For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
06-01-2011
Kom, Schepper, Geest,
Kom, Schepper, Geest, daal tot ons neer,
houd Gij bij ons uw intocht, Heer;
vervul het hart dat U verbeidt,
met hemelse barmhartigheid.
Gij zijt de gave Gods, Gij zijt
de grote Trooster in de tijd,
de bron waaruit het leven springt,
het liefdevuur dat ons doordringt.
Gij schenkt uw gaven zevenvoud,
O hand die God ten zegen houdt,
O taal waarin wij God verstaan,
wij heffen onze lofzang aan.
Verlicht ons duistere verstand,
geef dat ons hart van liefde brandt
en dat ons zwakke lichaam leeft
vanuit de kracht die Gij het geeft.
Amen.
Gebed om vergeving .
De Geest van God wil ons helpen om altijd het goede te doen,
maar dat lukt niet altijd. Daarom vragen we om vergeving.
Jezus, Jij hebt gezegd:
laat toch de kinderen komen tot Mij,
hou ze niet tegen, ze maken me blij.
Maar we vergeten Jou zo vaak.
Geest van God, help ons beter te doen.
Jezus, wij vergeten zo vaak 'dankjewel' te zeggen
voor al het mooie dat we krijgen,
voor alle lieve mensen die veel voor ons doen.
Geest van God, help ons beter te doen.
Jezus, wij houden zoveel van goede, lieve mensen,
maar wij vergeten soms zelf lief en vriendelijk te zijn.
Geest van God, help ons beter te doen.
Moge de barmhartige God
Ons de H. Geest schenken
Die de vergeving is van alle zonden
En onderpand van eeuwig leven. Amen.
04-01-2011
AAN ALLEN EEN GEZEGENDE DINSDAG TOEGEWENST.
N. ( M ).
Jesus Film - Nederlands ondertiteld - video over Jezus Christus.
Richtlijnen voor innerlijk leven .
Bezinning op de dood
Zeer spoedig zal het hier met u gedaan zijn. Denk anders maar eens na hoe ge er voor staat. Vandaag is er de mens en morgen verschijnt hij niet meer. En is hij eenmaal uit het oog verdwenen, dan verdwijnt hij ook spoedig uit het hart. Hoe afgestompt en gevoelloos is het menselijk hart dat alleen maar denkt aan wat er nu is en niet beter voorziet wat er nog komt. Bij al uw daden en gedachten moest gij u zo gedragen alsof gij vandaag zoudt sterven.
Als gij een goed geweten had, zoudt gij niet zo bang zijn voor de dood. Beter is het zonde te vermijden dan de dood te ontvluchten. Als gij vandaag niet klaar zijt, hoe zult gij het dan morgen zijn? De dag van morgen is onzeker en weet gij of gij die dag van morgen zult beleven? Wat baat het lang te leven als wij ons maar zo weinig beteren? Ach, een lang leven is niet altijd winst, maar vermeerdert dikwijls onze schuld. Als wij eens één dag in deze wereld werkelijk goed hadden beleefd! Velen tellen de jaren sinds hun geestelijk begin, maar gering is dikwijls de verbetering van hun leven.
Het mag dan huiveringwekkend zijn te moeten sterven, misschien zal het gevaarlijker zijn langer te leven. Zalig hij die het uur van zijn dood altijd voor ogen heeft en zich dagelijks op zijn laatste uur voorbereidt. Heb gij ooit iemand zien sterven, bedenk dan dat gij diezelfde weg zult gaan. Als het ochtend is, stel u dan voor dat ge de avond niet meer haalt. En is het avond geworden, durf u dan geen morgen in het vooruitzicht stellen. Daarom wees altijd gereed en leef zó dat de dood u nooit onvoorbereid kan vinden.
Velen sterven onverwacht en onvoorzien. Want de mensenzoon zal komen op een uur dat gij het niet verwacht. Als dat uur gekomen is zult gij heel anders gaan denken over heel uw voorbije leven en het ten zeerste betreuren dat ge zo nalatig en zwak bent geweest. Hoe gelukkig en wijs is hij die zijn best doet, nu in zijn leven te zijn zoals hij hoopt bevonden te worden bij zijn dood.
Als wij het louter vergankelijke volkomen hebben versmaad, vurig hebben verlangd in deugden toe te nemen, als wij de liefde voor tucht, de ijver in de boete, de stiptheid in het gehoorzamen, de zelfverloochening en het dragen van welke tegenslag ook, ter liefde van Christus hebben beoefend, dan mogen wij vertrouwen dat wij gelukkig zullen sterven.
Veel goeds kunt gij doen in dagen van gezondheid: ik weet niet wat gij zult kunnen als gij ziek zijt. Weinigen beteren zich op een ziekbed, zoals ook degenen die veel op bedevaart gaan maar zelden heilig worden.
Vertrouw niet op vrienden en verwanten en stel uw heil niet uit tot later, want de mensen zullen u eerder vergeten dan gij denkt. Het is beter nu op tijd voorzieningen te treffen, wat goeds vooraf te doen dan te hopen op hulp van anderen. Als gij nu geen zorg draagt voor uzelf, wie zal er voor u zorgen in de toekomst?
Het is nu een zeer kostbare tijd: zie, nu is het de gunstige tijd, nu is het de dag van het heil. Maar hoe bedroevend dat gij die tijd niet nuttiger besteedt, waarin gij toch kunt verdienen wat u het eeuwig leven geeft. Er zal een tijd komen dat gij één dag of één uur zult wensen om alles te herstellen en ik weet niet of ge die kans zult krijgen.
Zie in, geliefde broeder, uit welk een gevaar gij u kunt bevrijden, aan welk een angst ontkomen, als gij nu behoedzaam leeft en bedacht zijt op het sterven. Probeer nu zo te leven dat gij in uw laatste uur meer reden hebt tot blijdschap dan tot angst. Leer nu te sterven aan de wereld om dan het leven te beginnen met Christus. Leer nu alles gering te achten om dan in vrijheid naar Christus te kunnen gaan. Kastijd nu uw lichaam door boete te doen om straks een onschokbaar vertrouwen te kunnen hebben.
Dwaas die ge zijt, hoe komt ge erbij te rekenen op een lang leven terwijl ge nog niet van één dag zeker zijt.? Hoevelen zijn bedrogen uitgekomen en onverhoeds uit het lichaam weggeroepen. Hoe vaak hebt gij niet horen vertellen: dat die en die is neergestoken en die ander verdronken en dat een ander van een steilte viel en dodelijk verongelukte, dat weer een ander dood bleef onder het eten en een volgende zijn einde vond bij het spel. De een verbrandt, de tweede treft het mes, een volgende de pest en de laatste valt door een sluipmoordenaar. En zo is de dood het einde van allen en het leven van de mens glijdt als een schaduw voorbij.
Wie zal na uw dood nog aan u denken? En wie zal er voor u bidden? Doe nu toch, lieve vrouw of man, al wat maar in uw vermogen is; want gij weet niet wanneer gij zult sterven, maar gij weet ook niet wat u na de dood te wachten staat. Verzamel nu zolang gij nog tijd hebt onvergankelijke schatten. Denk aan niets behalve aan uw heil, draag slechts zorg voor de dingen van God.
Maak u nu vrienden door de heiligen Gods te vereren en hun daden na te volgen, opdat zij wanneer gij bezwijkt in dit leven, u opnemen in de eeuwige tenten. Beschouw u zelf als een reiziger en gast hier op aarde, iemand wie zinloze bereddering niet aangaat. Houd uw hart vrij en opgeheven naar God, want gij hebt hier geen blijvende woonplaats. Zend uw gebeden en zuchten dagelijks daarheen, zodat uw ziel na de dood waardig geacht wordt, over te gaan naar het geluk bij de Heer.
Het oordeel en de straf voor de zonden
Denk in alle dingen aan het einde en hoe gij eenmaal voor een strenge Rechter zult staan voor wie niets verborgen is, die niet door geschenken wordt verzoend, die niet omkoopbaar is, die niet naar uitvluchten luistert, maar die zal oordelen wat recht is. Ellendige en dwaze, zondige mens, wat zult gij God antwoorden die van al uw slechte daden op de hoogte is, gij die voor de blik van een vertoornd mens soms vreest? Waarom treft gij geen voorzieningen voor de dag van het oordeel, wanneer niemand door een ander kan worden vrijgepleit of verdedigd, maar ieder meer dan genoeg heeft aan zichzelf?
Nu levert uw arbeid nog vruchten op, nu gelooft iemand nog uw tranen, nu luistert iemand nog naar uw zuchten, nu is uw droefheid nog louterend en verzoenend. Een geduldig mens heeft hier al zijn groot en heilzaam vagevuur. Overkomt hem onrecht dan treurt hij meer over de boosaardigheid van de ander dan over het onrecht dat hij lijdt. Hij bidt graag voor wie tegen hem zijn en vergeeft van harte alle schuld. Hij draalt niet om anderen excuus te vragen, hij is eerder medelijdend dan geprikkeld. Hij doet zichzelf geweld aan en probeert het lichaam volstrekt afhankelijk te maken van de geest.
Het is beter zich nu van de zonden te zuiveren en het verkeerde te verwijderen dan voor de toekomst nog uitboeting over te houden. In waarheid, wij bedriegen onszelf door de ongeordende liefde die wij hebben voor het lichaam. Wat zal dat vuur anders verslinden dan uw zonden? Hoe meer gij uzelf ontziet en het lichaam volgt, des te zwaarder zult gij later boeten en des te meer brandstof houdt gij gereed.
Waarin de mens het ergst gezondigd heeft, daarin zal hij het zwaarst worden gestraft. Daar zullen de tragen met gloeiende prikkels worden gekweld. Daar zullen zij die belust waren op overdaad en genot, met brandend pek en stinkende zwavel worden overgoten en als razende honden zullen de haatdragenden janken van pijn. Er zal geen ondeugd zijn of zij vindt haar eigen foltering. Daar zullen de trotsaards vol schaamte staan en de hebzuchtigen benauwd worden doordat zij gebrek lijden aan alles.
Eén uur straf zal daar zwaarder vallen dan hier honderd jaar in de zwaarste boete. Er is daar volstrekt geen rust, geen spoor van troost voor de verdoemden; hier is tenminste van tijd tot tijd nog een pauze bij het dragen van de lasten en geniet men troost van vrienden. Wees nu bezorgd en heb berouw over uw zonden om op de dag van het oordeel gered te zijn zoals de zaligen. Want dan zullen de rechtvaardigen met grote vrijmoedigheid staan, tegenover degenen die hen in het nauw gedreven en onderdrukt hebben. Wie zich hier nederig aan het oordeel van mensen heeft onderworpen, zal zich dan mogen verheffen om te oordelen.
Dan zal de arme en geringe een groot vertrouwen hebben en de trotse alle reden tot huiveren.
Dan zal blijken dat in deze wereld hij de wijze was, die geleerd had omwille van Christus dwaas
en veracht te zijn.
Dan zal er blijdschap zijn om ieder geduldig gedragen leed en alle ongerechtigheid zal zwijgen.
Dan zal iedere vrome zich verheugen en iedere goddeloze klagen.
Dan zal het lichaam dat hier geleden heeft zich meer verheugen dan wanneer het altijd met genot was gevoed.
Dan zal schitteren de schamele kledij en het verfijnde gewaad verliest zijn glans.
Dan zal het woninkje van de arme meer geprezen worden dan het met goud versierde paleis.
Dan zal het geduld en de volharding meer helpen dan alle macht ter wereld.
Dan zal de simpele gehoorzaamheid hoger worden aangeslagen dan alle wereldse sluwheid.
Dan zal een zuiver en goed geweten meer blijdschap geven dan de grootste geleerdheid.
Dan zal de afwijzing van rijkdom zwaarder wegen dan alle schatten van deze aarde.
Dan zult gij meer troost genieten om uw vroom gebed dan om een heerlijke maaltijd.
Dan zult gij u meer verblijden om het onderhouden van de stilzwijgendheid dan om uw langdurig gepraat.
Dan zullen heilige daden van meer waarde zijn dan veel mooie woorden.
Dan zal een streng leven en harde boete u meer voldoening opleveren dan alle genietingen van de wereld.
Leer nu in kleine dingen wat te doorstaan om dan voor erger dingen gevrijwaard te blijven. Probeer eerst hier, wat gij later zult kunnen. Als gij nu zo weinig kunt uitstaan, hoe zult gij dan de eeuwige pijnen kunnen verduren? Als nu een gering lijden u zo ongeduldig maakt, wat zal dan straks de hel u doen.
Luister; ge kunt werkelijk niet beide vreugden genieten: hier tomeloos plezier maken in de wereld en later met Christus triomferen. Als gij tot vandaag toe altijd in eer en genot had geleefd en nu ogenblikkelijk moest sterven, wat zou u dat alles hebben gebaat? Alles is dus dwaasheid, behalve God beminnen en Hem alleen dienen. Want wie God met heel zijn hart liefheeft vreest geen dood en geen straf, geen oordeel en geen hel, want de volmaakte liefde geeft veilige toegang tot God.
Maar wie zich nog steeds in de zonde verlustigt, geen wonder dat hij dood en oordeel vreest. Toch is het goed als de liefde u nog niet afhoudt van het kwaad, dat dan de vrees voor de hel u tenminste tegenhoudt. Maar wie de vreze des Heren op de tweede plaats stelt, kan niet lang in het goede overeind blijven, maar zal spoedig in de strikken van de duivel ten val komen.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
Boek 5
KAPITTEL 1, ZWEEDSCHE TEKST.
VRAAG 1, LAT, TEKST.
De heilige Birgitta zeide: "Ik zag in den hemel een stoel, waarop onze Heer Jezus Christus zat als rechter, en de maagd Maria zat aan Zijn voeten en een ontelbare heirschare van engelen en Heiligen. En een zeer geleerde monnik verscheen op de hoogste sport van een ladder, die op den grond stond en tot aan den hemel reikte. En de monnik scheen tegen den rechter te spreken met ongeduldige gebaren. Hij scheen onrustig en zichzelf geen meester, alsof hij vol bedrog en boosheid was, en vroeg: "O rechter, ik vraag u, gij gaaft mij mijn mond, waarom mag ik niet spreken, zooals het mij belieft?
Gij gaaft mij ooren, waarom mag ik de dingen niet hooren, die mij believen?
Gij gaaft mij oogen, waarom mag ik er niet mee zien wat mij behaagt?
Gij gaaft mij handen, waarom mag ik er niet mee doen, wat mij aangenaam en genoegelijk is?
Gij gaaft mij voeten, waarom mag ik niet gaan volgens mijn begeerte?"
De rechter, die op den stoel zat en wiens gebaren zeer bescheiden waren en kalm, antwoordde en zeide: "O! Mijn vriend, ik gaf u een mond, opdat gij op verstandige wijze spreken zoudt over de behoefte en het nut van uw ziel en uw lichaam alsook over de dingen die strekken tot Gods eer. Ten tweede gaf ik u oogen, opdat gij booze dingen zien zoudt en ze ontvlieden en de goede dingen die gij zaagt navolgen. Ten derde gaf ik u ooren, opdat gij luisteren zoudt naar de dingen, die waar zijn en welvoegelijk. Ten vierde gaf ik u handen opdat gij er mee doen zoudt, wat noodzakelijk is voor het lichaam en onschadelijk voor de ziel. Ten vijfde gaf ik u voeten, opdat gij de liefde voor de wereld ontvlieden zoudt en gaan, daar waar rust is voor uw ziel en naar mij, uw schepper en verlosser."
Wordt vervolgd.
Uit Matheus 25, 31 .
Wanneer de Mensenzoon in al zijn majesteit verschijnt,
neemt hij plaats op zijn luisterrijke troon,
alle volken zullen ervoor verzameld worden.
Dan zal de koning zeggen:
Mijn Vader heeft u gezegend.
Kom neem bezit van het koninkrijk
dat voor u bestemd is vanaf de schepping van de wereld.
Want ik had honger en u gaf mij te eten
ik had dorst en u gaf mij te drinken,
ik was vreemdeling en u verleende mij onderdak
ik ging schamel gekleed en u gaf mij kleren
ik was ziek en u verzorgde mij
ik zat gevangen en u kwam mij opzoeken.
En de rechtvaardigen zullen hem vragen:
Heer, wij hebben u nooit hongerig of dorstig gezien,
wij hebben nooit gezien dat u vreemdeling was of schamel gekleed ging,
we hebben nooit gezien dat u ziek of in de gevangenis zat;
hoe hebben we u dan kunnen bezoeken?
Dan zal de Koning antwoorden : luister goed naar wat ik u zeg:
al wat ge gedaan hebt voor één van mijn broeders of zusters hier
al was het de onbelangrijkste, hebt u voor mij gedaan!
Vertrouw op God .
God is rechtvaardig. " Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden " zegt God (Rom. 12:19). Vertrouw op God, ook als je onrecht wordt aangedaan. Lees maar, vers 36-38. Ik denk dat dit vaak de grootste vernieuwing van ons denken moet zijn. Als ons onrecht wordt aangedaan, hebben we vaak de grootste moeite om te vertrouwen op de rechtvaardigheid van God. We willen zelf handelen, zelf in actie komen. En daarmee rechtvaardigen we soms zelfs onze zonde.
Als David hoort dat Nabal dood is, laat hij er geen gras over groeien. Hij stuurt boodschappers naar Abigaïl met de vraag of zij zijn vrouw wil worden. En zo, staat er dan, werd zij zijn vrouw.
Beheers je woede voordat het jou beheerst. Het is niet nodig dat wij worden beheerst door onze woede. Maar het begint allemaal met een besluit. Houd op te zeggen dat je je boosheid niet kunt beheersen, en begin te geloven dat je het wel degelijk onder controle kunt houden. Houdt ermee op excuses te verzinnen en aanvaard je verantwoordelijkheid. Je hebt veel meer controle over je boosheid dan dat je denkt.
Het punt is alleen dat het moeilijk is om je boosheid te beheersen wanneer je boos bent. Als je boos bent, stroomt de adrenaline door je lichaam, en dan lijkt het overweldigend. De sleutel is dan ook dat je een besluit neemt dat je je boosheid gaat beheersen, en hoe je dat gaat doen, voordat je boos bent. Vandaag hebben we vijf lessen geleerd uit het leven van David hoe we dat kunnen doen.
Wees op je hoede na een overwinning. Wees op je hoede als je emotioneel instabiel bent. Denk na voordat je reageert. Wordt vernieuwd in je denken. En vertrouw op God.
AMEN
God van alle mensen.
God van alle mensen. Nu wij aan een nieuw jaar beginnen komen wij allemaal weer naar Jezus in zijn kribbe. Maar Jezus wil ook in ons hart wonen. Laten wij het even stil maken en nadenken of wij in ons leven nog plaats maken voor Hem.
Wij bidden om ontferming.
In het licht van God-met-ons.
Mogen we samen onderweg zijn.
Zijn licht en vrede wordt worden vandaag over ons afgeroepen.
Heer ontferm U
In het licht van God-met-ons.
Mogen we samen onderweg zijn.
De dagen worden ons door God gegeven
om samen dankbaar te vieren.
Christus ontferm U
In het licht van God-met-ons.
Mogen we samen onderweg zijn.
Om vrede en vriendschap te sluiten in alle huizen
en alle straten waar mensen wonen.
Heer ontferm U
Heer, laat uw woord als een kracht zijn, om ons toe te vertrouwen aan het leven.
Dat wij er willen zijn voor mekaar en voor hen die wij op onze weg mogen ontmoeten. Dat vragen wij U door Christus onze Heer.
Amen.
Ik heb je naam in het zand geschreven,
Ik heb je naam in het zand geschreven,
maar de wind heeft hem uitgeveegd.
Ik heb je naam in een rots geschreven,
maar de regen heeft hem weggespoeld.
Dan heb ik hem in mijn hart geschreven,
en daar zal hij voor altijd blijven staan.
Amen.
Jouw gedachten.
Jouw gedachten gaan vandaag terug naar de dag dat je werd geboren, dat je daar ineens was, dat de lucht in je kleine longen schoot, je eerste ademhaling. En net als wanneer je getuige bent van de laatste adem van een mens, huiver bevangt je, hoge huiver, er gaan flarden gebed door je heen, wanneer de adem Gods zo vlakbij door de kamer zweeft en een mensenkind de levensadem inblaast of die weer meeneemt naar de hoge hemel. Israël heeft daar een mooi verhaal over gemaakt, gelovig fantaserend over de wording van de wereld en over de wording van de eerste mens. God maakte de hemel en de aarde, maar op de aarde was nog geen groen te zien, want God had het nog niet laten regenen en er was nog geen mens om de aarde te bewerken. Een damp steeg op en bevochtigde de aarde en God formeerde de mens uit de aarde en blies hem de levensadem in. Gods adem wekt de mens tot leven. Stof is hij en tot stof zal hij weerkeren. Maar zolang hij leeft is hij ademhaler bij de gratie Gods, geroepen om de aarde te bewerken.
Heer,..
Heer, het kleine lichtje van onze vriendelijkheid komen wij aansteken
bij U. Ook als ons licht is uitgewaaid, weten wij dat wij altijd opnieuw
bij U om licht mogen vragen. Daarom willen wij U loven en danken,
vandaag en alle dagen en tot in eeuwigheid.
Amen.
03-01-2011
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE MAANDAG.
N. ( M ).
Gedicht / Gebed .
Gedicht / Gebed .
Boodschap van Onze-Lieve-Vrouw aan Mirjana op 2 januari 2011. ( Medjugorje ).
"Lieve kinderen, vandaag roep ik jullie op tot eenheid in Jezus, mijn Zoon.Mijn moederlijk Hart bidt, dat jullie mogen begrijpen, dat jullie Gods familie zijn.Door de geestelijke vrijheid van de wil, die de hemelse Vader jullie gegeven heeft, zijn jullie geroepen om zich bewust te zijn van de waarheid, van goed en kwaad.Mogen gebed en vasten jullie harten openen en je helpen om de hemelse Vader te ontdekken door mijn Zoon.Door de Vader te ontdekken wordt je leven gericht op het vervullen van Gods wil en het tot stand brengen van Gods familie, op de wijze die mijn Zoon verlangt.Ik zal jullie op deze weg niet alleen laten.Dank je wel!"
Boodschap van Maria gegeven aan Ivan op 1 januari 2011.( Medjugorje ).
Ivan verklaarde dat Onze-Lieve-Vrouw vreugdevol en gelukkig verscheen, met de gebruikelijke begroeting.
"Gezegend zij Jezus, mijn lieve kinderen.Bid, bid, bid, lieve kinderen, en help me om mijn plannen met deze parochie en de wereld te verwezenlijken.Lieve kinderen, bid in het bijzonder voor de roepingen en voor een sterk geloof bij mijn priesters.Weet, lieve kinderen, dat ik altijd met u bid wanneer je moeilijke tijden doormaakt, dus volhardt in het gebed met mij.Ik dank je omdat je mijn boodschappen hebt beantwoord, hebt aanvaard en ernaar leeft."
Richtlijnen voor innerlijk leven .
Liefde voor eenzaamheid en stilte
Zoek een geschikte tijd om met uzelf alleen te zijn en denk dikwijls na over de weldaden van God. Laat los wat alleen maar interessant is; lees eerder wat dient tot ernstige bezinning dan wat slechts de tijd vult. Als gij u onttrekt aan al dat overbodige gepraat en zinloos rondlopen en niet alle nieuwtjes en geruchten horen wilt, zult gij voldoende en geschikte tijd vinden voor goede en vruchtbare overdenking. De grootste heiligen ontweken oppervlakkige menselijke kontakten waar zij maar konden en gaven de voorkeur aan de dienst van God in het verborgene.
Iemand heeft eens gezegd: zo dikwijls ik onder de mensen ben geweest, ben ik iets van mijn eigen mens-zijn kwijt geraakt. Dit ervaren wij herhaaldelijk als wij te lang samen praten. Helemaal zwijgen is gemakkelijker dan zich in woorden niet te buiten gaan. Zich thuis terug trekken is gemakkelijker dan zich daarbuiten voldoende onder controle te houden. Wie dus tot het innerlijke en geestelijke door wil dringen, moet met Jezus de woelige menigte vermijden.
Niemand treedt zo veilig in de openbaarheid als wie graag verborgen blijft. Niemand voert zo veilig het woord als wie liever zwijgt. Niemand staat met zo weinig gevaar aan het hoofd als wie graag gehoorzaamt. Niemand kan zo veilig bevelen geven als wie geleerd heeft goed te luisteren. Niemand is zo onbezorgd en blij als wie het getuigenis van een goed geweten in zich draagt.
De innerlijke rust van de heiligen vond altijd haar oorsprong in de vreze Gods, en zij waren niet minder zorgzaam en nederig van binnen, omdat zij nu eenmaal uitblonken door genade en grote deugd. Maar de zekerheid van hen die niet deugen, komt voort uit trots en eigenwaan en loopt ten slotte uit op zelfbedrog. Beloof uzelf nooit veiligheid in dit leven, al lijkt gij een vroom mens.
Dikwijls zijn zij die volgens het oordeel van de mensen de besten waren, in grote gevaren geraakt door hun te groot zelfvertrouwen. Daarom is het voor velen nuttiger dat zij niet geheel vrij blijven van bekoringen maar vaak worden aangevochten, zodat ze zich niet te veilig wanen en zich trots verheffen, of ook zich al te gretig keren naar uiterlijke vertroosting.
Als men maar nooit de al te lichte blijdschap zocht, zich maar nooit met het louter uiterlijke ophield, wat zou men een goed geweten bewaren. Als iemand eens alle misplaatste zorg afwierp, alleen zou denken aan zijn heil en aan God en al zijn hoop op God zou vestigen, wat zou hij grote vrede en rust bezitten. Niemand is hemelse vertroosting waardig als hij zich niet ernstig heeft toegelegd op heilige rouwmoedigheid. Wilt ge diep in uw hart berouw gevoelen, ga dan in uw binnenkamer en sluit alle tumult van de wereld buiten, zoals er geschreven staat: In uw diepste afzondering zult gij getroffen worden.
In stilte en rust maakt de vrome ziel vorderingen en leert zij de verborgenheden van de Schrift. Daar vindt zij een overvloed van tranen waarmee zij zich van nacht tot nacht wast en zuivert. Zo wordt zij met haar Schepper des te vertrouwelijker, naar mate zij verder van alle werelds gewoel verwijderd leeft. Als iemand zich aan bekenden en vrienden onttrekt, zal God tot hem naderen met zijn heilige engelen.
Het is beter verborgen te leven en zorg te dragen voor zijn innerlijk dan met verwaarlozing van zichzelf wonderen te doen. Waarom wilt ge zien wat ge niet moogt hebben? De wereld gaat voorbij en ook haar begeerlijkheid. De begeerten van de zinnelijkheid trekken naar de vrijheid; maar als het uur voorbij is, wat houdt gij dan over buiten een bezwaard geweten en een onrustig hart?
Vrolijk uitgaan is dikwijls oorzaak van een droevige thuiskomst en een late avond van plezier bezorgt u een treurige morgen. Zo komt ieder lichamelijk genoegen vriendelijk binnen, maar op de duur begint het te knagen en veroorzaakt het de dood. Wat kunt gij elders zien wat gij hier niet ziet? Zie de hemel en de aarde en alle elementen, want daaruit is toch alles gemaakt. Wat kunt gij ergens zien dat lang onder de zon kan voortbestaan? Gij denkt u misschien te verzadigen, maar dat zult gij niet bereiken. Als gij alles tegelijk aanwezig zoudt zien, wat zou dat anders zijn dan een zinledig schouwspel?
Heft uw ogen op naar God in den hoge en bid voor uw zonden en nalatigheden. Laat oppervlakkige over aan de oppervlakkigen, maar blijf zelf bezig met wat God u voorschrijft. Sluit de deur achter u dicht en roep Jezus uw beminde bij u binnen. Waart ge niet uitgegaan en had ge niets van al die nieuwtjes gehoord, dan had ge uw gelukkige vrede beter bewaard. Maar vanaf het ogenblik dat gij nog zo graag nieuwtjes hoort, moet gij een onrustig hart wel voor lief nemen.
Een diep berouw
Wilt gij enigszins voortgang maken, bewaar dan uzelf in de vreze Gods en zoek niet al te veel vrijheid; maar houd al uw zinnen onder tucht en geef u niet over aan ongepaste vrolijkheid. Richt uzelf op een diep berouw en gij zult de godsvrucht vinden. Het diepe berouw geeft u zoveel dat bij uitgelatenheid gewoonlijk snel verloren gaat.
Het is verwonderlijk dat een mens in dit leven ooit volkomen blij kan zijn, als hij nadenkt over zijn ballingschap en nagaat hoeveel gevaren zijn innerlijk leven bedreigen. Omdat wij zo luchthartig doen en ons weinig bekommeren om onze gebreken, blijven wij ongevoelig voor de wonden van onze ziel en lachen dikwijls zonder zin, terwijl wij redenen hebben om te wenen.
Er bestaat geen ware vrijheid en geen echte blijdschap als men God niet vreest en geen goed geweten heeft. Gelukkig wie alwat hem hinderlijk afleidt van zich weet te werpen en zich overgeeft aan de innigheid van een diep berouw. Gelukkig wie van zich afzet wat zijn geweten kan besmetten of bezwaren. Strijd als een man: een gewoonte wordt door een gewoonte overwonnen.
Als gij het opbrengt de mensen hun eigen gang te laten gaan, zullen zij ook u wel de vrijheid laten uw eigen zaken te behartigen. Bemoei u niet met andermans zaken en meng u vooral niet in aangelegenheden van hoger geplaatsten. Houd altijd uzelf in het oog en vermaan allereerst uzelf nog vóór alle anderen die u lief zijn.
Staat gij niet bij de mensen in de gunst, wees dan daarover niet bedroefd; maar wat gij erg moet vinden is: u niet goed en zorgvuldig genoeg te gedragen zoals dat voor een kind van God past.
Het is dikwijls voordeliger voor een mens dat hij in dit leven niet veel vertroostingen geniet, vooral niet naar de zinnen. Maar dat wij de goddelijke troost niet hebben of maar zelden voelen is onze eigen schuld, omdat wij de rouwmoedigheid van hart niet zoeken en de zinloze uiterlijkheden niet volkomen van ons afwerpen. Erken dat gij de goddelijke vertroostingen niet waardig zijt maar eerder veel moeilijkheden verdient. Wanneer de mens werkelijk berouwvol is, dan wordt de hele wereld hem zwaar en bitter.
De goede mens vindt stof genoeg om te treuren en te wenen. Want of hij zichzelf beschouwt of over de evenmens nadenkt, hij weet dat niemand hier zonder grote zorgen is. En hoe nauwkeuriger hij zichzelf beschouwt, des te meer redenen heeft hij om te treuren. Want stof voor gegrond verdriet en innerlijk berouw zijn onze zonden en onze ondeugden; wij zijn daarmee zo bezig dat wij maar zelden in staat zijn de hemelse dingen te beschouwen.
Als gij vaker nadacht over uw dood dan over de vraag hoelang gij nog zult leven, dan zoudt gij zonder twijfel met meer vuur beginnen uzelf te verbeteren. Als gij daarbij de toekomstige straffen van hel of vagevuur nauwkeuriger zoudt afwegen, ik geloof dat ge dan graag arbeid en verdriet zoudt dragen en voor geen enkele harde maatregel zoudt terugschrikken.
Maar omdat deze dingen niet dóórdringen tot ons hart en wij nog beminnen wat ons streelt, daarom blijven wij zo koud en opvallend traag. Dikwijls ligt het aan onze armoede van geest dat ons armzalig lichaam zo gauw begint te klagen. Bid daarom nederig tot de Heer dat Hij u de geest van diep berouw mag geven, en zeg met de profeet: Heer, spijzig mij met het brood van tranen en laat overvloedig wenen mijn lafenis zijn.
Beschouwing van de menselijke ellende
Gij zijt ellendig waar gij u ook bevindt en waarheen gij u ook keert, behalve als gij u richt tot God. Waarom zo ontsteld omdat het niet loopt zoals gij wilt en wenst? Wie is er die alles heeft volgens zijn wil? Ik niet en gij niet en geen enkel mens op aarde. Niemand is er op de wereld zonder een of andere kwelling of bezorgdheid, al is het de koning of de paus. Wie heeft het dan het beste? Ja, inderdaad hij die voor God iets weet te lijden.
Veel dwazen en zwakkelingen zeggen: zie eens wat een heerlijk leven die man leidt, hoe rijk hij is, hoezeer in aanzien, hoe machtig, hoe verheven! Maar let eens op de waarden van het hemelse, dan zult gij inzien dat al die tijdelijke dingen niets te betekenen hebben; ze zijn zeer onzeker en eerder drukkend, want men kan ze nooit zonder zorg of vrees bezitten. Het geluk bestaat voor een mens niet in het overvloedig bezit van het tijdelijke, maar wat hij normaal nodig heeft is voldoende. Werkelijk, het leven op aarde is ellende.
Hoe geestelijker een mens wil zijn, des te bitterder vindt hij dit aardse leven, omdat hij het menselijke tekort, veroorzaakt door innerlijk bederf, dieper voelt en helderder inziet. Want eten, drinken, waken, slapen, rusten, werken en onderworpen zijn aan de overige behoeften is in waarheid een grote armzaligheid en een kwelling voor een geestelijk mens die graag bevrijd zou zijn en los van alle zonde. Want alles wat het lichaam nodig heeft is voor iemand die innerlijk leeft in deze wereld een ware last. Vandaar dat de profeet in vroomheid bidt dat hij van al die dingen bevrijd mocht worden, met de woorden: van al mijn noden verlos mij, Heer.
Maar wee degenen die hun eigen ellende niet kennen en dubbel wee hun die dit erbarmelijke en snel verwelkende leven te zeer liefhebben. Ook al hebben sommigen ondanks hun zwoegen en bedelen nauwelijks het strikt nodige, zij hangen toch zo aan het leven, dat zij zich van het Godsrijk niets zouden aantrekken als zij hier maar altijd mochten blijven. O dwazen en ongelovigen van hart die zo opgaan in het aardse dat zij niets meer genieten dan wat zintuiglijk is. Maar deze ellendigen zullen nog op het einde ervaren hoe laag en nietig het was wat zij hebben liefgehad.
Gods heiligen en alle toegewijde vrienden van Christus hebben geen acht geslagen op wat het lichaam welgevallig was, noch op wat er aan welvaart bloeide in deze tijd; maar heel hun hoop en streven hunkerde naar het goede van de eeuwigheid. Heel hun begeerte stuwden ze op naar wat blijft en onzienlijk is, opdat zij maar niet door de liefde voor de zichtbare dingen zouden worden neergetrokken.
Wil nooit het vertrouwen verliezen, broeder: nóg hebt gij tijd en kans om tot het geestelijke op te gaan. Waarom zoudt gij uw voornemen tot morgen willen uitstellen? Sta op en begin en zeg: nu is het tijd om te handelen, nu moet ik strijden, nu is het de gunstige tijd voor verbetering.
Als gij er slecht aan toe zijt en gekweld wordt, dan is het de tijd van verdienste. Door vuur en water zult gij heen moeten vóór gij tot verkwikking komt. Als gij uzelf geen geweld aandoet komt gij de ondeugd nooit te boven. Zolang wij dit broze lichaam dragen, kunnen wij niet bestaan zonder zonde en ook niet leven zonder leed en pijn.
Graag zouden wij rust hebben van alle ellende, maar sinds wij door de zonde de onschuld hebben verloren, is voor ons ook het ware geluk verspeeld. Daarom behoren wij het geduld te bewaren en Gods barmhartigheid af te wachten totdat deze ongerechtigheid voorbijgaat en de sterfelijkheid zich oplost in het eeuwige leven bij God.
Hoe groot is de menselijke zwakheid die altijd naar het kwade overhelt. Vandaag belijdt gij uw zonden en morgen doet ge weer wat ge had gebiecht. Nu neemt gij u voor op uw hoede te zijn en na een uur doet ge alsof ge u niets had voorgenomen. Terecht mogen wij onszelf vernederen en moeten wij van onszelf nooit iets groots denken, want wij zijn zo broos en onstandvastig.
Hoe snel kan door nalatigheid weer verloren gaan wat ten langen leste moeizaam door genade werd bereikt. Wat zal er op het einde nog gebeuren met ons die al zo vroeg beginnen te verflauwen? Wee ons als wij ons zó willen overgeven aan de rust alsof er al vrede en veiligheid was, terwijl er echt nog geen spoor van ware heiligheid te bespeuren valt. Het zou werkelijk nodig zijn dat wij ons weer opnieuw als goede novicen lieten opleiden tot de ideale levenswijze; misschien was er dan hoop op enige verbetering in de toekomst en wat meer geestelijke groei.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
RAAD AAN DE OPROERLINGEN TEGEN KONING MAGNUS.
VIERDE BOEK, KAP. 141.
Gij zult in een visioen vier mijner vrienden, die nog in leven zijn, voor mij zien staan. Een van hen is degeen, naar wien de koning luisterde, toen hij wereldlijk gezind was, maar haatte zoodra hij godvruchtig begon te leven. Deze vier worden genoemd volgens hun wereldijke macht. Daarna was het alsof de Maagd tot hen sprak met de volgende woorden: Ik ben degeen, tot wie de engel zeide: Ave, gratia plena.
En daarom geef ik mijn genade aan alle noodlijdenden, welke die begeeren. Ik bied mijn hulp aan aan tot verdediging van uw rijk tegen Gods vijanden, lichamelijke en geestelijke. Ik bied u mijn hulp aan, opdat gij er toe zult bijdragen, dat het rijk den koning krijgt, die helpen en het zoo besturen kan, dat goede daden en rechtschapen zeden onstaan. Ik verkondig dat Gods rechtvaardigheid den koning en zijn afstammelingen van dit rijk zal scheiden.
Een ander, in het rijk geboren, ditmaal ongenoemd, is door God tot koning uitverkoren. Hij zal het rijk besturen volgens den raad van Gods vrienden en volgens het nu en de gehoefte van het rijk zelf. Doet zooals geraden wordt, opdat geen onrecht geschiede aan meerderen en velen u ter zijde staan.
Houdt dezen raad geheim, zoowel voor Gods vrienden als voor zijn vijanden moet gij dien verbergen, uitgenomen wanneer gij hem vindt, die doen wil, wat ik hier zeg, zoodat het rijk God meer eer toekent en goede zeden ontstaan en hersteld worden en aan de kroon teruggegeven wordt, wat die verloren heeft. Laat een of meerderen van u naar koning Magnus gaan en hem zeggen: Wij hebben iets mede te deelen, wat de zaligheid uwer ziel aangaat, en wij verzoeken u het geheim te houden als een biecht, en ook meerdere woorden, die redelijk zijn, indien het u zoo belieft.
En de beteekenis hiervann is: Gij hebt in het rijk en er buiten den slechtsten naam, die een christen hebben kan. En dit is gemakkelijk te gelooven, want gij hebt de menschen meer lief dan God, of uw eigen ziel of uw eigen vrouw. Ten tweede weten wij niet, in hoever gij het waar geloof hebt, want de Kerk had u verboden de mis bij te wonen, maar gij hebt u daaraan niet gestoord, en ging naar de Kerk zoo goed als vroeger. Ten derde berooft gij het land en berooft gij onze kroon. Ten vierde hebt gij Schonen verraden en uw dienaren en onderdanen, die u dienden en uw zoon en u en uw zoon willen dienen, die het land terecht onder onze kroon willen behouden en de vijanden der kroon benadeelen willen. Gij laat hen in de handen van uw grootsten vijand, zoodat zij nooit zeker zijn van hun goed of hun leven, zoolang gij leeft.
Wilt gij uw misdaden en zonden beteren en het land terug winnen, dan willen wij u gaarne dienen. Indien gij zelf niet wilt, geef ons dan uw zoon en verlaat het land. Of wel laat hem de kroon onder de gezworen verplichting het land terug te winnen, naar den raad en de ambtenaren te luisteren en het volk in het goede te steunen. Anders is het een ander, die Gods Koning worden zal. Want God heeft even groote macht over jongen als ouden, en evenals vroeger de macht om iemand te doen sterven en iemand uit het land te verdrijven, en zal alles besturen en kan volgens Zijn vast besluit, wat Hij wil, verlengen of verkorten.
Het is mogelijk dat zij niet willen gehoorzamen. Zoekt dan in het geheim uw vrienden en daar er eenige ridders zijn die zich aan uw zijde scharen, zegt hun openlijk wat gij den koning in het geheim zeidet, en zegt, dat gijl. Geen ketter of verrader dienen wilt, noch diens zoon, indien hij zijn vader navolgt, en kiest u dan een hoofdman die uit naam der kroon oorlog voert. Is het die mijn zoon gekozen heeft zoo blijve hij standvastig, is hij het niet, zoo worde hij uitgeschrapt.
Gij moogt raad en geld geven, ik geef stoutmoedigheid en een mannelijk hart, en die niet wil, zal gehoorzamen. Wil de koning het land verlaten, zal geen van u hem volgen.
Wordt vervolgd.
Bezinningstekst.
God,
Gij weet dat ik de wind niet kan zien,
maar ik zie wel de door de wind in beweging gebrachte bladeren en dansende stofjes.
En ik vraag me af of de Heilige Geest op deze manier werkt.
"Krachtgevend" aan gewone mensen zoals ik?
Neem mijn leven, Heer. Verrijk mij met de kracht van de Heilige Geest.
Maak me bereid om mij door U te laten leiden.
De droom van God.
Niemand vraagt me nog wat, dacht God. Ik hoor zo weinig van de mensen. En Hij begreep niet wat er gebeurd was. Is er dan overal vrede en liefde op aarde ? vroeg Hij zich af. Gaat het er dan eindelijk eerlijk aan toe ? Voelt iedereen zich goed ? Hebben de mensen de weg naar elkaar gevonden ? Dat is het waar ik al zo lang van droom. En vreugde vulde het hart van God. Toen werd Hij nieuwsgierig om zijn droom onder de mensen te zien. Daarom ging Hij naar de aarde.
In een grote stad ging Hij buiten op een terrasje zitten en keek naar de mensen. Iedereen snelde voorbij in een hels tempo, druk bezig met cijfers en moeilijke woorden en ingewikkelde machines, zodat ze geen tijd hadden om naar rechts en links te kijken. En God werd moe van het gehol en het lawaai van de mensen. Hij vroeg zich af waar ze allemaal heen renden en wat hen zo vooruit joeg. Het geluk ligt toch vlakbij, dacht Hij.
Maar niemand bekommerde zich om lieve dingen. God dacht na. En Hij stond op en ging de mensen achterna. Hij hield er een paar tegen om met hen te praten. Ze dachten dat Hij de weg vroeg, maar toen ze merkten dat Hij zomaar even wou praten, liepen ze haastig door, want daarvoor hadden ze geen tijd. En treurig ging God in een park op een bank zitten. Hij zuchtte want de wereld was nog helemaal niet nieuw geworden, integendeel
Tot er een klein kind, dat daar aan het spelen was, naar Hem toekwam en Hem voorzichtig over de wang wreef en Hem vroeg :"Waarom ben je zo verdrietig ? Hier, je mag mijn witte steen hebben. Kijk eens hoe mooi hij is, met een paars streepje bovenaan. Je mag hem houden."
God z'n ogen schoten vol tranen. Hij trok het kind naar zich toe en dacht : mijn droom is nog niet helemaal dood. En Hij fluisterde tot het kind : "Hier, neem je steen terug, dan kan je hem geven aan iedereen die je tegenkomt en er droevig uitziet, want alles wordt blij als mensen zijn zoals jij !!"