For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
17-01-2011
De innerlijke vertroosting .
Boven alles wat aan goeds gegeven wordt,
moet men rust vinden in God
Boven alles en in alles zult gij altijd rust vinden in de Heer, want Hij is zelf de eeuwige rust van
de heiligen. Geef Gij, lieve en beminnenswaardige Jezus, dat ik in U boven elk schepsel rusten mag.
Boven alle heil en schoonheid, boven alle eer en glorie, boven alle macht en waardigheid,
boven alle wetenschap en vernuft.
Boven alle rijkdom en kunst, boven alle blijdschap en gejubel, boven alle roem en lof, boven alle zoetheid
en vertroosting.
Boven alle hoop en belofte, boven alle verdienste en verlangen.
Boven alle gaven en geschenken die Gij kunt geven en kunt doen binnenstromen, boven alle vreugde
en jubelzang die de geest kan vatten en verstaan.
Boven alle engelen en aartsengelen en boven heel het hemelse koor, boven al het zichtbare en onzichtbare
en boven alles wat Gij, mijn God, niet zijt.
Want Gij, Heer mijn God, zijt de Allesovertreffende, Gij alleen de Allerhoogste, Gij alleen de Almachtige, Gij die alleen volledig kunt verzadigen en vervullen, Gij de Allerbeminnelijkste en de boven alles Troostrijke. Gij alleen de Schoonste en liefdevolste, Gij alleen de Edelste en de meest Roemvolle boven alles, in wie al het goede tegelijk en volmaakt aanwezig is, altijd geweest is en zijn zal.
En daarom is alles te weinig en onvoldoende wat Gij mij geeft buiten Uzelf, of wat Gij ook over Uzelf openbaart en belooft, als ik Uzelf niet zie of volledig in bezit heb gekregen. Want mijn hart kan nu eenmaal niet werkelijk tot rust komen of geheel voldaan zijn, behalve als het rust in U en boven alle gaven en alle schepselen mag uitstijgen.
O mijn zeer beminde bruidegom Jezus Christus, zuiverste minnaar, Heerser over heel de schepping: wie geeft mij vleugels van ware vrijheid, zodat ik mag vliegen en mijn rust zoeken in U? Wanneer zal het mij ten volle zijn gegeven mij onbelemmerd toe te wijden en te zien hoe lieflijk Gij zijt, Heer mijn God? Wanneer zal ik mij volkomen in U terugtrekken, zodat ik van louter liefde tot U buiten mijzelf leef en alleen U boven alle maat en gevoel ervaar op een wijze die haast niemand kent?
Maar nu zucht ik dikwijls en draag ik met leed mijn zo onbevredigend bestaan waaruit het geluk afwezig is. Want er overkomen mij in dit dal van ellende zoveel rampen die mij dikwijls verwarren en bedroeven, mijn leven verduisteren, die mij dikwijls de weg versperren en mij verstrooien, mij verleiden en binden, zodat ik geen vrije toegang heb tot U en uw gelukkig makende omhelzingen niet kan genieten, die onophoudelijk het geluk zijn van de zalige geesten. Mocht mijn zuchten U bewegen en ook mijn veelzijdige vereenzaming op de aarde. Jezus, glans van de eeuwige heerlijkheid, troost van de mens op zijn pelgrimstocht, mijn mond is bij U zonder stem en mijn zwijgen is voor U welsprekend.
Hoelang zou de Heer nog wachten vóór Hij komt? Laat Hij toch komen tot mij, armtierig wezen, en mij blij maken. Laat Hij zijn hand uitstrekken en mij, ellendige, uit alle benauwenis bevrijden. Kom, kom, want zonder U is er geen dag of uur van blijdschap meer, want Gij zijt mijn blijdschap en zonder U is mijn tafel ledig. Ik ben ellendig en als in een gevangenis opgesloten en zwaar geboeid, totdat Gij mij verkwikt met het licht van uw tegenwoordigheid, mij in vrijheid stelt en mij uw vriendelijk aangezicht laat zien.
Laat anderen vragen wat zij verkiezen inplaats van Uzelf; wat mij betreft, mij behaagt niets en mij zal niets behagen dan Gij, mijn God, mijn hoop, mijn eeuwig heil. Ik zal niet zwijgen en niet ophouden met smeken totdat uw genade terugkeert en Gij inwendig tot mij spreekt.
De Heer: Zie, hier ben Ik. Zie, nu spreek Ik tot u want gij hebt mij geroepen. Uw tranen en het verlangen van uw ziel, uw vernedering en het berouw van uw hart hebben Mij doen neerbuigen en Mij tot u gebracht.
En ik heb gezegd: Heer, ik heb U aangeroepen en verlangd U te genieten, bereid om alles te verachten ter wille van U. Want Gij zijt begonnen door mij aan te sporen U te zoeken. Wees daarom gezegend, Heer, die deze goedheid aan uw knecht bewezen hebt, want zo onbegrensd is uw barmhartigheid
Wat heeft uw dienaar verder in uw tegenwoordigheid te zeggen, wat anders dan dat hij zich diep voor U vernedert, eigen misdadigheid en laagheid altijd indachtig is? Want niets is aan U gelijk onder alles wat er wonderbaar is in de hemel of op aarde. Alles wat Gij doet is zeer goed; uw uitspraken zijn waar en door uw Voorzienigheid wordt alles geleid.
Lof en eer zij U daarom, o Wijsheid van de Vader; U love en zegene mijn mond, mijn diepste wezen en alle schepselen tezamen.
Het gedenken van Gods talrijke weldaden.
Heer, open mijn hart voor uw wet en leer mij de weg van uw geboden te gaan. Geef mij inzicht in uw wil, laat mij met grote eerbied en nauwlettende beschouwing uw weldaden zowel in het algemeen als in het bijzonder overdenken, zodat ik U dan op passende wijze daarvoor dank mag zeggen.
Intussen weet ik en beken dat ook, dat ik zelfs niet voor het allerminste U de verschuldigde lof en dank kan betuigen. Want ik ben al de goedheid die mij is bewezen onwaardig en als ik denk aan uw edelmoedigheid, legt mijn geest het af tegen uw grootheid.
Al wat wij hebben naar lichaam en ziel en wat wij innerlijk of uiterlijk aan natuurlijke en bovennatuurlijke gaven bezitten, zijn uw weldaden. En het bewijst hoe liefdevol en goed Gij zijt, van wie wij het goede in ons hebben ontvangen. Al werd de ene meer, de andere minder toebedeeld, toch is alles het uwe: zonder U kunnen wij zelfs het geringste niet bezitten. Hij die meer heeft ontvangen kan zich niet beroemen op zijn verdienste en zich ook niet boven een ander verheffen of een minder bedeelde minachten. Hij is immers groter en beter die zichzelf minder toeschrijft en bij het brengen van zijn dank uitmunt in nederigheid en vroomheid.
En wie zich de onwaardigste en van allen acht als degene die het minst betekent, hij is het best geschikt om groter weldaden te ontvangen. Wie echter minder ontving moet niet bedroefd zijn of zich te kort gedaan achten en hij mag ook een beter bedeelde niet benijden. Maar moet liever naar U opzien en hoog uw goedheid prijzen, omdat Gij zo overvloedig, zo onverdiend en gul zonder aanziens des persoons uw gaven uitdeelt.
Alles komt van U en daarom moet Gij in alles geprezen worden. Gij weet wat het best aan ieder kan gegeven worden, waarom deze minder en een ander meer heeft; het is niet aan ons dit te beoordelen maar aan U, bij wie de verdiensten van ieder afzonderlijk precies vaststaan. Daarom, Heer mijn God, beschouw ik het als een grote weldaad dat ik niet veel heb waardoor ik naar het uiterlijk en volgens de mensen lof en eer verdienen zou.
Als iemand namelijk de armoede en de geringheid van zijn persoon zeer reëel constateert, mag geen neerdrukkende gedachte, geen droefheid of ontmoediging bij hem opkomen, maar eerder een gevoel van troost, zelfs van uitbundige blijdschap. Omdat Gij, mijn God, de armen, de geringen en voor het oog van de wereld verachtelijken hebt uitgekozen om uw vertrouwelingen en huisgenoten te zijn.
Aldus getuigen uw apostelen zelf die Gij als vorsten over de hele wereld hebt aangesteld. Zij hebben in de wereld geleefd zonder te klagen; zo nederig en eenvoudig, zonder enige list of boosheid, dat zij zich zelfs verheugden smaad te mogen lijden voor uw naam en met groot verlangen omhelsden waar de wereld een afschrik van heeft.
Niets moet daarom hem die U liefheeft en uw weldaden kent zozeer verblijden als dat uw wil in hem vervuld wordt en het eeuwig welbehagen waarmee Gij alles hebt beschikt. Daarover behoort hij zich zó te verheugen en zich zó vertroost te gevoelen, dat hij even graag de minste verlangt te zijn als een ander de grootste wil worden. En even rustig en tevreden op de laatste plaats als op de eerste plaats te nemen en even graag verachtelijk en verworpen zonder enige naam of faam, als boven anderen geëerd in de wereld en belangrijker dan zij. Want uw wil en de liefde voor uw eer moeten voor hem alles te boven gaan en hem meer troosten en behagen dan alle reeds ontvangen of nog te verkrijgen weldaden.
Vier bronnen van grote vrede.
De Heer: Mijn zoon, nu zal Ik u de weg van de vrede en de ware vrijheid wijzen.
Heer, doe zoals Gij zegt, het is mij een vreugde dit te mogen horen.
Leg er u op toe, mijn zoon, eerder de wil van iemand anders dan de uwe te doen.
Kies altijd minder te bezitten in plaats van meer.
Zoek altijd de laatste plaats, zoek allen onderdanig te zijn.
Wens en bid dat Gods wil volkomen in u geschieden mag.
Zie, zo iemand zal het land van de vrede en de rust betreden.
Heer, uw toespraak is kort maar omvat grote volmaaktheid. Zij is klein in woorden maar vol inhoud en overvloedig in vruchtbaarheid. Want als dit trouw door mij onderhouden kon worden, zou er in mij niet zo gemakkelijk onrust ontstaan. Want zo dikwijls ik mij bezwaard voel en ontevreden, ontdek ik dat ik van deze leer ben afgeweken. Maar Gij die alles kunt en altijd mijn innerlijke voortgang wenst, vermeerder uw genade, zodat ik uw woorden waar kan maken en daarmee mijn heil voltooien.
Gebed om hulp tegen slechte gedachten.
Heer mijn God, ga niet van mij weg; mijn God, zie neer om mij te hulp te komen. Want allerlei gedachten komen in mij op en grote angsten, die mij innerlijk overvallen.
Hoe zal ik daar ongedeerd dóórkomen? Hoe zal ik me er doorheen slaan?
Ik, zo sprak Hij, zal voor u uitgaan en de roemvollen van de aarde zal ik vernederen. De deur van de gevangenis zal ik openen en u mijn diepste geheim meedelen.
Heer, doe zoals Gij zegt en laat alle slechte gedachten voor uw aangezicht op de vlucht gaan.
Dit is mijn hoop en mijn enige troost: naar U toe te vluchten in al mijn kwelling, op U te vertrouwen, U uit het diepst van mijn hart aan te roepen en geduldig te wachten totdat Gij mij troost.
Gebed om verlichting van de geest.
Goede Jezus, verlicht mij met de klaarheid van het innerlijk licht en drijf uit de woning van mijn hart alle duisternis weg. Houd die vele afdwalingen tegen en vernietig de bekoringen die mij geweld aandoen.
Strijd krachtig voor mij en verdrijf die kwaadwillige beesten, ik bedoel die verleidelijke begeerlijkheden; dat er vrede moge zijn in uw sterkte en dat uw lof overvloedig moge weerklinken in de heilige hal, ik bedoel in een zuiver geweten.
Beveel de winden en de stormen; zeg aan de zee: Wees rustig en aan de storm: Bedaar, en er zal grote stilte zijn.
Zend uw licht uit en uw waarheid, dat zij stralen over de aarde; want een woeste en lege aarde ben ik, totdat Gij mij verlicht.
Stort uw genade neer vanuit uw verblijf, drenk mijn hart met hemelse dauw, leid de wateren van godsvrucht naar mij toe om het aanzien van de aarde te bevloeien, dat zij goede en zelfs allerbeste vruchten mag voortbrengen.
Hef mijn geest op, die gedrukt gaat onder het gewicht van mijn zonden, en richt heel mijn verlangen op het hemelse, zodat ik na het smaken van de bovenaardse zoetheid met tegenzin nog aan het aardse denk.
Trek en ruk mij weg van alle aardse vertroosting die immers vluchtig is, want geen enkel schepsel kan mijn hevige honger ten volle verzadigen en voldoen.
Bind mij aan U met een onverbrekelijke liefdeband, want Gij alleen voldoet, de minnaar, en zonder U is alles, alles zonder inhoud.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
WEE OVER DE ROVER!
ZESDE BOEK, KAP. 25.
Gods Zoon sprak drie jaar later tot Zijn Bruid: "Vroeger heb ik U een schoon lied over de rover laten horen en de schoonste gave en het schoonste geneesmiddel heb ik U getoond. Maar nu zing ik hem geen lied van redding en zaligheid, maar een lied van jammer en wee. Want indien hij zich niet spoedig bekeert, zal hij mijn vreselijke rechtvaardigheid leren kennen, want zijn dagen zullen verkort worden en zijn nakomelingen zullen onvruchtbaar zijn. De goederen en rijkdommen die hij verzameld heeft zullen hem ontnomen worden en hij zal veroordeeld worden als de boosaardigste rover en de ongehoorzaamste zoon die de vermaning zijns vaders in de wind slaat. En dit gebeurde, want hij wilde zich niet beteren.
Wordt vervolgd.
Vader, God.
Vader, God, samen hebben wij geluisterd
naar wat met Jezus gebeurde op die laatste dag.
Hij hield van U.
Zijn liefde was enorm groot, ook voor de mensen.
Help ons: wij willen een wereld met echte liefde en vrede maken.
Geef ons zachte handen, lieve ogen, scherpe oren, sterke schouders,
stille voeten, en een warm hart om altijd opnieuw
te bouwen aan het goede
zoals Jezus deed voor ons. Amen
Jesaja 49,3.5-6.
De Heer had mij gezegd: "Mijn dienaar zijt gij, Israël, door wie Ik mijn glorie ga vinden." Van de moederschoot af had Hij mij tot zijn dienaar gevormd om Jakob terug te brengen naar Hem en Israël van de ondergang te redden. Ik sta bij de Heer in ere en mijn God is mijn sterkte. Thans echter heeft Hij gezegd: "Gij zijt niet alleen mijn dienaar om Jakobs stammen op te richten en de rest van Israël terug te brengen. Ik maak u nu ook tot een licht voor de heidenen, zodat mijn heil tot de grenzen der aarde zal gaan."
JE HAND REIKEN .
Je hand reiken
is een gave uit je hand,
gewoon het geven van het beste uit jezelf,
genegen en getrouw.
Je hand reiken
is een groeien met mensen
in de broze en feilloze schakel
die harten bindt en optilt.
Je hand reiken
is oog hebben voor elkaar,
dienstbaar staan, ook ongelegen;
het is een eenvoudig riskeren van jezelf.
Je hand reiken
is een levend antwoord zijn
op doodgewone en diepzinnige vragen;
het doet je dingen doen
waar de andere strikt geen recht op heeft.
Je hand reiken
is de handen van de anderen vullen
met wat je zelf mist;
het is de ploeg mee voorttrekken
waar een ander zal zaaien.
Je hand reiken
is rustig luisteren
naar wat jong of oud je wil vertellen;
het leert je gelovig buigen
om samen een antwoord te zoeken.
Het voltrekt beetje bij beetje het Rijk Gods
waar Christus hardop van droomde.
Je hand reiken
is ongedwongen de harde gevolgen opvangen
en ze kalm laten uitdeinen;
het helpt de scherven
van vervlogen verwachtingen genezen.
Je hand reiken
is zorgen voor het haardvuur,
dat warmte biedt en de andere verwacht;
het is een zachte draad weven
doorheen het rouwkleed van de andere.
Je hand reiken
is de gestalte van een dienaar aannemen,
Christus' gelaat laten zien
midden kleine mensen;
het is de glimlachende aanwezigheid
van Christus' goedheid midden mensen.
Gebed.
Onuitsprekelijke, spreek ons moed in.
Help ons via medemensen wanneer we op onze levenstocht door een zware storm verrast
worden.
Leer ons, zoals Jezus en Paulus dit deden, oog hebben voor de noden van anderen, ook
wanneer we en net dán zelf geen kant meer op kunnen.
Sterk ons met het brood van gedeelde vreugde en leed, hoopvol wachtend op de nieuwe
morgen. Amen.
God,
God,
Gij zijt geen God van wederkerigheid. Gij zijt geen God van voorwaardelijkheid. Gij meet
niet. Gij wikt en weegt niet. Gij zijt groter dan ons hart.
Liefde die geen grenzen kent, is uw Naam. Liefde die altijd mild blijft, is uw Naam.
Laaf ons aan uw Barmhartigheid. Maak onszelf zo liefdevol zoals Gij het ons toonde in
Jezus.
Zend ons op weg met naastenliefde die niet verwacht maar schenkt, die niet berekent maar
kwijtscheldt.
Leer ons omgaan met mensen zoals ze zijn.
Blijf met uw liefde wonen in ons hart, duw ons verder dan onze eigen liefde, vandaag en
morgen en alle dagen die ons gegeven zijn. Amen.
Goede God,
Goede God,
wij bidden U voor allen die misbruik maken van hun macht en anderen klein houden.
Wij bidden voor mensen die lijden door geweld en oorlog, voor hen wie onrecht wordt
aangedaan, voor allen die oneerlijk worden behandeld en uitgebuit.
Wij bidden voor hen die er plezier in vinden om anderen te pesten.
Wij bidden ook voor hen die gebukt moeten gaan onder pesterijen en vernederingen.
Wij bidden voor hen die slachtoffer zijn geworden van aids, drugs en incest en geen
uitweg meer zien en de wereld en God willen vervloeken.
Voor hen die zinnen op wraak en vergelding en die geen eerbied meer hebben voor
het leven van een ander, voor hen die grijpen naar de wapens en naar zinloos geweld,
voor hen die elke vorm van menselijke waardigheid verloren hebben.
Wij bidden voor hen die gediscrimineerd worden om hun anders-zijn.
Goede God, wees hen allen nabij.
Luister en doorbreek uw stilte.
Laat recht geschieden op deze aarde.
Toon uw genadige goedheid aan allen die in hun neerslachtigheid tot U bidden.
Amen.
God,
God,
geef ons het hart van Jezus dat steeds bereid is om vergiffenis te schenken en aan de
verloren mens een nieuwe plaats te geven.
Leer ons te kijken met uw liefdevolle ogen.
En wanneer wij verloren lopen en gebukt gaan onder schuld, zend dan barmhartige
mensen op onze weg die ons omhelzen en nieuwe kansen geven.
Door Jezus, uw lieve Zoon en onze Heer. Amen.
15-01-2011
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE ZATERDAG.
N. ( M ).
Zaligverklaring Johannes Paulus II op 1 mei .
Zaligverklaring Johannes Paulus II op 1 mei .
VATICAANSTAD - De vorige paus, Johannes Paulus II is zalig verklaard. Paus Benedictus XVI heeft een decreet getekend waarin hij bevestigt dat de vorige paus een wonder heeft verricht. Een Franse kloosterzuster zou op wonderbaarlijke wijze zijn genezen van Parkinson, nadat ze Johannes Paulus II om hulp had gevraagd.
Johannes-Paulus II op 1 mei zalig .
Paus Benedictus XVI verklaart op 1 mei zijn populaire Poolse voorganger Johannes-Paulus II (1978-2005) zalig, zo heeft de prefect van de Congregatie voor Zalig- en Heiligverklaringen, kardinaal Angelo Amato, vrijdag in Rome bekendgemaakt.
Benedictus heeft als opvolger van Karol Wojtyla vrijdagochtend het decreet ondertekend ter zaligverklaring. De feestelijke ceremonie is voorzien voor de eerste zondag na Pasen.
Eerder had de Congregatie een aan de Poolse paus toegeschreven wonder gevalideerd: de wonderbaarlijke genezing door zijn tussenkomst na gebeden van de 44-jarige Franse zuster Marie Simon-Pierre Normand van de ziekte van Parkinson, waaraan ook de katholieke leider leed. Het mirakel deed zich enkele maanden na zijn dood op 84-jarige leeftijd op 2 april 2005 voor.
Het proces tot zaligverklaring werd zeer snel opgestart en was in een recordtempo rond na het einde van het 27-jarige pontificaat van Johannes Paulus II, en werd tijdens zijn uitvaart al door talrijke gelovigen geëist. In plaats van de gebruikelijke vijf jaar startte de procedure al twee maanden na zijn dood. De volgende stap is, mits een tweede wonder, een heiligverklaring.
Dit wordt de nieuwe begraafplaats van Johannes Paulus II.
Dode paus krijgt nieuwe woning.
Paus Johannes Paulus II, die in 2005 overleed, krijgt een nieuwe rustplaats. Hij verhuist van zijn crypte in de St. Pieter naar de kapel van de heilige Sebastianus, gelegen aan de rechterkant van de kerk.
De paus gaat er qua onderkomen niet op achteruit. Zijn nieuwe plekje ligt tussen de kapel waar de Pietà van Michelangelo te bewonderen is en de sacramentskapel. Voor de verhuizing moet de gestorven paus nog wel even zalig verklaard worden door de huidige paus, Benedictus XVI. Italiaanse media hebben gemeld dat die verklaring eventueel vrijdag komt.
Johannes Paulus II wordt niet zomaar verhuisd. Hij heeft dat te danken aan een wonder dat hij ooit liet gebeuren. De Congregatie voor de Zalig- en Heiligverklaringen hebben gisteren namelijk vastgesteld dat de paus een Franse kloosterzuster, Marie Simon-Pierre, heeft genezen van Parkinson.
De innerlijke vertroosting .
Hoe wij moeten handelen en spreken
bij alles wat wij verlangen
De Heer: Mijn zoon, zeg bij alles wat gebeurt: Heer, zoals Gij wilt, laat het zo geschieden. Als dit strekt tot uw glorie, dan zij het zo in uw naam.
Heer, als Gij meent dat dit goed is voor mij en Gij het nuttig oordeelt, geef mij dan dat ik het tot uw eer mag aanwenden. Maar meent Gij dat het voor mij schadelijk is en geen voordeel brengt voor mijn eigenlijk heil, neem dan deze begeerte van mij weg. Want niet ieder verlangen komt van de heilige Geest, ook al lijkt het de mens juist en goed.....
Het is moeilijk naar waarheid te beoordelen of een goede geest ofwel een andere u aandrijft om dit of dat te verlangen en ook of ge misschien slechts door uw eigen geest bewogen wordt. Velen zijn op het einde bedrogen uitgekomen die in het begin schijnbaar door een goede geest geleid werden. Daarom behoort men altijd bij het vragen naar wat aantrekkelijk is vroom en bescheiden te zijn en altijd moet men met volkomen berusting alles aan Mij overlaten en zeggen: Heer, Gij weet wat het beste is, laat dit of dat gebeuren overeenkomstig uw welbehagen. Geef wat Gij wilt en zoveel Gij wilt en wanneer Gij wilt. Doe met mij zoals Gij het ziet en zoals U het meest behaagt en zoals uw grotere eer het vordert. Plaats mij waar Gij wilt en handel vrij met mij in alles. Ik ben in uw hand: keer en wend mij in alle richtingen. Zie, ik ben uw dienaar, tot alles bereid: want ik wil niet leven voor mijzelf maar voor U, laat mij dat waardig en op volmaakte wijze doen.
Gebed om Gods welbehagen te volbrengen
Geef mij, goede Jezus, uw genade: laat die mij begeleiden bij mijn arbeid en bij mij blijven tot aan het einde toe.
Sta mij toe altijd dat te verlangen en te willen, wat voor U het meest aanvaardbaar is en het meest behaaglijk.
Laat uw wil mijn wil zijn en mijn wil de uwe altijd volgen en daarmee volkomen één zijn.
Laat mijn willen en niet willen het zelfde zijn als bij U. Dat ik niets anders kan willen of niet willen dan wat Gij wilt en niet wilt.
Geef mij voor alles dood te zijn wat louter aards is en voor U graag veracht en voor niets geteld te worden in deze tijd.
Geef mij boven alles wat ik verlang, tot rust te komen in U en laat mijn hart in U de vrede vinden.
Gij zijt de ware vrede des harten; Gij de enige rust; buiten U is alles wreed en onrustig.
In deze vrede, juist daarin, dat wil zeggen: in U, het enige, het hoogste, het eeuwige Goed, zal ik slapen en tot rust komen. Amen.
De ware troost moet men in God alleen vinden
Wat ik ook maar kan verlangen of bedenken tot mijn troost, verwacht ik niet hier maar wel later. Al zou ik alle vertroosting van de hele wereld voor mijzelf alleen kunnen bezitten en van alle genietingen profiteren, zeker is dat het niet lang duren kan. Daarom, o mens, kunt gij nooit helemaal getroost of volkomen verzadigd worden, behalve door God die de armen troost en begaan is met de nederigen. Wacht nog even, zeg ik bij mijzelf, wacht op de goddelijke liefde en gij zult de overvloed van al wat goed is in de hemel bezitten. Want als gij te onbeheerst de aardse genoegens zoekt in deze tijd, zult gij de hemelse verliezen in eeuwigheid.
De tijdelijke dingen moogt gij gebruiken, maar verlang naar de eeuwige. Gij kunt niet door enig tijdelijk goed voldaan worden, want om dat te genieten zijt gij niet geschapen. Al zoudt gij ook alle geschapen goederen bezitten, gij zoudt toch niet gelukkig en voldaan kunnen zijn, maar in God die alles heeft geschapen bestaat heel uw zaligheid en uw geluk. En dan niet volgens het oordeel en de aanprijzing van dwaze wereldminnaars, maar zoals de christengelovigen dat verwachten en zoals de innerlijke mensen en de reinen van hart er soms een voorsmaak van hebben, omdat zij met het hemelse weten om te gaan.
Alle menselijke troost is vluchtig en kort. De zalige en waarachtige vertroosting wordt door de ware zoeker gevonden in het innerlijk. Een godvruchtig mens draagt altijd zijn vertrooster Jezus met zich mee en zegt tot Hem: Heer Jezus, blijf bij mij altijd en overal. Dit zal mijn troost zijn: graag alle menselijke troost te missen. En als alle troost afwezig is, dan zal uw wil en uw rechtvaardige beproeving mijn hoogste troost uitmaken. Want niet in eeuwigheid zult Gij toornen en ons niet bedreigen voor altijd.
Al onze zorg moeten wij aan God overlaten
De Heer: Mijn zoon, laat Mij met u doen wat Ik wil: Ik weet wat goed voor u is. Gij denkt als een mens, gij oordeelt in veel zaken zoals uw menselijk gevoelen dat ingeeft.
Heer, het is waar wat Gij zegt. Uw zorg om mij is groter dan alle bezorgdheid die ik voor mijzelf kan opbrengen. Wie niet al zijn zorgen aan U overdraagt is al te zeer aan het toeval overgeleverd.
Heer, als mijn wil maar rechtstreeks en met kracht op U blijft gericht, doe dan met mij wat U behaagt. Het kan immers niets anders zijn dan goed, wat Gij met mij zult doen. Wilt Gij dat ik in duisternis ben, wees gezegend, en wilt Gij dat ik in het licht leef, wees opnieuw gezegend. Wilt Gij dat ik getroost word, wees gezegend, en wilt Gij dat ik kwelling lijd, wees altijd evenzeer gezegend.
Mijn zoon, zo moet uw houding zijn als gij samen met Mij wilt leven. Gij moet evenzeer bereid zijn om te lijden als om u te verblijden. En even graag behoeftig en arm leven als in overvloed en rijkdom.
Heer, graag zal ik voor U lijden, wat Gij mij ook wilt laten overkomen. Zonder enig verschil wil ik uit uw hand goed en kwaad, zoet en bitter, blijdschap en droefheid aannemen, en voor alles wat met mij gebeurt U dank zeggen. Bewaar mij voor alle zonde, dan vrees ik dood noch hel. Als Gij mij in eeuwigheid maar niet verwerpt en mijn naam niet uitwist uit het boek des levens, dan kan niets mij schade doen, wat er ook aan ellende over mij neerkomt.
Dat wij zoals Christus geduldig alles moeten dragen
De Heer: Mijn zoon, Ik ben uit de hemel voor u neergedaald; Ik heb uw noden op Mij genomen, niet uit noodzaak maar omdat de liefde Mij er toe trok. Ik deed het om u geduld te leren en opdat gij de tijdelijke moeilijkheden zonder bitterheid zoudt dragen. Want vanaf het uur van mijn geboorte tot aan mijn dood op het kruis ontbrak Mij nooit het verduren van leed. Ik had groot gebrek aan tijdelijke goederen; Ik heb veel klachten over Mij moeten horen; beschamende en beschimpende woorden heb Ik welwillend verdragen. Voor mijn weldaden kreeg Ik ondank, voor mijn wonderen vervloeking, voor mijn onderricht verwijten.
Heer, omdat Gij geduldig zijt geweest tijdens uw leven en vooral dáárin het bevel van uw Vader hebt volbracht, is het juist dat ook ik, onnozele rebel, mijzelf volgens uw wil in geduld verdraag. En dat ik zolang Gij het zult willen de last van dit vergankelijk leven tot mijn eigen heil geduldig op mij neem.
Want al wordt dit tegenwoordig leven ervaren als een last, toch is het door uw genade zeer verdienstelijk geworden en door uw voorbeeld en de voetsporen van uw heiligen voor ons, zwakke mensen, draaglijker en doorzichtiger. Maar bovendien biedt het veel meer troost dan onder de Oude Wet ooit mogelijk was. Toen bleef de hemeldeur gesloten, leek de weg naar de hemel zeer duister en maar weinigen maakten er werk van het rijk der hemelen te zoeken.
Ook degenen echter die toen rechtvaardig leefden en gered zouden worden, konden vóór uw lijden en het offer van uw heilige zoendood het hemelrijk niet binnengaan. Hoeveel dankbetuigingen ben ik U schuldig, omdat Gij zo welwillend zijt geweest mij en alle gelovigen de juiste en goede weg naar uw eeuwig rijk te wijzen.
Want uw leven is onze weg en door het heilig geduld wandelen wij U tegemoet die onze kroon zijt. Als Gij ons niet waart voorgegaan en ons niet had onderwezen, wie zou er dan aan denken U te volgen? Helaas, hoevelen zouden ver achter U blijven, als zij niet aandachtig opzagen naar uw roemvol voorbeeld. Zie, nu nóg zijn wij lauw na het horen over zoveel tekenen en onderrichtingen. Wat zou er gebeuren, als het ons ontbrak aan dit groot licht waarbij wij U kunnen volgen?
Het dragen van onrecht en de ware geduldige
De heer: Wat zegt gij toch, mijn zoon? Houd op u te beklagen, als gij mijn lijden en dat van mijn heiligen hebt beschouwd. Gij hebt nog geen weerstand geboden tot bloedvergietens toe. Wat gij lijdt is weinig in vergelijking met degenen die zoveel hebben geleden, zo zwaar werden bekoord, zo bitter beproefd, zo veelvuldig getoetst en gekweld. Breng u daarom het zwaardere lijden van anderen in herinnering om uw nietige pijnen gemakkelijker te dragen. En als u die niet zo gering voorkomen, let dan eens op of dit niet zijn oorzaak vindt in uw ongeduld. Of het nu klein of groot is, doe uw best alles geduldig te verdragen.
Hoe beter gij u instelt op het lijden, des te wijzer doet ge en des te groter is uw verdienste. Gij zult het ook lichter dragen, omdat uw gerichtheid en uw daad met wilskracht zijn voorbereid. Zeg niet: ja maar, van zo iemand wens ik dat niet te nemen, of: zoiets kan ik niet dragen, want dit brengt mij grote schade toe en hij beschuldigt mij van dingen waaraan ik nooit gedacht heb. Maar van een ander kan ik dat best hebben en zal ik het beschouwen als mijn lot. Die gedachtengang is dwaas en heeft met de deugd van geduld niets te maken en ook niet met Hem die haar kan belonen. Maar hier wordt veeleer op de personen en op de beledigingen zelf gelet.
De ware geduldige is niet degene die niets wil verdragen, behalve dat wat hij zelf verkiest en zoveel als het hem uitkomt. Maar de ware geduldige let er niet op van welke mens zijn beproeving komt, of het nu komt van een goed en heilig persoon of van een slecht en onwaardig mens. Maar onverschillig van welk schepsel de tegenslag komt of hoeveel of hoe vaak, hij neemt dat alles in dank uit Gods hand aan en acht het grote winst. Bij God immers kan ook het minste wat men voor Hem lijdt niet zonder verdienste blijven.
Wees daarom bereid tot de strijd, als gij de overwinning wilt. Zonder strijd kunt gij niet komen tot de bekroning van het geduld. Geen lijden geen kroon. Maar verlangt gij bekroond te worden, strijd dan dapper en verdraag geduldig.
Zonder zwoegen geen rust, zonder strijd geen overwinning. Heer, geef dat door uw genade voor mij mogelijk wordt wat mij van nature onmogelijk schijnt. Gij weet dat ik maar weinig kan hebben en snel ontmoedigd word, zelfs als ik op maar lichte tegenstand stuit. Laat iedere moeilijkheid die mij op de proef stelt, ter wille van U voor mij beminnelijk en welkom worden; want lijden en belast worden ter liefde van U, is zeer vruchtbaar voor mijn innerlijk leven.
De betekenis van eigen zwakheid
en de ellende van dit leven
Ik zal mijzelf mijn overtredingen bekennen, Heer, voor U belijd ik zwak geweest te zijn. Dikwijls is het een kleinigheid die mij uit mijn evenwicht brengt en bedroeft. Ik neem mij voor resoluut te handelen; toch behoeft er maar een kleine beproeving te komen of ik zit in angst. Soms is het een uitermate geringe zaak waaruit een zware bekoring voortkomt. Soms terwijl ik mij vrij veilig voel omdat niets mij raakt, ontdek ik dat ik om wat onbenul bijna bezweken was.
Heer, zie neer op mijn geringheid en mijn zo duidelijk zichtbare zwakheid. Ontferm u over mij en haal mij uit de modder, dat ik niet vastraak en niet voorgoed blijf liggen. Wat mij dikwijls treft als een slag en voor U beschaamd maakt: dat ik zo wankel ben en onmachtig in het weerstaan aan mijn hartstochten.
En als het niet tot toestemming komt, toch is hun aanval zelf al een druk en een last en heb ik er meer dan genoeg van zo iedere dag al vechtend door te komen. En hierdoor geef ik vooral blijk hoe zwak ik ben: dat die afschuwelijke fantasieën mij altijd gemakkelijker bestormen dan dat zij weer weggaan.
Wil Gij, de sterke God van Israël, die opkomt voor hen die U trouw zijn, neerzien op het getob en de ellende van uw dienaar; sta hem toch bij in alles wat hij onderneemt. Geef mij kracht door de sterkte die uit de hemel komt, zodat de oude mens, mijn armzalige lichamelijkheid, die nog steeds niet ten volle onderworpen is aan de geest, ten slotte toch niet de macht in handen krijgt. Ik moet daartegen vechten zolang er in dit arme leventje nog geademd wordt.
Och, wat is dit leven, waar kwelling en bitterheid maar nooit uit verdwijnen, waar alles vol vijandschap en listen zit! Want is de ene beproeving of bekoring op de aftocht, dan is de volgende in aantocht; bovendien, terwijl die eerste nog voortduurt, komen er andere en meerdere conflicten bovenop en dat onverhoeds. Hoe kan men toch dit leven beminnen waar zoveel bitters in schuilt, dat zozeer onderhevig is aan rampspoed en aan droefheid? Ja hoe durven wij zelf iets leven noemen dat zoveel dood en verderf inhoudt?
Toch heeft men er liefde voor en velen zoeken er zich in te verlustigen. De wereld moet dikwijls het verwijt horen dat ze waan is en bedrog; toch laat men ze niet gemakkelijk los, omdat de aardse verlangens er zo luid in meespreken. Sommige dingen brengen ons tot liefde voor het aardse, andere sporen ons aan het te verachten.
Tot liefde voor de wereld leidt het lichamelijk begeren, de hebzucht van de ogen en de hoogmoed van het leven; maar de straffen en de miserie die daar terecht op volgen, doen ons die vergankelijkheid wederom haten en ervan walgen. Helaas, de verboden genietingen overwinnen de geest die zich eraan overgeeft en in het rijk van de zinnen te leven houdt zo iemand voor de hoogste zaligheid. Want hij weet niet welk een zoetheid God doet smaken, hij heeft geen idee en geen ervaring van de innerlijke heerlijkheid die met de deugd verbonden is. Maar wie het verboden volkomen minachten en proberen in heilige zelfbeheersing voor God te leven, die weten iets van de goddelijke zoetheid, beloofd aan de werkelijke zelfverloochenaars, en dezen zien evident hoe verschrikkelijk de wereld dwaalt en zich vergist op allerlei manieren.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
HET GEBED VAN DE MAAGD MARIA VOOR SIGVID RIBBING ("DEN ROVER").
ZESDE BOEK, KAP. 23.
De maagd sprak tot haar Zoon, zeggende: "O mijn Zoon, gezegend zijt Gij. Ik bid U om erbarming voor deze rover, voor wie Uw bruid wenend bidt." De Zoon antwoordde: "O, mijn moeder, waarom bidt gij voor hem? Hij heeft drie diefstallen begaan. Eerst bestal hij mijn engelen en uitverkorenen. Ten tweede stal hij het lichaam van vele mensen, want hij scheidde de ziel van het lichaam, voor het natuurlijk stervensuur gekomen was. Ten derde stal hij de bezittingen van vele onschuldige menschen.
Eerst bestal hij de engelen, want hij ontnam hun de zielen van vele mensen, welke aan hun zorgen zouden toevertrouwd worden, doordat hij mensen met lichtzinnige woorden en slechte daden en voorbeelden verleidde tot kwaad en doordat hij de boosheid van slechte menschen duldde en hen in het kwade aanmoedigde door hun niet te straffen, terecht te wijzen of te kasttijden, zooals de rechtvaardigheid eischte.
Ten tweede liet hij in zijn woede vele onschuldige mensen doden. Ten derde stal hij de bezittingen van onschuldige menschen. Drie andere slechte eigenschappen zijn hier het gevolg van: ten eerste eerzucht, ten tweede een losbandig leven, ten derde hoogmoed, zodat hij in niemand zijn gelijke ziet. Zie, zo is hij, voor wie gij bidt. Gij ziet mijn rechtvaardigheid en wat een ieder toekomt. Wat heb ik de moeder van Jacobus en Johannes geantwoord, toen zij tot mij ging en smeekte dat de een aan mijn rechterhand mocht zitten en de ander aan mijn linker? Ik antwoordde: Mijnen kelk zult gij wel drinken, doch het zitten aan mijne rechter of linkerhand komt mij niet toe aan u te geven, maar aan degenen, wien het bereid is door mijnen Vader."
De moeder antwoordde: "Gezegend zijt Gij, mijn Zoon, vol rechtvaardigheid en erbarming. Ik zie Uw rechtvaardigheid als vuur en als de machtigste berg, en haar durft niemand naderen, maar ik zie ook Uw tedere barmhartigheid. O! Mijn Zoon, tot die tedere barmhartigheid spreek ik, want hoewel ik iets weet wat de rover eenigszins rechtvaardigen kan, zal dit hem niet helpen, indien Uw barmhartigheid daar niet toe bijdraagt. Hij is als het kind, dat een mond heeft en ogen, handen en voeten, en toch niet praten kan met den mond en het vuur en de klaarheid der zon niet zien, noch onderscheiden kan en niet met de voeten lopen, noch met de handen werken kan. Zo is deze rover.
Zijn oren waren van zijn geboorte af doof voor het goede; zijn ogen verduisterd om waar te nemen wat in het verschiet lag; zijn mond gesloten voor Uw lof, en zijn handen waren wat goede werken voor God aangaat geheel onmachtig, en wel zo volkomen, dat alle deugd en alle goedheid voor hem als dood waren.
Toch scheen hij met één voet in twee voetsporen te staan. Want menigmaal heeft hij inwendig verlangd naar iemand die hem leeren zou hoe hij zich beteren kon, opdat God hem meer genadig wezen zou, God voor wie hij gaarne zijn leven zou willen geven. Hij stond in het ene voetspoor door zijn voortdurende vrees en angst voor de zware eeuwige straf. In het tweede door zijn verdriet over het verlies van het hemelrijk. Daarom, o! Mijn zoetste Zoon, arbarm U over hem ter wille van Uw goedheid en mijne gebeden, daar ik U in mijn schoot gedragen heb."
De Zoon antwoordde: "Gezegend zijt gij, mijn dierbare moeder, uwe woorden zijn vol wijsheid en rechtvaardigheid, en omdat alle wijsheid en erbarming in mij zijn, schonk ik hem tot vergelding van de drie goede dingen die hij ter mijner eer gedaan heeft, drie goede gaven: ik zond hem mijn vriend, die hem den weg wees, omdat hij den wil had zich te beteren; en omdat hij de eeuwige straf vreesde, leerde ik hem die beter begrijpen, zoodat hij die in al haar ontzetting in zich kon opnemen. Omdat hij zoveel verdriet had over het verlies van het hemelrijk, versterkte ik zijn hoop, zoodat zijn verlangen nu inniger is dan vroeger en hij op een betere en verstandigere wijze bevreesd is."
Daarop zeide Maria: "Gezegend zijt Gij, mijn Zoon, door ieder schepsel in den hemel en op aarde, omdat Gij in Uw rechtvaardigheid de rover deze drie gaven als vergelding schonkt. Nu bid ik U ook, U toch te verwaardigen hem Uw erbarming te geven, want Gij doet niets zonder erbarming. Geef hem daarom in Uw barmhartigheid een genade voor mijn gebed en een andere voor dat van Uw dienaren, die mij aanroepen om voor hem te bidden. En geef hem een derde genade voor de bebeden en tranen van mijn dochter, Uw bruid."
De Zoon antwoordde: "Gezegend zijt gij, mijn liefste moeder, heerscheres der engelen en koningin der hemelen. Uwe woorden zijn mij zoet als de beste wijn en aangenamer en liefelijker dan alles wat denkbaar is, en zijn in alles steeds wijs en rechtvaardig bevonden. Gezegend zij uw mond en uwe lippen, waarvan alle erbarming uitgaat voor zondaars en bozen. Gij wordt de moeder der barmhartigheid genoemd, en gij zijt het in waarheid, want gij ziet het ongeluk van allen en nijgt mij tot erbarming. Vraag wat gij wilt, uw liefde zal u bijstaan en ook uw gebed zal niet vergeefsch zijn."
Toen zeide de moeder: "O mijn Zoon en mijn Heer, deze rover is in groot gevaar, want het is alsof hij met éen voet in twee sporen staat. En opdat hij vaster moge staan, geef hem wat mij het allerdierbaarst is, Uw heilig en rein lichaam, dat Gij van mij gekregen hebt na een onbevlekte ontvangenis. Uw lichaam is het snelste geneesmiddel voor de zieken; het geeft blinden het gezicht, doven het gehoor, kreupelen den gang; het geeft de handen bezigheid, het is de sterkste en hechtste pleister, waardoor de zieken spoedig kracht en gezondheid terugkrijgen. Geef het hem, opdat hij hulp krijge door Uw lichaam en zich er over verheuge met warme liefde.
Ten tweede bid ik U, dat Gij U verwaardigt hem te tonen, wat hij doen moet om U gunstig te stemmen. Ten derde bid ik U, dat hij leere zijn lichaam te beheersen, ter wille der gebeden van hen, die voor hem bidden."
De Zoon antwoordde: "O! Mijn liefste Moeder, uw woorden zijn mij zoet als honig. Maar omdat ik rechtvaardig ben en U niets geweigerd mag worden, zal ik als een wijs meester uw gebed overdenken. Niets omdat ik ook maar veranderlijk ben, of omdat Gij dit alles niet weet en dit alles niet in mij ziet, maar ik draal ter wille van mijn Bruid, opdat zij mijn wijsheid moge verstaan."
Wordt vervolgd.
Span je tot het uiterste in,
Span je tot het uiterste in, eenmaal weg van deze plek,
je licht brandend te houden,
in pijn en verdrukking,
houd brandend het licht van de overwinning.
voor de nauwe, gesloten deur: houd brandend het licht van de hoop.
op het feest van de glitter en het goud, houd brandend het licht van de eenvoud,
Velen gaan bekende, brede, hel verlichte wegen. Ga met een klein lichtje
de weg tegen alle wegen in. Ga de weg van God, ga met God naar de mensen.
Zijn deur staat steeds open.
In de naam van de Vader + en de Zoon en de Heilige Geest. Amen
Voor mensen van goede wil.
Voor mensen van goede wil.
Die in eenvoud leven, eerbiedig zijn en stil.
Om Gods werken te aanvaarden.
Het door te geven aan de nakomelingen van onze aarde.
Om het geluk te mogen vinden.
Wat de mensheid nodig heeft, onder al zijn mensenkinderen.
Door geloof, hoop en liefde wat men verkregen heeft door de allergrootste Meester Jezus Christus.
Die de liefde van de Goddelijke wereld bracht naar ons.
Om God lief te hebben voor Zijn goedheid.
Voor Zijn Schepping wat Hij voor de mens had voorbereid.
We moeten daar toch dankbaar voor zijn.
Als we door Zijn liefde verkrijgen alle soorten voedsel en wijn.
Maar wij als mens vernietigen vele Scheppingen die God voor ons openbaarde.
Zo werpen wij ons in het teniet, wat het leven zal verzware.
Heb eerbied voor al het leven.
Zodat je een harmonisch geheel kunt beleven.
VOLUNTAS TUA.
Heer Uw Heilige Wil geschiede ! Ik aanbid en bemin Uw Heilige Wil. Geef mij de genade enkel te willen wat Gij wilt. Ik wil alles willen wat Gij wilt zoals Gij het wilt zolang Gij het wilt. Ook al zie ik het niet in ook al begrijp ik het niet ook al gevoel ik het niet Heer , ik geloof met een vast betrouwen op Uw Goddelijke Voorzienigheid dat de toestand waarin ik mij nu bevind dat alles wat nu met mij gebeurt het werk is van Uw Liefde van Uw persoonlijke Goedheid voor mij ! Met volle vrije wil ook al komen mijn gemoed en mijn gevoelens in opstand verkies ik voor nu en altijd deze toestand boven iedere andere die mij aangenamen zou zijn die ikzelf zou kunnen verlangen of voorstellen. Ik werp mij in Uw armen omdat Gij het zo verlangt. Gij die gezegd hebt ; 'Kom allen tot mij die belast en beladen zijt ik zal u troosten'. 'Schenk mij dan die enige troost Uw Heilige Wil te volbrengen U te gehoorzamen. Wat zal er met mij gebeuren ? Wat zal er mij vandaag overkomen ? Ik weet het niet , ik moet het niet weten , Gij weet het en dat is genoeg zo wil ik gerust zijn. Voor alle eeuwigheid hebt Gij mijn leven gepland ik wil 'uw Plan' aanbidden , beminnen en gehoorzamen. Ik onderwerp mij eraan ik aanvaard alles ik offer U alles In vereniging met Uw eeuwig offer tot redding van de zielen voor de bekering der heidenen. Slechts dit wou ik U nog vragen , Heer , geef mij geduld , blijmoedige onderwerping moed en zielekracht om in blijdschap en goed humeur alles te kunnen dragen wat Uw Liefde en Goedheid mij zal overzenden. Moeder Maria , ik reken op U neem mijn hand en hou mij vast zo zal ik niet wankelen.
Amen.
STERK EN TROOST MIJ.
Mijn God , ik dank U dat U mij deze nacht bewaard hebt en ik vraag Uw Zegen over de komende dag. Eerst ga ik mijn H. Mis lezen in mijn kamertje om U te danken voor uw liefde en uw goedheid jegens mij. Daar ik niet tot U kan komen , God , aanhoor mijn gebeden die ik stort uit liefde tot U. O Jezus , zend mij uw Heilige Geest opdat hij mij helpe met Maria , mijn Hemelse Moeder U te aanbidden en te danken te beminnen en te vertrouwen nu ik U heb ontvangen in de Communie. Heilige Geest , ziel van mijn ziel , ik aanbid U , verlicht , sterk en troost mij zeg mij wat ik moet doen geef mij uw wensen te kennen opdat ik deze dag mag doorbrengen naar de zin en uw verlangen. Geef dat ik vandaag niemand pijn doe maar dat ik sterk genoeg mag zijn om te troosten waar verdriet is. Aanhoor dan goedgunstig de gebeden die ik tot U richt en zegen diegenen die hun kruis niet meer kunnen dragen. Geef mij de kracht om hen te troosten , neem mij op in Uw Barmhartigheid.
Amen.
GEBED VAN EEN HERDER.
Heer Jezus , ik zit hier in mijn werkkamer. Heel mijn tuin baadt in de zon. Door het open raam zie ik een weelde van bloemen. Ontelbare vogels hoor ik tjilpen en fluiten. En toch ben ik met mijn gedachten elders. Ik denk aan de vele mensen die moeten leven onder grauwe en loodzware wolken ; mensen die gebukt gaan onder lichamelijk lijden of gekweld worden door angst en verdriet. Ik denk aan de mensen met honger en pijn. Gevangenen en verdrukten. Mensen ook met sombere vooruitzichten. Verlies ik mijn baan ? Vind ik nog werk ? Gaat mijn zaak ten onder ? Wordt het zwarte armoede ? Velen voelen zich alleen met hun kwellingen. Oudere mensen en ook jonge mensen ; onbegrepen door hun ouders. Teleurgesteld door hun partner. Verlaten door eigen kinderen. Onschuldig en toch ellendig. Eenzame mensen , ontroostbaar om het verlies van een beminde. Zieke mensen , krachteloos , misschien bedreigd door een ongeneeslijke kwaal. Of geestelijk ondermijnd. Ze kijken naar de toekomst met angst in de ogen. Heeft het leven nog betekenis ? Ben ik de speelbal van het noodlot ? De pechvogel ? Die mensen met tegenspoed zijn mijn medemensen. De meesten onder hen zijn mijn broeders en zusters in het christelijk geloof. Vooral in mijn gebed. Gij weet het Heer , maar ik zou vandaag heel lang met U over hen willen spreken. Heel persoonlijk over die mensen die het kruis zwaar op hun schouders voelen wegen. Over die mensen met kommer en verdriet. Goede Meester , ik ben voor hen geen vreemde. Ze hebben een grote plaats in mijn hart. Gij hebt mij naar hen gezonden want ik ben een van de herders in uw Kerk. Ik mag bij U komen uit naam van hen aan wie Gij beloofd hebt dat Gij verkwikking zult brengen als ze belast en overladen zijn. Velen onder hen zijn doorgaans zeer moedig. Als je hun medevoelen betuigt , krijg je vaak als spontane reactie ; zo beladen en belast ben ik toch ook wel niet. Gij hoort graag dat antwoord. Heel wat bedroefde mensen hebben van U geleerd met hun lijden te leven. Ze hebben hun moeilijke uren , maar ze komen die weer te boven. Ze trachten hun lijden 'voorlopig' te dragen. Ze kennen uren van tegenslag en teleurstelling maar ze leren leven met wat onvolkomen is. Ze wachten niet tot alle zwarte wolken weg zijn. Nu reeds doen ze wat ze kunnen ; ze werken wat , ze rusten wat , ze bidden wat. Ze scheppen een zekere orde in hun dag. Dat geeft hun genezende kracht. Geordende bezigheid voert hen naar gezond levensritme. Velen weten dat hun pijn een diepere ondergrond heeft. Ze voelen angst , een dof geknaag , een soort zelfverwijt ; had ik dit maar niet gedaan , had ik daar maar gezwegen , had ik dat maar aangepakt. Die mensen fluistert Gij in het oor ; 'Til niet te zwaar aan dat onrustig gevoel. Je moet niet steeds aan jezelf de schuld geven van wat in je leven mislukt. Soms ligt de schuld bij anderen. Vaak is het een samenloop van onstandigheden. Je kunt niet alles. Je krachten zijn beperkt. Iedereen kan zich vergissen. Bij iedereen loopt de toestand al eens uit de hand , zonder dat je daarvoor verantwoordelijk bent'. Sommigen slaan zich weliswaar niet zonder reden op de borst ; 'Door mijn schuld , door mijn grote schuld' , maar Gij zegt hun ; 'Je hoeft daarom niet te wanhopen. Dank zij mijn kruisdood is vergeving altijd mogelijk. God vraagt u aan anderen vergiffenis te geven , maar Hij doet dat ook zelf. Op jouw berouw volgt steeds zijn helend woord ; 'Je zonden zijn je vergeven'. En de barmhartige God is daarbij oprecht. Met goddelijke kracht heeft Hij je dan werkelijk gereinigd. Je bent opnieuw bij Hem aanvaard. Zoals voordien. Meer dan voordien want de ervaring van mijn barmhartigheid geeft Je een stut in de rug ! Gij hebt gezegd ; 'Ik ben de verrijzenis en het leven'. Dank zij U heeft een christen nooit een geldige reden om in de grond van zijn hart angstig te blijven of wanhopig te worden. Uw Vader , onze Vader zorgt immers voor zijn mensen. Meer dan voor zijn bloemen in de velden en zijn vogels in de lucht. Zelfs als de orkaan raast , horen ze nog uw stem ; 'Waarom zijn jullie bang , kleingelovigen ? ( Mt. 8 , 26 ). Gij schenkt de mensen moed. Uw Geest wil ze vindingrijkheid geven om een uitkomst te ontdekken. Hij biedt kracht om te volharden. Gij zijt altijd van goede wil , overvloeiend van goedwillendheid. Daarom kan een christen met vertrouwen bidden ; 'Uw wil geschiede op aarde als in de hemel ! Goede Meester , vele mensen zeggen met beklemd gemoed ; 'Bidden ? Ik bid zo weinig. Ik ben zo ver van God en van de godsdienst gaan leven. Soms ben ik kwaad op God. Help ze om hierdoor niet ontmoedigd te worden. Leer ze geloven dat de Vader iedere dag op de uitkijk staat. Steeds gereed om te vergeven en alles weer goed te maken. Zoals ouders dat zouden doen voor hun eigen kind. Voor iedereen is er redding. Toon hun de wonden in uw handen en uw voeten. Voor hen zijt Gij gestorven en verrezen. Zeg ook vandaag aan uw ontstelde leerlingen ; Je Vader kan begrijpen dat je inzinkingen hebt , dat je soms schreeuwt ; 'Laat die bittere kelk aan mij voorbijgaan'. Ze mogen gerust huilen ; 'Mijn God , mijn God , waarom hebt Gij mij verlaten' ? Deze woorden zijn geen vloekwoorden. Het zijn Uw eigen woorden als Zoon van God. Gij hebt het uitgeschreeuwd van menselijke ellende. Maar uw liefde en uw vertrouwen haalden de bovenhand ; 'Maar niet mijn wil , maar uw wil geschiede. 'En in volle overgave hebt Gij op het kruis gezegd ; 'Vader , in uw handen beveel ik mijn Geest'. Lijdende mensen vergeten soms dat zij niet alleen staan met het lijden en dat anderen nog meer lijden dan zijzelf. Ze denken er niet aan dat ze voor anderen een troost kunnen zijn. Leer hun een opbeurend woord tot hen te spreken en hun lijden te offeren voor de redding van anderen , zoals Gij gedaan hebt. Gij zult hun medewerking niet onbeloond laten. De vrouwen aan het graf legden hun eigen smart het zwijgen op om eerst uw dode lichaam te balsemen. Aan hen verschijnt Gij als Verrezene het eerst. Wat gij ontvangt aan zorgen voor uw ledematen , geeft Gij terug als troost voor de harten. Wie voor de anderen lijdt , ervaart een mysterieuze vreugde. Paulus die wist wat lijden was , schreef ; 'Op dit ogenblik verheug ik mij dat ik voor U lijden mag'. Ik mag aanvullen wat aan kwellingen van de Christus in mijn vlees ontbreekt , ten bate van zijn lichaam dat de Kerk is' ( Kolos. 1 , 24 ). Geen mens begrijpt het lijden ten volle. Waarom ? Waarom ik ? Waarom opnieuw ? Waarom zo dikwijls ? Waarom nu ? Het lijden is en blijft een afgrond in het menselijk bestaan. Een duistere mysterie. Licht en verlichting vindt hij slechts in een ander mysterie ; het mysterie van Uw kruis en verrijzenis. Leer deze mens zijn lot toevertrouwen aan U , zijn gekruisigde Meester. Laat hem niet eenzaam worstelen met zijn vragen en problemen. Laat hun geloven dat Gij bereid zijt met hen door het mysterie te stappen en hun hart brandend te maken. Grijp hen bij de hand en zeg hun ; 'Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in mij gelooft , zal leven , ook al is hij gestorven. En iedereen die leeft in geloof aan Mij , zal in eeuwigheid niet sterven' ( Joh. 11 , 25 - 26 ). Na lijden komt verblijden. Eeuwig verblijden in Gods onuitsprekelijke vreugde voor hen die in U hun vertrouwen hebben gesteld. Jezus Christus , Zoon van God , en mijn gekruisigde Medemens , ontferm U over alle lijdende en angstige mensen. Ik bid U om hen op te beuren en hen te troosten. Zorg voor hen vanuit de hemel. Geef hun vertrouwen en moed. En komt er soms een dag dat ze aan de hemel nergens meer een licht kunnen ontwaren , leer hun dan met gesloten ogen voor de Vader staan en bidden ; Mijn God , ik ben zo bang. Ik vrees voor deze avond en voor morgen. Wat zal het weer worden ? Ik voel me hulpeloos en klein , onzeker en onveilig. Mijn God , ik heb veel verdriet. Uit de diepte roep ik , Heer , luister naar mijn stem. Laat uw kind niet eenzaam achter. Leg uw handen zacht op mijn hoofd en zeg het nogmaals ; 'Ik ben toch Uw Vader waarom ben je dan zo bang' ?