|
 


HET HERDERSTASJE . . .
Wetenschappelijke naam: Capsella bursa pastoris
De GESCHIEDENIS van de plant:
Capsella bursa pastoris, of het Herderstasje is een bescheiden plantje dat behoort tot de familie der kruisbloemigen. Gewoonlijk wordt het Herderstasje meer als onkruid onkruid dan als heilzame plant omschreven. Toch wordt deze plant, zowel in de Oosterse als in de Westerse geneeskunde gebruikt. De hartvormige doosvruchten schijnen op leren tasjes te lijken, tasjes die de herders vroeger droegen. In Engeland wordt het Herderstasje ook wel Moederhart genoemd. Dit geeft aan dat het een nuttig kruid is voor vrouwenklachten.
Belangrijkste BESTANDDELEN:
Over de bestanddelen van deze plant is door deskundigen veel strijd geleverd. Sommige wetenschappers waren van mening dat de werking te danken was aan een schimmel die vaak op het herderstasje aanwezig is (Albugo candida). Anderen waren weer van mening dat de inhoudsstoffen van de plant zelf voor de werking verantwoordelijk waren. Twee Japanse onderzoekers, K. Kuroda en K. Takagi, hebben vastgesteld dat bepaalde peptiden in de plant vochtremmende en samentrekkende effecten hebben. Andere bestanddelen zijn: Flavonglycosiden en Kaliumzouten.
De VERWERKING:
Hoewel de plant gedurende het hele jaar te oogsten is, wordt het inzamelen in de lente aanbevolen. Het bovengrondse deel van de bloeiende plant wordt geoogst en vers verwerkt.
TOEPASSING:
Capsella bursa pastoris kan worden toegepast bij een te hevige of langdurige menstruatie. Vrouwen die hier regelmatig last van hebben doen er goed aan om het herderstasje reeds vanaf een week voor de menstruatie toe te passen. Verder kan deze plant gebruikt worden tegen geregeld terugkerend verlies van circulatievocht uit de neus.
BLOEITIJD:
De bloeitijd van het Herderstasje is zowat te situeren vanaf de maand april.
UITZICHT:
Dit nogal veel voorkomend onkruid van 10 tot 60 cm bloeit practisch het ganse jaar en heeft als voordeel dat op één plant zich weer verschillende zaaddoosjes bevinden. De blaadjes verrschijnen eerst en spreiden zich vlak op de grond uit. Ze zijn tamelijk diep ingesneden zoals bij de paardenbloembladeren maar dan minder groot. Vervolgens verschijnen één of meerdere stengeltjes waarop reeds heel vroeg de driehoekige hauwtjes, afwisselend, langs de stengel groeien. De bloempjes boven aan de plant zijn klein en wit van kleur.
VINDPLAATS:
Op alle mogelijke plaatsen, maar vooral langs verlaten wegen, op akkers, tussen sla en vooral aan de randen van akkers en velden.
WELKE VOGELS:
Het is een snoepgoed voor in het bijzonder Kanaries, Distelvinken, Groenvinken, Kneuters, Goudvinken, Cini's en Sysjes.
|