For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
11-01-2011
GEBED VAN EEN HERDER.
Heer Jezus , ik zit hier in mijn werkkamer. Heel mijn tuin baadt in de zon. Door het open raam zie ik een weelde van bloemen. Ontelbare vogels hoor ik tjilpen en fluiten. En toch ben ik met mijn gedachten elders. Ik denk aan de vele mensen die moeten leven onder grauwe en loodzware wolken ; mensen die gebukt gaan onder lichamelijk lijden of gekweld worden door angst en verdriet. Ik denk aan de mensen met honger en pijn. Gevangenen en verdrukten. Mensen ook met sombere vooruitzichten. Verlies ik mijn baan ? Vind ik nog werk ? Gaat mijn zaak ten onder ? Wordt het zwarte armoede ? Velen voelen zich alleen met hun kwellingen. Oudere mensen en ook jonge mensen ; onbegrepen door hun ouders. Teleurgesteld door hun partner. Verlaten door eigen kinderen. Onschuldig en toch ellendig. Eenzame mensen , ontroostbaar om het verlies van een beminde. Zieke mensen , krachteloos , misschien bedreigd door een ongeneeslijke kwaal. Of geestelijk ondermijnd. Ze kijken naar de toekomst met angst in de ogen. Heeft het leven nog betekenis ? Ben ik de speelbal van het noodlot ? De pechvogel ? Die mensen met tegenspoed zijn mijn medemensen. De meesten onder hen zijn mijn broeders en zusters in het christelijk geloof. Vooral in mijn gebed. Gij weet het Heer , maar ik zou vandaag heel lang met U over hen willen spreken. Heel persoonlijk over die mensen die het kruis zwaar op hun schouders voelen wegen. Over die mensen met kommer en verdriet. Goede Meester , ik ben voor hen geen vreemde. Ze hebben een grote plaats in mijn hart. Gij hebt mij naar hen gezonden want ik ben een van de herders in uw Kerk. Ik mag bij U komen uit naam van hen aan wie Gij beloofd hebt dat Gij verkwikking zult brengen als ze belast en overladen zijn. Velen onder hen zijn doorgaans zeer moedig. Als je hun medevoelen betuigt , krijg je vaak als spontane reactie ; zo beladen en belast ben ik toch ook wel niet. Gij hoort graag dat antwoord. Heel wat bedroefde mensen hebben van U geleerd met hun lijden te leven. Ze hebben hun moeilijke uren , maar ze komen die weer te boven. Ze trachten hun lijden 'voorlopig' te dragen. Ze kennen uren van tegenslag en teleurstelling maar ze leren leven met wat onvolkomen is. Ze wachten niet tot alle zwarte wolken weg zijn. Nu reeds doen ze wat ze kunnen ; ze werken wat , ze rusten wat , ze bidden wat. Ze scheppen een zekere orde in hun dag. Dat geeft hun genezende kracht. Geordende bezigheid voert hen naar gezond levensritme. Velen weten dat hun pijn een diepere ondergrond heeft. Ze voelen angst , een dof geknaag , een soort zelfverwijt ; had ik dit maar niet gedaan , had ik daar maar gezwegen , had ik dat maar aangepakt. Die mensen fluistert Gij in het oor ; 'Til niet te zwaar aan dat onrustig gevoel. Je moet niet steeds aan jezelf de schuld geven van wat in je leven mislukt. Soms ligt de schuld bij anderen. Vaak is het een samenloop van onstandigheden. Je kunt niet alles. Je krachten zijn beperkt. Iedereen kan zich vergissen. Bij iedereen loopt de toestand al eens uit de hand , zonder dat je daarvoor verantwoordelijk bent'. Sommigen slaan zich weliswaar niet zonder reden op de borst ; 'Door mijn schuld , door mijn grote schuld' , maar Gij zegt hun ; 'Je hoeft daarom niet te wanhopen. Dank zij mijn kruisdood is vergeving altijd mogelijk. God vraagt u aan anderen vergiffenis te geven , maar Hij doet dat ook zelf. Op jouw berouw volgt steeds zijn helend woord ; 'Je zonden zijn je vergeven'. En de barmhartige God is daarbij oprecht. Met goddelijke kracht heeft Hij je dan werkelijk gereinigd. Je bent opnieuw bij Hem aanvaard. Zoals voordien. Meer dan voordien want de ervaring van mijn barmhartigheid geeft Je een stut in de rug ! Gij hebt gezegd ; 'Ik ben de verrijzenis en het leven'. Dank zij U heeft een christen nooit een geldige reden om in de grond van zijn hart angstig te blijven of wanhopig te worden. Uw Vader , onze Vader zorgt immers voor zijn mensen. Meer dan voor zijn bloemen in de velden en zijn vogels in de lucht. Zelfs als de orkaan raast , horen ze nog uw stem ; 'Waarom zijn jullie bang , kleingelovigen ? ( Mt. 8 , 26 ). Gij schenkt de mensen moed. Uw Geest wil ze vindingrijkheid geven om een uitkomst te ontdekken. Hij biedt kracht om te volharden. Gij zijt altijd van goede wil , overvloeiend van goedwillendheid. Daarom kan een christen met vertrouwen bidden ; 'Uw wil geschiede op aarde als in de hemel ! Goede Meester , vele mensen zeggen met beklemd gemoed ; 'Bidden ? Ik bid zo weinig. Ik ben zo ver van God en van de godsdienst gaan leven. Soms ben ik kwaad op God. Help ze om hierdoor niet ontmoedigd te worden. Leer ze geloven dat de Vader iedere dag op de uitkijk staat. Steeds gereed om te vergeven en alles weer goed te maken. Zoals ouders dat zouden doen voor hun eigen kind. Voor iedereen is er redding. Toon hun de wonden in uw handen en uw voeten. Voor hen zijt Gij gestorven en verrezen. Zeg ook vandaag aan uw ontstelde leerlingen ; Je Vader kan begrijpen dat je inzinkingen hebt , dat je soms schreeuwt ; 'Laat die bittere kelk aan mij voorbijgaan'. Ze mogen gerust huilen ; 'Mijn God , mijn God , waarom hebt Gij mij verlaten' ? Deze woorden zijn geen vloekwoorden. Het zijn Uw eigen woorden als Zoon van God. Gij hebt het uitgeschreeuwd van menselijke ellende. Maar uw liefde en uw vertrouwen haalden de bovenhand ; 'Maar niet mijn wil , maar uw wil geschiede. 'En in volle overgave hebt Gij op het kruis gezegd ; 'Vader , in uw handen beveel ik mijn Geest'. Lijdende mensen vergeten soms dat zij niet alleen staan met het lijden en dat anderen nog meer lijden dan zijzelf. Ze denken er niet aan dat ze voor anderen een troost kunnen zijn. Leer hun een opbeurend woord tot hen te spreken en hun lijden te offeren voor de redding van anderen , zoals Gij gedaan hebt. Gij zult hun medewerking niet onbeloond laten. De vrouwen aan het graf legden hun eigen smart het zwijgen op om eerst uw dode lichaam te balsemen. Aan hen verschijnt Gij als Verrezene het eerst. Wat gij ontvangt aan zorgen voor uw ledematen , geeft Gij terug als troost voor de harten. Wie voor de anderen lijdt , ervaart een mysterieuze vreugde. Paulus die wist wat lijden was , schreef ; 'Op dit ogenblik verheug ik mij dat ik voor U lijden mag'. Ik mag aanvullen wat aan kwellingen van de Christus in mijn vlees ontbreekt , ten bate van zijn lichaam dat de Kerk is' ( Kolos. 1 , 24 ). Geen mens begrijpt het lijden ten volle. Waarom ? Waarom ik ? Waarom opnieuw ? Waarom zo dikwijls ? Waarom nu ? Het lijden is en blijft een afgrond in het menselijk bestaan. Een duistere mysterie. Licht en verlichting vindt hij slechts in een ander mysterie ; het mysterie van Uw kruis en verrijzenis. Leer deze mens zijn lot toevertrouwen aan U , zijn gekruisigde Meester. Laat hem niet eenzaam worstelen met zijn vragen en problemen. Laat hun geloven dat Gij bereid zijt met hen door het mysterie te stappen en hun hart brandend te maken. Grijp hen bij de hand en zeg hun ; 'Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in mij gelooft , zal leven , ook al is hij gestorven. En iedereen die leeft in geloof aan Mij , zal in eeuwigheid niet sterven' ( Joh. 11 , 25 - 26 ). Na lijden komt verblijden. Eeuwig verblijden in Gods onuitsprekelijke vreugde voor hen die in U hun vertrouwen hebben gesteld. Jezus Christus , Zoon van God , en mijn gekruisigde Medemens , ontferm U over alle lijdende en angstige mensen. Ik bid U om hen op te beuren en hen te troosten. Zorg voor hen vanuit de hemel. Geef hun vertrouwen en moed. En komt er soms een dag dat ze aan de hemel nergens meer een licht kunnen ontwaren , leer hun dan met gesloten ogen voor de Vader staan en bidden ; Mijn God , ik ben zo bang. Ik vrees voor deze avond en voor morgen. Wat zal het weer worden ? Ik voel me hulpeloos en klein , onzeker en onveilig. Mijn God , ik heb veel verdriet. Uit de diepte roep ik , Heer , luister naar mijn stem. Laat uw kind niet eenzaam achter. Leg uw handen zacht op mijn hoofd en zeg het nogmaals ; 'Ik ben toch Uw Vader waarom ben je dan zo bang' ?
10-01-2011
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE MAANDAG.
N. ( M ).
Kaitlyn Maher - 5yo - Ave Maria .
Kaitlyn Maher - 5yo - Ave Maria .
Zonder liefde tot God gaan wij kapot.
Zonder liefde tot God gaan wij kapot.
Er zijn weinig teksten die zo vaak geciteerd worden als bovenstaande
tekst.
Dat gebeurt tel-kens weer om te onderstrepen dat de kerkjeugd te
weinig Bijbelkennis heeft. Dat ook ambts-dragers te weinig kennis van
de Bijbel en van geloofszaken hebben om goed geestelijk leiding aan de
gemeente te kunnen geven. Mijn volk gaat te gronde door gebrek aan
kennis.
Als deze tekst zo wordt opgevat, krijgt hij de geur van gedegen
godsdienstonderwijs, het catechisatielokaal en van toerusting voor
ambtsdragers. Is dat bij Hosea ook zo?
Actuele profetie
Wie de tekst in zijn verband leest, (minstens Hos. 4:1-10) wordt
geconfronteerd met een hef-tige profetie. Daarin gaat God met zijn volk
een rechtsgeding aan. Wie de verzen 1-3 leest, kan er diep door worden
geraakt.
Gebrek aan Godskennis brengt grote ellende met zich mee. Oneerlijkheid
die zich uit in liegen, stelen en echtbreken. En liefdeloosheid die
zichtbaar wordt in moorden en bloedvergieten. Dat speelt allemaal in de
dagen van Hosea.
De samenleving is zo ontwricht dat de hele schepping er onder lijdt.
Het land is in rouw en haar inwoners bezwijken. De dieren komen om en
sterven uit.
Dit zou een passage uit de krant kunnen zijn. Dit valt te zeggen van de
wereld waarin wij le-ven. De profetie van Hosea is brandend actueel.
Toepassing
Toch moeten we met de toepassing voorzichtig zijn. Beter gezegd, we moeten er niet verkeerd mee omgaan door dit op
de wereld toe te passen. Deze profetie was bestemd voor Israël, het volk van God. Het is een woord voor Christus
gemeente, in Israël ingelijfd.
Mijn volk gaat te gronde door gebrek aan kennis. Dat komt uit in het gebrek aan trouw en liefde. Het blijkt hierin dat
christenen niet met elkaar en anderen in de Geest van Christus weten om te gaan. We weten evenmin hoe we moeten
omgaan met Gods schepping.
Christenen zijn veel te weinig toonbeelden van trouw en eerlijkheid. In de christelijke ge-meente bloeit de liefde te weinig
op. Zorg voor de schepping is niet de sterkste kant van chris-tenen.
Bij Hos. 4:1-3 kunnen we denken: dat gaat niet over ons. Dat kunnen we alleen denken als we niet zien dat wat de
profeet noemt in vele vormen voorkomt. De verfijnde vormen van on-trouw en liefdeloosheid zijn de ergste, omdat ze
onderhuids zitten en moeilijk onderkend worden. Evenals onverschilligheid tegenover mens en dier.
Zo priester, zo volk
In Hosea 4:4 krijgt de profetie een andere spits. Hosea richt zich tot de priesters. Zij zijn het die door God worden
aangeklaagd, samen met de profeten. Zij zijn geroepen om Gods grote daden aan het volk te verkondigen. Om het volk
te onderwijzen in de weg van de Here. Maar zij doen dat niet. In vers 6b zegt God bij monde van Hosea dat de priesters
de kennis (van God) hebben verworpen. Daarom zal God hen als priesters verwerpen. God vergeet hen, om-dat zij zijn
wet hebben vergeten.
Wat voor de priesters geldt, geldt ook voor het volk. Dat gaat er in mee. Zo priesters, zo volk (vers 9).
De Godskennis ontbreekt. Daarmee wordt niet bedoeld dat zij (te) weinig weten over God en zijn Woord. Het gaat niet
om de kennis van God, maar om de kennis aan God. Het gaat met andere woorden om liefdeskennis. Er is geen liefde
tot God, geen goede relatie met God.
Dat uit zich in heel de godsdienst. Het uit zich in de manier waarop de mensen in het leven staan, met elkaar en met de
hele schepping omgaan. Er is geen liefde voor de maatschappij en het milieu. Door dat gebrek aan liefde (= Godskennis)
gaat mijn volk verloren.
En nu wij
Het mag duidelijk zijn dat deze tekst in de eerste plaats niet gaat over catechisatie en toerus-ting. Zijdelings kan ze er
wel op worden toegepast. Want kennis van de Bijbel van de feiten, maar vooral van de verbanden is van grote
betekenis. Daar doe ik graag een pleidooi voor. Maar ik onderstreep dat niet met Hos. 4:6. Want in die tekst liggen de
accenten echt anders.
Bovendien moeten we ons realiseren dat iemand heel veel Bijbelkennis kan hebben, maar zonder de door Hosea
bedoelde Godskennis. Ik denk daarbij aan wat Jezus in Johannes 5:39 tegen Schriftgeleerden zegt. Gij onderzoekt de
Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het die van Mij getuigen. Het gaat om het kennen
van Jezus. Wie Hem en zijn Vader kennen, hebben het eeuwige leven (Joh. 17:3). Deze laatste tekst maakt duide-lijk
wat de betekenis van het woord kennen in de Bijbel is. Het gaat om hartenkennis, om kennis die voortvloeit uit liefde. Dat
gaat niet buiten het verstand om. Maar dat verstand moe-ten we niet voorop zetten. Dat kweekt een intellectueel
christendom dat zijn zaakjes wel weet, maar met het gevaar dat de (eerste) liefde ontbreekt. Het gaat er God om dat we
leven van zijn liefde. Dat we leven met Hem. En dat dit ons hele leven bepaalt, onze omgang met de naaste en de ganse
schepping.
Ambtsdragers hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid. Toch ligt de verhouding ambts-dragers en de rest van de
gemeente niet meer zoals in de tijd van het OT. God wil dat zijn hele gemeente een volk van priesters is (1 Petrus 2:1-
10). Als we op onze plaats zijn een levende steen in de geestelijke tempel, om met Petrus te spreken kennen we God.
We kennen dan zijn liefde en zijn wil. Van daaruit hebben we Hem lief en we doen zijn wil. Als dat ontbreekt, gaat het
volk (van priesters) te gronde. Dat zegt Hosea.
Omdat in onze tijd in uitleg en toepassing het accent verlegd wordt naar kennisoverdracht, valt er veel voor te zeggen
anders te vertalen. Een mogelijkheid is: mijn volk gaat te gronde door gebrek aan geloof. In die lijn vertaalt de NBV met:
Mijn volk komt om doordat het met mij niet vertrouwd is. Dat openbaart zich in ontbrekende liefde tot de naaste en de
schepping. De bedoeling van God in Hosea 4:6 wordt het beste weergegeven door bij kennis aan harten-kennis, aan
liefde te denken. Mijn volk gaat te gronde zonder liefde. Zonder liefde tot God gaan we kapot.
(Hosea 4:1-3).
Hoort het woord des Heren, gij Israëlieten, want de Here heeft een rechtsgeding met de bewoners van het land, omdat er geen trouw, geen liefde en geen kennis Gods is in het land. Vloeken, liegen, moorden, stelen en echtbreken! Men pleegt geweld, bloedbad volgt op bloedbad. Daarom treurt het land, en al wat erin woont verkwijnt, zowel het gedierte des velds als het gevogelte des hemels; ja, zelfs de vissen der zee komen om." (Hosea 4:1-3).
(Hosea 4:1-3)
Gevallen engelen, gevallen mensen de profeet Hosea beschreef 2750 jaar geleden het uiteindelijke gevolg hiervan:
Er bestaat geen trouw en geen vroomheid meer, en van God wil men niet meer weten. Zweren en liegen, moorden en stelen en echtbreken zijn er schering en inslag, bloedbad volgt op bloedbad. Daarom verdroogt het land en kwijnen al zijn bewoners weg; de vogels in de lucht, de dieren op het veld, de vissen in de zee komen zelfs om. (Hosea 4:1-3)
Prediker 9:12
Prediker 9:12 Want ook de mens kent zijn tijd niet, evenmin als de vissen, die in het verraderlijke net gevangen worden, evenmin als de vogels, die in het klapnet gevangen worden. Evenals zij worden de mensenkinderen verstrikt ten tijde des kwaads, als dit hen plotseling overvalt.
De innerlijke vertroosting .
Wonderlijke werking van de liefde Gods
Ik loof en verheerlijk U, hemelse Vader, Vader van Jezus Christus mijn Heer, omdat Gij het belangrijk genoeg vindt aan mij arme te denken. O Vader van barmhartigheid en God van alle vertroosting, ik dank U dat Gij mij die geen vorm van troost waardig ben, soms toch met uw troost verkwikt. Ik zegen U altijd en prijs U met uw eniggeboren Zoon en de Heilige Geest de Vertrooster tot in alle eeuwigheid.
Ja zeker, Heer, mijn God, mijn heilige Minnaar, als Gij in mijn hart komt dan zal heel mijn binnenste jubelen. Gij zijt mijn roem en de blijdschap van mijn hart; Gij zijt mijn hoop op de dag van mijn verslagenheid. Maar omdat ik zwak ben in de liefde en onvolmaakt in deugd, moet ik wel door U gesterkt en getroost worden; daarom, kom dikwijls bij mij en onderricht mij in uw heilige leer. Bevrijd mij van verkeerde hartstocht en genees mijn hart van alle ongeregelde binding, zodat ik innerlijk geheel genezen en door en door gereinigd, geschikt word voor de liefde, sterk in het lijden en standvastig in de volharding.
De liefde is een geweldig iets, een zeer groot goed, dat alles wat pijnlijk is licht maakt en alle tegenstand met dezelfde gelijkmoedigheid weet te dragen. Zonder moeite draagt zij de last en al wat bitter is maakt zij aangenaam en zoet. De edele liefde voor Jezus dringt tot het doen van grote werken en wekt ons op altijd weer naar hoger te verlangen. De liefde wil naar boven en niet door het lagere weerhouden worden. De liefde wil vrij zijn en zonder enige wereldse genegenheid, opdat haar innerlijke oogopslag niet gehinderd wordt, opdat zij niet door een of ander tijdelijk genoegen in verwarring raakt of aan ongemak bezwijkt.
Niets is zoeter dan de liefde, niets is sterker, niets is hoger, breder of vreugdevoller, niets rijker of beter in de hemel of op aarde. Want de liefde is uit God geboren en kán niet anders dan boven al het geschapene rusten in God.
Wie lief heeft vliegt, loopt en is blij; hij is vrij en niets houdt hem tegen. Hij geeft alles voor alles; want hij vindt zijn rust in het ene, hoogste goed dat alles overtreft, waaruit al het goede vloeit en voortkomt. Hij ziet niet naar de gave, maar boven alle goede gaven keert hij zich naar de Gever toe.
De liefde kent dikwijls geen maat, maar is vurig boven alle maat. De liefde voelt de lasten niet, telt geen moeiten; wil meer dan zij kan, praat niet over onmogelijkheid, want zij meent dat zij tot alles in staat is en alles geoorloofd is. Daarom is zij tot alles in staat en brengt veel tot vervulling en tot een goed einde, waar hij die de liefde niet heeft ontmoedigd neerligt.
De liefde waakt en slapend is zij niet afwezig. Vermoeid raakt zij niet uitgeput; in het nauw gebracht is zij niet radeloos, verschrikt raakt zij niet verward, maar als een levende vlam en een brandende fakkel slaat zij uit naar boven en gaat met zekerheid haar weg. Als iemand lief heeft weet hij ook wat dit woord hem toeroept. Een machtig geluid in de oren van God is de brandende, innerlijke liefde die zegt: Mijn God, mijn liefde, Gij zijt geheel van mij en ik ben geheel van U.
Gebed om de liefde Gods te vragen
Maak mij wijd in de liefde, dat ik leer tot in het diepste van mijn hart te smaken hoe zoet het is te
beminnen, en in de liefde vloeibaar te worden en onder te gaan.
Laat mij in hevig vuur en in verbazing gegrepen worden door liefde die mij te boven gaat.
Laat mij het lied van de liefde zingen en U mijn geliefde volgen naar omhoog.
Laat mijn ziel bezwijken in uw lof als ik van liefde jubel.
Laat mij U meer beminnen dan mijzelf en mijzelf niet tenzij om U, en in U allen die U werkelijk beminnen
zoals de wet van de liefde dat voorschrijft, die als een licht van U uitstraalt.
De liefde is dienstvaardig, oprecht, vroom, goed en vriendelijk; sterk, geduldig, trouw, wijs
lankmoedig, krachtig en nooit zoekt zij zichzelf. Want waar iemand zichzelf zoekt valt hij
de liefde onmiddellijk af.
De liefde is omzichtig, nederig, rechtuit; niet week, niet vluchtig, let niet op onbeduidende dingen: zij
is matig, kuis, standvastig, rustig en beheerst in al haar zinnen.
De liefde is onderworpen en gehoorzaam; in eigen ogen nietig en verachtelijk; maar God gewijd en
dankbaar, altijd op Hem hopend en vertrouwend, ook als zij God niet kan genieten: want
in de liefde kan men niet leven zonder pijn. Wie niet klaar staat om alles te verduren en
zich naar de wens van de Beminde te richten, is de naam van minnaar niet waard. Wie
bemint moet om de Geliefde alles wat hard en bitter is, graag incasseren en zich niet bij
alles wat tegenvalt van Hem verwijderen.
Heer maak mij waardig uw minnaar te zijn.
De toets van de ware minnaar
Mijn zoon, een sterk en wijs minnaar zijt ge nog niet.
Waarom niet Heer?
Wel, om een kleine moeilijkheid ziet gij af van goede initiatieven en uw begeerte naar troost is veel te hevig. Een sterk minnaar houdt stand in beproevingen en hecht geen geloof aan de verleidelijke woorden van de vijand. Zoals Ik hem behaag als alles goed gaat, zo mishaag Ik hem niet in teleurstellingen. En de minnaar die wijs is let niet zozeer op de gave van de Gever als wel op de liefde van Hem die geeft. Hij heeft eerder aandacht voor de genegenheid dan voor het geschenk en bij hem staat alles lager in aanzien dan de Beminde. Een echte minnaar staat niet stil bij wat hij ontvangt, maar boven alle gaven bij Mijzelf.
Alles is dus niet verloren, als gij soms minder voelt voor Mij of mijn heiligen dan gij zoudt willen. Het weldadig en troostend gevoel dat gij soms ondergaat is een uitwerking van de aanwezige genade en een zekere voorsmaak van het hemels vaderland, maar daar mag men niet te veel op steunen: het komt en het gaat.
Maar strijden tegen toevallige slechte emoties, de suggesties van de duivel verwerpen, dat is teken van deugd en bron van grote verdienste. Laat allerlei vreemde fantasieën, waarover ook, u niet van de wijs brengen. Houdt u krachtig aan uw voornemen en uw zuivere gerichtheid op God.
Het is geen illusie dat gij soms plotseling aan uzelf wordt ontrukt en dan weer dadelijk tot de gewone dwaasheden van uw hart terugkeert. Die ondergaat gij immers eerder tegen uw zin in dan dat gij ze wilt, en zolang ze u mishagen en gij er u tegen verzet, is dat alles verdienste en geen ondergang. Weet dat de oude vijand zich met alle kracht inspant uw verlangen naar het goede te dwarsbomen en u van alle godsdienstige praktijken af te houden: bijvoorbeeld van de heilige verering, van het liefdevol overdenken van mijn lijden, van de vruchtbare herinnering aan eigen zonden, van de bewaking van uw hart en het vaste besluit voortgang te maken in de deugd.
Hij geeft u veel slechte gedachten in om u weerzin en schrik te bezorgen of u van het gebed en de geestelijke lectuur af te houden. Hij heeft het land aan een nederige biecht en als hij kon, zou hij u van de heilige tafel laten wegblijven. Geloof hem niet, trek u niets van hem aan, hoe dikwijls hij ook probeert u in zijn bedriegerijen te laten vastlopen.
Zeg hem: Verdwijn, onreine geest, schaam u, ellendeling, gij zijt beneden alle peil dat gij mij op zulke gedachten brengt. Dat moet gij hem verwijten als hij u slechte en onreine dingen ingeeft. Weg van mij, gemeenste verleider, ik wil niets met u te doen hebben; maar Jezus zal met mij zijn als de sterke in de strijd en gij zult door de grond gaan van schaamte. Ik wil liever sterven en alle pijnen ondergaan dan toe te geven. Zwijg en verstom, ik luister al niet meer, hoe zwaar gij mij ook belast. De Heer is mijn licht en mijn heil: voor wie zal ik bang zijn? Al staat een heel leger tegenover mij, mijn hart kent geen angst. De Heer is mijn helper en mijn Verlosser.
Strijd als een goed soldaat en als gij soms uit zwakheid valt, verzamel krachten sterker dan de eerste, vertrouw op meer bijstand van mijn kant, en wacht u bijzonder voor zinloos zelfbehagen en voor trots. Daardoor worden velen tot dwaling gebracht en vervallen zij soms in een haast ongeneeslijke blindheid. Laat de ontluistering van die verwaanden die zo dwaas zijn in hun eigenwaan, u blijvend tot voorzichtigheid en bescheidenheid vermanen.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
KAP. 6, ZWEEDSCHE TEKST.
VRAAG 8, LAT. TEKST.
De monnik verscheen als vroeger, zeggende: "O! Rechter waarom veroorlooft gij, dat afgoden in den tempel geplaast worden en geëerd als gij zelf, daar uw rijk in eeuwigheid is boven al het andere?
Waarom vertoont gij den mensch uw heerlijkheid niet hier in het leven, opdat hij er des te inniger en met des te meer liefde naar verlangt?
Waarom vertoonen de engelen en Heiligen zich hier op aarde niet, daar hun heerlijkheid en heiligheid grooter is dan die van al het andere?
En daar de kwellingen der hel alles in vreselijkheid overtreffen, waarom laat gij die den menschen hier in dit leven niet zien, opdat zij ze ontvluchten? En daar de duivels afschuwelijker en verfoeilijker zijn dan al wat denkbaar is, waarom verschijnen zij dan niet aan de mensen, opdat niemand hen volgen en gehoorzamen zou?"
De rechter antwoordde: "O! Mijn vriend, ik ben God, de Schepper aller dingen. Ik doe bozen niet meer onrecht dan goeden, want ik ben de rechtvaardigheid zelf. Volgens mijn rechtvaardigheid wordt het hemelrijk verkregen door vast geloof, door verstandige hoop en door gloeiende liefde. Want men denkt meer aan dat wat het hart het innigst liefheeft, en dat wordt ook met meer aandacht geëerd en vereerd. Er worden afgoden in den tempel geplast, al zijn die geen goden, en al hebben die niets geschapen, want er is geen andere Schepper dan ik, een God, Vader en Zoon en de Heilige geest. Toch worden die afgoden door velen meer bemind, opdat voorspoed het deel der menschen worde, dan ik bemind wordt, opdat zij door mij zalig worden mogen.
Indien ik nu de dingen verwoestte, die de menschen meer beminnen dan mij en liet ik hen mij vereeren tegen hun wil dan deed ik hun onrecht, doordat ik hun den vrijen wil ontnam en dat wat zij begeeren. Want, omdat zij niet in mij geloven, en in hun hart iets anders hun begeerlijker is dan ik het ben, laat ik hen door daden toonen wat zij inwendig liefhebben en begeeren. En omdat zij de geschapen dingen meer liefhebben dan mij, den Schepper, die zich openbaart door daden en teekens, wat de menschen zien indien zij hun verstand gebruiken, daarom zijn zij blind en hun afgoden vervloekt, en daarom moesten die verwoest worden en de menschen vervloekt voor hun dwaasheid, omdat zij niet willen begrijpen hoe heerlijk ik, God, ben, die de mens schiep en hem verloste door mijn liefde.
Maar waarom mijn heerlijkheid niet gezien wordt, daarop antwoord ik: Mijn heerlijkheid is onmetelijk en overtreft alles in schoonheid en goedheid. Indien mijn heerlijkheid zichtbaar was in al haar grootheid, zou het vergankelijk lichaam van de mens zwak worden en ziek en ongeschikt voor lichamelijken arbeid ten gevolge van de blijdschap der ziel. Opdat het geloof beloond zal worden en het lichaam geschikt zal zijn voor de werken van liefde, zonder welke niemand het hemelrijk binnentreedt, wordt mijn heerlijkheid enigen tijd verborgen, om door verlangen en geloof eeuwig des te zaliger te schijnen.
En waarom de Heiligen niet te zien zijn in hun ware gestalte daarop antwoord ik: Indien de Heiligen zich in het openbaar vertoonden en zich in hun glorie met de menschen onderhielden, zouden zij geëerd worden zooals ik zelf, en werd het geloof niet beloond. En het zwakke lichaam zou het gezicht der Heiligen niet kunnen verdragen. En mijn rechtvaardigheid gedoogt niet, dat zulk een groote glans gezien wordt door zulk een groote gebrekkelijkheid. Daarom worden mijn Heiligen gehoord, noch gezien in hun ware gestalte, opdat mij alle glorie gegeven zal worden en opdat de mensch wete, dat hij niemand mag liefhebben boven mij. Indien mijne Heiligen toch af en toe zichtbaar zijn, dan zijn zij dit toch niet in al hun glorie, maar in de gedaante, waarin zij zonder gevaar kunnen en mogen gezien worden.
En waarom de straffen van de hel niet zichtbaar zijn, daarop antwoord ik: Indien de kwellingen der hel te zien waren, dan verstijfde de mensch van schrik, en zocht hij het hemelrijk uit vrees en niet uit liefde. En opdat men streve naar de vreugde van het hemelrijk, niet alleen uit vrees voor de kwellingen van de hel, maar ook uit liefde tot God, worden de kwellingen van de hel de mens verborgen. En evenals goede menschen en Heiligen de onmetelijke vreugde van het hemelrijk niet leeren kennen, voor de ziel van het lichaam scheidt, evenmin kennen de slechte menschen de pijnen der hel, voor de ziel van het lichaam gescheiden is, maar dan zullen zij die ondervinden in een omvang, waarvan zij zich te voren geen denkbeeld konden vormen.
En waarom de duivels niet zichtbaar zijn, daar antwoord ik op: Indien de duivels te zien waren even afschuwelijk en verschrikkelijk als zij zijn, dan verloren zij, die hen zagen, hun verstand en zou hun hart verstijven en heel het lichaam beven. Opdat de mensch geheel bij zijn zinnen zijn zal en het hart geheel toegankelijk voor liefde voor mij en het lichaam geschikt voor arbeid en mijn dienst, wordt de boosheid der duivels verborgen en ziet niemand hoe afschuwelijk zij zijn.
Voor de Heilige Kerk en voor de priesters.
O mijn Jezus, ik smeek U voor de hele Kerk.
Schenk haar liefde en het licht van uw helige Geest.
Geef kracht aan de woorden van de priesters, zodat de meest verstokte zondaars tot inkeer komen en terugkeren naar U.
Goddelijke Hogepriester, geef ons heilige priesters, bewaar hen in heiligheid.
Moge de kracht van uw barmhartigheid hen overal begeleiden en hen beschermen tegen de hinderlagen en valstrikken van de duivel, die de zielen van de priesters voortdurend bedreigen.
O Heer, moge de kracht van uw barmhartigheid alles wat de heiligheid van de priesters kan aantasten, doen mislukken, want U kunt alles.
Ik vraag U, Jezus, een bijzondere zegen en licht voor de priesters, bij wie ik gedurende mijn leven te biechten zal gaan. Amen.
GEBED VAN DANKZEGGING.
O Jezus, eeuwige God, ik dank U voor uw talloze genaden en zegeningen.
Moge elke klop van mijn hart een nieuw lied zijn van dankzegging voor u.
Moge elke druppel van mijn bloed door mijn aderen stromen voor U.
Mijn ziel is een lofzang ter ere van uw barmhartigheid.
O Jezus verberg U niet voor mij, want zonder U kan ik niet leven.
Verhoor het roepen van mijn ziel.
Uw barmhartigheid is niet uigeput; ontferm U dus over mijn ellende.
Uw barmhartigheid gaat het verstand van engelen en mensen samen te boven.
Ofschoon het lijkt, dat U mij niet hoort, stel ik mijn hele vertrouwen op uw barmhartigheid.
Ik weet dat U mij niet teleurstelt. Amen.
Heer,
Heer, overal en altijd
heb ik geluk gezocht,
maar mijn hart vond nergens
vrede en rust.
Jezus, hoe waar is het
dat alleen in U
vrede en geluk te vinden zijn.
Kijk mij slechts een ogenblik aan
en alle stormen bedaren in mij,
overal wil ik alleen U zoeken
en Uw erbarmen verkondigen.
Heilige Geest,
verlicht mijn ziel,
wijs mij de weg naar het grote geluk.
Om dit te bereiken is mij niets teveel
en doe ik afstand van alles.
Heilige Maagd
en de hele hemel
help mij bij mijn besluit!
Verlosser,
Verlosser, ik heb Uw lijden,
Uw verlangen,
Uw liefde miskend.
Ik heb mijzelf verworpen,
ik ben diep ongelukkig geworden.
Uit het diepste van mijn hart smeek ik U,
kijk naar mij,
bedek mijn zonden
richt mij op.
opdat ik vol blijdschap heensnel
om Uw barmhartigheid
en Uw onuitsprekelijke liefde te prijzen. Amen.
Jezus, U bent bij mij gekomen.
Jezus, U bent bij mij gekomen.
Blijf alle dagen bij mij,
leef in mij,
onderwijs mij,
al doet het mij pijn.
Rust in mij,
verlaat mij nooit.
Met alles wat ik ben en heb
grijp ik U vast,
ik aanbid U,
ik dank U voor Uw komst,
voor Uw troost,
voor alle genade
voor mij en de mijnen.
Hart, dat van liefde brandt,
ontferm U over hen
die strijden voor de vrijheid,
ontferm U over hen,
die gevallen zijn op de slagvelden,
ontferm U over hen,
die omwille van ons vaderland,
ontferm U over allen
in wier plaats ik verplicht ben
U te prijzen
en tot U te smeken.
Ik dank U,
God van alle erbarmen,
voor de harten
die mij zoveel goed hebben gedaan,
die mij nooit vergeten.
Ik dank U ook voor hen,
die mij door Uw haat
opvoeden en terechtwijzen. Amen.
08-01-2011
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE ZATERDAG.
N. ( M ).
Na duizenden dode vogels nu miljoenen vissen dood.
Het mysterie van de duizenden vogels die deze en vorige week dood uit de lucht vielen in Arkansas, Louisiana en Zweden is nog niet opgelost of een nieuw fenomeen dient zich aan: in Brazilië, Nieuw-Zeeland en de VS zijn miljoenen vissen aangespoeld, zo melden diverse media.
VS In de Chesapeake Bay (maps) in Maryland aan de oostkust van de VS zijn afgelopen dagen minstens twee miljoen dode vissen aangespoeld. Het zijn vooral spotten. Een milieudienst in Maryland spreekt van koudwaterstress als mogelijke oorzaak, maar onderzoek moet dit nog uitwijzen.
Brazilië en Nieuw-Zeeland Ook aan de kust van de Braziliaanse regio Paraná (maps) spoelden zeker 100 ton sardienen, baars en meerval aan. Op het Nieuw-Zeelandse schiereiland Coromandel (maps) zijn honderden dode snappers aangetroffen. In beide gevallen is de doodsoorzaak nog onbekend.
Massale vogelsterfte De vissterfte (fotoserie) volgt op verschillende gevallen van dode vogels die vorige week in Arkansas en Louisiana en dinsdag in Zweden dood uit de lucht vielen. De vogels in Louisiana lijken massaal tegen een hoogspanningskabel aangevlogen te zijn. In Arkansas hebben de vogels zich waarschijnlijk doodgevlogen, opgeschrikt door vuurwerk. In Zweden wordt de oorzaak nog onderzocht.
Beeld The National Post
Mother Teresa and John Paul II letters concerning Medjugorje .
Mother Teresa and John Paul II letters concerning Medjugorje.
Vijftiende verschijning erkend.
Bescheiden, maar kerkelijk erkend: het bedevaartsoord Our Lady of Good Help.
Vijftiende verschijning erkend.
Maagd verscheen in 1859 aan Belgisch meisje
in het Amerikaanse Wisconsin.
Zieneres was emigrante uit Waals-Brabant.
Streek getekend door Belgische Amerikanan.
Onlangs erkende de bisschop van Green Bay in de
Verenigde Staten de Mariaverschijningen uit 1859 aan
de Belgische Adèle Brise. Daarmee is Champion in
Wisconsin het het vijftiende erkende verschijningsoord
( zoals Lourdes en Fatima ) en het eerste in de Verenigde
Staten. Op deze plek aan de oevers van Michiganmeer
vestigden zich tussen 1853 en 1860 vooral Belgische
immigranten. Honderden families uit Vlaanderen en
Wallonië, vooral uit het kanton Jodoigne ( Geldenaken ),
zochten tijdens die periode in de Nieuwe Wereld een
uitweg uit armoede en honger in eigen land. De jonge
Adèle Brise, een boerendochter uit Dion - le - Val, een
gehucht bij Grez-Doiceau in Waals- Brabant, koesterde
de roeping kloosterzuster te worden, maar verhuisde
met de zegen van de parochiepriester met haar ouders
toch naar het Amerikaanse Wisconsin. Het leven van de
pioniers was er keihard, bovendien kwamen ze als
katholieken terecht in een overwegend protestantse
omgeving. Het katholieke geloof bleek in die moeilijke
omstandigheden voor hen een anker. Adèle kreeg een
eerste van drie visioenen op 9 oktober 1859. Tijdens
het laatste visioen, drie weken later, identificeerde de
verschijning zich als Koningin van de Hemel en droeg
haar op de kinderen de catechismus en de sacramenten
aan te leren. Adèles vader bouwde een kleine kapel bij de
plaats van de verschijningen, meteen het eerste gebedshuis
voor de Belgische kolonisten en niet toevallig toegewijd
aan Bron- Secours, zoals het Waalse mariale bedevaartsoord.
Met hulp van de Beligische aalmoezenier zocht Adèle jonge
vrouwen om haar te helpen bij haar roepingstaak: lesgeven
aan kinderen. Ze namen als derdeordelingen het
kloosterkleed aan en kregen in 1880 de toestemming een
klooster en een kerk te bouwen. Later werd de plaats
omgedoopt tot Champion, naar het Waalse dorp bij Namen
waar Adèle wilde intreden. Ze overleed in 1896 op 66 -
jarige leeftijd. De aanwezigheid van Belgische kolonisten en
hun afstammelingen tekent het geloofsleven van het Bisdom
Green Bay tot vandaag. Verschillende plaatsnamen verwijzen
naar België en de streek rond Champion is bekend om zijn
roadside chapels, baankapelletjes. De dorpen hebben er hun
jaarlijkse kermis ( zo gespeld, ook in het Engels ), die opent
met een Heilige Mis. De erkenning komt er na een uitgebreid
onderzoek. Champion is niet het grootste mariale
bedevaartsoord in de Verenigde Staten, maar dus wel het
eerste waarvan de verschijningen kerkelijk zijn erkend, ruim
150 jaar na de gebeurtenissen. Onlangs nam het Bisdom de
zorg voor de kerk over van de zusters. Er zijn opmerkelijke
gelijkenissen met de verschijningen in Lourdes in 1858.
In beide gevallen ging het om een boerenmeisje dat later
zuster werd, waren de boodschappen deels persoonlijk, deels
een aanzet tot sacramenteel leven en onthulde de verschijning
zelf haar identiteit met een titel, hier Koningin van de Hemel,
en niet met de naam Maria.
De innerlijke vertroosting .
Het innerlijk gesprek van Christus met de gelovige mens
Ik zal horen wat God de Heer in mij zegt.
Gelukkig degene die de Heer in zich hoort spreken en uit zijn mond een woord van troost verneemt.
Gelukkig de oren die het zachte gefluister van God waarnemen, maar geen aandacht hebben voor de
influisteringen van deze wereld. Werkelijk zalig de oren die niet luisteren naar de stem die daar
buiten klinkt, maar naar de waarheid die inwendig onderricht.
Gelukkig de ogen die gesloten voor de uiterlijke dingen, zich met aandacht richten op het innerlijke.
Gelukkig zij die doordringen in het innerlijke en zich door dagelijkse oefening meer en meer geschikt
maken om hemelse geheimen te verstaan.
Gelukkig zij die hevig verlangen volkomen toegankelijk te zijn voor God en alle aardse belemmering
van zich afschudden.
Neem dit goed in u op, vriend, en doe de deuren van uw zinnen dicht, zodat gij in staat zijt te horen wat de Heer, uw God, u zeggen wil.
Dit zegt uw Beminde: Ik ben uw heil, uw vrede en uw leven. Blijf standvastig bij Mij en gij zult vrede vinden. Laat alles wat voorbij gaat los: zoek het eeuwige.
Wat is al het tijdelijke vaak anders dan verleiding? En wat hebt gij aan alle schepselen als gij door de Schepper wordt verlaten? Na van alles afstand te hebben genomen moet gij u rustig en voorgoed aan uw Schepper geven, als gij in staat wilt zijn de eeuwige zaligheid te bereiken.
De waarheid spreekt in ons zonder gedruis van woorden
Spreek, Heer, want uw dienaar luistert. Ik ben uw dienaar; geef mij verstand om te verstaan wat Gij getuigt. Neig mijn hart naar de woorden van uw mond, laat uw uitspraak vloeien als de morgendauw. Eens hebben de zonen van Israël tot Mozes gezegd: Spreek gij tot ons en wij zullen luisteren; laat niet de Heer tot ons spreken, wij zouden ervan kunnen sterven. Niet zo, Heer, niet zo bid ik, maar eerder bezweer ik U nederig en vol verlangen met de profeet Samuël: Spreek, Heer, want uw dienaar luistert. Laat niet Mozes of een van de profeten het woord tot mij richten: maar spreek Gij liever, Heer, mijn God, Gij die alle profeten bezielt en verlicht; want alleen en zonder hen zijt Gij in staat mij volkomen te doordringen; maar zij zullen zonder U niets bereiken.
Zij kunnen wel woorden laten horen, maar delen de geest niet mee.
Zij zeggen het mooi; maar als Gij zwijgt, zetten zij mijn hart niet in vlam.
Zij bieden de letter aan, maar gij ontsluit de betekenis.
Zij spreken over geheimen, maar Gij geeft toegang tot de zin van wat in tekens wordt aangeduid.
Zij kondigen geboden af, maar Gij geeft kracht om ze te volbrengen.
Zij wijzen de weg, maar Gij geeft sterkte om die te gaan.
Zij werken alleen aan de buitenkant, maar Gij onderricht en verlicht de harten.
Zij besproeien van buiten, maar Gij geeft vruchtbaarheid.
Zij roepen luid met woorden, maar Gij laat mij bij het horen ook innerlijk begrijpen
Laat daarom niet Mozes spreken, maar Gij Heer, mijn God, eeuwige Waarheid opdat ik wellicht niet sterf en zonder vrucht blijf, als ik alleen maar van buiten vermaningen heb aanhoord en inwendig niet ben ontbrand. Laat het toch niet mijn vonnis worden dat ik wel gehoord, maar niet gedaan heb, wel gekend, maar niet bemind, wel geloofd, maar niet volbracht heb. Spreek daarom, Heer, want uw dienaar luistert. Gij hebt immers woorden van eeuwig leven. Zeg mij iets dat mijn innerlijk hoe dan ook wat vertroost en mijn hele leven beter maakt, maar dan tot uw lof en glorie en tot uw eeuwige eer.
Gods woorden moet men nederig aanhoren,
maar velen waarderen ze niet
Mijn zoon, luister naar mijn woorden, het zijn woorden die diep weldadig zijn en de wetenschap van wijsgeren en geleerden overtreffen. Mijn woorden zijn geest en leven vanuit geen menselijk standpunt te beoordelen. Zij moeten niet tot een dwaas zelfbehagen brengen, maar in stilte worden aanhoord en opgenomen in grote bescheidenheid en liefde. En ik heb geantwoord: Gelukkig hij die Gij hebt onderwezen, Heer, en onderricht hebt in uw wet om de kwade dagen voor hem te verzachten, zodat hij op aarde niet troosteloos blijft.
Ik, zo spreekt de Heer, heb vanaf het begin de profeten onderwezen en tot nu toe houd Ik niet op te spreken tot iedereen; maar velen zijn doof en weerstaan mijn stem. Velen luisteren liever naar de wereld dan naar God; zij volgen gemakkelijker de neiging van het lichaam dan Gods welbehagen. De wereld belooft vergankelijke en onbelangrijke dingen en zij wordt zeer graag gediend; Ik beloof het hoogste en dat wat eeuwig is, en de harten van de stervelingen blijven onverschillig.
Wie dient en gehoorzaamt Mij in alles met zoveel zorg als men de wereld en haar heersers dient? Schaam u, Sidon, zegt de zee, en wilt gij de reden weten, luister dan waarom.
Voor een kleine uitkering legt men een lange weg af; voor het eeuwige leven tillen velen nauwelijks één voet van de grond.
Op een gering voordeel maakt men jacht; om één geldstuk wordt soms schandelijk getwist; voor een onbeduidende zaak en een bescheiden toezegging schroomt men niet zich dag en nacht te vermoeien. Maar hoe schandalig! Voor een onveranderlijke waarde, voor een onschatbare prijs, voor de hoogste eer en een nooit eindigende glorie is men te lui om zich ook maar een beetje in te spannen.
Word schaamrood, luie en ontevreden knecht, want die daar doen meer voor hun ondergang dan gij voor het leven. Zij hebben meer plezier in onzin dan gij in de waarheid. Toch worden zij vaak gedwarsboomd in hun verwachting, maar mijn belofte bedriegt niemand en stuurt geen enkel die op Mij vertrouwt leeg naar huis. Wat Ik beloofd heb, zal Ik geven, wat Ik gezegd heb zal Ik doen, althans voor iedereen die tot het einde trouw blijft in mijn liefde.
Ik ben iemand die alle goede mensen hun beloning geeft en allen die een vroom leven leiden, zwaar op de proef stelt. Schrijf mijn woorden in uw hart en overweeg ze met veel zorg; want in de tijd van de beproeving zult ge ze zeer nodig hebben. Wat gij niet begrijpt bij het lezen zult ge inzien op de dag dat Ik u bezoek.
Op twee manieren ben Ik gewoon mijn uitverkorenen te bezoeken: met beproeving namelijk en met troost. En twee lessen geef Ik hun elke dag: in de ene zeg Ik hun de waarheid over hun gebreken, in de andere spoor Ik hen aan tot vermeerdering van hun deugd. Wie mijn woorden kent en ze verwaarloost vindt een Rechter op de laatste dag.
Gebed om de gave van godsvrucht af te smeken
Heer mijn God, Gij zijt voor mij al wat goed is. En wie ben ik dat ik tot U het woord durf richten. Ik ben uw armzaligst knechtje, een zielige wurm, veel armtieriger en verachtelijker dan ik weet of durf zeggen. Maar toch, Heer, wil gedenken dat ik niets ben, niets heb, niets kan.
Gij alleen zijt goed, rechtvaardig en heilig; Gij kunt alles, Gij geeft alles, alleen hem die zonde doet laat Gij met lege handen staan. Gedenk uw barmhartigheden en vul mijn hart met uw genade. Gij wilt immers niet dat uw werken geen zin zouden hebben.
Hoe zou ik het vol kunnen houden in dit droevige bestaan, als uw barmhartigheid en uw hulp mij geen kracht gaven? Wil uw aangezicht niet van mij afwenden; wil uw bezoek niet langer uitstellen; neem uw vertroosting niet van mij weg, opdat mijn innerlijk in uw aanwezigheid niet wordt als een land zonder water.
Heer, leer mij uw wil doen; leer mij voor U waardig en nederig leven. Want Gij zijt mijn wijsheid, die mij werkelijk kent en gekend heb vóór de wereld tot het bestaan kwam en vóór ik op de wereld geboren werd.
Dat men in waarheid nederig voor God moet leven
Mijn zoon, leef in mijn tegenwoordigheid volgens de waarheid en zoek Mij altijd in de eenvoud van uw hart. Wie voor mijn ogen volgens de waarheid leeft zal beveiligd worden tegen het kwaad dat op hem afkomt; de waarheid zal hem bevrijden van verleiders en de lasterpraat van slechte mensen. Als de waarheid u heeft bevrijd, zult gij voorgoed vrij zijn en u niets meer aantrekken van onzinnig gepraat.
Heer, zo is het: laat met mij gebeuren zoals Gij zegt. Uw waarheid moet mij onderwijzen, laat die mij onderrichten en tot aan het zalig eind beschermen. Laat ze mij bevrijden van alle verkeerde genegenheid en ongeordende liefde; dan zal ik met u samen leven in grote vrijheid van hart.
Ik zal u aanwijzen, zegt de Waarheid, wat juist is en Mij behaagt. Overdenk uw zonden met diep berouw en verdriet en verbeeld u nooit, iets te betekenen op grond van het goede dat gij hebt gedaan. Want in werkelijkheid zijt gij een zondig mens, onder hevig aan veel hartstochten en daarin gevangen. Uit uzelf komt gij tot niets, al gauw glijdt gij uit, al even gauw wordt gij overwonnen, in de war gebracht en zijt gij nergens meer. Gij hebt niets om op te roemen, maar veel om heel nederig over uzelf te denken; gij zijt nog veel minder waard dan gij u kunt voorstellen.
Niets van alles wat gij doet moogt ge geweldig vinden. Acht niets gewichtig, kostbaar of indrukwekkend; niets waard om op te roemen. Er is niets verhevens, werkelijk prijzenswaardig of verrukkelijk dan wat eeuwig is. Boven alles moet de eeuwige Waarheid u behagen en uw eigen uiterste geringheid u altijd mishagen. Vrees, veracht en vlucht niets zozeer als uw zonden en gebreken: ze moeten u meer tegenstaan dan het verlies van wat dan ook.
Sommigen zijn tegenover Mij niet eerlijk, maar door een soort nieuwsgierigheid en aanmatiging gedreven, willen zij mijn geheimen kennen en de diepten Gods doorgronden, met verwaarlozing van zichzelf en hun eigen heil. Zij komen herhaaldelijk tot grote bekoringen en zonden wegens hun trots en nieuwsgierigheid, want Ik ben tegen hen.
Vrees de oordelen van God en huiver voor de toorn van de Almachtige. Gij moet de werken van de allerhoogste niet aan uw oordeel onderwerpen, maar stel een onderzoek in naar uw eigen ongerechtigheden, in hoeveel dingen gij zijt tekort geschoten en hoeveel goeds gij hebt verzuimd.
Sommigen beleven hun godsvrucht alleen in boeken, anderen in afbeeldingen, weer anderen in devotievoorwerpen en beelden. Sommigen spreken wel over Mij, maar Ik ben nauwelijks in hun hart. Er zijn anderen die, verlicht in hun verstand en gezuiverd in hun genegenheden, altijd verlangen naar wat eeuwig is; zij hebben moeite met het luisteren naar gesprekken over het aardse, zij voldoen met een zekere tegenzin aan wat de natuur eist en dezen zijn het die begrijpen wat de Geest van de Waarheid in hen spreekt. Want Hij leert ons neer te zien op de dingen van deze wereld en het bovenaardse lief te hebben, het voorbijgaande niet te tellen en dag en nacht naar de hemel te verlangen.