|
Oostende bestaat, zoals in vele andere steden en gemeenten, uit wijken. Bij de meeste van deze wijken is de juiste begrenzing niet gekend, zodat men vaak niet weet tot welke wijk men behoort. Alle wijken dragen namen, de ene duidt op een bepaald herkenningspunt, de andere verwijst naar een bepaald gebouw of bouwwerk.
Zo is er de wijk Vuurtoren - de Kaai - Het Westerkwartier -de Vogelmarkt - enz. Anderen hebben namen waarvan de herkomst niet altijd te achterhalen valt.
Bij die eersten is er ook nog de wijk t Peird, doch ook hiervan zijn de juiste grenzen niet helemaal bepaald.
Aanvankelijk werd het plein gedoopt met de naam Place de la Commune, maar de Oostendenaren hielden het reeds vrij vlug op t Peird, naam waaronder het nog steeds het best bekend is.
EEN BEETJE GESCHIEDENIS.
Na de val van het Franse keizerrijk werd, in 1814, tijdens het Congres van Wenen, besloten België en Nederland te verenigen. Dit verwekte spoedig het misnoegen van de Belgen en was meteen een der oorzaken van de omwenteling van 1830. Op 26 september 1830 werd een Voorlopig Bewind aangesteld en werd ons land onafhankelijk. In januari 1831 werd deze onafhankelijkheid door de grote mogendheden erkend. Het Nationaal Congres stelde Prins Leopold van Saksen Coburg Gotha voor koning van ons land te worden wat door betrokkene aanvaard werd. Prins Leopold, die in Londen vertoefde, kwam via Calais en De Panne en deed zijn intrede in ons land op 17 juli 1831.
Op 21 juli ( dag die naderhand de Nationale feestdag werd)
kwam hij te Brussel aan alwaar hij de eed van trouw aan de Grondwet en de wetten van het Belgische Volk aflegde en aldus de eerste Koning der Belgen werd onder de naam Leopold I.
Op 9 augustus 1832 trad hij in het huwelijk met Louise Marie van Orleans, oudste dochter van Louis Philippe, Koning der Fransen. Deze stierf te Oostende in 1850 nadat zij onze Koning vier kinderen had geschonken, te weten :
Lodewijk - Filip - Leopold die op éénjarige leeftijd overleed ; Leopold - Lodewijk - Filip - Marie - Victor, die zijn vader zou opvolgen als Leopold II ; Filips, Graaf van Vlaanderen, de vader van de latere Koning Albert I en Charlotte die huwde met Aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk.
Oostende was toentertijd een klein provinciestadje omsloten door een enge vesting, doch vrij spoedig geliefd bij onze Vorst, die er naderhand regelmatig op verlof kwam. Het was dan ook door zijn toedoen dat in 1865 de vestingen werden gesloopt nadat enkele notabelen van de stad door hem te Brussel in audiëntie waren ontvangen. Door deze ontmanteling kon de stad denken aan uitbreiding.
Spijtig genoeg kon onze Vorst ons niet langer van dienst zijn, daar hij op 10 december 1865 te Brussel overleed.
Om zijn wijsheid en zijn aanzien werd hij overal geroemd en verhoogde hij het aanzien van ons land. De wereldpers betitelde hem als Orakel van Europa en Nestor van de Wereld.
Niets stond nu nog de uitbreiding van Oostende in de weg.
Bij Koninklijk Besluit van 18 juli 1877 moest Mariakerke, toen een meer landelijke gemeente met ongeveer 2.100 inwoners, een groot gedeelte van het grondgebied afstaan, namelijk een stuk begrensd door de huidige Parijsstraat, de Torhoutse steenweg tot aan Petit Paris, de Nieuwpoortse steenweg tot aan de Northlaan.
Maar Oostende wou nog meer en bij Koninklijk Besluit van 1 juli 1899 werd de zelfstandigheid van Mariakerke opgeheven en werd deze gemeente verdeeld tussen Oostende en Stene. Onze stad was op weg een mondaine badstad te worden, talrijke nieuwe, prachtige , gebouwen werden opgericht,terwijl oudere werden afgebroken, zoals bvb. het voorlopig kerkje St.Joseph, dat plaats moest maken voor een modern Atheneum.
HET MONUMENT.
Onmiddellijk na de dood van onze geliefde Vorst besloot het stadsbestuur een standbeeld op te richten voor deze Illustere weldoener, maar tegenkantingen en een niet meewerkende administratie waren oorzaak dat het nog vele jaren zou duren alvorens deze wens werkelijkheid werd.
Tijdens de gemeenteraadszitting van 11 december 1865 stelde gemeenteraadslid A. Termote voor een standbeeld op te richten voor de overleden vorst. Als standplaats verkoos hij het Wapenplein. Schepen Van Cuyl liet opmerken dat deze motie niet op de dagorde voorkwam zodat het niet mocht behandeld worden.
Bij de volgende zitting, op 14 december, verklaarde de burgemeester dat het momenteel niet gewenst was om een dergelijk standbeeld op te richten, gezien de stad nog in volle ontplooiïng was en dat er eerst moest gewacht worden op de ontmanteling van de vestingen.Hij was wel bereid in de stadsscholen een borstbeeld van de overleden Vorst te plaatsen en een portret te laten aanmaken voor de gemeenteraadszaal.
Op de zitting van 30 december kwam Termote opnieuw opdagen met zijn voorstel. Voorstel dat gesteund werd door kollega De Jume, die eraan herinnerde wat Leopold I voor onze stad had betekend en hoe dikwijls onze Vorst Oostende had bezocht. De Jume verklaarde verder dat Oostende zijn grootheid te danken had aan onze weldoener en dat reeds veel andere steden ons waren voorgegaan. Hij wou tevens dat het standbeeld op een of ander plein zou worden opgesteld.
Termote was spreker dan ook zeer dankbaar voor zijn tussenkomst, doch het mocht niet baten. Alles verdween in de doofpot.
Slechts dertig jaar later zou raadslid D. Fermon in de zitting van 17 september 1895 dit voorstel opnieuw op tafel werpen.
Hij meende dat het eindelijk de tijd was om deze zaak tot een goed einde te brengen en een goede plaats aan te duiden waar het monument zou opgesteld worden. Het werd hoog tijd, vervolgde spreker, om de grote weldoener van de stad te eren en hij verzocht de burgemeester de technische diensten opdracht te geven waar en wat er zoals dient te worden gedaan. Burgemeester Alphonse Pieters verklaarde zich akkoord mits de gemeenteraad een definitieve beslissing zou nemen.
Maar nog was de lijdensweg niet ten einde. Pas drie jaar later zou burgemeester Pieters een projekt voorleggen dat erin bestond een openbare wedstrijd uit te schrijven onder de Belgische kunstenaars waarbij een model van ruiterstandbeeld met voetstuk diende ontworpen te worden. De plaats van inplanting werd voorzien op de Graaf de Smet de Naeyerlaan, terwijl de kostprijs de 135.000 frank niet mocht overschrijden. Een intekenlijst zou de Oostendenaren worden voorgelegd opdat deze aldus hun erkentelijkheid zouden kunnen tonen.
Meteen kwam een discussie op gang voornamelijk met betrekking tot de gekozen plaats, doch burgemeester Pieters verklaarde dat deze plaats niet definitief was.
Een fel debat ontwikkelde zich waarbij schepen Van Imschoot zich niet akkoord verklaarde met het ruiterstandbeeld en evenmin met de plaats van inplanting. Schepen Liebaert was niet te spreken over de inschrijvingslijst, terwijl schepen Fermon wel het nut van dergelijke lijst inzag om aldus de stadsuitgaven te verminderen. Uiteindelijk werd het voorstel van de burgemeester aangenomen. Tijdens de zitting van 11 april 1899 verzekerde schepen Fermon dat Koning Leopold II zich akkoord had verklaard met het oprichten van het voorziene standbeeld op de Place de la Commune ( het huidige Leopold I plein).
Maar nog waren de problemen niet van de baan. De ontwerper van het standbeeld, Graaf Jacques de Lalaing,die ook het beeld gemaakt had voor het graf van onze overleden koningin Louise - Marie ( dat heden nog steeds te bezichtigen is in de Sint Petrus en Pauluskerk), verklaarde zich niet akkoord met de plaats van inplanting en stelde het Leopoldpark voor, tegenover het Kursaal. De Gemeenteraad bleef evenwel bij haar beslissing zodat de Place de la Commune de uiteindelijke inplantingsplaats zou blijven. De kunstenaar had het werk af tegen eind juli 1901. De plechtige inhuldiging was voorzien op maandag 5 augustus 1901.
De kostprijs bedroeg 85.000 fr, waarvan 21.250 fr. voor rekening kwam van de Belgische Staat, 10.000 fr. betaald werd door de Provincie en 53.750 fr.uit de stadskas diende gehaald.
Op het ogenblik van de inhuldiging ware de beide zijpanelen nog niet aangebracht, die zouden slechts later hun eindbestemming bereiken. Het ene paneel stelt een vrouw voor, gezeten op een paard, terwijl twee kleine Engeltjes haar beschermen en een derde het paard bij de toom houdt.In de rechterbovenhoek is het jaar 1830 te zien lichtjes bedekt door een lint. Aan de zeekant is een tweede paneel aangebracht waarin een jonge vrouw zich aan boord van een vissersvaartuig bevindt. Het standbeeld in zijn geheel is een der prachtigste en meest gelukte die in ons land werd gemaakt.
De inhuldiging greep plaats, zoals hoger gezegd op 5 augustus 1901 en begon om 08 uur met een beiaardconcert, terwijl de klokken van alle kerken hun klanken over de stad uitzonden. Om 11 uur stipt kwam Zijne Majesteit Leopold II,vergezeld van Prinses Clementine en Prins Albert, op het plein toe, alwaar Burgemeester Pieters hen verwelkomde. Deze laatste betoogde zijn dank ten overstaan van Leopold I aan wie de stad Oostende veel te danken had. Hij verklaarde tevens zeer verheugd te zijn de Koninklijke Familie regelmatig te Oostende te mogen begroeten en hoopte dat zulks aldus zou blijven in de toekomst. Hij besloot met te wijzen op de onthulling van het standbeeld dat ons de edele en fiere houding van een groot vorst zal aantonen.
H E T P L E I N .
Beginnend vanaf de Warschaustraat was op de hoek een herberg gevestigd, De Stad Gentmet daarnaast een atelier voor soldeerwerk. Naderhand werd die herberg en het atelier omgebouwd tot een grotere zaak genoemd Café Au Nouveau Auto Garage gehouden door een zekere Vanderjeugd. Nog later werd dat omgevormd tot een moderner geheel het Hotel Piccadilly , dat plaats heeft gemaakt voor een modern flatgebouw. In dit gebouw is de elektriciteitszaak Eldi ondergebracht.
Naast dit gebouw was aanvankelijk een lege ruimte waar later het Politiebureel werd gebouwd, dat naderhand werd ingepalmd door de Garage St. Christophe. Daarnaast was een prachtig herenhuis ( thans ingenomen door een bloemenbinderij Peel) en een haarkapperszaak ( waar momenteel de kledingszaak Péché Mignon is ondergebracht)
Zo kwamen wij aan de Wenenstraat ( huidige Kemmelbergstraat). Aan de overzijde van deze straat troffen wij twee patriciërswoningen ( de eerste ingenomen dor een flatgeblouw waar tandarts Delaeter een kabinet heeft en Taverne Leopold I ) en op de hoek van de Van Iseghemlaan een deftige apothekerszaak ( waar het verhuurkantoor Axymo is gevestigd).
De hoek Van Iseghemlaan - Karel Janssenslaan werd gevormd door het Hotel Bristol
De andere hoek was een herenhuis ( thans een handelshuis waar de firma Cocoon zetels aan de man brengt), met ernaast Café Leopold Premier (thans Café Melrose), vervolgens een kruidenierszaak (nu Resto t Peerd) en een beenhouwerij ( momenteel uitgebaat door een zekere Burggraeve). Op de hoek een prachtig herenhuis (thans bewoond door een antiquair die er een zaak heeft geopend) . Aan de overzijde van de Rogierlaan het Hotel de La Commune, dat naderhand bewoond werd door de familie Daled ( vader Daled was secretaris van de voetbalclub A.S.O.), maar dan onder de naam Hotel de Flandre ( nu is er een flatgebouw met op de benedenverdieping een handel in keukens). Aan de overzijde , waar thans de handelszaak Deweert Sport gevestigd is, was de Brasserie du Lion dOr later vervangen door de Brouwerij Calder. In dit huis, doch langs de kant van de Torhoutse steenweg was de fietswinkel en herstelplaats van vader Deweert.
Maurice Ferier.
09-11-2008 om 10:09
geschreven door Maurice 
|