"Aan de voet van het kruis stond Jezusâ Moeder".
"Aan de voet van het kruis stond Jezus Moeder".
"Staande" als een offeraar, droeg zij gewillig en vrij het slachtoffer op. Geen schepsel vormt zich een denkbeeld van haar smart in deze vreselijke uren, een smart, opgevoerd tot de uiterste hoogte vanwege de onuitsprekelijke tederheid van haar hart, de volmaakte fijnheid van haar lichamelijk gestel, haar verlichte kennis, bovenal dat zij moeder is en door een enig voorrecht van volmaaktheid en heiligheid met haar Zoon verbonden. Toch moeten wij ons haar niet voorstellen als terneergeslagen, bezwijmend en ondersteund door de heilige vrouwen. Neen, zij stond, als de priester voor het altaar, volkomen meesteres van haar gedachten, haar gevoelens, haar wil. Zij onderwierp zich niet alleen aan de eisen van de goddelijke gerechtigheid, zij trad ook zonder voorbehoud in de bedoelingen van de hemelse Vader, die zijn enige Zoon voor het heil van de wereld slachtofferde. Zij voltooide toen de toestemming, bij de Boodschap gegeven, bij de opdracht bevestigd en gedurende heel haar leven vernieuwd: voor ons gaf zij haar Zoon.
Had zij Jezus kunnen losmaken van het kruis en van de foltering bevrijden, zij zou het niet gedaan hebben, evenmin als Jezus zelf Zich aan zijn beulen wilde onttrekken. Ook zij sprak in haar hart de zelfde woorden als Jezus: "Zal ik de kelk die de Vader mij gegeven heeft, niet drinken?" Heel haar leven was zij met haar Zoon innig verenigd; alles wat Hij wilde, wilde ook zij, maar nooit was die vereniging volkomener dan in het uur, waarop de Christus zijn zending volbracht. "De wil van Christus en die van Maria maakten slechts één wil uit, hun beider brandoffers vormden slechts één offer. Op overeenkomstige wijze boden Jezus en Maria God hun offer aan: Jezus in het bloed van zijn vlees, Maria in het bloed van haar hart." Daarom stond Maria aan de voet van het kruis, in priesterlijke houding, en slachtofferde haar Zoon, om ons daardoor te doen leven. Maar tevens bood zij zichzelf aan, met haar gebroken hart, haar diep bedroefde ziel, haar smart "onmetelijk als de zee".
Maria heeft dus tweemaal gebaard: de eerste maal, toen te Bethlehem het vleesgeworden Woord de wereld binnentrad, in de onuitsprekelijke zoetheid van een allerhoogste vreugde; de tweede maal, toen op Calvarië een overgrote menigte voor het goddelijke leven werd geboren, te midden van een nameloze angst. Zij die ons het leven schenkt, is onze moeder.
Door Maria nu zijn wij geboren voor de genade. Zij is dus waarlijk onze moeder Deze benaming is niet in figuurlijke zin op te vatten, maar in heel eigenlijke, heel werkelijke zin. Onze aardse moeder heeft ons het lichamelijke leven gegeven; Maria gaf ons het bovennatuurlijke leven, het leven dat de ziel met God verenigt. Zij beminde ons, zij leed voor ons. Haar hart stort nog steeds zijn overvloed in ons uit, dat hart vol opborrelend leven, vrouwenhart, moederhart.
Volmáákte moeder is zij. Het goddelijke leven waarvan wij moeten leven, bezit zij in volheid en kan zij ook ons mededelen. Haar moederschap is de afbeelding van Gods vaderschap. Alles geeft zij ons en met welk een toewijding, welk een tederheid! Omdat God haar belast met het uitdelen van al zijn gaven, legt Hij haar ook op, dit te doen met zijn liefde. Haar táák is het. Niet om te leraren is zij gemaakt, noch om recht te spreken: zij bemint, want zij is moeder. Zózeer is zij moeder, dat overal waar zij, ten opzichte van Jezus het góddelijke moederschap uitoefent, zij ook, ten opzichte van ons, het genademoederschap doet gelden. Zij waakt over Jezus bij de kribbe en biedt Hem de herders en de Wijzen aan; zij draagt Hem op in de Tempel, maar voor óns; zij staat haar Zoon bij op Calvarië en voor ónze zaligheid slachtoffert zij Hem. Op het ogenblik dat zij ten opzichte van Jezus haar laatste moederplicht vervult, openbaart Hij haar moederschap over de zielen.
Haar moederlijke macht strekt zich uit over de gehele Kerk. Toen zij aan Christus zijn stoffelijke lichaam gaf, begon eerst haar taak; nu geeft zij Hem zijn geestelijke lichaam. Uit haar bloed en haar melk vormde zij Christus persoonlijke lichaam; uit haar hart, haar sterke liefde zijn mystieke lichaam. Jezus is slechts de eerste van haar zonen. Als Eva is zij "de moeder van de levenden". Zij zoekt de voorbeschikten, om ze in te lijven bij Christus. Allen die voorbestemd zijn voor de genade, zijn ook voorbestemd om haar kinderen te zijn.
In het mystieke Lichaam bewerkt zij de eenheid van de zielen; dit is het werk van het moederschap; de moeder immers vormt in haar schoot de ledematen en verenigt ze in een enkel lichaam. Evenzo vormt Maria ook Jezus mystieke ledematen en verenigt ze organisch met het Hoofd.
Na de Hemelvaart van haar Zoon blijft zij voor de Kerk nog op deze aarde en doet voor haar, wat zij voor Jezus had gedaan: zij waakt over haar wieg. De heilige Schrift bewaarde voor ons het eerste beeld van de Kerk: één in geest en in gebed hebben Jezus broeders zich rond de Moeder geschaard. Zij hadden haar nodig, om de geest van Jezus te behouden en in de komende vervolging niet te wankelen. De gevaren die Bethlehems Pasgeborene hadden omringd, bedreigden nu zijn mystieke Lichaam. De Moeder die het Christuskind redde, bewaakt dus nu ook de opkomende Kerk! Is het niet treffend, dat het Christusmysterie, bij de Menswording slechts begónnen door Maria, op Pinksterdag zijn volheid bereikt door bemiddeling weer van Maria?
Elke dag roepen wij haar aan als "Ark van het Verbond". De verbondsark van het Oude Testament bewaarde in de stilte van het Heilige van het heiligen heel de schat van het gelovige volk, was zijn bescherming, zijn hoop. Maria nu, in haar werking altijd verborgen, is aan de levensbron van de Kerk gezeten. Zoals een ware moeder is zij weggedoken in de verborgenheid van het huis; maar de uitdeelster is zij van het leven. Ark van het Verbond van de Kerk, is zij haar geheime kracht, het hart van haar heiligheid.
Bij Christus zijn wij ingelijfd, in Christus opgenomen, met Christus bekleed. Christus is als een soort atmosfeer, die de ledematen van zijn mystieke Lichaam omgeeft en waarin zij leven. Zo kunnen wij ook zeggen, dat wij leven in Maria. Is ook Marias moederlijke macht niet als een soort atmosfeer, waarin de christenheid ademt? Alle uitverkorenen toch zijn in háár schoot gevormd. Het genadeleven is geen krachtig werkend leven van het eerste begin af; het kent zijn groei, het heeft zijn kindsheid; het is een leven dat wordt. Voor zijn zwakke tijd heeft het een moeder nodig, en heel ons aardse leven duurt die periode van kindsheid. Zolang wij in het genadeleven zijn, bevinden wij ons in de vormingsperiode. Is de genade niet de kiem van de glorie? De heiligen zelfs zijn kinderen voor haar. En besef nu, welke een intimiteit met de Lieve Vrouw de vorming in haar schoot bewerkt. Zolang het kind leeft in moeders schoot, maakt het slechts één met haar uit; al wat het heeft aan leven komt van haar. Tot de dag waarop wij voor het eeuwige leven worden geboren, draagt Maria ons in haar liefdegloed. Met de genade, waarvan zij de volheid bezit, voedt zij ons. Uit het Bloed van Jezus toch vormt zij de genademelk, die zij voor onze kinderleeftijd geschikt maakt. Welke Christen gevoelt niet, dat hij leeft en groeit in een atmosfeer van moederlijke liefde?
Om óns heeft Zij geleden.
Om óns heeft Zij geleden.
Door profetisch licht bestraald, erkende Joannes de Doper in Jezus de Verlosser, Hem die ging sterven tot uitboeting van de zonden van de mensen: "Ziet het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt". Hoe feller vonkte deze waarheid voor Marias ogen! Haar volmaakt begrip van Gods woord in de Schrift kon volstaan om haar het schrikwekkende lijden te openbaren dat haar Zoon tegemoet ging. Las zij bij Isaias niet deze duidelijke voorzegging: "Velen stonden bij zijn aanblik verslagen, zó was Hij misvormd, zijn gestalte was niet meer die van een mens, noch zijn gelaat als dat van de kinderen van de mensen.... Hij is veracht en verstoten, man van smarten, die het lijden kent, voor wie wij ons het gelaat bedekken". Deze profetieën en andere las Maria; zij overwóóg ze en wist, dat ze vervuld gingen worden in haar Zoon.
Beseft echter wel, wat de gedachte aan dit verschrikkelijke lijden voor Maria was, wát het voorgevoel van dit voor haar geestesoog opgeheven kruis betekende. Denk aan de doodsstrijd van een moeder die te voren weet, aan welke folteringen haar kind zal worden overgeleverd, en u zult enigszins het inwendige martelaarschap van Maria begrijpen, als zij in de heilige Schrift verzen leest als deze: "Om ónze zonden wordt Hij doorboord, om ónze misdaden wordt Hij gebroken.... Hij wordt mishandeld en Hij opent de mond niet, als een lam naar de slachtbank geleid... Het had Jahweh behaagd Hem door het lijden te breken... Hij is onder de boosdoeners geteld".
Maria stemde met Gods plannen in, en vooraf al bewilligde zij in het offer dat de bronnen van het leven zou openen. Ofschoon het haar hart moest doorsteken, verlangde zij, evenals Jezus, naar het uur dat aan God zijn verloren kinderen zou terugschenken, terwijl het haar Zoon en ook haar een "nageslacht" zou verzekeren. Toen dit schrikwekkende uur voor Maria aanbraak, was zij gereed en zag men haar staan naast haar Zoon
Onze Moeder.
Onze Moeder.
Aan de bronnen der genade is Maria gezeten. Gods gave aan de mensen, Christus Jezus, onze levensbron is ook Marias gave. Keer op keer leren de feiten van het Evangelie ons de liefdevolle wet van het geestelijke leven, dat Jezus Zich geeft door Maria. Nauwelijks heeft zij Hem ontvangen, of zij haast zich, Hem naar Elisabeth en de Doper te dragen; zij stelt Hem voor aan de Wijzen; zij openbaart Hem te Cana. Overal laat zij Jezus zien. Het is een onveranderlijke genadewet. "Zij vonden het Kind met zijn Moeder." Jezus, te geven is Marias táák. Zij doet dit altijd. "Jezus Christus is de vrucht van de Maria-devotie".
"Zeker is het, dat Jezus Christus voor iedere met Hem vereende ziel in het bijzonder, even waarachtig als voor geheel de mensheid in het algemeen, de vrucht is van Marias werk. Wanneer dus een vrome christen Jezus Christus in zijn hart heeft gevormd, kan hij vrijmoedig zeggen: Mijn innige dank aan Maria; wat ik bezit is haar werk en haar vrucht, en zonder haar bezat ik Hem niet".
In Gods gedachte echter zijn Jezus en Maria onafscheidelijk. Gelijken op de een, zonder gelijkenis te vertonen met de ander, is niet mogelijk. Dezelfde eeuwige wilsdaad die Jezus voorbestemt tot onze Verlosser en ons voorbeeld, bestemt ook Maria voor tot een innige vereniging met Hem in geheel het verlossingsmysterie, en dus ook mét Hem tot het voorbeeld voor ons leven. Vormt de Heer zijn uitverkorenen, dan ziet Hij ze niet alleen in zijn vleesgeworden Woord, maar ook in haar die men kan noemen: "spiegel van gerechtigheid", zuivere weerglans van zijn heiligheid; ook aan háár beeld wil Hij, dat wij gelijkvormig worden. Zij zelf, trouwens, zorgt er voor, dat dit beeld in onze ziel wordt gedrukt. Zij is "de hoogstbegenadigde van onze verlossing". Maria schrijft in het "levensboek" de voorbestemden van de eeuwige Liefde en merkt ze met het goddelijk zegel. "Méér nog, zij zelf is het "levensboek", waarin de Heer de naam van de uitverkorenen grifte; in haar toch vormde de Heilige Geest de Christus en zijn ledematen."
Door de heiligmakende genade maakt het doopsel ons deelgenoot van Gods innerlijk leven, doet het in ons het goddelijke leven werkelijk geboren worden. In zeker opzicht nu mogen wij zeggen, dat Maria voor ons die genade heeft verdiend. Wel moeten wij hier de volle nadruk er op leggen, dat het leven ons toevloeit van de enige Verlosser, Jezus Christus. Het kruisoffer is de enige, algehele, noodzakelijke en voldoende oorzaak van ons heil. Het heiligste der schepselen zelfs kon ons niet vrijkopen, terwijl één enkele druppel van Jezus bloed meer dan genoeg zou zijn voor de overvloedigste voldoening van onze schulden. Het heeft God echter behaagd, de enige Verlosser toch een medeverlosseres toe te voegen. Met de eerste man, Adam, had Eva door verlokking meegewerkt tot ons verderf; met Christus werkt Maria, door haar toestemming, mee tot ons heil. Bewonderenswaardige eenheid van het goddelijke plan!
Door een vrije beschikking van zijn wijsheid had God van eeuwigheid besloten, dat het Christusmysterie slechts zou verwezenlijkt worden met de toestemming van haar die "de hulp van de nieuwe Adam" moest zijn. Doordat Maria die vrije toestemming gaf, nam zij als medewerkster aan dit mysterie deel en verdiende zo voor ons waarlijk de genade. Haar antwoord aan Gods afgezant: "Zie de dienstmaagd van de Heer, mij geschiede naar uw woord", is zeer zeker een woord van gehoorzaamheid, maar ook een beslissings- en gezagswoord. Zolang zij niet heeft toegestemd, blijft alles in afwachting.
Dit fiat van Maria is haar hoogste daad; daardoor neemt zij deel aan de voltrekking van de goddelijke mysteriën. Het geheim van de Menswording zal zich van nu af niet kunnen ontvouwen zonder haar. Aan zijn groot mysterie gaat God door háár uitvoering geven, het mysterie, "dat de heerlijkheid van de genade doet uitstralen", het mysterie van de Christus, d.w.z. De Christus in ons. Wil God Zich meedelen aan de schepselen, dan zal Hij het doen door Jezus Moeder, de bemiddelares van het goddelijke leven. Het werk van de vereniging, het werk van de liefde, de uitstorting van de genade, dit alles zal God doen door Maria.
Maria wist het. Een profetisch licht toont haar heel het mysterie van haar Zoon, en zonder voorbehoud geeft zij er zich aan over. "Zij weet, zij voelt, zij ziet, waartoe God haar lokt, haar roept, haar verheft, en die verheven staat treedt zij in vol van genade, om in die hoge waardigheid de dienstmaagd van de Heer te zijn." Zij weet, naar Gabriëls woord, niet slechts, dat Hij "de Zoon van de Allerhoogste is," en dat haar de eer beurt valt Moeder van God te zijn, maar ook, dat zij Hem "Jezus" moet noemen, Jezus, dat is Verlosser, en Hem dus geven moet voor het heil van de mensen. Het grote Godsplan: de uitstorting van het goddelijk leven door haar Zoon, wordt voor haar duidelijk.
Het mysterie van de Menswording zou ook niet op één ogenblik slechts in haar schoot voltrokken worden, maar door de vorming van Christus ledematen zou het voortduren tot het einde van de tijden. Zij begreep, dat zij, de geroepene tot Moeder van het Vleesgeworden Woord, Hem in zijn gehéél moest ontvangen, en dat eerst door de voortbrenging van de gehele, de volledige Christus haar moederschap de volle volmaaktheid zou bereiken. Voor geheel dit mysterie vroeg de aartsengel Gabriël van Godswege de toestemming, en ook Geheel dit mysterie wilde Maria. Zij aanvaardde tegelijk én Jezus Moeder én de Moeder van zijn ledematen te zijn; van die dag af was zij dus ook ónze Moeder. In de schoot van zijn allerzuiverste Moeder nam Jezus Christus niet slechts een sterfelijk lichaam aan, maar ook een geestelijk lichaam, gevormd uit allen die in Hem zouden geloven.
"Mijn liefste Jezus is geen enige Zoon," zeide Maria tot de heilige Gertrudis, "maar wel mijn eerstgeborene, omdat ik Hem het eerst heb ontvangen in mijn schoot; maar ná Hem, of liever dóór Hem, heb ik u allen ontvangen, want in de schoot van mijn moederlijke liefde heb ik u aangenomen tot zijn broeders en mijn kinderen."
Door een inwendig licht doet de Heer haar duidelijk inzien, dat zij die schat moet afstaan, en dat Jezus, de vrucht van haar schoot en het hoogste Goed van haar leven, het Goed van allen moet worden, een gemeenschappelijk Goed, voor het heil van de wereld bestemd. Gods Moeder wil dan ook deze afstand, als zij haar Zoon Jezus opdraagt in de Tempel. Zich vernederen in onderwerping aan de wet, zichzélf geven, bestond daarin niet steeds haar dagelijks leven? Nú wordt echter veel méér aan haar gevraagd: het offer namelijk van haar Zoon. Simeon riep haar het grote Verlossingsmysterie in het geheugen: haar Zoon was Redder en Verlosser, Hij moest dus voor zijn broeders sterven. Voor dít offer, voor de dood moest Maria Hem aanbieden, zonder aarzelen, zonder voorbehoud, onherroepelijk doet zij het; voor de zaligheid van de mensen geeft zij haar Zoon prijs aan het absolute recht van de goddelijke gerechtigheid, zij wijdt Hem tot slachtoffer. En zichzelf biedt zij aan, om Hem te vergezellen, overal waar het Hem behagen zal haar te roepen.
"Men komt bij het altaar, de Maagd knielt neer, van feller vuur ontgloeid dan de serafijnen in de hemel. In haar handen houdt zij haar Kind, en terwijl zij het als een slachtoffer van alleraangenaamste geur opdraagt aan God, vloeit van haar lippen het volgende gebed: "O, almachtige Vader, aanvaard de offergave die ik, uw dienares, U voor de gehele wereld aanbied. Ontvang deze Zoon, die ons beiden toebehoort, de mijne is Hij in de tijd, de uwe van alle eeuwigheid. Ik breng U eindeloze dank, omdat Gij mij tot Moeder hebt verheven van Hem, van wie Gij de Vader bent. Ontvang dit allerheiligste Slachtoffer uit de handen van uw dienares. Het is het morgenoffer; later zal het tussen de kruisarmen het avondoffer worden. Allerbeste Vader, werp een gunstige blik op mijn offerande en wees indachtig voor wie ik Hem U opdraag"."
Maria neemt haar Zoon weer mee naar Nazareth, en leeft zij met Hem in de zoetheid van het familieleven. De herinnering aan Simeons profetie gaat echter niet uit haar geest, zij leeft in de offergedachte, in het gezicht van Calvarië. De heilige grijsaard had voor haar moederoog het kruis omhoog geheven, aanhoudend vestigt zij nu haar blik daar op. Als de tederste moeder zorgt zij voor het goddelijk Kind en de goddelijke Jongeling, maar zoals een priester het doen zou die voor de slachting het offer in gereedheid brengt. Evenals Abraham de berg beklom, waar hij zijn zoon moest offeren, zo zette ook Maria dagelijks een stap in de richting van Calvarië.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
DE DOKTER EN DE TWEE GEVANGENEN.
DERDE BOEK, KAP. 31.
Gods Zoon sprak tot Zijn bruid en zeide: Een dokter kwam van zeer ver naar een onbekend rijk, waar de koning zelf niet regeerde en niet de raadsman was, maar door anderen geregeerd werd. En hij was laf. Daarom scheen hij als een gekroonde ezel op zijn koninklijken zetel te zitten, en zijn volk ging zich te buiten aan eten en drinken en verloor al het gevoel van eerbaarheid en rechtvaardigheid en haatte allen, die het den heilzamen raad gaven zich op de verwerving der toekomstige goederen des hemels toe te leggen.
Toen de dokter verscheen en zich aan den koning voorstelde en zeide dat hij uit een schoon en rijk land kwam en naar het onbekende koninkrijk gekomen was ondat hij de ziekte kende, waaraan het volk leed, was de koning zeer verbaasd en antwoordde: Ik heb twee mannen in de gevangenis, die morgen onthoofd zullen worden; de eene kan nauwelijks meer ademen, maar de andere is nu sterker en gezetter, dan toen hij de gevangenis binnentrad. Ga daarom naar hen toe en zie wie van hen de sterkste is.
De doktor ging in de gevangenis, bezag de gevangenen en zeide tegen den koning: De man, die volgens u de sterkste heet te zijn, is gelijk aan een doode en kan niet in t leven blijven, maar voor den anderen bestaat goede hopp. De Koning zeide: Hoe weet ge dat? De dokter zeide: Het lichaam van den een is vol kwade sappen en hij kan niet herstellen, maar de ander, die er ondermijnd en uitgeteerd uitziet, zal spoedig gezond worden, indien hij in zachte en goede lucht komt. Toen zeide de koning: Ik zal mijn groote en wijze mannen te zamen roepen, opdat gij in hun oog door uw wijsheid moogt uitblinken.
De dokter antwoordde: Doe dat niet, want gij weet, dat uw volk de waardigheid en een van anderen haat en dat het anderen belastert indien het hun niet op andere wijze kwaad kan doen. Maar wacht en ik zal u alleen mijn wijsheid in het geheim toonen. Want ik heb geleerd het meeste van mijn wijsheid geheim te houden en niet te openbaren, en ik verlang noch zoek eer noch lof in uw duisternis, terwijl ik in het licht van mijn vaderland geëer word.
En de tijd van genezing is niet gekomen, voor er zuidenwind is en de zon op het middagpunt gekomen is. De koning antwoordde: Hoe zal dat kunnen gebeuren in mijn land, want de zon is hier zelden zichtbaar, en wij wonen het noordelijkst van heel de wereld, waar altijd een sterke koude noordenwind woedt. En wat helpt mij uw kennis, en waarom stelt gij de beterschap zoo lang uit? Dat gij welbespraakt zijt, zie en hoor ik genoeg. De dokter antwoordde: Een verstandig man behoeft niet ongeduldig te zijn. En opdat ik u niet overmoedig en ondankbaar zal schijnen, stel deze twee mannen ter mijner beschikking en ik zal hen voeren naar landen, waar het zachter is en minder waait, en dan zult gij zien, hoeveel mijn woorden en daden waard zijn.
De koning antwoordde: Wij worden in beslag genomen door gewichtige zaken. Waarom maakt gij misbruik van onze belangstelling, of wat doet ons uw bekwaamheid, als wij blijdschap en vreugde hebben van onze goede dingen, daar die ons verblijden en wij genieten van het goede? En wij verlangen of begeeren niets wat in de toekomst onzeker is. Neem echter die mannen mede, waar gij om vraagt. En indien gij iets groots en wonderbaars tot stand brengt of vertoont, dan zullen wij u roemen en eeren en uwen lof verkondigen.
De dokter nam de mannen mede en bracht hen naar een land waar de lucht gezond was. Daar stierf de een, maar de ander sterkte aan door de krachtige en gezonde lucht, en bleef in het leven. Ik ben die dokter. Ik zond de wereld mijn woorden en verlang door u de zielen der menschen te genezen. En hoewel ik de ziekte van vele menschen zag, vertoonde ik er u twee, in wie gij mijn rechtvaardigheid en barmhartigheid kunt bewonderen. De eene werd in het geheim door den duivel bezeten en die zou tot in eeuwigheid gepijnigd worden, hoewel zijn daden toch geroemd werden en den menschen rechtvaardig schenen. Maar den ander, dien ik u toonde, had de duivel openlijk in zijn macht. En hij, zeide ik, zou boeten en gered worden op zijn tijd, hoewel het den menschen niet geopenbaard werd zooals gij geloofdet. Want volgens de goddelijke rechtvaardigheid moest de booze geest, die langzamerhand macht over hem gekregen had, hem door Gods barmhartigheid ook weer verlaten, totdat de ziel van het lichaam gescheiden werd.
En de duivel kwam met de ziel voor het gerecht, en de rechter zeide: Gij hebt haar gezuiverd en gezift als tarwe. En nu is het aan mij haar te kronen met een dubbele kroon voor haar belijdenis en biecht. Ga daarom weg van haar, die gij zoo langen tijd beproefd hebt. Daarop zeide de rechter tot de ziel: O gij zalige en gezegende ziel, kom en zie met uw geestelijk oog mijn heerlijkheid en mijn vreugde! Maar tot de andere ziel zeide hij: Omdat geen waar geloof bij u gevonden wordt en gij toch geroemd en geëerd werd als een geloovig christen, doch de daden die rechtvaardige menschen doen niet bij u te vinden zijn, daarom zult gij geen loon krijgen met de trouwe christenen. Gij vraagdet vaak in uw leven, waarom ik voor u sterven wilde en mij zoozeer voor u verootmoedigen. Ik antwoord u, dat dit geloof van de heilige kerk waar is en dat het trekt en leidt naar de hoogte van het hemelrijk, en mijn lijden en mijn bloed leidt hen het hemelrijk in.
Daarom zal uw ongeloof en uw ijdele liefde u als in t niet deon verzinken, en gij zult met betrekking tot de eeuwige geestelijke dingen tot niets worden. Maar dat de duivel den man niet verliet in het oog der menschen, daarop antwoord ik, dat deze wereld is als een herdershut en een zwijnenstal vergelekten bij het paleis of de burcht, waar God woont, en waarin het volk God eert. En daarom, op dezelfde wijze als hij er zoo langzamerhand in kwam, ging hij er ook uit.
Wordt vervolgd.
ADVENTS - EN KERSTTIJD 2010 .
Advent 2010Deel 1
Gebedsgroep
HETCENAKEL
Waregem
ADVENTS - EN KERSTTIJD2010
In de Leer bij de Heiligen
Auteur : Abbé Max Huot de Longchamp, Centre St. Jean de la Croix,F-36230Mers-sur-Indre
Oorspronkelijke Titel :LAvent et le temps de Noël 2010, à lécole des saints.
Vertaling : Hilaire Mestdag,Waregem
Mens, word wakker : God is voor u mens geworden.Word wakker, gij, die slaapt, sta op uit de doden en Christus zal u verlichten (Ef. 5.4).Ik zeg het nogmaals : God is voor u mens geworden !Ge zoudt dood zijn voor alle eeuwigheid, moest Hij niet geboren zijn in de tijd !Nooit zoudt ge verlost geweest zijn van het vlees van de zonde.Ge zoudt de prooi zijn van een eindeloze ellende, zonder deze barmhartigheid. Ge zoudt het leven niet terug gevonden hebben, als hij uw dood niet zou beleefd hebben. Ge zoudt bezweken zijn, als Hij u niet ter hulp gekomen was.Ge zoudt ten onder gegaan zijn, als Hij niet gekomen was !
SintAugustinus, Sermoen voor Kerstmis.
2
Gebruiksaanwijzing
Van de eerste zondag van de Advent aftot aan het feest van de Doop van de Heer, nodigt de kerstliturgie ons uit de fundamentele spirituele houdingenterug te vinden de ons zullen toelaten om met een vernieuwd geloof het vervolg van het Christelijk jaar te beleven : Eerst om binnen te gaan in de hoop op de Verlosser, vervolgens om ons te bekeren om deze Verlosser te verwelkomen en tenslotte om deze Verlosser te ontvangen, te groeien in het leven, dat Hij ons komt brengen en dit leven op onze beurt door te geven.
We hebben daar, stap voor stap, gans een parcours van Christelijk leven.Dit zal beantwoorden aan zes themas, die we zullen toewijzen aan de zes weken van de Advent-en de Kersttijd :
1ste week :De verwachting van een Verlosser.
2deweek :Laten we ons bekeren !
3deweek :De Verlosser verwelkomen.
4deweek :In de stilte van Maria.
5deweek :Groeien in God.
6deweek :Het Evangelie aankondigen.
Elke dag van deze weg zullen we vinden :
-Een tekst, die het thema van de week zal illustreren in de school van de heiligen.
-Enkele aanwijzingen om deze tekstte mediteren, zodat hij ons zou brengen tot inwendig gebed.
-Een voorstel om het mysterie er van te beleven.
3
Voor hen die Inwendig gebed niet gewoon zijn
Aan het begin van het inwendig gebed is er de liefde tot God, het verlangen Hem te kennen en te leven in gemeenschap met Hem. Ik kies dan ook een moment, een plaats of een houding, die mijn geest toelaten vrij te zijn,beschut tegen elke andere bekommernis. Ik begin met enkele minuten stilte, terwijl ik me enkel aan dit heel eenvoudig idee vastklamp : God is er, ik ben er voor Hem, ik zou enkel naar Hem willen luisteren en Zijn wil volbrengen.
Ik begin enkel aan de meditatie zelf (= nadenken over de inhoud van de tekst) wanneer ik me goed bewust geworden ben van Gods aanwezigheid.Dan lees ik rustig de tekst en onderbreek de lezing van zodra de tekstme iets zegt of van zodra hij me de het verlangen geeft te beleven wat hij zegt..
Om de duur van mijn dagelijks inwendig gebed te bepalen, tracht ik te achterhalen hoeveel tijd ik nodig heb om me in Gods aanwezigheid te plaatsen, gevolgd door een rustige meditatie die me leidt naar het verlangenom te beleven wat ik mediteer en die uitmondt in een praktisch besluit. In het begin is tien minuten een minimum.
Als het u niet mogelijk is om te mediteren omdat ge reeds het verlangen hebt om te beleven wat de tekst u zegt en als het u teveel zou bedroeven dit niet te kunnen beleven, als deze tijd, die ge besteedt aan het inwendig gebed, gevuld is met de duidelijke aanwezigheid van God, wel, dring dan niet aan, blijf in stilte rustig bij Hem, zo lang ge wilt of kunt !
Moet ik steeds mijn inwendig gebed afsluiten met het uitvoeren van hetgeen er gesuggereerd wordt in Het mysterie beleven ?Vermits het de liefde tot God is (die dikwijls ervaren wordt alseen eenvoudig verlangen om Hem te beminnen) die u heeft geleid naar inwendig gebed, vermits het diezelfde liefde is, die uw meditatie ondersteunt, is het ook normaal dat dit gebed uitmondt in een concreet gebaar van liefde, een besluit.Het heeft echter weinig belang of het dit besluit is, dat hier wordt gesuggereerd.Het essentiële is dat men tot een beslissing komt, en niet bij een vaag voornemen blijft.
Als we dan een beslissing genomen hebben, blijft er ons deze in praktijk te brengen. Van ik zal mijn vijanden vergiffenis schenkenovergaan naar ik zal deze of gene, met wie ik in de knoop lig, aan tafel vragen .Het is tot deze prijs dat het inwendig gebed ons leven zal veranderenen dat de liefde tot God niet enkel een idee zal blijven.
En als ik kan en verlang meer tijd aan het inwendig gebed te besteden ?Een half uur, een uur ?Wel, aarzel niet, dat is de genade,die wij u toewensen !Maar waarschijnlijk zult ge specifieke vragen zien opkomen, die gebonden zijn aan een Christelijk leven dat duidelijk meer dan gemiddeld contemplatief wordt.Dan is het moment gekomen om er meer van te willen weten. Dan kan u zich wenden tot meer uitgebreide publicaties.
4
Thema van de 1ste week :De verwachting van een verlosser
Zondag,28november 2010Eerste zondag van de Advent
"Binnengaan in de Gewijde Geschiedenis !"
Van het begin van de wereld af, leeft Christus in ons en werkt in ons gans de tijd van ons leven. Hij die tot het einde van de wereld leeft, is één dag.Jezus heeft geleefd en leeft nog, Hij is begonnen in zichzelf en leeft in zijn heiligen een leven, dat nooit zal eindigen. O, leven van Jezus, dat alle eeuwen bevat en overstijgt !Leven, dat op elk ogenblik nieuwe werken verricht !
Gans het Oude Testament is enkel een kleine weg van ontelbare en ondoorgrondelijke paden van dit Goddelijk werk.Er is alleen dat, wat nodig is om tot bij Jezus te komen.De Geest Gods heeft al de rest verborgen gehouden in de schatten van zijn Wijsheid.En uit gans deze zee van Goddelijk handelen laat hij enkel en klein straaltje water te voorschijn komen, dat, aangekomen bij Jezus, zich verder verspreid bij de apostelen entenslotte eindigt in de Apocalyps. Op die manier is de restvan de geschiedenis van dit goddelijk handelen, dat bestaat in alle mystieke leven dat Jezus, tot aan het einde der tijden, leidt in heilige zielen, het voorwerp van ons geloof.Al wat er over geschreven is, isevident : We zijn in de eeuwen van het geloof, de Heilige Geest schrijft enkel nog Evangelies in de harten.Alle handelingen, alle momenten van de heiligen, zijn het Evangelie van de Heilige Geest. De heilige zielen zijn het papier, hun lijden en hun daden zijn de inkt.
Door de pen van zijn werking schrijft de Heilige Geest een levend Evangelie en men zal het slechts kunnen lezen op de dag van de glorie, waar men het zal kunnen lezen nadat het verschenen is uit de persen van dit leven.
Jean-Pierre de Caussade,De overgave aan de Goddelijke voorzienigheid. Hfdst XI.
OVERWEGEN.
Een nieuw liturgisch jaar openen is een nieuw hoofdstuk beginnen van de Gewijde Geschiedenis. Het is binnen treden in het mysterie van God, die onze menselijke conditie komt beleven. Het is bewerker zijn van de groei van Christus in zijn lichaam, dat de Kerk is.
De H. Schrift en de traditie van de Kerk geven ons de sleutel van die geschiedenis. Het voorrecht van de Christen is dat hij weet van waar hij komt en waar hij heen gaat, dat zijn leven zin heeft en dat alles een verklaring vindt in Gods Liefde voor hem.
De heiligheid is : Christus beleven, dat is : Christus in ons laten leven. Ons doopsel heeft ons binnen geleidt in dat leven, waarvan elk ogenblik vraagt om begrepen te worden in het licht van de christelijke verwachting : de volle verschijning van Christus in ons vleesop de laatste dag van de geschiedenis.
5
HET MYSTERIE BELEVEN.
Ik overzie de verlopen week in het licht van de christelijke verwachting, in de besluiten, die ik genomen heb, de daden, die ik gesteld heb, de keuzen, die ik gemaakt heb. Wat zal er eeuwig blijven en wat is reeds gestorven of zal over enkele dagen, over weinige uren, verzwinden ?
Dan trek ik van mijn dag een klein pleziertje af dat, tenslotte, nauwelijks verkregen, toch zou gestorven zijn.
Maandag,29 november2010Van de feria.
Zich sommige dingen ontzeggen.
Elke mens moet zich op de komst van de Heer voorbereiden, zo dat dezehem niet overgegeven vindt aan gulzigheid of aan de zorgen van de wereld. De dagelijkse ondervinding leert ons, geliefde broeders, dat de verzadiging van het vlees de scherpte van de geest aantast en dat overmatig voedsel de kracht van het hart aantast.
Het komt de ziel toe om sommige dingen af te wijzen, die ons worden aangeboden en om, door een inwendige beslissing, de uitwendige verzoeken te beperken, om er de nadelen van de vermijden. Zo staat zij vrijer tegenover lichamelijke begeerten en kan ze zich wijden aan de goddelijke wijsheid in de teruggetrokkenheid van de geest, ver van het lawaai van de aardse zorgen, en haar genot vinden in de heilige overwegingen en de eeuwige genoegens.
Zeker, in dit aardse leven is heel moeilijk om voortdurend op die manier te leven. Men kan er zich echter dikwijls terug toe wenden, zo dat men vaker en langer bezig is met de geestelijke werkelijkheden dan met de vleselijke. Als men dan meer tijd besteedt aan de betere dingen, veranderen zelfs de tijdelijke zaken in onbederfelijke rijkdommen.Datis de bijzonderste bestaansreden van praktijken als het vasten, zoals de Kerk deze, onder de leiding van de Heilige Geest, in de loop van het jaar heeft vastgesteld.
H. Leo, Sermoen 89,1.
OVERWEGEN.
Men moet weten wat men wil, weten waar men zijn hoop op stelt : Leven we voor lichamelijke begeerten, zelfs de schijnbaar onschuldige, of voor de eeuwige genoegens ?
Het jaarlijks terug keren van perioden als de Advent en de Vasten laten ons toe om de logica terug te vinden en te verstevigen van een echt christelijk leven en de keuze terug te vinden van ons Doopsel.
Aan ons om te beslissen en de beslissing te nemen om ten volle bewust te worden van de broosheid vande lichamelijkerealiteiten en de degelijkheid van de geestelijke realiteiten.
Nieuwsbrief van Zuster Emmanuel van 15 mei 2007.
Nieuwsbrief van Zuster Emmanuel van 15 mei 2007
4) - Mexico: Antwoord van de heilige Maagd op de abortuswetgeving?
We weten dat de regering van Mexico helaas 24 april jongstleden, abortus heeft gelegaliseerd. Mexico was een van die zeldzame landen waar abortus illegaal is gebleven. Welnu, er heeft zich een wonderlijke gebeurtenis voorgedaan, waarvan het de moeite waard is om er op grote schaal bekendheid aan te geven.
In de basiliek Notre Dame de Guadalupe in Mexico, wordt de Tilma van Juan Diego tentoongesteld op een voor iedereen zichtbare wijze. Laten we ons in herinnering brengen hoe in de 16de eeuw de heilige Maagd duizenden Azteken indianen heeft bekeerd, door op wonderbaarlijke wijze een afdruk van haar afbeelding op de Tilma van Juan Diego, de ziener, achter te laten. Het lijkt erop dat de Moeder van God vandaag de dag door middel van deze zelfde Tilma nog tot ons wil spreken, en op stille wijze via deze Tilma haar reactie op de abortuswetgeving wil geven, om niemand te kwetsen.
De dag zelf waarop deze wet is aangenomen, werd na de mis die werd opgedragen voor de ongeboren kinderen, op de Tilma plotseling op onverklaarbare wijze een sterk licht zichtbaar, ter hoogte van de buikstreek, op de plaats waar een moeder haar kind draagt. Het licht vormde een soort heldere bol in de vorm van een embryo. Experts hebben bevestigd dat het noch ging om een lichtweerkaatsing, noch om een kunstmatig aangebracht voorwerp. Getuigen hebben het fenomeen dat een uur duurde kunnen filmen en fotograferen.
Pater Luis Matos (Gemeenschap van de zaligsprekingen) deed het volgende verslag: "De ingenieur Luis Girault die een van de fotos van dit licht heeft bestudeerd, bevestigde dat het negatief een authentieke weergave is. Hij verklaarde dat het negatief noch is bewerkt, noch is vervalst door er bijvoorbeeld een andere afbeelding overheen te leggen. Hij stelde vast dat de lichtende afbeelding van het embryo niet veroorzaakt werd door weerkaatsing, maar letterlijk uit de afbeelding van de heilige Maagd zelf kwam. Het licht was heel wit, heel zuiver en intens en verschilde van het lichtschijnsel dat zich op een foto kan bevinden door de weerkaatsing van een flits. Dit licht werd omgeven door een soort lichtkring en leek te zweven in de buikstreek van de heilige Maagd. Deze lichtkring had de vorm en afmetingen van een embryo. Als je de afbeelding nog nauwkeuriger bestudeerde, door deze rond te laten draaien op een sagittaal vlak, kon je aan de binnenkant van de lichtkring enkele schaduw plekken gewaarworden, die de karakterestieken hadden van een menselijk embryo in de moederschoot".
Het is mooi om te zien op welke fijngevoelige wijze onze hemelse Moeder zich uit: ten aanzien van deze nieuwe wet die duizenden van haar kinderen schaadt en die voor Mexico zeker geen bron van zegeningen zal zijn, zwijgt ze in haar lijden en windt ze zich niet op met zinloze discussies. Nee, ze helpt ons om onze blik te richten op Diegene die ze draagt, het Licht van de wereld, de Redder, die net als alle ongeboren kindren ook klein en kwetsbaar was en zich niet kon verdedigen. Door ons het Kindje Jezus levend in haar schoot te tonen, als een nog klein ongeboren wezentje, geeft ze ons zonder woorden een antwoord dat het evangelie weergeeft: "Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan". (Mt 25, 40)
Lieve Gospa, trek de heilige Geest aan in ons hart en geef ons de smaak van van het leven.
Zr. Emmanuel
LITANIE VAN ONZE LIEVE VROUW (Loreto).
LITANIE VAN ONZE LIEVE VROUW (Loreto)
(10 december)
- Heer, ontferm U over ons,Christus ontferm U over ons.
- Heer, ontferm U over ons,Christus aanhoor ons. Christus verhoor ons.
- God, Hemelse Vader, ontferm U over ons.
- God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
- God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
- Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
- Heilige Maria, bid voor ons. - Heilige Moeder van God, bid voor ons. - Heilige Maagd der maagden, bid voor ons. - Moeder van Christus, bid voor ons. - Moeder van de Kerk, bid voor ons. - Moeder van de goddelijke Genade, bid voor ons. - Allerreinste Moeder, bid voor ons. - Zeer kuise Moeder, bid voor ons. - Maagdelijke Moeder, bid voor ons. - Onbevlekte Moeder, bid voor ons. - Beminnelijke Moeder, bid voor ons. - Bewonderenswaardige Moeder, bid voor ons. - Moeder van goede raad, bid voor ons. - Moeder van de Schepper, bid voor ons. - Moeder van de Zaligmaker, bid voor ons. - Allervoorzichtigste Maagd, bid voor ons. - Eerwaardige Maagd, bid voor ons. - Lofwaardige Maagd, bid voor ons. - Machtige Maagd, bid voor ons. - Goedertieren Maagd, bid voor ons. - Getrouwe Maagd, bid voor ons. - Spiegel van gerechtigheid, bid voor ons. - Zetel van Wijsheid, bid voor ons. - Oorzaak van onze blijdschap, bid voor ons. - Geestelijk vat, bid voor ons. - Eerwaardig vat, bid voor ons. - Heerlijk vat van godsvrucht, bid voor ons. - Mystieke roos, bid voor ons. - Toren van David, bid voor ons. - Ivoren toren, bid voor ons. - Gouden huis, bid voor ons. - Ark van het verbond, bid voor ons. - Deur van de hemel, bid voor ons. - Morgenster, bid voor ons. - Heil van de zieken, bid voor ons. - Toevlucht van de zondaren, bid voor ons. - Troosteres van de bedroefden, bid voor ons. - Hulp van de christenen, bid voor ons. - Koningin van de engelen, bid voor ons. - Koningin van de aartsvaders, bid voor ons. - Koningin van de profeten, bid voor ons. - Koningin van de apostelen, bid voor ons. - Koningin van de martelaren, bid voor ons. - Koningin van de belijders, bid voor ons. - Koningin van de maagden, bid voor ons. - Koningin van alle heiligen, bid voor ons. - Koningin zonder erfsmet ontvangen, bid voor ons. - Koningin in de hemel opgenomen, bid voor ons. - Koningin van de heilige rozenkrans, bid voor ons. - Koningin van de vrede, bid voor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonder der wereld, spaar ons Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonder der wereld, verhoor ons Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonder der wereld,ontferm U over ons Heer.
Bid voor ons, heilige Moeder van God,opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
Laat ons bidden
Heer God, wij smeken U, geef ons uw dienaren, dat wij ons mogen verheugen in een voortdurende gezondheid van ziel en lichaam en mogen wij door de glorievolle voorspraak van de heilige Maria die altijd maagd is gebleven, van de tegenwoordige droefheid verlost worden, en de eeuwige vreugden genieten. Door Christus onze Heer. Amen. In deAdvent De engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt, en zij heeft ontvangen van de Heilige Geest.
Laat ons bidden
God, die gewild hebt dat uw Woord door de boodschap des engels het vlees uit de schoot der zalige Maagd Maria aannam,geef, smeken wij U, dat wij die geloven dat zij waarlijk Moeder van God is, door haar voorspraak bij U mogen geholpen worden. Door dezelfde Christus, onze Heer. Amen. Van Kerstmis tot Lichtmis (2 februari) Na het baren, O Maagd, zijt gij maagd gebleven,Moeder Gods, wees onze voorspraak.
Laat ons bidden
God, die door de vruchtbare maagdelijkheid der gelukzalige Maria aan het menselijk geslacht de prijs van het eeuwige heil hebt gegeven, verleen ons, bidden wij U, te mogen gevoelen, dat zij voor ons ten beste spreekt, door wie wij de Gever van het leven mochten ontvangen, onze Heer Jezus Christus, uw Zoon. Amen.
In de Paastijd Verheug en verblijd u, Maagd Maria, Alleluia, want de Heer is waarlijk verrezen, Alleluia.
Laat ons bidden
God, die U gewaardigd hebt, de wereld door de verrijzenis van uw Zoon onze Heer Jezus Christus te verblijden, verleen ons op onze bede, dat wij, door de hulp van zijn Moeder, de Maagd Maria, de vreugden van het eeuwige leven mogen verlangen. Door dezelfde Christus, onze Heer. Amen.