|
 


De GELE MORGENSTER. .
BLOEITIJD:
Alhoewel ik deze, misschien wel volledig onbekende plant, nog maar op één bepaalde plek heb aangetroffen doet dit niets af aan de nuttigheid van deze plant. Sommige liefhebbers zullen deze plant al wel meer zijn tegen gekomen. De bloeitijd begint i mei tot zowat einde augustus, is dus een langbloeier.
UITZICHT:
De gele Morgenster heeft meestal onvertakte stengels maar bezit brede, stengelomvattende bladeren. De bloem is alleen in de namiddag te zien en dan nog enkel bij warm weer (vandaar de naam). De rijpe vrucht bezit extra lange vruchtaren van wel 5 cm, hierdoor zal de pluisbol dan ook snel opvallen.
OOGST:
De Gele Morgenster biedt men aan zoals de paardenbloem en het kleine Hoefblad, dus na de rijping maan wel voor het zaad zal vervliegen.
VINDPLAATS:
Ik heb ze aangetroffen op een plaats waar verschillende spoorwegen samen kwamen, ze vergen dus droge, grazigeplaatsen, soms ook wel langs oevers van beken of wegranden
WELKE VOGELS:
Toen ik deze plant met zijn rijpe zaden voor het eerst in de volière wierp, was de groenvinkman er als de kippen bij om de schorseneerachtige zaden op te pikken. Ook de distelvink, de kneu en de goudvink zijn er verzot op.
|