GEHEIMEN VAN LA SALETTE ( verschijning van Maria 19-9-1846) ( In het kort.)
De Schone en Goede Vrouwe ging, mijn gedachten radend, verder: Begrijpt ge Me niet mijn kinderen? Ik zal het anders zeggen. Als de oogst bederft dan is dat alleen jullie schuld; ik heb u het vorige jaar getoond met de aardappelen, en ge hebt er niets van aangetrokken; wanneer ge er integendeel vond die bedorven waren, vloekten jullie en bracht er de naam van Mijn Zoon bij te pas. Zij zullen verder rotten en met Kerstmis zullen er geen meer zijn. Als ge koren hebt, moet ge het niet zaaien. Alles wat ge zult zaaien zal door de dieren opgevreten worden; en wat er van opgroeit zal tot straf uit elkaar vallen als ge het zult dorsen. Er zal een grote hongersnood komen. Voordat de hongersnood komt zullen de kleine kinderen onder de zeven jaar door een siddering bevangen worden en sterven in de handen die ze vast houden; anderen zullen boete doen door honger te lijden. De noten zullen slecht worden; de druiven zullen verrotten.
Enkele van de 33 geheimen .
1. Melanie, hetgeen ik je nu zal zeggen ga zal niet altijd geheim blijven; ge kunt het in 1858 publiek maken.
2. De priesters, de plaatsvervangers van mijn Zoon, de priesters zijn, door hun slecht leven, door hun oneerbiedigheden en hun goddeloosheid bij het vieren van de heilige geheimen, door de liefde voor het geld, de zucht naar eer en genot, de priesters zijn riolen van onzuiverheid geworden. Ja, de priesters vragen om wraak en de wraak hangt hen boven het hoofd. Wee de priesters aan God toegewijde personen; die door hun trouweloosheden en hun slechte leven opnieuw mijn Zoon kruisigen! De zonden van de aan God toegewijde personen schreven ten Hemel en roepen de wraak af, en ziehier de wraak voor hun deuren, want er is niemand meer, er is niemand meer die waardig is om medelijden en vergeving af te smeken voor het volk; er zijn geen edele zielen meer, er is niemand meer die waardig is om het Onbevlekte Slachtoffer van de Eeuwige aan te bieden ten gunste van de wereld.
3. God gaat slaan op een manier zonder weerga.
4. Wee de bewoners van de aarde! God gaat zijn toorn uitputten en niemand kan zich onttrekken aan zoveel gesels tegelijk.
5. De hoofden, de leiders van het volk van God hebben het gebed en de boete verwaarloosd, en de duivel heeft hun verstand verduisterd; zij zijn die dwaalsterren geworden die de oude duivel met zijn staart mee zal slepen om ze te doen vergaan. God zal aan het oude serpent toestaan verdeeldheden te brengen onder de heersenden, in alle gemeenschappen en in alle gezinnen; men zal aan physieke en morale ziekte lijden; God zal de mensen aan zich zelf overlaten en zal gesels zenden die elkander langer dan 35 jaar op zullen volgen.
6. De gemeenschap staat aan de vooravond van de allerverschrikkelijkste geselingen en de allergrootste gebeurtenissen, ge kunt er op rekenen met een ijzeren roede gegeseld te worden en de kelk van de toorn Gods te drinken.
9. Italië zal gestraft worden voor zijn zucht om het juk van de Heer der Heersers af te schudden; ook zal het overgeleverd worden aan de oorlog; aan alle zijden zal het bloed stromen; de kerken zullen gesloten of ontheiligd worden, de priesters, de geestelijken zullen verjaagd worden; men zal ze ter dood brengen en een wrede dood doen sterven. velen zullen van het geloof afvallen en de aantal van priesters en geestelijke die zullen verminderen.
13. De plaatsvervanger van mijn Zoon zal veel te lijden hebben, omdat de Kerk voor een tijd zal overgeleverd worden aan de grote vervolgingen; dat zal de tijd der duisternissen zijn; de Kerk zal en afschuwelijke crises doormaken.
14. Daar het heilig geloof van God vergoten zal zijn, zal ieder individu zich zelf willen leiden en meer willen zijn dan zijns gelijken. Men zal de burgelijke en geestelijke machten afschaffen, iedere orde en elke rechtvaardigheid zullen met voeten getreden worden; men zal niets zien dan moorden, haat, jaloezie, leugen, en verdeeldheid, zonder liefde voor het vaderland, noch voor het gezin.
15. De heilige Vader zal veel lijden. Ik zal met hem zijn tot het einde toe om zijn offer te ontvangen.
16. De bozen zullen verschillende malen een aanslag op zijn leven plegen, zonder zijn leven te verkorten; maar noch hij, noch zijn opvolger.........zullen de triomf van Gods Kerk zien.
17. De wereldlijke regeerders zullen allen een eenzelfde doel hebben, dat bestaan zal in het afschaffen en doen verdwijnen van elk godsdienstig beginsel, dat plaats moet maken voor het materialisme, het atheïsme het spiritisme en allerlei soorten van zonden.
19. Frankrijk, Italië, Spanje en Engeland zullen oorlog voeren; het bloed zal door de straten stromen; de Fransman zal strijden tegen de Fransman, de Italiaan tegen de Italiaan; daarna zal er een algemene oorlog zijn die afschuwelijk zal zijn. Gedurende enige tijd zal God zich Frankrijk noch Italië herinneren, omdat het Evangelie van Jezus Christus niet meer gekend zal zijn. De bozen zullen hun geslepenheid ontplooien; men zal elkander doden, men zal elkander zwijgend slachten tot in de huizen toe.
20. Bij den eerste slag van zijn blixemende degen zullen de bergen en de hele aarde van vrees sidderen, daar de wanorde en de misdaden van de mensheid het gewelf der hemelen doorboren. Parijs zal verbrand worden en Marseille verzwolgen, meerdere grote steden zullen door aardbevingen in puin storten en verzwolgen worden; men zal denken dat alles verloren is; men zal niets dan moorden zien, men zal niets dan wapengeweld en vloeken horen. De rechtvaardigen zullen veel lijden; hun gebeden, hun boetedoeningen en hun tranen zullen opstijgen tot de Hemel, en heel het volk van God zal vergeving en medelijden vragen, en zal mijn hulp en mijn bemiddeling vragen. Dan zal Jezus Christus, door een daad van rechtvaardigheid en van zijn grote liefde voor de rechtvaardigen, en aan zijn engelen bevelen dat al zijn vijanden ter dood gebracht zullen worden. Plotseling zullen de vervolgers van de kerk van Jezus Christus en alle mensen die zich aan de zonde hebben overgegeven sterven en de aarde zal zijn als de woestijn. Dan zal er vrede zijn, de verzoening van God met de mensen; Jezus Christus zal gediend, geëerd en verheerlijkt worden; de liefde zal overal bloeien. De Nieuwe Koningen zullen de rechterarm van de Heilige Kerk zijn, nederig, vroom, arm, ijverig en navolgster van de deugden van Jezus Christus. Het Evangelie zal overal gepredikt worden en de mensen zullen grote vorderingen maken in het geloof; want er zal eenheid zijn onder de werklieden van Jezus Christus en de mensen zullen leven in de vreze Gods.
21. Die vrede onder de mensen zal niet van lange duur zijn; vijf en twintig jaren van overvloedige oogsten zullen hen doen vergeten dat de zonden van de mensen de oorzaak zijn van alle rampen die op de aarde neerkomen.
22. Een voorloper van de antikrist zal met zijn legers, uit verschillende volkeren samengesteld, strijden tegen de ware Christus, de enige Redder van de Wereld; hij zal veel bloed vergieten, en zal de eredienst van God willen vernietigen om zich zelf als een god beschouwd te zien.
23. De aarde zal met allerlei soorten van gesels ( behalve dan nog van de pest en de hongersnood, die algemeen zullen zijn) geslagen worden; er zullen oorlogen zijn tot aan de laatste oorlog, die dan gevoerd zal worden door tien koningen van de antikrist, welke koningen allen eenzelfde toeleg zullen hebben en de enigen zullen zijn die de wereld zullen regeren.
Voordat dit gebeurd zal er een soort van schijnvrede in de wereld heersen; men zal nergens anders aandenken als zich te vermaken; de bozen zullen zich aan alle soorten van zonden overgeven; maar de kinderen van de Heilige Kerk, de kinderen van het geloof, mijn ware navolgers, zullen groeien in liefde tot God en de deugden die mij het dierbaarst zijn. Gelukkig de nederige, door de Heilige Geest geleide zielen. Ik zal met hen strijden totdat zij tot de volheid van het leven gekomen zijn.
24. De natuur zal om wraak roepen over de mensen en zij zal van ontzetting sidderen in afwachting van wat de met misdaden bevuilde aarde overkomen zal.
25. Beef, aarde, en gij allen die er uw beroep van maakt Christus te dienen en die bovendien u zelf aanbidt, beeft; want God gaat u aan zijn vijand overleveren, daar de heilige plaatsen verdorven zijn; daar veel kloosters niet meer de huizen zijn van God, maar de weilanden van Asmodée en de haren.
26. In die tijd zal de antikrist geboren worden uit een joodse non, uit een onechte maagd die gemeenschap zal hebben met de oude slang, de meester van de onzuiverheid, zijn vader zal Ev. zijn; bij zijn geboorte zal hij godslasteringen uitbraken, zal hij tanden hebben; het zal in een woord de geïncarneerde duivel zijn; hij zal vreselijke kreten slaken; hij zal wonderen doen, hij zal zich slechts met onreinheden voeden. Hij zal broers hebben die, ofschoon zij niet zoals de geïncarneerde duivels zijn, kinderen van het kwaad zullen zijn; op twaalfjarige leeftijd zullen zij zich onderscheiden door hun dappere overwinningen, die zij zullen behalen; weldra zullen zij ieder aan het hoofd van de legers staan, bijgestaan door de legioenen van de hel.
27. De seizoenen zullen veranderd worden, de aarde zal slechts bedorven vruchten voortbrengen, de sterren zullen hun gewone bewegingen staken, de maan zal slechts een zwak, roodachtig licht uitstralen; het water en het vuur zullen aan de aardbol krampachtige bewegingen en verschrikkelijke aardbevingen mededelen, dei bergen en steden verzwelgen.
28. Rome zal het geloof verliezen en de zetel van de antikrist worden.
29. De duivelen van de lucht zullen met de antikrist grote wonderen op de aarde en in de luchten doen, en de mensen zullen meer en meer ontaarden. God zal zorg dragen voor zijn getrouwe dienaren en voor die van goede wille zijn; het Evangelie zal overal verkondigd zijn, alle volkeren en alle landen zullen de waarheid kennen!
30. Ik richt een dringende oproep tot de aarde; ik roep de ware leerlingen van de levenden en in de hemelen heersende God; ik roep de ware navolgers van de mensgeworden Christus; de enige en ware Redder van de mensen; ik roep mijn kinderen, mijn echte gelovigen, hen die zich aan mij hebben geschonken opdat ik hen tot mijn goddelijke Zoon geleide, hen die ik om zo te zeggen in mijn armen draag, hen die van mijn geest hebben geleefd; tenslotte roep ik de Apostelen der laatste dagen, de trouwe leerlingen van Jezus Christus die hebben geleefd in verachting van de wereld en van zichzelf, in armoede en in nederigheid, in verachting en in de stilte, in het lijden en ongekend door de wereld. Het is tijd dat zij uitgaan en de aarde komen verlichten. Gaat en toont u als mijn geliefde kinderen; ik ben met u en in u, mits uw geloof het licht is dat u in die ongelukkige dagen verlicht. Dat uw ijver als uitgehongerden maakt voor de glorie en de eer van Jezus Christus. Strijdt, kinderen van het licht, gij klein getal dat daar zijt; want ziehier de tijd der tijden, het einde van het einde.
31. De Kerk zal verdwenen zijn, de wereld zal in de verschrikking zijn. Maar daar zijn Enoch en Elias, vervuld met de Geest Gods; zij zullen preken met de kracht Gods en de mensen die van goede wil zijn zullen in God geloven en vele zielen zullen getroost worden; zij zullen grote vorderingen maken door de deugd van de Heilige Geest en zullen de duivelse dwalingen van de antikrist veroordelen.
32. Wee de bewoners der aarde, er zullen bloedige oorlogen en hongersnoden zijn, pest en besmettelijke ziekte; er zullen buien zijn van een verschrikkelijke hagel van dieren; donderslagen die steden zullen doen wankelen; aardbevingen die landen zullen verzwelgen; men zal stemmen horen in de luchten; de mensen zullen zichzelf met de muur tegen het hoofd slaan; zij zullen de dood afroepen, en anderzijds zal de dood hun marteling zijn; het bloed zal overal stromen. Wie zal kunnen overwinnen, als God de tijd van de beproeving niet verkort? Door het bloed, de tranen en de gebeden van de rechtvaardigen zal God zich laten vermurwen; Enoch en Elias zullen ter dood gebracht worden; het heidense Rome zal verdwijnen; het hemelvuur zal neerstorten en drie steden verslinden; het ganse heelal zal met afgrijzen geslagen zijn, en vele zullen laten verleiden omdat zij niet de ware Christus die onder hen leeft hebben vereerd. Het is de tijd; de zon verduistert; slechts het geloof zal leven.
33. Dit is de tijd; de afgrond opent zich. Ziehier de koning der duisternissen. Hier is het beest met zijn dienaren, dat zich de Redder van de wereld noemt. Hij zal gewurgd worden door de adem van Michaël de Aarsengel. Hij zal vallen en de aarde die sedert drie dagen in voortdurende bewegingen zal zijn, zal haar vurige schoot openen; hij zal voor eeuwig met al de zijnen gestort worden in de eeuwige afgronden van de hel. Dan zullen het water en het vuur de aarde zuiveren, en alle werken van hoogmoed van de mensen verslinden en alles zal vernieuwd zijn; God zal gediend en verheerlijkt worden.
Wil je wel geloven.
Wil je wel geloven dat het groeien gaat,
klein en ongelooflijk als een mosterdzaad,
dat je had verborgen in de zwarte grond,
en waaruit een grote boom ontstond.
Wil je wel geloven
het begin is klein,
maar het zal een wonder
boven wonder zijn,
als je het gaat wagen
met Gods woord alleen:
dan gebeuren wond'ren
om je heen.
Wil je wel geloven
dat je vrede wint,
als je vol vertrouwen
leeft, zoals een kind.
Als je een geloof hebt
als een mosterdzaad,
groeit de liefde uit
boven de haat.
Wees niet ongerust.
Dat is makkerlijker gezegd dan gedaan, Heer.
Zou U niet ongerust zijn, als Uw puber s avonds
niet komt opdagen?
...Wie weet wat hem misschien is overkomen?
Zou U niet ongerust zijn, als U zou vrezen voor uw relatie?
Hoe moet een mens de scherven van zijn leven vergaren?
Zou U niet ongerust zijn, bij het voelen van die knoop in Uw maag,
of die knobbel in Uw borst?
Ik vind de woorden niet die alles goed kunnen maken,
ik ben bang, ik voel pijn...
Ik voel mij als die arme mensen, die U op Uw weg ontmoette.
Twintig eeuwen hebben het lijden van de mensheid niet doen verdwijnen.
Ik durf mijzelf te tellen bij diegenen die vannacht, in stilte, in hun
kussen zullen snikken.
Denk aan ons als gij onze Vader vanavond looft en prijst.
Amen.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
AAN BIRGITTAS DOCHTER CATHARINA, DIE VAN ROME NAAR ZWEDEN ZOU TERUGKEEREN.
ZESDE BOEK, KAP. 118.
Jezus Christus, Gods Zoon, zegt: "Raad deze vrouw, dat zij enigen tijd bij u blijft, want het is nuttiger voor haar ziel te blijven dan naar huis te gaan. Want ik zal met haar doen, zoals een vader doet met een dochter, die door twee mannen bemind wordt, welke haar beiden wensen te huwen, maar waarvan de ene arm is en de andere rijk, en die beiden door de maagd bemind worden. Als de wijze vader de liefde van de maagd ziet voor de armen man, geeft hij de arme man klederen en andere goede gaven, maar de rijken man geeft hij zijn dochter.
Zo wil ook ik doen. Want deze bemint zowel mij als haar echtgenoot. En daar ik de rijkste ben, Heer aller dingen, zal ik hem mijn gaven geven, die nuttiger zijn voor zijn ziel, wijl het mij behaagt hem spoedig tot mij te roepen. En de ziekte, die hem plaagt, is een teken dat hij sterven zal. En betamelijk is het, dat hij die nu voor de Almachtige verschijnen zal, gereed is om rekenschap af te leggen en van aardse banden bevrijd is. Maar haar wil ik leiden en naar haar huis terug brengen. En ik zal haar besturen en bewaren, totdat zij geschikt is voor de taak, voor welke ik haar bestemd heb en welke het mij behaagt haar te tonen."
Nadat enigen tijd verlopen was, gedurende welken de vrome Catharina uit eigen verkiezing bij haar moeder te Rome bleef, begon het ongewone leven haar moeilijk te vallen, en toen zij zich haar vroegere vrijheid herinnerde, smeekte zij haar moeder vol angst naar Zweden terug te mogen keren. Toen haar moeder naar aanleiding van deze verleiding in gebed verzonken was, vertoonde Christus zich aan haar en zeide: "Zeg deze maagd, uw dochter, dat zij weduwe geworden is. En ik raad haar aan om bij u te blijven, omdat ik zelf voor haar zorgen wil."
DE INNERLIJKE VERTROOSTING.
Zich de uiterlijke dingen niet aantrekken.
Mijn zoon, bij vele gelegenheden moet gij onwetend zijn en uzelf op aarde beschouwen als reeds dood, iemand voor wie de hele wereld gekruisigd is. Door vele dingen moet gij met dove oren heengaan en meer bedenken wat u tot vrede strekt. Het is beter uw ogen af te wenden van wat u mishaagt en ieder zijn eigen mening te laten dan uw deel bij te dragen tot scherpe discussies. Als gij goed staat met God en aandacht voor zijn oordeel hebt, zult gij gemakkelijker verdragen dat gij hebt moeten toegeven.
O Heer, hoever zijn wij gekomen?
Zie, men weent om verlies van aardse bezittingen; om een bescheiden salaris wordt gezwoegd en gerend; maar geestelijke schade is spoedig vergeten en er wordt later nog nauwelijks aan gedacht. Men heeft wel oog voor wat van weinig of geen waarde is; maar wat hoogstnodig is gaat men achteloos voorbij. Want de hele mensheid is gezonken tot het niveau van de uiterlijkheden en als zij niet snel tot de Wijsheid terugkeert, zal zij met genoegen bij dat uiterlijk blijven hangen.
Psalm 125.
1 Een lied Hammaaloth. Die op den HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion, [die] niet wankelt, [maar] blijft in eeuwigheid.
2 Rondom Jeruzalem zijn bergen; alzo is de HEERE rondom Zijn volk, van nu aan tot in der eeuwigheid.
3 Want de scepter der goddeloosheid zal niet rusten op het lot der rechtvaardigen; opdat de rechtvaardigen hun handen niet uitstrekken tot onrecht.
4 HEERE! doe den goeden wel, en dengenen, die oprecht zijn in hun harten.
5 Maar die zich neigen [tot] hun kromme wegen, die zal de HEERE weg doen gaan met de werkers der ongerechtigheid. Vrede zal over Israel zijn!
Psalm 143.
1 Een psalm van David. O HEERE! hoor mijn gebed, neig de oren tot mijn smekingen; verhoor mij naar Uw waarheid, naar Uw gerechtigheid.
2 En ga niet in het gericht met Uw knecht; want niemand, die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn.
3 Want de vijand vervolgt mijn ziel, hij vertreedt mijn leven ter aarde; hij legt mij in duisternissen, als degenen, die over lang dood zijn.
4 Daarom wordt mijn geest overstelpt in mij, mijn hart is verbaasd in het midden van mij.
5 Ik gedenk aan de dagen van ouds; ik overleg al Uw daden; ik spreek bij mijzelven van de werken Uwer handen.
6 Ik breid mijn handen uit tot U; mijn ziel is voor U als een dorstig land. Sela.
7 Verhoor mij haastelijk, HEERE! mijn geest bezwijkt; verberg Uw aangezicht niet van mij, want ik zou gelijk worden dengenen, die in den kuil dalen.
8 Doe mij Uw goedertierenheid in den morgenstond horen, want ik betrouw op U; maak mij bekend den weg, dien ik te gaan heb, want ik hef mijn ziel tot U op.
9 Red mij, HEERE! van mijn vijanden; bij U schuil ik.
10 Leer mij Uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God! Uw goede Geest geleide mij in een effen land.
11 O HEERE! maak mij levend, om Uws Naams wil; voer mijn ziel uit de benauwdheid, om Uw gerechtigheid.
12 En roei mijn vijanden uit, om Uw goedertierenheid, en breng hen om, allen, die mijn ziel beangstigen; want ik ben Uw knecht
Gebed.
God hoort graag de gebeden van zijn kinderen. Zonder gebed is de juiste verhouding met Hem onmogelijk. Alle grote mannen Gods in de Bijbel waren mannen van gebed. Laat ons nagaan wat God in Zijn Woord over het bidden heeft gezegd. God verhoort onze gebeden Kinderen Gods mogen bidden met de zekerheid dat hun gebeden verhoord zullen worden (Matt. 6:6-13). Jezus zegt: "Bidt en u zal gegeven worden" (Matt. 7:7). De Heilige Geest moedigt ons aan tot het bidden: "Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd" (Hebr. 4:16); "het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt" (Jac. 5:16); "Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God" (Filip. 4:16); "Bidt zonder ophouden" (1 Tess. 5:17). Wij mogen er niet aan twijfelen, God verhoort de trouwe gebeden van zijn geliefde kinderen. Toch stelt hij voorwaarden Niet alle gebeden worden verhoord. God heeft redelijke eisen gesteld en die moeten wij zorgvuldig nakomen. Wat zijn de voorwaarden die hij gesteld heeft? Het gebed moet uit het hart komen Als wij het niet echt menen, moeten wij niet te bidden. Paulus schreef over zijn bidden het volgende: "Broeders, de begeerte mijns harten en mijn gebed... gaan tot God uit" (Rom. 10:1). Een gesprek met God moet in de eerste plaats volkomen oprecht en eerlijk Zijn. Toetst u uw gebeden? Let op elk verzoek. Meent u het werkelijk? Indien u voor anderen bidt, doet u dat uit liefdevolle belangstelling voor hun? Als u uw zonden belijdt, meent u het? Geloof is een noodzakelijke voorwaarde van het gebed Uit de brief van Jacobus zien wij hoe belangrijk het geloof is bij het bidden: "Maar hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelende". Indien hij wel twijfelt, moet hij "niet menen, dat hij iets van de Here zal ontvangen" (Jac. 1:6-8). Een gebed moet een uitdrukking van zekerheid en vertrouwen zijn. Dan pas wordt het bidden iets van grote betekenis in ons dagelijks leven. Wij moeten echter niet vergeten, dat het geloof uit het horen van het woord Gods komt (Rom. 10:17). Het geloof, dat wij naar de hemelse troon brengen, moet op het ware fundament van de beloften Gods gebaseerd zijn. Wij moeten naar zijn wil bidden Jezus bad: "...niet mijn wil, maar de uwe geschiede" (Matt. 6:10). Deze voorwaarde van gebed vereist twee dingen van ons: 1) Volkomen vertrouwen op God en zijn liefde. Hij zal doen wat voor ons het beste is. Op zijn voorzienigheid in ons dagelijks leven moeten wij rekenen. Hij weet beter dan wij wat het beste voor ons is. Wij moeten gerust kunnen bidden: niet wat ik wil, maar wat U wilt. 2) Deze voorwaarde vereist ook een goede kennis van de schriften. Daarin heeft God zijn wil aan ons geopenbaard. Hij wil bvb hebben dat de mens zijn brood door eerlijke arbeid verdient. Een christen mag wel bidden om zijn dagelijks brood, maar het helpt niet als hij niet gewillig is om voor zijn brood te werken. Al het vurige verlangen en zelfs het grootste geloof zullen niet baten als zijn gebed in strijd is met de wil van God. Wij mogen ook voor zondaren bidden, maar wij mogen de voorwaarden van verlossing niet door gebed proberen te vervangen. God verhoort onze gebeden, indien wij Hem gehoorzamen. "Geliefden, als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid tegenover God en ontvangen wij van Hem al wat wij bidden, daar wij Zijn geboden bewaren en doen wat welgevallen is voor zijn aangezicht" (1 Joh 3:21-22). Dit principe is altijd geldig geweest. Salomo schreef erover: "Wie zijn oor afwendt van het horen der wet, diens gebed zelfs is een gruwel" (Spr. 28:9). Jesaja zei het ook: "Zie, de hand des fleren is niet te kort om te verlossen, en zijn oor niet te onmachtig om te horen, maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht v,oor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort" (Jes. 59:1,2). De blinde die Jezus genezen had, drukte deze waarheid op deze manier uit: "Wij weten dat God naar zondaars niet hoort, maar is iemand godvruchtig en doet hij zijn wil, die verhoort Hij" (Joh 9:31). God wil onze gebeden verhoren, indien wij doen wat Hij van ons verlangt, maar indien wij steeds "neen" tegen Hem zeggen, zal Hij ook "neen" tegen ons zeggen. Christenen bidden in de naam van Christus "Wat gij ook vraagt in mijn naam, Ik zal het doen" (Joh 14:13). "In de naam van Christus" betekent "door de macht van
Christus". Wij kunnen alleen in Zijn Naam bidden als wij naar zijn Wil bidden en Zijn Wil vinden wij in Zijn Woord. Het is belangrijk, dat wij de Bijbel onderzoeken om te leren hoe wij moeten bidden.
DE INHOUD VAN GEBEDEN.
Wij hebben al gezien, dat onze gebeden naar de wil van God moeten zijn, dat zij uit hart moeten komen en dat zij in geloof moeten worden gebeden. Dat zegt ons al veel over de inhoud van een gebed, maar dat is niet alles wat de Bijbel ons daarover leert. Dankzegging Dit is een belangrijk deel van het gebed. "Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God" (Filip. 4:6). God heeft zoveel voor ons gedaan. Laat ons onze zegeningen tellen en Hem daarvoor danken. Wij mogen zijn naam verheerlijken David heeft veel over het loven van God geschreven. "Dat zij de naam des Heren loven, want zijn naam alleen is verheven, zijn majesteit is over de aarde en hemel" (Ps.148: 13). Neemt tijd in uw gebeden om God te prijzen en loven. Belijdenis van schuld ent het vragen naar vergeving Kinderen Gods moeten hun zonden belijden. "Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet. Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouwen rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid" (1 Joh 1:8-9). Wat een heerlijke belofte.. God wil onze zonden vergeven. Wij mogen voor anderen bidden "Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen" (1 Tim 2:1). De liefde van Christus in ons hart moet ons dwingen om voor anderen te bidden. Onze gebeden mogen niet egoistisch zijn. Het grootste deel van onze gebeden behoort op anderen te slaan. Een van de grote zegeningen van een christen is het voorrecht om iets voor andere mensen te doen door middel van het gebed. En wij mogen voor onszelf bidden God heeft ons lief. Hij wil ons door alle moeilijkheden heen helpen. "Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u" (1 Pet. 5:7). Hij zorgt voor mij. Wat kan ik nog meer verlangen? Ik behoef in geen ding bezorgd te zijn, want ik kan alles aan Hem overlaten (Filip. 4:6). Ik vermag alles door Christus, die mij sterkt (Filip. 4: 13). Hij geeft wijsheid (Jac 1:5), leiding (Matt 6:13), overwinning (1 Cor. 10: 13), kracht om "gesterkt te worden door zijn Geest in de inwendige mens" (Ef. 3: 16) en "het goede", alles wat goed voor mij is (Matt.7:11). Het gebed kan een geweldige invloed op ons dagelijks leven hebben, maar dan slechts wanneer wij de door God gestelde voorwaarden nakomen. Laat ons bidden wanneer wij de door God gestelde voorwaarden nakomen. Laat ons bidden zonder ophouden. "Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden" (Marc 11: 24).
Vrijheid.
Vrijheid! Geef ons meer vrijheid! Dat is overal de roep van onze tijd!
Jonge mensen willen vrij zijn van de conventionele banden met hun ouders. Zij zoeken dit in verandering van kleding- en levensstijl. Zij dragen opzichtige kledij. Sommigen gebruiken verdovende middelen en prediken een vrij seksueel verkeer. Zij verklaren hiermee vrij te zijn, vrij van hun ouders, vrij van al de gevestigde normen, vrij van alle verantwoordelijkheid. Zij voelen zich zo vrij als een vogel in de lucht.
Zijn ze dan werkelijk vrij? Helemaal niet! Het zal deze mensen misschien verbazen te lezen dat ze nog altijd slaven zijn. Ja, zij zijn nog grotere slaven geworden dan voorheen.
De eeuwen-oude waarheid is hun ontgaan: "Door wie men overmeesterd is, diens slaaf is men" (2 Petrus 2:19).
Zo kan men zijn lichaam ten dienste stellen van onreinheid en wetteloosheid, en dan is men vrij van gerechtigheid en reinheid! Of, men kan bevrijd zijn van onreinheid en wetteloosheid, en dan staat men in dienst van de gerechtigheid (Romeinen 6:16-23).
De grote vraag is: "Waarvan moet elkeen bevrijd worden? Wat maakt ieder mens het meest tot slaaf? Waarvan kan men het moeilijkst vrijkomen?"
Het antwoord is: Van de zonde en de dood! Alle wantoestanden op aarde, alsook de dood, zijn gevolgen van de zonde. Daarom is men reeds tijdens het leven 'dood' als men in zonde leeft (Efeziërs 2:1-5). De dood is trouwens het loon van de zonde (Romeinen 6:23). Daar geen enkel mens zonder zonde is, is de dood ook voor alle mensen de heer en meester (Romeinen 5:12). Geen enkel onvolmaakt mens kan een ander onvolmaakt mens hiervan vrijmaken.
Is het dan niet mogelijk vrijgemaakt te worden? Toch wel! En dat is pas de WERKELIJKE vrijmaking! Deze bevrijding dient iedereen na te jagen. Dat dit mogelijk is toont de Apostel Paulus aan, wanneer hij aan christenen schrijft: "Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging en als einde het eeuwige leven" (Romeinen 6:22).
Hoe krijgt men deze WARE vrijheid? Door Jezus Christus onze Heer! "En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld" (1 Joh. 2:1,2).
Iedereen die een slaaf is van de zonde, is in de macht der duisternis. Christenen hebben echter DE BEVRIJDING ontvangen. "Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden" (Kol. 2:13,14).
De weg daarheen is door niets anders dan door het bloed van Jezus Christus. "Want ook Christus is éénmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen: Hij, die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest" (1 Petrus 3:18).
Wil dit nu zeggen dat iedereen zonder enige voorwaarde van zijn zonden wordt vrijgemaakt? Neen, zéér zeker niet! Jezus zelf zei: "Ik heb u dan gezegd, dat gij in uw zonden zult sterven; want indien gij niet gelooft, dat Ik het ben, zult gij in uw zonden sterven" (Johannes 8:24).
Geloof is noodzakelijk, maar geloven is slechts het begin. Er zijn andere voorwaarden ook: "Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken" (Johannes 8:31,32). Men moet in het woord van Christus blijven. Iemand die dit niet doet, wordt nooit vrijgemaakt. Ja, hij blijft een slaaf van de zonde en daardoor van de dood (Joh. 8:33,34).
De Joden uit Jezus' tijd dachten dat zij in vrijheid leefden. Zij beseften niet dat ze eigenlijk slaven van de zonde waren.
Nu, ongeveer 2000 jaar later, is de toestand nog vrijwel dezelfde. Niet alleen de meeste Joden, maar ook de meeste niet-Joden, weigeren te bekennen dat zij Jezus Christus als Bevrijder nodig hebben. Zij zijn te trots om zich tot Christus te bekeren en zich op basis van geloof in Hem te laten dopen tot vergeving van hun zonden, zoals 3000 mensen dat wel deden toen Petrus op de Pinksterdag tot hen sprak (Handelingen 2:37-41).
Nochtans, wanneer men zich door de Zoon van God laat vrijmaken, dan pas zal men WERKELIJK vrij zijn (Joh. 8:36).
Niet alleen kunnen zonde en dood overwonnen worden, maar zelfs de slavernij van de vergankelijkheid van deze wereld zal eenmaal verdwijnen (Rom. 8:21-23).
Wie door Christus is vrijgemaakt, wordt slaaf van Christus. Zijn 'juk' is echter zacht (Matteüs 11:30). Maar zij die weigeren Christus te dienen, zijn slaven van de zonde en de dood, slaven der wetteloosheid, slaven van hun vleselijke verlangens.
De 'natuurlijke mens' heeft de gezindheid van het vlees. Christenen daarentegen hebben de gezindheid van de Geest. Het eerste brengt de dood; het tweede brengt het eeuwige leven (Rom. 8:1-11).
Juist doordat christenen door de Geest des Heren worden geleid, zijn ze werkelijk vrij. Want "waar de Geest des Heren is, is vrijheid" (2 Kor. 3:17). Mensen die zich NIET door de Geest laten leiden zijn nog in slavernij. Zij zijn vleselijk en niet geestelijk. Zij moeten de werkelijke vrijheid missen!
Vele mensen hebben hierover een verkeerd denkbeeld. Wanneer zij over 'vrijheid' spreken, bedoelen zij in werkelijkheid 'wetteloosheid' of 'losbandigheid'! Velen menen dat vrijheid bestaat in de afwezigheid van enige wetgeving of enig gebod. Voor hen is het begrip 'vrijheid' een dekmantel om te leven naar eigen lusten en om hun dierlijk verlangens de vrije teugel te geven. Zonder het zelf te beseffen, worden ze dientengevolge grote slaven van de zonde en de dood.
Juist daarom is Christus gestorven, om ons van deze grote vijanden der mensheid te bevrijden. Dit betekent niet dat christenen onder geen enkele wet staan! Al is het waar, dat Christus ons door zijn bloed heeft vrijgekocht van de wet van het Oude Verbond uit voorschriften en geboden bestaande (Gal. 3:10-14; 4:3-5; 1 Kor. 3:7-11), toch betekent dit niet dat christenen helemaal geen wet hebben.
Paulus moedigt iedereen aan, zich onder de wet van Christus te stellen. Wanneer een christen vrijwillig en uit liefde andermans moeilijkheden helpt dragen, dan leeft hij volgens de wet van Christus (Gal. 6:2). Deze 'wet van Christus' wordt ook 'wet der vrijheid' genoemd. "Wie zich verdiept in de volmaakte wet, DIE DER VRIJHEID, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijke dader, die zal zalig zijn in zijn doen" (Jak. 1:25). Het navolgen van deze 'wet der vrijheid' leidt tot geluk.
Hiermee wordt aangetoond dat 'wet' en 'vrijheid' geen vijandige tegenpolen zijn, zoals velen, die graag als slaven van wetteloosheid leven, beweren! Deze 'wet van Christus' of 'wet der vrijheid' is bovendien 'een koninklijke wet' omdat deze een positieve wet is, ja, de 'wet der liefde'! Mensen die zich door deze wet der vrijheid laten leiden zijn vrij van onbarmhartigheid en wreedheden. Deze koninklijke wet der vrijheid leert ons barmhartig te zijn (Jak. 2:8-13).
Daar een christen vrijgemaakt is van zonde en dood is hij waarlijk vrij! Hij is ook iemand die zich geen menselijke geboden door religieuze leiders behoeft te laten opleggen, zoals "raak niet, smaak niet, roer niet aan" (Kol. 2:21). Ook daarvan heeft Christus ons vrijgemaakt! Het zijn slechts geboden van mensen die voorbijgaan; al staat het ook in een roep van wijsheid, toch is het een eigendunkelijke godsdienst die alleen maar dient tot bevrediging van het vlees (Kol. 2:20-23 en 1 Tim. 4:1-5).
Desondanks, blijven vele wereldse godsdienstige instellingen en zogenaamde christelijke kerken veel tijd en energie besteden aan het doorgeven van zulke geboden! Zij leggen de mensen een slavenjuk op en brengen hun helemaal niet de werkelijke vrijheid in Christus! Daarom waarschuwt Paulus ons in Galaten voor dit soort slavernij! Ook in die tijd waren er sommigen die christenen wilden verplichten zich aan geboden te houden waarvan God hen in Christus had vrijgemaakt. Daarom schreef Paulus: "Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen" (Galaten 5:1).
Uit deze buitengewone vrijheid in Christus spruit wel een gevaar, namelijk het gevaar deze vrijheid in Christus te misbruiken. Iemand zou kunnen denken dat aangezien Christus hem van de zonde en de dood heeft bevrijd, hij dan wel de zonde mag beoefenen! Hij kan de mening toegedaan zijn, dat hij steeds weer op Christus' bloed tot vergeving en verlossing kan blijven beroep doen, hoewel hij volgens vleselijke, zondige normen blijft leven.
Dit is een verkeerd idee, leidende rechtstreeks tot nieuwe slavernij tot de zonde met de eeuwige dood tot gevolg. Zulk een levenswijze is in strijd met onze koninklijke wet der vrijheid, deze van liefde tot God en tot onze naaste! Zulke mening brengt een christen volledig in het spoor van een wereldse slaaf der zonde die onder het woord 'vrijheid' losbandigheid verstaat! Daarom waarschuwt Paulus voor zulk een denkwijze: "Gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn; gebruikt echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkander door de liefde" (Galaten 5:13).
Ook Petrus schrijft hierover. Hij spoort gelovigen aan goed te doen "als vrijen, en niet als mannen, die de vrijheid misbruiken tot dekmantel voor hun kwaadwilligheid, maar als dienaren Gods" (1 Petrus 2:16).
Christenen hebben de ware vrijheid. Zij zijn vrij van de slavernij aan de zonde. Zij zijn vrij van de slavernij aan de dood, want zoals God Christus heeft opgewekt, zo zal God ook hen opwekken (1 Korintiërs 15:12-23).
Iedereen die de WAARHEID en de WERKELIJKE VRIJHEID liefheeft, dient zich thans tot Christus te bekeren, in Hem te geloven, zich te laten dopen tot vergeving van zijn zonden, om daarna te blijven "volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden" (Hand. 2:37-42).
(Tekst: 1 Tim. 6:3-19)
"Wij hebben niets op de wereld medegebracht; wij kunnen er ook niets uit medenemen. Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn" (1 Tim. 6:7,8). Wij kunnen -- zoals Paulus hier schreef -- inderdaad niets van wat we hier op aarde hebben, meenemen als we sterven.
Alles wat we bezitten, is tijdelijk; het vergaat: "Want de zon komt op met haar hitte en doet het gras verdorren, en zijn bloem valt af en de schoonheid van haar uiterlijk verdwijnt; zó zal ook de rijke met zijn ondernemingen verwelken" (Jak. 1:11). "Wie op zijn rijkdom vertrouwt, die zal vallen; maar als fris loof zullen de rechtvaardigen uitspruiten" (Spr. 11:28).
Wie rijk wil zijn, valt in verzoeking: hij of zij ligt dan voortdurend te dromen van stapels groene briefjes en wat daarmee gekocht kan worden; ja, het geld wordt begeerd. Het kan dan zelfs zó ver komen, schrijft Paulus, dat de mens erdoor gaat wegzinken in allerlei kwaad: "Wie rijk willen zijn, vallen in verzoeking, in een strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht. Door daarnaar te haken zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zich met vele smarten doorboord" (1 Tim. 6:9,10).
Men gaat het geld aanbidden en er alles voor over hebben, om aan zoveel mogelijk geld te komen. Als men geld wil, en ervan droomt om meer geld te hebben, dan is men treurig, met smarten doorboord omdat hetgeen men zo graag wil, niet bereikt kan worden.
Voor een christen mag dit niet zo zijn! "Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen. Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. ... Niemand kan twee heren dienen, want hij zal óf de ene haten en de andere liefhebben, óf zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen én Mammon" (Matt. 6:19-21,24). (Mammon is de god van het geld).
Waar uw schat is, is ook uw hart. Het is duidelijk: als je God liefhebt, dan is je hart bij God. Als je iets anders liefhebt, dan is je hart daar bij dat andere.
In de Statenvertaling staat er in 1 Timoteüs 6:10 "Want de geldgierigheid is een wortel van alle kwaad". Dit lijkt mij persoonlijk beter omdat er ook kwaad gebeurt waar geld niets mee te maken heeft: wraak, bijvoorbeeld, of overspel, of godslastering.
Een christen jaagt naar iets anders behalve geld: "Gij daarentegen, o mens Gods, ontvlucht deze dingen, doch jaag naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtzinnigheid. Strijd de goede strijd des geloofs, grijp het eeuwige leven, waartoe gij geroepen zijt en de goede belijdenis afgelegd hebt voor vele getuigen" (1 Tim. 6:11,12). Mensen Gods, christenen m.a.w., moeten het kwade -- de geldzucht is er een wortel van -- ontvluchten.
Christenen in onze westerse landen hebben een overvloed aan alles, vergeleken met de mensen in de Afrikaanse, sommige Zuid-Amerikaanse en Asiatische landen. Ik vind dat we zeker uit liefde onze broeders en zusters in arme landen dienen te helpen.
Wij mogen nooit hooghartig zijn, want alles wat wij hebben komt van God en geestelijk bekeken is rijkdom geen voordeel. Rijken hebben het moeilijker omdat hun overvloed een verleiding is. Ze hebben het zelfs zo moeilijk dat het gemakkelijker is voor een kameel door het oog van een naald te gaan (Matt. 19:24). Een christen zal steeds hetgeen hij heeft ten dienste van God stellen.
Rijkdom is zeker niet alles. "Er was een rijk man, die gekleed ging in purper en fijn linnen en elke dag schitterend feest hield. En er was een bedelaar, Lazarus genaamd, vol zweren, nedergelegd bij zijn voorportaal, die verlangde zijn honger te stillen met wat van de tafel van de rijke afviel; zelfs kwamen de honden zijn zweren likken. Het geschiedde, dat de arme stierf en door de engelen gedragen werd in Abrahams schoot. Ook de rijke stierf en hij werd begraven. En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot. En hij riep en zeide: Vader Abraham, heb medelijden met mij en zend Lazarus, opdat hij de top van zijn vinger in water dope en mijn tong verkoele, want ik lijd pijn in deze vlam. Maar Abraham zeide: Kind, herinner u, hoe gij het goede tijdens uw leven hebt ontvangen en insgelijks Lazarus het kwade; nu wordt hij hier vertroost en gij lijdt pijn. En bij dit alles, er is tussen ons en u een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die vanhier tot u zouden willen gaan, dit niet zouden kunnen, en zij vandaar niet aan onze kant zouden kunnen komen. Doch hij zeide: Dan vraag ik u, vader, dat gij hem naar het huis van mijn vader zendt, want ik heb vijf broeders. Laat hij hen dan ernstig waarschuwen, dat ook zij niet in deze plaats der pijniging komen. Maar Abraham zeide: Zij hebben Mozes en de profeten, naar hen moeten zij luisteren. Doch hij zeide: Neen, vader Abraham, maar indien iemand van de doden tot hen komt, zullen zij zich bekeren. Doch hij zeide tot hem: Indien zij naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen zij ook, indien iemand uit de doden opstaat, zich niet laten gezeggen" (Lucas 19:19-31).
De waarheid van vers 31 heb ik zelf meegemaakt. Zo had ik vorig jaar een gesprek met iemand die -- zoals hijzelf zei -- een beetje in God geloofde. Hij zei me dat hij zeker zou geloven als er iemand uit de dood terug kwam om te vertellen dat er inderdaad leven na de dood is. Ik zei: "Maar dat is toch al gebeurd! Jezus stond toch op!" "Ja, ja," zei hij met een duidelijke intonatie die te kennen gaf dat dát voor hem niet telde. Jezus stond op uit de dood en tóch gelooft men nog steeds niet.
Onze hoop mogen wij niet vestigen op vergankelijke dingen, maar alleen op God: "Hun, die rijk zijn in de tegenwoordige wereld, moet gij bevelen niet hooghartig te zijn, en hun hoop gevestigd te houden niet op onzekere rijkdom, doch op God, die ons alles rijkelijk ten gebruike geeft, om wél te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig en mededeelzaam, waardoor zij zich een vaste grondslag voor de toekomst verzekeren om het ware leven te grijpen" (1 Tim. 6:17-19).
Daar wij, christenen, onze hoop op het eeuwige leven vestigen, ligt onze rijkdom elders. Onze rijkdommen zijn goede werken, vrijgevigheid en mededeelzaamheid.
Wijsheid.
Wat is géén wijsheid voor God?
Velen denken dat ze God niet nodig hebben. Ze stellen slechts vertrouwen in het beperkte verstand van de mens.
"Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht Gods. Want er staat geschreven: Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen. Waar blijft de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze tijd? Heeft God niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt? Want daar de wereld in de wijsheid Gods door haar wijsheid God niet gekend heeft, heeft het Gode behaagd door de dwaasheid der prediking te redden hen, die geloven. Immers, de Joden verlangen tekenen en de Grieken zoeken wijsheid, doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, (prediken wij) Christus, de kracht Gods en de wijsheid Gods. Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen. Ziet slechts, broeders, wat gij waart, toen gij geroepen werdt: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken. Integendeel, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om wat sterk is te beschamen; en wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is, heeft God uitverkoren, dat, wat niets is, om aan hetgeen wèl iets is, zijn kracht te ontnemen, opdat geen vlees zou roemen voor God. Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing, opdat het zij, gelijk geschreven staat: Wie roemt, roeme in de Here" (1 Kor. 1:18-31).
Met wereldse wijsheid zullen wij er dus niet komen.
De Joden moesten tekenen hebben: "Eerst zien en dan geloven". Hebt u er al bij stilgestaan dat dit eigenlijk een verkeerde uitdrukking is? Als je iets gelooft, heb je het aangenomen van iemand op wie je vertrouwt. Maar als je het ziet, is er geen geloof meer.
Wij christenen vertrouwen op God, dat Zijn Zoon zal terugkomen; wij geloven Hem. Maar de meeste mensen van nu zijn net als de Grieken van toen; ze zoeken wereldse wijsheid.
Op de scholen wordt er geleerd dat het leven niet ontstaan is door schepping maar door evolutie. (Ik persoonlijk vergelijk de evolutie met een explosie in een drukkerij waar ná de ontploffing een boek zomaar door toeval ontstaan zou zijn.)
De mens meent wijzer te zijn dan God en gooit het scheppingsverhaal overboord. Maar als men dit doet, verwerpt men een deel van Gods Woord. God Zelf heeft immers onder leiding van zijn Heilige Geest zijn Woord doen schrijven: "Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is de profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken" (2 Petr. 1:20,21). Als er dus in de bijbel staat dat God de wereld geschapen heeft, is dit zo. Wie op menselijke wijsheid vertrouwt, is blind. "De wijsheid dezer wereld is dwaasheid voor God" (1 Kor. 3:19).
Onlangs las ik volgend verhaaltje: Op een schip in volle zee was er een gelovige matroos. De kapitein wist dit en wou hem belachelijk maken. In het bijzijn van de andere bemanningsleden nam hij zijn verrekijker en na een tijdje overal gekeken te hebben zei hij: "Heel de horizon heb ik afgezocht en God zie ik nergens." Alle matrozen moesten natuurlijk lachen, behalve de gelovige. Hij antwoordde: "Natuurlijk ziet u God niet. U kijkt met blinde ogen door iets te klein. Gods werken zijn overal, maar wie voor God zijn ogen toesluit, ziet Hem nergens."
Als gelovige gaan je ogen open voor God en zijn heerlijkheid. In je leven zie je hoe Hij heeft ingegrepen. De natuur is steeds wonderlijker: al dat leven van groot tot ontzettend klein heeft God gemaakt!
De mens probeert van alles te verzinnen om God maar niet te moeten erkennen en gehoorzamen. Trouwens een leer door mensen opgebouwd is vergankelijk, gebaseerd slechts op eigen inzicht of wijsheid. Ons geloof moet op de kracht van God berusten: "Ook ben ik, toen ik tot u kwam, broeders, niet met schittering van woorden of wijsheid u het getuigenis van God komen brengen. Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus en die gekruisigd. Ook kwam ik in zwakheid, met veel vrezen en beven tot u; mijn spreken en mijn prediking kwam ook niet met meeslepende woorden van wijsheid, maar met betoon van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op kracht van God. ... Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is. Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken" (1 Kor. 2:1-5, 12,13).
Wat is dan wél wijsheid voor God?
Voor God zijn wij wijs indien wij erkennen dat wij zwak zijn en zonder Hem niets kunnen. Wij mogen niet op ons eigen vertrouwen, want dan loopt het fout. Wij krijgen pas wijsheid als we in de Here roemen: "Wie roemt, roeme in de Here" (1 Kor. 1:31). "Opdat de God van onze Here Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest van wijsheid en van openbaring om Hem recht te kennen: verlichte ogen uws harten, zodat gij weet, welke hoop zijn roeping wekt, hoe rijk de heerlijkheid is zijner erfenis bij de heiligen, en hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons, die geloven, naar de werking van de sterkte zijner macht, die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten, boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw. En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente, die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt" (Ef. 1:17- 23).
Wat houdt wijsheid in voor een christen? "Wie is wijs en verstandig onder u? Hij tone uit zijn goede wandel zijn werken met wijze zachtmoedigheid. Indien gij echter bittere naijver en zulfzucht in uw hart hebt, beroemt u dan niet en liegt niet tegen de waarheid. Dat is niet de wijsheid, die van boven komt, maar zij is aards, ongeestelijk, duivels; want waar naijver en zelfzucht heerst, daar is wanorde en allerlei kwade praktijk. Maar de wijsheid van boven is vooreerst rein, vervolgens vreedzaam, vriendelijk, gezeggelijk, vol van ontferming en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd. Maar gerechtigheid is een vrucht, die in vrede wordt gezaaid voor hen, die vrede stichten" (Jak. 3:13-18). Zo is de ware wijsheid.
Christenen dienen ook een voorbeeld van wijsheid voor de wereld te zijn: "Gedraagt u als wijzen ten opzichte van hen die buiten staan" (Kol. 4:5).
21-02-2011
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG.
N.
20-02-2011
Programma zaligverklaring JPII bekend.
Programma zaligverklaring JPII bekend
Het Vaticaan heeft het programma bekendgemaakt voor de evenementen rond de zaligverklaring van paus Johannes Paulus II, op 1 mei in Rome.
Het wordt "een grote kerkelijke gebeurtenis" die opgedeeld is in 5 aparte plechtigheden.
- Op zaterdagavond 30 april houdt het bisdom Rome een gebedswake in het Circus Maximus. De vicaris van Rome, kardinaal Agostino Vallini, leidt de wake. Paus Benedictus XVI zal deelnemen via een videoverbinding met het Vaticaan.
- De eigenlijke zaligverklaring vindt vanaf zondagochtend 10.00 uur plaats op het Sint-Pietersplein. Er is geen kaartje nodig voor het bijwonen van de plechtigheid, liet het Vaticaan al weten, al zal "toegang tot het plein en de omliggende gebieden gereguleerd worden door de politie". Er worden ten minste 2 miljoen mensen verwacht.
- Meteen na de zaligverklaringsplechtigheid worden de stoffelijke resten van paus Johannes Paulus II in de Sint-Pieter tentoongesteld ter verering, "voor zolang als de gelovigen aan zullen blijven komen".
- Op maandag 2 mei zal kardinaal-staatssecretaris Tarcisio Bertone een Mis uit dank opdragen op het Sint-Pietersplein.
- Ten slotte worden de relieken van de dan zalige Johannes Paulus II teruggeplaatst in de Sint-Pieter, in de kapel van St.-Sebastiaan in de buurt van de hoofdingang. Dit wordt een besloten plechtigheid, heeft het Vaticaan aangegeven.
Bron, Katholiek Nieuwsblad
Mirjana op 2 februari momenten na de verschijning .
Mirjana op 2 februari momenten na de verschijning.