrekken zult. Ik antwoord u, dat daar gij mij hebt, gij niemand behoeft te vreezen. Ik zal met den arm van mijn macht hun boosheid tegenhouden, opdat zij u geen kwaad kunnen doen. En hoewel mijn vijanden mij met mijn eigen toestemming hebben gekruist, zullen zij nochthans u niet kunnen doden, noch u kwaad berokkenen."

    Verder verscheen haar bij dezelfde gelegenheid de glorierijke Maagd Maria, en zeide : "Mijn Zoon, die macht heeft over mensen en duivels en over al wat is, houdt onzichtbaar al hun boze plannen en streken tegen. En ik zal voor u en de uwen een beschermend schild zijn tegen alle aanvallen van uwe geestelijke en lichamelijke vijanden. Daarom wil ik, dat gij en uwe dienaren iederen avond te zamen komen en den lofzang zingen, "Ave maris stella", en ik zal u hulp geven in al uwe moeilijkheden."

    Ten gevolge daarvan bepaalde heer Petrus Olofsson, die sinds negen-en-twintig jaar haar biechtvader was, en die vaan haar dochter vrouwe Catharina, in zaliger nagedachtenis, dat men in haar orde dagelijks dien lofzang zingen zou, verzekerende dat de H. Birgitta zelf gezegd had dat dit gebeuren zou, volgens bevel der glorierijke maagd, omdat de glorierijke maagd zelf beloofd had, dat zij met bizondere genade beschermen zou en inspireeren met de zoetheid en zegen des Heiligen Geestes deze orde, die door haar Zoon aan haar gewijd was.


    04-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.The Secrets of Fatima.
     
    The Secrets of Fatima.

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE MAANDAG.

    N. ( M ).

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn Engel Daniël. ( Vasulla Ryden.)

    Mijn Zuivering gaat door.

    **********************

    Er gingen enkele dagen voorbij en plotseling vroeg mijn engel mij naar het seminarie te gaan om een priester te bezoeken en hem de boodschappen te laten zien. Ik deed precies wat hij mij vroeg. Maar ik was teleurgesteld. Ik had grootste verwachtingen en wat ik ervoer was een klap. De priester geloofde dat ik een psychologische crisis doormaakte en meende dat ik op de rand van schizofrenie was. Hij wilde mijn beide handen onderzoeken. Hij nam mijn twee handen en analyseerde ze. Ik wist wat hij dacht, hij probeerde in mijn handen sporen te vinden van een of ander soort abnormaliteit zoals bij bepaalde geestenziekten. Hij geloofde dat God hem nu dit zware kruis, dat ik was, te dragen had gegeven. Hij beklaagde mij en vroeg mij, om wanneer dan ook, bij hem te komen. Ik ging hem om de twee of drie dagen bezoeken. Ik ging niet graag naar hem toe, want hij behandelde mij in het begin als een geestelijk gestoord geval. Dit duurde ongeveer drie of vier maanden. De enige reden waarom ik volhield hem te bezoeken was, dat ik hem wilde bewijzen niet geestelijk gestoord te zijn. Tenslotte besefte hij na enige tijd dat ik gezond was. Op een dag zei hij zelfs dat wat ik had, een charisma van God zou kunnen zijn. Mijn Engelbewaarder leidde mij intussen naar God en een van de eerste lessen die hij mij gaf was die in onderscheiding. Deze lessen in onderscheiding maakten de duivel nog razender, want het betekende dat ik het verschil zou kennen, ook al zou hij verschijnen als een engel van licht. Mijn engel vertelde mij dat Jezus mij zal benaderen en dat zijn zending ( die van de engel ) afliep. Toen ik dit nieuws hoorde was ik bedroefd. Ik wilde niet dat mijn engel mij verliet. Hij trachtte met mij te redeneren en legde mij uit dat hij slechts de dienaar van God was en dat ik mij tot God zou wenden. Hij probeerde uit te leggen dat zijn zending was mij mee te nemen naar God en mij veilig aan Hem over te geven. Maar dat was des te pijnlijker voor mij. Ik kon de idee niet verdragen dat ik van de ene dag op de andere niet langer in verbinding zou staan met mijn engel. Zoals mijn engel Daniël mij had voorzegd, kwam Jezus op een dag in zijn plaats. Toen Hij Zich aan mij openbaarde vroeg Hij mij, "Wiens huis is belangrijker, jouw huis of Mijn Huis?" Ik antwoordde Hem, "Uw Huis." Ik voelde dat Hij gelukkig was met mijn antwoord. Hij zegende mij en verliet mij. Opnieuw kwam de Heer in plaats van mijn engel en zei, "Ik ben het", en toen Hij zag dat ik aarzelde zei Hij duidelijk, "Ik ben het, God;" maar in plaats van blij te zijn was ik ongelukkig. Ik miste mijn engel verschrikkelijk. Ik hield heel veel van mijn engel en de gedachte alleen al dat hij niet meer zou komen, omdat zijn plaats zou worden ingenomen door God, maakte mij onrustig. Ik wil hier vermelden wat de Heer tegen mij zei met betrekking tot mijn liefde voor mijn engel. Hij zei dat niemand ooit meer van zijn engel heeft gehouden dan ik, en dat Hij hoopte op een dag deze woorden tot mij te kunnen zeggen; "Niemand heeft Mij ooit in jullie tijdperk meer bemind dan jij". Nu bleef mijn engel op de achtergrond. God vroeg mij, "Bemin je Mij?" Ik zei dat ik dat deed. Hij berispte mij niet omdat ik niet genoeg van Hem hield, maar in plaats daarvan zei Hij zeer teder, "bemin Mij meer". De volgende keer dat de Heer zich aan mij openbaarde zei Hij tegen mij, "laat Mijn Huis opnieuw leven" en "vernieuw Mijn Huis". Ik zou me niet kunnen herinneren of ik geantwoord heb, maar ik wist dat wat Hij mij vroeg onmogelijk was. De volgende dagen bezochten mijn engel of Jezus mij, soms beiden tegelijk. Mijn engel preekte tegen mij, hij vroeg mij om vrede met God te sluiten. Toen hij mij dat vroeg, was ik erg verbaasd, en ik zei hem dat ik niet in oorlog met God was, dus hoe moest ik dan vrede met Hem sluiten? God vroeg mij opnieuw Hem te beminnen. Hij vroeg mij vertrouwelijk met Hem te worden, zoals ik dat was met mijn engel. Hij bedoelde dat ik vrijuit tegen Hem moest praten, maar ik kon het niet. Ik ervoer Hem nog steeds als een vreemde en niet als een vriend. Mijn engel herinnerde mij eraan dat hij slechts de dienaar van God was en dat ik God zou moeten beminnen en verheerlijken. Naarmate hij mij meer naar God duwde, des te meer raakte ik in paniek, uit angst dat hij mij zou verlaten. Hij zei me mij aan God over te geven, maar ik deed het niet. Ondertussen had Satan het nier opgegeven, hij hoopte nog steeds mij in mijn zwakke toestand te pakken te krijgen. God stond mij een of tweemaal toe een gesprek te horen tussen Jezus en Satan. Satan vroeg aan Hem mij op de proef te stellen. Hij zei tegen Jezus: "We zullen zien wat er gebeurt met Uw Vassula…. Uw dierbare Vassula zal U niet trouw blijven, ze zal vallen en deze keer voorgoed, ik kan U dat bewijzen in de dagen van haar beproevingen." En zo werd Satan toegestaan allerlei bekoringen op mij los te laten. Ongelooflijke bekoringen! Telkens wanneer ik besefte dat het een bekoring was en die overwon, legde hij weer een andere grotere bekoring op mijn weg. Bekoringen die, als ik ervoor bezweken zou zijn, mijn ziel voor de hel zouden hebben gebonden. Toen begonnen zijn aanvallen opnieuw. Hij spatte kokende olie op mijn middelvinger, op de plaats waar ik het potlood vasthoud wanneer ik schrijf. Onmiddellijk verscheen de blaar en ik moest hem verbinden om in staat te zijn het potlood vast te houden als ik schreef. De duivel probeerde nogmaals, en verschrikkelijk wreed, om mij te laten stoppen contact met God te hebben en te schrijven. Ik schreef met veel pijn. Telkens wanneer mijn vinger genezen was herhaalde hij keer op keer hetzelfde, en zo schreef ik gedurende weken, maar niet zonder lijden. Toen mijn familie en ik op vakantie gingen naar Thailand, stapten we in een boot om een eiland te bezoeken. Op de terugweg, zodra we binnenliepen, schudde de boot en ik verloor mijn evenwicht. Om niet te vallen greep ik mij vast aan het eerste wat ik zag, en dat was de uitlaatpijp van de boot, gloeiend heet. Ik verbrande de hele palm van mijn rechterhand. Mijn eerste gedachte was, "Hoe moet ik nu schrijven?" Mijn hand zwol op, werd rood en erg pijnlijk. We waren nog een half uur van ons hotel verwijderd, maar toen we daar aankwamen waren de hele zwelling en de pijn verdwenen. Er was geen spoor meer van de verbranding. De Heer vertelde mij later dat Hij Satan niet had toegestaan zover te gaan en daarom genas Hij mijn hand. De duivel probeerde op een andere manier mij te laten stoppen met schrijven. Hij verscheen aan mijn zoon ( die was toen tien jaar oud ), in een droom. Hij nam de gestalte van een oude man aan en zei hem, terwijl hij bij zijn bed zat, "Je zou er beter aan doen tegen je moeder te zeggen dat ze moet ophouden met schrijven, en als ze het niet doet zal ik met jou hetzelfde doen wat ik met haar deed toen ze jong was. Ik zal komen wanneer je in je bed ligt, je hoofd achterover trekken en je wurgen." Dat beleefde ik toen ik ongeveer zes jaar oud was. Ik zag op zekere nacht terwijl ik in bed lag vlak voor mij, precies boven mijn keel, twee vreselijke handen van een oude man. Het volgende wat ik merkte was dat iets mijn hoofd achterover trok en mijn hals blootlegde. Daarna niets. Maar het liet mij bevend achter. Satan heeft mij vanaf mijn vroegste jeugd lastiggevallen, want bijna elke nacht, vanaf mijn zesde jaar, verscheen hij in dromen om mij schrik aan te jagen, in de gedaante van een grote zwarte hond. Het was altijd dezelfde droom. Ik wandelde in een schemerige gang en daar aan het eind was die grommende hond, klaar om mij te bespringen en me aan stukken te scheuren en doodsbang ging ik op de vlucht. Toen ik ongeveer tien jaar oud was zag ik Jezus in mijn droom. Hij bevond Zich aan het einde van een soort gang. Ik zag alleen zijn portret, ik zag Hem tot Zijn middel. Hij glimlachte en zei, "Kom, kom bij Mij." Ik werd plotseling gegrepen door een onbekende luchtstroom die mij dichter en dichter naar Hem toe trok. Ik was bang voor deze onbekende luchtstroom en Jezus beseft mijn angst, glimlacht naar mij. Deze luchtstroom dreef mij helemaal naar Jezus totdat mijn gezicht Zijn gezicht raakte. Op ongeveer twaalfjarige leeftijd had ik ook nog een andere mystieke ervaring. Het was mijn geestelijke bruiloft met Jezus. Weer in een droom was ik als bruid gekleed en mijn bruidegom was Jezus. Ik kon Hem alleen niet zien maar ik wist dat Hij er was. De mensen die aanwezig waren groetten ons vrolijk met palmbladeren in hun handen. Men verwachtte van ons dat wij de bruiloftsgang zouden gaan. Direct na de bruiloft ging ik een kamer binnen. Daar was onze Gezegende Moeder met de H. Maria Magdalena en twee andere heilige vrouwen. Onze Gezegende Moeder was erg gelukkig en omhelsde mij. Ze begon onmiddellijk mijn jurk en mijn haar in orde te brengen en ik besefte dat Ze wilde dat ik er mooi uit zou zien voor Haar Zoon.

    Wordt vervolgd.




    Foto

    Getuigenissen van de jongeren van Cenacolo
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7

  • Foto

    Foto

    Foto

    Godelieve heeft voor mij
    deze prachtige pps gemaakt
    waarvoor mijn dank





    Foto

    Schrijft u wat in mijn gastenboek
    klik dan op het boek boven




    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Klik op het plaatje en krijg een prachtige rondleiding door het Vaticaan
    Ieder nummertje is weer iets moois
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Foto

    Een interessant adres?


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!