We zijn al aan de derde bedevaartsdag ... wat vliegt de tijd als je een zo gevuld programma hebt. Wie groepsvakanties organiseert of jeugdkampen weet dat er de derde dag een besef groeit hoe alles reilt en zeilt. En dan komt naast sympathie ook verzet. Sympathie was er al voor de kracht van wat we beleven, maar nu klinkt steeds luider ook gemor. Over verschillen tussen hotels b.v.: bij ons nooit beleg of spek met eieren, elders horen we van wel. Dat is een soort verzet dat gelukkig vlug gerelativeerd wordt: wat maken we ons zorgen over wat we eten of drinken, we zijn tenslotte op bedevaart. Maar er is ook af en toe verontwaardiging: over een te zwaar programma voor verschillende mensen die moeilijk te been zijn. Over ontgoocheling over een beloftevol pausbezoek waar tussen de zeven talen niet één zinnetje Nederlands werd gesproken. Dat soort verzet - hoe schijnbaar vervelend ook - kan vruchtbaar worden. Want onder eerlijke verontwaardiging zitten waarden, zit de heilige zorg voor mensen voor God. Vertaald vanuit de voorbeelden van daarnet: elke mens telt mee én onze Antwerpse samenhorigheid - hoe verscheiden ook - met z'n vijfhonderd in ons jubeljaar ís waardevol voor onze kerk. Toch werd het vandaag een rustige aswoensdag. De pauselijke catechese verwees naar het begin van de vasten vanuit de analogie met de uittocht waarin de Israëlieten begonnen te morren over tekort aan water. Massa en Meriba heet die plek want ze stelden op de duur zelf in vraag of God wel echt meetrok. Vervelend, maar vruchtbaar verzet, zo blijkt. In de catacomben vonden we de eerste christelijke symbolen: een anker en een vis. Geheime tekenen van verzet waren het in een tijd van christenvervolging. Je geloof openbaar belijden moest je bekopen met je leven. Daarom kwamen ze samen heel gewoon in een of ander huis om brood te breken, haven en goed te delen. Een onverdacht symbooltje van een vis op je voorgevel, was voor wie het kende een vruchtbaar teken van verzet. Voor de aswoensdagdienst kwamen we daarnet samen in de relatief kleine kerk van San Bartolomeo. Onze groep vulde de kerk tot aan de randen. Iets van dat een of ander huis gevoel leefde bij velen. In deze kerk worden de martelaren herdacht, niet alleen deze van lang geleden, maar ook de eigentijdse martelaren: in missiegebieden, wereldoorlogen, en zelfs recent in Algerije. Martelaren staan symbool voor schijnbaar zinloze volharding en verzet. Maar in geloof wordt hun heilige verontwaardiging bron van vruchtbaarheid. Een concreet voorbeeld van zo'n zinvolle verontwaardiging als aanzet tot de vasten vinden we op www.youtube.com/ccvantwerpen. Een goede veertigdagentijd!
Als de meeste mensen die mee op reis zijn de titel van dit bericht lezen, denken ze allicht aan een boordevol gevuld programma met een strak schema en een - noodgedwongen - vriendelijke maar kordate leiding. Zo zaten we pas na 22 u aan tafel: da's voor velen zeker een loutering, maar toch ... De ervaringen zijn het waard: de indrukwekkende Sint-Pietersbasiliek als spirituele en symbolische bakermat van ons geloof, het forum romanum als groeicontext van de eerste christenen, een jonge gemeenschap als die van Sint Egidius ... Toch kwam de titel vandaag bij me op naar aanleiding van diverse ontmoetingen. Het begon al vanmorgen aan tafel. Ik zat naast een man alleen die vertelde dat hij na een beroepsleven als zelfstandige samen met z'n vrouw naar een rustiger oord verhuisd was. Echter nu acht maanden geleden, was zij helaas veel te plots gestorven. Je voelt nog de pijn die hij beleeft als hij het vertelt. Maar tóch is hij mee op bedevaart, want "dat wilde hij nog graag met zijn vrouw doen". Toch blijft hij contact zoeken met vrienden. Ik voel toch - al is het nog smeulend - vuur onder zijn pijn. Gelouterd. Onder een heerlijk blauwe lentehemel fotografeer ik een stralend glimlachende vrouw, die ik meteen m'n foto toon. Het zien wekt haar geloofs- en levensverhaal spontaan los. Een verhaal van pijn, maar ook van diep geloof en geluk. De levensweg van de apostel Petrus - die vandaag centraal staat - loopt ook van loutering tot 'en toch'. Het moet je maar overkomen. Jezus kiest jou uit met bepaald niet de meest aantrekkelijke opdracht: "Op jou zal ik mijn kerk bouwen". Die opdracht kan geen mens aan. Ook Petrus niet. Managementcursussen weten het: een leider functionneert het best als er een gezonde verhouding is tussen de druk van een veeleisende opdracht en het compententieniveau dat geschikt is voor die opdracht. Bij Petrus wordt de lat nog net één trapje hoger gelegd: hier is hij niet meer competent genoeg voor. Maar wacht eens; Jezus zegt: "Ik zal bouwen", meer nog; het gaat niet over mensenwerk, maar over "Jezus' kerk". Petrus hoeft z'n opdracht dus niet alleen, laat staan enkel zelf te doen. Een hele mensenkerk krijgt mee van Jezus de opdracht zijn kerk op te bouwen. Petrus' leiderschap is dus gedeeld leiderschap met de hele kerk in Zijn naam. Trouwens, vier regels na Jezus opdracht, klinkt zijn boodschap voor Petrus al heel wat minder beloftevol: "Ga weg van mij satan, want je handelt naar wat mensen willen, niet naar wat God wil". Het woord 'satan' betekent letterlijk: dwarsbomen, de weg versperren. Dezelfde Petrus op wie Jezus wil bouwen, faalt al meteen als hij een kerk wil zonder lijden of dood. Dat heeft Petrus nog te leren. Het is zoals de Romeinse heerser die terugkeert na een glorierijke strijd en met z'n buitgemaakte rijkdommen pronkt. Tijdens heel de intredeprocedure loopt er vlak achter hem een bode die om de minuut moet zeggen: "vergeet niet dat je mens bent". Voor Petrus was er ook geen andere leerweg dan die van de loutering. Hij sterft roemloos de marteldood. Maar mocht hij terugkomen en kunnen zien welke kerk er op zijn graf is gebouwd, ...
Net voor elven en de eerste bedevaartdag zit erop. Een mix van warme ontmoetingen, zorg voor mekaar, levende geschiedenis en hectisch verkeer zindert na. Er zijn engelen van mensen besef ik weer: mensen die snoep of een broodje met elkaar delen, bagage voor elkaar dragen, van zetel ruilen om partners of goede vrienden bij elkaar te laten zitten ... En dat ondanks het af en toe lange wachten. We laten ons leiden door een enorme organisatie - bravo voor het hele team - waaraan bijna vijfhonderd mensen deelnemen. De bedevaartgids die we krijgen is bovendien een heuse ingebonden uitgave in meerkleurendruk met een heel actuele titel: "Een kerk met vele gezichten". Hier zijn letterlijk en figuurlijk vele gezichten! En ze mogen er allemaal zijn, zo horen we van onze bisschop. Vreemde ervaring is wel de busrit van de luchthaven naar het centrum van Rome. Dertig kilometer langs de troosteloze voorsteden van Rome met geizers, vuilbakken en fietsen opeengestapeld langs grauwe apartementgevels. Schril contrast met de hemelse ervaring van de opgaande zon tijdens onze vlucht boven het schapenwolkendek. Een ervaring die bijblijft is Sint Paulus buiten de muren. Niet zozeer het gebouw, maar het verhaal boeit. Paulus heeft Jezus nooit zelf gekend, maar integedeel vervolgd. Uitgerekend die Verrezene weet hem als geen ander van z'n paard te krijgen. Letterlijk en figuurlijk. En hij kan er niet meer over zwijgen. Heel z'n leven staat in het teken van die ene openbarende Jezusontmoeting: "Gods liefde voor iedereen, zonder onderscheid". Dat is Jezus, dat moet Hij kunnen worden voor iedereen. En dan speelt hij het handig. Hij is Romeins staatsburger. En - hoewel die overheid hem later zal executeren - juist hen weet hij handig te bespelen zodat het in zijn voordeel uitdraait, lees: in Christus' voordeel. Want als hij beschuldigd wordt, kan hij rechtmatig beroep aantekenen en zo zijn verkondigingstijd rekken. Als hij dan toch naar Rome wordt gestuurd als gevange, kan hij van zijn staatsburschap gebruik maken om vrij makkelijk contacten te blijven leggen en onderhouden. Hij beseft wellicht dat Rome op dat moment het beste doorgeefluik is naar de wereld. Alle wegen leiden niet alleen naar Rome: ze vertrekken er ook vanuit. Zou dit ons kunnen inspireren: handig gebruik maken van een overheid om juist dat te verkondigen wat die overheid tegenspreekt?
Wie mij kent, weet dat ik graag alles graag planmatig voorbereid en uitvoer. De laatste dagen die de aanloop vormden voor de romereis viel ik wat plannen betreft helemaal door de mand. Maar elke keer dat ik zoiets vaststelde, leerde ik weer hoe mooi uit handen geven kan zijn. Het begon al met het vervoer naar de luchthaven: het plannen van die regeling was compleet mislukt. Ik surfte al naar websites over dure luchthavenparkings, tot ik het telefoontje kreeg van Paul die vlakbij woont en makkelijk voor een ideale lift kan zorgen. Heerlijk dat ineens niet meer te moeten plannen. Op m'n werk kreeg ik een mailtje waarin iemand vertelde over een inspirerende vormingsavond van onze dienst. Bij nader inzien, bleek het helemaal geen initiatief van ons te zijn ... Maar in plaats van me hierin vast te bijten, dacht ik: "als het goede maar gebeurt!" En tijdens diverse vergaderingen leerde ik een boeiende collega kennen die net als ik ook getwijfeld had over de Romereis, maar die nu tóch meegaat, enthousiast geworden is én er zelfs een persoonlijk mooi, bezinnend boekje over geschreven had. Ik kreeg het zomaar cadeau en steek het straks zeker in m'n handbagage. Ik hoop dat het een pelgrimstocht wordt die verder leidt van plannen naar ontvangen ...
Het was nu eenmaal handiger om voor een vliegtuigreis te kiezen dan voor de bus en dus koos ik maanden geleden voor die optie. Toch knaagde het regelmatig aan m'n geweten: 'waarom niet veel milieuvriendelijk reizen met één grote groepstrein?', 'het kan toch geen kwaad dat het met de bus wat langer duurt', ... En al maken ze tegenwoordig de vliegtuigen steeds efficiënter, toch blijft die manier van reizen een van de grotere milieubelasters. Enkele dagen geleden vertelde een collega over haar pogingen om de Romereizigers bewust te maken met de actie: "plant een boom in het regenwoud als compensatie voor de belastende CO2-uitstoot van je gevlogen kilometers". Ik wist niet dat er zo'n systeem bestond. Zo ontdekte ik de website www.treesfortravel.be en berekende ik daar hoeveel mijn vlucht zou kosten in termen van onderhoud van het woud in Bolivië: 6,75. Dat vond ik een verantwoorde bijdrage die ik net heb uitgevoerd. Nu plantte ik dus één boom in Bolivië. Waaw!
Midden de drukte van het werkjaar begin ik stilaan af te tellen naar het nachtelijk vertrek. Ik weet pas sinds vier dagen hoe laat m'n vliegtuig vertrekt. M'n documenten kwamen onverwacht laat aan, maar nu beginnen ze pas over enthousiast te worden: vandaag kreeg ik m'n reisvoucher maarliefst nog eens twee keer per post. Zo beschik ik nu al over DRIE dezelfde exemplaren: zou ik nog twee huisgenoten buiten mij mogen meenemen? Dat belooft ...