Inhoud blog
  • tetrabrik
  • verpakking van fruitsap en zijn pictogrammen
  • welke bewaartechniek wordt op de producten uitgevoerd?
  • aardgas
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    YStech

    22-03-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.aardolie

    Aardolie, ruwe olie of petroleum is, naast onder andere aardgas, één van de fossiele brandstoffen. Aardolie is een brandbare vloeistof, bestaande uit een mengsel van koolwaterstoffen dat over miljoenen jaren is ontstaan uit organische mariene resten die zich op de zeebodem van destijds hebben afgezet, met name afgestorven plankton. Het is als meest verhandelde commodity van groot belang voor de wereldeconomie, evenals de producten die via raffinage en kraken uit de aardolie worden verkregen. Als belangrijkste mondiale bron van energie is aardolie van groot strategisch belang, wat versterkt wordt door het beperkt aantal winplaatsen, waarvan een deel dan ook nog in politiek minder stabiele gebieden ligt.

    Aardolie bevat de volgende categorieën koolwaterstoffen: alkanen (paraffinen), cycloalkanen (naftenen), aromaten en bitumen. Door de verwerking in de petrochemische industrie worden deze gescheiden in fracties of producten als de lichtere benzine en smeerolie en de zwaardere diesel en stookolie. Naast brandstoffen worden er ook grondstoffen voor allerlei kunststoffen van gemaakt. Ook de fijnchemie gebruikt aardolie als grondstof, onder andere voor medicijnen. Bijna elke organische stof die gebruikt wordt in het dagelijks leven wordt gewonnen of gesynthetiseerd vanuit een organische verbinding die is betrokken uit aardolie.

    Het verbruik van aardolie is vooral vanaf de jaren vijftig van de twintigste eeuw enorm toegenomen en mede verantwoordelijk voor de wereldwijde hoogconjunctuur na de Tweede Wereldoorlog (de "wederopbouw"). Gaandeweg is echter ook het besef gegroeid dat dit gepaard gaat met milieuverontreiniging en klimaatverandering. Daarnaast is er de zorg dat de voorraad olie eindig is en dat de piek bereikt wordt.

    Ontstaan

    In tegenstelling tot steenkool en bruinkool, die in een moerassige omgeving werden gevormd, vormde de voorloper van aardolie, het kerogeen of aardwas, zich op de zeebodem. Noodzakelijk was dat die zeebodem zeer zuurstofarm was, waardoor de bezinkende organismen niet volledig konden worden verteerd door aaseters of bacteriën. Zo vormde zich, ten gevolge van gedeeltelijke afbraak van de organische materie door anaerobe bacteriën, het kerogeen, dat te vinden is in de zogenaamde teerzanden. Als de kerogeen bevattende sedimenten later diep begraven werden onder andere sedimenten, kon het gebeuren dat de temperatuur opliep tot tegen de 100 graden Celsius. In dat geval werd het kerogeen omgezet in aardolie. Bij nog hogere temperaturen werd het omgezet in aardgas. Aardolie of aardgas is veel lichter dan steen en water, dus de fossiele brandstof werd, als het bovenliggende gesteente poreus genoeg was, naar boven gedrukt. Vaak stuitte de aardolie of het aardgas dan uiteindelijk op een ondoordringbare laag, en daar vormde zich dan een aardolie- of aardgasvoorkomen.

    Chemische samenstelling

    Element Massapercentage
    koolstof 80–87
    waterstof 10–14
    stikstof 0,2–3
    zuurstof 0,05–1,5
    zwavel 0,05–6

    De samenstelling van ruwe olie of crude verschilt per soort, maar kan meer dan honderd verschillende soorten koolwaterstoffen bevatten. Deze vallen in de categorieën alkanen (paraffinen), cycloalkanen (naftenen), aromaten en bitumen. Daarnaast bevat aardolie nog zouten, water, zwavel, stikstof, zuurstof en metalen (minder dan 1000 ppm). Veel oliereservoirs bevatten bovendien levende bacteriën, zoals blijkt uit DNA-profilering.[1]

    Soorten aardolie

    De belangrijkste marker-crudes en hun relatieve productie. Horizontaal het zwavelgehalte, verticaal de dichtheid in graden API. Hoe hoger, hoe lichter de olie.

    De verhoudingen waarin deze bestanddelen zich in de aardolie bevinden, bepalen de kenmerken van een crude:

    Een hoog zwavelgehalte is vaak ongewenst en om dit te verwijderen zijn aanvullende bewerkingen nodig in het raffinageproces. Sour crudes zijn dan ook vaak goedkoper dan sweet crudes. Zo is er ook meer vraag naar lichtere producten als benzine, zodat light crudes over het algemeen duurder zijn. Hoewel de vraag naar zware olie toeneemt door de grotere vraag naar dieselolie, geldt dat de prijs het hoogst is voor light sweet crudes als Brent en West Texas Intermediate (WTI).

    Hoewel dit niet de soorten zijn met de hoogste productie, zijn het met Dubai en het OPEC-mandje wel de belangrijkste benchmarks. Aangezien deze prijzen onderling van elkaar verschillen is het onmogelijk om van dé olieprijs te spreken.

    Vindplaatsen

    aardolie- en aardgasreservoir in een antiform

    Oliewinning vindt vooral plaats door boringen in reservoirs. Hierin bevinden zich naast olie vaak ook gas, ook wel geassocieerd gas genoemd, dat is ontstaan uit sedimenten rijk aan organisch materiaal die in het geologisch verleden zijn gevormd.

    Aardolie wordt gevonden op die plekken die aan verschillende voorwaarden voldoen:

    • een moedergesteente (source rock). Dit gesteente produceert de olie die later migreert naar een reservoirgesteente;
    • een reservoirgesteente (reservoir rock). Dit gesteente houdt de olie vast in de poriën of in scheuren van het gesteente;
    • een afsluitingsgesteente (seal rock). Dit gesteente, doorgaans schalie of steenzout, is impermeabel en weerstaat de druk van de olie onder dit gesteente;
    • een fuik (trap). De olie moet in het reservoirgesteente "gevangen" blijven zitten, anders migreert het naar boven en hoopt het zich niet op in het reservoir. Veel voorkomende traps zijn impermeabele breuken en antiformen;
    • een rijpingsgeschiedenis (maturation history). De olie moet door druk en temperatuur uit het brongesteente zijn ontstaan. De meest ideale locatie hiervoor wordt een oil window genoemd en ligt rond de 1,5 tot 4 kilometer diep, waar een temperatuur van ongeveer 80 tot 110 °C heerst.

    Op sommige plekken is de druk in het reservoir zo hoog dat bij het doorbreken van het afsluitingsgesteente (door een olieboring) de olie vanzelf uit de grond spuit. Op de meeste plekken moet de aardolie worden opgepompt. Op het land (onshore) wordt dit gedaan met jaknikkers of met krachtige pompen.

    Geschiedenis van de aardoliewinning

    Olieveld in Californië, 1938.

    In het Midden-Oosten was petroleum al bekend in de oudheid omdat het uit natuurlijke bronnen naar het aardoppervlak opborrelde. De teer werd gebruikt voor het waterdicht maken van schepen en huizen en de olie voor gebruik in olielampen. De Chinezen boorden in 340 al olieputten tot een diepte van 240 meter[2]. Marco Polo beschreef in 1264 winning uit de oliebronnen in de omgeving van Bakoe. Waarschijnlijk werd de eerste commerciële winningsvergunning in Europa verstrekt aan de Poolse apotheker Ignacy Łukasiewicz die in 1854 een "oliemijn" opende in Bóbrka in de Subkarpaten. In eerste instantie werd aardolie verzameld die spontaan uit de grond opkwam, later werd hier de eerste boring geplaatst om het proces te versnellen.

    De eerste moderne olieboring vond plaats in Canada in 1858 in Oil Springs in Ontario. Een jaar later werd olie aangeboord nabij Cleveland (Ohio), waar in 1870 Standard Oil werd opgericht. De Britten begonnen in 1867 met de oliewinning op Trinidad.

    In de 20e eeuw verplaatste het centrum van de exploratie zich naar het Midden-Oosten. De grote oliebronnen in Iran leidden tot de oprichting van de Anglo-British Petroleum Company in 1908. In de bodem van Saoedi-Arabië werden in 1928 grote voorraden gevonden. Het grootste olieveld ter wereld, het Ghawarveld werd eveneens daar in 1948 ontdekt en in 1951 in productie genomen.

    Aardolie dekt momenteel ongeveer 40% van de energiebehoefte van de mensheid. Aardgas en steenkool elk ongeveer 25%. Alle andere vormen van energie tezamen ongeveer 10%.[3]

    Aardoliewinning in Nederland

    Gewonnen ruwe olie in Nederland 1945-2015

    In 1943 werd het aardolieveld van Schoonebeek ontdekt dat tot 1996 aardolie produceerde met jaknikkers. In 2011 werd de winning in Schoonebeek hervat, nu zonder jaknikkers, maar met nieuwe hoogrendementspompen. Er wordt ook niet alleen verticaal, maar ook horizontaal geboord om een groter oppervlak olie te bereiken.[4] In 1953 werd winbare aardolie in West Nederland aangeboord, die nog steeds op bescheiden schaal gewonnen wordt. Sinds 1982 wordt er aardolie geproduceerd op het Nederlands deel van het continentale plat, dit gebied is nu de voornaamste leverancier van de ruwe olie die in Nederland wordt gewonnen.

    Aardoliewinning in Suriname

    Op 13 december 1980 werd Staatsolie Maatschappij Suriname N.V. (Staatsolie) opgericht. Op 25 november 1982 startte officieel de eerste commerciële productie van aardolie in Suriname op het Tambaredjo-olieveld. De productie was een bescheiden 200 vaten per dag. In 1987 was de productie vertienvoudigd tot 2000 vaten per dag. In 2016 werd 17000 vaten per dag geproduceerd uit de velden Tambaredjo, Calcutta en Tambaredjo Noordwest.

    Recente nieuwe vondsten

    Vooruitgang in de technologie, zoals diepzee- en Arctische exploratie en productie, maar ook technieken om hogere productie te verkrijgen uit bestaande olievelden, hebben tot gevolg dat er momenteel olie gevonden en geproduceerd wordt op plaatsen waar dat voorheen nog oneconomisch geacht werd of uit bronnen die beschouwd werden als bijna uitgeput.

    Volgens een studie gepubliceerd door de USGS in 2008 zou zich onder het ijs van de Noordpool een voorraad van circa 90 miljard vaten aardolie, en 47 triljoen kubieke meter aardgas bevinden. Door de verbeterde bereikbaarheid van deze gebieden is men beter in staat een reële schatting te maken van de hoeveelheden. Nog onduidelijk is of men in staat is op basis van de huidige technieken deze olievoorraad te winnen. Daarnaast speelt het gevaar van milieuvervuiling een grote rol.[5]

    Voor de kust van Brazilië is begin 2008 een voorraad gevonden van ruim 33 miljard vaten. Buiten de 200-mijlszone is waarschijnlijk meer olie te vinden.[6]

    Nieuwe exploitatietechnieken

    Voorraden olieschalie (miljarden vaten, schatting 2008)[7]
    Noord-Amerika 2.100
    Zuid-Amerika 82
    Europa 368
    Afrika 159
    Midden-Oosten 38
    Azië 46
    Oceanië 33

    Naast conventionele olie is er ook onconventionele olie. De winning van de olie opgeslagen in schalies is nog in een experimentele fase. Schalie is een verharde klei, ook wel kleisteen genoemd. De schalies waar genoeg organisch materiaal in zit worden olieschalies (Engelse term: oil shales) genoemd (zie ook: schaliegas). Het winnen van deze olie brengt hoge productiekosten en milieuschade met zich mee. De totale hoeveelheid olie in olieschalies in Noord-Amerika werd in 2008 geschat op 2100 miljard vaten (bijna tweemaal zoveel als de destijds bewezen wereldreserve aan winbare olie). Naar verwachting zal winning uit deze olieschalievelden niet eerder kunnen plaatsvinden dan 2015.[7]

    Een andere soort onconventionele olie is de olie in de Canadese teerzanden. Er wordt geschat dat uit deze teerzanden minstens 1 biljoen (1000 miljard) vaten geproduceerd kunnen worden. Ook deze winning zal echter moeizaam zijn, want de teerzanden bevatten slechts enkele procenten kerogeen die tot aardolie kunnen worden getransformeerd.

    Olieprijs

    1rightarrow blue.svg Zie Olieprijs voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

    De olieprijs wordt tegenwoordig vooral bepaald door de markt, al worden er ook contracten afgesloten waarbij dit niet het geval is. Voor ongeveer 1985-88 gold echter niet de prijs op de spotmarkt, maar een posted price, een officiële prijs die aanvankelijk door de grote oliemaatschappijen, de majors, werd bepaald. Hoewel dit de officiële prijs was, was dit over het algemeen niet de werkelijke prijs, omdat er vrijwel altijd een substantiële korting werd gegeven. In plaats van posted prices was er voor de jaren vijftig in het Midden-Oosten en Venezuela sprake van contracten waarvan de prijs slechts bekend was aan de verkoper en koper.

    Een uitzondering was de Verenigde Staten waar veel onafhankelijke producenten waren, zogenaamde independents. Dit kon, doordat ondergrondse grondstoffen daar eigendom zijn van de grondeigenaar en niet van de overheid, zoals in de meeste landen. Door de vele partijen was hier wel sprake van concurrentie en werd de prijs bepaald door marktwerking. Na ernstige prijsdalingen na de ontdekking van het enorme Oost-Texasveld in 1930 werd de productie echter beperkt door staatscommissies met als belangrijkste de Railroad Commission of Texas, waardoor de prijzen stabiliseerden op een hoger niveau.

    Door de Achnacarry-overeenkomst tussen de majors uit 1928 was de prijs van de olie uit de rest van de wereld aan die uit Texas gekoppeld. Hoewel de Verenigde Staten lang de grootste olie-exporteur waren geweest, werd na 1948 de binnenlandse consumptie zo hoog dat er geïmporteerd moest worden. Dat verstevigde de positie van de majors die in deze periode de nieuwe olievelden in het Midden-Oosten ontwikkelden. Hoewel de concurrentie beperkt was, was de prijs niet overdreven hoog.

    Dit veranderde in de jaren zeventig toen de OPEC de rol van de majors overnam. Sterke prijsstijgingen traden op bij de oliecrisis van 1973, toen er een olieboycot werd ingevoerd tegen de landen die Israël direct hadden gesteund bij de Jom Kipoeroorlog, en de oliecrisis van 1979 na de Iraanse Revolutie. In de jaren tachtig daalde de vraag naar olie, terwijl het aanbod van buiten de OPEC steeg. Door het terugschroeven van de productie binnen de OPEC bleef de prijs echter op niveau. Saoedi-Arabië verloor in de rol van swing producer het meeste marktaandeel en eind 1985 besloot het dit ongedaan te maken. Het bood korte tijd ruwe olie aan volgens netback pricing waarbij de prijs werd gebaseerd op die van de geraffineerde olieproducten. Zelfs bij een dalende prijs bleef er daardoor voldoende marge voor de raffinaderijen, met een overaanbod als gevolg. Andere OPEC-landen volgden, waarop de prijzen meer dan halveerden. Veel dure olievelden zoals in de Verenigde Staten en de Noordzee waren niet langer rendabel en investeringen daar werden uitgesteld.

    Het systeem van vooral door de OPEC opgelegde posted prices viel daarna om. In 1986 was Pemex het eerste staatsoliebedrijf dat de prijzen baseerde op de markt. Deze markt buiten de langdurige contracten was er altijd al geweest, maar was lange tijd slechts marginaal geweest. Tegen 1988 was dit echter de voornaamste methode van prijsstelling geworden en dit is het nog steeds.

    Afgezien van kleine pieken bleef het prijsniveau gehandhaafd tot tegen de eeuwwisseling. Daarna begon een stijging die piekte rond de $145 in juli 2008. Met de kredietcrisis zette zich daarna een sterke daling in om in december zelfs de $30 te bereiken. Tot de zomer van 2014 is de olieprijs weer gestegen.

    Wereldvoorraden

    Bewezen aardoliereserves per land in 2009

    De totale bewezen hoeveelheid winbare aardolie werd in 2006 door BP geschat op 1200 miljard vaten; in 2011 werd zij reeds geschat op 1471 miljard vaten door de U.S. Energy Information Administration.[8] Rond 2006 bevond zich van de toenmalige bekende voorraad voorraad 62% in het Midden-Oosten, in 2011 was dat 51%. De reserves van Venezuela groeiden tussen januari 2010 en januari 2011 met 113 miljard vaten tot de huidige 211 miljard.[8] Saoedi-Arabië heeft nog altijd de grootste voorraad, gevolgd nu door Venezuela en Canada waarna vier andere landen in het Midden-Oosten volgen: Iran, Irak, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten. Ook Rusland, Libië en Nigeria hebben grote voorraden. In West-Europa, dat relatief gezien kleine voorraden heeft, wordt aardolie onder andere gevonden in en rond de Noordzee.

    Bewezen olievoorraden naar regio[8]
    regio 2011 (schatting)
      miljarden vaten  % van wereld-voorraad
    Midden-Oosten 753 51
    V.S. + Canada + Mexico + Chili 206 13
    Overig Amerika 324 16
    Europese OESO-lidstaten[9] 11 1
    Overig Europa+Azië 140 10
    Afrika 124 8
    Totaal[10] 1471
    Bewezen olievoorraden naar land[11][12]
      land 2009/'10/'11/'12

      miljarden vaten
    1 Saoedi-Arabië 263
    2 Venezuela 211
    3 Canada 175
    4 Iran 137
    5 Irak 115
    6 Koeweit 104
    7 Verenigde Arabische Emiraten 98
    8 Rusland 60
    9 Libië 46
    10 Nigeria 37
    11 Kazachstan 30
    12 Qatar 25
    13 Verenigde Staten 21
    14 China 15
    15 Brazilië 13
    16 Algerije 12
    17 Mexico 10
    18 Angola 10
    19 Azerbeidzjan 7
    20 Ecuador 7

    79 andere landen samen circa 85

    Oliewinning en -verbruik, wereldwijd

    De wereldvraag naar olie lag in 2012 op ongeveer 88,8 miljoen vaten per dag. Daarvan verbruikte de VS 26 procent en West-Europa ruim 15 procent. China neemt inmiddels bijna 11 procent van de wereldvraag naar olie voor z'n rekening.

    (Om onderstaande twee tabellen vergelijkbaar te maken is rechts de kolom van 2004 ook omgerekend naar miljoenen vaten per dag: een ton petroleum (soortelijk gewicht 0,8) per jaar = 0,02154 vat per dag: )

    Productie vloeibare brandstoffen[13][14]
    land 2005 (gemeten) 2012 (schatting)
      miljoenen vaten per dag
    Saoedi-Arabië 11,1 11,4
    Rusland 9,5 10,3
    V.S. 8,3 9,8
    Iran 4,2 4,2
    China 3,9 4,1
    Canada 3,1 3,9
    Verenigde Arabische Emiraten 2,8 3,1
    Mexico 3,8 2,7
    Koeweit 2,7 2,7
    Nigeria 2,6 2,7
    Irak 1,9 2,7
    Venezuela 2,8 2,4
    overige landen 27,9 29,9
    Totaal 84,6 89,9
    Olieverbruik naar land (bron BP 2005)

    Land 1990 2000 2004 2004
        miljoen ton per jaar mln. vaten p. dag
    1 Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 779,0 887,8 927,3 20,0
    2 Vlag van China China 116,6 219,8 308,6 6,7
    3 Vlag van Japan Japan 247,7 255,0 250,5 5,4
    4 Vlag van Rusland Rusland 198,8 123,5 131,8 2,8
    5 Vlag van Duitsland Duitsland 125,6 129,4 123,2 2,7
    6 Vlag van India India 57,9 98,0 115,3 2,5
    7 Vlag van Brazilië Brazilië 58,4 100,1 101,7 2,2
    8 Vlag van Canada Canada 78,4 93,0 100,1 2,2
    9 Vlag van Zuid-Korea Zuid-Korea 49,5 99,3 99,1 2,1
    10 Vlag van Frankrijk 22-03-2018 om 10:55 geschreven door Yari Salomon  
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.alternator

    Alternator

    Alternatoren uit begin 20e eeuw
    Moderne turbogenerator

    Een alternator (of wisselstroomdynamo) is een machine waarin mechanische energie, binnenkomend via een draaiende as, omgezet wordt in elektrische wisselstroomenergie. Deze omzetting berust op het feit dat wanneer een elektrische geleider door een magnetisch veld beweegt, er elektrische spanningen worden opgewekt in die geleider en bij gesloten kring dus stroom gaat vloeien.

    Een alternator bevat in principe de volgende twee onderdelen:

    1. de stator, het stilstaande gedeelte
    2. de rotor of anker, het draaiende gedeelte

    (Het onderstaande geldt voor zogenaamde synchrone generatoren. Er bestaan ook asynchrone generatoren, die bijvoorbeeld gebruikt worden in combinatie met een wind- of hydraulische turbine. Zie hiervoor bij Driefasige asynchrone motor.)

    Bij de alternator wordt het magnetisch veld opgewekt bij kleine uitvoeringen door één of meer permanente magneten, bij grotere uitvoeringen door een elektromagneet in de rotor. De stator bevat een of meer spoelen waarin door het draaien van de rotor de gewenste sinusvormige wisselspanning wordt opgewekt.

    Bij alternatoren in elektrische centrales wordt de rotor als elektromagneet gebruikt en wordt de elektrische energie in de stator opgewekt. Dit wordt gedaan omdat het opgewekte vermogen te groot is, en deze vanaf de stilstaande stator direct aan het elektrische net kan worden toegevoerd. De benodigde bekrachtigingsstroom voor het opwekken van het benodigde magneetveld is daarentegen relatief klein en kan dus gemakkelijk op de draaiende as worden overgebracht via sleepringen en koolborstels.

    Omwille van slijtage worden de sleepringen vaak weggelaten en wordt er een dynamo op de rotoras gemonteerd. De dynamo zorgt voor de DC voeding van de draaiende elektromagneet op de rotor (borstelloze alternator). In dit geval kan men spreken van een turbogroep omdat men dan beschikt over een mechanische aandrijving, een alternator en een dynamo.

    Twee typen alternatoren

    Alternatoren met uitspringende polen

    Dit zijn traaglopende alternatoren aangedreven door stoommachines of hydraulische turbines, met snelheden tussen 100 en maximaal 1000 omw/min. De diameter kan dus groter zijn zonder de toegelaten omtreksnelheid te overschrijden, zodat men een groot aantal geleiders op het anker kan plaatsen en bijgevolg de axiale lengte kleiner kan nemen. Voor zeer traaglopende machines zoals hydraulische turbines komt men tot diameters van 10 m en een nuttige axiale lengte van minder dan 1 m. Uit hoofde van de vorm van hun rotor noemt men deze alternatoren ook vliegwiel-alternatoren. Ze dragen op hun omtrek een groot aantal polen: 30 poolparen voor 100 omw/min ; 50 poolparen voor 60 omw/min.

    Turbo-alternator

    Turbo-alternators zijn snellopende machines aangedreven door een stoomturbine of gasturbine waarvan de normale snelheid opgelegd wordt ten gevolge van de normalisatie van de frequentie van 50 Hz: ofwel 3000 omw/min voor alternatoren met één poolpaar ofwel 1500/min voor alternatoren met twee poolparen. Om geen te hoge waarden voor de omtreksnelheid te bekomen is men verplicht geweest de diameter van de rotor te verminderen, dus ook die van de stator, zodat het niet mogelijk is op het anker een groot aantal geleiders te plaatsen. Daar de magnetische fluxdichtheid beperkt is door de verzadiging is de enige mogelijkheid om een hoge emk te bekomen de axiale lengte van de alternator te verhogen. Turbo-alternatoren zullen dus altijd langer zijn dan de diameter. Meestal zijn ze 2 à 5 maal langer dan de diameter. Deze machines hebben een gladde rotor waarop de polen niet uitsteken. Deze machines hebben een constante luchtspleetbreedte

    Moderne ontwikkelingen

    Opengewerkte alternator van een vrachtauto

    Een van de moderne ontwikkelingen op het gebied van generatoren is het werken met hogere spanningen. Vroeger was het niet mogelijk om de statorspanning, en dus de uitgaande spanning van een generator, veel hoger te kiezen dan 36 kV (kilovolt). De spanning op het elektriciteitsnet is echter veel hoger, zodat transformatoren ingezet moesten worden. Tegenwoordig kunnen spanningen tot 400 kV opgewekt worden. Dit is mogelijk geworden door nieuwe technische inzichten. Vroeger (en nu nog veel in conventionele generatoren) werden vierkante statorstaven gebruikt, waarin de verdeling van het elektrisch veld niet constant is. Doordat elektronen elkaar afstoten, zullen zij zich concentreren aan de hoeken van de staven, zodat het veld daar erg sterk is, wat gevaar voor overslag oplevert. De thans gebruikte ronde statorstaven vertonen dit effect niet. De echte vernieuwing zit echter in de speciale vorm van isolatie die voorkomt dat er een tweede effect van ophoping van elektronen ontstaat door stapeling van statorstaven. Deze isolatie is coaxiaal uitgevoerd met een isolatielaag tussen twee lagen halfgeleidend materiaal, waardoor de statorstaaf er voor de naastliggende staaf elektrisch neutraal uitziet.

    Toepassingen

    • In elektriciteitscentrales worden alternatoren gebruikt om elektrische energie op te wekken.
    • Bij een moderne auto wordt een alternator gebruikt in plaats van een dynamo. Voor 1960 gebruikte men dynamo's. Nu gebruikt men een 3-fasen alternator en wordt de opgewekte wisselspanning gelijkgericht met diodebruggen. De alternator wordt aangedreven door de motor door middel van een V-snaar of multiriem. De alternator laadt via een interne of externe spanningsregelaar de accu.
    • In een aggregaat wordt veelal een verbrandingsmotor gebruikt als aandrijfmotor voor de generator. Aggregaten worden gebruikt op plaatsen waar geen of onvoldoende elektrisch vermogen beschikbaar is.

    22-03-2018 om 10:52 geschreven door Yari Salomon  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.energie

    Energie is de capaciteit van een systeem om warmte, licht of beweging te produceren. Het is een natuurkundige grootheid die wordt gedefinieerd door de hamiltoniaan. De SI-eenheid van energie is joule. Energie wordt ook aangeduid als de mogelijkheid om arbeid te verrichten, of ruimer: de mogelijkheid om een verandering te bewerkstelligen. Energie kan ook gezien worden als essentiële natuurlijke hulpbron, aangezien ze geconsumeerd, geproduceerd en gebruikt wordt door levende wezens.

    Algemeen

    De toename van energie van een systeem is de totale hoeveelheid arbeid die moet worden verricht om vanaf een grondtoestand tot de huidige situatie te komen. Bijvoorbeeld hoeveel arbeid het kost om een zwaar voorwerp vanaf de grond op een tafel te zetten, of de hoeveelheid arbeid om een spiraalveer die eerst ontspannen was een bepaalde afstand in te drukken.

    De totale energie van een systeem is de som van alle vormen van energie die op verschillende manieren zijn opgeslagen. Energie is een toestandsfunctie dat wil zeggen: de hoeveelheid energie is onafhankelijk van de voorgeschiedenis. Het maakt bijvoorbeeld niet uit of een veer eerst is ingedrukt, toen op de tafel is gehesen of andersom.

    Als het systeem niet wordt tegengehouden, zal het altijd proberen de hoeveelheid vrije energie zo klein mogelijk te maken: de veer rolt van tafel af en ontspant weer. Als een systeem zich in zo'n toestand van minimale energie bevindt, is het in evenwicht.

    De totale hoeveelheid energie in een gesloten systeem (dat wil zeggen dat er geen materiaal of straling in- of uit kan) blijft altijd gelijk; dit heet de wet van behoud van energie. De totale energie van een systeem is de optelsom van alle microscopische en macroscopische energieën, namelijk; thermische, mechanische, kinetische, potentiële, elektrische, magnetische, chemische en nucleaire energie. De inwendige energie (U) van een systeem wordt gegeven door de som van alle microscopische energieën; alle bovenstaande behalve kinetische, potentiële en mechanische energie. In veel processen wordt een soort energie in een andere omgezet. Zo wordt in een gaskachel de chemische energie in het gas omgezet in warmte. En tijdens het vallen van een voorwerp wordt zwaartekrachtsenergie of potentiële energie omgezet in bewegingsenergie of kinetische energie.

    Vaak wordt energie verward met vermogen: dit is echter energie per tijdseenheid. Iemand die op een keukentrapje klimt heeft daarvoor theoretisch net zoveel energie nodig als wanneer hij even hoog springt. Het springen gebeurt in minder tijd en daarom is daarvoor wel meer vermogen nodig.

    De intensiteit waarmee een mens diverse vormen van energie ervaart verschilt soms van de objectief te meten fysische waarde van die energie. Zo is bijvoorbeeld ca. 40kJ (40 000 joule) nodig om een kopje water tot tegen het kookpunt te brengen. Met diezelfde hoeveelheid energie zou men een baksteen van een kilogram vanaf het aardoppervlak naar 4 km hoogte kunnen gooien, of een stadsbus van 4 ton een meter optillen. (Afgezien van omzettings- en wrijvingsverliezen.)

    .

    Eenheid

    Naast de SI-eenheid joule zijn afhankelijk van de toepassing andere eenheden voor energie in gebruik. De wattseconde (Ws) en de newtonmeter (Nm) zijn identiek aan de joule. De newtonmeter wordt echter zelden gebruikt voor energie, aangezien de Nm ook de SI-eenheid van een koppel is. Voor elektrische energie wordt ook de kilowattuur (kWh) gebruikt.

    Energie en massa

    Albert Einstein concludeerde in zijn speciale relativiteitstheorie van 1905 onder andere dat energie gelijkwaardig is met massa, hoewel de praktische betekenis daarvan op dat moment nog volstrekt onduidelijk was. De equivalentie van massa en energie wordt weergegeven in vermoedelijk de beroemdste van alle natuurkundige formules:

    E = mc^2

    met E de totale energie, m de rustmassa in kilogram en c de constante lichtsnelheid in meter per seconde.

    Een hardnekkige misinterpretatie van deze formule is dat het mogelijk zou zijn om energie te laten ontstaan of verdwijnen, en wel door energie in massa om te zetten of omgekeerd. Er zijn weliswaar kernreacties waarbij de totale massa van de eindproducten iets kleiner is dan die van de beginproducten en er inderdaad energie vrijkomt, maar het is verkeerd om dan te zeggen dat er massa is 'omgezet' in energie. Als je de kernreactie zou meten in een gesloten systeem vind je de uit de kern vrijgekomen energie ergens anders terug in dat systeem. Hetzelfde geldt voor de uit de kern verdwenen massa. Als je bijvoorbeeld de kernreactie laat plaatsvinden in een afgesloten bak water waaruit geen energie ontsnapt, dan worden de kernen lichter en (want!) ze verliezen bindingsenergie. De interne energie van het water neemt toe (want het wordt warmer) en ook de massa van het water neemt toe (want de interne energie is toegenomen). Het gesloten systeem bevat na afloop evenveel energie en evenveel massa als ervoor. Als de afgesloten bak water op een weegschaal staat, dan geeft die voor en na de kernreactie begon, dezelfde massa aan.

    Vormen van energie

    Binnen de context van de natuurwetenschappen worden verschillende vormen van energie gedefinieerd. Deze omvatten:


    Maatschappelijk


    Het energievraagstuk verwijst naar het probleem dat - vooral - de rijke landen steeds meer elektriciteit en warmte willen produceren terwijl de voorraad fossiele brandstoffen (kolen, gas en aardolie) steeds kleiner wordt. Vooral de opkomende economische mogendheid China heeft ook een groot aandeel in de wereldwijde toename van de vraag naar energie. Bovendien draagt het gebruik van fossiele brandstoffen bij aan de luchtvervuiling en aan het versterkte broeikaseffect. Er wordt dus naarstig gezocht naar alternatieve, liefst duurzame energiebronnen, waarover veel maatschappelijke discussie is. Waterkracht is een relatief weinig omstreden energiebron, die in bergachtige gebieden op aarde al eeuwen wordt toegepast. De aanleg van stuwmeren kan echter wel leiden tot spanningen met de plaatselijke bevolking die, door de overheid gedwongen, moet verhuizen. Getijdenenergie is slechts enigszins rendabel op plaatsen waar de zeekust een geschikte vorm heeft en verstoort de natuurlijke getijdebeweging, wat invloed heeft op het milieu. Zonne-energie en windenergie zijn in principe onuitputtelijk, maar voorlopig nog niet voldoende om een volwaardig alternatief voor fossiele brandstoffen te vormen. Kernenergie die gewonnen wordt door kernsplijting kan in principe veel meer energie leveren, maar daaraan kleven bezwaren van het radio-actieve afval, de potentieel grote rampen bij ongelukken in kerncentrales (al is de kans daarop klein) en het in de hand werken van de proliferatie van kernwapens. Op de lange termijn ligt beheerste kernfusie in het verschiet als betrekkelijk schone, veilige en vrijwel onuitputtelijke energiebron, maar na tientallen jaren van onderzoek zijn de technische problemen nog lang niet opgelost.


    Gratis energie?

    Een gevolg van de wet van behoud van energie is dat het niet mogelijk is om een experiment uit te voeren dat vanzelf energie genereert; het is dus niet mogelijk dat een apparaat vanzelf gaat draaien en blijft draaien zonder dat van buitenaf energie wordt toegevoerd. Er is door de eeuwen heen (en nog steeds!) heel vaak zo'n perpetuum mobile (letterlijk: een eeuwig beweeglijk iets) "uitgevonden", maar bij allemaal bleek er uiteindelijk toch energie van buiten aan te pas te komen.

    Hoe zorgvuldig een machine ook wordt ontworpen, het is onvermijdelijk dat een deel van de beweging wordt omgezet in warmte door wrijving. In de ruimte is geen luchtwrijving, maar dan nog heeft de machine wrijving tussen zijn eigen onderdelen. Om van warmte weer arbeid te maken is wel mogelijk - denk aan een stoommachine - maar dat soort "warmtemotoren" heeft nooit 100% rendement, en het lukt dus nooit alle warmte weer terug te brengen naar arbeid. Volgens de Tweede wet van de thermodynamica kun je met zo'n warmtemotor arbeid verrichten door warmte naar een reservoir met een lagere temperatuur te laten stromen. Om àlle warmte weer in arbeid om te zetten moet dat reservoir een temperatuur van 0 K hebben, en houden. Maar in een gesloten systeem blijft dat reservoir niet zo koud: de temperatuur in het systeem wordt uiteindelijk overal gelijk en de machine komt tot stilstand.

    22-03-2018 om 10:52 geschreven door Yari Salomon  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    19-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.de processor
     

    Processor (computer)

    Een processor, ook wel bekend als CPU (Engels: central processing unit) of in het Nederlandscentrale verwerkingseenheid (cve) genoemd, is een stuk hardware in een computer dat instaat voor basisbewerkingen en -controle bij het uitvoeren van programmacode. De eerste processors waren uitgevoerd als printplaten vol met losse componenten en IC's, maar sinds de jaren 70 ontstonden de eerste zogenaamde microprocessors, waarbij het hele systeem op één enkele chip werd vervaardigd. De eerste microprocessor was de i4004 van Intel.

    Kenmerken[bewerken]

    De aansluitingen van een processor bestaan in hoofdzaak uit een stel besturings-, adres- en datalijnen die aangesloten zitten op debesturingsbus, de adresbus en de databus van de computer. Via de adresbus geeft de processor aan op welk adres van het extern geheugener iets met de data moet gebeuren, via de databus worden de data getransporteerd, en via de besturingsbus wordt aangegeven of de data gelezen of geschreven moeten worden. De processor communiceert met de buitenwereld doordat bepaalde geheugenadressen met interfacesvan randapparatuur zijn verbonden, zoals toetsenbordenbeeldschermen, etc.

    Snelheid[bewerken]

    De snelheid van een processor hangt af van een aantal factoren:

    • De kloksnelheid. De nieuwste processors zitten gebruikelijk tussen de 2,5 en 6 GHz.
    • Het aantal instructies dat een processor (gemiddeld) per cyclus kan uitvoeren. Hierin zitten soms aanzienlijke verschillen tussen verschillende micro-architecturen. Een processor die op 1 GHz werkt en die gemiddeld slechts twee klokcycli per instructie nodig heeft is sneller dan een processor die op 2 GHz werkt, maar die gemiddeld vijf klokcycli per instructie nodig heeft. Dit is geen probleem voor het vergelijken vandesktopcomputers (aangezien die allemaal dezelfde architectuur gebruiken), maar voor het vergelijken van andere apparaten (zoalssmartphones en tablets) kan dit wel belangrijk zijn.
    • Verder speelt de cache ook een belangrijke rol (de cache is een klein maar snel "tussengeheugen" tussen het random-access memory en de processor). Doorgaans geldt: hoe groter de cache, hoe sneller de processor.
    • Pipelining, een fenomeen dat de processorsnelheid in bepaalde situaties verhoogt. Vroeger werden commando's altijd ná elkaar uitgevoerd. Nu kan commando B beginnen terwijl commando A nog aan de gang is; dit noemt men pipelining.
      Sommige processors hebben meerdere pipelines die gelijktijdig aan meerdere opdrachten (kunnen) werken. Vaak zijn er ook gespecialiseerde pipelines aanwezig, zodat bijvoorbeeld "gewone" opdrachten en opdrachten met zwevendekommagetallen elk in een aparte pipeline verwerkt worden. Gespecialiseerde processors zoals gpu's kunnen tientallen pipelines hebben, soms zelfs meer dan honderd.
    • Het aantal kernen dat een processor heeft. Programma's die hiervoor niet geoptimaliseerd zijn, zullen niet noemenswaardig sneller afgehandeld worden. Echter kunnen wel twee verschillende programma's tegelijk op twee verschillende kernen gedraaid worden, wat een aanzienlijk voordeel oplevert bij het draaien van meerdere programma's tegelijk. Tegenwoordig hebben de meeste desktopprocessors meerdere kernen: tussen de 2 en 6 kernen is gebruikelijk.

      Werking[bewerken]

      Ophaalfase[bewerken]

      Een processor dient instructies van het te verwerken programma in volgorde uit te voeren. Het programma zelf staat in het RAM-geheugen. De processor heeft daarom een teller, de programmateller, die het geheugenadres van de volgende instructie bijhoudt. In de zogeheten "fetch-fase" (ophaalfase) haalt de processor de instructie op van het geheugenadres dat in de programmateller staat. De code in dit adres is de volgende uit te voeren instructie en deze wordt in het instructieregister geplaatst.

      Decodeerfase[bewerken]

      Stel dat de code in het instructieregister 0001010100010010 is. Wat betekent dat voor de processor? Een instructie is niets anders dan een reeks bits en in de decodeerfase wordt bepaald wat er moet gebeuren. Aan de hand van deze reeks bits worden de componenten in de processor die de instructie uitvoeren in de juiste stand gezet zodat zij de gewenste bewerking uitvoeren.

      In het voorbeeld gebruikt de processor 8 bits voor het nummer van de instructie. De processor kent dus maximaal 28 = 256 verschillende instructies. De in het voorbeeld uit te voeren instructie heeft nu het nummer aangegeven door de eerste 8 bits, dus nummer 00010101, wat decimaal 21 is en in dit geval optellen betekent. Over het algemeen zal het instructienummer naar ieder component gestuurd worden, in dit geval zal alleen de optelcomponent zich klaarmaken om te gaan optellen.

      De resterende bits van het instructieregister, nl. 00010010 bepalen de plaats waar de processor zijn gegevens zal halen, dit kunnen bepaalde registers zijn, maar in complexere instructies ook een geheugenadres. In dit geval gaat het om de registers en onze processor heeft 16 registers. Om aan te geven welke registers we willen gebruiken, kunnen we gewoon de nummers van beide registers vermelden, waarvoor voor elk vier bits nodig zijn. In het voorbeeld dus de registers 0001 (=1) en 0010 (=2). De instructie houdt dus in dat de inhoud van de registers 1 en 2 bij elkaar worden opgeteld. Impliciet is tevens vastgelegd dat het resultaat in het eerstgenoemde register staat.

      Uitvoerfase[bewerken]

      Vervolgens begint de zogeheten "execute-fase" (uitvoerfase). De processor staat in de juiste stand en de berekening wordt gestart. De twee getallen in de registers r1 en r2 stromen naar de rekeneenheid van de processor die een optelling uitvoert. Vervolgens wordt het resultaat in een klein stukje tijdelijk geheugen opgeslagen.

      Opslagfase[bewerken]

      Vervolgens begint de "store-fase" (opslagfase). Het register waar het resultaat voor bestemd is (r1), gaat in de luisterstand. Als op de elektrische leidingen een getal voorbij komt voor een register, dan vervangt het het getal dat het bewaart met het getal dat het voorbij ziet komen. Het getal dat berekend is, wordt vervolgens op de leidinkjes gezet.

      De volgende[bewerken]

      Het uitvoeren van de instructie is nu afgerond, de programmateller wordt verhoogd en de processor wordt voorbereid op het uitvoeren van de volgende instructie.

      Asynchrone processors[bewerken]

      Asynchrone processors werken zonder centrale klokpuls. Zij hebben dus geen last van bovengenoemde problemen.

      Een asynchrone processor werkt volgens het principe dat een deelschakeling, naast de 'datalijn' minimaal één extra lijn heeft om aan te geven dat zijn staat stabiel is. Op dat moment kan de volgende schakeling in werking treden. Het voordeel hiervan is dat de processor functioneert op de maximumsnelheid van zijn componenten. Ook gebruiken niet-gebruikte delen van het systeem nagenoeg geen energie wat het energiegebruik drastisch reduceert.

      Een nadeel is het complexere chipontwerp. Voor een asynchrone processor met dezelfde functionaliteit als zijn synchrone variant zijn wel drie keer zoveel transistoren nodig. De ontwikkeltijd is ook veel langer.

      In de huidige markt zijn asynchrone processors schaars, mede door hun complexiteit. Sommige gehoorapparaten gebruiken al asynchrone processors. Analisten sluiten niet uit dat asynchrone processors in de toekomst een grotere rol gaan spelen. Waarschijnlijk zullen zij in de toekomst veel gebruikt worden in toepassingen waar energiezuinig gebruik een rol speelt, denk aan apparaten die op batterijen werken, zoalspda-computers of notebooks.

      De eerste licenceerbare en commercieel beschikbare asynchrone microprocessor processor was de ARM996HS, ontwikkeld door ARM Holdings en Handshake Solutions (een dochter van Philips). De processor is gebaseerd op de ARM9-kern en zal voornamelijk gebruikt worden in auto's.





    19-10-2017 om 17:58 geschreven door Yari Salomon  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

      

    Condensator

    Een condensator is een elektrische component die elektrische lading opslaat, opgebouwd uit tweegeleiders met een relatief groot oppervlak, die zich dicht bij elkaar bevinden en gescheiden zijn door een niet-geleidend materiaal of vacuüm, het diëlektricum.

    Wanneer de ene geleider positief geladen wordt ten opzichte van de andere, verplaatsen de aan moleculen in het diëlektricum gebonden elektronen zich een beetje naar de positief geladen geleider. De naam is afgeleid van het Latijn condensare: samenpersen, dus condensator = samenperser, wat betrekking heeft op de ladingen die samengeperst worden bij de polen (platen) van de condensator.

    Capaciteit[bewerken]

    Naarmate een condensator lading opneemt, stijgt de spanning over de condensator. Het vermogen van een condensator om lading op te slaan, het aantal coulomb per volt, heet de capaciteit van de condensator en wordt gemeten in de eenheid farad1 F = 1 V/C. De capaciteit is afhankelijk van

    • de oppervlakte van de geleiders; hoe groter de oppervlakte, hoe groter de capaciteit;
    • de afstand tussen de geleiders: de capaciteit wordt groter naarmate de afstand tussen de geleiders (de platen in oude condensatoren) kleiner is;
    • het diëlektricum (het materiaal of het vacuüm) tussen de geleiders.

    Vroeger werd de capaciteit van condensatoren wel in centimeters uitgedrukt. Dat is niet zo verwonderlijk: de capaciteit is voornamelijk van de geometrie van de condensator afhankelijk: het plaatoppervlak gedeeld door de afstand, met een dimensieloze factor, de diëlektrische constante εr, voor hetdiëlektricum. 1 cm ≈ 0,885 419 pF.

    De gebruikelijke voorvoegsels worden in dit geval achterwege gelaten; zo kan men een condensator van 10.000 cm aantreffen (niet 100 m). Een dergelijke condensator bestaat bijvoorbeeld uit twee platen van 1 m² op een onderlinge afstand van 1 cm, of, praktischer, twee platen van 1 cm² op een onderlinge afstand van 1 µm.

    Parasitaire capaciteit[bewerken]

    Vele elektrische componenten zoals kabels zijn onbedoeld tevens condensatoren met een zekere capaciteit. Dit heet dan een 'parasitaire capaciteit'. Daardoor wordt een bovengrens opgelegd aan de frequentie van het door te geven signaal.

    Biologie[bewerken]

    Het biologische celmembraan en het oppervlak van een elektrode in een elektrolyt gedragen zich ook als condensatoren.

    Condensator en spoel[bewerken]

    De elektrische tegenhanger van de condensator is de spoel. Terwijl een ideale condensator een oneindig grote impedantie vormt voorgelijkstroom, en voor een wisselstroom een impedantie die kleiner wordt naarmate de frequentie toeneemt, is een ideale spoel juist een volmaakte geleider voor gelijkstroom, terwijl zijn impedantie toeneemt met de frequentie van een wisselstroom. Condensatoren en spoelen worden toegepast in scheidingsfilters, die wisselstroomsignalen afhankelijk van hun frequentie doorlaten of tegenhouden.

    Uitvinders[bewerken]

    De eerste condensator was de Leidse fles: een glazen fles gevuld met geleidend water met tinfolie aan de buitenkant en in latere types ook aan de binnenkant. De capaciteit was van de orde van 7 nF. Deze werd uitgevonden zowel door de Duitser Ewald Georg von Kleist in oktober 1745als onafhankelijk van hem mogelijk al in 1744 aan de Universiteit Leiden door Pieter van Musschenbroek, vandaar de naam

    Gelijk- en wisselstroom[bewerken]

    Een condensator beïnvloedt het vloeien van elektrische stroom. Voor gelijkstroom is hij een blokkade: er vloeit slechts een stroom totdat de condensator opgeladen is. Bij een aangelegde wisselspanning wordt de condensator afwisselend geladen, ontladen en tegengesteld geladen, waardoor schijnbaar stroom wordt doorgelaten; in het circuit waarin de condensator is opgenomen loopt een wisselstroom.

    Uitvoeringen

    Door zijn mechanische constructie en de gebruikte materialen heeft men een grote verscheidenheid in types. De voornaamste karakteristieken die de keuze bepalen zijn: de capaciteit, de tolerantie,verlieshoek, toegelaten temperatuur, stabiliteit en fysieke afmetingen.

    19-10-2017 om 17:51 geschreven door Yari Salomon  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.; ) eBay ; )
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Activiteiten

    EBay biedt een wereldwijd handelsplatform aan waar vrijwel iedereen nagenoeg zonder beperking alles kan verhandelen volgens het principe omnibus omnia. Ook tegen een vaste prijs kan iets aangeboden worden. Berucht zijn de soms bizarre artikelen die worden aangeboden op deze website.

    In 2013 behaalde eBay een totale omzet van $ 16 miljard en in 2009 lag de omzet op $ 8,7 miljard.[1] Het aandeel van PayPal in de omzet was nagenoeg gelijk aan dat van de veilingactiviteiten. De internationale activiteiten van eBay dragen iets meer dan 50% aan de omzet bij.[1]

    Andere eBay-merken zijn: Kijiji, Gumtree, Loquo, Mobile.de, Prostores, Rent.com, Shopping.com, het Belgische 2dehands.be en het Nederlandse Marktplaats.nl.


    Geschiedenis

    Pierre Omidyar zette eBay in 1995 op vanuit een achterkamertje in San José (Silicon Valley). Hij wilde zien of hij kopers en verkopers op één internetplatform bij elkaar kon krijgen. Wat begon als een programmeerexperiment, is heden ten dage uitgegroeid tot 's werelds grootste handelsplaats. Met vestigingen in onder andere Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Nederland, China, Australië en India is het business model van eBay zeer succesvol gebleken. Ondanks het barsten van de 'internet bubble', bleef eBays economische betekenis explosief groeien.

    In 2001 werd het Franse iBazar overgenomen, vervolgens werd het internetbetaalsysteem PayPal overgenomen. De populaire veilingsite kocht PayPal in oktober 2002, nadat was gebleken dat zo'n 50% van de gebruikers van eBay PayPal al gebruikten (PayPal was daarmee populairder dan eBays eigen BillPoint). In september 2014 meldde eBay dat het zijn online-betaalservice PayPal in de tweede helft van 2015 apart naar de beurs zal brengen.[2] PayPal was steeds belangrijker geworden voor eBay en laat hogere groeicijfers zien dan de veilingactiviteiten.[2] PayPal behaalde een omzet van ongeveer $ 7 miljard in 2013. Apple heeft een nieuwe vergelijkbare dienst aangekondigd, Apple Pay en dit kan een geduchte concurrent worden van de betaaldienst. Apple richt zich met de nieuwe dienst op de groeiende vraag naar mobiele betalingen.

    In november 2004 kocht eBay de Nederlandse veilingsite Marktplaats.nl voor 225 miljoen euro. De VoIP-dienst Skype werd in 2005 gekocht voor 2,6 miljard dollar, maar werd een jaar later afgewaardeerd. In 2009 werd 65% van Skype doorverkocht aan Silver Lake Partners.[3] In 2011 kwam Skype in handen van Microsoft.[4] In maart 2011 werd GSI Commerce overgenomen voor 2,4 miljard dollar.[5] GSI biedt een platform aan waarop andere bedrijven hun producten kunnen verkopen en eBay gaat hiermee direct concurreren met Amazon.com.[5] In 2010 behaalde GSI een omzet van 1,3 miljard dollar, maar maakte het nog geen winst.[5]


    Wereldwijde handel

    Met eBay is het eenvoudig om wereldwijd goederen te kopen. Voor producten die een waarde hebben van minder dan 22 euro (exclusief verzendkosten) heeft de Nederlandse douane geen recht op invoerrechten. De kwaliteit van de aangeboden producten en de betrouwbaarheid van de verkoper is vooraf niet altijd na te gaan. Als het product niet wordt geleverd of afwijkt van de beschrijving kan het lastig zijn om dit goed op te lossen. Zo kan bijvoorbeeld de verkoper opeens zijn verdwenen.

    19-10-2017 om 11:15 geschreven door Yari Salomon  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Silicon valley

    Silicon Valley Afbeeldingsresultaat voor silicon valley skyline

    Silicon Valley is een veelgebruikte benaming voor de zuidkant van de Baai van San Francisco in de Amerikaanse staat Californië. In die regio zijn veel technologiebedrijven gevestigd, inclusief enkele van de grootste ter wereld. Oorspronkelijk verwees de term naar de grote hoeveelheid bedrijven die bezig waren met de productie en innovatie van siliciumchips, maar nu slaat de term op alle hightech bedrijven in het gebied. "Silicon Valley" wordt zelfs als metoniem voor de hele Amerikaanse technologiesector gebruikt.

    Hoewel er veel verschillende centra voor hightech industrie ontsproten zijn in de Verenigde Staten, blijft Silicon Valley het centrum voor hightech innovatie. In totaal heeft één derde van investeringen van venture capital betrekking op Silicon Valley. Enkele bekende bedrijven die hun hoofdkwartier in het gebied hebben zijn Apple, Hewlett-Packard, Intel, IBM, Sun Microsystems, eBay, Google Inc., AMD, Facebook en McAfee.

    Geografisch bestaat het gebied grofweg uit de steden San Jose, Santa Clara, Milpitas, Mountain View, Sunnyvale, Los Gatos, Palo Alto, Fremont en Saratoga. San Jose claimt het predicaat "hoofdstad van Silicon Valley". Het gebied is te bereiken per vliegtuig via de luchthavens van San Jose en San Francisco. De iconische U.S. Route 101 doorkruist Silicon Valley.

    "Silicon Valley" is een gevleugelde uitdrukking geworden voor andere plaatsen ter wereld die bekendstaan om hun concentratie van hoogtechnologische industrie, zoals Bangalore (het "Indiase Silicon Valley"), Flanders Language Valley (het "Vlaamse Silicon Valley") en Sophia Antipolis bij Valbonne, het Zuid-Franse Telecom Valley.

    Bedrijven

    Onder andere de volgende bedrijven hebben hun hoofdkantoor in Silicon Valley:





    19-10-2017 om 11:07 geschreven door Yari Salomon  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    12-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bill Gates - Wie is hij?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen William Henry (Bill) Gates III (Seattle, 28 oktober 1955) is een Amerikaans ondernemer en filantroop . Gates is vooral bekend als boegbeeld en medeoprichter van de firma Microsoft.

    Levensloop

    Bill Gates werd geboren als zoon van een advocaat en een onderwijzeres.

     In de herfst van 1973 ging Gates studeren aan de Harvard Universiteit. Hij stopte daarmee toen Allen hem wees op de Altair 88 , een zelfbouwcomputer. Gates realiseerde zich dat voor een computer software nodig zou zijn. Hij belde MITS, de producent van de Altair, op en blufte dat hij samen met Allen een programma had geschreven - een BASIC-interpreter voor de Altair. Dat wilde het bedrijf graag zien. Gates werkte koortsachtig aan het programma en Allen kon het ten slotte aan MITS laten zien.

     Op 22 juli 1975 sloot MITS een overeenkomst met Gates en Allen om de rechten van hun BASIC-interpreter te kopen. Dit was de geboorte van Microsoft, het bedrijf dat Gates en Allen beide multimiljardair zou maken.


    Rijkste man ter wereld

    Volgens Forbes was Gates twaalf jaar lang de rijkste man ter wereld, van 1996 tot 2007 (met uitzondering van 1997) en in 2014 opnieuw. Forbes schatte zijn vermogen in 2007 op $ 56 miljard.Bill Gates' vermogen werd in maart 2012 op 61 miljard dollar geschat. Hij was daarmee de rijkste mens in de Verenigde Staten, en stond tweede op de lijst van rijkste man ter wereld.

    In mei 2013 raamde persagentschap Bloomberg zijn vermogen op 72,7 miljard dollar, wat hem op hun Bloomberg Billionaires Index opnieuw de rijkste mens ter wereld maakt. In dezelfde maand zette ook Forbes hem opnieuw bovenaan de lijst van rijkste mensen, met een geschat vermogen van 69,9 miljard dollar.

    In maart 2014 schatte Forbes het vermogen van Gates op $ 76 miljard, waarmee hij wederom de rijkste man ter wereld zou zijn.



    12-10-2017 om 11:44 geschreven door Yari Salomon  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)

    Archief per week
  • 21/05-27/05 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Meer blogs