Foto
TOESPRAAK VAN PATER PETAR
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7
  • Deel 8
  • Deel 9
  • Foto
    Foto
    Het  logo  van  het  Bisdom  Gent  van  MG.  Van  Looy
     
    Origen
    Quantcast
    Met hulp en medewerking van John Pont is dit blog gemaakt
    HOUD UW LAMPEN BRANDEND.
         Image and video hosting by TinyPic
    For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
     2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt
    Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois
    Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Wonder

    30-12-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ALLE EER EN GLORIE.

    Alle eer en alle glorie

    geldt de luisterrijke Naam!

    Viert de vrede die Hij heden

    uitroept over ons bestaan.

    Aangezicht vol van licht,

    zie ons met ontferming aan!

    Alle eer en alle glorie

    geldt de Zoon, de erfgenaam!

    Als de genade die ons toekomt

    is Hij onze nieuwe naam.

    Licht uit licht, vergezicht,

    steek ons met uw stralen aan!

    Alle eer en alle glorie

    geldt de Geest, die leven doet,

    die de eenheid in ons ademt,

    vlam die ons vertrouwen voedt!

    Levens zon, liefdesbron,

    maak de tongen los voorgoed!


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERGEVING.

    Niet Gods arm is te kort om ons te redden,

    niet zijn oor is te doof om ons te horen.

    Maar onze misdaden verduisteren het licht.

    Wij plegen geweld, wij zaaien verwoesting,

    de weg van de vrede kennen wij niet.

    Wij wachten op licht, maar het blijft donker,

    op het licht van de zon,

    maar wij dolen in duisternis.

    Als blinden tasten wij langs de wand,

    als mensen die geen ogen hebben.

    Wij struikelen op klaarlichte dag,

    in de bloei van ons leven zijn wij als doden.

    Scheur dan de wolken uiteen en kom,

    zoals de morgenlicht het duister verdrijft.

    Maak ons open voor U, de komende

    en wees ons genadig.

    Amen.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DICHTBIJ IS GOD.

    Waarachtig en waar is al wat Hij zegt,

    God is vol liefde in al wat Hij doet.

    God is dichtbij voor wie dreigen te vallen,

    die in verdrukking zijn, richt Hij weer op.

    De ogen van allen zien uit naar U,

    en Gij geeft ieder zijn eten op tijd.

    Gij opent met liefde uw hart en hand,

    de wensen van ieder die leeft, vervult Gij.

    Dichtbij is God voor wie Hem roepen,

    voor hen die van harte bidden tot Hem.

    Wensen vervult Gij van die Hem vrezen,

    Hij hoort hen roepen en verlost hen.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wie in schaduw Gods mag wonen,

    Wie in schaduw Gods mag wonen,

    hij zal niet sterven in de dood.

    Wie bij Hem zoekt naar onderkomen,

    vindt eenmaal vrede als zijn brood.

    God legt zijn vleugels van genade

    beschermend om hem heen als vriend

    en Hij verlost hem van het kwade,

    opdat hij eens geluk zal zien.

    Engelen zendt Hij alle dagen

    Zij zullen hem op handen dragen

    door een woestijn van hoop en pijn.

    Geen vrees of onheil doet hem beven,

    geen ziekte waar een mens van breekt.

    Lengte van dagen zal God geven

    rust aan een koele waterbeek

    Hem zal de nacht niet overvallen;

    zijn dagen houden eeuwig stand.

    Duizenden doden kunnen vallen;

    hij blijft geschreven in Gods hand.

    God legt een schild op zijn getrouwen,

    die leven van geloof alleen.

    Hij zal een nieuwe hemel bouwen

    van liefde om zijn tranen heen.

     

     

     

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.God Groet U, zuivere bloeme,

    God Groet U, zuivere bloeme, Maria maged fijn

    Gedoog dat ik U roeme, lof moet U altijd zijn !

    Als gij niet waart geboren, o reine maged vrij,

    Wij waren allen verloren, aan U beveel ik mij!

    O roosken zonder doren, o violette zoet.

    O bloemken blauw in't koren, weest mij, uw kinde goed!

    Vol liefde en gestadig, ootmoedig zo zijt Gij:

    Och, weest mij toch genadig; aan U beveel ik mij!

    Maria, Lelie Reine, Gij zijt mijn toeverlaat,

    zoals een klaar fonteiene, die nimmer stille staat,

    Zo geeft Gij ons genade en staat uw dienaars bij:

    Och, sta mij toch te stade; aan U beveel ik mij.

     

     


    29-12-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.AAN ALLEN EEN GEZEGENDE WOENSDAG TOEGEWENST.

    N. ( M ).

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.La canzone di Benadette - Lourdes.
     

    La canzone di Benadette - Lourdes.

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Beproeving van Sint-Jozef .

    De Beproeving van Sint-Jozef

    Omdat Jozef, de man van Maria, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, dacht hij erover in stilte van haar te scheiden. Juist omdat hij rechtschapen was, wilde Sint-Jozef Maria niet beschuldigen. Zou hij werkelijk rechtschapen zijn geweest, als hij een overspel verborgen zou hebben gehouden? En kon hij rechtschapen heten als hij haar, van wier onschuld hij overtuigd was, zou veroordelen? Dus omdat hij rechtschapen was en Maria niet aan de schande wilde prijsgeven, verkoos hij in het geheim van haar weg te gaan.

    Waarom wilde hij van haar scheiden? Luisteren we naar hetgeen de kerkvaders hierover zeggen. De reden die Jozef hiervoor heeft, is dezelfde die de H. Petrus aanvoerde toen hij de Heer smeekte van hem weg te gaan: Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens, dezelfde reden ook, die de honderdman had om Jezus verre te houden van zijn huis: Heer, ik ben niet waardig dat Gij komt onder mijn dak. Zo was het ook met Sint-Jozef, die zich onwaardig achtte en een zondaar en die bij zichzelf zei: "Hoe is dit mogelijk? Ik weet dat zij maagd is, want we hebben samen de gelofte afgelegd om onze maagdelijkheid en zuiverheid te bewaren en ik weet zeker, dat zij aan deze gelofte geenszins ontrouw zou willen zijn. Maar anderzijds stel ik vast, dat ze zwanger is en moeder zal worden. Hoe is het mogelijk, dat moederschap en maagdelijkheid samengaan en dat de maagdelijkheid het moederschap niet verhindert? O God, zou Zij dan die gelukzalige Maagd zijn, waarvan de profeten verzekeren dat Ze zal ontvangen en de Moeder zal worden van de Messias? Als dat zo is, hoe kan ik dan nog langer bij haar blijven, ik die zo onwaardig is! Het is beter, dat ik haar in het geheim verlaat vanwege mijn onwaardigheid en dat ik niet langer meer in haar gezelschap blijf. Zij is zo volmaakt en zo verheven, dat ik het niet verdien dat ze mij nog langer laat delen in haar intimiteit; haar buitengewone grootheid overweldigt mij en jaagt mij schrik aan." Met religieuze ontzetting stelde hij vast, dat Zij het teken droeg van een goddelijke aanwezigheid en daar hij dat mysterie niet kon doorgronden, wilde hij van haar scheiden. Vrees beving ook Petrus voor de grootheid van de Macht; vrees beving ook de honderdman voor de majesteit van Gods aanwezigheid. Een heel natuurlijke ontzetting maakte zich meester van Jozef, zoals van ieder mens, voor de onvoorstelbare waardigheid van dit buitengewone wonder, voor de diepte van dit mysterie en dat is de reden waarom hij in het geheim van haar wilde scheiden.

    Mogen wij ons erover verbazen, dat Jozef zichzelf onwaardig achtte om met de Heilige Maagd samen te leven, als ons verteld wordt, dat zelfs de H. Elizabeth haar aanwezigheid slechts bevend en vol schroom kon verdragen? Luisteren we naar haar woorden: Waaraan heb ik het te danken, dat de Moeder van mijn Heer naar mij toekomt? En dit is de reden waarom de heilige Jozef haar wilde verlaten. Maar waarom in het geheim en niet openlijk? Om elke navraag naar de reden van deze scheiding te vermijden en om te ontsnappen aan de verplichting er rekenschap van af te moeten leggen. Wat had deze rechtschapen man moeten antwoorden aan een volk, dat weerspannig en twistziek was en geen vertrouwen betoonde? Als hij zijn overtuiging had uitgesproken en het bewijs had gegeven dat in hem gegroeid was omtrent Maria’s zuiverheid, zouden zijn wrede en ongelovige plaatsgenoten hem dan niet terstond uitgejouwd hebben en Maria gestenigd? Hoe zouden deze mensen hebben kunnen geloven in de Waarheid, toen deze nog stil in de moederschoot verbleef, terwijl ze later zijn woorden in de tempel minachtend hebben afgewezen? Wat zouden ze die nog onzichtbare Christus niet aangedaan hebben, zij die later hun heiligschennende handen aan Hem zouden slaan, niettegenstaande de schittering van zijn wonderen? Het is dus wel terecht, dat Jozef, die rechtschapen man, Maria in het geheim wilde verlaten om niet gedwongen te worden te liegen of een onschuldige in opspraak te brengen.

     

     

    Voorbeeld in de Beproevingen

    Hoewel alle Rechtvaardigen even rechtvaardig zijn is er niettemin een groot verschil in hun concrete daden van rechtvaardigheid.

    Sommige Heiligen muntten uit in een bepaalde deugd, anderen in een andere deugd en dit in zodanige mate dat ze allen heilig zijn. Niettemin zijn ze zeer verschillend; er zijn evenveel verschillen in heiligheid als er Heiligen zijn.

    Maar wat voor een Heilige is de Roemrijke Sint-Jozef! Hij is niet alleen Patriarch, maar de grootste der patriarchen. Hij is niet alleen een belijder, maar meer dan dat, want zijn belijdenis omvat de waardigheid van de bisschoppen, de edelmoedigheid van de martelaren en van alle andere Heiligen.

    En onder de deugden, die Sint-Jozef in hoge mate bezat, herkent men moed, volharding, standvastigheid en kracht. Er is evenwel veel verschil tussen standvastigheid en volharding, tussen kracht en dapperheid. Wij noemen iemand standvastig die volhoudt, en die de aanvallen van zijn vijanden ondergaat zonder zich te verwonderen en zonder de moed te verliezen tijdens de strijd. De volharding echter bestaat voornamelijk uit een zekere innerlijke weerzin, die opkomt bij langdurige moeilijkheden en die de machtigste vijand is die men maar kan tegenkomen. Volharding nu maakt dat men deze vijand veracht en uiteindelijk overwint door een voortdurende standvastigheid en onderworpenheid aan Gods Wil.

    Kracht is dat wat de mens stevig weerstand doet bieden tegen de aanvallen van zijn vijanden. Dapperheid echter is een deugd, die maakt dat men niet alleen bereid is om te strijden of weerstand te bieden wanneer dat nodig is, maar dat men de vijand ook aanvalt, zelfs wanneer hij zich stil houdt.

    Welnu, Sint-Jozef bezat al deze deugden en beoefende ze op een bewonderenswaardige wijze. Wat zijn standvastigheid aangaat: hoezeer gaf hij daarvan blijk, toen hij bemerkte dat de Heilige Maagd een kind verwachtte en niet wist hoe dat mogelijk was. "Mijn God! Wat een ontsteltenis! Wat een geestelijk lijden moet hij gekend hebben!" Toch klaagde hij niet, was hij niet onvriendelijk voor zijn vrouw en behandelde haar daarom niet onheus, maar bleef hij even zacht en vol eerbied. Maar wat een dapperheid en kracht blijken uit de overwinning die hij behaalde op de twee grootste vijanden van de mens: de duivel en de wereld! En dat door zijn volmaakte nederigheid, die wij tijdens zijn hele leven hebben opgemerkt.

    En dan zijn volharding! Volharding is strijden tegen innerlijke vijanden als lijden en alle verwerpelijke, vernederende, pijnlijke dingen en tegenslagen of ongelukken die ons treffen. Hoezeer werd Sint-Jozef beproefd door God en de mensen!

     

     

    De ‘Geheimen’ van Sint-Jozef

    De geheimen van Sint-Jozef treden aan het licht gedurende Jezus’ kinderjaren en stijgen op ten hemel als een wolk van wierook. De heilige Jozef hoort helemaal thuis in deze periode van Jezus’ leven. Daarbuiten weten we niets van hem. Het lijkt alsof God hem uitsluitend voor deze periode had geschapen en getooid met zulk een bewonderenswaardige heiligheid en dat hierin de enige taak besloten lag, die hem was toebedeeld. Jezus’ Lijden blijft hem geheel en al bespaard. Het werpt op hem zelfs zijn schaduwen niet vooruit, zoals op de Moeder van Smarten. Zelfs nog vóórdat Jezus het heilig huis van Nazareth had verlaten om zijn openbaar dienstwerk uit te oefenen, had Jozef zich gevoegd bij zijn Vaderen in het graf. Verteerd door de vlam van de goddelijke liefde was hij gestorven in een zoete extase, leunend tegen de borst van Jezus en met Maria aan zijn zijde, kortom: in het bijzijn van het mooiste, het heiligste, het hoogst verhevene op aarde.

    Zijn kinderjaren liggen verborgen in de duisternis van het verleden. Maar wie kan er aan twijfelen, dat alles zodanig beschikt was, dat het een passende voorbereiding zou zijn op de hoge waardigheid die God hem zou verlenen? Wie kan er aan twijfelen, dat alles erop gericht was om hem te vormen en hem de wijding te geven, die passend is voor de voedstervader van het Vleesgeworden Woord? Aangezien we Jozef uitsluitend kennen uit de kinderjaren van Jezus, zal het niemand verbazen, dat de aard van de devotie tot Hem dezelfde is als die van de devotie tot de H. Kindsheid, zij het dat hij in deze laatste nóg tastbaarder voor ons wordt.

    Allereerst is het door toedoen van Sint-Jozef, dat wij aanwezig zijn in de stal van Bethlehem, in de verblijfplaats in Egypte en in het huisje van Nazareth. Heel deze intimiteit en vertrouwelijkheid, waardoor de Verlosser als kind zich verwaardigt ons door zijn Menswording een recht en een aanspraak te geven, al deze kleine diensten die Hij door onze liefde en toewijding genegen is te ontvangen, heel deze vreugde en deze gemoedsrust die de aanblik van zijn kinderlijke zwakheid in ons hart verspreidt; kortom, heel deze houding van aanbidding vermengd met heilige vrees die de aanwezigheid van zijn godheid bij ons oproept, al deze zaken: Jozef is er om ze in ontvangst te nemen of te schenken, om ze aan te voelen of om ze te laten zien, en wel, in onze naam. Hij is er als vertegenwoordiger van alle komende generaties van gelovigen, vooral van hen wier harten krachtens een bijzondere aantrekking ertoe neigen zich te richten op de vroegste geheimen van Jezus.....

    Sint-Jozef is in Bethlehem, in Egypte, in de woestijn en in Nazareth als de schaduw van de Eeuwige Vader. Dat maakt zijn sublieme waardigheid uit. Het enige en voor altijd gezegende vaderschap van God wordt hem verleend op zinnebeeldige wijze. Hij is de voedstervader van Jezus, in de ogen van de wereld echter gaat hij door voor zijn werkelijke vader. Hij oefent er het gezag van uit en vervult jegens Hem alle plichten van vaderlijke genegenheid en liefderijke zorg. Nog beter gezegd: in zijn menselijke natuur is Onze Heer ondergeschikt aan Sint-Jozef, Hij die in zijn goddelijke natuur nimmer ondergeschikt kan zijn aan de Eeuwige Vader.

    De onuitsprekelijke schatten van God – Jezus en Maria – worden toevertrouwd aan de hoede van Sint-Jozef; ook hijzelf is een schat, terwijl hij tegelijkertijd de behoeder is van Gods schatten. Hij neemt een plaats in het plan van de Verlossing. Gelijk Jezus en Maria heeft ook hij zijn voorafbeeldingen, zijn voorlopers en zijn profeten in het Oude Testament. Hij verleent aan God zijn medewerking teneinde het geheim van de Menswording verborgen te houden; in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de eeuwige Vader brengt hij ons voortdurend, door zijn dienstwerk aan het heilig Kind, diens Goddelijkheid in herinnering. Door de functie die hij vervult, voorkomt hij dat wij vergeten, dat Jezus waarlijk God is en Zoon van de ware God. Terwijl hij ons de zoetste omgang met Jezus leert, leert hij ons tezelfdertijd het diepste respect voor Hem. Aan de ene kant moedigt hij ons aan tot Jezus te naderen en Hem de voeten te kussen; aan de andere kant schrijft hij ons voor op de knieën te vallen en met grote eerbied de eeuwige Pasgeborene te aanbidden.

    ------------------------------------------

     

    Ook Sint-Jozef verscheen in Fatima

    Even terug in de tijd...... 1917. Enkele maanden voordat in Rusland de communistische revolutie begon, verscheen aan de andere kant van Europa de Moeder Gods aan drie herderskinderen op elke dertiende van de maand vanaf mei tot en met oktober. Op dertien oktober maakte Maria zich bekend als Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans.

    "Ik ben gekomen om de gelovigen aan te sporen hun leven te veranderen en Onze Lieve Heer niet meer door de zonde te bedroeven. Ik vraag, dat men de Rozenkrans bidt en ik verlang hier op deze plaats een kapel."

    Maria spreidde haar handen weer open en terwijl ze hemelwaarts steeg, kreeg Lucia de indruk, dat ze naar de zon wees. Daarom riep het meisje: "Kijk naar de zon!" De tienduizenden stonden in de modder, doorweekt van de hele morgen in de motregen te staan. Inderdaad brak de zon door de wolken. Ze leek op een zilveren schijf. Ze werd als een rad van vuur en begon rond haar eigen as te draaien met duizelingwekkende snelheid. Ze veranderde voortdurend van kleur en wekte soms de indruk, dat ze op de aarde zou neerstorten. Tot driemaal toe hernam ze haar fantastische dans in de ruimte, terwijl tienduizenden ademloos toekeken. Velen vielen op hun knieën om het Credo te bidden. "Ik geloof in God de almachtige Vader......"

    Om ons te tonen, dat zij haar bruidegom, Sint-Jozef, niet vergeet nu zij in de Hemel is, wenste Onze-Lieve-Vrouw, dat hij bij de laatste verschijning zichtbaar aan haar zijde was en ook Onze Heer Jezus Christus. De Heilige Familie op aarde bestaat ook in het Paradijs.

    Na het verdwijnen van Onze-Lieve-Vrouw, verhaalt Lucia:

    "Wij zagen naast de zon de heilige Jozef met het Kind Jezus in de armen en Maria in het wit gekleed met een blauwe mantel. De verschijning vertoonde zich niet ter hoogte van de groene eik, maar in de lucht naast de zon en gedurende de gehele tijdsduur van het zonnewonder. Ik zag Sint-Jozef en het Kind Jezus, naast Onze-Lieve-Vrouw. Het Kindje Jezus lag in de armen van Sint-Jozef en was nog zeer klein, ongeveer een jaar oud. Beiden waren gekleed in een licht rood kleed."

    De heilige Jozef en het Kind leken met een handgebaar in de vorm van een kruis de wereld te zegenen. Kort daarna, toen deze verschijning weg was, zag ik Onze Lieve Heer, zoals voordien Sint-Jozef, met hetzelfde handgebaar de wereld zegenen.

    Ook deze verschijning verdween en opnieuw kreeg ik Maria te zien, ditmaal dacht ik dat zij geleek op de Onze-Lieve-Vrouw van de Berg Carmel.

    -----------------------------------------------------------

    Brief door een diep christelijke moeder geschreven

    Ik hou zeer veel van Sint-Jozef, daarom verheugt het mij u een gebeurtenis, die bij ons plaats vond, mede te delen. Misschien zal het u tamelijk onbeduidend schijnen, toch meen ik het te moeten vertellen.

    Mijn zoontje van nauwelijks vijf jaar oud, draagt de mooie naam van Jozef en vertrouwt zijn beschermheilige ten zeerste. Onlangs zag ik mijn lief kind een prachtig boeket voor het beeld van Sint-Jozef plaatsen en gelijktijdig knielen en zijn geldbeugel wijd open voor hem houden. Ik vermoedde wel dat dit een verzoek voor geld moest zijn en nam mij voor zijn zuiver geloof te belonen.

    Maar ja, door iets anders afgeleid was ik mijn kleine Jozef en zijn beurs helemaal vergeten.

    ’s Avonds tijdens mijn gebed, precies op het ogenblik dat ik de engelachtige Echtgenoot van Maria aanriep, vielen mijn ogen op de open geldbeugel van mijn zoontje die voor het beeld van Sint-Jozef lag. Onmiddellijk stond ik op en stak er wat geld in.

    O! Merkwaardige bezorgdheid van de Voorzienigheid!

    O! Ontroerende minzaamheid van Sint-Jozef! Zonder het te weten had ik juist het gevraagde bedrag in de beurs van het kind gestoken. Ik kon mij van deze werkelijkheid overtuigen want de volgende dag kocht hij de twee speelballen die hij al zolang had willen hebben.

    Ik denk dat Sint-Jozef gaarne de naastenliefde van het kind heeft willen belonen, want meermaals had hij deze som bijeengebracht, doch altijd liever aan de armen gegeven daar hij hulp verlenen verkoos boven zijn eigen vermaak, ondanks dat hij er zoveel zin in had.

    -----------------------------------------------

    De genezing van Filomena

    Een jong meisje, Filomena genaamd, negentien jaar oud, lag ziek te bed sedert 5 september 1867.

    Een kwaadaardige ziekte sloopte haar krachten, elke beweging veroorzaakte een ondraaglijke pijn en haar maag kon zelfs geen lepel bouillon meer verdragen. God was de enige toevlucht, die restte. Allen, die de jonge zieke bezochten, baden Hem medelijden te hebben met haar, zoveel ellende en gelatenheid te belonen door een einde te maken aan haar marteling en deze jonge ziel te roepen tot de onuitsprekelijke vreugden van de Hemel.

    Zo was op 28 februari haar toestand, toen ze van een klooster zuster, haar vroegere overste een brief ontving, waarin deze erop aandrong de moed niet te verliezen en de 10e van de volgende maand een novene te beginnen tot de heilige Jozef, een novene die moest eindigen op de dag van het feest van deze grote Patriarch. Het vertrouwen van de overste was zo groot dat de brief sloot met deze woorden: "Ik heb een zo vast vertrouwen in de heilige Jozef dat ik zeg: ‘Tot weerziens de 19e, ik hoop dat ik, na God, uw bezoek mag ontvangen.’ Ons huis staat onder de bescherming van de heilige Jozef." Deze hoop werd gedeeld door de zieke, die met zekerheid haar genezing aankondigde op de 19e.

    Gedurende de novene verergerde de ziekte alleen maar. De 17e leed het meisje de hevigste pijnen; maar de 18e verdwenen deze nagenoeg. De 19e had ze het geluk de Heilige Communie te mogen ontvangen en enkele minuten later stond ze opeens op en wierp zich op de knieën voor een afbeelding van de heilige Jozef, die op enkele passen afstand op een tafel stond.

    De genezing was volledig en ogenblikkelijk. Alle ziektesymptomen waren verdwenen, alle zonder één enkele uitzondering, en de zo verzwakte maag hield het voedsel in en verteerde wat men haar opdiende. Dank zij gebracht aan de heilige Jozef!

    De Echtgenoot van Onze-Lieve-Vrouw

    Ga in uw geest het huisje van Maria binnen. Maria, de zeer reine Maagd, het levend voorbeeld voor alle andere maagden. Zie de Engel die tot haar spreekt in de beslotenheid van haar kamertje. Hij brengt haar een boodschap van Godswege. De Maagd bloost en is ontroerd. De Evangelist Lucas schrijft: Zij schrok van dat woord en vroeg zich af.......

    Hoe? Maria is ontsteld in tegenwoordigheid van een bewoner van de Hemel: wie zal dan zo gelukkig zijn om zulk een nederigheid niet af te schrikken?

    Die gelukkige is Jozef.

    Maria aanvaardt hem als Echtgenoot. Voortaan is hij bij haar én thuis, én op hun reizen, én in de eenzaamheid. Het is niet alleen zo, dat zijn aanwezigheid haar niet in verwarring brengt, maar zij maakt er ook geen enkel bezwaar tegen om hem tot Echtgenoot te nemen. Het lijkt verbazingwekkend; ze bloost bij de aanwezigheid van de Engel en ze aanvaardt zonder aarzelen het gezelschap van een man!

    Om in deze omstandigheden te zeggen, dat Maria zichzelf onderschatte, zou heiligschennis zijn...... Men moet dus zeggen dat Jozef voor haar méér was dan een Engel.

    Dat Sint-Jozef inderdaad boven alle Engelen verheven is, blijkt duidelijk uit de vele boodschappen die hij door hun tussenkomst ontving. De Engelen waren dus boodschappers en dienaars van Sint-Jozef......

    Na God is de heilige Jozef het eerste voorwerp van de liefde van zijn zeer heilige Echtgenote, en hij heeft de eerste plaats in haar hart; want, omdat Maria volledig toebehoort aan de heilige Jozef, zoals de echtgenote toebehoort aan haar echtgenoot, zo behoorde het hart van Maria toe aan Jozef. Niet alleen behoorde het hem toe, maar indien er van de eerste christenen kan gezegd worden dat zij slechts één van hart en één van ziel waren, met hoeveel meer recht kan men van de gelukzalige Maagd en van haar heilige Echtgenoot zeggen, dat zij slechts één van Hart en één van ziel waren, door de tedere band van tederheid en liefde.

    Het staat dus vast dat Jozef één van hart is met Maria, en bijgevolg kunnen wij zeggen dat, omdat Maria slechts één van hart is met Jezus, Jozef slechts één van Hart is met Jezus en Maria.

    Zodoende, gelijk er in de aanbiddelijke Drievuldigheid van Vader, Zoon en Heilige Geest drie personen zijn die slechts één hart hebben, zo zijn er in de Drievuldigheid van Jezus, Maria en Jozef drie harten die slechts één Hart zijn.

    Gezegend zijt gij, o zeer beminnelijk Hart van Maria, voor al de blijken van genegenheid die U hebt voor deze grote heilige! Gezegend zij voor altijd Uw edel hart, o heilige Jozef, voor al de liefde die het opbracht en eeuwig zal opbrengen voor Jezus en voor Maria, voor al de zorgen die het gehad heeft om te voorzien in de noden van de Zoon en de Moeder, en voor al de smarten en angsten die het geleden heeft bij het zien van hun lijden, en de smaad en de slechte behandeling die het hen heeft zien ondergaan vanwege de ondankbare mensen! O grote Heilige, wij bieden U onze harten aan; verenig ze met het uwe, en met dat van Jezus en Maria, hen smekend te zorgen dat deze vereniging onverbrekelijk en eeuwig zou zijn.

     

     

    Wij weten bijna niets over het leven van Sint-Jozef. Een schrijver uit de Oudheid heeft zelf wel eens opgemerkt, dat in de evangelieteksten niet één van zijn woorden is te vinden. Misschien dat de aandacht van de evangelisten geheel in beslag werd genomen door al het wonderbare, dat ze over de Verlosser van de wereld moesten optekenen en zich niet kon uitstrekken tot andere zaken. Misschien heeft de Heilige Geest gewild, dat dit stilzwijgen ons in zekere zin een indruk zou geven van de belangrijkste karaktertrekken van Sint-Jozef: zijn nederigheid, zijn liefde voor de eenzaamheid en het verborgen leven. Wat het ook is, deze eenvoudige schets van Sint-Jozef kan ons slechts in een geringe mate schadeloos stellen voor wat een zeer gedetailleerde beschrijving van het leven van deze grote Heilige zou hebben weergegeven. Ontroerende voorbeelden zijn voor altijd verloren gegaan. Voortreffelijke leefregels zijn voor eeuwig begraven in de vergetelheid. Zij, die in de echt zijn verbonden, zouden dit gemis het meest betreuren vanuit hun eigen belang doch niet vanuit dat van Sint-Jozef. Wanneer de Heilige Schrift slechts dit ene woord Vir Mariae – hij was de bruidegom van Maria, – over Hem had vermeld, dan zou zij ons al voldoende hebben gezegd over de uitzonderlijke heiligheid van Sint-Jozef en voldoende stof hebben gegeven aan christelijke redenaarstalenten.

    Zonder mij te beklagen over de beperktheid van mijn onderwerp, moet ik zelf wel toegeven dat deze twee woorden voor mij een zó ruime betekenis inhouden, dat ik daardoor overweldigd ben en ook door de omvangrijkheid en de uitmuntendheid van zaken, die deze woorden uitdrukken. Als ik de omvangrijke betekenis ervan zou kunnen weergeven, dan is het nog te betwijfelen of een volledige lofrede over deze onvergelijkelijke Echtgenoot mogelijk zou zijn. Omdat ik u alleen op deze wijze tevreden kan stellen, kan ik – volgens mijn overtuiging – niets anders doen dan mij tot de Heilige Maagd te wenden. Ik vertrouw erop dat zij belang stelt in de glorie van Sint-Jozef, die door zijn heilige banden zich zo geliefd heeft gemaakt. Ik hoop, dat zij voor u de genade van inzicht moge verkrijgen, die de zwakheid van mijn woorden en gedachten zal aanvullen. Zelfs indien er geen redenen bestaan om de lof van Sint-Jozef te bezingen, zou men het zeker moeten doen door het verlangen om Maria te behagen.

    Het is aan geen twijfel onderhevig, dat Maria sterk deelt in de verering van deze Heilige en dat zijzelf voelt, dat deze ook op haar afstraalt. Dit afgezien van het feit, dat zij hem erkent als haar ware Echtgenoot en dat zij in die hoedanigheid altijd voor hem alle gevoelens heeft gehad, die een deugdzame vrouw moet hebben voor degene met wie de Heer haar zo hecht heeft verbonden. Een diepe erkentelijkheid moet haar hebben bezield ten opzichte van haar heilige Bruidegom, door zijn gezag en de eerbiediging van haar maagdelijke zuiverheid. Die erkentelijkheid was zo groot, dat de liefde die zij had voor die deugd bijgevolg niet groter kon zijn dan haar ijver voor de glorie van de heilige Jozef.

    Men zou Sint-Jozef moeten vereren, al was er geen enkele andere reden dan het feit dat hij de Echtgenoot was van Maria. Ik herhaal dat men het zou doen, zelfs al viel er niets anders van hem te vertellen dan dat hij de Echtgenoot was van Maria.

    Het ganse leven van Sint-Jozef kan men in tweeën delen: het eerste deel was zijn leven dat zijn huwelijk voorafging; het tweede deel volgde na zijn huwelijk. We weten absoluut niets van het eerste deel, en slechts zeer weinig van het tweede deel.

    Het eerste deel was zeker heilig omdat het bekroond werd met een zo bevoorrecht huwelijk. Het tweede deel was zeker nóg heiliger omdat alles gebeurde binnen dit huwelijk. Ik wil daarmee zeggen dat dit glorierijk verbond de vrucht was van de hoge graad van heiligheid, die Sint-Jozef reeds bereikt had en dat dit de oorzaak was van een nóg grotere heiligheid waartoe hij sindsdien werd verheven.

    Ik zal niet proberen u alle vooruitgang te laten inzien die hij maakte in de heiligheid gedurende de dertigjarige periode dat hij leefde met de allerheiligste onder alle vrouwen: daartoe zou men u heel wat dingen moeten doen begrijpen die het menselijk verstand te boven gaan. Maar om u te helpen om enig beeld te vormen van de voordelen die hij kreeg van een zo heilig gezelschap, zonder u iets te zeggen dat uw voorstellingsvermogen te boven gaat, lijkt het me dat het volstaat u heel kort attent te maken op het voorbeeld van Maria, haar ijver en haar invloed bij God. Deze hebben voortdurend de heiliging van haar Echtgenoot bevorderd.

    Ik zou te lang uitweiden, indien ik hier nader zou ingaan op de kracht van het goede voorbeeld en handelen. Over het geheime vermogen dat de heiligheid heeft om door te dringen in de geest en zelfs overgenomen te worden in de gewoonten van hen die omgaan met edele mensen. Het is zeker dat men zich in zekere zin veranderd voelt en als doordrongen met de geur van zijn godsvrucht, zelfs na een contact van een uur met iemand die vervuld is van Gods geest. De H. Johannes Chrysostomus zegt, dat als in zijn tijd een man slechts één dag had doorgebracht bij de Heiligen, die in de eenzaamheid leefden en ook al had hij hen alleen maar uit louter nieuwsgierigheid bezocht, zijn vrouw, zijn bedienden en al zijn vrienden toch bij zijn terugkeer konden merken, dat hij uit de woestijn terugkwam en in het gezelschap had verkeerd van deze aardse Engelen.

    Als dat zo is, welk voordeel heeft Sint-Jozef dan wel gehad van zovele jaren dat hij praktisch voortdurend gesprekken had met de Heilige Maagd? Alleen al de aanwezigheid van een zo ingetogen, zo nederige, zo heilige persoon als zij, alleen al het zien van een zo volmaakt en zo uitstekend voorbeeld kon toch niet anders dan aansporen tot een grote liefde voor allerlei deugden en een brandende liefde om ze te verwerven? Beeld u eens in, indien mogelijk, van hoeveel grote voorbeelden Sint-Jozef de enige getuige was en welke indruk deze voorbeelden moesten maken op zijn ziel.

    Ik twijfel er geenszins aan, dat zelfs de stilte van Maria buitengewoon leerzaam was en dat het zelfs voldoende was haar te bezien om zich aangespoord te voelen om God te beminnen en heel de rest te verachten. Maar wat moeten de gesprekken wel geweest zijn met een ziel waar de Heilige Geest woonde, waar God de volheid van Zijn genaden had geschonken, die meer liefde bezat dan alle serafijnen tezamen! Met welk vuur sprak zij als ze haar mond opende om de gevoelens van haar hart te uiten! Welke koude, welk ijs zou dit vuur niet hebben doen smelten! Maar welke uitwerking had dit op Sint-Jozef die reeds zo’n gemoedstoestand had om zo in liefde te ontbranden! Het enige denkbeeld, dat men in zichzelf kan vormen over de geheime gesprekken, die zij zo dikwijls samen hadden, over de geheimen die zich voor hun ogen voltrokken en op de genaden die ze alle dagen ontvingen, dit beeld alleen al is sprekend en draagt bij, dunkt me, tot ingetogenheid en vurigheid. Maar wie kan zich inbeelden welk resultaat deze gesprekken zelf hadden voor hem aan wie Maria haar bewonderenswaardige kennis meedeelde!

    De Heiligen zetten aan tot heiligheid, zelfs onopzettelijk. Het werkt aanstekelijk, als ik zo mag zeggen, en het deelt zich mee zonder dat men eraan denkt. Door zijn samenleven met Maria zou Jozef zo een buitengewone vooruitgang gemaakt hebben, zelfs al zou ze er zich niet op toegelegd hebben hem steeds volmaakter te maken. Het is wel zeker dat ze meer ijver aan de dag legde dan alle apostelen, en dat zij – indien haar geslacht dit betaamd had – uit de afzondering zou zijn getreden en geheel alleen de wereld zou hebben doorkruist en bekeerd. Deze grote ijver richtte zich echter gedurende haar hele huwelijksleven op de heiliging van haar Echtgenoot. De rangorde van de barmhartigheid eiste van haar, dat hij als eerste in aanmerking kwam en gedurende al die tijd was hij het enige onderwerp. Dit grote vuur, bij machte geheel de aarde te ontsteken, had slechts het hart van Jozef te verwarmen en te verteren gedurende zovele jaren. Denkt u, dat ze dit vuur nutteloos heeft onderhouden en aangewakkerd? Sint-Gregorius van Nazianze, die sprak over de ijver van de H. Gorgone om haar echtgenoot te bekeren, verhaalt dat deze des te groter was omdat het haar toescheen dat slechts de helft van haar hart God beminde zolang haar man nog in de heidense duisternis vertoefde. Als Maria hetzelfde gedacht heeft, als ze meende dat het hart van Jozef een deel van het hare was, welke zorg moet ze dan niet gehad hebben om het te ontsteken in liefde voor God! Ik twijfel er niet aan of ze heeft gewenst hem even intens te bezielen als ze zelf was, en dat ze zonder ophouden eraan heeft gewerkt, en dit met al de vurigheid die men kon verwachten van de ijverigste van alle schepselen. Geloof echter niet, dat ze in haar ijver haar plaats heeft vergeten en dat ze haar plichten verwaarloosde tegenover hem, die ze als haar heer en meester erkende. Alhoewel de volmaakte eenheid die tussen hen heerste hem de vrije hand gaf, alhoewel Jozef die haar verdiensten kende voor haar alle eerbied en al de verering had die hij verschuldigd was aan de Moeder van zijn God, toch is het zeker dat hij nooit enig voordeel trok uit de inschikkelijkheid en eerbied die hij voor haar had, en zij nam nooit de toon of de houding van een geleerde aan om hem deelgenoot te maken van de grote kennis, die zij had van geestelijke zaken. Deze grote ijver ging gepaard met een eenvoud en een nederigheid die deze nog doeltreffender maakte. Al vragende onderwees zij, al handelend moedigde zij aan; ze overtuigde door te tonen, dat ze zelf overtuigd was. Het was veel voor een ziel, zo goed voorbereid als die van Sint-Jozef; het was veel voor een man, die vurig de volmaaktheid wenste, die slechts vroeg te groeien, vooruitgang te boeken, die alle daden gadesloeg, die al de woorden van Maria opving, ze zonder ophouden bestudeerde en niets uit het oog verloor om de schatten te ontdekken, die zij zo vurig wenste te delen met hem......

    (Sint-Claude de la Colombière)

    De vlucht naar Egypte

    Toen Herodes door de drie Wijzen op de hoogte was gebracht dat de Koning der Joden zojuist geboren was, gaf deze barbaarse heerser opdracht alle kinderen in de omgeving van Bethlehem te doden. Daar God voor het ogenblik zijn Zoon van de dood wilde vrijwaren, zond Hij een Engel naar Jozef om deze te waarschuwen dat hij met het Kindje Jezus en zijn Moeder naar Egypte moest vluchten.

    Let hier op de onmiddellijke gehoorzaamheid van Jozef. Hij voerde aanstonds het bevel uit, alhoewel hij niet wist waar naartoe, noch het tijdstip van vertrek en hoe de reis verder zou verlopen. Zo deelde hij dadelijk de boodschap van de Engel aan Maria mede.

    Alleen, zonder gids, begaven zij zich op weg naar Egypte, een reis van zevenhonderd kilometer door de bergen, langs ruwe wegen en door uitgestrekte woestijnen.

    Hoe moet Jozef niet geleden hebben toen hij zijn geliefde Echtgenote, die niet gewoon was zoveel te lopen, aankeek terwijl zij in haar armen hun geliefd Kind droeg dat zij al vluchtend aan elkaar gaven! Ook konden zij voortdurend geconfronteerd worden met de soldaten van Herodes, en dit alles bij guur winterweer, wind en sneeuw! Hoe moesten ze zich anders voeden tijdens de reis, dan met wat brood dat ze van huis hadden meegenomen of van een aalmoes die ze onderweg hadden gekregen!

    Waar konden zij zich ’s nachts te ruste leggen, tenzij in een schamele hut of in het open veld onder de blote hemel of hoogstens onder een of andere boom? Jozef legde zich geheel neer bij de Wil van de Eeuwige Vader, die wilde dat zijn Zoon vanaf zijn kindsheid al zou lijden om voor de zonden van de mensen te boeten; maar het teder en liefdevol hart van Jozef kon niet anders dan een levendige smart voelen als hij Jezus hoorde wenen van de kou en van andere ongemakken die het Kind onderging.

    Bedenk tenslotte hoezeer Jozef heeft moeten lijden gedurende het zevenjarig verblijf in Egypte, te midden van een heidense, barbaarse en vreemde natie, daar hij noch verwanten noch vrienden had die hem konden bijstaan.

     

     

    De Engel gebood hem onmiddellijk te vertrekken en Onze-Lieve-Vrouw en zijn dierbare Zoon naar Egypte te brengen.

    Hij vraagt zich niet af: "Waar moet ik heen? Welke weg zal ik nemen? Waarmee zullen wij ons voeden? Wie zal ons daar ontvangen?" Met zijn gereedschap op de rug vertrekt hij en hij zal het brood verdienen voor zijn gezin in het zweet des aanschijns. Hoe zwaar moest dit alles hem niet vallen, omdat de Engel hem niet had laten weten hoe lang hij in Egypte zou moeten verblijven. Hij verbleef er lange tijd, zonder naar zijn terugkeer te vragen, ervan verzekerd dat degene die hem opgedragen had naar Egypte te gaan, hem opnieuw zou gebieden als hij zou moeten terugkeren; en steeds was hij bereid hierop in te gaan. Hij bevond zich niet alleen in een vreemd land, maar ook in een land dat vijandig gezind was jegens de Israëlieten; des te meer daar de Egyptenaren nog steeds de gevolgen van hun vertrek ondergingen en van het verlies, door hun schuld, van een groot gedeelte van de Egyptische strijdmacht dat bij de achtervolging werd overspoeld.

    U kunt zich wel voorstellen hoezeer de heilige Jozef verlangde om terug te keren wegens zijn voortdurende vrees ten opzichte van de Egyptenaren die hij ondervond. Het verdriet niet te weten wanneer hij uit dit land zou wegtrekken, moest zijn arm hart wel zeer bedroeven en kwellen; niettemin bleef hij steeds zichzelf, altijd zacht, rustig en volhardend in zijn onderwerping aan Gods Wil, door wie hij zich volledig liet leiden; want, daar van hem gezegd wordt dat hij rechtschapen was, was zijn wil steeds afgestemd op die van God, en ten nauwste hiermede verbonden en in overeenstemming.

    Rechtvaardig zijn is niets anders dan te leven in een volmaakte eenheid met de Wil van God, steeds hiernaar te handelen, bij allerlei gebeurtenissen, zowel in voor- als in tegenspoed. Er valt niet aan te twijfelen dat de heilige Jozef altijd volmaakt ondergeschikt is geweest aan de Goddelijke Wil. En ziet u het niet? Kijk hoe de Engel hem in alle richtingen wendt. Hij zegt hem naar Egypte te gaan, hij gaat erheen; hij gebiedt dat hij moet terugkeren, hij keert terug.

     

     

    De Onderdanigheid aan de Wil van God

    Jozef stond terstond op en gehoor gevend aan de opdracht die hij had gekregen, nam hij in dit nachtelijk uur het Kind en Zijn Moeder en vluchtte naar Egypte. Overweeg de gehoorzaamheid van deze rechtvaardige en maak het voornemen hem na te volgen, want deze gehoorzaamheid bevat de vier stadia die naar de volmaaktheid van deze deugd leiden.

    Jozef gehoorzaamt in volledige berusting. Op het eerste woord van de engel aanvaardt hij zonder meer het Goddelijk bevel. Hij had de Heer er op kunnen wijzen, dat er eenvoudiger en gemakkelijker wegen zijn om Zijn Zoon in veiligheid te brengen; dat, indien vluchten noodzakelijk is, de Heer eerder zou kunnen bevelen naar Arabië of Samaria te gaan dan naar Egypte. Maar zelfs de gedachte aan een tegenwerping komt in dit rechtschapen hart niet op. Hij onderwerpt zich eerbiedig en zwijgt. De hemelse afgezant heeft zijn zending bij hem vervuld, Jozef is niet nieuwsgierig om er meer van te weten. Hij stelt hem dus geen enkele vraag en zo volgt hij letterlijk de raad op die de Heilige Geest ons geeft in het Boek "Wijsheid van Jezus Sirach": Zoek niet wat te moeilijk voor u is, en vors niet na wat uw krachten te boven gaat. Geef uw aandacht aan de dingen die u zijn opgedragen, want wat verborgen is brengt geen baat.

    Jozef gehoorzaamt grootmoedig. De uitvoering van de opdracht is moeilijk. Het betekent zijn huis en zijn geboortestreek verlaten, alle betrekkingen met de zijnen opgeven, in een ver en onbekend land in ballingschap gaan en dit verstoken van alle menselijke hulp. Maar het verlangen Gods wil te volbrengen, maakt dat hij edelmoedig zijn eigen wil aan God opoffert. Zijn gehoorzaamheid overtreft die van Abraham, want deze heilige aartsvader trok weliswaar weg uit zijn geboorteland en liet het vaderhuis achter om daar heen te gaan waar God hem riep, maar hij nam enorme rijkdommen met zich mee en had een groot aantal dienstknechten in zijn gevolg.

    Jozef gehoorzaamt onmiddellijk en stipt. Hij slaapt niet tot de ochtend door, hij blijft de rest van de nacht niet op zijn bed liggen, maar staat direct op, deelt aan zijn heilige Bruid de openbaring van de Engel mee en zij vertrekken meteen, zonder er zich om te bekommeren wat met zich mee te nemen. Voor het dag wordt, zijn zij op weg om gewetensvol begunstigd door het nachtelijk duister, het gegeven bevel op te volgen in het geheim te vluchten.

    In hun gehoorzaamheid voelen Maria en Jozef zich blij en gelukkig. De dagen zijn lang en zwaar. Zij ontberen alles wat de vermoeienis van de reis zou kunnen verlichten. Maar ze slaan er geen acht op, denken er nauwelijks aan, vervuld als zij zijn van innerlijke vreugde, vol van twee gedachten. God wil, dat zij lijden en voor hen is de Goddelijke Wil de duurzaamste troost. Dat is voor hen de grootste troost.

    Bovendien hebben zij het Goddelijk Kind bij zich. Zijn lieflijk gezelschap is meer dan voldoende om hun alleen zijn te verzachten; in de allergrootste verlatenheid betekent Zijn aanwezigheid alles voor hen. Buiten Hem zoeken zij dan ook geen gezelschap en de ontspanning die andere reizigers gewoonlijk zo gretig nastreven.

    O almachtige God, die Jozef en Maria bezielt van zo’n volmaakte gehoorzaamheid, ik smeek U, omwille van hun verdiensten, ook mij ervan te vervullen, opdat ik U gehoorzaam zoals zij. Dat ik het doe met een volledige onderwerping van mijn oordeel, moedig, zonder aarzelen, met vreugde, bezield van het verlangen alleen Uw Wil te volbrengen. In het volle vertrouwen dat Uw voorzienigheid mij nooit zal verlaten, zolang ik alles doe om mijn wil aan de Uwe gelijkvormig te maken. Amen.

     

     

    De liefde voor Jezus en Maria

    Al vóór zijn huwelijk was Jozef heilig, maar na zijn huwelijk met de Heilige Maagd nam hij nog meer toe in de deugd der heiligheid. Alleen al het voorbeeld van zijn heilige Echtgenote was hiervoor voldoende. De H. Bernardinus van Siena schrijft dat Maria alle genaden uitdeelt die God aan de mensen schenkt. We geloven met hart en ziel dat Ze Jozef haar maagdelijke Echtgenoot er mee overstelpt heeft. Jozef, waarvan ze zoveel hield en hij van haar.

    We geloven ook dat de heiligheid van Jozef toenam door de dagelijkse en vertrouwde omgang met Jezus Christus gedurende heel zijn leven.

    De twee leerlingen die naar Emmaüs gingen voelden die gloed van de goddelijke liefde in de korte tijd dat ze de Verlosser vergezelden en hem hoorden spreken. Jozef voelde nog veel meer die gloed in zijn hart oplaaien tijdens zijn gesprekken met Jezus Christus dertig jaar lang. Zo ook bij diens woorden van eeuwig leven en voorbeeldige nederigheid, geduld en gehoorzaamheid, hulpvaardigheid thuis en bij het werk.

    Hoewel het hart van Jozef zich van al het aardse onthecht had, hield hij toch heel veel van zijn Echtgenote Maria. Die liefde tot Maria verdeelde zijn hart niet, in tegenstelling met het woord van de Apostel: De gehuwde man heeft een verdeeld hart. Nee, het hart van Jozef was niet verdeeld, omdat de liefde die hij koesterde voor zijn Echtgenote hem meer en meer vervulde van de goddelijke liefde. Zonder enige twijfel namen, gedurende zijn leven met Jezus-Christus, de verdiensten en heiligheid van Jozef in zo grote mate toe, dat we met zekerheid kunnen zeggen, dat deze groter waren dan die van alle andere Heiligen.

    Beschouwen we eerst de liefde die Jozef had voor zijn heilige Echtgenote, de mooiste vrouw die er ooit geweest is. Ze was ook de meest nederige, tedere, zuivere, gehoorzame vrouw, in de hoogste mate toegenomen in de liefde tot God. Zoals Zij, is er onder alle mensen en Engelen nooit een geweest. Daarom was ze alle liefde van Jozef waard. Jozef, de deugdzaamheid zelf. Hij besefte hoeveel Maria van hem hield. In haar hart stelde ze haar Echtgenoot boven alle andere mensen.

    Hij wist dat God heel veel van haar hield en dat Hij haar uitverkozen had om de Moeder te worden van zijn enige Zoon. Naast al deze overwegingen nu, bedenken we ook hoe groot de genegenheid was die Jozef, de rechtvaardige en dankbare, in zijn hart koesterde voor zo’n beminnelijke Echtgenote.

    Beschouwen we daarna de liefde die Jozef voor Jezus had. Toen God deze Heilige uitkoos om de plaats te vervullen van vader van Jezus, had Hij in diens hart de liefde gelegd passend bij een vader van zo’n beminnelijke Zoon, het goddelijk Kind. Jozef wist heel goed, door de goddelijke openbaring die hij van de Engel had ontvangen, dat dit Kind, uit liefde voor de mensen en in het bijzonder voor hem, het vlees geworden Goddelijk Woord was. Jozef wist dat Jezus zelf hem onder alle mensen had uitverkozen om zijn beschermer te zijn en zijn Zoon genoemd wilde worden.

    Bedenken we nu wat een heilige liefde in het hart van Jozef ontvlamde wanneer hij dit alles overwoog en zag hoe zijn Goddelijke Meester hem als leerjongen diende. Nu eens de werkplaats open maken, dan weer dicht doen, hem helpen met hout hakken, bijl en schaaf hanteren, krullen rapen en het huis vegen. In één woord hem gehoorzamen in alles wat hij hem opdroeg, en in alles onderdanig aan zijn vaderlijk gezag.

    Bij mensen, die van elkaar houden en lange tijd vertrouwelijk met elkaar omgaan, verkoelt soms de liefde, omdat ze elkaars fouten leren kennen. Bij de heilige Jozef was dit niet het geval. Hoe meer hij met Jezus sprak, hoe meer hij zijn heiligheid leerde kennen. Denk u zich nu eens in hoeveel hij van Jezus hield!

    Overweeg nu de zoete gesprekken, die Maria en Jozef moeten hebben gehad tijdens hun reis naar Bethlehem, gesprekken die handelden over de barmhartigheid van God, die zijn enige Zoon naar de wereld had gezonden om de mensheid te verlossen en over de liefde van de Zoon die in dit tranendal was gekomen om door zijn lijden en dood de zonden van de mensen uit te boeten.

    Denk vervolgens aan de smart van Jozef toen hij moest vaststellen, dat in de nacht waarin het Goddelijk Woord geboren werd, hij samen met Maria overal in Bethlehem afgewezen werd, zodat ze verplicht waren een schuilplaats te zoeken in een stal. Hoe groot was het leed van Jozef toen hij zijn heilige Echtgenote zag, een jong meisje van 15 jaar, dat op het punt stond een kind ter wereld te brengen en beefde van de kou in die vochtige grot, waarin de elementen vrij spel hadden.

    Maar hoe groot moet daarna zijn vertroosting geweest zijn, toen hij Maria hoorde roepen: "Kom, Jozef, kom ons Goddelijk Kind aanbidden, dat in deze stal zojuist ter wereld is gekomen. Bewonder zijn schoonheid; aanschouw in deze kribbe, op dit stro, de Koning van het heelal. Zie hoe Hij beeft van de kou, Hij die de Serafijnen in liefde doet ontbranden. Zie hoe Hij schreit, Hij die de vreugde is van de Hemel!"

    Overdenk nu ook eens, hoe groot de liefde en de tederheid van Jozef waren, toen hij met eigen ogen de Zoon van God als klein kind kon aanschouwen en tegelijkertijd de engelen hoorde zingen rond de pasgeboren Heer en toen hij de grot zag, vervuld van licht......

    Toen wierp Jozef zich op de knieën en weende van ontroering. "Ik aanbid U, zei hij, ja, mijn Heer en mijn God, ik aanbid U. Welk een geluk is het voor mij om, na Maria, de eerste te zijn die U, pasgeboren Kindje, mag aanschouwen en om te weten, dat Gij het aanvaardt mijn Zoon te zijn voor de ogen van de wereld. Sta mij toe, dat ik U dan ook van nu af aan zo noem en tegen U mag zeggen: Mijn God en mijn Zoon! Ik wijd me geheel aan U toe. Mijn leven zal mij niet meer toebehoren, het zal van U zijn, helemaal. Het zal, o mijn Heer, nog slechts in Uw dienst staan!"

    Nog groter werd de vreugde van Jozef, toen hij diezelfde nacht de herders zag, die op uitnodiging van de Engel hun pasgeboren Verlosser kwamen aanbidden en die vreugde nam nog toe, toen hij later de Wijzen uit het Oosten zag komen om hun gaven aan te bieden aan de Koning des hemels, aan de God die Mens was geworden om zijn schepselen te redden.

    "Jozef droeg niet enkel de naam van ‘de vader van Jezus’, maar hij was dit ook daadwerkelijk, voorzover dit voor een man mogelijk is".

    Het is niet enkel de voortplanting die het vaderschap uitmaakt, maar ook het gezag en de zorgen voor het beheer. Bestaat er één enkele functie van de beste der vaders die niet roemrijk uitgeoefend werd door deze trouwe en voorzichtige dienaar, die de Heer aanstelde voor het beheer van zijn Familie? Was het niet Sint-Jozef die het Kindje Jezus opving en het neerlegde op het stro in de kribbe? Was het niet Jozef die tijdens de besnijdenis van Jezus het mes van de besnijdenis purperrood kleurde met het kostbaarste Bloed? Want, zoals men weet, behoorde het aan de vaders om deze wettelijk voorgeschreven ceremonie bij hun pasgeboren zonen te verrichten. Was het niet Jozef die Hem redde van de razernij van Herodes, zijn vervolger? Was het niet hij, die gedurende dertig jaar met de arbeid van zijn handen en in het zweet zijns aanschijns, Hem voedsel, kleding en onderdak verschafte?

    Hoe dikwijls hebben de armen van de heilige Jozef niet tot wieg gediend voor het Kindje Jezus! Hoeveel tedere kussen heeft hij Hem gegeven! Hoe dikwijls heeft hij Hem te eten gegeven met zijn hand, Hem gekleed, Hem leren spreken en werken! Hoe rustte zijn hoofd aan Zijn Hart toen dit Goddelijk Kind groter geworden was! Welnu, als Jozef zo teder was voor Jezus, hoe moet Jezus dan voor Jozef geweest zijn? Laten wij er niet aan twijfelen dat Hij voor hem de beste der zonen geweest is en dat Hij hem onderdanig, gehoorzaam en eerbiedig was in alles, zoals aan Zijn Vader.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
    KNUT FOLKESON.
    VIERDE BOEK, KAP. 122.

    Deze is mijn doodsvijand, want schertsend drijft hij met mij den spot. Hij doet wat hij wil en begeert. Hij is gelijk aan iemand, die op een smalle brug ligt, en aan wiens linker hand de grootste en gevaarlijkste diepte is, waaruit hij die er invalt nooit opkomt. Maar rechts is een schip, waarin hij springen kan en met moeite ontkomen, zoodat er hoop op redding is. Deze brug is het beeld van zijn betreurenswaardig en kort leven, waarin hij niet strijdt als een man, en niet voortgaat op den weg der deugd als een pelgrim maar lui ter neer ligt en verlangt om het water der lusten te drinken.

    Twee mogelijkheden staan voor hem open: (Hij is van de brug opgestaan en) Wendt hij zich naar den linker kant, dat is geeft hij toe aan zijn lusten des vleesches, dan valt hij in de diepte der hel; maar springt hij in het schip, dan kan hij door arbeid ontkomen en gered worden, als hij een hard zoenoffer op zich neemt. Moge hij zich daarom spoedig bekeeren, opdat de vijand hem niet van de brug werpt, want dan zal hij roepen zonder gehoord te worden, en tot in alle eeuwigheid gepijnigd worden.

    BIJVOEGSEL.
    Dit was iemand, die water door het venster uitgoot op de bruid van Christus, toen zij door een nauwe straat ging. En zij zeide: “God late het u niet ontgelden in een andere wereld!” Daarop verscheen Christus voor haar (in de Mis) en zeide: “Die man, welke uit vijandschap water over u uitgoot, dorst naar bloed, hij heeft wereldsche verlangens en verlangt niet naar mij, maar treedt stoutmoedig tegen mij op. Hij vereert en bemint zijn eigen lichaam boven mij, zijn God, en sluit mij buiten zijn hart. Laat hij zich in acht nemen, opdat hij niet sterve door bloed!”
    Dezelfde man leefde daarna slechts korten tijd en stierf aan een neusbloeding, zooals hem voorspeld was.
    Wordt  vervolgd.

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bezinning (bij Lucas 1, 39 -56) .

    Warmte

    genegenheid

    geborgenheid

    doen stappen zetten

    naar het bergland trekken

    van binnenuit ontmoeten.

    Levens vol verwachting

    vinden elkaar

    worden één lofzang

    om Hem die mensen aan mensen toevertrouwt

    om Hem die leven geeft

    om Hem die niets dan liefde is.

    Zijn droom:

    haar en ons

    in zijn hemel van liefde opnemen

    vandaag

    altijd opnieuw

    en eens voorgoed ...


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gelukkig jij.

    Gelukkig jij

    die vandaag arm bent:

    de wereld van God is voor jou.

    Daarom ben ik hier.

    Gelukkig jij die nu honger lijdt:

    je zult volop te eten hebben.

    Daarvoor kan je op Mij rekenen

    Gelukkig jij die nu weent:

    je zult vreugde kennen.

    Daar sta ik borg voor.

    Prijs je maar gelukkig als de mensen je haten

    en je uitsluiten omwille van Mij.

    Ik laat jou niet vallen.

    Zo sprak Jezus

    tweeduizend jaar geleden,

    en zijn woord was niet vrijblijvend.

    Hij deed wat hij zei!

    Vandaag is dit woord

    grondwet van elke christen.

    Wie dit zegt,

    weet wat hem te doen staat.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Goede God,

    Goede God,

    laat Uw Licht schijnen

    over Uw kinderen, kleinen en groten.

    Wij komen af op Uw ster,

    biddend om wijsheid,

    vragend om inzicht.

    Wij bidden U:

    help ons nu zelf op weg te gaan,

    een ster te zijn in de nacht

    die een lichtstraal

    en hoop mag brengen voor anderen.

    Dat vragen wij U voor vandaag en morgen en alle dagen.

    Amen.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Goede God,

    Goede God,

    wees hier aanwezig als een gezel

    die met ons meegaat.

    Als een ster die ons de weg

    toont naar echt mens worden:

    mensen die door tederheid gedragen worden;

    mensen die als herders zorg dragen voor elkaar;

    mensen die begaan zijn met het lot

    van de zwakken en machteloze

    en bedacht zijn op vrede en recht voor allen.

    Laat ons mens – worden zoals Hij,

    Jezus uw Zoon, die ons nabij is,

    vandaag en al die andere dagen van ons leven.

    Amen.


    28-12-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ezechiël 38 .

    1 Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

    2 Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Gog, het land van Magog, den hoofdvorst van Mesech en Tubal; en profeteer tegen hem,

    3 En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, gij hoofdvorst van Mesech en Tubal!

    4 En Ik zal u omwenden, en haken in uw kaken leggen, en Ik zal u uitvoeren, mitsgaders uw ganse heir, paarden en ruiteren, die altemaal volkomen wel gekleed zijn, een grote vergadering, met rondas en schild, die altemaal zwaarden handelen;

    5 Perzen, Moren en Puteers met hen, die altemaal schild en helm voeren;

    6 Gomer en al zijn benden, en het huis van Togarma, aan de zijden van het noorden, en al zijn benden; vele volken met u.

    7 Zijt bereid en maakt u gereed, gij en uw ganse vergadering, die tot u vergaderd zijn; en wees gij hun tot een wacht.

    8 Na vele dagen zult gij bezocht worden; in het laatste der jaren zult gij komen in het land, dat wedergebracht is van het zwaard, dat vergaderd is uit vele volken, op de bergen Israels, die steeds tot verwoesting geweest zijn; als hetzelve land uit de volken zal uitgevoerd zijn, en zij allemaal zeker zullen wonen.

    9 Dan zult gij optrekken, gij zult aankomen als een onstuimige verwoesting, gij zult zijn als een wolk, om het land te bedekken; gij en al uw benden, en vele volken met u.

    10 Alzo zegt de Heere HEERE: Te dien dage zal het ook geschieden, dat er raadslagen in uw hart zullen opkomen, en gij zult een kwade gedachte denken,

    11 En zult zeggen: Ik zal optrekken naar dat dorpland, ik zal komen tot degenen, die in rust zijn, die zeker wonen, die altemaal wonen zonder muur, en grendel noch deuren hebben.

    12 Om buit te buiten, en om roof te roven; om uw hand te wenden tegen de woeste plaatsen, die nu bewoond zijn, en tegen een volk, dat uit de heidenen verzameld is, dat vee en have verkregen heeft, wonende in het midden des lands.

    13 Scheba, en Dedan, en de kooplieden van Tarsis, en alle hun jonge leeuwen zullen tot u zeggen: Komt gij, om buit te buiten? hebt gij uw vergadering vergaderd, om roof te roven? om zilver en goud weg te voeren, om vee en have weg te nemen, om een groten buit te buiten?

    14 Daarom profeteer, o mensenkind! en zeg tot Gog: Zo zegt de Heere HEERE: Zult gij het, te dien dage, als Mijn volk Israel zeker woont, niet gewaar worden?

    15 Gij zult dan komen uit uw plaats, uit de zijden van het noorden, gij en vele volken met u; die altemaal op paarden zullen rijden, een grote vergadering, en een machtig heir;

    16 En gij zult optrekken tegen Mijn volk Israel, als een wolk, om het land te bedekken; in het laatste der dagen zal het geschieden; dan zal Ik u aanbrengen tegen Mijn land, opdat de heidenen Mij kennen, als Ik aan u, o Gog! voor hun ogen zal geheiligd worden.

    17 Zo zegt de Heere HEERE: Zijt gij die, van welken Ik in verleden dagen gesproken heb, door den dienst Mijner knechten, de profeten Israels, die in die dagen geprofeteerd hebben, jaren lang, dat Ik u tegen hen zou aanbrengen?

    18 Maar het zal geschieden te dien dage, ten dage als Gog tegen het land Israels zal aankomen, spreekt de Heere HEERE, dat Mijn grimmigheid in Mijn neus zal opkomen.

    19 Want Ik heb gesproken in Mijn ijver, in het vuur Mijner verbolgenheid: Zo er niet, te dien dage, een groot beven zal zijn in het land Israels!

    20 Zodat van Mijn aangezicht beven zullen de vissen der zee, en het gevogelte des hemels, en het gedierte des velds, en al het kruipend gedierte, dat op het aardrijk kruipt, en alle mensen, die op den aardbodem zijn; en de bergen zullen nedergeworpen worden, en de steile plaatsen zullen nedervallen, en alle muren zullen ter aarde nedervallen.

    21 Want Ik zal het zwaard over hem roepen op al Mijn bergen, spreekt de Heere HEERE; het zwaard van een ieder zal tegen zijn broeder zijn.

    22 En Ik zal met hem rechten, door pestilentie en door bloed; en Ik zal een overstelpenden plasregen, en grote hagelstenen, vuur en zwavel regenen op hem, en op zijn benden, en op de vele volken, die met hem zullen zijn.

    23 Alzo zal Ik Mij groot maken, en Mij heiligen, en bekend worden voor de ogen van vele heidenen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Judas 1.

     

    1 Judas, een dienstknecht van Jezus Christus, en broeder van Jakobus, aan de geroepenen, die door God den Vader geheiligd zijn, en door Jezus Christus bewaard:

    2 Barmhartigheid, en vrede, en liefde zij u vermenigvuldigd.

    3 Geliefden, alzo ik alle naarstigheid doe om u te schrijven van de gemene zaligheid, zo heb ik noodzaak gehad aan u te schrijven en u te vermanen, dat gij strijdt voor het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is.

    4 Want er zijn sommige mensen ingeslopen, die eertijds tot ditzelfde oordeel te voren opgeschreven zijn, goddelozen, die de genade onzes Gods veranderen in ontuchtigheid, en de enigen Heerser, God, en onzen Heere Jezus Christus verloochenen.

    5 Maar ik wil u indachtig maken, als die dit eenmaal weet, dat de Heere, het volk uit Egypteland verlost hebbende, wederom degenen, die niet geloofden, verdorven heeft.

    6 En de engelen, die hun beginsel niet bewaard hebben, maar hun eigen woonstede verlaten hebben, heeft Hij tot het oordeel des groten dags met eeuwige banden onder de duisternis bewaard.

    7 Gelijk Sodoma en Gomorra, en de steden rondom dezelve, die op gelijke wijze als deze gehoereerd hebben, en ander vlees zijn nagegaan, tot een voorbeeld voorgesteld zijn, dragende de straf des eeuwigen vuurs.

    8 Desgelijks evenwel ook dezen, in slaap gebracht zijnde, verontreinigen het vlees, en verwerpen de heerschappij, en lasteren de heerlijkheden.

    9 Maar Michael, de aartsengel, toen hij met den duivel twistte, en handelde van het lichaam van Mozes, durfde geen oordeel van lastering tegen hem voortbrengen, maar zeide: De Heere bestraffe u!

    10 Maar dezen, hetgeen zij niet weten, dat lasteren zij; en hetgeen zij natuurlijk, als de onredelijke dieren, weten, in hetzelve verderven zij zich.

    11 Wee hun, want zij zijn de weg van Kain ingegaan, en door de verleiding van het loon van Balaam zijn zij henengestort, en zijn door de tegenspreking van Korach vergaan.

    12 Dezen zijn vlekken in uw liefdemaaltijden, en als zij met u ter maaltijd zijn, weiden zij zichzelven zonder vreze; zij zijn waterloze wolken, die van de winden omgedreven worden; zij zijn als bomen in het afgaan van de herfst, onvruchtbaar, tweemaal verstorven, en ontworteld;

    13 Wilde baren der zee, hun eigen schande opschuimende; dwalende sterren, denwelken de donkerheid der duisternis in der eeuwigheid bewaard wordt.

    14 En van dezen heeft ook Enoch, de zevende van Adam, geprofeteerd, zeggende: Ziet, de Heere is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen;

    15 Om gericht te houden tegen allen, en te straffen alle goddelozen onder hen, vanwege al hun goddeloze werken, die zij goddelooslijk gedaan hebben, en vanwege al de harde woorden, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.

    16 Dezen zijn murmureerders, klagers over hun staat, wandelende naar hun begeerlijkheden; en hun mond spreekt zeer opgeblazen dingen, verwonderende zich over de personen om des voordeels wil.

    17 Maar geliefden, gedenkt gij der woorden, die voorzegd zijn van de apostelen van onzen Heere Jezus Christus;

    18 Dat zij u gezegd hebben, dat er in den laatsten tijd spotters zullen zijn, die naar hun goddeloze begeerlijkheden wandelen zullen.

    19 Dezen zijn het, die zichzelven afscheiden, natuurlijke mensen, den Geest niet hebbende.

    20 Maar geliefden, bouwt gij uzelven op uw allerheiligst geloof, biddende in den Heiligen Geest;

    21 Bewaart uzelven in de liefde Gods, verwachtende de barmhartigheid van onzen Heere Jezus Christus ten eeuwigen leven.

    22 En ontfermt u wel eniger, onderscheid makende;

    23 Maar behoudt anderen door vreze, en grijpt ze uit het vuur; en haat ook den rok, die van het vlees bevlekt is.

    24 Hem nu, Die machtig is u van struikelen te bewaren, en onstraffelijk te stellen voor Zijn heerlijkheid, in vreugde,

    25 Den alleen wijzen God, onzen Zaligmaker, zij heerlijkheid en majesteit, kracht en macht, beide nu en in alle eeuwigheid. Amen.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.1 Johannes 5 .

    1 Een iegelijk, die gelooft, dat Jezus is de Christus, die is uit God geboren; en een iegelijk, die liefheeft Dengene, Die geboren heeft, die heeft ook lief dengene, die uit Hem geboren is.

    2 Hieraan kennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben, en Zijn geboden bewaren.

    3 Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar.

    4 Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof.

    5 Wie is het, die de wereld overwint, dan die gelooft, dat Jezus is de Zoon van God?

    6 Deze is het, Die gekomen is door water en bloed, namelijk Jezus, de Christus; niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest is het, Die getuigt, dat de Geest de waarheid is.

    7 Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een.

    8 En drie zijn er, die getuigen op de aarde, de Geest, en het water, en het bloed; en die drie zijn tot een.

    9 Indien wij de getuigenis der mensen aannemen, de getuigenis van God is meerder; want dit is de getuigenis van God, welke Hij van Zijn Zoon getuigd heeft.

    10 Die in den Zoon van God gelooft, heeft de getuigenis in zichzelven; die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, dewijl hij niet geloofd heeft de getuigenis, die God getuigd heeft van Zijn Zoon.

    11 En dit is de getuigenis, namelijk dat ons God het eeuwige leven gegeven heeft; en ditzelve leven is in Zijn Zoon.

    12 Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet.

    13 Deze dingen heb ik u geschreven, die gelooft in den Naam des Zoons van God; opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt, en opdat gij gelooft in den Naam des Zoons van God.

    14 En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, dat zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons verhoort.

    15 En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, zo weten wij, dat wij de beden verkrijgen, die wij van Hem gebeden hebben.

    16 Indien iemand zijn broeder ziet zondigen een zonde niet tot den dood, die zal God bidden en Hij zal hem het leven geven, dengenen, zeg ik, die zondigen niet tot den dood. Er is een zonde tot den dood; voor dezelve zonde zeg ik niet, dat hij zal bidden.

    17 Alle ongerechtigheid is zonde; en er is zonde niet tot den dood.

    18 Wij weten, dat een iegelijk, die uit God geboren is, niet zondigt; maar die uit God geboren is, bewaart zichzelven, en de boze vat hem niet.

    19 Wij weten, dat wij uit God zijn, en dat de gehele wereld ligt in het boze.

    20 Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij den Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven.

    21 Kinderkens, bewaart uzelven van de afgoden. Amen.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.1 Johannes 4 .

    1 Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.

    2 Hieraan kent gij den Geest van God: alle geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God;

    3 En alle geest, die niet belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van den antichrist, welken geest gij gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld.

    4 Kinderkens, gij zijt uit God, en hebt hen overwonnen; want Hij is meerder, Die in u is, dan die in de wereld is.

    5 Zij zijn uit de wereld, daarom spreken zij uit de wereld, en de wereld hoort hen.

    6 Wij zijn uit God. Die God kent, hoort ons; die uit God niet is, hoort ons niet. Hieruit kennen wij den geest der waarheid, en den geest der dwaling.

    7 Geliefden! Laat ons elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren, en kent God;

    8 Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde.

    9 Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem.

    10 Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden.

    11 Geliefden, indien God ons alzo lief heeft gehad, zo zijn ook wij schuldig elkander lief te hebben.

    12 Niemand heeft ooit God aanschouwd; indien wij elkander liefhebben, zo blijft God in ons, en Zijn liefde is in ons volmaakt.

    13 Hieraan kennen wij, dat wij in Hem blijven, en Hij in ons, omdat Hij ons van Zijn Geest gegeven heeft.

    14 En wij hebben het aanschouwd, en getuigen, dat de Vader Zijn Zoon gezonden heeft tot een Zaligmaker der wereld.

    15 Zo wie beleden zal hebben, dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem, en hij in God.

    16 En wij hebben gekend en geloofd de liefde, die God tot ons heeft. God is liefde; en die in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem.

    17 Hierin is de liefde bij ons volmaakt, opdat wij vrijmoedigheid mogen hebben in den dag des oordeels, namelijk dat gelijk Hij is, wij ook zijn in deze wereld.

    18 Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees buiten; want de vrees heeft pijn, en die vreest, is niet volmaakt in de liefde.

    19 Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.

    20 Indien iemand zegt: Ik heb God lief; en haat zijn broeder, die is een leugenaar; want die zijn broeder niet liefheeft, dien hij gezien heeft, hoe kan hij God liefhebben, Dien hij niet gezien heeft?

    21 En dit gebod hebben wij van Hem, namelijk dat die God liefheeft, ook zijn broeder liefhebbe.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.1 Johannes 3 .

    1 Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent.

    2 Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.

    3 En een iegelijk, die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is.

    4 Een iegelijk, die de zonde doet, die doet ook de ongerechtigheid; want de zonde is de ongerechtigheid.

    5 En gij weet, dat Hij geopenbaard is, opdat Hij onze zonden zou wegnemen; en geen zonde is in Hem.

    6 Een iegelijk, die in Hem blijft, die zondigt niet; een iegelijk, die zondigt, die heeft Hem niet gezien, en heeft Hem niet gekend.

    7 Kinderkens, dat u niemand verleide. Die de rechtvaardigheid doet, die is rechtvaardig, gelijk Hij rechtvaardig is.

    8 Die de zonde doet, is uit den duivel; want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.

    9 Een iegelijk, die uit God geboren is, die doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren.

    10 Hierin zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels openbaar. Een iegelijk, die de rechtvaardigheid niet doet, die is niet uit God, en die zijn broeder niet liefheeft,

    11 Want dit is de verkondiging, die gij van den beginne gehoord hebt, dat wij elkander zouden liefhebben.

    12 Niet gelijk Kain, die uit den boze was, en zijn broeder doodsloeg; en om wat oorzaak sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken boos waren, en van zijn broeder rechtvaardig.

    13 Verwondert u niet, mijn broeders, zo u de wereld haat.

    14 Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit den dood in het leven, dewijl wij de broeders liefhebben; die zijn broeder niet liefheeft, blijft in den dood.

    15 Een iegelijk, die zijn broeder haat, is een doodslager; en gij weet, dat geen doodslager het eeuwige leven heeft in zich blijvende.

    16 Hieraan hebben wij de liefde gekend, dat Hij Zijn leven voor ons gesteld heeft; en wij zijn schuldig voor de broeders het leven te stellen.

    17 Zo wie nu het goed der wereld heeft, en ziet zijn broeder gebrek hebben, en sluit zijn hart toe voor hem, hoe blijft de liefde Gods in hem?

    18 Mijn kinderkens, laat ons niet liefhebben met den woorde, noch met de tong, maar met de daad en waarheid.

    19 En hieraan kennen wij, dat wij uit de waarheid zijn, en wij zullen onze harten verzekeren voor Hem.

    20 Want indien ons hart ons veroordeelt, God is meerder dan ons hart, en Hij kent alle dingen.

    21 Geliefden! Indien ons hart ons niet veroordeelt, zo hebben wij vrijmoedigheid tot God;

    22 En zo wat wij bidden, ontvangen wij van Hem, dewijl wij Zijn geboden bewaren, en doen, hetgeen behagelijk is voor Hem.

    23 En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in den Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en elkander liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft.

    24 En die Zijn geboden bewaart, blijft in Hem, en Hij in denzelven. En hieraan kennen wij, dat Hij in ons blijft, namelijk uit den Geest, Dien Hij ons gegeven heeft.

     


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.1 Johannes 2 .

    1 Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige;

    2 En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.

    3 En hieraan kennen wij, dat wij Hem gekend hebben, zo wij Zijn geboden bewaren.

    4 Die daar zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, die is een leugenaar, en in dien is de waarheid niet;

    5 Maar zo wie Zijn Woord bewaart, in dien is waarlijk de liefde Gods volmaakt geworden; hieraan kennen wij, dat wij in Hem zijn.

    6 Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft.

    7 Broeders! Ik schrijf u geen nieuw gebod, maar een oud gebod, dat gij van den beginne gehad hebt; dit oud gebod is het woord, dat gij van den beginne gehoord hebt.

    8 Wederom schrijf ik u een nieuw gebod: hetgeen waarachtig is in Hem, zij ook in u waarachtig; want de duisternis gaat voorbij, en het waarachtige licht schijnt nu.

    9 Die zegt, dat hij in het licht is, en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nog toe.

    10 Die zijn broeder liefheeft, blijft in het licht, en geen ergernis is in hem.

    11 Maar die zijn broeder haat, is in de duisternis, en wandelt in de duisternis, en weet niet, waar hij henengaat; want de duisternis heeft zijn ogen verblind.

    12 Ik schrijf u, kinderkens, want de zonden zijn u vergeven om Zijns Naams wil.

    13 Ik schrijf u, vaders! want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is. Ik schrijf u, jongelingen, want gij hebt den boze overwonnen. Ik schrijf u, kinderen, want gij hebt den Vader gekend.

    14 Ik heb u geschreven, vaders, want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is. Ik heb u geschreven, jongelingen, want gij zijt sterk, en het Woord Gods blijft in u, en gij hebt den boze overwonnen.

    15 Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem.

    16 Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.

    17 En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die den wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.

    18 Kinderkens, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat de antichrist komt, zo zijn ook nu vele antichristen geworden; waaruit wij kennen, dat het de laatste ure is.

    19 Zij zijn uit ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zo zouden zij met ons gebleven zijn; maar dit is geschied, opdat zij zouden openbaar worden, dat zij niet allen uit ons zijn.

    20 Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen.

    21 Ik heb u niet geschreven, omdat gij de waarheid niet weet, maar omdat gij die weet, en omdat geen leugen uit de waarheid is.

    22 Wie is de leugenaar, dan die loochent, dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.

    23 Een iegelijk, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet.

    24 Hetgeen gijlieden dan van den beginne gehoord hebt, dat blijve in u. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, zo zult gij ook in den Zoon en in den Vader blijven.

    25 En dit is de belofte, die Hij ons beloofd heeft, namelijk het eeuwige leven.

    26 Dit heb ik u geschreven van degenen, die u verleiden.

    27 En de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig, en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult gij in Hem blijven.

    28 En nu, kinderkens, blijft in Hem; opdat, wanneer Hij zal geopenbaard zijn, wij vrijmoedigheid hebben, en wij van Hem niet beschaamd gemaakt worden in Zijn toekomst.

    29 Indien gij weet, dat Hij rechtvaardig is, zo weet gij, dat een iegelijk, die de rechtvaardigheid doet, uit Hem geboren is.


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.1 Johannes 1
     

     

    1 Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben, van het Woord des levens;

    2 (Want het Leven is geopenbaard, en wij hebben het gezien, en wij getuigen, en verkondigen ulieden dat eeuwige Leven, Hetwelk bij den Vader was, en ons is geopenbaard.)

    3 Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben, en deze onze gemeenschap ook zij met den Vader, en met Zijn Zoon Jezus Christus.

    4 En deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap vervuld zij.

    5 En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben, en wij u verkondigen, dat God een Licht is, en gans geen duisternis in Hem is.

    6 Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben, en wij in de duisternis wandelen, zo liegen wij, en doen de waarheid niet.

    7 Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.

    8 Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij ons zelven, en de waarheid is in ons niet.

    9 Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.

    10 Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, zo maken wij Hem tot een leugenaar, en Zijn woord is niet in ons.




    Foto

    Getuigenissen van de jongeren van Cenacolo
  • Deel 1
  • Deel 2
  • Deel 3
  • Deel 4
  • Deel 5
  • Deel 6
  • Deel 7

  • Foto

    Foto

    Foto

    Godelieve heeft voor mij
    deze prachtige pps gemaakt
    waarvoor mijn dank





    Foto

    Schrijft u wat in mijn gastenboek
    klik dan op het boek boven




    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Klik op het plaatje en krijg een prachtige rondleiding door het Vaticaan
    Ieder nummertje is weer iets moois
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Image and video hosting by TinyPic
    Foto

    Een interessant adres?


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Meer blogs