For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
10-01-2011
Voor de Heilige Kerk en voor de priesters.
O mijn Jezus, ik smeek U voor de hele Kerk.
Schenk haar liefde en het licht van uw helige Geest.
Geef kracht aan de woorden van de priesters, zodat de meest verstokte zondaars tot inkeer komen en terugkeren naar U.
Goddelijke Hogepriester, geef ons heilige priesters, bewaar hen in heiligheid.
Moge de kracht van uw barmhartigheid hen overal begeleiden en hen beschermen tegen de hinderlagen en valstrikken van de duivel, die de zielen van de priesters voortdurend bedreigen.
O Heer, moge de kracht van uw barmhartigheid alles wat de heiligheid van de priesters kan aantasten, doen mislukken, want U kunt alles.
Ik vraag U, Jezus, een bijzondere zegen en licht voor de priesters, bij wie ik gedurende mijn leven te biechten zal gaan. Amen.
GEBED VAN DANKZEGGING.
O Jezus, eeuwige God, ik dank U voor uw talloze genaden en zegeningen.
Moge elke klop van mijn hart een nieuw lied zijn van dankzegging voor u.
Moge elke druppel van mijn bloed door mijn aderen stromen voor U.
Mijn ziel is een lofzang ter ere van uw barmhartigheid.
O Jezus verberg U niet voor mij, want zonder U kan ik niet leven.
Verhoor het roepen van mijn ziel.
Uw barmhartigheid is niet uigeput; ontferm U dus over mijn ellende.
Uw barmhartigheid gaat het verstand van engelen en mensen samen te boven.
Ofschoon het lijkt, dat U mij niet hoort, stel ik mijn hele vertrouwen op uw barmhartigheid.
Ik weet dat U mij niet teleurstelt. Amen.
Heer,
Heer, overal en altijd
heb ik geluk gezocht,
maar mijn hart vond nergens
vrede en rust.
Jezus, hoe waar is het
dat alleen in U
vrede en geluk te vinden zijn.
Kijk mij slechts een ogenblik aan
en alle stormen bedaren in mij,
overal wil ik alleen U zoeken
en Uw erbarmen verkondigen.
Heilige Geest,
verlicht mijn ziel,
wijs mij de weg naar het grote geluk.
Om dit te bereiken is mij niets teveel
en doe ik afstand van alles.
Heilige Maagd
en de hele hemel
help mij bij mijn besluit!
Verlosser,
Verlosser, ik heb Uw lijden,
Uw verlangen,
Uw liefde miskend.
Ik heb mijzelf verworpen,
ik ben diep ongelukkig geworden.
Uit het diepste van mijn hart smeek ik U,
kijk naar mij,
bedek mijn zonden
richt mij op.
opdat ik vol blijdschap heensnel
om Uw barmhartigheid
en Uw onuitsprekelijke liefde te prijzen. Amen.
Jezus, U bent bij mij gekomen.
Jezus, U bent bij mij gekomen.
Blijf alle dagen bij mij,
leef in mij,
onderwijs mij,
al doet het mij pijn.
Rust in mij,
verlaat mij nooit.
Met alles wat ik ben en heb
grijp ik U vast,
ik aanbid U,
ik dank U voor Uw komst,
voor Uw troost,
voor alle genade
voor mij en de mijnen.
Hart, dat van liefde brandt,
ontferm U over hen
die strijden voor de vrijheid,
ontferm U over hen,
die gevallen zijn op de slagvelden,
ontferm U over hen,
die omwille van ons vaderland,
ontferm U over allen
in wier plaats ik verplicht ben
U te prijzen
en tot U te smeken.
Ik dank U,
God van alle erbarmen,
voor de harten
die mij zoveel goed hebben gedaan,
die mij nooit vergeten.
Ik dank U ook voor hen,
die mij door Uw haat
opvoeden en terechtwijzen. Amen.
08-01-2011
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE ZATERDAG.
N. ( M ).
Na duizenden dode vogels nu miljoenen vissen dood.
Het mysterie van de duizenden vogels die deze en vorige week dood uit de lucht vielen in Arkansas, Louisiana en Zweden is nog niet opgelost of een nieuw fenomeen dient zich aan: in Brazilië, Nieuw-Zeeland en de VS zijn miljoenen vissen aangespoeld, zo melden diverse media.
VS In de Chesapeake Bay (maps) in Maryland aan de oostkust van de VS zijn afgelopen dagen minstens twee miljoen dode vissen aangespoeld. Het zijn vooral spotten. Een milieudienst in Maryland spreekt van koudwaterstress als mogelijke oorzaak, maar onderzoek moet dit nog uitwijzen.
Brazilië en Nieuw-Zeeland Ook aan de kust van de Braziliaanse regio Paraná (maps) spoelden zeker 100 ton sardienen, baars en meerval aan. Op het Nieuw-Zeelandse schiereiland Coromandel (maps) zijn honderden dode snappers aangetroffen. In beide gevallen is de doodsoorzaak nog onbekend.
Massale vogelsterfte De vissterfte (fotoserie) volgt op verschillende gevallen van dode vogels die vorige week in Arkansas en Louisiana en dinsdag in Zweden dood uit de lucht vielen. De vogels in Louisiana lijken massaal tegen een hoogspanningskabel aangevlogen te zijn. In Arkansas hebben de vogels zich waarschijnlijk doodgevlogen, opgeschrikt door vuurwerk. In Zweden wordt de oorzaak nog onderzocht.
Beeld The National Post
Mother Teresa and John Paul II letters concerning Medjugorje .
Mother Teresa and John Paul II letters concerning Medjugorje.
Vijftiende verschijning erkend.
Bescheiden, maar kerkelijk erkend: het bedevaartsoord Our Lady of Good Help.
Vijftiende verschijning erkend.
Maagd verscheen in 1859 aan Belgisch meisje
in het Amerikaanse Wisconsin.
Zieneres was emigrante uit Waals-Brabant.
Streek getekend door Belgische Amerikanan.
Onlangs erkende de bisschop van Green Bay in de
Verenigde Staten de Mariaverschijningen uit 1859 aan
de Belgische Adèle Brise. Daarmee is Champion in
Wisconsin het het vijftiende erkende verschijningsoord
( zoals Lourdes en Fatima ) en het eerste in de Verenigde
Staten. Op deze plek aan de oevers van Michiganmeer
vestigden zich tussen 1853 en 1860 vooral Belgische
immigranten. Honderden families uit Vlaanderen en
Wallonië, vooral uit het kanton Jodoigne ( Geldenaken ),
zochten tijdens die periode in de Nieuwe Wereld een
uitweg uit armoede en honger in eigen land. De jonge
Adèle Brise, een boerendochter uit Dion - le - Val, een
gehucht bij Grez-Doiceau in Waals- Brabant, koesterde
de roeping kloosterzuster te worden, maar verhuisde
met de zegen van de parochiepriester met haar ouders
toch naar het Amerikaanse Wisconsin. Het leven van de
pioniers was er keihard, bovendien kwamen ze als
katholieken terecht in een overwegend protestantse
omgeving. Het katholieke geloof bleek in die moeilijke
omstandigheden voor hen een anker. Adèle kreeg een
eerste van drie visioenen op 9 oktober 1859. Tijdens
het laatste visioen, drie weken later, identificeerde de
verschijning zich als Koningin van de Hemel en droeg
haar op de kinderen de catechismus en de sacramenten
aan te leren. Adèles vader bouwde een kleine kapel bij de
plaats van de verschijningen, meteen het eerste gebedshuis
voor de Belgische kolonisten en niet toevallig toegewijd
aan Bron- Secours, zoals het Waalse mariale bedevaartsoord.
Met hulp van de Beligische aalmoezenier zocht Adèle jonge
vrouwen om haar te helpen bij haar roepingstaak: lesgeven
aan kinderen. Ze namen als derdeordelingen het
kloosterkleed aan en kregen in 1880 de toestemming een
klooster en een kerk te bouwen. Later werd de plaats
omgedoopt tot Champion, naar het Waalse dorp bij Namen
waar Adèle wilde intreden. Ze overleed in 1896 op 66 -
jarige leeftijd. De aanwezigheid van Belgische kolonisten en
hun afstammelingen tekent het geloofsleven van het Bisdom
Green Bay tot vandaag. Verschillende plaatsnamen verwijzen
naar België en de streek rond Champion is bekend om zijn
roadside chapels, baankapelletjes. De dorpen hebben er hun
jaarlijkse kermis ( zo gespeld, ook in het Engels ), die opent
met een Heilige Mis. De erkenning komt er na een uitgebreid
onderzoek. Champion is niet het grootste mariale
bedevaartsoord in de Verenigde Staten, maar dus wel het
eerste waarvan de verschijningen kerkelijk zijn erkend, ruim
150 jaar na de gebeurtenissen. Onlangs nam het Bisdom de
zorg voor de kerk over van de zusters. Er zijn opmerkelijke
gelijkenissen met de verschijningen in Lourdes in 1858.
In beide gevallen ging het om een boerenmeisje dat later
zuster werd, waren de boodschappen deels persoonlijk, deels
een aanzet tot sacramenteel leven en onthulde de verschijning
zelf haar identiteit met een titel, hier Koningin van de Hemel,
en niet met de naam Maria.
De innerlijke vertroosting .
Het innerlijk gesprek van Christus met de gelovige mens
Ik zal horen wat God de Heer in mij zegt.
Gelukkig degene die de Heer in zich hoort spreken en uit zijn mond een woord van troost verneemt.
Gelukkig de oren die het zachte gefluister van God waarnemen, maar geen aandacht hebben voor de
influisteringen van deze wereld. Werkelijk zalig de oren die niet luisteren naar de stem die daar
buiten klinkt, maar naar de waarheid die inwendig onderricht.
Gelukkig de ogen die gesloten voor de uiterlijke dingen, zich met aandacht richten op het innerlijke.
Gelukkig zij die doordringen in het innerlijke en zich door dagelijkse oefening meer en meer geschikt
maken om hemelse geheimen te verstaan.
Gelukkig zij die hevig verlangen volkomen toegankelijk te zijn voor God en alle aardse belemmering
van zich afschudden.
Neem dit goed in u op, vriend, en doe de deuren van uw zinnen dicht, zodat gij in staat zijt te horen wat de Heer, uw God, u zeggen wil.
Dit zegt uw Beminde: Ik ben uw heil, uw vrede en uw leven. Blijf standvastig bij Mij en gij zult vrede vinden. Laat alles wat voorbij gaat los: zoek het eeuwige.
Wat is al het tijdelijke vaak anders dan verleiding? En wat hebt gij aan alle schepselen als gij door de Schepper wordt verlaten? Na van alles afstand te hebben genomen moet gij u rustig en voorgoed aan uw Schepper geven, als gij in staat wilt zijn de eeuwige zaligheid te bereiken.
De waarheid spreekt in ons zonder gedruis van woorden
Spreek, Heer, want uw dienaar luistert. Ik ben uw dienaar; geef mij verstand om te verstaan wat Gij getuigt. Neig mijn hart naar de woorden van uw mond, laat uw uitspraak vloeien als de morgendauw. Eens hebben de zonen van Israël tot Mozes gezegd: Spreek gij tot ons en wij zullen luisteren; laat niet de Heer tot ons spreken, wij zouden ervan kunnen sterven. Niet zo, Heer, niet zo bid ik, maar eerder bezweer ik U nederig en vol verlangen met de profeet Samuël: Spreek, Heer, want uw dienaar luistert. Laat niet Mozes of een van de profeten het woord tot mij richten: maar spreek Gij liever, Heer, mijn God, Gij die alle profeten bezielt en verlicht; want alleen en zonder hen zijt Gij in staat mij volkomen te doordringen; maar zij zullen zonder U niets bereiken.
Zij kunnen wel woorden laten horen, maar delen de geest niet mee.
Zij zeggen het mooi; maar als Gij zwijgt, zetten zij mijn hart niet in vlam.
Zij bieden de letter aan, maar gij ontsluit de betekenis.
Zij spreken over geheimen, maar Gij geeft toegang tot de zin van wat in tekens wordt aangeduid.
Zij kondigen geboden af, maar Gij geeft kracht om ze te volbrengen.
Zij wijzen de weg, maar Gij geeft sterkte om die te gaan.
Zij werken alleen aan de buitenkant, maar Gij onderricht en verlicht de harten.
Zij besproeien van buiten, maar Gij geeft vruchtbaarheid.
Zij roepen luid met woorden, maar Gij laat mij bij het horen ook innerlijk begrijpen
Laat daarom niet Mozes spreken, maar Gij Heer, mijn God, eeuwige Waarheid opdat ik wellicht niet sterf en zonder vrucht blijf, als ik alleen maar van buiten vermaningen heb aanhoord en inwendig niet ben ontbrand. Laat het toch niet mijn vonnis worden dat ik wel gehoord, maar niet gedaan heb, wel gekend, maar niet bemind, wel geloofd, maar niet volbracht heb. Spreek daarom, Heer, want uw dienaar luistert. Gij hebt immers woorden van eeuwig leven. Zeg mij iets dat mijn innerlijk hoe dan ook wat vertroost en mijn hele leven beter maakt, maar dan tot uw lof en glorie en tot uw eeuwige eer.
Gods woorden moet men nederig aanhoren,
maar velen waarderen ze niet
Mijn zoon, luister naar mijn woorden, het zijn woorden die diep weldadig zijn en de wetenschap van wijsgeren en geleerden overtreffen. Mijn woorden zijn geest en leven vanuit geen menselijk standpunt te beoordelen. Zij moeten niet tot een dwaas zelfbehagen brengen, maar in stilte worden aanhoord en opgenomen in grote bescheidenheid en liefde. En ik heb geantwoord: Gelukkig hij die Gij hebt onderwezen, Heer, en onderricht hebt in uw wet om de kwade dagen voor hem te verzachten, zodat hij op aarde niet troosteloos blijft.
Ik, zo spreekt de Heer, heb vanaf het begin de profeten onderwezen en tot nu toe houd Ik niet op te spreken tot iedereen; maar velen zijn doof en weerstaan mijn stem. Velen luisteren liever naar de wereld dan naar God; zij volgen gemakkelijker de neiging van het lichaam dan Gods welbehagen. De wereld belooft vergankelijke en onbelangrijke dingen en zij wordt zeer graag gediend; Ik beloof het hoogste en dat wat eeuwig is, en de harten van de stervelingen blijven onverschillig.
Wie dient en gehoorzaamt Mij in alles met zoveel zorg als men de wereld en haar heersers dient? Schaam u, Sidon, zegt de zee, en wilt gij de reden weten, luister dan waarom.
Voor een kleine uitkering legt men een lange weg af; voor het eeuwige leven tillen velen nauwelijks één voet van de grond.
Op een gering voordeel maakt men jacht; om één geldstuk wordt soms schandelijk getwist; voor een onbeduidende zaak en een bescheiden toezegging schroomt men niet zich dag en nacht te vermoeien. Maar hoe schandalig! Voor een onveranderlijke waarde, voor een onschatbare prijs, voor de hoogste eer en een nooit eindigende glorie is men te lui om zich ook maar een beetje in te spannen.
Word schaamrood, luie en ontevreden knecht, want die daar doen meer voor hun ondergang dan gij voor het leven. Zij hebben meer plezier in onzin dan gij in de waarheid. Toch worden zij vaak gedwarsboomd in hun verwachting, maar mijn belofte bedriegt niemand en stuurt geen enkel die op Mij vertrouwt leeg naar huis. Wat Ik beloofd heb, zal Ik geven, wat Ik gezegd heb zal Ik doen, althans voor iedereen die tot het einde trouw blijft in mijn liefde.
Ik ben iemand die alle goede mensen hun beloning geeft en allen die een vroom leven leiden, zwaar op de proef stelt. Schrijf mijn woorden in uw hart en overweeg ze met veel zorg; want in de tijd van de beproeving zult ge ze zeer nodig hebben. Wat gij niet begrijpt bij het lezen zult ge inzien op de dag dat Ik u bezoek.
Op twee manieren ben Ik gewoon mijn uitverkorenen te bezoeken: met beproeving namelijk en met troost. En twee lessen geef Ik hun elke dag: in de ene zeg Ik hun de waarheid over hun gebreken, in de andere spoor Ik hen aan tot vermeerdering van hun deugd. Wie mijn woorden kent en ze verwaarloost vindt een Rechter op de laatste dag.
Gebed om de gave van godsvrucht af te smeken
Heer mijn God, Gij zijt voor mij al wat goed is. En wie ben ik dat ik tot U het woord durf richten. Ik ben uw armzaligst knechtje, een zielige wurm, veel armtieriger en verachtelijker dan ik weet of durf zeggen. Maar toch, Heer, wil gedenken dat ik niets ben, niets heb, niets kan.
Gij alleen zijt goed, rechtvaardig en heilig; Gij kunt alles, Gij geeft alles, alleen hem die zonde doet laat Gij met lege handen staan. Gedenk uw barmhartigheden en vul mijn hart met uw genade. Gij wilt immers niet dat uw werken geen zin zouden hebben.
Hoe zou ik het vol kunnen houden in dit droevige bestaan, als uw barmhartigheid en uw hulp mij geen kracht gaven? Wil uw aangezicht niet van mij afwenden; wil uw bezoek niet langer uitstellen; neem uw vertroosting niet van mij weg, opdat mijn innerlijk in uw aanwezigheid niet wordt als een land zonder water.
Heer, leer mij uw wil doen; leer mij voor U waardig en nederig leven. Want Gij zijt mijn wijsheid, die mij werkelijk kent en gekend heb vóór de wereld tot het bestaan kwam en vóór ik op de wereld geboren werd.
Dat men in waarheid nederig voor God moet leven
Mijn zoon, leef in mijn tegenwoordigheid volgens de waarheid en zoek Mij altijd in de eenvoud van uw hart. Wie voor mijn ogen volgens de waarheid leeft zal beveiligd worden tegen het kwaad dat op hem afkomt; de waarheid zal hem bevrijden van verleiders en de lasterpraat van slechte mensen. Als de waarheid u heeft bevrijd, zult gij voorgoed vrij zijn en u niets meer aantrekken van onzinnig gepraat.
Heer, zo is het: laat met mij gebeuren zoals Gij zegt. Uw waarheid moet mij onderwijzen, laat die mij onderrichten en tot aan het zalig eind beschermen. Laat ze mij bevrijden van alle verkeerde genegenheid en ongeordende liefde; dan zal ik met u samen leven in grote vrijheid van hart.
Ik zal u aanwijzen, zegt de Waarheid, wat juist is en Mij behaagt. Overdenk uw zonden met diep berouw en verdriet en verbeeld u nooit, iets te betekenen op grond van het goede dat gij hebt gedaan. Want in werkelijkheid zijt gij een zondig mens, onder hevig aan veel hartstochten en daarin gevangen. Uit uzelf komt gij tot niets, al gauw glijdt gij uit, al even gauw wordt gij overwonnen, in de war gebracht en zijt gij nergens meer. Gij hebt niets om op te roemen, maar veel om heel nederig over uzelf te denken; gij zijt nog veel minder waard dan gij u kunt voorstellen.
Niets van alles wat gij doet moogt ge geweldig vinden. Acht niets gewichtig, kostbaar of indrukwekkend; niets waard om op te roemen. Er is niets verhevens, werkelijk prijzenswaardig of verrukkelijk dan wat eeuwig is. Boven alles moet de eeuwige Waarheid u behagen en uw eigen uiterste geringheid u altijd mishagen. Vrees, veracht en vlucht niets zozeer als uw zonden en gebreken: ze moeten u meer tegenstaan dan het verlies van wat dan ook.
Sommigen zijn tegenover Mij niet eerlijk, maar door een soort nieuwsgierigheid en aanmatiging gedreven, willen zij mijn geheimen kennen en de diepten Gods doorgronden, met verwaarlozing van zichzelf en hun eigen heil. Zij komen herhaaldelijk tot grote bekoringen en zonden wegens hun trots en nieuwsgierigheid, want Ik ben tegen hen.
Vrees de oordelen van God en huiver voor de toorn van de Almachtige. Gij moet de werken van de allerhoogste niet aan uw oordeel onderwerpen, maar stel een onderzoek in naar uw eigen ongerechtigheden, in hoeveel dingen gij zijt tekort geschoten en hoeveel goeds gij hebt verzuimd.
Sommigen beleven hun godsvrucht alleen in boeken, anderen in afbeeldingen, weer anderen in devotievoorwerpen en beelden. Sommigen spreken wel over Mij, maar Ik ben nauwelijks in hun hart. Er zijn anderen die, verlicht in hun verstand en gezuiverd in hun genegenheden, altijd verlangen naar wat eeuwig is; zij hebben moeite met het luisteren naar gesprekken over het aardse, zij voldoen met een zekere tegenzin aan wat de natuur eist en dezen zijn het die begrijpen wat de Geest van de Waarheid in hen spreekt. Want Hij leert ons neer te zien op de dingen van deze wereld en het bovenaardse lief te hebben, het voorbijgaande niet te tellen en dag en nacht naar de hemel te verlangen.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
KAPITTEL 3, ZWEEDSCHE TEKST.
VRAAG 5, LAT. TEKST.
De monnik verscheen als te voren zeggende: "O! Rechter, waarom hebt gij wormen geschapen, die schade aanbrengen en tot niets dienen?
Waarom hebt gij wilde dieren geschapen, die ook de mens benadelen?
Waarom zendt gij ziekte en pijn?
Waarom duldt gij en veroorlooft gij de boosheid en slechtheid van vele onrechtvaardige rechters, die hun onderdanen dwingen en plagen als gekochte slaven?
Waarom wordt ook lichaam van den mens in het stervensuur geplaagd?"
De rechter antwoordde: "Ik, God en rechter, schiep hemel en aarde en al de dingen, die er in zijn, en niet zonder doel en niet zonder gelijkenis met geestelijke dingen. Want de zielen van heilige mensen gelijken de heilige engelen, die eeuwig leven en zalig zijn, en de zielen van onrechtvaardige mensen gelijken duivels, die tot den eeuwigen dood gedoemd zijn.
Omdat gij mij vraagt, waarom ik wormen schiep, antwoord ik u, dat ik die schiep om de grote macht te tonen van mijn goedheid en wijsheid. Want hoewel zij onheil kunnen stichten, doen zij dat toch niet zonder mijn toestemming en terwille der zonde, en opdat de mens, die weigerde zich te onderwerpen aan mij, die de hoogste is, er over treuren zal dat de geringste dingen hem inheil kunnen brengen, en opdat hij wete, dat hij niets vermag zonder mij welken de onredelijke dieren dienen en gehoorzamen.
En waarom ik wilde dieren schiep, daarop antwoord ik, dat al de dingen, die ik schiep, niet alleen goed waren, maar ook bijzonder goed en geschapen tot nut en beproeving voor de mens, of tot nut van andere dingen, en opdat de mens des te ootmoediger dienen zou mij, zijn God, naarmate hij heerlijker en gelukkiger is dan andere schepselen.
Toch veroorzaken dieren vaak schade om twee redenen: ten eerste tot leering en tot straf van slechte mensen, opdat zij uit de ongelukken begrijpen, dat zij mij gehoorzamen moeten, hun hoofd; ten tweede om de deugd en loutering van goede mensen te bevorderen. En omdat de mens zondigde en opstond tegen mij, zijn God, daarom stonden tegen hem op al de dingen, die hem moesten dienen en onderdanig zijn. En het lichaam wordt door ziekte aangetast, opdat de mens zich in acht zou nemen en geestelijke zelfbescheersching leere en geduld door de beteugeling zijner begeerten en niet toegeve aan overvloed en onmatigheid.
Onrechtvaardige rechters worden door mij geduld en verdragen tot loutering van andere mensen. Zoals het goud in het vuur gereinigd wordt, wordt de ziel gereinigd door de slechtheid van onrechtvaardige mensen en leert de mens nalaten wat nagelaten moet worden. Zo verdraag ik met geduld de slechtheid der mensen, opdat het kaf des duivels gescheiden zou worden van het koren der goede mensen, en hun lust verzadigd volgens mijn goddelijke rechtvaardigheid.
En het is rechtvaardig, dat het lichaam gekweld zal worden in het stervensuur, opdat de mens gepijnigd worde voor zijn zonden. Omdat hij zondigde door ongeoorloofde begeerte, is het rechtvaardig, dat hij geplaagd wordt door geoorloofde kwelling en smart. Daarom beging voor sommigen op aarde de dood en is die in de hel zonder einde, en eindigt de dood voor anderen in het vagevuur, waarna de eeuwige vreugde voor hen begint."
Wordt vervolgd.
Rom.8:16-30.
18 Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard. 19 De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen zijn. 20 Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door hem die haar daaraan heeft onderworpen. Maar ze heeft hoop gekregen, 21 omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt. 22 Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt. 23 En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan. 24 In deze hoop zijn we gered. Als we echter nu al zouden zien waarop we hopen, zou het geen hoop meer zijn. Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien? 25 Maar als wij hopen op wat nog niet zichtbaar is, blijven we in afwachting daarvan volharden. 26 De Geest helpt ons in onze zwakheid; wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten. 27 God, die ons doorgrondt, weet wat de Geest wil zeggen. Hij weet dat de Geest volgens zijn wil pleit voor allen die hem toebehoren. 28 En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede. 29 Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broeders en zusters. 30 Wie hij hiertoe heeft bestemd, heeft hij ook geroepen; en wie hij heeft geroepen, heeft hij ook vrijgesproken; en wie hij heeft vrijgesproken, heeft hij nu al laten delen in zijn luister.
Jes.49.
1 Eilanden, hoor mij aan,
verre volken, luister aandachtig.
Al in de schoot van mijn moeder
heeft de HEER mij geroepen,
nog voor ze mij baarde noemde hij mijn naam.
2 Mijn tong maakte hij scherp als een zwaard,
hij hield me verborgen in de schaduw van zijn hand;
hij maakte me tot een puntige pijl,
hij stak me weg in zijn pijlkoker.
3 Hij heeft me gezegd: Mijn dienaar ben jij.
In jou, Israël, toon ik mijn luister.
4 Maar ik zei: Tevergeefs heb ik me afgemat,
ik heb al mijn krachten verbruikt,
het was voor niets, het heeft geen zin gehad.
Maar de HEER zal me recht doen,
mijn God zal me belonen.
5 Toen sprak de HEER,
die mij al in de moederschoot
gevormd heeft tot zijn dienaar
om Jakob naar hem terug te brengen,
om Israël rond hem te verzamelen
dat ik aanzien zou genieten bij de HEER
en dat mijn God mijn sterkte zou zijn.
6 Hij zei: Dat je mijn dienaar bent
om de stammen van Jakob op te richten
en de overlevenden van Israël terug te brengen,
dat is nog maar het begin.
Ik zal je maken tot een licht voor alle volken,
opdat de redding die ik brengen zal
tot aan de einden der aarde reikt.
7 Dit zegt de HEER, de bevrijder, de Heilige van Israël,
tegen hem die smadelijk veracht wordt,
die door vreemde volken wordt verafschuwd,
die dienaar is van vreemde heersers:
Koningen zullen dit zien en opstaan,
vorsten buigen diep voorover,
omwille van de HEER, die betrouwbaar is,
de Heilige van Israël, die jou heeft uitgekozen.
8 Dit zegt de HEER:
In het uur van mijn genade geef ik je antwoord,
op de dag van de redding zal ik je helpen.
Ik zal je behoeden, ik neem je in dienst
voor mijn verbond met de mensen,
om het land weer op te richten,
om het verlaten erfgoed in eigendom terug te geven,
9 om tegen gevangenen te zeggen: Ga in vrijheid!
en tegen wie in het duister verblijft: Kom te voorschijn!
Langs wegen zullen zij weiden,
op iedere kale heuvel vinden ze weidegrond.
10 Ze zullen dorst noch honger lijden,
de zinderende hitte zal hen niet kwellen
en de zon zal hen niet steken,
want hij die zich over hen ontfermt, zal hen leiden
en hen naar waterbronnen voeren.
11 Ik effen al mijn bergen tot een weg,
ik zal mijn paden plaveien.
12 Kijk! Zij daar komen van ver,
en kijk, zij uit het noorden, en uit het westen,
en zij uit het land van Syene. (49:12) Syene Voorgestelde lezing ondersteund door een Qumran-handschrift. MT: de Sinieten.
13 Juich, hemel! Jubel, aarde!
Bergen, breek uit in gejuich!
De HEER heeft zijn volk getroost,
hij heeft zich over de armen ontfermd.
Sions klachten door de HEER weerlegd
14 Sion zegt:
De HEER heeft mij verlaten,
mijn Heer is mij vergeten.
15 Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten
of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg?
Zelfs al zou zij het vergeten,
ik vergeet jou nooit.
16 Ik heb je in mijn handpalm gegrift,
je muren staan mij steeds voor ogen.
17 Je kinderen haasten zich terug naar huis,
de vijand die je verwoestte en vernielde, trekt weg.
18 Open je ogen, kijk om je heen:
ze stromen in drommen naar je toe.
Zo waar ik leef spreekt de HEER ,
je zult je met hen tooien,
hen dragen zoals een bruid haar sieraden.
19 Je puinhopen, je verwoeste en vernielde land
weldra zal het te klein zijn voor al je bewoners,
en je aartsvijand zal in de verte verdwijnen.
20 Je dacht dat je je kinderen verloren had,
maar eens zul je hen horen zeggen:
Het is ons hier te benauwd.
Geef ons meer ruimte om te wonen.
21 Je zegt bij jezelf:
Wie zou mij die kinderen schenken?
Ik heb toch geen kinderen?
Ik ben onvruchtbaar, verbannen en verstoten.
En wie zou hen grootbrengen?
Ik ben alleen over waar komen zij dan vandaan?
22 Maar dit zegt God, de HEER:
Ik zal mijn hand opheffen naar vreemde volken,
ik steek mijn vaandel voor hen op.
Ze nemen je zonen op hun arm
en dragen je dochters op hun schouders.
23 Koningen zullen je verzorgen,
vorstinnen zullen je zogen.
Ze zullen voor je knielen, zich diep vooroverbuigen,
en het stof van je voeten likken.
Dan zul je erkennen dat ik de HEER ben,
die niet beschaamt wie op hem hopen.
24 Alsof een strijder zich zijn buit laat afnemen!
Kunnen gevangenen soms ontkomen aan een tiran? (49:24) een tiran Volgens een Qumran-handschrift en de oudste vertalingen. MT: een rechtvaardige.
25 Toch zegt de HEER:
Gevangenen worden de strijder ontnomen,
de tiran zal zijn buit verliezen.
Wie een geding voert tegen jou
zal ik in een geding bestrijden,
en ikzelf zal je kinderen redden.
26 Ik laat je onderdrukkers hun eigen vlees eten,
hun eigen bloed is de wijn die hen dronken maakt.
Dan zal iedereen erkennen
dat ik, de HEER, je redder ben,
je beschermer, de Machtige van Jakob.
Hos.11:7-11.
7 Mijn volk bijt zich vast in zijn ontrouw jegens mij.
Al roepen ze tot mij, de Allerhoogste,
ik zal hun lot niet verlichten.
8 Ach Efraïm, hoe zou ik je ooit kunnen prijsgeven?
Hoe zou ik je kunnen uitleveren, Israël?
Zou ik je prijsgeven als Adma,
je laten ondergaan als Seboïm?
Mijn hart wordt verscheurd,
door barmhartigheid word ik bewogen.
9 Ik zal mijn toorn laten varen
en Efraïm niet opnieuw te gronde richten.
Want God ben ik, en geen mens,
ik ben in jullie midden, ik ben heilig,
ik zal niet meer in woede ontsteken.
10 De HEER zal brullen als een leeuw en zij zullen hem weer volgen.
Wanneer hij brult, keren ze schuchter terug van overzee,
11 als bange vogeltjes komen ze uit Egypte,
als duiven uit Assyrië.
Dan laat ik hen weer wonen in hun eigen huis
zo spreekt de HEER.
1Joh.5:13-21.
13 Dit alles schrijf ik u omdat u moet weten dat u eeuwig leven hebt, u die gelooft in de naam van de Zoon van God. (5:13) Dit alles schrijf ik u omdat u moet weten dat u eeuwig leven hebt, u die gelooft in de naam van de Zoon van God Andere handschriften lezen: Dit alles schrijf ik aan u die gelooft in de naam van de Zoon van God, omdat u moet weten dat u eeuwig leven hebt, u die gelooft in de naam van de Zoon van God.
14 Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil. 15 En omdat we weten dat hij naar ons luistert, wat we hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we hem gevraagd hebben. 16 Als iemand zijn broeder of zuster een zonde ziet begaan die niet tot de dood leidt, moet hij voor hem of voor haar bidden en zo de zondaar het leven geven. Dit geldt wanneer er sprake is van een zonde die niet tot de dood leidt. Er bestaat ook zonde die wel tot de dood leidt. In dat geval geldt mijn aansporing om te bidden niet. 17 Alle kwaad is zonde, maar niet elke zonde leidt tot de dood.
18 We weten dat iemand die uit God geboren is niet zondigt. De Zoon, die uit God geboren werd, beschermt hem, zodat het kwaad geen vat op hem heeft. 19 We weten dat wij uit God voortkomen, terwijl de hele wereld in de macht is van hem die het kwaad zelf is. 20 We weten ook dat de Zoon van God gekomen is en ons inzicht heeft gegeven om de Waarachtige te kennen. En wij zijn in de Waarachtige, omdat we in zijn Zoon Jezus Christus zijn. Hij is de ware God, hij is het eeuwige leven. 21 Kinderen, wees op uw hoede voor de afgoden.
Ef.4:1-6.
1 Ik, die gevangen zit omwille van de Heer, vraag u dan ook dringend de weg te gaan die past bij de roeping die u hebt ontvangen: 2 wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde. 3 Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: 4 één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, 5 één Heer, één geloof, één doop, 6 één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.
Mar.10:17-27.
17 Toen hij zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel en vroeg: Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven? 18 Jezus antwoordde: Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, behalve God. 19 U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder. 20 Toen zei de man: Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden. 21 Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom dan terug en volg mij. 22 Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.
23 Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan. 24 De leerlingen schrokken van zijn woorden. Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: 25 het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan. 26 Nu waren ze nog meer ontzet, en ze zeiden tegen elkaar: Wie kan er dan nog gered worden? 27 Jezus keek hen aan en zei: Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.
2Tim.3.
1 Weet dat de laatste dagen zwaar zullen zijn. 2 De mensen zullen egoïstisch zijn, geldzuchtig, zelfingenomen en arrogant. Ze zullen God lasteren, geen ontzag tonen voor hun ouders, ondankbaar zijn en niets heilig achten. 3 Ze zullen harteloos zijn, onverzoenlijk, lasterziek, onbeheerst en wreed. Ze zullen het goede haten 4 en onbetrouwbaar, roekeloos en verblind zijn. Het genot zullen ze meer liefhebben dan God, 5 ze zullen de schijn van vroomheid ophouden, maar de kracht ervan miskennen. Keer je af van zulke mensen. 6 Sommigen van hen dringen zich op aan hele families en krijgen dan vrouwen in hun macht die met zonde beladen zijn en door allerlei begeerten worden gedreven, 7 die almaar willen leren maar nooit in staat zullen zijn de waarheid te kennen. 8 Zoals Jannes en Jambres zich tegen Mozes hebben verzet, zo verzetten deze dwaalleraren zich tegen de waarheid. Het zijn mensen met een zieke geest en een onbetrouwbaar geloof. 9 Maar ze zullen niet veel bereiken, want iedereen zal hun dwaasheid snel doorzien, zoals ook met Jannes en Jambres gebeurde.
10 Jij daarentegen bent mij trouw gevolgd in mijn leer, mijn levenswijze, streven, geloof, geduld, liefde, volharding, 11 en je hebt hetzelfde lijden en dezelfde vervolgingen ondergaan die mij in Antiochië, Ikonium en Lystra hebben getroffen. Ik heb ze allemaal doorstaan, de Heer heeft mij steeds weer gered. 12 Allen die vroom en in eenheid met Christus Jezus willen leven, zullen worden vervolgd. 13 Slechte mensen en oplichters zullen van kwaad tot erger vervallen; het zijn bedriegers die zelf bedrogen worden. 14 Maar jij, blijf bij alles wat je geleerd hebt en met overtuiging hebt aangenomen. Je weet wie je leraren waren 15 en bent van kindsbeen af vertrouwd met de heilige geschriften die je wijsheid kunnen geven, zodat je wordt gered door het geloof in Christus Jezus. 16 Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, 17 zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust.
2Tim.4.
1 Ik roep je dringend op, ten overstaan van God en van Christus Jezus, die zal oordelen over de levenden en de doden, ik bezweer je bij zijn komst en heerschappij: 2 Verkondig de boodschap, blijf aandringen, of het nu uitkomt of niet, wijs terecht, straf en vermaan met alle geduld dat het onderricht vereist. 3 Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoetkomen en hen naar de mond praten. 4 Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels. 5 Jij echter moet in alles nuchter zijn, je lijden aanvaarden, je werk als verkondiger van het evangelie doen, je dienende taak vervullen.
6 Mijn bloed wordt al als een offer uitgegoten, het moment waarop ik heenga nadert. 7 Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden. 8 Nu wacht mij de krans van de gerechtigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien.
Laatste aanwijzingen
9 Kom snel naar me toe, 10 want Demas heeft me verlaten; hij heeft deze wereld lief gekregen en is naar Tessalonica vertrokken. Crescens is naar Galatië gegaan, Titus naar Dalmatië. 11 Alleen Lucas is bij me gebleven. Haal Marcus op en neem hem met je mee, want hij kan mij goede diensten bewijzen. 12 Tychikus heb ik naar Efeze gestuurd. 13 Als je komt, neem dan de mantel mee die ik in Troas bij Karpus heb laten liggen, en ook de boeken, vooral die van perkament. 14 Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaad gedaan; de Heer zal hem zijn verdiende loon geven. 15 Ook jij moet voor hem oppassen, hij heeft onze verkondiging sterk tegengewerkt.
16 Bij mijn eerste verdediging heeft niemand mij bijgestaan, ze hebben mij allemaal in de steek gelaten. Moge het hun niet worden aangerekend. 17 Maar de Heer heeft me ter zijde gestaan en me kracht gegeven, zodat ik de verkondiging tot een goed einde heb gebracht en alle volken de boodschap hebben gehoord. Ik ben gered uit de muil van de leeuw. 18 De Heer zal me van alle kwaad redden en me veilig naar zijn hemels koninkrijk brengen. Hem komt de eer toe tot in alle eeuwigheid. Amen.
19 Groet Prisca en Aquila, en de huisgenoten van Onesiforus. 20 Erastus is in Korinte gebleven, Trofimus heb ik ziek in Milete achtergelaten. 21 Probeer voor de winter te komen. Eubulus, Pudens, Linus, Claudia en alle andere broeders en zusters laten je groeten.