Het innerlijk gesprek
Het koninkrijk Gods is in u zegt de Heer. Keer terug met heel uw hart tot God, laat deze armzalige wereld voor wat ze is en uw ziel zal rust vinden. Leer alles wat uiterlijk is geringschatten en u aan het innerlijk te geven en gij zult het Godsrijk in u zien komen. Want het rijk Gods is vrede en vreugde in de heilige Geest, dat niet gegeven wordt aan goddelozen.
Christus zal tot u komen en u zijn vertroosting laten ervaren, als gij Hem binnen in u, een waardige woonplaats hebt bereid. Heel zijn eer en glorie is van binnen en daar wil Hij bij voorkeur zijn. Veelvuldig bezoekt Hij de innerlijke mens, vol liefde spreekt Hij hem toe; verrukkelijk is zijn vertroosting, diep is zijn vrede, en zijn vertrouwelijkheid verbazingwekkend.
Daarom, trouwe Christusvriend, maak voor deze Bruidegom uw hart gereed, zodat Hij zich gewaardigt tot u te komen en in u te wonen. Zo zegt Hij immers: als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden; Wij zullen tot hem komen en ons verblijf bij hem vestigen. Maak daarom plaats voor Christus en weiger al de rest de toegang. Als gij Christus hebt, zijt gij rijk en dat is genoeg voor u. Hijzelf zal zorg voor u dragen en al uw belangen op zich nemen, zodat het niet nodig is op mensen te vertrouwen.
Want mensen veranderen snel en laten u spoedig alleen; maar Christus blijft in eeuwigheid en zal tot het laatste einde onwankelbaar u bijstaan. Men kan geen groot vertrouwen stellen in een broos en sterfelijk mens, ook al is hij u ook van dienst en hebt gij hem lief. En men behoort ook niet al te bedroefd te zijn als hij u soms bestrijdt of tegenspreekt. Wie vandaag voor u zijn, zijn misschien morgen tegen u; en dikwijls zijn zij weer veranderlijk als de wind. Stel heel uw vertrouwen op God: Hij moet uw vrees en uw grote liefde zijn. Hij zal voor u instaan en het wel zó schikken als het voor u het beste is.
Gij hebt hier geen blijvende woonplaats en waar gij ook verblijft zijt gij een reiziger en een gast; nooit zult gij rust hebben, behalve als gij zeer nauw met Christus verenigd leeft. Waarom hier rondkijken, terwijl dit toch niet de plaats is, waar gij blijvend rusten kunt? In het hemelse moet uw verblijf zijn en al het aardse moet gij zien als in het voorbijgaan. Alle dingen zijn aan het verdwijnen, gijzelf inbegrepen. Zorg toch u er niet aan vast te hechten, om niet gegrepen te worden en mee ten onder te gaan.
Uw gedachte moet toeven bij de Allerhoogste en richt zonder ophouden uw smeekbede tot Christus. Als uw beschouwing zich niet verheffen kan tot het hoge en het hemelse, sta dan stil bij het lijden van Christus en vertoef graag bij zijn heilige wonden. Want als gij devoot uw toevlucht neemt tot de wonden en de kostbare stigmata van Jezus, zult gij in uw kwellingen grote bemoediging voelen; dan zult gij de verachting van de mensen gering schatten en gemakkelijk kwaadsprekerij verdragen.
Ook Christus werd in de wereld veracht door de mensen en in de grootste nood door zijn vrienden en bekenden in de schande alleen gelaten. Christus wilde lijden en veracht worden en durft gij u over iemand te beklagen? Christus had tegenstanders en tegensprekers en wil gij dat allen uw vrienden en weldoeners zijn?
Hoe kan uw geduld bekroond worden als het u nooit eens tegenzit? Als gij geen onaangename dingen kunt verduren, op welke manier zult gij dan de vriend van Christus zijn? Volhard met Christus en voor Christus, als gij eens met Christus wilt regeren. Als gij eens volkomen waart binnengetreden in het innerlijk van Jezus en iets van zijn brandende liefde had gesmaakt, dan zoudt gij u over eigen genoegen of ongenoegen niet bezorgd maken, maar u eerder over tegen u geuite beledigingen verblijden, want de liefde voor Jezus bewerkt dat de mens zichzelf niet meer acht.
Wie Jezus en de waarheid liefheeft, wie oprecht innerlijk leeft, vrij van onbeheerste neigingen, kan zich onbelemmerd tot God keren, zich boven zichzelf in de geest verheffen en genietend rusten.
Wie alle dingen verstaat zoals ze zijn, niet zoals men er gewoonlijk over spreekt of denkt, die is waarlijk wijs en heeft meer van God geleerd dan van de mensen.
Wie innerlijk weet te leven en alle uitwendige dingen van weinig gewicht acht, zoekt niet bepaalde plaatsen en wacht ook niet op de gunstige tijd om godvruchtige oefeningen te doen.
Iemand van innerlijk leven komt gemakkelijk tot zelfbezinning, omdat hij zich nooit in het uiterlijke ongeremd laat gaan. Uitwendige arbeid hindert hem niet, ook niet dat hij in beslag genomen wordt, wat soms onvermijdelijk is; maar hij past zich aan zoals de dingen op hem afkomen. Wie innerlijk in goede gesteldheid en regelmaat leeft, houdt zich niet bezig met vreemde of laaghartige gedragingen van de mensen.
Een mens wordt in dezelfde mate gehinderd en verstrooid als hij zich de dingen aantrekt. Als het goed met u stond en gij volkomen zuiver waart, zou alles tot uw welzijn en voortgang strekken. Daarom mishaagt u zoveel en brengt het u dikwijls in verwarring, omdat gij nog niet volkomen aan uzelf afgestorven leeft en niet verwijderd van alle aardse dingen. Niets besmet en verstrikt zozeer het menselijk hart als een onzuivere liefde voor het geschapene. Als gij afziet van de uiterlijke voldoeningen, zal de beschouwing van het hemelse voor u mogelijk worden en zult gij in uw binnenste dikwijls jubelen.
De nederige onderwerping
Hecht er niet veel waarde aan wie voor of tegen u is; maar zorg goed hiervoor: dat God met u blijft bij alles wat u doet. Heb een goed geweten, dan zal God u wel verdedigen. Want als God iemand wil helpen kan geen enkele boosheid hem deren. Weet gij te zwijgen en te ondergaan, dan zult gij zonder twijfel ervaren dat de Heer u helpt. Hij kent de tijd en de wijze om u weer vrij te maken en daarom moet gij u op Hem verlaten. God is het die u kan helpen en aan alle beschaming weer onttrekken.
Maar dikwijls is het zeer goed om de nederigheid beter te verzekeren, dat anderen onze gebreken kennen en er ons een verwijt van maken. Wanneer iemand zich om zijn gebreken vernedert, neemt hij gemakkelijk anderen voor zich in en geeft hij allicht voldoening aan wie op hem verbitterd waren. God beschermt en bevrijdt wie nederig is; Hij heeft de nederige lief en vertroost hem; Hij buigt zich tot de nederige neer, Hij geeft de nederige grote genade en na de verdrukking verheft Hij hem tot hoge eer. Aan de nederige openbaart Hij zijn geheimen, Hij trekt hem op zachte wijze tot zich, Hij nodigt hem uit. Na het aanvaarden van zijn beschaming blijft de nederige volmaakt in vrede, omdat hij zijn steun vindt in God en niet in de wereld. Heb niet de mening dat gij ook maar enige vordering hebt gemaakt, behalve wanneer gij u als de minste van allen beschouwt.
De goede vredelievende mens
Bewaar eerst de vrede in uzelf, dan zult gij ook anderen tot vrede brengen. Een vredelievend mens doet meer goed dan een groot geleerde. Een hartstochtelijk iemand legt ook het goede nog verkeerd uit en denkt gemakkelijk kwaad. Een goed en vredelievend mens keert alles ten goede.
Wie in vrede is bevestigd is nooit achterdochtig. Maar wie ontevreden is en ongedurig, loopt met allerlei vermoedens rond: hij komt zelf niet tot rust en gunt anderen geen rust. Hij zegt vaak wat hij niet moest zeggen en laat na te doen wat goed voor hem zou zijn. Hij denkt aan wat anderen behoren te doen en verwaarloost dat waartoe hij zelf verplicht is.
Span u allereerst in om uzelf te verbeteren en dan kunt gij terecht ijveren voor uw medemens. Gij weet uw eigen daden wel te verontschuldigen en mooi te kleuren, maar gij weigert de verontschuldigingen van anderen te erkennen. Het zou correct zijn uzelf te beschuldigen en uw broeder te verontschuldigen. Als gij wilt dat men u verdraagt, verdraag dan ook een ander.
Zie eens hoe ver gij nog van de ware, nederige liefde verwijderd zijt; want die is tegenover niemand boos of verontwaardigd behalve tegenover zichzelf. Het is geen kunst, met goede en welwillende mensen te kunnen omgaan; dat is vanzelfsprekend een genoegen voor iedereen en alle mensen hebben graag vrede en voelen genegenheid voor wie het met hen eens is. Maar met keiharde lieden en die niet deugen, met mensen die van tucht niets weten en ons tegenwerken, in vrede kunnen leven, dát is een grote genade en in hoge mate prijzenswaardig, dat is een prestatie.
Er zijn er die de vrede in zichzelf bewaren en ook in vrede leven met anderen. Er zijn er ook, die zelf geen vrede hebben en ook anderen niet met vrede kunnen laten; voor anderen lastig, zijn zij altijd nóg lastiger voor zichzelf. En ten slotte zijn er die zichzelf in vrede bewaren en anderen tot vrede proberen terug te brengen. Maar heel onze vrede is in dit armzalige leven eerder te zoeken in nederig ondergáán dan in het ongevoelig zijn voor tegenslagen. Wie beter weet te verduren zal ook grotere vrede hebben. En juist hij is de overwinnaar van zichzelf, hij is meester van de wereld, een vriend van Christus en erfgenaam van de hemel.
Zuiverheid van geest en eenvoud van bedoeling
Op twee vleugels verheft de mens zich boven de aarde: die van de eenvoud en die van de zuiverheid. Eenvoud moet er zijn in onze bedoeling, zuiverheid in de liefde. De eenvoud let op God, de zuiverheid omvat en smaakt Hem.
Geen enkele goede daad zal een belemmering voor u zijn, als gij in uw hart niets meer verlangt wat niet goed is. Als gij niets anders zoekt dan God aangenaam te zijn en de evenmens te helpen, zult gij innerlijke vrijheid genieten. Als uw hart zuiver is zal ieder schepsel een spiegel van het leven en een boek van heilige onderrichting voor u zijn. Er is geen schepsel zo klein en nietig of het houdt u Gods goedheid voor ogen.
Als gij van binnen goed en rein zijt, kunnen alle dingen voor u zonder belemmering zichtbaar zijn en goed te begrijpen. Een zuiver hart dringt door hel en hemel heen. Zoals iemand van binnen is, zo beoordeelt hij het uiterlijke. Als er geluk in de wereld bestaat dan is dat het bezit van de mens met een zuiver hart.
En als er ergens kwelling en angst is dan weet het slechte geweten daarover mee te spreken. Zoals ijzer in vuur gehouden, zijn roest verliest en door en door gloeiend wordt, zo wordt een mens die zich geheel tot God keert, van zijn loomheid ontdaan en in een nieuwe mens veranderd. Als iemand begint te verslappen, is hij bang voor een kleine moeite en erop uit om aan het stoffelijke tegemoet te komen. Maar zodra hij in alle ernst begint zichzelf te overwinnen en dapper de weg van God te begaan, telt hij lichter wat hij te voren zo zwaar vond.
Letten op zichzelf
Wij kunnen onszelf niet te veel vertrouwen, want wij missen vaak genade en begrip. Er is maar weinig licht in ons en dat zijn wij door onze nalatigheid spoedig kwijt. Dikwijls merken wij zelfs niet op dat wij zo blind zijn. Telkens doen wij fout, en nog erger: wij verontschuldigen ons. Soms worden wij door hartstocht gedreven en menen dat het ijver is.
Nietigheden verwijten wij anderen en aan onze eigen grotere fouten gaan wij voorbij. Wat wij van anderen verduren merken wij spoedig en terdege; maar hoeveel wij anderen te verduren geven, zien wij niet. Wie goed en naar waarheid zijn eigen fouten wilde nagaan, zou geen reden hebben om over een ander zo ernstig te oordelen.
Een mens van innerlijk leven laat dit altijd voorgaan en wie goed let op zichzelf, zwijgt wel over anderen. Nooit zult gij innerlijk en vroom worden, als gij niet zwijgt over wat u niet aangaat en uzelf niet bijzonder goed in het oog houdt. Als gij geheel op uzelf en op God gericht blijft, zal al wat gij daarbuiten waarneemt u weinig verontrusten. Waar zijt gij als gij niet aanwezig zijt in uw eigen binnenste? En wanneer gij nu alles hebt doorlopen, wat hebt gij dan bereikt als ge uzelf verwaarloosd hebt?
Wilt gij werkelijk vrede en de ware innerlijkheid bezitten, stel dan al het andere op de tweede plaats en houd slechts uzelf voor ogen. Gij zult grote vorderingen maken als gij u vrij houdt van alle aardse zorgen. Maar gij zult opvallend veel achter raken als gij waarde hecht aan welke tijdelijke zaak dan ook. Niets mag er voor u groot, hoog, mooi of begerenswaardig zijn behalve God alleen en alles wat handelt over Hem.
Vind alles zonder zin wat gij aan troost van enig schepsel tegenkomt. Een ziel die God liefheeft minacht alles wat minder is dan Hij. Alleen de eeuwige, onmetelijke God die het heelal vervult is de troost voor de ziel en de ware blijdschap voor het hart.
De blijdschap van een goed geweten
De blijdschap van een goed mens is het getuigenis van zijn goed geweten. Zorg altijd voor een goed geweten en gij zult altijd blij zijn. Een goed geweten kan veel verdragen en nog heel blij zijn temidden van allerlei narigheid. Een slecht geweten is altijd angstig en onrustig. Gij zult heerlijk rusten als uw hart u niets te verwijten heeft. Wees alleen blij als gij goed gehandeld hebt.
Zij die verkeerd willen hebben nooit ware blijdschap, kennen ook geen innerlijke vrede want er is geen vrede voor de goddelozen, zegt de Heer. En al zeggen zij: wij leven in vrede, ons kan niets gebeuren, wie zal ons iets durven doen? geloof hen niet. Want plotseling zal de toorn van God tegen hen opstaan en tot niets zullen hun ondernemingen vervallen en hun plannen te gronde gaan.
Juichen in kwelling valt iemand die bemint niet zwaar; want door dit te doen juicht hij om het kruis des Heren. De blijheid is kort van duur als deze door mensen wordt veroorzaakt en verkregen. De blijdschap van de wereld wordt altijd gevolgd door droefheid. Voor de goeden ligt de blijdschap in hun geweten en niet in de eer bij de mensen. De blijdschap van de rechtvaardigen komt van God en ligt in God en zij verheugen zich over de waarheid.
Wie de ware en eeuwige vreugde verlangt, geeft niets om het tijdelijke. En wie nog tijdelijke blijheid naloopt of die niet van harte minacht, stelt blijkbaar de hemelse vreugde niet op prijs. Een grote innerlijke rust bezit hij die zich over geen roem of kritiek bekommert. Als men een zuiver geweten heeft is vrede en rust niet ver verwijderd.
Gij zijt niet heiliger omdat gij geprezen wordt en niet slechter omdat men afkeurend over u spreekt. Wat gij zijt dat zijt ge, en wat men van u zegt maakt u niet groter dan gij zijt voor het oog van God. Als gij aandacht hebt voor wat gij innerlijk zijt, zal het oordeel van de mensen u niet verontrusten. De mens ziet het zichtbare, maar God ziet het hart. De mens beoordeelt daden, maar bij God wegen de bedoelingen. Altijd goed handelen en gering over zichzelf denken, dat is het kenmerk van een nederig gemoed.
Geen troost bij enig schepsel zoeken wijst op grote zuiverheid en innerlijk vertrouwen. Wie geen waardering voor zichzelf van de buitenwereld vraagt, laat blijken dat hij zich totaal aan God heeft toevertrouwd. Want niet hij die zichzelf prijst heeft de proef doorstaan, zegt de heilige Paulus, maar hij die geprezen wordt door de Heer. Inwendig bij God vertoeven en door geen enkele genegenheid van buiten gebonden worden, dat is de gesteltenis van wie een innerlijk leven leidt.
De liefde tot Jezus gaat boven alles
Gelukkig wie begrijpt wat het is Jezus lief te hebben en zichzelf nietig te achten om Jezus wil. Men moet alles wat men liefheeft voor deze liefde laten varen, want Jezus wil alléén en vóór alles de liefde van uw hart. De liefde van een schepsel is bedrieglijk en onstandvastig; op de liefde van Jezus kan men rekenen: zij duurt voort. Wie zich aan een schepsel hecht zal wankelen met wat wankel is: wie zich aan Jezus geeft zal bevestigd worden voor altijd. Heb Hem lief en houd Hem vast als uw vriend, die als allen heengaan u niet zal verlaten en niet zal dulden dat gij uiteindelijk nog verloren gaat. Of gij wilt of niet, eens zult gij van allen afscheid moeten nemen. Houd u bij Jezus in leven en dood; vertrouw u toe aan de trouw van Hem die als allen te kort schieten alleen in staat is u te helpen.
Uw Geliefde is zo dat Hij geen ander naast zich duldt; maar Hij wil uw hart alleen hebben en daar zijn plaats innemen als een koning op zijn troon. Als gij u voorgoed van al het geschapene wist vrij te maken, dan zou Jezus wel graag bij u wonen. Gij zult ervaren dat vrijwel alles zonder waarde is wat gij buiten Jezus van de mensen hebt verwacht.
Vertrouw of steun toch niet op riet dat meebuigt met de wind, want alle lichamelijkheid is als gras: heel haar schoonheid zal ook verdwijnen als een bloem op het veld. Gij zult snel teleurgesteld zijn als gij alleen maar op de uiterlijke schijn van de mensen let. Als gij namelijk bij anderen troost en voldoening zoekt, zult gij bedrogen uitkomen. Als gij echter in alles Hem zoekt, ja dán zult gij Jezus vinden. Zoekt gij uzelf, dan zult gij uzelf ook vinden maar daaraan te gronde gaan. Want een mens doet zichzelf meer schade als hij Jezus niet zoekt dan de hele wereld en al zijn vijanden samen zouden kunnen doen.
De vertrouwelijke vriendschap met Jezus
Als Jezus bij ons is, is alles goed en lijkt niets moeilijk, maar als Hij er niet is, valt ons alles zwaar. Als Jezus niet inwendig tot ons spreekt, wordt alle vertroosting zinloos; maar met één woord van Jezus dringt de vertroosting diep tot ons door. Stond Maria Magdalena niet aanstonds op van de plaats waar zij zat te wenen toen Marta haar zei: De Meester is daar en roept u. Wat een gelukkig uur als Jezus ons van onze tranen tot de vreugde van de geest roept.
Wat zijt gij zonder Jezus dor en hard! Hoe dwaas en zinloos iets te begeren buiten Hem. Is dit niet erger dan de hele wereld te verliezen? Wat heeft de wereld u te bieden zonder Jezus? Zonder Jezus leven is een ware hel, met Hem leven is de zoetheid van het paradijs. Als Jezus met u is kan geen vijand u iets doen. Wie Jezus heeft gevonden bezit een groot vermogen, een rijkdom die alle rijkdom overtreft. En wie Jezus verliest, verliest zeer veel: meer dan de hele wereld. Doodarm is hij die zonder Jezus door het leven gaat; schatrijk hij die met Hem vriendschap heeft gesloten.
Dit is echte levenskunst: te weten hoe men met Jezus om moet gaan; en Jezus bij zich kunnen houden getuigt van grote wijsheid. Leef nederig en in vrede, dan zal Jezus met u zijn. Leef vroom en stil en Jezus zal bij u blijven. Gij kunt Jezus snel verdrijven en zijn gunst verliezen, als gij u op uiterlijke dingen richt. Wanneer gij Hem verjaagd hebt en verloren, wie zal dan uw toevlucht zijn en wie uw vriend?
Zonder vriendschap te leven gaat niet goed en als Jezus niet vóór alle anderen uw vriend is, zult gij leven in verdriet en eenzaamheid. Gij doet daarom dwaas als gij in iemand anders uw vertrouwen stelt of vreugde vindt. Gij kunt beter de hele wereld tegen u hebben dan Jezus te beledigen. Onder al uw goede vrienden moet daarom alleen Jezus de meest Geliefde zijn. We mogen iedereen beminnen om Jezus wil, maar slechts Jezus om Hemzelf.
Enkel Jezus mag men uitzonderlijk beminnen, want Hij alleen blijkt meer dan welke vrienden dan ook goed en trouw te zijn. Om Hem en in Hem moeten vriend en vijand u ter harte gaan. Voor hen allen moeten wij bidden, opdat zij er toe komen Jezus te kennen en lief te hebben. Begeer nooit bijzonder lof of liefde te verkrijgen, want dat komt God alleen toe die door niemand wordt geëvenaard. Hoop ook niet dat iemand vaak met liefde aan u denkt, en word zelf niet door liefde jegens iemand anders in beslag genomen, maar Jezus zij in u en in alle goede mensen.
Leef rein en in uw innerlijk zonder binding aan welk schepsel ook. Gij moet van alles zijn ontdaan en tot Jezus komen met een zuiver hart, als gij in alle vrijheid wilt zien hoe goed de Heer is. Werkelijk, gij zult dat niet bereiken, behalve als zijn genade u voorkomt en u naar binnen keert, zodat gij u van alles kunt bevrijden en verwijderen, en in eenzaamheid komen tot vereniging met Hem. Want als Gods genade in de mens aanwezig is, blijkt hij in staat tot alles; maar verdwijnt zij, dan is hij arm en zwak en als aan alle ellende uitgeleverd. Hij mag niet ontmoedig of wanhopig worden, maar volhardend in gelijkmoedigheid volgens de wil van God, moet hij alles wat hem overkomt tot lof van Jezus Christus ondergaan. Want na de winter komt de zomer, na de nacht keert de dag weer terug en na het onweer de heldere hemel.
Het missen van alle troost
Het valt niet zwaar menselijke troost gering te achten als de goddelijke troost aanwezig is. Het is groot, zelfs zeer groot zowel menselijke als goddelijke troost te kunnen missen en om Gods eer graag de ballingschap van het hart uit te houden: in niets zichzelf te zoeken en niet groot te gaan op eigen verdiensten.
Is het iets bijzonders blij te zijn en vroom als de genade tot u komt? Dat ogenblik wil iedereen wel graag. Wie door Gods genade gedragen wordt zit geweldig te paard. Is het een wonder dat men de last niet voelt als men gedragen wordt door Gods almacht en geleid door de hoogste Leider zelf?
We hebben graag iets tot troost en maar moeilijk ontdoet de mens zich van zichzelf. De heilige martelaar Laurentius overwon de wereld en ook de bijzondere gehechtheid aan zijn opperpriester; op alles wat hem in de wereld voldoening kon geven zag hij neer. Hij verdroeg het in zachtmoedigheid ter liefde van Christus, toen ook Sixtus, de hogepriester Gods, van wie hij bijzonder veel hield, van hem gescheiden werd. Door de liefde voor de Schepper steeg hij uit boven de liefde voor een mens en in plaats van menselijke voldoening koos hij Gods welbehagen.
Als de omstandigheden een afscheid meebrengen, moeten wij een onmisbare en geliefde vriend ter liefde Gods vaarwel zeggen. Til er niet te zwaar aan als een vriend u verlaat; gij weet toch dat wij tenslotte allen afscheid zullen nemen? Veel en lang moet een mens in zijn binnenste strijd voeren, voor hij leert zichzelf volkomen te overwinnen en heel zijn liefde op God te richten.
Wanneer een mens op zichzelf gesteld is, glijdt hij gemakkelijk af naar menselijke troost. Maar de ware minnaar van Christus die zich ijverig inspant voor de deugd, valt niet terug op vertroosting van dat soort; hij zoekt ook de gevoelige zoetheid niet, maar verkiest krachtige oefeningen en het verduren van zware lasten voor Christus.
Als u dus door God geestelijke troost gegeven wordt, aanvaard die dan onder dankbetuiging: begrijp dat dit een gave is van God en niet uw verdienste. Verhef u daar niet op: wees niet uitbundig blij of in uw dwaasheid trots, maar wees om die gave des te nederiger, nog voorzichtiger en meer op uw hoede bij alles wat gij doet. Dit uur immers zal voorbijgaan en de beproeving keert weer terug.
Als de troost verdwenen is wees dan niet dadelijk in wanhoop: wacht nederig en geduldig het hemels bezoek weer af. Want God is in staat u met groter vertroosting alles te vergoeden. Dit is niet nieuw of ongewoon voor wie Gods wegen kent; want bij de grote heiligen en de profeten van het Oude Verbond kwam een dergelijke wisseling herhaaldelijk voor. Daarom zij een van hen toen de genade nog bij hem was: In mijn overvloed heb ik gezegd: nooit meer zal ik twijfelen. Maar hij voegt eraan toe wat hij ondervond toen de genade wegging: Gij hebt uw aangezicht van mij afgewend en ik ben geschrokken.
Intussen geeft hij toch niet toe aan wanhoop, maar bidt de Heer met nog meer aandrang, zeggend: Tot u, Heer, blijf ik roepen en mijn smeking tot U richten. Dan haalt hij de vrucht binnen van zijn gebed en getuigt van verhoring met het woord: De Heer heeft naar mij geluisterd en zich over mij ontfermd: de Heer is mijn helper geworden. En op welke wijze? Gij, zo gaat hij verder, hebt mijn gejammer in blijdschap veranderd en mij met vreugde overstelpt.
Als het zo gaat met grote heiligen, mogen wij zwakke en arme mensen niet ontmoedigd worden, als wij nu eens vurig en dan weer ongevoelig zijn. Want de Geest komt en gaat volgens het welbehagen van zijn wil. Daarom zegt de vrome man Job: Gij bezoekt de mens s morgens maar plotseling stelt Gij hem weer op de proef. Waar kunt u dus op bouwen, op wie uw vertrouwen stellen, behalve op de grote barmhartigheid van God en uitsluitend hopen op de genade van de hemel?
Want of er nu goede mensen zijn, vrome medebroeders of trouwe vrienden, heilige boeken en prachtige verhandelingen, welluidende liederen en gezangen. Dit alles helpt u nauwelijks en kan u maar weinig behagen als de genade u in uw eigen armoede achterlaat. Voor die toestand is er geen beter middel dan geduld en de verloochening van uzelf volgens de wil van God.
Nooit heb ik iemand zo godsdienstig en vroom ontmoet of van tijd tot tijd maakte hij een dergelijk gemis aan genade en vermindering van vurigheid mee. Geen enkele heilige werd zo hoog verheven en verlicht dat hij vroeg of laat niet de bekoring heeft gekend. Want nooit kan iemand tot de beschouwing van God worden toegelaten, als hij niet enig verdriet voor Hem geleden heeft.
De beproeving komt eerst en zij is gewoonlijk een teken dat de vertroosting volgt. Aan hen die de beproeving hebben doorstaan wordt de hemelse troost beloofd: Wie overwonnen heeft zal ik te eten geven van de boom des levens. De goddelijke vertroosting wordt iemand juist gegeven om wat zwaar valt beter te verduren. De bekoring dient ook hiertoe dat iemand zich niet zou verheffen op het goede dat hij doet. De duivel slaapt niet in en het vlees is nog niet dood; houd dus niet op, u voor te bereiden op de strijd, want links en rechts is de vijand die van geen rusten weet.
Dankbaar zijn voor de genade van God
Waarom zoekt gij rust? Gij zijt toch voor de arbeid geboren? Stel u meer in op geduld dan op troost, en op het dragen van het kruis meer dan op blijdschap. Wie van de mensen in de wereld zou niet graag troost en innerlijke vreugde genieten als hij die altijd hebben kon? Geestelijke vertroostingen overtreffen immers alle genietingen en voldoeningen van het lichaam. Alle genoegens van de wereld zijn vluchtig of oneervol. Alleen de geestelijke vreugden zijn aangenaam en verheffend: zij komen voort uit deugd en worden gegeven aan reinen van hart.
Maar deze goddelijke troost kan men niet altijd proeven naar eigen welgevallen, want de tijd van de bekoring blijft niet lang weg. De gewaande geestesvrijheid en een te groot zelfvertrouwen zijn een ernstige belemmering voor die hemelse ontmoeting. God is zeer goed omdat Hij ons de gunst van de vertroosting schenkt; maar de mens is niet goed als hij niet alles onder dankbetuiging teruggeeft. Dáárom vinden de genadegaven bij ons geen toegang, omdat wij de Gever niet dankbaar zijn en niet alles tot de eerste bron herleiden. Want altijd mag hij die dankbaar weet te zijn genade terugverwachten, en wordt een zelfgenoegzaam mens ontnomen wat een nederige gewoonlijk gegeven wordt.
Ik wil geen troost die mijn berouw verdrijft; en ik zoek geen contemplatie die leidt tot eigenwaan. Want niet al wat hoog is, is daarom heilig en al wat zoet is, daarom niet goed. Ook is niet iedere begeerte zuiver en wat ons lief is daarom nog niet God welgevallig. Ik neem graag de genade in ontvangst die mij altijd tot meer nederigheid en eerbied brengt en mij in staat stelt, meer los te laten.
Wie onderricht is door begenadiging, en wijs geworden door de pijn van haar gemis, zal zichzelf niets goeds durven toe te schrijven, maar eerder bekennen dat hij maar arm en naakt is. Geef God wat God toekomt en schrijf u toe wat van uzelf is, dat wil zeggen: breng God dank voor zijn genade maar wijt alleen uzelf de schuld, en besef dat gij voor die schuld ook straf moet ondergaan.
Acht uzelf altijd het laagst en men zal u het hoogste geven: want zonder het laagste houdt het hoogste nergens stand. De grootste heiligen in Gods oog zijn zij die het aller-geringst zijn volgens volgens hun eigen oordeel; en hoe roemrijker, des te nederiger in eigen hart. Vol waarheid en hemelse rijkdom, begeren zij geen eer die weinig te betekenen heeft. Hun steun en bevestiging is in God; daarom kunnen zij op geen enkele wijze nog hoogmoedig zijn.
En wie alles wat zij aan goeds ontvangen hebben God toeschrijven, zoeken geen eer van elkaar te ontvangen, maar willen slechts de eer die God hun geeft. Zij willen boven alles dat God om zichzelf en in al zijn heiligen geprezen wordt, en dus hebben zij dáár altijd aandacht voor. Wees daarom dankbaar voor het allerminste en gij zult waardig geacht worden ook hogere dingen te ontvangen. Het kleinste moet voor u zijn als het grootste en het meest onbeduidende als een bijzonder waardevol geschenk.
Wie op de waardigheid van de gever let, zal geen gift gering of geheel waardeloos achten. Het is namelijk nooit klein wat door de Allerhoogste wordt gegeven. En zelfs als Hij straffen of rampen zendt moet u dat welkom zijn; want Hij doet alles voor ons welzijn, wát Hij ons ook laat overkomen. Wie Gods genade wenst vast te houden behoort dankbaar te zijn voor de genade die wordt gegeven en geduldig als ze wordt ontnomen. Laat hij dan bidden dat zij terugkeert; nederig en voorzichtig moet hij zijn om ze niet te verliezen.
Er zijn weinig minnaars van Jezus kruis
Jezus heeft tegenwoordig wel veel vrienden van zijn hemels rijk, maar weinig dragers van zijn kruis. Hij heeft er veel die zijn vertroosting maar weinig die kwellingen verlangen. Hij heeft veel vrienden voor zijn tafel maar weinig voor zijn vasten. Allen willen met Hem de blijdschap delen, maar weinigen voor Hem iets ondergaan. Velen volgen Jezus tot aan het breken van het brood, maar weinigen tot aan het drinken van de lijdenskelk. Velen vereren zijn wonderen, weinigen volgen de schande van het kruis. Velen hebben Jezus lief zolang hun geen ellende overkomt. Velen loven en prijzen Hem zolang zij wat vertroosting bij Hem vinden. Maar als Hij zich verbergt en hen maar even alleen laat, beginnen zij te klagen en worden diep neerslachtig.
Maar wie Jezus om Jezus volgen en Hem niet beminnen om hun eigen innerlijke vertroosting, die zegenen Hem in alle kwelling en benauwenis van hart, evengoed als in de zoetste troost. En als Hij hun nooit troost zou willen geven, zouden zij Hem toch altijd willen loven en altijd dank betuigen.
Wat is de zuivere liefde voor Jezus tot veel in staat, als deze met volstrekt geen eigenbelang of eigenliefde is vermengd. Moeten we niet zeggen dat allen die steeds weer zoetheid zoeken in loondienst zijn? Bewijzen zij niet dat zij meer zichzelf liefhebben dan Jezus Christus, als zij onophoudelijk denken aan eigen voldoening en eigen winst? Waar vind ik iemand die God zonder beloning dienen wil? Maar zelden komt men iemand tegen die zo geestelijk leeft dat hij van alles is bevrijd.
Want de ware arme van geest, onthecht aan al wat is geschapen, wie zal hem vinden? Zijn waarde is groter dan die van juwelen. Al geeft een mens daarvoor heel zijn vermogen, dan is dat nog niets. En doet hij grote boete, dan is dat maar gering. En al zou hij zich alle wetenschap eigen maken, dan is hij er nog lang niet. En al bezit hij hoge deugd en een heel vurige godsvrucht, dan ontbreekt hem veel: dit ene namelijk dat het allermeest noodzakelijk is.
Wat dat is? Dat hij na alles verlaten te hebben ook nog helemaal buiten zichzelf treedt en niets van de eigenliefde overhoudt. En als hij dan alles heeft gedaan wat hij als volstrekt nodig ziet, dan mag hij denken dat hij niets heeft uitgevoerd. En hij moet niet menen dat het groot is wat men op zich wel voornaam zou kunnen achten; maar zich wel in alle oprechtheid de onnutte dienstknecht noemen, zoals de Waarheid zegt: als gij alles hebt gedaan wat u is opgedragen, zeg dan: wij zijn maar waardeloze slaven. Dan zal hij werkelijk arm en naakt van geest kunnen zijn en met de profeet zeggen: Ik ben eenzaam en ik heb niets. Toch bezit niemand meer rijkdom, meer macht, meer vrijheid dan hij die alles weet te verlaten en zich stelt op de allerlaatste plaats.
De koninklijke weg van het heilig kruis
Velen vinden dit woord harde taal: verloochen uzelf, neem uw kruis op en volg Jezus. Maar veel harder zal het zijn eens dit verschrikkelijk woord te moeten horen: Gaat weg van mij, vervloekten, het eeuwige vuur in.
Wie immers nu graag willen luisteren naar het woord van het kruis en dat volgen, behoeven dan niet bang te zijn dat zij het woord van de eeuwige verwerping zullen horen. Dit teken van het kruis zal aan de hemel staan, als de Heer komt om zijn oordeel uit te spreken. Dan zullen alle dienaars van het kruis die zich in dit leven aan de Gekruisigde gelijkvormig hebben gemaakt, met groot vertrouwen naar de Rechter Christus gaan.
Wat aarzelt gij dan het kruis op te nemen waardoor men intreedt in het rijk? Er is geen heil voor de mens en geen hoop op eeuwig leven behalve in het kruis. In het kruis is heil, in het kruis het leven, in het kruis bescherming tegen de vijand; in het kruis stroomt u de hemelse zoetheid toe, in het kruis ligt de kracht van de geest, in het kruis de blijdschap van het hart; in het kruis de hoogste deugd, in het kruis het eindpunt van de heiligheid. Neem dus uw kruis op en volg Jezus en gij zult het eeuwig leven binnengaan.
Hij is ons voorgegaan, zwaar beladen met zijn eigen kruis, en Hij is op dat kruis voor ons gestorven; Hij wilde dat ook gij uw kruis zoudt willen dragen en verlangen daaraan te mogen sterven. Want als gij nu met Hem gestorven zijt, zult ge ook met Hem leven, en als deelgenoot in zijn schande zult gij eenmaal ook delen in zijn heerlijkheid.
Zie, in het kruis vindt alles zijn grondslag en in het sterven is alles gelegen; er is geen andere weg tot het leven en tot de ware innerlijke vrede, behalve de weg van het heilig kruis en van de dagelijkse versterving. Ga waar ge wilt, zoek wat ge maar wenst, maar gij zult in de hoogte geen verhevener weg, in de diepte geen veiliger weg vinden: alleen de weg van het heilig kruis en van de dagelijkse verloochening. Schik en regel alles volgens uw eigen wil en eigen idee, en gij zult alleen dit vinden dat gij altijd iets moet lijden, vrijwillig of tegen uw zin, en zo zult gij het kruis altijd ontmoeten. Want ófwel zult gij pijn voelen in uw lichaam óf inwendig kwelling naar de geest verduren.
Soms zal God u verlaten, dan weer zullen mensen u ergeren en wat nog meer is: dikwijls zult gij uzelf tot last zijn. Toch is er geen enkel middel, geen troost die u bevrijding of verlichting zal geven, maar zolang God het wil zult gij het moeten dragen. God wil immers dat gij ellende zonder troost leert ondergaan en u aldus volkomen aan Hem onderwerpt om nederiger te worden door wat gij lijdt. Niemand voelt zo hartelijk het lijden van Jezus mee als hij die het overkwam iets dergelijks te ondergaan.
En zo staat het kruis altijd voor u klaar en wacht u overal op. Gij kunt het niet ontvluchten, waar gij ook heen snelt; want waar gij ook terecht komt, gij neemt altijd uzelf mee en gij zult uzelf altijd vinden. Wend u naar boven, wend u naar beneden: wend u naar buiten of wend u naar binnen: bij dit alles zult gij het kruis aantreffen, en het is nodig dat gij overal het geduld bewaart, als gij de innerlijke vrede wilt bezitten en de eeuwige kroon verdienen.
Als gij het kruis van harte draagt, zal het kruis u dragen en u voeren naar het gewenste doel, waar namelijk alle lijden ophoudt, al zal dat niet hier op aarde zijn.
Draagt gij het onwillig, dan legt gij uzelf een last op en maakt gij het voor uzelf zwaarder en toch zult gij het moeten uithouden.
Wanneer gij één kruis afwerpt, vindt gij zonder enige twijfel een tweede en misschien een zwaarder. Meent gij te kunnen ontlopen wat geen sterveling ooit kon ontgaan? Wie van de heiligen is in de wereld zonder kruis of kwelling gebleven? Zelfs onze Heer Jezus Christus was immers niet één uur zonder de smart van zijn lijden zolang Hij leefde. De Christus moest lijden, zo zei Hij, en zo zijn heerlijkheid binnengaan.
En waarom zoekt gij dan een andere weg dan deze koninklijke weg die de weg is van het heilig kruis? Heel het leven van Christus was kruis en martelaarschap en gij zoekt voor uzelf rust en vreugde? Gij dwaalt, gij dwaalt als gij iets anders zoekt dan kwellingen te verduren, want dit hele leven is vol van ellende en rondom getekend door allerlei kruisen. En hoe hoger iemand in het geestelijk leven opgaat, des te zwaardere kruisen komt hij vaak tegen; want het verdriet om de ballingschap neemt altijd met de liefde toe.
Maar iemand zo herhaaldelijk getroffen, is toch niet geheel zonder troost en verkwikking: want hij ervaart dat de zegen in hoge mate toeneemt door het goed dragen van zijn kruis. Want nu hij zich daaraan onderwerpt met vrije wil, wordt alle last van kwelling omgevormd in vertrouwen op de troost van God. Hoe meer het lichaam door kwelling wordt gebroken, des te moediger wordt de geest uit kracht van de innerlijke genade.
Zo iemand gelooft dat hij God aangenamer is naarmate hij meer en zwaarder voor Hem heeft mogen lijden. Soms wil hij niet meer zonder smart of kwelling zijn, zózeer is hij door liefde voor druk en tegenwerking sterk geworden, omdat hij de gelijkvormigheid met Jezus kruis bemint. Dat kan geen mens uit eigen kracht, wel door de genade van Christus die zóveel in een zwakke mens tot stand kan brengen dat hij nu met vurige liefde wil wat hij eigenlijk haat en vlucht.
Het is de mens van natuur niet eigen het kruis te dragen, het lichaam te beheersen en in onderwerping dienstbaar te maken; zich van eerbewijzen af te keren, graag beledigingen te verduren, zichzelf gering te achten en graag gering geacht te worden, allerlei desillusie en daarmee verbonden schade te doorstaan en geen verlangen te hebben naar succes in deze wereld.
Als gij alleen naar uzelf ziet, zult gij daartoe volstrekt niet in staat zijn. Maar als gij op de Heer vertrouwt, zal u kracht uit de hemel worden gegeven en zullen wereld en vlees aan uw gezag onderworpen zijn. Gij zult zelfs voor de duivel niet bang zijn, als gij u wapent met het geloof en het teken draagt van Christus kruis. Wees daarom als een goed en trouw dienaar van Christus bereid om dapper het kruis te dragen van de Heer die uit liefde tot u gekruisigd is.
Houd u gereed om veel ellende en allerlei onaangename dingen in dit armzalige leven te verduren; want zo zal het u vergaan waar gij ook vertoeft, en zo zult gij het aantreffen waar gij u ook verschuilt. Het moet zo zijn en er is geen middel de ellende van rampen en verdriet te ontgaan dan ze geduldig te verdragen. Drink de kelk des Heren met liefde, als gij zijn vriend wilt zijn en deel wilt hebben met Hem. Laat aan God het troosten over: Hij zal zelf in die dingen handelen volgens zijn welbehagen
Maar gij moet zelf denken aan het dragen van de kwelling en daar uw grootste troost in vinden, want de droevige dingen van deze tijd, ook al moest gij ze alleen dragen, zijn niet te vergelijken met de toekomstige heerlijkheid die u wacht. Wanneer gij zover gekomen zult zijn dat leed u zoet en aangenaam is om Christus: geloof dan gerust dat het goed met u gaat, want gij hebt het paradijs op aarde gevonden.
Zolang het lijden u drukt en gij probeert het te ontvluchten, zolang gaat het niet goed met u en zal de angst en de kwelling u overal vervolgen. Als gij u richt op wat gij behoort te doen, namelijk op verdragen en uzelf versterven, zal het spoedig beter gaan en gij zult vrede vinden.
Al zoudt gij met St. Paulus tot de derde hemel verheven zijn, dan zijt gij daarom nog niet verzekerd tegen het verduren van wat u tegenstaat. Ik zal hem laten zien, zei Jezus, hoeveel hij voor mijn naam zal moeten lijden. Lijden blijft dus voor u weggelegd, als gij Jezus wilt beminnen en Hem voor altijd dienen.
Mocht gij waardig zijn iets voor Jezus naam te lijden! Wat zou u dat een grote heerlijkheid opleveren, wat een jubelende blijdschap voor alle heiligen Gods, wat een opbouwende kracht voor uw evenmens. Want het geduld prijzen allen wel aan, maar slechts weinigen willen iets verduren. Terecht moest gij van harte iets voor Jezus willen lijden, want velen ondergaan wel erger dingen voor de wereld.
Houd dit voor zeker: gij moet al stervend het leven door. En hoe meer de mens aan zichzelf afsterft, des te meer begint hij te leven voor God. Niemand is geschikt om het hemelse te vatten, behalve hij die berust in het dragen van wat hem zwaar valt. Niets is aangenamer voor God, niets beter voor uzelf in deze wereld dan graag iets lijden voor Jezus Christus.
Als gij moest kiezen zou uw keus eerder moeten uitgaan naar de rampspoed ter liefde van Hem dan naar verkwikking van veel troost, want gij zoudt dan meer op Christus lijken en meer de gestalte van alle heiligen aannemen. Want onze verdienste en de voortgang in onze status ligt niet in zaligheid en troost, maar meer in het incasseren van zware slagen en wederwaardigheden.
Denk toch eens na: als er iets beters was geweest en van groter nut voor de zaligheid van de mens dan het lijden, dan had Christus ons dat toch zeker met woord en voorbeeld duidelijk gemaakt. Maar zowel zijn leerlingen als allen die verlangen Hem te volgen, spoort Hij duidelijk aan het kruis te dragen als Hij zegt: Als iemand na Mij komen wil, moet hij zich verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen. Als we dan alles hebben doorgelezen en onderzocht, moet dit de eindconclusie zijn: dat wij door vele kwellingen moeten binnengaan in het rijk van God.