For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
04-01-2011
Heer,..
Heer, het kleine lichtje van onze vriendelijkheid komen wij aansteken
bij U. Ook als ons licht is uitgewaaid, weten wij dat wij altijd opnieuw
bij U om licht mogen vragen. Daarom willen wij U loven en danken,
vandaag en alle dagen en tot in eeuwigheid.
Amen.
03-01-2011
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE MAANDAG.
N. ( M ).
Gedicht / Gebed .
Gedicht / Gebed .
Boodschap van Onze-Lieve-Vrouw aan Mirjana op 2 januari 2011. ( Medjugorje ).
"Lieve kinderen, vandaag roep ik jullie op tot eenheid in Jezus, mijn Zoon.Mijn moederlijk Hart bidt, dat jullie mogen begrijpen, dat jullie Gods familie zijn.Door de geestelijke vrijheid van de wil, die de hemelse Vader jullie gegeven heeft, zijn jullie geroepen om zich bewust te zijn van de waarheid, van goed en kwaad.Mogen gebed en vasten jullie harten openen en je helpen om de hemelse Vader te ontdekken door mijn Zoon.Door de Vader te ontdekken wordt je leven gericht op het vervullen van Gods wil en het tot stand brengen van Gods familie, op de wijze die mijn Zoon verlangt.Ik zal jullie op deze weg niet alleen laten.Dank je wel!"
Boodschap van Maria gegeven aan Ivan op 1 januari 2011.( Medjugorje ).
Ivan verklaarde dat Onze-Lieve-Vrouw vreugdevol en gelukkig verscheen, met de gebruikelijke begroeting.
"Gezegend zij Jezus, mijn lieve kinderen.Bid, bid, bid, lieve kinderen, en help me om mijn plannen met deze parochie en de wereld te verwezenlijken.Lieve kinderen, bid in het bijzonder voor de roepingen en voor een sterk geloof bij mijn priesters.Weet, lieve kinderen, dat ik altijd met u bid wanneer je moeilijke tijden doormaakt, dus volhardt in het gebed met mij.Ik dank je omdat je mijn boodschappen hebt beantwoord, hebt aanvaard en ernaar leeft."
Richtlijnen voor innerlijk leven .
Liefde voor eenzaamheid en stilte
Zoek een geschikte tijd om met uzelf alleen te zijn en denk dikwijls na over de weldaden van God. Laat los wat alleen maar interessant is; lees eerder wat dient tot ernstige bezinning dan wat slechts de tijd vult. Als gij u onttrekt aan al dat overbodige gepraat en zinloos rondlopen en niet alle nieuwtjes en geruchten horen wilt, zult gij voldoende en geschikte tijd vinden voor goede en vruchtbare overdenking. De grootste heiligen ontweken oppervlakkige menselijke kontakten waar zij maar konden en gaven de voorkeur aan de dienst van God in het verborgene.
Iemand heeft eens gezegd: zo dikwijls ik onder de mensen ben geweest, ben ik iets van mijn eigen mens-zijn kwijt geraakt. Dit ervaren wij herhaaldelijk als wij te lang samen praten. Helemaal zwijgen is gemakkelijker dan zich in woorden niet te buiten gaan. Zich thuis terug trekken is gemakkelijker dan zich daarbuiten voldoende onder controle te houden. Wie dus tot het innerlijke en geestelijke door wil dringen, moet met Jezus de woelige menigte vermijden.
Niemand treedt zo veilig in de openbaarheid als wie graag verborgen blijft. Niemand voert zo veilig het woord als wie liever zwijgt. Niemand staat met zo weinig gevaar aan het hoofd als wie graag gehoorzaamt. Niemand kan zo veilig bevelen geven als wie geleerd heeft goed te luisteren. Niemand is zo onbezorgd en blij als wie het getuigenis van een goed geweten in zich draagt.
De innerlijke rust van de heiligen vond altijd haar oorsprong in de vreze Gods, en zij waren niet minder zorgzaam en nederig van binnen, omdat zij nu eenmaal uitblonken door genade en grote deugd. Maar de zekerheid van hen die niet deugen, komt voort uit trots en eigenwaan en loopt ten slotte uit op zelfbedrog. Beloof uzelf nooit veiligheid in dit leven, al lijkt gij een vroom mens.
Dikwijls zijn zij die volgens het oordeel van de mensen de besten waren, in grote gevaren geraakt door hun te groot zelfvertrouwen. Daarom is het voor velen nuttiger dat zij niet geheel vrij blijven van bekoringen maar vaak worden aangevochten, zodat ze zich niet te veilig wanen en zich trots verheffen, of ook zich al te gretig keren naar uiterlijke vertroosting.
Als men maar nooit de al te lichte blijdschap zocht, zich maar nooit met het louter uiterlijke ophield, wat zou men een goed geweten bewaren. Als iemand eens alle misplaatste zorg afwierp, alleen zou denken aan zijn heil en aan God en al zijn hoop op God zou vestigen, wat zou hij grote vrede en rust bezitten. Niemand is hemelse vertroosting waardig als hij zich niet ernstig heeft toegelegd op heilige rouwmoedigheid. Wilt ge diep in uw hart berouw gevoelen, ga dan in uw binnenkamer en sluit alle tumult van de wereld buiten, zoals er geschreven staat: In uw diepste afzondering zult gij getroffen worden.
In stilte en rust maakt de vrome ziel vorderingen en leert zij de verborgenheden van de Schrift. Daar vindt zij een overvloed van tranen waarmee zij zich van nacht tot nacht wast en zuivert. Zo wordt zij met haar Schepper des te vertrouwelijker, naar mate zij verder van alle werelds gewoel verwijderd leeft. Als iemand zich aan bekenden en vrienden onttrekt, zal God tot hem naderen met zijn heilige engelen.
Het is beter verborgen te leven en zorg te dragen voor zijn innerlijk dan met verwaarlozing van zichzelf wonderen te doen. Waarom wilt ge zien wat ge niet moogt hebben? De wereld gaat voorbij en ook haar begeerlijkheid. De begeerten van de zinnelijkheid trekken naar de vrijheid; maar als het uur voorbij is, wat houdt gij dan over buiten een bezwaard geweten en een onrustig hart?
Vrolijk uitgaan is dikwijls oorzaak van een droevige thuiskomst en een late avond van plezier bezorgt u een treurige morgen. Zo komt ieder lichamelijk genoegen vriendelijk binnen, maar op de duur begint het te knagen en veroorzaakt het de dood. Wat kunt gij elders zien wat gij hier niet ziet? Zie de hemel en de aarde en alle elementen, want daaruit is toch alles gemaakt. Wat kunt gij ergens zien dat lang onder de zon kan voortbestaan? Gij denkt u misschien te verzadigen, maar dat zult gij niet bereiken. Als gij alles tegelijk aanwezig zoudt zien, wat zou dat anders zijn dan een zinledig schouwspel?
Heft uw ogen op naar God in den hoge en bid voor uw zonden en nalatigheden. Laat oppervlakkige over aan de oppervlakkigen, maar blijf zelf bezig met wat God u voorschrijft. Sluit de deur achter u dicht en roep Jezus uw beminde bij u binnen. Waart ge niet uitgegaan en had ge niets van al die nieuwtjes gehoord, dan had ge uw gelukkige vrede beter bewaard. Maar vanaf het ogenblik dat gij nog zo graag nieuwtjes hoort, moet gij een onrustig hart wel voor lief nemen.
Een diep berouw
Wilt gij enigszins voortgang maken, bewaar dan uzelf in de vreze Gods en zoek niet al te veel vrijheid; maar houd al uw zinnen onder tucht en geef u niet over aan ongepaste vrolijkheid. Richt uzelf op een diep berouw en gij zult de godsvrucht vinden. Het diepe berouw geeft u zoveel dat bij uitgelatenheid gewoonlijk snel verloren gaat.
Het is verwonderlijk dat een mens in dit leven ooit volkomen blij kan zijn, als hij nadenkt over zijn ballingschap en nagaat hoeveel gevaren zijn innerlijk leven bedreigen. Omdat wij zo luchthartig doen en ons weinig bekommeren om onze gebreken, blijven wij ongevoelig voor de wonden van onze ziel en lachen dikwijls zonder zin, terwijl wij redenen hebben om te wenen.
Er bestaat geen ware vrijheid en geen echte blijdschap als men God niet vreest en geen goed geweten heeft. Gelukkig wie alwat hem hinderlijk afleidt van zich weet te werpen en zich overgeeft aan de innigheid van een diep berouw. Gelukkig wie van zich afzet wat zijn geweten kan besmetten of bezwaren. Strijd als een man: een gewoonte wordt door een gewoonte overwonnen.
Als gij het opbrengt de mensen hun eigen gang te laten gaan, zullen zij ook u wel de vrijheid laten uw eigen zaken te behartigen. Bemoei u niet met andermans zaken en meng u vooral niet in aangelegenheden van hoger geplaatsten. Houd altijd uzelf in het oog en vermaan allereerst uzelf nog vóór alle anderen die u lief zijn.
Staat gij niet bij de mensen in de gunst, wees dan daarover niet bedroefd; maar wat gij erg moet vinden is: u niet goed en zorgvuldig genoeg te gedragen zoals dat voor een kind van God past.
Het is dikwijls voordeliger voor een mens dat hij in dit leven niet veel vertroostingen geniet, vooral niet naar de zinnen. Maar dat wij de goddelijke troost niet hebben of maar zelden voelen is onze eigen schuld, omdat wij de rouwmoedigheid van hart niet zoeken en de zinloze uiterlijkheden niet volkomen van ons afwerpen. Erken dat gij de goddelijke vertroostingen niet waardig zijt maar eerder veel moeilijkheden verdient. Wanneer de mens werkelijk berouwvol is, dan wordt de hele wereld hem zwaar en bitter.
De goede mens vindt stof genoeg om te treuren en te wenen. Want of hij zichzelf beschouwt of over de evenmens nadenkt, hij weet dat niemand hier zonder grote zorgen is. En hoe nauwkeuriger hij zichzelf beschouwt, des te meer redenen heeft hij om te treuren. Want stof voor gegrond verdriet en innerlijk berouw zijn onze zonden en onze ondeugden; wij zijn daarmee zo bezig dat wij maar zelden in staat zijn de hemelse dingen te beschouwen.
Als gij vaker nadacht over uw dood dan over de vraag hoelang gij nog zult leven, dan zoudt gij zonder twijfel met meer vuur beginnen uzelf te verbeteren. Als gij daarbij de toekomstige straffen van hel of vagevuur nauwkeuriger zoudt afwegen, ik geloof dat ge dan graag arbeid en verdriet zoudt dragen en voor geen enkele harde maatregel zoudt terugschrikken.
Maar omdat deze dingen niet dóórdringen tot ons hart en wij nog beminnen wat ons streelt, daarom blijven wij zo koud en opvallend traag. Dikwijls ligt het aan onze armoede van geest dat ons armzalig lichaam zo gauw begint te klagen. Bid daarom nederig tot de Heer dat Hij u de geest van diep berouw mag geven, en zeg met de profeet: Heer, spijzig mij met het brood van tranen en laat overvloedig wenen mijn lafenis zijn.
Beschouwing van de menselijke ellende
Gij zijt ellendig waar gij u ook bevindt en waarheen gij u ook keert, behalve als gij u richt tot God. Waarom zo ontsteld omdat het niet loopt zoals gij wilt en wenst? Wie is er die alles heeft volgens zijn wil? Ik niet en gij niet en geen enkel mens op aarde. Niemand is er op de wereld zonder een of andere kwelling of bezorgdheid, al is het de koning of de paus. Wie heeft het dan het beste? Ja, inderdaad hij die voor God iets weet te lijden.
Veel dwazen en zwakkelingen zeggen: zie eens wat een heerlijk leven die man leidt, hoe rijk hij is, hoezeer in aanzien, hoe machtig, hoe verheven! Maar let eens op de waarden van het hemelse, dan zult gij inzien dat al die tijdelijke dingen niets te betekenen hebben; ze zijn zeer onzeker en eerder drukkend, want men kan ze nooit zonder zorg of vrees bezitten. Het geluk bestaat voor een mens niet in het overvloedig bezit van het tijdelijke, maar wat hij normaal nodig heeft is voldoende. Werkelijk, het leven op aarde is ellende.
Hoe geestelijker een mens wil zijn, des te bitterder vindt hij dit aardse leven, omdat hij het menselijke tekort, veroorzaakt door innerlijk bederf, dieper voelt en helderder inziet. Want eten, drinken, waken, slapen, rusten, werken en onderworpen zijn aan de overige behoeften is in waarheid een grote armzaligheid en een kwelling voor een geestelijk mens die graag bevrijd zou zijn en los van alle zonde. Want alles wat het lichaam nodig heeft is voor iemand die innerlijk leeft in deze wereld een ware last. Vandaar dat de profeet in vroomheid bidt dat hij van al die dingen bevrijd mocht worden, met de woorden: van al mijn noden verlos mij, Heer.
Maar wee degenen die hun eigen ellende niet kennen en dubbel wee hun die dit erbarmelijke en snel verwelkende leven te zeer liefhebben. Ook al hebben sommigen ondanks hun zwoegen en bedelen nauwelijks het strikt nodige, zij hangen toch zo aan het leven, dat zij zich van het Godsrijk niets zouden aantrekken als zij hier maar altijd mochten blijven. O dwazen en ongelovigen van hart die zo opgaan in het aardse dat zij niets meer genieten dan wat zintuiglijk is. Maar deze ellendigen zullen nog op het einde ervaren hoe laag en nietig het was wat zij hebben liefgehad.
Gods heiligen en alle toegewijde vrienden van Christus hebben geen acht geslagen op wat het lichaam welgevallig was, noch op wat er aan welvaart bloeide in deze tijd; maar heel hun hoop en streven hunkerde naar het goede van de eeuwigheid. Heel hun begeerte stuwden ze op naar wat blijft en onzienlijk is, opdat zij maar niet door de liefde voor de zichtbare dingen zouden worden neergetrokken.
Wil nooit het vertrouwen verliezen, broeder: nóg hebt gij tijd en kans om tot het geestelijke op te gaan. Waarom zoudt gij uw voornemen tot morgen willen uitstellen? Sta op en begin en zeg: nu is het tijd om te handelen, nu moet ik strijden, nu is het de gunstige tijd voor verbetering.
Als gij er slecht aan toe zijt en gekweld wordt, dan is het de tijd van verdienste. Door vuur en water zult gij heen moeten vóór gij tot verkwikking komt. Als gij uzelf geen geweld aandoet komt gij de ondeugd nooit te boven. Zolang wij dit broze lichaam dragen, kunnen wij niet bestaan zonder zonde en ook niet leven zonder leed en pijn.
Graag zouden wij rust hebben van alle ellende, maar sinds wij door de zonde de onschuld hebben verloren, is voor ons ook het ware geluk verspeeld. Daarom behoren wij het geduld te bewaren en Gods barmhartigheid af te wachten totdat deze ongerechtigheid voorbijgaat en de sterfelijkheid zich oplost in het eeuwige leven bij God.
Hoe groot is de menselijke zwakheid die altijd naar het kwade overhelt. Vandaag belijdt gij uw zonden en morgen doet ge weer wat ge had gebiecht. Nu neemt gij u voor op uw hoede te zijn en na een uur doet ge alsof ge u niets had voorgenomen. Terecht mogen wij onszelf vernederen en moeten wij van onszelf nooit iets groots denken, want wij zijn zo broos en onstandvastig.
Hoe snel kan door nalatigheid weer verloren gaan wat ten langen leste moeizaam door genade werd bereikt. Wat zal er op het einde nog gebeuren met ons die al zo vroeg beginnen te verflauwen? Wee ons als wij ons zó willen overgeven aan de rust alsof er al vrede en veiligheid was, terwijl er echt nog geen spoor van ware heiligheid te bespeuren valt. Het zou werkelijk nodig zijn dat wij ons weer opnieuw als goede novicen lieten opleiden tot de ideale levenswijze; misschien was er dan hoop op enige verbetering in de toekomst en wat meer geestelijke groei.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
RAAD AAN DE OPROERLINGEN TEGEN KONING MAGNUS.
VIERDE BOEK, KAP. 141.
Gij zult in een visioen vier mijner vrienden, die nog in leven zijn, voor mij zien staan. Een van hen is degeen, naar wien de koning luisterde, toen hij wereldlijk gezind was, maar haatte zoodra hij godvruchtig begon te leven. Deze vier worden genoemd volgens hun wereldijke macht. Daarna was het alsof de Maagd tot hen sprak met de volgende woorden: Ik ben degeen, tot wie de engel zeide: Ave, gratia plena.
En daarom geef ik mijn genade aan alle noodlijdenden, welke die begeeren. Ik bied mijn hulp aan aan tot verdediging van uw rijk tegen Gods vijanden, lichamelijke en geestelijke. Ik bied u mijn hulp aan, opdat gij er toe zult bijdragen, dat het rijk den koning krijgt, die helpen en het zoo besturen kan, dat goede daden en rechtschapen zeden onstaan. Ik verkondig dat Gods rechtvaardigheid den koning en zijn afstammelingen van dit rijk zal scheiden.
Een ander, in het rijk geboren, ditmaal ongenoemd, is door God tot koning uitverkoren. Hij zal het rijk besturen volgens den raad van Gods vrienden en volgens het nu en de gehoefte van het rijk zelf. Doet zooals geraden wordt, opdat geen onrecht geschiede aan meerderen en velen u ter zijde staan.
Houdt dezen raad geheim, zoowel voor Gods vrienden als voor zijn vijanden moet gij dien verbergen, uitgenomen wanneer gij hem vindt, die doen wil, wat ik hier zeg, zoodat het rijk God meer eer toekent en goede zeden ontstaan en hersteld worden en aan de kroon teruggegeven wordt, wat die verloren heeft. Laat een of meerderen van u naar koning Magnus gaan en hem zeggen: Wij hebben iets mede te deelen, wat de zaligheid uwer ziel aangaat, en wij verzoeken u het geheim te houden als een biecht, en ook meerdere woorden, die redelijk zijn, indien het u zoo belieft.
En de beteekenis hiervann is: Gij hebt in het rijk en er buiten den slechtsten naam, die een christen hebben kan. En dit is gemakkelijk te gelooven, want gij hebt de menschen meer lief dan God, of uw eigen ziel of uw eigen vrouw. Ten tweede weten wij niet, in hoever gij het waar geloof hebt, want de Kerk had u verboden de mis bij te wonen, maar gij hebt u daaraan niet gestoord, en ging naar de Kerk zoo goed als vroeger. Ten derde berooft gij het land en berooft gij onze kroon. Ten vierde hebt gij Schonen verraden en uw dienaren en onderdanen, die u dienden en uw zoon en u en uw zoon willen dienen, die het land terecht onder onze kroon willen behouden en de vijanden der kroon benadeelen willen. Gij laat hen in de handen van uw grootsten vijand, zoodat zij nooit zeker zijn van hun goed of hun leven, zoolang gij leeft.
Wilt gij uw misdaden en zonden beteren en het land terug winnen, dan willen wij u gaarne dienen. Indien gij zelf niet wilt, geef ons dan uw zoon en verlaat het land. Of wel laat hem de kroon onder de gezworen verplichting het land terug te winnen, naar den raad en de ambtenaren te luisteren en het volk in het goede te steunen. Anders is het een ander, die Gods Koning worden zal. Want God heeft even groote macht over jongen als ouden, en evenals vroeger de macht om iemand te doen sterven en iemand uit het land te verdrijven, en zal alles besturen en kan volgens Zijn vast besluit, wat Hij wil, verlengen of verkorten.
Het is mogelijk dat zij niet willen gehoorzamen. Zoekt dan in het geheim uw vrienden en daar er eenige ridders zijn die zich aan uw zijde scharen, zegt hun openlijk wat gij den koning in het geheim zeidet, en zegt, dat gijl. Geen ketter of verrader dienen wilt, noch diens zoon, indien hij zijn vader navolgt, en kiest u dan een hoofdman die uit naam der kroon oorlog voert. Is het die mijn zoon gekozen heeft zoo blijve hij standvastig, is hij het niet, zoo worde hij uitgeschrapt.
Gij moogt raad en geld geven, ik geef stoutmoedigheid en een mannelijk hart, en die niet wil, zal gehoorzamen. Wil de koning het land verlaten, zal geen van u hem volgen.
Wordt vervolgd.
Bezinningstekst.
God,
Gij weet dat ik de wind niet kan zien,
maar ik zie wel de door de wind in beweging gebrachte bladeren en dansende stofjes.
En ik vraag me af of de Heilige Geest op deze manier werkt.
"Krachtgevend" aan gewone mensen zoals ik?
Neem mijn leven, Heer. Verrijk mij met de kracht van de Heilige Geest.
Maak me bereid om mij door U te laten leiden.
De droom van God.
Niemand vraagt me nog wat, dacht God. Ik hoor zo weinig van de mensen. En Hij begreep niet wat er gebeurd was. Is er dan overal vrede en liefde op aarde ? vroeg Hij zich af. Gaat het er dan eindelijk eerlijk aan toe ? Voelt iedereen zich goed ? Hebben de mensen de weg naar elkaar gevonden ? Dat is het waar ik al zo lang van droom. En vreugde vulde het hart van God. Toen werd Hij nieuwsgierig om zijn droom onder de mensen te zien. Daarom ging Hij naar de aarde.
In een grote stad ging Hij buiten op een terrasje zitten en keek naar de mensen. Iedereen snelde voorbij in een hels tempo, druk bezig met cijfers en moeilijke woorden en ingewikkelde machines, zodat ze geen tijd hadden om naar rechts en links te kijken. En God werd moe van het gehol en het lawaai van de mensen. Hij vroeg zich af waar ze allemaal heen renden en wat hen zo vooruit joeg. Het geluk ligt toch vlakbij, dacht Hij.
Maar niemand bekommerde zich om lieve dingen. God dacht na. En Hij stond op en ging de mensen achterna. Hij hield er een paar tegen om met hen te praten. Ze dachten dat Hij de weg vroeg, maar toen ze merkten dat Hij zomaar even wou praten, liepen ze haastig door, want daarvoor hadden ze geen tijd. En treurig ging God in een park op een bank zitten. Hij zuchtte want de wereld was nog helemaal niet nieuw geworden, integendeel
Tot er een klein kind, dat daar aan het spelen was, naar Hem toekwam en Hem voorzichtig over de wang wreef en Hem vroeg :"Waarom ben je zo verdrietig ? Hier, je mag mijn witte steen hebben. Kijk eens hoe mooi hij is, met een paars streepje bovenaan. Je mag hem houden."
God z'n ogen schoten vol tranen. Hij trok het kind naar zich toe en dacht : mijn droom is nog niet helemaal dood. En Hij fluisterde tot het kind : "Hier, neem je steen terug, dan kan je hem geven aan iedereen die je tegenkomt en er droevig uitziet, want alles wordt blij als mensen zijn zoals jij !!"
Keren wij ons tot god, Vader, zoon en heilige Geest en bidden wij.
Drie-ene God
-Maker, Minnaar en Behoeder -
die onze wereld schept van dag tot dag
en heel ons bestaan omvat:
het licht en het duister, goed en kwaad, leven en dood.
Niets ontsnapt aan uw vaderlijke aandacht,
Niets valt buiten uw moederlijke zorg.
Wij bidden U,
dat wij bij al wat ons overkomt onwrikbaar op U vertrouwen.
Laat ons bidden
Kom, bij ons, o Heer kom bij ons, o Heer, kom bij ons.
Gij, Drievuldigheid
-Maker, Minnaar en Behoeder -
die de volheid van uw Geest deed rusten op Jezus van Nazaret:
uw veelgeliefde Zoon, een mens naar uw hart.
Hij leefde ons de liefde voor,
is in woord en daad voor ons zo goed als God geweest.
Wij bidden U,
dat wij leven mogen, Hem achterna.
Laat ons bidden
Kom, bij ons, o Heer kom bij ons, o Heer, kom bij ons.
Gij, Drie-ene God
-Maker, Minnaar en Behoeder -
die uw Geest hebt gezonden, om het aanschijn der aarde
telkens weer te vernieuwen.
Zij bezielt wat is verdord, verwarmt wat is verkild,
maakt één wat is verdeeld.
Wij bidden U:
ontsteek in ons allen meer en meer
het vuur van haar liefde.
Laat ons bidden
Allen: Kom, bij ons, o Heer kom bij ons, o Heer, kom bij ons.
(eigen intenties)
Bidden wij voor onze zieken die naar troost verlangen.
De jonge mensen die een verbond van trouw sluiten.
Onze kinderen die de doop ontvingen.
Onze lieve doden, .. wier namen leven in ons hart. Laat ons bidden
Kom, bij ons, o Heer kom bij ons, o Heer, kom bij ons.
Drie-ene God,
wij bidden U, dat wij,
Als kinderen van eenzelfde vader
ons bij U geborgen weten,
ons vast blijven houden
aan Jezus, uw zoon
En uit kracht van uw Geest
tot leven komen. Amen
Een mooi begin was dat.
Luister maar.
Toen Jezus' vrienden in Jeruzalem
verhalen over Hem vertelden
zeiden veel mensen:
"Ja, wij geloven dat Hij een mens was
om van te houden.
En zoals Hij geleefd heeft,
willen wij dat ook gaan doen".
Wat deden ze?
Alles wat ze hadden, deelden ze met elkaar.
Niemand noemde nog iets zijn eigendom.
Was dat niet mooi?
Ze deelden hun leven met elkaar,
zoals Jezus hun had voorgedaan.
Een mooi begin toen.
Zouden wij er
een mooi vervolg aan kunnen geven?
Wij samen?
31-12-2010
AAN ALLEN EEN GEZEGENDE VRIJDAG TOEGEWENST.
N. ( M ).
Vernieuwing van de wereld - door vuur of door genade?
Richtlijnen voor innerlijk leven .
Geringschatten van al wat louter tijdelijk en zinledig is
Wie Mij volgt, wandelt niet in duisternis, zegt de Heer. Dit zijn woorden van Christus, waarmee wij worden aangespoord, Hem in zijn leven en gedrag na te volgen, als wij in waarheid verlicht willen zijn en bevrijd van alle verblindheid van hart. Onze voornaamste zorg behoort daarom te zijn dat wij ons diepgaand bezinnen op het leven van Jezus Christus. De leer van Christus gaat uit boven alle onderrichting van de heiligen, en had men maar de ware geest, men zou daar verborgen manna in ontdekken. Maar het is zo dat velen ook na het dikwijls horen van het Evangelie weinig innerlijk verlangen in zich gewaarworden, omdat zij Christus geest niet hebben. Wie echter Christus woorden ten volle wil proeven en verstaan, moet de gelijkvormigheid met Hem nastreven in heel zijn leven.
Wat baat het u diepzinnig over de Drieëenheid te redetwisten als ge de nederigheid mist en daarom de Drieëenheid mishaagt? Werkelijk, grote woorden maken niet heilig en rechtvaardig, maar door een leven van deugd wordt men aangenaam aan God. Een diep berouw wil ik liever voelen dan de begripsbepaling ervan kennen. Al zoudt ge de hele bijbel van buiten kennen en de uitspraken van alle filosofen, wat zou u dat alles baten zonder de liefde Gods en zijn genade?
Het ene is al dwazer dan het andere en alles is dwaasheid, behalve God te beminnen en Hem alleen te dienen. Dit is de hoogste wijsheid: de bijkomstigheid inzien van wat voorbijgaat en zich moeite geven voor het rijk der hemelen.
Dwaasheid is dus vergankelijke rijkdom najagen en daarop zijn hoop stellen.
Dwaasheid is ook eer en roem willen bereiken en zichzelf in de hoogte te steken.
Dwaasheid is toegeven aan de begeerten van het lichaam en dat verlangen, waarvoor men later zware straf
moet ondergaan.
Dwaasheid is wensen lang te leven en zich weinig bekommeren om goed te leven.
Dwaasheid is alleen aandacht hebben voor het tegenwoordig leven en niet voorzien wat de toekomst
brengen zal.
Dwaasheid is liefhebben wat voorbijvliegt en zich niet daarheen haasten waar een eeuwige vreugde wacht.
Herinner u dikwijls deze uitspraak: geen oog wordt door het zien verzadigd, en door het horen wordt geen oor voldaan. Probeer daarom uw hart vrijer te maken van de liefde voor het zichtbare en meer bij het onzichtbare te vertoeven. Want wie hun zinnelijkheid volgen besmeuren hun geweten en verliezen Gods genade.
Nederig denken over zichzelf
Ieder mens wil van nature weten, maar waartoe dient de wetenschap zonder vrees voor God? Een eenvoudig man van het platteland die God dient staat heel zeker boven de trotse filosoof die zijn heil verwaarloost en de loop van de sterren nagaat. Wie zichzelf goed leert kennen slaat zichzelf niet hoog meer aan en vindt er geen smaak in als mensen hem prijzen. Als ik alles zou kennen wat er op de wereld is, maar niet leefde in de liefde, wat zou het mij helpen bij God, die mij zal oordelen naar mijn daden? Zie af van ongeremde zucht naar kennis, want daarin ligt veel verstrooiing en bedrog. Wie veel weet wil graag de aandacht trekken en voor geleerd doorgaan. Er zijn veel dingen waarvan de kennis weinig of geen nut heeft.
En zeer onverstandig is hij die op iets anders uit is dan op hetgeen kan bijdragen tot zijn eeuwig geluk. De ziel wordt niet verzadigd door overvloed van woorden. Maar een onberispelijk leven maakt uw geest helder en een zuiver geweten geeft groot vertrouwen op God. Hoe meer en beter gij onderlegd zijt des te strenger zult ge worden geoordeeld, behalve als ge ook heiliger hebt geleefd. Ga nooit trots op groot talent of wetenschap maar wees liever een weinig bevreesd om de kennis die u werd verleend. Vindt ge dat ge veel weet en een vrij goed inzicht hebt, bedenk dan dat er veel meer dingen zijn waar gij geen verstand van hebt. Heb geen hoge dunk van u zelf, maar beken liever uw onwetendheid. Waarom slaat gij u zelf hoger aan dan die ander, terwijl toch velen geleerder zijn dan gij en meer ervaren in de wet?
Als gij iets wilt weten en leren dat nuttig is: wees dan graag onbekend en voor niets geteld. Dit is de allerhoogste en de meest ingrijpende wetenschap: ware zelfkennis en zelfverachting. Zichzelf voor niets tellen en over anderen altijd goed en edel denken: dat is grote wijsheid en volmaaktheid. Als gij duidelijk zoudt zien dat een ander zich zondig gedraagt of zwaar misdoet, dan moet ge u zelf daarom toch niet voor beter houden: gij weet immers niet hoelang gij in het goede zult volharden. Wij zijn allen zwakke mensen maar gij moet niemand voor zwakker houden dan uzelf.
De leer der waarheid
Gelukkig wie door de Waarheid zelf onderwezen wordt, niet met beelden en woorden die voorbijgaan, maar rechtstreeks vanuit haar wezen. Ons inzicht en ons gevoelen bedriegen ons dikwijls en reiken niet ver. Wat baat al die haarkloverij over verborgen en geheime dingen waarvan ons bij het oordeel niet zal worden verweten dat wij ze niet gekend hebben? Het is zeer onverstandig dat wij niet alleen verwaarlozen wat nuttig en nodig is, maar ons bovendien bezighouden met dingen die niet terzake doen en ook nog nadelig zijn. Wij hebben ogen maar zien niet. En wat hebben wij ons aan te trekken van soorten en geslachten?
Hij tot wie het eeuwig Woord spreekt is van veel leerstelsels bevrijd. Uit één Woord komt alles voort en alles verkondigt dat Ene: dit is het Begin dat ook spreekt tot ons. Zonder Hem heeft niemand inzicht of juist oordeel. Hij voor wie alles één is, die alles tot het éne terugbrengt en alles in het éne ziet, kan standvastig zijn van hart, en in God blijvend vrede hebben. O God die de waarheid zijt: maak mij één met U in onwankelbare liefde. Dikwijls staat het mij tegen veel te lezen of te horen; in U is alles wat ik verlang en wil bereiken. Laat alle leraars zwijgen; laat alle schepselen stil zijn voor uw aangezicht: spreekt Gij alleen tot mij.
Hoe meer iemand met zichzelf de vrede heeft gevonden en innerlijk eenvoudig is geworden, des te talrijker en hoger zaken ziet hij zonder moeite in, want het verlichte inzicht ontvangt hij dan van boven. Een zuivere, eenvoudige en standvastige geest wordt bij het vele werk niet verstrooid, want hij doet alles tot Gods eer en streeft ernaar inwendig van alle zelfzucht vrij te blijven. Wie hindert en bezwaart u meer dan de onbeheerste genegenheid van uw eigen hart? Een goed en met God verbonden mens denkt bij zichzelf eerst na wat hij uitwendig heeft te verrichten. En hij laat zich daarbij niet meetrekken naar wat de onbeteugelde neiging vraagt, maar hij regelt die volgens de uitspraak van het gezond verstand.
Wie heeft zwaarder strijd te voeren dan hij die in alle ernst probeert zichzelf te overwinnen? Dit zou ons ambacht moeten zijn: onszelf te overwinnen, dagelijks onszelf meer te beheersen en enige voortgang te maken in het goede.
Iedere volmaaktheid gaat in dit leven met een zekere onvolmaaktheid gepaard en in al onze bespiegelingen blijft een duistere plek. De nederige kennis van uzelf is een zekerder weg naar God dan een diep wetenschappelijk onderzoek. De wetenschap treft geen schuld en ook niet een eenvoudige kennis van zaken; op zich beschouwd is deze goed en door God gewild; maar een goed geweten en een deugdzaam leven verdienen altijd nog de voorkeur. Nu velen echter er meer op uit zijn veel te weten dan goed te leven, dwalen zij dikwijls en brengen nauwelijks iets voort wat vruchtbaar is.
O, als men eens evenveel ijver had om gebreken uit te roeien en goede eigenschappen aan te leren als om problemen op te werpen, dan zou er niet zoveel onheil en vertwijfeling zijn bij de mensen en niet zoveel ontreddering in de kloosters. Een ding is zeker: als de dag van het oordeel daar is, zal ons niet gevraagd worden wat wij allemaal hebben gedoceerd, maar wat wij hebben gedaan, niet of wij knappe studenten waren, maar hoe zorgvuldig wij hebben geleefd. Zeg mij: waar zijn nu al die heren en professoren die gij zo goed gekend hebt, toen zij nog leefden en schitterden in hun wetenschap?
Hun honorarium incasseren anderen al en ik weet niet of die nog weleens aan hen denken. Tijdens hun leven schenen zij iets te zijn en nu wordt over hen gezwegen. O, hoe snel gaat de roem van de wereld voorbij. Was hun leven maar in overeenstemming geweest met hun kennis. Dan hadden hun studies en hun colleges zin gehad. Hoevelen gaan in deze wereld door dwaze wetenschap ten onder, omdat zij zich weinig om de dienst van God bekommeren. En omdat zij liever beroemd zijn dan onbeduidend, vervluchtigen zij met hun waanideeën.
Echt groot is hij die groot is in de liefde. Echt groot is ook hij die klein is voor zichzelf en het toppunt van eer maar niets vindt. Echt wijs is degene die al het aardse afval vindt om daardoor Christus in ruil te krijgen. En hij is een flink eind op de goede weg die de wil van God doet en eigen wil dus loslaat.
Bedachtzaamheid in het doen
Men moet niet ieder woord of iedere aandrift zonder meer vertrouwen, maar voorzichtig en geduldig behoort men ten overstaan van God een zaak te wikken en te wegen. Dikwijls gelooft en zegt men helaas van een ander eerder het kwaad dan het goede: zo zwak zijn wij. Volmaakte mensen daarentegen geloven iedere verteller zo maar niet; want zij kennen de menselijke zwakheid die licht neigt tot het kwaad en nogal wankel is in haar beweringen.
Het is grote wijsheid zich in zijn handelen niet te overhaasten en ook niet hardnekkig aan eigen mening vast te houden. Hiertoe hoort ook dat men niet dadelijk geloof hecht aan alles wat verteld wordt, en wat men hoort of gelooft niet terstond in andermans oren fluistert. Overleg met een wijs en gewetensvol man en zoek eerder door een voortreffelijk persoon te worden onderricht dan uw eigen bevindingen te volgen.
Goed leven maakt een mens wijs naar Gods maatstaf en ervaren in veel dingen. Hoe nederiger iemand in zijn innerlijk is en hoe meer afhankelijk van God, des te wijzer en rustiger zal hij zijn in alles.
Het lezen van de heilige Schrift
Men moet in de heilige Schrift de waarheid zoeken, geen welsprekendheid. De hele Schrift moet gelezen worden in de geest waarin zij is geschreven. We moeten liever proberen in de Schriften ons nut te vinden dan sierlijke woordkunst. Wij zullen daarom ook even graag vrome en eenvoudige boeken lezen als verheven en diepzinnige. Het gezag van de schrijver mag geen zorgelijk vraagstuk voor u zijn: of hij weinig of zeer belezen was; maar liefde voor de zuivere waarheid behoort de lezing aantrekkelijk voor u te maken. Vraag niet wie dit heeft gezegd, maar luister goed wát er wordt gezegd.
Mensen gaan voorbij maar de waarheid van de Heer blijft eeuwig. God spreekt tot ons op allerlei manieren zonder aanzien van persoon. Nieuwsgierigheid hindert ons dikwijls bij het lezen van de Schrift, omdat wij willen begrijpen en ontleden, waar wij eenvoudig moesten doorgaan. Wilt ge er voordeel uit trekken, lees dan nederig, met eenvoud en geloof, zonder ooit deskundig genoemd te willen worden. Ondervraag graag en dikwijls en luister stil naar het woord van heiligen; keer u niet af van de spreuken der oude vaders; ze zijn niet zonder zin gezegd.
Ongeregelde gehechtheid
Als een mens, wanneer ook, iets onordelijks begeert, wordt hij terstond onrustig. Wie trots zijn en hebzuchtig komen nooit tot rust; armen en nederigen van geest leven in overvloed van vrede. De mens die inwendig nog niet volkomen vrij staat tegenover zijn verkeerde neigingen, komt heel licht in verleiding en delft het onderspit in kleine en onbeduidende dingen.
Wie zwak is in het innerlijk leven en nog in zekere mate vastzit aan het zintuiglijke en stoffelijke, kan zich maar moeilijk totaal ontdoen van zelfzuchtige begeerten. Daarom is hij dikwijls bedrukt als hij van die dingen afziet: hij wordt ook gauw geprikkeld als iemand het niet met hem eens is. Maar heeft hij nagejaagd wat hij begeerde dan voelt hij zijn geweten bezwaard, want hij heeft aan zijn hartstocht toegegeven, die hem niet dichter brengt bij de vrede die hij zocht.
Daarom: door te weerstaan aan de driften vindt men de ware innerlijke vrede, niet door daaraan toe te geven. Het innerlijk van een louter zinnelijk mens kent dan ook geen vrede, evenmin de mens die in het uiterlijke opgaat, maar hij die met ijver het geestelijke zoekt.
Wordt vervolgd.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
AAN URBANUS V.
VIERDE BOEK, KAP. 135.
Toen zij nacht in gebeden waakte, was het de bruid, alsof een stem sprak, die uitging van een kring van licht, gelijk de zon. En de stem zeide tot haar: "Ik ben Gods moeder, omdat het Hem zoo behaagde. Ik ben ook de moeder van allen, die in de vreugde des hemelrijks zijn. En evenals het de vreugde van het kind vergroot als de moeder een blij gelaat vertoont, wanneer het kind krijgt wat het wenscht, zoo behaagt het God allen in het hemelrijk vreugde te geven door de reinheid mijner maagdelijkheid en de schoonheid mijner deugden, hoewel zij op een ondoorgrondelijke wijze al het goede hebben door de machte Zijner godheid. Ik ben tevens de moeder van allen die in het vagevuur verblijven, want ter wille van mijn gebeden wordt ieder uur hun straf verzacht, die zij in den naam der gerechtigheid moesten lijden voor hun zonden.
Ik ben tevens moeder voor alle rechtvaardigen op de aarde, wier rechtvaardigheid mijn zoon met de volmaaktste liefde liefhad. En evenals de hand der moeder bereid is weerstand te verleenen tegen het gevaar en het kwaad, dat haar zoon kon treffen, ben ik bereid rechtvaardige menschen in de wereld te verdedigen en hen uit al-geestelijk gevaar te redden. In ben ook de moeder van de zondaars, die zich willen beteren en die den wil hebben niet verder te zondigen. En ik ben bereid om de schuldigen onder mijn bescherming te nemen als een liefdevolle moeder, die wanneer zij haar zoon naakt naar zich toe ziet komen om het zwaard door zijn doodsvijanden getrokken te ontwijken, hem redt uit de handen van zijn vijanden. Zoo doe ik met al de zondaars, die om de barmhartigheid smeeken van mijn Zoon, met waren ootmoed en godvruchtige liefde.
Hoor nu, en geef nauwkeurig acht op wat ik u over twee mijner zonen zeg, die ik u noemen zal. De eerste is mijn Zoon Jezus Christus, die uit mijn maagdelijken schoot geboren werd, opdat Hij Zijn liefde toonen en de zielen verlossen zou. Hiervoor spaarde Hij Zijn lichaam geen arbeid en hiervoor vergoot Hij zijn bloed. En Hij verdroeg allen smaad en doorstond de hevigste smarten en is nu rijk en almachtig in een vreugde die eeuwig duurt. De tweede, dien ik als mijn zoon beschouw, is hij, die in Gods zetel op de aarde vertoeft, indien hij de geboden van mijn zoon gehoorzaamt en Hem liefheeft met volmaakte liefde. De Heilige Geest gaf hem in naar Rome te gaan om de rechtvaardigheid te handhaven, het christelijk geloof te versterken en de Heilige Kerk te vernieuwen.
En evenals de moeder het kind leidt, waar zij wil, wanneer zij het haar tepels toont, zoo leidde ik hem met mijn gebeden naar Rome zonder eenig lichamelijk gevaar. Maar nu wendt hij mij den rug toe in plaats van het gelaat en wil hij mij verlaten. En daartoe lokt en leidt hem een booze geest met list en bedrog. De duivel trekt en verleidt hem, zoodat hij naar zijn vaderland terug verlangt. Hij wordt ook gelokt en getrokken door den raad van wereldsche vrienden, die zijn liefde hooger achten en zijn wil, dan de glorie van God en Gods wil en de redding der zielen.
Als hij nu naar zijn vaderland terugkeert, zal hij spoedig een slag krijgen, zoodat zijn tanden zullen klapperen, zijn gezicht verduisterd zal worden en al zijn ledematen trillen. De warmte van den Heiligen geest zal in hem luwen en alle vrienden Gods die voor hem bidden zullen het moede worden. En hij zal rekenschap hebben af te leggen voor wat hij deed als Paus, en waarvoor hij in gebreke bleef.
Wordt Vervolgd.
Lieve Maria.
Lieve Maria.
Hier en daar langs de weg
zien we nog een beeldje van jou.
Maar wij durven niet meer met je te praten.
Toch wil jij ook nu nog
voor ons een moeder zijn.
Jij wil dicht bij ons zijn
als er iets misloopt.
Dank je wel hiervoor.
Amen.
Jesaja 35, 1-6a.
Gij die waait waar Gij wilt,
maar altijd op zoek
om mensen terug te geven aan mensen,
om het minste
onder de aandacht te brengen van het meeste,
om het zwakke
aan te bevelen bij het sterke.
Wees onze horizon.
Wijk niet van onze zijde.
Blijf ons wakker roepen,
Kom op ons toe in ieder kwetsbaar mensenkind.
Word zichtbaar in ons.
Maak ons zacht en goed. Amen.
IK BEN EEN ZAAD.
Ik ben een uitgeworpen zaad dat in de grond aan 't sterven gaat , een paradox van weerloosheid en vuur van nieuw ontbrande strijd , een zaad , verteerd door wind en weer , maar groeiend naar jouw dromen , Heer. Zal ik je vragen naar die droom ; is 't kranke bloem ......of sterke boom ? Ach nee , ik groei , 't is mij genoeg , vergeef me dat ik verder vroeg. Zie hoe 'k in groeipijn ook gedij , mijn hart groeit 't jouwe naderbij. Ik bid Je enkel in mijn pijn , wil met je dauw niet karig zijn. Opdat het beeld van mij in Jou Je nooit te diep ontgooch' len zou. Als eens na zomer 't najaar daagt , zorg dat mijn bloem z'n vruchten draagt.
GELUK VOOR DE MENS. ( Matteus ).
Toen zei Jezus:
Geluk voor de mens die ontvankelijk is,
hij zal ontvangen het koninkrijk der hemelen.
Geluk voor de mens die huilen durft
over hem komt de grote vertroosting.
Geluk voor de mens die vriendelijk is,
hij krijgt deel aan het leven in overvloed.
Geluk voor de mens die hongert, die dorst
naar gerechtigheid: zij wordt aan hem vervuld.
Geluk voor de mens die barmhartig is,
barmhartigheid zal er zijn voor hem.
Geluk voor de mens die onverdeeld van hart is,
God zal hij zien, zijn licht.
Geluk voor de mens die vrede brengt
hij krijgt de naam kind van God te zijn,
geluk voor de mens die lijden moet
om de gerechtigheid,
hij zal ontvangen het koninkrijk der hemelen.
Voor de H. Kerk en voor de priesters.
O mijn Jezus, ik smeek U voor de hele Kerk.
Schenk haar liefde en het licht van uw helige Geest.
Geef kracht aan de woorden van de priesters, zodat de meest verstokte zondaars tot inkeer komen en terugkeren naar U.
Goddelijke Hogepriester, geef ons heilige priesters, bewaar hen in heiligheid.
Moge de kracht van uw barmhartigheid hen overal begeleiden en hen beschermen tegen de hinderlagen en valstrikken van de duivel, die de zielen van de priesters voortdurend bedreigen.
O Heer, moge de kracht van uw barmhartigheid alles wat de heiligheid van de priesters kan aantasten, doen mislukken, want U kunt alles.
Ik vraag U, Jezus, een bijzondere zegen en licht voor de priesters, bij wie ik gedurende mijn leven te biechten zal gaan. Amen.