Foto
TOESPRAAK VAN PATER PETAR
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7
  • Deel 8
  • Deel 9
  • Foto
    Foto
    Het  logo  van  het  Bisdom  Gent  van  MG.  Van  Looy
     
    Origen
    Quantcast
    Met hulp en medewerking van John Pont is dit blog gemaakt
    HOUD UW LAMPEN BRANDEND.
         Image and video hosting by TinyPic
    For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
     2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt
    Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois
    Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Wonder

    18-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Eerherstel en de tweevoudige dimensie van toewijding volgens Paus Johannes II.

    Eerherstel en de tweevoudige dimensie van toewijding volgens Paus Johannes Paulus II,

    door Jerry Coniker, stichter Apostolaat voor Gezinstoewijding

     

    1. Paus Johannes Paulus II heeft ons laten zien hoe we kunnen binnentreden in het tijdperk van vrede, dat ons werd beloofd door Onze-Lieve-Vrouw van Fatima. Bij zijn bezoek aan New York in 1995 vroeg de heilige Vader twee dingen aan de gezinnen: bid de rozenkrans en bestudeer de Katechismus van de Katholieke Kerk. Hij blijft ons ook aanmanen om ‘het evangelie uit te dragen naar onze medemensen! We kunnen ons gezinsleven en de maatschappij echt vernieuwen door ons geloof daadwerkelijk te leren kennen en het aan onze kinderen en medemensen te leren.

    Indien wij die het licht van het katholiek geloof ontvangen hebben, nu geen heldhaftige offers brengen om te doen wat te heilige Vader van ons vraagt, zal onze maatschappij blijven afglijden in de morele afgrond. We zullen met eigen ogen de ‘voorwaardelijke’ voorspellingen van de goedgekeurde verschijningen van Onze-Lieve-Vrouw van Fatima (Portugal) en Akita (Japan) in vervulling zien gaan. Deze voorspellingen zijn inderdaad voorwaardelijk omdat de vervulling ervan afhankelijk is van de mate waarin we bereid zijn offers te brengen om te voldoen aan de vraag van Onze-Lieve-Vrouw.

    Om te beginnen staan we even stil bij wat paus Johannes Paulus II schrijft in zijn boek Over de Drempel van de Hoop met betrekking tot Fatima:

    ‘Misschien is juist daarom de paus geroepen ‘uit een ver land’, misschien moest juist daarom die aanslag op het Sint-Pietersplein plaatsvinden precies op 13 mei 1981 [d.i. de verjaardag van de eerste verschijning van Fatima, noot van de auteur] opdat de stem van God die in de geschiedenis van de mens door middel van ‘tekenen des tijds’ spreekt, beter kon worden gehoord en begrepen.’(p.127)

    Voorts schrijft de heilige Vader:

    ‘[…] ook bij deze werelddimensie zal de overwinning , als zij komt, door Maria behaald worden. Christus zal door haar overwinnen omdat de overwinningen van de kerk in de huidige en toekomstige wereld met haar verbonden zijn.

    ‘Ik had dus die overtuiging, ook toen ik nog weinig wist van Fatima. Wel had ik een voorgevoel dat er een zekere continuïteit was, te beginnen bij La Salette, via Lourdes naar Fatima. En, in het verre verleden, ons Poolse Jasna Góra.’ (p.194)

    Toen de paus werd neergeschoten.

    2. ‘En zie! Het werd 13 mei 1981. Toen ik werd getroffen door de kogel van de man die de aanslag pleegde op het Sint-Pietersplein, dacht ik er niet meteen aan, dat die dag precies de verjaardag was van de verschijning van Maria aan de drie meisjes (sic) in Fatima, Portugal [In feite bestonden de zienertjes van Fatima uit twee meisjes en één jongen, noot van de vertaler], waarbij zij die woorden tot hen richtte, die met het naderen van het einde van deze eeuw hun vervulling schijnen te naderen

    ‘Heeft Christus met die gebeurtenis niet nog eens zijn ‘Vreest niet’ herhaald? Heeft hij die woorden van Pasen niet herhaald voor de paus, de kerk en indirect voor heel de mensenfamilie?’

    De paus vervolgt:

    ‘Bij het naderen van het einde van het tweede millennium hebben wij misschien meer dan ooit behoefte aan de woorden van de verrezen Christus:’Vreest niet!’ Daar heeft de mens behoefte aan die, ook na de val van het communisme, niet heeft opgehouden te vrezen en, in waarheid, vele redenen heeft om in zijn binnenste dat gevoel te ervaren. Daaraan hebben de volkeren behoefte, die herboren zijn na de val van het communistisch bewind, maar ook die volkeren die deze gebeurtenis van buitenaf hebben meegemaakt. Daaraan hebben de volkeren en naties van heel de wereld behoefte. In hun bewustzijn moet weer krachtig de zekerheid gaan leven dat er Iemand bestaat die het lot van deze voorbijgaande wereld in handen heeft; Iemand die de sleutels van de dood en het dodenrijk heeft (cf. Apk 1:18), Iemand die de alfa en de omega van de geschiedenis is (cf.Apk 22:13), zowel die van het individu als van allen te zamen. En die Iemand is Liefde (cf. 1 Joh 4:8,16): Liefde die mens is geworden, die is gekruisigd en verrezen, en ononderbroken aanwezig onder de mensen. Hij is eucharistische liefde, nooit opdrogende bron van gemeenschap. Hij is de enige die volledig instaat voor de woorden ‘Vreest niet!’’(p. 194-195)

    Fatima.

    3. Tijdens het verblijf van ons gezin in Portugal van 1971 tot 1973 kregen we een kopie in ons bezit van een brief die zuster Lucia schreef aan de bisschop van het bisdom Leiria (waartoe Fatima behoort ) over de verschijning van Onze-Lieve-Vrouw op 13 juli 1917. Zuster Lucia is de enige overlevende ziener van de verschijningen in Fatima. Jacinta (7 jaar ten tijde van de verschijningen) en Francisco (toen 9 jaar) overleden kort nadat zij Onze-Lieve-Vrouw vertelden dat ze hun leven wilden geven voor de bekering van de zondaars, m.a.w. voor uw en mijn gezin.

     

    Het visioen van de hel.

    4. Lucia vertelt:

    ‘Onze-Lieve-Vrouw toonde ons een grote vuurzee die onder de aarde leek te zijn. Te midden van dit vuur zagen we de demonen en de zielen. Ze leken wel gloeiende kolen met een menselijke vorm, doorschijnend en zwart- of bronskleurig. Ze dreven rond in de vuurmassa,

    gedragen door vlammen die grote rookwolken voortbrachten. Ze vielen naar alle kanten, als vonken in een vuurzee, zonder enig gewicht of evenwicht en er klonk geschreeuw en geklaag van verdriet en wanhoop. We werden met afschuw vervuld en we trilden van angst.

    ‘De demonen onderscheidden zich door hun weerzinwekkende dierlijke gestalte, angstaanjagend en onbekend, maar doorschijnend en zwart. Dit visioen verdween in een ogenblik. Gelukkig had onze hemelse Moeder bij de eerste verschijning beloofd ons naar de hemel te brengen; ik denk dat we anders gewoon van pure angst en afschuw gestorven zouden zijn.’

    (Brief van 31 augustus 1941 van zr. Lucia aan de bisschop van Leiria).

     

    De grote voorspellingen van Fatima

    5. Wat hier volgt, zijn de woorden van zuster Lucia, uitgegeven door de bisschop van Leiria. Ik heb een asterisk (*) geplaatst bij de voorspellingen die reeds zijn uitgekomen:

    ‘Kort daarna hieven we de ogen naar Onze-Lieve-Vrouw, die ons met goedheid en droefheid toesprak: ‘Je hebt de hel gezien, waar de zielen van de arme zondaars naar toe gaan.

    Om hen te redden, wenst God de toewijding aan mijn onbevlekt Hart te vestigen in de wereld.* [Ofschoon er meer zou moeten gebeuren.]

    Indien ze doen wat ik u vertel, zullen vele zielen gered worden en zal er vrede komen. De oorlog zal ophouden. * [d.i. de eerste wereldoorlog]

    Indien echter de beledigingen tegenover God niet ophouden, zal er een andere en grotere oorlog [d.i. de tweede wereldoorlog] beginnen tijdens het pausschap van Pius XI. *

    Als de nacht wordt opgelicht door een onbekend licht [25-26 januari 1938] *, weet dan dat dit het grote teken is dat God u zal geven en dat Hij de wereld zal straffen door middel van oorlog, hongersnood en vervolging van de Kerk en van de heilige Vader.*

    Om dit alles te voorkomen, zal ik vragen om Rusland toe te wijden aan mijn onbevlekt Hart, alsook de communie van eerherstel op de eerste zaterdag van de maand.*

    Als men mijn verzoek inwilligt, zal Rusland zich bekeren en zal er vrede komen.

    Zo niet.

    zal Rusland zijn dwalingen over de hele wereld verspreiden, *

    zal Rusland oorlogen en kerkvervolgingen ontketenen, *

    zullen de rechtvaardigen gemarteld worden * [NB de voorbije eeuw telde meer martelaren dan in heel het tweeduizendjarig bestaan van de Kerk],

    zal de heilige Vader veel te lijden hebben, *

    zullen verschillende naties vernietigd worden. [Dit is nog niet gebeurd, en hoeft ook niet te gebeuren indien we ons toewijden volgens de tweevoudige dimensie van de toewijding van paus Johannes Paulus II].

    Uiteindelijk zal mijn onbevlekt Hart triomferen.

    De heilige Vader zal Rusland aan mij toewijden,* [paus Johannes Paulus II deed dit op 13 mei 1982 in Fatima en op 25 maart 1984 in Rome].

    Het land zal bekeerd worden en de wereld zal een bepaalde periode van vrede kennen.’

    Het zonnewonder.

    6. De laatste verschijning van Onze-Lieve-Vrouw in Fatima was op 13 oktober 1917. Deze verschijning staat bekend als het grote ‘zonnewonder’. Kardinaal Joseph Carberry zei me eens dat een dergelijk publiek wonder nooit tevoren in de wereldgeschiedenis was voorgekomen, en dan nog wel één dat voorspeld was voor een specifieke dag op een specifieke plaats, en waarvan meer dan 70.000 mensen getuige waren. Het werd tevens opgetekend als een historische gebeurtenis door een atheïstische pers die gecontroleerd werd door een atheïstische regering.

     

    Tijdens ons tweejarig verblijf in de buurt van Fatima , had ik het voorrecht om de boodschap van Fatima te bestuderen onder de leiding van de E.P. Gabriel Pausback, o.c. Hij was de vice-generaal van de karmelietenorde en auteur van Saints of Carmel (Heiligen van de Karmel). Hij stelde mij voor aan de familie Marto (de familie van Francisco en Jacinta) en aan andere mensen die getuige waren geweest van het zonnewonder.

     

    Dit ‘zonnewonder’ was niet vergelijkbaar met andere verschijningen, waarbij sommigen het verschijnsel zagen en anderen niet. Op 13 oktober 1917 zag iedereen binnen een straal van 30 km het plateau van Fatima baden in blauwe, rode, gele en groene lichtstralen. Vervolgens zagen ze de zon ronddraaien in de lucht en ze renden voor hun leven toen ze de zon recht op de aarde zagen afkomen. De vuurbal, die de zon leek te zijn, hield stil bij de boomtoppen, bleef daar enkele minuten hangen en trok zich dan geleidelijk terug naar de hemel. Alle aanwezigen, die vlak voor de gebeurtenis waren doordrenkt door de zware regenval, bleven volledig droog achter.

     

    Kardinaal Carberry vertelde me ook dat de boodschap, die door het wonder was bevestigd, van een uiterst belang moest zijn, aangezien dit mirakel enig is in zijn soort.

     

    De erkende verschijningen van Akita.

    7. Laten we nu even stilstaan bij de voorspellingen van de erkende verschijningen van Onze-Lieve-Vrouw van Akita, Japan. Eerst de achtergrond ervan.

    De eerste verschijningen begonnen in 1975 en werden goedgekeurd op 22 april 1984 door bisschop John Shojiro Ito, op dat ogenblik bisschop van Niigata.

    De huidige ordinaris van het bisdom Niigata, bisschop Francis Sato, heeft deze verschijningen eveneens erkend. Deze erkenning werd vastgelegd op video toen onze kapelaan, E.H. Kevin Barrett, bisschop Sato interviewde in zijn residentie in 1995.

     

    De zienster, Zuster Agnes Sasagawa, onderwierp zich, net als zr. Lucia, in volledige gehoorzaamheid aan de bisschop van het bisdom waar de verschijningen hadden plaatsgevonden. Het is belangrijk dat we vermelden dat de Kerk zo te werk gaat , nl. dat we beschermd worden tegen misleiding door ons nederig te onderwerpen aan het kerkelijk gezag.

     

    In de brief waarin bisschop Ito de verschijningen erkent, citeert hij onze gezegende Moeder:

    ‘Zoals ik u vertelde: indien men geen berouw toont en zich niet afkeert van het kwade, zal de Vader de mensheid een verschrikkelijke straf opleggen. De straf zal erger zijn dan de zondvloed, van een ongeziene hevigheid. Vuur zal uit de lucht neerkomen en een groot deel van de mensheid vernietigen, de rechtvaardigen en onrechtvaardigen, zonder onderscheid, priesters noch gelovigen zullen worden gespaard. De overlevenden zullen zich in een dermate verlaten staat bevinden dat ze de doden zullen benijden. De rozenkrans en het teken dat door mijn Zoon is achtergelaten zullen uw enige overblijvende wapens zijn. Bid dagelijks de gebeden van de rozenkrans en bid dan voor de paus, de bisschoppen en de priesters.

     

    ‘Opdat de wereld zijn toorn zou kennen, bereidt de hemelse Vader een grote kastijding van de hele mensheid voor. Samen met mijn Zoon ben ik al vele keren tussengekomen om de gramschap van de Vader te milderen. Ik heb rampen afgewend door Hem het lijden van de Zoon op het kruis aan te bieden, Zijn kostbaar bloed en de beminde zielen die Hem troosten en een menigte vormen van geslachtofferde zielen. Gebed, boete en moedige offers kunnen de toorn van de Vader bedaren.’ (uit de brief van 22 april 1984 ter erkenning van de verschijningen door bisschop John Shojiro Ito).

    De heilige Pater Kolbe over gehoorzaamheid.

    8. Wat wordt er bedoeld met de ‘boetedoening’ en ‘moedige offers’ die nodig zijn om de kastijding af te wenden? Ik geloof dat God ons hiermee vraagt om gehoorzaam te zijn aan de heilige Vader, de paus. Het moeilijkste wat men van een mens kan vragen, is zijn wil te buigen ten aanzien van rechtmatig gezag. Dit is dan ook het grootste eerherstel voor zonde dat we kunnen aanbieden.

    De grote Poolse mariale heilige en martelaar van Auschwitz, de heilige Maximiliaan Kolbe, die de Ridders van de Onbevlekte oprichtte kort nadat hij een visioen had gekregen van Onze-Lieve-Vrouw van Fatima die zich boven Moskou bevond, vertelt ons:

    ‘Niet in versterving, niet in groots gebed, niet in hard werken, noch in het rusten, maar in de gehoorzaamheid ligt de essentie en de verdienste van heiligheid’ (uit Aim Higher ).

    Gehoorzaamheid is de sleutel. Boetedoening en offers brengen houdt meer in dan enkel bidden en vasten. Ofschoon de Kerk normen heeft uitgevaardigd met betrekking tot gebed en vasten, worden wij verondersteld meer te doen. Gehoorzaamheid aan rechtmatig gezag vertegenwoordigt de meest welgevallige boete en houdt de meest heldhaftige offers in om eerherstel te brengen voor de zonde.

    Wij, katholieke christenen, moeten ons nederig opstellen en onze wil onderwerpen aan het gezag van de heilige Vader als we werkelijk heilig willen zijn en een uitstorting van Gods barmhartigheid willen ontvangen. Gehoorzaamheid is de sleutel om Gods barmhartigheid over de gezinnen in de wereld laten komen.

    De Heer zegt in Mt 7:21 ‘Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader.’

     

    De sleutel tot hoop en genade.

    9.Gehoorzaamheid aan de paus en eerherstel voor de zonde geeft ons hoop.

    De boodschappen van Fatima en Akita hebben duidelijk gesteld dat eerherstel voor zonde hét middel is om Gods barmhartigheid over de wereld te laten komen. In Catholic Familyland (centra van het Apostolaat voor Gezinstoewijding) willen we gezinnen leren wat eerherstel is: wat het inhoudt en hoe het in ons dagelijks leven wordt toegepast. Hier volgt een samenvatting van wat wij de ‘mariale vermenigvuldiger’ noemen, het ‘middel’ om Gods barmhartigheid af te smeken.

     

    De mariale vermenigvuldiger.

    10. Eerste punt: zonde is de oorzaak van alle ongeluk. Iedere zonde heeft niet alleen weerslag op de zondaar zelf, maar ook op de hele wereld.

     

    Tweede punt: de genade is machtiger dan de zonde; de verlossing is groter dan de val. Jezus heeft de Satan overwonnen. We hebben niets te vrezen van de duivel indien we Christus navolgen (en dat houdt ook in dat we zijn plaatsvervanger op aarde, de paus, navolgen, alsook het leergezag van de Kerk), God en de naaste beminnen en ernaar streven te groeien in de genade die Jezus voor ons op de Calvarieberg heeft verworven.

     

    Derde punt: persoonlijke heiligheid is onontbeerlijk voor onze redding. Maar onze persoonlijke heiligheid alleen volstaat niet om de gevolgen van de zonden van de mensheid te keren en de genezing van de gezinnen en de wereldvrede te bewerkstelligen.

     

    Vierde punt: toewijding aan Jezus door Maria. Als wij met een voldoende aantal mensen ons kleine beetje heiligheid geven aan Jezus door Maria, zal zij die kunnen zuiveren en vermeerderen door haar ontelbare verdiensten om op de meest doeltreffende manier eerherstel te brengen voor de zonden van onze tijd en om de genade van haar Zoon te ontvangen om arme zondaars te bekeren en vrede en genezing te brengen aan de gezinnen en de wereld.

     

    Iedere zonde heeft een weerslag op de maatschappij.

    11. Met betrekking tot het eerste punt kunnen we verwijzen naar wat paus Johannes Paulus II hierover schrijft in artikel 16 van zijn document Over de verzoening en de boete in de zending van de Kerk in deze tijd:

    ‘Met andere woorden: er is geen enkele zonde, hoe innerlijk en geheim ook, hoe absoluut en individueel ook, die uitsluitend diegenen aangaat die ze bedrijft. Iedere zonde heeft een weerslag op geheel de Kerk en op geheel de mensenfamilie, al is deze weerslag nu eens kleiner en dan weer groter, al berokkent hij de ene keer meer schade dan de andere keer.’

    In artikel 2 van de apostolische constitutie over de herziening van de aflatenpraktijk (Indulgentiarum doctrina) van 1 januari 1967, stelt Paus Paulus VI:

    ‘Want iedere zonde brengt een verstoring van de universele orde mee, die God in zijn onuitsprekelijke wijsheid en oneindige goedheid heeft beschikt, en een vernietiging van aanzienlijke goederen zowel met betrekking tot de zondaar zelf als tot de mensengemeenschap.’

    Dit betekent dat als iemand zondigt, hij niet enkel schade toebrengt aan zichzelf, maar tevens aan het hele mystieke lichaam van Christus. Zo krijgt de duivel meer macht om ons te verleiden en ons weg te leiden van Gods wil naar de dagelijkse zonde en uiteindelijk naar de doodzonde.

     

    De gedachte hieraan kan ons ontmoedigen. We zien de zonde rondom ons welig tieren en slechts een klein aantal mensen lijkt Gods wil na te streven.

    Maar er is hoop.

    Eerherstel voor de zonde.

    12. Als zonde het ‘slechte nieuws’ is, dan is het tweede punt (genade) werkelijk het hart van de ‘blijde boodschap’uit het evangelie. Jezus heeft door zijn verlossend offer voor ons de genade verkregen om de zonde te overwinnen en om eerherstel te brengen voor de zonde in ons leven en in onze wereld.

    Ik geloof dat de beste definitie voor eerherstel te vinden is in de apostolische constitutie over de herziening van de aflatenpraktijk van paus Paulus VI. De voorzienigheid liet wijlen president Ronald Reagan deze definitie citeren in zijn welkomstwoord aan paus Johannes Paulus II bij zijn bezoek aan de VS in 1987. In artikel 4 schrijft paus Paulus VI:

    ‘Krachtens een geheim en liefdevol mysterie van Gods beschikking zijn de mensen door een bovennatuurlijke band met elkaar verbonden, waardoor de zonde van de één ook aan de overigen schade toebrengt, zoals ook de heiligheid van de één weldadig is voor de anderen.’

    In hetzelfde document gaat paus Paulus VI dieper in op het begrip ‘eerherstel’ en op wat we moeten doen om eerherstel te brengen. Zijne heiligheid schrijft:

    ‘Zoals de goddelijke openbaring ons leert, volgen op de zonden de straffen, die door Gods heiligheid zijn opgelegd en die […] moeten uitgeboet worden.

    ‘Voor een volledige vergeving en een volledig herstel van de zonden, zoals dat heet, is dus niet alleen noodzakelijk, dat door een oprechte bekering [d.i. berouw en vorming] de vriendschap met God wordt hersteld en de beledigingen, Zijn wijsheid en goedheid aangedaan, worden uitgeboet, maar ook dat al het goede, zowel persoonlijke als sociale als dat wat de universele orde aangaat en dat door de zonde verminderd of tenietgedaan is, volledig wordt hersteld … [evangelisatie en catechese]’ (apostolische constitutie Indulgentiarum doctrina, artikel. 2-3).

    De stroming van een rivier.

    13. De idee van eerherstel kan best vergeleken worden met een rivier waarin de mensen stroomopwaarts, dus tegen de stroom in, zwemmen om in de hemel te komen. Naarmate de zonde in de wereld toeneemt, des te sterker wordt ook de stroom (d.i. de verleiding) zodat het voor iedereen moeilijker wordt om de hemel te bereiken.

     

    Wanneer mensen echter groeien in genade, brengen ze eerherstel voor hun zonden en die van de hele wereld. Zo dragen ze bij tot het afzwakken van de stroming zodat iedereen in het gezin en de wereld wat gemakkelijker stroomopwaarts kan zwemmen (de actuele genadegaven ) om zo hun hemels doel te bereiken indien ze dit werkelijk verlangen.

     

    Een magnetisch veld.

    14. Eerherstel kan ook vergeleken worden met magnetische velden. God wil onze vrije wil aantrekken door zijn liefde en waarheid (actuele genade). De duivel tracht ons te verleiden door zijn leugens en de lege pleziertjes van het kwaad (bekoring). Door te kiezen voor de zonde, verstoot de mens God en laat hij zichzelf verleiden door de duivel. Als veel mensen toegeven aan de zonde, voelt de hele maatschappij zich minder tot God aangetrokken en zullen er meer mensen buigen voor de bedervende verleiding van de duivel (bekoring).

     

    Wanneer echter meer mensen verzaken aan de zonde en toelaten dat ze door God worden aangetrokken, waardoor ze toenemen in genade en verdienste voor hun ziel en voor het hele mystieke lichaam van Christus, door hun gebed en goede werken, helpen ze de aantrekkingskracht (actuele genade) tot God en zijn goedheid voor iedereen toenemen.

     

    Om te kunnen groeien in genade (zie § 10, tweede punt) en de gevolgen van de zonde teniet te doen, moeten we een gebedsleven ontwikkelen, de sacramenten ontvangen en de deugden beoefenen (zie § 10, derde punt). Uiteraard bepalen onze vurigheid en onze liefde voor God de mate waarin we genade ontvangen en, bijgevolg, ook de mate van eerherstel voor onze zonden en die van de wereld.

     

    Toewijding aan Jezus door Maria.

    15. Terwijl de duivel steeds weer opnieuw met zijn perverse invloed zielen tracht te verwijderen van God, zal de moeder van Jezus, de vrouw in Genesis (cf. 3:15) en in Openbaringen (hoofdstuk 12) des te meer haar kinderen tot God brengen. Zij is het gekozen vat waarmee God het hoofd van de satan wil vermorzelen.

     

    Wijlen kardinaal Luigi Ciappi, de persoonlijke theoloog van de laatste vijf pausen en de belangrijkste theologische adviseur van het Apostolaat voor Gezinstoewijding, verklaarde (cf. § 10, vierde punt) hoe de uitzonderlijke heiligheid van onze gezegende Moeder ons helpt om nog doeltreffender eerherstel te brengen voor de zonde, meer bepaald door de kracht van toewijding. In zijn brief van 24 augustus 1989 schrijft hij:

    ‘Het is echt waar dat, als we onze verdiensten aan Maria geven, zij die vermenigvuldigt door haar eigen talloze verdiensten. Dit zet positieve geestelijke krachten aan het werk om de schade te herstellen die wordt toegebracht door de zonde en het verandert de loop van de geschiedenis in aanzienlijke mate indien voldoende mensen deze verbintenis aangaan.

    ‘Maria’s verdiensten kunnen de gevolgen van de heiligheid van één enkele persoon verveelvoudigen en talloze zielen helpen. Enkel God kent de maat van heiligheid die een ziel moet bereiken om de balans te doen doorslaan ten goede van de wereldvrede.’

    Maria verleent voortdurend de kostbare genadegaven van haar zoon Jezus aan haar kinderen. Wanneer we haar onze gebeden, verdiensten en goede werken door toewijding toevertrouwen, zuivert en vermenigvuldigt zij hun vermogen tot eerherstel en biedt dat in onze naam aan Jezus aan.

     

    Herstel van de orde door eerherstel.

    16. Wanneer ons leven gericht is op het brengen van eerherstel voor zonde, groeien we tevens in eenheid met God. Kort na de oprichting van het Apostolaat voor Gezinstoewijding in 1975, schreef ik de volgende toelichting over de invloed van het ‘zaaien’ met gebed, naastenliefde en opoffering wanneer dat gepaard gaat met ‘water en zonneschijn’, nl. de vrome toepassing van de sacramenten in ons leven:

    ‘Onze verdienstelijke handelingen dragen bij tot het herstel van het geestelijk evenwicht in de wereld door de invloed van de kracht van het kwade terug te dringen in ons leven, in het leven van onze gezinnen, onze buurten, onze scholen, onze parochies, onze bisdommen en zelfs in de hele wereld.

    ‘Iedere bovennatuurlijke goede daad die we stellen in staat van genade geeft ons een beloning of geldt als verdienste. Hierdoor neemt ons vermogen tot vrede toe, evenals ons vermogen God in eeuwigheid te kennen, lief te hebben en te dienen. Daarenboven worden onze verdiensten gezuiverd, vermenigvuldigd en voor ons bewaard gedurende heel onze pelgrimstocht op aarde, door de gehele toewijding aan Jezus door Maria.

    ‘Door de toewijding geven we onze gezegende Moeder het voorrecht om onze gebeden te richten. In grotere nederigheid erkennen we dat we Gods kinderen zijn, in het vertrouwen dat onze hemelse Moeder beter dan wijzelf weet wat we nodig hebben om volmaakter Gods wil te volbrengen.

     

    ‘Tenslotte kunnen, dankzij de bemiddelende rol van de Kerk, vele van onze verdiensten verrijkt worden door aflaten. Door onze volle aflaten ligt het in ons vermogen om iedere dag bij te dragen tot de verlossing van een ziel uit het vagevuur en door gedeeltelijke aflaten het lijden van de zielen in het vagevuur te verlichten.’

     

    We moeten beter begrijpen dat aflaten een bijkomende genoegdoenende uitwerking zijn die de Kerk aan onze gebeden en goede werken toekent, in haar bevoegdheid als bewaarder van de ‘sleutels’ die haar in de persoon van de apostel Petrus door Christus zijn toevertrouwd (cf. Mt 16:19 en Joh 20:34). Indien we in staat van genade zijn en één van de door de Kerk voorgeschreven oefeningen volbrengen, kunnen we voortdurend volle (beperkt tot één per dag) en gedeeltelijke aflaten verdienen voor onszelf en voor de zielen in het vagevuur. Voor een samenvatting van de normen voor aflaten, verwijs ik naar tekst 45a.

     

    De tweevoudige dimensie van toewijding volgens paus Johannes Paulus II.

    17. Het derde en vierde punt (cf. § 10) zijn opgenomen in de tweevoudige dimensie van de toewijding van paus Johannes Paulus II, welke het licht van de waarheid kan brengen in onze duistere wereld, zodat onze gezinnen getuige kunnen zijn van de langste periode van vrede en godsdienst die de wereld ooit gekend heeft.

     

    De tweevoudige dimensie van toewijding van paus Johannes Paulus II omvatten Totus Tuus en Wijd hen toe in de waarheid.

     

    De eerste dimensie.

    18. Totus Tuus (Latijns voor ‘geheel de uwe’) wijst op de bereidheid om alles aan Jezus te geven door Maria, overeenkomstig de formule van de heilige Louis-Marie Grignion de Montfort waarover de heilige Vader schrijft in zijn boek Over de drempel van de hoop.

    Als we deze formule voor toewijding, die door de paus zelf wordt verspreid en toegepast, volgen, geven we de weinige verdiensten die we hebben aan onze gezegende Moeder die ze dan aanneemt en vermenigvuldigt door haar talloze verdiensten en in onze naam aanbiedt aan Jezus.

     

    De formule van de heilige Louis de Montfort.

    19. In zijn werk, De Ware Godsvrucht, schreef de heilige Louis-Marie Grignion de Montfort:

    ‘Door deze praktijk beoefent men immers op uitmuntende wijze de naastenliefde tegenover hem [de medemens]. Want door de handen van Maria geeft men hem al het kostbaarste wat men bezit: de voldoenings- en verkrijgingswaarde van al zijn goede werken, zonder ook maar de geringste goede gedachte of het minste lijden uit te zonderen. Men gaat ermee akkoord dat alle voldoeningen, die men reeds verworven heeft en die men tot de dood toe zal verwerven, volgens het goeddunken van de heilige Maagd worden aangewend voor de bekering van zondaars of voor de verlossing van zielen uit het vagevuur’ 171).

     

    ‘Er dient bovendien nog opgemerkt te worden dat onze goede werken, indien ze door Maria’s handen gaan, aan zuiverheid winnen, en dus ook aan verdienste, namelijk aan voldoenings- en verkrijgingswaarde. Vandaar dat die werken veel meer kracht hebben om de pijnen van de zielen in het vagevuur te verzachten en zondaars te bekeren, dan wanneer ze niet door de maagdelijke en vrijgevige handen van Maria gingen.

    ‘Het weinige dat we door de heilige Maagd geven, zonder eigenzinnigheid, uit zeer belangeloze liefde, neemt werkelijk toe in kracht om Gods toorn te stillen en Zijn barmhartigheid te winnen. En zo zal misschien in het stervensuur blijken dat iemand die deze praktijk echt trouw is geweest, door dat middel verschillende zielen uit het vagevuur verlost en verschillende zondaars bekeerd heeft, ook al vervulde hij enkel de vrij gewone plichten van staat. Wat een vreugde bij zijn oordeel! Wat een glorie in de eeuwigheid!’ 172).

     

    ‘Vandaar dat zij tijdens haar aardse leven zo’n onuitsprekelijk toppunt van genade en verdienste heeft verworven:eerder nog zou men de sterren aan het uitspansel, de druppels in de zee of de zandkorrels van het strand kunnen tellen dan haar verdiensten en genaden. Zij heeft God meer verheerlijkt dan alle engelen en heiligen dat hebben gedaan of ooit zullen doen. Wat een wonder bent u, Maria; u kunt niet anders dan wonderen van genade verrichten in hen die zich in u willen verliezen. 222)

     

    ‘In haar grote liefde wil de heilige Maagd graag het geschenk van onze handelingen in haar maagdelijke handen overnemen; zij geeft er een wonderlijk schone luister aan. Zelf biedt zij het Jezus Christus aan en zonder moeite, […]’ 224).

     

    Profetie van de heilige Maximiliaan Kolbe voor de nieuwe tijden

    20. ‘De nieuwe tijden worden beheerst door Satan, en dit zal in de toekomst enkel toenemen. De strijd met de hel kan niet door een mens worden aangegaan, zelfs niet door de meest verstandige. Alleen de Onbevlekte heeft van God de belofte van de overwinning op Satan. Nu ze echter ten hemel is opgenomen, doet ze op ons een beroep. Ze zoekt zielen die zich volledig aan haar willen toewijden, die in haar handen doeltreffende instrumenten worden om de Satan te verslaan en Gods koninkrijk op aarde te verspreiden.’

    De tweede dimensie

    21. Laat ons nu even stilstaan bij de tweede dimensie van de toewijding van paus Johannes Paulus II, nl. Wijd Hen toe in de Waarheid of evangelisatie en catechese, zijn eerste bekommernis. De Heer zelf heeft ‘toewijding’ gedefinieerd in Johannes 17 toen Hij zei:

     

    Vers 3: ‘Dit is het eeuwige leven: dat zij U kennen’ [catechese]

    Vers 4: ‘Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat Gij mij hebt opgedragen’[evangelisatie]

    Vers 15: ‘...maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad.’

    Vers 17: ‘Wijd hen U toe in de waarheid. Uw woord is waarheid.’

    Vers 19: ‘Ik wijd me aan U, opdat ook zij in waarheid aan U toegewijd mogen zijn.’

    Vers 21: ‘Opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U.’

     

    Wanneer we ons onderdompelen in de waarheid, zoals we die vinden in de heilige Schrift, de documenten van het tweede Vaticaans Concilie, de Katechismus van de Katholieke Kerk, pauselijke documenten …, zijn we beter in staat te bidden, de sacramenten te ontvangen en een deugdzaam leven te leiden. Kortom, we zijn beter in staat heilig te leven en zo meer genade en verdiensten te verwerven. Zodoende kunnen we Onze-Lieve-Vrouw veel meer genaden en verdiensten aanbieden die ze kan vermenigvuldigen door haar eigen ontelbare verdiensten waardoor een geweldige spirituele kracht wordt ontketend waarmee Satan kan worden verslagen en de periode van vrede zal inluiden, die ze beloofde in Fatima.

     

    Op de laatste bladzijde van zijn boek Over de drempel van de hoop verwijst de heilige Vader naar deze periode met de woorden:

     

    ‘Ongetwijfeld had André Malraux gelijk toen hij zei dat de eenentwintigste eeuw ofwel de eeuw van de godsdienst zou zijn ofwel helemaal niet zou zijn.’

     

    Ik geloof dat de heilige Vader ons wil vertellen dat, als we Gods wil vervullen en eerherstel brengen voor de zonde, we een eeuw van grote godsdienstigheid en evangelisatie zullen beleven waarin onze kinderen en kleinkinderen kunnen opgroeien. Maar als we ons niet vurig wijden aan evangelisatie, catechese en gebed, zullen we, door het goddeloos gebruik van de moderne technologie, de donkerste periode van zuivering meemaken die de wereld ooit gekend heeft.

    Laten we samen met zijne heiligheid de drempel van de hoop overschrijden naar de grootste tijd van licht, evangelisatie en vrede die de wereld ooit zal gekend hebben: het tijdperk van vrede volgens de belofte van Onze-Lieve-Vrouw in Fatima.

     

    Een samenvatting – kardinaal Mario Luigi Ciappi, O.P.

    22. Onderstaand artikel uit het pauselijke dagblad over wijlen de pauselijke theoloog, Mario Luigi Ciappi geeft een idee van de relatie tussen zijne eminentie en het pausschap en van zijn deskundigheid om de tekenen des tijds te lezen.

    Kardinaal Ciappi was het hoofd van het pauselijk paleis, de pauselijke theoloog van de laatste vijf pausen en tevens de voornaamste theologische raadgever van het Apostolaat voor Gezinstoewijding van 1979 tot aan zijn dood op 22 april 1996. Gelieve onderstaande tekst met aandacht te lezen.

     

    Fragmenten uit de homilie van paus Johannes Paulus II op de begrafenis van kardinaal Ciappi, 25 april 1996

    23. ‘Broeders en zusters, vandaag dragen we in de Sint-Pietersbasiliek de begrafenismis op van onze beminde kardinaal Mario Luigi Ciappi, die vorige maandagavond door God geroepen werd na een lang leven ten dienste van de Kerk en, in het bijzonder, van de heilige Stoel. Ik heb sinds mijn studietijd steeds een persoonlijke band met hem gevoeld en ik ben blij dat ik zijn gedachtenis, op dit ontroerende ogenblik, mag eren door mijn getuigenis van ware achting en diepe dankbaarheid.

     

    ‘Zijn briljant en scherp vermogen tot theologisch onderzoek groeide en werd al vlug opgemerkt.

    ‘Als een bekwame theoloog met een diepgaande kennis inzake het theologisch denken, was hij in staat de Kerk loyaal te dienen. In het begin onderwees hij dogmatische theologie en thomistische esthetica maar de resultaten die hij hiermee bereikte, brachten hem al vlug onder de aandacht van paus Pius XII, die hem in 1955 vroeg als hoofd van het pauselijk paleis. Hij werd door paus Johannes XXIII en paus Paulus VI in deze functie bevestigd. Paus Paulus VI, die zijn taak uitschreef in het motu proprio ‘Pontificalis Domus’ stelde hem eveneens aan als pauselijke theoloog.

    ‘Zijn heldere gedachtengang, zijn betrouwbare lering en zijn onbesproken trouw aan de apostolische stoel, evenals zijn gave om de tekenen des tijds vanuit God te interpreteren, maakten hem tot een gewaardeerde medewerker tijdens de intense periode van het tweede Vaticaans Concilie, waaraan hij een aanzienlijke en evenwichtige bijdrage leverde.

    Zijn zorgvuldig studiewerk ging steeds gepaard met een diep spiritueel leven en gebed, het voornaamste en fundamentele voedsel van zijn hele leven.’

    (overgenomen van L’Osservatore. )


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vassula spreekt over de vulkaan en de meteor.

    Vassula spreekt over de vulkaan en de meteor.

    Op 28 november 2009 (24-jarig bestaan van HWLiG), werd Vassula door onze Heer gevraagd een deel van een boodschap die ze van Hem had ontvangen door te geven:

    Vassula, richt je tot Mij op deze wijze:

    Liefdevolle Vader, gesel dit geslacht niet met Uw toorn, waardoor het volledig vernietigd zou worden. Gesel Uw kudde niet met tegenspoed en angst, want de wateren zullen droog vallen en de natuur zal verdorren. Uw toorn zal alles verwoesten zonder een spoor achter te laten.

    De hitte van Uw adem zal de aarde doen ontvlammen en tot een woestenij maken!

    (Aan de horizon zal een ster te zien zijn. De nacht zal vernietigd worden en er zal as vallen als sneeuw in de winter, die Uw volk zal bedekken als spoken.)

    Wees ons genadig, God, en verzacht Uw oordeel over ons.

    Denk aan de harten die zich in U verheugen en waarin U Zich verheugt!

    Denk aan hen die in U geloven en laat Uw Hand ons niet met kracht slaan, maar verhef ons daarentegen in Uw barmhartigheid en plaats Uw geboden in ieder hart. Amen.

    Wat betreft de tekst die in het rood staat weergegeven, schrijft Vassula nu: Op 14 april 2010 was er een heldere ‘ster’ te zien aan de horizon in het middenwesten van de Verenigde Staten. Het was spectaculair! Er werden veel video-opnamen gemaakt die op YouTube te zien zijn. Hier is een video te zien.

    God wist dat deze meteoriet de aarde dicht zou naderen. Je vraagt je af, waarom heeft God ons op 28 november 2009 een gebed gegeven waarin de ’ster aan de horizon’ wordt genoemd? Ik denk dat als we dat gebed baden ( en dat deden we), dit ons voor een ramp zou behoeden. Het is me in de loop der tijd duidelijk geworden dat God de dingen afmeet, en dat Hij een God is met wie te onderhandelen valt. Net als met Abraham (die goed in onderhandelen was) en de stad Sodom en Gomorra. God zei tot Abraham dat Hij bereid was de stad te sparen, ook als er maar 10 goede mensen in waren; maar die waren er niet, behalve Lot en zijn gezin. God meet met Zijn maatstaf alles: Hij meet onze liefde, ons geloof, onze gebeden, ons gedrag; onze oprechtheid, ons mededogen met anderen, onze menslievendheid, Hij meet Zijn tijd van barmhartigheid met ons; Hij meet onze tijd voor bekering, etc. en wat Hij zeker weet is, dat wij niet als Abraham zijn die met Hem wist te onderhandelen. Dat is een feit. Zoals Hij weet, zijn we als natte slappe vermicelli en met onze verwarde geesten proberen we zelfs niet met Hem te onderhandelen; Hij legt ons zelfs de woorden om te onderhandelen in de mond! Dat is het gebed dat hij ons op 28 november 1999 gegeven heeft! Zo niet, wie zegt dan dat de meteor niet bedoeld was de aarde te raken en ons met as te bedekken, als dat zou gebeuren? Hij heeft ons de woorden in de mond gelegd, twee keer: "sla ons niet met Uw toorn", want als Zijn toorn ons getroffen had, zouden "de wateren opdrogen en zal de natuur verdorren." Ja, als die meteor die nacht de aarde had getroffen, dan zou er een dergelijke schade zijn aangericht. Zoals er in het gebed staat, "de vlammen zouden de aarde in een woestenij veranderen." Hij zou ’s nachts de westkust van de V.S. hebben getroffen en, zoals er in het gebed staat, "en er zal as vallen als sneeuw in de winter, die Uw volk zal bedekken als spoken."

    In het gebed dat door God van ons werd gevraagd (zie: deze link) legt God ons in onze machteloze monden de smeekbede "Wees ons genadig, God en verzacht Uw oordeel over ons". Waarna we Hem herinneren aan de gelovigen die Hem liefhebben, om dan tenminste met hen consideratie te hebben. Dit gebed is ons gegeven om te benutten en met God te onderhandelen. Dat deden we; dit gebed is over de hele wereld gebeden aangezien we in de hele wereld gebedsgroepen hebben. Het was een ‘onderhandelingsgebed’ zou ik zeggen. Dat wilde God van ons horen en hierdoor heeft Hij, geloof ik, nu Zijn toorn getemperd en, door Zijn barmhartigheid, ook de uitwerking van een dergelijke meteoriet. Alles werd afgezwakt en de vulkaan in IJsland begon zijn as te spuiten in het hele Europese luchtruim en legde meer dan een week alle vliegverkeer lam. De maatschappijen verloren dagelijks miljoenen dollars. Het was het begin van de vakantie en de mensen zaten met duizenden vast, sliepen op luchthavens en het transport over land nam dagen in beslag voordat de bestemmingen werden bereikt. Het was bepaald geen gering probleem. Deze week mochten er een paar vliegen, maar we weten nog niet hoe lang deze vulkaan zal doorgaan met stof en as te spuiten en wat er verder zal gebeuren.

    Zoals ik eerder zei: misschien is ook dit slechts een ‘voorproefje’ van wat ons werkelijk kan gebeuren, een voorspel, als we ons gedrag niet veranderen. Het ‘hoofdgerecht’ is voor later. Veel mensen overal ter wereld leven ongetwijfeld in een apatische en lethargische geestesgesteldheid zonder God. Ze hebben God in een lade gestopt, die afgesloten en de sleutel ingeslikt. Krijgen die niet meer open. Vele geestelijken belemmeren God om tot Zijn volk te spreken, zoals Hij dat nu doet, ook raden zij de gelovigen aan niet te luisteren, verbieden zij hen de bijeenkomsten van het WLiG bij te wonen en beletten hen zo om Gods wil te leren kennen. Zij zijn niet beter dan Jezus’ volgelingen in hun ongeloof. Over het moment dat Christus is opgestaan en "aan de Elf verscheen" zegt de bijbel, (Markus 16: 14, 15)

    "Later verscheen Hij aan de elf, terwijl zij aan tafel aanlagen. Hij maakte hun een verwijt van hun hardnekkig ongeloof, omdat zij geen geloof hadden geschonken aan degenen die Hem gezien hadden, nadat Hij verrezen was."

    Hoe denk je dat Jezus nu zal reageren op hun verharde harten en hun ongeloof? Zal Hij hen gelukwensen met hun ongeloof onder het voorwendsel van voorzichtigheid: "Mooi hoor, jullie zijn er heel goed in geslaagd Mijn gelovigen te beletten naar Mij te luisteren!" Nee, Hij zou ze berispen, jazeker, zoals Hij toen ook Zijn eigen discipelen deed.

    Op 18 februari 1993 waarschuwt God ons:

    "het zesde zegel gaat spoedig verbroken worden en jullie zult allen in de duisternis worden geworpen en daar zal geen verlichting zijn omdat de rook, die uit de Afgrond opstijgt, zal zijn als de rook van een enorme oven, zodat de zon en het hemelgewelf erdoor verduisterd zullen zijn; en uit Mijn Beker van Gerechtigheid zal Ik jullie doen lijken op slangen, adders; Ik zal jullie op je buik doen kruipen en stof doen eten in deze dagen van duisternis; Ik zal jullie tot op de grond verpletteren om jullie eraan te herinneren dat jullie niet beter zijn dan adders... jullie zullen versmachten en stikken in jullie zonden; in Mijn Toorn zal Ik jullie vertrappen! (…) wanneer het Uur van de Duisternis komt, zal Ik jullie je innerlijk laten zien; Ik zal jullie ziel binnenstebuiten keren, en als jullie je ziel zult zien zo zwart als roet, zullen jullie niet alleen een smart ervaren als nooit tevoren, maar in doodsangst zullen jullie je op de borst kloppen en zeggen dat je eigen duisternis veel erger is dan de duisternis die jullie omringt; Ik zal menselijk leven zeldzamer maken dan ooit tevoren. En dan, als Mijn toorn bedaard zal zijn, zal Ik Mijn Troon in ieder van jullie oprichten, en allen tezamen zullen één van stem en één van hart, en in één taal, Mij, het Lam prijzen."

    We krijgen opnieuw tijd om berouw te hebben voordat Gods toorn over ons komt. In Fátima, waar ze verscheen, en in Akita, Japan, geeft Onze Lieve Vrouw boodschappen en waarschuwt de Heilige Maagd ons voor een tuchtiging door vuur die over ons komt als we onze harten niet veranderen en niet naar God luisteren. Gods’ toorn zal door vuur worden getoond. Dit zal de Tuchtiging zijn waarover de boodschappen van HWLiG spreken. Waarom zou God, die zo liefdevol is, ons dit aandoen? zouden sommigen zeggen. De Heer Jezus antwoordde op deze vraag die ik aan Hem stelde: "als jullie sterven, is dat door jullie afvalligheid."

    Ja, afvalligheid daagt Gods Gerechtigheid uit, en hoewel Hij ons tijd geeft, zal de Vader, zegt Jezus, op een dag uitroepen: "Genoeg!"

    Deze profetie of waarschuwing, als je het zo wilt noemen, voor de tuchtiging door vuur, kan niet meer ongedaan gemaakt worden. De Vader zei, "er kan niets aan afgedaan worden." Het is te laat haar in zijn geheel in te trekken, maar wat we kunnen doen is de kracht van deze gesel verminderen door gebed, berouw en verandering van leven door een heilig leven te leiden. We zijn ertoe geroepen een Waar Leven in God te leiden. God kan zich laten vermurwen, net zoals Hij deed met Ninivé.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE EUCHARISTISCHE WONDEREN VAN NAJU.Door A.B. van ’t Hooft.

    DE EUCHARISTISCHE WONDEREN VAN NAJU.

    Door A.B. van ’t Hooft.

    De conferentie bestaat uit een inleiding door de heer A.B van ’t Hooft, een DVD over deze wonderen en een DVD over de wonderen die in het Vaticaan gebeurden. Verder is deze tekst aangevuld met een vertaling genomen uit Mary’s Touch 2006. Hierna volgt onder de hoofdding: "Tweede Eucharistisch Wonder in het Vaticaan" een samenvatting van de gebeurtenissen aldaar.

    Verschijningen van Jezus en Maria.

    Maria, onze Hemelse Moeder, is in alle eeuwen op aarde verschenen wanneer het geloof in gevaar was of sterk verminderde.

    De allereerste verschijning, voor zover bekend, is geweest toen Maria zelf nog op aarde leefde. Jezus wilde een heiligdom ter ere van Zijn Moeder. Het was in de tijd dat de apostelen volop bezig waren met evangeliseren. Maria verscheen op een rots in Zaragossa - Spanje aan de Apostel Jacobus en bracht dit verzoek over. Zoals bekend ligt het gebeente van Jacobus begraven in Santiago de Compostella. Zaragossa is een bekende bedevaartsplaats en Maria wordt daar vereerd onder de titel "Senora del Pilar -

    Onze Lieve Vrouw van de Rots" Wij weten dit uit de openbaring van Maria aan de Spaanse mystica Maria van Agreda. Deze vrouw, overste van een klooster, leefde in de eerste helft van de 17de eeuw (1602-1665). Aan haar werd het gehele leven van Maria geopenbaard en het behoort tot de mooiste werken die over Maria zijn gepubliceerd. Wij kennen de werken van A.K. Emmerick en die van Maria Valtorta, deze laatste uit de jaren zestig van de vorige eeuw en ook de werken van de H. Birgitta van Zweden. In een boodschap van Jezus aan prof. Albert Drexel, een vermaard taalwetenschapper en heilige priester, sprak Jezus op 3 september 1971: "Het is een uitzonderlijk werk van de door de Heilige Geest verlichtte zieneres Maria van Jezus van Agreda. Het werk dat het mooiste en meest verheven verheerlijking van Mijn Onbevlekte Moeder Maria beschrijft."

    Maria is in de vorige eeuw, de twintigste eeuw tot en met heden, vaker, langduriger en meer verschenen dan in alle voorgaande eeuwen. Wat is de reden hiervoor? Nooit eerder is de mensheid zo ver van God afgedwaald dan in de 20ste eeuw tot en met heden. De 20ste eeuw wordt wel de eeuw van dood en verderf genoemd. Enkele cijfers: de eerste wereldoorlog (1914-1918) – ca. 30 miljoen slachtoffers, de tweede wereldoorlog (1939-1945) – ca. 60 miljoen slachtoffers, de communistische revolutie vanuit Rusland – ca. 80 miljoen slachtoffers, de communistische revolutie vanuit China – ca. 110 miljoen slachtoffers. Verder tellen (burger)oorlogen in Korea, Cambodja, Vietnam, Angola, Liberia, Ruanda, Congo, Soedan – Darfur, etc. nog eens tientallen miljoenen slachtoffers.

    Er zijn altijd perioden geweest van bloei en verval. In een boodschap van Maria in Naju van 31 maart 2006 zegt onze Hemelse Moeder: "De actuele zonden hebben een verzadigingspeil bereikt, erger dan in de tijd van Sodoma en Gomarra en hebben reeds de onvermijdelijke goddelijke kastijding verdiend." Het is daarom niet te verwonderen dat Maria op meerdere plaatsen in de wereld zo lang verschenen is of nog altijd verschijnt. In Seuca (Roemenië) van 1995 tot 2005, in Schio (Italië) van 1985 tot 2004, in Manduria (Italië) van 1992 tot 2005, in Medjugorje (Bosnië-Herzegovina) van 1981 tot op heden en in Naju (Korea) van in 1985 tot op heden.

    Hoe komt het dat bisschoppen en priesters het daarmee zo moeilijk hebben? René Laurentin, één van de bekendste Mariologen binnen de Katholieke Kerk, die zelf wereldwijd bij verschillende verschijningen nauw betrokken is geweest en ook heel wat daarover heeft gepubliceerd, geeft als één van de belangrijkste ‘het rationalisme’ aan. Hij zegt dat dit virus tot in het hart van de Kerk is doorgedrongen. Dat wil zeggen dat de tegenwoordige mens alleen wil aannemen wat hij met zijn verstand kan bevatten. Maar het bovennatuurlijke is niet met ons beperkt verstand te verklaren. Een andere oorzaak noemt hij de gebrekkige kennis bij de priesters van mystiek. De opleiding daartoe is te kort.

    Nu komen we bij de verschijningen van Jezus en Maria in Naju, Zuid-Korea. Naju wordt wel de meest opzienbarende verschijningsplaats in de geschiedenis van de Kerk genoemd. "Waarom?". In een boodschap van 30 juni 2006 zegt de Heilige Maagd in Naju, dat nergens ter wereld zovele, nooit eerder geziene, door talrijke aanwezigen waargenomen wonderen gebeurden, dan op deze gezegende plaats. En wat zijn dan die wonderen? Het zijn 33 Eucharistische Wonderen waarvan het 10de en het 33ste plaats vonden binnen het Vaticaan.

    Verder deelt Julia, de zienster, in het Lijden van de Heer, in het lijden van de geseling, in het lijden van de kroning met doornen. Dit is zichtbaar voor alle mensen die aanwezig zijn tijdens het bidden van de Kruisweg. Zij deelt in het lijden van de Koreaanse martelaren. Korea was tijdens de 19de eeuw een keizerrijk en Franse missionarissen brachten het katholiek geloof vanuit Japan naar Korea. Vele mensen bekeerden zich. De keizer zag daarin een groot gevaar en gaf bevel dat alle christenen gedood moesten worden. Op de meest barbaarse manier werden deze christenen onthoofd. Julia deelt verder in het lijden van de ongeboren kinderen. Tijdens de gebedsbijeenkomsten in haar kapel zwelt haar onderlichaam op als bij een zwangere vrouw, waarbij zij dezelfde pijn ondergaat, die een baby doorstaat die in de moederschoot wordt gedood. Onder nog verdere fenomenen mogen genoemd worden: het beeld van Onze Lieve Vrouw van Naju, dat 700 dagen geweend heeft, gewone tranen afgewisseld met bloedtranen. Daarna heeft het beeld gedurende 700 dagen olie afgescheiden, bloeddruppels die in de slaapkamer van Julia neerdalen of tijdens gebedsbijeenkomsten. Foto’s, genomen van het beeld van Onze Lieve Vrouw vertonen in de plaats een kelk met een hostie met daarboven de Griekse letters Alfa en Omega.

    Tijdens het bidden van de kruisweg op 9 november 2001 zien de pelgrims stenen en bladeren bedekt met vers bloed, vanaf de 9de tot de 15de Statie, veroorzaakt door de Bloedtranen van Jezus en Maria. Meerdere malen vond een zonnewonder plaats. Talloze andere bovennatuurlijke tekenen zijn hier gegeven.

    Priesters, Bisschoppen, de Pauselijke Nuntius in Korea en zeer vele pelgrims zijn van deze indrukwekkende gebeurtenissen getuigen geweest.

    Onze Lieve Vrouw vraagt in Naju om deze Boodschappen wereldwijd te verspreiden.

    +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

    DE REDENEN EN DE BETEKENIS VAN HET LIJDEN VAN JULIA KIM.

    www.marys-touch.com

    Onze Heer boette voor alle menselijke zonden, door pijnen te lijden en te sterven op het Kruis. Niemand anders kan deze rol van Onze Heer vervangen als Redder van het mensdom. Jezus Christus is voor ons de enige Redder, Die volledig de Goddelijke gerechtigheid voldoening kan schenken, beledigd door onze zonden. Gelijktijdig verlangt de Heer dat Zijn volgelingen delen in Zijn werk van verlossing van de mensen met hun persoonlijke offers, lijden en andere werken van barmhartigheid, om zo op deze wijze Zijn genaden te schenken aan de zondaars, opdat Zijn werk van redding van de mensen meer vruchten zou dragen. Met Zijn mededogen en barmhartigheid ziet God onze gebeden en boete en schenkt overvloedige genaden aan vele mensen omwille van hun berouw.

    In onze moderne tijden is er een sterke neiging van de mens om in alles te denken in functie van de eigen oogmerken, verlangens en voorkeuren in plaats van de Wil van God te doen en Zijn glorie na te streven. Omwille hiervan is hun zienswijze omtrent het begrip "zonde" verwaterd en wazig geworden. Wanneer we onszelf in het middelpunt van ons waardeoordeel plaatsen, gaan we minder gevoelig worden voor het begrip "zonde", een belediging tegen God, en minder ijverig ze te vermijden en meer gevoelig voor hetgeen wij zelf wensen. In de plaats van boosheid te zien in de zonden die wij begaan tegen God, kan het zijn dat wij boosheid zien in om het even wat ons verhindert onze wensen te bevredigen.

    De waarheid echter is dat zonde, die een belediging van God is, Die de bron is van alle waarheid, gerechtigheid, goedheid en liefde, het grootst mogelijke kwaad en het grootst mogelijke ongeluk is in het leven van de mens. Zijn gezondheid verliezen, tegenslag in zaken en welstand en aanzien verliezen betekenen zeker rampspoed, maar zondigen door onze Schepper te beledigen, de vrede verstoren en welwillendheid en aanzien bij onze buren en onbekwaam te worden het eeuwige leven te bereiken, is ongetwijfeld het grootste kwaad dat ons kan overkomen.

    Dieren kunnen niet zondigen aangezien zij geen vrije wil hebben, maar aan de mensen werd een vrije wil gegeven en zij kunnen vrijwillig ervoor kiezen God te dienen of vrijwillig ervoor kiezen Hem niet te dienen. Het gehele Christelijke Geloof is geconcentreerd op hoe wij van de erfzonde en van onze tegenwoordige zonden gezuiverd kunnen worden en geheiligd door in overeenstemming met de Wil van God te leven.

    De levens van alle heiligen in de gehele Kerkgeschiedenis zijn ook geconcentreerd geweest op hetzelfde oogmerk. Onze Heer heeft ook de Zeven Sacramenten ingesteld in de Kerk met het doel ons van zonden te reinigen en ons de genaden te geven die wij nodig hebben. Het is ook de plicht van de priester de mensen streng te waarschuwen tegen het kwade van de wereld, hen aan te porren berouw te hebben over hun zonden en penitentie te doen en hen aan te moedigen om te streven vooruitgang te maken in de deugden, vooral de liefdadigheid om alzo hun zelf te heiligen met de hulp van Gods genade.

    Met het doel de mensen te redden uit de ellende van hun zonden, die hun grootste rampspoed uitmaken, heeft God de Zoon het vlees aangenomen en onderging de dood, om op deze wijze uit te boeten voor alle zonden van de mensen en de mensheid met God te verzoenen. Door deze werkelijkheid in geloof te omarmen, berouw te hebben over onze zonden, gedoopt te zijn, kunnen wij de tocht van verlossing beginnen als leden van de Kerk, die het Mystieke Lichaam van Christus is.

    Anderzijds kan, volgens het denken van de protestantse hervorming, verlossing bekomen worden door eenvoudig ons geloof in Jezus Christus te belijden als onze Verlosser, en geen verdere menselijke inspanningen kunnen bijdragen aan onze verlossing, ook al worden een deugdzaam leven en het vermijden van de zonden aangemoedigd als vruchten van het geloof. Vele protestanten bidden veel, doen heel wat liefdadigheidswerk en vasten zelfs regelmatig, maar van niets van dit alles wordt aangenomen dat het enig verschil uitmaakt in verband met of we nu al dan niet zullen gered worden. Wat in dit denken ontbreekt is de waarheid dat een positief antwoord van onze kant op de genaden van de Heer noodzakelijk is voor onze verlossing zolang als wij leven op aarde en, daarom, aan onze redding werken, wat "onze heiligmaking" betekent, is een levenslange opdracht. Zonder deze waarheid te verstaan, zal het moeilijk zijn dit begrip van "onze deelname in het lijden van de Heer" te waarderen.

    In werkelijkheid schijnen in deze tijd zelfs vele katholieken het gewicht niet te begrijpen van "onze deelname in het verlossende lijden van de Heer" en daarbij het kleine helpers worden van ons voor de Heer.

    Dit is het droevige gevolg van de wijdverspreide propaganda van het protestantse gedachtegoed, zelfs onder katholieken. Een correct verstaan van de authentieke katholieke Leer is op deze wijze in onze tijd verzwakt.

    Betreffende hoe we verlossing kunnen verwerven, zegde Onze Heer:

    "Niet ieder die tot Mij zegt: ‘Heer, Heer!’, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar enkel hij die de Wil doet van Mijn Vader Die in de hemel is." (Mat. 7.21),

    en

    "Wie Mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen." (Luc. 9.23).

    De heilige apostel Paulus zegde:

    "… daarom werk aan uw heil met vrees en ontzag …" (Fil. 2.12),

    en

    "Op het ogenblik verheug ik mij dat ik voor u mag lijden en in mijn lijdend lichaam aanvullen wat nog ontbreekt aan de beproevingen van Christus, ten bate van Zijn Lichaam dat de Kerk is." (Kol. 1.24).

    Onze Heer zegt dat alleen maar betuigen dat we geloven niet voldoende is om verlossing te verwerven en dat we een leven zouden moeten leiden in het volgen van de wil van God de Vader en dat wij de Heer zouden volgen door ons dagelijkse kruis te dragen. Omtrent dit zouden sommigen kunnen protesteren: "Bedoelt u dat het lijden en de dood van Onze Heer onvoldoende waren voor onze verlossing? Kunnen wij niet eenvoudig het feit van Zijn Passie aanvaarden en Hem daarvoor danken?"

    Hoe dan ook, de vraag hier gaat niet over het voldoende zijn van het lijden van de Heer om alle zonden van de mensen uit te boeten. In 1343 zegde Paus Clemens VI dat zelfs de kleinste druppel van het Bloed van de Heer, meer dan genoeg zou zijn om alle zonden van de gehele mensheid te reinigen. Dat is omdat Onze Heer volledig mens is en volledig God als God de Zoon, en daarom heeft zelfs Zijn kleinste lijden een oneindige waarde in het uitboeten voor de zonden van de mensen. In weerwil van deze oneindige verdiensten van het Lijden van de Heer, hebben wij mensen echter onze vrije wil en kunnen dus kiezen de verlossende genade van de Heer bereidwillig te aanvaarden of ervoor kiezen deze te weerstaan en ze te verwerpen. Dit is niet enkel waar op om het even welk bijzonder ogenblik maar gedurende ons ganse leven op aarde. Omdat wij deze vrije wil hebben, is het nodig dat wij hem op de juiste wijze gebruiken en onze gedachten, woorden en handelingen elke dag en elk ogenblik in overeenstemming beheersen, zodat we steeds in de waarheid, de gerechtigheid en de liefde van de Heer zouden zijn. Omgekeerd, bij het misbruiken van onze vrije wil, kunnen wij ingaan tegen Gods Wil in onze gedachten, woorden en daden en van de weg naar onze verlossing af vallen.

    Feitelijk is er zoveel hand over hand toenemende teugelloosheid in de wereld omwille van het misbruiken van hun vrije wil door zovele mensen, rebellerend tegen God en Zijn Geboden. Ook, zelfs indien iemand lid wordt van de Kerk, betekent dit niet automatisch dat hij verder zal gaan met trouw te blijven aan de Wil van de Heer en het helpen van Zijn van de menselijke verlossing. Zelfs indien iemand het geloof heeft, is het mogelijk dat de werken niet volgen, tenzij er medewerking is van de vrije wil.

    Onze Heer vertrouwde de opdracht, het bekend maken van de genade van de verlossing, de genezing van de zieke zielen en heiliging hiervan, toe aan de Kerk. Als leden van de Kerk ontvingen wij allen deze zending van de Heer, Die de Stichter en het Hoofd is van de Kerk. Natuurlijk, Hij zegde ons niet dit enkel met onze eigen kracht te doen. De Heer zegde: "… want los van Mij kunt u niets." (Joh. 15.5). Wij kunnen enkel goede vruchten voortbrengen door in eenheid te blijven met de Heer, door Zijn genaden te ontvangen en door te rekenen op de kracht van de Heilige Geest. Als Sint Paulus, de apostel, zegt dat hij in zijn vlees aan het aanvullen was wat er ontbrak aan de kwellingen van de Heer ten behoeve van Zijn Kerk, bedoelde hij dat hij deelnam aan het lijden van de Heer, hij was een bijdrage aan het leveren aan de heiliging van de lidmaten van de Kerk – met andere woorden, hij was het Lichaam van de Kerk aan het helpen (dat zijn de lidmaten) te bereiken, wat reeds bereikt was in het Hoofd, rekenend op de genaden van het Hoofd, dat Christus Zelf is. Aangezien ditzelfde werk aan elk lidmaat van de Kerk is toevertrouwd, moeten wij in ons dagelijkse leven offers, boete en gebeden op te dragen om alzo bij te dragen aan de groei en de heiliging van de Kerk en de evangelisatie van de gehele mensheid. Door dit te doen kunnen wij allen kleine helpers worden van de Verlosser, dat betekent, kleine medeverlossers. Dat wij medeverlossers van Christus kunnen worden, is niet omdat Zijn verdiensten tekort schieten, maar omdat Hij, met Zijn goedheid en Zijn edelmoedigheid, wil dat wij vrij en liefdevol deelnemen in Zijn werk en kleine maar werkelijke bijdragen leveren in het vervullen van Zijn plan dat Zijn glorie zal vergroten.

    In het protestantse denken is de redding van de mens enkel afhankelijk van de verdiensten van het Lijden van de Heer en het vergieten van Zijn Bloed die, vanzelfsprekend, niet kunnen vervangen worden door wat dan ook, maar dit denken laat geen ruimte voor medewerking. Martin Luther zelf was pessimistisch omtrent de menselijke vrije wil en hij geloofde dat de menselijke natuur onherstelbaar corrupt is. Met betrekking tot dit onderwerp leert de Kerk als volgt:

    "God is de soevereine Meester van Zijn heilsplan. Maar om dit te verwezenlijken bedient Hij zich ook van de medewerking van Zijn schepselen. Dit is geen teken van de zwakheid, maar van de grootheid en de goedheid van de almachtige God. Want God schenkt Zijn schepselen niet alleen het bestaan, maar ook de waardigheid zelf te handelen, elkaars oorzaak en grondbeginsel te zijn en zo mee te werken aan de voltooiing van Zijn heilsplan." (Catechismus van de Katholieke Kerk § 306).

    Doorheen de voorbije tweeduizend jaren van Kerkgeschiedenis, werden ontelbare christenen gemarteld in de verdediging van het christelijke geloof. Ook in Korea werden tussen 1784, toen Seung-Hoon Lee, een confuciaans seminarist in China op bezoek, er gedoopt werd met de doopnaam Peter, en het einde van de 19de eeuw werden er ongeveer 20.000 katholieken gemarteld. Tot nog toe werden er honderdendrie tot de eer van de altaren verheven. Dit martelaarschap van dezen was het ultieme offer door deelname in de Passie van Christus alsook het sterkst mogelijke getuigenis dat mensen kunnen geven voor de Heer en Zijn boodschappen. Het is waarschijnlijk omwille van deze talrijke offers dat God bijzondere genaden schenkt aan Korea, door middel van speciale boodschappen en miraculeuze tekenen van nooit geziene intensiteit en diepte in Naju. Bovendien, waarschijnlijk omwille van de onophoudelijke gebeden van Julia en haar extreem lijden, gaat God verder met het sturen van de genaden van bekering niettegenstaande de koppige afwijzing van vele mensen, daarbij begrepen enkele geestelijken.

    Sang M. Lee – uit Mary’s Touch By Mail, 8 September 2005.

    TWEEDE EUCHARISTISCH WONDER IN HET VATICAAN.

    Tijdens een gebedsbijeenkomst op de vooravond van 24 november 2009 gaf de gezegende Moeder aan Julia de instructie om aartsbisschop Giovanni Bulaitis te bezoeken. In deze bijeenkomst werd herdacht dat het vijftien jaar geleden was dat aartsbisschop Giovanni Bulaitis Naju bezocht had. Hij was er op diezelfde dag getuige van geweest dat de Heilige Hostie twee keer wonderbaarlijk neerdaalde.

    Op 26 februari 2010 stapte Julia Kim, samen met de priester Aloysius Chang en een paar vrijwilligers die als assistenten meegingen op een vliegtuig dat Rome als bestemming had. Julia had ook de Heilige Hostie bij die op 16 oktober 2006 had gebloed, evenals boodschappen van Jezus en van de gezegende Moeder van 15 en 16 oktober 2006 meegenomen voor de Heilige Vader.

    Toen Julia op 27 februari 2010 met haar gezelschap het bezoek bij aartsbisschop Giovanni Bulaitis aflegde, vroeg Zijne Excellentie aan Julia wat haar programma was voor de reis. Julia gaf als antwoord dat zij inzake wat zij in Rome moest gaan doen, alleen uit gehoorzaamheid aan de aartsbisschop wilde handelen.

    De aartsbisschop zei dat hij twee dagen eerder, tijdens zijn gebed, van de gezegende Moeder had gehoord dat Julia een boodschap voor hem zou meebrengen. De aartsbisschop vertelde Julia ook dat de gezegende Moeder had gezegd: "De afgelopen keer (24 november 1994) ontving je de Heilige Hostie van Julia. Deze keer moet jij haar de Heilige Hostie geven." De aartsbisschop vervolgde: "Laten we morgen de zondagsmis hier in de kapel van mijn officiële residentie houden."

    Op 28 februari 2010 concelebreerden aartsbisschop Bulaitis en de priester Aloysius Chang om tien uur in de morgen de Heilige Mis. Tijdens de Heilige Communie gaf de aartsbisschop Julia de Heilige Hostie (op de tong) Die in het Kostbaar Bloed uit de kelk was gedompeld.

    Terwijl Julia in biddende overweging was, riep ze een van haar vrijwilligers. Ze hield haar mond open. De assistent was verbaasd en vroeg de aartsbisschop om dichterbij te komen.

    De aartsbisschop zag duidelijk de Heilige Hostie op haar tong in Vlees en Bloed veranderen. Hij was ontsteld en vroeg aan de vier religieuzen, die deze Heilige Mis ook mochten bijwonen, om te komen kijken.

    De Heilige Hostie raakte met vers bloed overdekt en werd gelijktijdig groter. Een tijdje later werd er wat donker gekleurd bloed zichtbaar in de kleine ruimte tussen de Heilige Hostie en Julia’s tong. De Heilige Hostie bleef groter worden en pulseerde aanvankelijk ook sterk en daarna zwak. Dat zorgde ervoor dat de tong van Julia mee bewoog als een bootje dat op en neer gaat. De aartsbisschop nam iedere verandering in de Heilige Hostie waar, zonder zijn ogen ook maar één keer van de Heilige Hostie af te wenden.

    Het was alsof door dit Wonder het echte Wezen van de Heilige Hostie, de Werkelijke Tegenwoordigheid van de levende en ademende Jezus, met Zijn Lichaam, Bloed, Ziel en Godheid, die normaal gesproken verborgen blijven onder de gedaanten van Brood en Wijn, openbaar werd gemaakt. Er werden vele video-opnames en foto’s van gemaakt. Toen gaf de aartsbisschop aan Julia de opdracht de Heilige Hostie door te slikken. Het was het verlangen van Julia dat de Heilige Hostie bewaard zou blijven, maar ze gehoorzaamde onmiddellijk.

    De aartsbisschop schonk daarna wat water in het ciborium en vroeg aan Julia om dat op te drinken. Nadat zij het water gedronken had, bekeek de aartsbisschop de binnenkant van haar mond nauwkeurig om te zien of die soms wondjes had. Daarna veegde de aartsbisschop Julia’s mond van binnen uit met een kelkdoekje (linnen), maar hij zag geen enkele bloedvlek op het kelkdoekje.

    Al deze stappen, die door de aartsbisschop gezet werden, moeten de meest geëigende en doordachte procedure geweest zijn voor een herder van de Kerk om tot een duidelijke en geboekstaafde beoordeling te kunnen komen of het teken dat hij waargenomen had, een bovennatuurlijke oorsprong had of niet.

    Er waren bij deze Heilig Mis twaalf mensen tegenwoordig die ooggetuigen werden van deze historische gebeurtenis: aartsbisschop Bulaitis, priester Aloysius Chang, vier religieuzen en zes leken waaronder Julia.

    In de boodschap die tijdens dit wonder aan Julia gegeven werd, zei de gezegende Moeder dat dit het laatste Eucharistische Wonder was.

    Er hebben, met dit wonder meegerekend, drieëndertig Eucharistische Wonderen plaatsgevonden: veranderingen van de Heilige Eucharistie in herkenbaar Vlees en Bloed in Julia’s mond; het bloeden van de Heilige Hostie in een monstrans of ciborium en de wonderbaarlijke neerdalingen van de Heilige Hostie. Dit getal herinnert ons aan de drieëndertig jaren van het Leven van Onze Heer Jezus Christus op aarde die aan Zijn Hemelvaart voorafgingen.

    De hardnekkige aanvallen van de satan.

    Na de H. Mis stelde aartsbisschop Bulaitis voor dat Julia en haar gezelschap naar het St. Pietersplein zouden wandelen om daar om twaalf uur het Angelus te bidden met de Heilige Vader en zijn zegen te ontvangen. …

    Toen Julia de volgende dag, 1 maart 2010, om acht uur ’s morgens op haar kamer de rozenkrans aan het bidden was, werd ze hevig aangevallen door demonen. Het hoofd van de demonen schreeuwde: "Dood deze slechte vrouw voordat ze de aartsbisschop ontmoet. Ze is een hindernis voor ons werk."

    Onmiddellijk ging een groot aantal demonen tot de aanval over. Ze sprongen op Julia en sloegen haar meedogenloos neer op de grond. Toen zei het hoofd van de demonen: "Snijd met dit mes de slagaders in haar hals door zodat het op zelfmoord lijkt." Meteen pakte één van de demonen het mes en sprong op Julia om het in haar hals te steken, maar de in een blauwe mantel geklede gezegende Moeder kwam snel als de bliksem binnengevlogen en sloeg het mes weg. De demonen renden weg omdat ze het licht, dat de gezegende Moeder uitstraalde, niet konden verdragen.

    Toen een vrijwilliger de kamer van Julia binnenging, vond hij Julia liggend op de grond met naast haar hoofd het fruitmesje waarmee de demon geprobeerd had haar te vermoorden. De demonen moeten bevreesd geweest zijn dat het verslag van het Eucharistische Wonder aan de Heilige Vader en aan andere hoogwaardigheids- bekleders van de Heilige Stoel gepresenteerd zou worden.

    Na de aanval van de demonen voelde Julia hevige pijnen in haar hoofd, alsof het op het punt stond te barsten. Ze voelde ook pijnen over haar gehele lichaam, net alsof ze met een bot en zwaar wapen geslagen was. Ze kon zich nauwelijks bewegen. Terwijl zij over de Liefde van Jezus mediteerde, die Zijn Lichaam, dat men wonden overdekt was voortsleepte en zo de heuvel Golgotha beklommen had, bezorgde zij de Engelse vertaling die gemaakt werd van de boodschap die zij de vorige dag had ontvangen aan aartsbisschop Bulaitis omdat ze hem beloofd had dit te doen.

    Aartsbisschop Bulaitis begroette Julia in de kapel en zei: "Wijlen Paus Johannes Paulus II erkende in het openbaar de waarachtigheid van het Eucharistisch Wonder dat door Julia in de kapel van de Heilige Vader plaatsgreep op 31 oktober 1995 (dit was dus het eerste Vaticaanse Wonder). Hij stond toe dat er in Italië op 19 mei 2001 een landelijke TV-uitzending van dit wonder was."

    Zijne Excellentie vervolgde: "Het Eucharistische Wonder vond gisteren in dit gebouw plaats dat onder de jurisdictie van de Heilige Stoel staat. De officiële erkenning van dit wonder kan alleen door de Heilige Vader en door de Heilige Stoel gedaan worden. Niemand, noch het aartsbisdom Kwangju of wie anders ook in de wereld heeft de autoriteit om tussenbeide te komen." Hij herhaalde dit keer op keer.

    Toen de aartsbisschop het voor de derde keer zei, vloeide er bloed van de rechterkant van Julia’s hoofd. Dit was een uitwendig teken dat Julia de pijn van de doornenkroon onderging. …

    (Julia lijdt regelmatig de pijnen van de doornenkroning). …

    Op 2 maart 2010 bevond Julia zich ’s morgens om tien minuten voor negen op haar kamer om de boodschap op te schrijven die ze de vorige dag ontvangen had. Toen de hulp, die Julia assisteerde, de badkamer binnenkwam, schreeuwde satan woedend: "Nu is het onze kans. Dood haar direct zodat ze de boodschap die ze ontvangen heeft niet kan verspreiden!"

    Onmiddellijk begon een groot aantal zwarte demonen Julia aan te vallen. Ze werd, samen met een stoel, op de grond gegooid. Een van de demonen had een schaar om de halsslagaders van Julia door te snijden. Op dat ogenblik gooide de gezegende Moeder de schaar bliksemsnel neer, alhoewel Julia Haar niet duidelijk kon zien. De demonen renden knarsetandend en vloekend weg. De gehele kamer was een puinhoop. Er waren door de aanvallende demonen zwarte tekens op de notebook computer gemaakt. Er zaten ook drie langwerpige schrammen onder het linkeroog van Julia die door de demonen toegebracht waren.

    Priester Aloysius Chang zei: "De boodschap die gisteren ontvangen is, moet erg belangrijk zijn als de demonen zo wanhopig proberen om Julia te vermoorden." De aanvallen van de demonen waren werkelijk hardnekkig.

    Om ongeveer tien voor twee was Julia klaar met het opschrijven van de boodschap en ging ze naar de badkamer. Toen ze daar was hoorde ze het hoofd van de duivels zeggen: "Nu is er werkelijk geen tijd om te aarzelen. Dood deze stijfhoofdige vrouw voordat ze naar buiten gaat. Deze keer moet je haar met één slag doden zonder een vergissing te begaan." Zo spoedig als het bevel gegeven was, werd Julia aangevallen. Ze viel met veel lawaai op de grond. Priester Aloysius Chang en anderen vlogen naar Julia’s kamer en zagen het ellendige schouwspel. Julia’s bovenkleding was in stukken gescheurd. Zij trok andere klederen aan en vertelde wat er gebeurd was. Plotseling begon er bloed te vloeien uit de nek van Julia, uit zes lange snijwonden bleef bloed stromen.

    Julia is in Naju vele malen door demonen aangevallen. Er worden over haar gehele lichaam veelvuldig blauwe plekken gevonden. Ze klaagt niet maar bidt: "Mogen de lichte pijnen die ik lijd tot eer van God worden, een vertroosting zijn voor de gezegende Moeder en een oorzaak van onze eindeloze dankbaarheid." …

    Enkele woorden van de Heilige Maagd en van Julia.

    De Heilige Maagd: "Mijn geliefde dochter, dank je. Omdat je jouw pijnenedelmoedig offert en ondanks je moeilijkheden en vermoeidheid alleen bidt voor de vervulling van de Wil van de Heer, wordt Mijn Moederhart vervuld met grenzeloze vreugde. Ik zal je vergezellen als jij mijn zoon Ivan (dit is een tweede Vaticaanse prelaat waar Julia op bezoek zal gaan tijdens deze reis), die Ik in het bijzonder gevoed en opgevoed heb, samen Giovanni gaat bezoeken. Wil je lijden ontvangen ten behoeve van hen?"

    Julia: "Ja, natuurlijk wil ik dat. Ik ben bereid om alle mogelijke pijnen te lijden. Omdat deze onwaardige en geringe dochter geheel aan de Heer toebehoort, wil ik mijn hele lichaam en hart geven en opofferen."

    De Heilige Maagd: "Ik wist dat je dat zou doen. Als u, die Ik – in dit tijdperk waarin op verschillende plaatsen in de wereldernstige rampen plaatsvinden in de lucht, op de grond en in de zeeën – heb uitgezocht en uitgekozen,van tussen de zovele mensen – ze zijn talrijker dan de sterren aan de hemel en zandkorrels op het strand – zelfs je vrije wil volledig aan Mij onderwerpen en je zo diep in het Heilig Hart van Jezus en in Mijn Onbevlekt Hart laten zinken dat jullie erin overgaan en in vereniging (met deze Harten) werkt, zal het Hart van uw Mama zowel in vereniging met de Godheid van Mijn Zoon Jezus als met uw menselijke harten kloppen, terwijl u vertrouwelijker met Mij zult worden en meer overvloedige energie zult ontvangen."

    Julia: "AMEN."

    Julia: "Zelfs nog voordat mijn "Amen" helemaal was uitgesproken, begonnen de pijnen van de doornenkroon en begon het bloed te stromen. Men zei mij dat het ongeveer vier uur in de middag was."

    Nog Julia: "O, Heer! Ontvang glorie. Wat een gezegende pijn zal dit zijn als die maar voor het minste kan bijdragen aan de vervulling van de Wil van de Heer!"

    De Heilige Maagd: "Ja, dat is het! Mijn geliefde dochter die zich zelfs verheugt als zij pijn lijdt! Zoals Mozes afstand deed van zijn Koninklijke macht en Abraham van zijn zoon Isaak, zo hebben jullie jezelf gegeven om in het onderhoud van talloze zielen te voorzien. Dus, hoe zou Ik niet bij u kunnen zijn? De tijd die Ik met u doorbreng, is een tijd van aangename rust voor Mij."

    … … … Tot zover een greep uit de gebeurtenissen en woorden tijdens Julia’s verblijf in het Vaticaan.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Daadwerkelijk aanwezig. ( Moeder Mechtildis van het heilig Sacrament. )

    Daadwerkelijk aanwezig.

    Aanbidding bestaat bij het besef: Hij is er! Hij is er voor ons! Voor mij! Het tabernakel is de plaats waar Hij op ons wacht; waar Hij op ons wacht om Zichzelf aan ons te geven. "Dit is mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt …. Dit is mijn Bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden." Die woorden gesproken aan de vooravond van zijn kruisoffer: de Heer spreekt ze telkens weer opnieuw tot ons in de viering van elke heilige Eucharistie. Maar ook op al die kostbare momenten dat wij stil neerknielen voor Hem in de eucharistische aanbidding. Hij is de Aanwezige. Werkelijk, maar ook daadwerkelijk! Want zijn aanwezigheid is niet slechts de aanwezigheid van zijn Persoon, maar ook van zijn verlossende daad, het heilswerk van zijn kruisoffer. Hij is het geslachtofferde Lam dat wegdraagt de zonden uit deze wereld. Zo komt Hij bij ons tegenwoordig. Zo wil Hij ons ontmoeten in zijn Sacrament. Hij heeft zijn leven gegeven voor de verlossing van de wereld. Op het kruis heeft Hij zichzelf - zoals Sint Paulus het uitdrukt - als "offergave en slachtoffer" (Ef 5,2) aan de Vader aangeboden. En de Vader heeft deze zelfgave, dit offer aanvaard. En aan ons kon zo die nieuwe Geest geschonken worden, de heilige Geest van een wegschenkende liefde, die weet wat lijden is en die het offer niet schuwt.

    Gestorven voor onze zonden.

    In de aanbidding mogen wij in direct contact treden met de geofferde Liefde van Christus, wij mogen er door aangegrepen worden en erdoor geraakt worden. Het is de liefde van de graankorrel die eerst moet sterven, wil hij vrucht dragen. De heilige Geest van deze liefde wil in ons gaan wonen en zo verblijf nemen in deze wereld. Wij knielen neer voor het eucharistische Lichaam van Christus, het Lichaamdat geleden heeft en gestorven is voor onze zonden. En een ogenblik trekt aan het oog van ons hart al het leed en lijden van deze wereld voorbij. Het onschuldige leed en lijden. Maar ook de schuldige misdaad, al de gewelddadigheid. En tegelijk denken wij aan Christus' doorstoken Hart, doorstoken om de zonden van deze wereld. "Cor patens, cor patiens". Het scheelt in het Latijn maar één lettertje. "Het open Hart is een lijdend Hart". Dagelijks worden wij in onze samenleving geconfronteerd met zoveel lijden dat mensen elkaar op onbegrijpelijke wijze aandoen. Wij worden geconfronteerd met bedrog, immoraliteit. Wij zien een kerk, vaak onmachtig in haar geloofsgetuigenis, belemmerd door zwakheid en onverschilligheid.

    Geroepen om gelijkvormig te worden aan Hem.

    Stil geknield voor het heilig Sacrament zien wij dan de Christus opnieuw lijden, opnieuw zijn gang naar Calvarië gaan. "Jezus blijft in stervensnood tot aan het einde van de tijden". Het is het bekende woord van Blaise Pascal. De lijdende Christus is midden onder ons. En opnieuw voelen wij de liefde van Hem die als een graankorrel in de aarde valt om verzoening en nieuw leven te verkrijgen. Stil geknield voor Christus, het Offerlam, voelen wij ons geroepen om gelijkvormig te worden aan Hem, om met Hem - in navolging van Hem - onze weg door het leven te gaan Een Simon van Cyrene die het Kruis van Hem mee mag dragen! Blijven wij trouw aan deze roeping. Bij Christus blijven! Met Hem van hart tot Hart contact blijven houden! Vooral ook door middel van die belangrijke uren van eucharistische aanbidding. In zijn brief "Over het mysterie en de verering van de Eucharistie" (Dominicae cenae) schrijft paus Johannes Paulus - en wij mogen zijn woorden heel concreet als een aansporing beluisteren gericht tot ons als Gemeenschap van Aanbidding:

    "De kerk en de wereld hebben de verering van de Eucharistie hard nodig. Jezus wacht op ons in het sacrament van de liefde. Laten wij niet zuinig zijn met onze tijd als het erom gaat bij Hem samen te komen in aanbidding, in een beschouwend gebed vol geloof en erop gericht de zware schulden en de misdaden van de wereld goed te maken. Dat onze aanbidding toch nooit ophoude" (Dominicae cenae, 3).

    Danken wij de Heer voor het geschenk van zijn eucharistische aanwezigheid. Danken wij Hem voor de in de afgelopen vijfentwintig jaar ontvangen genadegunsten. En nemen wij het woord van de paus ter harte: "Dat onze aanbidding nooit ophoude". Blijven wij tot Christus in zijn heilig Sacrament zeggen: "Adoro Te devote, latens deitas". "U bid ik aan in overgave, Godheid ongezien die waarachtig onder deze tekenen schuilt; U geeft zich mijn harte over, geheel en al, immers, u aanschouwend schiet het al tekort". Amen


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Inzien dat Jezus alles is.

    Moeder Mechtildis van het heilig Sacrament.

    Beschouwen wij onze verplichtingen. In deze dagen moeten wij ons onderzoeken of we de verwachtingen van God ten opzicht van ons getrouw vervullen. Bedenken we dat Hij ons heeft uitgekozen en bevoorrecht boven vele anderen die Hem misschien wel beter gediend zouden hebben dan wij.

    Een kleinigheid kan er de schuld van zijn dat Jezus' leven in ons belemmerd wordt. Een woord, een blik, een toegeven aan onze grillen, een ijdele zelfverheerlijking, een bevrediging van onze nieuwsgierigheid, enzovoort. Dit alles verhindert het leven van Jezus in ons.

    Beschouw Jezus' doodsstrijd en volg zijn voorbeeld na. Breng bij ieder heilige communie een offer voor Hem mee. Als wij zo geleidelijk aan alles afsterven wat buiten Hem ligt, dan zullen we het onschatbare geluk smaken in te zien dat Jezus álles is, en wij nietswaardige schepselen.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)

    De eerste vrijdag van augustus, 1973.

    Jezus is niet gekomen.

    Madeleine verlaat huilend de kapel, kan niet slapen en bedenkt dat zij niet heeft gedaan wat Jezus haar gevraagd had, om naar het bisdom te gaan...

    Zij gaat er enkele dagen later heen met de priester en zuster B., aarzelend en ongerust.

    Ter plaatse heeft de Heilige Geest haar alles in herinnering gebracht en de bisschop heeft gezegd :

    "Als dit van God komt, zal dit door blijven gaan."

    Zij voelt zich gelukkig te hebben uitgevoerd wat Jezus haar gevraagd heeft en in de auto, op de terugweg naar Dozulé, heerst een grote vreugde.

    "Zonder U, Heilige Geest, bestaal niets, is niets mogelijk Wij zijn slechts duisternis. Maar wanneer men U bezit : dan is alles vreugde, alles liefde, dan is alles mogelijk."


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE INNERLIJKE VERTROOSTING.

    De verdorvenheid van de menselijke natuur,

    en de werkdadigheid van de Goddelijke genade.

    Heer mijn God, die mij geschapen hebt naar uw beeld en gelijkenis, sta mij deze genade toe die Gij mij als zo groot hebt doen zien en als noodzakelijk voor het heil: dat ik meester word van mijn zeer slechte geaardheid die mij tot zonde en tot de ondergang voert.

    Ik voel in mijn lichaam de wet van de zonde die de wet van mijn geest tegenspreekt en die mij gevangen uitlevert om in veel opzichten aan mijn zinnelijkheid toe te geven. Ik ben niet in staat mijn hartstochten te weerstaan, behalve als uw allerheiligste genade als een vuur in mij gestort, mijn hart komt bijstaan. Uw genade, uw grote genade, is nodig om mijn menselijke natuur te overwinnen die vanaf mijn jeugd altijd tot het kwaad is geneigd.

    Want omdat de menselijke natuur door de eerste mens Adam gevallen en gekwetst is, daalt nu de straf van deze zonde over alle mensen neer; zodat de menselijke natuur zelf die door U goed en in gerechtigheid was geschapen, nu synoniem is voor zondigheid en de zwakheid van die bedorven natuur, omdat zij in haar beweging, aan zichzelf overgelaten, naar het kwaad en naar het lagere trekt. Want de geringe kracht in haar achtergebleven, is als een vonk verborgen in de as. Dit is de natuurlijke rede zelf die omgeven is door grote duisternis: zij kent nog wel het onderscheid tussen goed en kwaad en het verschil tussen waar en vals. Zij is echter onmachtig om alles te doen wat zij goedkeurt en niet in het bezit van het volle licht van de waarheid en ook niet zuiver in haar genegenheden.

    Vandaar, mijn God, dat ik behagen schep in uw wet volgens de inwendige mens, want ik weet en mag dit van U weten, door uw genade, dat uw wet goed is, rechtvaardig en heilig; zij beveelt mij de zonde en alle kwaad te vermijden; maar naar de aardse mens onderwerp ik mij aan de wet van de zonde, omdat ik meer aan de zinnelijkheid gehoorzaam dan aan de rede. Vandaar dat het willen van het goede mij wel ligt, maar het goede te doen: zóver kom ik niet.

    En zo neem ik mij herhaaldelijk goede daden voor, maar omdat de genade ontbreekt die mijn zwakheid steunen moet, deins ik bij een lichte weerstand terug en bezwijk. Zo bestaat het dan dat ik de weg van de volmaaktheid wel ken en duidelijk inzie hoe ik zou moeten handelen; maar gedrukt door het gewicht van mijn eigen verdorvenheid, stijg ik niet op tot het betere. Hoe onmisbaar nodig, Heer, is voor mij uw genade om het goede te beginnen, voort te zetten en tot voltooiing te brengen. Want zonder die genade kan ik niets doen, maar door U ben ik tot alles in staat, als uw genade mij kracht geeft.

    O waarlijk hemelse genade! Zonder haar zijn de eigen verdiensten niets, dan zijn ook natuurlijke talenten van geen gewicht. Kunst betekent niets; schoonheid en kracht zijn niets; ook intelligentie en welsprekendheid hebben voor de Heer geen waarde, als de genade er niet bij komt. Want gaven van de menselijke natuur hebben goeden en slechten, maar de eigen gave van de bevoorrechten is de genade dat wil zeggen de liefde, want daarmee getekend, gaan zij het eeuwig leven in.

    Deze genade is zó voortreffelijk, dat geen gave van profetie, ook niet het doen van wonderen of welke hoge beschouwing ook, iets waard worden geacht zonder haar. Want geloof en hoop en de andere deugden zijn voor U niet aanvaardbaar zonder liefde en genade. O aller-zaligste genade die de arme van geest rijk maakt aan deugden en hem die rijk is door vele goederen, weer tot nederigheid van hart brengt.

    Kom, daal tot mij neer, vervul mij ’s morgens met uw troost, dat door dorheid en afmatting het innerlijkste van mijn wezen niet bezwijkt.

    Ik smeek U, Heer, dat ik genade mag vinden in uw ogen: uw genade immers is mij genoeg, al heb ik het overige niet waar de menselijke natuur om vraagt. Al wordt ik ook beproefd en afgebeuld door mijn tegenslagen, ik zal geen rampen vrezen zolang uw genade maar bij mij is.

    Zij is mijn kracht: zij geeft mij raad en staat mij bij.

    Zij is sterker dan alle vijanden en wijzer dan alle wijzen samen.

    Zij is lerares van de waarheid.

    Zij is meesteres van levensorde.

    Zij is licht voor het hart.

    Zij is troost bij verdrukking.

    Zij jaagt de droefheid weg.

    Zij verwijdert de vrees.

    Zij voedt de godsvrucht.

    Zij verwekt tranen van berouw.

    Wat ben ik zonder haar, tenzij een dor stuk hout en een blok dat het wegwerpen niet waard is?

    Laat daarom, Heer, uw genade mij altijd voorkomen en volgen en mij altijd gericht houden op goede werken door Jezus Christus uw Zoon. Amen.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.

    RAAD EN VERMANINGEN AAN MAGNUS ERIKSSON.

    ACHTSTE BOEK, KAP. 2.

    Ik ben de ware Koning, en niemand anders is waardig Koning genoemd te worden dan ik, want alle glorie en macht zijn van mij. Ik ben degene, die de eerste engel veroordeelde, die viel uit hoogmoed, begeerte en afgunst. Ik ben degene, die Adam en Eva veroordeelde en het gehele mensdom en de vloed liet komen voor de zonden der mensen. Ik ben dezelfde, die het volk van Israël leidde naar de gevangenschap en het wonderbaarlijk daaruit verloste door tekens en wonderen. In mij is alle rechtvaardigheid en die is geweest zonder begin en zal zijn zonder einde. En de rechtvaardigheid bij mij zal nooit verminderen, maar zal altijd waar en onveranderlijk in mij verblijven.

    En daar nu de koning van Zweden mij ootmoedig vraagt hoe hij onder zijn regering en in zijn rijk rechtvaardig en verstandig leven moet, zal ik hem tien dingen verkondigen, die hij doen moet.

    Ten eerste, dat hij de raadgevers verwijdert, wier hart belust is op eer en goed, wier mond twee bedrieglijke talen spreekt, wier ogen scherp zijn en blind voor geestelijke dingen. En hij moet uitkiezen, lieden die rechtvaardigheid niet voor geld verkopen, die zich schamen voor leugen en valsheid, die God meer liefhebben dan lichamelijke genoegens en die zich erbarmen over de nood en het ongeluk van hun medemensen en onderhorigen.

    Ten tweede, wil ik dat de koning zelf helpen zal om uw klooster te bouwen, waarvan ik u den regel zelf dicteerde.

    Ten derde, dat hij zijn dienaars en huurlingen zend naar heidense landen en plaatsen, waar het christelijk geloof en de liefde voor God verspreid moeten worden. En hij moet weten, dat zijn dienaars verslagen werden en gedood te Kopenhagen, omdat hij streefde naar een deel van het rijk van een mede-christen.

    Ten vierde moet de koning dagelijks zelf de getijden lezen van mijn moeder de maagd Maria. En als hij te oordelen heeft, of andere gewichtige zaken te doen, moet hij de daggetijden overslaan. Maar iedere dag moet hij twee afzonderlijke Missen bijwonen, of éen Hoogmis, en iedere dag moet hij zich vijfmaal de vijf wonden herinneren, die ik voor hem verdroeg aan het kruis.

    Ten vijfde, moet hij op de vooravond der Heilige feestdagen, die door de Heilige Kerk aangewezen zijn, en op die mijner moeder vasten. En ’s Vrijdags moet hij vasten met vis en des Zaterdags, indien hij wil, met wit voedsel en de lange vasten onderhouden volgens de gewoonte van het land.

    En hij moet zorg dragen om matig en stipt te zijn in zijn vasten, opdat hij niet stomp worde als het een raadsbesluit geldt, of te kort schiet in het oordeel dat hij vellen moet, tengevolge van te veel vasten of onredelijk waken en lange, nietszeggende en slappe gebeden. Maar als zijn arbeid toeneemt, gehoorzame hij den raad van mijn Kerkelijke bestuurders en hun macht en bevel.

    Ten zesde, moet hij als aalmoes aan de armen geven iedere tiende penning die zijn vorstelijke voorraadkamer toebehoort, en wil hij uit vroomheid en met een eerlijk doel iets daarboven geven tot mijn glorie en uit liefde voor mij, dan zal zijn loon des te grooter zijn.

    Ten zevende moet hij iederen Vrijdag dertien arme mensen in huis roepen en hen de voeten wassen en hun eten en geld geven met eigen hand, indien hij niet op reis is, want dan behoeft hij het niet te doen. En ’s Vrijdags als hij kalm op zijn landgoed verblijft, moet hij zich geheel vrij houden om die dag de klachten aan te horen van het volk en van zijn onderdanen en dienaren en van hoge en lage ambtenaren, en te woord staan hen, die rekenschap moeten afleggen en hen die koninklijke inkomsten en schatten innen.

    Ten achtste, moet de koning zelf redelijk zijn in zijn giften, zodat hij de een geeft op een wijze dat hij niet gierig tegenover den ander is; en indien hij enkelen meer wil geven ter wille van hun verdienstelijk leven of hun verdiensten, dan moet hij er geschikte redenen voor vinden en het met zeer veel beleid doen, opdat geen onrechtvaardigheid bij de koning worde opgemerkt en dat hij geen reden geve tot ontevredenheid. Want niets valt zo af te keuren bij een vorst dan onredelijke mildheid, of schrielheid. En niets siert den koning zo zeer als wanneer hij toont dat hij maat weet te houden en weet te belonen hen die met liefde in zijn dienst arbeiden. En de koning moet ook aan vreemdelingen geschenken geven, en wel aan hen, die vrede houden in zijn rijk en nood lijden. Toch moet hij het zo doen, dat zijn eigen onderdanen niet vergeten worden.

    Ten negende, moet hij Gods geboden overtreden, noch breken, noch in strijd daarmede handelen en geen nieuwe gebruiken invoeren, en de bevelen en de wettige regels van het rijk niet verdringen voor minder goede, en niet met geweld of haast de dingen oordeelen of veroordeelen, maar in alles de rechtvaardigheid betrachten volgens de wet van God, en de regels van het rijk. Want de koning moet niet zonder onderscheiding bevelen en niet heerschen met wreedheid.

    Ten tiende moet de koning in al zijn daden zo optreden en zich zo tonen, dat hij zijn koninklijken naam waardig is. Hij moet alle begeerten ontvlieden en waren ootmoed beminnen. Want zoveel hoger als de Koning staat en een zoveel waardiger plaats als hij inneemt dan anderen, des te ootmoediger moet hij zijn voor God, van Wien alle macht komt. Want, God eist even streng rekenschap bij Zijn oordeel van den koning als van het volk.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het gezantschap van de Apostelen.

    Het gezantschap van de apostelen en profeten berust op het gezag van Christus. Apostelen en profeten werden door Jezus uitgezonden.

    Uit zijn volgelingen heeft Hij twaalf mannen gekozen om als apostel te dienen: "En Hij stelde er twaalf aan, opdat zij met Hem zouden zijn en opdat Hij hen zou uitzenden om te prediken, en om macht te hebben boze geesten uit te drijven" (Marcus 3:14,15).

    Naast de apostelen heeft Hij ook profeten uitgezonden: "Daarom zegt ook de wijsheid Gods: Ik zal tot hen zenden profeten en apostelen en van hen zullen zij sommigen doden en vervolgen, opdat van dit geslacht afgeëist worde het bloed van al de profeten, dat vergoten is sinds de grondvesting der wereld" (Lucas 11:49,50).

    Hieruit blijkt dat Jezus uitsluitend tijdens dat geslacht (dus in de eerste eeuw) apostelen en profeten heeft uitgezonden.

    De twaalf apostelen kennen wij. Maar wie wordt met 'de profeten' bedoeld? Matteüs en Johannes waren apostelen. Marcus en Lucas waren echter geen apostelen, maar wel profeten.

    Het geheimenis van het evangelie werd in de eerste eeuw aan apostelen en profeten geopenbaard, zoals Paulus uitlegde: "Gij hebt immers gehoord van de bediening door Gods genade mij met het oog op u gegeven: dat mij door openbaring het geheimenis bekendgemaakt is, gelijk ik boven in het kort daarvan schreef. Daarnaar kunt gij bij het lezen u een begrip vormen van mijn inzicht in het geheimenis van Christus, dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is aan de heiligen, zijn apostelen en profeten" (Efeziërs 3:2-5).

    God heeft bevolen dat deze boodschap aan alle volken door middel van heilige Schriften bekendgemaakt zou worden. Dit zegt Paulus in Romeinen 16:25,26 waar hij spreekt over het "evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van het geheimenis, eeuwenlang verzwegen, maar thans geopenbaard en door profetische schriften volgens bevel van de eeuwige God tot bewerking van gehoorzaamheid des geloofs bekendgemaakt onder alle volken".

    Deze apostelen en profeten die Jezus heeft uitgezonden, vormen samen met Hem het fundament van de gemeente: "gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is" (Efeziërs 2:20). Ook in Openbaring 21:14 lezen wij dat Sion gevestigd is op het fundament van de twaalf apostelen.

    Hoeveel keren moet het fundament van een gebouw gelegd worden? Slechts één keer. Hierop wordt dan verder gebouwd. Wat zou u van een bouwmeester denken die bovenop de derde verdieping nog een fundament wilde leggen? De oorspronkelijke apostelen en profeten, samen met Christus, zijn het fundament van de gemeente waarop wij voortbouwen. Mensen in onze tijd die beweren apostelen of profeten te zijn, zijn dwaalleraars die met Gods fundament niet tevreden zijn.

    Het gezag van de apostelen berust op leiding door de Heilige Geest.

    Jezus zei aan zijn apostelen: "Het woord, dat gij hoort, is niet van Mij, maar van de Vader, die Mij gezonden heeft. Dit heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik nog bij u verblijf; maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb" (Johannes 14:24,25). "Wanneer de Trooster komt, die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der waarheid, die van de Vader uitgaat, zal deze van Mij getuigen; en gij moet ook getuigen, want gij zijt van het begin met Mij" (Johannes 15:26,27).

    Let op dat Jezus deze woorden aan zijn apostelen sprak die 'van het begin' met Hem waren.Alleen de apostelen en profeten in de eerste eeuw werden rechtstreeks door Gods Geest geleid. Mensen in onze tijd die deze tekst op zichzelf toepassen, zijn valse profeten, want zij waren niet met Jezus vanaf het begin.

    Nadat Jezus "aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn bevelen had gegeven" (Handelingen 1:2) ging Hij terug naar zijn Vader. Hij had hun gezegd: "gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde" (Handelingen 1:8). Op de Pinksterdag werd de Heilige Geest uitgestort om de apostelen te leiden. [Zie ook 1 Petrus 1:12.]

    Net zoals het gezag van Christus door wonderen en tekenen bewezen werd, zo heeft God ook het woord van de apostelen door wonderen en tekenen bevestigd.

    "Zij gingen heen en predikten overal, terwijl de Here medewerkte en het woord bevestigde door de tekenen, die erop volgden" (Marcus 16:20).

    "Hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil, dat allereerst verkondigd is door de Here, en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons is overgeleverd, terwijl ook God getuigenis daaraan geeft door tekenen en wonderen en velerlei krachten en door de heilige Geest toe te delen naar zijn wil" (Hebreeën 2:3,4).

    Wonderen en tekenen gebeurden door de handen der apostelen als bevestiging van hun getuigenis (Handelingen 2:43; 4:33; 5:12). Anderen die wonderen en tekenen deden, kregen die gaven door de handoplegging van de apostelen (Handelingen 6:5,6,8; 8:6,18; 19:6; 2 Timoteüs 1:6). Niet alle gelovigen zijn apostelen (1 Korintiërs 12:29). Net zoals Simon de Tovenaar van de apostelen macht wilde kopen om de Heilige Geest te geven (Handelingen 8:18-24), zo zijn er ook in onze tijd mensen die beweren deze macht van de apostelen te bezitten. Ze menen de Heilige Geest te kunnen geven door handoplegging, wonderen en tekenen te verrichten, en geïnspireerde boodschappen van God ontvangen te hebben.

    Ik heb zelfs van iemand gehoord die in de gemeente durfde te beweren dat God hem had geopenbaard dat een bepaalde zieke broeder zou genezen. Die broeder is gestorven. Keert uw af van zulke mensen. Zij zijn valse leraars, die voor apostel of profeet willen spelen. Ze zijn opstandelingen tegen het gezag van Christus en de apostelen.

    Aan de Korintiërs schreef Paulus: "De tekenen van een apostel zijn bij u verricht met alle volharding, door tekenen, wonderen en krachten" (2 Korintiërs 12:12). Wat Paulus hier zegt heeft niet alleen betrekking op de tekenen die hij persoonlijk verrichte, maar ook op de tekenen in de gemeente verricht door mensen op wie hij de handen had gelegd. Indien deze gaven op een andere wijze dan door de handoplegging van de apostelen bekomen konden worden, hoe konden zij nog tekenen van een apostel zijn?

    De apostelen en profeten hebben niet hun eigen woorden verkondigd, maar het woord van God.

    Toen Jezus de twaalf uitzond zei Hij hun: "Wanneer zij u overleveren, maakt u dan niet bezorgd, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in die ure gegeven worden wat gij spreken zult; want gij zijt het niet, die spreekt, doch het is de Geest uws Vaders, die in u spreekt" (Matteüs 10:20).

    Let nogmaals goed op. Deze woorden werden aan de apostelen gericht, die rechtstreeks door de Heilige Geest geleid werden. Zij zijn niet op ons van toepassing. Pas op voor valse leraars in onze tijd die deze woorden op zichzelf toepassen om hun valse boodschap kracht bij te zetten.

    Het woord van de apostelen is het woord van God. Zoals Paulus aan de Korintiërs schreef: "Indien iemand meent een profeet of geestelijk mens te zijn, laat hij dan wèl weten, dat hetgeen ik u schrijf, een gebod des Heren is. Maar als iemand hiermede niet rekent, dan wordt met hem niet gerekend" (1 Korintiërs 14:37,38).

    Daarom dienen wij ook te blijven volharden in het onderwijs der apostelen (Handelingen 2:42), want het onderwijs der apostelen, dat tot ons door de Heilige Schrift komt, is niets anders dan het onderwijs van Christus, het woord van God, want de apostelen en profeten hebben onder leiding van Gods Geest geschreven.

    De Vader heeft zijn eniggeboren Zoon gezonden om ons te redden. Jezus heeft nu alle macht in hemel en op aarde. De Heilige Geest heeft aan de apostelen en profeten het evangelie geopenbaard. Gods woord komt nu tot ons door de Heilige Schriften. Christus met zijn apostelen en profeten vormen het fundament van de gemeente waarop nu wordt voortgebouwd.

     


    14-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE MAANDAG.

    N. ( M ).

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.film - Issa - Jesus-Christ - le Messie - Al massih.
     
    Le film JESUS est tiré de l'Evangile de St. Luc qui est reconnu comme étant le portrait le plus exact de la vie du Christ.

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LATEN WE SAMEN.

    Laten we samen bidden

    jij en ik.

    Laten we

    elkaars handen vouwen,

    omdat we samen

    sterker zijn dan alleen.

    Laten we

    elkaars ogen sluiten

    en onze knieën buigen

    om ons zo

    zo klein mogelijk

    te maken op de harde grond.

    Laten we samen

    jij en ik

    woorden maken.

    Woorden uit ons hart

    die alleen van ons zijn.

    Laten we elkaars

    tranen drogen

    als we de stilte

    niet begrijpen en

    De pijn zal blijven.

    Amen.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG.

    Jezus  vraagt  om  tijdens  ons  Gebed  
    1  uur  per dag  aan  Zijn  Lijden 
    te  denken  in  ons  Gebed.

    Nelly. ( M ).



    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Charbel, de Libanese Kluizenaar.

    Charbel, de Libanese Kluizenaar.

    Noodhelper zonder grenzen.

    Charbel ( spreek uit : sjarbel ) Makhlouf werd in 1826 in Beqaakafra, Noord Libanon.

    In 1851 verliet hij het ouderlijk huis om in te treden bij de paters Maronieten in Libanon.

    Deze paters behoren tot de Oosterse ritus, maar zijn geünieerd met Rome.

    Ze erkennen het oppergezag van de Paus over de Kerk.

    In 1859 werd Charbel priester gewijd.

    Gedurende 16 jaar leidde hij in het klooster van Annaya een zeer voorbeeldig leven.

    Daarna vestigde hij zich met verlof van zijn overste in de kluizenarij, die bij het klooster behoort en op enige afstand is gelegen.

    Daar leefde hij 23 jaar lang afgezonderd van de wereld, als verslonden in God, in haast onafgebroken gebed en strenge boetvaardigheid.

    Hij verliet zijn kluis niet behalve om naar wens van zijn overste hier of daar een H. Mis te gaan opdragen, biecht te gaan horen of een zieke te bedienen.

    Hij stierf in de roep van heiligheid daags voor Kerstdag, op 24 december 1898.

    Enige tijd later verscheen er een schitterend licht boven zijn graf.

    Van alle kanten kwamen de mensen biddend bij de ‘heilige’ en er geschiedden vele wonderen.

    Toen men later zijn lijk opgroef, bleek dat het niet tot verderf was overgegaan.

    Zijn ledematen bleven soepel en uit zijn rechterzijde vloeiden water en bloed, waarmee genezingen werden verkregen.

    In 1950, dus ruim 50 jaar na zijn overlijden, werd zijn graf nogmaals geopend in tegenwoordigheid van een officieel comité en dokters.

    Deze laatsten stelden vast dat het dode lichaam nog altijd gaaf was en ze konden geen verklaring geven voor het feit dat het lichaam na meer dan vijftig jaar nog altijd water en bloed produceerde.

    Vanwege de talrijke wonderen is zijn graf in Annaya een tweede Lourdes geworden.

    En de goede Charbel helpt niet alleen zijn geloofsgenoten, maar ook andere christenen, ja zelfs ongedoopten, die zijn voorspraak komen inroepen.

    Begrijpelijk dat daardoor velen de weg naar de waarheid vinden, zo o.a. Emil Lahhud, de libanese minister van financiën.

    Hij had reeds lang met zijn geloof gebroken.

    Al die zogenaamde wonderen, die in Annaya plaatsvonden, vond hij middeleeuws bijgeloof.

    Daar moest vanregeringswege een eind aan gemaakt worden.

    De President van Libanon stelde voor, dat de minister zelf zich daar op de hoogte ging stellen, alvorens maatregelen te nemen.

    De minister was daar pas aangekomen toen er een man plotseling genezen werd.

    De minister wou die man ondervragen en liet de man halen.

    Hij kon zijn ogen niet geloven toen hij zijn buurman, Makim, herkende, Makim kende hij reeds vele jaren als een verlamd man.

    Ben jij dat werkelijk Makim?

    Natuurlijk ben ik het, u ziet het toch, maar nu gezond.

    Pater Charbel heeft mij genezen.

    Toen riep de minister uit : Nu geloof ik in God, aan de Heilige Charbel, aan de Katholieke Kerk, aan de hemel, aan de hel, de duivel.

    Niet – katholieke artsen staan verbaasd, als ze de genezingen constateren, op voorspraak van de H. Charbel verkregen, waarvan ze geen medische verklaring kunnen geven.

    Een blind oog dat ineens weer kan zien, een bochel die verdwijnt, doven die weer horen, stommen die weer kunnen spreken.

    Alleen al van 22 april 14 augustus 1950 werden in het klooster van Annaya 350 genezingen genoteerd, waaronder 31 blinden, 37 doofstommen, 165 kreupelen en verlamden.

    Onder de genezen bevonden zich 20 Mohammedanen.

    De heiligverklaring van de Libanese kluizenaar door Paus Paulus VI op 9 oktober 1977 werd een getuigenis van de oecumenische beweging in de Kerk.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE KOORD VAN SINT JOZEF.

    DE KOORD VAN SINT JOZEF.

    De Sint Jozefs koord stamt uit het 17e eeuwse Antwerpen, België, om exact te zijn 1657.  De Augustijner zuster, Elisabeth, was reeds 3 jaar ernstig ziek en leed veel pijn.  De doctoren van die tijd zagen echter geen mogelijkheid meer voor haar om te genezen en hadden alle hoop reeds opgegeven. 

    Zuster Elisabeth dacht daar echter anders over.  Zij was haar hele leven reeds een groot vereerder van Sint Jozef.  Zij maakte een koord liet het zegenen ter ere van Sint Jozef en deed het rond haar middel.  Enkele weken later, biddend voor een Sint Jozef beeld, werd zij plotseling bevrijd van alle pijn.

    Haar genezing werd beschouwd als een wonder.

     

      Het koord dient gemaakt te zijn van katoen, met aan een van de uiteinden 7 knopen, en voor dat het om het middel word gedragen te zijn gezegend door een priester.

     

    Diegene die het koord draagt dient zeven maal per dag een onze vader ter ere van Sint Jozef te bidden samen met het Sint Jozef gebed dat u hieronder aantreft.

       

    Roemrijke Heilige Jozef, vader en beschermer van de maagden,

    getrouwe bewaarder, aan wie God het kind Jezus,

    de onschuld zelf, en Maria, de Maagd der maagden, toevertrouwde,

    ik bid en smeek U, bij Jezus en Maria, bij dat dubbele pand U zo dierbaar;

    Geef dat ik van alle vlek bevrijd, van harte zuiver en van lichaam rein,

    Jezus en Maria standvastig moge dienen, in een volkomen zuiverheid .

    Amen

    Jezus, Maria, Jozef,    ik geef U mijn hart, mijn geest en mijn leven.

    Jezus, Maria, Jozef,    sta mijn bij in mijn doodstrijd.

    Jezus, Maria, Jozef,   laat mij in Uw heilig gezelschap in vrede sterven.

    Goede Heilige Jozef, onze geleider, bescherm ons

    en bescherm de heilige kerk.

    De toewijding tot de Sint Jozefs koord werd op 19 september 1859  goedgekeurd door het Vaticaan en draagt ook de speciale zegen van Paus Pius IX.

    ************************************************

    HOE VERBLIJD WAS IK, TOEN ZIJ MIJ ZEGDEN: "WIJ GAAN OP NAAR HET HUIS VAN DE HEER."

    (Uit een bedevaartlied van David) - Psalm 122 -


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN SPIRITUEEL ROOSJE UIT MIJN DOOSJE.

    "Wees altijd verheugd. Bid zonder ophouden. Dank God voor alles.

    Dit verlangt God van u in Christus Jezus" ( 1 Tes. 5, 16-18).

    Bid, bid, bid, dit is een uitnodiging van een hemelse Moeder, die ook Hemels is. Maria, de nederige dienstmaagd die toont waar de schat van vreugde verborgen ligt. Elk gepreveld roosje van de rozenkrans openbaart de glans van dit mysterie. In het hart van ieder kind koestert Maria de rijkdom van haar liefdesdroom. Doorheen het gebed ademt het verlangen van deze zachte Moederlijke stem:

    "Doe maar wat Hij u zeggen zal", het onthult de lange weg van twijfel naar vertrouwen. Jezus staat met open armen te wachten om ons in al zijn glorie te omhelzen.

    We wandelen aan de sterke hand van de Goede Herder op het smalle pad naar het onbekende. Door onszelf te vergeten en al onze zorgen af te geven aan de Heer leeft zijn Geest in ons. Zo ontdekken wij een lieve God die alleen onze zaligheid en onze groei op het oog heeft. Een goddelijke Vader die met onmetelijke liefde alles ten goede wil keren in ons leven. Want wie is er uiteindelijk de schenker van alles wat goed en mooi is in de wereld?

    Wat kunnen wij de barmhartige Heer teruggeven voor alles wat Hij ons gegeven heeft? Laten wij hiervoor de vraag van de Maagd der Armen beantwoorden: "bid veel". Bidden niet alleen om te vragen en te smeken maar ook om God te danken en te prijzen. De Heer loven omwille van zijn grote daden, zoals Maria heeft gedaan in haar Magnificat.

    "Hoog verheft nu mijn ziel de Heer, verrukt is mijn geest om God, mijn verlosser. Zijn keus viel op zijn eenvoudige dienstmaagd: van nu af prijst ieder geslacht mij zalig. Wonderbaar is het wat Hij mij deed, de Machtige, groot is zijn Naam! Barmhartig is Hij tot in lengte van dagen voor ieder die Hem erkent.

    Hij doet zich gelden met krachtige arm, vermetelen drijft Hij uiteen. Machtigen haalt Hij omlaag van hun troon, eenvoudigen brengt Hij tot aanzien. Behoeftigen schenkt Hij overvloed, maar rijken gaan heen met ledige handen. Hij trekt zich zijn dienaar Israël aan, zijn milde erbarming indachtig. Zoals Hij de vaderen heeft beloofd, voor Abraham en zijn geslacht voor altijd"(Lc 1, 46-55)

    Verenigd in de Krans van Rozen.

    Lea.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Het Teken van de Mensenzoon " (Schriften van Madeleine)

    NEGENDE VERSCHIJNINg.

    Vrijdag, 6 juli 1973 om 19.05 uur.

    Jezus verschijnt in de kapel op de plaats van het tabernakel, zijn handen in begroeting naar Madeleine uitgestrekt. Een hele poos lacht Hij haar toe met een glimlach die zeer lieflijk is, en met en blik van wonderbare goedheid. Hij strekt zijn rechterhand naar haar uit, plaatst de andere op zijn borst, en zegt :

    "Weest zo goed om dit te herhalen :

    "Misit Dominus Manum suam et dixit mihi. "Spiritus Domini docebit vos quæcumque dixero vobis."

    Vertaling uit het Latijn : "De Heer strekt zijn hand uit en zegt tegen mij : "de Geest des Heeren zal u alles leren wat Ik u gezegd heb."

    Gaat het bisdom alle woorden zeggen, die Ik u voorgezegd heb, en de dienares van de Heer zal een taal hebben gesproken die haar vreemd is."

    "Maar Heer, zegt Madeleine, ik herinner het mij niet meer."

    "Weest mijn Woord indachtig : U zult getuigen terwille van mijn Naam en het zal niet nodig zijn u te oefenen om te weten wat u zeggen moet, want Ik zal met u zijn."

    Hierop verdwijnt Jezus.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE INNERLIJKE VERTROOSTING.

    De uiteenlopende bewegingen van natuur en genade.

    Mijn zoon, geef nauwkeurig acht op de werkingen van de menselijke aard en die van de genade, want zij bewegen zich in tegengestelde richting op nauwelijks bespeurbare wijze en worden haast niet, tenzij door een geestelijk en innerlijk verlicht mens, waargenomen. Allen willen wel het goede en hebben zogenaamd het goede voor in wat zij doen en zeggen; maar daarom juist worden velen door de schijn van het goede bedrogen.

    De menselijke natuur is slim en sleept velen mee, zij verstrikt en bedriegt en heeft altijd zichzelf op het oog.

    De genade echter handelt eenvoudig, ontwijkt iedere schijn van kwaad, kent geen bedrieglijke

    voorwendsels en doet alles zuiver ter wille van God, in wie zij ook uiteindelijk haar

    rust vindt.

    De menselijke natuur wil niet graag sterven, wil niet onderdrukt of overwonnen worden, evenmin

    onderdanig zijn of spontaan een juk aanvaarden.

    De genade echter legt zich toe op de versterving van het eigen ik, weerstaat de zinnelijkheid,

    zoekt onderworpen te zijn, verlangt zelfs overwonnen te worden, wil niet almaar

    eigen vrijheid genieten, maar graag zelf onder tucht gehouden worden, en verlangt

    niet over anderen te domineren, maar wel: altijd onder God te staan, te leven en

    te zijn, en om God is zij bereid nederig te buigen voor ieder menselijk schepsel.

    De menselijke natuur werkt voor haar eigen voordeel en let erop welke winst zij van een ander kan hebben.

    De genade echter daarentegen ziet niet wat voor haarzelf nuttig en voordelig is, maar eerder wat velen

    ten goede komt.

    De menselijke natuur neemt graag eer en hulde aan.

    De genade echter kent trouw alle eer en glorie toe aan God.

    De menselijke natuur vreest schande en verachting.

    De genade echter is ‘blij voor de naam van Jezus smaad te lijden’.

    De menselijke natuur houdt van nietsdoen en lichamelijke rust.

    De genade echter kan ledigheid niet verdragen, maar neemt de arbeid graag ter hand.

    De menselijke natuur zoekt interessante en mooie dingen te bezitten, zij heeft een afkeer van wat

    gewoon of ruw is.

    De genade echter vindt genoegen in het eenvoudige en bescheidene; zij heeft voor het ruwe geen

    minachting en weigert niet oude kleren te dragen.

    De menselijke natuur let op het tijdelijke, verheugt zich over aards gewin; is bedroefd over verlies,

    wordt geprikkeld door een onbeduidend woord van onrecht.

    De genade echter heeft aandacht voor het eeuwige en zit niet vast aan het tijdelijke; zij raakt ook niet

    van streek bij enig verlies en wordt door harde woorden niet verbitterd, zij heeft

    immers haar schat en haar vreugde in de hemel gesteld, waar niets verloren gaat.

    De menselijke natuur is inhalig en krijgt liever dan ze geeft; zij heeft graag iets voor zichzelf als eigen bezit.

    De genade echter is goed en mededeelzaam, zij vermijdt de bijzondere dingen, is met weinig tevreden,

    vindt het zaliger te geven dan te ontvangen.

    De menselijke natuur neigt over naar de schepselen, het eigen lichaam, tot onbeduidende dingen

    en verstrooiingen.

    De genade echter trekt naar God en de deugd; zij ziet af van de schepselen en vermijdt te drukke

    omgang met de wereld; zij heeft een afkeer van lichamelijke verlangens, beperkt

    het doelloos uitgaan en aarzelt in het openbaar te verschijnen.

    De menselijke natuur heeft graag uiterlijke troost, waarvan zij naar welgevallen kan genieten.

    De genade echter wil door God alleen getroost worden en haar vreugde boven al het zichtbare vinden

    in het hoogste Goed.

    De menselijke natuur doet alles uit winstbejag en om eigen voldoening; zij kan niets gratis doen; maar zij

    hoopt hetzelfde of iets beters, lof of een gunst voor haar weldaden te innen en wil

    graag dat haar prestaties en geschenken voor zeer gewichtig worden gehouden.

    De genade echter zoekt niets tijdelijks, zij vraagt geen andere vergoeding dan God alleen als loon.

    Van de tijdelijke goederen vraagt zij niet méér dan haar kan dienen tot het bereiken

    van het eeuwige.

    De menselijke natuur verheugt zich over veel vrienden en bloedverwanten, zij gaat groot op edele afkomst

    en geslacht; zij is zeer beleefd tegenover de machtigen, vleit de rijken en juicht

    degenen toe die het met haar eens zijn.

    De genade echter bemint ook haar vijanden en gaat niet groot op de menigte van haar vrienden, slaat

    afkomst en geboorte niet zo hoog aan, tenzij er groter deugd in gevonden wordt.

    Zij begunstigt eerder de arme dan de rijke, leeft meer mee met de onschuld dan

    met de macht, is verblijd met wie de waarheid spreekt, niet met de bedrieger. Zij wekt

    de goeden voortdurend op, hogere gaven na te streven en aan de Zoon Gods

    door deugdzaamheid gelijk te worden.

    De menselijke natuur klaagt spoedig over het ontbrekende en dat wat lastig is.

    De genade echter verdraagt standvastig dat zij iets te kort komt.

    De menselijke natuur buigt alles naar zich toe, zij vecht en betoogt ten bate van zichzelf.

    De genade echter brengt alles terug tot God, waar het oorspronkelijk vandaan komt; zij schrijft zichzelf

    niets goeds toe, neemt ook geen aanmatigende houding aan; zij twist niet,

    stelt haar mening ook niet boven die van anderen; maar met veel begrip en inzicht

    onderwerpt zij zich aan de eeuwige Wijsheid en het goddelijk oordeel.

    De menselijke natuur wil graag geheimen weten en nieuws horen; zij wil naar buiten optreden en veel

    ervaren langs de weg van de zinnen; zij verlangt erkend te worden en zó te handelen

    dat daar lof en bewondering uit voortkomen.

    De genade echter is er niet op gesteld het nieuwe en boeiende in zich op te nemen, want dit alles komt

    toch maar voort uit de bron van ‘het oude bederf’: er is immers niets nieuws of

    blijvends op aarde.

    Daarom leert zij de zinnen te beteugelen, het ijdel welbehagen en vertoning te vermijden, het prijzenswaardige en terecht bewondering wekkende nederig te verbergen en in alles, ook in iedere wetenschap, Gods eer en glorie te zoeken.

    Zij wil niet dat zijzelf en al wat haar betreft wordt opgehemeld, maar wenst dat God in al zijn werken wordt gezegend, die alles heeft gegeven uit louter goedheid.

    Deze genade is een bovennatuurlijk licht en een bepaalde, uitgelezen gave van God; daarom is zij een zegel dat op de bevoorrechten is gedrukt en een waarborg van het eeuwig heil.

    Zij heft de mens uit het aardse op om hem het hemelse te doen liefhebben en van wereldsgezind maakt zij hem geestelijk.

    Hoe meer dus de menselijke natuur wordt teruggedrongen, des te groter genade wordt de mens ingestort, en dagelijks wordt de mens in zijn innerlijk door nieuwe bezoeken volgens Gods beeld hervormd.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.

    BIRGITTAS LAATSTE OGENBLIKKEN.

    ZEVENDE BOEK, KAP. 31.

    Vijf dagen voor het overlijden van de te voren vaak genoemde bruid van Christus, vrouwe Birgitta, gebeurde het dat Onze Heer met zacht gelaat zich aan haar openbaarde voor het altaar, dat in haar kamer was, en zeide: "Ik heb met u gedaan, zoals de bruidegom pleegt te doen, die zich niet aan zijn bruid vertoont, opdat er des te inniger naar hem verlangd wordt. Daarom heb ik u mijn troost onthouden gedurende deze tijd, omdat het voor u een tijd van beproeving was.

    Maar nu is die ten einde en moogt gij te voorschijn treden en u gereed maken, omdat uw tijd gekomen is, waarop vervuld zal worden wat ik u beloofd heb, namelijk dat gij u voor mijn altaar kleden zult in nonnenklederen en niet alleen genoemd zult worden mijn bruid, maar ook non en moeder van Vadstena. Eveneens zult gij weten, dat gij uw lichaam hier in Rome achterlaten zult, totdat het op de plaats komt, die er voor gereed gemaakt is, omdat het mij behaagt u die moeite te besparen en uw wil te beschouwen als een arbeid die volbracht is."

    Daarop zeide Hij tot de bruid: "Maar zeg den prior dat hij al mijn openbaringen, al mijn woorden aan de broeders en aan mijn bisschop nalaat, aan wien ik het vuur mijns geestes geven zal. En gij moet weten, dat wanneer het mij behaagt, er mensen komen zullen, die met vreugde en genot de woorden van deze hemelse openbaringen ontvangen zullen, die u tot nu toe gegeven werden, en dan zal alles vervuld worden, wat u gezegd is. En hoewel velen, door hun ondankbaarheid, mijn genade missen zullen, zullen anderen in hun plaats komen en mijn genade verkrijgen.

    Maar onder de laatste woorden van alle openbaringen die u gegeven zijn, moet de gemeenschappelijke en algemeene openbaring geplaatst worden, die ik u in Napels gegeven heb, daar mijn oordeel zich zal uitstrekken over alle volkeren, die niet met ootmoed tot mij terugkeren, zoals u getoond is."

    Nadat dit gezegd was, en veel anders dat hier niet neergeschreven is, sprak genoemde bruid van Christus over enkele personen in haar omgeving, die zij zeide voor haar dood voor Gods oordeel gezien te hebben en duidde die aan.

    Daarop sprak de Heer: "Op de morgen van de vijfde dag, nadat gij het Sacrament genuttigd hebt, moet gij de personen, die in uw nabijheid zijn en die ik nu genoemd heb, vertrouwelijk bij elkaar roepen en hun zeggen wat zij doen moeten. En dan zult gij door hun woorden en in hun armen naar uw klooster komen, dat is naar mijn vreugde, en uw lichaam zal plaats krijgen in Vadstena."

    Daarna, toen de vijfde dag naderde, bij den dageraad zelf verscheen Christus haar voor de tweede maal en troostte haar. En nadat de Mis gelezen was en het Sacrament genuttigd onder de grootste devotie en ootmoed, gaf zij de geest in de armen van genoemde personen.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Almachtige God!

    Almachtige God!
    Die ons heden de genade bewezen hebt, dat wij, eendrachtig te zamen vereend, onze gebeden tot U mogen opofferen, en die belooft, dat, waar er twee of drie in uwen naam vergaderd zijn, Gij hunne gebeden verhoren zult; vervul nu, o Heer! de begeerten en smekingen uwer dienaren, als meest tot hun heil verstrekken kan; en verleen ons in deze wereld de kennis uwer waarheid, en in de toekomende het eeuwige leven. Amen.




    Foto

    Getuigenissen van de jongeren van Cenacolo
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7

  • Foto

    Foto

    Foto

    Godelieve heeft voor mij
    deze prachtige pps gemaakt
    waarvoor mijn dank





    Foto

    Schrijft u wat in mijn gastenboek
    klik dan op het boek boven




    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Klik op het plaatje en krijg een prachtige rondleiding door het Vaticaan
    Ieder nummertje is weer iets moois
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Foto

    Een interessant adres?


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!