âNiets kan je voorbereiden op het moment dat je een mens ziet stervenâ
Niets kan je voorbereiden op het moment dat je een mens ziet sterven
Lieze Van Aerschot is een derdejaars studente aan de Katholieke Hogeschool Leuven (KHL). Via haar opleiding komt ze in contact met de dood.
Een gure wind waait door de Kapucijnenvoer in Leuven. Ik wandel naar het departement gezondheidszorg en technologie van de KHL. In de warme inkomhal wacht Lieze Van Aerschot mij op. De 20-jarige Van Aerschot is volop bezig met haar derde jaar verpleegkunde. Later zou ze graag in de kinderverpleegkunde terecht komen.
Verpleegkundige is een beroep dat zeker niet onderschat mag worden. Op onderbemande afdelingen zijn verpleegkundigen druk in de weer om mensenlevens te redden. Aspirant-verpleegkundigen, zoals Van Aerschot, staan aan het begin van hun loopbaan en komen, vaak voor het eerst, in contact met de dood. De dood die zich in vele verschillende vormen toont.
Euthanasie is een vorm van sterven die in het verleden voor controversen heeft gezorgd.
Lieze Van Aerschot: Onder bepaalde omstandigheden moet euthanasie kunnen. Als mensen terminaal ziek zijn en helse lichamelijke of psychische pijn hebben die niet meer te controleren is, vind ik dat euthanasie toegepast mag worden. Omdat het die patiënten een menswaardiger einde geeft. Een euthanasie maakt de lijdensweg voor de familie van deze mensen ook draaglijker. Ze weten dat hun familielid minder pijn heeft moeten lijden. Tijdens een stage in het rusthuis vroeg één van de bewoners om euthanasie. Deze vrouw had kanker en leed erg veel pijn. Het is naar mijn mening volledig terecht dat zij die euthanasie heeft gekregen. Een andere situatie is als mensen in een langdurige coma liggen. Als de familie erin toestemt, denk ik dat euthanasie zeker toelaatbaar moet zijn. Met de middelen die dan vrijkomen kunnen andere mensen geholpen worden.
België is een multicultureel land. Speelt de aanwezigheid van verschillende culturen een rol in het ziekenhuis?
Van Aerschot: Ja, dat is zeker het geval. We krijgen in de opleiding informatie over culturele verschillen die een invloed hebben op verpleegkunde. Zo mogen joodse mannen hun vrouw niet aanraken als zij haar menstruatie heeft. Zij kunnen dan niet helpen bij de ochtendverzorging, terwijl dit wel gebruikelijk is. Dit voorbeeld heb ik trouwens zelf meegemaakt in één van mijn stages. Ik vind dat we voor deze culturele verschillen respect moeten opbrengen. Maar andere culturele verschillen hebben soms ernstige gevolgen. Er is het voorbeeld van de getuigen van jehova. Deze mensen nemen van niemand anders bloed aan. Ik moet niet uitleggen dat dit wel eens serieuze problemen kan opleveren.
Abortus is sinds een geruime tijd algemeen aanvaard in onze samenleving.
Van Aerschot: In bepaalde situaties vind ik dat abortus moet kunnen. Er zijn echter veel factoren die hier een rol spelen. Via een vruchtwaterpunctie en echografieën kunnen artsen al voor de geboorte vaststellen of er iets scheelt met een ongeboren kind. Ik ben van mening dat kinderen waarvan we weten dat ze zwaar gehandicapt geboren zullen worden en eigenlijk geen echte kans op leven hebben, geaborteerd mogen worden. Ik denk dat je die kinderen meer pijn doet door ze te laten leven, dan door ze te laten sterven. Een ander voorbeeld waarbij ik abortus goedkeur, is als een vrouw verkracht wordt. Ik ben van mening dat een vrouw die verkracht is, mag beslissen of ze dat kind gaat houden of niet. Daarnaast ben ik ervan overtuigd dat er voldoende anticonceptiemiddelen bestaan. Je krijgt ook seksuele voorlichting op school. Daarom vind ik dat mensen in vele gevallen hun verantwoordelijkheid moeten opnemen. Ik ben dus zeker niet in elke situatie een voorstander van abortus.
Mensen die niet in de verzorgende sector werken kunnen ook hun steentje bijdragen.
Van Aerschot: Zeker. Ik ga bijvoorbeeld elke week plasma geven in het bloedtransfusiecentrum in Leuven. Ik merkte in ziekenhuizen op dat er een constante, grote vraag is naar bloed, plasma en andere bloedbestanddelen. Je kan zelf best wat plasma of bloed missen en door jouw kleine inspanning red je mensenlevens. Met 500 milliliter van je eigen plasma kan je een mensenleven redden.
Moeten artsen die een medische fout begaan zwaar bestraft worden?
Van Aerschot:Het hangt er van af hoe de medische fout gebeurd is. Personen die onbewust een fout hebben gemaakt hoeven niet te worden ontslagen. Zeker niet als deze mensen al jaren hun werk goed uitoefenen en dus vaak al heel wat mensenlevens gered hebben. Ik vind niet dat ze vervolgd moeten worden, want een fout gebeurt meestal niet met opzet. Wij hebben een beroep dat zowel mensenlevens redt als mensenlevens kan doen eindigen. Als je een medische fout met opzet maakt, is het in mijn ogen een misdaad en dan hoor je uiteraard niet thuis in een hospitaal.
In Sint-Niklaas heeft een stagiaire een patiënte een dodelijke dosis kaliumchloride toegediend.
Van Aerschot: We hebben het erover gehad in een praatsessie op school. De studente in kwestie is niet vervolgd, maar ik vraag mij dan af: Kan je als student na zo een grote misstap nog verder verpleegkundig werk doen? Hoe je het ook draait of keert, die studente heeft iemand van het leven ontnomen, al was het waarschijnlijk niet de bedoeling. Ik weet niet of ik, moest ik in haar plaats zijn, dat snel zou kunnen verwerken.
Zorgt de school voor een degelijke voorbereiding op het verwerken van sterfgevallen tijdens uw loopbaan?
Van Aerschot: In het tweede jaar van onze opleiding kregen we de cursussen chronische zorg en terminale zorg. Bovendien ben je verplicht voor elke stage een grondige voorbereiding te maken. Tijdens je stage is er een stagebegeleidster dieje zo goed mogelijk begeleidt. Maar uiteindelijk kan niets je voorbereiden op het moment dat je een mens ziet sterven.
Is er extra hulp of begeleiding voor de mensen die regelmatig in contact komen met mensen die overlijden?
Van Aerschot: Op de dienst palliatieven zijn een aantal mensen gestorven tijdens de zes weken dat ik er stage deed. Er zijn maar zes patiënten op een afdeling, dus is het contact met de patiënten zeer nauw. Je leert deze mensen goed kennen en vele van hen gaan je als een deel van hun familie beschouwen. Het is dan zeer moeilijk als ze overlijden. Er is voor de verpleegkundigen een psychologe die voor hen klaar staat, mochten ze dat nodig hebben. Maar de meeste verpleegkundigen hebben genoeg aan een goed gesprek met hun collegas. Deze verpleegkundigen vormen een zeer hecht team en als ze het dan even moeilijk krijgen, kunnen ze op elkaar rekenen. Tijdens mijn stage kon ik dan ook op hun steun vertrouwen.
Traag en breed stroomde de rivier, helder en met een indrukwekkende schoonheid. Met een vreemde elegantie sleepte de rivier zich door het heuvelachtige landschap. De stroom die zich al eeuwen door het land een weg zocht naar de zee had ook iets somber. Alsof ze toeschouwer was geweest van de trieste geschiedenis van het omringende land, dat met bomen en andere planten was bezet, en stroomde nu zoals een traan naar beneden over het gezicht van de aarde naar de vrijheid in zee. Deze mysterieuze rivier verzachte langzaam de littekens van oudere tijden, een moeder die de wonde van haar kind verzorgt. Na zich lange tijd, licht naar het westen draaiend door het landschap te hebben getrokken, kwam ze uit in een groot meer. Omgeven door een beboste bergflanken. Een mysterieuze sliert mist hing over het meer alsof het expres door iemand over het meer was geslingerd, om iets te verbergen, of iets te vergeten. Zo hing het er, als een waas van vergetelheid. In het midden van het water ligt een eilandje, een zachte aarden helling die zoomloos overgaat in rotsformatie, met op de top van de rots een groot landhuis. Het huis, dat met klimop en mos was begroeid leek verwaarloosd. Verlaten door de vorige eigenaars jaren geleden? Het huis scheen een soort van sombere gloed uit te stralen alsof het om iets rouwde.
Achter het huis lag een tuin. Een fantasie van kleuren vervat in bloemen en wilde planten die zoete geuren door de wind lieten meenemen in een bries als een compositie van geuren. De vlucht van zachte geuren werden door de bloemen afgegeven aan de lucht als een vrolijk geschenk voor de zachte zonnestralen die de zon liet zakken op de gezichten van vele bloemen en andere planten, die vergezeld waren van een verzameling aan onkruid. Het gras dat wild groeide lag bezaaid met druppels dauw die fonkelden in de eerste zonnestralen, die door de mist heen braken. De druppels leken haast tranen door de hemel gehuild op het zachte gazon. Achter in de tuin stond een kleiner huisje, met witte muren die verscholen waren achter een kluwen van klimop. Een verzameling rode dakpannen, die in de loop der tijden het gezelschap hadden gekregen van een hoop mos, vormde het dak onder de schaduw van een grote eikenboom. De schaduw van deze grote eiken boom straalde rust en kalmte uit, de plaats onder de boom scheen er vredig uit te zien om redenen die niemand kon verklaren. Een eenvoudige bruine, houten deur stond in de muur. Niets leek er op te wijzen dat het huisje bewoond was. Het was zeer duidelijk dat het landhuis al jaren leegstond en ook de tuin leek verwilderd, maar toch woonde er iemand in het huisje dat in de tuin stond achter het landhuis Archwald