|


SCHEPBEK bij de GRASPARKIETEN .
Normaal gaat de bovensnavel over de ondersnavel heen. Bij de schepbek is dit dan precies andersom, dus de ondersnavel gaat om de bovensnavel heen. De schepbek is een merkwaardig verschijnsel, waarvan wij niet weten of het veelvuldig voorkomt bij de kwekers. Wij hebben echter een liefhebber gevonden die daar regelmatig last van heeft. Hierna laten we hem even aan het woord:
Zo af en toe kweek ik een grasparkiet met een schepbek. Dit gebeurt mij wel minder dan één keer per jaar. Het is mij wel opgevallen dat dit steeds gebeurt met vogels met de betere bevederde koppen. Normaal hebben vogels een schepbek van jongs af aan. Eenmaal heb ik een pop gehad die als jonge vogel geen schepbek had maar als overjarige, bij het grootbrengen der jongen, had ze plots wel een schepbek. Een jaar later was, na het grootbrengen van haar tweede nest, plotseling weer weg, net zo onverwacht als hij gekomen was. Dit jaar had ik een nest met 5 jongen en hiervan hadden er 3 een schepbek, deze 3 waren ook weer de beste van het nest qua bevedering, van tegenslag gesproken. Door deze tegenslag wilde ik het schepbekprobleem wat van nabij gaan onderzoeken. Ik wilde wel eens weten of er een verschil in afmeting was tussen deze en de normale snavel. Om dit te weten te komen knipte ik de bevedering rond de snavel van de vogel weg. Op het eerste zicht kon ik geen verschillen ontdekken. Wel had ik de indruk dat de bovensnavel bij het groeien, in het begin wat achterbleef tegenover de ondersnavel. Hierdoor werd het jong eraan gewend en liet zijn bovensnavel, gemakkelijkshalve, rusten op de ondersnavel. Wanneer de vogel dan volgroeid is, houdt hij soms zijn snavel goed maar meestal blijft het een schepbek. Behalve bij de 3 schepbekken had ik ook bij de 2 jongen, met normale snavel en bij 2 jongen, eveneens met normale snavel, uit een ander nest maar met ongeveer de zelfde leeftijd, de bevedering rond de bek eveneens weggesneden. Wanneer ik op het eerste zicht geen merkelijke verschille kon vaststellen ben ik de snavels met een schuifmaat gaan meten. Er waren hierbij geen verschillen in de lengte der snavels. Ik had wel de indruk dat de ondersnavel van de schepbekken in verhouding met de bovensnavel ietsjes breder was dan bij de vogels met een normale snavel. Nu is enkel tienden van een mm verschil, gemeten bij een vierde vogel wel een erg onbetrouwbare factor, dus durfde ik ook hier geen zekerheid aan verbinden. Maar nu komt het leuke van het verhaal; doordat ik de veren rond de snavels had weggeknipt was het blijkbaar voor de vogels gemakkelijker om een goede rusthouding te vinden voor de snavel. Per dag toonden ze steeds minder van hun schepbek. Na zowat een week waren de schepbekken verdwenen en ik hoop dat dit de oplossing was voor het probleem, hopelijk blijft het zo. Dus, wanneer u een schepbek bij uw grasparkieten ontdekt dan is mijn advies; knip de maskerveren rond de snavel weg. De kans is dan uitermate groot dat u ook zoveel geluk hebt dan ik. Het schepbekhandicap is wel een eigenaardig verschijnsel, graag zou ik van liefhebbers van andere parkieten te weten komen of dit ook voorkomt bij andere soorten dan de grasparkieten. Hebt u een bourk, valkparkiet of wat dan ook, indien u bij deze vogels ook een schepbek hebt ontdekt, laat het ons dan weten. Nu breng ik dit verschijnsel als een gedragstoornis naar voor bij langbevedering en dat hoeft natuurlijk niet helemaal zo te zijn.
|