Orient - China
Verhalen uit China door Ben Crej
Zoeken in blog

Beoordeel dit blog
  Zeer goed
  Goed
  Voldoende
  Nog wat bijwerken
  Nog veel werk aan
 
Inhoud blog
  • Hefei - Shenzhen
  • Eerste fragment uit
  • Terug van (even) weggeweest.
    19-06-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hefei - Shenzhen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Van Hefei (合肥) naar Shenzhen (深圳)

     

    Als men van een vlucht met vertraging houdt, moet men eens vanuit Hongqiao Airport vertrekken. In Shanghai is dat, de oude luchthaven. De nieuwe (sinds 2000 toch alweer) heet Pudong. In Hongqiao is men zeker van op zijn minst een uur vertraging en als het even meezit, kan dat snel oplopen tot 8 à 10 uur. Officiële cijfers van 2016, afkomstig van CAAC (Civil Aviation Adminstration China), geven aan Hongqiao Airport een stiptheid van 57,2 % met een gemiddelde vertraging van 48 minuten. Nu, cijfers van een overheidsinstelling (waar veel C’s in voorkomen) moet men altijd met een korreltje zout nemen [1], dus zal die 57,2% in werkelijkheid nog wel een ‘tikkeltje’ lager liggen. Pudong spant in deze lijst de kroon met een stiptheid van 52,4% met eveneens een gemiddelde vertraging van 48 minuten. Deze twee gegevens zijn echter niet helemaal eerlijk, want erin zijn zowel buiten- als binnenlandse vluchten samengeteld. Aangezien er echter vanuit Pudong veel meer internationale vluchten vertrekken, die bijna nooit onderwerp van vertraging zijn, scoort Pudong op nationale vluchten nog heel wat slechter dan Hongqiao. Mijn ervaring oordeelt echter anders. Op 16 jaar heb ik talloze vluchten vanuit Pudong gemaakt, waarvan er slechts een paar nationaal (simpel om de reden dat Pudong veel te ver weg ligt) en de keren dat ik er vertraging heb opgelopen, kan ik op een hand tellen. Vanuit Hongqiao heb ik nooit een internationale vlucht aangevangen, maar des te meer nationale en om de vluchten zonder vertraging op te tellen, heb ik zelfs geen hand nodig, want die zijn er niet geweest.

    Maar vertragingen blijven in China niet beperkt tot die twee luchthavens. Eigenlijk is het overal erg droevig en als men zakenafspraken dient te respecteren, houdt men daar best rekening mee.

    Waar zijn die vertragingen aan te wijten, vraagt u zich nu af. Wel, volgens datzelfde CAAC worden 56,2% van het aantal vertragingen veroorzaakt door weersomstandigheden, 34,5% door ofwel de luchthavenorganisatie of de luchtvaartmaatschappijen zelf, 5,1% door technische problemen en de overige 4,2% aan ‘air congestion’, zoals ze dat zo mooi noemen. En van deze cijfers weet ik toevallig dat ze een pertinente leugen zijn, want andere, meer betrouwbare bronnen geven andere cijfers weer en tonen duidelijk aan dat de 4,2% ‘air congestion’ eerder in de buurt van 80% hoort te liggen. Met ‘air congestion’ wordt de oververzadiging van het luchtruim bedoeld, wat wil zeggen dat er meer vliegtuigen in de lucht hangen dan de lucht aankan. En daar zit hem nu net het probleem, want hoe zou dat nu mogelijk zijn in een land zo groot als China. Als dus in China te veel vliegtuigen in de lucht hangen, dan zou er bijvoorbeeld in een land zoals België al lang helemaal niet meer gevlogen kunnen worden. En toch is het zo. Ongeveer 75% van het Chinese luchtruim wordt gecontroleerd door het PLA (People’s Liberation Army, het leger, dus) en elk vluchtplan moet voor vertrek door dit PLA worden goedgekeurd. Ter vergelijking: In de USA wordt ongeveer 25% van het luchtruim door de militairen gecontroleerd. Vele van deze vrijgaven komen te laat of helemaal niet als er bijvoorbeeld op de vluchtroute militaire operaties (oefeningen) aan de gang zijn. Dat heeft dus ofwel vertraging tot gevolg, ofwel afgelasting. De hoofdoorzaak voor de vertragingen is dus niet het weer, maar wel het leger en als men tijdens het wachten in de luchthaven ‘due to air congestion’ als reden voor de vertraging hoort afroepen, wil dat simpelweg zeggen dat er nog geen vrijgave van het PLA voor de betreffende vlucht gekomen is en aangezien ze nooit kunnen voorspellen wanneer die vrijgave er dan wel gaat komen, delen ze ook altijd mee (wel, tegenwoordig delen ze helemaal niets meer mee) dat het nieuwe vertrekuur onbekend is.

    Hoe komt het dan dat internationale vluchten bijna nooit onderwerp van vertraging zijn, want die moeten dikwijls (gedeeltelijk) dezelfde routes als nationale vluchten volgen? Dat heeft, en dat ben ik ook weer toevallig aan de weet gekomen, te maken met imago. China dat zich tegenwoordig als grote mogendheid (nieuwe wereldleider, zeg maar) wil profileren, kan het zich eenvoudigweg niet veroorloven dat het IATA China als grootste vertrager van het internationale luchtruim aanduidt, want de cijfers die het IATA publiceert zijn wel echt. Dus krijgen internationale vluchten altijd de toestemming van het PLA op tijd en daarbij ook nog eens voorrang op nationale vluchten en als er onderweg dan toch militaire oefeningen aan de gang zijn, kunnen de long-haul vliegtuigen best wel een beetje hoger gaan vliegen.

    Een ander probleem dat hiervan een direct gevolg is, is een compensatieregeling, of beter het ontbreken ervan. Want als het leger verantwoordelijk is voor de meeste vertragingen, zou het leger voor die compensatie moeten opdraaien en dát is er natuurlijk een beetje over. Want als er vorig jaar 500 miljoen passagiers in China het luchtruim hebben gekozen, hebben er daarvan ongeveer 30% twee uur of meer op moeten wachten, waarvan 80% veroorzaakt werd door het leger, welke dan in principe (als er van staatswege al een reglement zou zijn) recht hebben op een compensatie van laat ons zeggen 750 yuan (100 euro), dan zou dat de staat (het leger is de staat en de staat is de communistische partij) 90 miljard yuan (12 miljard euro) hebben gekost. Dus is voor dit probleem een slimme oplossing bedacht, namelijk geen. Als men hier even tussen de woorden en cijfers door kijkt, worden de valse cijfers van het CAAC opeens wel zinvol, want als men problemen op weersomstandigheden kan steken, is niemand daarvoor verantwoordelijk en moet er bijgevolg niemand voor opdraaien. Een staaltje typische Chinese een-partijpolitiek.

    Er zijn wel een paar verzekeringsmaatschappijen die ondertussen een compensatieverzekering voor vluchtvertragingen in de aanbieding hebben, maar om de hierboven verklaarde reden, verdubbelen die bijna een normale gemiddelde ticketprijs, dus daar doet geen kat aan mee.

    Vroeger werden de mensen tijdens een vertraging in de vertrekhal gehouden, maar omwille van het feit dat Chinezen nogal vlug het geduld verliezen, wat zich dan in eerste instantie uit in verbaal, maar niet veel later eveneens in fysiek geweld, zet men tegenwoordig de passagiers in het vliegtuig om de tijd te doden. En als de verveling dan echt begint toe te slaan, willen sommige van die passagiers weleens een deur openen, een noodglijbaan uitrollen, op de toiletten een sigaretje gaan roken, met een ander passagier op de vuist gaan of met het personeel op de vuist gaan en eigenlijk kan men ze het niet kwalijk nemen, want wie wil er nu drie of vier uur (of nog langer) in een veel te krappe zetel zitten, naast een naar look riekende medepassagier, die om de haverklap iets uit het bagagerek wil of naar het toilet moet, terwijl er niets de vliegen valt?

     

    Het is tien uur in de morgen, dus ben ik ruim op tijd voor mijn vlucht naar Shenzhen, hoewel ik het toch even benauwd gehad had onderweg, want de Über-chauffeur (Didi-chauffeur, tegenwoordig) was er eentje van het nieuwe type, wat wil zeggen nieuwe chauffeur en oeroude auto. Hij was het duidelijk nog niet gewend om met de hulp van een gps-toestel te navigeren en bijgevolg hopeloos verloren gereden.

    Ik doof mijn gebruikelijk sigaretje en leg mijn aansteker bovenop de vuilbak, zodat die weer van dienst kan zijn voor mijn opvolger hier bij de rookruimte. Het is in China verboden om aanstekers mee in het toestel [2] te nemen en of ze nu in de koffer of in de handbagage zitten, ze halen ze er gelijk uit. Stuk voor stuk. Lucifers zijn eveneens verboden, maar die kunnen ze niet detecteren, dus loopt 85% van de passagiers na de veiligheidscheck rond met lucifers in zijn broekzak of tas.  

    De Xinqiao Airport (合肥新桥国际机场) is nog een kleintje vergeleken met bijvoorbeeld Pudong of Beijing en daarom niet al te druk (al is dat betrekkelijk in China), maar daar gaat snel verandering in komen, want ook Hefei, als hoofdstad van de Anhui-provincie, groeit als een kool en de luchthaven moet daar niet voor onderdoen, er wordt volop aan een nieuwe terminal gewerkt.

    Het inchecken en de veiligheidscontrole verlopen zonder enig probleem en mijn volgende routineklus is het zoeken van de rookzone, want het is de eerste keer dat ik deze luchthaven aandoe. In veel luchthavens, overal ter wereld, kan ik geblinddoekt de rokersruimtes vinden. In elke terminal.

    Met nog een half uurtje voor vertrektijd, begeef ik me stilaan naar de gate en als ik bij nummer A13 aankom, merk ik meteen dat er al een B737-800, inclusief piloten, aangemeerd ligt, dus dat is alvast in orde.

    Het is kwart voor elf. Over een kwartier zouden we moeten vertrekken en aangezien er bij de instapbalie nog geen leven te bespeuren is, begin ik voor het ergste te vrezen. Maar op zich is een vertraging niet echt een probleem, want of ik nu een uurtje eerder of later in Shenzhen zal aankomen, maakt hoegenaamd geen verschil voor me uit, er zit niemand op me te wachten.

    Mijn, ik schat dat het er zo’n honderdvijftig zijn, gele medepassagiers (Ik ben de enige westerling voor de vlucht, maar dat is ook niet zo moeilijk in zo’n gat als Hefei, want wie wil dáár nu naartoe? Ja ik, maar wie nog?) beginnen wel al wat zenuwachtig te worden. Hoewel er nog steeds niemand bij de balie is, hebben een aantal zich toch al in een rij opgesteld en die houden zich nu voornamelijk bezig met nerveus rond te kijken. Van de twee digitale infoborden bij de gate is geen melding van vertraging of wat dan ook af te lezen.

    Om halftwaalf komen twee dametjes van Shenzhen Airways op hun gemakje aangewandeld en die krijgen meteen de volle laag, maar het blijft gelukkig enkel bij wat geroep en getier.

    ‘Ding Dong. Ladies and gentlemen, may we have your attention please? Flight ZH9191 to Shenzhen Bao’an has been delayed due to air traffic congestion. A new departure time will be announced later.’ Voilà, daar moeten we het mee doen en de dametjes wandelen op hun dooie gemakje weer weg. Die zijn dat allang gewoon natuurlijk, maar wat ik niet helemaal begrijp is waarom die twee nu helemaal tot hier zijn moeten komen om deze nietszeggende informatie mee te delen, dat had evengoed via het centrale meldingssysteem gekund. Of niet?

    Ondertussen heb ik even bij ‘Flightstats’ gecontroleerd of daar soms meer informatie te vinden was, maar daar stond alles nog op groen, dus dat hielp ook niet veel, maar wat me hierbij wel opgevallen was, is het feit dat dit vliegtuig een paar uur geleden vanuit Kunming (昆明) is komen aanvliegen en dat is een vlucht van bijna drie uur. We staan hier nu al een uur en de vlucht naar Shenzhen is meer dan twee uur, dus dat is al een totaaltijd van 6 uur. Als we nog twee uur moeten wachten, wat gaat er dan met die piloten gebeuren, vraag ik me nu af. Of zouden die nu liggen tukken en gaat dat dan van hun werktijd af?

    Ik verblijf graag op luchthavens. Wat naar mensen kijken, een koffietje drinken, een hapje eten, een boekje lezen en weer wat naar mensen kijken en natuurlijk ook nog een sigaretje gaan roken, ik mag het allemaal. En de meest geschikte luchthavens daarvoor zijn zeker wel de Europese (Brussel uitgezonderd (*)), hoewel Singapore en Hong Kong er ook best mogen wezen. In die volgorde dan. Parijs heeft mij laatst erg teleurgesteld, omdat in Terminal 2 geen rookruimte meer in gebruik was en dat is erg als men net van Hong Kong is komen aanvliegen en men vier uur op de vlucht naar Rome moet wachten. Heel erg! Maar alle Chinese luchthavens spannen de absolute kroon. De meeste zijn vuil en vies (en dan heb ik het niet over de toiletten, want die zijn effenaf goor en stinken naar pies), er is niks te eten en al even weinig te drinken voor een beetje geciviliseerd mens. De boekenhandels verkopen enkel onleesbaar materiaal en de wachttijden zijn er altijd lang. Rookruimtes zijn er wel zat genoeg en thee ook. Ja, dat wel.

    Het is drie uur geworden ondertussen. Geen enkele vorm van informatie heeft ons weten te bereiken en op ‘Flightstats’ staat een vertraging van twee uur vermeld, maar dat was hier twee uur geleden al zo. ‘Flightware’ is er dan ook nog, maar die hebben de moed al opgegeven, want daar staat vermeld dat er geen vluchtgegevens beschikbaar zijn. En de twee piloten, zie ik, zitten nog steeds in hun stoeltje. Dat maakt dat die twee er al een werkdag van minstens 9,5 uur hebben opzitten, tenminste als we nu onmiddellijk naar Shenzhen zouden vertrekken.

    In de verte zie ik nu wel beweging. Er komen drie hostessen aangelopen, waarvan er eentje een karretje voortduwt en dat is dan ongetwijfeld de catering, weet ik uit ervaring, hoewel ze deze keer wel erg laat zijn, gewoonlijk komen ze na een uur of drie al aandraven. En wat er nu gaat volgen, ben ik eveneens gewend. Zodra ze hier bij de gate arriveren, wordt dat karretje door een paar uitzinnige passagiers omgekieperd en beginnen de ‘isomo-‘bakjes met eten en al door de lucht te vliegen, terwijl de drie meisjes het dan op een lopen moeten zetten, willen ze niet geslachtofferd worden, want het stadium van enkel verbaal geweld is allang geleden gepasseerd, ze zitten alle honderdvijftig nu in klapmodus en iedereen die in buurt durft te komen, kan er daar een paar van verwachten.

    Het scenario speelt zich precies af zoals ik voorspeld heb, alleen moeten de kleine balie, de twee stoelen en alles wat aan de balie vasthangt er eveneens aan geloven. Daar blijft het bij, want al de rest zit redelijk vast in de vloer of aan een muur verankerd.

    Is het toch geen leuk land, de ‘Midden-natie’?

    Er zijn er tóch een paar die het nog aandurven, maar aangezien ze politiebegeleiding hebben aangevraagd en bekomen, komen die vrijwel zeker het boarding-proces nog niet starten, Neen, die komen een nieuwe onaangename mededeling met ons delen.

    ‘Ding Dong! Ladies and gentlemen, may we have your attention, please? Flight ZH9191 to Shenzhen Bao’an has been delayed due to air traffic congestion. A new departure time will be announced later. But in accordance to the national air traffic laws, we will offer you a rest in a nearby hotel. Please keep your passport and boarding card ready for the registration and then follow us to the bus departure lounge. After arrival in the hotel, you will be granted a room by couple and the single travelers we will ask to share a room with another passenger. In each room will be snacks, water and tea available. As soon as the new departure time is determined, you will be informed about it and the transfer back to de airport will take place an hour before the new departure time. Thank you. Oh! I almost forgot. Your luggage is already off loaded and you will be able to pick it up in the baggage hall on the way to the bus departure lounge. Thank you.’

    Nu is het een kwestie van geluk hebben. Als ik mijn kamer met een mooie, slanke hinde (en zo lopen er een paar rond, heb ik wel gemerkt) mag delen, kunnen er best nog wel een paar uurtjes vertraging bij. Ik houd mijn vingers gekruist.

     

    Geen geluk. Het is een dikke, kortharige, dikbrillige man van een jaar of dertig. Hij spreekt geen woord Engels en hij stinkt naar look, geen geschikt profiel om de liefde mee te bedrijven, dus. De snacks, waarvan eerder sprake bestaan uit een pakje nootjes van 30 gram en het water is een flesje van 25 cl. Thee staat er inderdaad een hele bokaal en men heeft zelfs de moeite gedaan om er een waterketel bij te zetten. Maar ik had de kerel niet eerst mogen laten binnengaan, want daardoor kwam ik net te laat om mijn pakje nootjes van het bed te graaien en mijn flesje water heeft hij ook al in de hand.

    “Ni gei wode ping shui!’[3] brabbel ik in mijn beste en veel te gebrekkig Chinees.

    “Shenme?”[4] is zijn antwoord.

    Ik doe geen moeite meer, grijp hem bij de arm en ruk het flesje uit zijn hand. Dat begrijpt hij wel. ‘Oh,’ zegt hij nu. Voor het eenpersoonsbed ben ik ook al te laat, want dat heeft hij ondertussen volledig met zijn dikke lijf volzet en moest dat niet zo zijn, zou ik er geenszins naast gaan liggen, natuurlijk. Ik zet me dus maar op de enige stoel in het veel te kleine kamertje en besluit een sigaret op te steken, maar daar heeft mijn nieuwe dikke vriend problemen mee, want hij wijst naar het plakkaatje aan de muur waarop duidelijk vermeldt staat dat er niet gerookt mag worden, zo duidelijk dat ik het zelfs kan lezen. Met een ’fuck you!’ maak ik me ervan af en maak de sigaret toch aan. Had hij mijn nootjes maar niet moeten stelen. Maar daar hoef ik geen spijt van de te hebben, want als ik het lege pakje bekijk, lees ik 2008 in de gedrukte datum en of dat nu productie- of versheidsdatum is, maakt geen reet meer uit want dat is al bijna tien jaar geleden. Van het bed hoef ik evenzeer geen spijt te hebben, want de vloer onder mijn voeten voelt zachter aan. Wanneer fatty na vijf minuten al in een diepe slaap verzonken is en zijn lookgeur nog meer met een flink aantal decibels verspreid, kan ik het net meer houden en ga naar buiten. Misschien kan ik hier wel ergens een flesje bier op de kop tikken?

    Een kwartiertje later zijn vier flessen Tsingtao mijn eigendom en als ik weer bij het hotel aankom, besluit ik om die in de lobby te nuttigen, want de zin om terug naar die kamer te gaan, ontbreekt me helemaal. Het bier is wel niet erg koud, maar men kan nu eenmaal niet de ganse tijd zoveel geluk blijven hebben.

    De timing is perfect. Mijn laatste slok is nog maar net weg en meteen komt er al een bus voorgereden. Neen, neen. Ik vergis me, want die bus zit vol met al even onfortuinlijke reizigers als wij en die komen er nu allemaal uit gekropen, want er zaten en stonden er veel te veel in de bus. Ik ben weleens benieuwd waar ze die allemaal gaan laten, want zo groot is het hotel nu ook weer niet. Wel, misschien met z’n drieën of vieren op een kamer. Ja, dan zal het wel lukken, denk ik. Die nieuwe lading brengt niet alleen meer vreugde (Hoe meer zielen, hoe meer vreugde. Toch?) maar eveneens heel wat kabaal, zodat ik mijn relatief rustig plaatsje moet opgeven en dat wordt dan onmiddellijk ingenomen door blèrende kinderen en hun schreeuwende ouders.

    Ik besluit dan maar om nog een flesje of twee bier te gaan kopen, maar loop daarbij opnieuw tegen een teleurstelling aan. De pientere dame (Pienter, want die heeft geweten dat ik nog zou terugkomen.) heeft de prijs verdubbelt. Zes in plaats van drie rmb word ik nu geacht te betalen per flesje en daar ben ik het niet mee eens.

    “Hao, zai jian!”[5] roep ik haar toe en vertrek zonder aankoop.

    “Haode, haode, xiangxeng, liu kuai!”[6] roept ze me na en dat staat me al beter aan.

     Ik wandel op mijn gemakje terug naar het hotel en merk dat ik me opeens moet haasten, want er passeren twee bussen en die zijn wel leeg. Maar gelukkig is het niet ver en de chaos van de vorige lading passagiers is nog niet bijna opgelost, dus heb ik toch nog alle tijd om mijn koffer te gaan halen, maar eerst rustig mijn nieuwe aankoop te verbruiken.

    Ik had het kunnen weten. Opnieuw heibel. Drie passagiers hebben het klaargespeeld om hun boardingkaart te verliezen, terwijl twee anderen de twee noodzakelijke stempeltjes (eentje hadden we gekregen bij het verlaten van de luchthaven en eentje daarnet bij de aankomst) gemist hebben en er is geen ziel in de hele luchthaven die weet hoe dát nu opgelost kan geraken.  Ikzelf zou zeggen dat ze aan de hand van hun ID-kaartje een nieuwe boarding pas zouden krijgen en de twee anderen vlug-vlug de stempeltjes, maar zo simpel schijnen de zaken er niet voor te staan. Dit euvel kost ons bijgevolg weer een extra uur en hoe ze het uiteindelijk opgelost hebben, ik heb er geen idee van.

    Een normaal mens zou nu in de veronderstelling kunnen zijn dat we het nu wel allemaal gehad hebben. We zitten al wel in het vliegtuig - we hadden wel een andere boarding gate (A14) moeten gebruiken, want bij de originele A13 zijn volop werken aan de gang – maar dat is nog geen garantie dat er binnen onafzienbare tijd gevlogen gaat worden. Er lijken nu problemen met de bagage opgedoken te zijn, althans met een paar stuks en de eigenaars daarvan, of toch de vermoedelijke eigenaars, worden verzocht het toestel weer te verlaten, maar eer ze uitgevogeld hebben waar die mensen ergens zitten, is er weer een half uur om, want met al die Chen’s en Huang’s aan boord is een identificatie niet zo’n heel eenvoudig proces (als men afroept of meneer of mevrouw Huang zich even wil melden, staan er altijd wel een stuk of twaalf op). Ze hebben inderdaad de verkeerde laten uitstappen. De eersten komen weer terug, maar die beginnen nu herrie te maken, want weer anderen hebben ondertussen hun stoelen ingenomen, terwijl een nieuwe poging wordt gedaan om de echte eigenaars van de koffer(s) te bepalen. Nu blijken het wel de goeie te zijn, want na een kwartiertje worden eindelijk de deuren dichtgetrokken, waardoor de twee koffermensen verplicht zijn om nog een tijdje langer in Hefei te blijven.

    Bij het instappen had ik nog een poging gedaan om in de cockpit te gluren, maar kon niet determineren of de piloten nu nog dezelfde waren. Mocht dat echter wel zo zijn, dan hebben ze er al een flinke werkdag opzitten en voor hen zal die toch nog wel een uurtje of drie langer duren.

     

    En wat heb ik toch weeral een pech, zeg! Nu heeft wel een van de hindes naast me plaatsgenomen. Spijtig dat ze geen Engels hanteert, want daar had ik best wel een gezellig gesprekje mee willen aanknopen en dat zou aangevangen hebben met ‘Waar was je een paar uur geleden?’

     

    We landen in Shenzhen Bao’an Airport (深圳宝安国际机场) precies op schematijd, kwart na een, en het zijn enkel de kniesoren die er een probleem van maken dat dat enkel maar twaalf uur later is.

     

     

     

    (*) Mijn blad is nog niet vol, dus laat ik dat eens even als reden opvoeren om een potje te klagen over Brussels Airport (BA). Ik begrijp gewoonweg niet dat dat gedrocht zich luchthaven mag noemen. Er is niks te beleven, men kan nergens naartoe vliegen en om tien uur ’s avonds is alles potdicht.

    Niks te beleven. Er zijn tegenwoordig wel wat vernieuwingen geïnstalleerd, maar het entertainmentgehalte van BA is en blijft daarmee absoluut ondermaats en vergeleken met de wat meer klantvriendelijke luchthavens, kan men het zelfs als onbestaande bschouwen.

    Men kan via BA nergens naartoe. BA biedt ongeveer 200 bestemmingen aan, die zich voornamelijk in Europa bevinden (3 in Zuidoost-Azië!). Ter vergelijking: Schiphol heeft 300 bestemmingen, netjes verdeeld over de ganse wereld (17 in Zuidoost-Azië), Frankfurt eveneens 300, Charles de Gaulle 450 en Heathrow 190 (dat laag aantal is uiteraard te wijten aan de nabijheid van Gatwick, Stansted, City, Luton en Southend)

    Het zal daarom zijn dat slechts 25 miljoen mensen per jaar gebruik maken van de luchthaven van de Europese hoofdstad, terwijl dat aantal voor de andere grote spelers minstens dubbel zo hoog ligt (Schiphol: 60 M, Frankfurt: 60 M, Heathrow: 75M, Parijs: 65 M).

    Om tien uur is alles gesloten. Wel, ik kan daar enigszins begrip voor opbrengen, maar moet men dan nog passagiers laten aankomen en vertrekken? Ik vind van niet en dat zou meteen ook een oplossing zijn voor die onbegrijpelijk nachtvluchtenproblematiek. Onze winkel is 24 uur open, maar tussen 10 en 7 kan er niets gekocht worden. Begrijpt iemand dat?

    Waarom willen die maatschappijen trouwens zo per se ’s nachts vliegen? Is dat goedkoper? Ik dacht van niet, in tegendeel zelfs. Maar waarom dan wel? Onvoldoende luchthavencapaciteit overdag? Dat zal het waarschijnlijk wel zijn, maar is het dan niet beter om die dag-capaciteit wat uit te breiden? En hoe zit dat eigenlijk met die capaciteit? BA heeft drie start- en landingsbanen voor 25 miljoen passagiers, dat zijn er 8 miljoen per baan. Schiphol heeft 6 banen voor 60 miljoen reizigers, dat zijn er dan 10 miljoen per baan, terwijl Frankfurt 3,5 banen ter beschikking heeft, waarvan er dan nog eentje hoofdzakelijk door de militairen gebruikt wordt, dus die kunnen zowat 20 miljoen passagiers per baan op en af sturen. Heathrow kan zelfs bijna 40 miljoen mensen per baan aan. Waar zit het probleem voor Brussel dan? In de vertrek- en aankomsthal? Dan moet men die wat uitbreiden, toch? Baantje sluiten en er een nieuwe terminal op bouwen, bijvoorbeeld. Gedaan met nachtvluchten en als ze in die nieuwe terminal dan ook nog eens wat fatsoenlijk entertainment zouden wil integreren, wel dan kan het misschien nog wel wat worden, maar dan moet men uiteraard ook het aanbod van bestemmingen wat uitbreiding geven, zodat de mensen die een veel te duur ticket betaald hebben ook eens rechtstreeks ergens naartoe zouden kunnen vliegen.

    In China maakt men om dit alles niet zoveel complimenten, in Shanghai, bijvoorbeeld, wordt op dit moment een derde luchthaven gebouwd. Ik wil even in het midden laten of dat dan allemaal wel zoveel beter is, maar wat we ze wel moeten meegeven is hun proactieve beslissingskracht en die brengt natuurlijk wel wat bij.

    Neen. Brussels Airport is maar een trieste bedoening, een Europese hoofdstad niet waardig.

    Voilà, dat ei ben ik kwijt, ik ben blij dat het eruit is. Ik voel me ineens veel beter.


    Uit: 'Je bent in China!' SD - Deel 4 (te verschijnen medio 2018)



    [1] Cijfers afkomstig van een organisatie of een instelling met een ‘C’ in hun afgekorte naam zijn altijd leugens.

    [2] Dit verbod geldt voor binnenlandse vluchten enkel. Vliegtuigen die naar het buitenland vliegen mogen wel in brand gestoken worden.

    [3] Geef me mijn flesje water! (你给我瓶水! - Nǐ gěi wǒ píng shuǐ!)

    [4] Wat? (什么? - Shénme?)

    [5] Ok, tot ziens! (, 再见! – Hǎo, zài jiàn!)

    [6] Ok, ok, meneer, zes yuan! (好的, 好的, 先生六会! Hǎo de, hǎo de, xiānshēng, liù kuài!)


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    19-06-2017, 06:42 geschreven door BenC  
    Reacties (0)
    07-06-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Eerste fragment uit
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Hallo, beste bezoeker,

    Hier volgt een eerste fragment uit het derde, nog te verschijnen, deel 3 van 'Je bent in China!' Het geeft alvast een indruk van de schrijfstijl en inhoud. 


    Hoofdstuk 17 – Naar de supermarkt.

     

    Vrijdag, 1 augustus 2003

     

    Mochten er vreemde mogendheden de met het idee spelen om het ‘middenland’ in te vallen en te veroveren, dan is het nu het goeie moment. Het is vandaag ‘Army day’ (‘建军节’ – ‘Jiàn jūn jié’ – Dag van de soldaat) en dan lopen de meer dan twee miljoen soldaten van het PLA er niet zo heel erg gemotiveerd bij. In feite hebben ze vandaag zelfs een dag vrijaf. Dus is het misschien toch wel beter om morgen aan te vallen, want dan liggen ze ook nog met een aanzienlijk hoeveelheid koppijn te worstelen, dan hebben ze geen tijd voor vijanden of wat dan ook. Ik had strateeg bij het leger moeten worden.

     

    ****

     

    Het PLA (People’s Liberation Army). 中国人民解放军’ – ‘Zhōng guó Rén mín Jiě fàng jūn’ – Het Chinese leger (PLA)). Volksbevrijdingsleger heet het in het Nederlands. Het Chinese leger functioneert onder voorzitterschap van de Voorzitter van de Centrale Militaire Commissie en meestal is dat de president, nu dus Xi Jinping. Maar na zijn aanstelling heeft hij zichzelf ook in de positie als opperbevelhebber van het PLA en daar was niet iedereen blij mee, want dat is de absolute macht.

    Het PLA is op de 1ste augustus 1927 door Zhu De, He Long, Ye Jianying en Zhou Enlai opgericht onder de naam ‘Rode Leger’ (‘红军’ – ‘Hóng Jūn’ – Rode Leger (1927-1937)) als antwoord op de bloedige afslachting van communisten door het leger van meneer Jiang (‘蔣中正’ – ‘Jiǎng Zhōngzhèng’ –  Chiang Kai-shek) in Shanghai, het zogenaamde ‘April 12 Incident’ (‘四一二慘案’ – ‘sì yī èr cǎn àn’ – April 12 Incident in Shanghai). Na de ‘Lange Mars’ is in 1937 de naam PLA aangenomen. Gedurende de ‘Tweede Sino-Japanse Oorlog’ (1937 tot 1945) was het PLA bij het Nationalistisch Revolutionair Leger (‘國民革命軍’ – ‘Guómín Gémìng Jūn’ – Het Nationalistisch Revolutionair Leger onder leiding van Chiang Kai-shek) ingelijfd en hebben de Nationalisten samen met de Communisten de Japanse vijand bevochten (zonder al te veel succes, overigens), om daarna weer de strijd met elkaar aan te gaan.

    De vlag van het leger heeft net zoals de nationale vlag een rode achtergrond, maar vertoont naast 1 gele ster het Chinees karakter voor 8 (‘’ – ‘’ – 8) en 1 (‘’ – ‘’ – 1) en die ‘81’ verwijst naar de eerste augustus.

    Het leger, het grootste ter wereld, maar dat mag ook wel voor zo’n land, telt 2,3 miljoen manschappen (dat zou in de volgende jaren naar 2 miljoen gereduceerd moeten worden) met een half miljoen in reserve.  

    Men kan hier en daar over China’s militaire uitgaven en budgetten lezen, maar zulke cijfers geven zelden (nooit) de waarheid weer, dus dat laat ik hier maar achterwege. Het is wel zo dat sinds na de tweede wereldoorlog, met financiële en technische steun van de Sovjet-Unie, het leger professionele vormen heeft aangenomen.

    Het leger bestaat uit vijf hoofdtakken en dat zijn de: landmacht, marine, luchtmacht, rakettenmacht en de afdeling strategische ondersteuning.

    Het PLA heeft 80% van het Chinese luchtruim onder toezicht. In de praktijk betekent dat dat voor elke burgervlucht die ergens door die 80% moet, hiervoor toestemming moet aanvragen. Het verkrijgen van die toestemming gebeurt traag en ze kan gedeeltelijk (met uitstel) of totaal geweigerd worden, afhankelijk van de militaire activiteit in de betreffende regio(‘s). Dit is dan ook de hoofdreden van alle vertragingen in het Chinees binnenlands burgerluchtverkeer.

    Sinds 2012 mag in het leger geen alcohol meer gebruikt worden (afgekondigd door de voorzitter/president) en meteen daarop zijn de aandelen van Kweichow Moutai Co., Ltd. (producent van Moutai ‘baijiu’) gekelderd, maar die hebben zich blijkbaar (hoe, is niet bekend bij het grote publiek) de afgelopen jaren weer kunnen herpakken.

     

    ****

     

    Als men ‘s avonds na het werk thuiskomt, zelfs al is dat soms wat later, zoals een uur of acht, en men constateert dat de frigo leeg is, hoeft dat in China nog niet zo direct een probleem te vormen. De grote supermarkten, die met veel personeel, zijn doorgaans open vanaf negen ’s morgens tot tien ’s avonds (de internationale supermarkten willen wel eens om negen uur sluiten), de kleinere ketens, dat zijn de nationale kruidenierswinkels, zeg maar, sluiten nooit en de particuliere zelfstandigen doen open als ze wakker zijn en sluiten als ze gaan slapen, wat doorgaans niet zo vroeg is, dus als men daar terecht moet, dan moet men een beetje geluk hebben, maar meestal lukt het nog wel (tot men écht iets dringend nodig heeft). Heeft men hoofdpijn, de nationale apothekers volgend ongeveer de tijden van de supermarkten, dus heeft men die hoofdpijn best voor tien uur ’s avonds. Kapperszaken is ietwat een uitzondering. Die zijn nooit open voor elf uur – vermoedelijk komt dat door het feit dat niemand zijn haar wil laten knippen voor elf uur – en sluiten, afhankelijk van de klandizie ook om elf, maar dan twaalf uur later dan de eerste elf uur. Restaurants zijn dan weer een uitzondering, maar ook weer niet altijd, en wel met betrekking tot het middagsluiten. Ze zijn doorgaans open om een uur of elf, blijven dan open tot een uur of twee om dan opnieuw te openen tegen zes uur tot tien of elf. De ontelbare fastfoodrestaurants, Chinese en Internationale, zijn meestal ook vierentwintig uur open. Krijgt men ‘s avonds een bevlieging om de woonkamer te gaan schilderen en heeft men geen verf in huis, dan is het wel even zoeken, maar de kans dat men om elf uur nog een particuliere verfzaak vindt die open is, is reëel. Voor meer openbare aangelegenheden, zoals banken, postkantoren, alle overheidsinstellingen, enz. gelden dezelfde regels als bij ons, dat wil zeggen om een uur of negen open en om een uur of zes dicht. In deze laatste is men ook bekend met de begrippen ‘weekend’ en ‘feestdag’.

    Voor buitenlanders in China zijn deze regelingen erg comfortabel. Voor Chinezen die naar het buitenland gaan, heel erg frustrerend. ‘Wat? Zijn ze hier al gesloten?’ Of ‘Hoe, het is zondag?’

    Vandaag was het dus weer van dat en heb ik van de nood (die van onzen Alpha) maar een deugd gemaakt. Het is halfnegen en ik ben met mijn vermoedelijk driejarig en harig hondje en mijn zevenjarig vriendinnetje op weg naar, eerst het park, want het hondje moet iets en we hebben tijd genoeg, en dan naar de supermarkt.

    De Shishan Lu is het keerpunt van zijn metamorfose gepasseerd, want er wordt niets meer gesloopt. Als Jinjing bij de werklui even navraagt hoelang de werken nog horen te duren, is er niemand, inclusief de opzichters, die een antwoord kan geven. Klaar? Tsja, we zullen wel zien zeker? Wat ís dat voor een vraag, trouwens? Hoe ze het voor mekaar krijgen, weet ik niet. Misschien is het wel een of andere genetische afwijking of een stukje evolutionaire fysische ontwikkeling der oosterse bevolkingsgroepen, maar als ik hier nu al slenterend mijn weg tussen de obstakels der hoogdringende werken probeer te vinden, is mijn T-shirt doordrenkt, want al gaat het al naar negen uur, het is nog behoorlijk warm. Heet. Ik kan mijn aangezicht niet drooghouden en mijn ogen geraken geïrriteerd door de zweetdruppels die hun weg door mijn wenkbrauwen hebben weten te vinden. De scheppende, kruiende, metselende, roepende, rennende, slenterende, etende en slapende werklui hebben daar hoegenaamd geen last van, die staan allemaal droog. Wel, hier en daar zijn er toch wel een paar wiens versleten hemd nat is. Dat zullen dan waarschijnlijk lui uit de regio Hulunbuir (‘呼伦贝尔’ – ‘Hū lún bèi ěr’ – Naar het schijnt het koudste plekje in China) in Binnen-Mongolië zijn, daar waar ze in de ‘hete’ zomermaanden de fuchsia’s ‘s avonds moeten binnenhalen, opdat ze niet zouden bevriezen of waar men, als men in januari uit de kroeg komt niet tegen de zijgevel van de kerk kan gaan zeiken zonder vast te komen zitten.

    Alpha is wat teleurgesteld, want dit keer wordt hij door de werklui niet verwend met iets lekkers en daarom begint hij richting park te galopperen, want daar heeft hij nóg kans, weet ie.

    “Waarom zweet jij niet, Jinjing?”

    “Dat weet ik niet, maar mijn opa zegt altijd dat dat komt doordat de Chinezen al millennia lang, zomer en winter, hete thee drinken.”

    “Haha, is dat zo? Je opa is een wijs man, is het niet?”

    “Hij zit vol wijsheden, maar of die allemaal steekhouden, weet ik nog zo niet.”

    Hij geeft de moed nog niet op. Het park was te verlaten om nog iemand met snacks tegen te komen, buiten de immer aanwezige minnende koppeltjes, was er eigenlijk niemand, dus zet hij nu koers richting ‘Ren Ren Le’, waar hij ondertussen een flink contactenbestand heeft opgebouwd. Ik vrees echter dat hij vandaag van een kale kermis gaat thuiskomen, want sluitingsuur nadert en dan is er meestal niet veel animo meer, dus besluit ik maar om, eens daar, zelf wat lekkers voor hem te kopen en een half kilootje varkensdarmen lijkt me daar ideaal voor te zijn. Maar die moet ik thuis dan wel eerst even afkoken, want wie weet wie dáár allemaal in gehuisvest is.

    Het is er inderdaad heel rustig, alle kassierstertjes maken zich op om naar huis te gaan om daar hun ventje te gaan verwennen met al de verlopen eetwaren die ze gedurende hun dagtaak hebben kunnen bemachtigen en die anders toch maar weggegooid zouden worden, als de baas niet beslist om er een nieuw klevertje op te laten plakken, tenminste. De kalmte nu, weerspiegelt geenszins de gemiddelde drukte in de warenhuizen tijdens de normale werkuren, drukte die niet zómaar ontstaat, maar door specifieke zaken veroorzaakt wordt.

     

    ****

     

    De drukte in een Chinese supermarkt is afhankelijk van een hele resem factoren:

    1.      Het bevolkingsaantal.

    ·        Dit ligt uiteraard voor de hand. De regio’s waar de super- en hypermarkten geconcentreerd liggen, zijn de grote steden en iedereen weet dat er nogal wat grote steden zijn in China. Neem nu een stad zoals Shenzhen (‘深圳’ – ‘Shēn zhèn’ – Stad in Guangdong, noorderbuur van Hong Kong). Ruwweg meet Shenzhen zo’n 50 bij 50 kilometer en als ik stel dat elke twee vierkante kilometer wel een super- of hypermarket huisvest (eigen observatie), dan komt dat neer op 1.250 markten. Shenzhen biedt een woonplaats aan 15 miljoen mensen en als we dan nog stellen dat elk gezin gemiddeld uit drie personen bestaat, dan kunnen we stellen dat elke dag 5 miljoen mensen verdeeld worden over 1.250 supermarkten. Dat maakt dat elke dag 4.000 mensen hun lokale supermarkt bezoeken. Verdeeld over de openingsuren (9-10), dan zijn dat 300 mensen per uur, maar dat laatste is niet helemaal een eerlijke weergave, want de grote concentratie aan bezoeken zijn van 10 tot 12 ‘s morgens en 6 tot 8 ’s avonds, dus eigenlijk maar 4 uur en dan geeft dat 1.000 per uur. Dit is natuurlijk allemaal nattevingerwerk, maar het geeft op zijn minst een indicatie. En toch zit er een vorm van juistheid in mijn redenering, want bij de ‘Ren Ren le’ staan boven bij de ingang vierhonderd winkelmandjes en driehonderd karretjes. (Waarom zou die witneus nu die mandjes aan het tellen zijn?) Als ik om elf uur ’s morgens ernaartoe ga (in het weekend om het even welk uur), dan zijn die allemaal weg.

    ·        Een aantal mensen gaat niet dagelijks naar de supermarkt. Een beetje afhankelijk van de aard van hun druk leven, gaat men ook snel-snel naar de ‘wet-market’ (de vers markten, waar er eveneens talloze van zijn), maar dat aantal wordt dan weer gecompenseerd door het aantal mensen dat naar de supermarkt gaat voor andere dan inkoopdoeleinden. 

    ·        De onlinemarkt groeit hard. Drukke gezinnen hebben het heel wat makkelijker als ze hun waren ’s avonds op de tablet kunnen bestellen, die dan ’s anderendaags geleverd worden. Bijkomend voordeel daarbij is dan ook nog dat deze methode zo’n 10% goedkoper is, hoewel niemand begrijpt hoe dat nu zou kunnen, of het zou moeten zijn dat de traditionelen veel te veel winst aanrekenen. Nadeel is dat men bij regenweer een goeie kans maakt om doorweekte artikels geleverd te krijgen.

    2.      Het uur van de dag.

    ·        Zoals hierboven al vermeld, zijn de piekuren van 10 tot 12 in de voormiddag en 6 tot 8 in de avonduren. De redenen hiervoor zijn voor de hand liggend, namelijk de lunch is veel belangrijker dan het diner, wat wil zeggen dat de oudjes (de jonkies zijn werken) tussen 10 (na hun tai chi sessie in het park) en 12 hun inkopen voor de lunch gaan doen.  En als de jonkies ’s avonds van het werk thuiskomen willen die ook nog wel even naar de supermarkt.

    ·        De rust in de supermarkt keert echter pas na halftwee terug, want dan brengen de grootouders de kleinkinderen terug naar school (zie hieronder) en gaan ze zelf thuis een dutje doen.

    3.      De weersomstandigheden.

    ·        Supermarkten vervullen, zoals hierboven ook al even aangegeven, nog twee andere functies. Ten eerste is het een ideale schuilplaats wanneer men weer maar eens door een hevige regenbui verrast wordt en ten tweede is het een ideaal oord voor opa, oma en de kleinkinders om er de middagpauze door te brengen. Als (meestal) opa of oma, of beide om twaalf uur hun kleinkinderen van school hebben afgehaald, gaan veel van hen naar de supermarkt, want daar is het koel, daar staat de airco altijd op en dan hoeven ze die thuis niet aan te schakelen, want opa en oma schakelen nooit de airco voor zichzelf aan. Groot voordeel is ook nog dat de supermarkt, naast verkoeling, nóg heel veel te bieden heeft, zoals speelgoed (een ongelofelijke hoeveelheid ervan en allemaal nieuw), (kinder-)lectuur en hier of daar staat altijd wel een of andere demonstratievideo te spelen. En er is eten en drinken zát, natuurlijk. De ukjes kunnen bovendien in de zee van ruimte hun opgebouwde en opgekropte spanning van de voorbije drie uur ongebreideld loos laten gaan, terwijl de grootouder(s) in de massagestoelenafdeling in de demonstratiemodellen wat gaan relaxen. En als de jongelingen met hun astrant en luidruchtig gedrag andere klanten op de zenuwen werken, maakt niemand zich daar zorgen over.

    ·        De opa’s en oma’s die zich over het nog jongere nageslacht moeten ontfermen (dat zijn degenen onder de zes jaar, die nog niet naar school gaan) willen van het bezoek aan de supermarkt ook wel ooit een dagje uit maken en gelijk hebben ze want daar is het koel, daar kan men slapen, daar kunnen de kinders hun hartje ophalen en is er eten en drinken naar hartenlust. De Ikea is trouwens eveneens een zeer geliefd plekje voor een dagje uit.

    ·        Samengevat kan ik dus stellen dat de supermarkt naast inkoopcentrum ook dienstdoet als schuiloord bij regen, kindercrèche tijdens de warme schooldagen en attractiepark voor de klein ukjes.

    4.      Winkelgewoontes

    ·        Belgen, en ik veronderstel dat dat voor onze noorderburen niet anders is, gaan doorgaans een keertje per week met de auto naar de supermarkt om dan een winkelkar overvol te laden en daarna weer huiswaarts te keren, of men zou pal naast de supermarkt moeten wonen, natuurlijk, in dat geval is het leven iets aangenamer. Chinezen doen dat niet, want ten eerste, met de auto door het verkeer is een marteling (ik heb het nog altijd over de grote steden) en een parkeerplaats vinden is dat nog meer. En misschien ten derde vinden ze ‘versheid’ redelijk belangrijk (hier kan ik ook nog een boompje over opzetten, en dat doe ik nog weleens) en thuis de frigo of diepvries (als ze die al hebben) volladen voor een week is niet meteen bevorderlijk voor de versheid. Chinezen doen hun inkopen met mondjesmaat (dagelijkse behoefte per keer), wat dan uiteraard de drukte in de supermarkt erg bevorderd.

    5.      De tijd van het jaar

    ·        Tijdens de periode van het chinees nieuwjaar is het doorgaans kalm in de supermarkt.

    ·        Tijdens de langere schoolvakanties ook, althans op het middaguur.

    6.      Internationale geologische en andere omstandigheden

    ·        Natuurrampen, zoals de kernramp in Fukushima, kunnen grond van stormloop naar de supermarkt zijn.

    ·        De aardbeving in Sichuan van 2008 heeft bijvoorbeeld ook voor heel wat schaarste in de regio gezorgd, hoewel ik daar zelf geen getuige van geweest ben.

    ·        Voedselschandalen zijn dat ook, want die hebben altijd wel het gevolg dat er een of andere vorm van schaarste ontstaat én prijsstijgingen, uiteraard.

    ·        Regionale of nationale hamstersessies komen dus regelmatig voor en die kan men als onbenullige westerling beter vermijden, want het op korte tijd bemachtigen van schaarse en gewilde producten gaat meestal gepaard met heel wat verbaal, maar soms ook fysiek geweld.

    7.      Aanbiedingen

    ·        Potentiele klandizie wordt door de warenhuizen goed geïnformeerd over discounts en aanbiedingen. Dat gaat via reclamefolders in de bus, aankondigingen in liften en lobby’s van appartementsblokken, op grote borden buiten bij de supermarkten zelf of via de media. Doorgaans veroorzaken die niet zoveel opwinding, maar als bijvoorbeeld een pakje van 100 gram Tieguanyin (‘铁观音’ – ‘Tiě guān yīn’ – Exclusieve Oolong thee) voor 500 yuan aangeboden wordt (wat overigens niet zal gebeuren), dan kan men beter de volgende vierentwintig uur uit de supermarkt wegblijven.

     

    De (voor westerlingen) onvoorstelbare drukte in de super- en hypermarkten heeft uiteraard ook zo zijn gevolgen. Op de eerste plaats vergt het al heel wat moeite om binnen te geraken, want uiteraard wil iedereen weer eerst en als ik dan de rolbaan naar boven (bij de Ren Ren Le, bijvoorbeeld) toch bereik, is het trekken en duwen, want er zijn er altijd wel een aantal voor me die weer willen terugkeren. Gewoonlijk is dat dan omdat zoontje of dochtertje naar het toilet moet en wetende dat er boven geen is, gaan ze dus maar terug de straat op, maar dan is dat wel tegen het verkeer van de rolbaan in. Nog voor de rolbaan staan dikwijls standen met promoties. Dat zijn dan niet zozeer de promoties van de supermarkt zelf, maar eerder van derden die hun producten - die ze anders aan de straatstenen niet kwijtraken - aan de passeren klanten willen aanprijzen. Het is een beetje afhankelijk van de aard van de artikelen, maar als het bijvoorbeeld ‘Zeeman-‘kledij is, moet men al van goeden huize komen om door de geïnteresseerde massa heen te kunnen ploegen.

    Boven, op het einde van de rolbaan, staan normaal de wagentjes en korfjes. Normaal, want bij drukte natuurlijk niet en dan is het op zoek naar eentje, want men kan nu eenmaal geen kilo aardappelen, een stuk of vijf appels, twaalf potjes yoghurt, een paar bussels soepgroenten, een kilo waspoeder, een brood, twee pakjes boter, een karton melk, twee ingevroren kabeljauwfilets (daar trekt het toch op), een kartonnetje eieren en twee pakjes spek niet allemaal in de handen houden (die bevroren filets zijn trouwens na een minuutje al behoorlijk pijnlijk aan de vingers) en de enige mogelijkheid daarvoor is naar de kassa’s lopen en wachten tot een vertrekkende klant zijn mandje achterlaat, want een karretje is zo wie zo niet door die drukte te manoeuvreren, al maken mijn gele vrienden daar helemaal geen punt van. Maar ik ben natuurlijk niet de enige die daar dan staat te wachten en op zulke momenten komt de ware aard van de Chinezen weer boven. Als ik me dan zelf niet voor een paar seconden naar een gele homo sapiens, inclusief mind-set, metamorfoseer, dan sta ik daar met Sint-Juttemis nog. Het is dus een kwestie van de schouders breed maken, de ellenbogen uitsteken en meer acceleratievermogen toe te passen dan een Porsche 911 Carrera in huis heeft. “That’s MIIINE, lady! Hahaha!” Maar dan begint het echte werk pas. In de legumen-sectie liggen alle verschillende groenten op grote tafels en rekken uitgestald. Sommige voorverpakt, sommige in bulk. Voor de bulkartikelen is het zaak om eerst een plastieken zakje te bemachtigen, wat in normale omstandigheden geen probleem hoeft te zijn, want de rolletjes staan her en der in voldoende aantallen opgesteld. De gangen tussen de tafels en rekken zijn anderhalve tot twee meter breed en omwille van de drukte voor 110% gevuld met karretjes en mensen die elk hun eigen richting moeten uitgaan, welke natuurlijk voor iedereen een andere is. Heb ik met veel trekken en stoten toch een zakje (ik trek er altijd een stuk of vier af, men weet nooit wat men nog tegenkomt) weten bemachtigen, dan is het terug naar de groenten van keuze en kunnen de zakjes met de gewenste artikelen gevuld worden en telkens als ik een mooi appeltje of peertje of wat dan ook in het vizier krijgt en ervoor wil gaan, dan wordt het terstond voor mijn neus weggegraaid, net of ze staan te wachten tot iemand de keuze voor hen maakt om dan meteen toe te slaan. Goed, zakjes vol. De volgende stap is dan de zakjes laten afwegen, zodat de dame die dat doet er een klevertje met de prijs kan opplakken. Geciviliseerde mensen zouden zich dan netjes in wachtrijen positioneren, maar daar hebben de ‘middenlanders’ nog nooit aan meegedaan en zullen dat nooit doen. Zonder een flinke overdosis aan egoïsme en doorzettingsvermogen zal men dus nooit in staat zijn om die noodzakelijke stickertjes op de zakjes te krijgen, maar wel als men beide genoemde eigenschappen omzet in pure en brute aanvalskracht.

    Het weegproces:

    Theorie:

    1.      Men biedt een zakje waren aan en de weegdame legt het op de weegschaal.

    2.      De dame zoekt in een dik boek naar de code die overeenkomt met de inhoud van het zakje.

    3.      De dame tikt die code in op het klavier van de weegschaal

    4.      Bijna op hetzelfde moment rolt er een gedrukt stickertje uit de machine dat alle relevante informatie, zoals artikelinformatie, prijs/gewichtseenheid, gewicht, totaalprijs en een barcode voor aan de kassa, later.

    5.      De dame verzegelt het zakje, plakt het stickertje erop en overhandigt het terug.

    6.      Heeft men meerdere zakjes, moet men verdomd snel zijn om het volgende aan te bieden, want er staan een paar tientallen haaien rondom die allemaal eerste willen.

    Praktijk: zelfde als theorie, behalve punt 2 en 5:

    2.      De dame tikt de code rechtstreeks in, want die heeft al die (duizend?) codes ergens in haar hoofd zitten en die dame maakt NOOIT fouten!

    5.      Verzegelen - wat ze eigenlijk zouden moeten, want de pientere Chinezen gaan er na het wegen nog een paar bij steken, natuurlijk – doen ze niet, omdat daar gewoonweg geen tijd voor is.

    Bij de Ren Ren Le (laten we daar maar even blijven) staan drie weegschalen in de groenteafdeling opgesteld. Normaal is er maar een weegdame, bij drukte twee. Die derde weegschaal wordt enkel en alleen gebruikt door een derde dame om de voorverpakte pakketjes te labelen. En nu mag het nog zo druk zijn, of zelfs de zaak afbranden, die derde dame zal nooit eens op het idee komen om wat klanten voort te helpen. NOOIT! Hoewel er niets is dat haar daarvan zou kunnen weerhouden. Tot groot ongenoegen van de klanten, maar daar stoort ze zich niet aan, want de baas heeft gezegd dat ze die pakketjes moet klaarmaken en dat is precies wat ze doet. Onverstoorbaar!

    Er is nu al een dik uur voorbij en ik heb enkel nog maar wat groenten weten te bemachtigen. Mocht ik nu nog andere verse waren, zoals vlees of vis, nodig hebben, dat zal hetzelfde scenario zich opnieuw gaan afspelen. Laat dat nu maar niet het geval zijn en me maar beperken tot een paar andere artikelen. Of ik in staat zal zijn om die te bereiken, is puur afhankelijk van het feit of ze bereikbaar zijn. Soms wil de zaak dringend van bepaalde waren af. Als ze al drie keer verjaard zijn, bijvoorbeeld. Daar wordt dan ergens wat plaats voor gemaakt en worden die dingen uitgestald. Omwille van de dringendheid is de prijs van die artikelen uiteraard gezakt tot slechts een fractie van de origineelprijs. Nu, als zo’n stand tussen mij en mijn gewenste volgende aankoop gepositioneerd is, dan kan ik het beter vergeten en de aankoop uitstellen tot een volgende keer, want daar is dan absoluut geen doorkomen aan, zelfs niet met zwaar geschut.

    O wee als ik eerder iets vergeten ben, en meestal is dat zo en ligt dat helemaal vooraan in de winkel, daar waar ik een paar uur geleden gepasseerd ben.

    Zelfs al is het zo druk. Toch moeten de rekken uiteraard vol blijven. Dat wil zeggen dat een paar leden van het personeel met de nieuwe waren van de magazijnen tot aan de betreffende lege, of halflege, rekken moeten zien te geraken. Op de kalme momenten doen ze dat met van die flinke uit de kluiten gewassen stootkarren, waarvoor de weinige klanten toch nog heel wat plaats moeten maken, zodat ze door kunnen. En op de drukke tijdstippen doen ze dat ook.

    Als laatste komt natuurlijk het betalingsproces aan de beurt. Het is bij drukte nooit de moeite waard om de best geschikt rij uit te zoeken. Met de best beschikte rij bedoel ik dan de rij aan de kassa die ofwel het kortst is, ofwel waar van de klanten heel weinig te declareren hebben. Degenen die altijd door moeder de vrouw uit winkelen gestuurd worden, kennen dat wel. Nooit de moeite waard, want al zijn er toch wel een vijftigtal kassa’s de rijen zijn overal even lang. Dat wil zeggen dat een aanzienlijk deel van de gangen tussen de winkelrekken ook met wachtende betalers gevuld zijn en als daar dan ook nog eens zo’n bevoorradingskar door moet (en dat moet altijd), dan is het complete chaos, want niemand wil opzijgaan uit schrik z’n plaats te verliezen en weer helemaal achteraan te moeten gaan aanschuiven. Onze oerinstincten van territoriumdrift komen bij het wachten aan de kassa altijd goed van pas, want de voorkruipers vertegenwoordigen in China doorgaans meer leden dan de niet-voorkruipers. Het is dus altijd weer zaak om zijn met geduld verworven plaatsje met hand en tand te verdedigen. Er zijn ook altijd wel een aantal mensen die bij de kassa van gedachten veranderen. Die nemen dat het toch niet zo gewenste artikel uit hun kar of mandje en gooien maar naar ergens waar er plaats voor is. Er is zelfs speciaal personeel aangesteld om die waren op te halen en weer op hun oorspronkelijke plaats te leggen, al is dat voor verse waren wel ietsje moeilijker natuurlijk. Het betalen op zich loopt doorgaans vrij vlot. Die kassierstertjes kennen hun taak en zijn meestal ook wel behulpzaam. Tot er iemand het niet eens is met ofwel de prijs van een artikel, ofwel met de totaalprijs. Wel, als dat het geval is, hoe druk ook, dan kan men beter een andere rij op gaan zoeken, wat dat kan dan een kwestie van uren, inclusief een hele hoop kabaal, worden. Gewoonlijk moet dan de kassabaas van dienst eraan te pas komen om soelaas te bieden, maar eer ze die dan gevonden hebben, is er weer een uur voorbij. En dan hebben we hem nog maar gevonden, wat nog niet wil zeggen dat hij ook bereid is om helemaal tot aan de kassa te komen. Die overtuigingsperiode duurt dan meestal ook nog wel een uur. Pijnlijk is tegenwoordig ook het mobiel betalen, zo met die barcodes. Ten eerste staan die dingen, geloof ik, nog niet helemaal op punt, want er gaat altijd wel iets fout, ten tweede duurt het een eeuwigheid eer de dames (meestal zijn het dames die zo willen betalen, echt waar) hun telefoon tussen al de rommel in hun sacoche gevonden hebben (ze houden die nooit eens op voorhand klaar, hoewel ze daar tijd genoeg voor gehad hebben), dan duurt het nog eens een andere eeuwigheid eer ze die app (vroeger heette dat programma, nu app) gevonden en geactiveerd hebben en ten derde komt er net op dat moment geheid een telefoontje binnengelopen en dat moet dan eerst even beantwoord worden, want dat is uiteraard veel belangrijker dan die miljoen mensen die achter haar hun beurt staan af te wachten.

     

    Nu begrijpt u, beste lezer, waarom ik er de voorkeur aan geef om alleen maar op werkdagen tussen twee en vijf naar de supermarkt wil gaan.

     

    ****

     

    Voila, ik heb mijn zaken en onzen Alpha zal straks blij zijn, want naast de darmpjes heb ik ook nog wat kippenlevertjes en wat stukjes pens op de kop kunnen tikken. Gelukkig had de slager er geen idee van dat het voor de hond was, anders had hij het waarschijnlijk niet meegegeven. Jammie!

    “En? Hoe was de ontmoeting met Chester verlopen?”

    “Haha, prima! Maar het is wel een rare kwiet!”

    “Ja inderdaad. Een rare kwiet, maar slim en een goed hart.”

    “Ik vind jou slimmer, Robert.”

    “Hmm. Ik denk dat je twee zaken door elkaar haalt.”

    “Hoezo?”

    “Er is een verschil tussen wijs en slim. Slim is intelligent, wat betekent in staat zijn om erg snel tussen veel zaken verbanden te leggen en juiste conclusies te trekken. Ook instaat zijn om diezelfde of andere zaken snel te begrijpen en ook veel zaken snel te begrijpen.”

    “Ja, en wijs dan?”

    “Iemand die wijs is, is iemand met veel ervaring en weet hoe met die ervaringen om te gaan, waar ze van pas komen en waar niet.”

    “Hmm ja. Maar toch denk ik dat je ook slim bent. Mei Ling heeft geluk met jou.”

    “Haha. Ik heb ook veel geluk met Mei Ling, Jinjing. Er is nog een derde eigenschap die met wijsheid en intelligentie te maken heeft.”

    “En dat is?”

    “Innerlijke schoonheid, Jinjing. En daar is Mei Ling heel rijk aan. Aan uiterlijke schoonheid trouwens ook.”

    “EQ.”

    “Wel ja, EQ heeft daar ook mee te maken. EQ is het omgaan met zowel de innerlijke schoonheid van jezelf als met die van anderen.”

    “Ik vind dat jij alle vier die eigenschappen hebt.”

    “Hou maar op, ik word er melancholisch van.”


    “Qian had Chester wel drie keer gezegd dat hij z’n kop zou afzagen. Hij zei dat hij beter niet meer zou gaan slapen.”

    “Haha. Qian neemt het wel serieus, eh?”

    “Ach, dat verandert nog wel. Hij is nog jong.”

    “Waar heb je met Chester zoal over gepraat?”

    “Hij gaat me wiskunde en informatie aanleren.”

    “Een nieuwe uitdaging.”

    “Ja, ik denk het wel.”

    “Heeft hij iets gezegd over artefacten of zo?”

    “Neen, maar hij heeft me wel gezegd dat hij in geschiedenis, de geschiedenis van China geïnteresseerd is.”

    “Hm ja, daar weet ik van. Ben jij in China’s geschiedenis geïnteresseerd?”

    “Ik ben geïnteresseerd in alles, Robert!”

    “Haha, ja natuurlijk. Hou je van research? Opzoekingswerk?”

    “Tuurlijk, dat staat gelijk aan kennis verwerven. Maar waarom vraagt je me dat allemaal? Scheelt er iets?”

    “Neen, niks, gewoon interesse in mijn beste vriendin.”

    “Hey! Je bent veel te eerlijk om te liegen, Robert, zeg me maar waar je aan denkt.”

    “Haha, ik ben te eerlijk om te liegen en jij bent te slim om in de luren te kunnen leggen. Ok, luister…”

     


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    07-06-2017, 00:00 geschreven door BenC  
    Reacties (0)
    06-06-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Terug van (even) weggeweest.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Hallo, beste bezoeker.

    Het is nu acht jaar geleden sinds mijn laatste bericht op deze blog, maar ik heb me voorgenomen om af en toe toch weer eens een verhaaltje uit China te delen.

    We zijn intussen halfweg 2017 en ik bevind me nog steeds in het ‘middenland’, jaar 16 is dus lopende.

    Tussen 2009 en nu is weer heel wat gebeurd, dus heb ik voldoende stof voor het schrijven van leerrijke, aangename, plezante verhaaltjes die China zo typeren.

    Zoveel stof zelfs dat ik in 2014 besloten heb om mijn ervaringen in boekvorm te gieten. Alleen heb ik na een tijdje moeten constateren dat een boek met redelijke omvang nog niet half genoeg is om alles in kwijt te kunnen. Dat betekent dat deel drie in wording is, waarmee nog het einde niet in zicht is.

    Het hoofdthema van het boek, of de boeken intussen, is ‘waarom?’. Waarom zijn China en zijn inwoners anders? Het is een zoektocht naar het antwoord op deze simpele, doch o zo moeilijk te beantwoorden vraag. De verhalen behandelen alles wat over China gaat. Ze gaan over geschiedenis, cultuur, taal, gastronomie, antropologie, politiek (waarmee ik me op ietwat glad ijs begeef), de sociale aspecten, toerisme, kortom alles wat het ‘middenland’ te bieden of te nemen heeft en zijn doorspekt met een flinke dosis humor, kolder, spanning (misdaad!) en zelfs een vleugje erotiek.

    Als bezoeker van deze blog mag ik aannemen dat u in China geïnteresseerd bent en als u zich wat meer in de materie als dusdanig wil verdiepen, is het boek eigenlijk een must, al wil ik natuurlijk wel bescheiden blijven.

    Ik heb ervoor gekozen om de verhalen tweetalig neer te schrijven, dat heet dat de basistaal Nederlands in, maar de dialogen tussen internationale personages Engels gebleven is, net zoals ze zich voorgedaan hebben.

    Het boek is voorlopig enkel in ‘Kindle’-formaat (Kindle, E-reader, Tablet, enz) bij Amazon te verkrijgen, dus ik zou zeggen, neem eens een kijkje. Mocht u toch opteren voor een andere uitvoering, zoals pdf of zelfs een hardcopy behoort tot de mogelijkheden, gelieve me dan via deze blog te contacteren.

    Dit zijn de links naar 'Je bent in China!' op Amazon:

    Deel 1: https://www.amazon.com/dp/B072JKN3F2

    Deel II :  https://www.amazon.com/dp/B07283D3PS



     


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    06-06-2017, 00:00 geschreven door BenC  
    Reacties (0)
    Archief per maand
  • 06-2017
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Meer blogs