De Beweging voor Christelijke Solidariteit doet twee suggesties:
1. Er zou een nieuwe preventie-instantie in het leven kunnen geroepen worden, zodat het belangrijke keuzegesprek (voorafgaand aan een abortus) onafhankelijk, los van enige levensbeschouwelijke of politieke achtergrond, los ook van de belangen van de abortuscentra, zonder manipulatie in een bepaalde richting, kan plaatsvinden.
We vragen aan de parlementsleden te kiezen voor het leven en moeder en kind in nood te steunen. We zullen er als maatschappij enkel beter van worden.
Tweede Mars voor het Leven in Brussel: zondag 27 maart
De Beweging voor Christelijke Solidariteit wil ook de aandacht vestigen op de tweede Mars voor het Leven die op zondag 27 maart 2011 om 15 Uur in Brussel plaatsvindt.
Na het grote succes van de eerste mars vorig jaar met meer dan 1.700 deelnemers, hebben de organisatoren besloten een tweede mars te organiseren. Het initiatief voor deze marsen komt uit van studenten. De mars is pluralistisch en apolitiek, en heeft tot doel op te komen voor de rechten van de vrouw en het ongeboren kind. Het zal dan 21 jaar zijn, dag op dag, na de depenalisering van abortus in België. De organisatoren eisen dat de overheid de vrouw op juiste wijze informeert over de zware fysische en psychologische gevolgen van een abortus en dat zij haar de concrete middelen geeft om voor het leven te kiezen. De organisatoren vragen ook de
afschaffing van de wet Lallemand-Michielsens die het zwakste lid van onze maatschappij elke bescherming ontneemt. De Beweging voor Christelijke Solidariteit roept alle vrienden voor het leven op om – los van hun politieke en religieuze overtuiging – dit studenteninitiatief te ondersteunen. Want, het recht op leven, is het mooiste mensenrecht.
Philippe Van der Sande,
Voorzitter Beweging voor Christelijke Solidariteit
SOLDEN.
Er is solden in de stad
Dat belooft nogal wat
Graaien voor de koopjes
In kleding op de hoopjes
Maar niemand wil weten
Of is Â’t allang vergeten
De biechtstoel geeft ook solden
Waar veel wordt kwijt gescholden
Goedkoper kan het niet
Een priester die het aanbiedt
Want genade is er gratis
Door liefdevolle vergiffenis
Het groot verschil daarom
is niet zozeer de afkoopsom
noch koopmanÂ’s hartelijkheid
maar wel hemelse barmhartigheid
Die is miljoenen waard
Ook zonder klantenkaart
Die veel meer bevat
dan alle solden in de stad.
PAUS BENEDICTUS XVI ONDERTEKENT HET DECREET van de ZALIGVERKLARING VAN JOHANNES PAULUS II.
PAUS BENEDICTUS XVI ONDERTEKENT HET DECREET van de
ZALIGVERKLARING VAN JOHANNES PAULUS II.
Paus Johannes-Paulus II wordt op 1 mei 2011 zalig verklaard
VATICAAN (KerkNet/CNA) – Paus Benedictus XVI heeft een decreet ondertekend voor de zaligverklaring van zijn voorganger paus Joannes-Paulus II. De zaligverklaring heeft op 1 mei in Rome plaats. Benedictus XVI zal de plechtigheid persoonlijk leiden. Dat is uitzonderlijk en het onderstreept het belang dat de Duitser aan de zaligverklaring van zijn voorganger hecht. Voor de plechtigheid worden tienduizenden Polen verwacht. De tombe met het lichaam van paus Johannes Paulus II, nu nog in de crypte van de St.-Pietersbasiliek, krijgt een plaats in de basiliek zelf, net als die van de andere pausen die zalig of heilig verklaard werden. Volgens Italiaanse media krijgt hij een laatste rustplaats in de kapel van de heilige Sebastianus aan de rechterkant van de basiliek.
De zaligverklaring van paus Johannes Paulus II is mogelijk dankzij de erkenning van de onverklaarbare genezing van de Franse religieuze Marie Simon-Pierre, die leed aan de ziekte van Parkinson. De religieuze kon na de genezing haar taak als verpleegster in een kraamafdeling hervatten. Nadat de medische commissie het wonder had goedgekeurd, gaf de commissie van kardinalen en bisschoppen op 11 januari toestemming voor de zaligverklaring. Diezelfde commissie had eerder ook al erkend dat de geschriften van de paus en zijn verkondiging in overeenstemming waren met de leer van de katholieke Kerk.
DE INNERLIJKE VERTROOSTING.
Het voorbijzien van alle schepselen,
om de Schepper te kunnen vinden.
De dienaar: Heer, ik heb toch wel een grotere genade nodig, als ik moet bereiken dat geen mens en geen enkel schepsel mij meer belemmert. Want zolang enige zaak mij vasthoudt, kan ik niet vrij naar U toe vliegen.
Hij die zei: ‘Wie geeft mij vleugels als van een duif, dat ik kan vliegen en dan rusten?', had het verlangen om in zijn vlucht vrij te zijn.
Wat is rustiger dan een eenvoudig oog? En wie bezit meer vrijheid dan hij die niets op aarde begeert?
Wij moeten dus boven al het geschapene uitgaan en onszelf volkomen verlaten en als in vervoering van de geest verblijven, en dan zien dat Gij, Schepper van alle dingen, met de schepselen niets gemeen hebt. En zolang iemand niet is ontdaan van alles wat geschapen is, kan hij zich niet vrij op het goddelijke richten. Daarom namelijk worden er zo weinig contemplatieven gevonden, omdat maar weinigen zich van het vergankelijke en geschapene volledig weten af te scheiden.
Daartoe is een grote genade vereist die de ziel opheft en boven haarzelf uit voert.
Er is een groot verschil tussen de wijsheid van een verlicht en vroom man en de wetenschap van een geletterd en bestudeerd geestelijke. Veel edeler is de leer die ons van boven, uit een goddelijke stroom toevloeit, dan die met veel moeite door menselijk vernuft verkregen wordt. Meerderen blijken naar contemplatie te verlangen, maar wat daartoe nodig is brengen zij niet met ijver in beoefening. Een groot beletsel is dat men bij tekenen en zintuiglijke dingen stilstaat en weinig werk maakt van een volmaakte zelfverloochening.
Ik weet niet wat het is, door welke geest wij worden geleid en wat wij eigenlijk willen, die, als ik het goed heb, geestelijke mensen genoemd worden, dat wij zoveel moeite en nog meer zorg aan vergankelijke en platvloerse dingen besteden en maar nauwelijks denken aan ons innerlijk, en zelden met volledig naar binnen gerichte zinnen.
Wat is het jammer: onmiddellijk na een beetje bezinning breken wij weer uit naar buiten en onze daden gaan wij nooit na in een onmeedogend onderzoek. Wij letten er niet op waar onze genegenheden liggen; en hoe besmeurd alles in ons is, betreuren wij niet eens.
De hele mensheid had haar weg verdorven en daarom volgde een geweldige vloed. Als dan onze inwendige gerichtheid zozeer verdorven is, moet de daad die daarop volgt, het bewijs van onze innerlijke armoede, wel totaal onedel zijn.
Uit een zuiver hart komt de vrucht van een goed leven voort.
Men vraagt wel hoeveel iemand tot stand heeft gebracht, maar met welk een graad van volmaaktheid, daar tilt men zo zwaar niet aan. Of hij een persoonlijkheid is of rijk, een knappe verschijning is en bekwaam; of hij een schrijver is die meetelt, een uitstekend zanger, een goede werker, dáár vraagt men naar. Maar hoe arm van geest, hoe geduldig, zachtmoedig, hoe vroom en innerlijk hij is, dat wordt door velen verzwegen.
De natuur let op de uiterlijkheden van een mens; de genade richt zich op het innerlijk.
De eerste vergist zich aanhoudend; de tweede steunt op God om niet bedrogen uit te komen.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
BIRGITTA ZIET EEN LAM EN EEN STRALEND AANGEZICHT IN DE H. HOSTIE.
ZESDE BOEK, KAP. 86.
Op Pinksteren las een priester de eerste Mis in een klooster. En toen hij het lichaam Gods omhoog hief, zag de bruid van Christus vuur uit den hemel nederdalen over heel het altaar en zag een brood in de hand des priesters en een levend lam in het brood en een stralend mensengelaat in het lam. En toen hoorde zij een stem, die tot haar sprak: "Zo als gij nu het vuur over het altaar ziet nederdalen, zo daalde Mijn geest neer over de apostelen op dezen zelfden dag des jaars en deed hun harten ontvlammen.
En het brood werd door het woord een levend lam, dat is Mijn lichaam; en het aangezicht is in het lam en het lam in het aangezicht, want de Vader is in den Zoon en de Zoon in den Vader en de Heilige Geest is in Beiden." En weer zag zij in de hand des priesters, toen hij Gods lichaam omhoog hief, een beeldschoon jongeling, die zeide: "Ik zegen u die geloven, maar voor hen, die niet geloven, zal ik een rechter zijn."
Exodus 34, 4b-6.8-9 .
Vroeg in de morgen beklom Mozes de Sinaï,
zoals de HEER hem bevolen had.
Hij nam twee stenen platen mee.
De HEER daalde neer in een wolk, kwam bij hem staan
en riep de naam "HEER" uit.
De HEER ging hem voorbij en riep: "HEER!
De HEER is een barmhartige en genadige God,
geduldig, groot in liefde en trouw."
Onmiddellijk viel Mozes op zijn knieën en boog zich neer.
Toen sprak hij: "Och Heer,
wees zo goed en trek met ons mee.
Dit volk is wel halsstarrig,
maar vergeef ons onze ongerechtigheden en zonden,
en beschouw ons als uw eigen bezit.'
(Naar Ruth I, vers 16b - 17)
Ik zou iets willen zeggen aan u allen
die een stuk van het weefsel
van mijn leven geworden zijt:
de vorm en de kleur
die gij aan mijn bestaan gegeven hebt
zijn nu een lied geworden;
en ik wil het altijd blijven zingen.
Er leeft een kracht in ons
die maakt dat grote dingen gebeuren
zodra de paden van anderen
onze paden raken;
en dan moeten we erbij zijn
en het laten gebeuren.
En als de tijd
van onze eigen zonsondergang
zal aangebroken zijn,
dan zullen onze zaak en onze prestaties
echt van niet veel tel zijn,
maar de zuiverheid en de bekommernis
waarmee wij van andere mensen gehouden hebben
zal met kracht getuigen
van het enorme, levengevende geschenk
dat wij voor elkaar geweest zijn.
Waar gij gaat, daar zal ik gaan
Waar gll leeft, daar zal ik leven
Uw mensen zullen mijn mensen zijn
En uw God zal ook de mijne zijn.
Waar gij sterft, daar zal ik sterven
En ik zal naast u begraven worden.
Wij twee horen dan voor altijd samen
En onze liefde zal het geschenk van ons leven zijn.
Ga met ons, God.
Ga met ons, God, de lange weg
van onmacht en verdriet
naar kracht en opstanding.
Duld onze vragen.
Begrijp onze weemoed.
Verzacht wat ons pijn doet.
Sterk in ons het geloof
dat geen enkele steen vergeefs wordt verlegd,
maar dat èlk mensenleven - hoe kort ook -
kostbaar en waardevol is in Jouw ogen.
En laat er ook licht zijn.
Blaas de gloed van het verlangen aan
dat er weer een morgen komt die ons optilt;
dat er een avond is van een eeuwig weerzien en thuis zijn met allen.
Amen.
Nahum 2:4-3:19.
Ondergang van Nineve
4 De schilden van zijn helden zijn rood gekleurd,
zijn soldaten gaan in purper gekleed.
De wagens die hij opstelt zijn vlammend gepantserd,
de lansen worden gericht.
5 Door de straten razen de wagens,
ze jagen voort over de pleinen,
ze zien eruit als fakkels,
als bliksemschichten schieten ze voorbij.
6 Hij spoort zijn bevelhebbers aan,
hals over kop gaan zij voort.
Ze snellen naar de stadsmuur,
het stormdak wordt opgesteld,
7 de sluizen gaan open,
het paleis stort ineen.
8 Daar staat hij, hij laat de stad naakt wegvoeren.
Haar slavinnen klagen als duiven,
rouwend slaan ze zich op hun borst.
9 Nineve!
Een volle vijver zolang het bestond,
nu stroomt hij leeg.
Blijf staan! Blijf staan!
Maar niemand die zich omdraait.
10 Roof het zilver, roof het goud!
De schat is onuitputtelijk!
Kostbaarheden zonder tal!
11 Verwoesting, woestheid, woestenij:
harten bezwijken, knieën knikken,
heupen beven, gezichten verbleken.
12 Wat is er over van het leeuwenhol?
Het was een nest vol jonge leeuwen,
de leeuw, de leeuwin en de welpen
gingen er ongestoord hun gang.
13 De leeuw roofde voor zijn welpen,
beet kelen door voor zijn leeuwinnen,
vulde zijn holen met prooi,
zijn legers met buit.
14 Ik zal je straffen – spreekt de HEER van de hemelse machten.
Ik laat je strijdwagens opgaan in rook,
het zwaard zal je dappere leeuwen verslinden,
je prooi vaag ik weg van de aarde,
de stem van je gezanten wordt niet meer gehoord.
[3] 1 Wee de bloedstad,
een en al leugen,
vol oorlogsbuit,
het roven houdt niet op.
2 Hoor! Knallende zwepen!
Hoor! Daverende wielen!
Dravende paarden,
dansende wagens,
3 steigerende ruiters,
vlammende zwaarden,
bliksemende lansen!
Vele doden,
massaÂ’s lichamen,
ontelbare lijken,
je struikelt over de lijken.
4 Je gedraagt je als een hoer,
een verleidster ben je, bedreven in toverij,
je verkwanselt volken voor je ontuchtige praktijken,
en stammen voor je toverkunst.
5 Daarom zal ik je straffen – spreekt de HEER van de hemelse machten.
Ik zal je kleren optillen tot over je gezicht,
je naaktheid aan alle volken tonen,
je schaamte aan alle landen laten zien.
6 Ik zal je onder vuil bedelven,
je belachelijk maken,
je te kijk zetten.
7 Dan zal ieder die je ziet zich van je afwenden
en zeggen: ‘Nineve is verwoest!’
Wie zal om haar rouwen?
Waar vind ik iemand die je troost?
8 Ben jij beter dan Thebe,
aan de armen van de Nijl,
omgeven door water,
met de zee als bescherming,
met als stadswal de zee?
9 Nubië en Egypte waren haar steeds weer tot steun,
Put en de Libiërs kwamen haar te hulp.
10 Toch moest ook zij in ballingschap,
ook zij werd gevangen en weggevoerd.
Ook haar zuigelingen werden vermorzeld
op iedere hoek van de straat.
Ook om haar aanzienlijken wierp men het lot,
ook haar leiders werden in de boeien geslagen.
11 Ook jij zult dronken en beneveld raken,
ook jij zult voor de vijand moeten vluchten.
12 Je vestingsteden zijn als bomen vol rijpe vijgen:
worden ze geschud, dan vallen ze de eter in de mond.
13 Je leger is een stel vrouwen,
de poorten van je land staan wijd open voor je vijanden,
vuur heeft je sluitbalken verteerd.
14 Put maar water voor het beleg,
versterk je vestingsteden!
Treed de klei en stamp de leem,
pak de steenvorm!
15 Toch zal het vuur je verteren,
het zwaard je verdelgen.
Het zal je opvreten als een zwerm sprinkhanen,
ook al ben je net zo talrijk
en plant je je voort als de bidsprinkhaan.
16 Bij jou zijn er meer handelaars
dan sterren aan de hemel –
ze ontpoppen zich als sprinkhanen, en vliegen weg.
17 Je leiders zijn als bidsprinkhanen,
je ambtenaren als een zwerm vliegen.
Op een koude dag zitten ze op de muren,
maar zodra de zon schijnt vliegen ze weg,
niemand weet waarheen. Waar zijn ze?
18 Je herders slapen, koning van Assyrië,
je leiders zitten stil,
je volk is verstrooid over de bergen
en niemand brengt het bijeen.
19 Er is geen verzachting voor je wond,
je letsel is niet te genezen.
Wie hoort wat er met jou gebeurt, klapt in zijn handen,
want wie heeft niet voortdurend geleden onder jouw wreedheid?
GEBED.
God van Tederheid,
in gebed voelden wij ons verbonden
met duizenden en duizenden
die ons zijn voorgegaan in Jezus' spoor.
Zegen ons tot voortrekkers in geloof, hoop en liefde.
Dan zullen wij geroepen worden om,
met alle heiligen, U te aanschouwen van aangezicht tot aangezicht.
1 Korintiërs 12.
1 Broeders en zusters, over de gaven van de Geest wil ik u het volgende zeggen.
2 Zoals u weet was u in de tijd dat u nog heidenen was volledig in de ban van goden die taal noch teken geven. 3 Daarom zeg ik u nadrukkelijk: niemand kan ooit door toedoen van de Geest van God zeggen: ‘Vervloekt is Jezus,’ en niemand kan ooit zeggen: ‘Jezus is de Heer,’ behalve door toedoen van de heilige Geest.
31 Richt u op de hoogste gaven. Maar eerst wijs ik u een weg die nog voortreffelijker is.
Joël 3:1.
Daarna zal zich dit voltrekken:
Ik zal mijn geest uitgieten over al wat leeft.
Jullie zonen en dochters zullen profeteren,
oude mensen zullen dromen dromen,
en jongeren zullen visioenen zien.
29-01-2011
Gebed voor Priesters.
Almachtige God, moge Uw genade
ons helpen opdat wij die het
priesterambt ontvangen hebben, U
waardig en trouw zouden dienen,
in volledige zuiverheid en met een
goed geweten. En indien wij er niet
toe komen in deze onschuld te
leven, verleen ons oprecht het
kwaad te bewenen dat wij begaan
hebben en U in alles ijverig,
nederig en met goede wil te
dienen.
Door Christus onze Heer.
Amen.
Levende God.
Levende God,
zo vaak stuit uw roep op onze kortzichtigheid en kleinmoedigheid.
Maar gij laat niet af ons telkens weer op te zoeken, ook als wij vluchten
ver weg van uw aanschijn.
Ontdooi dan onze ingevroren denkbeelden, verwarm ons verkilde hart.
Zet ons weer op het spoor van uw mildheid en oeverloze barmhartigheid en laat
ons paden van gerechtigheid bewandelen, open en moedig, bewogen door uw
Geest. Amen.
God.
God,
Gij roept ons bijeen
om te luisteren naar uw Woord.
Help ons om oud en nieuw te ontdekken
en te leven in navolging van uw Zoon
als authentieke gelovigen.
Amen.
"VRAAG DE HEER VAN DE OOGSTARBEIDERS TE STUREN OM TE OOGSTEN!"
"VRAAG DE HEER VAN DE OOGST
ARBEIDERS TE STUREN OM TE OOGSTEN!"
"Vraag de heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten!". Dat betekent: de oogst is er,
maar God wil zich bedienen van mensen om hem naar de graanschuur te brengen. God heeft
mensen nodig. Hij heeft mensen nodig die zeggen: ja, ik ben bereid te helpen zodat deze oogst
die in het hart van de mensen rijpt, werkelijk naar de graanschuren van de eeuwigheid kan
gedragen worden en goddelijke eeuwige gemeenschap van vreugde en liefde worden.
"Vraag de heer van de oogst!". Dat wil ook zeggen: we kunnen niet zomaar roepingen
"voortbrengen", zij moeten van God komen. We kunnen niet, zoals dat misschien het geval is
voor andere beroepen, met een doelgerichte campagne, om zo te zeggen met een aangepast
beleid, zomaar mensen aanwerven. De roeping die uitgaat van Gods hart, moet steeds de weg
naar het hart van de mens vinden. En toch: juist opdat ze het hart van de mens zou bereiken, is
onze medewerking eveneens nodig.
Het vragen aan de heer van de oogst betekent zeker voor alles ervoor bidden, met ons hart
zeggen: "Doe het, alstublieft! Maak de mensen wakker! Ontsteek in hen het enthousiasme en de
vreugde voor het Evangelie! Doe hen begrijpen dat het de kostbaarste aller schatten is en dat
degene die hem ontdekt heeft, hem moet doorgeven!"
Wij bewegen Gods hart. Doch God iets vragen, gebeurt niet alleen door te bidden; het impliceert
ook dat het woord omgezet wordt in daden, opdat uit ons biddend hart ook de vonk ontspringt
van de vreugde in God, de vreugde om het Evangelie, en dat het gebed in andere harten de
bereidheid opwekt hun "ja" uit te spreken. Als mensen van gebed, vervuld van zijn liefde,
bereiken wij de anderen en door hen te laten delen in ons gebed, laten wij hen binnengaan in de
uitstraling van Gods aanwezigheid die vervolgens zal optreden. In die zin, willen wij de heer van
de oogst steeds opnieuw vragen, willen we zijn hart bewegen en met God in ons gebed ook het
hart van de mensen raken opdat Hij er volgens zijn wil, het "ja" van de beschikbaarheid zou
laten rijpen; de volharding om in de verwarring van de tijd, in de hitte van de dag maar ook in het
duister van de nacht, trouw in de dienstbaarheid te volharden, en precies daaruit voortdurend het
besef te halen dat die inspanning – al is ze zwaar – mooi is, nuttig, want ze leidt naar het
wezenlijke, namelijk bekomen dat de mensen ontvangen wat ze verwachten: Gods licht en Gods
liefde.
Benedictus XVI: ontmoeting met de priesters en diakens.
Een bijzondere belofte .
"Jullie zullen Mij zien"
Terwijl de Heer duidelijk maakt, dat Hij niet meer te zien zal zijn voor de ongelovigen, wijst Hij erop, dat Hij te zien zal blijven voor de Zijnen. De reden van het feit dat zij Hem zullen zien is kort en krachtig: "Leven". "Ik leef en jullie zullen leven." De Here Jezus is alleen te zien - met het oog van het geloof - door mensen die echt leven, die een heel bijzonder leven hebben, een hemels leven op aarde.
Dit zien is gebaseerd op een heel bijzondere eenheid; een eenheid tussen God de Vader, de Here Jezus en de gelovigen. Hij zei:
- Ik ben in Mijn Vader,
- Jullie zijn in Mij,
- Ik ben in jullie.
Dat feit heeft handen en voeten bij ons gekregen door de komst van de Heilige Geest. Nu kunnen wij God zien. De Here Jezus heeft Hem zichtbaar gemaakt aan de Joden, toen Hij drie jaar bij hen was (Johannes 1:18). Nu de Here Jezus niet meer zichtbaar bij ons is en de Heilige Geest in ons woont, maakt de Heilige Geest God de Vader zichtbaar voor ons door de Here Jezus. Zo brengt de Heilige Geest de Here Jezus toch weer dichtbij ons, terwijl wij hierdoor ook een betere "kijk" op de hemelse Vader krijgen.
Apocalyptische tijden en gebeurtenissen aangekondigd.
De Bijbel heeft aangekondigd dat in de tijd dat het Joodse volk weer naar zijn eigen land zou zijn teruggekeerd en de slapende volken in het Midden Oosten tot ontwaken zouden zijn gekomen, er verschrikkelijke rampen over de aarde zouden komen. Wij beginnen in onze tijd een voorproefje van deze rampen te krijgen.
Als we spreken over apocalyptische tijden, komen wij op het terrein van het Bijbelboek Openbaring, dat ook wel de Apocalyps genoemd wordt. In dit Bijbelboek wordt ons de tijd beschreven vanaf het ontstaan van de Gemeente van Jezus Christus, zoals deze beschreven is in Handelingen 2 tot aan het moment, dat God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal scheppen. Het boek Openbaring beschrijft in het kort hoe het de Gemeente van Jezus Christus zal vergaan vanaf zijn ontstaan tot aan het moment waarop de Here Jezus zal wederkomen, waarna de grote verdrukking zal aanbreken. Vervolgens beschrijft het boek Openbaring in de hoofdstukken 6-19 hoe het zal zijn tijdens de grote verdrukking. Daarna wordt in hoofdstuk 20 vertelt wat er na deze grote verdrukking zal komen: het Messiaanse vrederijk, dat onder andere door de profeet Jesaja reeds was aangekondigd. In de laatste hoofdstukken horen wij hoe het zal zijn tijdens dit Messiaanse vrederijk en hoe het daarna zal zijn als er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zullen zijn.
In het boek Openbaring wordt telkens verteld hoe het in bepaalde situaties in de hemel is en hoe het op aarde zal zijn. Wij lezen over allerlei rampen en oordelen die in de periode van de grote verdrukking vanuit de hemel naar de aarde gezonden zullen worden. Wij lezen ook waarom deze rampen naar de aarde gezonden worden. Het is niet omdat God er een behagen in heeft om Zijn eigen schepping en Zijn eigen schepselen te vernietigen. Het is een straf van God, omdat de mensen op aarde in die tijd zich helemaal niets meer van God aantrekken en zich steeds vijandiger tegen het volk Israël gedragen zullen. Dit betekent, dat naarmate wij duidelijker zien, hoe de mensheid zich van God losgemaakt heeft en zich vijandig gedraagt tegen het volk Israël, dat Gods volk is en blijft, de komst van de aangekondigde rampen steeds dichterbij gekomen is.
Er wordt gesproken over mensen die elkaar zullen "slachten" (Openbaring 6:4) en over engelen die de aarde en de zee schade zullen toebrengen; bodem- en watervervuiling (7:2). Wij lezen over massale bosbranden, watervervuiling en sterfte onder mens en dier (8:7-11). Speciale aandacht wordt er gevraagd voor het gebied van Irak met de rivier de Eufraat met grote slachtingen onder de mensen (9:14,15). Er wordt met name geschreven over de wijn van Irak, waar de mensen in de gehele wereld van gedronken hebben. Nu begrijpen wij, dat dit een beeld is van de olie en de benzine. Het is begrijpelijk, dat 2000 jaar geleden de woorden motorolie en benzine niet bestonden. Er moest dus in beeldende taal over het speciale product van Irak geschreven worden. Het valt op, dat de Bijbel zelfs weet te vertellen - en realiseer u, dat dit zo'n 2000 jaar geleden opgeschreven is - dat de hele wereld rijk geworden is door Irak en dat de volken schepen op zee hadden om de lading van Irak te vervoeren (18:19). De Bijbel weet echter ook te vertellen, dat na een periode van grote welvaart ditzelfde Irak zijn weelde zal verliezen en op de rand van de afgrond terecht zal komen (18:5-7).
Het valt op, dat van Irak geschreven staat, dat in die verre tijd, waarvan wij geloven, dat wij er dichtbij gekomen zijn, niet alleen de hele aarde zo ongeveer van het product van Irak genoten zal hebben, maar ook dat in die tijd Irak zich als een wrede vijand van Joden en christenen zal ontpoppen (17: 2,5,6). Terwijl Joden en christenen in Irak door de eeuwen heen in zekere zin een veilig woongebied hadden, is dit land eerst een grote vijand van de Joden geworden en daarna van de christenen. Nadat eerst de Joden het land verlaten hebben, zijn nu ook veel christenen gevlucht.
In onze tijd zien wij juist vanuit Irak een bepaalde manier van doden. Wij zijn gewend, dat mensen door "de kogel", ophanging, een injectie of de elektrische stoel ter dood gebracht worden. Wie had vóór 2004 kunnen denken, dat wij in dat jaar ineens zouden horen van tientallen gegijzelden in Irak, die door onthoofding om het leven gebracht zouden worden? Deze manier om iemand ter dood te brengen, bestond in onze gedachte nog als wij aan de guillotine dachten, maar paste niet meer in een moderne tijd. Toch waren daar ineens weer de onthoofdingen. En... de Bijbel had er ook over geschreven in verband met die verre, toekomstige tijd.
"En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang." (Openbaring 20:4) Hier gaat het niet over mensen die in een ver verleden onthoofd werden. Het gaat hier over mensen, die in de tijd van de grote verdrukking onthoofd zullen worden. Het leek of de Bijbel zich vergiste. Nu weten wij, dat ook onthoofdingen bij de laatste tijd behoren!
Maar Jezus zal komen om afrekening te houden. Dat is de komende tijd! De Bijbel roept ons op om uit te kijken naar de wederkomst van de Heer, om te letten op de voorboden van Zijn komst en om Zijn komst te verwachten. Je bent geen fantast en leeft niet in een fantasiewereld als je de voortekenen van Jezus' komst ziet en erkent. Je bent een realist!
Het milieu.
Regelmatig horen wij, dat het niet goed gaat met ons milieu. De lucht en het water vervuilen. We hebben last van zure (vuile) regen. Op veel plaatsen is de bodem vervuild. Velen durven geen vis of vlees meer te eten, omdat zij bang zijn, dat ze er juist ziek van zullen worden. Telkens weer horen wij over vissen die ziek zijn of massaal sterven. Het ijs aan de polen smelt en het niveau van het zeewater stijgt. Er is angst, dat over enige tijd gebieden waar nu nog mensen wonen, onder water zullen komen te staan, zeker als de mens niet tijdig de nodige maatregelen neemt. Het lijkt wel of de bosbranden en de overstromingen ieder jaar erger worden. Wij worden bedreigd door gevaarlijke insecten die uit het ene land naar het andere land overkomen. Terwijl de medische wetenschap op een zeer hoog peil staat, bedreigen nieuwe- en zelfs oude ziekten ons. Ziekten die bedwongen waren, beginnen weer de kop op te steken en nu blijkt dat medicijnen soms niet meer werken.