For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
11-01-2011
AAN ALLEN EEN GEZEGENDE DINSDAG TOEGEWENST.
N. ( M ).
A Glimpse of Eternity .
De innerlijke vertroosting .
Hemelse gunsten moet men beschermen met nederigheid
Mijn zoon, het is nuttiger en veiliger voor u de genade van godsvrucht te verbergen, u niet te verheffen, er niet veel over te spreken of er veel gewicht aan te hechten; gij moet eerder een geringe dunk van uzelf hebben en vrezen dat die gave aan een onwaardige is gegeven. Aan deze gevoelige gesteldheid moet gij niet met nadruk vast willen houden, zij kan zeer snel omslaan in het tegendeel. Denk tijdens de genade hoe ellendig en arm gij gewoonlijk zijt als zij er niet is.
Maar de voortgang in het geestelijk leven is ook niet zozeer gelegen in het bezit van de genade van godsvrucht, maar wel in het nederig, onthecht en geduldig verdragen dat zij weer onttrokken wordt, zó, dat gij niet traag wordt bij uw toeleg op het gebed en ook uw andere goede dingen die ge gewoon zijt te doen niet helemaal laat schieten. Maar doe van harte, naar best vermogen en inzicht dat waartoe gij in staat zijt; laat om de innerlijke dorheid of uw gevoelens van angst niet alles achterwege. Velen worden snel ongeduldig of onverschillig als zij niet ten volle in iets slagen. Maar de mens heeft toch zijn levensloop niet in zijn macht; het komt God toe te troosten en te geven wanneer en zoveel en aan wie Hij zelf wil, en niet meer.
Sommigen hebben om de genade van godsvrucht te verkrijgen door onvoorzichtig handelen hun innerlijk leven vernield; zij wilden namelijk meer doen dan binnen hun bereik lag; zij beseften niet hoe klein zij waren en volgden meer de neiging van hun gevoel dan het oordeel van de rede. En omdat zij in zelfoverschatting meer wilden dan God welgevallig was, dáárom hebben zij zo spoedig de godsvrucht verloren.
Zij die zich al in de hemel een plaats hadden gedacht, bleven arm en hulpeloos achter; zo konden zij, vernederd en verpauperd, leren niet op eigen wieken te drijven, maar onder mijn vleugels een toevlucht te zoeken. Zij die nog beginnelingen zijn en onervaren op de weg des Heren kunnen gemakkelijk bedrogen uitkomen en vernietigd worden, als zij niet door de raad van wijze mannen worden geleid. Als zij desondanks liever hun eigen gevoelens willen volgen dan geloof hechten aan anderen die ervaring hebben, zal de afloop zeer bedenkelijk zijn, als zij tenminste niet van hun eigen opvattingen willen terug komen. Slechts zelden bezitten eigenwijzen de nederigheid zich door anderen te laten leiden.
Beter is het slechts weinig te weten en nederig te zijn bij bescheiden begaafdheid dan grote schatten van wetenschap te bezitten met ijdel zelfbehagen. Het is beter voor u wat minder te hebben dan veel waarop gij trots kunt gaan. Wie zich ongeremd overgeeft aan uitgelatenheid handelt niet bescheiden genoeg, want hij vergeet hoe hij vroeger gebrek leed aan alles, en hoe de vreze des Heren die voorzichtig maakt, bang moet zijn, de gegeven genade te verliezen. Maar ook heeft hij onvoldoende begrip voor de deugd, die zich tijdens tegenslag en allerlei druk al te wanhopig aanstelt en in zijn gevoelens en gedachten over Mij minder vertrouwen toont dan passend zou zijn.
Wie in vredestijd te veel zekerheid wil genieten, zal in de strijd dikwijls blijk geven van angst en kleinmoedigheid. Als gij uzelf in nederigheid en bescheidenheid wist te bewaren, en uw geest in toom te houden en te leiden, zoudt gij niet zo spoedig terechtkomen in gevaar en in verwarring. Een goede raad is deze: als ge u bezield voelt met het vuur van de geest, overdenk dan hoe het zijn zal, als gij dat licht moet missen. En als u dit overkomt, bedenk dan opnieuw dat het licht terug kan keren: Ik heb u dat tijdelijk onttrokken voor uw eigen veiligheid en voor mijn glorie.
Dikwijls is een dergelijke beproeving van meer nut dan dat gij altijd voorspoed zoudt hebben volgens uw verlangen. Verdienste immers is niet hieraan af te meten dat iemand veel visioenen en vertroostingen heeft of bekwaam is in de schriftverklaring, ofwel op een hoge post geplaatst is. Maar hieraan of hij gegrondvest is op waarachtige nederigheid en vol is van goddelijke liefde; of hij Gods eer zuiver en ten volle op het oog heeft; of hij zichzelf niets waardig acht en werkelijk minacht en of hij er meer vreugde in vindt door anderen geringgeschat en vernederd dan geëerd te worden.
De geringe dunk van zichzelf voor het oog van God
Ik zal spreken tot mijn Heer en God, al ben ik dan maar stof en as. Als ik mijzelf te hoog aansla, zie, dan staat Gij tegenover mij en mijn ongerechtigheden leggen een waar getuigenis af, ik kan u niet weerspreken. Maar als ik mijzelf vernederd zal hebben en tot niets teruggebracht, en van alle roem zal hebben afgezien en mij tot stof zal hebben gemaakt, wat ik ook ben, dan zal uw goedheid mij genadig zijn en uw licht mijn hart nabij. Alle waardering van mijzelf, hoe minimaal ook, zal wegzinken in de diepte van mijn nietigheid en voorgoed verdwijnen. Daar laat Gij mij zien wat ik ben, wat ik was en waar ik terecht ben gekomen; want ik ben niets en ik wist het niet.
Als ik aan mijzelf word overgelaten, zie, dan is er niets dan louter zwakheid. Maar nauwelijks hebt Gij mij even aangezien of ik ben ineens sterk en word van nieuwe vreugde vervuld. Het is wel wonderbaar dat ik zo plotseling word opgebeurd en zo vol liefde door U wordt omhelsd, terwijl mijn eigen zwaarte mij altijd naar beneden trekt. Dit is het werk van uw liefde, die mij zonder mijn verdienste al vóór is en in zoveel noden tegemoet komt; die mij voor grote gevaren vrijwaart en mij, ik mag wel zeggen, uit ontelbare rampen bevrijdt.
Door een verkeerde liefde immers ben ik ten onder gegaan, maar door U alleen te zoeken en werkelijk lief te hebben vond ik U en mijzelf tegelijkertijd terug; en uit liefde heb ik mij nóg vernederd. Want Gij, o allerliefste, behandelt mij boven mijn verdienste en boven hetgeen ik durf te hopen of te vragen. Gezegend zijt Gij, mijn God, want al ben ik dan al uw weldaden onwaardig, uw adel en uw oneindige goedheid houden nooit op ook goed te doen aan ondankbaren, die ver van U zijn afgedwaald. Bekeer ons tot U, opdat wij dankbaar, nederig zijn en vroom: want Gij zijt ons heil, onze kracht en onze sterkte.
Alles moet met God als met het laatste doel in verband worden gezien
Mijn zoon, Ik moet uw hoogste en laatste doel zijn, als gij werkelijk gelukkig wenst te worden. Als gij dit voor ogen houdt, zullen uw sympathieën zuiver zijn, want die richten u maar al te dikwijls naar uzelf en naar het aardse. Zodra gij immers in iets uzelf zoekt, schiet gij te kort en zijt gij zonder levenskracht. Betrek dan alles allereerst op Mij, want Ik ben het die alles heeft gegeven.
Zie ieder ding afzonderlijk als voortvloeiend uit het hoogste goed; daarom moet alles tot Mij als zijn eigenlijke oorsprong worden teruggevoerd. Uit Mij put klein en groot, rijk en arm het levend water als uit de levende bron, en wie Mij van harte en vrijwillig dienen ontvangen genade op genade. Maar wie buiten Mij zijn roem wil zoeken of in een of ander bezit genoegen zoekt, zal niet bevestigd worden in de ware vreugde en in zijn hart niet verruimd worden, maar op allerlei wijze worden belemmerd en in het nauw gebracht.
Gij moet uzelf dus niets goeds toeschrijven en nooit de deugd zetten op rekening van een mens; maar schrijf alles toe aan God: want zonder Hem heeft de mens niets.
Ik heb alles gegeven en tot Mij moet alles terugkeren en met grote nadruk verlang Ik de bewijzen van uw dankbaarheid. Zo is de waarheid en alle eigenwaan wordt daardoor op de vlucht gejaagd.
En als de hemelse genade bij u is binnengetreden en ook de ware liefde, dan zal daar geen afgunst zijn en geen bekrompenheid van hart en geen eigenliefde zal het bezet houden. Want de goddelijke liefde overwint alles en zij geeft ruimte aan alle innerlijke krachten. Als gij wijs zijt zult gij u alleen over Mij verheugen, op Mij alleen uw hoop stellen; want niemand is goed dan God alleen, die boven alles moet worden geprezen en bij alles moet worden gezegend.
Het is een geluk het vergankelijke te versmaden
om God te dienen
Nu zal ik opnieuw het woord nemen, Heer, en ik zal niet zwijgen, ik zal spreken in het oor van God, mijn Heer en mijn Koning, die in den hoge is. Hoe groot is de overvloed van uw goedheid, Heer, die Gij in reserve houdt voor wie U vrezen? Maar wat zijt Gij dan voor wie U beminnen? Wat voor wie U dienen met heel hun hart? Waarlijk, onzegbaar is de zoetheid van uw contemplatie die Gij verleent aan wie U liefhebben.
Hierin vooral hebt Gij mij de intimiteit van uw liefde getoond, dat Gij mij, toen ik nog niet bestond, hebt geschapen, dat Gij mij, toen ik van U was afgedwaald, hebt teruggebracht, opdat ik U zou dienen, en mij hebt opgedragen U te beminnen. Gij, bron van eeuwige liefde, wat moet ik over U zeggen? Hoe zou ik U kunnen vergeten die U gewaardigd hebt mij te gedenken, ook toen ik totaal vervallen en verloren was? Gij hebt boven alle verwachting barmhartigheid bewezen aan uw dienaar; en boven alle verdienste hebt Gij mij genade bewezen en vriendschap. Wat zal ik U voor deze gunst als bewijs geven van mijn dankbaarheid?
Zie, hemel en aarde die Gij ten dienste van de mens hebt geschapen, staan voor U klaar en doen iedere dag wat Gij beveelt. En dit is nog weinig: want Gij hebt zelfs de engelen de dienst aan de mensen tot taak gegeven. Maar dit alles wordt hierdoor overtroffen dat Gij Uzelf bereid hebt verklaard de mens te dienen en hem hebt beloofd dat Gij Uzelf aan hem zult geven. Wat zal ik U geven voor al die ontelbaar vele goede gaven?
Kon ik U toch dienen al de dagen van mijn leven. Dat ik eens in staat was U één dag van waardig dienstbetoon te laten zien. Werkelijk Gij zijt alle dienst waardig, alle eer en eeuwige verheerlijking. Gij zijt in de ware zin mijn Heer en ik uw arme dienaar, die verplicht ben U met al mijn krachten ten dienste te staan, en nooit mag ik mij afkeren van de lof die U toekomt. Zo wil ik, zo verlang ik; en gewaardig U aan te vullen wat mij ontbreekt.
Het is een grote eer en een grote roem U te dienen en alles om U gering te achten. Zij immers zullen grote genade deelachtig worden die zich uit eigen beweging aan uw allerheiligste dienst onderwerpen. Zij die ter liefde van U alle stoffelijke voldoening hebben weggeworpen zullen de zoetste vertroosting van de heilige Geest vinden. Een grote vrijheid van geest zullen zij verwerven die om uw naam de smalle weg betreden en alle wereldse beslommering geen aandacht waardig keuren. O rijke en vreugdevolle dienst aan God waardoor de mens in waarheid vrij en heilig wordt.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
UIT KAPITTEL 14.
VRAAG 16, LAT. TEKST.
En op hetzelfde ogenblik zeide de rechter tot den monnik, die de vraag deed: "O! Mijn vriend, gij deedt mij vaak scherpzinnige vragen. Nu vraag ik u, waarom uw ziel, die begrijpt wat goed en slecht is, wereldse dingen meer liefheeft dan het hemelrijk, en waarom gij niet leeft zoals uw verstand u ingeeft te leven." De monnik antwoordde: "Omdat ik handel tegen beter weten in en mijn zinnen het verstand laat overheersen." De rechter antwoordde: "Daarom zal uw geweten uw rechter zijn!"
Daarop zeide Christus tot de bruid: "Zie, hoe niet alleen de boosheid des duivels, maar ook het bewustzijn van het kwaad de mens beheerst, en dat komt, omdat de mens de verleiding niet weerstaat, zooals hij moest. Maar zoo deed de magister dien gij kent niet, toen de geest neerdaalde en hem zo sterk verleidde, alsof alle ketters voor hem stonden en uit één mond spraken: "Wij zijn de waarheid." Maar hij geloofde niet wat hij zag en hoorde, of had een ongehoord zelfvertrouwen; daarom werd hij gered en werd door kennis verlicht van het begin zelfs tot alfa en omega, zoals hem beloofd was.
En nu, mijn vriend, zal ik een einde maken zoowel aan u, als aan het beantwoorden van uwe gedachten, en gij zult uw leven eindigen. Nu zult gij ondervinden, hoe nuttig u uw welsprekendheid en de gunst der menschen is. O, hoe gelukkig zoudt gij geweest zijn, indien gij uw belofte gehouden hadt en de orderegels gevolgd en gehoorzaamd hadt." Daarop zeide Gods geest tot de bruid: "O, mijn dochter, de man, dien gij meent dat deze dingen gevraagd heeft, leeft nog op aarde, maar dit zal zijn laatste dag zijn. Zijn verborgen gedachten zijn u getoond in beelden, niet tot groote schande en spot van hemzelf, maar tot redding van andere zielen. En nu zal er een einde komen aan zijn hoop en zijn leven en daarme aan zijn gedachten en begeerten."
KAN JE MIJN OPSTAND BREKEN.
Man met je Smart , Doorboorde Hart , beeld van verloren leven , bij Jou kom ik mijn twijfel spreken , mijn angsten en mijn leven. Kun Jij mijn opstand breken. Kun Jij mij antwoord geven op zoveel oude en nieuwe vragen. Kun Jij mijn vastgelopen leven nu nog verder dragen. Jij laat mij roepen , Jij laat mij schreien. Jij blijft het hoofd maar neigen in een zwaar en eeuwig zwijgen. Zal ik dit teken ooit wel eens begrijpen dat Jouw zwijgen is Jouw spreken en dat Jij alleen maar wacht tot ik het hoofd kom buigen het Jouwe naast de mijne. Amen.
ZALIGSPREKINGEN.
Zalig zij , die ons , bejaarde mensen , oud durven laten worden in deze tijd , zij zullen de rijkdom van onze jaren mogen ervaren. Zalig zij , die aanvaarden dat wij trager worden en behoren tot een ver verleden tijd , zij zullen niet opgeslokt en afgestompt worden door het jachtend razen van deze meedogenloze tijdstrijd. Zalig zij , die beseffen dat onze oren niet alles meer horen en onze ogen niet alles meer zien , zij zullen de taal van ons hart en de tekening van ons leven mogen ontdekken. Zalig zij , die met ons meeleven als wij de lasten van onze oude dag moeten dragen , zij zullen de kracht van onze liefde voelen groeien in het diepste van hun hart. Zalig zij , die ons dagenlang laten vertellen en nooit wrevelig zeggen ; 'Dat heb je mij al duizend keren gezegd' , zij zullen de waarde van de herinnering in de diepte van ons levensverhaal vinden. Zalig zij , die ons 'oud - zijn' en ons 'mens zijn' respecteren en ons onze waardigheid laten , zij zullen eerbiedig en dankbaar het geschenk van onze levensvoltooiing ontvangen. Zalig zij , die door hun milde goedheid ons helpen ons laatste restje levensweg naar God te gaan , zij zullen Hem als kern van ons bestaan doorheen hun dagen dragen. Het zij zo. Amen.
GEBED VAN EEN HERDER.
Heer Jezus , ik zit hier in mijn werkkamer. Heel mijn tuin baadt in de zon. Door het open raam zie ik een weelde van bloemen. Ontelbare vogels hoor ik tjilpen en fluiten. En toch ben ik met mijn gedachten elders. Ik denk aan de vele mensen die moeten leven onder grauwe en loodzware wolken ; mensen die gebukt gaan onder lichamelijk lijden of gekweld worden door angst en verdriet. Ik denk aan de mensen met honger en pijn. Gevangenen en verdrukten. Mensen ook met sombere vooruitzichten. Verlies ik mijn baan ? Vind ik nog werk ? Gaat mijn zaak ten onder ? Wordt het zwarte armoede ? Velen voelen zich alleen met hun kwellingen. Oudere mensen en ook jonge mensen ; onbegrepen door hun ouders. Teleurgesteld door hun partner. Verlaten door eigen kinderen. Onschuldig en toch ellendig. Eenzame mensen , ontroostbaar om het verlies van een beminde. Zieke mensen , krachteloos , misschien bedreigd door een ongeneeslijke kwaal. Of geestelijk ondermijnd. Ze kijken naar de toekomst met angst in de ogen. Heeft het leven nog betekenis ? Ben ik de speelbal van het noodlot ? De pechvogel ? Die mensen met tegenspoed zijn mijn medemensen. De meesten onder hen zijn mijn broeders en zusters in het christelijk geloof. Vooral in mijn gebed. Gij weet het Heer , maar ik zou vandaag heel lang met U over hen willen spreken. Heel persoonlijk over die mensen die het kruis zwaar op hun schouders voelen wegen. Over die mensen met kommer en verdriet. Goede Meester , ik ben voor hen geen vreemde. Ze hebben een grote plaats in mijn hart. Gij hebt mij naar hen gezonden want ik ben een van de herders in uw Kerk. Ik mag bij U komen uit naam van hen aan wie Gij beloofd hebt dat Gij verkwikking zult brengen als ze belast en overladen zijn. Velen onder hen zijn doorgaans zeer moedig. Als je hun medevoelen betuigt , krijg je vaak als spontane reactie ; zo beladen en belast ben ik toch ook wel niet. Gij hoort graag dat antwoord. Heel wat bedroefde mensen hebben van U geleerd met hun lijden te leven. Ze hebben hun moeilijke uren , maar ze komen die weer te boven. Ze trachten hun lijden 'voorlopig' te dragen. Ze kennen uren van tegenslag en teleurstelling maar ze leren leven met wat onvolkomen is. Ze wachten niet tot alle zwarte wolken weg zijn. Nu reeds doen ze wat ze kunnen ; ze werken wat , ze rusten wat , ze bidden wat. Ze scheppen een zekere orde in hun dag. Dat geeft hun genezende kracht. Geordende bezigheid voert hen naar gezond levensritme. Velen weten dat hun pijn een diepere ondergrond heeft. Ze voelen angst , een dof geknaag , een soort zelfverwijt ; had ik dit maar niet gedaan , had ik daar maar gezwegen , had ik dat maar aangepakt. Die mensen fluistert Gij in het oor ; 'Til niet te zwaar aan dat onrustig gevoel. Je moet niet steeds aan jezelf de schuld geven van wat in je leven mislukt. Soms ligt de schuld bij anderen. Vaak is het een samenloop van onstandigheden. Je kunt niet alles. Je krachten zijn beperkt. Iedereen kan zich vergissen. Bij iedereen loopt de toestand al eens uit de hand , zonder dat je daarvoor verantwoordelijk bent'. Sommigen slaan zich weliswaar niet zonder reden op de borst ; 'Door mijn schuld , door mijn grote schuld' , maar Gij zegt hun ; 'Je hoeft daarom niet te wanhopen. Dank zij mijn kruisdood is vergeving altijd mogelijk. God vraagt u aan anderen vergiffenis te geven , maar Hij doet dat ook zelf. Op jouw berouw volgt steeds zijn helend woord ; 'Je zonden zijn je vergeven'. En de barmhartige God is daarbij oprecht. Met goddelijke kracht heeft Hij je dan werkelijk gereinigd. Je bent opnieuw bij Hem aanvaard. Zoals voordien. Meer dan voordien want de ervaring van mijn barmhartigheid geeft Je een stut in de rug ! Gij hebt gezegd ; 'Ik ben de verrijzenis en het leven'. Dank zij U heeft een christen nooit een geldige reden om in de grond van zijn hart angstig te blijven of wanhopig te worden. Uw Vader , onze Vader zorgt immers voor zijn mensen. Meer dan voor zijn bloemen in de velden en zijn vogels in de lucht. Zelfs als de orkaan raast , horen ze nog uw stem ; 'Waarom zijn jullie bang , kleingelovigen ? ( Mt. 8 , 26 ). Gij schenkt de mensen moed. Uw Geest wil ze vindingrijkheid geven om een uitkomst te ontdekken. Hij biedt kracht om te volharden. Gij zijt altijd van goede wil , overvloeiend van goedwillendheid. Daarom kan een christen met vertrouwen bidden ; 'Uw wil geschiede op aarde als in de hemel ! Goede Meester , vele mensen zeggen met beklemd gemoed ; 'Bidden ? Ik bid zo weinig. Ik ben zo ver van God en van de godsdienst gaan leven. Soms ben ik kwaad op God. Help ze om hierdoor niet ontmoedigd te worden. Leer ze geloven dat de Vader iedere dag op de uitkijk staat. Steeds gereed om te vergeven en alles weer goed te maken. Zoals ouders dat zouden doen voor hun eigen kind. Voor iedereen is er redding. Toon hun de wonden in uw handen en uw voeten. Voor hen zijt Gij gestorven en verrezen. Zeg ook vandaag aan uw ontstelde leerlingen ; Je Vader kan begrijpen dat je inzinkingen hebt , dat je soms schreeuwt ; 'Laat die bittere kelk aan mij voorbijgaan'. Ze mogen gerust huilen ; 'Mijn God , mijn God , waarom hebt Gij mij verlaten' ? Deze woorden zijn geen vloekwoorden. Het zijn Uw eigen woorden als Zoon van God. Gij hebt het uitgeschreeuwd van menselijke ellende. Maar uw liefde en uw vertrouwen haalden de bovenhand ; 'Maar niet mijn wil , maar uw wil geschiede. 'En in volle overgave hebt Gij op het kruis gezegd ; 'Vader , in uw handen beveel ik mijn Geest'. Lijdende mensen vergeten soms dat zij niet alleen staan met het lijden en dat anderen nog meer lijden dan zijzelf. Ze denken er niet aan dat ze voor anderen een troost kunnen zijn. Leer hun een opbeurend woord tot hen te spreken en hun lijden te offeren voor de redding van anderen , zoals Gij gedaan hebt. Gij zult hun medewerking niet onbeloond laten. De vrouwen aan het graf legden hun eigen smart het zwijgen op om eerst uw dode lichaam te balsemen. Aan hen verschijnt Gij als Verrezene het eerst. Wat gij ontvangt aan zorgen voor uw ledematen , geeft Gij terug als troost voor de harten. Wie voor de anderen lijdt , ervaart een mysterieuze vreugde. Paulus die wist wat lijden was , schreef ; 'Op dit ogenblik verheug ik mij dat ik voor U lijden mag'. Ik mag aanvullen wat aan kwellingen van de Christus in mijn vlees ontbreekt , ten bate van zijn lichaam dat de Kerk is' ( Kolos. 1 , 24 ). Geen mens begrijpt het lijden ten volle. Waarom ? Waarom ik ? Waarom opnieuw ? Waarom zo dikwijls ? Waarom nu ? Het lijden is en blijft een afgrond in het menselijk bestaan. Een duistere mysterie. Licht en verlichting vindt hij slechts in een ander mysterie ; het mysterie van Uw kruis en verrijzenis. Leer deze mens zijn lot toevertrouwen aan U , zijn gekruisigde Meester. Laat hem niet eenzaam worstelen met zijn vragen en problemen. Laat hun geloven dat Gij bereid zijt met hen door het mysterie te stappen en hun hart brandend te maken. Grijp hen bij de hand en zeg hun ; 'Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in mij gelooft , zal leven , ook al is hij gestorven. En iedereen die leeft in geloof aan Mij , zal in eeuwigheid niet sterven' ( Joh. 11 , 25 - 26 ). Na lijden komt verblijden. Eeuwig verblijden in Gods onuitsprekelijke vreugde voor hen die in U hun vertrouwen hebben gesteld. Jezus Christus , Zoon van God , en mijn gekruisigde Medemens , ontferm U over alle lijdende en angstige mensen. Ik bid U om hen op te beuren en hen te troosten. Zorg voor hen vanuit de hemel. Geef hun vertrouwen en moed. En komt er soms een dag dat ze aan de hemel nergens meer een licht kunnen ontwaren , leer hun dan met gesloten ogen voor de Vader staan en bidden ; Mijn God , ik ben zo bang. Ik vrees voor deze avond en voor morgen. Wat zal het weer worden ? Ik voel me hulpeloos en klein , onzeker en onveilig. Mijn God , ik heb veel verdriet. Uit de diepte roep ik , Heer , luister naar mijn stem. Laat uw kind niet eenzaam achter. Leg uw handen zacht op mijn hoofd en zeg het nogmaals ; 'Ik ben toch Uw Vader waarom ben je dan zo bang' ?
10-01-2011
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE MAANDAG.
N. ( M ).
Kaitlyn Maher - 5yo - Ave Maria .
Kaitlyn Maher - 5yo - Ave Maria .
Zonder liefde tot God gaan wij kapot.
Zonder liefde tot God gaan wij kapot.
Er zijn weinig teksten die zo vaak geciteerd worden als bovenstaande
tekst.
Dat gebeurt tel-kens weer om te onderstrepen dat de kerkjeugd te
weinig Bijbelkennis heeft. Dat ook ambts-dragers te weinig kennis van
de Bijbel en van geloofszaken hebben om goed geestelijk leiding aan de
gemeente te kunnen geven. Mijn volk gaat te gronde door gebrek aan
kennis.
Als deze tekst zo wordt opgevat, krijgt hij de geur van gedegen
godsdienstonderwijs, het catechisatielokaal en van toerusting voor
ambtsdragers. Is dat bij Hosea ook zo?
Actuele profetie
Wie de tekst in zijn verband leest, (minstens Hos. 4:1-10) wordt
geconfronteerd met een hef-tige profetie. Daarin gaat God met zijn volk
een rechtsgeding aan. Wie de verzen 1-3 leest, kan er diep door worden
geraakt.
Gebrek aan Godskennis brengt grote ellende met zich mee. Oneerlijkheid
die zich uit in liegen, stelen en echtbreken. En liefdeloosheid die
zichtbaar wordt in moorden en bloedvergieten. Dat speelt allemaal in de
dagen van Hosea.
De samenleving is zo ontwricht dat de hele schepping er onder lijdt.
Het land is in rouw en haar inwoners bezwijken. De dieren komen om en
sterven uit.
Dit zou een passage uit de krant kunnen zijn. Dit valt te zeggen van de
wereld waarin wij le-ven. De profetie van Hosea is brandend actueel.
Toepassing
Toch moeten we met de toepassing voorzichtig zijn. Beter gezegd, we moeten er niet verkeerd mee omgaan door dit op
de wereld toe te passen. Deze profetie was bestemd voor Israël, het volk van God. Het is een woord voor Christus
gemeente, in Israël ingelijfd.
Mijn volk gaat te gronde door gebrek aan kennis. Dat komt uit in het gebrek aan trouw en liefde. Het blijkt hierin dat
christenen niet met elkaar en anderen in de Geest van Christus weten om te gaan. We weten evenmin hoe we moeten
omgaan met Gods schepping.
Christenen zijn veel te weinig toonbeelden van trouw en eerlijkheid. In de christelijke ge-meente bloeit de liefde te weinig
op. Zorg voor de schepping is niet de sterkste kant van chris-tenen.
Bij Hos. 4:1-3 kunnen we denken: dat gaat niet over ons. Dat kunnen we alleen denken als we niet zien dat wat de
profeet noemt in vele vormen voorkomt. De verfijnde vormen van on-trouw en liefdeloosheid zijn de ergste, omdat ze
onderhuids zitten en moeilijk onderkend worden. Evenals onverschilligheid tegenover mens en dier.
Zo priester, zo volk
In Hosea 4:4 krijgt de profetie een andere spits. Hosea richt zich tot de priesters. Zij zijn het die door God worden
aangeklaagd, samen met de profeten. Zij zijn geroepen om Gods grote daden aan het volk te verkondigen. Om het volk
te onderwijzen in de weg van de Here. Maar zij doen dat niet. In vers 6b zegt God bij monde van Hosea dat de priesters
de kennis (van God) hebben verworpen. Daarom zal God hen als priesters verwerpen. God vergeet hen, om-dat zij zijn
wet hebben vergeten.
Wat voor de priesters geldt, geldt ook voor het volk. Dat gaat er in mee. Zo priesters, zo volk (vers 9).
De Godskennis ontbreekt. Daarmee wordt niet bedoeld dat zij (te) weinig weten over God en zijn Woord. Het gaat niet
om de kennis van God, maar om de kennis aan God. Het gaat met andere woorden om liefdeskennis. Er is geen liefde
tot God, geen goede relatie met God.
Dat uit zich in heel de godsdienst. Het uit zich in de manier waarop de mensen in het leven staan, met elkaar en met de
hele schepping omgaan. Er is geen liefde voor de maatschappij en het milieu. Door dat gebrek aan liefde (= Godskennis)
gaat mijn volk verloren.
En nu wij
Het mag duidelijk zijn dat deze tekst in de eerste plaats niet gaat over catechisatie en toerus-ting. Zijdelings kan ze er
wel op worden toegepast. Want kennis van de Bijbel van de feiten, maar vooral van de verbanden is van grote
betekenis. Daar doe ik graag een pleidooi voor. Maar ik onderstreep dat niet met Hos. 4:6. Want in die tekst liggen de
accenten echt anders.
Bovendien moeten we ons realiseren dat iemand heel veel Bijbelkennis kan hebben, maar zonder de door Hosea
bedoelde Godskennis. Ik denk daarbij aan wat Jezus in Johannes 5:39 tegen Schriftgeleerden zegt. Gij onderzoekt de
Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het die van Mij getuigen. Het gaat om het kennen
van Jezus. Wie Hem en zijn Vader kennen, hebben het eeuwige leven (Joh. 17:3). Deze laatste tekst maakt duide-lijk
wat de betekenis van het woord kennen in de Bijbel is. Het gaat om hartenkennis, om kennis die voortvloeit uit liefde. Dat
gaat niet buiten het verstand om. Maar dat verstand moe-ten we niet voorop zetten. Dat kweekt een intellectueel
christendom dat zijn zaakjes wel weet, maar met het gevaar dat de (eerste) liefde ontbreekt. Het gaat er God om dat we
leven van zijn liefde. Dat we leven met Hem. En dat dit ons hele leven bepaalt, onze omgang met de naaste en de ganse
schepping.
Ambtsdragers hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid. Toch ligt de verhouding ambts-dragers en de rest van de
gemeente niet meer zoals in de tijd van het OT. God wil dat zijn hele gemeente een volk van priesters is (1 Petrus 2:1-
10). Als we op onze plaats zijn een levende steen in de geestelijke tempel, om met Petrus te spreken kennen we God.
We kennen dan zijn liefde en zijn wil. Van daaruit hebben we Hem lief en we doen zijn wil. Als dat ontbreekt, gaat het
volk (van priesters) te gronde. Dat zegt Hosea.
Omdat in onze tijd in uitleg en toepassing het accent verlegd wordt naar kennisoverdracht, valt er veel voor te zeggen
anders te vertalen. Een mogelijkheid is: mijn volk gaat te gronde door gebrek aan geloof. In die lijn vertaalt de NBV met:
Mijn volk komt om doordat het met mij niet vertrouwd is. Dat openbaart zich in ontbrekende liefde tot de naaste en de
schepping. De bedoeling van God in Hosea 4:6 wordt het beste weergegeven door bij kennis aan harten-kennis, aan
liefde te denken. Mijn volk gaat te gronde zonder liefde. Zonder liefde tot God gaan we kapot.
(Hosea 4:1-3).
Hoort het woord des Heren, gij Israëlieten, want de Here heeft een rechtsgeding met de bewoners van het land, omdat er geen trouw, geen liefde en geen kennis Gods is in het land. Vloeken, liegen, moorden, stelen en echtbreken! Men pleegt geweld, bloedbad volgt op bloedbad. Daarom treurt het land, en al wat erin woont verkwijnt, zowel het gedierte des velds als het gevogelte des hemels; ja, zelfs de vissen der zee komen om." (Hosea 4:1-3).
(Hosea 4:1-3)
Gevallen engelen, gevallen mensen de profeet Hosea beschreef 2750 jaar geleden het uiteindelijke gevolg hiervan:
Er bestaat geen trouw en geen vroomheid meer, en van God wil men niet meer weten. Zweren en liegen, moorden en stelen en echtbreken zijn er schering en inslag, bloedbad volgt op bloedbad. Daarom verdroogt het land en kwijnen al zijn bewoners weg; de vogels in de lucht, de dieren op het veld, de vissen in de zee komen zelfs om. (Hosea 4:1-3)
Prediker 9:12
Prediker 9:12 Want ook de mens kent zijn tijd niet, evenmin als de vissen, die in het verraderlijke net gevangen worden, evenmin als de vogels, die in het klapnet gevangen worden. Evenals zij worden de mensenkinderen verstrikt ten tijde des kwaads, als dit hen plotseling overvalt.
De innerlijke vertroosting .
Wonderlijke werking van de liefde Gods
Ik loof en verheerlijk U, hemelse Vader, Vader van Jezus Christus mijn Heer, omdat Gij het belangrijk genoeg vindt aan mij arme te denken. O Vader van barmhartigheid en God van alle vertroosting, ik dank U dat Gij mij die geen vorm van troost waardig ben, soms toch met uw troost verkwikt. Ik zegen U altijd en prijs U met uw eniggeboren Zoon en de Heilige Geest de Vertrooster tot in alle eeuwigheid.
Ja zeker, Heer, mijn God, mijn heilige Minnaar, als Gij in mijn hart komt dan zal heel mijn binnenste jubelen. Gij zijt mijn roem en de blijdschap van mijn hart; Gij zijt mijn hoop op de dag van mijn verslagenheid. Maar omdat ik zwak ben in de liefde en onvolmaakt in deugd, moet ik wel door U gesterkt en getroost worden; daarom, kom dikwijls bij mij en onderricht mij in uw heilige leer. Bevrijd mij van verkeerde hartstocht en genees mijn hart van alle ongeregelde binding, zodat ik innerlijk geheel genezen en door en door gereinigd, geschikt word voor de liefde, sterk in het lijden en standvastig in de volharding.
De liefde is een geweldig iets, een zeer groot goed, dat alles wat pijnlijk is licht maakt en alle tegenstand met dezelfde gelijkmoedigheid weet te dragen. Zonder moeite draagt zij de last en al wat bitter is maakt zij aangenaam en zoet. De edele liefde voor Jezus dringt tot het doen van grote werken en wekt ons op altijd weer naar hoger te verlangen. De liefde wil naar boven en niet door het lagere weerhouden worden. De liefde wil vrij zijn en zonder enige wereldse genegenheid, opdat haar innerlijke oogopslag niet gehinderd wordt, opdat zij niet door een of ander tijdelijk genoegen in verwarring raakt of aan ongemak bezwijkt.
Niets is zoeter dan de liefde, niets is sterker, niets is hoger, breder of vreugdevoller, niets rijker of beter in de hemel of op aarde. Want de liefde is uit God geboren en kán niet anders dan boven al het geschapene rusten in God.
Wie lief heeft vliegt, loopt en is blij; hij is vrij en niets houdt hem tegen. Hij geeft alles voor alles; want hij vindt zijn rust in het ene, hoogste goed dat alles overtreft, waaruit al het goede vloeit en voortkomt. Hij ziet niet naar de gave, maar boven alle goede gaven keert hij zich naar de Gever toe.
De liefde kent dikwijls geen maat, maar is vurig boven alle maat. De liefde voelt de lasten niet, telt geen moeiten; wil meer dan zij kan, praat niet over onmogelijkheid, want zij meent dat zij tot alles in staat is en alles geoorloofd is. Daarom is zij tot alles in staat en brengt veel tot vervulling en tot een goed einde, waar hij die de liefde niet heeft ontmoedigd neerligt.
De liefde waakt en slapend is zij niet afwezig. Vermoeid raakt zij niet uitgeput; in het nauw gebracht is zij niet radeloos, verschrikt raakt zij niet verward, maar als een levende vlam en een brandende fakkel slaat zij uit naar boven en gaat met zekerheid haar weg. Als iemand lief heeft weet hij ook wat dit woord hem toeroept. Een machtig geluid in de oren van God is de brandende, innerlijke liefde die zegt: Mijn God, mijn liefde, Gij zijt geheel van mij en ik ben geheel van U.
Gebed om de liefde Gods te vragen
Maak mij wijd in de liefde, dat ik leer tot in het diepste van mijn hart te smaken hoe zoet het is te
beminnen, en in de liefde vloeibaar te worden en onder te gaan.
Laat mij in hevig vuur en in verbazing gegrepen worden door liefde die mij te boven gaat.
Laat mij het lied van de liefde zingen en U mijn geliefde volgen naar omhoog.
Laat mijn ziel bezwijken in uw lof als ik van liefde jubel.
Laat mij U meer beminnen dan mijzelf en mijzelf niet tenzij om U, en in U allen die U werkelijk beminnen
zoals de wet van de liefde dat voorschrijft, die als een licht van U uitstraalt.
De liefde is dienstvaardig, oprecht, vroom, goed en vriendelijk; sterk, geduldig, trouw, wijs
lankmoedig, krachtig en nooit zoekt zij zichzelf. Want waar iemand zichzelf zoekt valt hij
de liefde onmiddellijk af.
De liefde is omzichtig, nederig, rechtuit; niet week, niet vluchtig, let niet op onbeduidende dingen: zij
is matig, kuis, standvastig, rustig en beheerst in al haar zinnen.
De liefde is onderworpen en gehoorzaam; in eigen ogen nietig en verachtelijk; maar God gewijd en
dankbaar, altijd op Hem hopend en vertrouwend, ook als zij God niet kan genieten: want
in de liefde kan men niet leven zonder pijn. Wie niet klaar staat om alles te verduren en
zich naar de wens van de Beminde te richten, is de naam van minnaar niet waard. Wie
bemint moet om de Geliefde alles wat hard en bitter is, graag incasseren en zich niet bij
alles wat tegenvalt van Hem verwijderen.
Heer maak mij waardig uw minnaar te zijn.
De toets van de ware minnaar
Mijn zoon, een sterk en wijs minnaar zijt ge nog niet.
Waarom niet Heer?
Wel, om een kleine moeilijkheid ziet gij af van goede initiatieven en uw begeerte naar troost is veel te hevig. Een sterk minnaar houdt stand in beproevingen en hecht geen geloof aan de verleidelijke woorden van de vijand. Zoals Ik hem behaag als alles goed gaat, zo mishaag Ik hem niet in teleurstellingen. En de minnaar die wijs is let niet zozeer op de gave van de Gever als wel op de liefde van Hem die geeft. Hij heeft eerder aandacht voor de genegenheid dan voor het geschenk en bij hem staat alles lager in aanzien dan de Beminde. Een echte minnaar staat niet stil bij wat hij ontvangt, maar boven alle gaven bij Mijzelf.
Alles is dus niet verloren, als gij soms minder voelt voor Mij of mijn heiligen dan gij zoudt willen. Het weldadig en troostend gevoel dat gij soms ondergaat is een uitwerking van de aanwezige genade en een zekere voorsmaak van het hemels vaderland, maar daar mag men niet te veel op steunen: het komt en het gaat.
Maar strijden tegen toevallige slechte emoties, de suggesties van de duivel verwerpen, dat is teken van deugd en bron van grote verdienste. Laat allerlei vreemde fantasieën, waarover ook, u niet van de wijs brengen. Houdt u krachtig aan uw voornemen en uw zuivere gerichtheid op God.
Het is geen illusie dat gij soms plotseling aan uzelf wordt ontrukt en dan weer dadelijk tot de gewone dwaasheden van uw hart terugkeert. Die ondergaat gij immers eerder tegen uw zin in dan dat gij ze wilt, en zolang ze u mishagen en gij er u tegen verzet, is dat alles verdienste en geen ondergang. Weet dat de oude vijand zich met alle kracht inspant uw verlangen naar het goede te dwarsbomen en u van alle godsdienstige praktijken af te houden: bijvoorbeeld van de heilige verering, van het liefdevol overdenken van mijn lijden, van de vruchtbare herinnering aan eigen zonden, van de bewaking van uw hart en het vaste besluit voortgang te maken in de deugd.
Hij geeft u veel slechte gedachten in om u weerzin en schrik te bezorgen of u van het gebed en de geestelijke lectuur af te houden. Hij heeft het land aan een nederige biecht en als hij kon, zou hij u van de heilige tafel laten wegblijven. Geloof hem niet, trek u niets van hem aan, hoe dikwijls hij ook probeert u in zijn bedriegerijen te laten vastlopen.
Zeg hem: Verdwijn, onreine geest, schaam u, ellendeling, gij zijt beneden alle peil dat gij mij op zulke gedachten brengt. Dat moet gij hem verwijten als hij u slechte en onreine dingen ingeeft. Weg van mij, gemeenste verleider, ik wil niets met u te doen hebben; maar Jezus zal met mij zijn als de sterke in de strijd en gij zult door de grond gaan van schaamte. Ik wil liever sterven en alle pijnen ondergaan dan toe te geven. Zwijg en verstom, ik luister al niet meer, hoe zwaar gij mij ook belast. De Heer is mijn licht en mijn heil: voor wie zal ik bang zijn? Al staat een heel leger tegenover mij, mijn hart kent geen angst. De Heer is mijn helper en mijn Verlosser.
Strijd als een goed soldaat en als gij soms uit zwakheid valt, verzamel krachten sterker dan de eerste, vertrouw op meer bijstand van mijn kant, en wacht u bijzonder voor zinloos zelfbehagen en voor trots. Daardoor worden velen tot dwaling gebracht en vervallen zij soms in een haast ongeneeslijke blindheid. Laat de ontluistering van die verwaanden die zo dwaas zijn in hun eigenwaan, u blijvend tot voorzichtigheid en bescheidenheid vermanen.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
KAP. 6, ZWEEDSCHE TEKST.
VRAAG 8, LAT. TEKST.
De monnik verscheen als vroeger, zeggende: "O! Rechter waarom veroorlooft gij, dat afgoden in den tempel geplaast worden en geëerd als gij zelf, daar uw rijk in eeuwigheid is boven al het andere?
Waarom vertoont gij den mensch uw heerlijkheid niet hier in het leven, opdat hij er des te inniger en met des te meer liefde naar verlangt?
Waarom vertoonen de engelen en Heiligen zich hier op aarde niet, daar hun heerlijkheid en heiligheid grooter is dan die van al het andere?
En daar de kwellingen der hel alles in vreselijkheid overtreffen, waarom laat gij die den menschen hier in dit leven niet zien, opdat zij ze ontvluchten? En daar de duivels afschuwelijker en verfoeilijker zijn dan al wat denkbaar is, waarom verschijnen zij dan niet aan de mensen, opdat niemand hen volgen en gehoorzamen zou?"
De rechter antwoordde: "O! Mijn vriend, ik ben God, de Schepper aller dingen. Ik doe bozen niet meer onrecht dan goeden, want ik ben de rechtvaardigheid zelf. Volgens mijn rechtvaardigheid wordt het hemelrijk verkregen door vast geloof, door verstandige hoop en door gloeiende liefde. Want men denkt meer aan dat wat het hart het innigst liefheeft, en dat wordt ook met meer aandacht geëerd en vereerd. Er worden afgoden in den tempel geplast, al zijn die geen goden, en al hebben die niets geschapen, want er is geen andere Schepper dan ik, een God, Vader en Zoon en de Heilige geest. Toch worden die afgoden door velen meer bemind, opdat voorspoed het deel der menschen worde, dan ik bemind wordt, opdat zij door mij zalig worden mogen.
Indien ik nu de dingen verwoestte, die de menschen meer beminnen dan mij en liet ik hen mij vereeren tegen hun wil dan deed ik hun onrecht, doordat ik hun den vrijen wil ontnam en dat wat zij begeeren. Want, omdat zij niet in mij geloven, en in hun hart iets anders hun begeerlijker is dan ik het ben, laat ik hen door daden toonen wat zij inwendig liefhebben en begeeren. En omdat zij de geschapen dingen meer liefhebben dan mij, den Schepper, die zich openbaart door daden en teekens, wat de menschen zien indien zij hun verstand gebruiken, daarom zijn zij blind en hun afgoden vervloekt, en daarom moesten die verwoest worden en de menschen vervloekt voor hun dwaasheid, omdat zij niet willen begrijpen hoe heerlijk ik, God, ben, die de mens schiep en hem verloste door mijn liefde.
Maar waarom mijn heerlijkheid niet gezien wordt, daarop antwoord ik: Mijn heerlijkheid is onmetelijk en overtreft alles in schoonheid en goedheid. Indien mijn heerlijkheid zichtbaar was in al haar grootheid, zou het vergankelijk lichaam van de mens zwak worden en ziek en ongeschikt voor lichamelijken arbeid ten gevolge van de blijdschap der ziel. Opdat het geloof beloond zal worden en het lichaam geschikt zal zijn voor de werken van liefde, zonder welke niemand het hemelrijk binnentreedt, wordt mijn heerlijkheid enigen tijd verborgen, om door verlangen en geloof eeuwig des te zaliger te schijnen.
En waarom de Heiligen niet te zien zijn in hun ware gestalte daarop antwoord ik: Indien de Heiligen zich in het openbaar vertoonden en zich in hun glorie met de menschen onderhielden, zouden zij geëerd worden zooals ik zelf, en werd het geloof niet beloond. En het zwakke lichaam zou het gezicht der Heiligen niet kunnen verdragen. En mijn rechtvaardigheid gedoogt niet, dat zulk een groote glans gezien wordt door zulk een groote gebrekkelijkheid. Daarom worden mijn Heiligen gehoord, noch gezien in hun ware gestalte, opdat mij alle glorie gegeven zal worden en opdat de mensch wete, dat hij niemand mag liefhebben boven mij. Indien mijne Heiligen toch af en toe zichtbaar zijn, dan zijn zij dit toch niet in al hun glorie, maar in de gedaante, waarin zij zonder gevaar kunnen en mogen gezien worden.
En waarom de straffen van de hel niet zichtbaar zijn, daarop antwoord ik: Indien de kwellingen der hel te zien waren, dan verstijfde de mensch van schrik, en zocht hij het hemelrijk uit vrees en niet uit liefde. En opdat men streve naar de vreugde van het hemelrijk, niet alleen uit vrees voor de kwellingen van de hel, maar ook uit liefde tot God, worden de kwellingen van de hel de mens verborgen. En evenals goede menschen en Heiligen de onmetelijke vreugde van het hemelrijk niet leeren kennen, voor de ziel van het lichaam scheidt, evenmin kennen de slechte menschen de pijnen der hel, voor de ziel van het lichaam gescheiden is, maar dan zullen zij die ondervinden in een omvang, waarvan zij zich te voren geen denkbeeld konden vormen.
En waarom de duivels niet zichtbaar zijn, daar antwoord ik op: Indien de duivels te zien waren even afschuwelijk en verschrikkelijk als zij zijn, dan verloren zij, die hen zagen, hun verstand en zou hun hart verstijven en heel het lichaam beven. Opdat de mensch geheel bij zijn zinnen zijn zal en het hart geheel toegankelijk voor liefde voor mij en het lichaam geschikt voor arbeid en mijn dienst, wordt de boosheid der duivels verborgen en ziet niemand hoe afschuwelijk zij zijn.
Voor de Heilige Kerk en voor de priesters.
O mijn Jezus, ik smeek U voor de hele Kerk.
Schenk haar liefde en het licht van uw helige Geest.
Geef kracht aan de woorden van de priesters, zodat de meest verstokte zondaars tot inkeer komen en terugkeren naar U.
Goddelijke Hogepriester, geef ons heilige priesters, bewaar hen in heiligheid.
Moge de kracht van uw barmhartigheid hen overal begeleiden en hen beschermen tegen de hinderlagen en valstrikken van de duivel, die de zielen van de priesters voortdurend bedreigen.
O Heer, moge de kracht van uw barmhartigheid alles wat de heiligheid van de priesters kan aantasten, doen mislukken, want U kunt alles.
Ik vraag U, Jezus, een bijzondere zegen en licht voor de priesters, bij wie ik gedurende mijn leven te biechten zal gaan. Amen.
GEBED VAN DANKZEGGING.
O Jezus, eeuwige God, ik dank U voor uw talloze genaden en zegeningen.
Moge elke klop van mijn hart een nieuw lied zijn van dankzegging voor u.
Moge elke druppel van mijn bloed door mijn aderen stromen voor U.
Mijn ziel is een lofzang ter ere van uw barmhartigheid.