For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
19-01-2011
De innerlijke vertroosting .
Het leven van een ander
moet men niet nieuwsgierig onderzoeken
De Heer: Mijn zoon, wees niet nieuwsgierig en loop niet rond in dwaze bemoeienis. Wat gaat dit of dat u aan? Gij hebt slechts Mij te volgen. Wat interesseert het u of die daar zus of zo is; en die ander zo of anders doet of spreekt?
Gij zult voor anderen geen rekenschap behoeven te geven, maar over uzelf zult gij eens verantwoording afleggen. Waarover maakt gij u dan druk? Zie, Ik ken allen en weet alles wat onder de zon gebeurt. Ik weet hoe het met iedereen is, wat hij denkt en wil en welke bedoelingen hij heeft. Gij moogt dus rustig alles aan Mij overlaten; wat u betreft blijft constant in vrede. Laat de woelige woelen zoveel hij wil. Wat hij gedaan of gezegd heeft komt op hemzelf neer, want Mij kan hij niet bedriegen.
Maak u niet druk over de schaduw van een grote naam, ook niet over de vertrouwelijkheid met velen of de privé-contacten met de mensen en hun sympathie. Want dat soort dingen veroorzaakt verstrooidheid en grote duisternis in uw hart. Ik zou u graag mijn woorden zeggen en mijn geheimen openbaren, als gij maar attente aandacht had voor mijn komst en voor Mij de deur van uw hart zoudt opendoen. Wees voorzichtig, wees waakzaam in gebed en verneder u in alles.
Heer.
Heer, overal en altijd
heb ik geluk gezocht,
maar mijn hart vond nergens
vrede en rust.
Jezus, hoe waar is het
dat alleen in U
vrede en geluk te vinden zijn.
Kijk mij slechts een ogenblik aan
en alle stormen bedaren in mij,
overal wil ik alleen U zoeken
en Uw erbarmen verkondigen.
Heilige Geest,
verlicht mijn ziel,
wijs mij de weg naar het grote geluk.
Om dit te bereiken is mij niets teveel
en doe ik afstand van alles.
Heilige Maagd
en de hele hemel
help mij bij mijn besluit!
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
AAN HEN, DIE DE KROON EN HET SCHILD GEKREGEN HEBBEN, MAGISTER MATTIAS TE LINKÖPING EN BISSCHOP HEMING TE ÅBO.
ZESDE BOEK, KAP. 34.
De maagd Maria sprak: "Mijn Zoon is als de koning, die een belangerijke stad had, waar zeventig hoofden waren, en in ieder district was er niet meer dan één, die den koning getrouw was. Toen zeiden zij, die trouw waren, tegen de trouweloozen, dat hun van den koning niets anders toekwam dan dood en verdoemenis. Daarom schreven zij aan een vrouw, die de vertrouwde des konings was, en verzochten haar voor hen te bidden. Zij vroegen haar ook den koning aan te moedigen om hen te vermanen, opdat zij zich daardoor zouden beteren.
Toen zij zich tot den koning wendde en hem om hun welzijn bad, antwoordde de koning: "Er wacht hun niets dan de dood en den dood zijn zij waard. Toch zal ik hun op uw bede twee woorden schrijven. In het eerste woord zijn drie dingen begrepen: ten eerste verdoemenis, die zij verdienden; ten tweede armoede, ten derde schande en oneer, van wege hun daden. Het tweede woord is, dat wie zich verootmoedigt genade zal krijgen en het leven behouden."
Toen de brief des konings, waarin deze woorden geschreven stonden, den trouwelooze mannen bereikte, zeiden enkelen van hen: "Wij zijn even sterk als de koning, en daarom zullen wij ons verdedigen." Anderen zeiden: "Wij bekommeren ons om leven noch dood en geven niet veel om wat komen zal." Weer anderen zeiden: "Valsch en verzonnen is, wat wij hoorden, want de woorden in dezen brief kwamen nooit voort uit den mond des konings."
Toen de trouwe mannen het antwoord hoorden, schreven zij voor de tweede maal aan de vrouw, die de dierbaarste vertrouwde van den koning was, en zeiden: "De trouweloozen gelooven noch de woorden des konings noch de onze; verzoek daarom den koning eenige teekens te zenden van geloofwaardigheid of wijsheid, waaruit zij besluiten kunnen, dat de woorden werkelijk uit den mond des konings zijn voortgekomen." Toen de koning dat hoorde, zeide hij: "Twee dingen komen den koning toe: de kroon en het schild. Vooral de kroon mag niemand dragen dan de koning, en het schild des konings sticht vrede tusschen hen die twisten. Daarom zal ik hun de kroon en het schild zenden, misschien gelooven zij dan mijn woorden en zullen zij niet meer vertoornd zijn."
Met dezen koning wordt mijn Zoon bedoeld, die de koning der glorie is en de Zoon van God en van mij. Zijn stad is de wereld, waar zeventig talen gevonden worden, en zeventig districten, en in iedere taal is er één, die mijn Zoons vriends is, want er is geen taal, waar geen vrienden van mijn Zoon gevonden worden, die hetzelfde geloof zijn toegedaan en dezelfde liefde koesteren. Maar ik ben de vrouw, die de vertrouwde des konings is.
En mijn vrienden, die weten, dat de wereld veel ongeluk verdiend heeft, zonden hun gebeden naar mij op en smeekten mij, mijn Zoon tot zachtheid te bewegen tegenover de wereld, en mijn Zoon, bewogen en verzacht door mijn gebeden en die Zijner Heiligen, zond de wereld de woorden uit Zijn mond, in eeuwigheid door Hem voorzien; en opdat zij door niemand als onwaar beschouwd zouden worden, draag ik om de waarheid er van te getuigen als bizonder teeken de kroon en het schild des konings; de kroon voor de macht, die sommigen gegeven werd tegenover booze geesten; het schild als het zinnebeeld der vrijheid, dat aan anderen gegeven werd om vrede te stichten tusschen hen, die het oneens zijn, en om oneenige harten te vereenigen en aan te manen tot eendracht en liefde. En mijn Zoons woorden zijn feitelijk niet meer dan deze twee, want zij houden niet anders in dan vloek en erbarming. Vloek over hen, die zich blijven verzetten tegenover God; erbarming voor hen, die zich verootmoedigen."
Hierop sprak de Zoon tot de moeder en zeide: "Gezegend zijt gij! Gij zijt als de moeder, die uitgezonden werd om een vrouw voor den zoon te vinden. Zoo zond ik u naar mijn vrienden, welke met mij de ziel der uitverkorenen vereenigen tot een geestelijk huwelijk, zooals het God behaagt. Voor de groote barmhartigheid en liefde, waarmede gij voor de zielen ijvert, geef ik u daarom macht over de kroon en over het schild, opdat gij die niet alleen kunt geven aan twee menschen, maar ook aan anderen, naar het u behaagt. Gij zelf zijt vol barmhartigheid, en trekt daarom al mijn barmhartigheid naar de zondaars. Gezegend hij die u dient, want hij zal in leven noch sterven verlaten worden."
Daarop sprak de moeder tot de bruid: "Er staat geschreven, dat Johannes de Dooper voor mijn Zoons aangezicht ging, maar niet allen zagen hem, want hij was in de woestijn. Zoo ga ik met mijn barmhartigheid vooraan het zoo zeer gevreesde oordeel van mijn Zoon. Zeg daarom uit mijn naam tot hem, die de kroon heeft, dat zoo vak hij mijn Zoons geest en warmte in zich voelt, hij over hem, die door de booze geesten bezocht wordt, de volgende woorden leze: Uit naam van God, den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest, Schepper van Hemel en Aarde en Rechter over al wat is, die tot onze redding Zijn gezegenden Zoon zond in den schoot der H. Maagd, gebied ik u, onreinen geest, ter wille van Gods glorie en de gebeden der Moeder Gods, dat gij het lichaam van dit door God geschapen schepsel verlaten zult, uit naam van Hem, die geboren werd uit de Maagd Maria: Jezus Christus, die één God is met God den Vader en met den Heiligen Geest. Zeg daarna uit mijn naam aan hem, die het schild heeft: Gij hebt mij vaak als uw zendeling naar God gezonden, opdat ik mijn Zoon voor u bidden zou.
Nu verzoek ik u, met mijn boodschap te gaan naar het Hoofd der H. Kerk; want al troonde zelfs Lucifer daar in eigen persoon, dan zouden toch mijn Zoons woorden vervuld worden, volgens Zijn wil. Als hij in Frankrijk komt en de vorsten voor hem verschijnen, dan zegge hij in hun tegenwoordigheid deze woorden: God, die met den Vader en den Heiligen geest de Schepper aller dingen is, Hij die zich verwaardigde neder te dalen in den schoot der maagd en de menschelijke natuur met Zijn godheid te vereenigen zonder Zijn godheid te verliezen, Hij die de menschen zoo met Zijn liefde omhelsde, dat, toen Hij de lans en de scherpe spijkers en al de folterwerktuigen voor zich zag, liever sterven wilde en Zijn spieren laten doorsnijden en handen en voeten doorboren dan de liefde opgeven, die Hij onveranderlijk voor de menschen koesterde, verwaardigde zich ter wille van Zijn lijden u, die tot nu toe oneenig zijt geweest, met elkander te verzoenen. Daarop zal hij, al naar Gods geest het hem ingeeft, hen onderhouden over de pijnen der hel en de vreugden des hemels, over het loon der rechtvaardigen en de smart der onrechtvaardigen."
Wordt vervolgd.
De zeven vlammen.
Er branden zeven vlammen in ieder mensenkind.
Zij zijn de zeven gaven
waarmee je groeien kunt tot mens voor andere mensen:
de zeven gaven van de Heilige Geest.
De eerste vlam is de liefde, waaruit ik ben geboren;
mijn ouders die me hebben gevormd
tot de mens die ik vandaag mag zijn.
De tweede vlam is de aarde, waarop ik leven mag;
met licht en warmte en bloemen,
met leven overal.
De derde vlam is de taal,
waarmee je elkaar mag begroeten;
hallo, u en jij en allemaal,
jij mag er zijn van mij.
De vierde vlam is de moed,
om op te komen tegen het kwaad;
om je mond open te doen
tegen het geweld dat de mensen verdrukt.
Wereldwijd, maar ook heel dichtbij.
De vijfde vlam is de zorg,
die mensen voor elkaar hebben;
waarmee je elkaar vasthoudt
en trouw blijft aan je vrienden.
De zesde vlam is de verwondering,
waarin je stil kunt worden,
om al het mooie dat er leeft,
om al het goede wat er gebeurt.
De zevende vlam is het geloof,
dat God ons in Zijn handen houdt.
Dat Hij ons adem inblaast,
zodat wij levende mensen worden.
OVERWEGING.
Zacheüs was oppertollenaar, rijk, klein van stuk. De anderen dachten niet veel goeds over hem. Ze vertrouwen hem niet, ze weten goed genoeg dat hij teveel geld vraagt.
Jezus kent de gedachten van deze mensen. Iedereen blijft zoveel mogelijk bij Zacheüs uit de buurt omdat hij een zondaar is, mar Jezus doet juist het tegenovergestelde. Hij gaat naar die man toe en zegt: "Vandaag wil ik bij jou verblijven. Ik wil je gast zijn."
Zacheüs had van alles gedacht of verwacht maar toch zeker niet dat. Jezus te gast bij hem!
En wat doen de mensen ze gaan niet akkoord, spreken er schande over. Hoe kan die Jezus nu bij zo iemand op bezoek gaan?
Regelmatig komen we zulke voorbeelden tegen in het leven van Jezus.
Maar in dit verhaal zien we 2 manieren hoe wij met fouten en zondaars kunnen omgaan.
de mopperende mensen: ze veroordelen, zijn keihard, weg met Zacheüs, daar moeten we niets van hebben; zoals misschien sommige kinderen van onze klas waar we niets van moeten hebben.
Jezus: hij zegt: "Kom maar naar beneden, sluit je weer aan, doe het beter en het is voorgoed vergeven.
3 Als we nog even naar de knopen kijken en de woorden die er aan hangen: trots, jaloersheid, oordelen, uitsluiting, enz. . Woorden die ons vertellen over menselijke fouten, zonden die ons leven onaangenaam maken. We hoeven ons daarover niet te schamen we moeten ook niet zeggen dat we die fouten nooit maken. Maar waar we wel voor moeten opletten is dat deze fouten ons niet moedeloos maken. Ze mogen ons geen gevoel geven dat we mislukt zijn. En waarom niet? Omdat Jezus ons leert dat we om onze fouten niet veroordeeld worden ALS we het beter willen doen.
Als we dat weten en onthouden kunnen we steeds opnieuw beginnen en is er nu iets mooier dan weer een nieuwe kans krijgen?
God, bron van alle leven.
God, bron van alle leven,
in Maria hebt U laten zien
hoe uw kracht in kleine
mensen weerklank vindt;
voor allen die neergebogen zijn,
klein gehouden,
tot zwijgen gedwongen, bidden wij :
houd in hen levend de kleine vlam
van de hoop die leven geeft,
het licht bewaart en het donker kan verdrijven.
Wij vragen het U ,
door Jezus, de Messias, uw Zoon. Amen.
Onuitsprekelijke God.
Onuitsprekelijke God, maak nieuwe mensen van ons, dat wij met hart en ziel uw lof
kunnen zingen, in alles wat wij zeggen, in alles wat wij zijn en doen.
Sterk in ons het vertrouwen in uw trouwe liefde, in uw werkzame aanwezigheid.
Niemand heeft U ooit gezien, maar sterk in ons het vermoeden dat wij U kunnen
herkennen in de vreugde van uw schepping.
Onzegbaar is uw naam, maar inspireer ons met het nieuwe lied, dat wij uw naam
O Jezus verberg U niet voor mij, want zonder U kan ik niet leven.
Verhoor het roepen van mijn ziel.
Uw barmhartigheid is niet uigeput; ontferm U dus over mijn ellende.
Uw barmhartigheid gaat het verstand van engelen en mensen samen te boven.
Ofschoon het lijkt, dat U mij niet hoort, stel ik mijn hele vertrouwen op uw barmhartigheid.
Ik weet dat U mij niet teleurstelt. Amen.
18-01-2011
Hemelse Vader.
Hemelse Vader,
U hebt voor ons geschapen
voor een eindeloos geluk.
In alle nederigheid vraag ik U:
breng mij naar dit geluk
zoals het U behaagt:
door afgronden,
door bittere kou.
Ik zal iedere weg gaan
als U hem maar wijst.
Heer Jezus, U hebt alles
voor onze verlossing geofferd,
U hebt alle bitterheid
van het leven geproefd
om ons een voorbeeld te zijn.
Ook voor mij hebt U
de weg van het lijden bestemd,
het noodlot van heimwee
en verlies van alles.
Geef mij kracht op deze weg.
Heilige Geest,
verlicht mij in het uur
van beproeving en duisternis,
dat ik geen verkeerde paden ga
en niet op dwaalwegen leef.
Heer.
Heer,
Gij hoort de roepstem
van iedere priester
en daalt uit de hemel neer
op onze altaren.
Brood en wijn
worden door Uw wil
veranderd in uw Heilig Lichaam
en Uw Bloed.
Gij komt met Uw gehele
goddelijke wezen
om ons te troosten,
ons rust te geven en te sterken.
Ik bid U, Verlosser,
verander al wat ik ben.
Maak van mij,
die op mijn eigen voordeel uit ben
mij om mijzelf bekommer,
mij om alledaagse dingen zorgen maak,
een mens
die met anderen meevoelt,
die anderen helpt.
Maak dat ik de noden
en de zorgen der anderen begrijp,
dat ik anderen
niet lichtzinnig veroordeel.
Verander mijn aangezicht
en dat van mijn vaderland.
Spoor ons aan
dat wij allen de weg naar U zoeken
en dat omwille van Uw liefde en Uw eer
geen offer te zwaar valt.
Verlosser.
Verlosser,
door Uw Allerheiligst Offer,
omwille van de Offers en de gebeden
van hen die mij nabij zijn,
onwille van het lijden
van mijn dierbare vaderland
en de daarvoor geofferde levens.
en omwille van de verdiensten
van alle heiligen in de hemel,
sterk mij
voor de arbeid van deze dag
en voor mijn plichten
in de toekomst. Amen.
Jezus.
Omdat mijn ziel huilt,
omdat mijn hart
doodziek is van verdriet,
omdat mijn hele wezen
trilt van moeheid,
kom Jezus, ik smeek U:
kom, o kom!
Bron van alle rust en alle leven!
Spreek!
Wat wilt U mij zeggen
door deze mensen,
door al wat er gebeurt,
door deze tijd?
Jezus, ik smeek U:
verkort deze tijd van beproeving
voor mij,
voor de mijnen
en voor mijn uitgeputte volk.
Jezus, ik bid U om bescherming
voor ons allen
die om ons heil gestorven zijn,
ik bid u om hulp voor allen
voor wie Gij wilt
dat ik bidden zal.
MARIA, RED ONS.
Maria,
red ons land
dat met tranen en bloed,
met offers,
bereidheid
de liefde getooid is.
Maria,
maak in onze borst
de geest der helden wakker,
behoud de zuivere ziel van ons volk,
die onze Vaderen
door de eeuwen heen bewaard.
Maria,
verlicht de dwalende,
help de dode strijders,
laat ons heilig Litauen
weer verrijzen,
opdat het als een heldere ster
onder de andere volken
glanst en licht verspreid,
opdat het de grenzeloze barmhartigheid
en liefde
van U en Uw Zoon
verheerlijkt. Amen.
GEBED TOT DE H. MAAGD, MIDDELARES VAN ALLE GENADEN.
Gedenk H. Maagd dat men nog nooit heeft zeggen dat een mens
aan zijn lot werd overgelaten als hij tot U zijn toevlucht nam.
Wij stellen ons vertrouwen in U
daarom zijn wij tot U gekomen en knielen voor u neer:
Onbevlekte Moeder wij vragen U ons te helpen onze roeping tot Katholiek
thuis op het werk of waar ook goed te beleven.
Wij zijn bewust van onze tekortkomingen.
Luister toch naar ons gebed en wees zo goed ons te verhoren.
Amen.
U HEBT ONS GOEDE MOEDER.
Weer bijeen gebracht.
Om samen hier te bidden,
Vertrouwend op Uw Macht.
Wanneer wij met elkander
hier bidden, een van hart,
Is Christus in ons midden,
Die Gij de wereld bracht.
Wij leggen in Uw handen
Wat ieder van ons vraagt.
Verkrijg ons boven alles
Wat Hem het meest behaagt:
Meer liefde voor de mensen,
en moed in eenzaamheid,
het vreugdevol vertrouwen
dat God de wereld leidt. Amen.
17-01-2011
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE MAANDAG.
N. ( M ).
Nossa Senhora Anguera trailler .
Nossa Senhora Anguera trailler .
FATIMA (13 mei 1917) Verdere uitleg over Fatimaâs geheim is gegeven in Bayside New York. (www.smwa.org).
FATIMA
(13 mei 1917)
De ziensters zien de vele gevallenen in de hel. Om de zielen te redden wil God de devotie tot het onbevlekt Hart van Maria verspreiden in de wereld.
Als je een nacht verlicht ziet door een onbekend licht weet dan dat dit het grote teken is dat door God is gegeven om de wereld te straffen voor zijn wandaden door oorlog, hongersnood en vervolgingen van de kerk en de paus.
Maria noemt zich de Vrouwe van de Rozenkrans en vraagt ons deze rozenkrans veel te bidden. Toewijding van Rusland aan "Mijn Onbevlekt Hart" en eerherstellende communie op de 1ste zaterdagen kan er voor zorgen dat Rusland zich zal bekeren en er vrede zal zijn.
Indien dit niet gebeurd dan zal het zijn dwalingen over de wereld verspreiden, oorlogen veroorzaken en de kerk vervolgen. De goeden worden gemarteld, de paus zal veel te lijden hebben, meerdere naties worden vernietigd.
Het hart van het 3de geheim van Fatima (dat nooit volledig is geopenbaard hetgeen wel gevraagd was om laatstens in 1960 te doen) wordt door paus Paulus VI uitgesproken op 29 juni 1972: " De rook van satan is binnengedrongen in de tempel van God" en op 13 oct. 1977: "De staart van de duivel functioneert in de desintegratie van de katholieke wereld. De duisternis van satan is binnengedrongen en verspreid doorheen de hele Katholieke Kerk ook in de top. Afvalligheid, verlies van geloof, verspreid zich over de wereld tot in de hoogste rangen van de Kerk."
Satans misleidende maatregelen, sluwe manieren, en subtiliteiten zijn vervolgens ongecontroleerd naar beneden gefilterd door de rangen in het vaticaan en uiteindelijk in de gehele wereldkerk. Lucifers dodelijke maatregelen om de paus te neutraliseren waren mogelijk door de structuur van leidinggeven in de kerk.
In Bayside is hierover gezegd dat satan zelf tot de hoogste rangen van de hiërarchie in Rome is doorgedrongen in 1972. Deze demonische meesterzet verwezenlijkte de verandering, onrust en zelfvernietiging die de postconciliaire kerk en wereld kenmerkt.
Verdere uitleg over Fatimas geheim is gegeven in Bayside New York. (www.smwa.org)
Zij verdraaien het geheim dat Ik in Fatima gaf. De uitleg is eenvoudig. Het kon niet volledig onthuld worden vanwege de drastische boodschap. Hoe Ik waarschuwde en waarschuwde dat satan in de hoogste rangen van de hiërarchie in Rome zou binnendringen. Het 3de geheim is dat Satan zou binnendringen in de kerk van Mijn Zoon. (13 mei 1978)
Het feit dat het geheim niet is geopenbaard heeft veel chaos gebracht in de wereld en de kerk van vandaag. Het had nooit verborgen mogen blijven. (31 mrt 1980)
Deze mannen en vrouwen van satan, bekend als communisten.. is het toegestaan geweest Mijn Zoons Kerk binnen te dringen. Ja Mijn kind, Ik wil je de wereld laten weten dat onze seminaries niet zuiver waren. Veel zijn tot nu toe ingetreden om het geloof van de Kerk van Mijn Zoon te vernietigen. (17 mrt 1986)
Ja satan is binnengedrongen in de hoogste posities van Mijn Huis, maar hij zal niet triomferen. Uiteindelijk zal de overwinning met ons zijn, hij kan alleen zover als Mijn Vader toelaat.( Jezus, 15 aug.1971)
Veel kardinalen, rode kap, zijn gevallen en misleiden veel purperen kapjes, de bisschoppen. Bid voor je bisschop, je kardinaal en je priesters.(1 april 1978)
Het zal bisschop tegen bisschop zijn en kardinaal tegen kardinaal (Jezus, juni 1978)
Opnieuw trots en arrogantie! Een geheim moest worden onthuld en wie adviseerde de wereld en bereidde die voor op de wilde aanval van satan in Mijn Zoons Huis? Niemand!
Je zult begrijpen, Mijn kind, waarom satan is binnengedrongen in Mijn Zoons Huis, de Kerk. Omdat er niet genoeg gebeden is. Mensen praten, ijdele gesprekken over wereldse zaken als de nadruk moet liggen op het spirituele.(28 dec. 1974)
Ik zeg jullie nu, Mijn kinderen, tenzij jullie bidden en mijn raadgevingen bekend maken aan al de heersende "Vaders" in Rome, Mijn Zoons Kerk in de catacomben wordt teruggedrongen. Een grote strijd gaat de mensheid tegemoet. Het uiteindelijk resultaat is voor iedereen goed maar dit proces zal een waar proefterrein zijn voor alle gelovigen. Vele heiligen van de laatste dagen zullen uit deze rampspoed voortkomen. (7 sept. 1978)
Een miraculeuze foto waarop staat " Jacinta 1972 " geeft aan dat de anti Christ tot in mijters (bisschoppen / kardinalen) is doorgedrongen in 1972 omdat wij ons niet op de komst van satan hebben voorbereid zoals in de waarschuwingen is voorzegd.
Een doel : " Het instituut zelf zoals door Mij is opgezet, blijft waar te zijn satan is, als mensen vermomd, met zijn legers in vol ornaat binnengedrongen. Het zijn echter vermomde duivels met slechts een uiteindelijk doel: Mijn Kerk te vernietigen, de Rooms Katholieke Kerk, met de Stoel van Petrus aan het hoofd."(Jezus, mrt 18,1989)
Communisme : " Het plan van de communisten is de rechtsstaat in de eeuwige stad omver te werpen, op zon manier controle winnen in de politiek dat zij de wereld kunnen contoleren. Deze agenten van de hel en atheisme proberen Rome omver te werpen. Mijn kind zij proberen Rome omver te werpen en controle te krijgen over de macht in het Huis van Mijn Zoon over heel de wereld. Zij willen het van binnenuit ondermijnen."(2 oct. 1976)
Samenvattend kunnen we dus stellen dat de verschijningen te Fatima waarschuwingen zijn geweest die, als wij voldoende gehoor hadden gegeven, nog alle ruimte gaven om de wereld en kerk van rampspoed te behoeden.
De innerlijke vertroosting .
Boven alles wat aan goeds gegeven wordt,
moet men rust vinden in God
Boven alles en in alles zult gij altijd rust vinden in de Heer, want Hij is zelf de eeuwige rust van
de heiligen. Geef Gij, lieve en beminnenswaardige Jezus, dat ik in U boven elk schepsel rusten mag.
Boven alle heil en schoonheid, boven alle eer en glorie, boven alle macht en waardigheid,
boven alle wetenschap en vernuft.
Boven alle rijkdom en kunst, boven alle blijdschap en gejubel, boven alle roem en lof, boven alle zoetheid
en vertroosting.
Boven alle hoop en belofte, boven alle verdienste en verlangen.
Boven alle gaven en geschenken die Gij kunt geven en kunt doen binnenstromen, boven alle vreugde
en jubelzang die de geest kan vatten en verstaan.
Boven alle engelen en aartsengelen en boven heel het hemelse koor, boven al het zichtbare en onzichtbare
en boven alles wat Gij, mijn God, niet zijt.
Want Gij, Heer mijn God, zijt de Allesovertreffende, Gij alleen de Allerhoogste, Gij alleen de Almachtige, Gij die alleen volledig kunt verzadigen en vervullen, Gij de Allerbeminnelijkste en de boven alles Troostrijke. Gij alleen de Schoonste en liefdevolste, Gij alleen de Edelste en de meest Roemvolle boven alles, in wie al het goede tegelijk en volmaakt aanwezig is, altijd geweest is en zijn zal.
En daarom is alles te weinig en onvoldoende wat Gij mij geeft buiten Uzelf, of wat Gij ook over Uzelf openbaart en belooft, als ik Uzelf niet zie of volledig in bezit heb gekregen. Want mijn hart kan nu eenmaal niet werkelijk tot rust komen of geheel voldaan zijn, behalve als het rust in U en boven alle gaven en alle schepselen mag uitstijgen.
O mijn zeer beminde bruidegom Jezus Christus, zuiverste minnaar, Heerser over heel de schepping: wie geeft mij vleugels van ware vrijheid, zodat ik mag vliegen en mijn rust zoeken in U? Wanneer zal het mij ten volle zijn gegeven mij onbelemmerd toe te wijden en te zien hoe lieflijk Gij zijt, Heer mijn God? Wanneer zal ik mij volkomen in U terugtrekken, zodat ik van louter liefde tot U buiten mijzelf leef en alleen U boven alle maat en gevoel ervaar op een wijze die haast niemand kent?
Maar nu zucht ik dikwijls en draag ik met leed mijn zo onbevredigend bestaan waaruit het geluk afwezig is. Want er overkomen mij in dit dal van ellende zoveel rampen die mij dikwijls verwarren en bedroeven, mijn leven verduisteren, die mij dikwijls de weg versperren en mij verstrooien, mij verleiden en binden, zodat ik geen vrije toegang heb tot U en uw gelukkig makende omhelzingen niet kan genieten, die onophoudelijk het geluk zijn van de zalige geesten. Mocht mijn zuchten U bewegen en ook mijn veelzijdige vereenzaming op de aarde. Jezus, glans van de eeuwige heerlijkheid, troost van de mens op zijn pelgrimstocht, mijn mond is bij U zonder stem en mijn zwijgen is voor U welsprekend.
Hoelang zou de Heer nog wachten vóór Hij komt? Laat Hij toch komen tot mij, armtierig wezen, en mij blij maken. Laat Hij zijn hand uitstrekken en mij, ellendige, uit alle benauwenis bevrijden. Kom, kom, want zonder U is er geen dag of uur van blijdschap meer, want Gij zijt mijn blijdschap en zonder U is mijn tafel ledig. Ik ben ellendig en als in een gevangenis opgesloten en zwaar geboeid, totdat Gij mij verkwikt met het licht van uw tegenwoordigheid, mij in vrijheid stelt en mij uw vriendelijk aangezicht laat zien.
Laat anderen vragen wat zij verkiezen inplaats van Uzelf; wat mij betreft, mij behaagt niets en mij zal niets behagen dan Gij, mijn God, mijn hoop, mijn eeuwig heil. Ik zal niet zwijgen en niet ophouden met smeken totdat uw genade terugkeert en Gij inwendig tot mij spreekt.
De Heer: Zie, hier ben Ik. Zie, nu spreek Ik tot u want gij hebt mij geroepen. Uw tranen en het verlangen van uw ziel, uw vernedering en het berouw van uw hart hebben Mij doen neerbuigen en Mij tot u gebracht.
En ik heb gezegd: Heer, ik heb U aangeroepen en verlangd U te genieten, bereid om alles te verachten ter wille van U. Want Gij zijt begonnen door mij aan te sporen U te zoeken. Wees daarom gezegend, Heer, die deze goedheid aan uw knecht bewezen hebt, want zo onbegrensd is uw barmhartigheid
Wat heeft uw dienaar verder in uw tegenwoordigheid te zeggen, wat anders dan dat hij zich diep voor U vernedert, eigen misdadigheid en laagheid altijd indachtig is? Want niets is aan U gelijk onder alles wat er wonderbaar is in de hemel of op aarde. Alles wat Gij doet is zeer goed; uw uitspraken zijn waar en door uw Voorzienigheid wordt alles geleid.
Lof en eer zij U daarom, o Wijsheid van de Vader; U love en zegene mijn mond, mijn diepste wezen en alle schepselen tezamen.
Het gedenken van Gods talrijke weldaden.
Heer, open mijn hart voor uw wet en leer mij de weg van uw geboden te gaan. Geef mij inzicht in uw wil, laat mij met grote eerbied en nauwlettende beschouwing uw weldaden zowel in het algemeen als in het bijzonder overdenken, zodat ik U dan op passende wijze daarvoor dank mag zeggen.
Intussen weet ik en beken dat ook, dat ik zelfs niet voor het allerminste U de verschuldigde lof en dank kan betuigen. Want ik ben al de goedheid die mij is bewezen onwaardig en als ik denk aan uw edelmoedigheid, legt mijn geest het af tegen uw grootheid.
Al wat wij hebben naar lichaam en ziel en wat wij innerlijk of uiterlijk aan natuurlijke en bovennatuurlijke gaven bezitten, zijn uw weldaden. En het bewijst hoe liefdevol en goed Gij zijt, van wie wij het goede in ons hebben ontvangen. Al werd de ene meer, de andere minder toebedeeld, toch is alles het uwe: zonder U kunnen wij zelfs het geringste niet bezitten. Hij die meer heeft ontvangen kan zich niet beroemen op zijn verdienste en zich ook niet boven een ander verheffen of een minder bedeelde minachten. Hij is immers groter en beter die zichzelf minder toeschrijft en bij het brengen van zijn dank uitmunt in nederigheid en vroomheid.
En wie zich de onwaardigste en van allen acht als degene die het minst betekent, hij is het best geschikt om groter weldaden te ontvangen. Wie echter minder ontving moet niet bedroefd zijn of zich te kort gedaan achten en hij mag ook een beter bedeelde niet benijden. Maar moet liever naar U opzien en hoog uw goedheid prijzen, omdat Gij zo overvloedig, zo onverdiend en gul zonder aanziens des persoons uw gaven uitdeelt.
Alles komt van U en daarom moet Gij in alles geprezen worden. Gij weet wat het best aan ieder kan gegeven worden, waarom deze minder en een ander meer heeft; het is niet aan ons dit te beoordelen maar aan U, bij wie de verdiensten van ieder afzonderlijk precies vaststaan. Daarom, Heer mijn God, beschouw ik het als een grote weldaad dat ik niet veel heb waardoor ik naar het uiterlijk en volgens de mensen lof en eer verdienen zou.
Als iemand namelijk de armoede en de geringheid van zijn persoon zeer reëel constateert, mag geen neerdrukkende gedachte, geen droefheid of ontmoediging bij hem opkomen, maar eerder een gevoel van troost, zelfs van uitbundige blijdschap. Omdat Gij, mijn God, de armen, de geringen en voor het oog van de wereld verachtelijken hebt uitgekozen om uw vertrouwelingen en huisgenoten te zijn.
Aldus getuigen uw apostelen zelf die Gij als vorsten over de hele wereld hebt aangesteld. Zij hebben in de wereld geleefd zonder te klagen; zo nederig en eenvoudig, zonder enige list of boosheid, dat zij zich zelfs verheugden smaad te mogen lijden voor uw naam en met groot verlangen omhelsden waar de wereld een afschrik van heeft.
Niets moet daarom hem die U liefheeft en uw weldaden kent zozeer verblijden als dat uw wil in hem vervuld wordt en het eeuwig welbehagen waarmee Gij alles hebt beschikt. Daarover behoort hij zich zó te verheugen en zich zó vertroost te gevoelen, dat hij even graag de minste verlangt te zijn als een ander de grootste wil worden. En even rustig en tevreden op de laatste plaats als op de eerste plaats te nemen en even graag verachtelijk en verworpen zonder enige naam of faam, als boven anderen geëerd in de wereld en belangrijker dan zij. Want uw wil en de liefde voor uw eer moeten voor hem alles te boven gaan en hem meer troosten en behagen dan alle reeds ontvangen of nog te verkrijgen weldaden.
Vier bronnen van grote vrede.
De Heer: Mijn zoon, nu zal Ik u de weg van de vrede en de ware vrijheid wijzen.
Heer, doe zoals Gij zegt, het is mij een vreugde dit te mogen horen.
Leg er u op toe, mijn zoon, eerder de wil van iemand anders dan de uwe te doen.
Kies altijd minder te bezitten in plaats van meer.
Zoek altijd de laatste plaats, zoek allen onderdanig te zijn.
Wens en bid dat Gods wil volkomen in u geschieden mag.
Zie, zo iemand zal het land van de vrede en de rust betreden.
Heer, uw toespraak is kort maar omvat grote volmaaktheid. Zij is klein in woorden maar vol inhoud en overvloedig in vruchtbaarheid. Want als dit trouw door mij onderhouden kon worden, zou er in mij niet zo gemakkelijk onrust ontstaan. Want zo dikwijls ik mij bezwaard voel en ontevreden, ontdek ik dat ik van deze leer ben afgeweken. Maar Gij die alles kunt en altijd mijn innerlijke voortgang wenst, vermeerder uw genade, zodat ik uw woorden waar kan maken en daarmee mijn heil voltooien.
Gebed om hulp tegen slechte gedachten.
Heer mijn God, ga niet van mij weg; mijn God, zie neer om mij te hulp te komen. Want allerlei gedachten komen in mij op en grote angsten, die mij innerlijk overvallen.
Hoe zal ik daar ongedeerd dóórkomen? Hoe zal ik me er doorheen slaan?
Ik, zo sprak Hij, zal voor u uitgaan en de roemvollen van de aarde zal ik vernederen. De deur van de gevangenis zal ik openen en u mijn diepste geheim meedelen.
Heer, doe zoals Gij zegt en laat alle slechte gedachten voor uw aangezicht op de vlucht gaan.
Dit is mijn hoop en mijn enige troost: naar U toe te vluchten in al mijn kwelling, op U te vertrouwen, U uit het diepst van mijn hart aan te roepen en geduldig te wachten totdat Gij mij troost.
Gebed om verlichting van de geest.
Goede Jezus, verlicht mij met de klaarheid van het innerlijk licht en drijf uit de woning van mijn hart alle duisternis weg. Houd die vele afdwalingen tegen en vernietig de bekoringen die mij geweld aandoen.
Strijd krachtig voor mij en verdrijf die kwaadwillige beesten, ik bedoel die verleidelijke begeerlijkheden; dat er vrede moge zijn in uw sterkte en dat uw lof overvloedig moge weerklinken in de heilige hal, ik bedoel in een zuiver geweten.
Beveel de winden en de stormen; zeg aan de zee: Wees rustig en aan de storm: Bedaar, en er zal grote stilte zijn.
Zend uw licht uit en uw waarheid, dat zij stralen over de aarde; want een woeste en lege aarde ben ik, totdat Gij mij verlicht.
Stort uw genade neer vanuit uw verblijf, drenk mijn hart met hemelse dauw, leid de wateren van godsvrucht naar mij toe om het aanzien van de aarde te bevloeien, dat zij goede en zelfs allerbeste vruchten mag voortbrengen.
Hef mijn geest op, die gedrukt gaat onder het gewicht van mijn zonden, en richt heel mijn verlangen op het hemelse, zodat ik na het smaken van de bovenaardse zoetheid met tegenzin nog aan het aardse denk.
Trek en ruk mij weg van alle aardse vertroosting die immers vluchtig is, want geen enkel schepsel kan mijn hevige honger ten volle verzadigen en voldoen.
Bind mij aan U met een onverbrekelijke liefdeband, want Gij alleen voldoet, de minnaar, en zonder U is alles, alles zonder inhoud.