|
De giervalk (Falco rusticolus) is een vogel uit de familie van valken (Falconidae). Een volwassen examplaar is circa 55 centimeter groot. Kenmerkend is dat het wijfje groter is dan het mannetje. Het dier bewoont woest bergland, rotsige zeekusten en bosranden. Broeden doen ze op rotsranden. Het voedsel van de giervalk bestaat uit grote vogels, zoals sneeuwhoenders, watervogels als eenden en dergelijke. Het jaaggedrag van de giervalk is gelijk aan dat van de slechtvalk, maar ze zijn minder snel. Het uiterlijk van de dieren is eveneens gelijk aan dat van de slechtvalk, maar ze zijn grijs (zelden wit) aan de boven- en onderzijde en hebben geen baardstreep. Giervalken komen in Europa alleen in het noorden van Scandinavië en IJsland voor. Komt buiten Europa ook voor in het hele gebied rond de Noordpool van Rusland tot in Canada, Alaska en Groenland (zie kaartje).
14-12-2010 om 22:20
geschreven door Benjamin |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||
Havik (vogel)
De havik (Accipiter gentilis) is een middelgrote roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae) waartoe ook andere dagroofvogels zoals arenden en buizards behoren. De havik bewoont de arctische tot subtropische zones van het holarctische gebied.
KenmerkenEen volwassen exemplaar kan een lengte hebben tussen 49 en 66 cm. Een havik heeft korte, brede vleugels en een lange, bijna vierkante staart. Een volwassen havik heeft een witte lijn boven het oog, een zwarte kruin en donkere veren in de oorstreek. Het verenkleed van een mannetje is bovenaan bruin en onderaan vaalwit met dunne grijze strepen. Het vrouwtje is veel groter en een bovenaan een leigrijs verenkleed en is onderaan grijs. Een jonge havik heeft bovenaan een bruin verenkleed en gestreept bruin onderaan. Bovendien is de witte oogstreep minder opvallend. Een havik is een stille vogel. Slechts in de broedtijd kan men verschillende soorten gekekker horen. In Eurazië wordt de mannetjeshavik gemakkelijk verward met de sperwer (Accipiter nisus), maar is iets groter, zwaarder en heeft iets langere vleugels. VoedselDe havik vangt middelgrote vogels en zoogdieren. Hoofdprooien in Nederland zijn postduif, houtduif, Vlaamse gaai en konijn. In terrein met veel dekking jaagt de havik vanaf een zitplaats of in een lage vlucht, om een prooi te verrassen. Daarbij kan de vogel op korte stukken een relatief grote snelheid (80 km/u) ontwikkelen. Haviken vangen hoofdzakelijk de soorten die in hun habitat talrijk voorkomen. Vaak is te zien hoe haviken zich vanuit een hoge cirkelende vlucht net als een slechtvalk op een prooi duikt. VoortplantingEen paartje haviken heeft vaak meerdere nesten in hun territorium, die van jaar tot jaar worden gewisseld om parasieten te vermijden, maar maakt toch gemakkelijk een nieuw nest. Dit nest, ook wel horst genoemd, wordt met dode takken gebouwd hoog in de boomkruin in een gaffelvormige tak, of aanleunend tegen de stam. De havik legt een tot vijf blauwwitte eieren, meestal drie of vier. Tijdens het broeden ruien de mannetjes en vrouwtjes en vindt men gemakkelijk ruiveren onder het nest van, voornamelijk, het vrouwtje, doordat zij meer aan het nestgebied gebonden is. Havikjongen die klaar zijn om het nest te verlaten beginnen met vliegoefeningen. De ouders leggen dan prooien op de rand van het nest, waardoor de jongen fladderend naar de rand gaan. En ineens duiken ze spontaan van het nest als (bijna) volleerde vliegers. De havik heeft een karakteristiek vluchtpatroon: trage klap van de vleugels, trage klap en dan glijvlucht recht vooruit. Ze blijven hun hele leven in hetzelfde territorium, maar de haviken uit noordelijke streken migreren zuidwaarts om te overwinteren. VerspreidingDe havik komt voornamelijk voor in bosgebieden in gematigde streken van het noordelijk halfrond. Landbouwgronden worden echter vaak ook gebruikt om te jagen en hier en daar worden ze ook al in steden waargenomen (Amsterdam,Rotterdam IJsselmonde). JachttechniekDe havik zet zich onbeweeglijk op een tak en wacht tot hij een prooi ziet. Als hij een prooi gekozen heeft, duwt hij zich af en fladdert een paar keer met de vleugels. Met zijn vleugels bijna helemaal tegen zijn lichaam stort hij pijlsnel door bomen en struiken op zijn prooi af tot hij ze heeft. Zie ook
14-12-2010 om 22:18
geschreven door Benjamin |
|||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||
Boomvalk
De boomvalk (Falco subbuteo) is een kleine valk van 30 à 35 cm KenmerkenVolwassen vogels zijn van boven leikleurig met een witte keel. Van dichtbij kunnen de kastanjebruine broek en onderstaart worden waargenomen. Mannetje en vrouwtje zien er gelijk uit, juvenielen zijn over het algemeen veel bruiner van kleur. Het is een elegante roofvogel, die er met zijn langgepunte vleugels uit ziet als een grote gierzwaluw. VoedselDe boomvalk jaagt op grote insecten zoals libellen die overgebracht worden van klauwen naar bek en in de vlucht worden opgegeten. Ook kleine vogels worden in de vlucht gevangen. Zijn snelheid en vliegkunsten stellen hem in staat om zelfs zwaluwen te grijpen. Huiszwaluw en boerenzwaluw hebben dan ook een specifieke boomvalk-alarmroep. VerspreidingDe boomvalk is verspreid over Europa en Azië. Het is een trekvogel die grote afstanden aflegt en overwintert in Afrika. Het is een schaarse broedvogel van open bossen en parken. In het verleden kwam de boomvalk in Nederland vooral voor in de bossen op de zandgronden. De soort doet het daar de laatste jaren slecht. In het half open (agrarisch) landschap wordt de soort echter steeds meer gezien. Ook op de waddeneilanden doet de soort het relatief goed. Het totaal aantal broedparen werd rond 2000 geschat op 750 tot 1000 paar.[2] Helaas is het netto resultaat een dalende trend sinds 1990.[3] De boomvalk staat weliswaar als veilig op de internationale rode lijst van de IUCN,[1] maar door de voortdurende achteruitgang in Nederland staat hij als kwetsbaar op de Nederlandse rode lijst, maar staat niet op de Vlaamse rode lijst. 14-12-2010 om 22:16
geschreven door Benjamin |
|||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||
Maskeruil
De maskeruil (Pulsatrix perspicillata) is ook wel bekend als bril-uil. Het is een soort uit Latijns-Amerika die vooral voorkomt in moeras- en laaglandbossen, plantages en savannes. Overdag blijft deze uil verborgen in het bladerdak en gaat wanneer schemering valt op zoek naar voedsel. Op bewolkte of mistige dagen komt ook wel eens voor dat de briluil overdag jaagt. Op het menu van de briluil staan vogels, knaagdieren, vleermuizen, landkrabben, kleine leguanen en ook grote insecten. Deze vogel komt ook in Suriname voor. 14-12-2010 om 22:13
geschreven door Benjamin |
||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||
Gestreepte uil
De gestreepte uil (Strix varia) is een lid van de familie 'echte' uilen (Strigidae). Met zijn 53 cm is dit een fikse uil, die in het gehele oostelijke deel van het Noord-Amerikaanse continent voorkomt. Vooral in de moerassen van het warme zuiden is zijn rijke stem 's nachts vaak te horen. In de rest van het gebied komt hij minder voor, meestal in dichte bosgebieden. Ook in het noordwesten van de VS en Canada wordt hij steeds vaker gezien: hij is bezig zijn territorium in die richting uit te breiden. Hij komt daarbij op het terrein van zijn wat kleinere en zwaar bedreigde neef de gevlekte uil l. 14-12-2010 om 22:09
geschreven door Benjamin |
|||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||
Amerikaanse torenvalk
De levendig gekleurde Amerikaanse torenvalk (Falco sparverius) uit Noord- en Midden-Amerika bewoont open land zoals savannes, bergweiden, open bossen en stedelijk gebied. Vanaf een zitplaats of vanuit de lucht jaagt deze 30 cm grote valk op zijn prooi, die bestaat uit ongewervelden, kleine vogels en kleine zoogdieren. De zoogdieren die ten prooi vallen aan de torenvalk zijn voornamelijk knaagdieren, maar ook vleermuizen worden gevangen.
14-12-2010 om 22:07
geschreven door Benjamin |
||||||||||||||||||||||
![]() |
|
Welkom op de blok site van benjamin lefevre 14-12-2010 om 22:06
geschreven door Benjamin |
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||
Ransuil
De ransuil (Asio otus) is een grote uil, die in heel Europa voorkomt, behalve op IJsland. KenmerkenLengte: 35-37 cm VoedselNet als de meeste uilen is ook de ransuil vooral actief als het donker is. Dit in tegenstelling tot de velduil, die ook wel overdag actief is. De ransuil jaagt op knaagdieren en rustende vogels. Verspreiding in NederlandDe ransuil komt voor in bosachtige gebieden met naaldbomen en open terreinen. In de winter verblijven ransuilen graag in elkaars gezelschap. In hun roestplaatsen, gemeenschappelijke slaapplaatsen in naaldbomen, struiken, knotwilgen of wilde hagen, rusten ze soms in grote groepen tot wel 100 exemplaren. 14-12-2010 om 21:10
geschreven door Benjamin |
||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||
Zwarte arend
De Zwarte arend (Aquila verreauxii) is een donkere zeer grote arend en behorende tot de familie Accipitridae, heeft een zwart verenkleed met een witte stuit, achterrug en twee witten banden op de rug. De vogel heeft een spanwijdte van 225 tot 245 cm. Het verspreidingsgebied is Afrika en het Midden-Oosten. De habitat is een rotsachtig landschap ver verwijderd van menselijke bewoning. Zij leggen 1-3 eieren welke door beide partners worden uitgebroed in 43-46 dagen. De nestduur is 84-99 dagen en de afhankelijkheid is maximaal 6 maanden. Het voedsel bestaat voornamelijk uit zoogdieren met een voorkeur voor klipdassen maar ook wel vogels en reptielen. 14-12-2010 om 20:33
geschreven door Benjamin |
||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||
Roodstaartbuizerd
De roodstaartbuizerd (Buteo jamaicensis) is een roofvogel behorend tot de familie Acciptridae. Deze soort leeft van West-Alaska en Noord-Canada tot Panama en de Antillen. Mannelijke roodstaartbuizerds zijn met een lengte van 45-56 cm en een gewicht van 1000-1300 gram duidelijk kleiner dan de vrouwelijke vogels, die 5065 cm lang zijn en 15001900 gram wegen. Het leefgebied van de roodstaartbuizerd is zeer gevarieerd en bestaat onder andere uit bossen, savannes en bergweiden. Deze soort vindt zijn prooi door vliegend de grond af te zoeken of door de omgeving af te speuren vanuit een hoge boom of vanaf een telefoonpaal. Wanneer een prooi wordt gezien, vangt de roodstaartbuizerd het dier met een stootduik. Zoogdieren, vogels, reptielen en insecten vallen ten prooi aan deze roofvogel. ![]()
14-12-2010 om 20:22
geschreven door Benjamin |
|||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||
Bosuil
De bosuil (Strix aluco) is een vogel uit de orde van uilen (Strigiformes). Bosuilen worden 35 tot 40 centimeter groot. Ze komen algemeen voor in bossen, parken en tuinen. Meestal jagen ze 's nachts. Toch zijn ze soms ook overdag te zien als ze geplaagd worden door kleine vogels die hen proberen te verjagen. De kleur van de bosuil varieert van bruin tot grijs. Ze zijn gestreept, hebben zwarte ogen, een enigszins gedrongen vorm en beschikken niet over oorpluimen. Bosuilen komen in vrijwel geheel Europa het hele jaar voor, met uitzondering van Ierland en Noord-Scandinavië. 14-12-2010 om 20:08
geschreven door Benjamin |
||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||
Steenuil
De steenuil (Athene noctua) is een klein gedrongen uiltje, met felle gele ogen en witte wenkbrauwstrepen.
KenmerkenDe steenuil is de kleinste uil in de Benelux. Het is een klein gedrongen uiltje van ongeveer 21 tot 23 cm. De steenuil heeft een platte kop met felle gele ogen, en heeft aan de bovenkant bruine veren met lichte vlekken. LeefgebiedDe steenuil heeft het liefst een landschap met weilanden, knotwilgen, fruitbomen en oude schuurtjes. Bloemrijke weilanden zijn een echt muizen- en regenwormparadijs, dus daar vindt hij veel voedsel. Knotwilgen, fruitbomen en schuurtjes hebben dikwijls holletjes waarin de steenuil zijn jongen kan grootbrengen. Hagen en houtkanten zijn plaatsen waar hij zich kan verschuilen. De steenuil is ook dikwijls overdag actief, en is te zien zitten op knotwilgen of weidepaaltjes, te genieten van het zonnetje. De meeste mensen zien hem echter niet, omdat hij zo klein is. Als hij op een paaltje zit is het net of dat gewoon wat langer is. Hij maakt wel veel lawaai. Van oktober tot februari kan je hem van ver horen roepen, een soort koewie, gekef en een wat langer joeeek. VoedselHet voedsel van de steenuil is aangepast aan zijn grootte, hij pakt wel muizen als hij kan, maar ook veel regenwormen, kevers en andere insecten en soms kikkers. Soms komt de steenuil met prooien aanzetten die verrassend groot zijn ten opzichte van zijn eigen formaat, zoals ratten. Hij heeft verschillende jachttechnieken. Loeren vanaf een paaltje, over de grond lopen en rennen of jagen vanuit een lage vlucht. Status in Nederland en VlaanderenTussen 1980 en 1990 werd het aantal broedparen nog geschat op rond de 10.000 paar.[2] Daarna volgde een scherpe daling, maar volgens SOVON stabiliseerde het aantal na 1996. Rond 2007 broedden er nog ongeveer 5500 tot 6500 paar in Nederland.[3] De soort is in 2004 als kwetsbaar op de Nederlandse rode lijst gezet. De steenuil is in Vlaanderen nog een talrijke broedvogel[4] en staat daarom niet op de Vlaamse rode lijst. De steenuil staat als veilig op de internationale IUCN rode lijst.[1] Het aantal steenuilen in Nederland is sterk verminderd doordat het oude platteland veranderd is. Er zijn meer stedelijke gebieden en industrieterreinen waardoor er minder platteland is. Daarnaast is het overgebleven platteland grootschaliger geworden. TriviaVan 1993 tot 2002 prijkte de afbeelding van de steenuil op het laatst ontworpen bankbiljet van 100 gulden. 14-12-2010 om 19:56
geschreven door Benjamin |
|||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||
Dwerguil
De dwerguil (Glaucidium passerinum) is de kleinste uil in Europa. De mannetjes zijn 16-17 cm groot en de vrouwtjes 2 cm groter. De spanwijdte van de mannetjes is ongeveer 35 cm en die van de vrouwtjes 38 cm. De mannetjes wegen gemiddeld 59 gram. De vrouwtjes wegen voor de aanvang van het broedseizoen ongeveer 99 gram en aan het eind van het broedseizoen ongeveer 69 gram. VoedselDwerguilen eten vooral insecten, zangvogels en muizen. 14-12-2010 om 19:52
geschreven door Benjamin |
||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||
|
| Oehoe IUCN-status: Veilig[1] (2009) |
|||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
|
|||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Bubo bubo (Linnaeus, 1758) |
|||||||||||||
| Oehoe op |
De oehoe (Bubo bubo) is de grootste uilensoort ter wereld. De naam van de vogel heeft deze te danken aan zijn roepgeluid. Vooral in de late winter laat het mannetje zijn imposante "Whoeoh"-roep horen.
|
|
Er zijn veel verschillen in lichaamsgrootte tussen de beide seksen. Het mannetje wordt gemiddeld zo'n 60-64 cm hoog en heeft een spanwijdte van 155-159 cm. Vrouwtjes zijn forser en breder in de schouders met een hoogte van zo'n 65-70 cm en een spanwijdte van 165-190 cm. De maximale leeftijd is 70 jaar. Vrouwtjes vallen al rustend op een uitkijkpost vrijwel direct op door hun ietwat afhangende verenkleed, dat 'te groot' lijkt. Mannetjes maken over het algemeen een 'atletische' indruk met vleugels die strak op het lijf gedragen worden. De oehoe is door zijn grootte, zijn massieve lichaam en dikke kop met geen andere uilensoort in Europa te verwarren. Kenmerkend aan het gezicht van de oehoe zijn de grote ogen en de vaak lange oorpluimen. De oogkleur varieert van felgeel tot vuur-oranje. De oorpluimen zijn overwegend zwart van kleur en worden gevormd door een groepje veren die door een aparte spier op het hoofd worden bewogen. De snavel is zwart en ligt verzonken in een witgevederde huidplooi; de keelplooi.
Het verenkleed is overwegend geel-bruin van kleur met zwarte accenten. De zwarte accenten treden op de rug en de bovenzijde van de vleugels het meest naar voren. Op de borst is het verenkleed kenmerkend okergeel gekleurd en met een witte vlek. De poten van de oehoe eindigen in fors geklauwde tenen. De klauwen zijn gemiddeld zo'n 2-4 cm lang en zijn in staat zeer uiteenlopende prooien te grijpen.
De oren bevinden zich niet bij de zgn. oorpluimen maar aan de zijkant van de kop, en zijn asymmetrisch, niet op dezelfde hoogte. Oehoes zijn, in tegenstelling tot andere uilen, niet dagblind, en zien dus ook goed overdag. De ogen zijn heel lichtgevoelig en kunnen s nachts uitstekend zien. De ogen kunnen niet bewegen in de oogkassen. Maar de oehoe heeft 14 halswervels en kan daardoor de kop volledig naar achter draaien. Door de combinatie van een bijzonder goed gehoor en zicht kan de oehoe kleine prooien van veraf opsporen.
De oehoe is een echte opportunist als het om voedsel en broedgedrag gaat. Opvallend is zijn voedselvoorkeur voor de tragere vogels in Nederland. Veldmensen en mensen die nabij oehoe-nesten wonen, spreken van een dier 'dat alles wegvangt dat in de nabije omgeving te halen valt'. In Nederland gaat het daarbij om zwarte kraaien, eksters, roeken, kauwen, gaaien, houtduiven, rotsduiven, alle (tragere) roofvogels, alle uilensoorten, muizen en ratten, hazen en konijnen, egels, jonge fazanten, marterachtigen en jonge vossen. Men kan stellen dat de enige vijand van de oehoe de mens is. Houtduiven, muizen, ratten, egels en kraaiachtigen vormen het voornaamste stapelvoedsel van de oehoe in Nederland.
In de uitgestrekte, grote natuurgebieden van Europa leeft de oehoe o.a. van muizen, egels, vissen(!), hazen, patrijzen, duiven, eenden, hagedissen, hamsters, kikkers, (zee-)krabben, regenwormen en kevers.
De oehoe is als opportunistisch jager net zo verrassend voor zijn onderzoekers als voor zijn prooien. De oehoe overvalt kraaiachtigen, roofvogels en uilen op hun slaapplaatsen, na hen eerst enige tijd gade te hebben geslagen vanaf een gedekte uitkijkplaats. De oehoe kan urenlang muisstil op een uitkijkplaats blijven zitten 'roesten' tot er een grote prooi langs komt kruipen. In een duikvlucht vat de uil de prooi dan meestal in het nekvel om het op de plukplaats te ontdoen van veren en huid. Egels worden vakkundig ontdaan van hun gestekelde vacht; de oehoe 'pelt' egels met behulp van een nog onbekende techniek uit hun huid. Door de lange klauwnagels, deert de stekelige vacht van de egel de oehoe nauwelijks. De oehoe is zelfs in staat om jonge vossen te slaan en in zijn geheel al vliegend, mee te sleuren naar de plukplaats. In magere tijden kan de oehoe ook lange tijd van aas leven. Daarbij schijnt er een duidelijke voorkeur te bestaan voor hertachtigen, zoals edelhert en ree.
Na een jaar zijn de vogels geslachtsrijp. Het is echter pas in het derde levensjaar dat de oehoe-jongen zich voldoende vaardigheden eigen hebben gemaakt om zich in de vrije natuur voort te planten. Oehoes zijn niet monogaam. Vermoedelijk onderhoudt het mannetje meerdere vrouwtjes in een territorium gedurende de voortplantingsperiode.
In oktober spreken onderzoekers van de najaarsbalts. De mannetjes zetten dan de territoria af door middel van luidkeelse roepen, waarbij de witte keelplooi opgezet wordt. Tevens worden dan de oorpluimen opgericht. Onduidelijk is nog of het 'onderhoud' van de territoria door de mannetjes na de najaarsbalts op enige andere wijze voortgezet wordt. De eigenlijke balts vindt in februari en maart plaats. Mannetjes zingen dan intensief en voeren eveneens demonstratievluchten uit, die als doel hebben de vrouwtjes te imponeren. De mannetjes wijzen de uiteindelijke broedlocatie aan, die vaak op rotsachtige richels gelegen is. Het mannetje voert ook vaak vers gevangen prooien aan vrouwtjes ter imponering. De paring vindt vaak plaats op prominente plaatsen in het landschap, zoals uitstekende rotsrichels, boomtoppen of hoge palen.
In het voorjaar worden twee-vier eieren gelegd. Het vrouwtje broedt alleen en kleedt de nestkom nauwelijks aan met dons. Het mannetje speelt met name de eerste weken een belangrijke rol. Hij voorziet het vrouwtje van voedsel. Meestal vindt de voedseloverdracht in de broedtijd plaats buiten het nest. Het vrouwtje is dan meestal niet langer dan 10 minuten van het nest. Ze verlaat haar broedsel gemiddeld een keer per etmaal. Soms twee keer. De oehoes jagen meestal in de schemering, maar als ze jongen hebben ook wel overdag. Er worden bij of in het nest vaak voorraden aangelegd.
Na ongeveer 34 dagen komen de grijswitte jongen uit. Al direct na de geboorte zijn de jongen in staat om zich buiten de nestkom te ontlasten. Na 28 a 30 dagen verlaten de jongen het nest. Ze kunnen dan lopen, springen en klimmen met behulp van vleugelslagen. Na een week of tien zijn ze geelbruin en kunnen ze vliegen. In de herfst verlaten ze het ouderlijk nest.

![]() |
||||||||||||||||||
|
De laplanduil (Strix nebulosa) is een op het oog grote uil die in de noordelijke naaldwouden van Europa, Noord-Amerika en Azië leeft. Zijn formaat is echter bedrieglijk; hoewel de laplanduil bijna even groot is als de oehoe, weegt hij maar de helft. Zijn omvang bestaat vooral uit veren, die hem beschermen tegen de noordelijke kou. De laplanduil behoort tot het geslacht Strix, waartoe ook de in Nederland voorkomende bosuil behoort. De laplanduil jaagt op vogels en kleine zoogdieren als muizen. Zijn specialiteit is zijn fenomenale gehoor. Met zijn markante, schijfvormige kop scant hij het besneeuwde landschap en is hij in staat de kleinste bewegingen onder de sneeuw waar te nemen. groetjes benjamin
14-12-2010 om 19:05
geschreven door Benjamin |
||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||
Amerikaanse zeearendUit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Amerikaanse zeearend (Haliaeetus leucocephalus) of witkopzeearend (Engels: Bald eagle) is een roofvogel die broedt in Canada en in de Verenigde Staten. De vogel heeft in tegenstelling tot de Afrikaanse zeearend een snavel die helemaal geel is. Hij komt voor bij Amerikaanse kusten, rivieren en meren en heeft een opvallende witte kop (vandaar het Amerikaanse Bald eagle). Als in Alaska de Amerikaanse zalmen de rivieren optrekken om kuit te schieten, verzamelen zich tientallen arenden ter plaatse om deze vis te verschalken. De jonge vogel is geheel bruin. Aan het eind van de twintigste eeuw balanceerde de vogel op de rand van uitsterven, maar de populatie is in 2003 hersteld tot een stabiel niveau. Volwassen vrouwtjes hebben een spanwijdte van ongeveer 2 meter, soms zelfs 244 cm. De mannetjes zijn ongeveer 25% kleiner dan de vrouwtjes. De Amerikaanse zeearend is geslachtsrijp als hij 4 of 5 jaar oud is. Een paar zeearenden produceert één tot drie eieren per jaar, maar slechts zelden vliegen ook drie jonge vogels uit. Daarom wordt het derde jong soms uit het nest verwijderd om elders uitgezet te worden. De arenden keren als ze oud genoeg zijn vaak terug naar het gebied waar ze zijn opgegroeid. Het zijn socialere vogels dan vele andere roofvogelsoorten. Een volwassen arend zal daarom eerder een plaats uitzoeken voor een nest waar ook andere, onvolwassen, arenden wonen. Het menu van de zeearend is gevarieerd. Ze eten vis, kleinere vogels, knaagdieren. Soms stelen ze eten van campings of picknickplaatsen. De vogel is éénmaal in Ierland gesignaleerd. De Amerikaanse zeearend is Amerika's nationale vogel en staat dan ook afgebeeld op het grootzegel van de Verenigde Staten.
Foto's 14-12-2010 om 18:58
geschreven door Benjamin |
||||||||||||||||||||||
|
||
![]() |
| Archief per week | ||
|
||
| E-mail mij |
Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen. |
| Gastenboek |
Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek |
| Blog als favoriet ! |