For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
28-02-2011
FATIMA VERGETEN FEITEN, WAARD OM OPNIEUW TE OVERWEGEN.
FATIMA VERGETEN FEITEN, WAARD OM OPNIEUW TE OVERWEGEN
1. De Heilige Maagd onthulde aan de drie kinderen dat de kleine Francisco vele Rozenhoedjes moest bidden alvorens naar de Hemel te kunnen gaan. Hierbij legde de Heilige Maagd sterk de nadruk op het bidden van de Rozenkrans als een zekere vrijgeleide voor de Hemel. Ook zegde de Heilige Maagd dat een zekere Amelia in het Vagevuur zou moeten blijven tot bij het Laatste Oordeel. Hierbij wijst Zij op het werkelijk bestaan van het Vagevuur als louteringsoord. Pater Sebastiao Martins dos Reis die opzoekingen heeft gedaan in verband met Amelia, kwam tot de vaststelling dat het jonge meisje Amelia overleden was in omstandigheden van schandalige zondige praktijken tegen de kuisheid. Pater Dominicaan Thomas Mc Glynn schreef na een interview met zuster Lucia: "Het is veel erger voor de zielen die branden in het eeuwige hellevuur, voor één enkele doodzonde..."
2. Redenen voor de "Vijf Eerste Zaterdagen" devotie.
Als eerherstel voor:
✪ Godslasteringen tegen de Onbevlekte Ontvangenis.
✪ Godslasteringen tegen de maagdelijkheid van Onze Lieve Vrouw.
✪ Godslasteringen tegen haar goddelijk Moederschap.
✪ Weigering om Haar als Moeder van alle mensen te aanvaarden.
3. Het 10-jaar oude zienstertje Jacinta bleek door buitengewone boetepleging en offertjes vroegrijp te zijn en profetisch in haar visie op toekomstige gebeurtenissen. Ze had verscheidene particuliere verschijningen en vele private openbaringen. Moeder Godinho, de directrice van de Lissabon-weeshuis waar Jacinta verbleef, voorafgaand aan haar overlijden in het ziekenhuis, vroeg haar soms: "Wie leerde je al deze dingen?" Zij glimlachte dan en de vervoering in haar blik was een voldoende antwoord.
4. De volgende diepzinnige opmerkingen van Jacinta tonen de serene diepte van haar ziel en bewijzen overvloedig dat een jong en onervaren herderinnetje, onmogelijk zelf deze vaststellingen kon uitgevonden hebben.
5. De meeste zielen gaan naar de hel, vanwege hun zonden tegen de kuisheid.
- Om van lichaam en ziel zuiver te zijn, moet de mens de kuisheid bewaren, niet zondigen, niet kijken naar dingen waar men niet moet naar kijken, niet stelen, altijd de waarheid zeggen, hoe hard dit ook mag zijn.
- Er zal een kleding mode komen die de Heer ten zeerste zal mishagen. Mensen die de Heer dienen zouden de modetrends niet mogen volgen. De Kerk heeft geen specifieke mode. Onze Heer is altijd dezelfde.
- Geneesheren hebben niet de verlichting om mensen te genezen, omdat ze niet de liefde van God bezitten.
- Priesters zouden zich steeds moeten bezighouden met datgene dat de Kerk aanbelangt.
- Priesters moeten zuiver zijn, zeer zuiver.
- De ongehoorzaamheid van priesters en religieuzen ten overstaan van hun oversten en de Paus, beledigt God ten zeerste.
- Vele huwelijken zijn niet goed, behagen God niet omdat zij niet door God bezegeld zijn.
- De biecht is een sacrament van Barmhartigheid. Men moet de biechtstoel met vertrouwen en vreugde benaderen.
- Men moet meer bidden voor de politieke beleidvoerders.
Bijvoegsel aan de Boodschap
van 25 Februari 2011
Wee hen die de Kerk van Onze Heer vervolgen.
- Oorlogen zijn niets anders dan straffen voor de zonden in de wereld.
- De Heilige Maagd kan niet langer de arm van haar beminde Zoon tegenhouden.
- Het is absoluut nodig om boete te doen en offertjes te brengen.
- Als de mensen hun levensgewoonten wijzigen, zal de Heer de wereld sparen, maar als zij dit niet doen, zal er een kastijding van de Heer volgen.
Gebedsgroep Koningin van de Vrede Oud-Winterslag.
Gebedsgroep Koningin van de Vrede
Oud-Winterslag
Pater Petar ofm (Medjugorje), mogen verwelkomen in onze gebedsgroep, is niet alleen een uitzonderlijke eer, maar is ook een echt feest.
Na zijn succesvol bezoek vorig jaar heeft hij nu zelf aangeboden ons opnieuw een bezoek te brengen, en wel daags vóór zijn komst aan Banneux, om ons toe te spreken en samen te bidden en eucharistie te vieren. Pater Petar Ljubicic is de priester waaraan Mirjana (een van de zes zieners) tien dagen voordat het "grote teken" zich in Medjugorje zal voltrekken de datum ervan zal doorgeven.
Deze datum zal vervolgens aan de hele wereld bekend gemaakt worden.
Begin september 1981 kondigde Onze Lieve Vrouw aan dat ze op de Podbrdo een teken zou laten op de plaats van de eerste verschijningen. Zij preciseerde dat het teken voor iedereen zichtbaar, te filmen, permanent en onverwoestbaar zal zijn en er zullen vele wonderen gebeuren. Het zou de bevestiging zijn van de authenticiteit van de verschijningen van de Heilige Maagd, het teken dat God bestaat, niemand kan dit dan nog ontkennen. Dit was het derde geheim dat ze aan alle zieners toevertrouwde.
De Heilige Maagd voegde er aan toe: "Dit teken zal speciaal gegeven worden voor de ongelovigen, om hen te helpen om te geloven. Jullie christenen hebben al zoveel hulp gehad om te geloven, jullie moeten zelf teken zijn voor hen die niet geloven."
De zieners zagen dit teken in een visioen. Zij zeggen dat het bijzonder mooi is maar vragen zich af of zoiets moois wel echt kan bestaan Het zal de laatste en de meest dringende oproep tot bekering zijn voor de mensheid.
Hierna alle nuttige gegevens :
PLAATS : Kerk St.-Eventius, Noordlaan, Genk-Winterslag (weg Genk-Zonhoven)
Met G.P.S: "Genk Parochiekerkstraat" invoeren in uw GPS-toestel
DATUM : Vrijdag 1 april 2011, aanvang 16 uur 30. ((Eerste Vrijdag van de maand))
PROGRAMMA :
Rozenhoedje
Toespraak door Pater Petar
Eucharistieviering (18:00 uur, tevens bedoeld als parochiale misviering)
Handoplegging
Er is biechtgelegenheid voorzien.
Allen zijn van harte welkom !
Wij rekenen op uw gebed voor een genadevolle avond !
Voor eventuele bijkomende informatie :
Mia Stassen, 089/355100
Paul Grauls, tel. + fax 089/385077 GSM 0476/401815
( Ps. 125:2 )
Wordt opnieuw gevuld met Mijn Geest. De komende dagen zullen vol zijn van Mijn heerlijkheid in de praktische en alledaagse dingen van je leven. Kijk goed, en zie de manifestatie van Mijn aanwezigheid op onverwachte manieren, zegt de Heer. Neem niets als vanzelfsprekend. Mijn heerlijkheid is overal om je heen.
LITANIE TER ERE VAN DE HEILIGE JOZEF,
LITANIE TER ERE VAN DE HEILIGE JOZEF,
HOOFD VAN HET HEILIG HUISGEZIN (1° versie)
(19 maart en 1 mei)
- Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons.
- Heer, ontferm U over ons, Christus, aanhoor ons, Christus, verhoor ons.
- God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
- God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
- God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
- Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
- Heilige Maria, bid voor ons.
- Heilige Jozef, bid voor ons.
- Heilige Jozef, roemrijke afstammeling van David, bid voor ons.
- Heilige Jozef, licht van de aartsvaders, bid voor ons.
- Heilige Jozef, bruidegom van de Moeder van God, bid voor ons.
- Heilige Jozef, kuise bewaarder van de Maagd, bid voor ons.
- Heilige Jozef, voedstervader van de Zoon van God, bid voor ons.
- Heilige Jozef, zorgvolle verdediger van Christus, bid voor ons.
- Heilige Jozef, hoofd van het heilig Huisgezin, bid voor ons.
- Heilige Jozef, allerrechtvaardigste Jozef, bid voor ons.
- Heilige Jozef, allerzuiverste Jozef, bid voor ons.
- Heilige Jozef, allervoorzichtigste Jozef, bid voor ons.
- Heilige Jozef, allerootmoedigste Jozef, bid voor ons.
- Heilige Jozef, allergehoorzaamste Jozef, bid voor ons.
- Heilige Jozef, allergetrouwste Jozef, bid voor ons.
- Heilige Jozef, spiegel van geduld, bid voor ons.
- Heilige Jozef, beminnaar van de armoede, bid voor ons.
- Heilige Jozef, voorbeeld van de werklieden, bid voor ons.
- Heilige Jozef, luister van het huiselijk leven, bid voor ons.
- Heilige Jozef, beschermer van de maagden, bid voor ons.
- Heilige Jozef, steun van de huisgezinnen, bid voor ons.
- Heilige Jozef, troost van de ongelukkigen, bid voor ons.
- Heilige Jozef, hoop van de zieken, bid voor ons.
- Heilige Jozef, patroon van de stervenden, bid voor ons.
- Heilige Jozef, schrik van de duivels, bid voor ons.
- Heilige Jozef, beschermer van de heilige Kerk, bid voor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonder der wereld, spaar ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonder der wereld, verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonder der wereld, ontferm U over ons Heer.
God heeft hem aangesteld tot heer over zijn huis, en tot beheerder van al zijn bezittingen.
Laat ons bidden
Almachtige God, die in uw onuitsprekelijke Voorzienigheid U gewaardigd hebt de heilige Jozef tot bruidegom van uw allerheiligste Moeder te verkiezen; maak, zo bidden wij U, dat wij hem, die wij als beschermer op aarde vereren, tot voorspreker verdienen te hebben in de Hemel.
Gij hebt aan de heilige Jozef de taak gegeven om als een trouw dienaar te waken over het begin van Uw Heilswerk. Geef dat uw Kerk, op zijn voorspraak, altijd zorg draagt voor de voltooiing van dit mysterie. Gij die leeft en heerst in alle eeuwigheid. Amen.
LITANIE TER ERE VAN DE HEILIGE JOZEF,
HOOFD VAN HET HEILIG HUISGEZIN (2° versie)
(19 maart en 1 mei)
- Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons.
- Heer, ontferm U over ons, Christus, aanhoor ons, Christus, verhoor ons.
- God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
- God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
- God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
- Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
- Heilige Maria, Bruid van de heilige Jozef, wij bidden U, aanhoor ons.
- Heilige Jozef, Bruidegom van de Heilige Maagd Maria, wij bidden U, aanhoor ons.
- Beschermer en voedstervader van Jezus, wij bidden U, aanhoor ons.
- Man naar Gods Hart, wij bidden U, aanhoor ons.
- Getrouwe en wijze Dienaar, wij bidden U, aanhoor ons.
- Bewaarder van de maagdelijkheid van Maria, wij bidden U, aanhoor ons.
- O, Gij die de gezel en de trooster van Maria zijt geweest, wij bidden U, aanhoor ons.
- O, Gij die uw maagdelijkheid altijd zuiver en onbevlekt hebt bewaard, wij bidden U, aanhoor ons.
- O, Gij die om uw diepe ootmoed, God zeer aangenaam bent geweest, wij bidden U, aanhoor ons.
- O, Gij die steeds hebt gebrand van de vurigste liefde, wij bidden U, aanhoor ons.
- O, Gij die de Gave van de hemelse Beschouwing in zulk een hoge graad hebt bezeten, wij bidden U, aanhoor ons.
- O, Gij die zelfs door het getuigenis van de Heilige Geest een rechtvaardig man zijt verklaard, wij bidden U, aanhoor ons.
- O, Gij die boven andere mensen een volmaaktere kennis van de Goddelijke Geheimen hebt gehad, wij bidden U, aanhoor ons.
- O, Gij die door een Engel van de Heer onderricht zijt geweest in het geheim van de menswording van het Woord, wij bidden U, aanhoor ons.
- O, Gij die de reis naar Bethlehem hebt gemaakt met Maria, uw Bruid die de Zaligmaker van de wereld in haar zuivere Schoot droeg, wij bidden U, aanhoor ons.
- O, Gij die geen enkele plaats in de herberg vond en in een stal zijt gaan overnachten, wij bidden U, aanhoor ons.
- O, Gij die het verdiend hebt om Jezus te zien geboren worden en Hem in een kribbe te zien liggen, wij bidden U, aanhoor ons.
- O, Gij die de eerste druppels van Jezus Bloed bij de Besnijdenis hebt zien vloeien, wij bidden U, aanhoor ons.
- O, Gij die tezamen met Maria het Kind Jezus hebt opgedragen in de tempel, wij bidden U, aanhoor ons.
- Dat Gij in het uur van onze dood, ons met Jezus en Maria bezoekt en ons uw machtige bijstand verleent, wij bidden U, aanhoor ons.
- Dat Gij al de overleden gelovigen ter hulp komt, wij bidden U, aanhoor ons.
- O, zuivere Bruidegom van Maria, wij bidden U, aanhoor ons.
- O, getrouwe Voedstervader van Jezus, wij bidden U, aanhoor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonder der wereld, spaar ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonder der wereld, verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonder der wereld, ontferm U over ons Heer.
Bid voor ons heilige Jozef, opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
Laat ons bidden
O Heer, uw Voorzienigheid Gods heeft de heilige Jozef aangesteld tot voedstervader van uw enige Zoon en tot bewaarder van zijn Moeder, de heilige Maagd Maria. Bewaar en bescherm ons steeds op zijn voorspraak.
Wij smeken U, O Heer Jezus, om door de verdiensten van de bruidegom van uw allerheiligste Moeder geholpen te worden, opdat wat wij zelf niet kunnen bekomen ons door zijn voorspraak wordt gegeven. Gij, die leeft en heerst met God de Vader in de eenheid van de Heilige Geest. Amen.
LITANIE TER ERE VAN DE HEILIGE JOZEF,
HOOFD VAN HET HEILIG HUISGEZIN (3° versie)
(19 maart en 1 mei)
- Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons.
- Heer, ontferm U over ons, Christus, aanhoor ons, Christus, verhoor ons.
- God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
- God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
- God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
- Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
- Heilige Maria, bruid van de heilige Jozef, bid voor ons.
- Heilige Jozef, bruidegom van de heilige Maagd Maria, bid voor ons.
- Beschermer en voedstervader van Jezus, bid voor ons.
- Man naar Gods hart, bid voor ons.
- Getrouwe en wijze dienaar, bid voor ons.
- Bewaarder van de maagdelijkheid van Maria, bid voor ons.
- O gij, die de gezel en de trooster van Maria zijt geweest, wij bidden U, aanhoor ons.
- O gij, die uw maagdelijkheid altijd zuiver en onbevlekt hebt bewaard, wij bidden U, aanhoor ons.
- O gij, die om uw diepe ootmoed, God zeer aangenaam waart, wij bidden U, aanhoor ons.
- O gij, die steeds van de vurigste liefde hebt gebrand, wij bidden U, aanhoor ons.
- O gij, die de gave van de hemelse beschouwing in zulk een hoge graad hebt bezeten, wij bidden U, aanhoor ons.
- O gij, die zelfs door het getuigenis van de Heilige Geest, een rechtvaardig man zijt verklaard, wij bidden U, aanhoor ons.
- O gij, die boven andere mensen een volmaaktere kennis van de goddelijke geheimen hebt gehad, wij bidden U, aanhoor ons.
- O gij, die door een engel des Heren onderricht zijt geweest in het geheim van de menswording van het Woord, wij bidden U, aanhoor ons.
- O gij, die de reis naar Bethlehem hebt gemaakt met Maria, uw bruid, die de zaligmaker van de wereld in haar zuivere schoot droeg, wij bidden U, aanhoor ons.
- O gij, die geen enkele plaats in de herberg vond, en in een stal zijt gaan overnachten, wij bidden U, aanhoor ons.
- O gij, die het verdiend hebt om Jezus te zien geboren worden, en Hem in een kribbe te zien liggen, wij bidden U, aanhoor ons.
- O gij, die de eerste druppels van Jezus bloed bij de besnijdenis hebt zien vloeien, wij bidden U, aanhoor ons.
- O gij, die tezamen met Maria, het Kind Jezus aan de Heer hebt opgedragen in de tempel, wij bidden U, aanhoor ons.
- Dat gij in het uur van onze dood ons met Jezus en Maria bezoekt en ons uw machtige bijstand verleent, wij bidden U, aanhoor ons.
- Dat gij al de overleden gelovigen ter hulp komt, wij bidden U, aanhoor ons.
- O zuivere bruidegom van Maria, wij bidden U, aanhoor ons.
- O getrouwe voedstervader van Jezus, wij bidden U, aanhoor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonder der wereld, spaar ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonder der wereld, verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonder der wereld, ontferm U over ons Heer.
Bid voor ons, heilige Jozef, Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
Laat ons bidden
O, Heer, uw Voorzienigheid Gods heeft de heilige Jozef aangesteld tot voedstervader van uw enige Zoon en tot bewaarder van zijn Moeder,de heilige Maagd Maria. Bewaar en bescherm ons steeds op zijn voorspraak. Wij smeken U, O Heer Jezus, om door de verdiensten van de bruidegom van uw allerheiligste Moeder geholpen te worden, opdat wat wij zelf niet kunnen bekomen ons door zijn voorspraak wordt gegeven. Gij, die leeft en heerst met God de Vader in de eenheid van de Heilige Geest. Amen.
LITANIE TER ERE VAN DE HEILIGE JOZEF,
HOOFD VAN HET HEILIG HUISGEZIN (4° versie)
(19 maart en 1 mei)
- Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons.
- Heer, ontferm U over ons, Christus, aanhoor ons, Christus, verhoor ons.
- God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
- God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
- God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
- Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
- Heilige Maria, bruid van de heilige Jozef, bid voor ons.
- Heilige Jozef, zoon van David, bid voor ons.
- Heilige Jozef, eer der echtgenoten, bid voor ons.
- Heilige Jozef, versierd met de titel van vader van Jezus, bid voor ons.
- Heilige Jozef, voedstervader van Jezus, bid voor ons.
- Heilige Jozef, vereerd met het bijzijn van het Woord, bid voor ons.
- Heilige Jozef, bruidegom van de Maagd Maria, bid voor ons.
- Heilige Jozef, hoofd van de heilige Familie, bid voor ons.
- Heilige Jozef, getrouwe navolger van Jezus en Maria, bid voor ons.
- Heilige Jozef, vervuld met de gaven van de Heilige Geest, bid voor ons.
- Heilige Jozef, allerzuiverste in maagdelijkheid, bid voor ons.
- Heilige Jozef, toonbeeld van ootmoedigheid en geduld, bid voor ons.
- Heilige Jozef, volmaakt beeld van het inwendig leven, bid voor ons.
- Heilige Jozef, die de Zoon van de eeuwige God in uw armen mocht dragen, bid voor ons.
- Heilige Jozef, bewaarder van de zuivere Maagd Maria, bid voor ons.
- Heilige Jozef, die met Jezus en zijn Moeder naar Egypte zijt gevlucht, bid voor ons.
- Heilige Jozef, die, toen het Kind Jezus in Jeruzalem gebleven was, Het met zijn Moeder in droefheid hebt gezocht, bid voor ons.
- Heilige Jozef, die Jezus, na drie dagen, zittende temidden van de leraars, vol blijdschap hebt weergevonden, bid voor ons.
- Heilige Jozef, aan wie de Heer der Heren hier op aarde onderdanig was, bid voor ons.
- Heilige Jozef, die in de armen van Jezus en Maria uw geest mocht geven, bid voor ons.
- Heilige Jozef, die voor ons van de Allerhoogste de grootste genade bekomt, bid voor ons.
- Heilige Jozef, hechte steun van de H. Kerk, bid voor ons.
- Heilige Jozef, patroon van allen, die u met vertrouwen aanroepen, bid voor ons.
- Heilige Jozef, onze beschermer in het leven en onze verdediger in het uur van onze dood, bid voor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonder der wereld, spaar ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonder der wereld, verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonder der wereld, ontferm U over ons Heer.
Bid voor ons, H. Jozef, opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
Laat ons bidden
Wij smeken U, o Heer, laat ons door de verdiensten van de Bruidegom van uw allerheiligste Moeder geholpen worden, opdat ons door zijn voorspraak wordt gegeven wat wij voor ons zelf niet zouden kunnen bekomen. Amen.
LITANIE TER ERE VAN DE HEILIGE JOZEF,
HOOFD VAN HET HEILIG HUISGEZIN (5° versie)
(19 maart en 1 mei)
- Heer, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons.
- Heer, ontferm U over ons, Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons.
- God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
- God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
- God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
- Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
- Heilige Maria, bid voor ons.
- Heilige Jozef, bid voor ons.
- Roemrijke afstammeling van David, bid voor ons.
- Licht van de aartsvaderen, bid voor ons.
- Bruidegom van de Moeder van God, bid voor ons.
- Kuise bewaarder van de Heilige Maagd, bid voor ons.
- Voedstervader van de Zoon van God, bid voor ons.
- Zorgvolle verdediger van Christus, bid voor ons.
- Hoofd van de Heilige Familie, bid voor ons.
- Zeer rechtvaardige Jozef, bid voor ons.
- Zeer zuivere Jozef, bid voor ons.
- Zeer voorzichtige Jozef, bid voor ons.
- Zeer moedige Jozef, bid voor ons.
- Zeer gehoorzame Jozef, bid voor ons.
- Zeer getrouwe Jozef, bid voor ons.
- Spiegel van geduld, bid voor ons.
- Minnaar van de armoede, bid voor ons.
- Voorbeeld van de werklieden, bid voor ons.
- Sierraad van het huiselijk leven, bid voor ons.
- Bewaarder van de maagden, bid voor ons.
- Steun van de huisgezinnen, bid voor ons.
- Troost van de ongelukkigen, bid voor ons.
- Hoop van de zieken, bid voor ons.
- Patroon van de stervenden, bid voor ons.
- Schrik van de duivelen, bid voor ons.
- Beschermer van de Heilige Kerk, bid voor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonder der wereld, spaar ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonder der wereld, verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonder der wereld, ontferm U over ons Heer.
God heeft hem aangesteld tot heer over zijn Huis, en tot vorst over al zijn bezittingen.
Laat ons bidden
God, die in uw Onuitsprekelijke Voorzienigheid U gewaardigd hebt de heilige Jozef tot bruidegom van uw allerheiligste Moeder te verkiezen, maak, bidden wij U, dat wij hem die wij als beschermer op aarde vereren, tot voorspreker verdienen te hebben in de Hemel. Gij die leeft en heerst in alle eeuwigheid. Amen.
DE INNERLIJKE VERTROOSTING.
Vertrouwen op God als er scherpe woorden vallen.
Mijn zoon, wees dapper en vertrouw op Mij: woorden zijn woorden. Ze vliegen door de lucht, maar ze doen geen steen kwaad.
Ligt de schuld bij u, bedenk dan dat gij u graag wilt verbeteren; heb gij geen bewustzijn van iets verkeerds, herinner u dan dat gij dit voor God wilt verduren.
Het is nauwelijks voldoende dat gij weleens woorden verdraagt, terwijl gij tegen zware slagen nog niet bestand blijkt te zijn.
En waarom gaan die nietige dingen u aan het hart tenzij alleen om uw nog zo aardse gerichtheid en omdat gij de mensen meer naar de ogen ziet dan nodig is?
Want omdat gij minachting vreest, wilt gij om fouten niet terecht gewezen worden en zoekt gij een schaduw van verontschuldiging. Maar onderzoek uzelf eens wat nader: gij zult zien dat de wereld nog in u leeft en de dwaze begeerte om aan de mensen te behagen. Want als gij huivert voor vernedering en voor beschaming om uw fouten, dan zijt gij nog niet werkelijk dood voor die wereld en is die wereld voor u nog niet gekruisigd.
Luister liever naar mijn woord en gij taalt niet naar woorden van mensen, al waren het er tienduizend. Zie eens hier: als alles tegen u werd gezegd wat maar voor boosaardigs bedacht kan worden, wat zou het u deren, als gij het volkomen langs u heen liet gaan en er niet meer aandacht voor had als voor een stofje? Zou dat alles u één haar uit uw hoofd kunnen trekken? Maar wie innerlijk geen moed heeft en zijn oog niet vestigt op God, wordt gemakkelijk bewogen door woorden van kritiek.
Wie echter op Mij vertrouwt en niet zo onnadenkend vasthoudt aan eigen oordeel, leeft zonder angst voor mensen. Ik ben namelijk de Rechter en Ik ken alle geheimen; Ik weet hoe alles gegaan is; Ik ken hem die beledigde en hem die de belediging verdroeg. Van Mij is dat woord uitgegaan: Ik heb toegelaten dat het zo gebeurde, opdat de gedachten van velen zich zouden openbaren. Ik zal rechtspreken over de schuldige en de onschuldige; maar in een geheim oordeel heb Ik tevoren beiden op de proef willen stellen.
Het getuigenis van mensen is dikwijls fout; mijn oordeel is waar, het blijft zo en wordt niet omvergestoten. Meestal blijft het verborgen en wordt aan enkelen in bepaalde punten klaar: maar nooit is het onjuist en het kan ook niet misgaan, zelfs al lijkt het voor de ogen van onverstandigen niet goed.
Tot Mij behoort men dus te gaan als er geoordeeld dient te worden, en men behoort geen eigen standpunt in te nemen. Want de rechtvaardige zal niet van zijn stuk worden gebracht, wat hem ook van Godswege mag overkomen. Ook zal hij er weinig acht op slaan als ten onrechte iets tegen hem gezegd wordt. Maar hij zal ook niet als een dwaas blij doen, als hij op redelijke gronden door anderen wordt verontschuldigd. Hij blijft overwegen dat Ik het ben die harten en nieren doorgrondt en die niet oordeelt naar iemands gezicht en wat verder nog menselijke schijn heet. Want dikwijls is in mijn oog schuldig wat de mensen volgens hun oordeel prijzenswaardig vinden.
Heer mijn God, rechtvaardige Rechter, Gij even sterk als geduldig, die de zwakheid van de mensen kent evenzeer als hun verdorvenheid, wees mijn kracht en heel mijn vertrouwen: want ik heb niet genoeg aan mijn geweten alleen. Gij weet wat ik niet weet en daarom had ik mij bij elk verwijt moeten vernederen en dat vriendelijk over mij moeten laten neerkomen.
Wil nog genadig als ongedaan beschouwen zo dikwijls ik niet aldus heb gehandeld en geef mij opnieuw de kracht tot ruimer verdraagzaamheid. Om vergeving te krijgen is uw overdadige barmhartigheid beter voor mij dan mijn gewaande gerechtigheid, waarmee ik mijn heimelijk schuldbewustzijn probeer goed te praten. En al zou ik mij van niets bewust zijn, toch kan ik mij op die grond niet gerechtvaardigd achten, want als uw barmhartigheid er buiten blijft, zal geen levende goed bevonden worden in uw oog.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
BIJ HET GRAF VAN SINT-THOMAS TE ORTONA.
ZEVENDE BOEK, KAP. 4.
Iemand, in aandachtige gebeden verzonken, voelde haar hart gloeien van liefde voor God en vervuld van geestelijke vreugde, waardoor heel haar lichaam schijnbaar verlamd werd. Toen hoorde zij een stem, die tot haar zeide: "Ik ben de Schepper en Verlosser, en de zaligheid, die gij nu in uw ziel voelt, is mijn schat en zijn mijn rijkdommen. Want zoals er geschreven staat: "De geest blaast waarheen hij wil en gij hoort zijn stem, maar gij weet niet van waar hij komt en waar hij heen gaat."
En deze schat geef ik veelvoudig, op vele wijzen en in vele vormen. Toch wil ik u een andere schat aanwijzen, die niet in de hemel is, maar bij ulieden op aarde. Deze schat bestaat in de lichamen en overblijfselen mijner vrienden. Want de lichamen mijner vrienden zijn waarlijk mijn schat en mijn rijkdom, hetzij zij vergaan, of gezond zijn, hetzij zij in stof veranderd zijn of niet.
Maar daar nu de Schrift zegt, dat waar uw schat is ook uw hart is, kunt gij vragen hoe mijn hart is bij deze schat, de overblijfselen der Heiligen? Ik antwoord u: Het hoogste genot mijns harten is om eeuwig loon te geven aan allen, die de plaatsen mijner Heiligen bezoeken en hun overblijfselen vereren. En met mijn Heiligen bedoel ik hen die de genadegave hadden om mirakels te verrichten en door de pausen Heilig verklaard werden. En hen, die de Heiligen bezoeken, beloon ik volgens hun wil, hun geloof en hun moeite. Daarom zult gij weten dat in deze stad mijn grootste schat vertoeft, en wel de overblijfselen van St. Thomas, waarvan in geen enkele stad zoveel onvergane en onverdeelde, of samenhangende deelen gevonden worden, als in dit altaar.
Maar nu ligt hij hier, als verborgen, want voordat het lichaam van mijn apostel hierheen kwam, waren de vorsten van dit rijk, zoals geschreven staat: zij hebben een mond maar spreken niet, zij hebben ogen, maar zien niet, oren hebben zij, maar horen niet, zij hebben een neus, maar zij rieken niet, hunne handen hebben zij, maar tasten niet, hunne voeten, maar gaan niet. Hoe kunnen dan zij, wier wil zo gestemd is tegenover hun God, zulk een schat de verschuldigde eer bewijzen?
Want, wie mij en mijne vrienden boven alles lief heeft, zoodat hij liever sterven wil dan mij ook maar eenigszins verwoeden, en de macht heeft en den wil om mij te eeren en anderen te bevelen, moet mijn schat verheffen en eren, mijn schat, dat zijn de overblijfselen van mijn apostel, dien ik uitverkoor. Daarom zal voorwaar gezegd en gepredikt worden, dat evenals de lichamen van mijne apostelen Paulus en Petrus te Rome zijn, de overblijfselen van mijn apostel Thomas te Ortona rusten."
De bruid antwoordde: "O, mijn Heer, lieten de vorsten van dit rijk geen Kerken bouwen en grote aalmoezen uitdeelen?" Onze Heer zeide: "Zij deden mij grote dingen en offerden mij veel goud om mij daardoor te verzachten; toch waren de aalmoezen van velen mij onaangenaam en onbehagelijk, omdat hun huwelijk gesloten werd tegen de bepalingen der Heilige Kerkvaders. En hoewel de huwelijken, door de pausen toegelaten, gewettigd zijn en onverbreekbaar moesten zijn, zal mijn goddelijk oordeel er toch rekenschap mee houden dat zij gesloten werden tegen den wil der Heilige Kerkvaders.
BIJVOEGSEL.
Toen vrouwe Birgitta naar Ortona ging, gebeurde het dat zij met haar gevolg een gehele nacht onder den bloten hemel verblijven moest in koude en onder een hevigen regen. Tegen den dageraad, zeide Christus tot haar: "De mensen lijden om drie redenen: om verootmoedigd te worden, zoals koning David gestraft werd, om meer vrees te verkrijgen en voorzichtigheid, zoals Sara, de vrouw van Abraham, die door de Koning weg genomen werd, of tot troost en eer, zoals het geval is met ulieden. Want ik liet hen, die u tegemoet komen, die dag niet verder komen, maar gij wilde mij niet geloven daarom hebt gij moeten lijden zoals gij het verdient. Maar gaat nu de stad in, en mijn dienaar Thomas zal u geven wat gijlieden begeert."
EVENZO OVER DEZELFDEN.
Christus openbaarde zich in Ortona en zeide: "Ik heb u vroeger gezegd, dat mijn Apostel St. Thomas mijn schat was. En dat is waar. Want deze Thomas is voorwaar het licht der wereld, maar de menschen hebben de duisternis meer lief dan het licht." Toen verscheen ook St. Thomas en zeide: "De schat, dien gij zo lang begeerde, zal ik u nu geven." En op hetzelfde ogenblik kwam een stuk been van St. Thomas uit de kist te voorschijn, zonder dat iemand de kist aanraakte, en Sancta Birgitta nam het aan en verborg het met groote vreugde en eerbied.
God van het leven.
God van het leven,
het is uw woord dat ons wekt,
het is de zegen van uw nabijheid,
die ons gaande houdt.
Wij danken U en vragen:
doe ons opstaan telkens weer
uit sleur en alledag.
Geef ons de kracht,
om al wat dodelijk is
uit ons midden te bannen
en ons steeds te vernieuwen
in de geest van Jezus,
die voor ons is en voor ons blijft:
toekomst en leven
voor tijd en eeuwigheid.
Amen.
Met hart en ziel willen wij U loven, Heer.
Met hart en ziel willen wij U loven, Heer.
Wij zingen een lied voor U.
De valse goden mogen het horen.
Hier passen naast U geen goden van vlees,
geen goden als geesten,
geen valse spinsels uit enge dromen.
Wij knielen voor U en richten ons naar uw huis.
Van U ontvingen wij dit huis waarin we wonen,
waarin we elkaar kunnen herbergen,
koesteren en beminnen.
Wij willen U prijzen om uw trouw.
Gij doet uw woord gestand.
Gij houdt uw naam in eer.
Als wij U aanroepen in nood
komt Gij ons te hulp.
Gij verhoort onze gebeden en geeft ons moed.
Gij blijft niet ver van ons.
Gij leeft mee in ons eigen leven.
Voor U zingen wij omwille van uw Zoon.
Hij opent ook vandaag nog onze ogen
voor uw liefde in al wie gering is, broos en klein.
Hij toont ons uw eerbied
voor het kleinste teken van leven,
voor de oproep die in mensen woont.
Zelf heeft Hij zijn lichaam aan U afgestaan,
gebroken heeft Hij het omwille van de mensen,
om hun gebreken werd Hij gekraakt,
omwille van hun afvalligheid
vloeide het bloed uit Hem weg.
Op die laatste avond van zijn leven
gaf Hij ons bij zijn leerlingen
een teken, een levensopdracht mee.
Hij toonde in knechtenwerk uw aanwezigheid:
uw genade leeft in dienstbaarheid.
Biddend brak Hij het brood met hen
en gaf het hen om te delen,
om het in zich op te nemen
opdat ze hun eigen lichaam door Hem verrijkt
zouden geven en breken.
En zo sloot Hij ook een verbond met hen.
Hij nam de beker en bad tot U,
verhief de wijn tot de kracht van de liefde
die Hem had bezield
en werd vergoten als weerstand tegen het kwaad.
Geen zonde zal nog bestaan als ook wij
in ons leven de zonde zullen wegnemen
en meewerken aan bevrijding.
Al voelen wij daarbij angst,
wij geloven en getuigen dat Hij stierf,
dat U Hem bij U hebt opgenomen,
en dat wij zoals Hem kunnen breken en delen
tot redding van mensen.
Gij God houdt van ons,
zoals Gij houdt van hen
die ons zijn voorgegaan en bij U leven.
Gij houdt van hen die zorgen en leiden,
die besturen in mildheid en wijsheid,
die lichaam en verstand door U laten leiden
in Jezus naam, door Zijn Geest.
U danken wij en bidden wij
dat ook wij uw naam zouden blijven eren,
omdat Gij ons nooit vergeet,
liefdevolle Heer, almachtige Vader
tot in eeuwigheid .
God.
God, midden het leven, de taak en de opdracht die aan ons is toevertrouwd,
bidden wij om helderheid van geest, om open handen en een warm hart.
Om open ogen die zien wat misloopt en wat goed en hoopvol is in deze wereld.
Om woorden in onze mond die wijs en verstaanbaar zijn.
Om luisterbereidheid en fijngevoeligheid voor wat mensen ten diepste beroert.
Om voldoende kracht om te leven en te werken en dromen te realiseren.
Om de lange adem om het uit te houden in moeilijke momenten.
Wij blijven bidden, God, dat in onze leven iets van U herkenbaar wordt. Amen.
De H. Maagd van Guadalupe. ( Bij de heiligverklaring van Juan Diego op 31 juli 2002).
Azteken en Missie.
Toen de Spanjaarden naar Mexico City kwamen, de hoofdstad van het rijk van de Azteken, troffen ze daar een beschaving aan met een complexe sociale structuur en regering. Bovendien was er een wrede en onmenselijke godsdienst. Wreed, omdat ieder jaar ongeveer 20.000 mensen, mannen, vrouwen en kinderen, geofferd werden aan afgoden als Quetzacoatl, de slangegod, of Tlaloc, de god van de regen en de zon.
Kort na de komst van de Spanjaarden werd bisschop Fray Juan de Zumarraga samen met twaalf Franciscanen en enkele Dominicanen uitgezonden om dit volk te missioneren. Het was een moeilijke taak, want het grootste deel van de inheemse bevolking wilde zich niet bekeren. Slechts God kon beide culturen verenigen. En God greep in, na het gebed van de missionarissen.
De verschijning.
In de vroege ochtend van zaterdag 9 december 1531 ging Juan Diego, een arme Azteekse boer, op weg naar de kerk om de H. Mis bij te wonen. Op de top van de Tepeyac, op 2600 meter hoogte, stopte hij abrupt om te luisteren. Verbeeldde hij het zich? Nee, de muziek was echt, onbeschrijflijk mooie muziek, als een koor van vogels. Het leken er wel duizenden. Hij keek omhoog naar de schemerige bergtop en zag daar tot zijn stomme verbazing een witte wolk ontstaan, waaruit in alle kleuren van de regenboog stralend licht stroomde, als vloeibaar zilver. Zacht, maar dwingend hoorde hij een vrouwenstem zijn naam roepen. Het trof hem als een speer. Zonder een spoor van angst klom hij de laatste meters omhoog naar de top van de berg. Plotseling stond hij voor de gedaante van een zeer schone, jonge vrouw, die hem uitnodigde dichterbijte komen.
«Juanito, mijn zoon, waarheen gaat ge?»
«Edele Vrouwe» hoorde hij zichzelf mompelen, «ik ben op weg naar de kerk in Tlaltelolco om de H. Mis bij te wonen.»
De Dame glimlachte en zei: «Weet, dierbaarste van mijn zonen, dat ik de volmaakte en eeuwige Maagd Maria ben, Moeder van de ware God, door Wie alles leeft, de Heer van alle dingen, die Meester is van hemel en aarde. Ik wens vurig dat er op deze plaats een heiligdom voor mij wordt gebouwd. Daar zal ik al mijn liefde aan de mensen laten zien, mijn liefde aanbieden, mijn medelijden, mijn hulp en mijn bescherming. Ik ben uw genaderijke Moeder, de Moeder van allen die in dit land leven, de Moeder van het mensdom, van allen die mij beminnen, van allen die tot mij roepen, van allen die vertrouwen in mij stellen. Hier zal ik luisteren naar hun wenen, ik zal hun verdriet en hun smart horen, ik zal hen genezen, hun lijden en hun ongeluk verlichten en verzachten, hun noden lenigen. Ga daarom naar het huis van de bisschop van Ciudad Mexico (Mexico City) en vertel hem dat ik u gezonden heb en dat het mijn wens is dat hier een kerk wordt gebouwd. Vertel hem alles wat ge hier hebt gezien en gehoord. Wees er van verzekerd dat ik dankbaar zal zijn en u zal belonen voor de ijver waarmee ge mijn opdracht zult volbrengen. Nu ge mijn woorden hebt vernomen, ga nu, mijn zoon, en doe alles naar best vermogen.»
Juan boog diep en zei hoffelijk: «Mijn Heilige, mijn gebiedster, ik zal alles doen wat ge van mij vraagt.»
Hij ging rechtstreeks naar de bisschoppelijke residentie. Op zijn kloppen werd de deur geopend door een bediende, die zijn ruwe uiterlijk met afkeurende blik van top tot teen achterdochtig bekeek. Juan vroeg de bisschop te spreken. De bediende liet hem mopperend binnen, leidde hem naar de patio en gaf hem opdracht daar te gaan zitten. Na vele uren wachten in de snijdend koude wind kwam eindelijk de bediende terug en gebood Juan hem naar de bisschop te volgen. Juan trok zijn tilma (mantel, poncho) huiverend om zich heen en liep mee.
Bisschop Zumárraga begroette zijn bezoeker met zijn gebruikelijke minzaamheid en riep zijn tolk, Juan Gonzalez, naderbij, die zich door zijn omzwervingen meester had gemaakt van de Azteekse taal en daarom als tolk in de bisschoppelijke huishouding was opgenomen. Juan Diego deed zijn verhaal. De bisschop schudde langzaam zijn hoofd en geloofde er niets van; hij verzocht hem later nog eens terug te komen om hem uitgebreider in te lichten.
Toen hij op weg naar huis was en de top van de Tepeyac naderde stond Maria daar, badend in de immens lichtende stralenkrans die hij nu voor de tweede maal zag. Hij viel op zijn knieën en zei:
«Edele Vrouwe, ik heb uw orders uitgevoerd, maar de bisschop geloofde mij niet. Ik smeek u, Edele Vrouwe, stuur toch een belangrijker iemand, die bekend is en alom in aanzien staat. Want ik ben maar een arme boer, Edele Vrouwe, en u stuurt me naar een plek waar ik niets beteken.»
Koel ontvangen.
Maar Onze Lieve Vrouw wilde persé dat Juan de volgende dag terug zou gaan naar de bisschop. De tweede maal werd hij koel en met ergernis ontvangen. Zijne Excellentie had wel wat belangrijkers aan zijn hoofd en of Juan maar wilde maken dat hij weg kwam. Maar Juan bleef aanhouden en voor de tweede maal ging de bediende hem voor naar de binnenplaats. Tot op het bot versteend in de ijskoude en scherpe wind, werd hij verscheidene uren later weer tot de bisschop toegelaten. Opnieuw geloofde de bisschop hem niet. Hij verlangde een teken en stuurde na Juans vertrek bedienden op discrete afstand achter hem aan om te kijken waar hij heen ging en wat hij deed.
Zij volgden hem door de stadspoort, de helling van de Tepeyac op. Toen Juan bijna boven was aangekomen, verdween hij als bij toverslag uit het gezicht. De bedienden zochten overal, maar hij was nergens meer te zien. Terwijl de bedienden met hun zoekactie bezig waren, klom Juan Diego verder naar de top. De Moeder Gods stond hem al op te wachten. De heldere aura die haar omgaf sloot hem als een helder stralende nevel in en onttrok hem aan het oog van de bedienden van de bisschop. Ofschoon hij op zijn knieën liggend zijn hart bij Maria uitstortte, zei zij hem toch de volgende dag weer terug te gaan. En zij besloot haar weinige zinnen met de woorden: «Ik zal je rijkelijk belonen, mijn kleine zoon, voor alle zorg, moeite en narigheid die ge gedaan en ondervonden hebt om mij. Ga nu naar huis. Morgen zal ik hier op je wachten.»
De hele nacht en de volgende dag zat Juan Diego aan het bed van zijn zieke oom en zorgde voor hem zo goed als hij kon. Tegen zonsondergang was het duidelijk dat zijn oom zou sterven. De Heilige Maagd zou wel begrijpen waarom hij niet kwam opdagen De volgende ochtend rond vier uur ging Juan op weg om een priester te halen om zijn oom de sacramenten der stervenden toe te dienen. Zo ging in de vroege ochtend van 12 december 1531 Juan Diego terug, zich haastend langs het pad naar Tlaltelolco. Toen hij de Tepeyac naderde week hij van de gebruikelijke weg af om zo mogelijk ongezien door de H. Maagd voorbij te glippen.
Verblindend licht.
Terwijl hij de top langs de andere kant passeerde, zag hij plotseling tot zijn grote ontsteltenis een verblindend licht langs de helling afdalen in zijn richting, tot het licht hem onderschepte. Overweldigd door schaamte en ten prooi aan de grootste verwarring hoorde hij haar stem, zacht en vol medeleven als altijd: «Wat is er aan de hand, mijn kleine zoon? Waar ga je heen?»
«Edele Vrouwe, het zal u pijn doen wat ik te zeggen heb. Mijn oom, uw arme dienaar, is erg ziek. Hij lijdt aan de pest en ligt op sterven. Ik haast me naar de kerk in de stad om een priester te halen, zodat hij kan biechten en het H. Oliesel kan krijgen. Als ik dat gedaan heb, dan zal ik terug gaan en uw boodschap overbrengen.»
Moeder Maria zei hem, geruststellend glimlachend: «Wees niet bezorgd en laat geen verdriet je terneerdrukken. Vrees geen enkele ziekte of kwelling, angst of pijn. Ben ik niet je Moeder? Sta je niet in mijn schaduw en onder mijn bescherming? Vind je geen toevlucht in de plooien van mijn mantel? In mijn beschermende armen? Is er nog iets wat je nodig hebt? Maak je niet bezorgd om de ziekte van je oom, want hij zal niet aan deze ziekte sterven. Op ditzelfde ogenblik is hij genezen. Kom nu naar de plek waar je mij al eerder hebt gezien. Daar zul je vele bloeiende bloemen vinden. Pluk ze zorgvuldig, verzamel ze en laat me dan zien wat je hebt.»
Juan Diego pakte zijn tilma bijeen als een schort en vulde die met veelkleurige bloemen. Toen hij ze aan de H. Maagd liet zien herschikte zij ze met haar eigen handen en sprak: «Al deze bloemen zijn het teken waar de bisschop om heeft gevraagd. Zeg hem dat hij mijn wil moet erkennen en vervullen.»
Toen Juan bij de residentie van de bisschop aanklopte, renden boze bedienden naar buiten om hem weg te jagen. Maar Juan hield vol en een uur of zo later stond hij toch voor de bisschop en deed zijn verhaal. Toen hij was uitverteld opende hij zijn tilma en de bloemen, waaronder veel Castiliaanse rozen, vielen naar buiten in een overweldigende geuren- en kleurenpracht. Juan, de bisschop en andere omstanders staarden verbaasd naar de tilma. Plotseling, gedurende één geladen moment, werd het muisstil en de aanwezigen keken perplex en aan de grond genageld naar het kledingstuk van Juan Diego. Langzaam verscheen daarop onder hun ogen in een gloed van licht de afbeelding van de H. Maagd Maria, zoals zij aan Juan was verschenen. Langzaam zonk iedereen in ontzag en verering op de knieën.
Toen mgr. Zumárraga uiteindelijk opstond omhelsde hij Juan Diego en vroeg hem om vergiffenis omdat hij hem niet had geloofd.
Bekeringen.
Zonder enige officiële bekendmaking verspreidde het nieuws zich als een lopend vuurtje. Duizenden indios stroomden op het plein samen om de wonderbare afbeelding te zien van haar, die zich als hun moeder voorstelde. Bekeringen volgden en hielden steeds maar aan: ze bereikten in weinige jaren het respectabele aantal van acht miljoen. Historici zeggen dat er dagelijks meer dan 15.000 indios kwamen om het H. Doopsel te ontvangen.
Symboliek.
De naam van deze Vrouw luidde in het Azteeks "Coatlaxoupeuh", "zij die de stenen slang vertrapt", de aankondiging van de vernietiging van Quetzacoatl, de slangegod.
Ieder detail van deze wonderbare afbeelding was een voor de indianen volkomen begrijpelijk symbool. De H. Maagd staat met haar voeten op een zwarte halve maan, die hun godin, de verschrikkelijke Covolxauhqui voorstelt, de koningin der duisternis, vijandin van het licht. De H. Maagd staat voor de zon, de meest vreeswekkende van de Azteekse afgoden. Zon, maan en sterren symboliseerden voor de Azteken het leven.
De verdeling van de sterren stemt nauwkeurig overeen met de stand van de sterren zoals die op 12 december 1531, de dag waarop zij haar beeltenis schonk, aan het firmament zichtbaar waren. De winterzonnewende was voor de Azteken heel belangrijk: het begin van een nieuwe tijd van leven dank zij een nieuwe zon.
Iedere afbeelding op haar mantel bevat een boodschap. De grote bloemen op haar mantel symboliseren de tegenwoordigheid van God. De naam van deze bloem luidt "nahui-ouin", zonnebloem. De stroken stof die de H. Maagd Maria om haar arm draagt zijn dezelfde die de dienaressen van hoge heren droegen. De lichte kleur groen van de binnenkant van de mantel duidt op koninklijke waardigheid, want bij de Azteken mocht deze specifieke kleur alleen door de koning gebruikt worden.
Maar wellicht het belangrijkste symbool was het kleine kruis dat men als een kleine broche op de kraag van het kleed kan onderscheiden. Daarin herkende de inheemse bevolking het kruis, dat zij op de schepen van de Spanjaarden zagen, hetzelfde kruis dat de Franciscanen en de Dominicanen predikten.
Toen de H. Maagd zei, dat zij hun moeder was en het kruis vasthield, betekende dat, dat de missionarissen gelijk hadden en dat de godsdienst die zij predikten de waarheid was. Wij mogen niet vergeten dat haar getinte huid, de zwarte kleur van het haar en de donkere ogen voor de indios het bewijs waren, dat zij niet een vreemde, maar een inheemse was. Het is gemakkelijk te begrijpen waarom zoveel indios het katholieke geloof aannamen: deze afbeelding droeg een boodschap over en sprak hen aan. De H. Maagd Maria veranderde het land. Nauwelijks zes jaar na de verschijning waren er al een universiteit en een drukkerij, en het eerste ziekenhuis werd geopend.
Scepticisme.
Vele jaren zijn verstreken, de wetenschap heeft vooruitgang geboekt. Het scepticisme kwam en men begon alles in twijfel te trekken wat niet met wetenschappelijke middelen kon worden bewezen. Voor de indios was er geen bewijs nodig, hun was de boodschap die de beeltenis overbracht genoeg. De moderne mens heeft deze natuurlijke eenvoud, spijtig genoeg, verloren. Men begon de beeltenis wetenschappelijk te onderzoeken, en wat verrassing alle onderzoeken bevestigen dat deze afbeelding niet door mensenhand werd geschilderd, maar volkomen bovennatuurlijk van oorsprong is.
Wetenschappelijk onderzoek.
De afbeelding van O.L. Vrouw van Guadalupe bezorgt de wetenschap de volgende problemen:
· De naad van de tilma is op mysterieuze wijze verschoven. De hechtdraad die de beide lengtedelen waaruit zij bestaat verenigt, wijkt op de plaats waar het gelaat zich bevindt af, om de schoonheid daarvan niet aan te tasten.
· Aan de voorkant van de tilma, waar de afbeelding zich bevindt, is het weefsel zo glad als zijde en aan de achterkant ruw en vol oneffenheden.
· Het kledingstuk is niet gevoelig voor stof en motten. Nooit is het weefsel door ook maar één enkel stofkorreltje aangeraakt, evenmin door insecten, die verder alles vernietigen wat ze kunnen vinden.
· De stof is ongevoelig voor vocht en zuur. Het lukte niet het kledingstuk nat te maken met water uit het nabijgelegen Texpoco-meer, noch konden salpeterdampen de heilige beeltenis ook maar in het geringste aantasten.
· Toen de tilma in 1791 in aanraking kwam met een grote hoeveelheid salpeterzuur, dat een weefsel normalerwijze verbrandt en oplost, ontstond er geen enkele schade. Dit wordt door authentieke documenten bewezen.
· Het kledingstuk laat zich noch door vuur noch door kruit voor kogels beschadigen. De tilma was, voordat er een glasplaat ter bescherming voorgezet werd, 116 jaar lang blootgesteld geweest aan roet van kaarsen, zonder enig nadelig effect. Ook bij de bomaanslag van 1921 bleef hij onbeschadigd.
· De stof werd niet geprepareerd voor een schilderij. Kunstschilders, die de beeltenis onderzochten met infraroodfotografie, verbaasden zich er over dat de afbeelding zich op een zo dunne laag weefsel bevond.
· De kleuren van de afbeelding zijn wonderbaarlijk fris en duurzaam.
· De ogen van de H. Maagd weerspiegelen Juan Diego, die verbaasd in zijn eigen tilma staat te kijken, alsmede de bisschop en nog enige andere personen. Dit kwam in 1979 aan het licht toen de afbeelding professioneel werd gefotografeerd. Bij vergroting van de fotos werden in Marias ogen de mensen zichtbaar die in de kamer aanwezig waren op het ogenblik dat de afbeelding op de tilma ontstond.
De bescheiden tilma.
Het eerste wonder, dat niet door de moderne wetenschap weerlegd kon worden is het feit, dat de stof niet aan natuurlijk verval onderhevig is. De beeltenis is ontstaan in de tilma van de H. Juan Diego. Het kleed is gemaakt uit vezels van de agave. De agave is een plant die in die streek inheems is. Normaal gesproken is twintig jaar genoeg om de tilma uit elkaar te laten vallen; niettemin is deze na bijna vijf eeuwen nog volledig gaaf en intact. Maar dat is nog niet alles! Meer dan een eeuw is de beeltenis zonder enige bescherming in de kerk tentoongesteld en daar door honderden pelgrims aangeraakt, en er werden kaarsen gebrand. Trouwens: wie zou het in zijn hoofd halen een dergelijke afbeelding op zulke grove stof te schilderen?
De kleuren zijn ook een mysterie. De proeven die men met de tilma heeft gedaan hadden tot resultaat dat men de herkomst van de kleuren niet kan vaststellen. Zij zijn niet plantaardig noch dierlijk noch mineraal. In die tijd bestonden er nog geen kunstmatige kleur- en verfstoffen. Bovendien blijven de kleuren door de eeuwen heen fris en helder.
De ogen van de Moeder Gods.
De ogen van de Moeder Gods zijn een groot wonder. In 1929 werd de weerspiegeling van een man in de ogen van de afbeelding waargenomen door Alfonso Marcué Gonzalez. Op advies van de autoriteiten van het heiligdom bleef zijn ontdekking geheim, hoewel een Mexicaanse radiozender op 11 december 1955 aankondigde dat de in de ogen van de afbeelding weerspiegelde persoon definitief Juan Diego was.
In 1962 ontdekken dr. Charles Wahlig uit New York en zijn vrouw na bestudering van een foto van het gelaat de reflectie van nog twee andere personen in de ogen van de afbeelding. De foto werd vijfentwintig keer vergroot.
Ook de professoren Philip Callahan van de Universiteit van Florida en Jody Smith van Pensacola, Florida, namen zon zestig fotos, waarvan sommige met infrarood licht. Andere fotos werden met de computer geoptimaliseerd. Toen zij met hun werk klaar waren gaf prof. Callahan het volgende commentaar: «Het bestuderen van deze afbeelding was de meest ontroerende ervaring van mijn leven. Toen ik dichtbij de afbeelding kwam kreeg ik hetzelfde vreemde gevoel dat anderen kregen die aan de Lijkwade van Turijn hebben gewerkt. Het moge vreemd klinken uit de mond van een wetenschapper, maar voor zover het mijzelf betreft, ik ben van mening dat de afbeelding wonderbaarlijk is.»
Het Mexicaanse volk heeft nooit aan de echtheid van de oorsprong van deze beeltenis getwijfeld. Onze Lieve Vrouw van Guadalupe leeft in het hart van iedere Mexicaan.
«Wees niet bang», zei de Allerzaligste Maagd tegen Juan Diego, «Ben ik dan niet hier, je moeder?»
Laten we de woorden niet vergeten die paus Benedictus XIV sprak toen hij voor de eerste keer een kopie van de afbeelding van de H. Maagd van Guadalupe zag: «Non fecit taliter omni natione.» «Zoiets heeft Hij nog voor geen enkel volk gedaan.»
De Maria-basiliek van Onze Lieve Vrouw van Guadalupe is het grootste Maria-heiligdom ter wereld en wordt jaarlijks door twintig miljoen pelgrims bezocht.
Beknopt chronologisch overzicht:
1531: 9 december. Eerste en tweede verschijning van O.L. Vrouw aan Juan Diego, een 57-jarige Azteekse boer, op de Tepeyac. - 10 december. Derde verschijning op de Tepeyac.- 12 december. Vierde verschijning op de Tepeyac.
1533: De kapel, bekend onder de naam Tweede Hermitage, op de Tepeyac is afgebouwd.
1548: Juan Diego overlijdt op de Tepeyac in de leeftijd van 74 jaar.
1737: O.L. Vrouw van Guadalupe wordt uitgeroepen tot patrones van het land.
1754: De H. Congregatie voor de Riten keurt per decreet een apart Officie en een Votiefmis ter ere van O.L. Vrouw van Guadalupe goed. Paus Benedictus XIV vaardigt een bul uit die O.L. Vrouw van Guadalupe als patrones van Mexico officieel goedkeurt en citeert daarbij psalm 147, vers 20: "Zo deed Hij voor geen ander volk."
1791: Tijdens schoonmaakwerkzaamheden morst men per ongeluk salpeterzuur op de afbeelding. Het laat geen enkel spoor na.
1895: Paus Leo XIII keurt een nieuw Officie en een nieuwe Votiefmis van O.L. Vrouw van Guadalupe goed.
1910: Paus Pius X proclameert O.L. Vrouw van Guadalupe als patrones van Latijns Amerika.
1921: Antigodsdienstige regeringsagenten brengen naast de afbeelding een bom tot ontploffing. Er ontstaat zelfs geen barstje in de afdekkende glasplaat.
1929: De reflectie van een man wordt ontdekt in de ogen van de H. Maagd.
1933: 12 december. Paus Pius X herhaalt de proclamatie van O.L. Vrouw van Guadalupe als patrones van Latijns Amerika van Pius X.
1945: Paus Pius XII herdenkt de 50ste verjaardag van de kroning va de heilige beeltenis in een radiotoespraak tot het Mexicaanse volk op 12 oktober.
1951: Carlos Salinas onderzoekt de beeltenis en ziet nog meer mensen in de ogen weerspiegeld.
1962: Het artsenechtpaar Wahlig uit New York ontdekt nog twee andere personen in de ogen van de afbeelding, na de fotos tot 25 maal te hebben vergroot.
1979: Een team van professoren onderzoekt de beeltenis grondig en komt tot de slotsom dat zij er geen verklaring voor hebben. Hun rapport bevestigt de bovennatuurlijke oorsprong van de beeltenis. Paus Johannes Paulus II bezoekt het heiligdom van O.L. Vrouw van Guadalupe.
27-02-2011
Jesaja 49,3.5-6.
De Heer had mij gezegd: "Mijn dienaar zijt gij, Israël, door wie Ik mijn glorie ga vinden." Van de moederschoot af had Hij mij tot zijn dienaar gevormd om Jakob terug te brengen naar Hem en Israël van de ondergang te redden. Ik sta bij de Heer in ere en mijn God is mijn sterkte. Thans echter heeft Hij gezegd: "Gij zijt niet alleen mijn dienaar om Jakobs stammen op te richten en de rest van Israël terug te brengen. Ik maak u nu ook tot een licht voor de heidenen, zodat mijn heil tot de grenzen der aarde zal gaan."
Vader.
Vader, wij willen uw naam in de wereld verkondigen met woord en daad. Maak ons, als wij van hier weer naar de wereld gaan, instrumenten die uw licht kunnen uitstralen om duisternis te verdrijven en om het leven van velen smakelijk een aantrekkelijk te maken. Dat vragen wij in het voetspoor stappend van Jezus uw Zoon en onze Heer. Amen
25-02-2011
AAN ALLEN EEN GEZEGENDE VRIJDAG TOEGEWENST.
N. ( M ).
Chaplet to the Divine Mercy .
Chaplet to the Divine Mercy .
LAAT ME HERADEMEN.
Heer,
laat me herademen bij
de intense krachten,
verborgen in de natuur,
de kunst en de mensen.
Leer me hoe ruim
de tijd kan zijn;
tijd voor wat rust,
emoties en ontspanning.
Mag ik opnieuw ontdekken
hoe vriendelijk vriendschap
kan zijn.
Laat me mezelf zijn en
leer me respect te hebben
voor anderen.
Amen.
JEZUS WAARSCHUWINGEN . ( MARGUERITES ).
De waanzin van de huidige wereld heeft de grenzen van mijn geduld bereikt. Het is door het Kruis dat ik de wereld wil redden.
De kracht van mijn Liefde zal hen treffen in hun vlees, in hun geest. Kijk naar degenen die hen voorafgegaan zijn, die het Kruis omhelsd hebben om gered te worden. Voorwaar, IK zeg u: niet allen zullen gered worden, want ze hebben de maat overschreden die Ik hun had toegestaan. Voor velen is het te laat, en dit aantal neemt dagelijks toe. Ze zijn niet meer te redden. Mijn Liefde kan niets meer voor hen doen en mijn Gerechtigheid zal zich voltrekken. Diegenen zullen nochtans gered worden die, nog tijdens dit leven, tot inkeer zullen komen door een oprecht berouw over hun zonden.
Zie Mij opstijgen naar de Vader en met Mij diegenen die gered werden door mijn Offer. "Wanneer IK zal opgeheven zijn van de aarde, zal IK alle zielen tot Mij trekken". De zielen die Mij zullen volgen, maar niet zij die tot het einde toe in hun ellende zullen blijven steken. Ik zal Licht brengen aan hen die niet begrepen hebben....... Maar Ik zal het ontnemen aan hen, die, nadat ze het Offer van een reddende Liefdegod begrepen hadden, vergeten dat ze christenen zijn en niet ophouden Me te beledigen.
Mijn kindje, gij zijt het zaadje van de Liefde. Het is reeds op vele plaatsen in de wereld ontkiemd. Deze kleinen, die mijn Hart bemint, zijn tot genade herboren. Stap voor stap volgen ze Mij op de weg naar de Hemel. Op hun weg ontmoeten ze dikwijls het Kruis dat de Liefde hun vraagt te dragen en te offeren Voor de kinderen van de Liefde, is het Kruis hun enige hoop geworden door het geloof in mijn Belofte:
"Zullen gered worden, zij die de ziel van een arme hebben". Zie hoe mijn allerheiligste Moeder, in een smekend gebaar, haar handen uitstrekt naar de zielen in nood.
Ja, de mensen doen mijn Moeder wenen, maar nog steeds verspert mijn Hart de weg van mijn Gerechtigheid die hen wil vernietigen.
Voor hoelang nog?
Troostvol bezie Ik mijn kleintjes, die Ik ben komen redden en die in hun hart de klacht horen van hun goddelijke Vriend: de Offerende Liefde.
Het is vreselijk!
Het is vreselijker dan ge denkt. Op vele plaatsen in de wereld triomfeert het gouden kalf, niettegenstaande mijn waarschuwingen. Deze triomf is weliswaar van korte duur, maar toch verwoestend voor de zielen. En IK kan er niets aan doen, want IK eerbiedig hun vrije wil tot op de dag dat de tijden voltooid zijn en dat de Immanente Gerechtigheid in werking zal treden.
Mijn kind de Kerk is ernstig ziek. Ik vraag mijn kleinen ze te hulp te komen. Door de terugkeer naar de Bronnen. Het is Dringend! Ik kan niet langer ongevoelig blijven voor de tranen van mijn Moeder. Zal de wereld geslagen moeten worden?
Ik ben de liefde komen aanleren aan de mensen en de liefde vlucht uit deze wereld die de liefde in haar zuiverste wezenheid aantast.
Ik wil doorzichtigheid vanwege de mensen die Mij lief hebben. Ik wil verschijnen in u, mijn kinderen. De schurftige schapen zijn talrijk. Zij die nog gezond zijn, dreigen besmet te geraken. Vandaar de noodzaak van doorzichtigheid doorheen een menselijke natuur die naar mijn Beeld geschapen werd.
Bid, mijn kleintje, bid zonder ophouden. Moge alles in u liefde zijn. Als ge hier en daar een bevestiging van hoop ziet, weet dan dat het nog maar een klein teken is van een noodzakelijke heropstanding.
De toestand is zorgwekkend. Het is het uur van de keuze.
MARGUERITES DEVOTIE .
Omdat ik U bemin, Jezus, houdt mijn armzalig hartje niet op voor U te kloppen. Zonder die liefde zou het al lang gezegd hebben: genoeg! Ik wil de doorzichtigheid van de Liefde zijn. Ik wil dat mijn Welbeminde door mij heen straalt en ik wil in Hem verdwijnen. Ik leef enkel om U te beminnen. Ik kan mijn leven niet anders opvatten.
De doorzichtigheid van een wezen, dat door de Liefde bezield is, mag geen donkere vlekken hebben. Deze donkere vlekken zijn zonden die God beledigen. Ik heb vertrouwen in uw Barmhartigheid die me alles heeft gegeven. Ik voel me doordrongen van uw goddelijke Liefde.
Het verwondert mij niet dat ik moet lijden onder mijn onmacht, gezien mijn zondigheid. Mijn leed bestaat erin dat ik U verdriet aandoe. In uw Oneindige Liefde worden mijn verlangens eindeloos. Ik zou de wereld willen opheffen en ze U op een gouden pateen aanbieden. Mijn kleinheid kent geen grenzen en geen beperkingen. Ze gaat heel onbeduidend, tegelijk heel doortastend tot aan het uiteinde der wereld. Ze glipt binnen in alle sociale lagen die tot ondergang gedoemd zijn, indien Gij niet tussenbeide komt.
Goede Jezus, dit betekent geen verwaandheid. Ik wil me niet gelijkstellen met U. Dit betekent dat ik mezelf moet verliezen in U en met U op tocht gaan om de wereld te veroveren. Ja, ik weet het! Dit is niet voor morgen. De wereld is veel te ver van U verwijderd. De dag van morgen zal misschien veel liefde meebrengen voor de mensheid die tegenwoordig nog maar één taal kent: die van de zelfgenoegzaamheid en de hoogmoed. Onze priesters hebben een vreselijke verantwoordelijkheid; velen hebben de zin voor het sacrale verloren.
Mijn God, wat ons nu boven het hoofd hangt is verschrikkelijk indien..... voor hen, voor allen. Iedereen zal getroffen worden door een ontbranding die de ganse wereld zal doen wankelen. De allerkleinsten zullen zich verschuilen onder de beschermende vleugels van de Liefde. En toch zullen heel wat onschuldigen de dwaasheid van de wereld met hun leven betalen. Wat al lijden!
DE INNERLIJKE VERTROOSTING.
Men moet niet iedereen geloven;
in woorden struikelt men gemakkelijk.
Heer, geef mij hulp bij mijn beproeving, want de hulp van mensen is waardeloos. Hoe dikwijls heb ik geen vertrouwen gevonden waar ik dat zeker had verwacht. En hoeveel malen ontmoette ik het daar, waar ik het nauwelijks durfde veronderstellen. Onvast is daarom het vertrouwen dat men op mensen stelt; maar het heil van de rechtvaardige, mijn God, ligt in U.
Heer mijn God, wees geprezen bij alles wat ons overkomt. Wij zijn maar zwak en onstandvastig: spoedig vergissen wij ons of veranderen van mening. Waar is de mens die zich zo behoedzaam en voorzichtig weet te gedragen, dat hij zich soms niet vergist en geen uitweg meer ziet?
Maar wie op U, Heer, zijn vertrouwen stelt en U zoekt, eenvoudig en oprecht, vergist zich niet zo gemakkelijk. En als hij al eens in beproeving terechtkomt of op welke wijze ook in verwarring raakt, zal hij eerder door U worden bevrijd of troost van U ontvangen. Gij immers zult iemand die op U vertrouwt niet blijvend overlaten aan zijn eigen lot.
Zeldzaam is de trouwe vriend, die trouw blijft aan zijn vriend bij al diens zware zorgen. Gij Heer alleen zijt bij alles tot het uiterste trouw en buiten U is er geen ander.
Wat had die heilige ziel het goed begrepen die zei: Mijn hart is beveiligd, want het vindt zijn zekerheid in Christus.
Als het zo met mij gesteld was, zou de vrees voor mensen mij niet zo vaak beangstigen en zouden de pijlen van hun woorden mij niet raken.
Wie is in staat alles tevoren te overzien en wie kan alle dreigend kwaad voorkomen?
Als zelfs kwets wat men reeds voorzien had, wat moet het onverwachte dan zwaar aankomen.
Maar waarom zie ik, ellendig mens, niet méér vooruit? Waarom heb ik zo lichtzinnig geloof gehecht aan wat anderen zeggen? Wij zijn maar mensen, zelfs niets anders dan zwakke mensen, ook al denken en zeggen velen dat wij engelen zijn.
Wie zal ik dan geloven, Heer, wie anders dan U? Gij zijt de waarheid, Gij bedriegt niet en Gij kunt U niet vergissen.
En wederom: Ieder mens is leugenachtig, zwak, wankel, en onzeker, vooral in zijn woorden; zelfs zó dat men nauwelijks dadelijk mag geloven wat op het eerste gehoor goed gezegd lijkt.
Hoe wijs hebt Gij ons tevoren al vermaand, dat we ons moeten wachten voor de mensen; dat de eigen huisgenoten van een mens zijn vijand zijn en wij het niet moeten geloven als iemand zegt: Kijk, hier is Hij of: Hij is daar.
Door eigen schade ben ik wijs geworden en mocht het mij nu brengen tot groter behoedzaamheid en niet tot dwaasheid. Pas op, pas op, zegt iemand mij, vertel niet verder wat ik heb gezegd. En terwijl ik zwijg en meen dat het een geheim is, kan hij zelf niet zwijgen wat hij mij als een geheim vertelde: maar meteen verraadt hij zichzelf en mij en verdwijnt.
Heer, bewaar mij voor dat gebabbel en voor die onberaden lieden, dat ik hun niet in handen val of ooit zulke dingen doe. Laat mij waarachtig zijn en consequent in mijn woorden en houd sluwe taal van mij weg. Wat ik niet wens te ondergaan moet ik met alle middelen in mijn daden zelf voorkomen.
Wat is het goed en vredelievend over anderen te zwijgen en niet lukraak alles zo maar te geloven of zonder reden verder te vertellen. Hoe goed is het zich maar zelden geheel uit te spreken en altijd U te zoeken die van mijn binnenste alles weet. En niet met iedere wind van woorden mee te waaien, maar te wensen dat alles wat intiem is of openbaar, zich mag voltrekken volgens het welbehagen van uw wil.
Hoe veilig tot behoud van de hemelse genaden is het, te vermijden die aan mensen kenbaar te maken; hoe veilig ook, niet dát willen verkrijgen wat blijkbaar bij anderen bewondering oproept; maar liever met hart en ziel zich te richten op wat verbetering van leven en vurigheid voortbrengt. Wat heeft het velen schade toegebracht dat hun deugd bekend werd en al te vroeg geprezen. Wat was het altijd voordelig dat de genade met stilte werd omgeven in dit broze leven, dat, zoals men zegt, vol bekoring is en strijd.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
BIRGITTA IN ASSISI.
ZEVENDE BOEK, KAP. 3.
Op den feestdag van den heiligen Franciscus verscheen in zijn Kerk te Rome aan de andere oever van de Tiber, de heilige Franciscus aan de bruid van Christus en zeide: "Kom naar mijn kamer om met mij te eten en te drinken." En toen zij dit hoorde, maakte zij zich dadelijk voor de reis gereed om hem te Assisi te bezoeken. En toen zij daar vijf dagen geweest was en naar Rome dacht terug te keeren, ging zij de Kerk binnen om zichzelf en haar gevolg aan St. Franciscus aan te bevelen.
Toen verscheen hij voor haar en zeide: "Wees welkom, ik nodigde u op mijn kamer om met u te eten en te drinken. Maar gij zult weten, dat dit huis niet de kamer is, die ik u noemde, maar mijn kamer is de ware gehoorzaamheid, die ik altijd betrachtte, zodat ik nooit was zonder iemand, die over mij beval. Want ik had altijd een priester bij mij, wiens bevelen ik ootmoedig gehoorzaamde, en die was mijn kamer. Doe ook zo, want zo behaagt het God. En het voedsel, dat mij het best verkwikte, was dat ik het liefst van alles mijn medebroeders onttrok aan de ijdelheid van het wereldse leven om God te dienen met geheel hun hart.
En de vreugde daarover smaakte mij als het beste voedsel. En mijn drank was de vreugde, die ik had, als ik enkelen, die ik bekeerd had, God met alle kracht zag liefhebben en als ik hen onvermoeid zag in gebed en in godsvrucht en hen anderen zag aanmoedigen om goed te leven en oprechte armoede lief te hebben. Zie, dochter, deze drank maakte mijn ziel zo blij, dat ik afkeer had van alle aardse dingen. Ga daarom in mijn kamer en eet met mij deze kost en drink met mij deze drank, opdat gij u eeuwig met God verheugen zult."
Prijs de Heer.
Christenen loven God. Wij prijzen God wegens wie Hij is, en wat Hij voor ons heeft gedaan.
Wij prijzen God omdat Hij groot en machtig is. "Want de HERE is groot en zeer te prijzen" (Psalm 96:4). "Verhef U, o HERE, in uw kracht, wij willen uw sterkte met psalmen bezingen" (Psalm 21:14).
"Toen prees David de HERE ten aanschouwen van de gehele gemeente, en David zeide: Geprezen zijt Gij, HERE, God van onze vader Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Van U, o HERE, is de grootheid en de kracht, de heerlijkheid, de roem en de majesteit, ja, alles wat in de hemel en op de aarde is; van U is de heerschappij, o HERE, en Gij zijt als hoofd boven alles verheven" (1 Kronieken 29:10,11). "Thans loven wij U, o onze God, en prijzen wij uw heerlijke naam" (1 Kronieken 29:13).
"Alle volken, die Gij gemaakt hebt, zullen komen en zich voor U nederbuigen, o Here, en uw naam eren; want Gij zijt groot en doet wonderen, Gij, o God, alleen. Leer mij, HERE, uw weg, opdat ik in uw waarheid wandele; verenig mijn hart om uw naam te vrezen. Ik zal U loven, Here, mijn God, met mijn ganse hart, en uw naam eren voor altoos" (Psalm 86:9 t/m 12).
"Ik zal U verhogen, mijn God, Gij Koning, ik zal uw naam prijzen voor altoos en immer; te allen dage zal ik U prijzen, uw naam loven voor altoos en immer. De HERE is groot en zeer te prijzen, zijn grootheid is ondoorgrondelijk" (Psalm 145:1 t/m 3). "Al uw werken zullen U loven, HERE, uw gunstgenoten zullen U prijzen; zij zullen van de heerlijkheid van uw koningschap spreken en van uw mogendheid gewagen, om de mensenkinderen zijn machtige daden te verkondigen en de luisterrijke heerlijkheid van zijn koningschap. Uw koningschap is een koningschap voor alle eeuwen, uw heerschappij is over alle geslachten" (Psalm 145:10 t/m 13).
Wij vereren God omdat Hij rechtvaardig is: "En mijn tong zal van uw gerechtigheid gewagen, van uw lof de ganse dag" (Psalm 35:28). "Ik zal de HERE loven naar zijn gerechtigheid, en de naam des HEREN, des Allerhoogsten, psalmzingen" (Psalm 7:18).
Wij loven God omdat Hij trouw en waarachtig is: "O HERE, Gij zijt mijn God, U zal ik verheffen, uw naam loven, want Gij hebt wonderen gedaan, raadsbesluiten uit een ver verleden in waarheid en trouw volvoerd" (Jesaja 25:1).
Wij prijzen God om Zijn barmhartigheid: "Looft de HERE, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid" (2 Kronieken 20:21). "Halleluja. Looft de HERE, want Hij is goed, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid" (Psalm 106:1). "Looft de HERE, alle gij volken, prijst Hem, alle gij natiën; want zijn goedertierenheid is machtig over ons, en des HEREN trouw is tot in eeuwigheid. Halleluja" (Psalm 117:1,2).
"Juicht de HERE, gij ganse aarde, dient de HERE met vreugde, komt voor zijn aangezicht met gejubel. Erkent, dat de HERE God is; Hij heeft ons gemaakt, en Hem behoren wij toe, zijn volk, de schapen die Hij weidt. Gaat met een loflied zijn poorten binnen, zijn voorhoven met lofgezang, looft Hem, prijst zijn naam; want de HERE is goed, zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid, en zijn trouw tot in verre geslachten" (Psalm 100:1 t/m 5).
"Gij zijt mijn God, U zal ik verhogen. Looft de HERE, want Hij is goed, ja, zijn goedertienenheid is tot in eeuwigheid" (Psalm 118:28,29).
Wij loven God omdat Hij ons redt. "De HERE is mijn kracht en mijn psalm, Hij is mij tot heil geweest. Hij is mijn God, Hem verheerlijk ik, de God mijns vaders, Hem prijs ik" (Exodus 15:2). "De HERE leeft. Geprezen zij mijn Rots, en verhoogd zij de God mijns heils" (2 Samuël 22:47). "Zingt de HERE, gij ganse aarde, boodschapt zijn heil van dag tot dag. Vertelt onder de volken zijn heerlijkheid, onder alle natiën zijn wonderen. Want de HERE is groot en zeer te prijzen" (1 Kronieken 16:23 t/m 25). "De HERE leeft. Geprezen zij mijn Rots, en verhoogd zij de God mijns heils" (Psalm 18:47). Amen.