For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
25-02-2011
JEZUS WAARSCHUWINGEN . ( MARGUERITES ).
De waanzin van de huidige wereld heeft de grenzen van mijn geduld bereikt. Het is door het Kruis dat ik de wereld wil redden.
De kracht van mijn Liefde zal hen treffen in hun vlees, in hun geest. Kijk naar degenen die hen voorafgegaan zijn, die het Kruis omhelsd hebben om gered te worden. Voorwaar, IK zeg u: niet allen zullen gered worden, want ze hebben de maat overschreden die Ik hun had toegestaan. Voor velen is het te laat, en dit aantal neemt dagelijks toe. Ze zijn niet meer te redden. Mijn Liefde kan niets meer voor hen doen en mijn Gerechtigheid zal zich voltrekken. Diegenen zullen nochtans gered worden die, nog tijdens dit leven, tot inkeer zullen komen door een oprecht berouw over hun zonden.
Zie Mij opstijgen naar de Vader en met Mij diegenen die gered werden door mijn Offer. "Wanneer IK zal opgeheven zijn van de aarde, zal IK alle zielen tot Mij trekken". De zielen die Mij zullen volgen, maar niet zij die tot het einde toe in hun ellende zullen blijven steken. Ik zal Licht brengen aan hen die niet begrepen hebben....... Maar Ik zal het ontnemen aan hen, die, nadat ze het Offer van een reddende Liefdegod begrepen hadden, vergeten dat ze christenen zijn en niet ophouden Me te beledigen.
Mijn kindje, gij zijt het zaadje van de Liefde. Het is reeds op vele plaatsen in de wereld ontkiemd. Deze kleinen, die mijn Hart bemint, zijn tot genade herboren. Stap voor stap volgen ze Mij op de weg naar de Hemel. Op hun weg ontmoeten ze dikwijls het Kruis dat de Liefde hun vraagt te dragen en te offeren Voor de kinderen van de Liefde, is het Kruis hun enige hoop geworden door het geloof in mijn Belofte:
"Zullen gered worden, zij die de ziel van een arme hebben". Zie hoe mijn allerheiligste Moeder, in een smekend gebaar, haar handen uitstrekt naar de zielen in nood.
Ja, de mensen doen mijn Moeder wenen, maar nog steeds verspert mijn Hart de weg van mijn Gerechtigheid die hen wil vernietigen.
Voor hoelang nog?
Troostvol bezie Ik mijn kleintjes, die Ik ben komen redden en die in hun hart de klacht horen van hun goddelijke Vriend: de Offerende Liefde.
Het is vreselijk!
Het is vreselijker dan ge denkt. Op vele plaatsen in de wereld triomfeert het gouden kalf, niettegenstaande mijn waarschuwingen. Deze triomf is weliswaar van korte duur, maar toch verwoestend voor de zielen. En IK kan er niets aan doen, want IK eerbiedig hun vrije wil tot op de dag dat de tijden voltooid zijn en dat de Immanente Gerechtigheid in werking zal treden.
Mijn kind de Kerk is ernstig ziek. Ik vraag mijn kleinen ze te hulp te komen. Door de terugkeer naar de Bronnen. Het is Dringend! Ik kan niet langer ongevoelig blijven voor de tranen van mijn Moeder. Zal de wereld geslagen moeten worden?
Ik ben de liefde komen aanleren aan de mensen en de liefde vlucht uit deze wereld die de liefde in haar zuiverste wezenheid aantast.
Ik wil doorzichtigheid vanwege de mensen die Mij lief hebben. Ik wil verschijnen in u, mijn kinderen. De schurftige schapen zijn talrijk. Zij die nog gezond zijn, dreigen besmet te geraken. Vandaar de noodzaak van doorzichtigheid doorheen een menselijke natuur die naar mijn Beeld geschapen werd.
Bid, mijn kleintje, bid zonder ophouden. Moge alles in u liefde zijn. Als ge hier en daar een bevestiging van hoop ziet, weet dan dat het nog maar een klein teken is van een noodzakelijke heropstanding.
De toestand is zorgwekkend. Het is het uur van de keuze.
MARGUERITES DEVOTIE .
Omdat ik U bemin, Jezus, houdt mijn armzalig hartje niet op voor U te kloppen. Zonder die liefde zou het al lang gezegd hebben: genoeg! Ik wil de doorzichtigheid van de Liefde zijn. Ik wil dat mijn Welbeminde door mij heen straalt en ik wil in Hem verdwijnen. Ik leef enkel om U te beminnen. Ik kan mijn leven niet anders opvatten.
De doorzichtigheid van een wezen, dat door de Liefde bezield is, mag geen donkere vlekken hebben. Deze donkere vlekken zijn zonden die God beledigen. Ik heb vertrouwen in uw Barmhartigheid die me alles heeft gegeven. Ik voel me doordrongen van uw goddelijke Liefde.
Het verwondert mij niet dat ik moet lijden onder mijn onmacht, gezien mijn zondigheid. Mijn leed bestaat erin dat ik U verdriet aandoe. In uw Oneindige Liefde worden mijn verlangens eindeloos. Ik zou de wereld willen opheffen en ze U op een gouden pateen aanbieden. Mijn kleinheid kent geen grenzen en geen beperkingen. Ze gaat heel onbeduidend, tegelijk heel doortastend tot aan het uiteinde der wereld. Ze glipt binnen in alle sociale lagen die tot ondergang gedoemd zijn, indien Gij niet tussenbeide komt.
Goede Jezus, dit betekent geen verwaandheid. Ik wil me niet gelijkstellen met U. Dit betekent dat ik mezelf moet verliezen in U en met U op tocht gaan om de wereld te veroveren. Ja, ik weet het! Dit is niet voor morgen. De wereld is veel te ver van U verwijderd. De dag van morgen zal misschien veel liefde meebrengen voor de mensheid die tegenwoordig nog maar één taal kent: die van de zelfgenoegzaamheid en de hoogmoed. Onze priesters hebben een vreselijke verantwoordelijkheid; velen hebben de zin voor het sacrale verloren.
Mijn God, wat ons nu boven het hoofd hangt is verschrikkelijk indien..... voor hen, voor allen. Iedereen zal getroffen worden door een ontbranding die de ganse wereld zal doen wankelen. De allerkleinsten zullen zich verschuilen onder de beschermende vleugels van de Liefde. En toch zullen heel wat onschuldigen de dwaasheid van de wereld met hun leven betalen. Wat al lijden!
DE INNERLIJKE VERTROOSTING.
Men moet niet iedereen geloven;
in woorden struikelt men gemakkelijk.
Heer, geef mij hulp bij mijn beproeving, want de hulp van mensen is waardeloos. Hoe dikwijls heb ik geen vertrouwen gevonden waar ik dat zeker had verwacht. En hoeveel malen ontmoette ik het daar, waar ik het nauwelijks durfde veronderstellen. Onvast is daarom het vertrouwen dat men op mensen stelt; maar het heil van de rechtvaardige, mijn God, ligt in U.
Heer mijn God, wees geprezen bij alles wat ons overkomt. Wij zijn maar zwak en onstandvastig: spoedig vergissen wij ons of veranderen van mening. Waar is de mens die zich zo behoedzaam en voorzichtig weet te gedragen, dat hij zich soms niet vergist en geen uitweg meer ziet?
Maar wie op U, Heer, zijn vertrouwen stelt en U zoekt, eenvoudig en oprecht, vergist zich niet zo gemakkelijk. En als hij al eens in beproeving terechtkomt of op welke wijze ook in verwarring raakt, zal hij eerder door U worden bevrijd of troost van U ontvangen. Gij immers zult iemand die op U vertrouwt niet blijvend overlaten aan zijn eigen lot.
Zeldzaam is de trouwe vriend, die trouw blijft aan zijn vriend bij al diens zware zorgen. Gij Heer alleen zijt bij alles tot het uiterste trouw en buiten U is er geen ander.
Wat had die heilige ziel het goed begrepen die zei: Mijn hart is beveiligd, want het vindt zijn zekerheid in Christus.
Als het zo met mij gesteld was, zou de vrees voor mensen mij niet zo vaak beangstigen en zouden de pijlen van hun woorden mij niet raken.
Wie is in staat alles tevoren te overzien en wie kan alle dreigend kwaad voorkomen?
Als zelfs kwets wat men reeds voorzien had, wat moet het onverwachte dan zwaar aankomen.
Maar waarom zie ik, ellendig mens, niet méér vooruit? Waarom heb ik zo lichtzinnig geloof gehecht aan wat anderen zeggen? Wij zijn maar mensen, zelfs niets anders dan zwakke mensen, ook al denken en zeggen velen dat wij engelen zijn.
Wie zal ik dan geloven, Heer, wie anders dan U? Gij zijt de waarheid, Gij bedriegt niet en Gij kunt U niet vergissen.
En wederom: Ieder mens is leugenachtig, zwak, wankel, en onzeker, vooral in zijn woorden; zelfs zó dat men nauwelijks dadelijk mag geloven wat op het eerste gehoor goed gezegd lijkt.
Hoe wijs hebt Gij ons tevoren al vermaand, dat we ons moeten wachten voor de mensen; dat de eigen huisgenoten van een mens zijn vijand zijn en wij het niet moeten geloven als iemand zegt: Kijk, hier is Hij of: Hij is daar.
Door eigen schade ben ik wijs geworden en mocht het mij nu brengen tot groter behoedzaamheid en niet tot dwaasheid. Pas op, pas op, zegt iemand mij, vertel niet verder wat ik heb gezegd. En terwijl ik zwijg en meen dat het een geheim is, kan hij zelf niet zwijgen wat hij mij als een geheim vertelde: maar meteen verraadt hij zichzelf en mij en verdwijnt.
Heer, bewaar mij voor dat gebabbel en voor die onberaden lieden, dat ik hun niet in handen val of ooit zulke dingen doe. Laat mij waarachtig zijn en consequent in mijn woorden en houd sluwe taal van mij weg. Wat ik niet wens te ondergaan moet ik met alle middelen in mijn daden zelf voorkomen.
Wat is het goed en vredelievend over anderen te zwijgen en niet lukraak alles zo maar te geloven of zonder reden verder te vertellen. Hoe goed is het zich maar zelden geheel uit te spreken en altijd U te zoeken die van mijn binnenste alles weet. En niet met iedere wind van woorden mee te waaien, maar te wensen dat alles wat intiem is of openbaar, zich mag voltrekken volgens het welbehagen van uw wil.
Hoe veilig tot behoud van de hemelse genaden is het, te vermijden die aan mensen kenbaar te maken; hoe veilig ook, niet dát willen verkrijgen wat blijkbaar bij anderen bewondering oproept; maar liever met hart en ziel zich te richten op wat verbetering van leven en vurigheid voortbrengt. Wat heeft het velen schade toegebracht dat hun deugd bekend werd en al te vroeg geprezen. Wat was het altijd voordelig dat de genade met stilte werd omgeven in dit broze leven, dat, zoals men zegt, vol bekoring is en strijd.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
BIRGITTA IN ASSISI.
ZEVENDE BOEK, KAP. 3.
Op den feestdag van den heiligen Franciscus verscheen in zijn Kerk te Rome aan de andere oever van de Tiber, de heilige Franciscus aan de bruid van Christus en zeide: "Kom naar mijn kamer om met mij te eten en te drinken." En toen zij dit hoorde, maakte zij zich dadelijk voor de reis gereed om hem te Assisi te bezoeken. En toen zij daar vijf dagen geweest was en naar Rome dacht terug te keeren, ging zij de Kerk binnen om zichzelf en haar gevolg aan St. Franciscus aan te bevelen.
Toen verscheen hij voor haar en zeide: "Wees welkom, ik nodigde u op mijn kamer om met u te eten en te drinken. Maar gij zult weten, dat dit huis niet de kamer is, die ik u noemde, maar mijn kamer is de ware gehoorzaamheid, die ik altijd betrachtte, zodat ik nooit was zonder iemand, die over mij beval. Want ik had altijd een priester bij mij, wiens bevelen ik ootmoedig gehoorzaamde, en die was mijn kamer. Doe ook zo, want zo behaagt het God. En het voedsel, dat mij het best verkwikte, was dat ik het liefst van alles mijn medebroeders onttrok aan de ijdelheid van het wereldse leven om God te dienen met geheel hun hart.
En de vreugde daarover smaakte mij als het beste voedsel. En mijn drank was de vreugde, die ik had, als ik enkelen, die ik bekeerd had, God met alle kracht zag liefhebben en als ik hen onvermoeid zag in gebed en in godsvrucht en hen anderen zag aanmoedigen om goed te leven en oprechte armoede lief te hebben. Zie, dochter, deze drank maakte mijn ziel zo blij, dat ik afkeer had van alle aardse dingen. Ga daarom in mijn kamer en eet met mij deze kost en drink met mij deze drank, opdat gij u eeuwig met God verheugen zult."
Prijs de Heer.
Christenen loven God. Wij prijzen God wegens wie Hij is, en wat Hij voor ons heeft gedaan.
Wij prijzen God omdat Hij groot en machtig is. "Want de HERE is groot en zeer te prijzen" (Psalm 96:4). "Verhef U, o HERE, in uw kracht, wij willen uw sterkte met psalmen bezingen" (Psalm 21:14).
"Toen prees David de HERE ten aanschouwen van de gehele gemeente, en David zeide: Geprezen zijt Gij, HERE, God van onze vader Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Van U, o HERE, is de grootheid en de kracht, de heerlijkheid, de roem en de majesteit, ja, alles wat in de hemel en op de aarde is; van U is de heerschappij, o HERE, en Gij zijt als hoofd boven alles verheven" (1 Kronieken 29:10,11). "Thans loven wij U, o onze God, en prijzen wij uw heerlijke naam" (1 Kronieken 29:13).
"Alle volken, die Gij gemaakt hebt, zullen komen en zich voor U nederbuigen, o Here, en uw naam eren; want Gij zijt groot en doet wonderen, Gij, o God, alleen. Leer mij, HERE, uw weg, opdat ik in uw waarheid wandele; verenig mijn hart om uw naam te vrezen. Ik zal U loven, Here, mijn God, met mijn ganse hart, en uw naam eren voor altoos" (Psalm 86:9 t/m 12).
"Ik zal U verhogen, mijn God, Gij Koning, ik zal uw naam prijzen voor altoos en immer; te allen dage zal ik U prijzen, uw naam loven voor altoos en immer. De HERE is groot en zeer te prijzen, zijn grootheid is ondoorgrondelijk" (Psalm 145:1 t/m 3). "Al uw werken zullen U loven, HERE, uw gunstgenoten zullen U prijzen; zij zullen van de heerlijkheid van uw koningschap spreken en van uw mogendheid gewagen, om de mensenkinderen zijn machtige daden te verkondigen en de luisterrijke heerlijkheid van zijn koningschap. Uw koningschap is een koningschap voor alle eeuwen, uw heerschappij is over alle geslachten" (Psalm 145:10 t/m 13).
Wij vereren God omdat Hij rechtvaardig is: "En mijn tong zal van uw gerechtigheid gewagen, van uw lof de ganse dag" (Psalm 35:28). "Ik zal de HERE loven naar zijn gerechtigheid, en de naam des HEREN, des Allerhoogsten, psalmzingen" (Psalm 7:18).
Wij loven God omdat Hij trouw en waarachtig is: "O HERE, Gij zijt mijn God, U zal ik verheffen, uw naam loven, want Gij hebt wonderen gedaan, raadsbesluiten uit een ver verleden in waarheid en trouw volvoerd" (Jesaja 25:1).
Wij prijzen God om Zijn barmhartigheid: "Looft de HERE, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid" (2 Kronieken 20:21). "Halleluja. Looft de HERE, want Hij is goed, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid" (Psalm 106:1). "Looft de HERE, alle gij volken, prijst Hem, alle gij natiën; want zijn goedertierenheid is machtig over ons, en des HEREN trouw is tot in eeuwigheid. Halleluja" (Psalm 117:1,2).
"Juicht de HERE, gij ganse aarde, dient de HERE met vreugde, komt voor zijn aangezicht met gejubel. Erkent, dat de HERE God is; Hij heeft ons gemaakt, en Hem behoren wij toe, zijn volk, de schapen die Hij weidt. Gaat met een loflied zijn poorten binnen, zijn voorhoven met lofgezang, looft Hem, prijst zijn naam; want de HERE is goed, zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid, en zijn trouw tot in verre geslachten" (Psalm 100:1 t/m 5).
"Gij zijt mijn God, U zal ik verhogen. Looft de HERE, want Hij is goed, ja, zijn goedertienenheid is tot in eeuwigheid" (Psalm 118:28,29).
Wij loven God omdat Hij ons redt. "De HERE is mijn kracht en mijn psalm, Hij is mij tot heil geweest. Hij is mijn God, Hem verheerlijk ik, de God mijns vaders, Hem prijs ik" (Exodus 15:2). "De HERE leeft. Geprezen zij mijn Rots, en verhoogd zij de God mijns heils" (2 Samuël 22:47). "Zingt de HERE, gij ganse aarde, boodschapt zijn heil van dag tot dag. Vertelt onder de volken zijn heerlijkheid, onder alle natiën zijn wonderen. Want de HERE is groot en zeer te prijzen" (1 Kronieken 16:23 t/m 25). "De HERE leeft. Geprezen zij mijn Rots, en verhoogd zij de God mijns heils" (Psalm 18:47). Amen.
Wanneer zal dat geschieden?
Wat betekenen de voorspellingen in Matteüs 24, Marcus 13 en Lucas 21?
"En Jezus ging de tempel uit en vertrok. En zijn discipelen kwamen tot Hem om Hem op de gebouwen van de tempel te wijzen. En Hij antwoordde en zeide tot hen: Ziet gij dit alles niet? Voorwaar, Ik zeg u, er zal hier geen steen op de andere gelaten worden, die niet zal worden weggebroken. Toen Hij op de Olijfberg gezeten was, kwamen zijn discipelen alleen tot Hem en zeiden: Zeg ons wanneer zal dat geschieden, en wat is het teken van uw komst en van de voleinding der wereld?" (Matteüs 24:1 t/m 3 // Marcus 13:1 t/m 4; Lucas 21:5 t/m 7).
Men had al 46 jaar aan de tempel van Herodus gebouwd (Johannes 2:20). De Joden waren trots op de pracht daarvan. Die was uit wit kalksteen gemaakt en grote delen waren met goud bedekt.
Toen Jezus zei dat de tempel vernietigd zou worden, vroegen Zijn discipelen zich af wanneer dat zou gebeuren.
Veel verwarring is ontstaan door vreemde interpretaties van Matteüs 24, Marcus 13 en Lucas 21. Laten wij deze voorspellingen onder de loep nemen in het licht van andere teksten over dezelfde onderwerpen.
Eerst moeten wij er nota van nemen dat de discipelen twee afzonderlijke vragen stelden. (1) Wanneer wordt de tempel vernietigd? (2) Wat is het teken van uw komst en van de voleinding der wereld?
Om misverstand te vermijden, moeten wij er notitie van nemen welke vraag in verschillende delen van de tekst wordt behandeld. Er is soms verwarring en mensen denken, bijvoorbeeld, dat iets over Jeruzalem op de wederkomst slaat.
Wanneer wordt de tempel vernietigd?
Jezus waarschuwt Zijn volgelingen: "Zodra gij nu Jeruzalem door legerkampen omsingeld ziet, weet dan, dat zijn verwoesting nabij is. Laten dan die in Judea zijn, vluchten naar de bergen, en die binnen de stad zijn, de wijk nemen, en die op het land zijn, er niet binnengaan, want dit zijn de dagen van vergelding, waarin alles wat geschreven is, in vervulling gaat. Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen! Want er zal grote nood zijn over het land en toorn over dit volk, en zij zullen vallen door de scherpte des zwaards en als gevangenen weggevoerd worden onder alle heidenen" (Lucas 21:20 t/m 24 // Matteüs 24:15 t/m 22; Marcus 13:14 t/m 20).
Cestius omsingelde Jeruzalem in 66 na Christus om een opstand te onderdrukken, maar opeens staakte hij de belegering en vertrok (Josephus, Oorlogen van de Joden, Boek 2, Hoofdstuk 19, Deel 7). Toen dat gebeurde, vertrokken de christenen weg uit Jeruzalem wegens de waarschuwing van Jezus. In 70 na Christus werd Jeruzalem door Titus omsingeld. Na een lange belegering waarbij velen de hongerdood stierven, werd de stad ingenomen en de tempel werd door de soldaten in brand gestoken, al had Titus het bevel gegeven om de tempel te sparen. Na de brand werd de tempel steen per steen uit elkaar gehaald om aan het goud te komen dat gesmolten was en tussen de spleten was gevloeid. Naar schatting was er 50 ton goud op de muren van de tempel. Tijdens de belegering werden de lijken van wie verhongerden over de muren buitengeworpen, en toen de stad werd ingenomen vloeide er bloed als regenwater in de straten.
Eusebius, die rond 300 na Christus zijn kerkgeschiedenis schreef, zegt dat vóór de belegering alle christenen Jeruzalem hadden verlaten (Eusebius Kerkgeschiedenis, Hoofdstuk 5, Deel 3).
Wanneer zullen hemel en aarde vergaan?
Hoewel Jezus duidelijke tekenen van de vernietiging van de tempel gaf, wist Hij niet wanneer de voleinding der wereld zou zijn: "Zo moet gij ook, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het nabij is, voor de deur. Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan. Maar van die dag of van die ure weet niemand, ook de engelen in de hemel niet, ook de Zoon niet, alleen de Vader" (Marcus 13:29 t/m 32 // Matteüs 24:34 t/m 36).
De tempel zou in dat geslacht vernietigd worden, maar alleen de Vader weet wanneer de aarde vergaat.
Bij de wederkomst van Christus worden hemel en aarde vernietigd.
Jezus vervolgt: "De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan. Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen. Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. Want zoals zij in [die] dagen vóór de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop Noach in de ark ging, en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn" (Matteüs 24:35 t/m 39).
Dus "de hemel en de aarde zullen voorbijgaan" bij "de komst van de Zoon des mensen".
Alleen de Vader weet wanneer de voleinding zal zijn. Dit is iets "waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft" (Handelingen 1:7). Dit gebeurt "te zijner tijd" (1 Timoteüs 6:15).
Dus moeten volgelingen van Christus steeds klaar zijn. "Ziet toe, blijft waakzaam. Want gij weet niet, wanneer het de tijd is. Gelijk een mens, die buitenslands ging, zijn huis overliet en aan zijn slaven volmacht gaf, aan ieder zijn werk, en de deurwachter opdroeg te waken. Waakt dan, want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal, laat in de avond of te middernacht, bij het hanegekraai of des morgens vroeg, opdat hij niet, als hij plotseling komt, u slapende vinde. Wat Ik u zeg, zeg Ik allen: Waakt!" (Marcus 13:33 t/m 37) "Daarom, weest ook gij bereid, want op een uur, dat gij het niet verwacht, komt de Zoon des mensen" (Matteüs 24: 44).
Vele valse leraars beweren dat ze weten wanneer Christus komt. Maar Jezus zegt dat Zijn volgelingen de tijd van Zijn wederkomst niet kennen.
Er zijn ook valse leraars die de wederkomst van Christus en de vernietiging van de wereld uit elkaar willen halen. Maar de twee gebeuren gelijkertijd volgens deze tekst.
Ook Petrus schrijft dat bij de wederkomst van Christus, hemel en aarde worden vernietigd. "Dit vooral moet gij weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zó, als het van het begin der schepping af geweest is. Want willens en wetens ontgaat hun, dat door het woord van God de hemelen er sedert lang geweest zijn en de aarde, die uit en door het water bestaat, waardoor de toenmalige wereld is vergaan, verzwolgen door het water. Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen" (2 Petrus 3:3 t/m 7).
Petrus brengt "de belofte van Zijn komst" in verband met de vernietiging van hemel en aarde. Aangezien wij niet weten wanneer Christus komt, de tijd kan òf kort òf lang zijn. Intussen hebben zondaars nog de gelegenheid zich te bekeren: "Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen" (2 Petrus 3:8, 9).
Maar of de tijd kort of lang is, het einde komt: "Maar de dag des Heren zal komen als een dief. Op die dag zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen door vuur vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. Daar al deze dingen aldus vergaan, hoedanig behoort gij dan te zijn in heilige wandel en godsvrucht, vol verwachting u spoedende naar de komst van de dag Gods, ter wille waarvan de hemelen brandende zullen vergaan en de elementen in vuur zullen wegsmelten. Wij verwachten echter naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont" (2 Petrus 3:10 t/m 13).
Jezus noemt bepaalde dingen die geen tekenen van Zijn komst zijn.
"Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn." (Matteüs 24:6, 7).
Het is verbazingwekkend dat bepaalde valse leraars als tekenen van de komst van Jezus precies die dingen noemen die volgens Jezus geen tekenen van Zijn komst zijn! Eens hoorde ik een radioprediker deze tekst in die zin aanhalen, maar bij het voorlezen, sloeg hij het gedeelte over: "maar het einde is het nog niet"! Pas op voor valse leraars! Zij verdraaien de Schrift.
Wie beweert te weten wanneer Jezus komt, is een valse leraar.
Jezus waarschuwt: "Ziet toe, dat gij u niet laat verleiden. Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben het, en: De tijd is nabij. Gaat hen niet achterna" (Lucas 21:8). In ieder geslacht zijn er mensen die beweren te weten dat de tijd nabij is. En, zoals Jezus heeft voorspeld, misleiden zij velen. Waarom? Omdat velen niet luisteren naar wat Jezus zegt: "Gaat hen niet achterna".
Met Johannes kunnen wij zeggen: "Het is de laatste ure" (1 Johannes 2:18) en met Petrus: "Het einde aller dingen is nabijgekomen. Komt dus tot bezinning en wordt nuchter, opdat gij kunt bidden" (1 Petrus 4:7) omdat wij vanaf de Pinksterdag in "de laatste dagen" zijn (Handelingen 2:17) en Jezus kan op ieder ogenblik komen. Maar wie beweert meer dan dat te weten door te zeggen: "De tijd is nabij" (Lucas 21:8) is een valse leraar.
Alleen de Vader weet wanneer het einde zal zijn. Wij moeten steeds klaar zijn.
Iedereen zal Jezus zien bij Zijn komst.
"Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus, of: Hier, gelooft het niet. Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden. Zie, Ik heb het u voorzegd. Indien men dan tot u zegt: Zie, Hij is in de woestijn, gaat er niet heen; zie, Hij is in de binnenkamer, gelooft het niet. Want gelijk de bliksem komt van het oosten en licht tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn" (Matteüs 24:23 t/m 27).
"Zie, Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem zien, ook zij, die Hem hebben doorstoken" (Openbaring 1:7).
Dus, iemand die beweert dat Jezus in 70 na Christus is gekomen, is een valse leraar, evenals Getuigen van Jehova die beweren dat Hij in 1914 onzichtbaar is gekomen.
Bij de komst van Jezus zal iedereen Hem zien. Laat u niet bedriegen.
De tekenen van de wederkomst van Christus gebeuren bij Zijn komst.
Wanneer die tekenen verschijnen, is het te laat zijn. De tijd voor bekering is voorbij. "En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere" (Matteüs 24:30, 31).
"En er zullen tekenen zijn aan zon en maan en sterren, en op de aarde radeloze angst onder de volken vanwege het bulderen van zee en branding, terwijl de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen. Want de machten der hemelen zullen wankelen. En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen op een wolk, met grote macht en heerlijkheid. Wanneer deze dingen beginnen te geschieden, richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing genaakt" (Lucas 21:25 t/m 28).
Dus, wanneer het teken van de Zoon des Mensen verschijnt, zullen de verlorenen beven en de behoudenen juichen. Jezus komt als een dief in de nacht. Wij moeten klaar zijn. Eenmaal het teken van de Zoon des Mensen verschijnt, is het te laat.
Wat dan is het antwoord op de twee vragen? (1) De tempel wordt in dat geslacht vernietigd. Zijn volgelingen herkenden de tekenen en hebben Jeruzalem verlaten. (2) Niemand weet wanneer Jezus zal wederkomen, dus moeten wij steeds klaar zijn. Misschien gaan duizenden jaren nog voorbij, of misschien komt hij nu! Het einde aller dingen is nabijgekomen. Zijn we klaar?
Bidden en vasten.
"Als je bidt, doe dat dan niet zoals schijnheilige mensen, die graag in het openbaar bidden om indruk te maken op anderen. Laat Mij je vertellen dat zij hun loon al hebben. Maar wanneer jij bidt, ga dan naar je kamer, doe de deur dicht en bid tot je Vader, die in het verborgene is. Dan zal Hij, die ziet wat er in het geheim gebeurt, je belonen. En wanneer je bidt, doe dat dan niet met een heleboel woorden en eindeloze herhalingen, sommige religieuze mensen denken zo gehoord te worden. Zo hoef je niet te bidden, want je Vader weet wat je nodig hebt, zelfs voordat je het hem vraagt. Als je bidt, doe het dan op deze manier: Onze Vader in de hemel. Laat Uw naam geheiligd worden (dat mensen U zullen erkennen als enige God en ontzag voor U hebben). Laat Uw Koninkrijk komen, Uw wil worden gedaan, op de aarde, zoals in de hemel. Geef ons vandaag het brood dat we nodig hebben. Vergeef ons onze schulden (zonden), zoals wij de mensen vergeven die ons iets schuldig zijn (die tegen ons zondigen). En laat ons niet in verleiding komen (om iets verkeerds te doen), maar verlos ons van slechtheid (ook wel vertaald als: de slechte persoon, de boze of de duivel). Want van U is het Koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid."
(Veel mensen bidden dit gebed graag letterlijk vanuit een bepaalde vertaling. Dit gedeelte wekt echter eerder de indruk dat het om een modelgebed gaat, dat als voorbeeld gebruikt kan worden voor een algemeen gebed. In het boek Handelingen staan andere gebeden opgetekend die door de apostelen zijn uitgesproken. Waar het om gaat is dat we juist niet met standaardgebeden moeten bidden, maar vanuit een relatie met de Vader, over alledaagse dingen zoals eten, verleidingen, onenigheden en vergeven. Jezus bad zelf tenslotte ook gebeden die heel anders waren dan dit voorbeeldgebed.)
(Mat.6:5-13; Luk.11:2-4)
"Maar wanneer je staat te bidden en je hebt iets tegen iemand, vergeef het hem, zodat je Vader in de hemel ook jouw zonden zal vergeven. Als je de mensen vergeeft die jou iets aangedaan hebben, zal je hemelse Vader jou ook vergeven.
"Maar als je anderen niet vergeeft, zal je Vader jou ook niet vergeven."
(Mat.6:14,15; Mrk.11:25)
"Stel je voor, iemand gaat midden in de nacht naar zijn vriend toe en zegt: Vriend, leen mij eens drie broden, want ik heb een vriend te logeren die op doorreis is en ik heb niets om hem voor te zetten. En dan hoort hij vanuit het huis: Val me niet lastig, de deur is al dicht en we liggen allemaal in bed. Ik kan niet opstaan om je iets te geven. Ik zal je vertellen dat hij toch zal opstaan, niet omdat hij zijn vriend is, maar vanwege de vasthoudendheid van de man en hij zal hem geven wat hij nodig heeft."
(Luk.11:5-8)
"Vraag en het zal je gegeven worden. Zoek en je zult vinden. Klop en de deur zal voor je worden opengedaan. Want iedereen die vraagt ontvangt, wie zoekt vindt en wie klopt zal open gedaan worden. Wie van jullie zal, als je zoon om een brood vraagt, hem een steen geven? En als hij om een vis vraagt, zou je hem in plaats van een vis een slang geven of als hij om een ei vraagt, hem een schorpioen geven? Zelfs al zijn jullie in wezen slecht, je bent toch in staat om iets goeds te geven aan je kinderen. Zal je Vader in de hemel niet nog veel beter weten hoe Hij goede dingen moet geven als Zijn kinderen iets aan Hem vragen? Hij zal ook zeker de Heilige Geest geven aan hen die Hem daarom vragen!"
(Mat.7:7-11; Luk.11:9-13)
"Als je vast, moet je niet somber kijken, zoals schijnheilige mensen. Want zij vertrekken hun gezichten om anderen te laten zien dat ze vasten. Ik zeg: zij hebben hun volledige beloning al ontvangen. Maar wanneer jullie vasten, was dan je gezicht en doe een lekker geurtje op, zodat het niet overduidelijk is dat je aan het vasten bent, behalve voor je Vader, die in het verborgene is. En je Vader, die ziet wat niemand anders ziet, zal je belonen."
(Mat.6:16-18)
[Leerlingen van Johannes de Doper vroegen Hem waarom Zijn leerlingen niet vastten zoals zij en de Joodse leiders.]
"Hoe kunnen gasten van de bruidegom vasten zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een tijd dat de bruidegom van hen zal worden weggenomen en dan zullen ze vasten. Niemand naait een nieuw lapje stof op een oude jas. Want als je dat doet, zal het nieuwe lapje er af scheuren en dan past het niet meer (omdat het meer krimpt dan de jas). En niemand doet nieuwe wijn in een oude wijnzak. Als je dat doet zal de oude zak kapot gaan (omdat de oude wijnzak niet meer uitzet wanneer de wijn gaat gisten), en dan gaan zowel de wijn als de wijnzak verloren. Nee, men doet nieuwe wijn in nieuwe wijnzakken. (Je kunt geen oude gewoonten proberen in te passen in iets nieuws: het Koninkrijk van God.) En niemand wil nieuwe wijn na het drinken van oude wijn, want hij zegt: Die oude smaakt best." (Natuurlijk, want die ben je gewend en er zit meer alcohol in; het is moeilijk om mensen van oude gewoonten af te krijgen.)
(Mat.9:14-17; Mrk.2:18-22; Luk.5:33-39)
"Twee mannen gingen naar de tempel om te bidden, de ene was een godsdienstige leider en de andere een belastinginner. De leider stond op en bad voor zichzelf: God, ik dank u dat ik niet zo ben als andere mensen rovers, slechteriken, overspelige mensen of zelfs zoals deze belastinginner. Ik vast twee keer per week en geef een tiende van alles wat ik krijg. Maar de belastinginner stond op een afstand; hij wilde niet eens zijn ogen opheffen naar de hemel, maar hij sloeg zich op zijn borst en zei: God, wees mij, een zondaar, genadig. Ik zal je vertellen dat deze man rechtvaardig voor God naar huis ging en die andere niet. Want een ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en een ieder die zichzelf vernedert, zal verhoogd worden."
(Luk.18:10-14)
[In de tempel waren mensen handel aan het bedrijven op de plaats waar de heidenen konden bidden. Jezus joeg ze daar weg, gooide hun tafels om en smeet hun handel en geld over de grond.]
"Haal deze dingen hier weg! Hoe durven jullie Mijn Vaders huis te veranderen in een markt? Staat er niet in de geschriften (in Jesaja 56:7): Mijn huis zal een huis van gebed voor alle volken worden genoemd? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!" (Jeremia 7:11)
GEHEIMEN VAN LA SALETTE ( verschijning van Maria 19-9-1846) ( In het kort.)
De Schone en Goede Vrouwe ging, mijn gedachten radend, verder: Begrijpt ge Me niet mijn kinderen? Ik zal het anders zeggen. Als de oogst bederft dan is dat alleen jullie schuld; ik heb u het vorige jaar getoond met de aardappelen, en ge hebt er niets van aangetrokken; wanneer ge er integendeel vond die bedorven waren, vloekten jullie en bracht er de naam van Mijn Zoon bij te pas. Zij zullen verder rotten en met Kerstmis zullen er geen meer zijn. Als ge koren hebt, moet ge het niet zaaien. Alles wat ge zult zaaien zal door de dieren opgevreten worden; en wat er van opgroeit zal tot straf uit elkaar vallen als ge het zult dorsen. Er zal een grote hongersnood komen. Voordat de hongersnood komt zullen de kleine kinderen onder de zeven jaar door een siddering bevangen worden en sterven in de handen die ze vast houden; anderen zullen boete doen door honger te lijden. De noten zullen slecht worden; de druiven zullen verrotten.
Enkele van de 33 geheimen .
1. Melanie, hetgeen ik je nu zal zeggen ga zal niet altijd geheim blijven; ge kunt het in 1858 publiek maken.
2. De priesters, de plaatsvervangers van mijn Zoon, de priesters zijn, door hun slecht leven, door hun oneerbiedigheden en hun goddeloosheid bij het vieren van de heilige geheimen, door de liefde voor het geld, de zucht naar eer en genot, de priesters zijn riolen van onzuiverheid geworden. Ja, de priesters vragen om wraak en de wraak hangt hen boven het hoofd. Wee de priesters aan God toegewijde personen; die door hun trouweloosheden en hun slechte leven opnieuw mijn Zoon kruisigen! De zonden van de aan God toegewijde personen schreven ten Hemel en roepen de wraak af, en ziehier de wraak voor hun deuren, want er is niemand meer, er is niemand meer die waardig is om medelijden en vergeving af te smeken voor het volk; er zijn geen edele zielen meer, er is niemand meer die waardig is om het Onbevlekte Slachtoffer van de Eeuwige aan te bieden ten gunste van de wereld.
3. God gaat slaan op een manier zonder weerga.
4. Wee de bewoners van de aarde! God gaat zijn toorn uitputten en niemand kan zich onttrekken aan zoveel gesels tegelijk.
5. De hoofden, de leiders van het volk van God hebben het gebed en de boete verwaarloosd, en de duivel heeft hun verstand verduisterd; zij zijn die dwaalsterren geworden die de oude duivel met zijn staart mee zal slepen om ze te doen vergaan. God zal aan het oude serpent toestaan verdeeldheden te brengen onder de heersenden, in alle gemeenschappen en in alle gezinnen; men zal aan physieke en morale ziekte lijden; God zal de mensen aan zich zelf overlaten en zal gesels zenden die elkander langer dan 35 jaar op zullen volgen.
6. De gemeenschap staat aan de vooravond van de allerverschrikkelijkste geselingen en de allergrootste gebeurtenissen, ge kunt er op rekenen met een ijzeren roede gegeseld te worden en de kelk van de toorn Gods te drinken.
9. Italië zal gestraft worden voor zijn zucht om het juk van de Heer der Heersers af te schudden; ook zal het overgeleverd worden aan de oorlog; aan alle zijden zal het bloed stromen; de kerken zullen gesloten of ontheiligd worden, de priesters, de geestelijken zullen verjaagd worden; men zal ze ter dood brengen en een wrede dood doen sterven. velen zullen van het geloof afvallen en de aantal van priesters en geestelijke die zullen verminderen.
13. De plaatsvervanger van mijn Zoon zal veel te lijden hebben, omdat de Kerk voor een tijd zal overgeleverd worden aan de grote vervolgingen; dat zal de tijd der duisternissen zijn; de Kerk zal en afschuwelijke crises doormaken.
14. Daar het heilig geloof van God vergoten zal zijn, zal ieder individu zich zelf willen leiden en meer willen zijn dan zijns gelijken. Men zal de burgelijke en geestelijke machten afschaffen, iedere orde en elke rechtvaardigheid zullen met voeten getreden worden; men zal niets zien dan moorden, haat, jaloezie, leugen, en verdeeldheid, zonder liefde voor het vaderland, noch voor het gezin.
15. De heilige Vader zal veel lijden. Ik zal met hem zijn tot het einde toe om zijn offer te ontvangen.
16. De bozen zullen verschillende malen een aanslag op zijn leven plegen, zonder zijn leven te verkorten; maar noch hij, noch zijn opvolger.........zullen de triomf van Gods Kerk zien.
17. De wereldlijke regeerders zullen allen een eenzelfde doel hebben, dat bestaan zal in het afschaffen en doen verdwijnen van elk godsdienstig beginsel, dat plaats moet maken voor het materialisme, het atheïsme het spiritisme en allerlei soorten van zonden.
19. Frankrijk, Italië, Spanje en Engeland zullen oorlog voeren; het bloed zal door de straten stromen; de Fransman zal strijden tegen de Fransman, de Italiaan tegen de Italiaan; daarna zal er een algemene oorlog zijn die afschuwelijk zal zijn. Gedurende enige tijd zal God zich Frankrijk noch Italië herinneren, omdat het Evangelie van Jezus Christus niet meer gekend zal zijn. De bozen zullen hun geslepenheid ontplooien; men zal elkander doden, men zal elkander zwijgend slachten tot in de huizen toe.
20. Bij den eerste slag van zijn blixemende degen zullen de bergen en de hele aarde van vrees sidderen, daar de wanorde en de misdaden van de mensheid het gewelf der hemelen doorboren. Parijs zal verbrand worden en Marseille verzwolgen, meerdere grote steden zullen door aardbevingen in puin storten en verzwolgen worden; men zal denken dat alles verloren is; men zal niets dan moorden zien, men zal niets dan wapengeweld en vloeken horen. De rechtvaardigen zullen veel lijden; hun gebeden, hun boetedoeningen en hun tranen zullen opstijgen tot de Hemel, en heel het volk van God zal vergeving en medelijden vragen, en zal mijn hulp en mijn bemiddeling vragen. Dan zal Jezus Christus, door een daad van rechtvaardigheid en van zijn grote liefde voor de rechtvaardigen, en aan zijn engelen bevelen dat al zijn vijanden ter dood gebracht zullen worden. Plotseling zullen de vervolgers van de kerk van Jezus Christus en alle mensen die zich aan de zonde hebben overgegeven sterven en de aarde zal zijn als de woestijn. Dan zal er vrede zijn, de verzoening van God met de mensen; Jezus Christus zal gediend, geëerd en verheerlijkt worden; de liefde zal overal bloeien. De Nieuwe Koningen zullen de rechterarm van de Heilige Kerk zijn, nederig, vroom, arm, ijverig en navolgster van de deugden van Jezus Christus. Het Evangelie zal overal gepredikt worden en de mensen zullen grote vorderingen maken in het geloof; want er zal eenheid zijn onder de werklieden van Jezus Christus en de mensen zullen leven in de vreze Gods.
21. Die vrede onder de mensen zal niet van lange duur zijn; vijf en twintig jaren van overvloedige oogsten zullen hen doen vergeten dat de zonden van de mensen de oorzaak zijn van alle rampen die op de aarde neerkomen.
22. Een voorloper van de antikrist zal met zijn legers, uit verschillende volkeren samengesteld, strijden tegen de ware Christus, de enige Redder van de Wereld; hij zal veel bloed vergieten, en zal de eredienst van God willen vernietigen om zich zelf als een god beschouwd te zien.
23. De aarde zal met allerlei soorten van gesels ( behalve dan nog van de pest en de hongersnood, die algemeen zullen zijn) geslagen worden; er zullen oorlogen zijn tot aan de laatste oorlog, die dan gevoerd zal worden door tien koningen van de antikrist, welke koningen allen eenzelfde toeleg zullen hebben en de enigen zullen zijn die de wereld zullen regeren.
Voordat dit gebeurd zal er een soort van schijnvrede in de wereld heersen; men zal nergens anders aandenken als zich te vermaken; de bozen zullen zich aan alle soorten van zonden overgeven; maar de kinderen van de Heilige Kerk, de kinderen van het geloof, mijn ware navolgers, zullen groeien in liefde tot God en de deugden die mij het dierbaarst zijn. Gelukkig de nederige, door de Heilige Geest geleide zielen. Ik zal met hen strijden totdat zij tot de volheid van het leven gekomen zijn.
24. De natuur zal om wraak roepen over de mensen en zij zal van ontzetting sidderen in afwachting van wat de met misdaden bevuilde aarde overkomen zal.
25. Beef, aarde, en gij allen die er uw beroep van maakt Christus te dienen en die bovendien u zelf aanbidt, beeft; want God gaat u aan zijn vijand overleveren, daar de heilige plaatsen verdorven zijn; daar veel kloosters niet meer de huizen zijn van God, maar de weilanden van Asmodée en de haren.
26. In die tijd zal de antikrist geboren worden uit een joodse non, uit een onechte maagd die gemeenschap zal hebben met de oude slang, de meester van de onzuiverheid, zijn vader zal Ev. zijn; bij zijn geboorte zal hij godslasteringen uitbraken, zal hij tanden hebben; het zal in een woord de geïncarneerde duivel zijn; hij zal vreselijke kreten slaken; hij zal wonderen doen, hij zal zich slechts met onreinheden voeden. Hij zal broers hebben die, ofschoon zij niet zoals de geïncarneerde duivels zijn, kinderen van het kwaad zullen zijn; op twaalfjarige leeftijd zullen zij zich onderscheiden door hun dappere overwinningen, die zij zullen behalen; weldra zullen zij ieder aan het hoofd van de legers staan, bijgestaan door de legioenen van de hel.
27. De seizoenen zullen veranderd worden, de aarde zal slechts bedorven vruchten voortbrengen, de sterren zullen hun gewone bewegingen staken, de maan zal slechts een zwak, roodachtig licht uitstralen; het water en het vuur zullen aan de aardbol krampachtige bewegingen en verschrikkelijke aardbevingen mededelen, dei bergen en steden verzwelgen.
28. Rome zal het geloof verliezen en de zetel van de antikrist worden.
29. De duivelen van de lucht zullen met de antikrist grote wonderen op de aarde en in de luchten doen, en de mensen zullen meer en meer ontaarden. God zal zorg dragen voor zijn getrouwe dienaren en voor die van goede wille zijn; het Evangelie zal overal verkondigd zijn, alle volkeren en alle landen zullen de waarheid kennen!
30. Ik richt een dringende oproep tot de aarde; ik roep de ware leerlingen van de levenden en in de hemelen heersende God; ik roep de ware navolgers van de mensgeworden Christus; de enige en ware Redder van de mensen; ik roep mijn kinderen, mijn echte gelovigen, hen die zich aan mij hebben geschonken opdat ik hen tot mijn goddelijke Zoon geleide, hen die ik om zo te zeggen in mijn armen draag, hen die van mijn geest hebben geleefd; tenslotte roep ik de Apostelen der laatste dagen, de trouwe leerlingen van Jezus Christus die hebben geleefd in verachting van de wereld en van zichzelf, in armoede en in nederigheid, in verachting en in de stilte, in het lijden en ongekend door de wereld. Het is tijd dat zij uitgaan en de aarde komen verlichten. Gaat en toont u als mijn geliefde kinderen; ik ben met u en in u, mits uw geloof het licht is dat u in die ongelukkige dagen verlicht. Dat uw ijver als uitgehongerden maakt voor de glorie en de eer van Jezus Christus. Strijdt, kinderen van het licht, gij klein getal dat daar zijt; want ziehier de tijd der tijden, het einde van het einde.
31. De Kerk zal verdwenen zijn, de wereld zal in de verschrikking zijn. Maar daar zijn Enoch en Elias, vervuld met de Geest Gods; zij zullen preken met de kracht Gods en de mensen die van goede wil zijn zullen in God geloven en vele zielen zullen getroost worden; zij zullen grote vorderingen maken door de deugd van de Heilige Geest en zullen de duivelse dwalingen van de antikrist veroordelen.
32. Wee de bewoners der aarde, er zullen bloedige oorlogen en hongersnoden zijn, pest en besmettelijke ziekte; er zullen buien zijn van een verschrikkelijke hagel van dieren; donderslagen die steden zullen doen wankelen; aardbevingen die landen zullen verzwelgen; men zal stemmen horen in de luchten; de mensen zullen zichzelf met de muur tegen het hoofd slaan; zij zullen de dood afroepen, en anderzijds zal de dood hun marteling zijn; het bloed zal overal stromen. Wie zal kunnen overwinnen, als God de tijd van de beproeving niet verkort? Door het bloed, de tranen en de gebeden van de rechtvaardigen zal God zich laten vermurwen; Enoch en Elias zullen ter dood gebracht worden; het heidense Rome zal verdwijnen; het hemelvuur zal neerstorten en drie steden verslinden; het ganse heelal zal met afgrijzen geslagen zijn, en vele zullen laten verleiden omdat zij niet de ware Christus die onder hen leeft hebben vereerd. Het is de tijd; de zon verduistert; slechts het geloof zal leven.
33. Dit is de tijd; de afgrond opent zich. Ziehier de koning der duisternissen. Hier is het beest met zijn dienaren, dat zich de Redder van de wereld noemt. Hij zal gewurgd worden door de adem van Michaël de Aarsengel. Hij zal vallen en de aarde die sedert drie dagen in voortdurende bewegingen zal zijn, zal haar vurige schoot openen; hij zal voor eeuwig met al de zijnen gestort worden in de eeuwige afgronden van de hel. Dan zullen het water en het vuur de aarde zuiveren, en alle werken van hoogmoed van de mensen verslinden en alles zal vernieuwd zijn; God zal gediend en verheerlijkt worden.
Wil je wel geloven.
Wil je wel geloven dat het groeien gaat,
klein en ongelooflijk als een mosterdzaad,
dat je had verborgen in de zwarte grond,
en waaruit een grote boom ontstond.
Wil je wel geloven
het begin is klein,
maar het zal een wonder
boven wonder zijn,
als je het gaat wagen
met Gods woord alleen:
dan gebeuren wond'ren
om je heen.
Wil je wel geloven
dat je vrede wint,
als je vol vertrouwen
leeft, zoals een kind.
Als je een geloof hebt
als een mosterdzaad,
groeit de liefde uit
boven de haat.
Wees niet ongerust.
Dat is makkerlijker gezegd dan gedaan, Heer.
Zou U niet ongerust zijn, als Uw puber s avonds
niet komt opdagen?
...Wie weet wat hem misschien is overkomen?
Zou U niet ongerust zijn, als U zou vrezen voor uw relatie?
Hoe moet een mens de scherven van zijn leven vergaren?
Zou U niet ongerust zijn, bij het voelen van die knoop in Uw maag,
of die knobbel in Uw borst?
Ik vind de woorden niet die alles goed kunnen maken,
ik ben bang, ik voel pijn...
Ik voel mij als die arme mensen, die U op Uw weg ontmoette.
Twintig eeuwen hebben het lijden van de mensheid niet doen verdwijnen.
Ik durf mijzelf te tellen bij diegenen die vannacht, in stilte, in hun
kussen zullen snikken.
Denk aan ons als gij onze Vader vanavond looft en prijst.
Amen.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
AAN BIRGITTAS DOCHTER CATHARINA, DIE VAN ROME NAAR ZWEDEN ZOU TERUGKEEREN.
ZESDE BOEK, KAP. 118.
Jezus Christus, Gods Zoon, zegt: "Raad deze vrouw, dat zij enigen tijd bij u blijft, want het is nuttiger voor haar ziel te blijven dan naar huis te gaan. Want ik zal met haar doen, zoals een vader doet met een dochter, die door twee mannen bemind wordt, welke haar beiden wensen te huwen, maar waarvan de ene arm is en de andere rijk, en die beiden door de maagd bemind worden. Als de wijze vader de liefde van de maagd ziet voor de armen man, geeft hij de arme man klederen en andere goede gaven, maar de rijken man geeft hij zijn dochter.
Zo wil ook ik doen. Want deze bemint zowel mij als haar echtgenoot. En daar ik de rijkste ben, Heer aller dingen, zal ik hem mijn gaven geven, die nuttiger zijn voor zijn ziel, wijl het mij behaagt hem spoedig tot mij te roepen. En de ziekte, die hem plaagt, is een teken dat hij sterven zal. En betamelijk is het, dat hij die nu voor de Almachtige verschijnen zal, gereed is om rekenschap af te leggen en van aardse banden bevrijd is. Maar haar wil ik leiden en naar haar huis terug brengen. En ik zal haar besturen en bewaren, totdat zij geschikt is voor de taak, voor welke ik haar bestemd heb en welke het mij behaagt haar te tonen."
Nadat enigen tijd verlopen was, gedurende welken de vrome Catharina uit eigen verkiezing bij haar moeder te Rome bleef, begon het ongewone leven haar moeilijk te vallen, en toen zij zich haar vroegere vrijheid herinnerde, smeekte zij haar moeder vol angst naar Zweden terug te mogen keren. Toen haar moeder naar aanleiding van deze verleiding in gebed verzonken was, vertoonde Christus zich aan haar en zeide: "Zeg deze maagd, uw dochter, dat zij weduwe geworden is. En ik raad haar aan om bij u te blijven, omdat ik zelf voor haar zorgen wil."
DE INNERLIJKE VERTROOSTING.
Zich de uiterlijke dingen niet aantrekken.
Mijn zoon, bij vele gelegenheden moet gij onwetend zijn en uzelf op aarde beschouwen als reeds dood, iemand voor wie de hele wereld gekruisigd is. Door vele dingen moet gij met dove oren heengaan en meer bedenken wat u tot vrede strekt. Het is beter uw ogen af te wenden van wat u mishaagt en ieder zijn eigen mening te laten dan uw deel bij te dragen tot scherpe discussies. Als gij goed staat met God en aandacht voor zijn oordeel hebt, zult gij gemakkelijker verdragen dat gij hebt moeten toegeven.
O Heer, hoever zijn wij gekomen?
Zie, men weent om verlies van aardse bezittingen; om een bescheiden salaris wordt gezwoegd en gerend; maar geestelijke schade is spoedig vergeten en er wordt later nog nauwelijks aan gedacht. Men heeft wel oog voor wat van weinig of geen waarde is; maar wat hoogstnodig is gaat men achteloos voorbij. Want de hele mensheid is gezonken tot het niveau van de uiterlijkheden en als zij niet snel tot de Wijsheid terugkeert, zal zij met genoegen bij dat uiterlijk blijven hangen.
Psalm 125.
1 Een lied Hammaaloth. Die op den HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion, [die] niet wankelt, [maar] blijft in eeuwigheid.
2 Rondom Jeruzalem zijn bergen; alzo is de HEERE rondom Zijn volk, van nu aan tot in der eeuwigheid.
3 Want de scepter der goddeloosheid zal niet rusten op het lot der rechtvaardigen; opdat de rechtvaardigen hun handen niet uitstrekken tot onrecht.
4 HEERE! doe den goeden wel, en dengenen, die oprecht zijn in hun harten.
5 Maar die zich neigen [tot] hun kromme wegen, die zal de HEERE weg doen gaan met de werkers der ongerechtigheid. Vrede zal over Israel zijn!
Psalm 143.
1 Een psalm van David. O HEERE! hoor mijn gebed, neig de oren tot mijn smekingen; verhoor mij naar Uw waarheid, naar Uw gerechtigheid.
2 En ga niet in het gericht met Uw knecht; want niemand, die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn.
3 Want de vijand vervolgt mijn ziel, hij vertreedt mijn leven ter aarde; hij legt mij in duisternissen, als degenen, die over lang dood zijn.
4 Daarom wordt mijn geest overstelpt in mij, mijn hart is verbaasd in het midden van mij.
5 Ik gedenk aan de dagen van ouds; ik overleg al Uw daden; ik spreek bij mijzelven van de werken Uwer handen.
6 Ik breid mijn handen uit tot U; mijn ziel is voor U als een dorstig land. Sela.
7 Verhoor mij haastelijk, HEERE! mijn geest bezwijkt; verberg Uw aangezicht niet van mij, want ik zou gelijk worden dengenen, die in den kuil dalen.
8 Doe mij Uw goedertierenheid in den morgenstond horen, want ik betrouw op U; maak mij bekend den weg, dien ik te gaan heb, want ik hef mijn ziel tot U op.
9 Red mij, HEERE! van mijn vijanden; bij U schuil ik.
10 Leer mij Uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God! Uw goede Geest geleide mij in een effen land.
11 O HEERE! maak mij levend, om Uws Naams wil; voer mijn ziel uit de benauwdheid, om Uw gerechtigheid.
12 En roei mijn vijanden uit, om Uw goedertierenheid, en breng hen om, allen, die mijn ziel beangstigen; want ik ben Uw knecht