Vandaag komen we naar huis. Gisteren ons Diploma gehaald en Kathedraal bezocht met gids. We vertrekken uit Santiago naar Madrid om 17h45 - 18h50 vluchtnummer IB551. En vanuit Madrid naar Zaventem om 20h00 - 22h10 vluchtnummer IB3208. Dan per busjes naar Roeselare. Uitgezonderd Rik (die komt terug met de vrachtwagen) en Daniel en Josette komen terug met de volgwagen. En dan zullen jullie de straftse verhalen wel horen.
De laatste dag voor velen De Verlossing. We kiezen de korste weg met de gps. Die denkt werkelijk dat we op safaritocht zijn. De wagen die ons volgt moet noodgedwongen terugkeren. Wij doen nog liever één km te voet dan zeven extra km. Eindelijk op de goede weg naar Porto Marin. We rijden over de verzonken stad. Seffens een serieuze klim tot zevenhonderd meter. Gans de dag voelen we ons in de Ardennen. Sommige mannen die vorige dagen als de besten mee voorop rijden beginnen af te haken. Maar ons motto blijft samen uit, samen thuis. Voor het binnenrijden van Santiago bezoeken we ook nog eens Monto de Gonzo waar de Paus nog zijn mis heeft opgedragen. Later vernemen we dat dit betekend de Berg van Genot. In Santiago aangekomen vallen we in elkaars armen en zie ik hier en daar niet een verdoken traan? De weg naar het hotel is maar vier km maar is toch voor velen zwaar.
Zo de trip zit er op en met geen al te grote problemen. En zelfs al waren die er dan zei Michiel steeds het heeft ook zijn charme.
Start om 09h30. Honderd km maar wie dacht dat het in een paar uur zou geklaard zijn was era aan voor de moeite. Na dertien km wordt het parcours hier heuvelachtig. En zo zou het blijven tot km tweeënzestig. We krijgen zelfs nog 2 cols te verwerken Col de Puerto de Pedrafita (1109 meter) en Col Alto El Poya (1337 meter).
We bezoeken ook nog Cebreiro een klein dorpje met toeristische trekjes.
Onderweg komen we ook crazy Georges tegen een Engelsman met pak en zak. Hij volgt ons tot aan het hotel.
Bij het ontbijt vernomen dat Paul s avonds laat nog verloren gelopen is in stad.
Start om 9 uur. s Morgens al geregend maar droog vertrokken.
Bij de start al een lekke band van Paul. Juist buiten de stad was Leander het slachtoffer van een platte tube.
Het eerste gedeelte verloopt relatief vlak. Voor het middagmaal rijf Dirck zich nog lek. Middagmaal in het centrum van Astorge aan het Gaudi-gebouw.
Daarna doen we de beklimming van de Cruz de Ferro. Zeer zwaar. Boven aangekomen legt iedereen zijn steentje bij de één al zwaarder dan de andere. Sommige leggen bij gebrek aan een steentje er hun valse tanden bij. Geen namen maar initialen D.L. (en nee het is NIET Deconinck Leander)
Een zestal Hollanders (waarvan Margriet verwonderd was dat ze Nederlands praten) kwamen ook hun steentje leggen maar dan wel met hun dikke mercedes.
Lange rit honderdzeventig km. Maar geen hellingen of andere moeilijkheden. Eerst wind in de rug en daarna zet de beer van Wingene zich op kop en aan een goed tempo vliegen we vooruit. We zitten nu op de echte Camino en komen enorm véél voetgangers pelgrims tegen. De ene al gezwinder dan de andere.
In een tussenpauze loopt een originele straatherder ons voorbij. Dus iedereen vlug een foto nemen.
Bij aankomst hotel (met behulp van gps) goed gevonden. De Camion doet er iets langer over. Maar door de hoge snelheid hebben we voor één keer tijd zat.
Hat avondmaal is opnieuw overheerlijk. Met als dessert een soufflé flambé van ijs met opgeklopt eiwit.
Na 9 km 500 aanvang van de klim: Peurto de Ibaneta. Een klim van 15 km met een hoogte van 1057 meter boven werden onze tijden opgenomen het verschil met de eerste en laatste was één uur. De namen weet ik niet meer. Maar moest men een klassement gemaakt hebben volgens gewichtsklasse dan was ondergetekende winnaar.
Het was wel koud daarboven. Ook véél andere pelgrims onderweg. Véél met pak en zak.
Na de afdaling waren Paul en Roger vermist. Na enige tijd en dankzij de gsm techniek terug in onze rangen. Wat bij Roger de opmerking loswerkte zonder mij was Paul verloren.
De rest van de rit was heuvelachtig.
Hotel dik in orde. Maaltijd in middeleeuws kelder. Zéér fijn. Doch twee ontbraken Anne Marie en Roger. Roger had een ontsteking en was op weg naar de spoed.
Het ontbijt in Lourdes sloeg werkelijk alles. Één croissant en stokbrood (nog persoonlijk gesneden door Bernadette de Soubirou ) één potje confituur en iets zwart om te drinken.
Nu onder leiding van Marc vlug de stad uit en de Pyrenieen in. De nog besneeuwde bergtoppen zwaaieden ons al toe. In de middagpauze kregen we van een vriendelijke rijkswachter een doos pralines kado.
Lanzij de Col de Aubisque en geconfrnteerd met de Col dOsquiche 9 km lang en gemiddeld 9%.
In het mooi ouderwets stadje sliepen we in het hotel van de Burgemeester. Sommige kamers dateerden van 1828.
Zeer gemakkelijk uit de stad weg. Juist vertrokken en daar hadden we de regen opnieuw.
Bij de eerste stop bij de dagelijkse soep en koffie zag Dirck dat zijn zadel twee cm gezakt was bij het omhoog doen brak een vijsje maar handige Willy loste ook dat probleem op. Toen we wilden startten stelde Michiel een lekke band vast. Tevens zagen we dat hij zich niet goed voelde.
De middagpauze gebeurde onderdak maar toch waren we verkleumd. Michiel at niks. Hopelijk valt hij niet ziek.
Bij het naderen van Lourdes werd er een stevig tempo op nagehouden.
Eenmaal aan ons hotel aangekomen de verassing van de dag, de vrouw van Marc op bezoek.
De eetzaal deed velen denken aan hun internaat periode en de Duitse matrone hielp er goed aan mee.
s Avonds geleid bezoek van Marc en zijn vrouw naar de grot.
Start om 7H30. reeds een wegvergissing van bij de start. Wat later een omweg van 25 km zou bezorgen. Vijf lekke banden vertraagde ook de snelheid. Wat ons niet kon vertragen was onze ingesteldheid. Met goeie moed zetten we steeds onze trip verder.
6 uur stromende regen en vier uren zon maakte de dag kompleet.
Tegen de avond kregen we nog te maken met een helse regenbui en het schemerde al toen we Agen binnenreden. Normaal kon men maar eten tot 21 uur maar voor ons maakten ze graag een uitzondering.
De kip op baskische wijze smaakte dan ook geweldig.
Een verjaardagslied voor Marc besloot de moeilijke dag.
Waar iedereen naar uitgekeken had. De koninginnerit door hart van de Limousin! Drie zware beklimmingen van 7% à 9%. Daar we enkele km voor Montluçon<gelogeerd waren moesten we dwars door stad maar zonder problemen geraakten we er door.
Op het einde van de rit enige verwarring en werd de gps gevolgd.. Ja, die stuurde ons op een zeer smal weggetje. Beetje gevaarlijk maar zéér mooi zelf een vos kwam even kijken.
Het hotel lag opnieuw op een hoogte wat bij Willy Logghe de opmerking ontlokte ze leggen de hotels hier op zolder.
Zo te zien had de hotel bazin reeds overdadig van onze wijn voorgeproefd.
Bakker was nog niet open. Dus start om 08H30. Volgens de beschrijving de eerste 135 km heuvelachtig en de rest relatief vlak. Intussen weten we dat relatief een rekbaar begrip is.
De heuveltjes volgden elkaar snel op. Voor de klimmers zaten er ook veel afdalingen in. Maar de niet klimmers houden enkel rekening met de hoogte verschillen.
Alles verloopt vlot te vlot zelf. Tot juist voor de middag pauze Galle Willy het slachtoffer is van een lekke band. Hij mag dan ook de pluim opsteken voor de eerste lekke band tijdens onze tocht.
Het middagmaal is weer prima verzorgd door onze dames. Mijn kilos zullen er niet afgaan op die manier.
Na de vernieuwde start na een paar kilometer opnieuw platte tube van Willy zo komt hij zeker in het verslag terecht. Iets verder op rijden we allen in een met peklaag gegoten weg waardoor de keitjes aan onze banden kleven.
Bij een extra pauze was het de beurt aan Eric Mestdagh. De mechaniekers van dienst Frans en Willy hadden hun handen vol.
Voor sommigen begonnen de km toch door te wegen. Een paarplaatselijke wielertoeristen brachten enige verstrooiing.
Op het einde werden we deskundig naar ons hotel begeleid door een plaatselijke renner.
Mooi weer en zonder problemen op de juiste weg na een verkwikkend ontbijt.
De eerste 60 km relatief vlak en wind in de rug. Na de middag kwamen we in de wijnstreek van de Chablis. Daar kregen we enkele kluitenbijters voorgeschoteld. Michel toonde zijn klimmerscapaciteiten. Enkele onder ons kregen het al moeilijk.
Een kleine weg vergissing leverde ons 6 km extra op.
De wegen waren enorm rustig en zéér mooi.
Bij de afdaling kregen we van Pierre Paul een deftige uitleg dat Santiago eigenlijk niet zo ver was. Want van de 2400 km hebben we normaal 1200 km wind in de rug, 400 km bergaf, blijft dus nog 800 km over en die dat niet aankan blijft liever thuis.
Sommige hadden al plannen gemaakt om bij aankomst de Basiliek te bezoeken. Wisten velen dat ons hotel op 300 meter van de basiliek bevond. Dit wil zeggen dat we anderhalve km klimmen voor de boeg hadden. Waarvan de laatste meters rond de 20% waren.
Het avondmaal was dan ook een welgekomen sluitstuk.